HANDELINGEN VAN DE APOSTELEN HOOFDSTUK 2 - Hnd 2 -- TAALGEBRUIK - COMMENTAAR : DE KOMST VAN DE GEEST -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2 -
- Hnd 2,1-11 - Hnd 2,41-47 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- A - B - C - D - E : en (in) - F - G - H - I - J - K : kai (en) - L : bepaald lidwoord - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Hnd 2 : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Handelingen van de apostelen : Hnd (Handelingen) : overzicht , Hnd : woordgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Hnd : commentaar ,
Hnd 1 , Hnd 2 , Hnd 3 , Hnd 4 , Hnd 5 , Hnd 6 , Hnd 7 , Hnd 8 , Hnd 9 , Hnd 10 , Hnd 11 , Hnd 12 , Hnd 13 , Hnd 14 , Hnd 15 , Hnd 16 , Hnd 17 , Hnd 18 , Hnd 19 , Hnd 20 , Hnd 21 , Hnd 22 , Hnd 23 , Hnd 24 , Hnd 25 , Hnd 26 , Hnd 27 , Hnd 28 ,
Per pericope - Hnd 2,1-13 -- Hnd 2,14-40 -- Hnd 2,41-47 -
- Hnd 2,1-13 : Pinksteren .
- Hnd 2,14-40 : Toespraak van Petrus .
- Hnd 2,41-47 : Het leven van de gelovigen .
Uitleg vers per vers - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 - Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 - Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -


 
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
             
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- Frugian (Frygië) , zie Hnd 2,10 .
- Galatikèn chôran (Galatië) , zie Hnd 2,10 .
- Pamfulia (Pamfylië) , zie Hnd 2,10 .
- pipraskô (verkopen) , zie Hnd 2,45 .
Bibliografie
- Van de Sandt Huub , "The Fate of the Gentiles in Joel and Acts 2 : An Intertextual Study ," Ephemerides Theologicae Lovanienses 66, no. 1 (1990) : 56-77 .
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Hnd 2,1-11 : Pinksteren ABC .
- 4de (vierde) paaszondag A .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , bijbelTaalgebruiken - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Hnd 2,1-13 : Pinksteren . Hnd 2,1-13 - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -

Eerste lezing op Pinksteren ABC : Handelingen 2,1-11 . Taalgebruik : Hnd 2,1-11 .

Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: "Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden."

Hnd 2,1-13 telt 13 verzen . Vijf verzen beginnen met kai (en) . Zes verzen hebben de (echter) als tweede woord .

Hnd 2,1 - Hnd 2,1 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai en tôi sumplèrousthai tèn hèmeran tès pentèkostès èsan pantes omou epi to auto  1 et cum conplerentur dies pentecostes erant omnes pariter in eodem loco  1 En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.  Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op dezelfde plaats.   [1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen.  [1] Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar 1 ¶ Als de dag van Pinksteren vervuld wordt zijn allen op die plek. 1. Le jour de la Pentecôte étant arrivé, ils se trouvaient tous ensemble dans un même lieu, 

King James Bible . [1] And when the day of Pentecost was fully come, they were all with one accord in one place.
Luther-Bibel . 1 Und als der Pfingsttag gekommen war, waren sie alle an "einem" Ort beieinander.

Tekstanalyse van Hnd 2,1 . Dit vers Hnd 2,1 telt 14 (2 X 7) woorden en 74 (2 X 37) letters en 27 (3 X 3 X 3) lettergrepen . De getalwaarde van Hnd 2,1 is 7941 (3 X 2647) .

De structuur van Lc 9,51a vertoont sterke gelijkenis met Hnd 2,1 :

Lc 9,51a Hnd 2,1
egeneto de en tôi sumplèrousthai (het gebeurde echter in het voltooien) kai en tôi sumplèrousthai (en het gebeurde in het voltooien)
tas hèmeras tès analèmpseôs autou (de dagen van zijn ten-hemel-opneming) tèn hèmeran tès pentèkostès (de dag van de vijftigste - Pinksteren)

Vijfmaal komt in Hnd 2,1 de idee van volledigheid : (1) sumplèroô : voltooien . (2) hè hèmera tès pentekostès : de vijftigste dag . (3) pantes : allen . (4) homou (samen) . (5) epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . Die volledigheid vormt een nieuw begin ; bij het vijftigste jaar begint het jubeljaar of het jaar van genade , waarin de religieuze en maatschappelijke verhoudingen worden hersteld . Daarmee doet dit verhaal denken aan het eerste optreden van Jezus in Nazaret en de tekst die hij er in de synagoge las .
De vermelding van de vijftigste dag roept het joodse feest Sjavoeoth (Wekenfeest) . Het is een oogsfeest . Op dit feest wordt vooral herdacht dat God aan Mozes de wet , geschreven op twee stenen tafels , gaf (Ex 19) .
Daarenboven is het Pinksterverhaal de tegenhanger van het verhaal van de toren van Babel ( Gn 11) . In het verhaal van de toren van Babel verblijven de mensen op één plaats en spreken ze één taal (twee symbolen van uniformiteit) . Het verhaal eindigt met de verspreiding van de mensen over de hele aarde en met de verwarring van de taal (twee symbolen van pluriformiteit) . Het pinksterverhaal pleit noch voor louter uniformiteit noch voor louter pluriformiteit maar voor een éénheid in verscheidenheid . Deze twee schijnbare tegenpolen worden bewerkt door één en dezelfde geest , die zich over de apostelen verdeelt , waardoor ze in staat zijn verschillende talen te spreken , en waarbij iedereen mekaar verstaat .

1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

2. en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Taalgebruik in Hnd : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

3. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .

4. med. + pass. inf. praes. sumplèrousthai van het werkw. sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Taalgebruik in het NT : sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Taalgebruik in Lc : sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Taalgebruik in Hnd : sumplèroô (samen vol maken, vervullen) . Lc (1) Lc 9,51 . Hnd (1) Hnd 2,1 . In Lc : 2 vormen van sumplèroô (samen vol maken, vervullen) in 2 verzen in 2 hoofdstukken : (1) Lc 8,23 . (2) Lc 9,51 . In Hnd : 1 vorm van sumplèroô (samen vol maken, vervullen) in 1 vers in 1 hoofdstuk : Hnd 2,1 . Een vorm van sumplèroô (samen vol maken, vervullen) in het NT (3) , in de LXX (-) .

5. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

8. Op de 50ste dag wordt het joodse Wekenfeest gevierd : sjâbhû`oth . Dan wordt het oogstfeest gevierd : de eerste schoof gerst . Tevens wordt het Sinaïverbond herdacht waarbij Mozes de twee stenen tafelen met de tien geboden ontving . Reeds in de verdere geschiedenis wordt het Sinaïgebeuren verinnerlijkt . In Lv 23 worden de feesten beschreven . In Lv 23,16 is er sprake van de vijftigste dag . In het vijftigste jaar , het jubeljaar , wordt alles in zijn oorspronkelijke staat hersteld en heeft een algemene vergeving van zonden plaats . In zijn inauguratie in Nazareth las Jezus Js 61 , waarin een jubeljaar werd aangekondigd . Lv 25,8-55 handelt over het jubeljaar .

10. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

11. homou (op dezelfde plaats) of op gelijke plaats . homoios : gelijk , gelijksoortig . hou : betrekkelijk voornaamwoord van plaats waar op de vraag pou (waar) ; bijeen , samen , tegelijkertijd . In twaalf verzen in de bijbel . In acht verzen in het O.T. . In vier verzen in het NT . In drie verzen in Joh . In Hnd 2,1 .

13. epi (op, bij) . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Ned. op . Hnd (120) . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,30 . (6) Hnd 2,38 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 2,47 .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

14. auto (zelf) . Taalgebruik : autos (hij zelf) , zie Lc 24,36 . Nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud . In 490 verzen in de bijbel . In 101 verzen in het NT . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .

12. - 14. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter richten tegen iemand .

Hnd 2,2 - Hnd 2,2 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai egeneto afnô ek tou ouranou èchos ôsper feromenès pnoès biaias kai eplèrôsen olon ton oikon ou èsan kathèmenoi: 2 et factus est repente de caelo sonus tamquam advenientis spiritus vehementis et replevit totam domum ubi erant sedentes   2 En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.  Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.   [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren.  .[2] Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.   2 Het geschiedt eensklaps: vanuit de hemel klinkt een ruisen zoals van een geweldig gedreven ademen en vult heel het huis waar zij zijn gezeten.  2. quand, tout à coup, vint du ciel un bruit tel que celui d'un violent coup de vent, qui remplit toute la maison où ils se tenaient. 

King James Bible . [2] And suddenly there came a sound from heaven as of a rushing mighty wind, and it filled all the house where they were sitting.
Luther-Bibel . 2 Und es geschah plötzlich ein Brausen vom Himmel wie von einem gewaltigen Wind und erfüllte das ganze Haus, in dem sie saßen.

Tekstuitleg van Hnd 2,2 . Het komen van de geest is geïnspireerd op teksten die het afdalen van JHWH beschrijven . wajjerèd JHWH (en JHWH daalde - neer -) . MT : (1) Gn 11,5 . (2) Ex 19,20 . (3) Ex 34,5 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer in een wolk) . (4) Nu 11,25 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer in een wolk) . (5) Nu 12,5 (wajjerèd JHWH be`ammûd `ânân (JHWH daalde neer in een kolom van een wolk) . In het verhaal van de toren van Babel daalde JHWH neer om te zien wat daar in Babel aan het gebeuren was (Gn 11,5) . In Ex 19,20 daalde JHWH neer op de top van de berg Sinaï om het verbond te sluiten . In Ex 34,5 gebeurde dat om het verbond te vernieuwen . In Nu 11,25 daalde JHWH neer en ontvingen de 70 oudsten een deel van de geest van Mozes . In Nu 12,5 nam JHWH de verdediging van Mozes op tegen Mirjan en Aäron . In Ex 19,18 MT : jârad `âlajw JHWH bâ´esj (daalde JHWH over hem in vuur) . jired JHWH (JHWH zal neerdalen) . MT (2) : (1) Ex 19,11 . (2) Js 31,4 .

Hnd 2,2 en Hnd 4,31 komen sterk met elkaar overeen :
- Hnd 2,2 : kai eplèrôsen holon ton oikon hou èsan kathèmenoi = en hij vulde de plaats waar zij waren gezeten .
- Hnd 4,31 : esaleuthè ho topos en hôi èsan sunègmenoi = de plaats werd geschud waarin zij waren samengestroomd .

1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

8. Op een zintuiglijke wijze wordt de komst van de geest voorgesteld als een wind (pnoè) . Wat er in Hnd 11,15 precies is gebeurt, is niet duidelijk . De tekst zegt : Nadat ik echter begon te spreken , viel de heilige over hen zoals in het begin over ons . In Hnd 15 vertelt Petrus aan de gemeente van Jeruzalem zijn ervaring in Caesarea bij de centurio Cornelius .

hôsper (zoals)  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk    
  243 207 36 10   2 2 3 18 1 (1) Lc 17,24 . (2)  Lc 18,11 . (1) Hnd 2,2 . (2) Hnd 3,17 . (3) Hnd 11,15 .

12. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

Hnd 2,3 - Hnd 2,3 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai ôfthèsan autois diamerizomenoi glôssai hôsei puros kai ekathisen ef' hena hekaston autôn   3 et apparuerunt illis dispertitae linguae tamquam ignis seditque supra singulos eorum  3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.  Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.   [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [3] Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,  3 Er laten zich aan hen zien: tongen –die zich verdelen– als van vuur; het zet zich neer op ieder van hen.  3. Ils virent apparaître des langues qu'on eût dites de feu ; elles se partageaient, et il s'en posa une sur chacun d'eux. 

King James Bible . [3] And there appeared unto them cloven tongues like as of fire, and it sat upon each of them.
Luther-Bibel . 3 Und es erschienen ihnen Zungen, zerteilt wie von Feuer; und er setzte sich auf einen jeden von ihnen,

Tekstuitleg van Hnd 2,3 . Het vers Hnd 2,3 telt 13 woorden en 72 (2³ X 3²) letters . De getalwaarde van Hnd 2,3 is 9355 (5 X 1871) .

Hnd 2,3.1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

Hnd 2,3.2. pass. ind. aor. 3de pers. mv. ôfthèsan  (zij werden gezien, zij verschenen) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het NT : horaô (zien) . Taalgebruik in Lc : horaô (zien) . Taalgebruik in Hnd : horaô (zien) . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô (zien) . Hebr. râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenach : râ´âh (zien) . Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . pass. Lat. apparere . Fr. apparaître . E. appear . Ned. verschijnen . D. erscheinen . Hnd (1) : Hnd 2,3 . NT (1) . LXX (9) . Een vorm van horaô (zien, verschijnen) in het NT (114) , in de LXX (1539) .

Hnd 2,3.5. nom. vr. mv. glôssai van het zelfst. naamw. glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in het NT : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Lc : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Hnd : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in de Septuaginta : glôssa (tong, taal) . Hebr. shâphâh (lip, spraak, tongval) . Taalgebruik in Tenach : shâphâh (lip, spraak, tongval) . Lat. lingua . Fr. langue . E. tongue . Ned. taal, tong, spraak . D. Sprache . Hnd (1) Hnd 2,3 . Een vorm van glôssa (tong, taal) in Hnd in 6 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,11 . (4) (1) Hnd 2,26 . . (5) Hnd 10,46 . (6) Hnd 19,6 . In Hnd : 3 vormen van glôssa (tong, taal) in 6 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van glôssa (tong, taal) in 2 verzen in 2 hoofdstukken . Een vorm van glôssa (tong, taal) in het NT (50) , de LXX (169) .

Hnd 2,3.6. hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in het NT : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in de LXX : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in Lc : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Hebr. kë . Lat. tamquam . Fr. comme . E. like . D. wie . Ned. (zo)als. Hnd (6) : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 2,3 . (3) Hnd 2,41 . (4) Hnd 6,15 . (5) Hnd 10,3 . (6) Hnd 19,7 . NT (21) . LXX (180) .

  hôsei  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    171  151  20             

Hnd 2,3.7. gen. onz. enk. puros van het zelfst. naamw. pur (vuur) . Taalgebruik in het NT : pur (vuur) . Taalgebruik in Lc : pur (vuur) . Taalgebruik in Hnd : pur (vuur) . Taalgebruik in de Septuaginta : pur (vuur) . Hebr. ´esj (vuur) . Ned. vuur . D. Feuer . E. fire . Fr. feu . Lat. ignis . Hnd (2) : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 7,30 . Een vorm van pur (vuur) in Hnd (4) : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,19 .  (3) Hnd 7,30 . (4) Hnd 28,5 . In Hnd : 2 vormen van pur (vuur) in 4 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van pur (vuur) in 7 verzen in 5 hoofdstukken . Een vorm van pur (vuur) in het NT (71) , in de LXX (540) .
MT : bë´esj (in vuur) . Tenach (128) . Pentateuch (35) . Ex (7) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 12,10 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 29,14 . (5) Ex 29,34 . (6) Ex 32,20 . (7) Ex 32,24 .

Hnd 2,3.6. - 7. Hnd 2,3 : hôsei puros (als van vuur) . kë´esj (als vuur) . Tenach (16) . Pentateuch (1) Ex 24,17 . LXX : hôsei pur . In Ex 24,17 wordt de manier beschreven waarop God verschijnt op de berg Sinaï .

Hnd 2,3.1. - 7. Hnd 2,3 : kai ôfthèsan autois diamerizomenai glôssai hôsei puros (en tongen als vuur zich verdelende verschenen hen) . Dit vers vertoont verwantschap met Ex 3,2 . In het brandend braambos verscheen de engel van JHWH aan Mozes (Ex 3,2) : LXX : ôfthè de autô(i) aggelos kuriou en flogi puros (een engel van JHWH verscheen hem echter in een vlam van vuur) .
Het neerdalen van JHWH komt in heel wat verzen voor , vaak in klank en licht , in donder en bliksem , in een wolk of in vuur . wajjerèd JHWH (en JHWH daalde - neer -) . MT : (1) Gn 11,5 . (2) Ex 19,20 . (3) Ex 34,5 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer in een wolk) . (4) Nu 11,25 (wajjerèd JHWH bè`ânân = en JHWH daalde neer in een wolk) . (5) Nu 12,5 (wajjerèd JHWH be`ammûd `ânân (JHWH daalde neer in een kolom van een wolk) . In het verhaal van de toren van Babel daalde JHWH neer om te zien wat daar in Babel aan het gebeuren was (Gn 11,5) . In Ex 19,20 daalde JHWH neer op de top van de berg Sinaï om het verbond te sluiten . In Ex 34,5 gebeurde dat om het verbond te vernieuwen . In Nu 11,25 daalde JHWH neer en ontvingen de 70 oudsten een deel van de geest van Mozes . In Nu 12,5 nam JHWH de verdediging van Mozes op tegen Mirjan en Aäron .
In Ex 19,18 MT : jârad `âlajw JHWH bâ´esj (daalde JHWH over hem in vuur) . jired JHWH (JHWH zal neerdalen) . MT (2) : (1) Ex 19,11 . (2) Js 31,4 .

Hnd 2,3.8. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

Hnd 2,4 - Hnd 2,4 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4 kai eplèsthèsan pantes pneumatos agiou, kai èrxanto lalein eterais glôssais kathôs to pneuma edidou apoftheggesthai autois. 4 et repleti sunt omnes Spiritu Sancto et coeperunt loqui aliis linguis prout Spiritus Sanctus dabat eloqui illis  4 En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.  Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf.   [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf. [4] en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.  4 Zij worden allen vervuld van heilige geestesadem, en beginnen te spreken met andere tongen zoals de geestesadem hun geeft uit te spreken.   4. Tous furent alors remplis de l'Esprit Saint et commencèrent à parler en d'autres langues, selon que l'Esprit leur donnait de s'exprimer.  

King James Bible . [4] And they were all filled with the Holy Ghost, and began to speak with other tongues, as the Spirit gave them utterance.
Luther-Bibel . 4 und sie wurden alle erfüllt von dem Heiligen Geist und fingen an zu predigen in andern Sprachen, wie der Geist ihnen gab auszusprechen.

Tekstanalyse van Hnd 2,4 . Dit vers Hnd 2,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 103 letters . De getalwaarde van Hnd 2,4 is 10046 (2 X 5023) .

Hnd 2,4.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 2,4.2. pass. ind. aor. 3de pers. mv. eplèsthèsan (zij werden vervuld) van het werkw. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het NT : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Lc : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Hnd : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Hebr. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenach : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Hnd (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 3,10 . (3) Hnd 4,31 . (4) Hnd 5,17 . (5) Hnd 13,45 . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in Hnd in 9 verzen : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 3,10 . (3) Hnd 4,8 .  (4) Hnd 4,31 . (5) Hnd 5,17 . (6) Hnd 9,17 . (7) Hnd 13,9 . (8) Hnd 13,45 . (9) Hnd 19,29 . In Lc : 5 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 6 / 24 hoofdstukken en in 5 verzen . In Hnd : 4 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 7 / 28 hoofdstukken en in 9 verzen . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in het NT (24) , in de LXX (116) .

Hnd 2,4.1. - 2. kai eplèsthèsan = en zij werden vervuld . In Hnd (3 / 5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 3,10 . (3) Hnd 4,31 . Resten nog in Hnd (2 / 5) : (1) Hnd 5,17 . (2) Hnd 13,45 : eplèsthèsan = zij werden vervuld , wordt voorafgegaan door een participiumzin .

Hnd 2,4.3. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

Hnd 2,4.1. - 3. kai eplèsthèsan (zij werden vervuld) pantes (allen) / hapantes (allen) . In drie verzen in het NT :
(1) Lc 4,28 : kai eplèsthèsan pantes = en allen werden vervuld
(1) Hnd 2,4 : kai eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = en allen werden vervuld van heilige geest .
(2) Hnd 4,31 : kai eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = en allen werden vervuld van de heilige geest .

Hnd 2,4.4. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

Hnd 2,4.2. - 5. Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) met de genit. heilige geest . In Hnd (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 4,8 . (3) Hnd 4,31 . (4) Hnd 13,9 . (5) Hnd 13,52 .

Hnd 2,4.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 2,4.8. act. inf. praes. lalein van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de Septuaginta : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Lat. loqui . Fr. parler . Ned. spreken . E. to speak . D. sprechen . Hnd (6) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 4,17 . (3) Hnd 4,20 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 5,40 . (6) Hnd 11,15 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 2 in 5 verzen : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,7 . (4) Hnd 2,11 . (5) Hnd 2,31 . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen .

Hnd 2,4.10. dat. vr. mv. glôssais van het zelfst. naamw. glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in het NT : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Lc : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Hnd : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in de Septuaginta : glôssa (tong, taal) . Hebr. shâphâh (lip, spraak, tongval) . Taalgebruik in Tenach : shâphâh (lip, spraak, tongval) . Lat. lingua . Fr. langue . E. tongue . Ned. taal, tong, spraak . D. Sprache . Hnd (4) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 10,46 . (4) Hnd 19,6 . Een vorm van glôssa (tong, taal) in Hnd in 6 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,11 . (4) (1) Hnd 2,26 . . (5) Hnd 10,46 . (6) Hnd 19,6 . In Hnd : 3 vormen van glôssa (tong, taal) in 6 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van glôssa (tong, taal) in 2 verzen in 2 hoofdstukken .

Hnd 2,4.11. kathôs (zoals, volgens zo'n wijze) . Taalgebruik : kathôs (zoals) , zie Mc 1,2 . Het komt in 405 verzen in de bijbel voor . In 326 verzen in het O.T. , in 179 verzen in het NT . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 7,17 . (4) Hnd 7,42 . (5) Hnd 7,44 . (6) Hnd 7,48 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 15,8 . (9) Hnd 15,14 . (10) Hnd 15,15 . (11) Hnd 22,3 .

13. nom. + acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (31) . Hnd 2 (1) Hnd 2,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

Hnd 2,5 - Hnd 2,5 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5èsan de eis ierousalèm katoikountes ioudaioi, andres eulabeis apo pantos ethnous tôn upo ton ouranon: 5 erant autem in Hierusalem habitantes Iudaei viri religiosi ex omni natione quae sub caelo sunt  5 En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn.  Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.   [5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [5] In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 5 ¶ Nu zijn de Joden die te Jeruzalem huizen vrome mannen afkomstig uit elk volk van die er onder de hemel zijn.  5. Or il y avait, demeurant à Jérusalem, des hommes dévots de toutes les nations qui sont sous le ciel. 

King James Bible . [5] And there were dwelling at Jerusalem Jews, devout men, out of every nation under heaven.
Luther-Bibel . 5 Es wohnten aber in Jerusalem Juden, die waren gottesfürchtige Männer aus allen Völkern unter dem Himmel.

Tekstuitleg van Hnd 2,5 .

Hnd 2,6 - Hnd 2,6 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
genomenès de tès fônès tautès sunèlthen to plèthos kai sunechuthè hoti èkouon eis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn autôn   6 facta autem hac voce convenit multitudo et mente confusa est quoniam audiebat unusquisque lingua sua illos loquentes  6 En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.   Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.   [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [6] Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.  6 Als dat geluid klinkt, komt de menigte samen,– en is verbijsterd, omdat zij ieder in de eigen landstaal hen hebben horen spreken.  6. Au bruit qui se produisit, la multitude se rassembla et fut confondue : chacun les entendait parler en son propre idiome. 

King James Bible . [6] Now when this was noised abroad, the multitude came together, and were confounded, because that every man heard them speak in his own language.
Luther-Bibel . 6 Als nun dieses Brausen geschah, kam die Menge zusammen und wurde bestürzt; denn ein jeder hörte sie in seiner eigenen Sprache reden.

Tekstanalyse van Hnd 2,6 .

Er is een grote overeenkomst tussen Hnd 2,6 , Hnd 2,11 en Hnd 10,45 :
- Hnd 2,6 : èkouon heis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn autôn = eenieder hoorde hen spreken in de eigen taal .
- Hnd 2,11 : akouomen lalountôn autôn tais hèmeterais glôssais ta megaleia tou theou = wij horen hen spreken in onze talen over de grote daden van God . Hnd 2,12 : existanto de ... zij echter waren buiten zichzelf ...
- Hnd 10,45 : kai exestèsan oi ek peritomès pistoi = en de gelovigen uit de besnijdenis waren buiten zichzelf ... Hnd 10,46 : èkouon gar autôn lalountôn glôssais = zij hoorden hen spreken in talen . Het Pinksterenwonder voltrekt zich niet alleen in Jeruzalem over de apostelen en de aanwezige joden maar ook over de volken (heidenen) in Caesarea .
- Hnd 19,6 : elaloun te glôssais = en zij spraken in talen . Na de handoplegging door Paulus ontvingen de gelovigen van Efeze en spraken ze in talen .

6. ind. aor. 3de pers. enk. sunèlthen van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het NT : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Lc : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Hnd : sunerchomai (samenkomen) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,6 .  (2) Hnd 9,39 . Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Hnd (17) : (1) Hnd 1,6 . (2) Hnd 1,21 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 9,39 . (6) Hnd 10,23 . (7) Hnd 10,27 . (8) Hnd 10,45 .  (9) Hnd 11,12 . (10) Hnd 15,38 .  (11) Hnd 16,13 . (12) Hnd 19,32 .  (13) Hnd 21,16 . (14) Hnd 21,22 . (15) Hnd 22,30 . (16) Hnd 25,17 . (17) Hnd 28,17 . In Hnd : 10 vormen van sunerchomai (samenkomen) in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .

Hnd 2,6.8. nom. + acc. onz. enk. plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in het NT : plèthos (menigte, veelheid) . Taalgebruik in Hnd : plèthos (menigte, veelheid) . Hnd (12) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 5,16 . (3) Hnd 6,2 . (4) Hnd 14,1 . (5) Hnd 14,4 . (6) Hnd 15,12 . (7) Hnd 15,30 . (8) Hnd 17,4 . (9) Hnd 21,36 . (10) Hnd 23,7 . (11) Hnd 25,24 . (12) Hnd 28,3 . Een vorm van plèthos (menigte, veelheid) in Hnd in 17 verzen : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 5,14 .  (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 6,2 . (6) Hnd 6,5 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 14,4 . (9) Hnd 15,12 . (10) Hnd 15,30 . (11) Hnd 17,4 . (12) Hnd 19,9 . (13) Hnd 21,22 . (14) Hnd 21,36 . (15) Hnd 23,7 . (16) Hnd 25,24 . (17) Hnd 28,3 . In Hnd : 3 vormen in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .

9. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

12. act. ind. imperf. 3de pers. mv. èkouon (zij hoorden) van het werkwoord akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Lc : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 10,46 . (3) Hnd 15,12 . (4) Hnd 22,22 . Een vorm van akouô (horen) in Hnd 2 in 6 verzen : (1) Hnd 2,6 . (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . (4) Hnd 2,22 . (5) Hnd 2,33 . (6) Hnd 2,37 . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken . Een vorm van akouô (horen) in het NT (427) , in de LXX (1069) .
In Gn 11,7 wordt het hooghartig gedrag van de mensen gestopt doordat zij niet naar elkaar luisterden en zo taalverwarring ontstond . Dit staat in schril contrast met wat in Hnd 2 gebeurt .

14. nom. mann. enk. hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in het NT : hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in Lc : hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : hekastos (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : hekastos (ieder, elk) . Hebr. ´îsj (man, ieder) . Taalgebruik in Tenach : ´îsj (man) . Lat. unusquisque (eenieder) . Fr. quelq'un , chacun . . Ned. eenieder, ieder . E. each . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 .  (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,38 . (4) Hnd 11,29 . Bijbel (225) . NT (39) . Een vorm van  hekastos (ieder, elk) in 11 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,6 .  (3) Hnd 2,8 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 3,26 . (6) Hnd 4,35 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 17,27 . (9) Hnd 20,31 . (10) Hnd 21,19 . (11) Hnd 21,26 . In Hnd : 4 vormen van hekastos (ieder, elk) in 11 verzen in 7 hoofdstukken . In Lc : 4 vormen van hekastos (ieder, elk) in 5 verzen in 5 hoofdstukken . Een vorm van hekastos (ieder, elk) in het NT (81) , in de LXX (356) .

18. act. part. praes. gen. mv. lalountôn (terwijl zij aan het praten waren) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de Septuaginta : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Lat. loqui . Fr. parler . Ned. spreken . E. to speak . D. sprechen . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 4,1 . (4) Hnd 10,46 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 2 in 5 verzen : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,7 . (4) Hnd 2,11 . (5) Hnd 2,31 . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen .
Het werkwoord laleô staat zeer dicht bij het werkwoord existamai in Hnd 2,7 . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest vervuld zijn . Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken) en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .

18. - 19. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Taalgebruik : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .

Hnd 2,7 - Hnd 2,7 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
existanto de kai ethaumazon legontes ouch idou hapantes houtoi eisin   hoi lalountes Galilaioi 7 stupebant autem omnes et mirabantur dicentes nonne omnes ecce isti qui loquuntur Galilaei sunt  7 En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileërs?  Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: "Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs?   [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [7] Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken?   7 Ze hebben versteld gestaan en hebben verwonderd gezegd: zie, zijn zij die daar spreken niet allemaal Galileeërs?–   7. Ils étaient stupéfaits, et, tout étonnés, ils disaient : « Ces hommes qui parlent, ne sont-ils pas tous Galiléens ?

King James Bible . [7] And they were all amazed and marvelled, saying one to another, Behold, are not all these which speak Galilaeans?
Luther-Bibel . 7 Sie entsetzten sich aber, verwunderten sich und sprachen: Siehe, sind nicht diese alle, die da reden, aus Galiläa?

Tekstanalyse van Hnd 2,7 . Dit vers Hnd 2,7 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 92 (2 X 2 X 23) letters . De getalwaarde van Hnd 2,7 is 8203 (13 X 631) .

1. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Taalgebruik : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . Imperfectum derde persoon meervoud . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het NT : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin . Het werkwoord existèmai wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . Het werkwoord existèmai roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) of situatie dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmai wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht . Zie ook Hnd 2,12 . Het is een reactie op wat ze in Hnd 2,6 horen praten . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest vervuld zijn .

In het schema onder Mc 16,8 kunnen we zien hoe de zinnen met existanto (zij waren buiten zichzelf) op gelijkaardige wijze zijn opgebouwd .

1. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
2. Gn 43,33 Mt 12,23 Mc 6,51 Lc 2,47 Hnd 2,7 Hnd 2,12 Hnd 9,21
3. existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) kai existanto (en zij waren buiten zichzelf) existanto (zij waren buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf)
4. hoi anthrôpoi (de mensen)  ekastos pros ton adelfou autou (ieder tot zijn broer) pantes oi ochloi (alle menigten) (en heautois = onder elkaar)  pantes oi akouontes (alle toehoorders) "pantes" (allen)   pantes (allen)   pantes oi akouontes (alle toehoorders) 
5.   kai elegon (en ze zeiden)       kai ethaumazon legontes (en zij waren verwonderd zeggend)   kai dièporoun allos pros allon legontes (en zij waren in verlegenheid, de ene tot de ander zeggend)   kai elegon (en ze zeiden)   
6.   mèti outos estin ho (is deze niet de ...)       ouch idou hapantes houtoi eisin  (zie zijn niet al dezen)   ti thelei touto einai ;  ouch houtos estin ho (is deze niet)  
7.   117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14   152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 8. De twaalfjarige Jezus in de tempel : Lc 2,41-52  Hnd 2,1-13 : Pinksteren  Hnd 2,1-13 : Pinksteren  Saulus in Damascus : Hnd 9,1-22 .  

In de zeven verzen begint slechts één vers met kai (en) : Mt 12,23 . In de zes andere verzen staan het vervoegd werkwoord existanto (zij waren buiten zichzelf) vooraan de zin , gevolgd door het partikel de (echter) . Op het vervoegd werkwoord volgt in vijf verzen het onderwerp . In vier verzen is het pantes (allen) , al dan niet zelfstandig gebruikt . In vier verzen volgt een nevenschikkende zin . In deze vier zinnen is een vorm van het werkwoord legô (zeggen) te vinden . Hierop volgt dan een vraag , die de verrassing verwoordt .

2. de (echter) . Hetzelfde onderwerp als in voorgaande zin . Wat er gebeurt , was niet te verwachten . Het lokt een reactie uit van extase en verwondering .

3. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

1. - 3. existanto (zij waren buiten zichzelf) de (echter) pantes (allen) . In vier verzen in het NT : (1) Lc 2,47 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,12 . (4) Hnd 9,21 .

8. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder .Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

9. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .

Hnd 2,8 - Hnd 2,8 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai pôs èmeis akouomen ekastos tè idia dialektô èmôn en è egennèthèmen;  8 et quomodo nos audivimus unusquisque lingua nostra in qua nati sumus  8 En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?  Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal?   [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort?  8] Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?  8 hoe kunnen wij hen dan aanhoren, ieder van ons in de eigen landstaal waarin wij zijn geboren?–  8. Comment se fait-il alors que chacun de nous les entende dans son propre idiome maternel ? 

King James Bible . [8] And how hear we every man in our own tongue, wherein we were born?
Luther-Bibel . 8 Wie hören wir denn jeder seine eigene Muttersprache?

Tekstuitleg van Hnd 2,8 .

1. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

4. act. ind. praes. 1ste pers. mv. akouomen (wij horen) van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Taalgebruik in Lc : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Hnd (2) : (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . Een vorm van akouô (horen) in Hnd 2 in 6 verzen : (1) Hnd 2,6 . (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . (4) Hnd 2,22 . (5) Hnd 2,33 . (6) Hnd 2,37 . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken .

Hnd 2,9 - Hnd 2,9 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9parthoi kai mèdoi kai elamitai, kai oi katoikountes tèn mesopotamian, ioudaian te kai kappadokian, ponton kai tèn asian,   9 Parthi et Medi et Elamitae et qui habitant Mesopotamiam et Iudaeam et Cappadociam Pontum et Asiam  9 Parthers, en Meders, en Elamieten, en de inwoners zijn van Mesopotamië, en Judea, en Cappadocië, Pontus en Azië.   Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia,   [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia,   [9] Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 9 Parten, Meden en Elamieten, de bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië Pontus en Asia,  9. Parthes, Mèdes et Élamites, habitants de Mésopotamie, de Judée et de Cappadoce, du Pont et d'Asie, 

King James Bible . [9] Parthians, and Medes, and Elamites, and the dwellers in Mesopotamia, and in Judaea, and Cappadocia, in Pontus, and Asia,
Luther-Bibel . 9 Parther und Meder und Elamiter und die wir wohnen in Mesopotamien und Judäa, Kappadozien, Pontus und der Provinz Asien,

Tekstuitleg van Hnd 2,9 .

2. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

4. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

6. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

13. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

14. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

16. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

17. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

Hnd 2,10 - Hnd 2,10 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 

Pinksteren ABC

Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10frugian te kai pamfulian, aigupton kai ta merè tès libuès tès kata kurènèn, kai oi epidèmountes rômaioi,  10 Frygiam et Pamphiliam Aegyptum et partes Lybiae quae est circa Cyrenen et advenae romani   10 En Frygië, en Pamfylië, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten;   van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven,  [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen,    [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben,   10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de delen van Lybië dat bij Cyrene ligt, en de Romeinen die hier verblijven; geboren Joden en nieuwkomers,   10. de Phrygie et de Pamphylie, d'Égypte et de cette partie de la Libye qui est proche de Cyrène, Romains en résidence, 

King James Bible . [10] Phrygia, and Pamphylia, in Egypt, and in the parts of Libya about Cyrene, and strangers of Rome, Jews and proselytes,
Luther-Bibel . 10 Phrygien und Pamphylien, Ägypten und der Gegend von Kyrene in Libyen und Einwanderer aus Rom,

Tekstuitleg van Hnd 2,10 .

1. Frugian (Frygië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 16,6 . Paulus en Silas trokken tijdens een tweede zendingsreis door Frygië en Galatië . (3) Hnd 18,23 . Tijdens een derde zendingsreis kwam Paulus langs Frygië en Galatië . Taalgebruik : Frugian (Frygië) , zie Hnd 2,10 . Landstreek in het westelijk hoogland van Klein-Azië (tot 2500 m hoog), tussen Bytinië en Pisidië, Galatië en Lydië .

- Galatikèn chôran (Galatië) . Tweemaal wordt in combinatie met Frygië Galatië (galatikèn chôran = de streek van Galatië) genoemd . (1) Hnd 16,6 . Paulus en Silas trokken tijdens een tweede zendingsreis door Frygië en Galatië . (2) Hnd 18,23 . Tijdens een derde zendingsreis kwam Paulus langs Frygië en Galatië . Taalgebruik : Galatikèn chôran (Galatië) , zie Hnd 2,10 .
- Galatias (van Galatië) . Genitief vrouwelijk enkelvoud . In drie verzen in het NT : (1) 1 Kor 16,1 (in verband met een inzameling voor Jeruzalem) . (2) Gal 1,2 . (3) 1 Pe 1,1 .
- Galatian (naar Galatië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In één vers : 2 Tim 4,10 .

3. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

4. Pamfulian (Pamfilië) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In vier verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 14,14 (kai dielthontes tèn Pisidian èlthon eis tèn Pamfulian = en nadat zij Pisidië hadden doortrokken, kwamen zij in Pamfylië) . (3) Hnd 27,5 . Pamfulias : genitief vrouwelijk enkelvoud . In twee verzen in Hnd : (1) Hnd 13,13 : èlthon eis Pergèn tès Pämfulias = zij kwamen aan in Pamfylië . (2) Hnd 15,38 . Pamfulia (Pamfylië) . Taalgebruik : Pamfulia (Pamfylië) , zie Hnd 2,10 . Op hun eerste zendingsreis trokken Paulus en Barnabas na Cyprus naar Pamfylië , naar de stad Perge . Tot nu toe had Johannes Marcus hen vergezeld (Hnd 13,5) . Maar in Perge hield hij het voor bekeken en ging naar Jeruzalem terug (Hnd 13,13) . Bij de start van een tweede zendingsreis wou Barnabas Johannes Marcus meenemen . Daar ging Paulus niet mee akkoord . Het kwam tot een hoogoplopende ruzie waardoor Paulus en Barnabas uit elkaar gingen (Hnd 15,37 - Hnd 15,38 - Hnd 15,39) . Pamfylië is een landstreek aan de zuidkust van Klein-Azië tussen Lydië en Cilicië . In dit gebied ligt de stad Perge .

6. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

10. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

14. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

Hnd 2,11 - Hnd 2,11 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Pinksteren ABC Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11ioudaioi te kai prosèlutoi, krètes kai arabes, akouomen lalountôn autôn tais èmeterais glôssais ta megaleia tou theou. 11 Iudaei quoque et proselyti Cretes et Arabes audivimus loquentes eos nostris linguis magnalia Dei   11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.   Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden."  [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’   [11] Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’  11 (2:10) Kretenzers en Arabieren,– wij horen hen in onze tongen uitspreken de grote dingen van God!  11. tant Juifs que prosélytes, Crétois et Arabes, nous les entendons publier dans notre langue les merveilles de Dieu ! » 

King James Bible . [11] Cretes and Arabians, we do hear them speak in our tongues the wonderful works of God.
Luther-Bibel . 11 Juden und Judengenossen, Kreter und Araber: wir hören sie in unsern Sprachen von den großen Taten Gottes reden.

Tekstanalyse van Hnd 2,11

Er is een grote overeenkomst tussen Hnd 2,6 , Hnd 2,11 en Hnd 10,45 :
- Hnd 2,6 : èkouon heis hekastos tèi idiai dialektôi lalountôn autôn = eenieder hoorde hen spreken in de eigen taal .
- Hnd 2,11 : akouomen lalountôn autôn tais hèmeterais glôssais ta megaleia tou theou = wij horen hen spreken in onze talen over de grote daden van God . Hnd 2,12 : existanto de ... zij echter waren buiten zichzelf ...
- Hnd 10,45 : kai exestèsan oi ek peritomès pistoi = en de gelovigen uit de besnijdenis waren buiten zichzelf ... Hnd 10,46 : èkouon gar autôn lalountôn glôssais = zij hoorden hen spreken in talen . Het Pinksterenwonder voltrekt zich niet alleen in Jeruzalem over de apostelen en de aanwezige joden maar ook over de volken (heidenen) in Caesarea .
- Hnd 19,6 : elaloun te glôssais = en zij spraken in talen . Na de handoplegging door Paulus ontvingen de gelovigen van Efeze en spraken ze in talen .

3. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

6. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

8. act. ind. praes. 1ste pers. mv. akouomen (wij horen) van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Taalgebruik in Lc : akouô (horen) . Taalgebruik in Hnd : akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Hebr. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Beide (horen en oor) zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Hnd (2) : (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . Een vorm van akouô (horen) in Hnd 2 in 6 verzen : (1) Hnd 2,6 . (1) Hnd 2,8 . (2) Hnd 2,11 . (4) Hnd 2,22 . (5) Hnd 2,33 . (6) Hnd 2,37 . In Hnd : X vormen van akouô (horen) in 87 verzen in 25 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van akouô (horen) in 58 verzen in 20 / 24 hoofdstukken .

9. act. part. praes. gen. mv. lalountôn (terwijl zij aan het praten waren) van het werkw. laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Lc : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in Hnd : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de Septuaginta : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebr. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Lat. loqui . Fr. parler . Ned. spreken . E. to speak . D. sprechen . Hnd (4) : (1) Hnd 2,6 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 4,1 . (4) Hnd 10,46 . Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Hnd 2 in 5 verzen : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,7 . (4) Hnd 2,11 . (5) Hnd 2,31 . In Hnd : 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen . In Lc : 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen .
Het werkwoord laleô staat zeer dicht bij het werkwoord existamai in Hnd 2,7 . Deze reactie komt na het eerste optreden van hen die door de geest vervuld zijn . Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken) en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .

Hier zijn de werkwoorden akouô (horen) , laleô (spreken) en existamai (verrast worden) in een netwerk bij elkaar .

9. -10. autôn lalountôn (terwijl zij aan het praten waren , naar hen die aan het praten waren) . Taalgebruik : laleô (lallen, spreken, praten) , zie Mt 4,6 . Losse genitief of nadere bepaling bij het werkwoord akouô ( luisteren naar hen sprekende = hen horen spreken) . Aanwijzend voornaamwoord genitief mannelijk meervoud + participium praesens genitief mannelijk meervoud . In veertien verzen in de bijbel ; in negen verzen in het O.T. . In één vers bij Lucas nl. Lc 24,36 en in vier verzen in Hnd : (1) Hnd 2,6 (laountôn autôn) . (2) Hnd 2,11 (laountôn autôn) . (3) Hnd 4,1 (laountôn de autôn - losse genitief) . (4) Hnd 10,46 (autôn lalountôn) .

13. dat. vr. mv. glôssais van het zelfst. naamw. glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in het NT : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Lc : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in Hnd : glôssa (tong, taal) . Taalgebruik in de Septuaginta : glôssa (tong, taal) . Hebr. shâphâh (lip, spraak, tongval) . Taalgebruik in Tenach : shâphâh (lip, spraak, tongval) . Lat. lingua . Fr. langue . E. tongue . Ned. taal, tong, spraak . D. Sprache . Hnd (4) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 10,46 . (4) Hnd 19,6 . Een vorm van glôssa (tong, taal) in Hnd in 6 verzen : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,11 . (4) (1) Hnd 2,26 . . (5) Hnd 10,46 . (6) Hnd 19,6 . In Hnd : 3 vormen van glôssa (tong, taal) in 6 verzen in 3 hoofdstukken . In Lc : 2 vormen van glôssa (tong, taal) in 2 verzen in 2 hoofdstukken .

Hnd 2,12 - Hnd 2,12 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12. existanto de  pantes kai dièporoun allos pros allon legontes : ti thelei touto einai ;  12 stupebant autem omnes et mirabantur ad invicem dicentes quidnam hoc vult esse    12 En zij ontzetten zich allen, en werden twijfelmoedig, zeggende, de een tegen den ander: Wat wil toch dit zijn?    [12] Ze stonden allen versteld, en in grote verlegenheid zei de één tegen de ander: ‘Wat heeft dit te betekenen?’  [12] Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’   12 Allen stonden versteld; in grote verlegenheid heeft de een tot de ander gezegd: wat wil dit zijn?   12. Tous étaient stupéfaits et se disaient, perplexes, l'un à l'autre : « Que peut bien être cela ? »  

King James Bible . [12] And they were all amazed, and were in doubt, saying one to another, What meaneth this?
Luther-Bibel . 12 Sie entsetzten sich aber alle und wurden ratlos und sprachen einer zu dem andern: Was will das werden?

Tekstanalyse van Hnd 2,12 . Dit vers Hnd 2,12 telt 14 (2 X 7) woorden en 70 (2 X 5 X 7) tellers . De getalwaarde van Hnd 2,12 is 5790 (2 X 3 X 5 X 193)

1. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Taalgebruik : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . Imperfectum derde persoon meervoud . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het NT : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin . Het werkwoord existèmai wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . Het werkwoord existèmai roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) of situatie dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmai wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht . Zie ook Hnd 2,12 .

In het schema onder Mc 16,8 kunnen we zien hoe de zinnen met existanto (zij waren buiten zichzelf) op gelijkaardige wijze zijn opgebouwd .

1. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
2. Gn 43,33 Mt 12,23 Mc 6,51 Lc 2,47 Hnd 2,7 Hnd 2,12 Hnd 9,21
3. existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) kai existanto (en zij waren buiten zichzelf) existanto (zij waren buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf) existanto de (zij waren echter buiten zichzelf)
4. hoi anthrôpoi (de mensen)  ekastos pros ton adelfou autou (ieder tot zijn broer) pantes oi ochloi (alle menigten) (en heautois = onder elkaar)  pantes oi akouontes (alle toehoorders) "pantes" (allen)   pantes (allen)   pantes oi akouontes (alle toehoorders) 
5.   kai elegon (en ze zeiden)       kai ethaumazon legontes (en zij waren verwonderd zeggend)   kai dièporoun allos pros allon legontes (en zij waren in verlegenheid, de ene tot de ander zeggend)   kai elegon (en ze zeiden)   
6.   mèti outos estin ho (is deze niet de ...)       ouch idou hapantes houtoi eisin  (zie zijn niet al dezen)   ti thelei touto einai ;  ouch houtos estin ho (is deze niet)  
7.   117. Genezing van een blinde en een stomme bezetene : Mt 12,22-23 - Mt 9,32-34 - Lc 11,14   152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 8. De twaalfjarige Jezus in de tempel : Lc 2,41-52  Hnd 2,1-13 : Pinksteren  Hnd 2,1-13 : Pinksteren  Saulus in Damascus : Hnd 9,1-22 .  

In de zeven verzen begint slechts één vers met kai (en) : Mt 12,23 . In de zes andere verzen staan het vervoegd werkwoord existanto (zij waren buiten zichzelf) vooraan de zin , gevolgd door het partikel de (echter) . Op het vervoegd werkwoord volgt in vijf verzen het onderwerp . In vier verzen is het pantes (allen) , al dan niet zelfstandig gebruikt . In vier verzen volgt een nevenschikkende zin . In deze vier zinnen is een vorm van het werkwoord legô (zeggen) te vinden . Hierop volgt dan een vraag , die de verrassing verwoordt .

3. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

4. kai (en) . Taalgebruik in Hnd : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 1,5 en Hnd 2,13 .

Hnd 2,13 - Hnd 2,13 - Hnd 2,1-13 : Pinksteren . - Hnd 2,1 - Hnd 2,2 - Hnd 2,3 - Hnd 2,4 - Hnd 2,5 - Hnd 2,6 - Hnd 2,7 - Hnd 2,8 - Hnd 2,9 - Hnd 2,10 - Hnd 2,11 - Hnd 2,12 - Hnd 2,13 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13eteroi de diachleuazontes elegon oti gleukous memestômenoi eisin.   13 alii autem inridentes dicebant quia musto pleni sunt isti 13 En anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijns.     [13] Maar anderen zeiden spottend: ‘Ze zitten vol wijn.’   [13] Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’   13 Maar schertsend hebben anderen gezegd: die zijn volgegoten met zoetigheid!  13. D'autres encore disaient en se moquant : « Ils sont pleins de vin doux ! » 

King James Bible . [13] Others mocking said, These men are full of new wine.
Luther-Bibel . 13 Andere aber hatten ihren Spott und sprachen: Sie sind voll von süßem Wein.

Tekstuitleg van Hnd 2,13 .

Hnd 2,14-40 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -

Lezing op de 4de (vierde) paaszondag A : Hnd 2,14a.36-41 .

Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: "Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God die Jezus, die gij gekruisigd hebt, Heer en Christus heeft gemaakt." Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: "Wat moeten we doen, mannen, broeders?" Petrus gaf hun ten antwoord: "Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen." Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: "Redt u uit dit ontaarde geslacht." Die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.

Hnd 2,14 - Hnd 2,14 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14statheis de o petros sun tois endeka epèren tèn fônèn autou kai apefthegxato autois, andres ioudaioi kai oi katoikountes ierousalèm pantes, touto umin gnôston estô kai enôtisasthe ta rèmata mou.  14 stans autem Petrus cum undecim levavit vocem suam et locutus est eis viri iudaei et qui habitatis Hierusalem universi hoc vobis notum sit et auribus percipite verba mea  14 Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.   Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten:   [14] Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden!   [14] Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte.  14 ¶ Maar Petrus staat op, samen met de elf; hij verheft zijn stem en uit zich tegenover hen: mannen, Judeeërs en állen die in Jeruzalem huist, laat dit u bekend zijn,– leent het oor aan wat ik zeg: 14. Pierre alors, debout avec les Onze, éleva la voix et leur adressa ces mots : « Hommes de Judée et vous tous qui résidez à Jérusalem, apprenez ceci, prêtez l'oreille à mes paroles.  

King James Bible . [14] But Peter, standing up with the eleven, lifted up his voice, and said unto them, Ye men of Judaea, and all ye that dwell at Jerusalem, be this known unto you, and hearken to my words:
Luther-Bibel . 14 Da trat Petrus auf mit den Elf, erhob seine Stimme und redete zu ihnen: Ihr Juden, liebe Männer, und alle, die ihr in Jerusalem wohnt, das sei euch kundgetan, und lasst meine Worte zu euren Ohren eingehen!

Tekstuitleg van Hnd 2,14 .

9. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

21. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

Hnd 2,15 - Hnd 2,15 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15ou gar ôs umeis upolambanete outoi methuousin, estin gar ôra tritè tès èmeras, 15 non enim sicut vos aestimatis hii ebrii sunt cum sit hora diei tertia   15 Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag.     [15] Want deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt – het is trouwens pas het derde* uur van de dag –   [15] Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang.   15 nee, zij zijn niet dronken, zoals gij aanneemt, want het is pas het derde uur van de dag,  15. Non, ces gens ne sont pas ivres, comme vous le supposez ; ce n'est d'ailleurs que la troisième heure du jour.  

King James Bible . [15] For these are not drunken, as ye suppose, seeing it is but the third hour of the day.
Luther-Bibel . 15 Denn diese sind nicht betrunken, wie ihr meint, ist es doch erst die dritte Stunde am Tage;

Tekstuitleg van Hnd 2,15 .

15. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .

Hnd 2,16 - Hnd 2,16 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16alla touto estin to eirèmenon dia tou profètou iôèl,   16 sed hoc est quod dictum est per prophetam Iohel   16 Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joël:     [16] maar hier gebeurt wat gezegd is door de profeet Joël: [16] Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:   16 maar dit is wat is gezegd door de profeet Joël:   16. Mais c'est bien ce qu'a dit le prophète :  

King James Bible . [16] But this is that which was spoken by the prophet Joel;
Luther-Bibel . 16 sondern das ist's, was durch den Propheten Joel gesagt worden ist (Joel 3,1-5):

Tekstuitleg van Hnd 2,16 .

Hnd 2,17 - Hnd 2,17 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai estai en tais eschatais èmerais, legei o theos, ekcheô apo tou pneumatos mou epi pasan sarka, kai profèteusousin oi uioi umôn kai ai thugateres umôn, kai oi neaniskoi umôn oraseis opsontai, kai oi presbuteroi umôn enupniois enupniasthèsontai:  17 et erit in novissimis diebus dicit Dominus effundam de Spiritu meo super omnem carnem et prophetabunt filii vestri et filiae vestrae et iuvenes vestri visiones videbunt et seniores vestri somnia somniabunt 17 En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.     [17] En* het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik mijn Geest zal uitgieten over alle mensen; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, de jongeren onder u zullen visioenen zien en de ouderen zullen dromen dromen;  [17] “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.  17 ‘het zal zijn –in het laatste der dagen– zegt God: ik zal van mijn geestesadem uitgieten over alle vlees: profeteren zullen uw zonen en uw dochters; de jongsten onder u zullen gezichten zien en uw oudsten zullen dromen dromen;  17. Il se fera dans les derniers jours, dit le Seigneur, que je répandrai de mon Esprit sur toute chair. Alors vos fils et vos filles prophétiseront, vos jeunes gens auront des visions et vos vieillards des songes. 

King James Bible . [17] And it shall come to pass in the last days, saith God,I will pour out of my Spirit upon all flesh: and your sons and your daughters shall prophesy, and your young men shall see visions, and your old men shall dream dreams:
Luther-Bibel . 17 »Und es soll geschehen in den letzten Tagen, spricht Gott, da will ich ausgießen von meinem Geist auf alles Fleisch; und eure Söhne und eure Töchter sollen weissagen, und eure Jünglinge sollen Gesichte sehen, und eure Alten sollen Träume haben;

Tekstuitleg van Hnd 2,17 .

3. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

10. act. ind. praes. 1ste pers. enk. ekcheô (ik giet uit) van het werkw. ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in het NT : ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in Hnd. : ekcheô (uitgieten) . Lat. effundere . Fr. répandre . Ned. uitgieten. D. ausgiessen . E. to pour out . Hnd (2) : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in Hnd in 3 verzen : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . (3) Hnd 2,33 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in het NT (16) , in de LXX (141) .

13. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

16. acc. vr. enk. pasan van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (8) : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 5,21 . (3) Hnd 5,42 . (4) Hnd 7,14 . (5) Hnd 15,36 . (6) Hnd 17,17 . (7) Hnd 20,27 . (8) Hnd 26,20 .

  pas (al) bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
9 acc. vr. enk. pasan  380  329  51  26  13  14 
Hnd 2,18 - Hnd 2,18 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai ge epi tous doulous mou kai epi tas doulas mou en tais èmerais ekeinais ekcheô apo tou pneumatos mou, kai profèteusousin.   18 et quidem super servos meos et super ancillas meas in diebus illis effundam de Spiritu meo et prophetabunt   18 En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.     [18] ja, over mijn dienaren en mijn dienaressen zal Ik in die dagen mijn Geest uitgieten, en zij zullen profeteren.  [18] Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.   18 ja, over mijn dienaars en dienaressen zal ik in die dagen uitgieten van mijn Geest, en zij zullen profeteren;   18. Et moi, sur mes serviteurs et sur mes servantes je répandrai de mon Esprit.  

King James Bible . [18] And on my servants and on my handmaidens I will pour out in those days of my Spirit; and they shall prophesy:
Luther-Bibel . 18 und auf meine Knechte und auf meine Mägde will ich in jenen Tagen von meinem Geist ausgießen, und sie sollen weissagen.

Tekstuitleg van Hnd 2,18 .

16. ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in het NT : ekcheô (uitgieten) . Taalgebruik in Hnd. : ekcheô (uitgieten) . Lat. effundere . Fr. répandre . Ned. uitgieten. D. ausgiessen . E. to pour out . Hnd (2) : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in Hnd in 3 verzen : (1) Hnd 2,17 . (2) Hnd 2,18 . (3) Hnd 2,33 . Een vorm van ekcheô (uitgieten) in het NT (16) , in de LXX (141) .

19. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

Hnd 2,19 - Hnd 2,19 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai dôsô terata en tô ouranô anô kai sèmeia epi tès gès katô, aima kai pur kai atmida kapnou:  19 et dabo prodigia in caelo sursum et signa in terra deorsum sanguinem et ignem et vaporem fumi   19 En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp.     [19] Ik zal wonderen verrichten aan de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en walmende rook.   [19] Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.  19 ik zal wonderen geven in de hemel hierboven en tekenen op de aarde beneden,– bloed, vuur en walmende rook;   19. Et je ferai paraître des prodiges là-haut dans le ciel et des signes ici-bas sur la terre. 

King James Bible . [19] And I will shew wonders in heaven above, and signs in the earth beneath; blood, and fire, and vapour of smoke:
Luther-Bibel . 19 Und ich will Wunder tun oben am Himmel und Zeichen unten auf Erden, Blut und Feuer und Rauchdampf;

Tekstuitleg van Hnd 2,19 .

4. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

5. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .

Hnd 2,20 - Hnd 2,20 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20o èlios metastrafèsetai eis skotos kai è selènè eis aima prin elthein èmeran kuriou tèn megalèn kai epifanè.  20 sol convertetur in tenebras et luna in sanguinem antequam veniat dies Domini magnus et manifestus   20 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt.     [20] De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de dag van de Heer komt, de grote en stralende dag.  [20] De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.  20 de zon zal worden veranderd in duisternis en de maan in bloed, voordat komt: de grote en stralende dag van de Heer!–  20. Le soleil se changera en ténèbres et la lune en sang, avant que vienne le Jour du Seigneur, ce grand Jour.  

King James Bible . [20] The sun shall be turned into darkness, and the moon into blood, before that great and notable day of the Lord come:
Luther-Bibel . 20 die Sonne soll in Finsternis und der Mond in Blut verwandelt werden, ehe der große Tag der Offenbarung des Herrn kommt.

Tekstuitleg van Hnd 2,20 .

15. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

Hnd 2,21 - Hnd 2,21 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai estai pas os an epikalesètai to onoma kuriou sôthèsetai. 21 et erit omnis quicumque invocaverit nomen Domini salvus erit   21 En het zal zijn, dat een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.    [21] Dan zal het gebeuren dat ieder die de naam van de Heer aanroept, gered zal worden.   [21] Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”  21 en zo zal het zijn: al wie zal aanroepen de naam van de Heer zal worden gered’;  21. Et quiconque alors invoquera le nom du Seigneur sera sauvé.  

King James Bible . [21] And it shall come to pass, that whosoever shall call on the name of the Lord shall be saved.
Luther-Bibel . 21 Und es soll geschehen: wer den Namen des Herrn anrufen wird, der soll gerettet werden.«

Tekstuitleg van Hnd 2,21 .

Hnd 2,22 - Hnd 2,22 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22 andres israèlitai, akousate tous logous toutous: ièsoun ton nazôraion, andra apodedeigmenon apo tou theou eis umas dunamesi kai terasi kai sèmeiois ois epoièsen di autou o theos en mesô umôn, kathôs autoi oidate,  22 viri israhelitae audite verba haec Iesum Nazarenum virum adprobatum a Deo in vobis virtutibus et prodigiis et signis quae fecit per illum Deus in medio vestri sicut vos scitis   22 Gij Israëlietische mannen, hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God, onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelven weet;     [22] Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër* is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.  [22] Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht.  22 mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen in krachten, wonderen en tekenen welke God door hem in uw midden gedaan heeft,– zoals u ook weet,–   22. « Hommes d'Israël, écoutez ces paroles. Jésus le Nazôréen, cet homme que Dieu a accrédité auprès de vous par les miracles, prodiges et signes qu'il a opérés par lui au milieu de vous, ainsi que vous le savez vous-mêmes,  

King James Bible . [22] Ye men of Israel, hear these words; Jesus of Nazareth, a man approved of God among you by miracles and wonders and signs, which God did by him in the midst of you, as ye yourselves also know:
Luther-Bibel . 22 Ihr Männer von Israel, hört diese Worte: Jesus von Nazareth, von Gott unter euch ausgewiesen durch Taten und Wunder und Zeichen, die Gott durch ihn in eurer Mitte getan hat, wie ihr selbst wisst -

Tekstuitleg van Hnd 2,22 .

28. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

31. kathôs (zoals, volgens zo'n wijze) . Taalgebruik : kathôs (zoals) , zie Mc 1,2 . Het komt in 405 verzen in de bijbel voor . In 326 verzen in het O.T. , in 179 verzen in het NT . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,22 . (3) Hnd 7,17 . (4) Hnd 7,42 . (5) Hnd 7,44 . (6) Hnd 7,48 . (7) Hnd 11,29 . (8) Hnd 15,8 . (9) Hnd 15,14 . (10) Hnd 15,15 . (11) Hnd 22,3 .

Hnd 2,23 - Hnd 2,23 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23 touton tè ôrismenè boulè kai prognôsei tou theou ekdoton dia cheiros anomôn prospèxantes aneilate,  23 hunc definito consilio et praescientia Dei traditum per manus iniquorum adfigentes interemistis   23 Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood;     [23] Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht.  [23] Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden.  23 hem, naar de vastgestelde raad en voorkennis van God aan u gegeven, hebt ge door de hand van Wetslozen aan het kruis genageld en gedood;  23. cet homme qui avait été livré selon le dessein bien arrêté et la prescience de Dieu, vous l'avez pris et fait mourir en le clouant à la croix par la main des impies, 

King James Bible . [23] Him, being delivered by the determinate counsel and foreknowledge of God, ye have taken, and by wicked hands have crucified and slain:
Luther-Bibel . 23 diesen Mann, der durch Gottes Ratschluss und Vorsehung dahingegeben war, habt ihr durch die Hand der Heiden ans Kreuz geschlagen und umgebracht.

Tekstuitleg van Hnd 2,23 .

- ekdotos (ek - didômi) : uit-geleverd . ekdoton : accusatief mannelijk enkelvoud . Slechts in één vers in de bijbel : Hnd 2,23 .

Hnd 2,24 - Hnd 2,24 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24 on o theos anestèsen lusas tas ôdinas tou thanatou, kathoti ouk èn dunaton krateisthai auton up autou:   24 quem Deus suscitavit solutis doloribus inferni iuxta quod inpossibile erat teneri illum ab eo   24 Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden.     [24] Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën* van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.   [24] God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden.   24 maar God heeft hem doen opstaan: hij heeft hem uit de weeën van de dood verlost, omdat het onmogelijk was dat hij door hem zou worden vastgehouden;   24. mais Dieu l'a ressuscité, le délivrant des affres de l'Hadès. Aussi bien n'était-il pas possible qu'il fût retenu en son pouvoir ;  

King James Bible . [24] Whom God hath raised up, having loosed the pains of death: because it was not possible that he should be holden of it.
Luther-Bibel . 24 Den hat Gott auferweckt und hat aufgelöst die Schmerzen des Todes, wie es denn unmöglich war, dass er vom Tode festgehalten werden konnte.

Tekstuitleg van Hnd 2,24 .

Hnd 2,25 - Hnd 2,25 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25 dauid gar legei eis auton, proorômèn ton kurion enôpion mou dia pantos, oti ek dexiôn mou estin ina mè saleuthô. 25 David enim dicit in eum providebam Dominum coram me semper quoniam a dextris meis est ne commovear  25 Want David zegt van Hem: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechter hand, opdat ik niet bewogen worde.    [25] David zegt immers over Hem: Steeds* hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.  [25] David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.   25 want David zegt, doelend op hem: ‘ik zie de Heer vóór mij, altijd door, omdat hij aan mijn rechterzij is, zodat ik niet wankel;  25. car David dit à son sujet : Je voyais sans cesse le Seigneur devant moi, car il est à ma droite, pour que je ne vacille pas. 

King James Bible . [25] For David speaketh concerning him, I foresaw the Lord always before my face, for he is on my right hand, that I should not be moved:
Luther-Bibel . 25 Denn David spricht von ihm (Psalm 16,8-11): »Ich habe den Herrn allezeit vor Augen, denn er steht mir zur Rechten, damit ich nicht wanke.

Tekstuitleg van Hnd 2,25 .

15. gen. mv. δεξιων = dexiôn van het bijvoegl. naamw. δεξιος = dexios (rechts) . Taalgebruik in het NT : dexios (rechts) . Taalgebruik in Hnd : dexios (rechts) .Taalgebruik in de Septuaginta : dexios (rechts) . Taalgebruik in Lc : dexios (rechts) . Bijbel (67) . LXX (44) . NT. (23) . Lc (4) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 20,42 . (3) Lc 22,69 . (4) Lc 23,33 . Hnd (4) : (1) Hnd 2,25 . (2) Hnd 2,34 . (3) Hnd 7,55 . (4) Hnd 7,56 . Een vorm van δεξιος = dexios (rechter- , rechts) in de LXX (228) , in het NT (54) , in Lc (6) : (1) Lc 1,11 . (2) Lc 6,6 . (3) Lc 20,42 . (4) Lc 22,50 . (5) Lc 22,69 . (6) Lc 23,33 , in Hnd (7) : (1) Hnd 2,25 . (2) Hnd 2,33 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 3,7 . (5) Hnd 5,31 . (6) Hnd 7,55 . (7) Hnd 7,56 .
- Hebr. jâmîn (rechterzijde, rechts) .Taalgebruik in Tenach : jâmîn (rechterzijde, rechts) . L. dexter . Fr. droit . Ned. rechts . E. right . D. rechter .


Hnd 2,26 - Hnd 2,26 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26dia touto èufranthè è kardia mou kai ègalliasato è glôssa mou, eti de kai è sarx mou kataskènôsei ep elpidi:   26 propter hoc laetatum est cor meum et exultavit lingua mea insuper et caro mea requiescet in spe   26 Daarom is mijn hart verblijd; en mijn tong verheugt zich; ja, ook mijn vlees zal rusten in hope;     [26] Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen,  [26] Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven,  26 daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong, ja, ook zal mijn vlees zijn woonstee vinden in hoop;  26. Aussi mon cœur s'est-il réjoui et ma langue a-t-elle jubilé ; ma chair elle-même reposera dans l'espérance  

King James Bible . [26] Therefore did my heart rejoice, and my tongue was glad; moreover also my flesh shall rest in hope:
Luther-Bibel . 26 Darum ist mein Herz fröhlich, und meine Zunge frohlockt; auch mein Leib wird ruhen in Hoffnung.

Tekstuitleg van Hnd 2,26 .

Hnd 2,27 - Hnd 2,27 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27oti ouk egkataleipseis tèn psuchèn mou eis adèn, oude dôseis ton osion sou idein diafthoran.   27 quoniam non derelinques animam meam in inferno neque dabis Sanctum tuum videre corruptionem   27 Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige over geven, om verderving te zien.    [27] want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien.   [27] want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 27 omdat gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk, en uw vrome geen bederf te zien zult geven;   27. que tu n'abandonneras pas mon âme à l'Hadès et ne laisseras pas ton saint voir la corruption. 

King James Bible . [27] Because thou wilt not leave my soul in hell, neither wilt thou suffer thine Holy One to see corruption.
Luther-Bibel . 27 Denn du wirst mich nicht dem Tod überlassen und nicht zugeben, dass dein Heiliger die Verwesung sehe.

Tekstuitleg van Hnd 2,27 .

4. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

Hnd 2,28 - Hnd 2,28 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -

Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28egnôrisas moi odous zôès, plèrôseis me eufrosunès meta tou prosôpou sou.   28 notas fecisti mihi vias vitae replebis me iucunditate cum facie tua  28 Gij hebt mij de wegen des levens bekend gemaakt; Gij zult mij vervullen met verheuging door Uw aangezicht.    [28] U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.   [28] U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”   28 ge maakt mij wegen ten leven bekend,– zult mij vervullen met vreugde bij uw aanschijn’;   28. Tu m'as fait connaître des chemins de vie, tu me rempliras de joie en ta présence.  

King James Bible . [28] Thou hast made known to me the ways of life; thou shalt make me full of joy with thy countenance.
Luther-Bibel . 28 Du hast mir kundgetan die Wege des Lebens; du wirst mich erfüllen mit Freude vor deinem Angesicht.«

Tekstuitleg van Hnd 2,28 .

Hnd 2,29 - Hnd 2,29 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29andres adelfoi, exon eipein meta parrèsias pros umas peri tou patriarchou dauid, oti kai eteleutèsen kai etafè kai to mnèma autou estin en èmin achri tès èmeras tautès:   29 viri fratres liceat audenter dicere ad vos de patriarcha David quoniam et defunctus est et sepultus est et sepulchrum eius est apud nos usque in hodiernum diem   29 Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrij uit tot u te spreken van den patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op dezen dag.     [29] Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.  [29] Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier.   29 mannen broeders, men mag vrijelijk tot u zeggen over aartsvader David dat hij is gestorven en begraven: zijn graf is bij ons tot op deze dag;   29. « Frères, il est permis de vous le dire en toute assurance : le patriarche David est mort et a été enseveli, et son tombeau est encore aujourd'hui parmi nous.  

King James Bible . [29] Men and brethren, let me freely speak unto you of the patriarch David, that he is both dead and buried, and his sepulchre is with us unto this day.
Luther-Bibel . 29 Ihr Männer, liebe Brüder, lasst mich freimütig zu euch reden von dem Erzvater David. Er ist gestorben und begraben, und sein Grab ist bei uns bis auf diesen Tag.

Tekstuitleg van Hnd 2,29

3. exon = exestin (het is toegelaten) . In vier verzen in de bijbel : (1) Est 4,2 . (2) Mt 12,4 . (3) Hnd 2,29 . (4) 2 Kor 12,4 .

5. - 6. meta parrèsias . Taalgebruik : parrèsia (vrijmoedigheid) , zie Hnd 28,31 . para - rèsia : (1) voorzetsel para : langs , ernaast , ter zijde , bij . (2) rè - ma : woord ; rè-sis : rede , gesprek ; rè-tôr : redenaar , spreker . Kan rè-sia : bespraaktheid , spreekvaardigheid betekenen ? Duidt het voorzetsel para dan aan wat bij die spreekvaardigheid hoort : vrijheid van spreken , overtuigingskracht , vrijmoedigheid , zonder terughoudendheid .
- meta parrèsias komt in Hnd viermaal voor . Het geeft aan waarop gesproken of geleerd wordt .
(1) Hnd 2,29 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(2) Hnd 4,29 (meta parrèsias pasès = met alle / totale vrijmoedigheid) .
(3) Hnd 4,31 (meta parrèsias = met vrijmoedigheid) .
(4) Hnd 28,31 (meta pasès parrèsias = met alle vrijmoedigheid) .
In Hnd 2,29 staat meta parrèsias bij de infintief aorist eipein van het werkwoord legô (zeggen) . Wil. vertaalt met 'ronduit' , Naard. geeft 'vrijelijk' .
In zijn eerste toespraak (tot het volk) maakte Petrus duidelijk dat wat met Jezus is gebeurd , reeds door David was voorzegd . meta parrèsias wordt hier in een contekst gebruikt waarbij iedereen het eens zal zijn met wat Petrus zei nl. dat David gestorven en begraven is en dat zijn graf zich nog altijd in hun midden bevindt .

17. pass. ind. aor. 3de pers. enk. εταφη = etafè (hij werd begraven) van het werkw. θαπτω = thaptô (begraven) . Taalgebruik in het NT : thaptô (begraven) . Taalgebruik in de LXX : thaptô (begraven) . Bijbel (33) . OT (30) . Nt (3) : (1) Lc 16,22 . (2) Hnd 2,29 . (3) 1 Kor 15,4 . Een vorm van θαπτω = thaptô (begraven) in de LXX (177) , in het NT (11) : (1) Mt 8,21 . (2) Mt 8,22 . (3) Mt 14,12 . (4) Lc 9,59 . (5) Lc 9,60 . (6) Lc 16,22 . (7) Hnd 2,29 . (8) Hnd 5,6 . (9) Hnd 5,9 . (10) Hnd 5,10 . (11) 1 Kor 15,4 .
- Hebreeuws NBG . pass. nifal perf. 3de pers. mann. enk. נִקְבַר = niqëbar (hij werd begraven) van het werkw. קָבַר = qâbhar (begraven) . Taalgebruik in Tenakh : qâbhar (begraven) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 302 (2 X 151) . Structuur : 1 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 5 . Niet in Tenakh .

Hnd 2,30 - Hnd 2,30 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30profètès oun uparchôn, kai eidôs oti orkô ômosen autô o theos ek karpou tès osfuos autou kathisai epi ton thronon autou,  30 propheta igitur cum esset et sciret quia iureiurando iurasset illi Deus de fructu lumbi eius sedere super sedem eius  30 Alzo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner lenden, zoveel het vlees aangaat, den Christus verwekken zou, om Hem op zijn troon te zetten;     [30] Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon,  [30] Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen,   30 welnu, hij was een profeet en wist dat God hem met een eed had gezworen ‘één uit de vrucht van zijn lende te doen zitten op zijn troon’;   30. Mais comme il était prophète et savait que Dieu lui avait juré par serment de faire asseoir sur son trône un descendant de son sang,  

King James Bible . [30] Therefore being a prophet, and knowing that God had sworn with an oath to him, that of the fruit of his loins, according to the flesh, he would raise up Christ to sit on his throne;
Luther-Bibel . 30 Da er nun ein Prophet war und wusste, dass ihm Gott verheißen hatte mit einem Eid, dass ein Nachkomme von ihm auf seinem Thron sitzen sollte,

Tekstuitleg van Hnd 2,30 .

1. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het NT : profètès (profeet) . Taalgebruik in Lc : profètès (profeet) . Taalgebruik in Hnd : profètès (profeet) . Taalgebruik in Tenach : nâbhî´(profeet) . Hebr. nâbhî´(profeet) . Gr. profètès < pro - fè - tès (fèmi : spreken) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,30 . (2) Hnd 7,48 . (3) Hnd 8,34 . (4) Hnd 21,10 . Lc (7) . Een vorm van profètès (profeet) in Hnd in 30 verzen , in Hnd 2 : (1) Hnd 2,16 . (2) Hnd 2,30 . In Hnd : 6 vormen van profètès (profeet) in 30 verzen in 12 / 28 hoofdstukken . In Lc : 7 vormen van profètès (profeet) in 29 verzen in 13 / 24 hoofdstukken .

Hnd 2,31 - Hnd 2,31 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31proidôn elalèsen peri tès anastaseôs tou christou oti oute egkateleifthè eis adèn oute è sarx autou eiden diafthoran. 31 providens locutus est de resurrectione Christi quia neque derelictus est in inferno neque caro eius vidit corruptionem 31 Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien.     [31] sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias*: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien.   [31] heeft hij de opstanding van de messias* voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.  31 vooruitziende heeft hij uitgesproken over de opstanding van de Christus ‘dat hij niet zou worden overgelaten aan het dodenrijk en zijn vlees geen verderf zou zien’   31. il a vu d'avance et annoncé la résurrection du Christ qui, en effet, n'a pas été abandonné à l'Hadès, et dont la chair n'a pas vu la corruption : 

King James Bible . [31] He seeing this before spake of the resurrection of Christ, that his soul was not left in hell, neither his flesh did see corruption.
Luther-Bibel . 31 hat er's vorausgesehen und von der Auferstehung des Christus gesagt: Er ist nicht dem Tod überlassen, und sein Leib hat die Verwesung nicht gesehen.

Tekstuitleg van Hnd 2,31 . Dit vers Hnd 2,31 telt 21 (3 X 7) woorden en 101 letters . De getalwaarde van Hnd 2,31 is 14417 (13 X 1109) .

2. elalèsen (hij sprak) . Taalgebruik : legô (zeggen) , zie Mt 4,6 . Actief aorist derde persoon enkelvoud . In 431 verzen in de bijbel . In 400 verzen in het O.T. . In eenendertig verzen in het NT .
In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc 1,55 (kathôs ... = zoals ...) . (2) Lc 1,70 (kathôs ... = zoals ...) . (3) Lc 2,50 . (4) Lc 11,14 . (5) Lc 24,6 (hôs ... = zoals ...) .
In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 2,31 . (2) Hnd 3,21 . (3) Hnd 7,6 . (4) Hnd 8,26 . (5) Hnd 9,27 . (6) Hnd 23,9 . (7) Hnd 28,21 . (8) Hnd 28,25 .

Hnd 2,32 - Hnd 2,32 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 32touton ton ièsoun anestèsen o theos, ou pantes èmeis esmen martures. 32 hunc Iesum resuscitavit Deus cui omnes nos testes sumus   32 Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn.    [32] God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen. [32] Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen.  32 hém, Jezus, heeft God doen opstaan, en daarvan zijn wij allen getuigen;   32. Dieu l'a ressuscité, ce Jésus ; nous en sommes tous témoins.  

King James Bible . [32] This Jesus hath God raised up, whereof we all are witnesses.
Luther-Bibel . 32 Diesen Jesus hat Gott auferweckt; dessen sind wir alle Zeugen.

Tekstuitleg van Hnd 2,32 .

8. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

11. martures (getuigen). Taalgebruik : martureô (getuigen) , zie Joh 1,7 . Nominatief meervoud mannelijk . In twintig verzen in de bijbel . In tien verzen in het O.T. . In tien verzen in het NT . Niet bij Matteüs en Marcus. In twee verzen bij Lucas : (1) Lc 11,48 . (2) Lc 24,48 . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd 1,8 . (2) Hnd 2,32 . (3) Hnd 3,15 . (4) Hnd 5,32 . (5) Hnd 7,58 . (6) Hnd 10,39 . (7) Hnd 13,31 . Tenslotte 1 Tes 2,10 .
Het getuigenis van de apostelen is één van de elementen die Lc 24,48 - Lc 24,49 en Hnd 1,4 / Hnd 1,8 gemeenschappelijk hebben :
- Lc 24,48 : humeis martures toutôn = jullie zijn getuigen van deze 'dingen' .
- Hnd 1,8 : esesthe mou martures = jullie zullen mijn getuigen zijn .
Getuigen zijn wijst op opvolging maar ook op de aard van de opvolging . Na het heengaan van Elia werd de leerling Elisa leraar . Op deze wijze gebeurt het niet met de leerlingen van Jezus . Zij blijven leerlingen . Ze zijn en blijven getuigen . In de meeste teksten van Hnd kan dat getuigenis onder verschillende aspecten bekeken worden : tijd , plaats en inhoud . Naar tijd : vanaf het doopsel van Johannes tot ... Naar plaats : te beginnen vanaf Jeruzalem ... Naar inhoud : het leven van Jezus , zijn lijden , dood , opstanding , geestesgave enz....

Hnd 2,33 - Hnd 2,33 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
33tè dexia oun tou theou upsôtheis tèn te epaggelian tou pneumatos tou agiou labôn para tou patros execheen touto o umeis [kai] blepete kai akouete.  33 dextera igitur Dei exaltatus et promissione Spiritus Sancti accepta a Patre effudit hunc quem vos videtis et audistis  33 Hij dan, door de rechter hand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.   [33] Verhoogd aan Gods* rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten; en dat is wat u ziet en hoort.  [33] Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort.  33 en nu hij verhoogd is aan Gods rechterhand en de aangekondigde heilige geestesadem van de Vader heeft mogen aannemen, heeft hij die uitgegoten: dát is wat u ontwaart en hoort!–  33. Et maintenant, exalté par la droite de Dieu, il a reçu du Père l'Esprit Saint, objet de la promesse, et l'a répandu. C'est là ce que vous voyez et entendez.

King James Bible . [33] Therefore being by the right hand of God exalted, and having received of the Father the promise of the Holy Ghost, he hath shed forth this, which ye now see and hear.
Luther-Bibel . 33 Da er nun durch die rechte Hand Gottes erhöht ist und empfangen hat den verheißenen Heiligen Geist vom Vater, hat er diesen ausgegossen, wie ihr hier seht und hört.

Tekstuitleg van Hnd 2,33 . Dit vers Hnd 2,33 telt 24 (2 X 3 X 4) woorden en 113 letters . De getalwaarde van Hnd 2,33 is 14447 (priemgetal) .

7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

9. epaggelian (belofte , bij-engelschap , engelbewaarderschap) . Taalgebruik : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . Accusatief vrouwelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord epaggelia . In achttien verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In zestien verzen in het NT : (1) Lc 24,49 . (2) Hnd 1,4 . (3) Hnd 2,33 . (4) Hnd 13,23 . (5) Hnd 13,32 . (6) Hnd 23,21 .

11. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

17.

Hnd 2,34 - Hnd 2,34 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
34ou gar dauid anebè eis tous ouranous, legei de autos, eipen [o] kurios tô kuriô mou, kathou ek dexiôn mou  34 non enim David ascendit in caelos dicit autem ipse dixit Dominus Domino meo sede a dextris meis   34 Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand.     [34] David is immers niet ten hemel opgestegen; zelf zegt hij juist: De* Heer heeft tot mijn Heer gezegd: Ga zitten aan mijn rechterhand,  [34] David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,   34 want niet David is naar de hemelen opgeklommen, nee, híj zegt: gezegd heeft de Heer tot mijn Heer ‘zet je aan mijn rechterhand   34. Car David, lui, n'est pas monté aux cieux ; or il dit lui-même : Le Seigneur a dit à mon Seigneur : Siège à ma droite, 

King James Bible . [34] For David is not ascended into the heavens: but he saith himself, The LORD said unto my Lord, Sit thou on my right hand,
Luther-Bibel . 34 Denn David ist nicht gen Himmel gefahren; sondern er sagt selbst (Psalm 110,1): »Der Herr sprach zu meinem Herrn: Setze dich zu meiner Rechten,

Tekstuitleg van Hnd 2,34 .

14. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .

Hnd 2,35 - Hnd 2,35 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
35eôs an thô tous echthrous sou upopodion tôn podôn sou. 35 donec ponam inimicos tuos scabillum pedum tuorum   35 Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.     [35] totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd.  [35] tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’”   35 tot ik je vijanden heb gezet als bank onder je voeten’;   35. jusqu'à ce que j'aie fait de tes ennemis un escabeau pour tes pieds. 

King James Bible . [35] Until I make thy foes thy footstool.
Luther-Bibel . 35 bis ich deine Feinde zum Schemel deiner Füße mache.«

Tekstuitleg van Hnd 2,35 .

Hnd 2,36 - Hnd 2,36 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
36asfalôs oun ginôsketô pas oikos israèl oti kai kurion auton kai christon epoièsen o theos, touton ton ièsoun on umeis estaurôsate.  36 certissime ergo sciat omnis domus Israhel quia et Dominum eum et Christum Deus fecit hunc Iesum quem vos crucifixistis  36 Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.   "Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God die Jezus, die gij gekruisigd hebt, Heer en Christus heeft gemaakt."   [36] Dus moet heel het huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u hebt gekruisigd.’  [36] Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’   36 laat heel het huis van Israël dan zonder wankeling erkennen dat God hem heeft gemaakt tot Heer en Christus, deze Jezus die gij hebt gekruisigd!  36. « Que toute la maison d'Israël le sache donc avec certitude : Dieu l'a fait Seigneur et Christ, ce Jésus que vous, vous avez crucifié. »  

King James Bible . [36] Therefore let all the house of Israel know assuredly, that God hath made that same Jesus, whom ye have crucified, both Lord and Christ.
Luther-Bibel . 36 So wisse nun das ganze Haus Israel gewiss, dass Gott diesen Jesus, den ihr gekreuzigt habt, zum Herrn und Christus gemacht hat.

Tekstuitleg van Hnd 2,36 .

21. act. ind. aor. 2de pers. mv. estaurôsate van het werkw. stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in het NT : stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in Lc : stauroô (kruisigen) . Taalgebruik in Hnd : stauroô (kruisigen) . Lat. crucifigere (crux - kruis ; figere : vasthechten, fixeren) . Fr. crucifier . E. to crucify . Ned. kruisigen (k-r-) . D. kreuzigen . Hnd (2) : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 4,10 . NT (2) . In Hnd : 1 vorm van stauroô (kruisigen) in 2 verzen in 2 / 28 hoofdstukken . In Lc : 3 vormen van stauroô (kruisigen) in 5 verzen in 2 / 24 hoofdstukken . Een vorm van stauroô (kruisigen) in het NT (46) .

19. - 21. hon humeis estaurôsate (die jullie kruisigden) . Hnd (2 / 2) : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 4,10 . estaurôsan auton (zij kruisigden hem) . Lc (2 / 5) : (1) Lc 23,33 . (2) Lc 24,20 en in Mc 15,25 .

Hnd 2,37 - Hnd 2,37 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
37akousantes de katenugèsan tèn kardian, eipon te pros ton petron kai tous loipous apostolous, ti poièsômen, andres adelfoi;  37 his auditis conpuncti sunt corde et dixerunt ad Petrum et ad reliquos apostolos quid faciemus viri fratres   37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?   Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: "Wat moeten we doen, mannen, broeders?"   [37] Toen zij dit hoorden kromp hun hart ineen en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’  [37] Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’   37 ¶ Als ze dit horen zijn ze tot in het hart getroffen; ze zeggen tot Petrus en de overige apostelen: wat moeten we doen, mannen broeders?  37. D'entendre cela, ils eurent le cœur transpercé, et ils dirent à Pierre et aux apôtres : « Frères, que devons nous faire ? »  

King James Bible . [37] Now when they heard this, they were pricked in their heart, and said unto Peter and to the rest of the apostles, Men and brethren, what shall we do?
Luther-Bibel . 37 Als sie aber das hörten, ging's ihnen durchs Herz und sie sprachen zu Petrus und den andern Aposteln: Ihr Männer, liebe Brüder, was sollen wir tun?

Tekstuitleg van Hnd 2,37 .

1. akousantes (gehoord) . Actief participium aorist nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord akouô ( horen ) . Taalgebruik in het NT : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare ( het oor lenen aan , toehoren , aanhoren ) -> écouter . Hnd (16) : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 4,24 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 5,33 . (5) Hnd 8,14 . (6) Hnd 9,38 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (9) Hnd 16,38 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (14) Hnd 21,20 . (15) Hnd 22,2 . (16) Hnd 28,15 .

akouô (horen) bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
part. aor. nom. mv. akousantes   67  15  52  13  16       

1. - 2. akousantes de (gehoord echter) . In twaalf verzen in het NT . Mt (1) . Lc (1) . Hnd (10) : (1) Hnd 2,37 . (3) Hnd 5,21 . (5) Hnd 8,14 . (7) Hnd 11,18 . (8) Hnd 14,14 . (10) Hnd 17,32 . (11) Hnd 18,26 . (12) Hnd 19,5 . (13) Hnd 19,28 . (15) Hnd 22,2 . In deze tien verzen in Hnd staat dit telkens bij het begin van een zin . In negen verzen in het begin van een vers , niet in Hnd 18,26 .

4. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

Hnd 2,38 - Hnd 2,38 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
38petros de pros autous, metanoèsate, [fèsin,] kai baptisthètô ekastos umôn epi tô onomati ièsou christou eis afesin tôn amartiôn umôn, kai lèmpsesthe tèn dôrean tou agiou pneumatos: 38 Petrus vero ad illos paenitentiam inquit agite et baptizetur unusquisque vestrum in nomine Iesu Christi in remissionem peccatorum vestrorum et accipietis donum Sancti Spiritus  38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.  Petrus gaf hun ten antwoord: "Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.   [38] Petrus zei tegen hen: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.   [38] Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,   38 Maar Petrus tot hen: ge moet u bekeren!– een ieder van u late zich onderdompelen bij de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden; en ge zult de gave van de heilige geestesadem mogen aannemen;   38. Pierre leur répondit : « Repentez-vous, et que chacun de vous se fasse baptiser au nom de Jésus Christ pour la rémission de ses péchés, et vous recevrez alors le don du Saint Esprit.

King James Bible . [38] Then Peter said unto them, Repent, and be baptized every one of you in the name of Jesus Christ for the remission of sins, and ye shall receive the gift of the Holy Ghost.
Luther-Bibel . 38 Petrus sprach zu ihnen: Tut Buße und jeder von euch lasse sich taufen auf den Namen Jesu Christi zur Vergebung eurer Sünden, so werdet ihr empfangen die Gabe des Heiligen Geistes.

Tekstuitleg van Hnd 2,38 . Dit vers Hnd 2,38 telt 25 (5 X 5) woorden en 134 (2 X 67) letters . De getalwaarde van Hnd 2,38 is 19008 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 3 X 11) .

Hnd 2,38.5. act. imperat. aor. 2de pers. mv. μετανοησατε = metanoèsate (bekeert jullie) van het werkw. μετανοεω = metanoeô (bekeren) . Taalgebruik in het NT : metanoeô (bekeren) . Taalgebruik in de LXX : metanoeô (bekeren) . LXX (1) : Js 46,8 . NT (2) : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,19 . Een vorm van μετανοεω = metanoeô in de LXX (24) , in het NT (34) .
- Hebreeuws : act. imperat. hifil 2de pers. mv. הַשִׁיבוּ = hasjîbhû (bekeert jullie) van het werkw. שׁוּב = sjûbh (terugkeren) . Taalgebruik in Tenakh : sjûbh (terugkeren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , waw = 6 , beth = 2 ; totaal : 29 of 308 (2² X 7 X 11) . Structuur : 3 - 6 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (11) .

12. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .

13. onomati (met naam) . Taalgebruik : onoma (naam) , zie Lc 23,50 . Datief onzijdig enkelvoud van het zelfstandig naamwoord onoma (naam) . In 260 verzen in de bijbel . In 168 verzen in het O.T. . In tweeënnegentig verzen in het NT . In zestien verzen in Lc . In vijfendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 3,6 . (3) Hnd 4,7 . (4) Hnd 4,10 . (5) Hnd 4,17 . (6) Hnd 4,18 . (7) Hnd 5,1 . (8) Hnd 5,28 . (9) Hnd 5,34 . (10) Hnd 5,40 . (11) Hnd 8,9 . (12) Hnd 9,10 . (13) Hnd 9,11 . (14) Hnd 9,12 . (15) Hnd 9,27 . (16) Hnd 9,28 . (17) Hnd 9,33 . (18) Hnd 9,36 . (19) Hnd 10,1 . (20) Hnd 10,48 . (21) Hnd 11,28 . (22) Hnd 12,13 . (23) Hnd 15,14 . (24) Hnd 16,1 . (25) Hnd 16,14 . (26) Hnd 16,18 . (27) Hnd 17,34 . (28) Hnd 18,2 . (29) Hnd 18,7 . (30) Hnd 18,24 . (31) Hnd 19,24 . (32) Hnd 20,9 . (33) Hnd 21,10 . (34) Hnd 27,1 . (35) Hnd 28,7 .

11. - 13. epi tôi onomati (bij de naam van) . In zestien verzen in het NT . Mt (2) . Mc (3) . Lc (5) . In zes verzen in Hnd : (1) (1) Hnd 2,38 . (2) (5) Hnd 4,17 . (3) (6) Hnd 4,18 . (4) (8) Hnd 5,28 . (5) (10) Hnd 5,40 . (6) (23) Hnd 15,14 .

11. - 15. epi tôi onomati (bij de naam van) Ièsou Christou (Jezus Christus) . Slechts in Hnd 2,38 in het NT .

17. afesin (vergeving) . Taalgebruik : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . Accusatief enkelvoud . In zesentwintig verzen in de bijbel . In veertien verzen in het O.T. . In twaalf verzen in het NT . In zes verzen in de evangelies : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Mc 3,29 . (4) Lc 3,3 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 24,47 . In zes verzen in de andere boeken van het NT : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . (5) Ef 1,7 . (6) Kol 1,14 . In negen verzen in combinatie met hamartiôn (van zonden) , vandaar : zondenvergeving . Niet in (1) Mc 3,29 . (2) Lc 4,18 . (3) Ef 1,7 (vergeving van overtredingen) .

19. hamartiôn (van zonden) . Taalgebruik: hamartia (zonde) , zie Lc 11,4 . Genitief meervoud van het zelfstandig naamwoord hamartia (zonde) . In vijfentachtig verzen in de bijbel . In tweeënvijftig verzen in het O.T. . In tweeëndertig verzen in het NT (1) Mt 1,21 . (2) Mt 26,28 . (3) Mc 1,4 . (4) Lc 1,77 . (5) Lc 3,3 . (6) Lc 24,47 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 5,31 . (9) Hnd 10,43 . (10) Hnd 13,38 . (11) Hnd 26,18 . In eenentwintig verzen in de andere boeken van het NT .

23. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .

16. -19. eis afesin tôn hamartiôn (tot vergeving van de zonden) . Taalgebruik : afièmi (weg-laten, af-laten, vergeven, kwijtschelden, los-laten , ver-laten) , zie Mt 6,14 . In vier verzen in het NT : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 1,4 . (3) Lc 3,3 . (4) Hnd 2,38 .

27. gen. onz. enk. pneumatos van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Hebr. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Hnd (23) : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,17 . (5) Hnd 2,18 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,38 . (8) Hnd 4,8 . (9) Hnd 4,25 . (10) Hnd 4,31 . (11) Hnd 6,3 . (12) Hnd 6,5 . (13) Hnd 7,17 . (14) Hnd 7,55 . (15) Hnd 9,31 . (16) Hnd 10,45 . (17) Hnd 11,24 . (18) Hnd 11,28 . (19) Hnd 13,4 . (20) Hnd 13,9 . (21) Hnd 13,52 . (22) Hnd 16,6 . (23) Hnd 21,4 . Een vorm van pneuma (geest) in Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,4 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,33 . (5) Hnd 2,38 . In Lc : X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20 / 28 hoofdstukken . Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382) .

Hnd 2,39 - Hnd 2,39 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
39umin gar estin è epaggelia kai tois teknois umôn kai pasin tois eis makran osous an proskalesètai kurios o theos èmôn.   vobis enim est repromissio et filiis vestris et omnibus qui longe sunt quoscumque advocaverit Dominus Deus noster   39 Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.  Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen."  [39] De belofte geldt immers voor u en uw kinderen, en voor allen ver weg, die* de Heer onze God erbij zal roepen.’  [39] want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’  39 ja, aan ú is deze verkondiging, aan uw kinderen ‘en aan allen die verre zijn,– zovelen als hij er maar bij zal roepen, de Heer, onze God!’   39. Car c'est pour vous qu'est la promesse, ainsi que pour vos enfants et pour tous ceux qui sont au loin, en aussi grand nombre que le Seigneur notre Dieu les appellera. »  

King James Bible . [39] For the promise is unto you, and to your children, and to all that are afar off, even as many as the Lord our God shall call.
Luther-Bibel . 39 Denn euch und euren Kindern gilt diese Verheißung und allen, die fern sind, so viele der Herr, unser Gott, herzurufen wird.

Tekstuitleg van Hnd 2,40 .

Hnd 2,40 - Hnd 2,40 : Toespraak van Petrus - Hnd 2,14-40 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,14 - Hnd 2,15 - Hnd 2,16 - Hnd 2,17 - Hnd 2,18 - Hnd 2,19 - Hnd 2,20 - Hnd 2,21 - Hnd 2,22 - Hnd 2,23 - Hnd 2,24 - Hnd 2,25 - Hnd 2,26 - Hnd 2,27 - Hnd 2,28 - Hnd 2,29 - Hnd 2,30 - Hnd 2,31 - Hnd 2,32 - Hnd 2,33 - Hnd 2,34 - Hnd 2,35 - Hnd 2,36 - Hnd 2,37 - Hnd 2,38 - Hnd 2,39 - Hnd 2,40 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
40eterois te logois pleiosin diemarturato, kai parekalei autous legôn, sôthète apo tès geneas tès skolias tautès.   40 aliis etiam verbis pluribus testificatus est et exhortabatur eos dicens salvamini a generatione ista prava 40 En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!  Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: "Redt u uit dit ontaarde geslacht." [40] Met nog vele andere woorden getuigde hij, en hij spoorde hen aan met de woorden: ‘Laat u redden uit dit ontaarde geslacht!’   [40] Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’   40 Met nog vele andere woorden heeft hij getuigenis afgelegd en hen opgeroepen en gezegd: laat u redden uit dit verdorven geslacht!   40. Par beaucoup d'autres paroles encore, il les adjurait et les exhortait : « Sauvez-vous, disait-il, de cette génération dévoyée. »  

King James Bible . [40] And with many other words did he testify and exhort, saying, Save yourselves from this untoward generation.
Luther-Bibel . 40 Auch mit vielen andern Worten bezeugte er das und ermahnte sie und sprach: Lasst euch erretten aus diesem verkehrten Geschlecht!

Hnd 2,41-47 . Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -

Hnd 2,41 - Hnd 2,41 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  4de (vierde) paaszondag A  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
41oi men oun apodexamenoi ton logon autou ebaptisthèsan, kai prosetethèsan en tè èmera ekeinè psuchai ôsei trischiliai.  41 qui ergo receperunt sermonem eius baptizati sunt et adpositae sunt in illa die animae circiter tria milia   41 Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.   Die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.   [41] Zij die zijn woord aannamen, lieten zich dopen; en op die dag sloten zich ongeveer drieduizend mensen aan.  [41] Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.  41 Dus worden zij die zijn woord verwelkomen ondergedompeld; op diezelfde dag voegen zich zo’n drieduizend zielen bij hen.   41. Eux donc, accueillant sa parole, se firent baptiser. Il s'adjoignit ce jour-là environ trois mille âmes.

King James Bible . [41] Then they that gladly received his word were baptized: and the same day there were added unto them about three thousand souls.
Luther-Bibel . 41 Die nun sein Wort annahmen, ließen sich taufen; und an diesem Tage wurden hinzugefügt etwa dreitausend Menschen.

Tekstuitleg van Hnd 2,41 . Dit vers Hnd 2,41 telt 17 woorden en 102 (2 X 51) letters . De getalwaarde van Hnd 2,41 is 10713 (3 X 3571) . Op de toespraak van Petrus Hnd 2,14-40 volgt de reactie van de 'gelovigen' . In Hnd 1,13 worden de elf apostelen opgesomd . In Hnd 1,26 zijn er weer twaalf apostelen na de toevoeging van Mattias . In Hnd 2,41 laten zich op Pinksterdag na de toespraak van Petrus ongeveer drieduizend personen dopen . Na de genezing van een lamme aan de tempelpoort van Jeruzalem en na de toespraak van Petrus in de tempel en na een nacht gevangenis stijgt het aantal gelovige mannen tot vijfduizend (Hnd 4,4) . In Hnd 6,7 blijft het aantal leerlingen in Jeruzalem nog stijgen , wellicht door de prediking van de apostelen (een grote menigte priesters geloofden) als door de prediking van de zeven medewerkers in dienst van de Hellenistische gelovigen . In Antiochië wordt de boodschap ook aan Hellenisten verkondigd . Bij hen kwam een groot aantal tot geloof (Hnd 11,21) . Dit wordt voor het eerst vermeld voor een groep buiten Jeruzalem . Bij het begin van de tweede missiereis bezoeken Paulus , Silas en Timotheüs steden van Klein-Azië en het aantal gelovigen of gemeenten neemt in aantal toe (Hnd 16,5) . .

Hnd 2,41   hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen)
Hnd 8,14 akousantes de oi en ierosolumois apostoloi (gehoord echter de apostelen in Jeruzalem) hoti dedektai hè Samareia ton logon tou theou (dat Samaria het woord van God heeft ontvangen)
Hnd 11,1 èkousan de oi apostoloi kai oi adelfoi oi ontes kata tèn ioudaian (de apostelen en de broeders die -verspreid - waren over Judea echter hoorden hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de heidenen het woord van God ontvingen)
Hnd 17,11   edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .

Hnd 2,41  hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen)  ebaptisthèsan (zij werden gedoopt)   3000   
Hnd 4,4  polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord hoorden)  episteusan (zij geloofden)  5000    
         
         
         

4. apodexamenoi (ont-vangen) . Taalgebruik : dechomai (ontvangen) , zie Mt 10,40 . Mediaal participium aorist nominatief mannelijk meervoud . Slechts in één vers in de bijbel : Hnd 2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) .

5. ton . Bepaald lidwoord accusatief mannelijk enkelvoud bij logon (woord) , zie hieronder bij logon (woord) .

6. logon (woord) . Taalgebruik : logos (woord) , zie Mt 7,24 . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Accusatief mannelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord logos (woord) . In 347 verzen in de bijbel . In 127 verzen in het NT . Mt (17) . Mc (18) . Lc (10) . Joh (14) . Hnd (31) :
(1) Hnd 1,1 : ton men prôton logon (het eerste boek enerzijds) .
(2) Hnd 2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) .
(3) Hnd 4,4 : polloi de akousantôn ton logon (velen echter van wie het woord hoorden) .
(4) Hnd 4,29 : lalein ton logon sou (uw woord te spreken) .
(5) Hnd 4,31 : elaloun ton logon tou theou (zij spraken het woord van God) .
(6) Hnd 6,2 : ton logon tou theou (het woord van God) .
(7) Hnd 8,4 : euaggelizomenoi ton logon (het woord verkondigend) .
(8) Hnd 8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van God heeft ontvangen) .
(9) Hnd 8,25 : lalèsantes ton logon tou kuriou (sprekend het woord van de Heer) .
(10) Hnd 10,36 : ton logon (het woord) .
(11) Hnd 10,44 : pantas tous akouontas ton logon (al wie hoort het woord) .
(12) Hnd 11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de heidenen het woord van God ontvingen) .
(13) Hnd 11,19 : lalountes ton logon (sprekend het woord) .
(14) Hnd 13,5 : katèggellon ton logon tou theou (zij verkondigden het woord van God) .
(15) Hnd 13,7 : akousai ton logon tou theou (te horen het woord van God) .
(16) Hnd 13,44 : akousai ton logon tou theou (het woord van God) .
(17) Hnd 13,46 : lalèthènai ton logon tou theou (gesproken te worden het woord van God) .
(18) Hnd 13,48 : edoxazon ton logon tou kuriou (zij verheerlijkten het woord van de Heer) .
(19) Hnd 14,25 : lalèsantes ... ton logon (sprekend ... het woord) .
(20) Hnd 15,7 : akousai ta ethnè ton logon tou euaggeliou (dat de heidenvolkeren het woord van het evangelie horen) .
(21) Hnd 15,35 : euaggelizomenoi ... ton logon tou kuriou (verkondigend het woord van de Heer) .
(22) Hnd 15,36 : katèggeilamen ton logon tou kuriou (wij verkondigden het woord van de Heer) .
(23) Hnd 16,6 : lalèsai ton logon (om het woord te spreken) .
(24) Hnd 16,32 : kai elalèsan autôi ton logon tou kuriou (en zij spraken het woord van de Heer) .
(25) Hnd 17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
(26) Hnd 18,11 : didaskôn ... ton logon tou theou (lerend het woord van God) .
(27) Hnd 18,14 : kata logon (tegenwoord, aanklacht) .
(28) Hnd 19,10 : akousai ton logon tou kuriou (te horen het woord van de Heer) .
(29) Hnd 19,38 : logon (een woord, zaak) .
(30) Hnd 19,40 : logon (woord, verantwoording) .
(31) Hnd 20,7 : ton logon (het woord) .
Voor logon (woord) staat het bepaald lidwoord ton (de / het) wanneer de boodschap bedoeld is , in het andere geval staat er geen lidwoord : (1) Hnd 18,14 . (2) Hnd 19,38) . (3) Hnd 19,40 . Ton logon (het woord) in 28 verzen . Zonder nadere bepaling (in absolute zin) : (1) Hnd 4,4 . (2) Hnd 8,4 . (3) Hnd 10,36 . (4) Hnd 10,44 . (5) Hnd 11,19 . (6) Hnd 14,25 . (7) Hnd 16,6 . (8) Hnd 17,11 . (9) Hnd 20,7 . ton logon tou theou (het woord van God) (9) . ton logon tou kuriou (het woord van de Heer) (6) . Met een persoonlijk voornaamwoord : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 4,29 . ton logon (het woord) met de nadere bepaling tou euaggeliou (van de goede boodschap) : Hnd 15,7 .
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in acht verzen voor . Er is progressie in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord ontvangen .
Het eerste boek verwoordt het gebeuren over Jezus .

5. - 7. Een vorm van het werkwoord (apo) dechomai (ontvangen) met het lijdend voorwerp ton logon (het woord) :
(1) Hnd 2,41 : hoi men oun apodexamenoi ton logon autou (enerzijds zij die derhalve zijn woord ont-vingen) .
(2) Hnd 8,14 : hoti dedektai ... ton logon tou theou (dat Samaria het woord van God heeft ontvangen) .
(3) Hnd 11,1 : hoti kai ta ethnè edexanto ton logon tou theou (dat ook de heidenen het woord van God ontvingen) .
(4) Hnd 17,11 : edexanto ton logon (zij ontvingen het woord) .
Er is een gradatie in het gebruik van het werkwoord (apo)dechomai (ontvangen . In Hnd 2,41 zijn het de aanwezigen bij het pinksterwonder in Jeruzalem . In Hnd 8,14 betreft het Samaria en in Hnd 11,1 de heidenen . In Hnd 17,11 slaat het op de inwoners van Berea . Taalgebruik : dechomai (ontvangen) , zie Mt 10,40 .
Een vorm van het werkwoord akouô (horen) met het lijdend voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in vijf verzen voor . Taalgebruik : akouô (horen, luisteren) , zie Mt 4,12 . Een vorm van het werkwoord laleô (spreken) met het lijdend voorwerp ton logon (het woord) komt in Hnd in zeven verzen voor . Er is progressie in de werkwoorden : het woord spreken - naar het woord luisteren - het woord ontvangen .

8. ebaptisthèsan (zij werden gedoopt) . Taalgebruik : baptizô (dopen) , zie Mt 3,13 . Zie ook : baptizô (dopen) , zie Mc 1,8 . In drie verzen in de bijbel . Slechts in het NT : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 . (3) 1 Kor 10,2 .

Mc 1,8 egô (ik)       ebaptisa (doopte) humas (jullie) hudati (met water)  
  autos (hij) de (echter)     baptisei (zal dopen) humas (jullie) pneumati hagiôi (met heilige geest)  
Mt 3,11 egô (ik) men (enerzijds) humas (jullie)   baptizô (doop)   en hudati (met water) eis metanoian (tot bekering)
  autos (hij)   humas (jullie)   baptisei (zal dopen)   en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur)  
Lc 3,16 egô (ik) men  (enerzijds)   hudati (met water) baptizô (doop) humas (jullie)    
  autos (hij)   humas (jullie)   baptisei (zal dopen)   en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur)  
Joh 1,26 egô (ik)       baptizô (doop)   en hudati (met water)  
Hnd 1,5 (hoti) Iôannès (want) (Johannes) men (enerzijds)     ebaptisen (doopte)   hudati (met water)  
  humeis (jullie) de (echter)   en pneumati (met geest) baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden)   hagiôi (heilige)  
Hnd 8,38 (kai) (en)       ebaptisen (doopte) auton (hem)    
Hnd 11,16 Iôannès (Johannes) men (enerzijds)     ebaptisen(doopte)   hudati (met water)  
  humeis (jullie) de (echter)     baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden)   en pneumati hagiôi (met heilige geest)  
Hnd 19,4 Iôannès (Johannes)       ebaptisen baptisma (doopte een doopsel)     metanoias (van bekering)

10. Een vorm van prostithèmi (bij-leggen, toevoegen) in : (1) Hnd 2,41 (2) Hnd 2,47 . (3) Hnd 5,14 . (4) Hnd 11,24 . (5) Hnd 13,36 (in de betekenis van het bijzetten van een afgestorvene) .

16. hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in het NT : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in de LXX : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in Lc : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Hebr. kë . Lat. tamquam . Fr. comme . E. like . D. wie . Ned. (zo)als. Hnd (6) : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 2,3 . (3) Hnd 2,41 . (4) Hnd 6,15 . (5) Hnd 10,3 . (6) Hnd 19,7 . NT (21) . LXX (180) .

  hôsei  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    171  151  20             

17. trischiliai (3000) . In Hnd 2,41 is er sprake van 3000 (120 X 25 of 2 X 3 X 5 X 100) , in Hnd 4,4 van 5000 (5 X 1000) .

23. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

Hnd 2,42 - Hnd 2,42 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  Statenvertaling  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 
42 èsan de proskarterountes tè didachè tôn apostolôn kai tè koinônia, tè klasei tou artou kai tais proseuchais.   42 erant autem perseverantes in doctrina apostolorum et communicatione fractionis panis et orationibus  42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.   42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.  [42] Ze wijdden zich trouw aan het onderwijs dat de apostelen gaven, en aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed.  [42] Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.  42 ¶ Met volharding blijven ze bij het onderricht van de apostelen, de onderlinge gemeenschap, de breking van het brood en de gebeden.  42. Ils se montraient assidus à l'enseignement des apôtres, fidèles à la communion fraternelle, à la fraction du pain et aux prières. 

King James Bible . Hnd 2,42 : 42 And they continued stedfastly in the apostles’ doctrine and fellowship, and in breaking of bread, and in prayers.
Luther-Bibel . 42 Sie blieben aber beständig in der Lehre der Apostel und in der Gemeinschaft und im Brotbrechen und im Gebet.

Tekstuitleg van Hnd 2,42 . Dit vers Hnd 2,42 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Hnd 2,42 is 11809 (7 X 7 X 241) .

In één zin worden vier aspecten van het leven van de gelovigen geschetst : (1) de leer van de apostelen . (2) de gemeenschap . (3) het breken van het brood . (4) bidden .

3. proskarterountes (volhardend) . Taalgebruik : proskartereô (volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd 1,14 . Actief participium praesens nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Het werkwoord kartereô = sterk zijn of zich sterk houden , zichzelf in bedwang houden , standvastig zijn , geduldig dragen . In vijf verzen in de bijbel . Slechts in het NT : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,46 . (4) Rom 12,12 . (5) Rom 13,6 .
(1) Hnd 1,14 : houtoi pantes èsan proskarterountes homothumadon ... tèi proseuchèi = al dezen waren volhardend gelijkgezind in het gebed - of - zij bleven gelijkgezind volharden in het gebed . Nadat Jezus in de hemel was opgenomen , keerden de 'ooggetuigen' naar Jeruzalem terug . In een bovenzaal bleven zij gelijkgezind volharden in het gebed . Ze baden opdat ze zouden gedoopt worden met heilige geest .
(2) Hnd 2,42 : èsan de proskarterountes ... tais proseuchais = zij echter waren volhardend in de gebeden .
(3) Hnd 2,46 : proskarterountes homothumadon en tôi hierôi .

1. 3. èsan de proskarterountes (zij echter waren volhardend) : Hnd 2,42 ; èsan proskarterountes (zij waren volhardend) : Hnd 1,14 . Slechts in deze twee verzen in de bijbel .

17. proseuchais (gebeden) . Taalgebruik : proseuchomai (bidden) , zie Hnd 6,6 . Datief vrouwelijk meervoud van het zelfstandig naamwoord proseuchè (gebed, aanroeping) . In negen verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In zes verzen in het NT . Niet in de evangelies . In Hnd 2,42 .

Hnd 2,43 - Hnd 2,43 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
43egineto de pasè psuchè fobos, polla te terata kai sèmeia dia tôn apostolôn egineto.   43 fiebat autem omni animae timor multa quoque prodigia et signa per apostolos fiebant in Hierusalem et metus erat magnus in universis  43 En een vreze kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.    [43] Vrees* beving iedereen en er gebeurden vele wonderen en tekenen door toedoen van de apostelen.  [43] De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag.   43 Er komt ontzag over alle ziel; door de apostelen komt er een veelheid van wonderen en tekenen.   43. La crainte s'emparait de tous les esprits : nombreux étaient les prodiges et signes accomplis par les apôtres. 

King James Bible . [43] And fear came upon every soul: and many wonders and signs were done by the apostles.
Luther-Bibel . 43 Es kam aber Furcht über alle Seelen und es geschahen auch viele Wunder und Zeichen durch die Apostel.

Tekstuitleg van Hnd 2,43 .

Hnd 2,43.1. ind. imperf. 3de pers. enk. egineto van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Taalgebruik in Hnd : ginomai (worden) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,43 .  (2) Hnd 5,12 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Hnd (118) , in Hnd 2 (3) : (1) Hnd 2,2 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,43 . In Hnd : X vormen van ginomai (worden, gebeuren) in 25 hoofdstukken en in 118 verzen .

Hnd 2,43.5. nom. mann. enk. zelfst. naamw. fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in het NT : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Lc : fobos (vrees, fobie) . Taalgebruik in Hnd : fobos (vrees, fobie) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 19,17 . In Hnd : 2 vormen van fobos (vrees, fobie) in 4 hoofdstukken en in 5 verzen : (1) Hnd 2,43 . (2) Hnd 5,5 . (3) Hnd 5,11 . (4) Hnd 9,31 .  (5) Hnd 19,17 .

Hnd 2,43.14. ind. imperf. 3de pers. enk. egineto van het werkw. ginomai (worden, gebeuren) . Taalgebruik in het NT : ginomai (worden) . Taalgebruik in Lc : ginomai (worden) . Taalgebruik in Hnd : ginomai (worden) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,43 .  (2) Hnd 5,12 . Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Hnd (118) , in Hnd 2 (3) : (1) Hnd 2,2 . (2) Hnd 2,6 . (3) Hnd 2,43 . In Hnd : X vormen van ginomai (worden, gebeuren) in 25 hoofdstukken en in 118 verzen .

Hnd 2,44 - Hnd 2,44 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
44pantes de oi pisteuontes èsan epi to auto kai eichon apanta koina,  44 omnes etiam qui credebant erant pariter et habebant omnia communia   44 En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen;    [44] Allen die het geloof hadden aangenomen, bleven bijeen en bezaten alles gemeenschappelijk.  [44] Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk.  44 Allen die zijn gaan geloven op die plek hebben alles gemeenschappelijk gehad:   44. Tous les croyants ensemble mettaient tout en commun ; 

King James Bible . [44] And all that believed were together, and had all things common;
Luther-Bibel . 44 Alle aber, die gläubig geworden waren, waren beieinander und hatten alle Dinge gemeinsam.

Tekstuitleg van Hnd 2,44 . Dit vers Hnd 2,44 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 53 letters . De getalwaarde van Hnd 2,44 is 5190 (2 X 3 X 5 X 173) . Het vers bestaat uit 12 woorden ; 12 is een symbool van volledigheid . Dit wordt ook uitgedrukt door "op dezelfde plaats" te zijn . Het vers bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen ; de ene met 8 woorden , de andere met 4 woorden ; verhouding 2 - 1 . Er is een grote overeenkomst tussen Hnd 2,1.9-14 en Hnd 2,44.1-8. Deze woorden omsluiten het Pinksterverhaal en de rede van Petrus . In Hnd 2,1 zijn allen bijeen om de geest te ontvangen , in Hnd 2,44 zijn het mensen die tot geloof gekomen zijn en bijeen zijn als gelovigen . 'Op dezelfde plaats' verwijst misschien naar een grote ruimte , de tempel , de stad Jeruzalem . In het 2de halfvers wordt het gemeenschappelijk bezit verbonden met de gelovige gemeenschap = gemeenschap die de heilige geest heeft ontvangen .

Hnd 2,44.1. nom. mann. mv. pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (33) : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 . Een vorm van pas (al) in Hnd (162 / 170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 / 28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 . Een vorm van hapas (geheel) in Hnd (16) , in Hnd 2 (2) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,44 . In Lc : X vormen van hapas (geheel) in 16 verzen in 12 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van hapas (geheel) in 13 verzen in 8 / 28 hoofdstukken . Een vorm van hapas (geheel) in het NT (32) , in de LXX (78) .

  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 15 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  1 6 1 1 3 1   2 3 2           1 2 1 1 1 3 1     1 1 1  
    1   1 2                     2                        

Hnd 2,44.2. de (echter) , afkorting d' . Taalgebruik in het NT : de (echter) . Taalgebruik in de LXX : de (echter) . Taalgebruik in Lc : de (echter) . Taalgebruik in Hnd : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . In Hnd 2,41-47 (4) : (1) Hnd 2,42 . (2) Hnd 2,43 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 .

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Brieven Apk
  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7

  Hnd 1 Hnd 2 Hnd 3 Hnd 4 Hnd 5 Hnd 6 Hnd 7 Hnd 8 Hnd 9 Hnd 10 Hnd 11 Hnd 12 Hnd 13 Hnd 14 Hnd 16 Hnd 17 Hnd 18 Hnd 19 Hnd 20 Hnd 21 Hnd 22 Hnd 23 Hnd 24 Hnd 25 Hnd 26 Hnd 27  Hnd 28
  14  13  12  24  23  26  30 17  19  22  23  11  23  16  16  25  18  25  17  20  11  13  26  16 

Hnd 2,44.1. - 2. pantes de (allen echter) . NT (6) : (1) Mt 23,8 . (2) Hnd 2,44 . (3) Hnd 3,24 . (4) 1 Kor 15,51 . (5) 2 Tim 3,12 . (6) 1 Pe 5,5 .

Hnd 2,44.3. nom. mann. mv. hoi (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (147) . Hnd 2 (7) : (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,10 . (4) Hnd 2,14 . (5) Hnd 2,17 . (6) Hnd 2,41 . (7) Hnd 2,44 .

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 

Hnd 2,44.4. act. part. praes. nom. mann. mv. pisteuontes (gelovenden, gelovigen) van het werkw. pisteuô (geloven, vertrouwen) . Taalgebruik in het NT : pisteuô (geloven, vertrouwen) . Taalgebruik in de LXX : pisteuô (geloven, vertrouwen) . Taalgebruik in Lc : pisteuô (geloven, vertrouwen) . Een vorm van pisteuô (geloven, vertrouwen) in de LXX (88) , in het NT (241) , in Hnd (54) . Bijbel (7) : (1) Mt 21,22 . (2) Joh 6,64 . (3) Joh 20,31 . (4) Hnd 2,44 . (5) Hnd 5,14 . (6) Hnd 9,26 . (7) 1 Pe 1,8 . Variante : act. part. aor. nom. mann. + vr. mv. pisteusantes (gelovenden) . Bijbel (8) : (1) 1 Mak 2,59 . (2) Lc 8,12 . (3) Joh 7,39 . (4) Joh 20,29 . (5) Hnd 19,2 . (6) Ef 1,13 . (7) 2 Tes 2,12 . (8) Heb 4,3 . In Hnd is hier voor het eerst sprake van "pist..." (geloven) .

Hnd 2,44.5. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ησαν = èsan  (zij waren) van het werkw. ειμι = eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de LXX : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Taalgebruik in Hnd : eimi (zijn) . Lc (22) : (1) Lc 1,6 . (2) Lc 1,7 . (3) Lc 2,8 . (4) Lc 4,20 . (5) Lc 4,25 . (6) Lc 4,27 . (7) Lc 5,10 . (8) Lc 5,17 . (9) Lc 5,29 . (10) Lc 7,41 . (11) Lc 8,2 . (12) Lc 8,40 . (13) Lc 9,14 . (14) Lc 9,30 . (15) Lc 9,32 . (16) Lc 14,1 . (17) Lc 15,1 . (18) Lc 20,29 . (19) Lc 23,55 . (20) Lc 24,10 . (21) Lc 24,13 . (22) Lc 24,53 . Hnd (28) : (1) Hnd 1,10 . (2) Hnd 1,13 . (3) Hnd 1,14 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,2 . (6) Hnd 2,5 . (7) Hnd 2,42 . (8) Hnd 2,44 . (9) Hnd 4,6 . (10) Hnd 4,13 . (11) Hnd 4,31 . (12) Hnd 5,12 . (13) Hnd 11,20 . (14) Hnd 12,3 . (15) Hnd 12,12 . (16) Hnd 13,1 . (17) Hnd 13,48 . (18) Hnd 14,4 . (19) Hnd 14,7 . (20) Hnd 14,26 . (21) Hnd 17,11 . (22) Hnd 18,3 . (23) Hnd 19,7 . (24) Hnd 19,14 . (25) Hnd 20,8 . (26) Hnd 21,9 . (27) Hnd 21,29 . (28) Hnd 23,13 . Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
imperf. 3de pers. mv. èsan   332  239  93  10  16  22  28  48  56 

- Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .

Hnd 2,44.6. epi (op, bij) . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Ned. op . Hnd (120) . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,30 . (6) Hnd 2,38 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 2,47 .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

Hnd 2,44.7. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 2,16 . (5) Hnd 2,21 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 2,47 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

Hnd 2,44.8. nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud auto (het zelfde) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Bijbel (490) . NT (100) . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .

autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. onz. enk. auto 490 389 101 14 8 17 9 8 41 4 39 48

Hnd 2,44.6. - 8. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter richten tegen iemand .

Hnd 2,44.1. - 8. Er is een grote overeenkomst tussen Hnd 2,1.9-14 en Hnd 2,44.1-8. Deze woorden omsluiten het Pinksterverhaal en de rede van Petrus . In Hnd 2,1 zijn allen bijeen om de geest te ontvangen , in Hnd 2,44 zijn het mensen die tot geloof gekomen zijn en bijeen zijn als gelovigen . Er is een omkering van het woord pantes (allen) . In Hnd 1,15 is er sprake van ongeveer 120 personen , in Hnd 2,41 van 3000 . 120 (2³ X 3 X 5 OF 12 X 2 X 5) . 300 (120 X 5²) . Vertrekgetal : 12 . Aanvangsgetal = vertrekgetal (12) X 2 X 5 . Verdere groei = vorig getal X 5² .
- Hnd 2,1 : hèsan pantes homou epi to auto (allen waren samen op dezelfde plaats) .
- Hnd 2,44 : pantes de hoi pisteuontes èsan epi to auto (al de gelovigen echter) waren op dezelfde plaats) .

Hnd 2,44.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. waw (verbindingshaak) . Lat. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und . kai (en) . Hnd (660) . In elk vers in Hnd 2,41-47 .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 2,44.10. act. ind. imperf. 3de pers. mv. eichon (zij hadden) van het werkw. echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in de LXX . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in Lc . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir . D. haben . E. have . Hnd (4)

echô (hebben, bezitten)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. imperf. 3de pers. mv. eichon  32  13  19  10 

Hnd 2,44.11. acc. mann. enk. + nom. + acc. onz. mv. hapanta van het bijvoegl. naamw. hapas (al) . Zie pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Hnd (4) : (1) Hnd 2,44 . (2) Hnd 4,32 . (3) Hnd 10,8 . (4) Hnd 11,10 . In Hnd : X vormen van pas (al) in 162 (170X) verzen in 28 /28 hoofdstukken . In Lc : X vormen van pas (al) in 149 (152X) in 24 hoofdstukken . Een vorm van pas (al) in het NT (1226) , in de LXX (6833) .

Hnd 2,44.12. bijvoegl. naamw. nom. + acc. onz. mv. koina van het bijvoegl. naamw. koinos (gemeenschappelijk) . Zie : koinônia (gemeenschap) . Taalgebruik in het NT : koinônia (gemeenschap) . Bijbel (4) : (1) 1 Mak 1,47 . (2) 1 Mak 1,62 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 4,32 . Een vorm van koinos (gemeenschappelijk) in de LXX (20) , in het NT (14) , in Hnd (4) .

Hnd 2,44.11. - 12. hapanta koina (alles gemeenschappelijk) . NT (2) : (1) Hnd 2,44 . (2) Hnd 4,32 .

Hnd 2,45 - Hnd 2,45 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
45kai ta ktèmata kai tas uparxeis epipraskon kai diemerizon auta pasin kathoti an tis chreian eichen: 45 possessiones et substantias vendebant et dividebant illa omnibus prout cuique opus erat  45 En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had.    [45] Ze verkochten have en goed en verdeelden dat onder allen naar ieders behoeften.  [45] Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.   45 have en goed hebben ze verkocht en uitgedeeld aan allen naargelang iemand nodig had.  45. ils vendaient leurs propriétés et leurs biens et en partageaient le prix entre tous selon les besoins de chacun. 

King James Bible . [45] And sold their possessions and goods, and parted them to all men, as every man had need.
Luther-Bibel . 45 Sie verkauften Güter und Habe und teilten sie aus unter alle, je nachdem es einer nötig hatte.

Tekstuitleg van Hnd 2,45 . Het vers Hnd 2,45 telt 16 (2² X 2²) woorden en 78 (6 X 13 OF 3 X 26) letters . De getalwaarde van Hnd 2,45 is 6688 (2² X 2³ X 11 X 19) . Het vers bestaat uit 2 nevenschikkende zinnen en een ondergeschikte zin . De eerste zin spreekt over het verkopen van zijn bezittingen ; de tweede over het verdelen . Beide zinnen staan in het imperfectum 3de pers. mv. . Het imperfectum drukt een duur uit . De werkwoordvormen staan in het midden van het vers en de zinnen zijn chiastisch opgebouwd . Heel wat vertalingen geven dat niet zo weer . Het gaat om het verkopen en delen . Is hier reeds sprake van een gemeenschappelijk bezit ? Of wordt het verkopen en delen ingegeven door de levensbehoeften (eten, drinken, kleding) van de gemeenteleden . Het vers Hnd 2,45 maakt deel uit van de inclusio (omsluitings) verzen Hnd 2,45 en Hnd 4,34 - Hnd 4,35 .

Lc 3,11 b1 Lc 3,11 b2 Lc 12,33 Lc 14,33 Lc 18,22  Mt 19,21 Lc 19,8 Hnd 2,45 Hnd 4,34 - Hnd 4,35 Hnd 4,37 Hnd 5,1  
ho echôn (wie heeft) duo chitônas (twee lijfrokken) kai (en) ho echôn (wie heeft) brômata (voedsel)   hos ouk apotassetai pasin tois heautou huparchousin panta hosa echeis ( al wat jij hebt)    idou ta hèmisu mou tôn huparchontôn kai ta ktèmata kai tas huparxeis hosoi gar ktètores chôriôn è oikiôn hupèrchon  huparchontos de autôi agrou    
    pôlèsate ta huparchonta humôn (verkoopt uw bezittingen)   pôlèson (verkoop het)  pôlèson sou ta huparchonta   epipraskon pôlountes   pôlèsas epôlèsen ktèma  
metadotô (overhandige het) homoiôs poieitô (doet evenzo) kai dote eleèmosunèn (en geeft aalmoes)   kai diados (en verdeel het)   kai dos (en verdeel het)   tois ptôchois didômi kai diemerizon auta diedideto de hekastôi      
tôi mè echonti (aan de niet hebbende)       ptôchois (aan armen)   tois ptôchois (aan de armen)   pasin kathoti an tis chreian eichen kathoti an tis chreian eichen         
15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14  15. 15. Catechese van Johannes de Doper voor verschillende standen : Lc 3,10-14  15. 213. Een onuitputtelijke schat in de hemelen : Lc 12,33-34 - Mt 6,19-21 - 236. De leerling moet goed weten wat hij aangaat : Lc 14,28-33 - 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 268. De rijke (jonge) man : Mc 10,17-22 - Mt 19,16-22 - Lc 18,18-23 277. Zacheüs : Lc 19,1-10 Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 Gemeenschapszin en groei van de gemeente - Hnd 4,32-37   Gemeenschapszin en groei van de gemeente ; bedrog ontmaskerd : Hnd 5,1-16  

Hnd 2,45.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. waw (verbindingshaak) . Lat. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und . kai (en) . Hnd (660) . In elk vers in Hnd 2,41-47 .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 2,45.2. bep. lidw. nom. en acc. onz. mv. ta (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. de . E. the . D. der , die , das . Hnd (77) . Hnd 2 (4) : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,45 .

  lidw. mv. bijbel  OT. NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
12. nom. + acc. onz. mv. ta 4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72     

Hnd 2,45.3. onz. nom. en acc. mv. ktèmata van het zelfst. naamw. ktèma (verworvene, bezit) . Taalgebruik in het NT : ktèma (verworvene, bezit) . Bijbel (5) : (1) Hos 2,17 . (2) Jl 1,11 . (3) Mt 19,22 . (4) Mc 10,22 . (5) Hnd 2,45 . In de LXX is ktèma de vertaling van 5 verschillende Hebreeuwse woorden . Een vorm van ktèma (verworvene, bezit) in de LXX (12) , in het NT : (1) Mt 19,22 . (2) Mc 10,22 . In Hnd (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 5,1 . Een vorm van ktaomai (verwerven, bezitten) in de LXX (101) , in het NT (7) .
In Mc en Mt komt het voor in het verhaal van de rijke . Hij ging bedroefd heen , want hij was hebbende vele verworvenheden / bezittingen (èn gar echôn ktèmata polla) . In het NT komt dit mv. verder nog enkel in het vers Hnd 2,45 voor .
- Hebreeuws . ´ächuzzâthâm (hun bezit) < zelfst. naamw. vr. enk. stat. construct. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Zie het werkw. ´âchaz (grijpen, vatten) . Taalgebruik in Tenakh : ´âchaz (grijpen, vatten) . Getalwaarde : aleph = 1 , chet = 8 , zajin = 7 ; totaal : 16 (2² X 2²) . Structuur : 1 - 8 - 7 . ´-ch-z-th-m . Tenakh (8) . ´ächuzzâthâm (hun erfgoed, hun bezit) . Tenakh (7) : (1) Gn 36,43 . (2) Lv 25,32 . (3) Lv 25,33 . (4) Nu 35,2 . (5) Joz 22,9 . (6) Ez 44,28 . (7) Ez 46,16 . Sommige vertalen ta ktèmata in het Hebreeuwse ´ächuzzôthe(j)hèm (hun bezittingen) < zelfst. naamw. vr. mv. stat. construct. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Nergens in Tenakh .
In de Griekse tekst treffen we geen persoonlijk voornaamwoord aan . Het Griekse ta ktèmata zou de vertaling van het Hebreeuwse vr. enk. ´ächuzzâh kunnen zijn . ´-ch-z-h . Tenakh (10) . ´ächuzzâh in Tenakh (3) : (1) Gn 47,11 . (2) Lv 25,46 . (3) Nu 27,4 .

Hnd 2,45.2. - 3. ta ktèmata (de verworvenheden, de bezittingen) . Bijbel (2) : (1) Hos 2,17 . (2) Hnd 2,45 . In Hos 2,17 staat het Hebreeuwse kërâmè(j)hâ (haar wijngaarden) < zelfst. naamw. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. vr. enk. van het zelfst. naamw . kèrèm (landgoed, wijngaard) . Taalgebruik in Tenakh : kèrèm (landgoed, wijngaard) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , mem = 13 of 40 ; totaal : 44 ( 4 X 11) OF 260 ( 2² X 5 X 13 OF 10 X 26) . Structuur : 2 - 2 - 4 . Som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (1) : Hos 2,17 .

Hnd 2,45.4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . In elk vers in Hnd 2,41-47 .
- Hebr. waw (verbindingshaak) . Lat. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 2,45.5. bep. lidw. acc. vr. mv. tas (de) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Hnd (57) . Hnd 2 (3) : (1) Hnd 2,18 . (2) Hnd 2,24 . (3) Hnd 2,45 . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html .
- N. : de . E. : the . D. der , die , das .

  lidw. mv. bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
17. acc. vr. enk. tas 1987  1674  313  36  27  42  19  57  96  36     

Hnd 2,45.6. (1) zelfst. naamw. nom. en acc. vr. mv. huparxeis van het zelfst. naamw. huparxis (have, bezit, voorraad) . (2) act. ind. futurum 2de pers. enk. (jij zult zijn) . Zie : huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) . Taalgebruik in het NT : huparchô (zijn) . Taalgebruik in de LXX : huparchô (zijn) . Voorvoegsel hupo : onder , onderuit . archô : het hoofd zijn , beginnen , aan het hoofd staan , leiden , commanderen . De vorm huparxeis in de Bijbel (3) : (1) Ez 26,21 . (2) Ez 28,19 ; (3) Hnd 2,45 . Een vorm van huparxis (have, bezit, voorraad) in de LXX (13) , in het NT (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Heb Een vorm van huparchô (zijn, onder zijn hoede hebben, bezitten) in de LXX (157) , in het NT (60) .
- Hebreeuws . rëkhûsjâm (hun bezittingen) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . rëkhûs / rëkhusj (have, goederen, bezit, buit) . Taalgebruik in Tenakh : rëkhûs / rëkhusj (have, goederen, bezit, buit) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , kaph = 11 of 20 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 520 (52 X 10) . Tenakh (4) : (1) Gn 12,5 . (2) Gn 13,6 . (3) Gn 36,7 . (4) Gn 46,6 . In al deze verzen wordt rëkhûsjâm (hun bezittingen) in de LXX vertaald door ta huparchonta autôn (het onderhorige aan hen) . Het onderhorige kan kleinvee zijn .

Hnd 2,45.7. actief imperfectum derde persoon meervoud epipraskon (zij verkochten) van het werkw. pipraskô (verkopen) . Taalgebruik in de Bijbel : pipraskô (verkopen) . In de bijbel enkel in Hnd 2,45 . Een vorm van pipraskô (verkopen) in de LXX (32) , in het NT (9) , in Hnd (3) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,34 . (3) Hnd 5,4 . Een synoniem is : pôleô (verkopen) . Taalgebruik in het NT : pôleô (verkopen) . Een vorm van pôleô (verkopen) in de LXX (16) , in het NT (22) , in Hnd (3) : (1) Hnd 4,34 . (2) Hnd 4,37 . (3) Hnd 5,1 .
- Hebreeuws . act. ind. perf. 3de pers. mann. mv. mâkhërû (zij verkochten) van het werkw. mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 260 (2² X 5 X 13) . Structuur : 4 - 2 - 2 . m-k-r-w . Tenakh (6) . mâkhërû (zij verkochten) . Tenakh (4) : (1) Gn 37,36 . (2) Gn 47,20 . (3) Gn 47,22 . (4) Jl 4,3 . Zie ook Hnd 2,45 .
OF : wajjimëkërû (en zij verkochten) < verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. Tenakh (1) : Gn 37,28 . Zie ook : Hnd 2,45 .
- D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre .

Hnd 2,45.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in NT . Taalgebruik : kai (en) in de LXX . Nevenschikkend voegwoord . Hnd (660) . In elk vers in Hnd 2,41-47 .
- Hebr. waw (verbindingshaak) . Lat. et . Fr. et . N. en . E. and . D. und .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Hnd 2,45.9. act. imperf. 3de pers. mann. mv. diemerizon (zij verdeelden) van het werkw. diamerizô (verdelen) . Zie : meros (deel, aandeel, klasse, gebied) . Taalgebruik in de Bijbel : meros (deel, aandeel, klasse, gebied) . Bijbel (1) : Hnd 2,45 . Een vorm van diamerizô (verdelen) in de LXX (20) , in het NT (11) , in Lc (6) , in Hnd (2) : (1) Hnd 2,3 . (2) Hnd 2,45 .

Hnd 2,45.11. dat. mann. en onz. mv. pasin van het bijvoegl. naamw. pas , pasa , pan (al) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Hnd : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . E. every . D. jeder . Een vorm van pas in de LXX (6833) , in het NT (1226) , in Hnd (170) , in Hnd 2 (15) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,5 . (4) Hnd 2,7 . (5) Hnd 2,12 . (6) Hnd 2,14 . (7) Hnd 2,17 . (8) Hnd 2,21 . (9) Hnd 2,25 . (10) Hnd 2,32 . (11) Hnd 2,36 . (12) Hnd 2,39 . (13) Hnd 2,43 . (14) Hnd 2,44 . (15) Hnd 2,45 .

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
14 dat m. + onz. mv. pasin   264  183  81  13  11  49  19  19 

Hnd 2,45.12 . kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in het NT : kathoti (naarmate, omdat) . Taalgebruik in Lc : kathoti (naarmate, omdat) . Lc (2) : (1) Lc 1,7 . (2) Lc 19,9 . Hnd (4) : (1) Hnd 2,24 . (2) Hnd 2,45 . (3) Hnd 4,35 . (4) Hnd 17,31 .

  kathoti  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    68  62               

Hnd 2,45.14. voornaamwoord tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in Lc : voornaamwoord tis . Hebr. ´èchâd (één) . Taalgebruik in Tenakh : ´èchâd (één) . Ned. wie , wat ? een , iets . Fr. certain . E. certain . Hnd (40) . Hnd 2 (1) : Hnd 2,45 .

  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
mann. + vr. nom. enk. tis   824 467  357  24  24  72  50  40  156  15  120  170     

Hnd 2,45.15. acc. vr. enk. χρειαν = chreian van het zelfst. naamw. χρεια = chreia (gebrek, behoefte, nood) . Taalgebruik in het NT : chreia (gebrek, behoefte, nood) . Taalgebruik in de LXX : chreia (gebrek, behoefte, nood) . Zie : het middel om aan de behoefte te voldoen , χρημα = chrèma (bezit, vermogen, geld) . Taalgebruik in het NT : chrèma (bezit, vermogen) . Bijbel (53) . OT (15) . NT (38) . Hnd (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . Een vorm van χρεια = chreia in de LXX (55) , in het NT (49) , in Hnd (5) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . (3) Hnd 6,3 . (4) Hnd 20,34 . (5) Hnd 28,10 . In de LXX is het Griekse χρεια = chreia de vertaling van 7 verschillende Hebreeuwse woorden .
- Een vorm van χρημα = chrèma (bezit, vermogen, geld) in de LXX (41) , in het NT (6) , in Hnd (4) : (1) Hnd 4,37 . (2) Hnd 8,18 . (3) Hnd 8,20 . (4) Hnd 24,26 . In de LXX is een vorm van het Griekse χρημα = chrèma de vertaling van 10 verschillende Hebreeuwse woorden .

Hnd 2,45.16. act. ind. imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had) van het werkw. echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het NT . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in de LXX . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir . D. haben . E. have . Een vorm van echô (hebben, bezitten) in de LXX (497) , in het NT (705) , in Hnd (44) . Hnd (4) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 . (3) Hnd 9,31 . (4) Hnd 18,18 .

echô (hebben, bezitten)  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind.imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had)   46  23  23  14  16   

Hnd 2,45.15. - 16. chreian eichen (hij had behoefte, hij had nodig) . NT (3) : (1) Joh 2,25 . (2) Hnd 2,45 . (3) Hnd 4,35 .

Hnd 2,45.12. - 16. καθοτι αν τις χρειαν ειχεν = kathoti an tis chreian eichen (naargelang iemand behoefte had) . NT (2) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 .
- Hebr. NBG : מַחְסֹרוֹ כִּפי אִישׁ = ´îsj këphî machësorô : Hnd 2,45 . מַחְסֹרוֹ כֵּדי אִישׁ = ´îsj këdej machësorô (iemand / ieder naargelang / overeenkomstig zijn gebrek) : Hnd 4,35 .
- Synoniem Hebr. UBS : ´îsj këphî tsârëkô (iemand / ieder naargelang / overeenkomstig tsârëkô zijn behoefte) : (1) Hnd 2,45 . (2) Hnd 4,35 .
-- כִּפי אִישׁ = ´îsj këphî (iemand / ieder naargelang / overeenkomstig) . Tenakh (4) : (1) Ex 16,21 . (2) Nu 7,5 . (3) Nu 35,8 . (4) 2 Kr 31,2 . Het drukt een bepaalde verhouding uit . In Ex 16,21 handelt het over het inzamelen van het manna , in Nu 7,5 : bijdragen aan de Levieten naargelang hun dienst , in Nu 35,8 over het bijdragen van het aantal steden aan de Levieten , naargelang de grootte van ieders erfdeel , in 2 Kr 31,2 over de indeling van de dienstafdelingen van priesters en Levieten .
--לְפִי אִישׁ = ´îsj lëphî (iemand / ieder naargelang / overeenkomstig) . Tenakh (3) : (1) Ex 12,2 . (2) Ex 16,16 . (3) Ex 16,18 . Het drukt een bepaalde verhouding uit .
-- מַחְסֹרוֹ = machësorô (zijn gebrek) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. ; het zelfst. naamw. מַחְסוֹר = machësôr (gebrek, armoede, behoefte) . Zie het werkw. חָסַר = châsar (missen, ontbreken, gebrek hebben) . Taalgebruik in Tenakh : châsar (missen, ontbreken, gebrek hebben) . Getalwaarde : chet = 8 , samekh = 15 of 60 , resj = 20 of 200 ; totaal : 43 OF 268 (2² X 67) . Structuur : 8 - 6 - 2 . Tenakh (5) : (1) Ex 16,15 . (2) Ex 16,16 . (3) Ex 16,18 . (4) Ex 16,19 . (5) Ex 16,21 . (6) Ex 16,29 .

Hnd 2,46 - Hnd 2,46 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
46kath èmeran te proskarterountes omothumadon en tô ierô, klôntes te kat oikon arton, metelambanon trofès en agalliasei kai afelotèti kardias,  46 cotidie quoque perdurantes unianimiter in templo et frangentes circa domos panem sumebant cibum cum exultatione et simplicitate cordis  46 En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;    [46] Dagelijks gingen ze trouw en eensgezind naar de tempel, braken bij iemand aan huis het brood, gebruikten samen hun maaltijden in blijdschap en eenvoud van hart,  [46] Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.   46 Dagelijks volhardend en eendrachtig in het heiligdom hebben ze voedsel tot zich genomen, brood brekend van huis tot huis, in jubel en in eenvoud van hart   46. Jour après jour, d'un seul cœur, ils fréquentaient assidûment le Temple et rompaient le pain dans leurs maisons, prenant leur nourriture avec allégresse et simplicité de cœur.  

King James Bible . [46] And they, continuing daily with one accord in the temple, and breaking bread from house to house, did eat their meat with gladness and singleness of heart,
Luther-Bibel . 46 Und sie waren täglich einmütig beieinander im Tempel und brachen das Brot hier und dort in den Häusern, hielten die Mahlzeiten mit Freude und lauterem Herzen

Tekstuitleg van Hnd 2,46 . Dit vers Hnd 2,46 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 118 (2 X 59) letters . De getalwaarde van Hnd 2,46 is 11865 (3 X 5 X 7 X 113) . Dit vers Hnd 2,46 vormt met Hnd 5,42 een inclusio .

Hnd 2,46.1. - 2. kath' hèmeran (dagelijks) . NT (17) : (1) Mt 26,55 . (2) Mc 14,49 . (3) Lc 9,23 . (4) Lc 11,3 . (5) Lc 16,19 . (6) Lc 19,47 . (7) Lc 22,53 . (8) Hnd 2,46 . (9) Hnd 2,47 . (10) Hnd 3,2 . (11) Hnd 16,5 . (12) Hnd 17,11 . () Hnd 17,17 (kata pasan hèmeran = gedurende elke dag) . (13) Hnd 19,9 . In vier verzen in de andere boeken van het NT . pasan te hèmeran (ook iedere dag) . NT (1) : Hnd 5,42 . pasan hèmeran (elke dag) . NT (2) : (1) Hnd 17,17 . (2) Rom 14,5 . Dit is een eerste element binnen de inclusieverzen Hnd 2,46 en Hnd 5,42 . In beide zinnen begint de zin met de tijdsbepaling .

4. proskarterountes (volhardend) . Taalgebruik : proskartereô (volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd 1,14 . Actief participium praesens nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Het werkwoord kartereô = sterk zijn of zich sterk houden, zichzelf in bedwang houden, standvastig zijn, geduldig dragen . In vijf verzen in de bijbel . Slechts in het NT : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,46 . (4) Rom 12,12 . (5) Rom 13,6 .
(1) Hnd 1,14 : houtoi pantes èsan proskarterountes homothumadon ... tèi proseuchèi = al dezen waren volhardend gelijkgezind in het gebed - of - zij bleven gelijkgezind volharden in het gebed . Nadat Jezus in de hemel was opgenomen , keerden de 'ooggetuigen' naar Jeruzalem terug . In een bovenzaal bleven zij gelijkgezind volharden in het gebed . Ze baden opdat ze zouden gedoopt worden met heilige geest .
(2) Hnd 2,42 : èsan de proskarterountes ... tais proseuchais = zij echter waren volhardend in de gebeden .
(3) Hnd 2,46 : proskarterountes homothumadon en tôi hierôi .

5. homothumadon (gelijkgezind) . Taalgebruik : homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) , zie Hnd 1,14 . homoios : gelijkend . thumos : opwelling , hardstocht . Bijwoord . In veertig verzen in de bijbel . In negenentwintig verzen in het O.T. . In elf verzen in het NT . In tien verzen in Hnd . In één vers in Rom . (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,46 . (3) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 7,57 . (6) Hnd 8,6 . (7) Hnd 12,20 . (8) Hnd 15,25 . (9) Hnd 18,12 . (10) Hnd 19,29 .

6. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

7. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .

6. - 8. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het NT : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .

16. en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

 

Hnd 2,47 - Hnd 2,47 : Het leven van de gelovigen : Hnd 2,41-47 -- Hnd 2 -- bijbeloverzicht -- bijbelTaalgebruiken -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 2,41 - Hnd 2,42 - Hnd 2,43 - Hnd 2,44 - Hnd 2,45 - Hnd 2,46 - Hnd 2,47 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
47ainountes ton theon kai echontes charin pros olon ton laon. o de kurios prosetithei tous sôzomenous kath èmeran epi to auto. 47 conlaudantes Deum et habentes gratiam ad omnem plebem Dominus autem augebat qui salvi fierent cotidie in id ipsum   47 En prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.    [47] loofden God en stonden in de gunst bij heel het volk. De Heer breidde hun kring dagelijks uit; steeds meer mensen werden gered.  [47] Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.  47 God lofprijzend en genade hebbend bij heel de gemeente. En de Heer heeft er van dag tot dag toegevoegd die werden gered, op die plek.   47. Ils louaient Dieu et avaient la faveur de tout le peuple. Et chaque jour, le Seigneur adjoignait à la communauté ceux qui seraient sauvés.  

King James Bible . [47] Praising God, and having favour with all the people. And the Lord added to the church daily such as should be saved.
Luther-Bibel . 47 und lobten Gott und fanden Wohlwollen beim ganzen Volk. Der Herr aber fügte täglich zur Gemeinde hinzu, die gerettet wurden.

Tekstanalyse van Hnd 2,47 . Dit vers Hnd 2,47 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 100 (2 X 2 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Hnd 2,47 is 10239 (3 X 3413) .

1. ainountes (prijzend) . Participium praesens nominatief mannelijk meervoud. Taalgebruik : aineô (loven, prijzen), zie Lc 24,53 . In twee verzen in het NT : (1) Lc 2,20 : ainountes ton theon = God lofprijzend (herders) . (2) Hnd 2,47 : ainountes ton theon = God lofprijzend . Overzicht . In drie verzen in Lc . In drie verzen in Hnd . (1) Lc 2,13 . (2) Lc 2,20 . (3) Lc 19,37 . (1) Hnd 2,47 . (2) Hnd 3,8 . (3) Hnd 3,9 .

14.

17. - 18. kath' hèmeran (dagelijks) . NT (17) : (1) Mt 26,55 . (2) Mc 14,49 . (3) Lc 9,23 . (4) Lc 11,3 . (5) Lc 16,19 . (6) Lc 19,47 . (7) Lc 22,53 . (8) Hnd 2,46 . (9) Hnd 2,47 . (10) Hnd 3,2 . (11) Hnd 16,5 . (12) Hnd 17,11 . () Hnd 17,17 (kata pasan hèmeran = gedurende elke dag) . (13) Hnd 19,9 . In vier verzen in de andere boeken van het NT . pasan te hèmeran (ook iedere dag) . NT (1) : Hnd 5,42 . pasan hèmeran (elke dag) . NT (2) : (1) Hnd 17,17 . (2) Rom 14,5 .

19. epi (op, bij) . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Ned. op . Hnd (120) . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,17 . (3) Hnd 2,18 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,30 . (6) Hnd 2,38 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 2,47 .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

20. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,4 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 2,16 . (5) Hnd 2,21 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 2,47 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

21. nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud auto (het zelfde) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Bijbel (490) . NT (100) . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .

autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. onz. enk. auto 490 389 101 14 8 17 9 8 41 4 39 48

19. - 21. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter ook richten tegen iemand .


Griekse tekst

1kai en tô sumplèrousthai tèn èmeran tès pentèkostès èsan pantes omou epi to auto. 2kai egeneto afnô ek tou ouranou èchos ôsper feromenès pnoès biaias kai eplèrôsen olon ton oikon ou èsan kathèmenoi: 3kai ôfthèsan autois diamerizomenai glôssai ôsei puros, kai ekathisen ef ena ekaston autôn, 4kai eplèsthèsan pantes pneumatos agiou, kai èrxanto lalein eterais glôssais kathôs to pneuma edidou apoftheggesthai autois. 5èsan de eis ierousalèm katoikountes ioudaioi, andres eulabeis apo pantos ethnous tôn upo ton ouranon: 6genomenès de tès fônès tautès sunèlthen to plèthos kai sunechuthè, oti èkouon eis ekastos tè idia dialektô lalountôn autôn. 7existanto de kai ethaumazon legontes, ouch idou apantes outoi eisin oi lalountes galilaioi; 8kai pôs èmeis akouomen ekastos tè idia dialektô èmôn en è egennèthèmen; 9parthoi kai mèdoi kai elamitai, kai oi katoikountes tèn mesopotamian, ioudaian te kai kappadokian, ponton kai tèn asian, 10frugian te kai pamfulian, aigupton kai ta merè tès libuès tès kata kurènèn, kai oi epidèmountes rômaioi, 11ioudaioi te kai prosèlutoi, krètes kai arabes, akouomen lalountôn autôn tais èmeterais glôssais ta megaleia tou theou. 12existanto de pantes kai dièporoun, allos pros allon legontes, ti thelei touto einai; 13eteroi de diachleuazontes elegon oti gleukous memestômenoi eisin. 14statheis de o petros sun tois endeka epèren tèn fônèn autou kai apefthegxato autois, andres ioudaioi kai oi katoikountes ierousalèm pantes, touto umin gnôston estô kai enôtisasthe ta rèmata mou. 15ou gar ôs umeis upolambanete outoi methuousin, estin gar ôra tritè tès èmeras, 16alla touto estin to eirèmenon dia tou profètou iôèl, 17kai estai en tais eschatais èmerais, legei o theos, ekcheô apo tou pneumatos mou epi pasan sarka, kai profèteusousin oi uioi umôn kai ai thugateres umôn, kai oi neaniskoi umôn oraseis opsontai, kai oi presbuteroi umôn enupniois enupniasthèsontai: 18kai ge epi tous doulous mou kai epi tas doulas mou en tais èmerais ekeinais ekcheô apo tou pneumatos mou, kai profèteusousin. 19kai dôsô terata en tô ouranô anô kai sèmeia epi tès gès katô, aima kai pur kai atmida kapnou: 20o èlios metastrafèsetai eis skotos kai è selènè eis aima prin elthein èmeran kuriou tèn megalèn kai epifanè. 21kai estai pas os an epikalesètai to onoma kuriou sôthèsetai. 22andres israèlitai, akousate tous logous toutous: ièsoun ton nazôraion, andra apodedeigmenon apo tou theou eis umas dunamesi kai terasi kai sèmeiois ois epoièsen di autou o theos en mesô umôn, kathôs autoi oidate, 23touton tè ôrismenè boulè kai prognôsei tou theou ekdoton dia cheiros anomôn prospèxantes aneilate, 24on o theos anestèsen lusas tas ôdinas tou thanatou, kathoti ouk èn dunaton krateisthai auton up autou: 25dauid gar legei eis auton, proorômèn ton kurion enôpion mou dia pantos, oti ek dexiôn mou estin ina mè saleuthô. 26dia touto èufranthè è kardia mou kai ègalliasato è glôssa mou, eti de kai è sarx mou kataskènôsei ep elpidi: 27oti ouk egkataleipseis tèn psuchèn mou eis adèn, oude dôseis ton osion sou idein diafthoran. 28egnôrisas moi odous zôès, plèrôseis me eufrosunès meta tou prosôpou sou. 29andres adelfoi, exon eipein meta parrèsias pros umas peri tou patriarchou dauid, oti kai eteleutèsen kai etafè kai to mnèma autou estin en èmin achri tès èmeras tautès: 30profètès oun uparchôn, kai eidôs oti orkô ômosen autô o theos ek karpou tès osfuos autou kathisai epi ton thronon autou, 31proidôn elalèsen peri tès anastaseôs tou christou oti oute egkateleifthè eis adèn oute è sarx autou eiden diafthoran. 32touton ton ièsoun anestèsen o theos, ou pantes èmeis esmen martures. 33tè dexia oun tou theou upsôtheis tèn te epaggelian tou pneumatos tou agiou labôn para tou patros execheen touto o umeis [kai] blepete kai akouete. 34ou gar dauid anebè eis tous ouranous, legei de autos, eipen [o] kurios tô kuriô mou, kathou ek dexiôn mou 35eôs an thô tous echthrous sou upopodion tôn podôn sou. 36asfalôs oun ginôsketô pas oikos israèl oti kai kurion auton kai christon epoièsen o theos, touton ton ièsoun on umeis estaurôsate. 37akousantes de katenugèsan tèn kardian, eipon te pros ton petron kai tous loipous apostolous, ti poièsômen, andres adelfoi; 38petros de pros autous, metanoèsate, [fèsin,] kai baptisthètô ekastos umôn epi tô onomati ièsou christou eis afesin tôn amartiôn umôn, kai lèmpsesthe tèn dôrean tou agiou pneumatos: 39umin gar estin è epaggelia kai tois teknois umôn kai pasin tois eis makran osous an proskalesètai kurios o theos èmôn. 40eterois te logois pleiosin diemarturato, kai parekalei autous legôn, sôthète apo tès geneas tès skolias tautès. 41oi men oun apodexamenoi ton logon autou ebaptisthèsan, kai prosetethèsan en tè èmera ekeinè psuchai ôsei trischiliai. 42èsan de proskarterountes tè didachè tôn apostolôn kai tè koinônia, tè klasei tou artou kai tais proseuchais. 43egineto de pasè psuchè fobos, polla te terata kai sèmeia dia tôn apostolôn egineto. 44pantes de oi pisteuontes èsan epi to auto kai eichon apanta koina, 45kai ta ktèmata kai tas uparxeis epipraskon kai diemerizon auta pasin kathoti an tis chreian eichen: 46kath èmeran te proskarterountes omothumadon en tô ierô, klôntes te kat oikon arton, metelambanon trofès en agalliasei kai afelotèti kardias, 47ainountes ton theon kai echontes charin pros olon ton laon. o de kurios prosetithei tous sôzomenous kath èmeran epi to auto.


TAALGEBRUIK

A


B


C


D


E

- en (in) . Taalgebruik in Hnd 2 : en (in) . Taalgebruik in NT : en (in) . Voorzetsel . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,8 . (3) Hnd 2,17 . (4) Hnd 2,19 . (5) Hnd 2,22 . (6) Hnd 2,29 . (7) Hnd 2,41 . (8) Hnd 2,46 .

en (in) .   Hnd 2  bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk synopt. ev.
  11097 8943 2154 247 119 288 182 226 966 126 654  836 




F


G


H


I


J


K

- kai (en) . kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het NT . Taalgebruik in Hnd 2 : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . In Hnd 2,1-13 , niet in Hnd 2,5 en Hnd 2,13 .

kai (en)  Hnd 2 bijbel O.T. NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen  47     7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   35 26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil 12     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

L

- Bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord .

  lidw. enk. Hnd 2  bijbel  O.T.  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
1. nom. m. enk. ho   8495 6052 2443 408 219 331 436 281 612 156  958  1394 
2. nom. vr. enk. hè   4860       76              
3. nom. + acc. onz. enk. to   5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 
4. gen. m. + onz. enk. tou   8480  6542  1938  234  116  272  196  269  673  178  622  818 
5. gen. vr. enk. tès   5271  4202  1069  107  65  109  72  164  430  122  281  353 
6. dat. m. + onz. enk. tô(i)               163         
7. dat. vr. enk. tè(i)   3381  2631  750  94  55  119  64  122  264  32  268  332 
8. acc. m. enk. ton   6202  4880  1322  167  124  191  197  244 338  61  482  679 
9. acc. vr. enk. tèn 6161  4889  1272  180  109  149  121  198  404  111  438  559 
  Totaal                            

1. bep. lidw. nom. m. enk. ho :
2. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) .
3. bep. lidw. nom. en acc. onz. enk. to (de) .
6. bep. lidw. dat. m. + onz. enk. tô(i) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (5) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,19 . (3) Hnd 2,34 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 2,46 .
9. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Hnd 2 (8) : (1) Hnd 2,1 . (2) Hnd 2,9 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,20 . (5) Hnd 2,27 . (6) Hnd 2,33 . (7) Hnd 2,37 . (8) Hnd 2,38 .
- bep. lidw. acc. vr. mv. tas (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Hnd (57) . Hnd 2 (3) : (1) Hnd 2,18 . (2) Hnd 2,24 . (3) Hnd 2,45 .
- bep. ldw. nom. en acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd 2 : bepaald lidwoord . Hnd (77) . Hnd 2 (4) : (1) Hnd 2,10 . (2) Hnd 2,11 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,45 .

  lidw. mv. Hnd 2  bijbel  O.T.  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 
11. nom. vr. mv. .hai   983 849 134 30 15 24 2 15 27 21    
12. nom. + acc. onz. mv. ta   4361  3647  714  97  47  98  69  77  254  72     
13. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn   5178  4144  1034  178  90  119  98  166  267  116     
14. dat. m. + onz. mv. tois   2715  2179  536  96  47  65  36  82  193  17  208  244 
15. dat. vr. mv. tais   980  799  181  21  10  33  24  66  23  64  68 
16. acc. m. mv. tous   2960 2330 630 91 52 98 51 122 156 60    
17. acc. vr. enk. tas   1987  1674  313  36  27  42  19  57  96  36     
  Totaal     23394  18879  4515  745  389  644  404  690  1228  415  1778  2182 




M


N


O


P


Q


R


S


T


U


V


W


X


Y


Z


COMMENTAAR

DE KOMST VAN DE GEEST

Met Pinksteren vieren we het feest van de nederdaling van de heilige Geest . Dat is beschreven door Lucas in Hnd 2,1-11 .

Maar laten we beginnen bij Jezus , bij de openbaring en ervaring onmiddellijk na zijn doopsel door Johannes de Doper : ‘ Meteen toen hij uit het water kwam , zag Hij de hemel openbreken en de Geest als een duif op zich neerkomen . En er klonk een stem uit de hemel : ‘Jij bent mijn geliefde Zoon , in wie Ik vreugde vind .’ (Mc 1,10-11) .
In het verhaal is er sprake van een neerdalen van de Geest . Dat staat in verband met wat de stem zegt : ‘Jij bent mijn geliefde Zoon’ . Het ontvangen van de Geest heeft te maken met een liefdesverklaring .
Een liefdesrelatie kan je niet afdwingen . Zeker een liefdesrelatie van God kan je niet afdwingen , opeisen . Je kunt slechts ontvangen en beantwoorden . Het neerdalen duidt dus op een gave die hemels , goddelijk is , die van boven komt
Jezus is helemaal ervan overtuigd dat God hem liefheeft , dat hij Gods geliefde zoon is .
Jezus zal de mens centraal stellen omdat de liefde van God voor de mens op de eerste plaats staat .
Jezus ontvangt Gods Geest . Hij krijgt blijkbaar iets wat hij voordien niet bezat ; Die geest vermengt zich met zijn hart en geest . Die Geest inspireert , bezielt , troost enz… Het menselijke en het goddelijke zijn als ’t ware niet te scheiden .
En toch kan de geest uitdoven , de bezieling kan verwateren , het geloof en het vertrouwen kunnen verloren gaan .
Je hebt dus iets wat je voordien niet had . Maar het is niet je bezit . Je kunt er geen beslag op leggen . Van liefde kan je niet zeggen : nu is die van mij . Nee , het blijft steeds gave .
In de korte tekst is er sprake van een stem en van het neerstrijken van een duif . Er is dus wat te horen en te zien : een hemelse stem en een hemelpostduif . Beelden van zien en horen zullen we terugvinden in het Pinksterverhaal .

Pinksteren gaat terug op het joodse feest van de vijftigste dag , het Wekenfeest , zeven weken na Pasen . Op dit feest herdachten de joden dat Mozes op de berg Sinaï de twee stenen tafels , de tien geboden ontving . Dit maakte deel uit van het verbond van God met zijn volk . Het verbond van : Ik ben je God , jij bent mijn volk .
Met Pinksteren daalt de Geest neer in het hart van de gelovigen . God schrijft zijn verbond in hun hart . Het verbond dat zegt : Ik ben je God , jij bent mijn kind .
Pinksteren is de liefdesverklaring van God aan de mens . Hierdoor wordt de mens iemand met begeestering , bezieling .
Pinksteren , pentecôtes , vijftigste dag , heeft te maken met Pasen , de bevrijding uit de slavernij , vrijheid . Bijgevolg ook met vreugde . Van kromgebogen slaven naar rechtopstaande mensen . Van mensen , tot de dood veroordeeld , naar opgestane , verrezen mensen .

Vooraleer verder te gaan met het Pinksterverhaal staan we eerst even stil bij het verhaal van de toren van Babel (Gn 11,1-9) .

[1] Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. [2] Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich. [3] Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. [4] Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’ [5] Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. [6] Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. [7] Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. [8] De HEER verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. [9] Zo komt het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring* in de taal die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over de hele aarde.

Het is een verhaal , waarin mensen en God optreden . In een verhaal verandert er is . De beginsituatie is : een volk met dezelfde taal en op dezelfde plaats . Ze willen een toren bouwen die tot in de hemel reikt . De verandering treedt op wanneer God neerdaalt , hun taal in verwarring brengt en hen verspreidt . God brengt verandering . Het was niet zijn bedoeling dat de mensen als soldaatjes in gelid zouden marcheren , als slaven aan de machtstoren van een tiran zouden werken . God is geen spelbreker . Hij gooit geen roet in het eten . Zijn optreden geeft aan waarop het aankomt : de uniekheid van ieder mens , met een eigen taal en een eigen plaats . Zijn ingrijpen stuurt aan op verscheidenheid , anders-zijn , niet op hetzelfde lijntje lopen .

We gaan nu naar het Pinksterverhaal (Hnd 2,1-13) .
[1] Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. [2] Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. [3] Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, [4] en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. [5] In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. [6] Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? [8] Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? [9] Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, [11] Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ [12] Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ [13] Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

Allen waren op dezelfde plaats bijeen . Gevangen door angst en vrees . Opgesloten in hun eigen toren en burcht om zich tegen het gevaar van buiten te beschermen . Het herinnert aan het verhaal van de toren van Babel .
God grijpt in . Het heeft iets van een zacht onweer : met dondergerommel en bliksemschichten (zoals bij Mozes op de berg Sinaï) . Er is iets te horen en te zien zoals bij het doopsel van Jezus . Beide verhalen staan aan het begin van een levensloop van Jezus en van zijn leerlingen . Dat geluid en de vuurtongen zijn natuurlijk beelden om de eenheid van geest en de verscheidenheid van gaven en talenten aan te duiden . De beelden zijn gekozen in functie van het verkondigen van de boodschap , het spreken . We zeggen bv. dat een bepaald nieuws zich verspreid als een lopend vuur (nu via sms en email) .
De leerlingen begonnen te spreken in vreemde talen . Dat staat in verband met de geest (zoals de geest hen ingaf te spreken) . Dit herinnert ook aan het verhaal van de toren van Babel waarin de taal een belangrijke rol speelde .
Maar wat was er voor de geest hen bezielde en wat was er na de geestesgave . Vreemd aan hen was dat zij door God bemind waren en kinderen van God zijn . Dat wisten ze wel , maar de nadruk kwam zo te liggen op de wet , dat de liefde van God als ’t ware kon afgekocht worden . Vreemd was de hernieuwing van het verbond van God met de mensen , dat God mensen bemint . Dat is een taal die hen vreemd was vóór de geestesgave . De liefdestaal is universeel . Ieder spreekt ze op zijn eigen wijze en ieder verstaat ze op zijn eigen wijze . De boodschap is universeel . Joden en proselyten uit alle volkeren verstaan de taal .
De verschillende volkeren die in Jeruzalem waren , worden opgesomd . Een sterke nadruk ligt op de verscheidenheid .

Het verhaal van het doopsel van Jezus en het Pinksterverhaal komen sterk met elkaar overeen . Telkens is er een neerdalen van Gods geest . Dat neerdalen is telkens een beeld om te zeggen dat God de mens bemint . Ook de woorden uit de hemel zijn niet letterlijk uit de hemel gekomen . Ze komen uit het geloof van de mens . En dat geloof dat God liefde is , komt uit het hart van de mens , waarin Gods geest woont .

Wat kan bidden of vragen om de geest betekenen ? Een intrededag of een geloftedag wordt herdacht maar die dag is ook een gelegenheid om het engagement te hernieuwen .
Op het feest van Pinksteren kan Gods verbond met de mens hernieuwd worden ; God zegt tot de mens : je bent mijn lieve kind . Bidden om de geest is God niet onder druk zetten om zijn belofte te blijven waar maken . Bidden om de geest is vragen dat wij ons meer bewust worden van zijn geest , voor God en zijn liefde open staan . Bidden om de geest is ons hart wakker maken , wakker houden en vervuld worden van God , die in ons woont .

Arseen De Kesel
29 mei 2009