- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website
- Marcus
: overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus
taalgebruik A - Marcus
taalgebruik B - Marcus
taalgebruik C - Marcus
taalgebruik D - Marcus
taalgebruik E - Marcus
taalgebruik F - Marcus
taalgebruik G - Marcus
taalgebruik H - Marcus
taalgebruik I - Marcus
taalgebruik J - Marcus
taalgebruik K - Marcus
taalgebruik L - Marcus
taalgebruik M - Marcus
taalgebruik N - Marcus
taalgebruik O - Marcus
taalgebruik P - Marcus
taalgebruik Q - Marcus
taalgebruik R - Marcus
taalgebruik S - Marcus
taalgebruik T - Marcus
taalgebruik U - Marcus
taalgebruik Z .
- Mc
: commentaar .
Overzicht van het Marcusevangelie : Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16
| Mc 1 | Mc 2 | Mc 3 | Mc 4 | Mc 5 | Mc 6 | Mc 7 | Mc 8 | Mc 9 | Mc 10 | Mc 11 | Mc 12 | Mc 13 | Mc 14 | Mc 15 | Mc 16 | |
Bijbeluitleg per pericope - Mc
14,1-2 - Mc
14,3-9 - Mc
14,10-11 - Mc
14,12-16 - Mc
14,17-21 - Mc
14,22-25 - Mc
14,26-31 - Mc
14,32-42 - Mc
14,43-52 - Mc
14,53-54 - Mc
14,55-64 - Mc
14,65 - Mc
14,66-72 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mc
14,1 - Mc
14,2 - Mc
14,3 - Mc
14,4 - Mc
14,5 - Mc
14,6 - Mc
14,7 - Mc
14,8 - Mc
14,9 - Mc
14,10 - Mc
14,11 - Mc
14,12 - Mc
14,13 - Mc
14,14 - Mc
14,15 - Mc
14,16 - Mc
14,17 - Mc
14,18 - Mc
14,19 - Mc
14,20 - Mc
14,21 - Mc
14,22 - Mc
14,23 - Mc
14,24 - Mc
14,25 - Mc
14,26 - Mc
14,27 - Mc
14,28 - Mc
14,29 - Mc
14,30 - Mc
14,31 - Mc
14,32 - Mc
14,33 - Mc
14,34 - Mc
14,35 - Mc
14,36 - Mc
14,37 - Mc
14,38 - Mc
14,39 - Mc
14,40 - Mc
14,41 - Mc
14,42 - Mc
14,43 - Mc
14,44 - Mc
14,45 - Mc
14,46 - Mc
14,47 - Mc
14,48 - Mc
14,49 - Mc
14,50 - Mc
14,51 - Mc
14,52 - Mc
14,53 - Mc
14,54 - Mc
14,55 - Mc
14,56 - Mc
14,57 - Mc
14,58 - Mc
14,59 - Mc
14,60 - Mc
14,61 - Mc
14,62 - Mc
14,63 - Mc
14,64 - Mc
14,65 - Mc
14,66 - Mc
14,67 - Mc
14,68 - Mc
14,69 - Mc
14,70 - Mc
14,71 - Mc
14,72 -
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | Luther-Bibel 1984 | Cahier biblique | King James Bible : (1) - |
| bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
| 1. LXX , Griekse tekst N.T. | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel (2) | liturgische lezing |
Woordenschat
- patassô
(slaan) , zie Mc
14,27 .
- sunedrion
(sanhedrin) , zie Mc
14,55 .
Bibliografie :
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht van de bijbelboeken
- bijbeloverzicht
, Taalgebruik
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT : overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
- OT : Gn
(Genesis ) , Ex
(Exodus) , Lv
(Leviticus) , Nu
(Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W
(Wijsheid) , Sir
(Sirach) , Js
(Jesaja) , Jr
(Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez
(Ezechiël) , Da
(Daniël) , Hos
(Hosea) , Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) , Nah
(Nahum) , Hab
(Habakuk) , Sef
(Sefanja) , Hag
(Haggai) , Zach
(Zacharia) , Mal
(Maleachi) .
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse
Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en
Marc Vervenne volgende pericopen in het veertiende hoofdstuk van het Marcusevangelie
:
317. Complot tegen Jezus : Mc
14,1-2 - Mt
26,1-5 - Lc
22,1-2 .
318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc
14,3-9 - Mt
26,6-13 - Lc
7,36-50 .
319. Verraad van Judas : Mc
14,10-11 - Mt
26,14-16 - Lc
22,3-6 .
320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc
14,12-16 - Mt
26,17-19 - Lc
22,7-13 .
321. Aanduiding van de verrader : Mc
14,17-21 - Mt
26,20-25 - Lc
22,14 .
322. Instelling van de eucharistie : Mc
14,22-25 - Mt
26,26-29 - Lc
22,15-20 .
328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening
: Mc
14,26-31 - Mt
26,30-35 - Lc
22,39 .
329. Jezus in Getsemane : Mc
14,32-42 - Mt
26,36-46 - Lc
22,40-46 .
330. Gevangenneming van Jezus : Mc
14,43-52 - Mt
26,47-56 - Lc
22,47-53 .
331. Naar de hogepriester : Mc
14,53-54 - Mt
26,57-58 - Lc
22,54-55 .
332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc
14,55-64 -
Mt 26,59-66 - Lc
22,66-71 .
333. Bespotting van Jezus : Mc
14,65 - Mt
26,67-68 - Lc
22,63-65 .
334. Verloochening van Petrus : Mc
14,66-72 - Mt
26,69-75 - Lc
22,56-62 .
317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 -
| Mc 14,1 - Mc 14,1 : 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [1] After two days was the feast of the passover, and of
unleavened bread: and the chief priests and the scribes sought how they might
take him by craft, and put him to death.
Luther-Bibel . 1 Es waren noch zwei Tage bis zum Passafest und den Tagen der
Ungesäuerten Brote. Und die Hohenpriester und Schriftgelehrten suchten, wie
sie ihn mit List ergreifen und töten könnten.
Tekstuitleg van Mc 14,1 . Dit vers Mc 14,1 telt 23 woorden en 108 (2 X 2 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,1 is 11718 (2 X 3 X 3 X 3 X 7 X 31) .
Mc 14,1.1.
ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) .
Taalgebruik in N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (38) . Mc 14 (3) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,54 . (3) Mc
14,59 .
Mc 14,1.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
Mc 14,1.3.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc
14 (22) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,8 . (4) Mc
14,9 . (5) Mc
14,12 . (6) Mc
14,14 . (7) Mc
14,16 . (8) Mc
14,20 . (9) Mc
14,22 . (10) Mc
14,24 . (11) Mc
14,26 . (12) Mc
14,28 . (13) Mc
14,32 . (14) Mc
14,36 . (15) Mc
14,38 . (16) Mc
14,41 . (17) Mc
14,47 . (18) Mc
14,54 . (19) Mc
14,55 . (20) Mc
14,65 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,72 .
Mc 14,1.4.
pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha
(pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha
(pascha) .
Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,12 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,16 .
Mc 14,1.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
6. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc
14 (2) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,27 .
Mc 14,1.11.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
12. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ezètoun (zij zochten) van het werkw.
zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het N.T. : zèteô
(zoeken) . Taalgebruik in Mc : zèteô
(zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher
(ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Mc (4) : (1) Mc
11,18 . (2) Mc
12,12 . (3) Mc
14,1 . (4) Mc
14,55 . In 4 verzen in Mc in de imperfectumvorm . In een reeks van vier
. De imperfectumvorm om de duur van het zoeken uit te drukken . Telkens zijn
hogepriesters erbij betrokken om Jezus te zoeken met het oog om hem te doden
.
- Mc 11,18
: kai èkousan hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun
(en de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden en zij zochten) pôs
auton apolesôsin (hoe ze hem zouden uitschakelen) .
- Mc 12,12
: kai ezètoun (en zij zochten) auton kratèsai (om
hem te bemachtigen) .
- Mc 14,1
: kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis (en de hogepriesters
en de schriftgeleerden zochten) pôs auton en dolôi kratèsantes
apokteinôsin (hoe ze hem door een list te bemachtigen hem zouden
doden) .
- Mc 14,55
: oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian (maar
de hogepriesters en het hele sanhedrin zochten tegen Jezus een getuigenis) eis
to thanatôsai auton (om hem te doden) .
Mc 14,1.13.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (11) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,11 . (3) Mc
14,12 . (4) Mc
14,16 . (5) Mc
14,40 . (6) Mc
14,46 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,64 . (10) Mc
14,65 . (11) Mc
14,70 .
Mc 14,1.14.
nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus
(hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus
(hogepriester) .
Mc (11) . (1) Mc
11,18 . (2) Mc
11,27 . (3) Mc
14,1 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,53 . (6) Mc
14,55 . (7) Mc
15,1 . (8) Mc
15,3 . (9) Mc
15,10 . (10) Mc
15,11 . (11) Mc
15,31 .
Mc 14,1.15.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,1.16.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (11) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,11 . (3) Mc
14,12 . (4) Mc
14,16 . (5) Mc
14,40 . (6) Mc
14,46 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,64 . (10) Mc
14,65 . (11) Mc
14,70 .
Mc 14,1.17.
nom. + voc. + acc. mann. mv. grammateis (schriftgeleerden) van het zelfst. naamw.
grammateus (schriftgeleerde) . Taalgebruik in het N.T. : grammateus
(schriftgeleerde) . Taalgebruik in Mc : grammateus
(schriftgeleerde) .
Mc (11) : (1) Mc
1,22 . (2) Mc
2,16 . (3) Mc
3,22 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
9,11 . (6) Mc
9,14 . (7) Mc
11,18 . (8) Mc
11,27 . (9) Mc
12,35 . (10) Mc
14,1 . (11) Mc
14,53 . Nom. (10) . Acc. (1) : Mc
9,14 .
Mc 14,1.13.
- 17. hoi archiereis kai hoi grammateis (de hogepriesters en de schriftgeleerden)
. Mc (2) : (1) Mc
11,18 . (2) Mc
14,1 .
+ hoi presbuteroi (of andere volgorde , waarbij hoi archiereis = de hogepriesters
als eerste staan) .
- Mc 11,18
: kai ezètoun pôs auton apolesôsin (en zij zochten hoe ze
hem zouden opruimen) .
- Mc 14,1
: kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis pôs auton en dolô(i)
kratèsantes (en de hogepriesters en de schriftgeleerden zochten hoe ze
hem - met een list overmeesterd - zouden doden) .
18. pôs (hoe) . Taalgebruik in het N.T. : pôs
(hoe) . Taalgebruik in Mc : pôs
(hoe) . Vragend of onbepaald voornaamw. van wijze .
Mc 14 (2) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,11 . Een vorm van zèteô (zoeken)
gevolgd door pôs (hoe) : (1) Mc
11,18 . (2) Mc
14,1 . (3) Mc
14,11 .
19. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
20. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en
(in) . Taalgebruik in Mc : en
(in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans .
Mc 14 (7) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,2 . (3) Mc
14,3 . (4) Mc
14,6 . (5) Mc
14,25 . (6) Mc
14,49 . (7) Mc
14,66 .
| Mc 14,2 - Mc 14,2 : 317. Complot tegen Jezus : Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,1 - Mc 14,2 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [2] But they said, Not on the feast day, lest there be an
uproar of the people.
Luther-Bibel . 2 Denn sie sprachen: Ja nicht bei dem Fest, damit es nicht einen
Aufruhr im Volk gebe.
Tekstuitleg van Mc 14,2 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,7 . (4) Mc
14,40 . (5) Mc
14,56 . (6) Mc
14,70 .
318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 -
| Mc 14,3 - Mc 14,3 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [3] And being in Bethany in the house of Simon the leper,
as he sat at meat, there came a woman having an alabaster box of ointment of
spikenard very precious; and she brake the box, and poured it on his head.
Luther-Bibel . 3 Und als er in Betanien war im Hause Simons des Aussätzigen
und saß zu Tisch, da kam eine Frau, die hatte ein Glas mit unverfälschtem und
kostbarem Nardenöl, und sie zerbrach das Glas und goss es auf sein Haupt.
Tekstuitleg van Mc 14,3 .
Mc 14,3.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,3.3.
voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) pers. voornaamw. autos . Taalgebruik
in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 14 (15) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,21 . (5) Mc
14,23 . (6) Mc
14,32 . (7) Mc
14,33 . (8) Mc
14,35 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,56 . (12) Mc
14,57 . (13) Mc
14,58 . (14) Mc
14,63 . (15) Mc
14,65 .
Mc 14,3.5.
bèthania (Betanië) . Taalgebruik in het N.T. : bèthania
(Bethanië) . Taalgebruik in Mc : bèthania
(Bethanië) . Plaatsnaam . De getalwaarde van het woord Bèthania
(Betanië) = 2 + 8 + 9 + 1 + 50 + 10 + 1 = 81 . Een vorm van Betanië
(4) .
- apo bèthanias (van Betanië) . Mc (1) : Mc
11,12 .
- eis bèthanian (naar Bethanië) . Mc (2) : (1) Mc
11,1 . (2) Mc
11,11 .
- en bèthania(i) (in Betanië) . Mc (1) : Mc
14,3 .
Mc 14,3.12.
part. praes. gen. mann. enk. katakeimenou (terwijl hij aanligt) van het werkw.
katakeimai (neerliggen) . Taalgebruik in het N.T. : katakeimai
(neerliggen) . Taalgebruik in Mc : katakeimai
(neerliggen) .
Mc (1) : Mc
14,3 . Een vorm van katakeimai (neerliggen) in Mc (4) : (1) Mc
1,30 . (2) Mc
2,4 . (3) Mc
2,15 . (4) Mc
14,3 .
Mc 14,3.13.
voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) pers. voornaamw. autos . Taalgebruik
in het N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (143) . Mc 14 (15) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,21 . (5) Mc
14,23 . (6) Mc
14,32 . (7) Mc
14,33 . (8) Mc
14,35 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,56 . (12) Mc
14,57 . (13) Mc
14,58 . (14) Mc
14,63 . (15) Mc
14,65 .
Mc 14,3.15.
nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè
(vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè
(vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat.
femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc
5,25 . (2) Mc
5,33 . (3) Mc
7,25 . (4) Mc
7,26 . (5) Mc
12,22 . (6) Mc
12,23 . (7) Mc
14,3 .
Mc 14,3.6.
- 13.
- Mc 2,15
: katakeisthai auton en tè(i) oikia(i) autou (dat hij 'aan'ligt in diens
huis) .
- Mc 14,3
: en tè(i) oikia(i) simônos tou leprou katakeimenou autou (terwijl
hij aanligt in het huis van Simon de melaatse).
STAP VOOR STAP !
In Mc
2,15 ligt Jezus aan in het huis van een tollenaar , in Mc
14,3 in het huis van Simon de melaatse .
27. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
| Mc 14,4 - Mc 14,4 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [4] And there were some that had indignation within themselves,
and said, Why was this waste of the ointment made?
Luther-Bibel . 4 Da wurden einige unwillig und sprachen untereinander: Was soll
diese Vergeudung des Salböls?
Tekstuitleg van Mc 14,4 . Het vers Mc 14,4 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 78 (2 X 39) letters . De getalwaarde van Mc 14,4 is 8889 (3 X 2963) .
Mc 14,4.1.
imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik
in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (16) : (1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,6 . (3) Mc
2,15 . (4) Mc
2,18 . (5) Mc
4,1 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,34 . (8) Mc
6,44 . (9) Mc
8,9 . (10) Mc
9,4 . (11) : Mc
10,32 . (12) Mc
12,20 . (13) (1) Mc
14,4 . (14) Mc
14,40 . (15) Mc
14,56 . (16) Mc
15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) :
(1) Mc
2,6 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
9,4 . (4) Mc
10,32 . (5) Mc
14,4 . (6) Mc
14,40 . (7) Mc
15,40 .
Mc 14,4.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149) . Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
Mc 14,4.1. - 2. hèsan de (zij waren echter) . Mc (5) . In 4 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,6 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 14,4 . (4) Mc 15,40 + Mc 8,9 .
Mc 14,4.5. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .
| Mc 14,5 - Mc 14,5 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [5] For it might have been sold for more than three hundred
pence, and have been given to the poor. And they murmured against her.
Luther-Bibel . 5 Man hätte dieses Öl für mehr als dreihundert Silbergroschen
verkaufen können und das Geld den Armen geben. Und sie fuhren sie an.
Tekstuitleg van Mc 14,5 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,7 . (4) Mc
14,40 . (5) Mc
14,56 . (6) Mc
14,70 .
4. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
13. dat. man. en onz. mv. ptôchois (armen) van het bijvoegl. naamw. ptôchos (arme) . Taalgebruik in het N.T. : ptôchos (arme) . Taalgebruik in Mc : ptôchos (arme) . Mc (2) : (1) Mc 10,21 . (2) Mc 14,5 .
14. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,6 - Mc 14,6 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [6] And Jesus said, Let her alone; why trouble ye her? she
hath wrought a good work on me.
Luther-Bibel . 6 Jesus aber sprach: Lasst sie in Frieden! Was betrübt ihr sie?
Sie hat ein gutes Werk an mir getan.
Tekstuitleg van Mc 14,6 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
3. nom. mann. enk. Ièsous . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .
6. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het
N.T. : voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (14) : (1) Mc
1,31 . (2) Mc
4,30 . (3) Mc
6,17 . (4) Mc
6,26 . (5) Mc
6,28 . (6) Mc
8,35 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,11 . (9) Mc
10,15 . (10) Mc
11,2 . (11) Mc
11,13 . (12) Mc
12,21 . (13) Mc
12,23 . (14) Mc
14,6 .
11. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl.
naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos
(goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos
(goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc
7,27 . (2) Mc
9,5 . (3) Mc
9,42 . (4) Mc
9,43 . (5) Mc
9,45 . (6) Mc
9,47 . (7) Mc
9,50 . (8) Mc
14,6 . (9) Mc
14,21.
| Mc 14,7 - Mc 14,7 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [7] For ye have the poor with you always, and whensoever
ye will ye may do them good: but me ye have not always.
Luther-Bibel . 7 Denn ihr habt allezeit Arme bei euch, und wenn ihr wollt, könnt
ihr ihnen Gutes tun; mich aber habt ihr nicht allezeit.
Tekstuitleg van Mc 14,7 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,7 . (4) Mc
14,40 . (5) Mc
14,56 . (6) Mc
14,70 .
8. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
16. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
| Mc 14,8 - Mc 14,8 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [8] She hath done what she could: she is come aforehand
to anoint my body to the burying.
Luther-Bibel . 8 Sie hat getan, was sie konnte; sie hat meinen Leib im Voraus
gesalbt für mein Begräbnis.
Tekstuitleg van Mc 14,8 .
6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
| Mc 14,9 - Mc 14,9 : 318. Zalving van Jezus te Betanië : Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,3 - Mc 14,4 - Mc 14,5 - Mc 14,6 - Mc 14,7 - Mc 14,8 - Mc 14,9 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [9] Verily I say unto you, Wheresoever this gospel shall
be preached throughout the whole world, this also that she hath done shall be
spoken of for a memorial of her.
Luther-Bibel . 9 Wahrlich, ich sage euch: Wo das Evangelium gepredigt wird in
aller Welt, da wird man auch das sagen zu ihrem Gedächtnis, was sie jetzt getan
hat.
Tekstuitleg van Mc 14,9 . Het vers Mc 14,9 telt 21 (3 X 7) woorden en 104 (2 X 2 X 2 X 13) letters . Het getalwaarde van Mc 14,9 is 10597 (priemgetal) .
1. amèn (amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in het N.T. : amèn
(amen, ja, voorwaar) . Taalgebruik in Mc : amèn
(amen, ja, voorwaar) . Het maakt deel uit van de formule amèn...
legô humin (voorwaar ik zeg jullie) .
Mc (13) (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) .
(12) . (13) .
Mc 14,9.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
In Mc 14,6-9 reageert Jezus opvallend positief tegen de negatieve reactie van
de leerlingen .
1. - 4. amèn (de) legô humin (voorwaar - echter - ik zeg jullie) . Mc (13) (1) . (2) . (3) . (4) . (5) . (6) . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) . (13) .
Mc 14,9.8.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,8 . (4) Mc
14,9 . (5) Mc
14,12 . (6) Mc
14,14 . (7) Mc
14,16 . (8) Mc
14,20 . (9) Mc
14,22 . (10) Mc
14,24 . (11) Mc
14,26 . (12) Mc
14,28 . (13) Mc
14,32 . (14) Mc
14,36 . (15) Mc
14,38 . (16) Mc
14,41 . (17) Mc
14,47 . (18) Mc
14,54 . (19) Mc
14,55 . (20) Mc
14,65 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,72 .
9. accusatief onzijdig enkelvoud euaggelion (evangelie) . Taalgebruik in het
N.T. : euaggelion
(evangelie) . Taalgebruik in Mc : euaggelion
(evangelie) . eu-aggelion = goede boodschap . Lat. evangelium . Fr. évangile
. D. Evangelium . E. gospel .
Mc (4) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
13,10 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
16,15 .
Mc 14,9.8. - 9. to euaggelion (het evangelie) . Een vorm van euaggelion (goede boodschap) in Mc (8) ; gen. (3) , dat. (1) , acc. (4) . Elke vorm wordt voorafgegaan door het bepaald lidwood : gen. (tou) , dat. tô(i) , acc. to .
11. kosmos (wereld) . Taalgebruik in het N.T. : kosmos
(wereld) . Taalgebruik in Mc : kosmos
(wereld) .
Mc (3) : (1) Mc
8,36 . (2) Mc
14,9 . (3) Mc
16,15 .
12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (12) : (1) Mc
14,8 . (2) Mc
14,9 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,33 . (5) Mc
14,39 . (6) Mc
14,47 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,58 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,62 . (11) Mc
14,67 . (12) Mc
14,71 .
14. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
21. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .
319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 -
| Mc 14,10 - Mc 14,10 : 319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [10] And Judas Iscariot, one of the twelve, went unto the
chief priests, to betray him unto them.
Luther-Bibel . 10 Und Judas Iskariot, einer von den Zwölfen, ging hin zu den
Hohenpriestern, dass er ihn an sie verriete.
Tekstuitleg van Mc 14,10 . Mc 14,10 // Mt 26,14
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
9. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .
8. apèlthen (hij ging weg) zie : erchontai
(zij gaan) in 12 verzen bij Marcus, zie Mc 11,1 : Mc
11,1-10 . Indicatief aorist 3de persoon enkelvoud van het
werkwoord ap-erchomai (weg-gaan). Bij Marcus wordt het in 9 verzen gebruikt.
Het weg-gaan houdt vaak een keuze in. Het weg-gaan van Mc
14,10 is een gaan, maar is tegelijkertijd een afstand nemen van, het verlaten
van Jezus en de twaalf. In Mc
3,13-19 wordt verhaald over de roeping van de twaalf. Judas hoort bij de
twaalf. In Mc
14,10 verbreekt Judas zijn toebehoren tot de twaalf. Judas gaat naar de
hogepriesters; hij is een overloper en zoekt een gelegenheid om Jezus aan de
hogepriesters over te leveren. Judas ruilt het leerling-zijn voor spion; hij
verzamelt de nodige informatie om Jezus over te leveren. Of is het toch iets
complexer?
Het breekpunt bij Judas lijkt de zalving van Jezus te Betanië - Mc
14,3-9 - te zijn. Voor 300 denariën is daar verspild. Heeft Jezus zich
overgegeven aan personencultus, aan rijkdom terwijl er zoveel armen zijn. Voor
Judas is het nu genoeg geweest. De maat is vol. Hij neemt het initiatief om
Jezus zijn leiderschap af te nemen; hij ruimt hem uit de weg. Voor dertig zilverlingen
gaat Judas Jezus overleveren.
Of gaat het om een liefdesaffaire? Kan Judas het niet verdragen dat een vrouw
zoveel liefde aan Jezus betuigt? Kan hij het ook niet verdragen dat Jezus haar
laat begaan?
Het gebeuren - de zalving van Betanië - lijkt wel de aanleiding waardoor
het drama wordt ingezet. Bij Johannes de Doper is het Herodias die uit is op
de overlevering - Mc
1,14-15 - en de dood van Johannes de Doper - Mc
6,17-29 - . In beide gevallen speelt een vrouw een beslissende rol.
Of lopen de visies van Jezus en van Judas uiteen? Is Judas ervan overtuigd dat
de slag om Jerruzalem weldra zal plaats vinden, dat er wapens nodig zijn, dat
list en omkoperij een belangrijke rol zullen spelen. Is Judas zo corrupt geworden
dat hij voor het geld, voor dertig zilverlingen Jezus in handen wil spelen.
Is de opgegeven reden - verspilling en geld voor de armen - geen verbloeming
van andere redenen? Heeft Judas de hogepriesters willen omkopen voor een gewapende
opstand en is hij er door de hogepriesters ingeluisd. Had Judas de hogepriesters
en het sanhedrin willen betrekken bij een opstand? Wat was de bedoeling van
de nachtelijke ontmoeting in de hof van Olijven? Waarom was het sanhedrin bijeen?
Dat heb je toch niet zomaar bijeen. En de Romeinen zouden toch argwaan gehad
hebben bij zoveel joodse beweging. Was er een feest die nacht? Pesach? Herdenking
van de uittocht uit Egypte?
Er was al eerder spanning geweest tussen Petrus en Jezus over de te volgen weg.
Jezus is van plan om naar Jeruzalem te gaan om er als martelaar te sterven -
Mc 8,31-32
- . Dat wijst Petrus resoluut af - Mc
8,32-33 - . Jezus moet hem tot de orde roepen en duidelijk maken dat hij
de lijn uitzet, de weg bepaalt, de leiding heeft.
Er was al eerder naijver van leerlingen geweest tegenover Jezus waarom zij bepaalde
demonen niet konden uitdrijven - Mc
9,14-29 - . Er was ook naijver onder elkaar om de voornaamste plaats - Mc
10,35-40 - . Bij het verhaal van de zalving komt de verdeeldheid tussen
sommige leerlingen en Jezus in het openbaar. Jezus verdedigt de vrouw en praat
het gebeuren goed, maar zo heeft Judas het niet begrepen.
Wellicht wekt het weggaan van Judas geen argwaan bij de andere medeleerlingen.
Waarschijnlijk gaat hij meer dan eens erop uit om armen te bezoeken en geldelijk
te ondersteunen. Jezus heeft het wel door, maar brengt het niet in de openbaarheid.
Of gaat Judas iets anders doen dan armen helpen? Bereidt hij de opstand voor?
In Mc 14 is vaak sprake van paradidômi (overleveren). Dit is de eerste maal in dit hoofdstuk. Wat reeds lang woekerde, krijgt nu concrete vorm : Judas Iskarit, één van de twaalf, één uit Jezus'intieme kring gaat naar de hogepriesters om hem over te leveren. De geestelijke overheid zocht al langer een gelegenheid om Jezus te grijpen, te veroordelen en te executeren. Ook de wereldlijke overheid was gevaarlijk omwille van haar onbetrouwbaarheid.
11. acc. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (11) . (1) Mc 11,18 . (2) Mc 11,27 . (3) Mc 14,1 . (4) Mc 14,10 . (5) Mc 14,53 . (6) Mc 14,55 . (7) Mc 15,1 . (8) Mc 15,3 . (9) Mc 15,10 . (10) Mc 15,11 . (11) Mc 15,31 .
13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
14. paradoi (hij zou overleveren) zie : paradidômi (overleveren) bij Marcus, zie Mc 1,14 .
| Mc 14,11 - Mc 14,11 : 319. Verraad van Judas : Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,10 - Mc 14,11 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [11] And when they heard it, they were glad, and promised
to give him money. And he sought how he might conveniently betray him.
Luther-Bibel . 11 Als die das hörten, wurden sie froh und versprachen, ihm Geld
zu geben. Und er suchte, wie er ihn bei guter Gelegenheit verraten könnte.
Tekstuitleg van Mc 14,11 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
3. act. part. aor. nom. mv. akousantes van het werkw. akouô (horen)
. Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie
Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren ,
aanhoren) -> écouter .
Mc (7) : (1) Mc
3,21 . (2) Mc
4,18 . (3) Mc
6,29 . (4) Mc
10,41 . (5) Mc
14,11 . (6) Mc
15,35 . (7) Mc
16,11 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
13. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
320. Voorbereiding van het paasmaal : Mc 14,12-16 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 -
| Mc 14,12 - Mc 14,12 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [12] And the first day of unleavened bread, when they killed
the passover, his disciples said unto him, Where wilt thou that we go and prepare
that thou mayest eat the passover?
Luther-Bibel . 12 Und am ersten Tage der Ungesäuerten Brote, als man das Passalamm
opferte, sprachen seine Jünger zu ihm: Wo willst du, dass wir hingehen und das
Passalamm bereiten, damit du es essen kannst?
Tekstuitleg van Mc 14,12 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
5. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
7. hote (toen) . Taalgebruik in het N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 . (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .
8. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
9. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .
| Mc 14,13 - Mc 14,13 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [13] And he sendeth forth two of his disciples, and saith
unto them, Go ye into the city, and there shall meet you a man bearing a pitcher
of water: follow him.
Luther-Bibel . 13 Und er sandte zwei seiner Jünger und sprach zu ihnen: Geht
hin in die Stadt, und es wird euch ein Mensch begegnen, der trägt einen Krug
mit Wasser; folgt ihm
Tekstuitleg van Mc 14,13 .
Mc 14,13.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
4. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
2. - 6. apostellei duo tôn mathètôn autou (hij zendt twee van zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc 11,1 . (2) Mc 14,13 .
Mc 14,13.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,13.8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
10. act. imperat. praes. 2de pers. mv. hupagete (ga weg, vertrek)
van het werkw. hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in het
N.T. : hupagô
(onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in Mc : hupagô
(onder iets brengen, weggaan) .
Mc (4 : vierkant ABCD) : (1) Mc
6,38 (A) . (2) Mc
11,2 (B) . (3) Mc
14,13 (C) . (4) Mc
16,7 (D) . In 3 verzen is het een woord van Jezus : (1) Mc
6,38 . (2) Mc
11,2 . (3) Mc
14,13 .
- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc
6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc
16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) . Zijde A-D van het vierkant
ABCD .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij
zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc
11,2 . (2) Mc
14,13 . Zijde BC van het vierkant ABCD .
7. - 13. kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 .
Mc 14,13.14.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,13.17. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) . Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .
Mc 14,13.19.
gen. onz. enk. hudatos (water) van het zelfst. naamw. hudôr (water) .
Taalgebruik in het N.T. : hudôr
(water) . Taalgebruik in Mc : hudôr
(water) . Hebr. majim (wateren) . Lat. : aqua . Fr. : eau .
Mc (3) : (1) Mc
1,10 . (2) Mc
9,41 . (3) Mc
14,13 .
Duality
- apostellei duo tôn mathètôn autou (hij zendt twee van
zijn leerlingen) . Mc (2) : (1) Mc
11,1 . (2) Mc
14,13 .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij
zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc
11,2 . (2) Mc
14,13 .
| Mc 14,14 - Mc 14,14 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [14] And wheresoever he shall go in, say ye to the goodman
of the house, The Master saith, Where is the guestchamber, where I shall eat
the passover with my disciples?
Luther-Bibel . 14 und wo er hineingeht, da sprecht zu dem Hausherrn: Der Meister
lässt dir sagen: Wo ist der Raum, in dem ich das Passalamm essen kann mit meinen
Jüngern?
Tekstuitleg van Mc 14,14 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
8. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
11. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
14. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
19. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .
20. meta (na , met) . Taalgebruik in het N.T. : meta (na , met) . Taalgebruik in Mc : meta (na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im . Lat. cum . Ned. met . Fr. avec (met) ; après (na , < ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen , ) . Mc 14 (10) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,17 . (4) Mc 14,28 . (5) Mc 14,43 . (6) Mc 14,48 . (7) Mc 14,54. (8) Mc 14,62 . (9) Mc 14,67 . (10) Mc 14,70 .
21. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
22. gen.mann. mv. mathètôn (met zijn leerlingen) . Zelfstandig naamwoord mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Mc (8) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 7,2 . (3) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (4) Mc 10,46 . (5) Mc 11,1 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (6) Mc 13,1 (heis tôn mathètôn autou = één van zijn leerlingen) . (7) Mc 14,13 (duo tôn mathètôn autou = twee van zijn leerlingen) . (8) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .
20. - 22. meta tôn mathètôn (met de leerlingen) . Mc (3) : (1) Mc 3,7 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (2) Mc 8,10 (meta tôn mathètôn autou = met zijn leerlingen) . (3) Mc 14,14 (meta tôn mathètôn mou = met mijn leerlingen) .
| Mc 14,15 - Mc 14,15 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [15] And he will shew you a large upper room furnished and
prepared: there make ready for us.
Luther-Bibel . 15 Und er wird euch einen großen Saal zeigen, der mit Polstern
versehen und vorbereitet ist; dort richtet für uns zu.
Tekstuitleg van Mc 14,15 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
3. pers. voornaamw. dat. mv. hèmin (ons) van het pers. voornaamw. hèmeis
. Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (9) : (1) Mc
1,24 . (2) Mc
9,22 . (3) Mc
9,38 . (4) Mc
10,35 . (5) Mc
10,37 . (6) Mc
12,19 . (7) Mc
13,4 . (8) Mc
14,15 . (9) Mc
16,3 .
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
10. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .
| Mc 14,16 - Mc 14,16 : 320. Voorbereiding van het paasmaal : Taalgebruiken -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- Mc 14,12 - Mc 14,13 - Mc 14,14 - Mc 14,15 - Mc 14,16 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [16] And his disciples went forth, and came into the city,
and found as he had said unto them: and they made ready the passover.
Luther-Bibel . 16 Und die Jünger gingen hin und kamen in die Stadt und fanden's,
wie er ihnen gesagt hatte, und bereiteten das Passalamm.
Tekstuitleg van Mc 14,16 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
5. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
10. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
15. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
17. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
18. pascha (pascha) . Taalgebruik in het N.T. : pascha (pascha) . Taalgebruik in Mc : pascha (pascha) . Mc (4 verzen , 5X) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,12 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,14 . (5) Mc 14,16 .
321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 -
| Mc 14,17 - Mc 14,17 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And in the evening he cometh with the twelve.
Luther-Bibel . 17 Und am Abend kam er mit den Zwölfen.
Tekstuitleg van Mc 14,17 . Dit vers Mc 14,17 telt 7 woorden en 37 letters . De getalwaarde van Mc 14,17 is 4794 (2 X 3 X 17 X 47) .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
2. genitief vrouwelijk enkelvoud opsias ('s avonds) . Taalgebruik in het N.T.
: opsia
(avond) . Taalgebruik in Mc : opsia
(avond) . D. Abend . E. evening . Lat. ad vesperas . Gr. hespera . Lat.
serus (serenade) . Fr. soir . Bij de joden begint de nieuwe dag met het vallen
van de avond , na zonsondergang .
Mc (6) : (1) Mc
1,32 . (2) Mc
4,35 . (3) Mc
6,47 . (4) Mc
11,11 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
15,42 .
1. - 2. kai opsias (en 's avonds) . Taalgebruik : opsias ('s avonds) , zie Mc 1,32 . In twee verzen in de bijbel en in het N.T. : (1) Mc 6,47 . (2) Mc 14,17 .
3. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw.
ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai
(worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai
(worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc
1,32 . (2) Mc
4,35 . (3) Mc
6,47 . (4) Mc
14,17 . (5) Mc
15,42 . + 4 : (1) Mc
4,17 . (2) Mc
6,21 . (3) Mc
6,35 . (4) Mc
15,33 .
6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
| Mc 14,18 - Mc 14,18 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [18] And as they sat and did eat, Jesus said, Verily I say
unto you, One of you which eateth with me shall betray me.
Luther-Bibel . 18 Und als sie bei Tisch waren und aßen, sprach Jesus: Wahrlich,
ich sage euch: Einer unter euch, der mit mir isst, wird mich verraten.
Tekstuitleg van Mc 14,18 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
4. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
7. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
12. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
| Mc 14,19 - Mc 14,19 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [19] And they began to be sorrowful, and to say unto him
one by one, Is it I? and another said, Is it I?
Luther-Bibel . 19 Und sie wurden traurig und fragten ihn, einer nach dem andern:
Bin ich's?
Tekstuitleg van Mc 14,19 .
3. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
7. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata
(tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc
4,10 . (2) Mc
5,13 . (3) Mc
6,40 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
11,25 . (6) Mc
13,8 . (7) Mc
14,19 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
15,6 .
| Mc 14,20 - Mc 14,20 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [20] And he answered and said unto them, It is one of the
twelve, that dippeth with me in the dish.
Luther-Bibel . 20 Er aber sprach zu ihnen: Einer von den Zwölfen, der mit mir
seinen Bissen in die Schüssel taucht.
Tekstuitleg van Mc 14,20 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
1. - 4. ho de ... eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 10,3 . (5) Mc 14,20 .
6. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
13. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
| Mc 14,21 - Mc 14,21 : 321. Aanduiding van de verrader : Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,17 - Mc 14,18 - Mc 14,19 - Mc 14,20 - Mc 14,21 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [21] The Son of man indeed goeth, as it is written of him:
but woe to that man by whom the Son of man is betrayed! good were it for that
man if he had never been born.
Luther-Bibel . 21 Der Menschensohn geht zwar hin, wie von ihm geschrieben steht;
weh aber dem Menschen, durch den der Menschensohn verraten wird! Es wäre für
diesen Menschen besser, wenn er nie geboren wäre.
Tekstuitleg van Mc 14,21 .
Mc 14,21 A. hoti (want) ho men (enerzijds) huios tou anthrôpou
(de mensenzoon) hupagei (gaat heen) kathôs (zoals) gegraptai (geschreven
staat) peri autou (over hem)
B. ouai (wee) de (anderzijds) tôi anthrôpôi ekeinôi
(die mens) di'hou (door wie) ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) paradidotai
(wordt overgeleverd)
C. (het zou) kalon (beter) (zijn) autôi (voor hem) ei (als) ouk (hij niet)
egennèthè (geboren was) ho anthrôpos ekeinos (die mens).
Er zijn drie zinnen. De eerste zin handelt over de mensenzoon, de derde zin
over de overleveraar en de tweede zin combineert de twee : de mensenzoon (de
overgeleverde) en de overleveraar. De twee eerste zinnen (A en B) worden met
elkaar verbonden door de voegwoorden men (enerzijds) de (anderzijds). De twee
laatste zinnen (B en C) vatten aan met een tegenstelling : ouai (wee) en kalon
(het ware beter geweest). Iedere zin is onderverdeeld in een hoofdzin en een
ondergeschikte zin. De eerste zin telt : 6 + 4 woorden, 11 + 9 lettergrepen;
de tweede zin : 5 + 7 woorden, 10 + 14 lettergrepen; de derde zin : 2 + 6 woorden,
4 + 13 lettergrepen. In totaal : 10 + 12 + 8 = 30 woorden , 20 + 24 + 17 = 61
lettergrepen. De hoofdzinnen van de tweede en de derde zin zijn gelijkaardig
opgebouwd. Aan de uitersten van het geheel staat enerzijds (A) ho huios tou
anthrôpou (de mensenzoon) en anderzijds (C) ho anthrôpos ekeinos
(die mens) of de overgeleverde en de overleveraar. Ze functioneren als onderwerp
van de hoofdzin (A) en de bijzin (C). Ho huios tou antrôpou (de mensenzoon)
bevat 4 woorden en 7 lettergrepen, het woord ho anthrôpos ekeinos (die
mens) 4 woorden en 7 lettergrepen, samen 7 woorden en 14 lettergrepen. De twee
woorden Ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) en ho anthroopos ekeinos
(die mens) komen in de tweede zin voor (B) maar dan in omgekeerde volgorde en
wel zo dat ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) in de ondergeschikte
zin staat en ho anthrôpos ekeinos (die mens) in de hoofdzin. In A en C
is het precies omgekeerd : ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon) staat
in de hoofdzin en ho anthrôpos ekeinos (die mens) in de bijzin. Zo is
er een chiastische structuur tussen de hoofdzin van de eerste zin (A) en de
ondergeschikte zin van de tweede zin (B). Zo is dat ook het geval met de tweede
en de derde zin.
In de eerste zin is er sprake van "weggaan" dat wijst op Jezus'dood.
In de laatste zin is er sprake van geboren worden : de mensenzoon gaat weg...
ware niet geboren die mens. De relatie tussen de twee wordt gegeven door het
woord paradidotai (wordt overgeleverd). Ofschoon de eerste zin wordt geformuleerd
als een noodzaak (kathôs gegraptai : zoals geschreven staat), de derde
zin drukt een wens in de irreële wijze uit.
Er is een spanning bij wat gebeurt. Het moet ergens een goddelijke bedoeling
hebben. Dit sluit echter de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid niet
uit.
1. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
13. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
15. dat. mann. enk. anthrôpô(i) (aan de mens) van het zelfstandig
naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (3) : (1) Mc
3,3 . (2) Mc
3,5 . (3) Mc
14,21 . Een vorm van anthrôpos (mens) in 53 verzen .
23. pass. ind. praes. 3de pers. enk. paradidotai (hij wordt overgeleverd) van het werkw. paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Mc (3) : (1) Mc 9,31 . (2) Mc 14,21 . (3) Mc 14,41 .
24. nom. onz. enk. + acc. mann. + onz. enk. kalon (goed) van het bijvoegl.
naamw. kalos (goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in het N.T. : kalos
(goed, mooi, schoon) . Taalgebruik in Mc : kalos
(goed, mooi, schoon) .
Mc (9) : (1) Mc
7,27 . (2) Mc
9,5 . (3) Mc
9,42 . (4) Mc
9,43 . (5) Mc
9,45 . (6) Mc
9,47 . (7) Mc
9,50 . (8) Mc
14,6 . (9) Mc
14,21.
30. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (14) : (1) Mc
1,23 . (2) Mc
2,27 . (3) Mc
3,1 . (4) Mc
4,26 . (5) Mc
5,2 . (6) Mc
7,11 . (7) Mc
8,37 . (8) Mc
10,7 . (9) Mc
10,9 . (10) Mc
12,1 . (11) Mc
13,34 . (12) Mc
14,13 . (13) Mc
14,21 . (14) Mc
15,39 .
322. Instelling van de eucharistie : Mc 14,22-25 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 -
| Mc 14,22 - Mc 14,22 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [22] And as they did eat, Jesus took bread, and blessed,
and brake it, and gave to them, and said, Take, eat: this is my body.
Luther-Bibel . 22 Und als sie aßen, nahm Jesus das Brot, dankte und brach's
und gab's ihnen und sprach: Nehmet; das ist mein Leib.
Tekstuitleg van Mc 14,22 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
8. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
11. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
16. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
| Mc 14,23 - Mc 14,23 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [23] And he took the cup, and when he had given thanks,
he gave it to them: and they all drank of it.
Luther-Bibel . 23 Und er nahm den Kelch, dankte und gab ihnen den; und sie tranken
alle daraus.
Tekstuitleg van Mc 14,23 .
Mc 14,23.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,23.3.
nom. + acc. onz. enk. potèrion (beker) . Taalgebruik in het N.T. : potèrion
(beker) . Taalgebruik in Mc : potèrion
(beker) .
(1) Mc
9,41 . (2) Mc
10,38 . (3) Mc
10,39 . (4) Mc
14,23 . (5) Mc
14,36 .
Mc 14,23.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,24 - Mc 14,24 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [24] And he said unto them, This is my blood of the new
testament, which is shed for many.
Luther-Bibel . 24 Und er sprach zu ihnen: Das ist mein Blut des Bundes, das
für viele vergossen wird.
Tekstuitleg van Mc 14,24 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
7. nom. + acc. onz. enk. haima (bloed) van het zelfst. naamw. haima (bloed) . Taalgebruik in het NT : haima (bloed) . Taalgebruik in de LXX : haima (bloed) . Hebr. dâm (bloed, bloedschuld) . Taalgebruik in Tenakh : dâm (bloed, bloedschuld) . Mt (5) : (1) Mt 16,17 . (2) Mt 23,35 . (3) Mt 26,28 . (4) Mt 27,4 . (5) Mt 27,25 . Mc (1) : Mc 14,24 . Lc (2) : (1) Lc 11,50 . (2) Lc 13,1 . Joh (5) : (1) Joh 6,53 . (2) Joh 6,54 . (3) Joh 6,55 . (4) Joh 6,56 . (5) Joh 19,34 . Hnd (6) : (1) Hnd 2,19 . (2) Hnd 2,20 . (3) Hnd 5,28 . (4) Hnd 18,6 . (5) Hnd 21,25 . (6) Hnd 22,20 .
| bijbel | OT | NT | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. | P. | A. b. | ||
| nom. + acc. onz. enk. haima | 225 | 183 | 42 | 5 | 1 | 2 | 5 | 6 | 12 | 11 | 8 | 13 | 10 | 2 |
6. - 8. to haima mou (mijn bloed) . NT (3) : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 14,24 . (3) Joh 6,55 .
9. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
10. gen. vr. enk. diathèkès van het zelfst. naamw. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . Taalgebruik in de LXX : diathèkè (verbond) . Taalgebruik in Lc. : diathèkè (verbond) . Hebr. bërîth (verbond) . Taalgebruik in Tenach : bërîth (verbond) . Lat. testamentum . E. testament . Ned. testament, verbond . D. Bund . Fr. alliance . Bijbel (128) . OT (103) . NT (15) : (1) Mt 26,28 . (2) Mc 14,24 . (3) Lc 1,72 . (4) Hnd 3,25 . (5) 2 Kor 3,6 . (6) 2 Kor 3,14 . (7) Heb 7,22 . (8) Heb 8,6 . (9) Heb 9,4 . (10) Heb 9,15 . (11) Heb 9,20 . (12) Heb 10,29 . (13) Heb 12,24 . (14) Heb 13,20 . (15) Apk 11,19 . Een vorm van diathèkè (verbond) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,72 . (2) Lc 22,20 . In Hnd : 2 vormen van diathèkè (verbond) in 2 verzen in 2 hoofdstukken : (1) Hnd 3,25 . (2) Hnd 7,8 . Een vorm van diathèkè (verbond) in het NT (33) , in de LXX (358) .
14. gen. mv. pollôn (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik
in het N.T. : polus
(veel) . Taalgebruik in Mc : polus
(veel) .
Mc (3) : (1) Mc
5,26 . (2) Mc
10,45 . (3) Mc
14,24 . Een vorm van polus (veel) in Mc (49) , in Mc 14 (2) : (1) Mc
14,24 . (2) Mc
14,56 .
| Mc 14,25 - Mc 14,25 : 322. Instelling van de eucharistie : Taalgebruiken -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mc 14,22 - Mc 14,23 - Mc 14,24 - Mc 14,25 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [25] Verily I say unto you, I will drink no more of the
fruit of the vine, until that day that I drink it new in the kingdom of God.
Luther-Bibel . 25 Wahrlich, ich sage euch, dass ich nicht mehr trinken werde
vom Gewächs des Weinstocks bis an den Tag, an dem ich aufs Neue davon trinke
im Reich Gottes.
Tekstuitleg van Mc 14,25 .
4. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
15. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
24. nom. + dat enk. basileia(i) (koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) . Mc (7) : (1) Mc 1,15 (nom.) . (2) Mc 3,24 (nom.) . (3) Mc 4,26 (nom.) . (4) Mc 10,14 (nom.) . (5) Mc 11,10 (nom.) . (6) Mc 13,8 (nom.) . (7) Mc 14,25 (dat.) .
328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 -
| 1. Jezus en de leerlingen | 2. Jezus | 3. Petrus | 4. Jezus | 5. Petrus | 6. andere leerlingen |
| Mc 14,26 | Mc 14,27 | Mc 14,29 | Mc 14,30 | Mc 14,31 | Mc 14,31 |
| kai (en) | ho de Petros (Petrus echter) | kai (en) | ho de (hij echter) | hôsautôs de (op gelijke wijze echter) | |
| legei ('Jezus' zegt) | efè (zei) | legei ('Jezus' zegt) | ekperissôs elalei (affirmeerde nog uitvoeriger) | kai pantes elegon (zeiden ook de anderen) | |
| autois (aan hen) | autôi (aan hem) | autôi (aan hem) | |||
| ho Ièsous (Jezus) | ho Ièsous (Jezus) | ||||
| hoti (dat) | ei (indien) | amèn legô soi hoti (voorwaar ik zeg je dat) | ean (indien)... | ||
| pantes (jullie allen) | kai pantes (zelfs allen) | su (jij)... | |||
| skandalisthèesthe (zullen geschandaliseerd worden) | skandalisthèsontai (geschandaliseerd zullen zijn) | tris me aparnèsèi (zal je me driemaal verloochenen) | ou mè se aparnèsomai (ik zal je niet verloochenen) | ||
| all'ouk egô (maar ik niet) |
| Mc 14,26 - Mc 14,26 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [26] And when they had sung an hymn, they went out into
the mount of Olives.
Luther-Bibel . 26 Und als sie den Lobgesang gesungen hatten, gingen sie hinaus
an den Ölberg.
Tekstuitleg van Mc 14,26 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
2. humnèsantes (lofgeprezen) . In 2 verzen in de bijbel : Mc 14,26 // Mt 26,30 . Gr. humneô : in hymne bezingen , roemen , huldigen . Gr. humnos = Ned . hymne . Er staat een meervoud . We veronderstellen dat het Jezus en zijn leerlingen zijn . Wellicht verlaten Jezus en zijn leerlingen met een heel verschillende gemoedsgesteldheid de plaats van het laatste avondmaal . De leerlingen zijn in een euforische stemming . Ze hebben feest gevierd , wijn gedronken , liederen gezongen . Ze zijn nog niet uitgepraat over de fijne avond en praten nog na . Jezus echter is zich bewust van wat hem gaat overkomen . Hij voelt zijn uitlevering aankomen .
3. exèlthon (zij gingen naar buiten) . Indicatief aorist 3de persoon
meervoud van exerchomai (naar buiten gaan) . In deze vorm komt het 5X voor bij
Marcus . Slechts 1X is Jezus en zijn leerlingen onderwerp . We vertalen het
werkwoord met : naar buiten gaan , erop uit trekken . Met dit werkwoord hebben
de woorden "uitgaans-leven , uitgaanswereld" te maken .
In Mc 14,12-17 stellen de leerlingen de vraag waar Jezus de paasmaaltijd willen
gebruiken . Jezus geeft hen een aantal richtlijnen , die zij uitvoeren . Het
verhaal sluit af in Mc 14,17 met de vermelding dat Jezus met zijn twaalf gaat
. De uitvoering van de opdracht begint met kai exèlthon hoi mathètai
(en de leerlingen gingen erop uit) Mc 14,16 . Mc 14,18-25 wordt omsloten door
Mc 14,16-17 en Mc 14,26 . In die omsluiting komt telkens het werkwoord exèlthon
(zij gingen erop uit) voor .
6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
| Mc 14,27 - Mc 14,27 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Jesus saith unto them, All ye shall be offended because
of me this night: for it is written, I will smite the shepherd, and the sheep
shall be scattered.
Luther-Bibel . 27 Und Jesus sprach zu ihnen: Ihr werdet alle Ärgernis nehmen;
denn es steht geschrieben (Sacharja 13,7): »Ich werde den Hirten schlagen,
und die Schafe werden sich zerstreuen.«
Tekstuitleg van Mc 14,27 . Dit vers Mc 14,27 telt 23 woorden en 125 (5 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 14,27 is 11258 (2 X 13 X 433) . 17 woorden .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
5. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
1. - 5. kai legei autois o ièsous (En Jezus zegt hen) . Mc (1) : Mc 14,27 .
6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
11. pataxô (ik zal slaan) . Taalgebruik : patassô
(slaan) , zie Mc
14,27 . Indicatief futurum eerste persoon enkelvoud van het werkwoord patassô
(slaan) . In éénentwintig verzen in de bijbel . In negentien verzen
in het O.T. . In twee verzen in het N.T. :
- patassô (slaan) .
12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
14. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
15. bep. lidw. nom. + acc. onz. mv. ta (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,27 .
| Mc 14,28 - Mc 14,28 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [28] But after that I am risen, I will go before you into
Galilee.
Luther-Bibel . 28 Wenn ich aber auferstanden bin, will ich vor euch hingehen
nach Galiläa.
Tekstuitleg van Mc 14,28 . Het vers Mc 14,28 telt 10 (2 X 5) woorden , 21 (3 X 7) lettergrepen en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Mc 14,28 is 3475 (5 X 5 X 139) . Het vers bestaat uit een hoofdzin , waarbij een infinitiefzin ingeleid door het voorzetsel meta (na) .
Mc 14,28.1.
alla (maar) . Taalgebruik in het N.T. : alla
(maar) . Taalgebruik in Mc : alla
(maar) .
Mc (30) . Mc 14 (2) : (1) Mc
14,28 . (2) Mc
14,36 .
Mc 14,28.2.
meta (met , na) . Taalgebruik in het N.T. : meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc 14 (10) : (1) Mc
14,1 (meta + acc. : na) . (2) Mc
14,14 (meta + gen. : met) . (3) Mc
14,17 (meta + gen. : met) . (4) Mc
14,28 (meta + acc. : na) . (5) Mc
14,43 (meta + gen. : met) . (6) Mc
14,48 (meta + gen. : met) . (7) Mc
14,54 (meta + gen. : met) . (8) Mc
14,62 (meta + gen. : met) . (9) Mc
14,67 (meta + gen. : met) . (10) Mc
14,70 (meta + acc. : na) .
Mc 14,28.3.
bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (22) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,8 . (4) Mc
14,9 . (5) Mc
14,12 . (6) Mc
14,14 . (7) Mc
14,16 . (8) Mc
14,20 . (9) Mc
14,22 . (10) Mc
14,24 . (11) Mc
14,26 . (12) Mc
14,28 . (13) Mc
14,32 . (14) Mc
14,36 . (15) Mc
14,38 . (16) Mc
14,41 . (17) Mc
14,47 . (18) Mc
14,54 . (19) Mc
14,55 . (20) Mc
14,65 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,72 .
Mc 14,28.2.
- 3. meta de to . Mc (1) Mc
1,14 . meta to . Mc (2) : (1) Mc
14,28 . (2) Mc
16,19 . Vermits Mc 16,9-20 als een latere toevoeging wordt beschouwd , resten
nog Mc
1,14 en Mc
14,28 . Ze zijn aan elkaar gelinkt . STAP VOOR STAP !
- Mc 1,14
: meta de to paradothènai ton Iôannèn = na echter het overgeleverd
zijn van Johannes .
- Mc 14,28
: meta to egerthènai me = na het opgewekt zijn van mij .
De overlevering gebeurde in het verleden , de opwekking moet nog in de toekomst
plaatsvinden . Toch staat in beide verzen een pass. inf. aor. . Deze twee verzen
omvatten het hele openbaar leven van Jezus .
Mc 14,28.4.
passief infinitief aorist egerthènai (opgewekt zijn) van het werkw. egeirô
(opwekken) . Taalgebruik in het N.T. : egeirô
(wekken) . Taalgebruik in Mc : egeirô
(wekken) . Wellicht wekken uit de slaap , op-wekken . Ned. wekken vlg. Lat.
vegere : flink , levendig zijn , opgewekt zijn . . Lat. resurgere . Surgere
( surrexi , surrectum ) = oprijzen , opstaan , rechtop staan . sur < super
= op , boven + regere ( rexi , rectum ) : richten (rechtop) , leiden , sturen
. -> op-richten = rechtop staan -> resurgere = opnieuw op-richten , terug
rechtop staan . Ned. rekken ( Lat. reg- ) , uitstrekken . Rectus = recht . Fr.
résurrection .
Fr. ressusciter cfr. Lat. suscitare . super : op , boven + citare (citus : vlug
, snel) : in beweging brengen . Aldus : terug in beweging brengen , heropleven
.
Fr. réveiller : wekken , ont-waken < re + vigilare (vig- wak- , wek-)
waken . Mc (1) : Mc
14,28 .
Mc 14,28.5.
pers. voornaamw. 1ste pers. acc. enk. me (mij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk
voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk
voornaamwoord .
Mc (27) . Mc 14 (8) : (1) Mc
14,18 . (2) Mc
14,28 . (3) Mc
14,30 . (4) Mc
14,31 . (5) Mc
14,42 . (6) Mc
14,48 . (7) Mc
14,49 . (8) Mc
14,72 .
1. - 5. STAP VOOR STAP !
- Mc 1,14
: meta de to paradothènai ton iôannèn (nadat echter Johannes
werd overgeleverd) .
- Mc 14,28
: alla meta to egerthènai me (maar nadat ik werd opgewekt) .
Mc 14,28.6.
act. ind. fut. 1ste pers. enk. proaksô (ik zal voorgaan) . Taalgebruik
in het N.T. :
proagô (voorleiden, voorgaan) . Taalgebruik in Mc. :
proagô (voorleiden, voorgaan) .
Mc (1) : Mc
14,28 . In het vers Mc
14,28 doet Jezus een voorzegging , in Mc
16,7 wordt die voorzegging gerealiseerd . STAP VOOR STAP !
7. persoonl. voornaamw. acc. mann. mv. humas (jullie, u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 .(3) Mc 6,11 . (4) Mc 9,19 . (5) Mc 9,41 . (6): Mc 11,29 . (7) Mc 13,5 . (8) Mc 13,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 .
Mc 14,28.8.
eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . D. nach .
E. for .
Mc 14 (20) : (1) Mc
14,4 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,13 . (6) Mc
14,16 . (7) Mc
14,18 . (8) Mc
14,19 . (9) Mc
14,20 . (10) Mc
14,26 . (11) Mc
14,28 . (12) Mc
14,32 . (13) Mc
14,38 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,43 . (16) Mc
14,47 . (17) Mc
14,54 . (18) Mc
14,55 . (19) Mc
14,60 . (20) Mc
14,68 .
Mc 14,28.9.
bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (7) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,13 . (3) Mc
14,16 . (4) Mc
14,28 . (5) Mc
14,47 . (6) Mc
14,52 . (7) Mc
14,54 .
Mc 14,28.10.
acc. vr. enk. Galilaian (Galilea) . Taalgebruik in N.T. : Galilaia
(Galilea) . Taalgebruik in Synoptici : Galilaia
(Galilea) . Taalgebruik in Mc : Galilaia
(Galilea) . Hebr. gälal (rollen, wentelen) .
Een vorm van Galilea komt in Mc in 12 verzen voor . In 11 ervan in combinatie
met een voorzetsel , niet in Mc
6,21 (de eersten van Galilea) .
eis tèn Galilaian (naar Galilea) . N.T. (16) . Mc (3) : (1) Mc
1,14 . (2) Mc
14,28 . (3) Mc
16,7 . Verder : (1) Mc
1,28 (eis holèn tèn perichôron tès galilaias
= naar de hele omgeving van Galilea) . (2) Mc
1,39 (eis holèn tèn galilaian = naar heel Galilea) . (3) Mc
7,31 (eis tèn thalassan tès Galilaias = naar het meer van
Galilea) . .
We treffen in Mc
14,28 dezelfde zinsconstructie als in Mc
1,14 aan . Bij Mc
14,28 hoort Mc
16,7 . Na de dood van Jezus gaan de leerlingen naar Galilea , zoals Jezus
het toendertijd gedaan heeft . Het is alsof de geschiedenis zich herhaalt .
Zo hebben we hier een samenhang tussen het begin en het einde van het evangelie
.
Aan Mc
14,28 gaat een bijbelcitaat vooraf : "Ik zal de herder slaan en de
schapen zullen verstrooid worden ." Het wordt duidelijk wat Jezus bedoelt
met de zin: "Nadat ik ben verrezen , zal ik je voorgaan naar Galilea ."
Jezus zal er zijn verstrooide leerlingen verzamelen . Dat heeft Jezus wellicht
ook gedaan wanneer hij na de gevangenneming van Johannes naar Galilea ging .
Het is opvallend dat Jezus naar Galilea ging en leerlingen riep .
8. - 10. eis tèn galilaian (naar Galilea) . Mc (3) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 14,28 . (3) Mc 16,7 en 1X in de uitdrukking : eis tèn holèn tèn Galilaian (naar heel Galilea) (Mc 1,39) .
6. - 10. STAP VOOR STAP !
- Mc 14,28
: proaxô humas eis tèn galilaian (ik zal u vooruitdrijven naar
Galilea) .
- Mc 16,7
: proagei humas eis tèn galilaian (hij drijft u vooruit naar Galilea)
.
| Mc 14,29 - Mc 14,29 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [29] But Peter said unto him, Although all shall be offended,
yet will not I.
Luther-Bibel . 29 Petrus aber sagte zu ihm: Und wenn sie alle Ärgernis nehmen,
so doch ich nicht!
Tekstuitleg van Mc 14,29 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
7. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,30 - Mc 14,30 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [30] And Jesus saith unto him, Verily I say unto thee, That
this day, even in this night, before the cock crow twice, thou shalt deny me
thrice.
Luther-Bibel . 30 Und Jesus sprach zu ihm: Wahrlich, ich sage dir: Heute, in
dieser Nacht, ehe der Hahn zweimal kräht, wirst du mich dreimal verleugnen.
Tekstuitleg van Mc 14,30 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) van het werkw. legô
(zeggen) . Taalgebruik in het N.T. : legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc 14 : (1) Mc
14,13 . (2) Mc
14,14 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,30 . (5) Mc
14,32 . (6) Mc
14,34 . (7) Mc
14,37 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,45 . (10) Mc
14,61 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,67 .
2. - 3. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .
1. - 3. kai legei autô(i) (en hij zegt hem) . Mc (7) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,28 . (5) Mc 7,34 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,61 . In 5 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,34 . (5) Mc 14,30 . In 2 verzen is iemand anders dan Jezus onderwerp : (1) Mc 7,28 (de Syrofenicische) . (2) Mc 14,61 (de hogepriester) .
5. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
9. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
10. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .
| Mc 14,31 - Mc 14,31 : 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening : Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,26 - Mc 14,27 - Mc 14,28 - Mc 14,29 - Mc 14,30 - Mc 14,31 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [31] But he spake the more vehemently, If I should die with
thee, I will not deny thee in any wise. Likewise also said they all.
Luther-Bibel . 31 Er aber redete noch weiter: Auch wenn ich mit dir sterben
müsste, werde ich dich nicht verleugnen! Das Gleiche sagten sie alle.
Tekstuitleg van Mc 14,31 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
16. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
329. Jezus in Getsemane : Mc 14,32-42 - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 -
De perikope bestaat uit 11 verzen. In deze perikope komt 20X het nevenschikkend voegwoord kai (en) voor. 2X verbindt kai (en) zinsdelen (Mc 14,33 : lijdend voorwerp); in de andere gevallen leidt kai (en) een nevenschikkende zin in. Dat is 18X het geval. Van de 11 verzen beginnen 9 verzen met kai (en). We staan dus duidelijk voor een kai-(en)tekst.
| Mc 14,32 - Mc 14,32 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [32] And they came to a place which was named Gethsemane:
and he saith to his disciples, Sit ye here, while I shall pray.
Luther-Bibel . 32 Und sie kamen zu einem Garten mit Namen Gethsemane. Und er
sprach zu seinen Jüngern: Setzt euch hierher, bis ich gebetet habe.
Tekstuitleg van Mc 14,32 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
2. erchontai (zij gaan). Indicatief tegenwoordige tijd 3de persoon meervoud van het werkwoord erchomai (gaan, komen). In 12 verzen bij Marcus, zie Mc 11,1 . In 6 verzen : Jezus en zijn leerlingen + voorzetsel eis (naar) + plaatsbepaling : (1) Mc 5,38 (2) Mc 8,22 (3) Mc 10,46 (4) Mc 11,15 (5) Mc 11,27 (6) Mc 14,32 . Zie eveneens Mc 1,21 .
4. chôrion (gebied, plek) , zie Mc 14,32 . In 6 verzen in de bijbel; in 1 vers in het O.T., in 5 verzen in het N.T. In 1 vers bij Matteüs, in 1 vers bij Marcus en in 4 verzen in Hand.
6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
7. onoma (naam). In 676 verzen in de bijbel; in 578 verzen in het O.T., in 98 verzen in het N.T.
9. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
10. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
| Mc 14,33 - Mc 14,33 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [33] And he taketh with him Peter and James and John, and
began to be sore amazed, and to be very heavy;
Luther-Bibel . 33 Und er nahm mit sich Petrus und Jakobus und Johannes und fing
an zu zittern und zu zagen
Tekstuitleg van Mc 14,33 .
Mc 14,33.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,33.2.
act. ind. praes. 3de pers. enk. paralambanei (hij neemt naast zich) van
het werkw. paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in het N.T. : paralambanô
(overnemen) . Taalgebruik in Mc : paralambanô
(overnemen) . Lat. accipere ( ad- capere = aan-nemen , aanvaarden ) . Fr.
accepter , reçevoir .
Mc (3) : (1) Mc
5,40 . (2) Mc
9,2 . (3) Mc
14,33 .
Mc 14,33.3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
Mc 14,33.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,33.6. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
Mc 14,33.7.
acc. mann. enk. iakôbon (Jakobus) van het zelfst. naamw. iakôbos
(Jakobus) . Taalgebruik in het N.T. : iakôbos
(Jakobus) . Taalgebruik in Mc : iakôbos
(Jakobus) . Mc (6) : (1) Mc
1,19 . (2) Mc
3,17 . (3) Mc
3,18 . (4) Mc
5,37 . (5) Mc
9,2 . (6) Mc
14,33 . 15 X in Mc . Er zijn twee Jakobussen :
- Jakobus , zoon van Zebedeüs .
- Jakobus , zoon van Alfeüs .
Mc 14,33.8.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,33.9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
Mc 14,33.10.
acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) van de eigennaam Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès
(Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès
(Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean
. E. John .
Mc (5) : (1) Mc
1,19 . (2) Mc
3,17 . (3) Mc
5,37 . (4) Mc
9,2 . (5) Mc
14,33 .
Mc 14,33.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,33.16.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,34 - Mc 14,34 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [34] And saith unto them, My soul is exceeding sorrowful
unto death: tarry ye here, and watch.
Luther-Bibel . 34 und sprach zu ihnen: Meine Seele ist betrübt bis an den Tod;
bleibt hier und wachet!
Tekstuitleg van Mc 14,34 .
Mc 14,34.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,34.2. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
Mc 14,34.10. gen. mann. enk. thanatou (van de dood) van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het N.T. : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 14,34 . (3) Mc 14,64 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .
Mc 14,34.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,34.14. act. imp. 2de p. mv. grègoreite (waakt) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het N.T. : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (4) : (1) Mc 13,35 . (2) Mc 13,37 . (3) Mc 14,34 . (4) Mc 14,38 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .
Als Jezus van plan was om een machtsgreep te doen , dan moet hij dat toch met zijn leerlingen besproken hebben . Ze moeten toch met elkaar overlegd hebben wanneer en hoe het zou gebeuren . Ze moeten dan toch op het sein van Jezus gewacht hebben om de aanval uit te voeren of om een aanval af te slaan . Ze moeten toch geweten hebben dat ze tijdens die nacht de bevrijding uit Egypte hadden gevierd .
| Mc 14,35 - Mc 14,35 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [35] And he went forward a little, and fell on the ground,
and prayed that, if it were possible, the hour might pass from him.
Luther-Bibel . 35 Und er ging ein wenig weiter, warf sich auf die Erde und betete,
dass, wenn es möglich wäre, die Stunde an ihm vorüberginge,
Tekstuitleg van Mc 14,35 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
6. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
8. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
18. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra
(uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra
(uur) . Taalgebruik in Mc : hôra
(uur) .
Mc (6) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
14,35 . (4) Mc
14,41 . (5) Mc
15,25 . (6) Mc
15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
11,11 . (3) Mc
13,32 . (4) Mc
15,33 .
| Mc 14,36 - Mc 14,36 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [36] And he said, Abba, Father, all things are possible
unto thee; take away this cup from me: nevertheless not what I will, but what
thou wilt.
Luther-Bibel . 36 und sprach: Abba, mein Vater, alles ist dir möglich; nimm
diesen Kelch von mir; doch nicht, was ich will, sondern was du willst!
Tekstuitleg van Mc 14,36 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
10. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
11. nom. + acc. onz. enk. potèrion (beker) . Taalgebruik in het N.T.
: potèrion
(beker) . Taalgebruik in Mc : potèrion
(beker) .
(1) Mc
9,41 . (2) Mc
10,38 . (3) Mc
10,39 . (4) Mc
14,23 . (5) Mc
14,36 .
22. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .
| Mc 14,37 - Mc 14,37 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [37] And he cometh, and findeth them sleeping, and saith
unto Peter, Simon, sleepest thou? couldest not thou watch one hour?
Luther-Bibel . 37 Und er kam und fand sie schlafend und sprach zu Petrus: Simon,
schläfst du? Vermochtest du nicht, "eine" Stunde zu wachen?
Tekstuitleg van Mc 14,37 .
Mc 14,37.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,37.3.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,37.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,37.8.
actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T.
: legô
(zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô
(zeggen) .
Mc (62) . Mc 14 : (1) Mc
14,13 . (2) Mc
14,14 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,30 . (5) Mc
14,32 . (6) Mc
14,34 . (7) Mc
14,37 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,45 . (10) Mc
14,61 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,67 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 14 in 30 verzen , van eipon
(ik zei) in 12 verzen .
Mc 14,37.8. - 9. legei tô(i) (hij zegt aan de) . Mc (7) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,10 . (3) Mc 3,3 . (4) Mc 3,5 . (5) Mc 5,36 . (6) Mc 9,5 . (7) Mc 14,37 .
Mc 14,37.7. - 9. kai legei tô(i) (en hij zegt aan de) . Mc (2) : (1) Mc 3,3 . (2) Mc 14,37 .
Mc 14,37.17. act. inf. aor. grègorèsai (te waken) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het N.T. : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (1) : Mc 14,37 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .
| Mc 14,38 - Mc 14,38 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [38] Watch ye and pray, lest ye enter into temptation. The
spirit truly is ready, but the flesh is weak.
Luther-Bibel . 38 Wachet und betet, dass ihr nicht in Versuchung fallt! Der
Geist ist willig; aber das Fleisch ist schwach.
Tekstuitleg van Mc 14,38 . Waarin kan de beproeving anders bestaan dan in het terugkomen op het genomen besluit .
1. act. imp. 2de p. mv. grègoreite (waakt) van het werkw. grègoreô (waken) . Taalgebruik in het N.T. : grègoreô (waken) . Taalgebruik in Mc : grègoreô (waken) . Mc (4) : (1) Mc 13,35 . (2) Mc 13,37 . (3) Mc 14,34 . (4) Mc 14,38 . Een vorm van grègoreô (waken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 13,34 . (2) Mc 13,35 . (3) Mc 13,37 . (4) Mc 14,34 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,38 .
2. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
11. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma
(geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma
(geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc
1,10 . (2) Mc
1,12 . (3) Mc
1,26 . (4) Mc
3,29 . (5) Mc
3,30 . (6) Mc
5,8 . (7) Mc
7,25 . (8) Mc
9,17 . (9) Mc
9,20 . (10) Mc
9,25 . (11) Mc
13,11 . (12) Mc
14,38 .
14. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
| Mc 14,39 - Mc 14,39 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [39] And again he went away, and prayed, and spake the same
words.
Luther-Bibel . 39 Und er ging wieder hin und betete und sprach dieselben Worte
Tekstuitleg van Mc 14,39 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
6. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
| Mc 14,40 - Mc 14,40 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [40] And when he returned, he found them asleep again, (for
their eyes were heavy,) neither wist they what to answer him.
Luther-Bibel . 40 und kam zurück und fand sie abermals schlafend; denn ihre
Augen waren voller Schlaf, und sie wussten nicht, was sie ihm antworten sollten.
Tekstuitleg van Mc 14,40 .
Mc 14,40.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,40.7.
imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik
in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (16) : (1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,6 . (3) Mc
2,15 . (4) Mc
2,18 . (5) Mc
4,1 . (6) Mc
6,31 . (7) Mc
6,34 . (8) Mc
6,44 . (9) Mc
8,9 . (10) Mc
9,4 . (11) : Mc
10,32 . (12) Mc
12,20 . (13) (1) Mc
14,4 . (14) Mc
14,40 . (15) Mc
14,56 . (16) Mc
15,40 . Omschrijvende structuur : èsan ... + deelwoord . Mc (7) :
(1) Mc
2,6 . (2) Mc
2,18 . (3) Mc
9,4 . (4) Mc
10,32 . (5) Mc
14,4 . (6) Mc
14,40 . (7) Mc
15,40 . In Mc
10,32 : èsan ... anabainontes (zij waren opklimmende) .
Mc 14,40.8.
gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,7 . (4) Mc
14,40 . (5) Mc
14,56 . (6) Mc
14,70 .
Mc 14,40.7. - 8. èsan gar (want zij waren) . Mc (4 / 16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,15 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 14,40 .
Mc 14,40.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,41 - Mc 14,41 -- Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [41] And he cometh the third time, and saith unto them,
Sleep on now, and take your rest: it is enough, the hour is come; behold, the
Son of man is betrayed into the hands of sinners.
Luther-Bibel . 41 Und er kam zum dritten Mal und sprach zu ihnen: Ach, wollt
ihr weiter schlafen und ruhen? Es ist genug; die Stunde ist gekommen. Siehe,
der Menschensohn wird überantwortet in die Hände der Sünder.
Tekstuitleg van Mc 14,41 . Vervulling van de tweede lijdensaankondiging .
Mc 14,41.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,41.3. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
Mc 14,41.5.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,41.6. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
Mc 14,41.11.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,41.16.
nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur)
. Taalgebruik in het N.T. : hôra
(uur) . Taalgebruik in Mc : hôra
(uur) .
Mc (6) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
13,11 . (3) Mc
14,35 . (4) Mc
14,41 . (5) Mc
15,25 . (6) Mc
15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc
6,35 . (2) Mc
11,11 . (3) Mc
13,32 . (4) Mc
15,33 .
Mc 14,41.17.
idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou
(zie) . Taalgebruik in Mc : idou
(zie) . In de 7 verzen waarin Marcus idou (zie) gebruikt, wordt het in geen
enkel vers voorafgegaan door kai (en). Kai eindigt op i en idou begint op i;
zo zou men vlug kaidou kunnen krijgen .
Mc (7) : (1) Mc
1,2 . (2) Mc
3,32 . (3) Mc
4,3 . (4) Mc
10,28 . (5) Mc
10,33 . (6) Mc
14,41 . (7) Mc
14,42 . Telkens in een citaat bij het begin ervan (5) : (1) Mc
1,2 . (2) Mc
3,32 . (3) Mc
4,3 . (4) Mc
10,28 . (5) Mc
10,33 of in het midden ervan : (1) Mc
14,41 . (2) Mc
14,42 .
Mc 14,41.18. pass. ind. praes. 3de pers. enk. paradidotai (hij wordt overgeleverd) van het werkw. paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in het N.T. : paradidômi (overleveren) . Taalgebruik in Mc : paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare) . Fr. trahir . Ned. overleveren , overgeven . Hebr. mâsar . Bij (Gr. para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is . Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over : tegenover , aan de andere zijde . Zo kan para-didômi betekenen : geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen . Mc (3) : (1) Mc 9,31 . (2) Mc 14,21 . (3) Mc 14,41 .
Mc 14,41.22.
Mc 14,41.25.
acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik
in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
26. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
Mc 14,41.27. gen. mann. mv. hamartôlôn (zondaars) van het zelfst. naamw. hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in het N.T. : hamartôlos (zondaar) . Taalgebruik in Mc : hamartôlos (zondaar) . Mc (2) : (1) Mc 2,16 . (2) Mc 14,41 .
| Mc 14,42 - Mc 14,42 // Mt 26,46 - - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 - Mc 14,32 - Mc 14,33 - Mc 14,34 - Mc 14,35 - Mc 14,36 - Mc 14,37 - Mc 14,38 - Mc 14,39 - Mc 14,40 - Mc 14,41 - Mc 14,42 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [42] Rise up, let us go; lo, he that betrayeth me is at
hand.
Luther-Bibel . 42 Steht auf, lasst uns gehen! Siehe, der mich verrät, ist nahe.
Tekstuitleg van Mc 14,42 .
Mc 14,42.3.
idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou
(zie) . Taalgebruik in Mc : idou
(zie) . In de 7 verzen waarin Marcus idou (zie) gebruikt, wordt het in geen
enkel vers voorafgegaan door kai (en). Kai eindigt op i en idou begint op i;
zo zou men vlug kaidou kunnen krijgen .
Mc (7) : (1) Mc
1,2 . (2) Mc
3,32 . (3) Mc
4,3 . (4) Mc
10,28 . (5) Mc
10,33 . (6) Mc
14,41 . (7) Mc
14,42 . Telkens in een citaat bij het begin ervan (5) : (1) Mc
1,2 . (2) Mc
3,32 . (3) Mc
4,3 . (4) Mc
10,28 . (5) Mc
10,33 of in het midden ervan : (1) Mc
14,41 . (2) Mc
14,42 .
Mc 14,42.7. act. ind. perf. 3de pers. enk. èggiken van het werkw. eggizô (naderen) . Taalgebruik in het N.T. : eggizô (naderen) . Taalgebruik in Mc : eggizô (naderen) . Mc (2) : (1) Mc 1,15 . (2) Mc 14,42 .
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 -
| Mc 14,43 - Mc 14,43 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [43] And immediately, while he yet spake, cometh Judas,
one of the twelve, and with him a great multitude with swords and staves, from
the chief priests and the scribes and the elders.
Luther-Bibel . 43 Und alsbald, während er noch redete, kam herzu Judas, einer
von den Zwölfen, und mit ihm eine Schar mit Schwertern und mit Stangen, von
den Hohenpriestern und Schriftgelehrten und Ältesten.
Tekstuitleg van Mc 14,43 .
9. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
Mc 14,43.14. zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk . Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 14,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .
Mc 14,43..19.
para (langs) . Taalgebruik in Mc : para
(langs) . Taalgebruik in het N.T. : para
(langs) .
Mc (11) . (1) Mc
1,16 . (2) Mc
2,13 . (3) Mc
4,1 . (4) Mc
4,4 . (5) Mc
4,15 . (6) Mc
5,21 . (7) Mc
10,27 . (8) Mc
10,46 . (9) Mc
12,2 . (10) Mc
12,11 . (11) Mc
14,43 .
- para + gen. (vanwege) in Mc (4) : (1) Mc
10,27 . (2) Mc
12,2 . (3) Mc
12,11 . (4 Mc
14,43 .
- para + acc. + plaatsbepaling in Mc (7) (3X tèn hodon = langs de weg
: (1) Mc
4,4 . (2) Mc
4,15 . (3) Mc
10,46 . 4X tèn thalassan = langs het meer : (1) Mc
1,16 . (2)
Mc 2,13 . (3) Mc
4,1 . (4) Mc
5,21 .
20. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
23. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
26. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
| Mc 14,44 - Mc 14,44 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [44] And he that betrayed him had given them a token, saying,
Whomsoever I shall kiss, that same is he; take him, and lead him away safely.
Luther-Bibel . 44 Und der Verräter hatte ihnen ein Zeichen genannt und gesagt:
Welchen ich küssen werde, der ist's; den ergreift und führt ihn sicher ab.
Tekstuitleg van Mc 14,44 . Dit vers Mc 14,44 bevat 18 (2 X 3 X 3) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,44 is 12778 (2 X 6389) .
1. dedôkei (hij heeft gegeven) . Taalgebruik : didômi (geven) . Actief perfect. 3de pers. enk. van het werkwoord didômi (geven) . Hebr. nâthan (tha) . Lat. dare / donare - donum : geven - gave , gift . Fr. donner - don : geven - gave . Bijbel (3) . O.T. (1) . N.T. (2) .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
Er is wel geen verandering van personage (Mc
14,43 : Judas , één van de twaalf . Mc
14,44 : de overleverende hem) , maar de situatie is zo contrasterend : Jezus
- Judas . Judas , één van de twaalf , die Jezus zal overleveren
/ over-geven had een teken gegeven om hem over te leveren . In plaats van Jezus
te volgen , had Judas zich tegen Jezus gekeerd . Het lot van Jezus lag in de
handen van Judas . Met een kus speelt hij Jezus door naar de tegenstanders van
Jezus . Hierdoor verliest Judas zijn greep over Jezus
5. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
15. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
| Mc 14,45 - Mc 14,45 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [45] And as soon as he was come, he goeth straightway to
him, and saith, Master, master; and kissed him.
Luther-Bibel . 45 Und als er kam, trat er alsbald zu ihm und sprach: Rabbi!,
und küsste ihn.
Tekstuitleg van Mc 14,45 .
6. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
| Mc 14,46 - Mc 14,46 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [46] And they laid their hands on him, and took him.
Luther-Bibel . 46 Die aber legten Hand an ihn und ergriffen ihn.
| Mc 14,46 | oi de epebalon tas cheiras autôi (zij echter wierpen de handen op hem) | ||
| Mt 26,50 | tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton ièsoun (dan naderbijgekomen wierpen zij de handen op de Jezus) | ||
Tekstuitleg van Mc 14,46 . Dit vers Mc 14,46 telt 11 woorden en 50 letters . De getalwaarde van Mc 14,46 is 5743 (priemgetal) . Mc 14,46 // Mt 26,50 .
1. hoi (de) . Taalgebruik : bepaald lidwoord . Mc 14 (11) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,11 . (3) Mc 14,12 . (4) Mc 14,16 . (5) Mc 14,40 . (6) Mc 14,46 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 14,64 . (10) Mc 14,65 . (11) Mc 14,70 .
| bep. lidw. hoi nom. mann. mv. | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Brieven | Apk | Mc 1 | Mc 2 | Mc 3 | Mc 4 | Mc 5 | Mc 6 | Mc 7 | Mc 8 | Mc 9 | Mc 10 | Mc 11 | Mc 12 | Mc 13 | Mc 14 | Mc 15 | Mc 16 |
| 47 | 4230 | 3257 | 973 | 196 | 101 | 165 | 125 | 147 | 169 | 70 | 4 | 8 | 8 | 5 | 3 | 7 | 5 | 5 | 4 | 14 | 5 | 7 | 5 | 11 | 10 |
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
3. epebalon (zij legden op) . Taalgebruik : epiballô
(op-werpen , over-vallen) . Actief aorist derde persoon meervoud van het
werkwoord epiballô (op-werpen , over-vallen) . Lat. ballô . Ned.
vallen -> over-vallen . Hebr. nâphal . In acht verzen in de bijbel
. In drie verzen in het O.T. . In vijf verzen in het N.T. :
(1) Mt
26,50 : tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton Ièsoun (en
naderbijgekomen sloegen zij de handen op op Jezus) .
(2) Mc
14,46 : oi de epebalon tas cheiras autôi (zij echter sloegen de handen op
hem) .
(3) Hnd
4,3 : kai epebalon autois tas cheiras (en zij sloegen op hen de handen)
.
(4) Hnd
5,18 : kai epebalon tas cheiras epi tous apostolous (en zij sloegen de handen
op op de apostelen) .
(5) Hnd
21,27 : kai epebalon ep'auton tas cheiras (en zij sloegen op op hem de handen)
.
In de apokalyptische rede schrijft Lucas in Lc
21,12 : epibalousin ef'humas tas cheiras autôn = zij zullen op jullie
hun handen opslaan . Daarin zegt Jezus dat men de hand aan hen zal slaan . Het
is Jezus overkomen . Het overkomt ook de apostelen (Petrus en Johannes) en Paulus
. De leerling gaat dezelfde weg op als zijn leraar .
5. acc.vr. mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) .
Taalgebruik in het N.T. : cheir
(hand) . Taalgebruik in Mc : cheir
(hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc
5,23 . (2) Mc
6,5 . (3) Mc
7,3 . (4) Mc
8,23 . (5) Mc
8,25 . (6) Mc
9,31 . (7) Mc
9,43 . (8) Mc
10,16 . (9) Mc
14,41 . (10) Mc
14,46 . (11) Mc
16,18 .
9. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
| Mc 14,47 - Mc 14,47 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [47] And one of them that stood by drew a sword, and smote
a servant of the high priest, and cut off his ear.
Luther-Bibel . 47 Einer aber von denen, die dabeistanden, zog sein Schwert und
schlug nach dem Knecht des Hohenpriesters und hieb ihm ein Ohr ab.
Tekstuitleg van Mc 14,47 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
4. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
13. gen. mann. enk. archiereôs (van de hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (4) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 14,47 . (3) Mc 14,54 . (4) Mc 14,66 .
17. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
| Mc 14,48 - Mc 14,48 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [48] And Jesus answered and said unto them, Are ye come
out, as against a thief, with swords and with staves to take me?
Luther-Bibel . 48 Und Jesus antwortete und sprach zu ihnen: Ihr seid ausgezogen
wie gegen einen Räuber mit Schwertern und mit Stangen, mich zu fangen.
Tekstuitleg van Mc 14,48 . Het vers Mc 14,48 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Mc 14,48 is 8840 (2 X 2 X 2 X 5 X 13 X 17) .
Mc 14,48.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,48.2.
part. aor. nom. mann. enk. apokritheis (geantwoord) van het werkw. apokrinomai
(antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai
(antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai
(antwoorden) .
Mc (14) : (1) Mc
3,33 . (2) Mc
6,37 . (3) Mc
8,29 . (4) Mc
9,5 . (5) Mc
9,19 . (6) Mc
10,3 . (7) Mc
10,24 . (8) Mc
10,51 . (9) Mc
11,14 . (10) Mc
11,22 . (11) Mc
12,35 . (12) Mc
14,48 . (13) Mc
15,2 . (14) Mc
15,12 . Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Mc in 30 verzen .
Mc 14,48.1.
- 2. kai apokritheis (en beantwoord) of ho de (...) apokritheis (hij echter
beantwoord . Mc (13 / 14) . Niet in Mc
8,29 .
- kai apokritheis (en beantwoord) . Mc 7 / 14 : (1) Mc
3,33 . (2) Mc
9,5 . (3) Mc
10,51 . (4) Mc
11,14 . (5) Mc
11,22 . (6) Mc
12,35 . (7) Mc
14,48 .
- ho de (...) apokritheis (hij echter beantwoord . (Mc 6 / 14) . (1) Mc
6,37 . (2) Mc
9,19 . (3) Mc
10,3 . (4) Mc
10,24 . (5) Mc
15,2 . (6) Mc
15,12 .
Mc 12,35.3.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72
Mc 14,48.4.
nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous
(Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous
(Jezus) .
Mc (57) . Mc 14 (7) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,30 . (5) Mc
14,48 . (6) Mc
14,62 . (7) Mc
14,72 . Een vorm van ièsous (Jezus) in Mc in 81 verzen . Een vorm
van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc
14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc
14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc
14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc
14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc
14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc
14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc
14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc
14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc
14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc
14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc
14,72 (nom. Ièsous) .
Mc 14,48.1.
- 4. kai apokritheis ho ièsous (en Jezus beantwoord) . Mc (3) : (1) Mc
11,22 . (2) Mc
12,35 . (3) Mc
14,48 .
- Mc 11,22
: legei autois (zegt hen) .
- Mc 12,35
: elegen (zei hij) .
- Mc 14,48
: zei hij hen) .
| Mc 14,49 - Mc 14,49 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [49] I was daily with you in the temple teaching, and ye
took me not: but the scriptures must be fulfilled.
Luther-Bibel . 49 Ich bin täglich bei euch im Tempel gewesen und habe gelehrt,
und ihr habt mich nicht ergriffen. Aber so muss die Schrift erfüllt werden.
Tekstuitleg van Mc 14,49 .
4. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .
5. persoonl. voornaamw. acc. mann. mv. humas (jullie, u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (13) : (1) Mc 1,8 (2X) . (2) Mc 1,17 .(3) Mc 6,11 . (4) Mc 9,19 . (5) Mc 9,41 . (6): Mc 11,29 . (7) Mc 13,5 . (8) Mc 13,9 . (9) Mc 13,11 . (10) Mc 13,36 . (11) Mc 14,28 . (12) Mc 14,49 . (13) Mc 16,7 .
8. dat. onz. enk. hierô(i) (heiligdom, tempel) Taalgebruik in het N.T.
: hieron
(heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Mc : hieron
(heiligdom, tempel) . Een vorm van hieron is steeds voorafgegaan door een
voorzetsel .
1. dia tou hierou (door de tempel) . Mc (1) : Mc
11,16 .
2. eis to hieron (naar de tempel) . Mc (2) : (1) Mc
11,11 . (2) Mc
11,15 .
3. ek tou hierou (uit de tempel) . Mc (1) : Mc
13,1 .
4. en tô(i) hierô(i) (in de tempel) . Mc (4) : (1) Mc
11,15 . (2) Mc
11,27 . (3) Mc
12,35 . (4) Mc
14,49 .
5. katenanti tou hierou (tegenover de tempel) . Mc (1) : Mc
13,3 .
Een vorm van hieron (tempel) in Mc 11 (5) : (1) eis to hieron (naar de tempel)
: Mc 11,11
. (2) eis to hieron (naar de tempel) : Mc
11,15 . (3) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc
11,15 . (4) dia tou hierou (door de tempel) : Mc
11,16 . (5) en tô(i) hierô(i) (in de tempel) : Mc
11,27 .
| Mc 14,50 - Mc 14,50 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [50] And they all forsook him, and fled.
Luther-Bibel . 50 Da verließen ihn alle und flohen.
Tekstuitleg van Mc 14,50 .
3. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
| Mc 14,51 - Mc 14,51 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [51] And there followed him a certain young man, having
a linen cloth cast about his naked body; and the young men laid hold on him:
Luther-Bibel . 51 Ein junger Mann aber folgte ihm nach, der war mit einem Leinengewand
bekleidet auf der bloßen Haut; und sie griffen nach ihm.
Tekstuitleg van Mc 14,51 .
12. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
| Mc 14,52 - Mc 14,52 : 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,43 - Mc 14,44 - Mc 14,45 - Mc 14,46 - Mc 14,47 - Mc 14,48 - Mc 14,49 - Mc 14,50 - Mc 14,51 - Mc 14,52 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [52] And he left the linen cloth, and fled from them naked.
Luther-Bibel . 52 Er aber ließ das Gewand fahren und floh nackt davon.
Tekstuitleg van Mc 14,52 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 -- Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,53 - Mc 14,54 -
| Mc 14,53 - Mc 14,53 : 331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,53 - Mc 14,54 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [53] And they led Jesus away to the high priest: and with
him were assembled all the chief priests and the elders and the scribes.
Luther-Bibel . 53 Und sie führten Jesus zu dem Hohenpriester; und es versammelten
sich alle Hohenpriester und Ältesten und Schriftgelehrten.
Tekstuitleg van Mc 14,53 . Dit vers Mc 14,53 bevat 19 woorden en 102 (2 X 51) letters . De getalwaarde van Mc 14,53 is 10366 (2 X 71 X 73) . Het vers bestaat uit twee nevenschikkende hoofdzinnen . In de tweede zin bestaat het onderwerp uit drie groepen .
Mc 14,53..1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,53.2.
act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden,
afvoeren) . Taalgebruik in het N.T. : apagô
(wegleiden, afvoeren) . Taalgebruik in Mc : apagô
(wegleiden, afvoeren) .
Mc (2) : (1) Mc
14,53 . (2) Mc
15,16 . Na zijn arrestatie in de hof van Getsemane wordt Jezus weggeleid
naar de hogepriester (Mc
14,53) . Na de vrijlating van Barnabas wordt Jezus weggeleid om gekruisigd
te worden . De soldaten leiden Jezus weg en beginnen met de uitvoering van de
straf (Mc
15,16) . Tussen beide wegleidingen ligt het gebeuren vanaf zijn arrestatie
tot zijn veroordeling .
Mc 14,53.3.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 14 (12) : (1) Mc
14,8 . (2) Mc
14,9 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,33 . (5) Mc
14,39 . (6) Mc
14,47 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,58 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,62 . (11) Mc
14,67 . (12) Mc
14,71 .
Mc 14,53.4.
acc. mann. enk. Ièsoun van de eigennaam ièsous (Jezus) . Taalgebruik
in het N.T. : Ièsous
(Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous
(Jezus) .
Mc (11) : (1) Mc
5,6 . (2) Mc
5,15 . (3) Mc
6,30 . (4) Mc
9,8 . (5) Mc
10,50 . (6) Mc
11,7 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,60 . (9) Mc
15,1 . (10) Mc
15,15 . (11) Mc
16,6 .
Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc
14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc
14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc
14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc
14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc
14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc
14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc
14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc
14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc
14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc
14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc
14,72 (nom. Ièsous) .
Mc 14,53.3. - 4. ton Ièsoun (de Jezus) . In Mc in 10 van de 11 verzen . Niet in Mc 16,6 .
Mc 14,53.5.
pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros
(naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros
(naar, bij) .
Mc (62) . Mc 14 (5) : (1) Mc
14,4 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,49 . (4) Mc
14,53 . (5) Mc
14,54 .
Mc 14,53.6.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 14 (12) : (1) Mc
14,8 . (2) Mc
14,9 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,33 . (5) Mc
14,39 . (6) Mc
14,47 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,58 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,62 . (11) Mc
14,67 . (12) Mc
14,71 .
Mc 14,53.7.
acc. mann. enk. archierea (hogepriester) van het zelfstandig naamw. archiereus
(hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus
(hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus
(hogepriester) .
Mc : (1) Mc
14,53 . Een vorm van archiereus (hogepriester) in het enk. in Mc in 8 verzen
, in mv. in 14 verzen .
Een vorm van archiereus (hogepriester) in Mc 14 (11 , 12X) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,43 . (4) Mc
14,47 . (5) Mc
14,53 (archerea) . (6) Mc
14,53 (archiereis) . (7) Mc
14,54 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,61 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,66 .
Mc 14,53.8.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,53.9. ind. praes. 3de pers. mv. sunerchontai (zij komen samen) van het werkw. sunerchomai (samenkomen) . Taalgebruik in het N.T. : sunerchomain (samenkomen) . Taalgebruik in Mc : sunerchomain (samenkomen) . Bijbel en N.T. (2) . Mc (1) : Mc 14,53 . Een vorm van sunerchomai (samenkomen) in Mc in 3 verzen .
Mc 14,53.11.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 14 (11) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,11 . (3) Mc
14,12 . (4) Mc
14,16 . (5) Mc
14,40 . (6) Mc
14,46 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,64 . (10) Mc
14,65 . (11) Mc
14,70 .
Mc 14,53.12.
nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) van het zelfstandig naamw. archiereus
(hogepriester) .Taalgebruik in het N.T. : archiereus
(hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus
(hogepriester) .
Mc (11) . (1) Mc
11,18 . (2) Mc
11,27 . (3) Mc
14,1 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,53 . (6) Mc
14,55 . (7) Mc
15,1 . (8) Mc
15,3 . (9) Mc
15,10 . (10) Mc
15,11 . (11) Mc
15,31 .
Een vorm van archiereus (hogepriester) in Mc 14 (11 , 12X) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,43 . (4) Mc
14,47 . (5) Mc
14,53 (archerea) . (6) Mc
14,53 (archiereis) . (7) Mc
14,54 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,61 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,66 .
Mc 14,53.13.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,53.14.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 14 (11) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,11 . (3) Mc
14,12 . (4) Mc
14,16 . (5) Mc
14,40 . (6) Mc
14,46 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,64 . (10) Mc
14,65 . (11) Mc
14,70 .
Mc 14,53.16.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,53.17.
bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 14 (11) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,11 . (3) Mc
14,12 . (4) Mc
14,16 . (5) Mc
14,40 . (6) Mc
14,46 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
14,64 . (10) Mc
14,65 . (11) Mc
14,70 .
Duality
- act. ind. aor. 3de pers. mv. apègagon van het werkw. apagô (wegleiden, afvoeren) . Mc (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 15,16 .
| Mc 14,54 - Mc 14,54 : 331. Naar de hogepriester : Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,53 - Mc 14,54 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [54] And Peter followed him afar off, even into the palace
of the high priest: and he sat with the servants, and warmed himself at the
fire.
Luther-Bibel . 54 Petrus aber folgte ihm nach von ferne, bis hinein in den Palast
des Hohenpriesters, und saß da bei den Knechten und wärmte sich am Feuer.
Tekstuitleg van Mc 14,54 .
6. act. ind. aor. 3de p. enk. èkolouthèsen (hij volgde) van het
werkw. akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in het N.T. : akoloutheô
(volgen) . Taalgebruik in Mc : akoloutheô
(volgen) . Ned. acoliet .
Mc (3) : (1) Mc
2,14 . (1) Mc
3,7 . (1) Mc
14,54 .
14. gen. mann. enk. archiereôs (van de hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (4) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 14,47 . (3) Mc 14,54 . (4) Mc 14,66 .
19. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
23. pros (naar, bij) . Taalgebruik in N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 14 (5) : (1) Mc 14,4 . (2) Mc 14,10 . (3) Mc 14,49 . (4) Mc 14,53 . (5) Mc 14,54 .
24. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 -- Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 -
| Mc 14,61 | Mc 15,2 | Mt | |||||||
| palin (opnieuw) | kai (en) | ||||||||
| ho archiereus (de hogepriester) | |||||||||
| epijroota (ondervroeg) | epijrootijsen (ondervroeg) | ||||||||
| auton (hem) | auton (hem) | ||||||||
| ho Pilatos (Pilatus) | |||||||||
| kai legei autooi (en zei tot hem) | |||||||||
| su (gij) | su (gij) | ||||||||
| ei (zijt) | ei (zijt) | ||||||||
| ho christos ho huios tou eulogijtou (de Christus, de zoon van de gezegende) | ho basileus toon Ioudaioon (de koning van de joden) | ||||||||
| ho de Iijsous (Jezus echter) | ho de (hij echter) | ||||||||
| aprokritheis autooi (antwoordende hem) | |||||||||
| eipen (zei) | legei (zegt) | ||||||||
| egoo eimi (ik ben het) | su legeis (gij zegt het) | ||||||||
| 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) | 338. Jezus vóór Pilatus : Mc 15,2-5 // Mt 27,11-14 // Lc 23,2-5 |
| Mc 14,62 | Mc 8,38 | Mc 9,1 | Mc 13,26 |
| kai (en) | hotan (wanneer) | heôs an (totdat) | kai tote (en dan) |
| opsesthe (gij zult zien) | idôsin (zij zullen zien) | opsontai (zullen zij zien) | |
| ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon) | tèn basileian tou theou (het koninkrijk van God) | ton huion tou anthrôpou (de mensenzoon) | |
| ek deksiôn (rechts) | |||
| kathèmenon (zittend) | |||
| dunameôs (van de kracht) | |||
| kai (en) | |||
| erchomenon (komende) | elthèi (hij komt) | elèluthuian (gekomen zijnde) | erchomenon (komende) |
| en tèi doksèi tou patros autou (in de heerlijkheid van zijn vader) | en dunamei (in kracht) | en nefelais meta dunameôs pollès kai doksès (op de wolken met grote kracht en heerlijkheid) | |
| meta tôn nefelôn tou ouranou (op de wolken van de hemel) | meta tôn aggelôn tôn hagiôn (met zijn heilige engelen) | ||
| 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 // Mt 26,59-66 // (Lc 22,66-71) - Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 - | 166. Wat baat het een mens de hele wereld te winnen : Mc 8,36-38 // Mt 16,26-27 // Lc 9,25-26 - Mc 8,36-38 - Mt 16,26-27 - Lc 9,25-26 - | 167. Nabijheid van het Rijk Gods : Mc 9,1 // Mt 16,28 // Lc 9,27 - Mc 9,1 - Mt 16,28 - Lc 9,27 - | 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 // Mt 24,29-31 // Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 - |
| Mc 14,55 - Mc 14,55 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [55] And the chief priests and all the council sought for
witness against Jesus to put him to death; and found none.
Luther-Bibel . 55 Aber die Hohenpriester und der ganze Hohe Rat suchten Zeugnis
gegen Jesus, dass sie ihn zu Tode brächten, und fanden nichts.
Tekstuitleg van Mc 14,55 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
3. nom. mann. mv. archiereis (hogepriesters) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus
(hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus
(hogepriester) .
Mc (11) : (1) Mc
11,18 . (2) Mc
11,27 . (3) Mc
14,1 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,53 . (6) Mc
14,55 . (7) Mc
15,1 . (8) Mc
15,3 . (9) Mc
15,10 . (10) Mc
15,11 . (11) Mc
15,31 . Een vorm van archiereus (priester) in Mc in 22 verzen .
4. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
7. sunedrion (Sanhedrin) . Nominatief onzijdig enkelvoud . In het Nederlands telt Sanhedrin een lettergreep minder dan het Griekse sunedrion . Sanhedrin : http://bijbelaantekeningen.blogspot.com/2006/02/sanhedrin.html . Het Sanhedrin was het hoogste gerechtshof van de Joden, ook wel genoemd de Grote of Hoge Raad van het Jodendom. Het telde 70 leden, bestaande uit de hogepriester (als voorzitter), overpriesters (of gewezen hogepriesters) en de schriftgeleerden (als vakmensen). De naam is afgeleid van het Griekse woord synedrion: vergadering of raadsvergadering. Ook in het oude Griekenland bestonden synedrions (plaatselijke rechtbanken). Het Joodse Sanhedrin was al in de Perzische tijd actief, maar pas in de Romeinse tijd wordt er, mede door de Bijbel, meer over bekend. Als een Jood ter door veroordeeld werd sprak het Sanhedrin de vorm van steniging uit. Na de bezetting van Israel door de Romeinen mochten zij niet meer de doodstraf uitspreken en moesten zij de verdachte overdragen aan de Romeinse bestuurders, welke indien ook zij de verdachte schuldig bevonden de persoon kruisigden. In de Talmud wordt beschreven, dat wanneer het Sanhedrin eens in de zeventig jaar een ter doodveroordeling uitsprak, dit genoeg was om de rechters moordenaars te noemen. De zittingszaal van het Sanhedrin was gelegen aan de Zuid-West-zijde van het tempelplein te Jeruzalem, half op gewijde, half op ongewijde grond. Twee deuren gaven toegang, één van het tempelplein en éé'n van de stad uit. Na de verwoesting van de tempel verplaatst men de vergaderingen naar Jamne en Tiberias. In 425 n. Chr. wordt het Sanhedrin opgeheven. In oktober 2004 ziet in Tiberias een nieuw Sanhedrin het licht. Welke grotendeels bestaat uit ultraorthodoxe joden.
| sunedrion (Sanhedrin) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn.. | ev. |
| nom. + acc. enk. sunedrion | 11 | 1 | 10 | 1 | 2 | 1 | 1 | 5 | 4 | 5 | ||
| gen. enk. sunedriou | 6 | 3 | 3 | 3 | ||||||||
| dat. enk. sunedriôi | 11 | 4 | 7 | 1 | 6 | 1 | 1 | |||||
| Totaal | 28 | 8 | 20 | 2 | 2 | 1 | 1 | 14 | 5 | 6 |
| sunedrion (Sanhedrin) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn.. | ev. |
| nom. + acc. enk. sunedrion | 11 | 1 | 10 | 1 : Mt 26,59 . | 2 : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 15,1 . | 1 : Lc 22,66 . | 1 : Joh 11,47 . | 5 : (1) Hnd 5,21 . (2) Hnd 6,12 . (3) Hnd 22,30 . (4) Hnd 23,20 . (5) Hnd 23,28 . | 4 : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 | 5 | ||
| gen. enk. sunedriou | 6 | 3 | 3 | 3 : (1) Hnd 4,15 . (2) Hnd 5,41 . (3) Hnd 24,20 . | ||||||||
| dat. enk. sunedriôi | 11 | 4 | 7 | 1 : Mt 5,22 . | 6 : (1) Hnd 5,27 . (2) Hnd 5,34 . (3) Hnd 6,15 . (4) Hnd 23,1 . (5) Hnd 23,6 . (6) Hnd 23,15 . | 1 | 1 | |||||
| Totaal | 28 | 8 | 20 | 2 | 2 | 1 | 1 | 14 | 5 | 6 |
Nominatief in drie van de tien verzen in het N.T. : (1) Mt
26,59 . (2) Mc
14,55 (nominatief) . (3) Mc
15,1 (nominatief) .
Accusatief in zeven van de tien verzen van het N.T. : (1) Lc
22,66 . (2) Joh
11,47 . (3) Hnd
5,21 . (4) Hnd
6,12 . (5) Hnd
22,30 . (6) Hnd
23,20 . (7) Hnd
23,28 .
6. - 7. to sunedrion . In de negen van de tien verzen in het N.T. , niet in Joh 11,47 .
5. - 7. holon to sunedrion : het hele Sanhedrin . In het Grieks komt het bijvoeglijk naamwoord voor of na het bepaald lidwoord en zelfstandig naamwoord , in het Nederlands staat het bijvoeglijk naamwoord tussen het bepaald lidwoord en het zelfstandig naamwoord .
holon to sunedrion (het hele sanhedrin) . In drie verzen in de bijbel : (1)
Mc 14,55
(nominatief) . (2) Mc
15,1 (nominatief) . (3) Hnd
22,30 (accusatief) . Telkens komt holon to sunedrion (het hele sanhedrin)
voor in combinatie met en voorafgegaan door de hogepriesters :
(1) Mc
14,55 (hoi de archiereis kai holon to sunedrion = de hogepriesters echter
en het hele sanhedrin) .
(2) Mc
15,1 (hoi archiereis ... kai holon to sunedrion = de hogepriesters ... en
het hele sanhedrin) .
(3) Hnd
22,30 (tous archiereis kai holon to sunedrion = de hogepriesters en het
hele sanhedrin) .
to sunedrion holon (het hele sanhedrin) : Mt
26,59 . In dit vers komen dezelfde kenmerken voor als hierboven . Mt
26,59 // Mc
14,55 .
Datief : (4) Hnd
23,1 : tôi sunedriôi = aan het sanhedrin . (6) Hnd
23,15 : sun tôi sunedriôi = samen met het sanhedrin . In vier
verzen en tôi sunedriôi = in het sanhedrin : (1) Hnd
5,27 . (2) Hnd
5,34 . (3) Hnd
6,15 . (5) Hnd
23,6 .
De verschillende vormen van sunedrion (sanhedrin) op een rijtje gezet . In veertien
verzen in Hnd : :(1) Hnd
4,15 . (2) Hnd
5,21 . (3) Hnd
5,27 . (4) Hnd
5,34 . (5) Hnd
5,41 . (6) Hnd
6,12 .(7) Hnd
6,15 . (8) Hnd
22,30 . (9) Hnd
23,1 . (10) Hnd
23,6 . (11) Hnd
23,15 . (12) Hnd
23,20 . (13) Hnd
23,28 . (14) Hnd
24,20 .
8. act. ind. imperf. 3de pers. mv. ezètoun (zij zochten) van het werkw.
zèteô (zoeken) . Taalgebruik in het N.T. : zèteô
(zoeken) . Taalgebruik in Mc : zèteô
(zoeken) . Hebr. bâqasj . Ned. zoeken . Lat. quaerere . Fr. chercher
(ch / q - r) . E. search . D. suchen . D. zoeken . Mc (4) : (1) Mc
11,18 . (2) Mc
12,12 . (3) Mc
14,1 . (4) Mc
14,55 . In 4 verzen in Mc in de imperfectumvorm . In een reeks van vier
. De imperfectumvorm om de duur van het zoeken uit te drukken . Telkens zijn
hogepriesters erbij betrokken om Jezus te zoeken met het oog om hem te doden
.
- Mc 11,18
: kai èkousan hoi archiereis kai hoi grammateis kai ezètoun
(en de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden en zij zochten) pôs
auton apolesôsin (hoe ze hem zouden uitschakelen) .
- Mc 12,12
: kai ezètoun (en zij zochten) auton kratèsai (om
hem te bemachtigen) .
- Mc 14,1
: kai ezètoun hoi archiereis kai hoi grammateis (en de hogepriesters
en de schriftgeleerden zochten) pôs auton en dolôi kratèsantes
apokteinôsin (hoe ze hem door een list te bemachtigen hem zouden
doden) .
- Mc 14,55
: oi de archiereis kai olon to sunedrion ezètoun kata tou ièsou marturian (maar
de hogepriesters en het hele sanhedrin zochten tegen Jezus een getuigenis) eis
to thanatôsai auton (om hem te doden) .
9. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata
(tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata
(tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc
4,10 . (2) Mc
5,13 . (3) Mc
6,40 . (4) Mc
7,5 . (5) Mc
11,25 . (6) Mc
13,8 . (7) Mc
14,19 . (8) Mc
14,55 . (9) Mc
15,6 .
11. gen. mann. enk. Ièsou . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 14,67 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
12. marturian (getuigenis) Accusatief vrouwelijk enkelvoud .
| marturia (getuigenis) | bijbel | O.T. | N.T. | Mt | Mc | Lc | Joh | Hnd | Br. | Apk | syn. | ev. |
| nom. + dat. enk. marturia(i) | 54 | 40 | 14 | 1 : Mc 14,59 . | 8 | 4 | 1 | 1 | 9 | |||
| gen. enk. + acc. mv. marturias | 3 | 1 | 2 | 1 : Lc 22,71 . | 1 | 1 | 1 | |||||
| acc. enk. marturian | 22 | 4 | 18 | pseudomarturian : Mt 26,59 . | 1 : Mc 14,55 . | 6 | 1 | 3 | 7 | 1 : (1) Mt 26,59 // Mc 14,55 . | 7 | |
| nom. + voc. mv. marturiai | 1 | 1 | pseudomarturiai : Mt 15,19 . | 1 : Mc 14,56 . | 1 | 1 | ||||||
| gen. mv. marturiôn | 7 | 7 | ||||||||||
| Totaal | 87 | 52 | 35 | 3 | 1 | 14 | 1 | 7 | 9 | 4 | 18 |
In Mc 14,55 zijn de hogepriesters en het hele sanhedrin op zoek naar een getuigenis tegen Jezus . In Mc 14,56 vertelt de evangelist dat de getuigenissen niet gelijk zijn , dus niet met elkaar overeenstemmen . In Mc 14,58 wordt het getuigenis van de tempel gegeven . Ook over dit getuigenis is er geen overeenstemming (Mc 14,59) . In de paralleltekst van Matteüs spreekt de evangelist Matteüs over een pseudogetuigenis of een vals getuigenis .
15. act. inf. aor.thanatôsai (om te doden) van het werkw. thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in Mc : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Mc (1) : Mc 14,55 .
8. 13. - 15. Duality
- Mc 13,12
: paradôsei ... eis thanaton (hij zal overleveren ter dood) .
- Mc 14,55
: ezètoun ... eis to thanatôsai (zij zochten ... om te doden) .
16. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
17. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,56 - Mc 14,56 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [56] For many bare false witness against him, but their
witness agreed not together.
Luther-Bibel . 56 Denn viele gaben falsches Zeugnis ab gegen ihn; aber ihr Zeugnis
stimmte nicht überein.
Tekstuitleg van Mc 14,56 .
2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,7 . (4) Mc
14,40 . (5) Mc
14,56 . (6) Mc
14,70 .
6. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
7. nom. vr. mv. isai (gelijk aan) van het bijvoegl. naamw. isos (gelijk) . Taalgebruik in het NT : isos (gelijk) . Ned. gelijk , zoals , evenals . Lat. similis . Fr. pareil , comme . E. like . D. wie . Bijbel (2) : (1) 1 Kr 5,14 : de persoonsnaam Isai < Hebr. jësjîsjaj . (2) Mc 14,56 .
. (2) W 7,1 . Een vorm van isos (gelijk) in de LXX (40) , in het NT (8) .
| Mc 14,57 - Mc 14,57 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [57] And there arose certain, and bare false witness against
him, saying,
Luther-Bibel . 57 Und einige standen auf und gaben falsches Zeugnis ab gegen
ihn und sprachen:
Tekstuitleg van Mc 14,57 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
| Mc 14,58 - Mc 14,58 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [58] We heard him say, I will destroy this temple that is
made with hands, and within three days I will build another made without hands.
Luther-Bibel . 58 Wir haben gehört, dass er gesagt hat: Ich will diesen Tempel,
der mit Händen gemacht ist, abbrechen und in drei Tagen einen andern bauen,
der nicht mit Händen gemacht ist.
Tekstuitleg van Mc 14,58 .
1. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
14. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
15. voorzetsel dia (omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : dia (door) . Taalgebruik in Mc : dia (door) . L. per , post . Fr. par , après . Ned. na .
17. genitief vrouwelijk meervoud hèmerôn van het zelfst. naamw. hèmera (dag) . Mc (2) : (1) Mc 2,1 . (2) Mc 14,58 : dia triôn hèmerôn (na drie dagen) . In die context vinden we ook : èkousamen... hoti : wij hebben gehoord... dat .
9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the .
Mc 14 (12) : (1)
Mc 14,8
. (2) Mc
14,9 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,33 . (5) Mc
14,39 . (6) Mc
14,47 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,58 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,62 . (11) Mc
14,67 . (12) Mc
14,71 .
12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
| Mc 14,59 - Mc 14,59 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [59] But neither so did their witness agree together.
Luther-Bibel . 59 Aber ihr Zeugnis stimmte auch so nicht überein.
Tekstuitleg van Mc 14,59 .
1. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
3. houtôs (zo, op deze wijze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos
(zo) . Taalgebruik in Mc : houtos
(zo) .
Mc (10) : (1) Mc
2,7 . (2) Mc
2,8 . (3) Mc
2,12 . (4) Mc
4,26 . (5) Mc
7,18 . (6) Mc
9,3 . (7) Mc
10,43 . (8) Mc
13,29 . (9) Mc
14,59 . (10) Mc
15,39 .
7. nominatief vrouwelijk enkelvoud marturia (getuigenis) . Taalgebuik in het
N.T. : marturia
(getuigenis) . Taalgebuik in Mc : marturia
(getuigenis) .
Mc (1) : Mc
14,59 .
In Mc
14,55 zijn de hogepriester en het hele sanhedrin op zoek naar een getuigenis
tegen Jezus . In Mc
14,56 vertelt de evangelist dat de getuigenissen niet gelijk zijn , dus
niet met elkaar overeenstemmen . In Mc
14,58 wordt het getuigenis van de tempel gegeven . Ook over dit getuigenis
is er geen overeenstemming (Mc
14,59) .
| Mc 14,60 - Mc 14,60 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [60] And the high priest stood up in the midst, and asked
Jesus, saying, Answerest thou nothing? what is it which these witness against
thee?
Luther-Bibel . 60 Und der Hohepriester stand auf, trat in die Mitte und fragte
Jesus und sprach: Antwortest du nichts auf das, was diese gegen dich bezeugen?
Tekstuitleg van Mc 14,60 . Het vers Mc 14,60 telt 18 (2 X 3 X 3) letters , 95 (5 X 19) letters . De getalwaarde van Mc 14,60 is 11988 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 11 X 17) .
Mc 14,60.1.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,60.3.
bep. lidw. nom. + onz. mann. enk. ho (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72
Mc 14,60.4. nom. mann. enk. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (3) : (1) Mc 14,60. (2) Mc 14,61 . (3) Mc 14,63 .
Mc 14,60.5.
eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis
(naar) . Taalgebruik in Mc : eis
(naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid
, gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc
Mc 14,60.6.
acc. onz. enk. meson van het bijvoegl. naamw. mesos (zich in het midden
bevindend) . Taalgebruik in het N.T. : mesos
(zich in het midden bevindend) . Taalgebruik in Mc : mesos
(zich in het midden bevindend) .
Mc (3) : (1) Mc
3,3 . (2) Mc
7,31 . (3) Mc
14,60 .
Mc 14,60.5.
- 6. eis to meson (in het midden) : Mc
3,3 . eis meson (naar een midden) : Mc
14,60 . In Mc
3,3 wordt een vorm van egeirô (wekken) , in Mc
14,60 een vorm van anistèmi (opstaan) gebruikt : egeire wek , sta
op) en anastas (opgestaan) . Wat heeft de man met de verschrompelde hand te
maken met de hogepriester ? In Mc
3,4 stelt Jezus aan de farizeeën de vraag of het toegaten is op sabbat
goed of kwaad te doen , een leven te redden of verloren te laten gaan . De genezing
van de man zal ertoe leiden dat de Farizeeën met de Herodianen het advies
zullen geven Jezus om te brengen . In Mc
14,61 stelt de hogepriester de vraag naar de identiteit van Jezus : ben
je de Christus , de zoon van de gezegende . Het antwoord van Jezus in Mc
14,62 zal leiden tot zij veroordeling tot de dood (Mc
14,64) . We staan hier dus in een situatie waarin een man wordt genezen
(Mc 3,5)
en Jezus ter dood wordt veroordeeld (Mc
14,64) . Jezus redt een man , de hogepriester laat Jezus ter dood veroordelen
.
Is de hogepriester soms een gehandicapte man , die zijn hand niet kan uitsteken
naar Jezus om door hem genezen te worden . Zijn de rollen in Mc
14,55-64 in vergelijking met Mc
3,1-6 nu omgekeerd . De Farizeeën lagen op de loer om Jezus te kunnen
beschuldigen (Mc
3,2) en zwegen op de vraag van Jezus (Mc
3,4) . In Mc
14,55-64 zwijgt op de vraag van de hogepriester of hij niet antwoordt op
de getuigenissen .
Mc 14,60.8. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
Mc 14,60.9. acc. mann. enk. Ièsoun . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,53 . (2) Mc 14,60 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 .
Mc 14,60.8. - 9. ton Ièsoun (Jezus) . In Mc in 10 van de 11 verzen . Niet in Mc 16,6 .
| Mc 14,61 - Mc 14,61 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [61] But he held his peace, and answered nothing. Again
the high priest asked him, and said unto him, Art thou the Christ, the Son of
the Blessed?
Luther-Bibel . 61 Er aber schwieg still und antwortete nichts. Da fragte ihn
der Hohepriester abermals und sprach zu ihm: Bist du der Christus, der Sohn
des Hochgelobten?
Tekstuitleg van Mc 14,61 . Dit vers Mc 14,61 telt 22 (2 X 11) woorden , X lettergrepen en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 14,61 is 12715 (5 X 2543) .
Mc 14,61.1.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72 .
Mc 14,61.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
Mc 14,61.3.
esiôpa (hij zweeg) . In 2 verzen in de bijbel : (1) Mt
26,63 . (2) Mc
14,61 . Gr. siôpaô ( zwijgen ) . Lat. tacere . Fr. taiser .
Zie Js 53,7
. nè´èlâmâh ( zij verstomde , zij zweeg ) .
Nifal perf. 3de pers. vrouwel. enk. van het werkwoord ´âlam : verstommen
. Hapax .
Gr. afônos < a- fônos ( zonder stem , stom ) . In 3 verzen in
de bijbel : (1) Js
53,7 . (2) 2 Mak 3,29 . (3) Hnd
8,32 ( in een citaat van Js
53,7 ) .
Lat. obmutescet < ob - mut - escet ( hij verstomde ) .
Het dubbel aspect van zwijgen en niet spreken in Js
53,7 komt in een andere formulering terug in Mc
14,61 : ho de esiôpa ( hij echter zweeg ) kai ouk apekrinato ouden
( en hij antwoordde niet niets ) .
Mc 14,61.9.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72 .
Mc 14,61.10. nom. mann. enk. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (3) : (1) Mc 14,60. (2) Mc 14,61 . (3) Mc 14,63 .
Mc 14,61.11.
act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het
werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger
: ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô
(epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô
(epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc
5,9 . (2) Mc
8,23 . (3) Mc
8,27 . (4) Mc
8,29 . (5) Mc
9,33 . (6) Mc
10,17. (7) Mc
13,3 . (8) Mc
14,61 . (9) Mc
15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .
12. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
Mc 14,61.11. - 12. epèrôta auton (hij vroeg hem uit) . Mc (4) : (3) Mc 5,9 (de man met een onreine geest aan Jezus) . (2) Mc 8,23 (Jezus aan de blinde) . (3) Mc 10,17 (de rijke jongeling aan Jezus) . (8) Mc 14,61 (de hogepriester aan Jezus) .
13. kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,61.14. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
14. - 15. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .
Mc 14,61.13. - 15. kai legei autô(i) (en hij zegt hem) . Mc (7) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,28 . (5) Mc 7,34 . (6) Mc 14,30 . (7) Mc 14,61 . In 5 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 7,34 . (5) Mc 14,30 . In 2 verzen is iemand anders dan Jezus onderwerp : (1) Mc 7,28 (de Syrofenicische) . (2) Mc 14,61 (de hogepriester) .
Mc 14,61.16. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .
Mc 14,61.16.
- 17. su ei (jij bent, gij zijt) . Mc (5 / 9) : (1) Mc
1,11 . (2) Mc
3,11 . (3) Mc
8,29 . (4) Mc
14,61 . (5) Mc
15,2 .
Merk volgende gelijkenissen op :
- Mc 1,11
: su ei ho uios mou = jij bent mijn zoon .
- Mc 3,11
: su ei ho uios tou theou = jij bent de zoon van God .
- Mc 8,29
= Mc 14,61
: su ei ho christos = jij bent de messias
- Mc 15,2
: su ei ho basileus tôn ioudaiôn = jij bent de koning van de joden
.
Mc 14,61.18.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72 .
Mc 14,61.20.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72 .
| Mc 14,62 - Mc 14,62 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . And Jesus said, I am: and ye shall see the Son of man sitting
on the right hand of power, and coming in the clouds of heaven.
Luther-Bibel . 62 Jesus aber sprach: Ich bin's; und ihr werdet sehen den Menschensohn
sitzen zur Rechten der Kraft und kommen mit den Wolken des Himmels.
Tekstuitleg van Mc 14,62 . Dit vers telt 24 (2 X 2 X 2 X 3) woorden en 112 (2 X 2 X 2 X 2 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 14,62 is 15273 (3 X 3 X 1697) .
Mc 14,62.1.
bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T.
: bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72
Mc 14,62.2.
de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de
(echter) . Taalgebruik in Mc : de
(echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het
kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of
situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2 = 151) . Mc 14 (23) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,7 . (5) Mc
14,9 . (6) Mc
14,11 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,29 . (10) Mc
14,31 . (11) Mc
14,38 . (12) Mc
14,44 . (13) Mc
14,46 . (14) Mc
14,47 . (15) Mc
14,52 . (16) Mc
14,55 . (17) Mc
14,61 . (18) Mc
14,62 . (19) Mc
14,63 . (20) Mc
14,64 . (21) Mc
14,68 . (22) Mc
14,70 . (23) Mc
14,71 .
Mc 14,62.3. nom. mann. enk. Ièsous . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Hebr. Jëhôsju`a (JHWH redt) . Ièsous (Jezus) . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) .
Mc 14,62.4. ind. aor. 3de p. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon .
Mc 14,62.7.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
Mc 14,62.8. act. ind. fut. 2de pers. mv. opsesthe (jullie zullen zien) van het werkw. horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Taalgebruik in Mc : horaô (zien) . Mc (2) : (1) 14,62 . (2) Mc 16,7 . Een vorm van horaô (zien) in Mc in 7 verzen : (1) Mc 1,44 . (2) Mc 8,15 . (3) Mc 8,24 . (4) Mc 9,4 . (5) Mc 13,26 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 16,7 .
Mc 14,62.9.
bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 14 (12) : (1) Mc
14,8 . (2) Mc
14,9 . (3) Mc
14,27 . (4) Mc
14,33 . (5) Mc
14,39 . (6) Mc
14,47 . (7) Mc
14,53 . (8) Mc
14,58 . (9) Mc
14,60 . (10) Mc
14,62 . (11) Mc
14,67 . (12) Mc
14,71 .
Mc 14,62.10.
acc. mann. enk. huion (zoon) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik
in het N.T. : huios
(zoon) . Taalgebruik in Mc : huios
(zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils .
Mc (6) : (1) Mc
8,31 . (2) Mc
9,12 . (3) Mc
9,17 . (4) Mc
12,6 . (5) Mc
13,26 . (6) Mc
14,62 . Een vorm van huios (zoon) in Mc in 33 verzen .
Mc 14,62.11.
bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,3 . (3) Mc
14,4 . (4) Mc
14,21 . (5) Mc
14,25 . (6) Mc
14,41 . (7) Mc
14,47 . (8) Mc
14,54 . (9) Mc
14,55 . (10) Mc
14,61 . (11) Mc
14,62 . (12) Mc
14,66 . (13) Mc
14,67 .
Mc 14,62.12.
gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos
(mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos
(mens) .
Mc (16) : (1) Mc
2,10 . (2) Mc
2,28 . (3) Mc
5,8 . (4) Mc
7,15 . (5) Mc
7,20 . (6) Mc
8,31 . (7) Mc
8,38 . (8) Mc
9,9 . (9) Mc
9,12 . (10) Mc
9,31 . (11) Mc
10,33 . (12) Mc
10,45 . (13) Mc
13,26 . (14) Mc
14,21 . (15) Mc
14,41 . (16) Mc
14,62 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Mc in 53 verzen .
10. - 12. Een vorm van huios tou anthrôpou (mensenzoon) in 13 (14X) verzen : (1) Mc 2,10 . (2) Mc 2,28 . (3) Mc 8,31 . (4) Mc 8,38 . (5) Mc 9,9 . (6) Mc 9,12 . (7) Mc 9,31 . (8) Mc 10,33 . (9) Mc 10,45 . (10) Mc 13,26 . (11) Mc 14,21 (2X) . (12) Mc 14,41 . (13) Mc 14,62 .
Mc 14,62.13.
ek - ex (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek
(uit) . Taalgebruik in Mc : ek
(uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc (38 + 20 = 58) . ek (uit) Mc 14 (2 + 4) : (1) Mc
14,25 . (2) Mc
14,72 . ex (uit) : Mc (14) : (1) Mc
14,18 . (2) Mc
14,23 . (3) Mc
14,69 . (4) Mc
14,70 . + Mc
14,62 .
Mc 14,62.14.
gen. mv. dexiôn (rechts) van het bijvoegl. naamw. dexios (rechts) . Taalgebruik
in het N.T. : dexios
(rechts) . Taalgebruik in Mc : dexios
(rechts) .
Mc (6) : (1) Mc
10,37 . (2) Mc
10,40 . (3) Mc
12,36 . (4) Mc
14,62 . (5) Mc
15,27 . (6) Mc
16,19 . Een vorm van dexios (rechts) in Mc in 7 verzen .
Mc 14,62.15.
participium praesens accusatief mannelijk enkelvoud kathèmenon (gezeten)
van het werkwoord kathèmai (zich zetten, zitten) . Taalgebruik in het
N.T. : kathèmai
(zich zetten, gaan zitten, zitten) . Taalgebruik in Mc : kathèmai
(zich zetten, gaan zitten, zitten) .
Mc (4) : (1) Mc
2,14 . (2) Mc
5,15 . (3) Mc
14,62 . (4) Mc
16,5 . Een vorm van kathèmai (zich zetten, zitten) in Mc in 11 verzen
.
16. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
17. gen. vr. enk. dunameôs van het zelfst. naamw. dunamis (macht, kracht) . Taalgebruik in het N.T. : dunamis (macht, kracht) . Taalgebruik in Mc : dunamis (macht, kracht) . Mc (2) : (1) Mc 13,26 . (2) Mc 14,62 . Een vorm van dunamis (macht, kracht) (enk.) in Mc in 7 verzen : (1) Mc 5,30 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 9,1 . (4) Mc 9,39 . (5) Mc 12,24 . (6) Mc 13,26 . (7) Mc 14,62 .
Mc 14,62.18.
kai (en) . Taalgebruik : kai
(en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai
(en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et
. Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 14 . Van de 72 verzen niet in 12 verzen : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,4 . (3) Mc
14,6 . (4) Mc
14,8 . (5) Mc
14,20 . (6) Mc
14,21 . (7) Mc
14,25 . (8) Mc
14,28 . (9) Mc
14,42 . (10) Mc
14,52 . (11) Mc
14,63 . (12) Mc
14,64 .
19. part. pr. acc. mann. enk. erchomenon (komende) van het werkw. erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai
(gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai
(gaan, komen) .
Mc (3) : (1) Mc
13,26 . (2) Mc
14,62 . (3) Mc
15,21 . Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc in 82 verzen .
20. meta (met , na) . Afkorting : met' . Taalgebruik in het N.T. : meta
(na , met) . Taalgebruik in Mc : meta
(na , met) . Voorzetsel . Hebr. `im .
-- Lat. cum . Ned. met (Gr. me - ta = met die dingen) . D. mit . E. with . Fr.
avec (< apud hoc : met dat) .
-- Lat. post-quam . Ned. na-dat . D. nachdem . Fr. après (< ad pressum
= tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum : persen ) . E. after .
Mc (34 + 16 = 50) . Mc 14 (10 + 4 = 14) . meta (met, na) . Mc 14 (10) : (1)
Mc 14,1
. (2) Mc
14,14 . (3) Mc
14,17 . (4) Mc
14,28 . (5) Mc
14,43 . (6) Mc
14,48 . (7) Mc
14,54. (8) Mc
14,62 . (9) Mc
14,67 . (10) Mc
14,70 . met' (met, na) . Mc 14 (4) : (1) Mc
14,18 . (2) Mc
14,20 . (3) Mc
14,33 . (4) Mc
14,43 .
21. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
22. gen. vr. mv. nefelôn (wolken) van het zelfst. naamw. nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in het N.T. : nefelè (nevel, wolk) . Taalgebruik in Mc : nefelè (nevel, wolk) . Mc (1) : Mc 14,62 . Een vorm van nefelè (nevel, wolk) in Mc in 4 verzen : (1) Mc 9,7 . (2) Mc 9,7 . (3) Mc 13,26 . (4) Mc 14,62 .
23. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. :
bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,3 . (3) Mc
14,4 . (4) Mc
14,21 . (5) Mc
14,25 . (6) Mc
14,41 . (7) Mc
14,47 . (8) Mc
14,54 . (9) Mc
14,55 . (10) Mc
14,61 . (11) Mc
14,62 . (12) Mc
14,66 . (13) Mc
14,67 .
| Mc 14,63 - Mc 14,63 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [63] Then the high priest rent his clothes, and saith, What
need we any further witnesses?
Luther-Bibel . 63 Da zerriss der Hohepriester seine Kleider und sprach: Was
bedürfen wir weiterer Zeugen?
Tekstuitleg van Mc 14,63 .
1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het
N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 14 (27) : (1) Mc
14,6 . (2) Mc
14,8 . (3) Mc
14,9 . (4) Mc
14,10 . (5) Mc
14,14 . (6) Mc
14,18 . (7) Mc
14,20 . (8) Mc
14,21 . (9) Mc
14,27 . (10) Mc
14,29 . (11) Mc
14,30 . (12) Mc
14,31 . (13) Mc
14,36 . (14) Mc
14,41 . (15) Mc
14,42 . (16) Mc
14,44 . (17) Mc
14,48 . (18) Mc
14,52. (19) Mc
14,54 . (20) Mc
14,60 . (21) Mc
14,61 . (22) Mc
14,62 . (23) Mc
14,63 . (24) Mc
14,68 . (25) Mc
14,70 . (26) Mc
14,71 . (27) Mc
14,72 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
3. nom. mann. enk. archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (3) : (1) Mc 14,60. (2) Mc 14,61 . (3) Mc 14,63 .
8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
| Mc 14,64 - Mc 14,64 : 332. Jezus voor het Sanhedrin : Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,55 - Mc 14,56 - Mc 14,57 - Mc 14,58 - Mc 14,59 - Mc 14,60 - Mc 14,61 - Mc 14,62 - Mc 14,63 - Mc 14,64 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [64] Ye have heard the blasphemy: what think ye? And they
all condemned him to be guilty of death.
Luther-Bibel . 64 Ihr habt die Gotteslästerung gehört. Was ist euer Urteil?
Sie aber verurteilten ihn alle, dass er des Todes schuldig sei.
Tekstuitleg van Mc 14,64 .
2. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (65) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,3 . (2) Mc
14,24 . (3) Mc
14,25 . (4) Mc
14,35 . (5) Mc
14,62 . (6) Mc
14,64 .
8. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
11. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T.
: voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
13. act. inf. praes. einai (zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik
in het N.T. : eimi
(zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi
(zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn
. E. to be .
Mc (7) : (1) Mc
8,27 . (2) Mc
8,29 . (3) Mc
9,5 . (4) Mc
9,35 . (5) Mc
10,44 . (6) Mc
12,18 . (7) Mc
14,64 .
14. gen. mann. enk. thanatou (van de dood) van het zelfst. naamw. thanatos (dood) . Taalgebruik in het N.T. : thanatos (dood) . Taalgebruik in Mc : thanatos (dood) . Mc (3) : (1) Mc 9,1 . (2) Mc 14,34 . (3) Mc 14,64 . Een vorm van thanatos (dood) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 7,10 . (2) Mc 9,1 . (3) Mc 10,33 . (4) Mc 13,12 . (5) Mc 14,34 . (6) Mc 14,64 .
333. Bespotting van Jezus : Mc 14,65 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 -
| Mc 14,65 - Mc 14,65 : 333. Bespotting van Jezus : Taalgebruiken -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [65] And some began to spit on him, and to cover his face,
and to buffet him, and to say unto him, Prophesy: and the servants did strike
him with the palms of their hands.
Luther-Bibel . 65 Da fingen einige an, ihn anzuspeien und sein Angesicht zu
verdecken und ihn mit Fäusten zu schlagen und zu ihm zu sagen: Weissage uns!
Und die Knechte schlugen ihn ins Angesicht.
Tekstuitleg van Mc 14,65 .
4. emptuein . Infinitief . In 1 vers in de bijbel : Mc 14,65 . Taalgebruik : emptuô (spuwen op of in : in iemands gelaat spuwen, uitspuwen , zie Js 50,6 .
9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 -
| Mc 14,66 - Mc 14,66 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [66] And as Peter was beneath in the palace, there cometh
one of the maids of the high priest:
Luther-Bibel . 66 Und Petrus war unten im Hof. Da kam eine von den Mägden des
Hohenpriesters;
Tekstuitleg van Mc 14,66 .
11. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . Taalgebruik in
het N.T. : bepaald
lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald
lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das
enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 14 (13) : (1) Mc
14,10 . (2) Mc
14,12 . (3) Mc
14,13 . (4) Mc
14,14 . (5) Mc
14,17 . (6) Mc
14,20 . (7) Mc
14,26 . (8) Mc
14,41 . (9) Mc
14,43 . (10) Mc
14,47 . (11) Mc
14,54 . (12) Mc
14,62 . (13) Mc
14,66 .
14. gen. mann. enk. archiereôs (van de hogepriester) . Taalgebruik in het N.T. : archiereus (hogepriester) . Taalgebruik in Mc : archiereus (hogepriester) . Mc (4) : (1) Mc 2,26 . (2) Mc 14,47 . (3) Mc 14,54 . (4) Mc 14,66 .
| Mc 14,67 - Mc 14,67 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [67] And when she saw Peter warming himself, she looked
upon him, and said, And thou also wast with Jesus of Nazareth.
Luther-Bibel . 67 und als sie Petrus sah, wie er sich wärmte, schaute sie ihn
an und sprach: Und du warst auch mit dem Jesus von Nazareth.
Tekstuitleg van Mc 14,67 .
3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
8. actief ind. praesens 3de pers. enk.. legei (hij zegt) . Taalgebruik in het N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc 14 : (1) Mc 14,13 . (2) Mc 14,14 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,32 . (6) Mc 14,34 . (7) Mc 14,37 . (8) Mc 14,41 . (9) Mc 14,45 . (10) Mc 14,61 . (11) Mc 14,63 . (12) Mc 14,67 .
10. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .
16. gen. mann. enk. Ièsou . Mc 14 (2) : (1) Mc 14,55 . (2) Mc 14,67 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
| Mc 14,68 - Mc 14,68 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [68] But he denied, saying, I know not, neither understand
I what thou sayest. And he went out into the porch; and the cock crew.
Luther-Bibel . 68 Er leugnete aber und sprach: Ich weiß nicht und verstehe nicht,
was du sagst. Und er ging hinaus in den Vorhof, und der Hahn krähte.
Tekstuitleg van Mc 14,68 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
9. pers. vnw. 2de pers. enk. nom. su (jij, gij) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (9) : (1) Mc 1,11 . (2) Mc 3,11 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,36 . (6) Mc 14,61 . (7) Mc 14,67 . (8) Mc 14,68 . (9) Mc 15,2 .
13. ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen (hij ging uit) van het werkw.
exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai
(uit-gaan, naar buiten gaan) . Zie ook Taalgebruik in Mc : eiserchomai
(binnengaan) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals
een huis , een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt
om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .
Mc ( 11) : (1) Mc
1,26 . (2) Mc
1,28 . (3) Mc
1,35 . (4) Mc
2,12 . (5) Mc
2,13 . (6) Mc
4,3 . (7) Mc
6,1 . (8) Mc
8,27 . (9) Mc
9,26 . (10) Mc
11,11 . (11) Mc
14,68 .
16. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
20. act. ind. aor. 3de pers. enk. efônèsen (hij riep) van het werkw. foneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in het N.T. : fôneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in Mc : fôneô (roepen, schreeuwen) . Mc (3) : (1) Mc 9,35 . (2) Mc 14,68 . (3) Mc 14,72 .
| Mc 14,69 - Mc 14,69 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [69] And a maid saw him again, and began to say to them
that stood by, This is one of them.
Luther-Bibel . 69 Und die Magd sah ihn und fing abermals an, denen zu sagen,
die dabeistanden: Das ist einer von denen.
Tekstuitleg van Mc 14,69 .
5. pers. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. :
voornaamwoord
autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord
autos .
Mc (146) . Mc 14 (14) : (1) Mc
14,1 . (2) Mc
14,10 . (3) Mc
14,11 . (4) Mc
14,39 . (5) Mc
14,44 . (6) Mc
14,45 . (7) Mc
14,46 . (8) Mc
14,50 . (9) Mc
14,51 . (10) Mc
14,55 . (11) Mc
14,61 . (12) Mc
14,64 . (13) Mc
14,65 . (14) Mc
14,69 .
6. 8. èrxato (...) legein (hij begon te zeggen) . Mc (5) : (1) Mc 10,28 . (2) Mc 10,32 . (3) Mc 10,47 . (4) Mc 13,5 . (5) Mc 14,69 .
11. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
12. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .
| Mc 14,70 - Mc 14,70 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [70] And he denied it again. And a little after, they that
stood by said again to Peter, Surely thou art one of them: for thou art a Galilaean,
and thy speech agreeth thereto.
Luther-Bibel . 70 Und er leugnete abermals. Und nach einer kleinen Weile sprachen
die, die dabeistanden, abermals zu Petrus: Wahrhaftig, du bist einer von denen;
denn du bist auch ein Galiläer.
Tekstuitleg van Mc 14,70 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
14. alèthôs (waarlijk) . Taalgebruik in het N.T. : alèthôs (waarlijk) . Taalgebruik in Mc : alèthôs (waarlijk) . Mc (2) : (1) Mc 14,70 . (2) Mc 15,39 .
19. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar
(want) . Taalgebruik in Mc : gar
(want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car .
Ned. : want .
Mc (63) . Mc 14 (6) : (1) Mc
14,2 . (2) Mc
14,5 . (3) Mc
14,7 . (4) Mc
14,40 . (5) Mc
14,56 . (6) Mc
14,70 .
18. - 19. kai gar (want ook) . Mc (2) : (1) Mc 10,45 . (2) Mc 14,70 .
| Mc 14,71 - Mc 14,71 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [71] But he began to curse and to swear, saying, I know
not this man of whom ye speak.
Luther-Bibel . 71 Er aber fing an, sich zu verfluchen und zu schwören: Ich kenne
den Menschen nicht, von dem ihr redet.
Tekstuitleg van Mc 14,71 .
2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden . Mc 14 (23) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,4 . (3) Mc 14,6 . (4) Mc 14,7 . (5) Mc 14,9 . (6) Mc 14,11 . (7) Mc 14,20 . (8) Mc 14,21 . (9) Mc 14,29 . (10) Mc 14,31 . (11) Mc 14,38 . (12) Mc 14,44 . (13) Mc 14,46 . (14) Mc 14,47 . (15) Mc 14,52 . (16) Mc 14,55 . (17) Mc 14,61 . (18) Mc 14,62 . (19) Mc 14,63 . (20) Mc 14,64 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,70 . (23) Mc 14,71 .
7. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .
10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (12) : (1) Mc 14,8 . (2) Mc 14,9 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,33 . (5) Mc 14,39 . (6) Mc 14,47 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,58 . (9) Mc 14,60 . (10) Mc 14,62 . (11) Mc 14,67 . (12) Mc 14,71 .
| Mc 14,72 - Mc 14,72 : 334. Verloochening van Petrus : Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Taalgebruik -- Mc 14 -- Mc 14,66 - Mc 14,67 - Mc 14,68 - Mc 14,69 - Mc 14,70 - Mc 14,71 - Mc 14,72 - | ||||||||||||||||
|
King James Bible . [72] And the second time the cock crew. And Peter called
to mind the word that Jesus said unto him, Before the cock crow twice, thou
shalt deny me thrice. And when he thought thereon, he wept.
Luther-Bibel . 72 Und alsbald krähte der Hahn zum zweiten Mal. Da gedachte Petrus
an das Wort, das Jesus zu ihm gesagt hatte: Ehe der Hahn zweimal kräht, wirst
du mich dreimal verleugnen. Und er fing an zu weinen.
Tekstuitleg van Mc 14,72 .
6. act. ind. aor. 3de pers. enk. efônèsen (hij riep) van het werkw. foneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in het N.T. : fôneô (roepen, schreeuwen) . Taalgebruik in Mc : fôneô (roepen, schreeuwen) . Mc (3) : (1) Mc 9,35 . (2) Mc 14,68 . (3) Mc 14,72 .
11. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to , tè... N. : de . E. : the . Mc 14 (22) : (1) Mc 14,1 . (2) Mc 14,5 . (3) Mc 14,8 . (4) Mc 14,9 . (5) Mc 14,12 . (6) Mc 14,14 . (7) Mc 14,16 . (8) Mc 14,20 . (9) Mc 14,22 . (10) Mc 14,24 . (11) Mc 14,26 . (12) Mc 14,28 . (13) Mc 14,32 . (14) Mc 14,36 . (15) Mc 14,38 . (16) Mc 14,41 . (17) Mc 14,47 . (18) Mc 14,54 . (19) Mc 14,55 . (20) Mc 14,65 . (21) Mc 14,68 . (22) Mc 14,72 .
12. acc. onz. enk. rèma (woord, uitspraak) . Taalgebruik in het N.T.
: rèma
(woord, uitspraak) . Taalgebruik in Mc : rèma
(woord, uitspraak) .
Mc (2) : (1) Mc
9,32 . (2) Mc
14,72 . In Mc
9,32 ontkennen de leerlingen het woord van Jezus over zijn lijden , dood
en verrijzenis (tweede lijdensvoorzegging) . In Mc
14,72 herinnert Petrus zich bij het hanengekraai het woord dat Jezus tot
hem sprak . Petrus had in Mc
14,71 gezegd : ik ken die mens niet waarover je spreekt .
17. nom. mann. enk. Ièsous . Mc 14 (7) : (1) Mc 14,6 . (2) Mc 14,18 . (3) Mc 14,27 . (4) Mc 14,30 . (5) Mc 14,48 . (6) Mc 14,62 . (7) Mc 14,72 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 14 (11) : (1) Mc 14,6 (nom. Ièsous) . (2) Mc 14,18 (nom. Ièsous) . (3) Mc 14,27 (nom. Ièsous) . (4) Mc 14,30 (nom. Ièsous) . (5) Mc 14,48 (nom. Ièsous) . (6) Mc 14,53 (acc. Ièsoun) . (7) Mc 14,55 (gen Ièsou.) . (8) Mc 14,60 (acc. Ièsoun) . (9) Mc 14,62 (nom. Ièsous) . (10) Mc 14,67 (gen. Ièsou) . (11) Mc 14,72 (nom. Ièsous) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
18. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti
(dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti
(dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 14 (10) : (1) Mc
14,14 . (2) Mc
14,18 . (3) Mc
14,21 . (4) Mc
14,25 . (5) Mc
14,27 . (6) Mc
14,30 . (7) Mc
14,58 . (8) Mc
14,69 . (9) Mc
14,71 . (10) Mc
14,72 .