- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel |
Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 -
| Hnd 5,1 - Hnd 5,1 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] But a certain man named Ananias, with Sapphira his wife,
sold a possession,
Luther-Bibel . 1 Ein Mann aber mit Namen Hananias samt seiner Frau Saphira verkaufte
einen Acker,
Tekstuitleg van Hnd 5,1 . Dit vers Hnd 5,1 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Hnd 5,1 is 6576 ( 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 137) .
1. 9. anèr (man) . Taalgebruik : anèr
(man) , zie Lc
5,12 . Het komt in 480 verzen in de bijbel voor . In 432 verzen in het O.T.
. In achtenveertig verzen in het N.T. . In negen verzen bij Lucas : In veertien
verzen in Hnd :
(1) Hnd
3,2 (kai tis anèr chôlos... = en een man , lam ...) .
(2) Hnd
5,1 (anèr de tis Ananias onomati = een man echter, Ananias met name)
.
(3) Hnd
8,9 (anèr de tis onomati Sumeôn = een man echter, met name
Simeon) .
(4) Hnd
8,27 (kai idou anèr Aithiops = en zie een Ethiopisch man) .
(5) Hnd
10,1 (anèr de tis en Kaisareiai onomati Kornèlios = een man
echter in Caesarea, met name Cornelius) .
(6) Hnd
10,28 (Cornelius - anèr dikaios kai foboumenos ton theon = een rechtvaardig
en godvrezend man) .
(7) Hnd
10,30 (kai idou anèr - Paulus - = en zie een man) .
(8) Hnd 11,24
(Barnabas - hoti èn anèr agathos kai plèrès pneumatos
hagiou kai pisteôs = want hij was een goed man en vol van heilige geest
en van geloof) .
(9) Hnd
14,8 (kai tis anèr = en een man) .
(10) Hnd
16,9 (anèr Makedôn tis = een Macedoniër) .
(11) Hnd
18,24 (Apollo - anèr logios = een welbespraakt man) .
(12) Hnd
22,3 (egô eimi anèr Ioudaios = ik ben een jood) .
(13) Hnd
22,12 (Ananias de tis, anèr eulabès... = Een Ananias, een
godsvruchtig man) .
(14) Hnd
25,14 (anèr tis = welke man) .
1. - 3. In vijf van de veertien verzen in Hnd staat anèr (man) vooraan de zin : (2) Hnd 5,1 . (3) Hnd 8,9 . (5) Hnd 10,1 . (10) Hnd 16,9 . (14) Hnd 25,14 . In drie verzen ervan : (2) Hnd 5,1 . (3) Hnd 8,9 . (5) Hnd 10,1 wordt het woord anèr (man) gevolgd door het partikel de (echter) en het onbepaald voornaamwoord tis (een bepaald iemand) . In deze drie verzen wordt dan de concrete naam gegeven : (2) Hnd 5,1 (anèr de tis Ananias onomati = een man echter, Ananias met name) . (3) Hnd 8,9 (anèr de tis onomati Sumeôn = een man echter, met name Simeon) . (5) Hnd 10,1 (anèr de tis en Kaisareiai onomati Kornèlios = een man echter in Caesarea, met name Cornelius) . Deze constructie vinden we ook in Hnd 18,24 waar Ioudaious (jood) het woord anèr (man) vervangt ; wellicht omdat anèr (man) nog verder in de zin vermeld wordt . Hnd 18,24 (Ioudaios de tis Apollôs onomati = een jood echter , Apollo met name ) .
4. Anananias (Ananias) , zie Hnd 5,1 . In negentien verzen in de bijbel . O.T. (11) . N.T. (8) en wel in Hnd : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 9,10 . (4) Hnd 9,13 . (5) Hnd 9,17 . (6) Hnd 22,12 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 24,1 .
5. dat. onz. enk. onomati (met naam) van het zelfst. naamw. onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in Hnd : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Hnd (35) : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
1. - 4. anèr de tis onomati (een bepaalde man echter met naam) . In het N.T. slechts in dit vers Hnd 5,1 .
| Hnd 5,2 - Hnd 5,2 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] And kept back part of the price, his wife also being
privy to it, and brought a certain part, and laid it at the apostles' feet.
Luther-Bibel . 2 doch er hielt mit Wissen seiner Frau etwas von dem Geld zurück
und brachte nur einen Teil und legte ihn den Aposteln zu Füßen.
Tekstuitleg van Hnd 5,2 .
| Hnd 5,3 - Hnd 5,3 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] But Peter said, Ananias, why hath Satan filled thine
heart to lie to the Holy Ghost, and to keep back part of the price of the land?
Luther-Bibel . 3 Petrus aber sprach: Hananias, warum hat der Satan dein Herz
erfüllt, dass du den Heiligen Geist belogen und etwas vom Geld für
den Acker zurückbehalten hast?
Tekstuitleg van Hnd 5,3 .
| Hnd 5,4 - Hnd 5,4 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] Whiles it remained, was it not thine own? and after
it was sold, was it not in thine own power? why hast thou conceived this thing
in thine heart? thou hast not lied unto men, but unto God.
Luther-Bibel . 4 Hättest du den Acker nicht behalten können, als du
ihn hattest? Und konntest du nicht auch, als er verkauft war, noch tun, was
du wolltest? Warum hast du dir dies in deinem Herzen vorgenommen? Du hast nicht
Menschen, sondern Gott belogen.
Tekstuitleg van Hnd 5,4 .
| Hnd 5,5 - Hnd 5,5 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] And Ananias hearing these words fell down, and gave
up the ghost: and great fear came on all them that heard these things.
Luther-Bibel . 5 Als Hananias diese Worte hörte, fiel er zu Boden und gab
den Geist auf. Und es kam eine große Furcht über alle, die dies hörten.
Tekstuitleg van Hnd 5,5 .
4. Anananias (Ananias) , zie Hnd 5,1 . In negentien verzen in de bijbel . O.T. (11) . N.T. (8) en wel in Hnd : (1) Hnd 5,1 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 9,10 . (4) Hnd 9,13 . (5) Hnd 9,17 . (6) Hnd 22,12 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 24,1 .
12. nom. mann. enk. zelfst. naamw. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het N.T. : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Hnd : fobos (vrees, fobie) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . In Hnd : 2 vormen van fobos (vrees, fobie) in 4 hoofdstukken en in 5 verzen : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 9,31 . (5) Hnd 19,17 .
fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) , zie Mc 1,27 ; zie eveneens jâr´â (vrezen, eerbied hebben) , zie Ps 111,10 . Zelfstandig naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud . In achtentachtig verzen in de bijbel . In elf verzen in het N.T. . Niet bij Matteüs. Niet bij Marcus. In drie verzen bij Lucas : (1) Lc 1,12 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 7,16 . Niet in Johannes . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . Brieven (4) .
17. akouontas (horende) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Tegenwoordig deelwoord accusatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In zes verzen in de bijbvel . Hnd (5) : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 17,8 . (5) Hnd 26,29 . Tenslotte : 1 Tim 4,16 .
15. -17. pantas tous akouontas (al wie hoort) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . In vier verzen in het N.T. : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 26,29 .
15. - 18. pantas tous akouontas tauta (al wie dat hoort) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . In drie verzen in het N.T. : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 17,8 .
| Hnd 5,6 - Hnd 5,6 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And the young men arose, wound him up, and carried him
out, and buried him.
Luther-Bibel . 6 Da standen die jungen Männer auf und deckten ihn zu und
trugen ihn hinaus und begruben ihn.
Tekstuitleg van Hnd 5,6 .
Hnd 5,7 - Hnd
5,7 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van
de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Hnd (Handelingen)
-- Hnd 5 --
Hnd 5,1-16
-- Hnd
5,1 - Hnd
5,2 - Hnd
5,3 - Hnd
5,4 - Hnd
5,5 - Hnd
5,6 - Hnd
5,7 - Hnd
5,8 - Hnd
5,9 - Hnd
5,10 - Hnd
5,11 - Hnd
5,12 - Hnd
5,13 - Hnd
5,14 - Hnd
5,15 - Hnd
5,16 -
|
King James Bible . [7] And it was about the space of three hours after, when
his wife, not knowing what was done, came in.
Luther-Bibel . 7 Es begab sich nach einer Weile, etwa nach drei Stunden, da
kam seine Frau herein und wusste nicht, was geschehen war.
Tekstuitleg van Hnd 5,7 .
| Hnd 5,8 - Hnd 5,8 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] And Peter answered unto her, Tell me whether ye sold
the land for so much? And she said, Yea, for so much.
Luther-Bibel . 8 Aber Petrus sprach zu ihr: Sag mir, habt ihr den Acker für
diesen Preis verkauft? Sie sprach: Ja, für diesen Preis.
Tekstuitleg van Hnd 5,8 .
| Hnd 5,9 - Hnd 5,9 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] Then Peter said unto her, How is it that ye have agreed
together to tempt the Spirit of the Lord? behold, the feet of them which have
buried thy husband are at the door, and shall carry thee out.
Luther-Bibel . 9 Petrus aber sprach zu ihr: Warum seid ihr euch denn einig geworden,
den Geist des Herrn zu versuchen? Siehe, die Füße derer, die deinen
Mann begraben haben, sind vor der Tür und werden auch dich hinaustragen.
Tekstuitleg van Hnd 5,9 .
| Hnd 5,10 - Hnd 5,10 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] Then fell she down straightway at his feet, and yielded
up the ghost: and the young men came in, and found her dead, and, carrying her
forth, buried her by her husband.
Luther-Bibel . 10 Und sogleich fiel sie zu Boden, ihm vor die Füße,
und gab den Geist auf. Da kamen die jungen Männer und fanden sie tot, trugen
sie hinaus und begruben sie neben ihrem Mann.
Tekstuitleg van Hnd 5,10 .
| Hnd 5,11 - Hnd 5,11 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And great fear came upon all the church, and upon as
many as heard these things.
Luther-Bibel . 11 Und es kam eine große Furcht über die ganze Gemeinde
und über alle, die das hörten.
Tekstuitleg van Hnd 5,11 .
3. nom. mann. enk. zelfst. naamw. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het N.T. : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Hnd : fobos (vrees, fobie) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . In Hnd : 2 vormen van fobos (vrees, fobie) in 4 hoofdstukken en in 5 verzen : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 9,31 . (5) Hnd 19,17 .
13. akouontas (horende) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Tegenwoordig deelwoord accusatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In zes verzen in de bijbvel . Hnd (5) : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 17,8 . (5) Hnd 26,29 . Tenslotte : 1 Tim 4,16 .
11. - 13. pantas tous akouontas (al wie hoort) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . In vier verzen in het N.T. : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 10,44 . (4) Hnd 26,29 .
11. - 14. pantas tous akouontas tauta (al wie dat hoort) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . In drie verzen in het N.T. : (1) Hnd 5,5 . (2) Hnd 5,11 . (3) Hnd 17,8 .
Eerste lezing op 2de
(tweede) paaszondag C : Hnd 5,12-16 (Taalgebruik
: Hnd
5,12-16) :
Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het
volk. Allen waren eensgezind en kwamen te zamen in de Zuilengang van Salomo.
Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen
ook prees. Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten
zich in grote groepen bij hen aan. Men bracht zelfs de zieken op straat, ze
werden neergelegd de een op een bed, de ander op een draagbaar, in de hoop dat
als Petrus voorbijging tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Zelfs
uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe. Zij brachten zieken
mee en mensen die van onreine geesten te lijden hadden; en allen werden genezen.
| Hnd 5,12 - Hnd 5,12 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And by the hands of the apostles were many signs and
wonders wrought among the people; (and they were all with one accord in Solomon's
porch.
Luther-Bibel . 12 Es geschahen aber viele Zeichen und Wunder im Volk durch die
Hände der Apostel; und sie waren alle in der Halle Salomos einmütig
beieinander.
Tekstuitleg van Hnd 5,12 .
6. nom. + mann. vr. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa,
pan (ieder, elk) . Taalgebruik in het N.T. : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
7. ind. imperf. 3de pers. enk. egineto van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Taalgebruik in Hnd : ginomai (worden) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,12 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Hnd (118) , in Hnd 5 (6) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . In Hnd : X vormen van ginomai (worden, gebeuren) in 25 hoofdstukken en in 118 verzen .
17. homothumadon (gelijkgezind) . Taalgebruik : homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) , zie Hnd 1,14 . homoios : gelijkend . thumos : opwelling , hardstocht . Bijwoord . In veertig verzen in de bijbel . In negenentwintig verzen in het O.T. . In elf verzen in het N.T. . In tien verzen in Hnd . In één vers in Rom . (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,46 . (3) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 7,57 . (6) Hnd 8,6 . (7) Hnd 12,20 . (8) Hnd 15,25 . (9) Hnd 18,12 . (10) Hnd 19,29 .
| Hnd 5,13 - Hnd 5,13 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And of the rest durst no man join himself to them:
but the people magnified them.
Luther-Bibel . 13 Von den andern aber wagte keiner, ihnen zu nahe zu kommen;
doch das Volk hielt viel von ihnen.
Tekstuitleg van Hnd 5,13 .
| Hnd 5,14 - Hnd 5,14 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And believers were the more added to the Lord, multitudes
both of men and women.)
Luther-Bibel . 14 Desto mehr aber wuchs die Zahl derer, die an den Herrn glaubten
- eine Menge Männer und Frauen -,
Tekstuitleg van Hnd 5,14 .
| Hnd 5,15 - Hnd 5,15 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] Insomuch that they brought forth the sick into the
streets, and laid them on beds and couches, that at the least the shadow of
Peter passing by might overshadow some of them.
Luther-Bibel . 15 sodass sie die Kranken sogar auf die Straßen hinaustrugen
und sie auf Betten und Bahren legten, damit, wenn Petrus käme, wenigstens
sein Schatten auf einige von ihnen fiele.
Tekstuitleg van Hnd 5,15 .
| Hnd 5,16 - Hnd 5,16 : Hnd 5,1-16 . Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5 -- Hnd 5,1-16 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] There came also a multitude out of the cities round
about unto Jerusalem, bringing sick folks, and them which were vexed with unclean
spirits: and they were healed every one.
Luther-Bibel . 16 Es kamen auch viele aus den Städten rings um Jerusalem
und brachten Kranke und solche, die von unreinen Geistern geplagt waren; und
alle wurden gesund.
Tekstuitleg van Hnd 5,16 .
Hnd 5,16.1. ind. imperf. 3de pers. enk. sunèrcheto van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het N.T. : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Lc : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Hnd : sunerchomai (samenkomen) . Hnd (1) Hnd 5,16 . Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Hnd (17) : (1) Hnd 1,6 . (2) Hnd 1,21 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 9,39 . (6) Hnd 10,23 . (7) Hnd 10,27 . (8) Hnd 10,45 . (9) Hnd 11,12 . (10) Hnd 15,38 . (11) Hnd 16,13 . (12) Hnd 19,32 . (13) Hnd 21,16 . (14) Hnd 21,22 . (15) Hnd 22,30 . (16) Hnd 25,17 . (17) Hnd 28,17 . In Hnd : 10 vormen van sunerchomai (samenkomen) in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .
Hnd 5,16.5. nom. + acc. onz. enk. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het N.T. : plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in Hnd : plèthos (menigte, veelheid) . Hnd (12) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 5,16 . (3) Hnd 6,2 . (4) Hnd 14,1 . (5) Hnd 14,4 . (6) Hnd 15,12 . (7) Hnd 15,30 . (8) Hnd 17,4 . (9) Hnd 21,36 . (10) Hnd 23,7 . (11) Hnd 25,24 . (12) Hnd 28,3 . Een vorm van plèthos (menigte, veelheid) in Lc in 17 verzen : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 5,14 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 6,2 . (6) Hnd 6,5 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 14,4 . (9) Hnd 15,12 . (10) Hnd 15,30 . (11) Hnd 17,4 . (12) Hnd 19,9 . (13) Hnd 21,22 . (14) Hnd 21,36 . (15) Hnd 23,7 . (16) Hnd 25,24 . (17) Hnd 28,3 . In Hnd : 3 vormen in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .
Hnd 5,16.19.
nom. + mann. vr. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa, pan
(ieder, elk) . Taalgebruik in het N.T. : pas
(ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas
(ieder, elk) . Hnd (33) : (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
Hnd 5,17- 42 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 -- Hnd 5,1 - Hnd 5,2 - Hnd 5,3 - Hnd 5,4 - Hnd 5,5 - Hnd 5,6 - Hnd 5,7 - Hnd 5,8 - Hnd 5,9 - Hnd 5,10 - Hnd 5,11 - Hnd 5,12 - Hnd 5,13 - Hnd 5,14 - Hnd 5,15 - Hnd 5,16 - Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 -
| Hnd 5,17 - Hnd 5,17 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [17] Then the high priest rose up, and all they that were
with him, (which is the sect of the Sadducees,) and were filled with indignation,
Luther-Bibel . 17 Es erhoben sich aber der Hohepriester und alle, die mit ihm
waren, nämlich die Partei der Sadduzäer, von Eifersucht erfüllt,
Tekstuitleg van Hnd 5,17 . Dit vers Hnd 5,17 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 79 letters . De getalwaarde van Hnd 5,17 is 10182 (2 X 3 X 1697) .
4. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik : archiereis (hogepriesters) , zie Mt 2,4 . De eerste in de rij van priesters . De nominatief enkelvoud archiereus (priester) komt in zevenendertig verzen in de bijbel voor . O.T. (9) . N.T. (28) . Mt (3) . Mc (3) . Joh (4) . Hnd (9) . In negen verzen in de Hebreeënbrief .In negen verzen in Handelingen : (1) Hnd 4,6 . (2) Hnd 5,17 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,27 . (5) Hnd 7,1 . (6) Hnd 22,5 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 23,5 . (9) Hnd 24,1 .
15. eplèsthèsan (zij werden vervuld) . Taalgebruik : pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 . Passief aorist derde persoon meervoud . In twaalf verzen in het N.T. : (1) Lc 1,23 . (2) Lc 2,6 . (3) Lc 2,21 . (4) Lc 2,22 . (5) Lc 4,28 . (6) Lc 5,26 . (7) Lc 6,11 . (8) Hnd 2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld van heilige geest) . (9) Hnd 3,10 . (10) Hnd 4,31 (eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld van de heilige geest) . (11) Hnd 5,17 . (12) Hnd 13,45 .
16. zèlos (ijverzucht, afgunst)
. Taalgebruik : zèlos
(ijverzucht, afgunst) , zie Hnd
5,17 .
- zèlou (van ijver) . Genitief mannelijk enkelvoud . In zeven verzen
in de bijbel . In vijf verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. : (1)
Hnd 5,17
. (2) Hnd 13,45
.
- zèlôtès (ijveraar, strijder - strijdvaardig, ijverzuchtig)
. In negen verzen in de bijbel . In zes verzen in het O.T. , telkens theos zèlôtès
: een strijdvaardige God . In drie verzen in het N.T. : (1) Hnd
1,13 . (2) Hnd
22,3 . (3) Gal
1,14 .
- zèlos - Latijn : zelus - (ijver) . In achtentwintig verzen in de bijbel
. In twintig verzen in het O.T. . In acht verzen in het N.T.
15. - 16. eplèsthèsan zèlou (zij werden vervuld van ijver)
. In twee verzen in het N.T. :
(1) Hnd 5,17
. Het conflict tussen de hogepriester en de Sadduceeën enerzijds en de
apostelen anderzijds .
(12) Hnd 13,45
. Het optreden van Paulus en Barnabas op een tweede sabbatdag in Antiochië
van Pisidië .
| Hnd 5,18 - Hnd 5,18 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And laid their hands on the apostles, and put them
in the common prison.
Luther-Bibel . 18 und legten Hand an die Apostel und warfen sie in das öffentliche
Gefängnis.
Tekstuitleg van Hnd 5,18
2. epebalon (zij legden op) . Actief aorist derde persoon meervoud . Taalgebruik:
ballô
(werpen, gooien), zie Mt
8,14 . Zie eveneens : jad
(hand) , zie Ps
31,6 - cheir
(hand) , zie Lc
23,46 . In acht verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In vijf
verzen in het N.T. :
(1) Mt
26,50 : tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton Ièsoun (en
naderbijgekomen sloegen zij de handen op op Jezus) .
(2) Mc
14,46 : oi de epebalon tas cheiras autôi (zij echter sloegen de handen op
hem) .
(3) Hnd
4,3 : kai epebalon autois tas cheiras (en zij sloegen op hen de handen)
.
(4) Hnd
5,18 : kai epebalon tas cheiras epi tous apostolous (en zij sloegen de handen
op op de apostelen) .
(5) Hnd
21,27 : kai epebalon ep'auton tas cheiras (en zij sloegen op op hem de handen)
.
In de apokalyptische rede schrijft Lucas in Lc
21,12 : epibalousin ef'humas tas cheiras autôn = zij zullen op jullie
hun handen opleggen . Daarin zegt Jezus dat men de hand aan hen zal slaan .
Het is Jezus overkomen . Het overkomt ook de apostelen (Petrus en Johannes)
en Paulus . De leerling gaat dezelfde weg op als zijn leraar .
--- epibalôn (overrompeld) . Actief aorist participium mannelijk enkelvoud
. In vier verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In twee verzen
in het N.T. : (1) Mc
14,72 . (2) Lc
9,62 : oudeis epibalôn tèn cheira ep'arostron = niemand sloeg
de hand aan de ploeg ...
--- epibalein (slaan op, werpen op) . Actief aorist infinitief . In tien verzen
in de bijbel . In zes verzen in het O.T. .
| Hnd 5,19 - Hnd 5,19 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] But the angel of the Lord by night opened the prison
doors, and brought them forth, and said,
Luther-Bibel . 19 Aber der Engel des Herrn tat in der Nacht die Türen des
Gefängnisses auf und führte sie heraus und sprach:
Tekstuitleg van Hnd 5,19 . Dit vers Hnd 5,19 telt 15 (3 X 5) woorden en 71 letters . De getalwaarde van Hnd 5,19 is 8664 (2 X 2 X 2 X 3 X 19 X 19) .
1. aggelos (engel) . Taalgebruik : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . Zelfstandig naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud . In 155 verzen in de bijbel . In 108 verzen in het O.T. . In zevenenveertig verzen in het N.T. . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 5,19 . (2) Hnd 7,30 . (3) Hnd 8,26 . (4) Hnd 10,7 . (5) Hnd 12,7 . (6) Hnd 12,8 . (7) Hnd 12,10 . (8) Hnd 12,15 . (9) Hnd 12,23 . (10) Hnd 23,9 . (11) Hnd 27,23 .
1. - 3. aggelos (engel) . Taalgebruik : aggelos
(engel) , zie Mt
13,41 .
--- aggelos kuriou (de engel van de Heer) . In vijf verzen in Hnd : (1) Hnd
5,19 : aggelos de kuriou = de engel van de Heer echter) . (2) Hnd
7,30 (sommige handschriften geven slechts aggelos (een engel) . (3) Hnd
8,26 : aggelos de kuriou = de engel van de Heer echter) . (4) Hnd
12,7 : kai idou aggelos kuriou (en zie een engel van de Heer) . (5) Hnd
12,23 .
| Hnd 5,20 - Hnd 5,20 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] Go, stand and speak in the temple to the people all
the words of this life.
Luther-Bibel . 20 Geht hin und tretet im Tempel auf und redet zum Volk alle
Worte des Lebens.
Tekstuitleg van Hnd 5,20 .
5. - 7. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het N.T. : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .
| Hnd 5,21 - Hnd 5,21 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] And when they heard that, they entered into the temple
early in the morning, and taught. But the high priest came, and they that were
with him, and called the council together, and all the senate of the children
of Israel and sent to the prison to have them brought.
Luther-Bibel . 21 Als sie das gehört hatten, gingen sie frühmorgens
in den Tempel und lehrten. Der Hohepriester aber und die mit ihm waren, kamen
und riefen den Hohen Rat und alle Ältesten in Israel zusammen und sandten
zum Gefängnis, sie zu holen.
Tekstuitleg van Hnd 5,21 .
1. akousantes (gehoord) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . In zevenenzestig verzen in de bijbel . In vijftien verzen in het O.T. . In tweeënvijftig verzen in het N.T. . Mt (13) . Mc (7) . Lc (7) . Joh (5) . Hnd (16) . In zestien verzen in Handelingen : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 4,24 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,33 . (5) Hnd 8,14 . (6) Hnd 9,38 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (9) Hnd 16,38 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (14) Hnd 21,20 . (15) Hnd 22,2 . (16) Hnd 28,15 .
1. - 2. akousantes de (gehoord echter) . In twaalf verzen in het N.T. . Mt (1) . Lc (1) . Hnd (10) : (1) Hnd 2,37 . (3) Hnd 5,21 . (5) Hnd 8,14 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (15) Hnd 22,2 . In deze tien verzen in Hnd staat dit telkens bij het begin van een zin . In negen verzen in het begin van een vers , niet in Hnd 18,26 .
15. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik : archiereis (hogepriesters) , zie Mt 2,4 . De eerste in de rij van priesters . De nominatief enkelvoud archiereus (priester) komt in zevenendertig verzen in de bijbel voor . O.T. (9) . N.T. (28) . Mt (3) . Mc (3) . Joh (4) . Hnd (9) . In negen verzen in de Hebreeënbrief .In negen verzen in Handelingen : (1) Hnd 4,6 . (2) Hnd 5,17 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,27 . (5) Hnd 7,1 . (6) Hnd 22,5 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 23,5 . (9) Hnd 24,1 .
22. sunedrion (sanhedrin) . Taalgebruik : sunedrion (sanhedrin) , zie Mc 14,55 . Nominatief of accusatief onzijdig enkelvoud . In elf verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tien verzen in het N.T. : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 . (2) Mc 14,55 // Mt 26,59 . (3) Mc 15,1 . (4) Lc 22,66 : apègagon auton eis to sunedrion autôn = en zij leidden hem weg naar hun sanhedrin . (5) Joh 11,47 . (6) Hnd 5,21 . (7) Hnd 6,12 : kai ègagon eis to sunedrion = en zij leidden (hem) naar het sanhedrin . (8) Hnd 22,30 . (9) Hnd 23,20 : hopôs aurion ton Paulon katagagèis eis to sunedrion = opdat gij morgen Paulus naar het sanhedrin zoudt leiden . (10) Hnd 23,28 : katègagon eis to sunedrion autôn = zij leidden (hem) naar hun sanhedrin .
| Hnd 5,22 - Hnd 5,22 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] But when the officers came, and found them not in the
prison, they returned, and told,
Luther-Bibel . 22 Die Knechte gingen hin und fanden sie nicht im Gefängnis,
kamen zurück und berichteten:
Tekstuitleg van Hnd 5,22 .
| Hnd 5,23 - Hnd 5,23 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] Saying, The prison truly found we shut with all safety,
and the keepers standing without before the doors: but when we had opened, we
found no man within.
Luther-Bibel . 23 Das Gefängnis fanden wir fest verschlossen und die Wächter
vor den Türen stehen; aber als wir öffneten, fanden wir niemanden
darin.
Tekstuitleg van Hnd 5,23 .
| Hnd 5,24 - Hnd 5,24 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] Now when the high priest and the captain of the temple
and the chief priests heard these things, they doubted of them whereunto this
would grow.
Luther-Bibel . 24 Als der Hauptmann des Tempels und die Hohenpriester diese
Worte hörten, wurden sie betreten und wussten nicht, was daraus werden
sollte.
Tekstuitleg van Hnd 5,24 .
| Hnd 5,25 - Hnd 5,25 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] Then came one and told them, saying, Behold, the men
whom ye put in prison are standing in the temple, and teaching the people.
Luther-Bibel . 25 Da kam jemand, der berichtete ihnen: Siehe, die Männer,
die ihr ins Gefängnis geworfen habt, stehen im Tempel und lehren das Volk.
Tekstuitleg van Hnd 5,25 .
4. apèggeilen hij verkondigde) . Taalgebruik : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . Actief aorist derde persoon enkelvoud van het werkwoord apaggellô : berichten , aankondigen , rapporteren , vertellen . In zesenzestig verzen in de bijbel . In tien verzen in het N.T. . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd 5,25 . (2) Hnd 11,13 . (3) Hnd 12,14 . (4) Hnd 16,36 . (5) Hnd 22,26 . (6) Hnd 23,16 . (7) Hnd 28,21 .
16. - 18. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het N.T. : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .
| Hnd 5,26 - Hnd 5,26 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] Then went the captain with the officers, and brought
them without violence: for they feared the people, lest they should have been
stoned.
Luther-Bibel . 26 Da ging der Hauptmann mit den Knechten hin und holte sie,
doch nicht mit Gewalt; denn sie fürchteten sich vor dem Volk, dass sie
gesteinigt würden.
Tekstuitleg van Hnd 5,26 .
Lezing op de : Handelingen 5,27b-32.40b-41
(Taalgebruik : Hnd
5,27b-32.40b-41) :
In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: "Hebben wij u niet
uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen
is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die
man aanrekenen." Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord:
"Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft
Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis
te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand
om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit
alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft
aan wie Hem gehoorzamen." Men verbood de apostelen te spreken in de naam
van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, verheugd dat
ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus' naam.
| Hnd 5,27 - Hnd 5,27 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - |
| Griekse tekst | Vulgaat | Statenvertaling | 3de (derde) paaszondag C | Willibrordvertaling | Nieuwe vertaling (2005) | Naardense bijbel | Bible de Jérusalem |
| 27agagontes de autous estèsan en tô sunedriô. kai epèrôtèsen autous o archiereus | 27 et cum adduxissent illos statuerunt in concilio et interrogavit eos princeps sacerdotum | 27 En als zij hen gebracht hadden, stelden zij hen voor den raad; en de hogepriester vraagde hun, en zeide: | agagontes de autous estèsan en tôi sunedriôi kai epèrôtèsen autous ho archiereus In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen:[27] Ze namen hen dus mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester vroeg hun: | [27] Ze namen de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: | 27 Ze hebben hen opgehaald en stellen hen op in het sanhedrin. De hogepriester ondervraagt hen; hij zegt: | 27. Les ayant donc amenés, ils les firent comparaître devant le Sanhédrin. Le grand prêtre les interrogea : |
King James Bible . [27] And when they had brought them, they set them before
the council: and the high priest asked them,
Luther-Bibel . 27 Und sie brachten sie und stellten sie vor den Hohen Rat. Und
der Hohepriester fragte sie
Tekstuitleg van Hnd 5,27
1. agagontes (geleid) . Taalgebruik : agô (leiden) , zie Lc 23,1 . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . In één vers in de bijbel : Hnd 5,27 . Deze bepaling verwijst naar Hnd 5,26 : ho stratègos sun tois hupèretais ègen autous = de bevelhebber samen met (zijn) onderhorigen leidde hen . In de evangelies en in Hnd wordt een vorm van agô (leiden) vaak gebruikt om aan te duiden dat iemand voor het gerecht wordt gebracht , wordt voorgeleid , van de ene naar de andere plaats onder politiebegeleiding wordt gebracht / gevoerd / geleid .
2. de (echter) .
3. autous (hen) . Hiermee zijn Petrus en Johannes bedoeld .
4. estèsan (zij plaatsten) . Taalgebruik : histèmi (doen staan), zie Lc 24,36 . Actief aorist derde persoon meervoud van histèmi (plaatsen, stellen) . In negen verzen in het N.T. . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 1,23 . (2) Hnd 5,27 . (3) Hnd 6,6 . (4) Hnd 6,13 .
5. en (in) is een voorzetsel van plaats .
6. tôi . Bepaald lidwoord datief onzijdig enkelvoud . sunedrion (sanhedrin) wordt steeds vergezeld van het bepaald lidwoord .
7. sunedriôi (sanhedrin) . Taalgebruik : sunedrion
(sanhedrin) , zie Mc
14,55 . In zeven verzen in het N.T. In één vers bij Matteüs
: Mt
5,22 . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd
5,27 . (2) Hnd
5,34 . (3) Hnd
6,15 . (4) Hnd
23,1 : tôi sunedriôi = aan het sanhedrin . (5) Hnd
23,6 . (6) Hnd
23,15 : sun tôi sunedriôi = samen met het sanhedrin . In vier
verzen en tôi sunedriôi = in het sanhedrin : (1) Hnd
5,27 . (2) Hnd
5,34 . (3) Hnd
6,15 . (5) Hnd
23,6 .
De verschillende vormen van sunedrion (sanhedrin) op een rijtje gezet . In veertien
verzen in Hnd : :(1) Hnd
4,15 . (2) Hnd
5,21 . (3) Hnd
5,27 . (4) Hnd
5,34 . (5) Hnd
5,41 . (6) Hnd
6,12 .(7) Hnd
6,15 . (8) Hnd
22,30 . (9) Hnd
23,1 . (10) Hnd
23,6 . (11) Hnd
23,15 . (12) Hnd
23,20 . (13) Hnd
23,28 . (14) Hnd
24,20 .
8. kai (en) . Een tweede nevenschikkende zin met verandering van personage .
9. epèrôtèsen (hij ondervroeg) . Taalgebruik : epèrôtôn (zij 'onder'vroegen) , zie Mc 7,17 . In zestien verzen in het N.T. . Het betreft o.a. de ondervraging van Jezus door de hogepriester en door Pilatus : (1) Mt 27,11 // Mc 15,2 . (2) Mc 14,60 . (3) Mc 15,2 // Mt 27,11 . In Hnd 5,27 ondervroeg de hogepriester Petrus en Johannes .
12. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik : archiereis (hogepriesters) , zie Mt 2,4 . De eerste in de rij van priesters . De nominatief enkelvoud archiereus (priester) komt in zevenendertig verzen in de bijbel voor . O.T. (9) . N.T. (28) . Mt (3) . Mc (3) . Joh (4) . Hnd (9) . In negen verzen in de Hebreeënbrief .In negen verzen in Handelingen : (1) Hnd 4,6 . (2) Hnd 5,17 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,27 . (5) Hnd 7,1 . (6) Hnd 22,5 . (7) Hnd 23,2 . (8) Hnd 23,5 . (9) Hnd 24,1 .
| Hnd 5,28 - Hnd 5,28 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] Saying, Did not we straitly command you that ye should
not teach in this name? and, behold, ye have filled Jerusalem with your doctrine,
and intend to bring this man's blood upon us.
Luther-Bibel . 28 und sprach: Haben wir euch nicht streng geboten, in diesem
Namen nicht zu lehren? Und seht, ihr habt Jerusalem erfüllt mit eurer Lehre
und wollt das Blut dieses Menschen über uns bringen.
Tekstuitleg van Hnd 5,28 . Dit vers Hnd 5,28 telt 29 woorden en 159 letters . De getalwaarde van Hnd 5,28 is 18113 (59 X 307) . Het sanhedrin verbood Petrus en Johannes om te spreken met een beroep op de naam van Jezus . In Hnd 5,28 herinnerde het sanhedrin Petrus en Johannes aan het verbod , waaraan zij zich niet hielden . Daarom waren de apostelen opnieuw gearresteerd en ondervraagd .
| Hnd 4,17 | mèketi lalein (niet meer te praten) | epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) | ||
| Hnd 4,18 | kai kalesantes autous | paraggeilan | to katholou mè ftheggesthai mède didaskein | epi tôi onomati tou Ièsou |
| Hnd 5,28 | paraggeliai parèggeilamen humin | mè didaskein | epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) | |
| Hnd 5,40 | kai proskalesamenoi tous apostolous deirantes | paraggeilan | mè lalein | epi tôi onomati tou Ièsou |
2. paraggellô (afkondigen,
bevelen) . Taalgebruik : paraggellô
(afkondigen, bevelen) , zie Hnd
5,28 .
- parèggeilamen (wij bevolen) . Aorist eerste persoon meervoud . In twee
verzen in de bijbel : (1) Hnd
5,28 . (2) 1 Tes 4,11. Dit verwijst naar het parèggeilan (zij bevolen)
van Hnd
4,18 .
- parèggeilen (hij beval) . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In
eenentwintig verzen in de bijbel . In veertien verzen in het O.T. . In zeven
verzen in het N.T. : (6) Hnd
1,4 . (7) Hnd
10,42 .
6. didaskein (onderwijzen, leren) . Taalgebruik : didaskô
(onderrichten - onderwijzen) , zie Mc
1,45 . Infinitief praesens . In vijftien verzen in de bijbel . O.T. (2)
. Ezr (1) . 2 Kr (1) . N.T. (13) . Mt (1) . Mc (4) . Lc (1) . Joh (1) . Hnd
(4) . Brieven (2) . In dertien verzen in het N.T. . In één vers
bij Lucas : (6) Lc
6,6 (eiselthein ... kai didaskein = binnengaan en onderrichten) .
In vier verzen in Hnd :
(8) Hnd
1,1 (poiein te kai didaskein = doen evenals onderrichten) .
(9) Hnd
4,2 : dia to didaskein autous ton laon = omdat zij het volk onderrichtten
in de tempel .
(10) Hnd
4,18 : mède didaskein epi tôi onomati tou Ièsou = noch
te onderrichten in de naam van Jezus (een duidelijke Taalgebruik naar Hnd
4,2) . Het sanhedrin verbood Petrus en Johannes om te spreken met een beroep
op de naam van Jezus .
(11) Hnd
5,28 : mè didaskein epi tôi onomati toutôi = noch te
onderrichten in deze naam . In Hnd
5,28 herinnerde het sanhedrin Petrus en Johannes aan het verbod , waaraan
zij zich niet hielden . Daarom waren de apostelen opnieuw gearresteerd en ondervraagd
.
9. onomati (met naam) . Taalgebruik : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het N.T. . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
7. - 9. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het N.T. . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
7. - 10. epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) . In twee verzen
in het N.T. :
(1) Hnd
4,17 : mèketi lalein epi tôi onomati toutôi = niet meer
te praten bij deze naam .
(2) Hnd
5,28 : mè didaskein epi tôi onomati toutôi = niet te
leraren bij deze naam .
| Hnd 5,29 - Hnd 5,29 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] Then Peter and the other apostles answered and said,
We ought to obey God rather than men.
Luther-Bibel . 29 Petrus aber und die Apostel antworteten und sprachen: Man
muss Gott mehr gehorchen als den Menschen.
Tekstuitleg van Hnd 5,29 .
9. dei (moet) . Taalgebruik : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . Actief praesens derde persoon enkelvoud van het werkwoord deô (moeten) . In vierennegentig verzen in de bijbel . In achttien verzen in het O.T. . In zesenzeventig verzen in het N.T. . In vijftien verzen in Handelingen : (1) Hnd 1,21 . (2) Hnd 3,21 . (3) Hnd 4,12 . (4) Hnd 5,29 . (5) Hnd 9,6 . (6) Hnd 9,16 . (7) Hnd 14,22 . (8) Hnd 15,5 . (9) Hnd 16,30 . (10) Hnd 19,21 . (11) Hnd 20,35 . (12) Hnd 23,11 . (13) Hnd 25,10 . (14) Hnd 27,24 . (15) Hnd 27,26 .
| Hnd 5,30 - Hnd 5,30 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] The God of our fathers raised up Jesus, whom ye slew
and hanged on a tree.
Luther-Bibel . 30 Der Gott unsrer Väter hat Jesus auferweckt, den ihr an
das Holz gehängt und getötet habt.
Tekstuitleg van Hnd 5,30 .
| Hnd 5,31 - Hnd 5,31 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] Him hath God exalted with his right hand to be a Prince
and a Saviour, for to give repentance to Israel, and forgiveness of sins.
Luther-Bibel . 31 Den hat Gott durch seine rechte Hand erhöht zum Fürsten
und Heiland, um Israel Buße und Vergebung der Sünden zu geben.
Tekstuitleg van Hnd 5,31 .
17. afesin (vergeving) . Taalgebruik : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . Accusatief enkelvoud . In zesentwintig verzen in de bijbel . In veertien verzen in het O.T. . In twaalf verzen in het N.T. . In zes verzen in de evangelies : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Mc 3,29 . (4) Lc 3,3 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 24,47 . In zes verzen in de andere boeken van het N.T. : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . (5) Ef 1,7 . (6) Kol 1,14 . In negen verzen in combinatie met hamartiôn (van zonden) , vandaar : zondenvergeving . Niet in (1) Mc 3,29 . (2) Lc 4,18 . (3) Ef 1,7 (vergeving van overtredingen) .
18. hamartiôn (van de zonden) . Taalgebruik: hamartia (zonde) , zie Lc 11,4 . Genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord hamartia (zonde) . In vijfentachtig verzen in de bijbel . In tweeënvijftig verzen in het O.T. . In tweeëndertig verzen in het N.T. (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 1,4 . (4) Lc 1,77 . (5) Lc 3,3 . (6) Lc 24,47 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 5,31 . (9) Hnd 10,43 . (10) Hnd 13,38 . (11) Hnd 26,18 . In eenentwintig verzen in de andere boeken van het N.T. .
| Hnd 5,32 - Hnd 5,32 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] And we are his witnesses of these things; and so is
also the Holy Ghost, whom God hath given to them that obey him.
Luther-Bibel . 32 Und wir sind Zeugen dieses Geschehens und mit uns der Heilige
Geist, den Gott denen gegeben hat, die ihm gehorchen.
Tekstuitleg van Hnd 5,32 .
4. martures (getuigen). Taalgebruik : martureô
(getuigen) , zie Joh
1,7 . Nominatief meervoud mannelijk . In twintig verzen in de bijbel
. In tien verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . Niet bij Matteüs
en Marcus. In twee verzen bij Lucas : (1) Lc
11,48 . (2) Lc
24,48 . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd
1,8 . (2) Hnd
2,32 . (3) Hnd
3,15 . (4) Hnd
5,32 . (5) Hnd
7,58 . (6) Hnd
10,39 . (7) Hnd
13,31 . Tenslotte 1 Tes 2,10 .
Het getuigenis van de apostelen is één van de elementen die Lc
24,48 - Lc
24,49 en Hnd
1,4 / Hnd
1,8 gemeenschappelijk hebben :
- Lc 24,48
: humeis martures toutôn = jullie zijn getuigen van deze 'dingen' .
- Hnd 1,8
: esesthe mou martures = jullie zullen mijn getuigen zijn .
Getuigen zijn wijst op opvolging maar ook op de aard van de opvolging . Na het
heengaan van Elia werd de leerling Elisa leraar . Op deze wijze gebeurt het
niet met de leerlingen van Jezus . Zij blijven leerlingen . Ze zijn en blijven
getuigen . In de meeste teksten van Hnd kan dat getuigenis onder verschillende
aspecten bekeken worden : tijd , plaats en inhoud . Naar tijd : vanaf het doopsel
van Johannes tot ... Naar plaats : te beginnen vanaf Jeruzalem ... Naar inhoud
: het leven van Jezus , zijn lijden , dood , opstanding , geestesgave enz....
| Hnd 5,33 - Hnd 5,33 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] When they heard that, they were cut to the heart, and
took counsel to slay them.
Luther-Bibel . 33 Als sie das hörten, ging's ihnen durchs Herz und sie
wollten sie töten.
Tekstuitleg van Hnd 5,33 .
3. akousantes (gehoord) . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . In zevenenzestig verzen in de bijbel . In vijftien verzen in het O.T. . In tweeënvijftig verzen in het N.T. . Mt (13) . Mc (7) . Lc (7) . Joh (5) . Hnd (16) . In zestien verzen in Handelingen : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 4,24 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,33 . (5) Hnd 8,14 . (6) Hnd 9,38 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (9) Hnd 16,38 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (14) Hnd 21,20 . (15) Hnd 22,2 . (16) Hnd 28,15 .
1. - 3. hoi de akousantes (de toehoorders echter) . In zes verzen in het N.T. . Mt (1) . Mc (1) . Joh (1) . Hnd (3) : (2) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,33 . Hnd 21,20 . Telkens bij het begin van het vers .
| Hnd 5,34 - Hnd 5,34 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] Then stood there up one in the council, a Pharisee,
named Gamaliel, a doctor of the law, had in reputation among all the people,
and commanded to put the apostles forth a little space;
Luther-Bibel . 34 Da stand aber im Hohen Rat ein Pharisäer auf mit Namen
Gamaliel, ein Schriftgelehrter, vom ganzen Volk in Ehren gehalten, und ließ
die Männer für kurze Zeit hinausführen.
Tekstuitleg van Hnd 5,34 . Dit vers Hnd 5,34 21 (3 X 7) woorden en 122 (2 X 61) letters . De getalwaarde van Hnd 5,34 is 15332 (2 X 2 X 3 x 3833) .
6. sunedriôi (sanhedrin) . Taalgebruik : sunedrion (sanhedrin) , zie Mc 14,55 . In zeven verzen in het N.T. In één vers bij Matteüs : Mt 5,22 . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (4) Hnd 23,1 : tôi sunedriôi = aan het sanhedrin . (5) Hnd 23,6 . (6) Hnd 23,15 : sun tôi sunedriôi = samen met het sanhedrin . In vier verzen en tôi sunedriôi = in het sanhedrin : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (5) Hnd 23,6 .
7. farisaios (farizeeër) . Taalgebruik : Farisaioi (Farizeeën) , zie Mc 2,18 . Nominatief mannelijk enkelvoud . In negen verzen in de bijbel . In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc 7,39 . (2) Lc 11,37 . (3) Lc 11,38 . (4) Lc 18,10 . (5) Lc 18,11 . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 5,34 . (2) Hnd 23,6 . (3) Hnd 26,5 . In Fil 3,5 .
8. onomati (met naam) . Taalgebruik : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het N.T. . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
| Hnd 5,35 - Hnd 5,35 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [35] And said unto them, Ye men of Israel, take heed to
yourselves what ye intend to do as touching these men.
Luther-Bibel . 35 Und er sprach zu ihnen: Ihr Männer von Israel, seht genau
zu, was ihr mit diesen Menschen tun wollt.
Tekstuitleg van Hnd 5,35 .
| Hnd 5,36 - Hnd 5,36 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [36] For before these days rose up Theudas, boasting himself
to be somebody; to whom a number of men, about four hundred, joined themselves:
who was slain; and all, as many as obeyed him, were scattered, and brought to
nought.
Luther-Bibel . 36 Denn vor einiger Zeit stand Theudas auf und gab vor, er wäre
etwas, und ihm hing eine Anzahl Männer an, etwa vierhundert. Der wurde
erschlagen und alle, die ihm folgten, wurden zerstreut und vernichtet.
Tekstuitleg van Hnd 5,36 . Dit vers Hnd 5,36 telt 29 woorden en 161 letters . De getalwaarde van Hnd 5,36 is 19140 52 X 2 X 3 X 5 X 11 X 29) .
15. arithmos (getal, aantal) , zie Hnd 4, 4 . In negenenvijftig verzen in de bijbel . In vijftig verzen in het O.T. . In negen verzen in het N.T. : Hnd (4) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 5,36 . (3) Hnd 6,7 . (4) Hnd 11,21 .
21. pantes (allen) . Taalgebruik : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
| Hnd 5,37 - Hnd 5,37 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [37] After this man rose up Judas of Galilee in the days
of the taxing, and drew away much people after him: he also perished; and all,
even as many as obeyed him, were dispersed.
Luther-Bibel . 37 Danach stand Judas der Galiläer auf in den Tagen der
Volkszählung und brachte eine Menge Volk hinter sich zum Aufruhr; und der
ist auch umgekommen und alle, die ihm folgten, wurden zerstreut.
Tekstuitleg van Hnd 5,37 .
20. pantes (allen) . Taalgebruik : pas
(ieder, elk) , zie Mc
2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de
bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie
Hnd 1,14
: (1) Hnd
1,14 . (2) Hnd
2,1 . (3) Hnd
2,4 . (4) Hnd
2,12 . (5) Hnd
2,14 . (6) Hnd
2,32 . (7) Hnd
2,44 . (8) Hnd
3,24 . (9) Hnd
4,21 . (10) Hnd
5,17 . (11) Hnd
5,36 . (12) Hnd
5,37 . (13) Hnd
6,15 . (14) Hnd
8,1 . (15) Hnd
8,10 . (16) Hnd
9,21 . (17) Hnd
9,26 . (18) Hnd
9,35 . (19) Hnd
10,33 . (20) Hnd
10,43 . (21) Hnd
16,33 . (22) Hnd
17,7 . (23) Hnd
17,21 . (24) Hnd
18,17 . (25) Hnd
19,7 . (26) Hnd
20,25 . (27) Hnd
21,18 . (28) Hnd
21,20 . (29) Hnd
21,24 . (30) Hnd
22,3 . (31) Hnd
25,24 . (32) Hnd
26,4 . (33) Hnd
27,36 . In drie verzen in het pinksterenverhaal : Hnd
2,1 . Hnd
2,4 . Hnd
2,12 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd
2,1) . (1) Hnd
2,7 . (2) Hnd
4,31 . (3) Hnd
5,12 . (4) Hnd
5,16 . (5) Hnd
16,3 . (6) Hnd
16,28 .
| Hnd 5,38 - Hnd 5,38 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible .[38] And now I say unto you, Refrain from these men, and
let them alone: for if this counsel or this work be of men, it will come to
nought:
Luther-Bibel . 38 Und nun sage ich euch: Lasst ab von diesen Menschen und lasst
sie gehen! Ist dies Vorhaben oder dies Werk von Menschen, so wird's untergehen;
Tekstuitleg van Hnd 5,38 .
| Hnd 5,39 - Hnd 5,39 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [39] But if it be of God, ye cannot overthrow it; lest haply
ye be found even to fight against God.
Luther-Bibel . 39 ist es aber von Gott, so könnt ihr sie nicht vernichten
- damit ihr nicht dasteht als solche, die gegen Gott streiten wollen. Da stimmten
sie ihm zu
Tekstuitleg van Hnd 5,39 .
| Hnd 5,40 - Hnd 5,40 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [40] And to him they agreed: and when they had called the
apostles, and beaten them, they commanded that they should not speak in the
name of Jesus, and let them go.
Luther-Bibel . 40 und riefen die Apostel herein, ließen sie geißeln
und geboten ihnen, sie sollten nicht mehr im Namen Jesu reden, und ließen
sie gehen.
Tekstuitleg van Hnd 5,40 . Dit vers Hnd 5,40 telt 19 woorden en 115 (5 X 23) letters . De getalwaarde van Hnd 5,40 is 11905 (5 X 2381) . Het sanhedrin verbood Petrus en Johannes om te spreken met een beroep op de naam van Jezus . In Hnd 5,28 herinnerde het sanhedrin Petrus en Johannes aan het verbod , waaraan zij zich niet hielden . Daarom waren de apostelen opnieuw gearresteerd en ondervraagd .
| Hnd 4,17 | mèketi lalein (niet meer te praten) | epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) | ||
| Hnd 4,18 | kai kalesantes autous | paraggeilan | to katholou mè ftheggesthai mède didaskein | epi tôi onomati tou Ièsou |
| Hnd 5,28 | paraggeliai parèggeilamen humin | mè didaskein | epi tôi onomati toutôi (bij deze naam) | |
| Hnd 5,40 | kai proskalesamenoi tous apostolous deirantes | paraggeilan | mè lalein | epi tôi onomati tou Ièsou |
11. onomati (met naam) . Taalgebruik : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het N.T. . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .
9. - 11. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het N.T. . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .
9. - 13. epi tôi onomati tou Ièsou (bij de naam van Jezus) . In twee verzen in het N.T. : (1) Hnd 4,18 . (2) Hnd 5,40 .
| Hnd 5,41 - Hnd 5,41 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [41] And they departed from the presence of the council,
rejoicing that they were counted worthy to suffer shame for his name.
Luther-Bibel . 41 Sie gingen aber fröhlich von dem Hohen Rat fort, weil
sie würdig gewesen waren, um Seines Namens willen Schmach zu leiden,
Tekstuitleg van Hnd 5,41 .
| Hnd 5,42 - Hnd 5,42 : Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet : Hnd 5,17-42 -- Hnd 5 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 5,17 - Hnd 5,18 - Hnd 5,19 - Hnd 5,20 - Hnd 5,21 - Hnd 5,22 - Hnd 5,23 - Hnd 5,24 - Hnd 5,25 - Hnd 5,26 - Hnd 5,27 - Hnd 5,28 - Hnd 5,29 - Hnd 5,30 - Hnd 5,31 - Hnd 5,32 - Hnd 5,33 - Hnd 5,34 - Hnd 5,35 - Hnd 5,36 - Hnd 5,37 - Hnd 5,38 - Hnd 5,39 - Hnd 5,40 - Hnd 5,41 - Hnd 5,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [42] And daily in the temple, and in every house, they ceased
not to teach and preach Jesus Christ.
Luther-Bibel . 42 und sie hörten nicht auf, alle Tage im Tempel und hier
und dort in den Häusern zu lehren und zu predigen das Evangelium von Jesus
Christus.
Tekstuitleg van Hnd 5,42 .
4. - 6. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het N.T. : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .
Griekse tekst
1anèr de tis ananias onomati sun sapfirè tè gunaiki autou epôlèsen ktèma 2kai enosfisato apo tès timès, suneiduiès kai tès gunaikos, kai enegkas meros ti para tous podas tôn apostolôn ethèken. 3eipen de o petros, anania, dia ti eplèrôsen o satanas tèn kardian sou pseusasthai se to pneuma to agion kai nosfisasthai apo tès timès tou chôriou; 4ouchi menon soi emenen kai prathen en tè sè exousia upèrchen; ti oti ethou en tè kardia sou to pragma touto; ouk epseusô anthrôpois alla tô theô. 5akouôn de o ananias tous logous toutous pesôn exepsuxen: kai egeneto fobos megas epi pantas tous akouontas. 6anastantes de oi neôteroi sunesteilan auton kai exenegkantes ethapsan. 7egeneto de ôs ôrôn triôn diastèma kai è gunè autou mè eiduia to gegonos eisèlthen. 8apekrithè de pros autèn petros, eipe moi, ei tosoutou to chôrion apedosthe; è de eipen, nai, tosoutou. 9o de petros pros autèn, ti oti sunefônèthè umin peirasai to pneuma kuriou; idou oi podes tôn thapsantôn ton andra sou epi tè thura kai exoisousin se. 10epesen de parachrèma pros tous podas autou kai exepsuxen: eiselthontes de oi neaniskoi euron autèn nekran, kai exenegkantes ethapsan pros ton andra autès. 11kai egeneto fobos megas ef olèn tèn ekklèsian kai epi pantas tous akouontas tauta. 12dia de tôn cheirôn tôn apostolôn egineto sèmeia kai terata polla en tô laô: kai èsan omothumadon apantes en tè stoa solomôntos. 13tôn de loipôn oudeis etolma kollasthai autois, all emegalunen autous o laos: 14mallon de prosetithento pisteuontes tô kuriô plèthè andrôn te kai gunaikôn, 15ôste kai eis tas plateias ekferein tous astheneis kai tithenai epi klinariôn kai krabattôn, ina erchomenou petrou kan è skia episkiasè tini autôn. 16sunèrcheto de kai to plèthos tôn perix poleôn ierousalèm, ferontes astheneis kai ochloumenous upo pneumatôn akathartôn, oitines etherapeuonto apantes. 17anastas de o archiereus kai pantes oi sun autô, è ousa airesis tôn saddoukaiôn, eplèsthèsan zèlou 18kai epebalon tas cheiras epi tous apostolous kai ethento autous en tèrèsei dèmosia. 19aggelos de kuriou dia nuktos anoixas tas thuras tès fulakès exagagôn te autous eipen, 20poreuesthe kai stathentes laleite en tô ierô tô laô panta ta rèmata tès zôès tautès. 21akousantes de eisèlthon upo ton orthron eis to ieron kai edidaskon. paragenomenos de o archiereus kai oi sun autô sunekalesan to sunedrion kai pasan tèn gerousian tôn uiôn israèl, kai apesteilan eis to desmôtèrion achthènai autous. 22oi de paragenomenoi upèretai ouch euron autous en tè fulakè, anastrepsantes de apèggeilan 23legontes oti to desmôtèrion euromen kekleismenon en pasè asfaleia kai tous fulakas estôtas epi tôn thurôn, anoixantes de esô, oudena euromen. 24ôs de èkousan tous logous toutous o te stratègos tou ierou kai oi archiereis, dièporoun peri autôn ti an genoito touto. 25paragenomenos de tis apèggeilen autois oti idou oi andres ous ethesthe en tè fulakè eisin en tô ierô estôtes kai didaskontes ton laon. 26tote apelthôn o stratègos sun tois upèretais ègen autous, ou meta bias, efobounto gar ton laon, mè lithasthôsin. 27agagontes de autous estèsan en tô sunedriô. kai epèrôtèsen autous o archiereus 28legôn, [ou] paraggelia parèggeilamen umin mè didaskein epi tô onomati toutô; kai idou peplèrôkate tèn ierousalèm tès didachès umôn, kai boulesthe epagagein ef èmas to aima tou anthrôpou toutou. 29apokritheis de petros kai oi apostoloi eipan, peitharchein dei theô mallon è anthrôpois. 30o theos tôn paterôn èmôn ègeiren ièsoun, on umeis diecheirisasthe kremasantes epi xulou: 31touton o theos archègon kai sôtèra upsôsen tè dexia autou, [tou] dounai metanoian tô israèl kai afesin amartiôn. 32kai èmeis esmen martures tôn rèmatôn toutôn, kai to pneuma to agion o edôken o theos tois peitharchousin autô. 33oi de akousantes dieprionto kai eboulonto anelein autous. 34anastas de tis en tô sunedriô farisaios onomati gamalièl, nomodidaskalos timios panti tô laô, ekeleusen exô brachu tous anthrôpous poièsai, 35eipen te pros autous, andres israèlitai, prosechete eautois epi tois anthrôpois toutois ti mellete prassein. 36pro gar toutôn tôn èmerôn anestè theudas, legôn einai tina eauton, ô proseklithè andrôn arithmos ôs tetrakosiôn: os anèrethè, kai pantes osoi epeithonto autô dieluthèsan kai egenonto eis ouden. 37meta touton anestè ioudas o galilaios en tais èmerais tès apografès kai apestèsen laon opisô autou: kakeinos apôleto, kai pantes osoi epeithonto autô dieskorpisthèsan. 38kai ta nun legô umin, apostète apo tôn anthrôpôn toutôn kai afete autous: oti ean è ex anthrôpôn è boulè autè è to ergon touto, kataluthèsetai: 39ei de ek theou estin, ou dunèsesthe katalusai autous mèpote kai theomachoi eurethète. epeisthèsan de autô, 40kai proskalesamenoi tous apostolous deirantes parèggeilan mè lalein epi tô onomati tou ièsou kai apelusan. 41oi men oun eporeuonto chairontes apo prosôpou tou sunedriou oti katèxiôthèsan uper tou onomatos atimasthènai: 42pasan te èmeran en tô ierô kai kat oikon ouk epauonto didaskontes kai euaggelizomenoi ton christon, ièsoun.