HANDELINGEN VAN DE APOSTELEN HOOFDSTUK 1 -- Hnd 1 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -
- Hnd 1,1-14 -- Hnd 1,1-11 -- Hnd 1,15-26 -- Hnd 1,15-17.20a.c-26 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Handelingen van de apostelen : Hnd (Handelingen) : overzicht , Hnd : woordgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Hnd : commentaar ,
Hnd 1 , Hnd 2 , Hnd 3 , Hnd 4 , Hnd 5 , Hnd 6 , Hnd 7 , Hnd 8 , Hnd 9 , Hnd 10 , Hnd 11 , Hnd 12 , Hnd 13 , Hnd 14 , Hnd 15 , Hnd 16 , Hnd 17 , Hnd 18 , Hnd 19 , Hnd 20 , Hnd 21 , Hnd 22 , Hnd 23 , Hnd 24 , Hnd 25 , Hnd 26 , Hnd 27 , Hnd 28 ,
Uitleg per pericope - Hnd 1,1-14 -- Hnd 1,15-26 -
- Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart .
- Hnd 1,15-26 : Judas'opvolger aangewezen .
Uitleg vers per vers - Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 - Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible   11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- analambanô (opnemen) , zie Hnd 1,2 .
- homothumadon (eensgezind) , zie Hnd 1,14 .
- Petros (Petrus) , zie Hnd 1,13 .
- poiein (doen, handelen) , zie Hnd 1,1 .
- proskartereô (volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd 1,14 .
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

- Hnd 1,1-11 : Hemelvaart ABC .
- Hnd 1,15-17.20a.c-26 : 7de (zevende) paaszondag B .
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht , taalgebruik , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , Nieuwe Testament , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Hnd 1,1-14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -

Eerste lezing op : Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC . Hnd 1,1-11 . Verwijzing : Hnd 1,1-11 .
Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven overalles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: "Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige Geest." Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: "Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?" Maar Hij gaf hun ten antwoord: "Het komt u niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde." Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden: "Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan."

Hnd 1,1 - Hnd 1,1 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 Ton men prôton logon epoièsamèn peri pantôn , ô theofile, hôn èrksato ho Ièsous poiein te kai didaskein  1 primum quidem sermonem feci de omnibus o Theophile quae coepit Iesus facere et docere  1 Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;  Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven overalles wat Jezus gedaan en geleerd heeft    [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin   [1] In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven,   1 ¶ Het eerste verhaal heb ik gedaan over alles, o Teofilus, wat Jezus begonnen is te doen en te onderrichten   1. J'ai consacré mon premier livre, ô Théophile, à tout ce que Jésus a fait et enseigné, depuis le commencement  

King James Bible . [1] The former treatise have I made, O Theophilus, of all that Jesus began both to do and teach,
Luther-Bibel . 1 Den ersten Bericht habe ich gegeben, lieber Theophilus, von all dem, was Jesus von Anfang an tat und lehrte

Tekstuitleg van Hnd 1,1 . Dit vers Hnd 1,1 telt 17 woorden en 80 (2 X 2 X 2 X 2 X 5) letters . De getalwaarde van Hnd 1,1 is 8727 (3 X 2909) .

In Hnd 1,1 vat de auteur het evangelie - het eerste boek - kort samen . Hij beschrijft het leven van Jezus , wat hij deed en zei . Hij geeft evenwel geen korte samenvatting van het boek , waaraan hij nu begint . Er is wel een aflijning van het einde van het leven van Jezus en het begin van de kerk .

1. Het lijdend voorwerp staat vooraan de zin . Hiermee wil de auteur de nadruk leggen op dit lijdend voorwerp . Bovendien is dit aangewezen door het gebruik van het rangtelwoord prôtos (eerste) . Aan het hoofd van de zin staat een bepaald lidwoord (bij logon = boek) . Samen met het bepaald lidwoord , het partikel men (enerzijds) en het rangtelwoord prôton (eerste) verwijst logon (boek) naar het eerdere geschrift van Lucas nl. zijn evangelie . Deze zinsconstructie aan het hoofd van een pericope gelijkt op die van Lc 24,1 : tèi de miai tôn sabbatôn (op de één echter van de week / het wekenfeest) . Ook hier staat een bepaling aan het hoofd van de zin , wellicht door het gebruik van het woordje miai (één) .

2. men . Meestal komt de constructie men ... de (enerzijds ... anderzijds) voor . Hier ontbreekt het tweede deel nl. de (anderzijds) . 'Men' maakt deel uit van drie elementen die naar het evangelie van Lucas willen verwijzen . De auteur wil zeggen : enerzijds heb je mijn eerste boek , nu heb je mijn tweede boek .

3. prôton (eerste) . Accusatief mannelijk enkelvoud van het rangtelwoord prôtos (eerste) .

4. Accusatief mannelijk enkelvoud logon (woord) van het zelfstandig naamwoord logos (woord) . logon (woord) . Verwijzing in N.T. : logos (woord) . Verwijzing in Hnd. : logos (woord) . Hnd (31) . (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 2,41 . (3) Hnd 4,4 . (4) Hnd 4,29 . (5) Hnd 4,31 . (6) Hnd 6,2 . (7) Hnd 8,4 . (8) Hnd 8,14 . (9) Hnd 8,25 . (10) Hnd 10,36 . (11) Hnd 10,44 . (12) Hnd 11,1 . (13) Hnd 11,19 . (14) Hnd 13,5 . (15) Hnd 13,7 . (16) Hnd 13,44 . (17) Hnd 13,46 . (18) Hnd 13,48 . (19) Hnd 14,25 . (20) Hnd 15,7 . (21) Hnd 15,35 . (22) Hnd 15,36 . (23) Hnd 16,6 . (24) Hnd 16,32 . (25) Hnd 17,11 . (26) Hnd 18,11 . (27) Hnd 18,14 . (28) Hnd 19,10 . (29) Hnd 19,38 . (30) Hnd 19,40 . (31) Hnd 20,7 . Het eerste boek verwoordt het gebeuren over Jezus .

6. peri (over) in Hnd , zie Hnd 1,1 . In drieënzestig verzen in Hnd . Twaalf verzen met ta peri (dat over) , zie Hnd 28,31 . In drie verzen in Hnd 1 : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 1,3 : ta peri (over wat) . (3) Hnd 1,16 .

7. pantôn (van allen of van alles) . Verwijzing : pas (ieder, elk) , zie Mc 2,13 . Genitief meervoud . In 443 verzen in de bijbel . In 126 verzen in het N.T. . In zeventien verzen in Lc . In tweeëntwintig verzen in Hnd .

6. - 7. peri pantôn (over alles) . Verwijzing : peri (over) in Hnd , zie Hnd 1,1 . Verwijzing : pas (ieder, elk) , zie Mc 2,13 . In vijftien verzen in het N.T. . In vier verzen in Hnd : (1) Hnd 1,1 : over alles wat Jezus begon te doen ... . (2) Hnd 22,10 : en daar zal je gezegd worden over alles wat ... . (3) Hnd 24,8 : over alles waarvan wij hem beschuldigen . (4) Hnd 26,2 : Over alles waarvan ik word aangeklaagd ... . In deze vier verzen is pantôn zelfstandig gebruikt . De bepaling peri pantôn (over alles) wordt gevolgd door een betrekkelijke zin , die ingeleid wordt door het betrekkelijk voornaamwoord genitief onzijdig meervoud hôn .

9. theofile (Theofilus) . Vocatief mannelijk enkelvoud . In twee verzen in de bijbel : (1) Lc 1,3 . (2) Hnd 1,1 . Het evangelie (volgens Lucas) en het boek Handelingen zijn gericht tot Teofilus . Wellicht was hij een christen van Antiochië .

Hnd 1,1.11. aorist 3de pers. enk. ηρξατο = èrxato van het werkw. αρχομαι = archomai (beginnen, aanvangen) . Taalgebruik in het NT : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in de LXX : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Mt (11) : (1) Mt 4,17 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 11,20 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 16,22 . (6) Mt 26,37 . (7) Mt 26,74 . Mc (18) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . 18) Mc 15,8 . Lc (11) : (1) Lc 4,21 . (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 . Joh (1) : Joh 13,5 . Hnd (4) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 18,26 . (3) Hnd 24,2 . (4) Hnd 27,35 . Een vorm van het werkw. αρχομαι = archomai (beginnen, heersen) in Mc (27) .

archomai (beginnen, aanvangen) Mt Mc  Lc syn. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br.
ind. aor. 3de p. enk. èrxato 7 : (1) Mt 4,17 . (2) Mt 11,7 . (3) Mt 11,20 . (4) Mt 16,21 . (5) Mt 16,22 . (6) Mt 26,37 . (7) Mt 26,74 . 18 : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . (18) Mc 15,8 . (1) Lc 4,21 .  (2) Lc 7,15 . (3) Lc 7,24 . (4) Lc 7,38 . (5) Lc 9,12 . (6) Lc 11,29 . (7) Lc 12,1 . (8) Lc 14,30 . (9) Lc 15,14 . (10) Lc 19,45 . (11) Lc 20,9 . (1) Mt 11,7 // Lc 7,24 . (2) Mt 16,21 // Mc 8,31 . (3) Mt 16,22 // Mc 8,32 . (4) Mt 26,37 // Mc 14,33 . (5) Mt 26,74 // Mc 14,71 . (6) Mc 11,15 // Lc 19,45 . (7) Mc 12,1 // Lc 20,9 . 76 35 41 7 18 11 1 4  

(1) Hnd 1,1 : èrksato ho Ièsous poiein te kai didaskein : Jezus begon zowel te handelen als te onderrichten . Het optreden van Jezus wordt samengevat in woord en daad . In Mc 1,45 stelden we vast dat erxato (hij begon) een inclusio vormt met archè (begin) van Mc 1,1 . We staan hier aan het begin van een boek , maar tevens aan het begin van een verhaal over Jezus .
(2) Hnd 18,26 : èrksato parrèsiazesthai : hij begon vrijmoedig te spreken .
(3) Hnd 24,2 : èrksato katègorein = hij begon te beschuldigen .
(4) Hnd 27,35 : èrksato esthiein = hij begon te eten .

12. Bepaald lidwoord bij Ièsous . Het betekent dat we hier niet met een absoluut begin staan , maar dat Ièsous reeds vanuit het eerste boek - het evangelie volgens Lucas - gekend is .
--- nominatief mannelijk enkelvoud Ièsous . In tien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,1 .
--- genitief en datief mannelijk enkelvoud Ièsou . In tweeëndertig verzen in Hnd .
--- accusatief mannelijk enkelvoud Ièsoun . In zevenentwintig verzen in Hnd .
- Zeer nauw verwant met de naam Ièsous is de naam Christos .
--- nominatief mannelijk enkelvoud christos . In vier verzen in Hnd .
--- genitief mannelijk enkelvoud christou . In elf verzen in Hnd .
--- datief mannelijk enkelvoud christôi .
--- accusatief mannelijk enkelvoud christon . In tien verzen in Hnd : (1) Hnd 2,36 . (2) Hnd 3,18 . (3) Hnd 3,20 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 8,5 . (6) Hnd 11,17 . (7) Hnd 17,3 . (8) Hnd 18,5 . (9) Hnd 18,28 . (10) Hnd 24,24 .

14. poiein (doen, handelen) . Verwijzing : poiein (doen, handelen) , zie Hnd 1,1 . Infinitief praesens . In 151 verzen in de bijbel . O.T. (127) . N.T. (24) . Mt (4) . Mc (1) . Joh (10) . Hnd (6) . Brieven (3) . In vierentwintig verzen in het N.T. . Niet bij Lucas . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 7,19 . (3) Hnd 9,6 . (4) Hnd 16,21 . (5) Hnd 16,30 . (6) Hnd 22,26 .
In twee van de zes verzen staat : dei poiein (men moet doen) : (1) (3) Hnd 9,6 . (2) (5) Hnd 16,30 . In combinatie met didaskein (onderrichten) wil poiein (doen, handelen) in Hnd 1,1 naar de daden van Jezus verwijzen . Samen geven ze het totale optreden van Jezus weer (woord en daad) .

16. actief inf. praes. διδασκειν = didaskein (onderrichten) van het werkw. διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in de NT : didaskô (leren) . Taalgebruik in de LXX : didaskô (leren) . Bijbel (15) . OT (2) . Ezr (1) : Ezr 7,10 . 2 Kr (1) : 2 Kr 17,7 . NT (13) . Mt (1) : Mt 11,1 . Mc (4) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 8,31 . Lc (1) : Lc 6,6 . Joh (1) : Joh 7,35 . Hnd (4) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 4,2 .(3) Hnd 4,18 . (4) Hnd 5,28 . Br. : (1) 1 Tim 2,12 . (2) Heb 5,12 . Een vorm van διδασκω = didaskô (leren, onderrichten) in de LXX (107) , in het NT (95) , in Mt (14) , in Mc (17) , in Lc (17), in Joh (6) .
In vier verzen in Hnd :
(8) Hnd 1,1 (poiein te kai didaskein = doen evenals onderrichten) .
(9) Hnd 4,2 : dia to didaskein autous ton laon = omdat zij het volk onderrichtten in de tempel .
(10) Hnd 4,18 : mède didaskein epi tôi onomati tou Ièsou = noch te onderrichten in de naam van Jezus (een duidelijke Taalgebruik naar Hnd 4,2) . Het sanhedrin verbood Petrus en Johannes om te spreken met een beroep op de naam van Jezus .
(11) Hnd 5,28 : mè didaskein epi tôi onomati toutôi = noch te onderrichten in deze naam . In Hnd 5,28 herinnerde het sanhedrin Petrus en Johannes aan het verbod , waaraan zij zich niet hielden . Daarom waren de apostelen opnieuw gearresteerd en ondervraagd .

11... 16. ηρξατο διδασκειν = èrxato didaskein (hij begon te onderrichten) . Bijbel = NT (4) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 8,31 .
- ηρξατο κηρυσσειν = èrxato kèrussein (hij begon te verkondigen) . Bijbel = Mc (2) : (1) Mc 1,45 . (3) Mc 5,20 .
- ηρξατο λαλειν = èrxato lalein (hij begin te spreken) . NT (1) : Lc 7,15 .
- ηρξατο

èrxato (...) didaskein : In vier verzen in het N.T. : (2) Mc 4,1 . (4) Mc 6,2 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . In Hnd 1,1 .
In Lucas komt eerder èrxato ... legein (hij begon te zeggen) . Bij Lucas komt èrxato in elf verzen voor , legein in twaalf verzen .
(1) Lc 4,21 : èrxato de legein = hij begon echter te zeggen .
(2) Lc 7,15 : èrxato lalein = hij begon te spreken .
(3) Lc 7,24 : èrxato legein = hij begon te zeggen .
(6) Lc 11,29 : èrxato legein = hij begon te zeggen .
(7) Lc 12,1 : èrxato legein = hij begon te zeggen .
(11) Lc 20,9 : èrxato ... legein = hij begon ... te zeggen .

15. - 16. kai didaskein (en onderrichten) . kai verbindt een eerste infinitief met een tweede . In drie verzen in het N.T. :
(6) Lc 6,6 (eiselthein ... kai didaskein = binnengaan en onderrichten) .
(7) Joh 7,35 : poreuesthai kai didaskein = zich op weg begeven en onderrichten .
(8) Hnd 1,1 (poiein te kai didaskein = doen evenals onderrichten) . Het komt bij de evangelisten wel meer voor dat zij een samenvatting van Jezus'daden en woorden geven .

Hnd 1,2 - Hnd 1,2 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2 achri hès hèmeras enteilamenos tois apostolois dia pneumatos hagiou anelèmfthè, 2 usque in diem qua praecipiens apostolis per Spiritum Sanctum quos elegit adsumptus est  2 Tot op den dag, in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven.  tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen en waarop Hij ten hemel werd opgenomen.   [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven.  [2] vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was.  2 tot op de dag dat hij, door heilige geestesadem, opdracht heeft gegeven aan de apostelen die hij heeft uitgekozen, en is opgenomen.  2. jusqu'au jour où, après avoir donné ses instructions aux apôtres qu'il avait choisis sous l'action de l'Esprit Saint, il fut enlevé au ciel.  

King James Bible . [2] Until the day in which he was taken up, after that he through the Holy Ghost had given commandments unto the apostles whom he had chosen:
Luther-Bibel . 2 bis zu dem Tag, an dem er aufgenommen wurde, nachdem er den Aposteln, die er erwählt hatte, durch den Heiligen Geist Weisung gegeben hatte.

Tekstuitleg van Hnd 1,2 . Dit vers Hnd 1,2 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 75 (3 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Hnd 1,2 is 7112 (2 X 2 X 2 X 7 X 127) .

1. achri (tot) . Voorzetsel . In zevenenveertig verzen in de bijbel . O.T. (3) . N.T. (44) . Mt (1) . Lc (4) . Hnd (15) . Brieven (13) . Apk (11) . In drie verzen in het O.T. . In vierenveertig verzen in het N.T. . In vier verzen in Lc . In vijftien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,2 . (2)

4. enteilamenos (opgedragen) . Participium aorist passief nominatief mannelijk enkelvoud : Hnd 1,2 . Hapax . Verwijzing : entellô (bevelen, opdragen, vragen) , zie Mt 28,20 . Volgens Mt 28,20 geeft Jezus aan zijn leerlingen de woorden : leert (didaskontes) hen te onderhouden alles wat ik jullie heb opgedragen . (eneteilamèn) .

6. apostolois (aan de apostelen) .Verwijzing : apostoloi (apostelen) , zie Mc 3,14 . Datief mannelijk meervoud . In zes verzen in de bijbel . Hnd (3) . Brieven (3) . In drie verzen in Hnd : (1) Hnd 1,2 . (2) Hnd 14,4 . (3) Hnd 15,22 .

7. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma (adem, wind, geest) , zie Lc 4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc 1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden) .
(2) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet = Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest) .
(4) Lc 2,26 .
(5) Lc 4,1 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc 4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest) .
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol , behalve in Lc 1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd 1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd 1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd 2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld van heilige geest) .
(4) Hnd 2,17 .
(5) Hnd 2,18 .
(6) Hnd 2,33 .
(7) Hnd 2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige geest) .
(8) Hnd 4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd 4,25 .
(10) Hnd 4,31 (eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld van de heilige geest) .
(11) Hnd 6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en wijsheid) .
(12) Hnd 6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou = vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd 7,17 XXX
(14) Hnd 7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(15) Hnd 9,31 XXX .
(16) Hnd 10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd 11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd 11,28 .
(19) Hnd 13,4 .
(20) Hnd 13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd 13,52 .
(22) Hnd 16,6 .
(23) Hnd 21,4 .

7. 8. dia pneumatis (via de geest) . In zes verzen in het N.T. : (1) Hnd 1,2 . dia tou pneumatos . In vijf verzen in het N.T. .

12. anelèmfthè (hij werd opgenomen) . Passief aorist derde persoon enkelvoud . In acht verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. : (1) 2 K 2,11 : anelèmfthè ... eis ton ouranon : hij werd opgenomen naar de hemel . (2) 1 Mak 2,58 : Hlias ... anelèmfthè ... eis ton ouranon = Elia ... werd opgenomen naar de hemel . (3) Si 49,14 : anelèmfthè apo tès gès = (Henoch) werd opgenomen van de aarde . In vijf verzen in het N.T. : (1) Mc 16,19 : anelèmfthè eis ton ouranon (werd in de hemel opgenomen) . (2) Hnd 1,2 : achri hès hèmeras ... anelèmfthè = tot de dag waarop hij werd opgenomen . (3) Hnd 1,22 : heôs hèmeras hès anelèmfthè = tot de dag waarop hij werd opgenomen . (4) Hnd 10,16 . In een visioen werd aan Petrus voorgesteld om van zogenaamd onrein voedsel te eten . (4) 1 Tim 3,16 : anelèmfthè en doxèi : hij werd opgenomen in heerlijkheid .
- analambanô (opnemen) . Verwijzing : analambanô (opnemen) , zie Hnd 1,2 .

Lc 9,51 Lc 24,50 2 K 2,1 2 K 2,9 2 K 2,11   Mc 16,19 Hnd 1,9 Hnd 1,11 
Egeneto de (het gebeurde echter) kai egeneto (en het gebeurde) kai egeneto (en het gebeurde)   kai egeneto autôn poreuomenôn eporeuonto (en het gebeurde dat zij terwijl zij aan het gaan waren, aan het gaan waren) Ho men oun kurios (Ièsous) (De heer Jezus echter derhalve) kai (en) houtos ho Ièsous (Deze Jezus)
en tôi sumplèrousthai (in het vol worden)

en tôi eulogein auton autous ('terwijl hij hen zegende)

    kai elaloun (en met elkaar praatten)  ... meta to lalèsai autois (na gesproken te hebben met hen) tauta eipôn (dat gezegd hebbende) ...    
  diestè ap'autôn (verwijderde hij zich van hen)       kai diesteilan ana meson amfoterôn (en zij - de strijdkarren en de paarden - plaatste zich tussen hen beiden - Elia en Elisa)        
tas hèmeras tès analèmpseôs autou (de dagen van zijn opneming)   en tôi anagein kurion ton Hliou ... eis ton ouranon (toen de Heer Elia ... in de hemel opnam prin è analèmfthènai me apo sou (vooraleer ik van u wordt opgenomen) kai anelèmfthè ... eis ton ouranon (en hij - Elia - werd in de hemel opgenomen) anelèmfthè eis ton ouranon (werd in de hemel opgenomen) epèrthè (werd hij opgenomen) ho analèmftheis af'humôn eis ton ouranon (die van u werd opgenomen in de hemel)
183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 356. Afscheid en hemelvaart : Lc 24,50-53 2 K 2 ,1-18 : Elia in de hemel opgenomen 2 K 2 ,1-18 : Elia in de hemel opgenomen 2 K 2 ,1-18 : Elia in de hemel opgenomen 357. Het langere Marcusslot : Mc 16,9-20   Hnd 1  : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart Hnd 1   : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart

 

Hnd 1,3 - Hnd 1,3 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 eis tous opoious kai efanerôsen eauton zônta meta to pathein autou dia pollôn tekmèriôn, emfanizomenos eis autous tessarakonta èmeras kai legôn ta peri tès basileias tou theou.  3 quibus et praebuit se ipsum vivum post passionem suam in multis argumentis per dies quadraginta apparens eis et loquens de regno Dei  3 Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.   Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods.   [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God.  [3] Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.  3 Aan hen heeft hij ook, na zijn lijden, zich in vele merktekenen levend getoond; gedurende veertig dagen heeft hij zich aan hen laten zien en tot hen gesproken over het koningschap van God.  3. C'est encore à eux qu'avec de nombreuses preuves il s'était présenté vivant après sa passion ; pendant quarante jours, il leur était apparu et les avait entretenus du Royaume de Dieu. 

King James Bible . [3] To whom also he shewed himself alive after his passion by many infallible proofs, being seen of them forty days, and speaking of the things pertaining to the kingdom of God:
Luther-Bibel . 3 Ihnen zeigte er sich nach seinem Leiden durch viele Beweise als der Lebendige und ließ sich sehen unter ihnen vierzig Tage lang und redete mit ihnen vom Reich Gottes.

Tekstuitleg van Hnd 1,3 .

8. pathein (lijden) . Verwijzing : paschô (lijden) , zie Mt 16,21 . Actief infinitief aorist van het werkwoord paschô (lijden) . In negen verzen bij Lucas en in Hnd : (4) Lc 9,22 ( // Mc 8,31 // Mt 16,21) (eerste lijdensvoorspelling) . (5) Lc 17,25 . (6) Lc 22,15 (het laatste avondmaal) . (7) Lc 24,26 (verschijning van Jezus aan de Emmaüsgangers) . (8) Lc 24,46 (verschijning van Jezus aan de elf en hun metgezellen) . In vier verzen in Hnd : (9) Hnd 1,3 (inleiding van Hnd) . (10) Hnd 3,18 (toespraak van Petrus) . (11) Hnd 9,16 (Saulus in Damascus) . (12) Hnd 17,3 (Paulus in Tessalonica) .
De teksten van Lc 22,15 (het laatste avondmaal) : pro tou me pathein (voor mijn lijden) en van Hnd 1,3 (inleiding van Hnd) : meta to pathein auton (na zijn lijden) omsluiten het lijden . Het lijden omvat de doorgang door de dood ; het is de overgang : leven - dood - leven . In Lc 22,15 wordt de relatie gelegd tussen paschô (pasen) en pathein (lijden) . Pasen of Pesach is de viering van de uittocht uit Egypte , de doortocht door de Rietzee en het komen in de woestijn . De overgang heeft drie elementen die over drie dagen worden gespreid .

15. τεσσαρακοντα = tessarakonta (veertig, 40) . Zie : telwoorden . Taalgebruik in het NT : telwoorden . Taalgebruik in de LXX : telwoorden . Tenakh (115) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (28) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (29) . NT (21) : (1) Mt 4,2 . (2) Mc 1,13 . (3) Lc 4,2 . (4) Joh 2,20 . (5) Hnd 1,3 . (6) Hnd 4,22 . (7) Hnd 7,30 . (8) Hnd 7,36 . (9) Hnd 7,42 . (10) Hnd 13,21 . (11) Hnd 23,13 . (12) Hnd 23,21 . (13) 2 Kor 11,24 . (14) Heb 3,10 . (15) Heb 3,17 . (16) Apk 7,4 . (17) Apk 11,2 . (18) Apk 13,5 . (19) Apk 14,1 . (20) Apk 14,3 . (21) Apk 21,17 . Een vorm van τεσσαρακοντα = tessarakonta in de LXX (151) , in het NT (22) .

  telwoorden  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  tesserakonta  (40) 21    21   

- Latijn . quadraginta . Bijbel (146) . OT (124) . NT (22) . Gn (11) . Fr. quarante . N. veertig . E. forty . D. vierzig . Aramees : אַרְבָּעִין = ´arëbâ`îm (veertig) . Arabisch : اَرْبَعُونَ = ´arba`ûna (veertig) .
- Wat is er speciaaal aan 40 . Natuurkundig zijn er geen aanwijzingen voor het speciaal karakter van 40 . Misschien moeten we 40 bekijken vanuit het verlengde van 4 . Het getal 4 is een speciaal getal want de som van 2 + 2 en het produkt van 2 X 2 is in elk geval 4 . Wellicht is dit het enige getal waarin dit het geval is .

14. - 15.
Hebreeuws . אַרְבָּעִימ יוֹם = ´arëbâ`îm jôm (40 dagen) . Tenakh (17) . Pentateuch (13) . Andere boeken (4) . In acht verzen van de Pentateuch staat veertig dagen en veertig nachten : (1) Gn 7,4 . (2) Gn 7,12 . (3) Ex 24,18 . (4) Ex 34,28 . (5) Dt 9,9 . (6) Dt 9,11 . (7) Dt 9,18 . (8) Dt 10,10 . In vijf verzen beperkt het zich tot veertig dagen : (1) Gn 7,17 (watervloed) . (2) Gn 8,6 (watervloed) . (3) Gn 50,3 (rouw na de dood van Jakob) . (4) Nu 13,25 (Terugkeer van de bespieders) . (5) Nu 14,34 (Eén dag voor één jaar) . Verder : (1) 1 S 17,16 . (2) Ezr 4,6 . (3) Jon 3,4 .
- Bij 40 wordt gewezen op de 40 jaar woestijntocht , op 40 dagen (en nachten) vasten enz. . Maar misschien kan Gn 50,3 ons helpen de betekenis van 40 dagen tussen 'verrijzenis' en 'hemelvaart' te vatten . Na de dood van Jakob nam de balseming van zijn lichaam 40 dagen in beslag . Dan pas kon hij begraven worden . Dan pas heeft het definitieve afscheid plaats en kan het gewone leven hervat worden . Dat zien we ook in het hemelvaartverhaal van Jezus bij de boodschap van de engel : "Wat staan jullie naar de hemel te zien" .
Jezus stierf op de vooravond van de sabbat . Daarom kon hij niet meer gezalfd of 'gebalsemd' worden . Op de eerste dag van de week brachten de vrouwen kruiden mee naar het graf om hem te zalven of 'balsemen' . Was het de bedoeling om de plaats een welriekende geur te geven , dan hadden zij bij het graf de welriekende kruiden kunnen zetten , zonder binnen te gaan . De zalving of 'balseming' kon dus pas op de eerste dag van de week beginnen en vanaf die dag werden 40 dagen gerekend . 40 dagen na Pasen en niet 40 dagen na Goede Vrijdag .

20. - 25. ta peri tès basileias tou theou (dat over het koninkrijk van God) . In drie verzen in het N.T. : (3) Hnd 1,3 . (4) Hnd 8,12 (ta) . (7) Hnd 19,8 .

Hnd 1,4 - Hnd 1,4 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4 Kai sunalizomenos parèggeilen apo Ierosolumôn mè chôrizesthai , alla perimenein tèn epaggelian tou patros, hèn èkousate mou.  4 et convescens praecepit eis ab Hierosolymis ne discederent sed expectarent promissionem Patris quam audistis per os meum   4 En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt.   Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:   [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord;  [4] Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan.   4 Als hij met hen samen is, is zijn verkondiging aan hen: van Jeruzalem niet wijken, maar er blijven wachten op wat de Vader heeft aangekondigd en ge van mij hebt gehoord;  4. Alors, au cours d'un repas qu'il partageait avec eux, il leur enjoignit de ne pas s'éloigner de Jérusalem, mais d'y attendre ce que le Père avait promis, » ce que, dit-il, vous avez entendu de ma bouche : 

King James Bible . [4] And, being assembled together with them, commanded them that they should not depart from Jerusalem, but wait for the promise of the Father, which, saith he, ye have heard of me.
Luther-Bibel . 4 Und als er mit ihnen zusammen war, befahl er ihnen, Jerusalem nicht zu verlassen, sondern zu warten auf die Verheißung des Vaters, die ihr, so sprach er, von mir gehört habt;

Tekstuitleg van Hnd 1,4 .

Er is een grote gelijkenis tussen het verhaal van de hemelvaart van Elia en dat van Jezus . Het verhaal van de hemelvaart van Elia regelt het afscheid van Elia en de opvolging door Elisa . Dat wordt verwoord door een verzoek , een bede om het dubbele van Elia's geest , de hemelopneming van Elia en het profetisch optreden van Elisa , waaruit blijkt dat Elisa de beloofde geest van Elia heeft ontvangen . Lucas laat de hemelvaart van Jezus gebeuren op de veertigste dag en de gave van de geest op de vijftigste dag . Er is een tijdspanne van tien dagen . Daarom is er de aanbeveling om de stad Jeruzalem niet te verlaten . Zoals het dikwijls in verhalen voorkomt, wordt de tijdspanne opgevuld met iets anders : in dit geval met de vraag naar het herstel van het koninkrijk . Het woord van de profeet tot de leerling(en) : een verzoek / een bevel (aanbeveling) :
- Elia stelt aan Elisa voor een verzoek te doen : "En het gebeurde terwijl zij overstaken dat Elia tot Elisa zei : vraag wat ik voor u kan doen , voordat ik van u word weggenomen” (2 K 2,9).
- Jezus geeft een bevel (aanbeveling) aan zijn apostelen : “Terwijl Hij met hen at , beval Hij hun” (Hnd 1,4) .
De inhoud van het verzoek/ bevel: de gave van de geest :
- Elisa doet aan Elia het verzoek om het dubbele van zijn geest te ontvangen : "En Elisa zei : moge het toch zijn dat het dubbele van uw geest over mij is" (2 K 2,9) .
- Het bevel van Jezus aan de apostelen heeft betrekking op de gave van de geest : “... Jerusalem niet te verlaten maar de belofte van de vader af te wachten , die gij van Mij vernomen hebt : Johannes doopte met water , maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige geest… Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige geest die over u komt , om mijn getuigen te zijn in Jerusalem , in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde” (Hnd 1,4 - Hnd 1,5 . Hnd 1,8) .
Zo komen we tot een viertal elementen die met het hemelvaartverhaal verbonden zijn :
1. de belofte van het zenden van het engelbewaarderschap van de vader .
2. het verzoek om de stad niet te verlaten .
3. de belofte in de stad Jeruzalem de kracht van de geest te ontvangen .
4. getuige te zijn (omschreven naar tijd , plaats en inhoud) .

2. sunalizomenos . sunalizô (bijeenbrengen, verzamelen) . alizô : 1. verzamelen . 2. inzouten , zout doen eten . Zie Hnd 1,4 .

12. epaggelian (belofte , bij-engelschap , engelbewaarderschap) . Verwijzing : aggelos (engel) , zie Mt 13,41 . Accusatief vrouwelijk enkelvoud van het zelfstandig naamwoord epaggelia . In achttien verzen in de bijbel . In twee verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. : (1) Lc 24,49 . (2) Hnd 1,4 . (3) Hnd 2,33 . (4) Hnd 13,23 . (5) Hnd 13,32 . (6) Hnd 23,21 .
Hnd 1,5 - Hnd 1,5 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 oti Iôannès men ebaptisen udati, humeis de en pneumati baptisthèsesthe hagiôi ou meta pollas tautas hèmeras. 5 quia Iohannes quidem baptizavit aqua vos autem baptizabimini Spiritu Sancto non post multos hos dies  5 Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.  "Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de heilige Geest."  [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’  [5] Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’  5 want Johannes heeft gedoopt met water, maar gij zult worden gedoopt met heilige geestesadem, niet lang na deze dagen! 5. Jean, lui, a baptisé avec de l'eau, mais vous, c'est dans l'Esprit Saint que vous serez baptisés sous peu de jours. » 

King James Bible . [5] For John truly baptized with water; but ye shall be baptized with the Holy Ghost not many days hence.
Luther-Bibel . 5 denn Johannes hat mit Wasser getauft, ihr aber sollt mit dem Heiligen Geist getauft werden nicht lange nach diesen Tagen.

Tekstuitleg van Hnd 1,5 .

3. 7. men ... de : enerzijds ... anderzijds .

4. act. ind. aor. 3de pers. enk. εβαπτισεν = ebaptisen (hij doopte) van het werkw. βαπτιζω = baptizô (dopen) . Taalgebruik in het NT : baptizô (dopen) . Taalgebruik in de LXX : baptizô (dopen) . Bijbel = NT (4) : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 8,38 . (3) Hnd 11,16 . (4) Hnd 19,4 . Een vorm van βαπτιζω = baptizô (dopen) in OT (4) : (1) 2 K 5,14 . (2) Js 21,4 . (3) Jdt 12,7 . (4) Sir 35,25 . Mt (7) . Mc (10) . Lc (10) . Joh (13) . Hnd (21) . Br. (13) .
- reflexief aor. 3de pers. enk. = ebaptisato (hij dompelde zich onder) van het werkw. βαπτιζω = baptizô (dopen) . Taalgebruik in het NT : baptizô (dopen) . Taalgebruik in de LXX : baptizô (dopen) . Bijbel (1) : 2 K 5,14 . Vertaling van וַיִּטְבֹּל = wajjîtëbol (en hij doopte, hij dompelde zich onder) .

baptizô (dopen) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. syn. ev.
ind. pr. 3de p. enk. baptizei 3 1 2       2 : (1) Joh 3,26 . (2) Joh 4,1 .       2
ind. pr. 2de p. enk. baptizeis  1   1       1 : Joh 1,25 .       1
ind. pr. 1ste p. enk. baptizô 3   3 1 : Mt 3,11 .   1 : Lc 3,16 . 1 : Joh 1,26 .     2 3
ind imp. 3de p. enk. ebaptizen 2   2       2 : (1) Joh 3,22 . (2) Joh 4,2 .       2
ind. fut. 3de p. enk. baptisei 3   3 1 : Mt 3,11 . 1 : Mc 1,8 . 1 : Lc 3,16 .       3 3
part. pr. nom. mann. enk. baptizôn  7   7   2 : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 .   5 : (1) Joh 1,28 . (2) Joh 1,31 . (3) Joh 1,33 (Jezus) . (4) Joh 3,23 . (5) Joh 10,40 .     2 7
act. part. praes. gen. mann. enk. baptizontos 1   1   1         1 1
part. pr. nom. mann. mv. baptizontes 1   1 1 : Mt 28,19 .           1 1
ind. aor. 3de p. enk. ebaptisen           4 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 8,38 . (3) Hnd 11,16 . (4) Hnd 19,4 .      
ind. aor. 1ste p. enk. ebaptisa     1 : (1) Mc 1,8 .       2 : (1) 1 Kor 1,14 . (2) 1 Kor 1,16 .
pass. imperf. 3de pers. mv. ebaptizonto 5   5 1 : Mt 3,6 . 1 : Mc 1,5 .   1 : Joh 3,23 . 2 : (1) Hnd 8,12 . (2) Hnd 18,8 .   2 3
inf. pr. baptizein 2   2       1 : Joh 1,33 .   1 : 1 Kor 1,17 .   1
pass. aor. 3de p. enk. ebaptisthè 5   5   1 : Mc 1,9 .   1 : Lc 11,38 .   3 : (1) Hnd 9,18 . (2) Hnd 16,15 . (3) Hnd 16,33 .   2 2
pass. aor. 3de p. mv. ebaptisthèsan           2 : (1) Hnd 2,41 . (2) Hnd 19,5 1 :  1 Kor 10,2 .    
pass. fut. 2de p. mv. baptisthèsesthe     1 : Mc 10,39 .     2 : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 11,16 .  
pass. conj. aor. 3de pers. mv. baptisôntai 1   1   1         1 1
pass. part. aor. nom. mann. enk. baptistheis   1 : Mt 3,16 . 1 : Mc 16,16 .     1 : Hnd 8,13 .  
pass. inf. aor. baptisthènai 10   10  2 : (1) Mt 3,13 . (2) Mt 3,14 . 1 : Mc 10,38 . 4 : (1) Lc 3,7 . (2) Lc 3,12 . (3) Lc 3,21 . (4) Lc 12,50 .   3 : (1) Hnd 8,36 . (2) Hnd 10,47 . (3) Hnd 10,48 .  
Andere vormen                      
Totaal  60 1 59 7 11 7 13 20 4 25 38

Mc 1,8 egô (ik)       ebaptisa (doopte) humas (jullie) hudati (met water)  
  autos (hij) de (echter)     baptisei (zal dopen) humas (jullie) pneumati hagiôi (met heilige geest)  
Mt 3,11 egô (ik) men (enerzijds) humas (jullie)   baptizô (doop)   en hudati (met water) eis metanoian (tot bekering)
  autos (hij)   humas (jullie)   baptisei (zal dopen)   en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur)  
Lc 3,16 egô (ik) men  (enerzijds)   hudati (met water) baptizô (doop) humas (jullie)    
  autos (hij)   humas (jullie)   baptisei (zal dopen)   en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur)  
Joh 1,26 egô (ik)       baptizô (doop)   en hudati (met water)  
Hnd 1,5 (hoti) Iôannès (want) (Johannes) men (enerzijds)     ebaptisen (doopte)   hudati (met water)  
  humeis (jullie) de (echter)   en pneumati (met geest) baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden)   hagiôi (heilige)  
Hnd 8,38 (kai) (en)       ebaptisen (doopte) auton (hem)    
Hnd 11,16 Iôannès (Johannes) men (enerzijds)     ebaptisen(doopte)   hudati (met water)  
  humeis (jullie) de (echter)     baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden)   en pneumati hagiôi (met heilige geest)  
Hnd 19,4 Iôannès (Johannes)       ebaptisen baptisma (doopte een doopsel)     metanoias (van bekering)

- וַיִּטְבֹּל = wajjîtëbol (en hij doopte, hij dompelde zich onder) < waw consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. טָבַל = tâbhal (dopen, zich dompelen) . Taalgebruik in Tenakh : tâbhal (dopen, zich dompelen) . Tenakh (4) : (1) Lv 9,9 . (2) 2 S 14,27 . (3) 2 K 5,14 . (4) 2 K 8,15 . In de overige (niet in 2 K 5,14) drie verzen wordt in de LXX vertaald : act. ind. aor. 3de pers. enk. εβαψεν = ebapsen (hij doopte) van het werkw. βαπτω = baptô (doppen, plonsen, onderdompelen) .
- Ned. : do- p-en (zie het Hebreeuws tâbal) , doop-s-el , do-m-pe-l- en . D. : taufen . E. : baptize . Fr. : bapt- ê - me . Grieks : βαπτιζω = baptizô (dopen) (metathesis van t-b?) . Taalgebruik in het NT : baptizô (dopen) . Hebreeuws : טָבַל = tâbhal (dopen, zich dompelen) . Taalgebruik in Tenakh : tâbhal (dopen, zich dompelen) . Latijn : baptizare .

9. pneumati (met geest) . Verwijzing : pneuma (adem, wind, geest) , zie Lc 4,1 . Zelfstandig naamwoord datief enkelvoud . In Hnd 1,5 zullen de leerlingen gedoopt worden met heilige geest. In Lc 24,49 zullen de leerlingen bekleed worden met kracht . Zoals in Hnd 1,8 nog sterker blijkt , komen de woordcombinatie pneuma (geest) en dunamis (kracht, macht) vaak voor .

10. baptisthèsesthe (jullie zullen gedoopt worden) . Verwijzing : baptizô (dopen) , zie Mt 3,13 . Passief futurum tweede persoon meervoud . In drie verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Mc 10,39 . (2) Hnd 1,5 . (3) Hnd 11,16 .

Mc 1,8 egô (ik)       ebaptisa (doopte) humas (jullie) hudati (met water)  
  autos (hij) de (echter)     baptisei (zal dopen) humas (jullie) pneumati hagiôi (met heilige geest)  
Mt 3,11 egô (ik) men (enerzijds) humas (jullie)   baptizô (doop)   en hudati (met water) eis metanoian (tot bekering)
  autos (hij)   humas (jullie)   baptisei (zal dopen)   en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur)  
Lc 3,16 egô (ik) men  (enerzijds)   hudati (met water) baptizô (doop) humas (jullie)    
  autos (hij)   humas (jullie)   baptisei (zal dopen)   en pneumati hagiôi kai puri (met heilige geest en vuur)  
Joh 1,26 egô (ik)       baptizô (doop)   en hudati (met water)  
Hnd 1,5 (hoti) Iôannès (want) (Johannes) men (enerzijds)     ebaptisen (doopte)   hudati (met water)  
  humeis (jullie) de (echter)   en pneumati (met geest) baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden)   hagiôi (heilige)  
Hnd 8,38 (kai) (en)       ebaptisen (doopte) auton (hem)    
Hnd 11,16 Iôannès (Johannes) men (enerzijds)     ebaptisen(doopte)   hudati (met water)  
  humeis (jullie) de (echter)     baptisthèsesthe (zullen gedoopt worden)   en pneumati hagiôi (met heilige geest)  
Hnd 19,4 Iôannès (Johannes)       ebaptisen baptisma (doopte een doopsel)     metanoias (van bekering)

 

Hnd 1,6 - Hnd 1,6 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6 Ekeinoi loipon sunelthontes èrôtôn auton, legontes× Kurie, tacha en tô kairô toutô apokathistaneis tèn basileian eis ton Israèl;   6 igitur qui convenerant interrogabant eum dicentes Domine si in tempore hoc restitues regnum Israhel  6 Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?  Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: "Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?"  [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’   [6] Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’  6 ¶ Zij dan, samengekomen, hebben hem de vraag gesteld en gezegd: heer, gaat u in déze tijd voor Israël het koningschap herstellen?  6. Étant donc réunis, ils l'interrogeaient ainsi : « Seigneur, est-ce maintenant, le temps où tu vas restaurer la royauté en Israël ? » 

King James Bible . [6] When they therefore were come together, they asked of him, saying, Lord, wilt thou at this time restore again the kingdom to Israel?
Luther-Bibel . 6 Die nun zusammengekommen waren, fragten ihn und sprachen: Herr, wirst du in dieser Zeit wieder aufrichten das Reich für Israel?

Tekstuitleg van Hnd 1,6 .

3. part. aor. nom. mann. mv. sunelthontes (samengekomen) van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het N.T. : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Lc : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Hnd : sunerchomai (samenkomen) . Hnd (1) Hnd 1,6 .  Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Hnd (17) : (1) Hnd 1,6 . (2) Hnd 1,21 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 9,39 . (6) Hnd 10,23 . (7) Hnd 10,27 . (8) Hnd 10,45 .  (9) Hnd 11,12 . (10) Hnd 15,38 .  (11) Hnd 16,13 . (12) Hnd 19,32 .  (13) Hnd 21,16 . (14) Hnd 21,22 . (15) Hnd 22,30 . (16) Hnd 25,17 . (17) Hnd 28,17 . In Hnd : 10 vormen van sunerchomai (samenkomen) in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .

Hnd 1,7 - Hnd 1,7 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7 Eipe de pros autous anèkei eis esas na gnôrizète tous chronous è tous kairous, tous opoious o Patèr ethesen en tè idia autou exousia,  7 dixit autem eis non est vestrum nosse tempora vel momenta quae Pater posuit in sua potestate  7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;  Maar Hij gaf hun ten antwoord: "Het komt u niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.   [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld;  [7] Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden.   7 Hij zegt tot hen: het is niet aan u de tijden of momenten te kennen die de Vader in de eigen volmacht heeft gesteld;  7. Il leur répondit : « Il ne vous appartient pas de connaître les temps et moments que le Père a fixés de sa seule autorité.  

King James Bible . [7] And he said unto them, It is not for you to know the times or the seasons, which the Father hath put in his own power.
Luther-Bibel . 7 Er sprach aber zu ihnen: Es gebührt euch nicht, Zeit oder Stunde zu wissen, die der Vater in seiner Macht bestimmt hat;

Tekstuitleg van Hnd 1,7 .

Hnd 1,8 - Hnd 1,8 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8 alla lèmpsesthe dunamin epelthontos tou hagiou pneumatos kai kai esesthe mou martures en te Ierousalèm kai en pasèi tèi Ioudaiai kai Samareiai kai eôs eschatou tès gès.  8 sed accipietis virtutem supervenientis Spiritus Sancti in vos et eritis mihi testes in Hierusalem et in omni Iudaea et Samaria et usque ad ultimum terrae  8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.  Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde."  [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.’  [8] Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’  8 maar ge zult kracht opnemen van de heilige Geest die over u komt, en ge zult getuigen van mij in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria, ja tot het uiteinde der aarde! 8. Mais vous allez recevoir une force, celle de l'Esprit Saint qui descendra sur vous. Vous serez alors mes témoins à Jérusalem, dans toute la Judée et la Samarie, et jusqu'aux extrémités de la terre. » 

King James Bible . [8] But ye shall receive power, after that the Holy Ghost is come upon you: and ye shall be witnesses unto me both in Jerusalem, and in all Judaea, and in Samaria, and unto the uttermost part of the earth.
Luther-Bibel . 8 aber ihr werdet die Kraft des Heiligen Geistes empfangen, der auf euch kommen wird, und werdet meine Zeugen sein in Jerusalem und in ganz Judäa und Samarien und bis an das Ende der Erde.

Tekstuitleg van Hnd 1,8 . Dit vers Hnd 1,8 telt 28 (2 X 2 X 7) woorden en 137 letters . De getalwaarde van Hnd 1,8 is 13823 (23 X 601) . Is er een toekomst voor Israël ? Ga jij het koninkrijk herstellen ? Jezus zegt : niet terzake . Maar jullie moeten getuige zijn ... Vanaf vers 12-13 om het getal twaalf volledig te krijgen ; heel Israël , ongebroken . Paulus wordt vanaf Hnd 9 de woordvoerder van de strekking 'tot het uiteinde der aarde' .

3. dunamin (kracht) . Verwijzing : dunamis (kracht, macht) , zie Lc 4,1 . Zelfstandig naamwoord accusatief enkelvoud .
Hier komt de combinatie van de woorden pneuma (geest) en dunamis (kracht, macht) voor .
Het ontvangen van de gave van de geest ligt in de lijn van Johannes de Doper (Lc 1,17) , Maria (Lc 1,35) , Jezus (Lc 4,14) en van Stefanus (Hnd 6,5 . Hnd 6,8) .

4. epelthontos . Prefix epi (over) en de werkwoordvorm : indicatief aorist participium genitief enkelvoud . Slechts in Hnd 1,8 . Verwijzing : erchomai (komen, gaan) , zie Lc 1,35 .
In heel wat teksten wordt de komst van de geest en van zijn kracht beschreven als komende van hoger . Mensen ervaren het als iets dat hen overkomt , dat ze ontvangen vanuit de hoge , van God . Zie schema onder Lc 1,35 .

Lc 1,35 a Lc 1,35 b Hnd 1,8 Lc 24,49 Lc 1,17 Lc 3,22 Lc 4,14a Lc 4,18
   kai (en) kai lèmpsethe (en gij zult ontvangen) heôs hou endusèsthe (totdat jullie   kai (en) katabènai (neerdalen)     
pneuma hagion (heilige geest) dunamis hupsistou (de kracht van de Allerhoogste)  dunamin (kracht) eks hupsous dunamin (vanuit de hoge kracht) en pneumati kai dunamei èliou (in de geest en de kracht van Elia)   to pneuma to hagion (de heilige geest) ... en tèi dunamei tou pneutos (in de kracht van de geest) pneuma kuriou (de geest van de Heer)
epeleusetai (zal komen) episkiasei (zal overschaduwen)   epelthontos tou hagiou pneumatos (van de komende heilige geest)          
epi se (over u) soi (u)   ef'humas (over u)     ep'auton (over hem)   ep'eme (op mij)
3. Aankondiging van de geboorte van Jezus : Lc 1,26-38 3. Aankondiging van de geboorte van Jezus : Lc 1,26-38  Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart 355. Verschijning aan de leerlingen in Jeruzalem : Lc 24,36-49 2. Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper : Lc 1,5-25   18. Doop van Jezus : Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 21. Begin van Jezus'optreden in Galilea : Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 22. Prediking te Nazaret en verwerping : Lc 4,16-30 - Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58

7. pneumatos (- vol - geest) . Verwijzing : pneuma (adem, wind, geest) , zie Lc 4,1 . Genitief onzijdig enkelvoud . In 138 verzen in de bijbel . In tweeënveertig verzen in het O.T. . In zesennegentig verzen in het N.T. . In zes verzen bij Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol :
(1) Johannes de Doper : Lc 1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden) .
(2) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou hè Elisabet = Elisabeth werd vervuld van heilige geest) .
(3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest) .
(4) Lc 2,26 .
(5) Lc 4,1 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) .
(6) Lc 4,14 : en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest) .
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol , behalve in Lc 1,15 .
In drieëntwintig verzen in Hnd.:
(1) Hnd 1,2 (dia pneumatos hagiou = via heilige geest) .
(2) Hnd 1,8 (dunamin epelthontos tou pneumatos hagiou ef'humas = kracht van de over jullie komende heilige geest) .
(3) Hnd 2,4 (eplèsthèsan pantes pneumatos hagiou = allen werden vervuld van heilige geest) .
(4) Hnd 2,17 .
(5) Hnd 2,18 .
(6) Hnd 2,33 .
(7) Hnd 2,38 (tèn dôrean tou hagiou pneumatos = de gave van de heilige geest) .
(8) Hnd 4,8 (Petrus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(9) Hnd 4,25 .
(10) Hnd 4,31 (eplèsthèsan hapantes tou hagiou pneumatos = allen werden vervuld van de heilige geest) .
(11) Hnd 6,3 (7 getuigen - plèreis pneumatos kai sofias = vol van geest en wijsheid) .
(12) Hnd 6,5 (Stefanus - plèrès pisteôs kai pneumatos hagiou = vol van geloof en heilige geest) .
(13) Hnd 7,17 XXX
(14) Hnd 7,55 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest) . .
(15) Hnd 9,31 XXX .
(16) Hnd 10,45 (hè dôrea tou hagiou pneumatos ekkechutai = de gave van de heilige geest wordt uitgestort) .
(17) Hnd 11,24 (plèrès pneumatos hagiou kai pisteôs = vol van heilige geest en van geloof) .
(18) Hnd 11,28 .
(19) Hnd 13,4 .
(20) Hnd 13,9 (Paulus - plèstheis pneumatos hagiou = vervuld van heilige geest) .
(21) Hnd 13,52 .
(22) Hnd 16,6 .
(23) Hnd 21,4 .

13. martures (getuigen). Verwijzing : martureô (getuigen) , zie Joh 1,7 . Nominatief meervoud mannelijk . In twintig verzen in de bijbel . In tien verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . Niet bij Matteüs en Marcus. In twee verzen bij Lucas : (1) Lc 11,48 . (2) Lc 24,48 . In zeven verzen in Hnd : (1) Hnd 1,8 . (2) Hnd 2,32 . (3) Hnd 3,15 . (4) Hnd 5,32 . (5) Hnd 7,58 . (6) Hnd 10,39 . (7) Hnd 13,31 . Tenslotte 1 Tes 2,10 .
Het getuigenis van de apostelen is één van de elementen die Lc 24,48 - Lc 24,49 en Hnd 1,4 / Hnd 1,8 gemeenschappelijk hebben :
- Lc 24,48 : humeis martures toutôn = jullie zijn getuigen van deze 'dingen' .
- Hnd 1,8 : esesthe mou martures = jullie zullen mijn getuigen zijn .
Getuigen zijn wijst op opvolging maar ook op de aard van de opvolging . Na het heengaan van Elia werd de leerling Elisa leraar . Op deze wijze gebeurt het niet met de leerlingen van Jezus . Zij blijven leerlingen . Ze zijn en blijven getuigen . In de meeste teksten van Hnd kan dat getuigenis onder verschillende aspecten bekeken worden : tijd , plaats en inhoud . Naar tijd : vanaf het doopsel van Johannes tot ... Naar plaats : te beginnen vanaf Jeruzalem ... Naar inhoud : het leven van Jezus , zijn lijden , dood , opstanding , geestesgave enz....

26. eschatos (laatste) .
- genitief mannelijk of onzijdig enkelvoud eschatou . In vijfendertig verzen in de bijbel . In dertig verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. : (1) Hnd 1,8 . (2) Hnd 13,47 (dat Js 49,6 citeert) . In drie brieven .

Hnd 1,9 - Hnd 1,9 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9 Kai tauta eipôn blepontôn autôn anelèfthè, kai nefelè upelaben auton apo tôn ofthalmôn autôn.  9 et cum haec dixisset videntibus illis elevatus est et nubes suscepit eum ab oculis eorum   9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.  Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.   [9] Na deze woorden werd Hij voor hun ogen omhooggeheven* en een wolk onttrok Hem aan het gezicht.   [9] Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen.  9 Terwijl hij dat zegt wordt hij, terwijl zij toekijken, opgeheven, en een wolk neemt hem weg van hun ogen  9. A ces mots, sous leurs regards, il s'éleva, et une nuée le déroba à leurs yeux.  

King James Bible . [9] And when he had spoken these things, while they beheld, he was taken up; and a cloud received him out of their sight.
Luther-Bibel . 9 Und als er das gesagt hatte, wurde er zusehends aufgehoben, und eine Wolke nahm ihn auf vor ihren Augen weg.

Tekstuitleg van Hnd 1,9 .

De ten hemel opneming van de profeet :
- Elia wordt ten hemel opgenomen : “En het gebeurde terwijl zij verder gingen en praatten ,... en Elia werd ten hemel opgenomen” (2 K 2,11) .
- Jezus wordt ten hemel opgenomen : “En nadat Hij dit gezegd had , werd Hij ... omhooggeheven” (Hnd 1,9); "Deze Jezus , die van u ten hemel werd opgenomen , ..." (Hnd 1,11).
De leerling(en) is / zijn getuige(n) :
- Elisa ziet Elia ten hemel opgenomen worden en verdwijnen : "En (Elia) zei : U vraagt iets moeilijks , maar als u mij ziet wanneer ik word opgenomen , zal uw bede verhoord worden ; ziet u mij niet , dan wordt uw bede niet verhoord” (2 K 2,10) ; “Terwijl zij nu pratend verder gingen ... werd Elia ten hemel opgenomen” (2 K 2,11) ; “Elisa zag het ... Toen hij hem niet meer zag....” (2 K 2,12) .
- De apostelen zien Jezus ten hemel opgenomen worden en verdwijnen: “Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij hem gespannen nastaarden,… "Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken". (Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11).
De gave van de geest aan de leerling(en) :
- Elisa ontvangt de geest van Elia , en zet het werk van Elia verder : (13) daarop raapte hij de profetenmantel op die Elia had laten vallen , keerde terug en bleef staan aan de oever van de Jordaan ; (14) hij nam de mantel van Elia , sloeg ermee op het water en riep uit : “waar is Jahwe dan toch , de God van Elia” . Weer sloeg hij op het water , en nu verdeelde het zich naar links en naar rechts , zodat Elisa kon oversteken . (15) Toen de leden van de profetengilde in Jericho dat uit de verte zagen , zeiden ze : “De geest van Elia rust op Elisa” (2 K 2,13 - 2 K 2,14 - 2 K 2,15) .
- Met Pinksteren zullen de apostelen de Geest van Jezus ontvangen en het werk van Jezus verder zetten .

3. eipôn (gezegd) . Verwijzing : legô (zeggen) , zie Mt 4,6 . In tweeëndertig verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In negenentwintig verzen in het N.T. . Lc (5) . Joh (11) . Hnd (9) . Hnd (9) . In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc 9,22 (eerste lijdensvoorspelling) . (2) Lc 19,28 (kai eipôn tauta = en dit gezegd) . Jezus was op weg naar Jeruzalem . (3) Lc 22,8 . Bij de zending van Petrus en Johannes gaf Jezus hen een opdracht , die ingeleid wordt door eipôn (gezegd) . (4) Lc 23,46 ( touto de eipôn = dit echter gezegd) (5) Lc 24,40 (kai touto eipôn = en dit gezegd) . Daarop toonde Jezus zijn handen en zijn voeten . In elf verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd : (1) Hnd 1,9 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) . (2) Hnd 4,25 (hierop volgt een citaat) . (3) Hnd 7,26 (hierop volgt een citaat) . (4) Hnd 7,27 (hierop volgt een citaat) . (5) Hnd 7,60 . (6) Hnd 18,21 (hierop volgt een citaat) . (7) Hnd 19,21 . (8) Hnd 19,40 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) . (9) Hnd 20,36 (kai tauta eipôn = en dit gezegd) .
- tauta eipon (dat gezegd) . In negen verzen in het N.T. : (1) Lc 23,46 . (7) (1) Hnd 1,9 . (8) (8) Hnd 19,40 . (9) (9) Hnd 20,36 . In het vers van Lc en in de drie verzen van Hnd wordt tauta eipôn (dit gezegd) voorafgegaan door het koppelwoord kai (en) .

6a. pass. ind. aor. 3de pers. enk. epèrthè (hij werd omhooggedragen) van het werkw. epairô (omhoogheffen, verheffen) . Taalgebruik in het NT : epairô (opheffen, verheffen) . Taalgebruik in de LXX : epairô (opheffen, verheffen) . Taalgebruik in Lc : epairô (opheffen, verheffen) . Taalgebruik in Hnd : epairô (opheffen, verheffen) . Bijbel (6) : (1) 2 S 5,12 . (2) Js 6,4 . (3) Hab 3,11 . (4) Ps 8,2 . (5) 1 Mak 1,3 . (6) Hnd 1,9 . Een vorm van in de LXX (83) , in het NT (19) .
- Hebreeuws UBS . passief nifal perf. 3de pers. mann. enk. נִשָּא = nishshâ´ (Hij werd opgenomen) . Zie het werkw. נָשָׂא = nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . Taalgebruik in Tenakh : nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) .
6b. ανελημφθη = anelèmfthè (hij werd opgenomen) = passief indicatief aorist derde persoon enkelvoud . Bijbel (8) . OT (3) : (1) 2 K 2,11 : ανελημφθη ... εις τον ουρανον = anelèmfthè ... eis ton ouranon : hij werd opgenomen naar de hemel . (2) 1 Mak 2,58 : Ηλιας ... ανελημφθη ... εις τον ουρανον = Hlias ... anelèmfthè ... eis ton ouranon = Elia ... werd opgenomen naar de hemel . (3) Sir 49,14 : ανελημφθη απο της γης = anelèmfthè apo tès gès = (Henoch) werd opgenomen van de aarde . NT (5) : (1) Mc 16,19 : ανελημφθη εις τον ουρανον = anelèmfthè eis ton ouranon (Hij werd naar de hemel opgenomen) . (2) Hnd 1,2 : αχρι της ημερας ανελημφθη = achri hès hèmeras ... anelèmfthè = tot de dag waarop Hij werd opgenomen . (3) Hnd 1,22 : εως ημερας ης ανελημφθη = heôs hèmeras hès anelèmfthè = tot de dag waarop Hij werd opgenomen . (4) Hnd 10,16 . In een visioen werd aan Petrus voorgesteld om van zogenaamd onrein voedsel te eten . (5) 1 Tim 3,16 : ανελημφθη εν δοξῃ = anelèmfthè en doxèi : Hij werd opgenomen in heerlijkheid .
Lc 9,51 Lc 24,50 2 K 2,1 2 K 2,9 2 K 2,11   Mc 16,19 Hnd 1,9 Hnd 1,11 
Egeneto de (het gebeurde echter) kai egeneto (en het gebeurde) kai egeneto (en het gebeurde)   kai egeneto autôn poreuomenôn eporeuonto (en het gebeurde dat zij terwijl zij aan het gaan waren, aan het gaan waren) Ho men oun kurios (Ièsous) (De heer Jezus echter derhalve) kai (en) houtos ho Ièsous (Deze Jezus)
en tôi sumplèrousthai (in het vol worden)

en tôi eulogein auton autous ('terwijl hij hen zegende)

    kai elaloun (en met elkaar praatten)  ... meta to lalèsai autois (na gesproken te hebben met hen) tauta eipôn (dat gezegd hebbende) ...    
  diestè ap'autôn (verwijderde hij zich van hen)       kai diesteilan ana meson amfoterôn (en zij - de strijdkarren en de paarden - plaatste zich tussen hen beiden - Elia en Elisa)        
tas hèmeras tès analèmpseôs autou (de dagen van zijn opneming)   en tôi anagein kurion ton Hliou ... eis ton ouranon (toen de Heer Elia ... in de hemel opnam prin è analèmfthènai me apo sou (vooraleer ik van u wordt opgenomen) kai anelèmfthè ... eis ton ouranon (en hij - Elia - werd in de hemel opgenomen) anelèmfthè eis ton ouranon (werd in de hemel opgenomen) epèrthè (werd hij opgenomen) ho analèmftheis af'humôn eis ton ouranon (die van u werd opgenomen in de hemel)
183. Het ongastvrije samaritanendorp : Lc 9,51-56 356. Afscheid en hemelvaart : Lc 24,50-53 2 K 2 ,1-18 : Elia in de hemel opgenomen 2 K 2 ,1-18 : Elia in de hemel opgenomen 2 K 2 ,1-18 : Elia in de hemel opgenomen 357. Het langere Marcusslot : Mc 16,9-20   Hnd 1  : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart Hnd 1   : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart

- Hebreeuws . ויעל = wj`l : (1) verbindingsletter wë + act. qal imperfectum derde persoon mann. enkelvoud וַיַּעַל / וַיָּעַל = wajja`al / wajjâ`al (en hij klom op) . (2) verbindingsletter wë + qal jussief 3de pers. mann. enk. וְיַּעַל = wëja`al (en ga op) van het werkw. עָלָה = `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Tenakh (115) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (18) . 2 K (16) : (1) 2 K 1,9 . (2) 2 K 1,13 . (3) 2 K 2,11 . (4) 2 K 2,23 . (5) 2 K 4,34 . (6) 2 K 4,35 . (7) 2 K 6,24 . (8) 2 K 12,11 . (9) 2 K 12,19 . (10) 2 K 14,11 . (11) 2 K 15,14 . (12) 2 K 16,9 . (13) 2 K 16,12 . (14) 2 K 17,5 . (15) 2 K 19,14 . (16) 2 K 23,2 .

Hnd 1,10 - Hnd 1,10 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10 Kai enô èsan atenizontes eis ton ouranon ote autos anebainen, idou, andres duo me imatia leuka estathèsan plèsion autôn,  10 cumque intuerentur in caelum eunte illo ecce duo viri adstiterunt iuxta illos in vestibus albis  10 En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;  Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen  [10] Terwijl Hij zo heenging en zij nog naar de hemel stonden te turen, stonden er opeens twee mannen naast hen in witte kleren,  [10] Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen.  . 10 Als zij, terwijl hij weggaat, naar de hemel staren,– zie, twee mannen zijn bij hen komen staan in witte kleren, 10. Et comme ils étaient là, les yeux fixés au ciel pendant qu'il s'en allait, voici que deux hommes vêtus de blanc se trouvèrent à leurs côtés ;

King James Bible . [10] And while they looked stedfastly toward heaven as he went up, behold, two men stood by them in white apparel;
Luther-Bibel . 10 Und als sie ihm nachsahen, wie er gen Himmel fuhr, siehe, da standen bei ihnen zwei Männer in weißen Gewändern.

Tekstuitleg van Hnd 1,10 .

 

 

Hnd 1,11 - Hnd 1,11 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC - Hemelvaart ABC  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11oi kai eipan, andres galilaioi, ti estèkate [em]blepontes eis ton ouranon; outos o ièsous o analèmftheis af umôn eis ton ouranon outôs eleusetai on tropon etheasasthe auton poreuomenon eis ton ouranon. 11 qui et dixerunt viri galilaei quid statis aspicientes in caelum hic Iesus qui adsumptus est a vobis in caelum sic veniet quemadmodum vidistis eum euntem in caelum  11 Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.  die zeiden: "Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan."   [11] die zeiden: ‘Galileeërs*, wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die van jullie is weggenomen en in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’  [11] Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’  11 die ook zéggen: Galilese mannen, wat staat ge te kijken naar de hemel?– hij, Jezus, die van u weg is opgenomen ten hemel, zal op dezelfde wijze als ge hebt aanschouwd dat hij naar de hemel wegging, kómen!  11. ils leur dirent : « Hommes de Galilée, pourquoi restez-vous ainsi à regarder le ciel ? Celui qui vous a été enlevé, ce même Jésus, viendra comme cela, de la même manière dont vous l'avez vu s'en aller vers le ciel. »

King James Version. 1995 . 11 Which also said, Ye men of Galilee, why stand ye gazing up into heaven? this same Jesus, which is taken up from you into heaven, shall so come in like manner as ye have seen him go into heaven.
Luther-Bibel . 11 Die sagten: Ihr Männer von Galiläa, was steht ihr da und seht zum Himmel? Dieser Jesus, der von euch weg gen Himmel aufgenommen wurde, wird so wiederkommen, wie ihr ihn habt gen Himmel fahren sehen.

Tekstuitleg van Hnd 1,11 . Dit vers Hnd 1,11 telt 31 woorden en 161 letters . De getalwaarde van Hnd 1,11 is 17300 (2 X 2 X 5 X 5 X 173) .

22. houtôs (zo) . Verwijzing : houtôs (zo, op deze wijze) , zie Mt 21,6 . In 907 verzen in de bijbel . In 708 verzen in het O.T. . In 199 verzen in het N.T. . In eenentwintig verzen bij Lucas . In zesentwintig verzen in Handelingen : (1) Hnd 1,11 . (2) Hnd 3,18 . (3) Hnd 7,1 . (4) Hnd 7,6 . (5) Hnd 7,8 . (6) Hnd 8,32 . (7) Hnd 12,8 . (8) Hnd 12,15 . (9) Hnd 13,8 . (10) Hnd 13,34 . (11) Hnd 13,47 . (12) Hnd 14,1 . (13) Hnd 17,11 . (14) Hnd 17,33 . (15) Hnd 19,20 . (16) Hnd 20,11 . (17) Hnd 20,13 . (18) Hnd 20,35 . (19) Hnd 21,11 . (20) Hnd 22,24 . (21) Hnd 24,9 . (22) Hnd 24,14 . (23) Hnd 27,17 . (24) Hnd 27,25 . (25) Hnd 27,44 . (26) Hnd 28,14 .

Hnd 1,12 - Hnd 1,12 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12 Tote hupestrepsan eis Ierousalèm apo tou orous tou kaloumenou Elaiônos, 12 tunc reversi sunt Hierosolymam a monte qui vocatur Oliveti qui est iuxta Hierusalem sabbati habens iter   12 Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize.     [12] Daarna keerden ze van de zogeheten Olijfberg, die dichtbij Jeruzalem ligt, op een sabbatsreis* afstand, terug naar Jeruzalem.  [12] Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand.   12 ¶ Dan keren zij naar Jeruzalem terug,– vanaf de zogenoemde Olijfberg die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan.   12. Alors, du mont des Oliviers, ils s'en retournèrent à Jérusalem ; la distance n'est pas grande : celle d'un chemin de sabbat. 

King James Bible . [12] Then returned they unto Jerusalem from the mount called Olivet, which is from Jerusalem a sabbath day's journey.
Luther-Bibel . 12 Da kehrten sie nach Jerusalem zurück von dem Berg, der heißt Ölberg und liegt nahe bei Jerusalem, einen Sabbatweg entfernt.

Tekstuitleg van Hnd 1,12 .

2. hupestrepsan (zij keerden terug). Verwijzing : hupostrefô (omkeren, terugkeren) , zie Lc 4,1 . Actief aorist derde persoon meervoud . In elf verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . Niet bij Matteüs en Marcus .In vijf verzen bij Lucas : (1) Lc 2,20 (de herders) . (2) Lc 2,45 (de ouders - eis Hierousalèm) . (3) Lc 10,17 (de tweeënzeventig) . (4) Lc 24,33 (de Emmaüsgangers - eis Hierousalèm) . (5) Lc 24,52 (de leerlingen - eis Hierousalèm) . In vijf verzen in Hnd : (1) Hnd 1,12 (de leerlingen - eis Hierousalèm) . (2) Hnd 12,25 (Barnabas en Saulus) . (3) Hnd 14,21 (Paulus en Barnabas keerden in omgekeerde volgorde naar Lystra , Ikonium en Antiochië van Pisidië terug) . (4) Hnd 21,6 . (5) Hnd 23,32 .

Hnd 1,13 - Hnd 1,13 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13 Kai ote eisèlthon, anebèsan eis to anôgeon, opou eichon to kataluma, o Petros kai Iakôbos kai Iôannès kai Andreas, Filippos kai thômas, Bartholomaios kai Matthaios, Iakôbos Alfaiou kai Simôn o Zèlôtès kai Ioudas Iakôbou.  13 et cum introissent in cenaculum ascenderunt ubi manebant Petrus et Iohannes Iacobus et Andreas Philippus et Thomas Bartholomeus et Mattheus Iacobus Alphei et Simon Zelotes et Iudas Iacobi  13 En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jakobus.   [13] Toen ze de stad binnenkwamen, gingen ze naar de bovenzaal waar ze gewoonlijk verbleven: Petrus, Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus van Alfeüs, Simon de Zeloot en Judas van Jakobus.  [13] Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.  13 Wanneer ze de stad binnenkomen klimmen ze op naar de bovenzaal waar zij verblijf hebben gehouden: Petrus, Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus van Alfeüs, Simon de Zeloot en Judas van Jakobus.   13. Rentrés en ville, ils montèrent à la chambre haute où ils se tenaient habituellement. C'étaient Pierre, Jean, Jacques, André, Philippe et Thomas, Barthélemy et Matthieu, Jacques fils d'Alphée et Simon le Zélote, et Jude fils de Jacques. 

King James Bible . [13] And when they were come in, they went up into an upper room, where abode both Peter, and James, and John, and Andrew, Philip, and Thomas, Bartholomew, and Matthew, James the son of Alphaeus, and Simon Zelotes, and Judas the brother of James.
Luther-Bibel . 13 Und als sie hineinkamen, stiegen sie hinauf in das Obergemach des Hauses, wo sie sich aufzuhalten pflegten: Petrus, Johannes, Jakobus und Andreas, Philippus und Thomas, Bartholomäus und Matthäus, Jakobus, der Sohn des Alphäus, und Simon der Zelot und Judas, der Sohn des Jakobus.

Tekstuitleg van Hnd 1,13 . In Hnd 1,13 worden de elf apostelen opgesomd . In Hnd 1,26 zijn er weer twaalf apostelen na de toevoeging van Mattias . In Hnd 2,41 laten zich op Pinksterdag na de toespraak van Petrus ongeveer drieduizend personen dopen . Na de genezing van een lamme aan de tempelpoort van Jeruzalem en na de toespraak van Petrus in de tempel en na een nacht gevangenis stijgt het aantal gelovige mannen tot vijfduizend (Hnd 4,4) . In Hnd 6,7 blijft het aantal leerlingen in Jeruzalem nog stijgen , wellicht door de prediking van de apostelen (een grote menigte priesters geloofden) als door de prediking van de zeven medewerkers in dienst van de Hellenistische gelovigen . In Antiochië wordt de boodschap ook aan Hellenisten verkondigd . Bij hen kwam een groot aantal tot geloof (Hnd 11,21) . Dit wordt voor het eerst vermeld voor een groep buiten Jeruzalem . Bij het begin van de tweede missiereis bezoeken Paulus , Silas en Timotheüs steden van Klein-Azië en het aantal gelovigen of gemeenten neemt in aantal toe (Hnd 16,5) . .

13. Petros (Petrus) . Verwijzing : Petros (Petrus) , zie Hnd 1,13 .
- Nominatief mannelijk enkelvoud . In zevenendertig verzen in Hnd : (1) Hnd 1,13 . (2) Hnd 1,15 . (3) Hnd 2,14 . (4) Hnd 2,38 . (5) Hnd 3,1 . (6) Hnd 3,4 . (7) Hnd 3,6 . (8) Hnd 3,12 . (9) Hnd 4,8 . (10) Hnd 4,19 . (11) Hnd 5,3 . (12) Hnd 5,8 . (13) Hnd 5,9 . (14) Hnd 5,29 . (15) Hnd 8,20 . (16) Hnd 9,34 . (17) Hnd 9,38 . (18) Hnd 9,39 . (19) Hnd 9,40 . (20) Hnd 10,5 . (21) Hnd 10,9 . (22) Hnd 10,14 . (23) Hnd 10,17 . (24) Hnd 10,18 . (25) Hnd 10,21 . (26) Hnd 10,26 . (27) Hnd 10,32 . (28) Hnd 10,34 . (29) Hnd 10,46 . (30) Hnd 11,2 . (31) Hnd 11,4 . (32) Hnd 12,5 . (33) Hnd 12,6 . (34) Hnd 12,11 . (35) Hnd 12,16 . (36) Hnd 12,18 . (37) Hnd 15,7 .
- Genitief mannelijk enkelvoud Petrou (van Petrus) . In zes verzen in Hnd : (1) Hnd 4,13 . (2) Hnd 5,15 . (3) Hnd 10,19 . (4) Hnd 10,44 . (5) Hnd 12,7 . (6) Hnd 12,14 .
- Datief mannelijk enkelvoud Petrôi (aan Petrus) . In één vers in Hnd : Hnd 10,45 .
- Accusatief mannelijk enkelvoud Petron . In tien verzen in Hnd : (1) Hnd 2,37 . (2) Hnd 3,3 . (3) Hnd 3,11 . (4) Hnd 8,14 . (5) Hnd 9,32 . (6) Hnd 9,40 . (7) Hnd 10,25 . (8) Hnd 11,13 . (9) Hnd 12,3 . (10) Hnd 12,14 .

Hnd 1,14 -- Hnd 1,14 - Hnd 1,1-14 : Jezus'laatste opdracht en hemelvaart -- Hnd 1,1 - Hnd 1,2 - Hnd 1,3 - Hnd 1,4 - Hnd 1,5 - Hnd 1,6 - Hnd 1,7 - Hnd 1,8 - Hnd 1,9 - Hnd 1,10 - Hnd 1,11 - Hnd 1,12 - Hnd 1,13 - Hnd 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling    Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem 
14 Outoi pantes èsan proskarterountes omothumadon tèi proseuchèi sun tôn gunaikôn kai Marias tès mètros tou Ièsou kai meta tôn adelfôn autou.  14 hii omnes erant perseverantes unianimiter in oratione cum mulieribus et Maria matre Iesu et fratribus eius   14 Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.    [14] Zij bleven allen trouw en eensgezind in gebed, samen* met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers. Judas’ opvolger aangewezen  [14] Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. Judas vervangen   14 Zij allen hebben eendrachtig volhard in het gebed, samen met enkele vrouwen en Jezus’ moeder, Maria, en met zijn broers.   14. Tous d'un même cœur étaient assidus à la prière avec quelques femmes, dont Marie mère de Jésus, et avec ses frères. 

King James Bible . Hnd 1,14 : These all continued with one accord in prayer and supplication, with the women, and Mary the mother of Jesus, and with his brethren.
Luther-Bibel . 14 Diese alle waren stets beieinander einmütig im Gebet samt den Frauen und Maria, der Mutter Jesu, und seinen Brüdern.

Tekstuitleg van Hnd 1,14 . Dit vers Hnd 1,14 telt 23 woorden en 123 letters . De getalwaarde van 13735 (5 X 41 X 67) . Zinsconstructie : onderwerp + werkwoord (omschrijvende constructie) + bijwoord .

1. houtoi (deze) , zie Hnd 1,14 . Aanwijzend voornaamwoord nominatief mannelijk meervoud . In 382 verzen in de bijbel . In veertien verzen in Hnd : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,7 . (3) Hnd 2,15 . (4) Hnd 11,12 . (5) Hnd 16,17 . (6) Hnd 16,20 . (7) Hnd 17,6 . (8) Hnd 17,7 . (9) Hnd 17,11 . (10) Hnd 20,5 . (11) Hnd 24,15 . (12) Hnd 24,20 . (13) Hnd 25,11 . (14) Hnd 27,31 .

2. pantes (allen) . Verwijzing : pas (ieder, elk) , zie Mc 2,13 . Nominatief mannelijk en vrouwelijk meervoud . In 724 verzen in de bijbel . In 166 verzen in het N.T. In drieëndertig verzen in Hnd , zie Hnd 1,14 : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,4 . (4) Hnd 2,12 . (5) Hnd 2,14 . (6) Hnd 2,32 . (7) Hnd 2,44 . (8) Hnd 3,24 . (9) Hnd 4,21 . (10) Hnd 5,17 . (11) Hnd 5,36 . (12) Hnd 5,37 . (13) Hnd 6,15 . (14) Hnd 8,1 . (15) Hnd 8,10 . (16) Hnd 9,21 . (17) Hnd 9,26 . (18) Hnd 9,35 . (19) Hnd 10,33 . (20) Hnd 10,43 . (21) Hnd 16,33 . (22) Hnd 17,7 . (23) Hnd 17,21 . (24) Hnd 18,17 . (25) Hnd 19,7 . (26) Hnd 20,25 . (27) Hnd 21,18 . (28) Hnd 21,20 . (29) Hnd 21,24 . (30) Hnd 22,3 . (31) Hnd 25,24 . (32) Hnd 26,4 . (33) Hnd 27,36 .
- hapantes (allen) . In zes verzen in Hnd : (Hnd 2,1) . (1) Hnd 2,7 . (2) Hnd 4,31 . (3) Hnd 5,12 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 16,3 . (6) Hnd 16,28 .

1. - 2. houtoi pantes : letterlijk : deze allen ; al dezen . In vier verzen in het N.T. : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 17,7 . (3) Heb 11,13 . (4) Heb 11,39 .

4. proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Verwijzing : proskartereô (volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd 1,14 .
- proskarterountes (volhardend) . Verwijzing : proskartereô (volharden, aan iets volhouden) , zie Hnd 1,14 . Actief participium praesens nominatief mannelijk meervoud van het werkwoord proskartereô (volharden, aan iets volhouden) . Het werkwoord kartereô = sterk zijn of zich sterk houden, zichzelf in bedwang houden, standvastig zijn, geduldig dragen . In vijf verzen in de bijbel . Slechts in het N.T. : (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,42 . (3) Hnd 2,46 . (4) Rom 12,12 . (5) Rom 13,6 .
- Hnd 6,4 : hèmeis de tèi proseuchèi kai tèi diakoniai tou logou proskartèsomen = wij echter zullen volhouden in het gebed en in de bediening van het woord . Actief futurum eerste persoon enkelvoud . De gemeenschap zal zeven diakens kiezen en de apostelen zullen hen aanstellen om de tafeldienst te verzorgen .
--- omschrijvende constructie + gebed :
(1) Hnd 1,14 : houtoi pantes èsan proskarterountes homothumadon ... tèi proseuchèi = al dezen waren volhardend gelijkgezind in het gebed - of - zij bleven gelijkgezind volharden in het gebed . Nadat Jezus in de hemel was opgenomen , keerden de 'ooggetuigen' naar Jeruzalem terug . In een bovenzaal bleven zij gelijkgezind volharden in het gebed . Ze baden opdat ze zouden gedoopt worden met heilige geest .
(2) Hnd 2,42 : èsan de proskarterountes ... tais proseuchais = zij echter waren volhardend in de gebeden .
(3) Hnd 2,46 : proskarterountes homothumadon en tôi hierôi ... Hnd 2,47 : ainontes ton theon = gelijkgezind volhardend in de tempel ... God lovend . Wat in Hnd 2,42 kernachtig werd weergegeven , wordt in de volgende verzen uitvoeriger beschreven .
Voegen we hieraan nog enkele teksten toe :
- Lc 24,53 : kai èsan dia pantos en tôi hierôi eulogountes ton theon = en zij waren voortdurend in de tempel God zegenend = zij bleven God voortdurend zegenen in de tempel . Hiermee sluit Lucas zijn evangelie af .  
- Hnd 2,1 : èsan pantes homou epi to auto = waren allen tegelijkertijd op dezelfde plaats . Dit vers grijpt terug op Hnd 1,13 - Hnd 1,14 . De leerlingen van Jezus zijn bijeen om Gods geest te ontvangen .
In Hnd 6,6 tref je teksten aan waarin de band tussen bidden en handoplegging aanwezig is .

3. - 4. èsan de proskarterountes (zij echter waren volhardend) : Hnd 2,42 ; èsan proskarterountes (zij waren volhardend) : Hnd 1,14 . Slechts in deze twee verzen in de bijbel .

5. homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) . Verwijzing : homothumadon (eensgezind , gelijkgezind) , zie Hnd 1,14 . homoios : gelijkend . thumos : opwelling , hardstocht . Bijwoord . In veertig verzen in de bijbel . In negenentwintig verzen in het O.T. . In elf verzen in het N.T. . In tien verzen in Hnd . In één vers in Rom . (1) Hnd 1,14 . (2) Hnd 2,46 . (3) Hnd 4,24 . (4) Hnd 5,12 . (5) Hnd 7,57 . (6) Hnd 8,6 . (7) Hnd 12,20 . (8) Hnd 15,25 . (9) Hnd 18,12 . (10) Hnd 19,29 .

4. - 5. proskarterountes homothumadon (gelijkgezind volhardend) . In twee verzen in de bijbel : Hnd 1,14 en Hnd 2,46 .

Hnd 1,15-26 : Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -

Lezing op de 7de (zevende) paaszondag B : Handelingen 1,15-17.20a.c-26 . Verwijzing : Hnd 1,15-17.20a.c-26 .

In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders – er was een groep van ongeveer honderdtwintig personen bijeen – en sprak: "Mannen broeders, het Schriftwoord moest in vervulling gaan dat de heilige Geest door de mond van David tevoren gesproken heeft over Judas, die de gids is geworden van hen die Jezus gevangen namen. Hij behoorde tot ons getal en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen. Er staat immers geschreven in het boek der Psalmen: Een ander neme zijn ambt over. Dus moet een van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis." Men stelde er twee voor: Jozef ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus, en Mattias. Toen baden zij als volgt: "Gij Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats." Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.

Hnd 1,15 - Hnd 1,15 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15 kai en tais èmerais tautais anastas petros en mesô tôn adelfôn eipen {èn te ochlos onomatôn epi to auto ôsei ekaton eikosi}, 15 et in diebus illis exsurgens Petrus in medio fratrum dixit erat autem turba nominum simul fere centum viginti   15 En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen): In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders – er was een groep van ongeveer honderdtwintig personen bijeen – en sprak:   [15] In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders – er was een groep bijeen van ongeveer honderdtwintig personen – en hij zei:  [15] In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei:  15 ¶ In die dagen staat te midden der broeders Petrus op en zegt: –de schare bijeen dat was zo’n honderdentwintig namen–   15. En ces jours-là, Pierre se leva au milieu des frères, - ils étaient réunis au nombre d'environ cent vingt personnes, - et il dit :  

King James Bible . [15] And in those days Peter stood up in the midst of the disciples, and said, (the number of names together were about an hundred and twenty,)
Luther-Bibel . 15 Und in den Tagen trat Petrus auf unter den Brüdern - es war aber eine Menge beisammen von etwa hundertzwanzig - und sprach:

Tekstuitleg van Hnd 1,15 . Dit vers Hnd 1,15 telt 22 (2 X 11) woorden en 99 (3 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Hnd 1,15 is 13060 (2 X 2 X 5 X 653) .

Hnd 1,15.13. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Hnd 1 (4) : (1) Hnd 1,4 . (2) Hnd 1,15 . (3) Hnd 1,16 . (4) Hnd 1,17 . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het NT (2450) . Tenakh (332) .

eimi (zijn) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn   1506  1120  386  24  38  79  92  63  71  19  141  233     

Hnd 1,15.15. te (ook, bovendien) . Taalgebruik in het NT : te (ook, bovendien) . Bijbel (355) . OT (160) . NT (195) . Hnd (138) . Hnd 1 (4) : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 1,8 . (3) Hnd 1,13 . (4) Hnd 1,15 .

Hnd 1,15.13. - 14. èn te (hij was ook) . NT (2) : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 8,28 .

Hnd 1,15.15. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het NT : ochlos (menigte) . Taalgebruik in de LXX : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Lc : ochlos (menigte) Hnd () : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 6,7 . (3) Hnd 11,24 . (4) Hnd 16,22 . Een vorm van ochlos in de LXX (55) , in het NT (174) , in Hnd (22) .

  ochlos (menigte)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Apk syn.  ev. 
1 nom. mann. enk. ochlos  49  45  13  12  28  40 

Hnd 1,15.16. gen. onz. mv. onomatôn (van de namen) van het zelfst. naamw. onoma (naam) . Taalgebruik in het NT : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Taalgebruik in Hnd : onoma (naam) . Taalgebruik in de Septuaginta : onoma (naam) . Stam : N ... M . Lat. nomen . Fr. nom . Ned. naam . D. Name . Eng. name . Hebr. sjem (naam) . Taalgebruik in Tenach : sjem (naam) .

  onoma (naam)  bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.   Apk  syn. ev.
5 gen. onz. mv. onomatôn 24  22  2                

Hnd 1,15.17. epi (op, bij) . Taalgebruik in het NT : epi (op, bij) . Taalgebruik in de LXX : epi (op, bij) . Ned. op . Hnd (120) . Hnd 1 (2) : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 1,26 .

epi (op, bij)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
epi 4540  3946 594  91  51  104  22  120  117 89  246  268 
ep 1320  1179  141  13  14  25  13  24  30  22  52  65 
ef  430  348  82  10  20  17  25  36  37 
Totaal   6290  5473  817  114  71  149  36  161  172  114  334  370 

Hnd 1,15.18. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) van het bepaald lidw. ho , hè , to (de - het) . Taalgebruik in NT : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Hnd. : bepaald lidwoord . Website : http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla020/algemeen_3/gramm.html . Gr. to.. , tè... N. de . E. the . D. der , die , das . Hnd (172) . Hnd 1 (5) : (1) Hnd 1,3 . (2) Hnd 1,13 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 1,16 . (5) Hnd 1,19 .

  lidw. enk. bijbel  OT  NT  Mt  Mc  Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
3. nom. + acc. onz. enk. to 5941  4582  1359  186  108  181  121  172  482  109  475  596 

Hnd 1,15.19. nominatief en accusatief onzijdig enkelvoud auto (het zelfde) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord autos . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord autos . Bijbel (490) . NT (100) . In acht verzen in Hnd : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 2,1 . (3) Hnd 2,44 . (4) Hnd 2,47 . (5) Hnd 4,26 . (6) Hnd 7,6 . (7) Hnd 14,1 . (8) Hnd 27,6 .

autos bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
nom. onz. enk. auto 490 389 101 14 8 17 9 8 41 4 39 48

Hnd 1,15.17. - 19. epi to auto (op hetzelfde - op dezelfde plaats) . NT (10) : (1) Mt 22,34 . (2) Lc 17,35 . (3) Hnd 1,15 . (4) Hnd 2,1 . (5) Hnd 2,44 . (6) Hnd 2,47 . (7) Hnd 4,26 . (8) 1 Kor 7,5 . (9) 1 Kor 11,20 . (10) 1 Kor 14,23 . Hebr. jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Taalgebruik in Tenakh : jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Getalwaarde : jod = 10 , chet = 8 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 28 (2² X 7) , zie 28 . Het is een volmaakt getal . Het is de som van zeven elkaar opvolgende getallen : 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 . Het heeft een menora-structuur met 4 in het midden . Structuur : 1 - 8 - 4 - 6 . Tenakh (89) . Bijeenkomen op dezelfde plaats kan een positieve of een negatieve betekenis hebben . Men kan bijeenkomen om de eenheid uit te drukken . Die kan zich echter richten tegen iemand . In Hnd 1,15 is er sprake van ongeveer 120 personen , in Hnd 2,41 van 3000 .

Hnd 1,15.20. hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in het NT : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in de LXX : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Taalgebruik in Lc : hôsei (als of , evenals, ongeveer) . Hebr. dikwijls het prefix kë (als) . Lat. tamquam . Fr. comme . E. like . D. wie . Ned. (zo)als. Hnd (6) : (1) Hnd 1,5 . (2) Hnd 2,3 . (3) Hnd 2,41 . (4) Hnd 6,15 . (5) Hnd 10,3 . (6) Hnd 19,7 . NT (21) . LXX (180) .

  hôsei  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
    171  151  20             

Hnd 1,15.21. hekaton (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in het NT : hekaton (honderd) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Hnd (1) : Hnd 1,15 . L. centum . Fr. cent . N. honderd . E. hundred . D. hundert . Hebr. me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) .

Hnd 1,15.22. eikosi (twintig) , zie 20 . Taalgebruik in het NT : eikosi (twintig) . Taalgebruik in de LXX : eikosi (twintig) . L. viginti . Fr. vingt . N. twintig . E. twenty . D. zwanzig . Bijbel (232) . OT (222) . NT (10) . Hnd (2) : (1) Hnd 1,15 . (2) Hnd 27,28 . Hebr. `èshërîm (twintig) , zie 20 . Taalgebruik in Tenakh : `èshërîm (twintig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 80 (2 X 2³ X 5) OF 620 (2² X 5 X 31 OF 20 X 31) . Structuur : 7 - 3 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (191) . wë`èshërîm (en twintig) < verbindingswoord wë + . Tenakh (86) .

Hnd 1,15.21. - 22. me´âh wë`èshërîm (honderd en twintig = 120) . Tenakh (14) : (1) Gn 6,3 . (2) Dt 31,2 . (3) Dt 34,7 . (4) Re 8,10 . (5) 1 K 8,63 . (6) 1 K 9,14 . (7) 1 K 10,10 . (8) 1 Kr 12,38 . (9) 1 Kr 15,5 . (10) 2 Kr 3,4 . (11) 2 Kr 7,5 . (12) 2 Kr 9,9 . (13) 2 Kr 28,6 . (14) Neh 7,31 . 120 (2³ X 3 X 5 OF 12 X 2 X 5) . 3000 (120 X 5²) . Vertrekgetal : 12 . Aanvangsgetal = vertrekgetal (12) X 2 X 5 . Verdere groei = vorig getal X 5² . 120 ligt in het verlengde van 12 .

Hnd 1,16 - Hnd 1,16 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling  7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16 Andres adelfoi, edei plèrôthènai tèn grafèn , hèn proeipen to pneuma to hagion dia stomatos tou David peri Iouda tou genomenou hodègou tois sullabousin Ièsoun,   16 viri fratres oportet impleri scripturam quam praedixit Spiritus Sanctus per os David de Iuda qui fuit dux eorum qui conprehenderunt Iesum   16 Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen;  "Mannen broeders, het Schriftwoord moest in vervulling gaan dat de heilige Geest door de mond van David tevoren gesproken heeft over Judas, die de gids is geworden van hen die Jezus gevangen namen.  [16] ‘Broeders! Het schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de heilige Geest bij monde van David tevoren heeft gesproken met het oog op Judas, de gids van hen die Jezus arresteerden.  [16] ‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan.  16 mannen broeders!, wat de heilige Geest door de mond van David heeft voorzegd over Judas, die geworden is tot gids van hen die Jezus gevangennamen, moést in vervulling gaan!–  16. « Frères, il fallait que s'accomplît l'Écriture où, par la bouche de David, l'Esprit Saint avait parlé d'avance de Judas, qui s'est fait le guide de ceux qui ont arrêté Jésus.  

King James Bible . [16] Men and brethren, this scripture must needs have been fulfilled, which the Holy Ghost by the mouth of David spake before concerning Judas, which was guide to them that took Jesus.
Luther-Bibel . 16 Ihr Männer und Brüder, es musste das Wort der Schrift erfüllt werden, das der Heilige Geist durch den Mund Davids vorausgesagt hat über Judas, der denen den Weg zeigte, die Jesus gefangen nahmen;

Tekstuitleg van Hnd 1,16

1. 2. andres adelfoi . Nominatief mannelijk meervoud . In een vers in het N.T. Vocatief mannelijk meervoud . In dertien verzen in het N.T. : (1) Hnd 1,16 . (2) Hnd 2,29 . (3)

3. - 6. In zijn verwijzing naar de schrift in Lc 4,21 wijst Jezus op de vervulling ervan . peplèrôtai : (is vervuld geworden, is in vervulling gegaan) . Passief perfectum derde persoon enkelvoud van het werkwoord plèroô (vervullen) . Op twee andere opmerkelijke plaatsen wordt de passief infinitief perfectum gebruikt : (1) Lc 24,44 . (2) Hnd 1,16 . (In zes verzen in de bijbel . In vier verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. .) In deze beide gevallen is er eveneens verwijzing naar vervulling van de schrift(en) . In Lc 24,44 geeft Lucas de voorlaatste woorden van Jezus bij zijn verschijnen aan de elf en hun metgezellen . In Hnd 1,16 spreekt Petrus voor het eerst de verzamelde gemeenschap toe . Verwijzing : pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 .

Lc 4,21   peplèrôtai hè grafè autè
Lc 24,44 dei plèrôthènai panta ta gegrammena
Hnd 1,16 edei plèrôthènai tèn grafèn

3. edei (het moest) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . In tweeëntwintig verzen in de bijbel . In zes verzen in het O.T. . In zestien verzen in het N.T. . In vier verzen in Hnd : (10) Hnd 1,16 . (11) Hnd 17,3 . (12) Hnd 24,19 . (13) Hnd 27,21 .

6. (tèn) grafèn (de schrift) . Accusatief vrouwelijk enkelvoud . In één vers in Hnd : Hnd 1,16 . hè grafè (de schrift) . Nominatief vrouwelijk enkelvoud . Niet in Hnd . panta ta gegrammena (al het geschrevene) . Nominatief of accusatief onzijdig meervoud . Niet in Hnd . Verwijzing : grafô (schrijven) , zie Mc 1,2 .

7. - 15. De inleidingsformules van Hnd 1,16 en Hnd 4,25 lijken sterk op elkaar :
- Hnd 1,16 : hèn proeipen to pneuma to hagion dia stomatos David
- Hnd 4,25 : ho tou patros hèmôn dia pneumatos hagiou stomatos David paidos sou eipôn = die zei via de heilige geest bij monde van onze vader David , uw dienaar .

16. peri (over) in Hnd , zie Hnd 1,1 . In drieënzestig verzen in Hnd . Twaalf verzen met ta peri (dat over) , zie Hnd 28,31 . In drie verzen in Hnd 1 : (1) Hnd 1,1 . (2) Hnd 1,3 : ta peri (over wat) . (3) Hnd 1,16 .

17. Iouda .Er is Juda , de zoon van Jakob . Er is Judas , die Jezus overleverde . Er is Judas die Silas vergezelde van Jeruzalem . Zie Hnd 1,16 .

20. Lc 22,47 . Tegenover Jezus , die zijn slapende leerlingen wakker maakte en hen vraagt opdat zij niet op de beproeving zouden ingaan , kwam Judas met een menigte achter zich . proèrcheto (hij ging voorop , hij ging op kop) . Het is een hapax vorm in de bijbel . In Hnd 1,16 wordt hij hodègos ( hodos = weg , en agô = voeren , leiden ; vandaar : weg-leider , aanvoerder) . Judas kende de weg , want hij had die weg zovele malen met Jezus en met zijn collega's afgelegd 's avonds en 's morgens . Hij ging op kop , kuste Jezus om hem over te leveren . Vanaf dat moment is Judas' rol uitgespeeld . Zijn rol bestond juist in het overleveren van Jezus .

22. Lc 22,54 . In het verhaal van Lucas wordt Jezus meegenomen . sullanontes . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . In twee verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In één vers in het N.T. : Lc 22,54 . In Hnd 1,16 spreekt Petrus over Judas die aanvoerder werd voor hen die Jezus hebben meegenomen . sullabousin : participium aorist nominatief mannelijk meervoud . Slechts in één vers in de bijbel , nl. Hnd 1,16 .

Hnd 1,17 - Hnd 1,17 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17 dioti èto sunèrithmèmenos me èmas kai elabe tèn merida tès diakonias tautès.  17 quia connumeratus erat in nobis et sortitus est sortem ministerii huius  17 Want hij was met ons gerekend, en had het lot dezer bediening verkregen.  Hij behoorde tot ons getal en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen.  [17] Immers, hij werd tot onze kring gerekend en had deel aan onze taak.  [17] Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak.   17 ja, hij is bij ons geteld geweest en heeft dit dienstwerk, hem toegewezen door het lot, aangenomen,   17. Il avait rang parmi nous et s'était vu attribuer une part dans notre ministère. 

King James Bible . [17] For he was numbered with us, and had obtained part of this ministry.
Luther-Bibel . 17 denn er gehörte zu uns und hatte dieses Amt mit uns empfangen.

Tekstuitleg van Hnd 1,17 .

Hnd 1,18 - Hnd 1,18 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18 Outos loipon apektèsen agron ek tou misthou tès adikias, kai pesôn promutta eschisthè eis to meson, kai exechuthèsan ola ta entosthia autou×  18 et hic quidem possedit agrum de mercede iniquitatis et suspensus crepuit medius et diffusa sunt omnia viscera eius  18 Deze dan heeft verworven een akker, door het loon der ongerechtigheid, en voorwaarts overgevallen zijnde, is midden opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort.     [18] Hij* kocht een stuk grond van het loon voor zijn misdaad, viel voorover en barstte open, zodat zijn ingewanden naar buiten puilden.  [18] Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen.   18 maar toen heeft hij een stukje grond verworven uit het loon der onrechtvaardigheid: voorovervallend is hij doormidden gebarsten en al wat in hem was is uitgestort;   18. Et voilà que, s'étant acquis un domaine avec le salaire de son forfait, cet homme est tombé la tête la première et a éclaté par le milieu, et toutes ses entrailles se sont répandues. 

King James Bible . [18] Now this man purchased a field with the reward of iniquity; and falling headlong, he burst asunder in the midst, and all his bowels gushed out.
Luther-Bibel . 18 Der hat einen Acker erworben mit dem Lohn für seine Ungerechtigkeit. Aber er ist vornüber gestürzt und mitten entzweigeborsten, sodass alle seine Eingeweide hervorquollen.

Tekstuitleg van Hnd 1,18 .

Hnd 1,19 - Hnd 1,19 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling   Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19 kai egeine gnôston eis pantas tous katoikountas tèn Ierousalèm, ôste o agros ekeinos ônomasthè en tè idia autôn dialektô Akeldama, toutestin, agros aimatos.  19 et notum factum est omnibus habitantibus Hierusalem ita ut appellaretur ager ille lingua eorum Acheldemach hoc est ager Sanguinis  19 En het is bekend geworden allen, die te Jeruzalem wonen, alzo dat die akker in hun eigen taal genoemd wordt Akeldama, dat is, een akker des bloeds.    [19] Dit* is bekend geworden bij alle inwoners van Jeruzalem en daarom heet dat stuk grond in hun taal Akeldama, dat wil zeggen: bloedgrond.  [19] Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent.   19 dit is bekend geworden aan allen die in Jeruzalem wonen, zodat dat stukje grond in hun eigen streektaal genoemd wordt: ‘Akeldama’, – dat is: bloedgrond!– 19. La chose fut si connue de tous les habitants de Jérusalem que ce domaine fut appelé dans leur langue Hakeldama, c'est-à-dire »Domaine du sang». 

King James Bible . [19] And it was known unto all the dwellers at Jerusalem; insomuch as that field is called in their proper tongue, Aceldama, that is to say, The field of blood.
Luther-Bibel . 19 Und es ist allen bekannt geworden, die in Jerusalem wohnen, sodass dieser Acker in ihrer Sprache genannt wird: Hakeldamach, das heißt Blutacker.

Tekstuitleg van Hnd 1,19 .

Hnd 1,20 - Hnd 1,20 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20 Dioti einai gegrammenon en tô bibliô tôn psalmôn× As geinè è katoikia autou erèmos kai as mè ènai o katoikôn en autè× kai, Allos as labè tèn episkopèn autou.  20 scriptum est enim in libro Psalmorum fiat commoratio eius deserta et non sit qui inhabitet in ea et episcopatum eius accipiat alius   20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.  Er staat immers geschreven in het boek der Psalmen: Een ander neme zijn ambt over.   [20] Want in het Boek van de Psalmen staat geschreven: Zijn landgoed moet worden tot een eenzaam oord, en niemand mag er wonen; en ook: Iemand anders moet zijn ambt overnemen.   [20] In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.”  20 ‘worde zijn kamp een woestenij, laat er geen meer zijn die daar in woont’ en ‘een ander neme zijn ambt!’–  20. Or il est écrit au Livre des Psaumes : Que son enclos devienne désert et qu'il ne se trouve personne pour y habiter. » Et encore : Qu'un autre reçoive sa charge.  

King James Bible . [20] For it is written in the book of Psalms, Let his habitation be desolate, and let no man dwell therein: and his bishoprick let another take.
Luther-Bibel . 20 Denn es steht geschrieben im Psalmbuch (Psalm 69,26; 109,8): »Seine Behausung soll verwüstet werden, und niemand wohne darin«, und: »Sein Amt empfange ein andrer.«

Tekstuitleg van Hnd 1,20 .

Hnd 1,21 - Hnd 1,21 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21 dei oun tôn sunelthontôn hèmin andrôn meth' èmôn kath' olon ton kairon, kath' on eisèlthe kai exèlthe pros èmas o Kurios Ièsous,  21 oportet ergo ex his viris qui nobiscum congregati sunt in omni tempore quo intravit et exivit inter nos Dominus Iesus  21 Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons in gegaan en uitgegaan is,  Dus moet een van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde,  [21] Daarom moet er van de mannen die steeds met ons zijn opgetrokken, al die tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde,   [21] Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde,  21 dus moet van de mannen die met ons zijn samengekomen in al de tijd dat de Heer Jezus bij ons thuiskwam en uittrok,  21. « Il faut donc que, de ces hommes qui nous ont accompagnés tout le temps que le Seigneur Jésus a vécu au milieu de nous, 

King James Bible . [21] Wherefore of these men which have companied with us all the time that the Lord Jesus went in and out among us,
Luther-Bibel . 21 So muss nun einer von diesen Männern, die bei uns gewesen sind die ganze Zeit über, als der Herr Jesus unter uns ein- und ausgegangen ist

Tekstuitleg van Hnd 1,21

1. dei (moet) . Verwijzing : deô (moeten) , zie Mt 16,21 . Actief praesens derde persoon enkelvoud van het werkwoord deô (moeten) . In vierennegentig verzen in de bijbel . In achttien verzen in het O.T. . In zesenzeventig verzen in het N.T. . In vijftien verzen in Handelingen : (1) Hnd 1,21 . (2) Hnd 3,21 . (3) Hnd 4,12 . (4) Hnd 5,29 . (5) Hnd 9,6 . (6) Hnd 9,16 . (7) Hnd 14,22 . (8) Hnd 15,5 . (9) Hnd 16,30 . (10) Hnd 19,21 . (11) Hnd 20,35 . (12) Hnd 23,11 . (13) Hnd 25,10 . (14) Hnd 27,24 . (15) Hnd 27,26 . Om de schriften te vervullen is het nodig om een andere apostel te kiezen .

4. part. aor. gen. mv. sunelthontôn van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het N.T. : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Lc : sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in Hnd : sunerchomai (samenkomen) . Hnd (3) :  (1) Hnd 1,21 . (2) Hnd 25,17 . (3) Hnd 28,17 . Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Hnd (17) : (1) Hnd 1,6 . (2) Hnd 1,21 . (3) Hnd 2,6 . (4) Hnd 5,16 . (5) Hnd 9,39 . (6) Hnd 10,23 . (7) Hnd 10,27 . (8) Hnd 10,45 .  (9) Hnd 11,12 . (10) Hnd 15,38 .  (11) Hnd 16,13 . (12) Hnd 19,32 .  (13) Hnd 21,16 . (14) Hnd 21,22 . (15) Hnd 22,30 . (16) Hnd 25,17 . (17) Hnd 28,17 . In Hnd : 10 vormen van sunerchomai (samenkomen) in 13 hoofdstukken en in 17 verzen .

Hnd 1,22 - Hnd 1,22 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22 arxamenos apo tou baptismatos tou Iôannou heôs tès hèmeras hès anelèmfthè af' hèmôn, martura tès anastaseôs autou sun hèmin genesthai hèna toutôn   22 incipiens a baptismate Iohannis usque in diem qua adsumptus est a nobis testem resurrectionis eius nobiscum fieri unum ex istis  22 Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, een derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding  vanaf het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis."   [22] vanaf het begin, vanaf de doop van Johannes, tot de dag waarop Hij van ons is weggenomen, van hen dus moet er één samen met ons getuige worden van zijn opstanding.’  [22] vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’   22 vanaf zijn begin, de doop door Johannes, tot aan de dag dat hij van ons werd opgenomen, een van dezen samen met ons getuige van zijn opstanding worden!   22. en commençant au baptême de Jean jusqu'au jour où il nous fut enlevé, il y en ait un qui devienne avec nous témoin de sa résurrection. » 

King James Bible . [22] Beginning from the baptism of John, unto that same day that he was taken up from us, must one be ordained to be a witness with us of his resurrection.
Luther-Bibel . 22 - von der Taufe des Johannes an bis zu dem Tag, an dem er von uns genommen wurde -, mit uns Zeuge seiner Auferstehung werden.

Tekstuitleg van Hnd 1,22 . Dit vers Hnd 1,22 telt 21 (3 X 7) woorden en 110 (2 X 5 X 11) letters . De getalwaarde van Hnd 1,22 is 15514 (2 X 7757) . In dit vers wordt het begin- en eindmoment van Jezus'optreden weergegeven .

1. arxamenos (begonnen) . Verwijzing : archomai (beginnen) , zie Mc 1,45 . Aorist participium nominatief mannelijk enkelvoud van het werkwoord archomai (beginnen, heersen) . In elf verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In acht verzen in het N.T. : (1) Mt 14,30 .
(2) Mt 20,8 : arxamenos apo ... heôs ... = begonnen vanaf ... tot .
(3) Lc 23,5 : kai arxamenos apo tès Galilaias heôs hôde = en begonnen vanaf Galilea tot hier .
(4) Lc 24,27 : kai arxamenos apo Moüseôs kai pantôn tôn profètôn = en begonnen vanaf Mozes en al de profeten .
(5) Hnd 1,22 : arxamenos apo tou baptismatos tou Iôannou heôs tès hèmeras hès anelèfthè af' èmôn = begonnen vanaf het doopsel van Johannes tot de dag waarop hij werd opgenomen van ons .
(6) Hnd 8,35 : kai arxamenos apo tès grafès tautès = en begonnen van deze schrifttekst .
(7) Hnd 10,37 : arxamenos apo tès Galilaias meta to baptisma ho ekèruxen Iôannès = begonnen vanaf Galilea na het doopsel dat Johannes verkondigde .
(8) Hnd 11,4 .

1. - 2. arxamenos apo (begonnen vanaf) . In zes van de acht verzen in het N.T. . Niet in Mt 14,30 en Hnd 11,4 .

10. anelèmfthè (hij werd opgenomen) . Passief aorist derde persoon enkelvoud . In acht verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. : (1) 2 K 2,11 : anelèmfthè ... eis ton ouranon : hij werd opgenomen naar de hemel . (2) 1 Mak 2,58 : Hlias ... anelèmfthè ... eis ton ouranon = Elia ... werd opgenomen naar de hemel . (3) Si 49,14 : anelèmfthè apo tès gès = (Henoch) werd opgenomen van de aarde . In vijf verzen in het N.T. : (1) Mc 16,19 : anelèmfthè eis ton ouranon (werd in de hemel opgenomen) . (2) Hnd 1,2 : achri hès hèmeras ... anelèmfthè = tot de dag waarop hij werd opgenomen . (3) Hnd 1,22 : heôs hèmeras hès anelèmfthè = tot de dag waarop hij werd opgenomen . (4) Hnd 10,16 . In een visioen werd aan Petrus voorgesteld om van zogenaamd onrein voedsel te eten . (4) 1 Tim 3,16 : anelèmfthè en doxèi : hij werd opgenomen in heerlijkheid . Verwijzing : analambanô (opnemen) , zie Hnd 1,2 .

Hnd 1,23 - Hnd 1,23 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23 Kai estèsan duo, Iôsèf ton kaloumenon Barsaban, ostis epônomasthè Ioustos, kai Matthian.  23 et statuerunt duos Ioseph qui vocabatur Barsabban qui cognominatus est Iustus et Matthiam  . 23 En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Barsabas, die toegenaamd was Justus, en Matthias.  Men stelde er twee voor: Jozef ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus, en Mattias.   [23] Ze stelden er twee voor: Jozef* Barsabbas, bijgenaamd Justus, en Mattias.   [23] Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias.   23 Ze stellen een tweetal voor: Jozef die Barsabas wordt genoemd en als bijnaam ‘Justus’ heeft, en Mattias.  23. On en présenta deux, Joseph dit Barsabbas, surnommé Justus, et Matthias. 

King James Bible . [23] And they appointed two, Joseph called Barsabas, who was surnamed Justus, and Matthias.
Luther-Bibel . 23 Und sie stellten zwei auf: Josef, genannt Barsabbas, mit dem Beinamen Justus, und Matthias,

Tekstuitleg van Hnd 1,23 .

Hnd 1,24 - Hnd 1,24 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24 Kai proseuxamenoi   24 et orantes dixerunt tu Domine qui corda nosti omnium ostende quem elegeris ex his duobus unum  24 En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt;  Toen baden zij als volgt: "Gij Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren   [24] Ze spraken dit gebed uit: ‘Heer, U die het hart van alle mensen kent, wijs aan wie van deze twee U hebt uitgekozen  [24] Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt   24 Ze gaan in gebed en zeggen: gij, Heer, kenner van aller hart, wijs de ene aan die gij uit deze twee gekozen hebt,  24. Alors ils firent cette prière : « Toi, Seigneur, qui connais le cœur de tous les hommes, montre-nous lequel de ces deux tu as choisi 

King James Bible . [24] And they prayed, and said, Thou, Lord, which knowest the hearts of all men, shew whether of these two thou hast chosen,
Luther-Bibel . 24 und beteten und sprachen: Herr, der du aller Herzen kennst, zeige an, welchen du erwählt hast von diesen beiden,

Tekstuitleg van Hnd 1,24

2. proseuchomai (bidden) . Een vorm ervan . In vijftien verzen in Mt . In tien verzen in Mc . In negentien verzen in Lc . In zestien verzen in Hnd .
proseuxamenoi (gebeden) . Participium aorist nominatief mannelijk meervoud . Enkel in Hnd . In vijf verzen :
(1) Hnd 1,24 : kai proseuxamenoi (gebeden) . (bij de aanstelling van Mattatias) .
(2) Hnd 6,6 : kai proseuxamenoi epethèkan autois tas chieras = en gebeden legden zij - de apostelen - hen de handen op (bij de aanstelling van de zeven) .
(3) Hnd 13,3 : kai nèsteusantes kai proseuxamenoi kai epithentes tas cheiras utois = en nadat zij hadden gevast en gebeden en hun handen op hen gelegd (bij het uitsturen van missionarissen vanuit Antiochië) .
(4) Hnd 14,23 : chierotonèsantes de autois kat'ekklèsian presbuterous , proseuxamenoi meta nèsteiôn = (nadat zij echter over hen per kerk oudsten hadden aangesteld, nadat zij gebeden hadden met vasten ... (bij de aanstelling van oudsten per kerk in Lystra, Ikonium en Antiochië van Pisidië) .
(5) Hnd 21,5 .
In vier teksten handelt het over een aanstelling . Twee teksten sluiten nauw bij elkaar aan : Hnd 13,3 en Hnd 14,23 : bidden , vasten , aanstelling .

Hnd 1,25 - Hnd 1,25 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25 dia na labè tèn merida tès diakonias tautès kai apostolès, ek tès opoias exepesen o Ioudas dia na apelthè eis ton topon autou. 25 accipere locum ministerii huius et apostolatus de quo praevaricatus est Iudas ut abiret in locum suum   25 Om te ontvangen het lot dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij heenging in zijn eigen plaats.  om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats."   [25] om in ons apostolisch werk de plaats in te nemen die Judas heeft verlaten om zijn eigen weg te gaan.’  [25] om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’  25 om de plaats in te nemen van dit dienstwerk en apostelschap waaraan Judas zich onttrokken heeft toen hij heenging naar de hem eigen plaats!  25. pour occuper, dans le ministère de l'apostolat, la place qu'a délaissée Judas pour s'en aller à sa place à lui. » 

King James Bible . [25] That he may take part of this ministry and apostleship, from which Judas by transgression fell, that he might go to his own place.
Luther-Bibel . 25 damit er diesen Dienst und das Apostelamt empfange, das Judas verlassen hat, um an den Ort zu gehen, wohin er gehört.

Tekstuitleg van Hnd 1,25 .

Hnd 1,26 - Hnd 1,26 - Judas' opvolger aangewezen - Hnd 1,15-26 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Hnd (Handelingen) -- Hnd 1 -- Hnd 1,15 - Hnd 1,16 - Hnd 1,17 - Hnd 1,18 - Hnd 1,19 - Hnd 1,20 - Hnd 1,21 - Hnd 1,22 - Hnd 1,23 - Hnd 1,24 - Hnd 1,25 - Hnd 1,26 -
Griekse tekst Vulgaat Statenvertaling 7de (zevende) paaszondag B  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26 Kai edôkan tous klèrous autôn, kai epesen o klèros eis ton Matthian, kai sugkatepsèfisthè meta tôn endeka apostolôn.  26 et dederunt sortes eis et cecidit sors super Matthiam et adnumeratus est cum undecim apostolis   26 En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthias, en hij werd met gemene toestemming tot de elf apostelen gekozen.   Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.   [26] Daarop lieten ze hen loten, en het lot viel op Mattias, en zo werd hij aan de elf apostelen toegevoegd.   [26] Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.   26 Ze geven aan hen loten; het lot valt op Mattias en hij wordt gekozen verklaard bij de elf apostelen.   26. Alors on tira au sort et le sort tomba sur Matthias, qui fut mis au nombre des douze apôtres.  

King James Bible . [26] And they gave forth their lots; and the lot fell upon Matthias; and he was numbered with the eleven apostles.
Luther-Bibel . 26 Und sie warfen das Los über sie und das Los fiel auf Matthias; und er wurde zugeordnet zu den elf Aposteln.

Tekstuitleg van Hnd 1,26 . In Hnd 1,13 worden de elf apostelen opgesomd . In Hnd 1,26 zijn er weer twaalf apostelen na de toevoeging van Mattias . In Hnd 2,41 laten zich op Pinksterdag na de toespraak van Petrus ongeveer drieduizend personen dopen . Na de genezing van een lamme aan de tempelpoort van Jeruzalem en na de toespraak van Petrus in de tempel en na een nacht gevangenis stijgt het aantal gelovige mannen tot vijfduizend (Hnd 4,4) . In Hnd 6,7 blijft het aantal leerlingen in Jeruzalem nog stijgen , wellicht door de prediking van de apostelen (een grote menigte priesters geloofden) als door de prediking van de zeven medewerkers in dienst van de Hellenistische gelovigen . In Antiochië wordt de boodschap ook aan Hellenisten verkondigd . Bij hen kwam een groot aantal tot geloof (Hnd 11,21) . Dit wordt voor het eerst vermeld voor een groep buiten Jeruzalem . Bij het begin van de tweede missiereis bezoeken Paulus , Silas en Timotheüs steden van Klein-Azië en het aantal gelovigen of gemeenten neemt in aantal toe (Hnd 16,5) . .


Griekse tekst

1ton men prôton logon epoièsamèn peri pantôn, ô theofile, ôn èrxato o ièsous poiein te kai didaskein 2achri ès èmeras enteilamenos tois apostolois dia pneumatos agiou ous exelexato anelèmfthè: 3ois kai parestèsen eauton zônta meta to pathein auton en pollois tekmèriois, di èmerôn tesserakonta optanomenos autois kai legôn ta peri tès basileias tou theou. 4kai sunalizomenos parèggeilen autois apo ierosolumôn mè chôrizesthai, alla perimenein tèn epaggelian tou patros èn èkousate mou: 5oti iôannès men ebaptisen udati, umeis de en pneumati baptisthèsesthe agiô ou meta pollas tautas èmeras. 6oi men oun sunelthontes èrôtôn auton legontes, kurie, ei en tô chronô toutô apokathistaneis tèn basileian tô israèl; 7eipen de pros autous, ouch umôn estin gnônai chronous è kairous ous o patèr etheto en tè idia exousia: 8alla lèmpsesthe dunamin epelthontos tou agiou pneumatos ef umas, kai esesthe mou martures en te ierousalèm kai [en] pasè tè ioudaia kai samareia kai eôs eschatou tès gès. 9kai tauta eipôn blepontôn autôn epèrthè, kai nefelè upelaben auton apo tôn ofthalmôn autôn. 10kai ôs atenizontes èsan eis ton ouranon poreuomenou autou, kai idou andres duo pareistèkeisan autois en esthèsesi leukais, 11oi kai eipan, andres galilaioi, ti estèkate [em]blepontes eis ton ouranon; outos o ièsous o analèmftheis af umôn eis ton ouranon outôs eleusetai on tropon etheasasthe auton poreuomenon eis ton ouranon. 12tote upestrepsan eis ierousalèm apo orous tou kaloumenou elaiônos, o estin eggus ierousalèm sabbatou echon odon. 13kai ote eisèlthon, eis to uperôon anebèsan ou èsan katamenontes, o te petros kai iôannès kai iakôbos kai andreas, filippos kai thômas, bartholomaios kai maththaios, iakôbos alfaiou kai simôn o zèlôtès kai ioudas iakôbou. 14outoi pantes èsan proskarterountes omothumadon tè proseuchè sun gunaixin kai mariam tè mètri tou ièsou kai tois adelfois autou. 15kai en tais èmerais tautais anastas petros en mesô tôn adelfôn eipen {èn te ochlos onomatôn epi to auto ôsei ekaton eikosi}, 16andres adelfoi, edei plèrôthènai tèn grafèn èn proeipen to pneuma to agion dia stomatos dauid peri iouda tou genomenou odègou tois sullabousin ièsoun, 17oti katèrithmèmenos èn en èmin kai elachen ton klèron tès diakonias tautès. 18outos men oun ektèsato chôrion ek misthou tès adikias, kai prènès genomenos elakèsen mesos, kai exechuthè panta ta splagchna autou. 19kai gnôston egeneto pasi tois katoikousin ierousalèm, ôste klèthènai to chôrion ekeino tè idia dialektô autôn akeldamach, tout estin, chôrion aimatos. 20gegraptai gar en biblô psalmôn, genèthètô è epaulis autou erèmos kai mè estô o katoikôn en autè, kai, tèn episkopèn autou labetô eteros. 21dei oun tôn sunelthontôn èmin andrôn en panti chronô ô eisèlthen kai exèlthen ef èmas o kurios ièsous, 22arxamenos apo tou baptismatos iôannou eôs tès èmeras ès anelèmfthè af èmôn, martura tès anastaseôs autou sun èmin genesthai ena toutôn. 23kai estèsan duo, iôsèf ton kaloumenon barsabban, os epeklèthè ioustos, kai maththian. 24kai proseuxamenoi eipan, su kurie, kardiognôsta pantôn, anadeixon on exelexô ek toutôn tôn duo ena 25labein ton topon tès diakonias tautès kai apostolès, af ès parebè ioudas poreuthènai eis ton topon ton idion. 26kai edôkan klèrous autois, kai epesen o klèros epi maththian, kai sugkatepsèfisthè meta tôn endeka apostolôn.