MARCUSEVANGELIE , VEERTIENDE HOOFDSTUK, MC 14 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- Taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 14 -
- Mc 14,1-2 - Mc 14,3-9 - Mc 14,10-11 - Mc 14,12-16 - Mc 14,17-21 - Mc 14,22-25 - Mc 14,26-31 - Mc 14,32-42 - Mc 14,43-52 - Mc 14,53-54 - Mc 14,55-64 - Mc 14,65 - Mc 14,66-72 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik Q - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik Z .
- Mc : commentaar .

Overzicht van het Marcusevangelie :   Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16

  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
                                 

Bijbeluitleg per pericope - Mc 14,1-2 - Mc 14,3-9 - Mc 14,10-11 - Mc 14,12-16 - Mc 14,17-21 - Mc 14,22-25 - Mc 14,26-31 - Mc 14,32-42 - Mc 14,43-52 - Mc 14,53-54 - Mc 14,55-64 - Mc 14,65 - Mc 14,66-72 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mc 14,1 - Mc 14,2 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - Mc 14,10 - Mc 14,11 - Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - Mc 14,53 - Mc 14,54 - Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - Mc 14,65 - Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch embainô
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984 Cahier biblique King James Bible : (1) -  
bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie

8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   (2) liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- patassô (slaan) , zie Mc 14,27 .
- sunedrion (sanhedrin) , zie Mc 14,55 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik


Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , Taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven

- OT : Gn (Genesis ) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het veertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie :
317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 .
318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 .
319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 .
320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 .
321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 .
322. Instelling van de eucharistie : Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 .
328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 .
329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 .
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 .
331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 .
332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 .
333. Bespotting van Jezus : Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 .
334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 .

317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -

Mc 14,1 - Mc 14,1 : 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:1 èn de to pascha kai ta azuma meta duo èmeras kai ezètoun oi archiereis kai oi grammateis pôs auton en dolô kratèsantes apokteinôsin 1 erat autem pascha et azyma post biduum et quaerebant summi sacerdotes et scribae quomodo eum dolo tenerent et occiderent    1 En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.   [1] Twee dagen later zou het Pasen* zijn, het feest van de ongedesemde broden. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten een gelegenheid om Hem met een list in handen te krijgen en ter dood te brengen.  [1] De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden.  1 ¶ Het zou over twee dagen Pasen en ‘Ongegiste Broden’ zijn; de overpriesters en de schriftgeleerden zochten ernaar hoe ze hem met een list zouden kunnen overmeesteren en doden;  1. La Pâque et les Azymes allaient avoir lieu dans deux jours, et les grands prêtres et les scribes cherchaient comment arrêter Jésus par ruse pour le tuer.  

King James Bible . [1] After two days was the feast of the passover, and of unleavened bread: and the chief priests and the scribes sought how they might take him by craft, and put him to death.
Luther-Bibel . 1 Es waren noch zwei Tage bis zum Passafest und den Tagen der Ungesäuerten Brote. Und die Hohenpriester und Schriftgelehrten suchten, wie sie ihn mit List ergreifen und töten könnten.

Tekstuitleg van Mc 14,1 . Dit vers Mc 14,1 telt 23 woorden en 108 (2 X 2 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,1 is 11718 (2 X 3 X 3 X 3 X 7 X 31) .

Mc 14,1.1. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (38) . Mc 14 (3) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,54 . (3) Mc 14,59 .

Mc 14,1.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,1.3. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,1.4. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) .
Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .

Mc 14,1.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,27 .

Mc 14,1.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

12. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ezètoun (zij zochten) van het werkw. zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het N.T. : zèteô (zoeken) . Taalgebruik in Mc : zèteô (zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher (ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Mc (4) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 12,12 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,55 . In 4 verzen in Mc in de imperfectumvorm . In een reeks van vier . De imperfectumvorm om de duur van het zoeken uit te drukken . Telkens zijn hogepriesters erbij betrokken om Jezus te zoeken met het oog om hem te doden .
- Mc 11,18 : kai èkousan  hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun (en de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden en zij zochten) pôs auton  apolesôsin  (hoe ze hem zouden uitschakelen) .
- Mc 12,12  : kai ezètoun (en zij zochten) auton  kratèsai  (om hem te bemachtigen) .
- Mc 14,1 : kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis (en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten) pôs auton en dolôi kratèsantes apokteinôsin (hoe ze hem door een list te bemachtigen hem zouden doden) .
- Mc 14,55 : oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian (maar de hogepriesters en het hele sanhedrin zochten tegen Jezus een getuigenis) eis to thanatôsai auton (om hem te doden) .

Mc 14,1.13. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Mc 14,1.14. nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) .
Mc (11) . (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 .

Mc 14,1.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,1.16. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Mc 14,1.17. nom. + voc. + acc. mann. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw. grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het N.T. : grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus (schriftgeleerde) .
Mc (11) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,22 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 9,11 . (6) Mc 9,14 . (7) Mc 11,18 . (8) Mc 11,27 . (9) Mc 12,35 . (10) Mc 14,1 . (11) Mc 14,53 . Nom. (10) . Acc. (1) : Mc 9,14 .

Mc 14,1.13. - 17. hoi archiereis kai hoi grammateis (de hogepriesters en de schriftgeleerden) . Mc (2) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 14,1 .
+ hoi presbuteroi (of andere volgorde , waarbij hoi archiereis = de hogepriesters als eerste staan) .
- Mc 11,18 : kai ezètoun pôs auton apolesôsin (en zij zochten hoe ze hem zouden opruimen) .
- Mc 14,1 : kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis pôs auton en dolô(i) kratèsantes (en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten hoe ze hem - met een list overmeesterd - zouden doden) .

18. pôs (hoe) . Taalgebruik in het N.T. : pôs (hoe) . Taalgebruik in Mc : pôs (hoe) . Vragend of onbepaald voornaamw. van wijze .
Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . Een vorm van zèteô (zoeken) gevolgd door pôs (hoe) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 14,1 . (3) Mc 14,11 .

19. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

20. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc 14 (7) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,2 . (3) Mc 14,3 . (4) Mc 14,6 . (5) Mc 14,25 . (6) Mc 14,49 . (7) Mc 14,66 .

 

Mc 14,2 - Mc 14,2 : 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:2 elegon gar mè en tè eortè mèpote estai thorubos tou laou  2 dicebant enim non in die festo ne forte tumultus fieret populi    2 Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.  [2] Want ze zeiden: ‘Niet op het feest, er moet geen opschudding onder het volk ontstaan.’  [2] Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand.  2 want, zeiden ze: niet tijdens het feest, dan mag er in geen geval een volksoproer zijn!   2. Car ils se disaient : « Pas en pleine fête, de peur qu'il n'y ait du tumulte parmi le peuple. » 

King James Bible . [2] But they said, Not on the feast day, lest there be an uproar of the people.
Luther-Bibel . 2 Denn sie sprachen: Ja nicht bei dem Fest, damit es nicht einen Aufruhr im Volk gebe.

Tekstuitleg van Mc 14,2 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -

Mc 14,3 - Mc 14,3 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:3 kai ontos autou en bèthania en tè oikia simônos tou leprou katakeimenou autou èlthen gunè echousa alabastron murou nardou pistikès polutelous suntripsasa tèn alabastron katecheen autou tès kefalès  3 et cum esset Bethaniae in domo Simonis leprosi et recumberet venit mulier habens alabastrum unguenti nardi spicati pretiosi et fracto alabastro effudit super caput eius    3 En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.  
[3] Toen Hij in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, en daar aanlag, kwam een vrouw met een albasten flesje echte, kostbare nardusbalsem*. Ze brak het flesje en goot het leeg over zijn hoofd. 

[3] Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd.  
3 Hij is intussen in Betanië, in het huis van Simon de Melaatse; terwijl hij aanligt komt er een vrouw aan met een albasten kruik vol kostbare echte nardusmirre; ze breekt de kruik en giet het uit over zijn hoofd.  3. Comme il se trouvait à Béthanie, chez Simon le lépreux, alors qu'il était à table, une femme vint, avec un flacon d'albâtre contenant un nard pur, de grand prix. Brisant le flacon, elle le lui versa sur la tête. 

King James Bible . [3] And being in Bethany in the house of Simon the leper, as he sat at meat, there came a woman having an alabaster box of ointment of spikenard very precious; and she brake the box, and poured it on his head.
Luther-Bibel . 3 Und als er in Betanien war im Hause Simons des Aussätzigen und saß zu Tisch, da kam eine Frau, die hatte ein Glas mit unverfälschtem und kostbarem Nardenöl, und sie zerbrach das Glas und goss es auf sein Haupt.

Tekstuitleg van Mc 14,3 .

Mc 14,3.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,3.3. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (143) . Mc 14 (15) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,21 . (5) Mc 14,23 . (6) Mc 14,32 . (7) Mc 14,33 . (8) Mc 14,35 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,56 . (12) Mc 14,57 . (13) Mc 14,58 . (14) Mc 14,63 . (15) Mc 14,65 .

Mc 14,3.5. bèthania (Betanië) . Taalgebruik in het N.T. : bèthania (Bethanië) . Taalgebruik in Mc : bèthania (Bethanië) . Plaatsnaam . De getalwaarde van het woord Bèthania (Betanië) = 2 + 8 + 9 + 1 + 50 + 10 + 1 = 81 . Een vorm van Betanië (4) .
- apo bèthanias (van Betanië) . Mc (1) : Mc 11,12 .
- eis bèthanian (naar Bethanië) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 11,11 .
- en bèthania(i) (in Betanië) . Mc (1) : Mc 14,3 .

Mc 14,3.12. part. praes. gen. mann. enk. katakeimenou (terwijl hij aanligt) van het werkw. katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in het N.T. : katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in Mc : katakeimai (neerliggen) .
Mc (1) : Mc 14,3 . Een vorm van katakeimai (neerliggen) in Mc (4) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 2,4 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 14,3 .

Mc 14,3.13. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (143) . Mc 14 (15) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,21 . (5) Mc 14,23 . (6) Mc 14,32 . (7) Mc 14,33 . (8) Mc 14,35 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,56 . (12) Mc 14,57 . (13) Mc 14,58 . (14) Mc 14,63 . (15) Mc 14,65 .

Mc 14,3.15. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 7,25 . (4) Mc 7,26 . (5) Mc 12,22 . (6) Mc 12,23 .  (7) Mc 14,3 .

Mc 14,3.6. - 13.
- Mc 2,15 : katakeisthai auton en tè(i) oikia(i) autou (dat hij 'aan'ligt in diens huis) .
- Mc 14,3 : en tè(i) oikia(i) simônos tou leprou katakeimenou autou (terwijl hij aanligt in het huis van Simon de melaatse).
STAP VOOR STAP !
In Mc 2,15 ligt Jezus aan in het huis van een tollenaar , in Mc 14,3 in het huis van Simon de melaatse .

27. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

Mc 14,4 - Mc 14,4 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:4 èsan de tines aganaktountes pros eautous eis ti è apôleia autè tou murou gegonen  4 erant autem quidam indigne ferentes intra semet ipsos et dicentes ut quid perditio ista unguenti facta est     4 En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?   [4] Sommigen zeiden verontwaardigd tegen elkaar: ‘Waar was de verspilling van die balsem nu goed voor? [4] Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor?  4 Maar er zijn er een paar die verontwaardigd tot elkaar zeggen: waarvoor is deze verkwisting van mirre geschied?–  4. Or il y en eut qui s'indignèrent entre eux : « A quoi bon ce gaspillage de parfum ?  

King James Bible . [4] And there were some that had indignation within themselves, and said, Why was this waste of the ointment made?
Luther-Bibel . 4 Da wurden einige unwillig und sprachen untereinander: Was soll diese Vergeudung des Salböls?

Tekstuitleg van Mc 14,4 . Het vers Mc 14,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 78 (2 X 39) letters . De getalwaarde van Mc 14,4 is 8889 (3 X 2963) .

Mc 14,4.1. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 2,18 .  (3) Mc 9,4 . (4) Mc 10,32 . (5) Mc 14,4 . (6) Mc 14,40 . (7) Mc 15,40 .

Mc 14,4.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149) . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,4.1. - 2. hèsan de (zij waren echter) . Mc (5) . In 4 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 14,4 . (4) Mc 15,40 + Mc 8,9 .

Mc 14,4.5. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

Mc 14,5 - Mc 14,5 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:5 èdunato gar touto to muron prathènai epanô dènariôn triakosiôn kai dothènai tois ptôchois kai enebrimônto autè 5 poterat enim unguentum istud veniri plus quam trecentis denariis et dari pauperibus et fremebant in eam    5 Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.  [5] Want die had voor meer dan driehonderd denariën verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ Ze voeren tegen haar uit.  [5] Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit.  5 want deze mirre had voor meer dan driehonderd dinars verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden! Zulke verwijten hebben ze haar gemaakt.  5. Ce parfum pouvait être vendu plus de trois cents deniers et donné aux pauvres. » Et ils la rudoyaient.  

King James Bible . [5] For it might have been sold for more than three hundred pence, and have been given to the poor. And they murmured against her.
Luther-Bibel . 5 Man hätte dieses Öl für mehr als dreihundert Silbergroschen verkaufen können und das Geld den Armen geben. Und sie fuhren sie an.

Tekstuitleg van Mc 14,5 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

4. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

13. dat. man. en onz. mv. ptôchois (armen) van het bijvoegl. naamw. ptôchos (arme) . Taalgebruik in het N.T. : ptôchos (arme) . Taalgebruik in Mc : ptôchos (arme) . Mc (2) : (1) Mc 10,21 . (2) Mc 14,5 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,6 - Mc 14,6 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:6 o de ièsous eipen afete autèn ti autè kopous parechete kalon ergon èrgasato en emoi  6 Iesus autem dixit sinite eam quid illi molesti estis bonum opus operata est in me    6 Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.  [6] Maar Jezus zei: ‘Laat haar. Wat maken jullie het haar toch lastig? Ze heeft een goed werk gedaan aan Mij.  [6] Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan.  6 Maar Jezus zegt: láát haar!– waarom bezorgen jullie haar moeilijkheden?– zij heeft een goed werk aan mij gedaan;  6. Mais Jésus dit : « Laissez-la ; pourquoi la tracassez-vous ? C'est une bonne œuvre qu'elle a accomplie sur moi. 

King James Bible . [6] And Jesus said, Let her alone; why trouble ye her? she hath wrought a good work on me.
Luther-Bibel . 6 Jesus aber sprach: Lasst sie in Frieden! Was betrübt ihr sie? Sie hat ein gutes Werk an mir getan.

Tekstuitleg van Mc 14,6 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. nom. mann. enk. Ièsous . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .

6. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (14) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 4,30 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,26 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 8,35 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,11 . (9) Mc 10,15 . (10) Mc 11,2 . (11) Mc 11,13 . (12) Mc 12,21 . (13) Mc 12,23 . (14) Mc 14,6 .

11. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl. naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos (goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc 7,27 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,42 . (4) Mc 9,43 . (5) Mc 9,45 . (6) Mc 9,47 . (7) Mc 9,50 .  (8) Mc 14,6 . (9) Mc 14,21.  

Mc 14,7 - Mc 14,7 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:7 pantote gar tous ptôchous echete meth eautôn kai otan thelète dunasthe autois | [pantote] | | eu poièsai eme de ou pantote echete  7 semper enim pauperes habetis vobiscum et cum volueritis potestis illis benefacere me autem non semper habetis    7 Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.   [7] Want de armen heb je altijd bij je, en zo vaak je wilt kun je hun goed doen, maar Mij heb je niet altijd bij je.  [7] Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn.  7 want de armen hebt ge altijd bij u, en wanneer ge maar wilt kunt ge goed aan hen doen, maar mij hebt ge niet altijd!–  7. Les pauvres, en effet, vous les aurez toujours avec vous et, quand vous le voudrez, vous pourrez leur faire du bien, mais moi, vous ne m'aurez pas toujours.  

King James Bible . [7] For ye have the poor with you always, and whensoever ye will ye may do them good: but me ye have not always.
Luther-Bibel . 7 Denn ihr habt allezeit Arme bei euch, und wenn ihr wollt, könnt ihr ihnen Gutes tun; mich aber habt ihr nicht allezeit.

Tekstuitleg van Mc 14,7 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

16. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,8 - Mc 14,8 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:8 o eschen epoièsen proelaben murisai to sôma mou eis ton entafiasmon  8 quod habuit haec fecit praevenit unguere corpus meum in sepulturam    8 Zij heeft gedaan, hetgeen zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis  [8] Ze heeft gedaan wat zij kon. Bij voorbaat heeft ze mijn lichaam gezalfd met het oog op mijn begrafenis.  [8] Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis.  8 wat ze te bieden had heeft ze gedaan; zij heeft bij voorbaat mijn lichaam met mirre gezalfd voor de begrafenis;  8. Elle a fait ce qui était en son pouvoir : d'avance elle a parfumé mon corps pour l'ensevelissement 

King James Bible . [8] She hath done what she could: she is come aforehand to anoint my body to the burying.
Luther-Bibel . 8 Sie hat getan, was sie konnte; sie hat meinen Leib im Voraus gesalbt für mein Begräbnis.

Tekstuitleg van Mc 14,8 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,9 - Mc 14,9 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:9 amèn de legô umin opou ean kèruchthè to euaggelion eis olon ton kosmon kai o epoièsen autè lalèthèsetai eis mnèmosunon autès 9 amen dico vobis ubicumque praedicatum fuerit evangelium istud in universum mundum et quod fecit haec narrabitur in memoriam eius  zal er gesproken worden, tot haar gedachtenis.”  . 9 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.   [9] Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld de goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’  [9] Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’  9 voorwaar, ik zeg u, overal waar het evangelie zal worden gepredikt, in heel de wereld, zal ook van wat zij heeft gedaan worden gesproken tot gedachtenis aan haar!   . 9. En vérité, je vous le dis, partout où sera proclamé l'Évangile, au monde entier, on redira aussi, à sa mémoire, ce qu'elle vient de faire. » 

King James Bible . [9] Verily I say unto you, Wheresoever this gospel shall be preached throughout the whole world, this also that she hath done shall be spoken of for a memorial of her.
Luther-Bibel . 9 Wahrlich, ich sage euch: Wo das Evangelium gepredigt wird in aller Welt, da wird man auch das sagen zu ihrem Gedächtnis, was sie jetzt getan hat.

Tekstuitleg van Mc 14,9 . Het vers Mc 14,9 telt 21 (3 X 7) woorden en 104 (2 X 2 X 2 X 13) letters . Het getalwaarde van Mc 14,9 is 10597 (priemgetal) .

1. amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in het N.T. : amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in Mc : amèn (amen, ja, voorwaar) . Het maakt deel uit van de formule amèn... legô humin (voorwaar ik zeg jullie) .
Mc (13) (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) .

Mc 14,9.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
In Mc 14,6-9 reageert Jezus opvallend positief tegen de negatieve reactie van de leerlingen .

1. - 4. amèn (de) legô humin (voorwaar - echter - ik zeg jullie) . Mc (13) (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) .

Mc 14,9.8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

9. accusatief onzijdig enkelvoud euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in het N.T. : euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in Mc : euaggelion (evangelie) . eu-aggelion = goede boodschap . Lat. evangelium . Fr. évangile . D. Evangelium . E. gospel .
Mc (4) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 13,10 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 16,15 .

Mc 14,9.8. - 9. to euaggelion (het evangelie) . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in Mc (8) ; gen. (3) , dat. (1) , acc. (4) . Elke vorm wordt voorafgegaan door het bepaald lidwood : gen. (tou) , dat. tô(i) , acc. to .

11. kosmos (wereld) . Taalgebruik in het N.T. : kosmos (wereld) . Taalgebruik in Mc : kosmos (wereld) .
Mc (3) : (1) Mc 8,36 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 16,15 .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

21. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .

319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -

Mc 14,10 - Mc 14,10 : 319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai Ioudas Iskariôth ho heis tôn dôdeka apèlthen pros tous archiereis hina auton paradoi autois   10 et Iudas Scariotis unus de duodecim abiit ad summos sacerdotes ut proderet eum illis    10 En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren. 
[10] Judas Iskariot, een van de twaalf, ging naar de hogepriesters om Hem over te leveren. 

[10] Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. 
10 Dan gaat Judas Isjkariot, die ene van de twaalf, weg naar de overpriesters om hem aan hen over te leveren.  10. Judas Iscariote, l'un des Douze, s'en alla auprès des grands prêtres pour le leur livrer.

King James Bible . [10] And Judas Iscariot, one of the twelve, went unto the chief priests, to betray him unto them.
Luther-Bibel . 10 Und Judas Iskariot, einer von den Zwölfen, ging hin zu den Hohenpriestern, dass er ihn an sie verriete.

Tekstuitleg van Mc 14,10 . Mc 14,10 // Mt 26,14

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

9. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

8. apèlthen (hij ging weg) zie : erchontai (zij gaan) in 12 verzen bij Marcus, zie Mc 11,1 : Mc 11,1-10 . Indicatief aorist 3de persoon enkelvoud van het werkwoord ap-erchomai (weg-gaan). Bij Marcus wordt het in 9 verzen gebruikt. Het weg-gaan houdt vaak een keuze in. Het weg-gaan van Mc 14,10 is een gaan, maar is tegelijkertijd een afstand nemen van, het verlaten van Jezus en de twaalf. In Mc 3,13-19 wordt verhaald over de roeping van de twaalf. Judas hoort bij de twaalf. In Mc 14,10 verbreekt Judas zijn toebehoren tot de twaalf. Judas gaat naar de hogepriesters; hij is een overloper en zoekt een gelegenheid om Jezus aan de hogepriesters over te leveren. Judas ruilt het leerling-zijn voor spion; hij verzamelt de nodige informatie om Jezus over te leveren. Of is het toch iets complexer?
Het breekpunt bij Judas lijkt de zalving van Jezus te Betanië - Mc 14,3-9 - te zijn. Voor 300 denariën is daar verspild. Heeft Jezus zich overgegeven aan personencultus, aan rijkdom terwijl er zoveel armen zijn. Voor Judas is het nu genoeg geweest. De maat is vol. Hij neemt het initiatief om Jezus zijn leiderschap af te nemen; hij ruimt hem uit de weg. Voor dertig zilverlingen gaat Judas Jezus overleveren.
Of gaat het om een liefdesaffaire? Kan Judas het niet verdragen dat een vrouw zoveel liefde aan Jezus betuigt? Kan hij het ook niet verdragen dat Jezus haar laat begaan?
Het gebeuren - de zalving van Betanië - lijkt wel de aanleiding waardoor het drama wordt ingezet. Bij Johannes de Doper is het Herodias die uit is op de overlevering - Mc 1,14-15 - en de dood van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - . In beide gevallen speelt een vrouw een beslissende rol.
Of lopen de visies van Jezus en van Judas uiteen? Is Judas ervan overtuigd dat de slag om Jerruzalem weldra zal plaats vinden, dat er wapens nodig zijn, dat list en omkoperij een belangrijke rol zullen spelen. Is Judas zo corrupt geworden dat hij voor het geld, voor dertig zilverlingen Jezus in handen wil spelen. Is de opgegeven reden - verspilling en geld voor de armen - geen verbloeming van andere redenen? Heeft Judas de hogepriesters willen omkopen voor een gewapende opstand en is hij er door de hogepriesters ingeluisd. Had Judas de hogepriesters en het sanhedrin willen betrekken bij een opstand? Wat was de bedoeling van de nachtelijke ontmoeting in de hof van Olijven? Waarom was het sanhedrin bijeen? Dat heb je toch niet zomaar bijeen. En de Romeinen zouden toch argwaan gehad hebben bij zoveel joodse beweging. Was er een feest die nacht? Pesach? Herdenking van de uittocht uit Egypte?

Er was al eerder spanning geweest tussen Petrus en Jezus over de te volgen weg. Jezus is van plan om naar Jeruzalem te gaan om er als martelaar te sterven - Mc 8,31-32 - . Dat wijst Petrus resoluut af - Mc 8,32-33 - . Jezus moet hem tot de orde roepen en duidelijk maken dat hij de lijn uitzet, de weg bepaalt, de leiding heeft.
Er was al eerder naijver van leerlingen geweest tegenover Jezus waarom zij bepaalde demonen niet konden uitdrijven - Mc 9,14-29 - . Er was ook naijver onder elkaar om de voornaamste plaats - Mc 10,35-40 - . Bij het verhaal van de zalving komt de verdeeldheid tussen sommige leerlingen en Jezus in het openbaar. Jezus verdedigt de vrouw en praat het gebeuren goed, maar zo heeft Judas het niet begrepen.
Wellicht wekt het weggaan van Judas geen argwaan bij de andere medeleerlingen. Waarschijnlijk gaat hij meer dan eens erop uit om armen te bezoeken en geldelijk te ondersteunen. Jezus heeft het wel door, maar brengt het niet in de openbaarheid. Of gaat Judas iets anders doen dan armen helpen? Bereidt hij de opstand voor?

In Mc 14 is vaak sprake van paradidômi (overleveren). Dit is de eerste maal in dit hoofdstuk. Wat reeds lang woekerde, krijgt nu concrete vorm : Judas Iskarit, één van de twaalf, één uit Jezus'intieme kring gaat naar de hogepriesters om hem over te leveren. De geestelijke overheid zocht al langer een gelegenheid om Jezus te grijpen, te veroordelen en te executeren. Ook de wereldlijke overheid was gevaarlijk omwille van haar onbetrouwbaarheid.

11. acc. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (11) . (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 .

13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

14. paradoi (hij zou overleveren) zie : paradidômi (overleveren) bij Marcus, zie Mc 1,14 .

Mc 14,11 - Mc 14,11 : 319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:11 oi de akousantes echarèsan kai epèggeilanto autô argurion dounai kai ezètei pôs auton eukairôs paradoi 11 qui audientes gavisi sunt et promiserunt ei pecuniam se daturos et quaerebat quomodo illum oportune traderet   II Zij nu, toen ze dit hoorden, verheugden zich en beloofden hem geld te geven.En hij zocht hoe hij hem op het goede ogenblik zou overleveren. 11 En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.  [11] Toen ze dat hoorden, waren ze daarmee ingenomen en ze beloofden hem geld te geven. Hij zocht naar een goede gelegenheid om Hem over te leveren.  [11] Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.  11 Als ze zijn aanbod horen zijn ze verheugd en kondigen aan dat ze hem daarvoor zilvergeld zullen geven; en hij is ernaar gaan zoeken hoe hij hem op het goede moment kon overleveren.  11. A cette nouvelle ils se réjouirent et ils promirent de lui donner de l'argent. Et il cherchait une occasion favorable pour le livrer.

King James Bible . [11] And when they heard it, they were glad, and promised to give him money. And he sought how he might conveniently betray him.
Luther-Bibel . 11 Als die das hörten, wurden sie froh und versprachen, ihm Geld zu geben. Und er suchte, wie er ihn bei guter Gelegenheit verraten könnte.

Tekstuitleg van Mc 14,11 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. act. part. aor. nom. mv. akousantes  van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (7) : (1) Mc 3,21 . (2) Mc 4,18 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 10,41 . (5) Mc 14,11 . (6) Mc 15,35 . (7) Mc 16,11 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -

Mc 14,12 - Mc 14,12 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:12 kai tè prôtè èmera tôn azumôn ote to pascha ethuon legousin autô oi mathètai autou pou theleis apelthontes etoimasômen ina fagès to pascha   12 et primo die azymorum quando pascha immolabant dicunt ei discipuli quo vis eamus et paremus tibi ut manduces pascha   En op de eerste dag van de ongedesemde broden, toen men het pascha slachtte,  12 En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?  [12] Op de eerste dag* van het feest van de ongedesemde broden, wanneer men het paaslam slachtte, zeiden zijn leerlingen tegen Hem: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen gaan treffen voor het paasmaal?’  [12] Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood, wanneer het pesachlam wordt geslacht, zeiden zijn leerlingen tegen hem: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen gaan treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’  12 ¶ Op de eerste dag van de Ongegiste Broden, wanneer ze het paaslam hebben geslacht, zeggen zijn leerlingen tot hem: waar wilt u dat we heengaan en alles gereedmaken dat u er het paasmaal kunt eten?   12. Le premier jour des Azymes, où l'on immolait la Pâque, ses disciples lui disent : « Où veux-tu que nous allions faire les préparatifs pour que tu manges la Pâque ? » 

King James Bible . [12] And the first day of unleavened bread, when they killed the passover, his disciples said unto him, Where wilt thou that we go and prepare that thou mayest eat the passover?
Luther-Bibel . 12 Und am ersten Tage der Ungesäuerten Brote, als man das Passalamm opferte, sprachen seine Jünger zu ihm: Wo willst du, dass wir hingehen und das Passalamm bereiten, damit du es essen kannst?

Tekstuitleg van Mc 14,12 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

5. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

7. hote (toen) . Taalgebruik in het N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 .   (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .

8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

9. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .

Mc 14,13 - Mc 14,13 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:13 kai apostellei duo tôn mathètôn autou kai legei autois upagete eis tèn polin kai apantèsei umin anthrôpos keramion udatos bastazôn akolouthèsate autô   13 et mittit duos ex discipulis suis et dicit eis ite in civitatem et occurret vobis homo laguenam aquae baiulans sequimini eum    13 En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;  [13] Daarop stuurde Hij twee* van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: ‘Ga naar de stad. Daar zal jullie iemand tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem,  [13] Hij stuurde twee van zijn leerlingen op pad en zei tegen hen: ‘Ga naar de stad. Daar zal een man die een kruik water draagt jullie tegemoet komen; volg hem,  13 Dan zendt hij twee van zijn leerlingen uit en zegt tot hen: gaat de stad in, en daar zal jullie een mens tegemoet lopen die een kruik water torst; volgt hem,  13. Il envoie alors deux de ses disciples, en leur disant : « Allez à la ville ; vous rencontrerez un homme portant une cruche d'eau. Suivez-le,  

King James Bible . [13] And he sendeth forth two of his disciples, and saith unto them, Go ye into the city, and there shall meet you a man bearing a pitcher of water: follow him.
Luther-Bibel . 13 Und er sandte zwei seiner Jünger und sprach zu ihnen: Geht hin in die Stadt, und es wird euch ein Mensch begegnen, der trägt einen Krug mit Wasser; folgt ihm

Tekstuitleg van Mc 14,13 .

Mc 14,13.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

4. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

2. - 6. apostellei duo tôn mathètôn autou (hij zendt twee van zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 14,13 .

Mc 14,13.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,13.8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

10. act. imperat.  praes. 2de pers. mv. hupagete (ga weg, vertrek) van het werkw. hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in Mc : hupagô (onder iets brengen, weggaan) .
Mc (4 : vierkant ABCD) : (1) Mc 6,38 (A) . (2) Mc 11,2 (B) . (3) Mc 14,13 (C) . (4) Mc 16,7 (D) . In 3 verzen is het een woord van Jezus : (1) Mc 6,38 . (2) Mc 11,2 . (3) Mc 14,13 .
- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc 6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc 16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) . Zijde A-D van het vierkant ABCD .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 . Zijde BC van het vierkant ABCD .

7. - 13. kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 .

Mc 14,13.14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,13.17. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

Mc 14,13.19. gen. onz. enk. hudatos (water) van het zelfst. naamw. hudôr (water) . Taalgebruik in het N.T. : hudôr (water) . Taalgebruik in Mc : hudôr (water) . Hebr. majim (wateren) . Lat. : aqua . Fr. : eau .
Mc (3) : (1) Mc 1,10 .  (2) Mc 9,41 .  (3) Mc 14,13 .  

Duality

- apostellei duo tôn mathètôn autou (hij zendt twee van zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 14,13 .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 .

Mc 14,14 - Mc 14,14 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:14 kai opou ean eiselthè eipate tô oikodespotè oti o didaskalos legei pou estin to kataluma mou opou to pascha meta tôn mathètôn mou fagô  14 et quocumque introierit dicite domino domus quia magister dicit ubi est refectio mea ubi pascha cum discipulis meis manducem     14 En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?  [14] en zeg waar hij binnengaat tegen de heer des huizes: “De meester laat vragen: Waar is de kamer waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? ”  [14] en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De Meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’”   14 en waar hij naar binnen gaat, zegt daar tot de heer des huizes: ‘de leermeester zegt: waar is die kamer voor mij waar ik met mijn leerlingen het paasmaal kan eten?’–   14. et là où il entrera, dites au propriétaire : «Le Maître te fait dire : Où est ma salle, où je pourrai manger la Pâque avec mes disciples ?» 

King James Bible . [14] And wheresoever he shall go in, say ye to the goodman of the house, The Master saith, Where is the guestchamber, where I shall eat the passover with my disciples?
Luther-Bibel . 14 und wo er hineingeht, da sprecht zu dem Hausherrn: Der Meister lässt dir sagen: Wo ist der Raum, in dem ich das Passalamm essen kann mit meinen Jüngern?

Tekstuitleg van Mc 14,14 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

8. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

11. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

14. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

19. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .

20. meta (na , met) . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im . Lat. cum . Ned. met . Fr. avec (met) ; après (na , < ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen , ) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,17 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,43 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,54. (8) Mc 14,62 . (9) Mc 14,67 . (10) Mc 14,70 .

21. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

22. gen.mann. mv. mathètôn (met zijn leerlingen) . Zelfstandig naamwoord mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Mc (8) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 7,2 . (3) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (4) Mc 10,46 . (5) Mc 11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (6) Mc 13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van zijn leerlingen) . (7) Mc 14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (8) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .

20. - 22. meta tôn mathètôn (met de leerlingen) . Mc (3) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (3) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .

Mc 14,15 - Mc 14,15 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:15 kai autos umin deixei anagaion mega estrômenon etoimon kai ekei etoimasate èmin 15 et ipse vobis demonstrabit cenaculum grande stratum et illic parate nobis    15 En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.  [15] Hij zal jullie een ruime bovenzaal wijzen, die ingericht is en op orde gebracht. Maak het daar voor ons klaar.’  [15] Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’   15 dan zal hij u een grote bovenzaal tonen, ingericht en gereed; maakt het dáár voor ons gereed!    15. Et il vous montrera, à l'étage, une grande pièce garnie de coussins, toute prête ; faites-y pour nous les préparatifs. »  

King James Bible . [15] And he will shew you a large upper room furnished and prepared: there make ready for us.
Luther-Bibel . 15 Und er wird euch einen großen Saal zeigen, der mit Polstern versehen und vorbereitet ist; dort richtet für uns zu.

Tekstuitleg van Mc 14,15 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

3. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (9) : (1) Mc 1,24 . (2) Mc 9,22 . (3) Mc 9,38 . (4) Mc 10,35 . (5) Mc 10,37 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 13,4 . (8) Mc 14,15 . (9) Mc 16,3 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

Mc 14,16 - Mc 14,16 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 14:16 kai exèlthon oi mathètai kai èlthon eis tèn polin kai euron kathôs eipen autois kai ètoimasan to pascha 16 et abierunt discipuli eius et venerunt in civitatem et invenerunt sicut dixerat illis et praeparaverunt pascha    16 En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha. 17 En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.   [16] De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Ze troffen het aan zoals Hij hun gezegd had, en ze maakten het paasmaal klaar.  [16] De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.  16 De leerlingen trekken er op uit, komen de stad binnen, vinden alles zoals hij hun heeft gezegd en maken het paasmaal gereed.  16. Les disciples partirent et vinrent à la ville, et ils trouvèrent comme il leur avait dit, et ils préparèrent la Pâque.

King James Bible . [16] And his disciples went forth, and came into the city, and found as he had said unto them: and they made ready the passover.
Luther-Bibel . 16 Und die Jünger gingen hin und kamen in die Stadt und fanden's, wie er ihnen gesagt hatte, und bereiteten das Passalamm.

Tekstuitleg van Mc 14,16 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

17. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

18. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .

321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -

Mc 14,17 - Mc 14,17 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  14:17 kai opsias genomenès erchetai meta tôn dôdeka 17 vespere autem facto venit cum duodecim  En toen het avond was , kwam hij er met de twaalf   17 En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.  [17] Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf.   [17] Toen de avond was gevallen, kwam hij met de twaalf.  17 Als het later op de dag wordt komt hij er met de twaalf.  17. Le soir venu, il arrive avec les Douze.

King James Bible . And in the evening he cometh with the twelve.
Luther-Bibel . 17 Und am Abend kam er mit den Zwölfen.

Tekstuitleg van Mc 14,17 . Dit vers Mc 14,17 telt 7 woorden en 37 letters . De getalwaarde van Mc 14,17 is 4794 (2 X 3 X 17 X 47) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. genitief vrouwelijk enkelvoud opsias ('s avonds) . Taalgebruik in het N.T. : opsia (avond) . Taalgebruik in Mc : opsia (avond) . D. Abend . E. evening . Lat. ad vesperas . Gr. hespera . Lat. serus (serenade) . Fr. soir . Bij de joden begint de nieuwe dag met het vallen van de avond , na zonsondergang .
Mc (6) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 .

1. - 2. kai opsias (en 's avonds) . Taalgebruik : opsias ('s avonds) , zie Mc 1,32 . In twee verzen in de bijbel en in het N.T. : (1) Mc 6,47 . (2) Mc 14,17 .

3. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw. ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 14,17 . (5) Mc 15,42 . + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 .

6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,18 - Mc 14,18 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
amèn legô humin hoti heis ex humôn paradôsei me 14:18 kai anakeimenôn autôn kai esthiontôn o ièsous eipen amèn legô umin oti eis ex umôn paradôsei me o esthiôn met emou   18 et discumbentibus eis et manducantibus ait Iesus amen dico vobis quia unus ex vobis me tradet qui manducat mecum    18 En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.  [18] Toen ze aan tafel waren gegaan, zei Jezus onder het eten: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie, die nu met Mij eet, zal Mij overleveren.’  [18] Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’  18 En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’!  voorwaar ik zeg je dat één uit jullie mij zal overleveren)18. Et tandis qu'ils étaient à table et qu'ils mangeaient, Jésus dit : « En vérité, je vous le dis, l'un de vous me livrera, un qui mange avec moi. »

King James Bible . [18] And as they sat and did eat, Jesus said, Verily I say unto you, One of you which eateth with me shall betray me.
Luther-Bibel . 18 Und als sie bei Tisch waren und aßen, sprach Jesus: Wahrlich, ich sage euch: Einer unter euch, der mit mir isst, wird mich verraten.

Tekstuitleg van Mc 14,18 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

7. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

12. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

Mc 14,19 - Mc 14,19 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:19 èrxanto lupeisthai kai legein autô eis kata eis mèti egô   19 at illi coeperunt contristari et dicere ei singillatim numquid ego    19 En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?  [19] Zij werden bedroefd en de een na de ander zei tegen Hem: ‘Ik toch niet?’  [19] Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’  19 Zij beginnen bedroefd te worden en tot hem te zeggen, de een na de ander: ík toch niet?   19. Ils devinrent tout tristes et se mirent à lui dire l'un après l'autre : « Serait-ce moi ? » 

King James Bible . [19] And they began to be sorrowful, and to say unto him one by one, Is it I? and another said, Is it I?
Luther-Bibel . 19 Und sie wurden traurig und fragten ihn, einer nach dem andern: Bin ich's?

Tekstuitleg van Mc 14,19 .

3. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

7. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

Mc 14,20 - Mc 14,20 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:20 o de eipen autois eis tôn dôdeka o embaptomenos met emou eis to | [en] | | trublion   20 qui ait illis unus ex duodecim qui intinguit mecum in catino    20 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.  [20] Maar Hij zei hun: ‘Een van de twaalf, die met Mij zijn hand in de schaal doopt.   [20] Maar hij zei tegen hen: ‘Het is een van jullie twaalf, die met mij uit dezelfde kom eet.  20 Maar hij zegt tot hen: één van de twaalf, dus een die met mij in de schaal indoopt!–  20. Il leur dit : « C'est l'un des Douze, qui plonge avec moi la main dans le même plat.

King James Bible . [20] And he answered and said unto them, It is one of the twelve, that dippeth with me in the dish.
Luther-Bibel . 20 Er aber sprach zu ihnen: Einer von den Zwölfen, der mit mir seinen Bissen in die Schüssel taucht.

Tekstuitleg van Mc 14,20 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

1. - 4. ho de ... eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 10,3 . (5) Mc 14,20 .

6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

13. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,21 - Mc 14,21 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:21 oti o men uios tou anthrôpou upagei kathôs gegraptai peri autou ouai de tô anthrôpô ekeinô di ou o uios tou anthrôpou paradidotai kalon autô ei ouk egennèthè o anthrôpos ekeinos  21 et Filius quidem hominis vadit sicut scriptum est de eo vae autem homini illi per quem Filius hominis traditur bonum ei si non esset natus homo ille    21 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.  [21] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens, door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter voor die mens zijn, als hij niet geboren was.’   [21] Want de Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’  21 omdat de mensenzoon wel heengaat zoals over hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt uitgeleverd!– het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was, die mens!   ouai (wee) de (anderzijds) tôi anthrôpôi ekeinôi (die mens) di'hou (door wie) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) paradidotai (wordt overgeleverd)  

King James Bible . [21] The Son of man indeed goeth, as it is written of him: but woe to that man by whom the Son of man is betrayed! good were it for that man if he had never been born.
Luther-Bibel . 21 Der Menschensohn geht zwar hin, wie von ihm geschrieben steht; weh aber dem Menschen, durch den der Menschensohn verraten wird! Es wäre für diesen Menschen besser, wenn er nie geboren wäre.

Tekstuitleg van Mc 14,21 .

Mc 14,21 A. hoti (want) ho men (enerzijds) huios tou anthrôpou (de mensenzoon) hupagei (gaat heen) kathôs (zoals) gegraptai (geschreven staat) peri autou (over hem)
B. ouai (wee) de (anderzijds) tôi anthrôpôi ekeinôi (die mens) di'hou (door wie) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) paradidotai (wordt overgeleverd)
C. (het zou) kalon (beter) (zijn) autôi (voor hem) ei (als) ouk (hij niet) egennèthè (geboren was) ho anthrôpos ekeinos (die mens).

Er zijn drie zinnen. De eerste zin handelt over de mensenzoon, de derde zin over de overleveraar en de tweede zin combineert de twee : de mensenzoon (de overgeleverde) en de overleveraar. De twee eerste zinnen (A en B) worden met elkaar verbonden door de voegwoorden men (enerzijds) de (anderzijds). De twee laatste zinnen (B en C) vatten aan met een tegenstelling : ouai (wee) en kalon (het ware beter geweest). Iedere zin is onderverdeeld in een hoofdzin en een ondergeschikte zin. De eerste zin telt : 6 + 4 woorden, 11 + 9 lettergrepen; de tweede zin : 5 + 7 woorden, 10 + 14 lettergrepen; de derde zin : 2 + 6 woorden, 4 + 13 lettergrepen. In totaal : 10 + 12 + 8 = 30 woorden , 20 + 24 + 17 = 61 lettergrepen. De hoofdzinnen van de tweede en de derde zin zijn gelijkaardig opgebouwd. Aan de uitersten van het geheel staat enerzijds (A) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) en anderzijds (C) ho anthrôpos ekeinos (die mens) of de overgeleverde en de overleveraar. Ze functioneren als onderwerp van de hoofdzin (A) en de bijzin (C). Ho huios tou antrôpou (de mensenzoon) bevat 4 woorden en 7 lettergrepen, het woord ho anthrôpos ekeinos (die mens) 4 woorden en 7 lettergrepen, samen 7 woorden en 14 lettergrepen. De twee woorden Ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) en ho anthroopos ekeinos (die mens) komen in de tweede zin voor (B) maar dan in omgekeerde volgorde en wel zo dat ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) in de ondergeschikte zin staat en ho anthrôpos ekeinos (die mens) in de hoofdzin. In A en C is het precies omgekeerd : ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) staat in de hoofdzin en ho anthrôpos ekeinos (die mens) in de bijzin. Zo is er een chiastische structuur tussen de hoofdzin van de eerste zin (A) en de ondergeschikte zin van de tweede zin (B). Zo is dat ook het geval met de tweede en de derde zin.
In de eerste zin is er sprake van "weggaan" dat wijst op Jezus'dood. In de laatste zin is er sprake van geboren worden : de mensenzoon gaat weg... ware niet geboren die mens. De relatie tussen de twee wordt gegeven door het woord paradidotai (wordt overgeleverd). Ofschoon de eerste zin wordt geformuleerd als een noodzaak (kathôs gegraptai : zoals geschreven staat), de derde zin drukt een wens in de irreële wijze uit.
Er is een spanning bij wat gebeurt. Het moet ergens een goddelijke bedoeling hebben. Dit sluit echter de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid niet uit.

1. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

13. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

15. dat. mann. enk. anthrôpô(i) (aan de mens) van het zelfstandig naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (3) : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 3,5 . (3) Mc 14,21 . Een vorm van anthrôpos (mens) in 53 verzen .

23. pass. ind. praes. 3de pers. enk. paradidotai (hij wordt overgeleverd) van het werkw. paradidômi (overleveren)  . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Mc (3) : (1) Mc 9,31 .  (2) Mc 14,21 . (3) Mc 14,41 .  

24. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl. naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos (goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc 7,27 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 9,42 . (4) Mc 9,43 . (5) Mc 9,45 . (6) Mc 9,47 . (7) Mc 9,50 .  (8) Mc 14,6 . (9) Mc 14,21.  

30. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

322. Instelling van de eucharistie : Mc 14,22-25 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -

Mc 14,22 - Mc 14,22 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:22 kai esthiontôn autôn labôn arton eulogèsas eklasen kai edôken autois kai eipen labete touto estin to sôma mou  22 et manducantibus illis accepit Iesus panem et benedicens fregit et dedit eis et ait sumite hoc est corpus meum    22 En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.   [22] Tijdens de maaltijd nam Hij een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het brood, gaf het hun en zei: ‘Neem het, dit is mijn lichaam.’  [22] Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’  22 Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam!  22. Et tandis qu'ils mangeaient, il prit du pain, le bénit, le rompit et le leur donna en disant : « Prenez, ceci est mon corps. » 

King James Bible . [22] And as they did eat, Jesus took bread, and blessed, and brake it, and gave to them, and said, Take, eat: this is my body.
Luther-Bibel . 22 Und als sie aßen, nahm Jesus das Brot, dankte und brach's und gab's ihnen und sprach: Nehmet; das ist mein Leib.

Tekstuitleg van Mc 14,22 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

16. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,23 - Mc 14,23 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:23 kai labôn potèrion eucharistèsas edôken autois kai epion ex autou pantes  23 et accepto calice gratias agens dedit eis et biberunt ex illo omnes    23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. [23] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die beker; ze dronken er allen uit.  [23] En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit.  23 Dan neemt hij een drinkbeker, spreekt het dankgebed uit en geeft hem aan hen, en zij drinken er allen uit.  23. Puis, prenant une coupe, il rendit grâces et la leur donna, et ils en burent tous.  

King James Bible . [23] And he took the cup, and when he had given thanks, he gave it to them: and they all drank of it.
Luther-Bibel . 23 Und er nahm den Kelch, dankte und gab ihnen den; und sie tranken alle daraus.

Tekstuitleg van Mc 14,23 .

Mc 14,23.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,23.3. nom. + acc. onz. enk. potèrion (beker) . Taalgebruik in het N.T. : potèrion (beker) . Taalgebruik in Mc : potèrion (beker) .
(1) Mc 9,41 . (2) Mc 10,38 . (3) Mc 10,39 . (4) Mc 14,23 . (5) Mc 14,36 .

Mc 14,23.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,24 - Mc 14,24 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:24 kai eipen autois touto estin to aima mou tès diathèkès to ekchunnomenon uper pollôn  24 et ait illis hic est sanguis meus novi testamenti qui pro multis effunditur     24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.   [24] En Hij zei hun: ‘Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten.   [24] Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt.  24 Hij zegt tot hen: dit is mijn bloed van het verbond,– dat voor velen wordt vergoten;  24. Et il leur dit : « Ceci est mon sang, le sang de l'alliance, qui va être répandu pour une multitude.  

King James Bible . [24] And he said unto them, This is my blood of the new testament, which is shed for many.
Luther-Bibel . 24 Und er sprach zu ihnen: Das ist mein Blut des Bundes, das für viele vergossen wird.

Tekstuitleg van Mc 14,24 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

7. nom. + acc. onz. enk.  haima (bloed) van het zelfst. naamw. haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Hebr. dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  haima 225  183  42  12  11  13  10 

6. - 8. to haima mou (mijn bloed) . NT (3) : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 14,24 . (3) Joh 6,55 .

9. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

10. gen. vr. enk. diathèkès van het zelfst. naamw. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . Taalgebruik in de LXX : diathèkè (verbond) . Taalgebruik in Lc. : diathèkè (verbond) . Hebr. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenach : bërîth (verbond) . Lat. testamentum . E. testament . Ned. testament, verbond . D. Bund . Fr. alliance . Bijbel (128) . OT (103) . NT (15) : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 14,24 . (3) Lc 1,72 . (4) Hnd 3,25 . (5) 2 Kor 3,6 . (6) 2 Kor 3,14 . (7) Heb 7,22 . (8) Heb 8,6 . (9) Heb 9,4 . (10) Heb 9,15 . (11) Heb 9,20 . (12) Heb 10,29 . (13) Heb 12,24 . (14) Heb 13,20 . (15) Apk 11,19 . Een vorm van diathèkè (verbond) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,72 . (2) Lc 22,20 . In Hnd : 2 vormen van diathèkè (verbond) in 2 verzen in 2 hoofdstukken : (1) Hnd 3,25 . (2) Hnd 7,8 . Een vorm van diathèkè (verbond) in het NT (33) , in de LXX (358) .

14. gen. mv. pollôn (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Taalgebruik in Mc : polus (veel) .
Mc (3) : (1) Mc 5,26 . (2) Mc 10,45 . (3) Mc 14,24 . Een vorm van polus (veel) in Mc (49) , in Mc 14 (2) : (1) Mc 14,24 . (2) Mc 14,56 .

Mc 14,25 - Mc 14,25 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:25 amèn legô umin oti ouketi ou mè piô* ek tou genèmatos tès ampelou eôs tès èmeras ekeinès otan auto pinô kainon en tè basileia tou theou 25 amen dico vobis quod iam non bibam de genimine vitis usque in diem illum cum illud bibam novum in regno Dei     25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.  [25] Ik verzeker jullie, Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag waarop Ik de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van God.’   [25] Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’  25 voorwaar, ik zeg u dat ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot aan díe dag, wanneer ik hem nieuw zal drinken in het koninkrijk van God!   25. En vérité, je vous le dis, je ne boirai plus du produit de la vigne jusqu'au jour où je boirai le vin nouveau dans le Royaume de Dieu. » 

King James Bible . [25] Verily I say unto you, I will drink no more of the fruit of the vine, until that day that I drink it new in the kingdom of God.
Luther-Bibel . 25 Wahrlich, ich sage euch, dass ich nicht mehr trinken werde vom Gewächs des Weinstocks bis an den Tag, an dem ich aufs Neue davon trinke im Reich Gottes.

Tekstuitleg van Mc 14,25 .

4. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

15. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

24. nom. + dat enk. basileia(i) (koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) . Mc (7) : (1) Mc 1,15 (nom.) . (2) Mc 3,24 (nom.) . (3) Mc 4,26 (nom.) . (4) Mc 10,14 (nom.) . (5) Mc 11,10 (nom.) . (6) Mc 13,8 (nom.) . (7) Mc 14,25 (dat.) .

328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -

1. Jezus en de leerlingen 2. Jezus 3. Petrus 4. Jezus 5. Petrus 6. andere leerlingen
Mc 14,26 Mc 14,27 Mc 14,29 Mc 14,30 Mc 14,31 Mc 14,31
  kai (en) ho de Petros (Petrus echter) kai (en) ho de (hij echter) hôsautôs de (op gelijke wijze echter)
  legei ('Jezus' zegt) efè (zei) legei ('Jezus' zegt) ekperissôs elalei (affirmeerde nog uitvoeriger) kai pantes elegon (zeiden ook de anderen)
  autois (aan hen) autôi (aan hem) autôi (aan hem)    
  ho Ièsous (Jezus)   ho Ièsous (Jezus)    
  hoti (dat) ei (indien) amèn legô soi hoti (voorwaar ik zeg je dat) ean (indien)...  
  pantes (jullie allen) kai pantes (zelfs allen) su (jij)...    
  skandalisthèesthe (zullen geschandaliseerd worden) skandalisthèsontai (geschandaliseerd zullen zijn) tris me aparnèsèi (zal je me driemaal verloochenen) ou mè se aparnèsomai (ik zal je niet verloochenen)  
     all'ouk egô (maar ik niet)      

 

Mc 14,26 - Mc 14,26 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:26 kai umnèsantes exèlthon eis to oros tôn elaiôn 26 et hymno dicto exierunt in montem Olivarum    26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg. [26] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg. 
[26] Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg. 
26 Zij zingen de lofpsalmen en gaan de stad uit naar de Olijfberg.   26. Après le chant des psaumes, ils partirent pour le mont des Oliviers.  

King James Bible . [26] And when they had sung an hymn, they went out into the mount of Olives.
Luther-Bibel . 26 Und als sie den Lobgesang gesungen hatten, gingen sie hinaus an den Ölberg.

Tekstuitleg van Mc 14,26 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. humnèsantes (lofgeprezen) . In 2 verzen in de bijbel : Mc 14,26 // Mt 26,30 . Gr. humneô : in hymne bezingen , roemen , huldigen . Gr. humnos = Ned . hymne . Er staat een meervoud . We veronderstellen dat het Jezus en zijn leerlingen zijn . Wellicht verlaten Jezus en zijn leerlingen met een heel verschillende gemoedsgesteldheid de plaats van het laatste avondmaal . De leerlingen zijn in een euforische stemming . Ze hebben feest gevierd , wijn gedronken , liederen gezongen . Ze zijn nog niet uitgepraat over de fijne avond en praten nog na . Jezus echter is zich bewust van wat hem gaat overkomen . Hij voelt zijn uitlevering aankomen .

3. exèlthon (zij gingen naar buiten) . Indicatief aorist 3de persoon meervoud van exerchomai (naar buiten gaan) . In deze vorm komt het 5X voor bij Marcus . Slechts 1X is Jezus en zijn leerlingen onderwerp . We vertalen het werkwoord met : naar buiten gaan , erop uit trekken . Met dit werkwoord hebben de woorden "uitgaans-leven , uitgaanswereld" te maken .
In Mc 14,12-17 stellen de leerlingen de vraag waar Jezus de paasmaaltijd willen gebruiken . Jezus geeft hen een aantal richtlijnen , die zij uitvoeren . Het verhaal sluit af in Mc 14,17 met de vermelding dat Jezus met zijn twaalf gaat . De uitvoering van de opdracht begint met kai exèlthon hoi mathètai (en de leerlingen gingen erop uit) Mc 14,16 . Mc 14,18-25 wordt omsloten door Mc 14,16-17 en Mc 14,26 . In die omsluiting komt telkens het werkwoord exèlthon (zij gingen erop uit) voor .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,27 - Mc 14,27 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:27 kai legei autois o ièsous oti pantes skandalisthèsesthe oti gegraptai pataxô ton poimena kai ta probata diaskorpisthèsontai 27 et ait eis Iesus omnes scandalizabimini in nocte ista quia scriptum est percutiam pastorem et dispergentur oves   En Jezus zei hun : "Allen zullen jullie geërgerd worden , want er staat geschreven : Ik zal de herder slaan en de schapen zullen uiteengestrooid worden .   27 En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geërgerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.  [27] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen zullen verstrooid worden. [28] Maar na mijn   [27] Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen zullen uiteengedreven worden.”  27 Dan zegt Jezus tot hen: ge zult allen ten val gebracht worden, want er staat geschreven: zal ik de herder slaan, dan zullen ook de schapen worden verstrooid!–  27. Et Jésus leur dit : « Tous vous allez succomber, car il est écrit : Je frapperai le pasteur et les brebis seront dispersées. 

King James Bible . And Jesus saith unto them, All ye shall be offended because of me this night: for it is written, I will smite the shepherd, and the sheep shall be scattered.
Luther-Bibel . 27 Und Jesus sprach zu ihnen: Ihr werdet alle Ärgernis nehmen; denn es steht geschrieben (Sacharja 13,7): »Ich werde den Hirten schlagen, und die Schafe werden sich zerstreuen.«

Tekstuitleg van Mc 14,27 . Dit vers Mc 14,27 telt 23 woorden en 125 (5 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 14,27 is 11258 (2 X 13 X 433) . 17 woorden .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

5. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

1. - 5. kai legei autois o ièsous (En Jezus zegt hen) . Mc (1) : Mc 14,27 .

6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

11. pataxô (ik zal slaan) . Taalgebruik : patassô (slaan) , zie Mc 14,27 . Indicatief futurum eerste persoon enkelvoud van het werkwoord patassô (slaan) . In éénentwintig verzen in de bijbel . In negentien verzen in het O.T. . In twee verzen in het N.T. :
- patassô (slaan) .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

15. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,27 .

Mc 14,28 - Mc 14,28 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:28 alla meta to egerthènai me proaxô umas eis tèn galilaian   28 sed posteaquam resurrexero praecedam vos in Galilaeam     28 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.   opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’  [28] Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’   28 echter, nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea!  28. Mais après ma résurrection, je vous précéderai en Galilée. »  

King James Bible . [28] But after that I am risen, I will go before you into Galilee.
Luther-Bibel . 28 Wenn ich aber auferstanden bin, will ich vor euch hingehen nach Galiläa.

Tekstuitleg van Mc 14,28 . Het vers Mc 14,28 telt 10 (2 X 5) woorden , 21 (3 X 7) lettergrepen en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Mc 14,28 is 3475 (5 X 5 X 139) . Het vers bestaat uit een hoofdzin , waarbij een infinitiefzin ingeleid door het voorzetsel meta (na) .

Mc 14,28.1. alla (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla (maar) . Taalgebruik in Mc : alla (maar) .
Mc (30) . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,28 . (2) Mc 14,36 .

Mc 14,28.2. meta (met , na) . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc 14 (10) : (1) Mc 14,1 (meta + acc. : na) . (2) Mc 14,14 (meta + gen. : met) . (3) Mc 14,17 (meta + gen. : met) . (4) Mc 14,28 (meta + acc. : na) . (5) Mc 14,43 (meta + gen. : met) . (6) Mc 14,48 (meta + gen. : met) . (7) Mc 14,54 (meta + gen. : met) . (8) Mc 14,62 (meta + gen. : met) . (9) Mc 14,67 (meta + gen. : met) . (10) Mc 14,70 (meta + acc. : na) .

Mc 14,28.3. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,28.2. - 3. meta de to . Mc (1) Mc 1,14 . meta to . Mc (2) : (1) Mc 14,28 . (2) Mc 16,19 . Vermits Mc 16,9-20 als een latere toevoeging wordt beschouwd , resten nog Mc 1,14 en Mc 14,28 . Ze zijn aan elkaar gelinkt . STAP VOOR STAP !
- Mc 1,14 : meta de to paradothènai ton Iôannèn = na echter het overgeleverd zijn van Johannes .
- Mc 14,28 : meta to egerthènai me = na het opgewekt zijn van mij .
De overlevering gebeurde in het verleden , de opwekking moet nog in de toekomst plaatsvinden . Toch staat in beide verzen een pass. inf. aor. . Deze twee verzen omvatten het hele openbaar leven van Jezus .

Mc 14,28.4. passief infinitief aorist egerthènai (opgewekt zijn) van het werkw. egeirô (opwekken) . Taalgebruik in het N.T. : egeirô (wekken) . Taalgebruik in Mc : egeirô (wekken) . Wellicht wekken uit de slaap , op-wekken . Ned. wekken vlg. Lat. vegere : flink , levendig zijn , opgewekt zijn . . Lat. resurgere . Surgere ( surrexi , surrectum ) = oprijzen , opstaan , rechtop staan . sur < super = op , boven + regere ( rexi , rectum ) : richten (rechtop) , leiden , sturen . -> op-richten = rechtop staan -> resurgere = opnieuw op-richten , terug rechtop staan . Ned. rekken ( Lat. reg- ) , uitstrekken . Rectus = recht . Fr. résurrection .
Fr. ressusciter cfr. Lat. suscitare . super : op , boven + citare (citus : vlug , snel) : in beweging brengen . Aldus : terug in beweging brengen , heropleven .
Fr. réveiller : wekken , ont-waken < re + vigilare (vig- wak- , wek-) waken . Mc (1) : Mc 14,28 .

Mc 14,28.5. pers. voornaamw. 1ste pers. acc. enk. me (mij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord .
Mc (27) . Mc 14 (8) : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 14,30 . (4) Mc 14,31 . (5) Mc 14,42 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,49 . (8) Mc 14,72 .

1. - 5. STAP VOOR STAP !
- Mc 1,14 : meta de to paradothènai ton iôannèn (nadat echter Johannes werd overgeleverd) .
- Mc 14,28 : alla meta to egerthènai me (maar nadat ik werd opgewekt) .

Mc 14,28.6. act. ind. fut. 1ste pers. enk. proaksô (ik zal voorgaan) . Taalgebruik in het N.T. : proagô (voorleiden, voorgaan) . Taalgebruik in Mc. : proagô (voorleiden, voorgaan) .
Mc (1) : Mc 14,28 .  In het vers Mc 14,28 doet Jezus een voorzegging , in Mc 16,7 wordt die voorzegging gerealiseerd . STAP VOOR STAP !

7. persoonl. voornaamw. acc. mann. mv. humas (jullie, u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 .(3) Mc 6,11 . (4) Mc 9,19 . (5) Mc 9,41 . (6): Mc 11,29 . (7) Mc 13,5 . (8) Mc 13,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 .

Mc 14,28.8. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . D. nach . E. for .
Mc 14 (20) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,13 . (6) Mc 14,16 . (7) Mc 14,18 . (8) Mc 14,19 . (9) Mc 14,20 . (10) Mc 14,26 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,32 . (13) Mc 14,38 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,43 . (16) Mc 14,47 . (17) Mc 14,54 . (18) Mc 14,55 . (19) Mc 14,60 . (20) Mc 14,68 .

Mc 14,28.9. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (7) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,13 . (3) Mc 14,16 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,47 . (6) Mc 14,52 . (7) Mc 14,54 .

Mc 14,28.10. acc. vr. enk. Galilaian (Galilea) . Taalgebruik in N.T. : Galilaia (Galilea) . Taalgebruik in Synoptici : Galilaia (Galilea) . Taalgebruik in Mc : Galilaia (Galilea) . Hebr. gälal (rollen, wentelen) .
Een vorm van Galilea komt in Mc in 12 verzen voor . In 11 ervan in combinatie met een voorzetsel , niet in Mc 6,21 (de eersten van Galilea) .
eis tèn Galilaian (naar Galilea) . N.T. (16) . Mc (3) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 16,7 . Verder : (1) Mc 1,28 (eis holèn tèn perichôron tès galilaias = naar de hele omgeving van Galilea) . (2) Mc 1,39 (eis holèn tèn galilaian = naar heel Galilea) . (3) Mc 7,31 (eis tèn thalassan tès Galilaias = naar het meer van Galilea) . .
We treffen in Mc 14,28 dezelfde zinsconstructie als in Mc 1,14 aan . Bij Mc 14,28 hoort Mc 16,7 . Na de dood van Jezus gaan de leerlingen naar Galilea , zoals Jezus het toendertijd gedaan heeft . Het is alsof de geschiedenis zich herhaalt . Zo hebben we hier een samenhang tussen het begin en het einde van het evangelie .
Aan Mc 14,28 gaat een bijbelcitaat vooraf : "Ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid worden ." Het wordt duidelijk wat Jezus bedoelt met de zin: "Nadat ik ben verrezen , zal ik je voorgaan naar Galilea ." Jezus zal er zijn verstrooide leerlingen verzamelen . Dat heeft Jezus wellicht ook gedaan wanneer hij na de gevangenneming van Johannes naar Galilea ging . Het is opvallend dat Jezus naar Galilea ging en leerlingen riep .

8. - 10. eis tèn galilaian (naar Galilea) . Mc (3) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 16,7 en 1X in de uitdrukking : eis tèn holèn tèn Galilaian (naar heel Galilea) (Mc 1,39) .

6. - 10. STAP VOOR STAP !
- Mc 14,28 : proaxô humas eis tèn galilaian (ik zal u vooruitdrijven naar Galilea) .
- Mc 16,7 : proagei humas eis tèn galilaian (hij drijft u vooruit naar Galilea) .

Mc 14,29 - Mc 14,29 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:29 o de petros efè autô ei kai pantes skandalisthèsontai all ouk egô 29 Petrus autem ait ei et si omnes scandalizati fuerint sed non ego   29 En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd wierden, zo zal ik toch niet geërgerd worden.   [29] Maar Petrus zei tegen Hem: ‘Ook al komen ze allemaal ten val, ik zeker niet.’  [29] Petrus zei tegen hem: ‘Misschien zal iedereen ten val komen, maar ik niet!’  29 Maar Petrus verzekert hem: al zullen ook allen ten val gebracht worden, ík echt niet!  29. Pierre lui dit : « Même si tous succombent, du moins pas moi ! » 

King James Bible . [29] But Peter said unto him, Although all shall be offended, yet will not I.
Luther-Bibel . 29 Petrus aber sagte zu ihm: Und wenn sie alle Ärgernis nehmen, so doch ich nicht!

Tekstuitleg van Mc 14,29 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,30 - Mc 14,30 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:30 kai legei autô o ièsous amèn legô soi oti su sèmeron tautè tè nukti prin è dis alektora fônèsai* tris me aparnèsè 30 et ait illi Iesus amen dico tibi quia tu hodie in nocte hac priusquam bis gallus vocem dederit ter me es negaturus      30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.   [30] Jezus zei tegen hem: ‘Ik verzeker je: vandaag, in deze nacht, nog voordat de haan twee keer kraait, zul jij Me drie keer verloochenen.’   [30] Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen.’  30 Dan zegt Jezus tot hem: voorwaar, ik zeg je dat jíj heden, in deze nacht, voordat de haan twee keer kraait, mij drie keer zult verloochenen!  30. Jésus lui dit : « En vérité, je te le dis : toi, aujourd'hui, cette nuit même, avant que le coq chante deux fois, tu m'auras renié trois fois. »  

King James Bible . [30] And Jesus saith unto him, Verily I say unto thee, That this day, even in this night, before the cock crow twice, thou shalt deny me thrice.
Luther-Bibel . 30 Und Jesus sprach zu ihm: Wahrlich, ich sage dir: Heute, in dieser Nacht, ehe der Hahn zweimal kräht, wirst du mich dreimal verleugnen.

Tekstuitleg van Mc 14,30 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

2. - 3. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .

1. - 3. kai legei autô(i) (en hij zegt hem) . Mc (7) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,28 . (5) Mc 7,34 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,61 . In 5 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,34 . (5) Mc 14,30 . In 2 verzen is iemand anders dan Jezus onderwerp : (1) Mc 7,28 (de Syrofenicische) . (2) Mc 14,61 (de hogepriester) .

5. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

9. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

10. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

Mc 14,31 - Mc 14,31 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:31 o de ekperissôs elalei ean deè me sunapothanein soi ou mè se aparnèsomai ôsautôs | [de] | de | kai pantes elegon 31 at ille amplius loquebatur et si oportuerit me simul conmori tibi non te negabo similiter autem et omnes dicebant     31 Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.  [31] Maar hij verklaarde met nog meer nadruk: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ Dat zeiden ze allemaal.  [31] Maar Petrus hield met grote stelligheid vol: ‘Al zou ik met u moeten sterven, ik zal u nooit verloochenen.’ Alle anderen zeiden iets dergelijks.  31 Maar nadrukkelijk heeft hij uitgesproken: al moet ik tegelijk met u sterven, ik zal u nooit verloochenen! Evenzo hebben ook allen gezegd.  31. Mais lui reprenait de plus belle : « Dussé-je mourir avec toi, non, je ne te renierai pas. » Et tous disaient de même.  

King James Bible . [31] But he spake the more vehemently, If I should die with thee, I will not deny thee in any wise. Likewise also said they all.
Luther-Bibel . 31 Er aber redete noch weiter: Auch wenn ich mit dir sterben müsste, werde ich dich nicht verleugnen! Das Gleiche sagten sie alle.

Tekstuitleg van Mc 14,31 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -

De perikope bestaat uit 11 verzen. In deze perikope komt 20X het nevenschikkend voegwoord kai (en) voor. 2X verbindt kai (en) zinsdelen (Mc 14,33 : lijdend voorwerp); in de andere gevallen leidt kai (en) een nevenschikkende zin in. Dat is 18X het geval. Van de 11 verzen beginnen 9 verzen met kai (en). We staan dus duidelijk voor een kai-(en)tekst.

Mc 14,32 - Mc 14,32 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:32 kai erchontai eis chôrion ou to onoma gethsèmani kai legei tois mathètais autou kathisate ôde eôs proseuxômai   32 et veniunt in praedium cui nomen Gethsemani et ait discipulis suis sedete hic donec orem     32 En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.   [32] Ze kwamen bij een plek die Getsemane* heet, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik ga bidden.’  [32] Ze kwamen bij een olijfgaard die Getsemane heette, en hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga bidden.’   32 ¶ Ze komen bij een landgoed met de naam Getsemanee, en hij zegt tot zijn leerlingen: blijft hier zitten totdat ik heb gebeden!  32. Ils parviennent à un domaine du nom de Gethsémani, et il dit à ses disciples : « Restez ici tandis que je prierai. »  

King James Bible . [32] And they came to a place which was named Gethsemane: and he saith to his disciples, Sit ye here, while I shall pray.
Luther-Bibel . 32 Und sie kamen zu einem Garten mit Namen Gethsemane. Und er sprach zu seinen Jüngern: Setzt euch hierher, bis ich gebetet habe.

Tekstuitleg van Mc 14,32 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

2. erchontai (zij gaan). Indicatief tegenwoordige tijd 3de persoon meervoud van het werkwoord erchomai (gaan, komen). In 12 verzen bij Marcus, zie Mc 11,1 . In 6 verzen : Jezus en zijn leerlingen + voorzetsel eis (naar) + plaatsbepaling : (1) Mc 5,38 (2) Mc 8,22 (3) Mc 10,46 (4) Mc 11,15 (5) Mc 11,27 (6) Mc 14,32 . Zie eveneens Mc 1,21 .

4. chôrion (gebied, plek) , zie Mc 14,32 . In 6 verzen in de bijbel; in 1 vers in het O.T., in 5 verzen in het N.T. In 1 vers bij Matteüs, in 1 vers bij Marcus en in 4 verzen in Hand.

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

7. onoma (naam). In 676 verzen in de bijbel; in 578 verzen in het O.T., in 98 verzen in het N.T.

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

Mc 14,33 - Mc 14,33 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:33 kai paralambanei ton Petron kai ton Iakôbon kai ton |Iôannèn met'autou kai èrxato ekthambeisthai kai adèmonein  33 et adsumit Petrum et Iacobum et Iohannem secum et coepit pavere et taedere    33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;   [33] En Hij nam Petrus*, Jakobus en Johannes met zich mee en begon angstig en onrustig te worden,   [33] Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden  33 Hij neemt Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee,– en begint verbaasd en angstig te worden;  33. Puis il prend avec lui Pierre, Jacques et Jean, et il commença à ressentir effroi et angoisse.  

King James Bible . [33] And he taketh with him Peter and James and John, and began to be sore amazed, and to be very heavy;
Luther-Bibel . 33 Und er nahm mit sich Petrus und Jakobus und Johannes und fing an zu zittern und zu zagen

Tekstuitleg van Mc 14,33 .

Mc 14,33.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.2. act. ind. praes. 3de pers. enk. paralambanei (hij neemt naast zich) van het werkw. paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in het N.T. : paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in Mc : paralambanô (overnemen) . Lat. accipere ( ad- capere = aan-nemen , aanvaarden ) . Fr. accepter , reçevoir .
Mc (3) : (1) Mc 5,40 . (2) Mc 9,2 . (3) Mc 14,33 .

Mc 14,33.3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,33.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.6. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,33.7. acc. mann. enk. iakôbon (Jakobus) van het zelfst. naamw. iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in het N.T. : iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in Mc : iakôbos (Jakobus) . Mc (6) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 3,18 . (4) Mc 5,37 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 14,33 . 15 X in Mc . Er zijn twee Jakobussen :
- Jakobus , zoon van Zebedeüs .
- Jakobus , zoon van Alfeüs .

Mc 14,33.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,33.10. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) van de eigennaam Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Mc (5) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 5,37 . (4) Mc 9,2 . (5) Mc 14,33 .

Mc 14,33.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,33.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,34 - Mc 14,34 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:34 kai legei autois perilupos estin hè psuchè mou eôs thanatou meinate ôde kai grègoreite   34 et ait illis tristis est anima mea usque ad mortem sustinete hic et vigilate    34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.   [34] en zei tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker.’   [34] en zei tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier waken.’  34 hij zegt tot hen: mijn ziel is diepbedroefd, ten dode toe; blijft hier en blijft wakker!  34. Et il leur dit : « Mon âme est triste à en mourir ; demeurez ici et veillez. »  

King James Bible . [34] And saith unto them, My soul is exceeding sorrowful unto death: tarry ye here, and watch.
Luther-Bibel . 34 und sprach zu ihnen: Meine Seele ist betrübt bis an den Tod; bleibt hier und wachet!

Tekstuitleg van Mc 14,34 .

Mc 14,34.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,34.2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

Mc 14,34.10. gen. mann. enk.  thanatou (van de dood) van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het N.T. : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 14,34 . (3) Mc 14,64 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .

Mc 14,34.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,34.14. act. imp. 2de p. mv. grègoreite (waakt) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het N.T. : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (4) : (1) Mc 13,35 . (2) Mc 13,37 . (3) Mc 14,34 . (4) Mc 14,38 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .

Als Jezus van plan was om een machtsgreep te doen , dan moet hij dat toch met zijn leerlingen besproken hebben . Ze moeten toch met elkaar overlegd hebben wanneer en hoe het zou gebeuren . Ze moeten dan toch op het sein van Jezus gewacht hebben om de aanval uit te voeren of om een aanval af te slaan . Ze moeten toch geweten hebben dat ze tijdens die nacht de bevrijding uit Egypte hadden gevierd .

Mc 14,35 - Mc 14,35 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:35 kai proelthôn mikron epipten epi tès gès kai prosèucheto ina ei dunaton estin parelthè ap autou è ôra 35 et cum processisset paululum procidit super terram et orabat ut si fieri posset transiret ab eo hora     35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.   [35] Hij ging een eindje verder en wierp zich op de grond. Hij bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem voorbij zou gaan.  [35] Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan.   35 Een klein stukje verdergegaan is hij ter aarde gevallen en heeft gebeden dat, als het mogelijk was, die ure aan hem voorbij mocht gaan,   35. Étant allé un peu plus loin, il tombait à terre, et il priait pour que, s'il était possible, cette heure passât loin de lui.  

King James Bible . [35] And he went forward a little, and fell on the ground, and prayed that, if it were possible, the hour might pass from him.
Luther-Bibel . 35 Und er ging ein wenig weiter, warf sich auf die Erde und betete, dass, wenn es möglich wäre, die Stunde an ihm vorüberginge,

Tekstuitleg van Mc 14,35 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

18. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .

Mc 14,36 - Mc 14,36 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:36 kai elegen abba o patèr panta dunata soi parenegke to potèrion touto ap emou all ou ti egô thelô alla ti su   36 et dixit Abba Pater omnia possibilia tibi sunt transfer calicem hunc a me sed non quod ego volo sed quod tu     36 En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.   [36] ‘Abba, Vader,’ bad Hij, ‘U kunt alles. Neem deze beker van Mij weg. Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’  [36] Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg. Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.’  36 en hij heeft gezegd: Abba, Vader, alles is mogelijk voor u; draag deze drinkbeker van mij weg!– maar niet wat ík wil maar wat gíj!   36. Et il disait : « Abba Père ! tout t'est possible : éloigne de moi cette coupe ; pourtant, pas ce que je veux, mais ce que tu veux ! »  

King James Bible . [36] And he said, Abba, Father, all things are possible unto thee; take away this cup from me: nevertheless not what I will, but what thou wilt.
Luther-Bibel . 36 und sprach: Abba, mein Vater, alles ist dir möglich; nimm diesen Kelch von mir; doch nicht, was ich will, sondern was du willst!

Tekstuitleg van Mc 14,36 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

10. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

11. nom. + acc. onz. enk. potèrion (beker) . Taalgebruik in het N.T. : potèrion (beker) . Taalgebruik in Mc : potèrion (beker) .
(1) Mc 9,41 . (2) Mc 10,38 . (3) Mc 10,39 . (4) Mc 14,23 . (5) Mc 14,36 .

22. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

Mc 14,37 - Mc 14,37 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:37 kai erchetai kai euriskei autous katheudontas kai legei tô petrô simôn katheudeis ouk ischusas mian ôran grègorèsai  37 et venit et invenit eos dormientes et ait Petro Simon dormis non potuisti una hora vigilare    37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?   [37] Hij ging terug en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur wakker blijven?   [37] Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur waken?  37 Hij komt en vindt hen slapend, en hij zegt tot Petrus: Simon, je slaapt!– ben je niet sterk genoeg om één uur wakker te blijven?– waakt, en bidt  37. Il vient et les trouve en train de dormir ; et il dit à Pierre : « Simon, tu dors ? Tu n'as pas eu la force de veiller une heure ?  

King James Bible . [37] And he cometh, and findeth them sleeping, and saith unto Peter, Simon, sleepest thou? couldest not thou watch one hour?
Luther-Bibel . 37 Und er kam und fand sie schlafend und sprach zu Petrus: Simon, schläfst du? Vermochtest du nicht, "eine" Stunde zu wachen?

Tekstuitleg van Mc 14,37 .

Mc 14,37.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,37.3. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,37.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,37.8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 14 in 30 verzen , van eipon (ik zei) in 12 verzen .

Mc 14,37.8. - 9. legei tô(i) (hij zegt aan de) . Mc (7) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,10 . (3) Mc 3,3 . (4) Mc 3,5 . (5) Mc 5,36 . (6) Mc 9,5 . (7) Mc 14,37 .

Mc 14,37.7. - 9. kai legei tô(i) (en hij zegt aan de) . Mc (2) : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 14,37 .

Mc 14,37.17. act. inf. aor. grègorèsai (te waken) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het N.T. : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (1) : Mc 14,37 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .

Mc 14,38 - Mc 14,38 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:38 grègoreite kai proseuchesthe ina mè elthète eis peirasmon to men pneuma prothumon è de sarx asthenès   38 vigilate et orate ut non intretis in temptationem spiritus quidem promptus caro vero infirma    38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.   [38] Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.’  [38] Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’  38 dat ge niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak!  38. Veillez et priez pour ne pas entrer en tentation : l'esprit est ardent, mais la chair est faible. » 

King James Bible . [38] Watch ye and pray, lest ye enter into temptation. The spirit truly is ready, but the flesh is weak.
Luther-Bibel . 38 Wachet und betet, dass ihr nicht in Versuchung fallt! Der Geist ist willig; aber das Fleisch ist schwach.

Tekstuitleg van Mc 14,38 . Waarin kan de beproeving anders bestaan dan in het terugkomen op het genomen besluit .

1. act. imp. 2de p. mv. grègoreite (waakt) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het N.T. : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (4) : (1) Mc 13,35 . (2) Mc 13,37 . (3) Mc 14,34 . (4) Mc 14,38 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .

2. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

11. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 .

14. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,39 - Mc 14,39 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:39 kai palin apelthôn prosèuxato | [ton auton logon eipôn] | ton auton logon eipôn |  et iterum abiens oravit eundem sermonem dicens    39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.   [39] Hij ging weer bidden met dezelfde woorden.  [39] Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor.  39 Hij gaat weer weg en bidt; hij zegt in dezelfde bewoordingen.   39. Puis il s'en alla de nouveau et pria, en disant les mêmes paroles.  

King James Bible . [39] And again he went away, and prayed, and spake the same words.
Luther-Bibel . 39 Und er ging wieder hin und betete und sprach dieselben Worte

Tekstuitleg van Mc 14,39 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

6. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

Mc 14,40 - Mc 14,40 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:40 kai palin elthôn euren autous katheudontas èsan gar autôn oi ofthalmoi katabarunomenoi kai ouk èdeisan ti apokrithôsin autô 40 et reversus denuo invenit eos dormientes erant enim oculi illorum ingravati et ignorabant quid responderent ei     40 En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.  [40] Toen Hij weer terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar, en ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden.  [40] Toen hij weer terugkwam, lagen ze opnieuw te slapen, want hun ogen vielen steeds dicht, en ze wisten niet wat ze hem moesten antwoorden. 40 Als hij weer komt vindt hij hen slapend, want hun ogen zijn te zwaar geworden, en ze weten niet wat ze hem moeten antwoorden. 40. De nouveau il vint et les trouva endormis, car leurs yeux étaient alourdis ; et ils ne savaient que lui répondre. 

King James Bible . [40] And when he returned, he found them asleep again, (for their eyes were heavy,) neither wist they what to answer him.
Luther-Bibel . 40 und kam zurück und fand sie abermals schlafend; denn ihre Augen waren voller Schlaf, und sie wussten nicht, was sie ihm antworten sollten.

Tekstuitleg van Mc 14,40 .

Mc 14,40.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,40.7. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 2,18 .  (3) Mc 9,4 . (4) Mc 10,32 . (5) Mc 14,4 . (6) Mc 14,40 . (7) Mc 15,40 . In Mc 10,32 : èsan ... anabainontes (zij waren opklimmende) .

Mc 14,40.8. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

Mc 14,40.7. - 8. èsan gar (want zij waren) . Mc (4 / 16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,15 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 14,40 .

Mc 14,40.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,41 - Mc 14,41 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:41 kai erchetai to triton kai legei autois katheudete | [to] | to | loipon kai anapauesthe apechei èlthen è ôra idou paradidotai o uios tou anthrôpou eis tas cheiras tôn amartôlôn  idou paradidotai ho huios tou anthrôpou eis tas cheiras tôn harmatôlôn  41 et venit tertio et ait illis dormite iam et requiescite sufficit venit hora ecce traditur Filius hominis in manus peccatorum    41 En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.   [41] Hij kwam voor de derde keer en zei tegen hen: ‘Slaap nu maar rustig verder. Het is voorbij. Het uur is gekomen; nu wordt de Mensenzoon overgeleverd in de handen van de zondaars.  [41] Toen hij voor de derde maal terugkwam, zei hij tegen hen: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het is zover: het ogenblik is gekomen waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de zondaars.  [41] Toen hij voor de derde maal terugkwam, zei hij tegen hen: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het is zover: het ogenblik is gekomen waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de zondaars.   41. Une troisième fois il vient et leur dit : « Désormais vous pouvez dormir et vous reposer. C'en est fait. L'heure est venue : voici que le Fils de l'homme va être livré aux mains des pécheurs.

King James Bible . [41] And he cometh the third time, and saith unto them, Sleep on now, and take your rest: it is enough, the hour is come; behold, the Son of man is betrayed into the hands of sinners.
Luther-Bibel . 41 Und er kam zum dritten Mal und sprach zu ihnen: Ach, wollt ihr weiter schlafen und ruhen? Es ist genug; die Stunde ist gekommen. Siehe, der Menschensohn wird überantwortet in die Hände der Sünder.

Tekstuitleg van Mc 14,41 . Vervulling van de tweede lijdensaankondiging .

Mc 14,41.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,41.3. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,41.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,41.6. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

Mc 14,41.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,41.16. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .

Mc 14,41.17. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in Mc : idou (zie) . In de 7 verzen waarin Marcus idou (zie) gebruikt, wordt het in geen enkel vers voorafgegaan door kai (en). Kai eindigt op i en idou begint op i; zo zou men vlug kaidou kunnen krijgen .
Mc (7) : (1) Mc 1,2 . (2) Mc 3,32 . (3) Mc 4,3 .  (4) Mc 10,28 . (5) Mc 10,33 . (6) Mc 14,41 . (7) Mc 14,42 . Telkens in een citaat bij het begin ervan (5) : (1) Mc 1,2 . (2) Mc 3,32 . (3) Mc 4,3 .  (4) Mc 10,28 . (5) Mc 10,33 of in het midden ervan : (1) Mc 14,41 . (2) Mc 14,42 .

Mc 14,41.18. pass. ind. praes. 3de pers. enk. paradidotai (hij wordt overgeleverd) van het werkw. paradidômi (overleveren)  . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Mc (3) : (1) Mc 9,31 .  (2) Mc 14,21 . (3) Mc 14,41 .

Mc 14,41.22.

Mc 14,41.25. acc.vr.  mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik in het N.T. : cheir (hand) . Taalgebruik in Mc : cheir (hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,23 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 7,3 . (4) Mc 8,23 . (5) Mc 8,25 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,16 . (9) Mc 14,41 . (10) Mc 14,46 .  (11) Mc 16,18

26. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,41.27. gen. mann. mv. hamartôlôn (zondaars) van het zelfst. naamw. hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in het N.T. : hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in Mc : hamartôlos (zondaar) . Mc (2) : (1) Mc 2,16 . (2) Mc 14,41 .

Mc 14,42 - Mc 14,42 // Mt 26,46 - - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:42 egeiresthe agômen idou o paradidous me èggiken 42 surgite eamus ecce qui me tradit prope est     42 Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.  [42] Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.’  [42] Sta op, laten we gaan; kijk, hij die me uitlevert, is al vlakbij.’   [42] Sta op, laten we gaan; kijk, hij die me uitlevert, is al vlakbij.’  wees opgewekt, laten we gaan, zie de mij overleverende is nabij 42. Levez-vous ! Allons ! Voici que celui qui me livre est tout proche. »

King James Bible . [42] Rise up, let us go; lo, he that betrayeth me is at hand.
Luther-Bibel . 42 Steht auf, lasst uns gehen! Siehe, der mich verrät, ist nahe.

Tekstuitleg van Mc 14,42 .

Mc 14,42.3. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in Mc : idou (zie) . In de 7 verzen waarin Marcus idou (zie) gebruikt, wordt het in geen enkel vers voorafgegaan door kai (en). Kai eindigt op i en idou begint op i; zo zou men vlug kaidou kunnen krijgen .
Mc (7) : (1) Mc 1,2 . (2) Mc 3,32 . (3) Mc 4,3 .  (4) Mc 10,28 . (5) Mc 10,33 . (6) Mc 14,41 . (7) Mc 14,42 . Telkens in een citaat bij het begin ervan (5) : (1) Mc 1,2 . (2) Mc 3,32 . (3) Mc 4,3 .  (4) Mc 10,28 . (5) Mc 10,33 of in het midden ervan : (1) Mc 14,41 . (2) Mc 14,42 .

Mc 14,42.7. act. ind. perf. 3de pers. enk. èggiken van het werkw. eggizô (naderen) . Taalgebruik in het N.T. : eggizô (naderen) . Taalgebruik in Mc : eggizô (naderen) . Mc (2) : (1) Mc 1,15 . (2) Mc 14,42 .

330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -

Mc 14,43 - Mc 14,43 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:43 kai euthus eti autou lalountos paraginetai | [o] | | ioudas eis tôn dôdeka kai met autou ochlos meta machairôn kai xulôn para tôn archiereôn kai tôn grammateôn kai tôn presbuterôn 43 et adhuc eo loquente venit Iudas Scarioth unus ex duodecim et cum illo turba cum gladiis et lignis a summis sacerdotibus et a scribis et a senioribus     43 En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.   [43] Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Judas aan, een van de twaalf, en hij had een hele bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten.  [43] Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten was gestuurd.   43 ¶ En meteen, terwijl hij dit nog uitspreekt, verschijnt daar Judas, een van de twaalf, en met hem een schare met zwaarden en stokken, opgetrommeld door de overpriesters, de schriftgeleerden en de oudsten.  43. Et aussitôt, comme il parlait encore, survient Judas, l'un des Douze, et avec lui une bande armée de glaives et de bâtons, venant de la part des grands prêtres, des scribes et des anciens.  

King James Bible . [43] And immediately, while he yet spake, cometh Judas, one of the twelve, and with him a great multitude with swords and staves, from the chief priests and the scribes and the elders.
Luther-Bibel . 43 Und alsbald, während er noch redete, kam herzu Judas, einer von den Zwölfen, und mit ihm eine Schar mit Schwertern und mit Stangen, von den Hohenpriestern und Schriftgelehrten und Ältesten.

Tekstuitleg van Mc 14,43 .

9. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,43.14. zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk . Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 14,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .

Mc 14,43..19. para (langs) . Taalgebruik in Mc : para (langs) . Taalgebruik in het N.T. : para (langs) .
Mc (11) . (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 . (3) Mc 4,1 . (4) Mc 4,4 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 10,27 . (8) Mc 10,46 . (9) Mc 12,2 . (10) Mc 12,11 . (11) Mc 14,43 .
- para + gen. (vanwege) in Mc (4) : (1) Mc 10,27 . (2) Mc 12,2 . (3) Mc 12,11 . (4 Mc 14,43 .
- para + acc. + plaatsbepaling in Mc (7) (3X tèn hodon = langs de weg : (1) Mc 4,4 . (2) Mc 4,15 . (3) Mc 10,46 . 4X tèn thalassan = langs het meer : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 . (3) Mc 4,1 . (4) Mc 5,21 .

20. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

23. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

26. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

Mc 14,44 - Mc 14,44 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
dedôken de ho paradidous auton sussèmon autois legôn  44 dederat autem traditor eius signum eis dicens quemcumque osculatus fuero ipse est tenete eum et ducite    44 En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.  [44] Hij die Hem overleverde, had een teken met hen afgesproken: ‘Die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem en zet Hem veilig vast.’  [44] Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. Hij had gezegd: ‘Degene die ik kus, die is het. Neem hem gevangen en voer hem weg onder strenge bewaking.’  44 Die hem overlevert heeft met hen een te geven teken afgesproken; hij heeft gezegd: die ik zal kussen, die is het, grijpt hem en voert hem welbewaakt weg!   44. Or, le traître leur avait donné ce signe convenu : « Celui à qui je donnerai un baiser, c'est lui ; arrêtez-le et emmenez-le sous bonne garde. »

King James Bible . [44] And he that betrayed him had given them a token, saying, Whomsoever I shall kiss, that same is he; take him, and lead him away safely.
Luther-Bibel . 44 Und der Verräter hatte ihnen ein Zeichen genannt und gesagt: Welchen ich küssen werde, der ist's; den ergreift und führt ihn sicher ab.

Tekstuitleg van Mc 14,44 . Dit vers Mc 14,44 bevat 18 (2 X 3 X 3) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,44 is 12778 (2 X 6389) .

1. dedôkei (hij heeft gegeven) . Taalgebruik : didômi (geven) . Actief perfect. 3de pers. enk. van het werkwoord didômi (geven) . Hebr. nâthan (tha) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . Bijbel (3) . O.T. (1) . N.T. (2) .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
Er is wel geen verandering van personage (Mc 14,43 : Judas , één van de twaalf . Mc 14,44 : de overleverende hem) , maar de situatie is zo contrasterend : Jezus - Judas . Judas , één van de twaalf , die Jezus zal overleveren / over-geven had een teken gegeven om hem over te leveren . In plaats van Jezus te volgen , had Judas zich tegen Jezus gekeerd . Het lot van Jezus lag in de handen van Judas . Met een kus speelt hij Jezus door naar de tegenstanders van Jezus . Hierdoor verliest Judas zijn greep over Jezus

5. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

15. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

Mc 14,45 - Mc 14,45 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:45 kai elthôn euthus proselthôn autô legei rabbi kai katefilèsen auton 45 et cum venisset statim accedens ad eum ait rabbi et osculatus est eum    45 En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, en kuste Hem.  [45] Toen hij eraan kwam, ging hij recht op Hem af en zei: ‘Rabbi*’, en kuste Hem.  [45] Toen hij eraan kwam, liep hij recht op Jezus af, zei: ‘Rabbi!’ en kuste hem.  45 Als hij komt, komt hij meteen op hem af, zegt: rabbi!, en kust hem.  45. Et aussitôt arrivé, il s'approcha de lui en disant : « Rabbi », et il lui donna un baiser.  

King James Bible . [45] And as soon as he was come, he goeth straightway to him, and saith, Master, master; and kissed him.
Luther-Bibel . 45 Und als er kam, trat er alsbald zu ihm und sprach: Rabbi!, und küsste ihn.

Tekstuitleg van Mc 14,45 .

6. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

Mc 14,46 - Mc 14,46 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:46 oi de epebalon tas cheiras autôi kai ekratèsan auton  46 at illi manus iniecerunt in eum et tenuerunt eum    46 En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.  [46] Ze grepen Hem en overmeesterden Hem.  [46] Ze grepen hem vast en namen hem gevangen.     46. Les autres mirent la main sur lui et l'arrêtèrent. 

King James Bible . [46] And they laid their hands on him, and took him.
Luther-Bibel . 46 Die aber legten Hand an ihn und ergriffen ihn.

Mc 14,46 oi de epebalon tas cheiras autôi (zij echter wierpen de handen op hem)    
Mt 26,50 tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton ièsoun (dan naderbijgekomen wierpen zij de handen op de Jezus)    
       

Tekstuitleg van Mc 14,46 . Dit vers Mc 14,46 telt 11 woorden en 50 letters . De getalwaarde van Mc 14,46 is 5743 (priemgetal) . Mc 14,46 // Mt 26,50 .

1. hoi (de) . Taalgebruik : bepaald lidwoord . Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

bep. lidw. hoi nom. mann. mv.   bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc Lc  Joh  Hnd  Brieven  Apk  Mc 1 Mc 2 Mc 3 Mc 4 Mc 5 Mc 6 Mc 7 Mc 8 Mc 9 Mc 10 Mc 11 Mc 12 Mc 13 Mc 14 Mc 15 Mc 16
47  4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 4 8 8 5 3 7 5 5 4 14 5 7 5 11 10  

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. epebalon (zij legden op) . Taalgebruik : epiballô (op-werpen , over-vallen) . Actief aorist derde persoon meervoud van het werkwoord epiballô (op-werpen , over-vallen) . Lat. ballô . Ned. vallen -> over-vallen . Hebr. nâphal . In acht verzen in de bijbel . In drie verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. :
(1) Mt 26,50 : tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton Ièsoun (en naderbijgekomen sloegen zij de handen op op Jezus) .
(2) Mc 14,46 : oi de epebalon tas cheiras autôi (zij echter sloegen de handen op hem) .
(3) Hnd 4,3 : kai epebalon autois tas cheiras (en zij sloegen op hen de handen) .
(4) Hnd 5,18 : kai epebalon tas cheiras epi tous apostolous (en zij sloegen de handen op op de apostelen) .
(5) Hnd 21,27 : kai epebalon ep'auton tas cheiras (en zij sloegen op op hem de handen) .
In de apokalyptische rede schrijft Lucas in Lc 21,12 : epibalousin ef'humas tas cheiras autôn = zij zullen op jullie hun handen opslaan . Daarin zegt Jezus dat men de hand aan hen zal slaan . Het is Jezus overkomen . Het overkomt ook de apostelen (Petrus en Johannes) en Paulus . De leerling gaat dezelfde weg op als zijn leraar .

5. acc.vr.  mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik in het N.T. : cheir (hand) . Taalgebruik in Mc : cheir (hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,23 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 7,3 . (4) Mc 8,23 . (5) Mc 8,25 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,16 . (9) Mc 14,41 . (10) Mc 14,46 .  (11) Mc 16,18

9. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

Mc 14,47 - Mc 14,47 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:47 eis de [tis] tôn parestèkotôn spasamenos tèn machairan epaisen ton doulon tou archiereôs kai afeilen autou to ôtarion  47 unus autem quidam de circumstantibus educens gladium percussit servum summi sacerdotis et amputavit illi auriculam    47 En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.  [47] Een van de omstanders trok zijn zwaard, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem een oor af.  [47] Een van de omstanders trok een zwaard, ging de dienaar van de hogepriester te lijf en sloeg hem een oor af.  46 En zij leggen de handen op hem en grijpen hem.  47. Alors l'un des assistants, dégainant son glaive, frappa le serviteur du Grand Prêtre et lui enleva l'oreille. 

King James Bible . [47] And one of them that stood by drew a sword, and smote a servant of the high priest, and cut off his ear.
Luther-Bibel . 47 Einer aber von denen, die dabeistanden, zog sein Schwert und schlug nach dem Knecht des Hohenpriesters und hieb ihm ein Ohr ab.

Tekstuitleg van Mc 14,47 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

4. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

13. gen. mann. enk. archiereôs (van de hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (4) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 14,47 . (3) Mc 14,54 . (4) Mc 14,66 .

17. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

Mc 14,48 - Mc 14,48 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:48 kai apokritheis o ièsous eipen autois ôs epi lèstèn exèlthate meta machairôn kai xulôn sullabein me  48 et respondens Iesus ait illis tamquam ad latronem existis cum gladiis et lignis conprehendere me    48 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?  [48] Daarop zei Jezus: ‘Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en knuppels op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen.  [48] Jezus zei tegen hen: ‘U bent er met zwaarden en knuppels op uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben!  47 Een van hen die erbij staan trekt het zwaard, slaat op de dienaar van de hogepriester in en hakt hem de oorlel af.  48. S'adressant à eux, Jésus leur dit : « Suis-je un brigand, que vous vous soyez mis en campagne avec des glaives et des bâtons pour me saisir !  

King James Bible . [48] And Jesus answered and said unto them, Are ye come out, as against a thief, with swords and with staves to take me?
Luther-Bibel . 48 Und Jesus antwortete und sprach zu ihnen: Ihr seid ausgezogen wie gegen einen Räuber mit Schwertern und mit Stangen, mich zu fangen.

Tekstuitleg van Mc 14,48 . Het vers Mc 14,48 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Mc 14,48 is 8840 (2 X 2 X 2 X 5 X 13 X 17) .

Mc 14,48.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,48.2. part. aor. nom. mann. enk. apokritheis (geantwoord) van het werkw. apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) .
Mc (14) : (1) Mc 3,33 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 9,5 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 10,3 . (7) Mc 10,24 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,14 . (10) Mc 11,22 . (11) Mc 12,35 . (12) Mc 14,48 . (13) Mc 15,2 . (14) Mc 15,12 . Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Mc in 30 verzen .

Mc 14,48.1. - 2. kai apokritheis (en beantwoord) of ho de (...) apokritheis (hij echter beantwoord . Mc (13 / 14) . Niet in Mc 8,29 .
- kai apokritheis (en beantwoord) . Mc 7 / 14 : (1) Mc 3,33 . (2) Mc 9,5 . (3) Mc 10,51 . (4) Mc 11,14 . (5) Mc 11,22 . (6) Mc 12,35 . (7) Mc 14,48 .
- ho de (...) apokritheis (hij echter beantwoord . (Mc 6 / 14) . (1) Mc 6,37 . (2) Mc 9,19 . (3) Mc 10,3 . (4) Mc 10,24 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,12 .

Mc 12,35.3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72

Mc 14,48.4. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (57) . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .

Mc 14,48.1. - 4. kai apokritheis ho ièsous (en Jezus beantwoord) . Mc (3) : (1) Mc 11,22 . (2) Mc 12,35 . (3) Mc 14,48 .
- Mc 11,22 : legei autois (zegt hen) .
- Mc 12,35 : elegen (zei hij) .
- Mc 14,48 : zei hij hen) .

Mc 14,49 - Mc 14,49 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:49 kath èmeran èmèn pros umas en tô ierô didaskôn kai ouk ekratèsate me all ina plèrôthôsin ai grafai  49 cotidie eram apud vos in templo docens et non me tenuistis sed ut adimpleantur scripturae    49 Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.  [49] Dag in dag uit gaf Ik bij u in de tempel onderricht, en u hebt Me niet opgepakt. Maar de Schriften moeten in vervulling gaan.’   [49] Dagelijks was ik bij jullie in de tempel om onderricht te geven, en toen hebben jullie me niet gevangengenomen; maar dit gebeurt omdat de Schriften in vervulling moeten gaan.’  48 Ten antwoord zegt Jezus tot hen: als tegen een rover zijt ge met zwaarden en stokken uitgetrokken om mij vast te nemen!–  49. Chaque jour j'étais auprès de vous dans le Temple, à enseigner, et vous ne m'avez pas arrêté. Mais c'est pour que les Écritures s'accomplissent. » 

King James Bible . [49] I was daily with you in the temple teaching, and ye took me not: but the scriptures must be fulfilled.
Luther-Bibel . 49 Ich bin täglich bei euch im Tempel gewesen und habe gelehrt, und ihr habt mich nicht ergriffen. Aber so muss die Schrift erfüllt werden.

Tekstuitleg van Mc 14,49 .

4. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

5. persoonl. voornaamw. acc. mann. mv. humas (jullie, u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 .(3) Mc 6,11 . (4) Mc 9,19 . (5) Mc 9,41 . (6): Mc 11,29 . (7) Mc 13,5 . (8) Mc 13,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 .

8. dat. onz. enk. hierô(i) (heiligdom, tempel) Taalgebruik in het N.T. : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Mc : hieron (heiligdom, tempel) . Een vorm van hieron is steeds voorafgegaan door een voorzetsel .
1. dia tou hierou (door de tempel) . Mc (1) : Mc 11,16 .
2. eis to hieron (naar de tempel) . Mc (2) : (1) Mc 11,11 . (2) Mc 11,15 .
3. ek tou hierou (uit de tempel) . Mc (1) : Mc 13,1 .
4. en tô(i) hierô(i) (in de tempel) . Mc (4) : (1) Mc 11,15 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 12,35 . (4) Mc 14,49 .
5. katenanti tou hierou (tegenover de tempel) . Mc (1) : Mc 13,3 .
Een vorm van hieron (tempel) in Mc 11 (5) : (1) eis to hieron (naar de tempel) : Mc 11,11 . (2) eis to hieron (naar de tempel) : Mc 11,15 . (3) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc 11,15 . (4) dia tou hierou (door de tempel) : Mc 11,16 . (5) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc 11,27 .

Mc 14,50 - Mc 14,50 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:50 kai afentes auton efugon pantes  50 tunc discipuli eius relinquentes eum omnes fugerunt    50 En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.   [50] Ze lieten Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.   [50] Toen lieten allen hem in de steek en vluchtten weg.  49 dagelijks was ik bij u en gaf in het heiligdom onderricht en ge hebt me niet gegrepen; maar dit is opdat de Schriften in vervulling gaan!  50. Et, l'abandonnant, ils prirent tous la fuite.  

King James Bible . [50] And they all forsook him, and fled.
Luther-Bibel . 50 Da verließen ihn alle und flohen.

Tekstuitleg van Mc 14,50 .

3. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

Mc 14,51 - Mc 14,51 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:51 kai neaniskos tis sunèkolouthei autô peribeblèmenos sindona epi gumnou kai kratousin auton  51 adulescens autem quidam sequebatur illum amictus sindone super nudo et tenuerunt eum    51 En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.   [51] Een jongeman* volgde Hem met slechts een linnen doek om het naakte lijf; ze grepen hem vast.   [51] Een jongeman, die alleen een linnen kleed aanhad, probeerde bij hem te blijven, maar toen ook hij werd vastgegrepen,  50 Toen lieten ze hem alleen en zijn allen gevlucht. 51 Zomaar een jongeman is hem blijven volgen, met een linnen lap om het naakte lijf geworpen; die grijpen ze ook.  51. Un jeune homme le suivait, n'ayant pour tout vêtement qu'un drap, et on le saisit ;  

King James Bible . [51] And there followed him a certain young man, having a linen cloth cast about his naked body; and the young men laid hold on him:
Luther-Bibel . 51 Ein junger Mann aber folgte ihm nach, der war mit einem Leinengewand bekleidet auf der bloßen Haut; und sie griffen nach ihm.

Tekstuitleg van Mc 14,51 .

12. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

Mc 14,52 - Mc 14,52 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:52 o de katalipôn tèn sindona gumnos efugen  52 at ille reiecta sindone nudus profugit ab eis     52 En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.  [52] Maar hij liet de doek achter en vluchtte naakt weg.  [52] liet hij het kleed in hun handen achter en vluchtte naakt weg.   52 Maar hij laat de linnen lap achter en is naakt gevlucht.  52. mais lui, lâchant le drap, s'enfuit tout nu.  

King James Bible . [52] And he left the linen cloth, and fled from them naked.
Luther-Bibel . 52 Er aber ließ das Gewand fahren und floh nackt davon.

Tekstuitleg van Mc 14,52 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 -- Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,53 - Mc 14,54 -

Mc 14,53 - Mc 14,53 : 331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,53 - Mc 14,54 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:53 kai apègagon ton ièsoun pros ton archierea kai sunerchontai pantes oi archiereis kai oi presbuteroi kai oi grammateis  53 et adduxerunt Iesum ad summum sacerdotem et conveniunt omnes sacerdotes et scribae et seniores    53 En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de Schriftgeleerden.  [53] Ze brachten Jezus naar de hogepriester, en alle hogepriesters en oudsten en schriftgeleerden kwamen bij elkaar.   [53] Jezus werd meegevoerd naar het huis van de hogepriester om te worden voorgeleid, en alle hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden kwamen daar bijeen. 53 ¶ Ze voeren Jezus weg, naar de hogepriester, en daar komen ze allemaal samen, de overpriesters, de oudsten en de schriftgeleerden.  53. Ils emmenèrent Jésus chez le Grand Prêtre, et tous les grands prêtres, les anciens et les scribes se rassemblent.  

King James Bible . [53] And they led Jesus away to the high priest: and with him were assembled all the chief priests and the elders and the scribes.
Luther-Bibel . 53 Und sie führten Jesus zu dem Hohenpriester; und es versammelten sich alle Hohenpriester und Ältesten und Schriftgelehrten.

Tekstuitleg van Mc 14,53 . Dit vers Mc 14,53 bevat 19 woorden en 102 (2 X 51) letters . De getalwaarde van Mc 14,53 is 10366 (2 X 71 X 73) . Het vers bestaat uit twee nevenschikkende hoofdzinnen . In de tweede zin bestaat het onderwerp uit drie groepen .

Mc 14,53..1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,53.2. act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in het N.T. : apagô (wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in Mc : apagô (wegleiden, afvoeren) .
Mc (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 15,16 . Na zijn arrestatie in de hof van Getsemane wordt Jezus weggeleid naar de hogepriester (Mc 14,53) . Na de vrijlating van Barnabas wordt Jezus weggeleid om gekruisigd te worden . De soldaten leiden Jezus weg en beginnen met de uitvoering van de straf (Mc 15,16) . Tussen beide wegleidingen ligt het gebeuren vanaf zijn arrestatie tot zijn veroordeling .

Mc 14,53.3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,53.4. acc. mann. enk. Ièsoun van de eigennaam ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 .
Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .

Mc 14,53.3. - 4. ton Ièsoun (de Jezus) . In Mc in 10 van de 11 verzen . Niet in Mc 16,6 .

Mc 14,53.5. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) .
Mc (62) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

Mc 14,53.6. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,53.7. acc. mann. enk. archierea (hogepriester) van het zelfstandig naamw. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) .
Mc : (1) Mc 14,53 . Een vorm van archiereus (hogepriester) in het enk. in Mc in 8 verzen , in mv. in 14 verzen .
Een vorm van archiereus (hogepriester) in Mc 14 (11 , 12X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,43 . (4) Mc 14,47 . (5) Mc 14,53 (archerea) . (6) Mc 14,53 (archiereis) . (7) Mc 14,54 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,66 .

Mc 14,53.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,53.9. ind. praes. 3de pers. mv. sunerchontai (zij komen samen) van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het N.T. : sunerchomain (samenkomen) . Taalgebruik in Mc : sunerchomain (samenkomen) . Bijbel en N.T. (2) . Mc (1) : Mc 14,53 . Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Mc in 3 verzen .

Mc 14,53.11. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Mc 14,53.12. nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) van het zelfstandig naamw. archiereus (hogepriester) .Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) .
Mc (11) . (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 .
Een vorm van archiereus (hogepriester) in Mc 14 (11 , 12X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,43 . (4) Mc 14,47 . (5) Mc 14,53 (archerea) . (6) Mc 14,53 (archiereis) . (7) Mc 14,54 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,66 .

Mc 14,53.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,53.14. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Mc 14,53.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,53.17. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .

Duality

- act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden, afvoeren) . Mc (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 15,16 .

Mc 14,54 - Mc 14,54 : 331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,53 - Mc 14,54 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:54 kai o petros apo makrothen èkolouthèsen autô eôs esô eis tèn aulèn tou archiereôs kai èn sugkathèmenos meta tôn upèretôn kai thermainomenos pros to fôs  54 Petrus autem a longe secutus est eum usque intro in atrium summi sacerdotis et sedebat cum ministris et calefaciebat se ad ignem     54 En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.  [54] Petrus was Hem op een afstand gevolgd tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester, en hij zat zich daar tussen de knechten bij het vuur te warmen.   [54] Petrus volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van het huis van de hogepriester, waar hij tussen de knechten ging zitten en zich warmde aan het vuur.  54 Petrus volgt hem van verre tot binnen op de hof van de hogepriester; hij zit daar bij de bedienden en warmt zich aan het licht.  54. Pierre l'avait suivi de loin jusqu'à l'intérieur du palais du Grand Prêtre et, assis avec les valets, il se chauffait à la flambée.  

King James Bible . [54] And Peter followed him afar off, even into the palace of the high priest: and he sat with the servants, and warmed himself at the fire.
Luther-Bibel . 54 Petrus aber folgte ihm nach von ferne, bis hinein in den Palast des Hohenpriesters, und saß da bei den Knechten und wärmte sich am Feuer.

Tekstuitleg van Mc 14,54 .

6. act. ind. aor. 3de p. enk. èkolouthèsen (hij volgde) van het werkw. akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in het N.T. : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in Mc : akoloutheô (volgen) . Ned. acoliet .
Mc (3) : (1) Mc 2,14 . (1) Mc 3,7 . (1) Mc 14,54 .  

14. gen. mann. enk. archiereôs (van de hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (4) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 14,47 . (3) Mc 14,54 . (4) Mc 14,66 .

19. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

23. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .

24. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 -- Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -

Mc 14,61 Mc 15,2  Mt              
palin (opnieuw) kai (en)                
ho archiereus (de hogepriester)                  
epijroota (ondervroeg) epijrootijsen (ondervroeg)                
auton (hem) auton (hem)                
  ho Pilatos (Pilatus)                
kai legei autooi (en zei tot hem)                  
su (gij) su (gij)                
ei (zijt) ei (zijt)                
ho christos ho huios tou eulogijtou (de Christus, de zoon van de gezegende) ho basileus toon Ioudaioon (de koning van de joden)                
ho de Iijsous (Jezus echter) ho de (hij echter)                
  aprokritheis autooi (antwoordende hem)                
eipen (zei) legei (zegt)                
egoo eimi (ik ben het) su legeis (gij zegt het)                
332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 // Mt 27,11-14 // Lc 23,2-5                

 

Mc 14,62 Mc 8,38 Mc 9,1 Mc 13,26
kai (en) hotan (wanneer) heôs an (totdat) kai tote (en dan)
opsesthe (gij zult zien)   idôsin (zij zullen zien) opsontai (zullen zij zien)
ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)   tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon)
ek deksiôn (rechts)      
kathèmenon (zittend)      
dunameôs (van de kracht)      
kai (en)      
erchomenon (komende) elthèi (hij komt)  elèluthuian  (gekomen zijnde)  erchomenon (komende)
  en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid van zijn vader) en dunamei (in kracht) en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès (op de wolken met grote kracht en heerlijkheid)
meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken van de hemel) meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met zijn heilige engelen)      
 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -   166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc 8,36-38 // Mt 16,26-27 // Lc 9,25-26 - Mc 8,36-38 - Mt 16,26-27 - Lc 9,25-26 -  167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 // Mt 16,28 // Lc 9,27 - Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 -  305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -

 

Mc 14,55 - Mc 14,55 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:55 oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian eis to thanatôsai auton kai ouch èuriskon 55 summi vero sacerdotes et omne concilium quaerebant adversum Iesum testimonium ut eum morti traderent nec inveniebant    55 En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.   [55] De hogepriesters en heel het Sanhedrin* zochten getuigenissen tegen Jezus om Hem ter dood te kunnen brengen, maar ze vonden niets.  [55] De hogepriesters en het hele Sanhedrin probeerden iemand een getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood konden veroordelen, maar dat lukte hun niet;  55 De overpriesters en heel het sanhedrin hebben een getuigenis tegen Jezus gezocht om hem ter dood te kunnen brengen, en hebben er geen gevonden.  55. Or, les grands prêtres et tout le Sanhédrin cherchaient un témoignage contre Jésus pour le faire mourir et ils n'en trouvaient pas.  

King James Bible . [55] And the chief priests and all the council sought for witness against Jesus to put him to death; and found none.
Luther-Bibel . 55 Aber die Hohenpriester und der ganze Hohe Rat suchten Zeugnis gegen Jesus, dass sie ihn zu Tode brächten, und fanden nichts.

Tekstuitleg van Mc 14,55 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) .
Mc (11) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 . Een vorm van archiereus (priester) in Mc in 22 verzen .

4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

7. sunedrion (Sanhedrin) . Nominatief onzijdig enkelvoud . In het Nederlands telt Sanhedrin een lettergreep minder dan het Griekse sunedrion . Sanhedrin : http://bijbelaantekeningen.blogspot.com/2006/02/sanhedrin.html . Het Sanhedrin was het hoogste gerechtshof van de Joden, ook wel genoemd de Grote of Hoge Raad van het Jodendom. Het telde 70 leden, bestaande uit de hogepriester (als voorzitter), overpriesters (of gewezen hogepriesters) en de schriftgeleerden (als vakmensen). De naam is afgeleid van het Griekse woord synedrion: vergadering of raadsvergadering. Ook in het oude Griekenland bestonden synedrions (plaatselijke rechtbanken). Het Joodse Sanhedrin was al in de Perzische tijd actief, maar pas in de Romeinse tijd wordt er, mede door de Bijbel, meer over bekend. Als een Jood ter door veroordeeld werd sprak het Sanhedrin de vorm van steniging uit. Na de bezetting van Israel door de Romeinen mochten zij niet meer de doodstraf uitspreken en moesten zij de verdachte overdragen aan de Romeinse bestuurders, welke indien ook zij de verdachte schuldig bevonden de persoon kruisigden. In de Talmud wordt beschreven, dat wanneer het Sanhedrin eens in de zeventig jaar een ter doodveroordeling uitsprak, dit genoeg was om de rechters moordenaars te noemen. De zittingszaal van het Sanhedrin was gelegen aan de Zuid-West-zijde van het tempelplein te Jeruzalem, half op gewijde, half op ongewijde grond. Twee deuren gaven toegang, één van het tempelplein en éé'n van de stad uit. Na de verwoesting van de tempel verplaatst men de vergaderingen naar Jamne en Tiberias. In 425 n. Chr. wordt het Sanhedrin opgeheven. In oktober 2004 ziet in Tiberias een nieuw Sanhedrin het licht. Welke grotendeels bestaat uit ultraorthodoxe joden.

sunedrion (Sanhedrin)   bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev.
nom. + acc. enk. sunedrion 11 1 10 1 2 1 1 5     4 5
gen. enk.  sunedriou 6 3 3         3        
dat.  enk. sunedriôi 11 4 7 1       6     1 1
Totaal   28 8 20 2 2 1 1 14     5 6

sunedrion (Sanhedrin)   bijbel  O.T.  N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn.. ev.
nom. + acc. enk. sunedrion 11 1 10 1 : Mt 26,59 . 2 : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 15,1 . 1 : Lc 22,66 . 1 : Joh 11,47 . 5 : (1) Hnd 5,21 . (2) Hnd 6,12 . (3) Hnd 22,30 . (4) Hnd 23,20 . (5) Hnd 23,28 .     4 : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 5
gen. enk.  sunedriou 6 3 3         3 : (1) Hnd 4,15 . (2) Hnd 5,41 . (3) Hnd 24,20 .        
dat.  enk. sunedriôi 11 4 7 1 : Mt 5,22 .       6 : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (4) Hnd 23,1 . (5) Hnd 23,6 . (6) Hnd 23,15 .     1 1
Totaal   28 8 20 2 2 1 1 14     5 6

Nominatief in drie van de tien verzen in het N.T. : (1) Mt 26,59 . (2) Mc 14,55 (nominatief) . (3) Mc 15,1 (nominatief) .
Accusatief in zeven van de tien verzen van het N.T. : (1) Lc 22,66 . (2) Joh 11,47 . (3) Hnd 5,21 . (4) Hnd 6,12 . (5) Hnd 22,30 . (6) Hnd 23,20 . (7) Hnd 23,28 .

6. - 7. to sunedrion . In de negen van de tien verzen in het N.T. , niet in Joh 11,47 .

5. - 7. holon to sunedrion : het hele Sanhedrin . In het Grieks komt het bijvoeglijk naamwoord voor of na het bepaald lidwoord en zelfstandig naamwoord , in het Nederlands staat het bijvoeglijk naamwoord tussen het bepaald lidwoord en het zelfstandig naamwoord .

holon to sunedrion (het hele sanhedrin) . In drie verzen in de bijbel : (1) Mc 14,55 (nominatief) . (2) Mc 15,1 (nominatief) . (3) Hnd 22,30 (accusatief) . Telkens komt holon to sunedrion (het hele sanhedrin) voor in combinatie met en voorafgegaan door de hogepriesters :
(1) Mc 14,55 (hoi de archiereis kai holon to sunedrion = de hogepriesters echter en het hele sanhedrin) .
(2) Mc 15,1 (hoi archiereis ... kai holon to sunedrion = de hogepriesters ... en het hele sanhedrin) .
(3) Hnd 22,30 (tous archiereis kai holon to sunedrion = de hogepriesters en het hele sanhedrin) .
to sunedrion holon (het hele sanhedrin) : Mt 26,59 . In dit vers komen dezelfde kenmerken voor als hierboven . Mt 26,59 // Mc 14,55 .
Datief : (4) Hnd 23,1 : tôi sunedriôi = aan het sanhedrin . (6) Hnd 23,15 : sun tôi sunedriôi = samen met het sanhedrin . In vier verzen en tôi sunedriôi = in het sanhedrin : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (5) Hnd 23,6 .
De verschillende vormen van sunedrion (sanhedrin) op een rijtje gezet . In veertien verzen in Hnd : :(1) Hnd 4,15 . (2) Hnd 5,21 . (3) Hnd 5,27 . (4) Hnd 5,34 . (5) Hnd 5,41 . (6) Hnd 6,12 .(7) Hnd 6,15 . (8) Hnd 22,30 . (9) Hnd 23,1 . (10) Hnd 23,6 . (11) Hnd 23,15 . (12) Hnd 23,20 . (13) Hnd 23,28 . (14) Hnd 24,20 .

8. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ezètoun (zij zochten) van het werkw. zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het N.T. : zèteô (zoeken) . Taalgebruik in Mc : zèteô (zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher (ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Mc (4) : (1) Mc 11,18 . (2) Mc 12,12 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,55 . In 4 verzen in Mc in de imperfectumvorm . In een reeks van vier . De imperfectumvorm om de duur van het zoeken uit te drukken . Telkens zijn hogepriesters erbij betrokken om Jezus te zoeken met het oog om hem te doden .
- Mc 11,18 : kai èkousan  hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun (en de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden en zij zochten) pôs auton  apolesôsin  (hoe ze hem zouden uitschakelen) .
- Mc 12,12  : kai ezètoun (en zij zochten) auton  kratèsai  (om hem te bemachtigen) .
- Mc 14,1 : kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis (en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten) pôs auton en dolôi kratèsantes apokteinôsin (hoe ze hem door een list te bemachtigen hem zouden doden) .
- Mc 14,55 : oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian (maar de hogepriesters en het hele sanhedrin zochten tegen Jezus een getuigenis) eis to thanatôsai auton (om hem te doden) .

9. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

11. gen. mann. enk. Ièsou . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 14,67 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

12. marturian (getuigenis) Accusatief vrouwelijk enkelvoud .

marturia (getuigenis) bijbel  O.T. N.T.  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
nom. + dat. enk. marturia(i) 54 40 14   1 : Mc 14,59 .   8   4 1 1 9
gen. enk. + acc. mv. marturias 3 1 2     1 : Lc 22,71 .       1 1 1
acc. enk. marturian 22 4 18 pseudomarturian : Mt 26,59 .   1 : Mc 14,55 .   6 1 3 7 1 : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 . 7
nom. + voc. mv. marturiai 1   1 pseudomarturiai : Mt 15,19 .   1 : Mc 14,56 .           1 1
gen. mv. marturiôn 7 7                    
Totaal   87 52 35   3 1 14 1 7 9 4 18

In Mc 14,55 zijn de hogepriesters en het hele sanhedrin op zoek naar een getuigenis tegen Jezus . In Mc 14,56 vertelt de evangelist dat de getuigenissen niet gelijk zijn , dus niet met elkaar overeenstemmen . In Mc 14,58 wordt het getuigenis van de tempel gegeven . Ook over dit getuigenis is er geen overeenstemming (Mc 14,59) . In de paralleltekst van Matteüs spreekt de evangelist Matteüs over een pseudogetuigenis of een vals getuigenis .

15. act. inf. aor.thanatôsai (om te doden) van het werkw. thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in Mc : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Mc (1) : Mc 14,55 .

8. 13. - 15. Duality
- Mc 13,12 : paradôsei ... eis thanaton (hij zal overleveren ter dood) .
- Mc 14,55 : ezètoun ... eis to thanatôsai (zij zochten ... om te doden) .

16. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,56 - Mc 14,56 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:56 polloi gar epseudomarturoun kat autou kai isai ai marturiai ouk èsan  56 multi enim testimonium falsum dicebant adversus eum et convenientia testimonia non erant    56 Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.  [56] Want velen legden wel een valse verklaring tegen Hem af, maar hun getuigenissen waren niet afdoende.  [56] want hoewel veel mensen een valse verklaring aflegden, waren hun getuigenissen niet eensluidend.  56 Want velen hebben wel een vals getuigenis tegen hem gegeven, maar die getuigenissen stemden niet overeen.   56. Car plusieurs déposaient faussement contre lui et leurs témoignages ne concordaient pas. 

King James Bible . [56] For many bare false witness against him, but their witness agreed not together.
Luther-Bibel . 56 Denn viele gaben falsches Zeugnis ab gegen ihn; aber ihr Zeugnis stimmte nicht überein.

Tekstuitleg van Mc 14,56 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

7. nom. vr. mv. isai (gelijk aan) van het bijvoegl. naamw. isos (gelijk) . Taalgebruik in het NT : isos (gelijk) . Ned. gelijk , zoals , evenals . Lat. similis . Fr. pareil , comme . E. like . D. wie . Bijbel (2) : (1) 1 Kr 5,14 : de persoonsnaam Isai < Hebr. jësjîsjaj . (2) Mc 14,56 .

. (2) W 7,1 . Een vorm van isos (gelijk) in de LXX (40) , in het NT (8) .

Mc 14,57 - Mc 14,57 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:57 kai tines anastantes epseudomarturoun kat autou legontes  57 et quidam surgentes falsum testimonium ferebant adversus eum dicentes     57 En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:  [57] Ook stonden er enkelen tegen Hem op met de valse verklaring:  [57] Toen kwamen er een paar met de volgende valse verklaring:   57 En er zijn er opgestaan die vals tegen hem hebben getuigd   57. Quelques-uns se levèrent pour porter contre lui ce faux témoignage : 

King James Bible . [57] And there arose certain, and bare false witness against him, saying,
Luther-Bibel . 57 Und einige standen auf und gaben falsches Zeugnis ab gegen ihn und sprachen:

Tekstuitleg van Mc 14,57 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,58 - Mc 14,58 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:58 oti èmeis èkousamen autou legontos oti egô katalusô ton naon touton ton cheiropoièton kai dia triôn èmerôn allon acheiropoièton oikodomèsô   58 quoniam nos audivimus eum dicentem ego dissolvam templum hoc manufactum et per triduum aliud non manufactum aedificabo    58 Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.  [58] ‘We hebben Hem horen zeggen: “Ik zal deze door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen, die niet door mensenhanden gemaakt is.” ’  [58] ‘We hebben hem horen zeggen: “Ik zal die door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen die niet door mensenhanden gemaakt is.”’   58 en zeiden: wij hebben hem horen zeggen ‘ík zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en zal in drie dagen een andere bouwen, niet met handen gemaakt!’  58. « Nous l'avons entendu qui disait : Je détruirai ce Sanctuaire fait de main d'homme et en trois jours j'en rebâtirai un autre qui ne sera pas fait de main d'homme. »  

King James Bible . [58] We heard him say, I will destroy this temple that is made with hands, and within three days I will build another made without hands.
Luther-Bibel . 58 Wir haben gehört, dass er gesagt hat: Ich will diesen Tempel, der mit Händen gemacht ist, abbrechen und in drei Tagen einen andern bauen, der nicht mit Händen gemacht ist.

Tekstuitleg van Mc 14,58 .

1. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

15. voorzetsel dia (omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : dia (door) . Taalgebruik in Mc : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na .

17. genitief vrouwelijk meervoud hèmerôn van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Mc (2) : (1) Mc 2,1 . (2) Mc 14,58 : dia triôn hèmerôn (na drie dagen) . In die context vinden we ook : èkousamen... hoti : wij hebben gehoord... dat .

9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the .
Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

------------------------------------------------------------------------------------------
Mc 14,59 - Mc 14,59 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:59 kai oude outôs isè èn è marturia autôn   59 et non erat conveniens testimonium illorum    59 En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.   [59] Maar zelfs dit getuigenis was niet afdoende.  [59] Maar ook op dit punt waren de getuigenverklaringen niet afdoende.  59 Maar ook daarin is hun getuigenis niet eenstemmig geweest.   59. Et sur cela même leurs dépositions n'étaient pas d'accord. 

King James Bible . [59] But neither so did their witness agree together.
Luther-Bibel . 59 Aber ihr Zeugnis stimmte auch so nicht überein.

Tekstuitleg van Mc 14,59 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

3. houtôs (zo, op deze wijze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Taalgebruik in Mc : houtos (zo) .
Mc (10) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 2,8 . (3) Mc 2,12 .  (4) Mc 4,26 .  (5) Mc 7,18 .  (6) Mc 9,3 .  (7) Mc 10,43 .  (8) Mc 13,29 .  (9) Mc 14,59 .  (10) Mc 15,39 .

7. nominatief vrouwelijk enkelvoud marturia (getuigenis) . Taalgebuik in het N.T. : marturia (getuigenis) . Taalgebuik in Mc : marturia (getuigenis) .
Mc (1) : Mc 14,59 .
In Mc 14,55 zijn de hogepriester en het hele sanhedrin op zoek naar een getuigenis tegen Jezus . In Mc 14,56 vertelt de evangelist dat de getuigenissen niet gelijk zijn , dus niet met elkaar overeenstemmen . In Mc 14,58 wordt het getuigenis van de tempel gegeven . Ook over dit getuigenis is er geen overeenstemming (Mc 14,59) .

Mc 14,60 - Mc 14,60 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:60 kai anastas o archiereus eis meson epèrôtèsen ton ièsoun legôn ouk apokrinè ouden ti outoi sou katamarturousin   60 et exsurgens summus sacerdos in medium interrogavit Iesum dicens non respondes quicquam ad ea quae tibi obiciuntur ab his     60 En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U;  [60] De hogepriester trad naar voren en stelde Jezus de vraag: ‘U antwoordt niets? Wat brengen ze wel niet tegen U in!’   [60] De hogepriester stond op en vroeg Jezus: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?’  60 Dan staat de hogepriester op, loopt naar het midden om Jezus te ondervragen en zegt: antwoordt u niets op wat zij tegen u getuigen?   60. Se levant alors au milieu, le Grand Prêtre interrogea Jésus : « Tu ne réponds rien ? Qu'est-ce que ces gens attestent contre toi ? »  

King James Bible . [60] And the high priest stood up in the midst, and asked Jesus, saying, Answerest thou nothing? what is it which these witness against thee?
Luther-Bibel . 60 Und der Hohepriester stand auf, trat in die Mitte und fragte Jesus und sprach: Antwortest du nichts auf das, was diese gegen dich bezeugen?

Tekstuitleg van Mc 14,60 . Het vers Mc 14,60 telt 18 (2 X 3 X 3) letters , 95 (5 X 19) letters . De getalwaarde van Mc 14,60 is 11988 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 11 X 17) .

Mc 14,60.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,60.3. bep. lidw. nom. + onz. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72

Mc 14,60.4. nom. mann. enk. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (3) : (1) Mc 14,60. (2) Mc 14,61 . (3) Mc 14,63 .

Mc 14,60.5. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc

Mc 14,60.6. acc. onz. enk. meson  van het bijvoegl. naamw. mesos (zich in het midden bevindend) . Taalgebruik in het N.T. : mesos (zich in het midden bevindend) . Taalgebruik in Mc : mesos (zich in het midden bevindend) .
Mc (3) : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 7,31 . (3) Mc 14,60 .

Mc 14,60.5. - 6. eis to meson (in het midden) : Mc 3,3 . eis meson (naar een midden) : Mc 14,60 . In Mc 3,3 wordt een vorm van egeirô (wekken) , in Mc 14,60 een vorm van anistèmi (opstaan) gebruikt : egeire wek , sta op) en anastas (opgestaan) . Wat heeft de man met de verschrompelde hand te maken met de hogepriester ? In Mc 3,4 stelt Jezus aan de farizeeën de vraag of het toegaten is op sabbat goed of kwaad te doen , een leven te redden of verloren te laten gaan . De genezing van de man zal ertoe leiden dat de Farizeeën met de Herodianen het advies zullen geven Jezus om te brengen . In Mc 14,61 stelt de hogepriester de vraag naar de identiteit van Jezus : ben je de Christus , de zoon van de gezegende . Het antwoord van Jezus in Mc 14,62 zal leiden tot zij veroordeling tot de dood (Mc 14,64) . We staan hier dus in een situatie waarin een man wordt genezen (Mc 3,5) en Jezus ter dood wordt veroordeeld (Mc 14,64) . Jezus redt een man , de hogepriester laat Jezus ter dood veroordelen .
Is de hogepriester soms een gehandicapte man , die zijn hand niet kan uitsteken naar Jezus om door hem genezen te worden . Zijn de rollen in Mc 14,55-64 in vergelijking met Mc 3,1-6 nu omgekeerd . De Farizeeën lagen op de loer om Jezus te kunnen beschuldigen (Mc 3,2) en zwegen op de vraag van Jezus (Mc 3,4) . In Mc 14,55-64 zwijgt op de vraag van de hogepriester of hij niet antwoordt op de getuigenissen .

Mc 14,60.8. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,60.9. acc. mann. enk. Ièsoun . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 14,60 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 .

Mc 14,60.8. - 9. ton Ièsoun (Jezus) . In Mc in 10 van de 11 verzen . Niet in Mc 16,6 .

Mc 14,61 - Mc 14,61 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:61 o de esiôpa kai ouk apekrinato ouden palin o archiereus epèrôta auton kai legei autô su ei o christos o uios tou eulogètou  61 ille autem tacebat et nihil respondit rursum summus sacerdos interrogabat eum et dicit ei tu es Christus Filius Benedicti  61. Hij echter zweeg en antwoordde helemaal niets. Weer ondervroeg de hogepriester hem en zei hem: “Bent u de Christus, de zoon van de Gezegende?”  61 Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods? [61] Maar Hij bleef zwijgen* en antwoordde niets. Weer stelde de hogepriester Hem een vraag en zei tegen Hem: ‘Bent u de Messias*, de Zoon van de Gezegende*?’   [61] Maar hij bleef zwijgen en antwoordde niet. Toen vroeg de hogepriester hem: ‘Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?’  61 Maar hij is blijven zwijgen en heeft helemaal niets geantwoord. Weer heeft de hogepriester hem een vraag gesteld; hij zegt tot hem: bent u de Gezalfde, de zoon van de Gezegende?  61. Mais lui se taisait et ne répondit rien. De nouveau le Grand Prêtre l'interrogeait, et il lui dit : « Tu es le Christ, le Fils du Béni ? » -

King James Bible . [61] But he held his peace, and answered nothing. Again the high priest asked him, and said unto him, Art thou the Christ, the Son of the Blessed?
Luther-Bibel . 61 Er aber schwieg still und antwortete nichts. Da fragte ihn der Hohepriester abermals und sprach zu ihm: Bist du der Christus, der Sohn des Hochgelobten?

Tekstuitleg van Mc 14,61 . Dit vers Mc 14,61 telt 22 (2 X 11) woorden , X lettergrepen en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,61 is 12715 (5 X 2543) .

Mc 14,61.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72 .

Mc 14,61.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,61.3. esiôpa (hij zweeg) . In 2 verzen in de bijbel : (1) Mt 26,63 . (2) Mc 14,61 . Gr. siôpaô ( zwijgen ) . Lat. tacere . Fr. taiser .
Zie Js 53,7 . nè´èlâmâh ( zij verstomde , zij zweeg ) . Nifal perf. 3de pers. vrouwel. enk. van het werkwoord ´âlam : verstommen . Hapax .
Gr. afônos < a- fônos ( zonder stem , stom ) . In 3 verzen in de bijbel : (1) Js 53,7 . (2) 2 Mak 3,29 . (3) Hnd 8,32 ( in een citaat van Js 53,7 ) .
Lat. obmutescet < ob - mut - escet ( hij verstomde ) .
Het dubbel aspect van zwijgen en niet spreken in Js 53,7 komt in een andere formulering terug in Mc 14,61 : ho de esiôpa ( hij echter zweeg ) kai ouk apekrinato ouden ( en hij antwoordde niet niets ) .

Mc 14,61.9. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72 .

Mc 14,61.10. nom. mann. enk. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (3) : (1) Mc 14,60. (2) Mc 14,61 . (3) Mc 14,63 .

Mc 14,61.11. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger : ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc 5,9 .  (2) Mc 8,23 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,29 .   (5) Mc 9,33 . (6) Mc 10,17.   (7) Mc 13,3 . (8) Mc 14,61 . (9) Mc 15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .

12. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

Mc 14,61.11. - 12. epèrôta auton (hij vroeg hem uit) . Mc (4) : (3) Mc 5,9 (de man met een onreine geest aan Jezus) . (2) Mc 8,23 (Jezus aan de blinde) . (3) Mc 10,17 (de rijke jongeling aan Jezus) . (8) Mc 14,61 (de hogepriester aan Jezus) .

13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,61.14. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

14. - 15. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .

Mc 14,61.13. - 15. kai legei autô(i) (en hij zegt hem) . Mc (7) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,28 . (5) Mc 7,34 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,61 . In 5 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,34 . (5) Mc 14,30 . In 2 verzen is iemand anders dan Jezus onderwerp : (1) Mc 7,28 (de Syrofenicische) . (2) Mc 14,61 (de hogepriester) .

Mc 14,61.16. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

Mc 14,61.16. - 17. su ei (jij bent, gij zijt) . Mc (5 / 9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,61 . (5) Mc 15,2 .
Merk volgende gelijkenissen op :
- Mc 1,11 : su ei ho uios mou = jij bent mijn zoon .
- Mc 3,11 : su ei ho uios tou theou = jij bent de zoon van God .
- Mc 8,29 = Mc 14,61 : su ei ho christos = jij bent de messias
- Mc 15,2 : su ei ho basileus tôn ioudaiôn = jij bent de koning van de joden .

Mc 14,61.18. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72 .

Mc 14,61.20. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72 .

Mc 14,62 - Mc 14,62 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:62 o de ièsous eipen egô eimi kai opsesthe ton uion tou anthrôpou ek dexiôn kathèmenon tès dunameôs kai erchomenon meta tôn nefelôn tou ouranou  62 Iesus autem dixit illi ego sum et videbitis Filium hominis a dextris sedentem Virtutis et venientem cum nubibus caeli  62 Jezus nu zei: Ik ben het, en u zult de Mensenzoon zien aan de rechterzijde gezeten van de Kracht en komend op de wolken van de hemel  62 En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.  [62] Jezus zei: ‘Ja, dat ben Ik*, en u zult de Mensenzoon* zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’  [62] Jezus zei: ‘Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.’  62 Jezus zegt: dat bén ik, en wat ge zult zien is ‘de mensenzoon gezeten ter rechterhand van de kracht Gods’ en ‘komende met de wolken des hemels’ !  62. « Je le suis, dit Jésus, et vous verrez le Fils de l'homme siégeant à la droite de la Puissance et venant avec les nuées du ciel. » 

King James Bible . And Jesus said, I am: and ye shall see the Son of man sitting on the right hand of power, and coming in the clouds of heaven.
Luther-Bibel . 62 Jesus aber sprach: Ich bin's; und ihr werdet sehen den Menschensohn sitzen zur Rechten der Kraft und kommen mit den Wolken des Himmels.

Tekstuitleg van Mc 14,62 . Dit vers telt 24 (2 X 2 X 2 X 3) woorden en 112 (2 X 2 X 2 X 2 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 14,62 is 15273 (3 X 3 X 1697) .

Mc 14,62.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72

Mc 14,62.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

Mc 14,62.3. nom. mann. enk. Ièsous . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Hebr. Jëhôsju`a (JHWH redt) . Ièsous (Jezus) . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .

Mc 14,62.4. ind. aor. 3de p. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .

Mc 14,62.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

Mc 14,62.8. act. ind. fut. 2de pers. mv. opsesthe (jullie zullen zien) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Taalgebruik in Mc : horaô (zien) . Mc (2) : (1) 14,62 . (2) Mc 16,7 . Een vorm van horaô (zien) in Mc in 7 verzen : (1) Mc 1,44 . (2) Mc 8,15 . (3) Mc 8,24 . (4) Mc 9,4 . (5) Mc 13,26 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 16,7 .

Mc 14,62.9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,62.10. acc. mann. enk. huion (zoon) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Mc (6) : (1) Mc 8,31 .  (2) Mc 9,12 . (3) Mc 9,17 .  (4) Mc 12,6 . (5) Mc 13,26 . (6) Mc 14,62 . Een vorm van huios (zoon) in Mc in 33 verzen .

Mc 14,62.11. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,3 . (3) Mc 14,4 . (4) Mc 14,21 . (5) Mc 14,25 . (6) Mc 14,41 . (7) Mc 14,47 . (8) Mc 14,54 . (9) Mc 14,55 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,62 . (12) Mc 14,66 . (13) Mc 14,67 .

Mc 14,62.12. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (16) : (1) Mc 2,10 . (2) Mc 2,28 .   (3) Mc 5,8 .   (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,20 .  (6) Mc 8,31 .  (7) Mc 8,38 . (8) Mc 9,9 . (9) Mc 9,12 . (10) Mc 9,31 .  (11) Mc 10,33 . (12) Mc 10,45 .   (13) Mc 13,26 .  (14) Mc 14,21 . (15) Mc 14,41 . (16) Mc 14,62 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Mc in 53 verzen .

10. - 12. Een vorm van huios tou anthrôpou (mensenzoon) in 13 (14X) verzen : (1) Mc 2,10 . (2) Mc 2,28 . (3) Mc 8,31 .  (4) Mc 8,38 . (5) Mc 9,9 . (6) Mc 9,12 . (7) Mc 9,31 .  (8) Mc 10,33 . (9) Mc 10,45 .   (10) Mc 13,26 .  (11) Mc 14,21 (2X) . (12) Mc 14,41 . (13) Mc 14,62 .

 

Mc 14,62.13. ek - ex (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc (38 + 20 = 58) . ek (uit) Mc 14 (2 + 4) : (1) Mc 14,25 . (2) Mc 14,72 . ex (uit) : Mc (14) : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,23 . (3) Mc 14,69 . (4) Mc 14,70 . + Mc 14,62 .

Mc 14,62.14. gen. mv. dexiôn (rechts) van het bijvoegl. naamw. dexios (rechts) . Taalgebruik in het N.T. : dexios (rechts) . Taalgebruik in Mc : dexios (rechts) .
Mc (6) : (1) Mc 10,37 . (2) Mc 10,40 . (3) Mc 12,36 . (4) Mc 14,62 . (5) Mc 15,27 . (6) Mc 16,19 . Een vorm van dexios (rechts) in Mc in 7 verzen .

Mc 14,62.15. participium praesens accusatief mannelijk enkelvoud kathèmenon (gezeten) van het werkwoord kathèmai (zich zetten, zitten) . Taalgebruik in het N.T. : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) . Taalgebruik in Mc : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) .
Mc (4) : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 14,62 . (4) Mc 16,5 . Een vorm van kathèmai (zich zetten, zitten) in Mc in 11 verzen .

16. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

17. gen. vr. enk. dunameôs van het zelfst. naamw. dunamis (macht, kracht) . Taalgebruik in het N.T. : dunamis (macht, kracht) . Taalgebruik in Mc : dunamis (macht, kracht) . Mc (2) : (1) Mc 13,26 . (2) Mc 14,62 . Een vorm van dunamis (macht, kracht) (enk.) in Mc in 7 verzen : (1) Mc 5,30 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 9,1 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 12,24 . (6) Mc 13,26 . (7) Mc 14,62 .

Mc 14,62.18. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,8 . (5) Mc 14,20 . (6) Mc 14,21 . (7) Mc 14,25 . (8) Mc 14,28 . (9) Mc 14,42 . (10) Mc 14,52 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,64 .

19. part. pr. acc. mann. enk. erchomenon (komende) van het werkw. erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) .
Mc (3) : (1) Mc 13,26 . (2) Mc 14,62 . (3) Mc 15,21 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc in 82 verzen .

20. meta (met , na) . Afkorting : met' . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr. avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc (34 + 16 = 50) . Mc 14 (10 + 4 = 14) . meta (met, na) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,17 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,43 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,54. (8) Mc 14,62 . (9) Mc 14,67 . (10) Mc 14,70 .  met' (met, na) . Mc 14 (4) : (1) Mc 14,18 . (2) Mc 14,20 . (3) Mc 14,33 . (4) Mc 14,43

21. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

22. gen. vr. mv. nefelôn (wolken) van het zelfst. naamw. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in Mc : nefelè (nevel, wolk) . Mc (1) : Mc 14,62 . Een vorm van nefelè (nevel, wolk) in Mc in 4 verzen : (1) Mc 9,7 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 13,26 . (4) Mc 14,62 .

23. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,3 . (3) Mc 14,4 . (4) Mc 14,21 . (5) Mc 14,25 . (6) Mc 14,41 . (7) Mc 14,47 . (8) Mc 14,54 . (9) Mc 14,55 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,62 . (12) Mc 14,66 . (13) Mc 14,67 .

Mc 14,63 - Mc 14,63 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:63 o de archiereus diarrèxas tous chitônas autou legei ti eti chreian echomen marturôn   63 summus autem sacerdos scindens vestimenta sua ait quid adhuc desideramus testes  63 De hogepriester echter scheurde zijn lijfrok (en) zei “Wat hebben we nog getuigen nodig?

 
63 En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?  [63] De hogepriester scheurde* zijn kleren en zei: ‘Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?  [63] De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: ‘Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?  63 Maar de hogepriester scheurt zijn klederen en zegt: waarvoor hebben we nog getuigen nodig?–  63. Alors le Grand Prêtre déchira ses tuniques et dit : « Qu'avons-nous encore besoin de témoins ? 

King James Bible . [63] Then the high priest rent his clothes, and saith, What need we any further witnesses?
Luther-Bibel . 63 Da zerriss der Hohepriester seine Kleider und sprach: Was bedürfen wir weiterer Zeugen?

Tekstuitleg van Mc 14,63 .

1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,8 . (3) Mc 14,9 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,14 . (6) Mc 14,18 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,27 . (10) Mc 14,29 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,31 . (13) Mc 14,36 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,42 . (16) Mc 14,44 . (17) Mc 14,48 . (18) Mc 14,52. (19) Mc 14,54 . (20) Mc 14,60 . (21) Mc 14,61 . (22) Mc 14,62 . (23) Mc 14,63 . (24) Mc 14,68 . (25) Mc 14,70 . (26) Mc 14,71 . (27) Mc 14,72 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

3. nom. mann. enk. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (3) : (1) Mc 14,60. (2) Mc 14,61 . (3) Mc 14,63 .

8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

Mc 14,64 - Mc 14,64 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:64 èkousate tès blasfèmias ti umin fainetai oi de pantes katekrinan auton enochon einai thanatou 64 audistis blasphemiam quid vobis videtur qui omnes condemnaverunt eum esse reum mortis    64 Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.  [64] U hebt de godslastering gehoord. Wat vindt u?’ Allen oordeelden dat Hij de doodstraf verdiend had.   [64] U hebt de godslastering gehoord; wat is uw oordeel?’ Allen oordeelden dat hij schuldig was en de doodstraf verdiende.  64 ge hebt de godslastering gehoord; wat schijnt u toe? Zij zijn allen van oordeel geweest dat hij des doods schuldig was.  64. Vous avez entendu le blasphème ; que vous en semble ? » Tous prononcèrent qu'il était passible de mort. 

King James Bible . [64] Ye have heard the blasphemy: what think ye? And they all condemned him to be guilty of death.
Luther-Bibel . 64 Ihr habt die Gotteslästerung gehört. Was ist euer Urteil? Sie aber verurteilten ihn alle, dass er des Todes schuldig sei.

Tekstuitleg van Mc 14,64 .

2. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,3 . (2) Mc 14,24 . (3) Mc 14,25 . (4) Mc 14,35 . (5) Mc 14,62 . (6) Mc 14,64 .

8. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

11. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

13. act. inf. praes. einai (zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (7) : (1) Mc 8,27 . (2) Mc 8,29 .  (3) Mc 9,5 . (4) Mc 9,35 .  (5) Mc 10,44 .   (6) Mc 12,18 .   (7) Mc 14,64 .

14. gen. mann. enk.  thanatou (van de dood) van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het N.T. : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 14,34 . (3) Mc 14,64 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .

333. Bespotting van Jezus : Mc 14,65 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 -

Mc 14,65 - Mc 14,65 : 333. Bespotting van Jezus : Taalgebruiken -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:65 kai èrxanto tines emptuein autôi kai perikaluptein autou to prosôpon kai kolafizein auton kai legein autô profèteuson kai oi upèretai rapismasin auton elabon 65 et coeperunt quidam conspuere eum et velare faciem eius et colaphis eum caedere et dicere ei prophetiza et ministri alapis eum caedebant    65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.  [65] Sommigen begonnen Hem te bespuwen, deden Hem een blinddoek voor, sloegen Hem dan en zeiden: ‘Profeteer nu eens!’ De knechten gaven Hem een afranseling.  [65] Toen begonnen sommigen hem te bespuwen; ze blinddoekten hem en sloegen hem in het gezicht en zeiden tegen hem: ‘Profeteer nu maar!’, en ook de dienaren onthaalden hem op vuistslagen.  65 Dan beginnen sommigen hem te bespuwen, zijn aanschijn te omhullen en hem dan klappen te geven; ze zeggen tot hem: profeteer nu eens!, en onder kaakslagen nemen de bedienden hem mee.  65. Et quelques-uns se mirent à lui cracher au visage, à le gifler et à lui dire : « Fais le prophète ! » Et les valets le bourrèrent de coups. 

King James Bible . [65] And some began to spit on him, and to cover his face, and to buffet him, and to say unto him, Prophesy: and the servants did strike him with the palms of their hands.
Luther-Bibel . 65 Da fingen einige an, ihn anzuspeien und sein Angesicht zu verdecken und ihn mit Fäusten zu schlagen und zu ihm zu sagen: Weissage uns! Und die Knechte schlugen ihn ins Angesicht.

Tekstuitleg van Mc 14,65 .

4. emptuein . Infinitief . In 1 vers in de bijbel : Mc 14,65 . Taalgebruik : emptuô (spuwen op of in : in iemands gelaat spuwen, uitspuwen , zie Js 50,6 .

9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -

Mc 14,66 - Mc 14,66 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:66 kai ontos tou petrou katô en tè aulè erchetai mia tôn paidiskôn tou archiereôs  66 et cum esset Petrus in atrio deorsum venit una ex ancillis summi sacerdotis  66 En terwijl Petrus beneden in het binnenhof was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester;   66 En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;   [66] Terwijl Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam daar een slavin van de hogepriester aan.  
[66] Terwijl Petrus beneden op de binnenplaats was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester voorbij. 
66 ¶ Terwijl Petrus beneden in de binnenhof is, komt een van de slavinnetjes van de hogepriester daar,  66. Comme Pierre était en bas dans la cour, arrive une des servantes du Grand Prêtre. 

King James Bible . [66] And as Peter was beneath in the palace, there cometh one of the maids of the high priest:
Luther-Bibel . 66 Und Petrus war unten im Hof. Da kam eine von den Mägden des Hohenpriesters;

Tekstuitleg van Mc 14,66 .

11. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc 14,10 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,13 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,20 . (7) Mc 14,26 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,43 . (10) Mc 14,47 . (11) Mc 14,54 . (12) Mc 14,62 . (13) Mc 14,66 .

14. gen. mann. enk. archiereôs (van de hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (4) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 14,47 . (3) Mc 14,54 . (4) Mc 14,66 .

Mc 14,67 - Mc 14,67 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:67 kai idousa ton petron thermainomenon emblepsasa autô legei kai su meta tou nazarènou èstha tou ièsou  67 et cum vidisset Petrum calefacientem se aspiciens illum ait et tu cum Iesu Nazareno eras   67 en toen ze Perrus zag die zich warmde, keek ze hem aan (en) zei’: “Ook jij was met de Nazarener Jezus”.  67 En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.   [67] Toen ze Petrus zag, die zich zat te warmen, keek ze hem aan en zei: ‘Jij was ook bij die Jezus van Nazaret.’  [67] Toen ze Petrus bij het vuur zag zitten, keek ze hem aan en zei: ‘Jij was ook bij die Jezus van Nazaret!’   67 en als zij Petrus ziet die zich warmt, zegt zij: jíj was óók bij die Nazarener, die Jezus!  67. Voyant Pierre qui se chauffait, elle le dévisagea et dit : « Toi aussi, tu étais avec le Nazarénien Jésus. » 

King James Bible . [67] And when she saw Peter warming himself, she looked upon him, and said, And thou also wast with Jesus of Nazareth.
Luther-Bibel . 67 und als sie Petrus sah, wie er sich wärmte, schaute sie ihn an und sprach: Und du warst auch mit dem Jesus von Nazareth.

Tekstuitleg van Mc 14,67 .

3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .

10. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

16. gen. mann. enk. Ièsou . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 14,67 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

Mc 14,68 - Mc 14,68 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:68 o de èrnèsato legôn oute oida oute epistamai su ti legeis kai exèlthen exô eis to proaulion | | [kai alektôr efônèsen*] |  68 at ille negavit dicens neque scio neque novi quid dicas et exiit foras ante atrium et gallus cantavit   68 Hij echter loochende het, zcggcnd: “Ik weet noch versta wat jij zegt!” En hij ging weg naar het voorhof; haan kraaide.   68 Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.  [68] Maar hij ontkende dat: ‘Ik weet niet, ik begrijp niet waar je het over hebt.’ En hij ging naar buiten naar de voorhof. En er kraaide een haan.  [68] Maar hij ontkende dat en zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt, ik begrijp echt niet wat je bedoelt.’ Hij ging naar buiten, naar het voorportaal, en er kraaide een haan.*  68 Maar hij loochent dat en zegt: ik weet niet en ik snap niet wat jij daar zegt! Hij loopt naar buiten, naar de voorhof. Dan kraait er een haan.  68. Mais lui nia en disant : « Je ne sais pas, je ne comprends pas ce que tu dis. » Puis il se retira dehors vers le vestibule et un coq chanta.

King James Bible . [68] But he denied, saying, I know not, neither understand I what thou sayest. And he went out into the porch; and the cock crew.
Luther-Bibel . 68 Er leugnete aber und sprach: Ich weiß nicht und verstehe nicht, was du sagst. Und er ging hinaus in den Vorhof, und der Hahn krähte.

Tekstuitleg van Mc 14,68 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

9. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .

13. ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen (hij ging uit) van het werkw. exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Zie ook Taalgebruik in Mc : eiserchomai (binnengaan) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals een huis , een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .
Mc ( 11)  : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 1,28 . (3) Mc 1,35 . (4) Mc 2,12 . (5) Mc 2,13 .  (6) Mc 4,3 .  (7) Mc 6,1 .  (8) Mc 8,27 . (9) Mc 9,26 . (10) Mc 11,11 . (11) Mc 14,68 .

16. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

20. act. ind. aor. 3de pers. enk. efônèsen (hij riep) van het werkw. foneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in het N.T. : fôneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in Mc : fôneô (roepen, schreeuwen) . Mc (3) : (1) Mc 9,35 . (2) Mc 14,68 . (3) Mc 14,72 .  

Mc 14,69 - Mc 14,69 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:69 kai è paidiskè idousa auton èrxato palin legein tois parestôsin oti outos ex autôn estin  69 rursus autem cum vidisset illum ancilla coepit dicere circumstantibus quia hic ex illis est  69 En toen het dienstmeisje hem zag, begon ze weer te zeggen aan hen die erbij stonden: “Deze is een van hen”.  69 En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.  [69] Toen de slavin hem daar zag, begon ze opnieuw en zei tegen de omstanders: ‘Dat is een van hen.’  [69] Toen het meisje hem daar weer zag, zei ze opnieuw, nu tegen de omstanders: ‘Hij is een van hen!’  69 Als het slavinnetje hem daar ziet begint zij tot de omstanders wéér te zeggen ‘dit is er een van hen’.   69. La servante, l'ayant vu, recommença à dire aux assistants : « Celui-là en est ! » 

King James Bible . [69] And a maid saw him again, and began to say to them that stood by, This is one of them.
Luther-Bibel . 69 Und die Magd sah ihn und fing abermals an, denen zu sagen, die dabeistanden: Das ist einer von denen.

Tekstuitleg van Mc 14,69 .

5. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,11 . (4) Mc 14,39 . (5) Mc 14,44 . (6) Mc 14,45 . (7) Mc 14,46 . (8) Mc 14,50 . (9) Mc 14,51 . (10) Mc 14,55 . (11) Mc 14,61 . (12) Mc 14,64 . (13) Mc 14,65 . (14) Mc 14,69 .

6. 8. èrxato (...) legein (hij begon te zeggen) . Mc (5) : (1) Mc 10,28 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 10,47 . (4) Mc 13,5 . (5) Mc 14,69 .

11. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

12. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .

Mc 14,70 - Mc 14,70 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:70 o de palin èrneito kai meta mikron palin oi parestôtes elegon tô petrô alèthôs ex autôn ei kai gar galilaios ei  70 at ille iterum negavit et post pusillum rursus qui adstabant dicebant Petro vere ex illis es nam et Galilaeus es  70 Hij echter loochende het weer. En een betje later, zeiden zij die erbij stonden weer aan Petrus:
“Waarlijk,
je bent een van hen, want je bent ook een Galileeër”.  
70 Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileër, en uw spraak gelijkt.  [70] Hij ontkende opnieuw. Na een tijdje zeiden de omstanders op hun beurt tegen Petrus: ‘Jij hoort inderdaad bij Hem, want je bent ook een Galileeër.’  [70] Maar hij ontkende het weer. En algauw zeiden ook de omstanders tegen Petrus: ‘Je bent wel degelijk een van hen, jij komt immers ook uit Galilea.’  70 Maar hij loochent het weer. En korte tijd later hebben de omstanders weer tot Petrus gezegd: waarachtig, je bent er een van hen, want je bent óók een Galileeër! 70. Mais de nouveau il niait. Peu après, à leur tour, les assistants disaient à Pierre : « Vraiment tu en es ; et d'ailleurs tu es Galiléen. » 

King James Bible . [70] And he denied it again. And a little after, they that stood by said again to Peter, Surely thou art one of them: for thou art a Galilaean, and thy speech agreeth thereto.
Luther-Bibel . 70 Und er leugnete abermals. Und nach einer kleinen Weile sprachen die, die dabeistanden, abermals zu Petrus: Wahrhaftig, du bist einer von denen; denn du bist auch ein Galiläer.

Tekstuitleg van Mc 14,70 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

14. alèthôs (waarlijk) . Taalgebruik in het N.T. : alèthôs (waarlijk) . Taalgebruik in Mc : alèthôs (waarlijk) . Mc (2) : (1) Mc 14,70 . (2) Mc 15,39 .

19. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc 14,2 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,7 . (4) Mc 14,40 . (5) Mc 14,56 . (6) Mc 14,70 .

18. - 19. kai gar (want ook) . Mc (2) : (1) Mc 10,45 . (2) Mc 14,70 .

Mc 14,71 - Mc 14,71 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:71 o de èrxato anathematizein kai omnunai oti ouk oida ton anthrôpon touton on legete   71 ille autem coepit anathematizare et iurare quia nescio hominem istum quem dicitis   71 Hij begon echter te vloeken en te zweren*: “Ik ken deze mens niet over wie jullie spreken!”  71 En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.  [71] Hij begon te vloeken en te zweren: ‘Ik ken die man niet over wie jullie het hebben.’   [71] Maar hij begon te vloeken en zwoer: ‘Ik ken die man over wie jullie het hebben niet!’  71 Maar hij begint te vloeken en te bezweren: ik heb geen weet van die mens over wie ge het hebt!  71. Mais il se mit à jurer avec force imprécations : « Je ne connais pas cet homme dont vous parlez. »

King James Bible . [71] But he began to curse and to swear, saying, I know not this man of whom ye speak.
Luther-Bibel . 71 Er aber fing an, sich zu verfluchen und zu schwören: Ich kenne den Menschen nicht, von dem ihr redet.

Tekstuitleg van Mc 14,71 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .

7. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .

Mc 14,72 - Mc 14,72 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14:72 kai euthus ek deuterou alektôr efônèsen kai anemnèsthè o petros to rèma ôs eipen autô o ièsous oti prin alektora | dis fônèsai | fônèsai dis | tris me aparnèsè kai epibalôn eklaien   72 et statim iterum gallus cantavit et recordatus est Petrus verbi quod dixerat ei Iesus priusquam gallus cantet bis ter me negabis et coepit flere   72 En terstond, voor een tweede maal, kraaide een haan. En Petrus herinnerde zich* het woord hoe Jezus hem gezegd had: “Vóór de haan tweemaal kraait zul je me driemaal verloochenen”. En hij sloeg de handen voor het gezicht
(en) weende
 
72 En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.   [72] Meteen kraaide voor de tweede keer de haan. En Petrus herinnerde zich wat Jezus hem gezegd had: ‘Voordat de haan twee keer kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ Hij barstte in tranen uit.  [72] En meteen kraaide de haan voor de tweede keer. En Petrus herinnerde zich dat Jezus tegen hem gezegd had: ‘Voordat een haan tweemaal heeft gekraaid, zul je mij driemaal verloochenen.’ En toen hem dat te binnen schoot, begon hij te huilen.  72 Meteen kraait er voor de tweede keer een haan. Dan herinnert Petrus zich het woord dat Jezus tot hem heeft gezegd: voordat er twee keer een haan kan kraaien zul je me drie keer verloochenen! Toen hij dat bedacht is hij in huilen uitgebarsten.  72. Et aussitôt, pour la seconde fois, un coq chanta. Et Pierre se ressouvint de la parole que Jésus lui avait dite : « Avant que le coq chante deux fois, tu m'auras renié trois fois. » Et il éclata en sanglots.  

King James Bible . [72] And the second time the cock crew. And Peter called to mind the word that Jesus said unto him, Before the cock crow twice, thou shalt deny me thrice. And when he thought thereon, he wept.
Luther-Bibel . 72 Und alsbald krähte der Hahn zum zweiten Mal. Da gedachte Petrus an das Wort, das Jesus zu ihm gesagt hatte: Ehe der Hahn zweimal kräht, wirst du mich dreimal verleugnen. Und er fing an zu weinen.

Tekstuitleg van Mc 14,72 .

6. act. ind. aor. 3de pers. enk. efônèsen (hij riep) van het werkw. foneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in het N.T. : fôneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in Mc : fôneô (roepen, schreeuwen) . Mc (3) : (1) Mc 9,35 . (2) Mc 14,68 . (3) Mc 14,72 .  

11. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .

12. acc. onz. enk. rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in het N.T. : rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in Mc : rèma (woord, uitspraak) .
Mc (2) : (1) Mc 9,32 . (2) Mc 14,72 . In Mc 9,32 ontkennen de leerlingen het woord van Jezus over zijn lijden , dood en verrijzenis (tweede lijdensvoorzegging) . In Mc 14,72 herinnert Petrus zich bij het hanengekraai het woord dat Jezus tot hem sprak . Petrus had in Mc 14,71 gezegd : ik ken die mens niet waarover je spreekt .

17. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .

18. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,14 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,21 . (4) Mc 14,25 . (5) Mc 14,27 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,58 . (8) Mc 14,69 . (9) Mc 14,71 . (10) Mc 14,72 .