BRIEF AAN DE CHRISTENEN VAN ROME 14 - Rom 14 -- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 -- Rom
14,7-9 -
Overzicht van de brief aan de christenen van Rome
: Rom 1 , Rom
2 , Rom 3 ,
Rom 4 , Rom
5 , Rom 6 ,
Rom 7 , Rom
8 , Rom 9 ,
Rom 10 , Rom
11 , Rom 12
, Rom 13 , Rom
14 , Rom 15
, Rom 16 ,
Uitleg per pericope
Uitleg vers per vers - Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email:
arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
(Vlaams Blok)
, fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , racisme , samenleving ,
sikhisme , spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Woordenschat
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik
- Rom
14,7-9 : 24ste
(vierentwintigste) zondag door het a-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
-
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus) ,
Nu (Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia) ,
Jdt (Judith) ,
Est (Esther) ,
1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea) ,
Jl (Joël) ,
Am (Amos) , Ob
(Obadja) , Jon
(Jona) , Mi (Micha)
, Nah (Nahum) ,
Hab (Habakuk) ,
Sef (Sefanja) ,
Hag (Haggai) ,
Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas) -
Joh (Johannes)
- Hnd (Handelingen)
, Rom (Rome) ,
1 Kor (Korinte)
, 2 Kor (Korinte)
, Gal (Galatië)
, Ef (Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk (Apokalyps)
.
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
Rom 14,1-12 . Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 -- Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 -
| Rom 14,1 - Rom
14,1 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 1ton de asthenounta tè pistei proslambanesthe, mè
eis diakriseis dialogismôn. |
1 infirmum autem in fide adsumite non in disceptationibus
cogitationum |
|
1 Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan,
maar niet tot twistige samensprekingen. |
[1] Aanvaard* ieder die zwak* is in het geloof,
zonder zijn opvattingen te betwisten. |
[1] Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun
overtuiging te bestrijden. |
1 ¶ Aanvaardt wie zwak is in het geloof, zonder
persoonlijke meningen te veroordelen. |
1. A celui qui est faible dans la foi, soyez accueillants
sans vouloir discuter des opinions. |
|
King James Bible . [1] Him that is weak in the faith receive ye, but not to
doubtful disputations.
Luther-Bibel . 1 Den Schwachen im Glauben nehmt an und streitet nicht über
Meinungen.
Tekstuitleg van Rom
14,1 .
| Rom 14,2 - Rom
14,2 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 2os men pisteuei fagein panta, o de asthenôn lachana
esthiei. |
2 alius enim credit manducare omnia qui autem infirmus
est holus manducat |
|
2 De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar
die zwak is, eet moeskruiden. |
[2] De een is ervan overtuigd dat hij alles mag
eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. |
[2] De een gelooft dat hij alles mag eten, maar
iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. |
2 Wie gelooft voedt zich met alles, maar wie zwak–of–ziek
is eet alleen groenten! |
2. Tel croit pouvoir manger de tout, tandis que
le faible ne mange que des légumes : |
|
King James Bible . [2] For one believeth that he may eat all things: another,
who is weak, eateth herbs.
Luther-Bibel . 2 Der eine glaubt, er dürfe alles essen; wer aber schwach
ist, der isst kein Fleisch.
Tekstuitleg van Rom
14,2 .
| Rom 14,3 - Rom
14,3 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 3o esthiôn ton mè esthionta mè exoutheneitô, o de
mè esthiôn ton esthionta mè krinetô, o theos gar auton proselabeto.
|
3 is qui manducat non manducantem non spernat et
qui non manducat manducantem non iudicet Deus enim illum adsumpsit
|
|
3 Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet;
en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want God heeft hem
aangenomen. |
[3] Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet,
niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet,
niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard.
|
[3] Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die
dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over
iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. |
3 Wie wél alles eet, moet wie niet alles eet niet
minachten, en wie niet alles eet, moet wie alles eet ook niet oordelen,
want God heeft ook hem aanvaard. |
3. que celui qui mange ne méprise pas l'abstinent
et que l'abstinent ne juge pas celui qui mange ; Dieu l'a bien accueilli. |
|
King James Bible . [3] Let not him that eateth despise him that eateth not;
and let not him which eateth not judge him that eateth: for God hath received
him.
Luther-Bibel . 3 Wer isst, der verachte den nicht, der nicht isst; und wer nicht
isst, der richte den nicht, der isst; denn Gott hat ihn angenommen.
Tekstuitleg van Rom
14,3 .
| Rom 14,4 - Rom
14,4 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 4su tis ei o krinôn allotrion oiketèn; tô idiô kuriô
stèkei è piptei: stathèsetai de, dunatei gar o kurios stèsai auton. |
4 tu quis es qui iudices alienum servum suo domino
stat aut cadit stabit autem potens est enim Deus statuere illum |
|
4 Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt?
Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden,
want God is machtig hem vast te stellen. |
[4] Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt
over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn
heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij
machte hem staande te houden. |
[4] Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar
van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen
zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft
de macht hem dat te laten doen. |
4 Zelf oordeel je ook niet over andermans huisslaaf:
die staat of valt voor de eigen heer; en hij zal staande blijven,
want de Heer is bij machte hem staande te houden! |
4. Toi, qui es-tu pour juger un serviteur d'autrui
? Qu'il reste debout ou qu'il tombe, cela ne concerne que son maître
; d'ailleurs il restera debout, car le Seigneur a la force de le soutenir.
|
|
King James Bible . [4] Who art thou that judgest another man's servant? to
his own master he standeth or falleth. Yea, he shall be holden up: for God is
able to make him stand.
Luther-Bibel . 4 Wer bist du, dass du einen fremden Knecht richtest? Er steht
oder fällt seinem Herrn. Er wird aber stehen bleiben; denn der Herr kann
ihn aufrecht halten.
Tekstuitleg van Rom
14,4 .
| Rom 14,5 - Rom
14,5 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 5os men [gar] krinei èmeran par èmeran, os de krinei
pasan èmeran: ekastos en tô idiô noi plèroforeisthô. |
5 nam alius iudicat diem plus inter diem alius
iudicat omnem diem unusquisque in suo sensu abundet |
|
5 De een acht wel den enen dag boven den anderen
dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn
eigen gemoed ten volle verzekerd. |
[5] De een maakt onderscheid tussen de dagen, voor
de ander zijn ze alle gelijk. Gun ieder zijn eigen overtuiging. |
[5] De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag,
voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging
volgen. |
5 In het oordeel van de een is de ene dag niet
hetzelfde als een andere dag, in het oordeel van de ander is elke
dag even belangrijk; laat een ieder door de eigen overtuiging volledig
worden gedragen! |
5. Celui-ci préfère un jour à un autre ; celui-là
les estime tous pareils : que chacun s'en tienne à son jugement. |
|
King James Bible . [5] One man esteemeth one day above another: another esteemeth
every day alike. Let every man be fully persuaded in his own mind.
Luther-Bibel . 5 Der eine hält einen Tag für höher als den andern;
der andere aber hält alle Tage für gleich. Ein jeder sei in seiner
Meinung gewiss.
Tekstuitleg van Rom
14,5 .
| Rom 14,6 - Rom
14,6 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 6o fronôn tèn èmeran kuriô fronei: kai o esthiôn
kuriô esthiei, eucharistei gar tô theô: kai o mè esthiôn kuriô ouk
esthiei, kai eucharistei tô theô. |
6 qui sapit diem Domino sapit et qui manducat Domino
manducat gratias enim agit Deo et qui non manducat Domino non manducat
et gratias agit Deo |
|
6 Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den
Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den
Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God;
en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God. |
[6] Wie aan een bepaalde dag waarde hecht, doet
het om de Heer, en wie eet, eet ter ere van de Heer, want hij dankt
God. Wie iets niet eet, laat het ter ere van de Heer, en ook hij dankt
God. |
[6] Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer
te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt
God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de
Heer te eren, en ook hij dankt God. |
6 Wie ernstig bezig is met die ene dag is ernstig
bezig voor een Heer; ook wie alles eet, eet het voor een Heer; want
dank brengt hij aan God. |
6. Celui qui tient compte des jours le fait pour
le Seigneur ; et celui qui mange le fait pour le Seigneur, puisqu'il
rend grâce à Dieu. Et celui qui s'abstient le fait pour le Seigneur,
et il rend grâce à Dieu. |
|
King James Bible . [6] He that regardeth the day, regardeth it unto the Lord;
and he that regardeth not the day, to the Lord he doth not regard it. He that
eateth, eateth to the Lord, for he giveth God thanks; and he that eateth not,
to the Lord he eateth not, and giveth God thanks.
Luther-Bibel . 6 Wer auf den Tag achtet, der tut's im Blick auf den Herrn; wer
isst, der isst im Blick auf den Herrn, denn er dankt Gott; und wer nicht isst,
der isst im Blick auf den Herrn nicht und dankt Gott auch.
Tekstuitleg van Rom
14,6 .
Lezing op de : Rom 14,7-9 . Verwijzing
: Rom 14,7-9
.
Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor
zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan
sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. Daarvoor
is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en
levenden.
| Rom 14,7 - Rom
14,7 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
24ste
(vierentwintigste) zondag door het a-jaar |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 7oudeis gar èmôn eautô zè, kai oudeis eautô apothnèskei:
|
7 nemo enim nostrum sibi vivit et nemo sibi moritur |
Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand
sterft voor zichzelf alleen. |
7 Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand
sterft zichzelven. |
[7] Niemand van ons leeft immers voor zichzelf
alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen. |
[7] Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand
van ons sterft voor zichzelf. |
7 Want niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand
sterft voor zichzelf; |
7. En effet, nul d'entre nous ne vit pour soi-même,
comme nul ne meurt pour soi-même ; |
|
King James Bible . [7] For none of us liveth to himself, and no man dieth to
himself.
Luther-Bibel . 7 Denn unser keiner lebt sich selber, und keiner stirbt sich
selber.
Tekstuitleg van Rom
14,7 .
| Rom 14,8 - Rom
14,8 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
24ste
(vierentwintigste) zondag door het a-jaar |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 8ean te gar zômen, tô kuriô zômen, ean te apothnèskômen,
tô kuriô apothnèskomen. ean te oun zômen ean te apothnèskômen, tou
kuriou esmen. |
8 sive enim vivimus Domino vivimus sive morimur
Domino morimur sive ergo vivimus sive morimur Domini sumus |
Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven
wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren
wij toe. |
8 Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere;
hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij
leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren. |
[8] Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en
sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven,
Hem behoren wij toe. |
[8] Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en
wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of
sterven, we zijn altijd van de Heer. |
8 want als we leven leven wij voor de Heer en als
we sterven sterven wij voor de Heer; of wij dan leven of dat wij sterven,
wij zijn van de Heer! |
8. si nous vivons, nous vivons pour le Seigneur,
et si nous mourons, nous mourons pour le Seigneur. Donc, dans la vie
comme dans la mort, nous appartenons au Seigneur. |
|
King James Bible . [8] For whether we live, we live unto the Lord; and whether
we die, we die unto the Lord: whether we live therefore, or die, we are the
Lord's.
Luther-Bibel . 8 Leben wir, so leben wir dem Herrn; sterben wir, so sterben
wir dem Herrn. Darum: wir leben oder sterben, so sind wir des Herrn.
Tekstuitleg van Rom
14,8 .
| Rom 14,9 - Rom
14,9 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
24ste
(vierentwintigste) zondag door het a-jaar |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 9eis touto gar christos apethanen kai ezèsen ina
kai nekrôn kai zôntôn kurieusè. |
9 in hoc enim Christus et mortuus est et revixit
ut et mortuorum et vivorum dominetur |
Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden:
om Heer te zijn over doden en levenden. |
9 Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan,
en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden
heersen zou. |
[9] Daarvoor is Christus gestorven en weer levend
geworden: om Heer te zijn over doden en levenden. |
[9] Want Christus is gestorven en weer tot leven
gekomen om te heersen over de doden en de levenden. |
9 Want daartoe is Christus gestorven en levend
geworden: dat hij én over doden én over levenden Heer zal zijn! |
9. Car le Christ est mort et revenu à la vie pour
être le Seigneur des morts et des vivants. |
|
King James Bible . [9] For to this end Christ both died, and rose, and revived,
that he might be Lord both of the dead and living.
Luther-Bibel . 9 Denn dazu ist Christus gestorben und wieder lebendig geworden,
dass er über Tote und Lebende Herr sei.
Tekstuitleg van Rom
14,9 .
| Rom 14,10 - Rom
14,10 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 10su de ti krineis ton adelfon sou; è kai su ti
exoutheneis ton adelfon sou; pantes gar parastèsometha tô bèmati tou
theou: |
10 tu autem quid iudicas fratrem tuum aut tu quare
spernis fratrem tuum omnes enim stabimus ante tribunal Dei |
|
10 Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook
gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel
van Christus gesteld worden. |
[10] Met welk recht veroordeel jij je broeder? En
jij, waarom kleineer jij je broeder? Wij zullen allemaal verschijnen
voor de rechterstoel van God. |
[10] Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder
of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij
zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, |
10 Dus jij, wat oordeel je over je broeder–of–zuster?
Of ook jij, wat minacht jij je broeder–of–zuster? Want allen komen
wij eens te staan voor de rechterstoel van God. |
10. Mais toi, pourquoi juger ton frère ? et toi,
pourquoi mépriser ton frère ? Tous, en effet, nous comparaîtrons au
tribunal de Dieu, |
|
King James Bible . [10] But why dost thou judge thy brother? or why dost thou
set at nought thy brother? for we shall all stand before the judgment seat of
Christ.
Luther-Bibel . 10 Du aber, was richtest du deinen Bruder? Oder du, was verachtest
du deinen Bruder? Wir werden alle vor den Richterstuhl Gottes gestellt werden.
Tekstuitleg van Rom
14,10 .
| Rom 14,11 - Rom
14,11 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 11gegraptai gar, zô egô, legei kurios, oti emoi
kampsei pan gonu, kai pasa glôssa exomologèsetai tô theô. |
11 scriptum est enim vivo ego dicit Dominus quoniam
mihi flectet omne genu et omnis lingua confitebitur Deo |
|
11 Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere;
voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.
|
[11] Want er staat geschreven: Zowaar Ik leef, zegt
de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en ieders tong zal God
bejubelen. |
[11] want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef
– zegt de Heer –, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong
zal God loven.’ |
11 Want er is geschreven: ‘zowaar ik leef, zegt
de Heer: voor mij zal buigen alle knie, en alle tong zal lof toebrengen
aan God’. |
11. car il est écrit : Par ma vie, dit le Seigneur,
tout genou devant moi fléchira, et toute langue rendra gloire à Dieu.
|
|
King James Bible . [11] For it is written, As I live, saith the Lord, every
knee shall bow to me, and every tongue shall confess to God.
Luther-Bibel . 11 Denn es steht geschrieben (Jesaja 45,23): »So wahr ich
lebe, spricht der Herr, mir sollen sich alle Knie beugen, und alle Zungen sollen
Gott bekennen.«
Tekstuitleg van Rom
14,11 .
| Rom 14,12 - Rom
14,12 : Verdraagzaam zijn - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,1 - Rom
14,2 - Rom
14,3 - Rom
14,4 - Rom
14,5 - Rom
14,6 - Rom
14,7 - Rom
14,8 - Rom
14,9 - Rom
14,10 - Rom
14,11 - Rom
14,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 12ara [oun] ekastos èmôn peri eautou logon dôsei
[tô theô]. |
12 itaque unusquisque nostrum pro se rationem reddet
Deo |
|
12 Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven
Gode rekenschap geven. |
[12] Zo zal dan ieder van ons tegenover God rekenschap
moeten afleggen van zichzelf. |
[12] Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten
verantwoorden. |
12 Dus zal dan ieder van ons over zichzelf het woord
moeten doen bij God. |
12. C'est donc que chacun de nous rendra compte
à Dieu pour soi-même. |
|
King James Bible . [12] So then every one of us shall give account of himself
to God.
Luther-Bibel . 12 So wird nun jeder von uns für sich selbst Gott Rechenschaft
geben.
Tekstuitleg van Rom
14,12 .
Rom 14,13-23 . Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 -- Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 -
| Rom 14,13 - Rom
14,13 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 13mèketi oun allèlous krinômen: alla touto krinate
mallon, to mè tithenai proskomma tô adelfô è skandalon. |
13 non ergo amplius invicem iudicemus sed hoc iudicate
magis ne ponatis offendiculum fratri vel scandalum |
|
13 Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar
oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of
ergernis geeft. |
[13] Laten wij dus voortaan elkaar niet veroordelen;
neem u liever voor uw broeder geen aanstoot of ergernis te geven. |
[13] Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen,
maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun
niet te ergeren. |
13 Laten wij dan niet meer elkaar oordelen; nee,
laat liever dit uw oordeel zijn: aan de broeder–of–zuster geen aanstoot
of ergernis geven. |
13. Finissons-en donc avec ces jugements les uns
sur les autres : jugez plutôt qu'il ne faut rien mettre devant votre
frère qui le fasse buter ou tomber. - |
|
King James Bible . [13] Let us not therefore judge one another any more: but
judge this rather, that no man put a stumblingblock or an occasion to fall in
his brother's way.
Luther-Bibel . 13 Darum lasst uns nicht mehr einer den andern richten; sondern
richtet vielmehr darauf euren Sinn, dass niemand seinem Bruder einen Anstoß
oder Ärgernis bereite.
Tekstuitleg van Rom
14,13 .
| Rom 14,14 - Rom
14,14 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 14oida kai pepeismai en kuriô ièsou oti ouden koinon
di eautou: ei mè tô logizomenô ti koinon einai, ekeinô koinon. |
14 scio et confido in Domino Iesu quia nihil commune
per ipsum nisi ei qui existimat quid commune esse illi commune est
|
|
14 Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus,
dat geen ding onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te
zijn, dien is het onrein. |
[14] Ik weet, ik ben ervan overtuigd door mijn
verbondenheid met onze Heer Jezus, dat niets onrein is uit zichzelf.
Iets is alleen onrein voor hem die het als zodanig beschouwt. |
[14] Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik,
en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat
iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. |
14 In eenheid met de Heer Jezus weet ik en ben ik
ervan overtuigd dat niets op zichzelf profaan is; alleen als iemand
iets als profaan beschouwt, voor hem is het profaan. |
14. Je le sais, j'en suis certain dans le Seigneur
Jésus, rien n'est impur en soi, mais seulement pour celui qui estime
un aliment impur ; en ce cas il l'est pour lui. - |
|
King James Bible . [14] I know, and am persuaded by the Lord Jesus, that there
is nothing unclean of itself: but to him that esteemeth any thing to be unclean,
to him it is unclean.
Luther-Bibel . 14 Ich weiß und bin gewiss in dem Herrn Jesus, dass nichts
unrein ist an sich selbst; nur für den, der es für unrein hält,
ist es unrein.
Tekstuitleg van Rom
14,14 .
| Rom 14,15 - Rom
14,15 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 15ei gar dia brôma o adelfos sou lupeitai, ouketi
kata agapèn peripateis. mè tô brômati sou ekeinon apollue uper ou
christos apethanen. |
15 si enim propter cibum frater tuus contristatur
iam non secundum caritatem ambulas noli cibo tuo illum perdere pro
quo Christus mortuus est |
|
15 Maar indien uw broeder om der spijze wil bedroefd
wordt, zo wandelt gij niet meer naar liefde. Verderf dien niet met
uw spijze, voor welken Christus gestorven is. |
[15] Maar als jij* je broeder grieft door een bepaalde
spijs te gebruiken, handel je niet meer volgens de liefde. Stort met
je eten niet iemand in het verderf voor wie Christus is gestorven.
|
[15] Als u dus uw broeder of zuster kwetst door
wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen
voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel
dat u eet. |
15 Maar als je broeder–of–zuster door een spijze
wordt bedroefd, dan wandel je niet meer overeenkomstig liefde; richt
niet door jouw spijze hem–of–haar te gronde voor wie Christus is gestorven!
|
15. En effet, si pour un aliment ton frère est contristé,
tu ne te conduis plus selon la charité. Ne va pas avec ton aliment
faire périr celui-là pour qui le Christ est mort ! |
|
King James Bible . [15] But if thy brother be grieved with thy meat, now walkest
thou not charitably. Destroy not him with thy meat, for whom Christ died.
Luther-Bibel . 15 Wenn aber dein Bruder wegen deiner Speise betrübt wird,
so handelst du nicht mehr nach der Liebe. Bringe nicht durch deine Speise den
ins Verderben, für den Christus gestorben ist.
Tekstuitleg van Rom
14,15 .
| Rom 14,16 - Rom
14,16 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 16mè blasfèmeisthô oun umôn to agathon. |
16 non ergo blasphemetur bonum nostrum |
|
16 Dat dan uw goed niet gelasterd worde. |
[16] Bezorg je goede* zaak geen slechte naam. |
[16] Breng het goede dat God u schenkt geen schade
toe, |
16 Laat dan wat ge aan goed hebt niet belasterd
worden. |
16. N'exposez donc pas votre privilège à l'outrage.
|
|
King James Bible . [16] Let not then your good be evil spoken of:
Luther-Bibel . 16 Es soll doch nicht verlästert werden, was ihr Gutes habt.
Tekstuitleg van Rom
14,16 .
| Rom 14,17 - Rom
14,17 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 17ou gar estin è basileia tou theou brôsis kai
posis, alla dikaiosunè kai eirènè kai chara en pneumati agiô: |
17 non est regnum Dei esca et potus sed iustitia
et pax et gaudium in Spiritu Sancto |
|
17 Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank,
maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen
Geest. |
[17] Het koninkrijk van God is geen kwestie van
spijs en drank, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige
Geest. |
[17] want het koninkrijk van God is geen zaak van
eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de
heilige Geest. |
17 Want het koninkrijk van God is niet spijs en
drank, maar gerechtigheid en vrede en vreugde, in de heilige Geest.
|
17. Car le règne de Dieu n'est pas affaire de nourriture
ou de boisson, il est justice, paix et joie dans l'Esprit Saint. |
|
King James Bible . [17] For the kingdom of God is not meat and drink; but righteousness,
and peace, and joy in the Holy Ghost.
Luther-Bibel . 17 Denn das Reich Gottes ist nicht Essen und Trinken, sondern
Gerechtigkeit und Friede und Freude in dem Heiligen Geist.
Tekstuitleg van Rom
14,17 .
| Rom 14,18 - Rom
14,18 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 18o gar en toutô douleuôn tô christô euarestos tô
theô kai dokimos tois anthrôpois. |
18 qui enim in hoc servit Christo placet Deo et
probatus est hominibus |
|
18 Want die Christus in deze dingen dient, is Gode
welbehagelijk, en aangenaam den mensen. |
[18] Wie op deze wijze Christus dient, is God welgevallig
en geacht bij de mensen. |
[18] Wie Christus zo dient, doet wat God wil en
wordt door de mensen gerespecteerd. |
18 Want wie hierin de Christus dienstbaar is is
welgevallig aan God en gewaardeerd bij de mensen. |
18. Celui en effet qui sert le Christ de la sorte
est agréable à Dieu et approuvé des hommes. |
|
King James Bible . [18] For he that in these things serveth Christ is acceptable
to God, and approved of men.
Luther-Bibel . 18 Wer darin Christus dient, der ist Gott wohlgefällig und
bei den Menschen geachtet.
Tekstuitleg van Rom
14,18 .
| Rom 14,19 - Rom
14,19 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 19ara oun ta tès eirènès diôkômen kai ta tès oikodomès
tès eis allèlous: |
19 itaque quae pacis sunt sectemur et quae aedificationis
sunt in invicem |
|
19 Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede,
en hetgeen tot de stichting onder elkander dient. |
[19] Laten wij dus nastreven wat de vrede en de
opbouw van onze gemeenschap bevordert. |
[19] Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert
en naar wat opbouwend is voor elkaar. |
19 Dus laten we dan najagen wat de vrede dient en
de opbouw naar elkaar toe. |
19. Poursuivons donc ce qui favorise la paix et
l'édification mutuelle. |
|
King James Bible . [19] Let us therefore follow after the things which make
for peace, and things wherewith one may edify another.
Luther-Bibel . 19 Darum lasst uns dem nachstreben, was zum Frieden dient und
zur Erbauung untereinander.
Tekstuitleg van Rom
14,19 .
| Rom 14,20 - Rom
14,20 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 20mè eneken brômatos katalue to ergon tou theou.
panta men kathara, alla kakon tô anthrôpô tô dia proskommatos esthionti.
|
20 noli propter escam destruere opus Dei omnia
quidem munda sunt sed malum est homini qui per offendiculum manducat
|
|
20 Verbreek het werk van God niet om der spijze
wil. Alle dingen zijn wel rein; maar het is kwaad den mens, die met
aanstoot eet. |
[20] Breek Gods werk niet af ter wille van voedsel.
Zeker, alles is rein, maar het wordt slecht wanneer men door zijn
eten aanstoot geeft*. |
[20] Breek het werk van God niet af omwille van
wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om
iets te eten dat iemand aanstoot geeft. |
20 Breek vanwege een spijze het werk van God niet
af; alle dingen zijn wel rein, maar iets is kwaad voor de mens die
door aanstoot heen moet eten. |
20. Ne va pas pour un aliment détruire l'œuvre
de Dieu. Tout est pur assurément, mais devient un mal pour l'homme
qui mange en donnant du scandale. |
|
King James Bible . [20] For meat destroy not the work of God. All things indeed
are pure; but it is evil for that man who eateth with offence.
Luther-Bibel . 20 Zerstöre nicht um der Speise willen Gottes Werk. Es ist
zwar alles rein; aber es ist nicht gut für den, der es mit schlechtem Gewissen
isst.
Tekstuitleg van Rom
14,20 .
| Rom 14,21 - Rom
14,21 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 21kalon to mè fagein krea mède piein oinon mède
en ô o adelfos sou proskoptei. |
21 bonum est non manducare carnem et non bibere
vinum neque in quo frater tuus offendit aut scandalizatur aut infirmatur
|
|
21 Het is goed geen vlees te eten, noch wijn te
drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geërgerd wordt,
of waarin hij zwak is. |
[21] Het is goed geen vlees te gebruiken, geen wijn
of wat ook, wanneer je broeder daardoor geërgerd wordt. |
[21] Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder
of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. |
21 Het is goed geen vlees te eten en geen wijn
te drinken, en niets te doen waaraan je broeder–of–zuster aanstoot
neemt. |
21. Ce qui est bien, c'est de s'abstenir de viande
et de vin et de tout ce qui fait buter ou tomber ou faiblir ton frère. |
|
King James Bible . [21] It is good neither to eat flesh, nor to drink wine,
nor any thing whereby thy brother stumbleth, or is offended, or is made weak.
Luther-Bibel . 21 Es ist besser, du isst kein Fleisch und trinkst keinen Wein
und tust nichts, woran sich dein Bruder stößt.
Tekstuitleg van Rom
14,21 .
| Rom 14,22 - Rom
14,22 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 22su pistin [èn] echeis kata seauton eche enôpion
tou theou. makarios o mè krinôn eauton en ô dokimazei: |
22 tu fidem habes penes temet ipsum habe coram Deo
beatus qui non iudicat semet ipsum in eo quo probat |
|
22 Hebt gij geloof? hebt dat bij uzelven voor God.
Zalig is hij, die zichzelven niet oordeelt in hetgeen hij voor goed
houdt. |
[22] Behoud intussen je eigen overtuiging, ten overstaan
van God. Gelukkig is hij die zich bij zijn beslissing niets heeft
te verwijten. |
[22] Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen
u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging,
|
22 Jij, het geloof dat je hebt, houd dat als iets
van jezelf voor het aanschijn van God. Zalig wie zichzelf niet hoeft
te oordelen in wat hij goed acht! |
22. Cette foi que tu as, garde-la pour toi devant
Dieu. Heureux qui ne se juge pas coupable au moment même où il se
décide. |
|
King James Bible . [22] Hast thou faith? have it to thyself before God. Happy
is he that condemneth not himself in that thing which he alloweth.
Luther-Bibel . 22 Den Glauben, den du hast, behalte bei dir selbst vor Gott.
Selig ist, der sich selbst nicht zu verurteilen braucht, wenn er sich prüft.
Tekstuitleg van Rom
14,22 .
| Rom 14,23 - Rom
14,23 : Geen aanstoot geven - bijbeloverzicht
-- bijbelverwijzingen
- Rom (Rome)
-- Rom 14 --
Rom
14,13 - Rom
14,14 - Rom
14,15 - Rom
14,16 - Rom
14,17 - Rom
14,18 - Rom
14,19 - Rom
14,20 - Rom
14,21 - Rom
14,22 - Rom
14,23 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
|
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 23o de diakrinomenos ean fagè katakekritai, oti
ouk ek pisteôs: pan de o ouk ek pisteôs amartia estin. |
23 qui autem discernit si manducaverit damnatus
est quia non ex fide omne autem quod non ex fide peccatum est |
|
23 Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld,
omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is,
dat is zonde. |
[23] Maar wie twijfelt en toch eet, is al veroordeeld,
omdat hij niet volgens zijn geloofsovertuiging handelt. Alles wat
niet steunt op die overtuiging is zondig. |
[23] maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is
op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet
voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig. |
23 Maar wie in zijn oordeel twijfelt als hij eet,
is al veroordeeld, omdat het niet uit geloof is; en alles wat niet
uit geloof is, is zonde. |
23. Mais celui qui mange malgré ses doutes est
condamné, parce qu'il agit sans bonne foi et que tout ce qui ne procède
pas de la bonne foi est péché. |
|
King James Bible . [23] And he that doubteth is damned if he eat, because he
eateth not of faith: for whatsoever is not of faith is sin.
Luther-Bibel . 23 Wer aber dabei zweifelt und dennoch isst, der ist gerichtet,
denn es kommt nicht aus dem Glauben. Was aber nicht aus dem Glauben kommt, das
ist Sünde.
Tekstuitleg van Rom
14,23 .
1ton de asthenounta tè pistei proslambanesthe, mè eis diakriseis dialogismôn.
2os men pisteuei fagein panta, o de asthenôn lachana esthiei. 3o esthiôn ton
mè esthionta mè exoutheneitô, o de mè esthiôn ton esthionta mè krinetô, o theos
gar auton proselabeto. 4su tis ei o krinôn allotrion oiketèn; tô idiô kuriô
stèkei è piptei: stathèsetai de, dunatei gar o kurios stèsai auton. 5os men
[gar] krinei èmeran par èmeran, os de krinei pasan èmeran: ekastos en tô idiô
noi plèroforeisthô. 6o fronôn tèn èmeran kuriô fronei: kai o esthiôn kuriô esthiei,
eucharistei gar tô theô: kai o mè esthiôn kuriô ouk esthiei, kai eucharistei
tô theô. 7oudeis gar èmôn eautô zè, kai oudeis eautô apothnèskei: 8ean te gar
zômen, tô kuriô zômen, ean te apothnèskômen, tô kuriô apothnèskomen. ean te
oun zômen ean te apothnèskômen, tou kuriou esmen. 9eis touto gar christos apethanen
kai ezèsen ina kai nekrôn kai zôntôn kurieusè. 10su de ti krineis ton adelfon
sou; è kai su ti exoutheneis ton adelfon sou; pantes gar parastèsometha tô bèmati
tou theou: 11gegraptai gar, zô egô, legei kurios, oti emoi kampsei pan gonu,
kai pasa glôssa exomologèsetai tô theô. 12ara [oun] ekastos èmôn peri eautou
logon dôsei [tô theô]. 13mèketi oun allèlous krinômen: alla touto krinate mallon,
to mè tithenai proskomma tô adelfô è skandalon. 14oida kai pepeismai en kuriô
ièsou oti ouden koinon di eautou: ei mè tô logizomenô ti koinon einai, ekeinô
koinon. 15ei gar dia brôma o adelfos sou lupeitai, ouketi kata agapèn peripateis.
mè tô brômati sou ekeinon apollue uper ou christos apethanen. 16mè blasfèmeisthô
oun umôn to agathon. 17ou gar estin è basileia tou theou brôsis kai posis, alla
dikaiosunè kai eirènè kai chara en pneumati agiô: 18o gar en toutô douleuôn
tô christô euarestos tô theô kai dokimos tois anthrôpois. 19ara oun ta tès eirènès
diôkômen kai ta tès oikodomès tès eis allèlous: 20mè eneken brômatos katalue
to ergon tou theou. panta men kathara, alla kakon tô anthrôpô tô dia proskommatos
esthionti. 21kalon to mè fagein krea mède piein oinon mède en ô o adelfos sou
proskoptei. 22su pistin [èn] echeis kata seauton eche enôpion tou theou. makarios
o mè krinôn eauton en ô dokimazei: 23o de diakrinomenos ean fagè katakekritai,
oti ouk ek pisteôs: pan de o ouk ek pisteôs amartia estin.
1 infirmum autem in fide adsumite non in disceptationibus cogitationum 2 alius
enim credit manducare omnia qui autem infirmus est holus manducat 3 is qui manducat
non manducantem non spernat et qui non manducat manducantem non iudicet Deus
enim illum adsumpsit 4 tu quis es qui iudices alienum servum suo domino stat
aut cadit stabit autem potens est enim Deus statuere illum 5 nam alius iudicat
diem plus inter diem alius iudicat omnem diem unusquisque in suo sensu abundet
6 qui sapit diem Domino sapit et qui manducat Domino manducat gratias enim agit
Deo et qui non manducat Domino non manducat et gratias agit Deo 7 nemo enim
nostrum sibi vivit et nemo sibi moritur 8 sive enim vivimus Domino vivimus sive
morimur Domino morimur sive ergo vivimus sive morimur Domini sumus 9 in hoc
enim Christus et mortuus est et revixit ut et mortuorum et vivorum dominetur
10 tu autem quid iudicas fratrem tuum aut tu quare spernis fratrem tuum omnes
enim stabimus ante tribunal Dei 11 scriptum est enim vivo ego dicit Dominus
quoniam mihi flectet omne genu et omnis lingua confitebitur Deo 12 itaque unusquisque
nostrum pro se rationem reddet Deo 13 non ergo amplius invicem iudicemus sed
hoc iudicate magis ne ponatis offendiculum fratri vel scandalum 14 scio et confido
in Domino Iesu quia nihil commune per ipsum nisi ei qui existimat quid commune
esse illi commune est 15 si enim propter cibum frater tuus contristatur iam
non secundum caritatem ambulas noli cibo tuo illum perdere pro quo Christus
mortuus est 16 non ergo blasphemetur bonum nostrum 17 non est regnum Dei esca
et potus sed iustitia et pax et gaudium in Spiritu Sancto 18 qui enim in hoc
servit Christo placet Deo et probatus est hominibus 19 itaque quae pacis sunt
sectemur et quae aedificationis sunt in invicem 20 noli propter escam destruere
opus Dei omnia quidem munda sunt sed malum est homini qui per offendiculum manducat
21 bonum est non manducare carnem et non bibere vinum neque in quo frater tuus
offendit aut scandalizatur aut infirmatur 22 tu fidem habes penes temet ipsum
habe coram Deo beatus qui non iudicat semet ipsum in eo quo probat 23 qui autem
discernit si manducaverit damnatus est quia non ex fide omne autem quod non
ex fide peccatum est