MARCUSEVANGELIE , ZESDE HOOFDSTUK - MC 6 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

Overzicht : Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16 ,
Tekstuitleg per pericope - Mc 6,1-6a - Mc 6,6b - Mc 6,7-13 - Mc 6,14-16 - Mc 6,17-29 - Mc 6,30-34 - Mc 6,30a - Mc 6,35-44a - Mc 6,45-52 - Mc 6,53-56
Tekstuitleg vers per vers : - Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 - Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 - Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 - Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 - Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 - Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 - Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/ bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik
- Mc 6,1-6a : 14de (veertiende) zondag door het b-jaar .
- Mc 6,7-13 : 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar .
- Mc 6,30-34 : 16de (zestiende) zondag door het b-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken
-
bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT : overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zesde hoofdstuk van het Marcusevangelie :
145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 .
146. Jezus als leraar : Mc 6,6b -
147. Zending van de twaalf : Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 .
148. Herodes'mening over Jezus : Mc 6,14-16 - Mt 14,1-2 - Lc 9,7-9 .
149. Onthoofding van Johannes de Doper : Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 .
150. Terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop : Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 .
151. Eerste broodvermenigvuldiging : Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a .
152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 .
153. Genezingen te Gennesaret : Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 .

145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -

Lezing op de 14de (veertiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,1-6a .

In die tijd ging Jezus vandaar weg om zich naar zijn vaderstad te begeven en zijn leerlingen gingen met Hem mee. Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge. De talrijke toehoorders vroegen verbaasd: "Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten? Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?" En zij namen er aanstoot aan. Maar Jezus sprak tot hen: "Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring." Hij kon geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. Hij stond verwonderd over hun ongeloof. Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf.

Hoe verhoudt Nazaret zich tot Jezus. Jezus is afkomstig uit Nazaret . Volgens Marcus gaat Jezus van Nazaret naar Judea om zich door Johannes te laten dopen. Bij zijn terugkeer naar Galilea gaat hij niet naar Nazaret maar naar Kafarnaüm. Er is een sterke gelijkenis tussen het optreden van Jezus in Kafarnaüm (Mc 1,21 - Mc 1,22 - Mc 1,23-28 ) en Nazaret (Mc 6,1-6a) althans wat het begin van het optreden in Nazaret betreft. In Nazaret vindt hij aanhangers maar ook tegenstanders.

Volgens Mc 1,9 ging Jezus van Nazaret van Galilea naar Johannes de Doper om zich door hem te laten dopen. Volgens Mc 1,14 ging Jezus naar Galilea (terug). Maar hij ging niet naar Nazaret. Volgens Mc 6,1-6a had Jezus er mee- en tegenstanders.Dat past nog niet bij het begin van het Marcusevangelie. Jezus ging naar Galilea terug niet om zijn vroegere plaats herin te nemen en zijn vroegere taak terug op te nemen. Hij ging naar Galilea om in de lijn van Johannes de Doper leraar te zijn. Dat was duidelijk in Mc 1,14-28 maar het wordt nog eens duidelijk gemaakt in Mc 6,1-6a.

De familie van Jezus is niet zo opgezet met het optreden van Jezus (Mc 3,20). Maar wat is zo opmerkelijk? Na een reeks twistgesprekken (Mc 2,1-3,6) beslissen Farizeeërs en Herodianen om Jezus om te brengen. Na een samenvatting (Mc 3,7-12) volgt de roeping van de leerlingen, die eindigt met de vermelding van Judas, die Jezus overleverde (Mc 3,19). In Mc 3,20 vermeldt Marcus dat de familie van Jezus uittrok om hem vast te grijpen omdat hij waanzinnig (buiten zichzelf) was. We mogen niet vergeten dat de overlevering van Jezus aan de joodse en Romeinse overheden slechts mogelijk was door het verraad van een meest nabije, uit de eigen kring. De vrees dat het de familie van Jezus zou zijn komt hier om de hoek kijken. Het maande Jezus tot voorzichtigheid aan. Het is niet voor niets dat Jezus hierna predikte in parabels.
Mc 6,1 - Mc 6,1 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai exèlthen ekeithen kai erchetai eis tèn patrida autou, kai akolouthousin autôi hoi mathètai autou et egressus inde abiit in patriam suam et sequebantur illum discipuli sui En hij ging daarvandaan weg en hij kwam in zijn vaderstad en zijn leerlingen volgden hem.   Hij ging vandaar weg om Zich naar zijn vaderstad te begeven en zijn leerlingen gingen met Hem mee.   Hij ging daar weg en kwam in zijn vaderstad, en zijn leerlingen volgden Hem.   Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen.  Hij gaat weg daarvandaan en komt in zijn vaderstad aan; zijn leerlingen volgen hem.  1. Étant sorti de là, il se rend dans sa patrie, et ses disciples le suivent.  

Statenvertaling . 1 En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
King James Bible . [1] And he went out from thence, and came into his own country; and his disciples follow him.
Luther-Bibel . 1 Und er ging von dort weg und kam in seine Vaterstadt, und seine Jünger folgten ihm nach.

Tekstuitleg van Mc 6,1 . Dit vers Mc 6,1 telt 15 (3 X 5) woorden , 32 (2 X 2 X 2 X 2 X 2) lettergrepen en 77 (7 X 11) letters . Mc 6,1 bestaat uit 3 nevenschikkende zinnen . De eerste nevenschikkende zin geeft aan vanwaar Jezus komt , de tweede waarnaar Jezus gaat .

Mc 6,1.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,1.2. act. ind. aor. 3de pers. enk. exèlthen (hij ging naar buiten) . Taalgebruik in N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (11) . (1) Mc 1,26 . (2) Mc 1,28 . (3) Mc 1,35 . (4) Mc 2,12 . (5) Mc 2,13 .  (6) Mc 4,3 .  (7) Mc 6,1 .  (8) Mc 8,27 . (9) Mc 9,26 . (10) Mc 11,11 . (11) Mc 14,68 . Het is de 7de maal dat deze vorm exèlthen in Mc gebruikt wordt . Het huis , waarnaar verwezen wordt , is een besloten ruimte . Men kan er buitengaan . Zie ook taalgebruik in Mc : eiserchomai (binnengaan) .
Een vorm van exerchomai (uitgaan) in Mc 6 (6) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,34 . (6) Mc 6,54 . Concreter : (1) uitgaan uit een huis . (2) uitgaan uit een huis . (3) In Mc 6,7 krijgen de twaalf een zending . Ze trekken erop uit (weg van de beslotenheid van de kring ?) . Toch blijft de vraag : uit wat gaan zij uit ? (4) de dochter van Herodes gaat de feestzaal uit . (5) Jezus stapt uit de boot . (6) Jezus en de leerlingen stappen uit de boot .
Link met eiselthôn (binnengegaan) (Mc 5,39) . Eis ton oikon (Mc 5,38) wordt verondersteld . Mc 5,39-43 speelt zich binnenkamers af .
Jezus ging uit het huis van het dochtertje van Jaïrus dat hij uit de doden opwekte .

Mc 6,1.1. - 2. kai exèlthen (en hij ging uit) . Mc (4 / 11) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 6,1 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 14,68 . Maar vaak gaat een participiumzin of een bepaling aan het vervoegd werkw. exèlthen vooraf .

Mc 6,1.3. ekeithen (vanhier) . Taalgebruik in het N.T. : vanhier, vandaar . Taalgebruik in Mc : vanhier, vandaar . Het is meestal de vertaling van het Hebreeuwse misjsjâm (uit : min en sjam) . Misjsjâm (vanaf daar) komt in 103 verzen in Tenach voor .
Mc (5) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,11 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 10,1 . Hier is het de eerste maal bij Marcus . Mc 6,10 en Mc 6,11 behoren tot de zendingsrede . ekeithen (vandaar) in de andere drie verzen maken telkens deel uit van de linken tussen ochlos (menigte) , oikos of oikia (huis) en ekeithen (vandaar) .
Linken tussen ochlos (menigte) (Mc 5,21) , oikos (huis) (Mc 5,38) en kai exèlthen ekeithen (vanaf hier) (Mc 6,1) . Dochtertje van Jaïrus + bloedbloeiende vrouw , in het huis van Jaïrus , Nazaret .
- Mc 5,21 : sunèchthè ochlos polus ep'auton (verzamelde zich een grote menigte bij hem) .
- Mc 5,37 : kai ouk afèken oudena ... ei mè (en hij liet niet toe ... tenzij) . Mc 5,38 : kai erchontai eis ton oikon tou ... (en zij gaan naar het huis van...) .
- Mc 6,1 : kai exèlthen ekeithen (en hij ging vandaar naar buiten) .

Tweede groep linken :

Mc 6,1.2. - 3. Een vorm van exerchomai (uitgaan, naar buiten gaan) en ekeithen (vanaf hier) in : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 .+ kakeithen (en vanaf hier) exelthontes (uitgegaan) : Mc 9,30 .

Mc 6,1.1. - 3. Er zijn nogal grote gelijkenissen tussen Mc 6,1 , Mc 7,24 , Mc 9,30 en Mc 10,1 . ekeithen verwijst naar een vorige plaats die verlaten wordt . Hierop volgt dat er naar een andere plaats wordt gegaan . Vanwaar... naar waar .

Mc 6,1.4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 . Begin van de tweede neveneschikkende hoofdzin in Mc 6,1 . Tweede nevenschikkende zin .

Mc 6,1.5. Indicatief praesens 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt) van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 .
In 7 verzen is Jezus onderwerp : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 6,1 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 10,1 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 14,37 . (7) Mc 14,41 .
Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Mc 6 (5) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 6,48 .  (5) Mc 6,53 .

Mc 6,1.4. - 5. kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . Taalgebruik in N.T. : erchomai (gaan, komen) . Bij het begin van het vers (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 . In het midden van de zin : Mc 6,1 .

Mc 6,1.6. eis (naar) . Taalgebruik in N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,1.4. - 6. kai erchetai eis (en hij gaat naar) + plaatsbepaling . Onderwerp is Jezus .
(1) Mc 3,20 (erchetai eis oikon = hij gaat naar huis) .
(2) Mc 6,1 (erchetai eis tèn patrida autou = hij gaat naar zijn vaderstad) .
(3) Mc 10,1 (erchetai eis ta horia tès Ioudaias = hij gaat naar het gebied van Judea) .

Mc 6,1.7. bep. lidw. acc. vr. enk. tèn (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 6 (11) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,17 . (5) Mc 6,18 . (6) Mc 6,24 . (7) Mc 6,25 . (8) Mc 6,27 . (9) Mc 6,28 . (10) Mc 6,53 .

Mc 6,1.8. acc. vr. enk. patrida (vaderstad) van patris -idos (vaderstad) . Nazaret , een dorp van weinige betekenis ten tijde van Jezus , lag ongeveer 4,5 km ten zuiden van de koninklijke hoofdplaats Sepphoris op de zuidgrens van Galilea . De plaats waar Jezus zijn kinder- en jeugdjaren heeft doorgebracht . Hier wordt de houding geschetst hoe de geboorteplaats , de bloedverwanten en de huisgenoten tegenover een profeet staan , in concreto tegenover Jezus .

Mc 6,1.9. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,1.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,1.11. act. ind. pr. 3de p. mv.  akolouthousin (zij volgen) . Taalgebruik in N.T. : akoloutheô (volgen) . Taalgebruik in Mc : akoloutheô (volgen) . Ned. acoliet . Mc : slechts in Mc 6,1 . Een vorm van akoloutheô (volgen) in 17 verzen .

Mc 6,1.12. pers. voornaamw. vnw. dat. mann. enk. autô(i) (aan hem) . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

Mc 6,1.11. - 12. Een vorm van akoloutheô + aanwijz. vnw. dat. mann. enk. autô(i) : hem volgen . In de betekenis van Jezus volgen : Mc (6) : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,24 . (3) Mc 6,1 . (4) Mc 10,52 . (5) Mc 14,54 . (6) Mc 15,41 .  Iemand anders dan Jezus : (1) Mc 14,13 .

Mc 6,1.13. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

Mc 6,1.14. nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk. Mc (17) . (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 . (3) Mc 5,31 . (4) Mc 6,1 . (5) Mc 6,29 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 7,5 . (8) Mc 7,17 . (9) Mc 8,4 . (10) Mc 8,27 . (11) Mc 9,28 . . (12) Mc 10,10 . (13) Mc 10,13 . (14) Mc 10,24 . (15) Mc 11,14 . (16) Mc 14,12 . (17) Mc 14,16 .
4de X nom. , 9de X een vorm van mathètès (leerling) .

Mc 6,1.15. aanwijz. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,1.13. - 15. oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .

Mc 6,2 - Mc 6,2 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai genomenou sabbatou èrxato didaskein en tèi sunagôgèi kai polloi akouontes exeplèssonto legontes audientes admirabantur in doctrina eius dicentes unde huic haec omnia et quae est sapientia quae data est illi et virtutes tales quae per manus eius efficiuntur  En toen het sabbat was, gebon hij te leren in de synagoge, en velen die hem hoorden waren verbouwereerd, zeggend: Waarvandaan (komen) bij deze (man) deze dingen, en wat is de wijsheid die aan deze gegeven is, en dergelijke machtsdaden die door zijn handen gebeuren?  Toen de sabbat kwam begon Hij te onderrichten in de synagoge. De talrijke toehoorders vroegen verbaasd : Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten?   [2] Toen het sabbat was, begon Hij in de synagoge onderricht te geven. Veel toehoorders waren verbaasd en zeiden: ‘Waar heeft Hij dat vandaan, wat voor wijsheid is Hem gegeven, en dan die machtige daden die door zijn handen totstandkomen?  [2] Toen de sabbat was aangebroken, gaf hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen!  2 Het wordt sabbat en hij vangt aan onderricht te geven in de synagoge; en de velen die hem bezig horen zijn uit het veld geslagen en zeggen: vanwaar heeft hij deze dingen en wat voor wijsheid is hem gegeven?– en dan zulke krachten, dat die door zijn handen geschieden?–   2. Le sabbat venu, il se mit à enseigner dans la synagogue, et le grand nombre en l'entendant étaient frappés et disaient : « D'où cela lui vient-il ? Et qu'est-ce que cette sagesse qui lui a été donnée et ces grands miracles qui se font par ses mains ?

Statenvertaling . 2 En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
King James Bible . [2] And when the sabbath day was come, he began to teach in the synagogue: and many hearing him were astonished, saying, From whence hath this man these things? and what wisdom is this which is given unto him, that even such mighty works are wrought by his hands?
Luther-Bibel . 2 Und als der Sabbat kam, fing er an zu lehren in der Synagoge. Und viele, die zuhörten, verwunderten sich und sprachen: Woher hat er das? Und was ist das für eine Weisheit, die ihm gegeben ist? Und solche mächtigen Taten, die durch seine Hände geschehen?

Tekstuitleg van Mc 6,2 .

Mc 6,2.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,2.2. part. aor. gen. onz. enk. genomenou (geworden) van ginomai (worden) . Taalgebruik in N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in N.T. : ginomai (worden) . Mc (1) : Mc 6,2 .

Mc 6,2.3. gen. onz. enk. sabbatou (sabbat) . Taalgebruik in N.T. : sabbaton (sabbat) . Taalgebruik in Mc : sabbaton (sabbat) .
Mc (4) : (1) Mc 2,28 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 16,1 . (4) Mc 16,9 .

Mc 6,2.2. - 3. In Mc 6,2 vinden we de losse genitief genomenou sabbatou (toen het sabbat was geworden = op sabbat) . Zo komt het begin van Mc 6,2 sterk overeen met het begin van Mc 16,1 . De combinatie van genomenou en sabbatou komt in de bijbel enkel hier voor .

Mc 1,21 Mc 6,2 Mc 16,1 Mc 16,2
      kai lian prôi (en zeer vroeg)
tois sabbasin (op sabbatdagen) kai genomenou sabbatou (en toen het sabbat was geworden) kai diagenomenou tou sabbatou (en toen de sabbat was voorbijgegaan) en tèi miai tôn sabbatôn (op de eerste van de weken)
      anateilantos tou hèliou (na zonsopgang)
24. Jezus leert en geneest : Mc 1,21 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - Lc 4,31 .   145. Prediking te Nazaret en verwerping : Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 

Marcus presenteert het optreden van Jezus in Kafarnaüm en in Nazaret in een parallelverhaal . Het meer van Galilea en de stad Kafarnaüm aan de oever gaf Jezus en zijn leerlingen een groter veiligheidsgevoel dan b.v. Nazaret , omdat zij bij gevaar de zee konden oversteken . Na de dood van Jezus zullen de leerlingen terug naar Galilea gaan .

4. aorist 3de pers. enk. èrxato van het werkw. archomai (beginnen, aanvangen) . Taalgebruik in het N.T. : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (18) . Mc (18) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . 18) Mc 15,8 .

5.

6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,2.12. pass. imperf. 3de pers. mv. exeplèssonto van het werkw. ekplèssomai (buiten zichzelf raken van angst , verbazing , vreugde , bewondering) . Overlopen van . Taalgebruik in N.T. : ekplèssomai (buiten zichzelf raken, ontzet zijn) . Taalgebruik in Mc : ekplèssomai (buiten zichzelf raken, ontzet zijn) .
Mc (4) :  (1) Mc 1,22 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 7,37 . (4) Mc 10,26 .
In Mc 6,2 treedt Jezus op in de synagoge zoals dat ook het geval was in Mc 1,22 . In Mc 1,22 wordt het gezag van de leer van Jezus volmondig erkend . In Mc 6,2 zijn velen verwonderd , maar zij stellen zich toch vragen . Vanwaar komt hem dat toe ?

Mc 6,2.13. act. part. pr. nom. mann. mv. legontes (zeggend) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (16) . Mc 6 (1) : Mc 6,2 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

24. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

31. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,3 - Mc 6,3 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:3 ouch outos estin o tektôn o uios tès marias kai adelfos iakôbou kai iôsètos kai iouda kai simônos kai ouk eisin ai adelfai autou ôde pros èmas kai eskandalizonto en autô 3 nonne iste est faber filius Mariae frater Iacobi et Ioseph et Iudae et Simonis nonne et sorores eius hic nobiscum sunt et scandalizabantur in illo  3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria en broer van Jakobus en fases en Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier hij ons?” En ze ergerden zich aan hem.  3 Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?" En zij namen er aanstoot aan. [3] Dat is toch de timmerman, de zoon van Maria en de broer* van Jakobus en Joses en Juda en Simon? Zijn zusters wonen toch hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. [3] Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. 3 is hij dan niet de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus, Joses, Juda en Simon?– en hebben we zijn zussen niet hier bij ons? Ze hebben allen aanstoot aan hem genomen. 3. Celui-là n'est-il pas le charpentier, le fils de Marie, le frère de Jacques, de Joset, de Jude et de Simon ? Et ses sœurs ne sont-elles pas ici chez nous ? » Et ils étaient choqués à son sujet. 

Statenvertaling . 3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geërgerd.
King James Bible . [3] Is not this the carpenter, the son of Mary, the brother of James, and Joses, and of Juda, and Simon? and are not his sisters here with us? And they were offended at him.
Luther-Bibel . 3 Ist er nicht der Zimmermann, Marias Sohn, und der Bruder des Jakobus und Joses und Judas und Simon? Sind nicht auch seine Schwestern hier bei uns? Und sie ärgerten sich an ihm.

Tekstuitleg van Mc 6,3 .

2. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .

4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

6. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

14. Iôsètos (van Joses) . Taalgebruik : iôsès (Joses) . Gen. mann. enk. van Iôsès (Joses) . Eigennaam . Deze naam komt slechts driemaal in de bijbel : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 15,40 . (3) Mc 15,47 . Zijn moeder is Maria . Zijn broers zijn Jezus , Jakobus, Judas en Simon .
- Jakobus en Joses worden samen vermeld in (1) Mc 6,3 . (2) Mc 15,40 .
- In de scènes van de kruisiging , de graflegging en het lege graf komen telkens twee vrouwen voor : Maria Magdalena en Maria , de moeder van ... In de scène van de graflegging worden Jakobus en Joses samen vernoemd , in de scène van de graflegging alleen Joses en in de scène van het lege graf alleen Jakobus .

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

19. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

26. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

28. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

24. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

30. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,4 - Mc 6,4 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:4 kai elegen autois o ièsous oti ouk estin profètès atimos ei mè en tè patridi autou kai en tois suggeneusin autou kai en tè oikia autou 4 et dicebat eis Iesus quia non est propheta sine honore nisi in patria sua et in cognatione sua et in domo sua  4 En Jezus zei hun: “Een project is niet miskend behalve in zijn vaderstad en bij zijn verwanten en in zijn huis”.  4 Maar Jezus sprak tot hen: "Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring." [4] Jezus zei hun: ‘Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn vaderstad, bij zijn familie en in zijn eigen huis.’ [4] Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ 4 En Jezus heeft tot hen gezegd: een profeet blijft nooit ongeacht, behalve in zijn vaderstad, onder zijn verwanten en in eigen huis! 4. Et Jésus leur disait : « Un prophète n'est méprisé que dans sa patrie, dans sa parenté et dans sa maison. » 

Statenvertaling . 4 En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeëerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
King James Bible . [4] But Jesus said unto them, A prophet is not without honour, but in his own country, and among his own kin, and in his own house.
Luther-Bibel . 4 Jesus aber sprach zu ihnen: Ein Prophet gilt nirgends weniger als in seinem Vaterland und bei seinen Verwandten und in seinem Hause.

Tekstuitleg van Mc 6,4 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

1. - 3. elegen de autois (hij zei hen) . Slechts in dit vers Mc 6,4 in het N.T. .

4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

5. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 6 (2) : (1) Mc 6,4 (nom. Ièsous) . (2) Mc 6,30 (acc. Ièsoun) .

1. - 5. kai elegen autois ho Ièsous (en Jezus zei hen) of elegen de autois ho Ièsous (Jezus echter zei hen) . Slechts in dit vers Mc 6,4 in het N.T. . Het vervoegd werkwoord staat vooraan en het onderwerp ho Ièsous (Jezus) achteraan . We zouden elegen (hij zei) onmiddellijk vóór het citaat verwachten .

9. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès (profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès (profeet) .
Mc (3) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 11,32 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 1,2  . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,15 (2 vormen) . (4) Mc 8,28 . (5) Mc 11,32 .

13. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

16. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

22. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

23. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

26. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,5 - Mc 6,5 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:5 kai ouk edunato ekei poièsai oudemian dunamin ei mè oligois arrôstois epitheis tas cheiras etherapeusen 5 et non poterat ibi virtutem ullam facere nisi paucos infirmos inpositis manibus curavit  5. En hij kon daar geen enkele machtsdaad doen, behalve dat hij enkele zieken de handen oplegde (en) genas.  5 Hij kon geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. [5] Hij kon daar helemaal geen machtige daden* verrichten, behalve dat Hij enkele zieken de handen oplegde en hen genas. [5] Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. 5 En hij heeft daar geen enkele daad van kracht kunnen doen, behalve aan enkele zieken,– die hij door handoplegging geneest. 5. Et il ne pouvait faire là aucun miracle, si ce n'est qu'il guérit quelques infirmes en leur imposant les mains.  

Statenvertaling . 5 En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
King James Bible . [5] And he could there do no mighty work, save that he laid his hands upon a few sick folk, and healed them.
Luther-Bibel . 5 Und er konnte dort nicht eine einzige Tat tun, außer dass er wenigen Kranken die Hände auflegte und sie heilte.

Tekstuitleg van Mc 6,5 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

4. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

14. acc.vr.  mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik in het N.T. : cheir (hand) . Taalgebruik in Mc : cheir (hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,23 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 7,3 . (4) Mc 8,23 . (5) Mc 8,25 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,16 . (9) Mc 14,41 . (10) Mc 14,46 .  (11) Mc 16,18

Mc 6,6 - Mc 6,6 -- Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58 - Lc 4,16-30 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,1 - Mc 6,2 - Mc 6,3 - Mc 6,4 - Mc 6,5 - Mc 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 14de (veertiende) zondag door het b-jaar . Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:6 kai | ethaumasen | ethaumazen | dia tèn apistian autôn kai periègen tas kômas kuklô didaskôn 6 et mirabatur propter incredulitatem eorum  6 En hij was verwonderd wegens hun ongeloof   6 Hij stond verwonderd over hun ongeloof. Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf. [6] En Hij was verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen. Hij trok door de dorpen in de omgeving om onderricht te geven. 6] Hij stond verbaasd over hun ongeloof. Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. 6 Hij verwondert zich over hun ongeloof, en is de dorpen in het rond langsgetrokken en heeft daar onderricht gegeven. 6. Et il s'étonna de leur manque de foi. Il parcourait les villages à la ronde en enseignant.  

Statenvertaling . 6 En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
King James Bible . [6] And he marvelled because of their unbelief. And he went round about the villages, teaching.
Luther-Bibel . 6 Und er wunderte sich über ihren Unglauben. Und er ging rings umher in die Dörfer und lehrte.

Tekstuitleg van Mc 6,6 .

Mc 6,6.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,6.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,6.11. kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i) (rondom) .
Mc (3) : (1) Mc 3,34 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,36 .

Mc 6,6.12. act. part. praes. nom. mann. enk. didaskôn (lerend) van het werkw. didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in N.T. : didaskô (leren) . Taalgebruik in Mc : didaskô (leren) . Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr docent , documentatie .
Mc (4) : (1) Mc 1,22 .  (2) Mc 6,6 . (3) Mc 12,35 . (4) Mc 14,49 . Een vorm van didaskô (leren) in Mc (17) .

146. Mc 6,6b : Jezus als leraar - Mc 6,6b - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -

zie hierboven .

- kai (en). Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus, zie Mc 1,4 -

kai (en) leidt een nevenschikkende zin in in een reeks van nevenschikkende zinnen waarbij Jezus telkens het onderwerp is.
periègen (hij trok rond) indicatief imperfectum 3de persoon enkelvoud van het werkwoord periagô : rondvoeren, rondtrekken. In deze vorm komt het slechts in 3 verzen voor in de bijbel en wel in Mc 6,6b, Mt 4,23 - Mt 4,23-25 ; 5,1-2 - en Mt 9,35 - Mt 9,35-38 - . Marcus gebruikt vaak een woord met de stam ag- (leiden, voeren) erin en roept vaak het zelfstandig naamwoord sunagôgè : synagoge, plaats van samenkomst, op.

Mc 1,4 Mc 1,14  Mc 1,21  Mc 1,39  Mc 6,6b  Mt 4,23  Mt 9,35   Mt 4,23b + Mt 9,35b Mc 3,13  Mc 6,12   
  kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)       kai (en)  
egeneto ("trad op") ijlthen (kwam)  eiselthoon (binnenkomende)  ijlthen (kwam)  periègen hij (trok rond)  periègen (hij trok rond)  periègen (hij trok rond)       ekselthontes (uittrekkende)  
Iooannijs ho baptidzoon (Johannes de dopende) ... ho Iijsous (Jezus)          ho Iijsous (Jezus)         
en tiji erijmooi (in de woestijn) eis tijn Galilaian (naar Galilea)  eis tijn sunagoogijn (naar de synagoge)    tas koomas kuklooi door de omliggende dorpen  en holiji tiji Galilaiai (in geheel Galilea)  ... tas koomas (door de dorpen)         
kijrussoon (verkondigende kijrussoon (verkondigende)   edidasken (onderwees hij)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)   kijrussoon (verkondigende)  kijrussein (te verkondigen)  ekijruksan (verkondigden zij)  
      eis tas sunagoogas autoon (in hun synagogen)    en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)   en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)         
      eis holijn tijn Galilaian (in geheel Galilea)               
baptisma metanoias eis afesin hamartioon (het doopsel van bekering tot vergeving van zonden)  to euaggelion tou theou (de blijde boodschap van God)             to euaggelion tijs basileias (de blijde boodschap van het koninkrijk)   hina metanooosin (dat zij zich zouden bekren)   
    na deze inleiding volgt de genezing van de bezetenen (Mc 1,23-28) kai (en)   kai (en) kai (en)   kei echein eksousian (en de macht te hebben)  kai (en)  kai (en ...)
      ta daimonia (de duivels)   therapeuoon (genezende) therapeuoon (genezende)   ekballein (buiten te werpen)  daimonia polla (vele duivels)  etherapeuon (genazen zij)
      ekballoon (uitwerpende)   pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid)   ta daimonia (de duivels) ekseballon (wierpen zij buiten)   
                     

147. Mc 6,7-13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -

Evangelie op de 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,7-13 .

Het optreden van Jezus in de synagoge in Nazaret toont grote gelijkenis met dat in de synagoge van Kafarnaüm (Mc 1,21-28 : Mc 1,21 - Mc 1,22 - Mc 1,23-28 -).
Na de gevangenneming van Johannes de Doper gaat Jezus naar Galilea (Mc 1,14-15), waar hij eerst (wellicht) de leerlingen van Johannes de Doper hergroepeert en hen rond zijn persoon verzamelt (Mc 1,16-20). Het eerste optreden van Jezus verloopt succesvol (Mc 1,21-45). Maar de tegenstand blijft niet uit. Groeiende meningsverschillen met de Farizeeën lopen uit op een beslissing van hen om Jezus te doden (2,1-3,6). Na een samenvatting (Mc 3,7-12) volgt de roeping van de leerlingen (Mc 3,13-19). Zoals Johannes de Doper werd overgeleverd, zo kan dat ook wel eens met Jezus gebeuren, en zoals hij (Jezus) het werk van Johannes de Doper verder zet, zo zullen zijn leerlingen (de leerlingen van Jezus) zijn werk na zijn overlevering verder zetten.
Het optreden van Jezus in Nazaret loopt bijna uit op een aanslag op Jezus. Na dat optreden volgt een korte samenvatting (Mc 6,6b). Hierna volgt het verhaal van de zending van de twaalf. Blijkbaar houdt Jezus er rekening mee dat een aanslag ieder ogenblik kan plaats hebben en dat hij de toekomst moet voorbereiden. De zending van de leerlingen ligt in de lijn van Jezus'optreden. Men zou het een soort stage kunnen noemen, maar het is meer. Het brengt voorlopig in beeld, wat ieder ogenblijk bittere werkelijkheid zou kunnen zijn nl. dat de leerlingen er alleen voor staan en moeten instaan voor de voortzetting van de verkondiging van het Rijk Gods.

De versindeler heeft de perikope in zeven verzen verdeeld. Zes verzen beginnen met het nevenschikkend voegwoord kai (en). Elfmaal komt het voegwoord kai (en) in de perikope voor. We staan dus voor een 'verhalende' tekst; en... en... en... is een kenmerk van mondeling vertellen .

Mc 1,4 // Mt 3,1 Mt 3,1 // Mc 1,4 Mc 1,14 // Mt 4,17 Mt4,17 // Mc 1,14 Mc 3,13  Mc 6,12  Mt 10,7 Mc 1,39  Mc 6,6b  Mt 4,23  Mt 9,35   Mt 4,23b + Mt 9,35b  
    kai (en) ... apo tote (van toen af)    kai (en)   kai (en)  kai (en)  kai (en)  kai (en)     
                         
egeneto ("trad op") paraginetai (trad op) ijlthen (kwam)  ijrksato (begon hij)    ekselthontes (uittrekkende) poreuomenoi de (op weg gaande echter) ijlthen (kwam)  periijgen (trok rond)  periijgen (trok rond)  periijgen (trok rond)     
Iooannijs ho baptidzoon (Johannes de dopende) ... Iooannijs ho baptistijs (Johannes de Doper) ho Iijsous (Jezus)                ho Iijsous (Jezus)     
en tiji erijmooi (in de woestijn) kijrussoon en tiji erijmooi tijs Ioudaias (verkondigende in de woestijn van Juda) eis tijn Galilaian (naar Galilea)            tas koomas kuklooi door de omliggende dorpen  en holiji tiji Galilaiai (in geheel Galilea)  ... tas koomas (door de dorpen)     
kijrussoon (verkondigende   kijrussoon (verkondigende)   kijrussein (te verkodnigen)  kijrussein (te verkondigen)  ekijruksan (verkondigden zij) kijrussete (verkondigt) didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)  didaskoon (onderwijzende)   kijrussoon (verkondigende)  
  legoon (zeggende)   kai legein (en te zeggen)     legontes (zeggende) eis tas sunagoogas autoon (in hun synagogen)    en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)   en tais sunagoogais autoon (in hun synagogen)     
              eis holijn tijn Galilaian (in geheel Galilea)           
baptisma metanoias eis afesin hamartioon (het doopsel van bekering tot vergeving van zonden) metanoeite (bekeer je)  to euaggelion tou theou (de blijde boodschap van God) ... metanoeite (bekeer je   hina metanooosin (dat zij zich zouden bekren)              to euaggelion tijs basileias (de blijde boodschap van het koninkrijk)  
  ijggiken gar hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen)  kai legoon... ijggiken hij basileia tou theou. metanoeite (en zeggende... nabij is het koninkrijk van God. Bekeer je... ) ijggiken gar hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) kei echein eksousian (en de macht te hebben)  kai (en) hoti ijggiken hij basileia toon ouranoon (want nabij is het koninkrijk van de hemelen) kai (en)   kai (en) kai (en)    kai (en ...)
        ekballein (buiten te werpen)  daimonia polla (vele duivels)   ta daimonia (de duivels)   therapeuoon (genezende) therapeuoon (genezende)    etherapeuon (genazen zij)
        ta daimonia (de duivels) ekseballon (wierpen zij buiten)    ekballoon (uitwerpende)   pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid) pasan noson kai pasan malakian (elke ziekte en elke zwakheid)    
 Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper  Mc 1,1-6 // Mt 3,1-6 // Lc 3,1-6 : optreden van Johannes de Doper Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 : vegin van Jezus' optreden in Galilea   Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 : vegin van Jezus' optreden in Galilea  Mc 3,13-19 : roeping van de Twaalf Mc 6,7-13 : zending van de twaalf  Mt 10,1-4: keuze van de twaalf...  Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen  Mc 6,6b : Jezus als leraar   Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen   Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen   Mc 1,39 // Mt 4,23 // Mt 9,35 : prediking in de synagogen  

 

Mc 6,7 - Mc 6,7 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai proskaleitai tous dôdeka kai èrxato autous apostellein duo duo, kai edidou autois exousian tôn pneumatôn tôn akathartôn 7 et convocavit duodecim et coepit eos mittere binos et dabat illis potestatem spirituum inmundorum     7 Jezus riep de twaalf bij zich en begon hen twee aan twee uit te zenden. Hij gaf hen macht over de onreine geesten  [7] Hij riep de twaalf bij zich, en begon hen twee aan twee uit te zenden, en Hij gaf hun macht over de onreine geesten. [7] Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. 7 ¶ Hij roept de twaalf tot zich en begint ze uit te zenden, twee aan twee, nadat hij hun gezag heeft gegeven over de onreine geesten. 7. Il appelle à lui les Douze et il se mit à les envoyer en mission deux à deux, en leur donnant pouvoir sur les esprits impurs.  

Statenvertaling . 7 En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
King James Bible . [7] And he called unto him the twelve, and began to send them forth by two and two; and gave them power over unclean spirits;
Luther-Bibel . 7 Und er rief die Zwölf zu sich und fing an, sie auszusenden je zwei und zwei, und gab ihnen Macht über die unreinen Geister

Tekstuitleg van Mc 6,7 . Het vers Mc 6,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 104 (2 X 2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 6,7 is 13941 (3 X 3 X 1549) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. indicatief praesens 3de persoon enkelvoud proskaleitai (hij roept tot zich) van het werkw. proskaleomai (bij zich roepen) . Taalgebruik in N.T. : proskaleomai (bij zich roepen)  . Taalgebruik in Mc : proskaleomai (bij zich roepen) .
Het komt in de bijbel slechts in 2 verzen voor nl. Mc 3,13 bij de roeping van de twaalf en Mc 6,7 bij de zending van de twaalf .

3. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

7. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

13. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

14. acc. vr. enk. exousian (macht, gezag) . Taalgebruik in het N.T. : exousia (gezag, macht) . Taalgebruik in Mc : exousia (gezag, macht) . Mc (7) : (1) Mc 1,22 . (2) Mc 1,27 . (3) Mc 2,10 . (4) Mc 3,15 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 11,28 . (7) Mc 12,34 .

- kai (en), zie Mc 1,4. Nevenschikkend voegwoord. In 555 verzen bij Marcus.
- proskaleitai (hij roept). Taalgebruik : proskaleô (bij zich roepen) , zie Mc 3,23 en Mc 3,13 . Het komt in de bijbel slechts in 2 verzen voor nl. Mc 3,13 bij de roeping van de twaalf en Mc 6,7 bij de zending van de twaalf.
- Twaalf komt bij Marcus in vijftien verzen voor. Hier is het de zesde maal. Het is de vierde maal dat het over de twaalf (leerlingen) van Jezus gaat. Het is de tweede maal dat het over "de twaalf" handelt. Taalgebruik : dôdeka (twaalf), zie Mt 28,16 .
- èrxato (hij begon) , zie Mc 1,45 : Bij Marcus: (1) Mc 1,45 (kèrussein = verkondigen) . (2) Mc 4,1 (didaskein = leraren) . (3) Mc 5,20 (kèrussein = verkondigen) . (4) Mc 6,2 (didaskein = leraren) . (5) Mc 6,7 (apostellein = zenden) . (6) Mc 6,34 (didaskein = leraren) . (7) Mc 8,31 (didaskein = leraren) . (8) Mc 8,32 (epitiman = opripsen) . (9) Mc 10,28 (legein = zeggen) . (10) Mc 10,32 (legein = zeggen) . (11) Mc 10,47 (legein = zeggen) . (12) Mc 11,15 (ekballein = buitenwerpen) . (13) Mc 12,1 (lalein = praten) . (14) Mc 13,5 (legein = zeggen) . (15) Mc 14,33 (ekthambeisthai = huiveren) . (16) Mc 14,69 (legein = zeggen) . (17) Mc 14,71 (anathematizein = zweren) . (18) Mc 15,8 (aiteisthai = vragen, eisen) .

Marcus duidt hier een begin aan. Het is het begin van de "zendingsrede". Bij Matteüs is het de tweede rede. Ieder van de 5 redes eindigt Matteüs met de woorden: "Toen hij geëindigd had... "

Mc 6,8 - Mc 6,8 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:8 kai parèggeilen autois ina mèden airôsin eis odon ei mè rabdon monon mè arton mè pèran mè eis tèn zônèn chalkon   8 et praecepit eis ne quid tollerent in via nisi virgam tantum non peram non panem neque in zona aes    8 en verbood hun iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok: geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.  [8] Hij gebood hun om niets* mee te nemen voor onderweg dan een stok – geen brood, geen reistas, geen geld in de beurs – [8] Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok 8 Hij kondigt voor hen af dat ze niets mogen meenemen op weg dan alleen een stok,– geen brood, geen ransel, geen kopergeld in de gordel, 8. Et il leur prescrivit de ne rien prendre pour la route qu'un bâton seulement, ni pain, ni besace, ni menue monnaie pour la ceinture, 

Statenvertaling . 8 En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
King James Bible . [8] And commanded them that they should take nothing for their journey, save a staff only; no scrip, no bread, no money in their purse:
Luther-Bibel . 8 und gebot ihnen, nichts mitzunehmen auf den Weg als allein einen Stab, kein Brot, keine Tasche, kein Geld im Gürtel,

Tekstuitleg van Mc 6,8 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

8. acc. vr. enk. hodon (weg) van het zelfst. naamw. hodos (weg) . Taalgebruik in het N.T. : hodos (weg) . Taalgebruik in Mc : hodos (weg) .
Mc (10) : (1) Mc 1,2 . (2) Mc 1,3 .  (3) Mc 2,23 .  (4) Mc 4,4 . (5) Mc 4,15 .  (6) Mc 6,8 .    (7) Mc 10,17 . (8) Mc 10,46 .  (9) Mc 11,8 .  (10) Mc 12,14 .

17. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,9 - Mc 6,9 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:9 alla upodedemenous sandalia kai mè | endusasthai | endusèsthe | duo chitônas 9 sed calciatos sandaliis et ne induerentur duabus tunicis     9 "Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan."  [9] wel sandalen aan te doen, maar geen twee stel kleren aan te trekken. [9] Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei hij, ‘trek geen extra kleren aan.’ 9 maar wel sandalen ondergebonden; ‘en trekt geen twéé onderhemden aan!’ 9. mais : « Allez chaussés de sandales et ne mettez pas deux tuniques. »  

Statenvertaling . 9 Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
King James Bible . [9] But be shod with sandals; and not put on two coats.
Luther-Bibel . 9 wohl aber Schuhe, und nicht zwei Hemden anzuziehen.

Tekstuitleg van Mc 6,9 .

4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,10 - Mc 6,10 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai elegen autois, Hopou ean eiselthète eis oikian, ekei menete heôs an exelthète ekeithen 10 et dicebat eis quocumque introieritis in domum illic manete donec exeatis inde    10Hij zei verder: "Als ge ergens een huis binnengaat, blijft daar tot ge weer afreist.  [10] Hij zei tegen hen: ‘Als je bij iemand onderdak krijgt, blijf daar dan tot je weer verder reist. [10] En ook zei hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist.  10 Ook heeft hij tot hen gezegd: overal waar ge een huis binnen moogt komen, blijft daar totdat ge daar weggaat;  10. Et il leur disait : « Où que vous entriez dans une maison, demeurez-y jusqu'à ce que vous partiez de là.  

Statenvertaling . 10 En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
King James Bible . [10] And he said unto them, In what place soever ye enter into an house, there abide till ye depart from that place.
Luther-Bibel . 10 Und er sprach zu ihnen: Wo ihr in ein Haus gehen werdet, da bleibt, bis ihr von dort weiterzieht.

Tekstuitleg van Mc 6,10 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

5. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean (indien) . Taalgebruik in Mc : ean (indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,10 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,23 .  

7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

9. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

11. heôs (tot, totdat) . Taalgebruik in het N.T. : heôs (tot , totdat) . Taalgebruik in Mc : heôs (tot , totdat) .
Mc (14) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,10 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,45 .  

Mc 6,11 - Mc 6,11 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:11 kai os an topos mè dexètai umas mède akousôsin umôn ekporeuomenoi ekeithen ektinaxate ton choun ton upokatô tôn podôn umôn eis marturion autois  11 et quicumque non receperint vos nec audierint vos exeuntes inde excutite pulverem de pedibus vestris in testimonium illis    11 En is er een plaats waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, gaat daar dan weg en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen."  [11] En als je ergens niet ontvangen wordt, en ze luisteren niet naar jullie, ga daar dan weg, en stamp het zand van je voeten: een getuigenis tegen hen!’ [11] Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’ 11 en als een plek u niet ontvangt en ze niet naar u horen, trekt daarvandaan weg en schudt het stof van uw voeten; het zal tegen hen getuigen! 11. Et si un endroit ne vous accueille pas et qu'on ne vous écoute pas, sortez de là et secouez la poussière qui est sous vos pieds, en témoignage contre eux. »  

Statenvertaling . 11 En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
King James Bible . [11] And whosoever shall not receive you, nor hear you, when ye depart thence, shake off the dust under your feet for a testimony against them. Verily I say unto you, It shall be more tolerable for Sodom and Gomorrha in the day of judgment, than for that city.
Luther-Bibel . 11 Und wo man euch nicht aufnimmt und nicht hört, da geht hinaus und schüttelt den Staub von euren Füßen zum Zeugnis gegen sie.

Tekstuitleg van Mc 6,11 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

6. conj. aor. 3de pers. enk. dexètai  (hij zou ontvangen) van het werkw. dechomai (ontvangen) ; Taalgebruik in het N.T. : dechomai (ontvangen) . Taalgebruik in Mc : dechomai (ontvangen) . Mc (3) : (1) Mc 6,11 .  (2) Mc 9,37 . (3) Mc 10,15 .

1. - 6.
- Mc 6,11 : kai hos an topos mè dexètai (en welke plaats - jullie - niet zou ontvangen) .
- Mc 9,37 : hos an ... dexètai (wie - één van dergelijke kinderen - zou ontvangen) kai hos an eme dechètai ( en wie mij zou ontvangen) .
- Mc 10,15 : kai hos an mè dexètai tèn basileian tou theou hôs paidion (en wie het koninkrijk van God niet zou ontvangen als een kind) .

14. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

16. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

21. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

23. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

Mc 6,12 - Mc 6,12 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:12 kai exelthontes ekèruxan ina metanoôsin   12 et exeuntes praedicabant ut paenitentiam agerent      12 Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.   [12] Ze gingen op weg en riepen op tot bekering. [12] Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, 12 Zij gaan eropuit en prediken dat ze moeten omkeren. 12. Étant partis, ils prêchèrent qu'on se repentît ; 

Statenvertaling . 12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
King James Bible . [12] And they went out, and preached that men should repent.
Luther-Bibel . 12 Und sie zogen aus und predigten, man solle Buße tun,

Tekstuitleg van Mc 6,12 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. part. aor. nom. mann. mv. exelthontes (uitgegaan) van het werkw. exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) .
Mc (5) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 3,6 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 9,30 . (5) Mc 16,20 . De leerlingen gaan op zending .

3. act. ind. aor. 3de p. mv. ekèruxan (zij verkondigden) van het werkw. kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het N.T. : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in Mc : kèrussô (verkondigen) .
Mc (2) : (1) Mc 6,12 . (2) Mc 16,20 .
Mc 3,14 behoort tot het roepingsverhaal (Mc 3,13-19) . In dit verhaal worden de taken van de geroepenen voorzegd . In het zendingsverhaal (Mc 6,7-13) voeren de leerlingen uit wat hen is opgedragen : ekèruxan (Mc 6,12 : zij verkondigden) . STAP VOOR STAP !
Na de hemelvaart gingen de leerlingen verkondigen . Zowel in Mc 6,12 als in Mc 16,20 : exelthontes ekèruxan (zij uitgetrokken verkondigden) .
De verkondigingstaak van de leerlingen sluit aan bij de verkondigingstaak van Jezus : Mc 1,38 : hina kai ekei kèruxô , eis touto gar exèlthon (opdat ik ook daar zou verkondigen ; want daartoe ben ik uitgegaan) .

Mc 6,13 - Mc 6,13 : zending van de twaalf - Mc 6,7-13 - Lc 9,1-6 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,7 - Mc 6,8 - Mc 6,9 - Mc 6,10 - Mc 6,11 - Mc 6,12 - Mc 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 15de (vijftiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:13 kai daimonia polla exeballon kai èleifon elaiô pollous arrôstous kai etherapeuon  13 et daemonia multa eiciebant et unguebant oleo multos aegrotos et sanabant     13 Zij dreven veel duivels uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.   [13] Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen. [13] en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. 13 Vele demonen hebben ze uitgedreven en vele zieken gezalfd met olijfolie en genezen. 13. et ils chassaient beaucoup de démons et faisaient des onctions d'huile à de nombreux infirmes et les guérissaient.  

Statenvertaling . 13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
King James Bible . [13] And they cast out many devils, and anointed with oil many that were sick, and healed them.
Luther-Bibel . 13 und trieben viele böse Geister aus und salbten viele Kranke mit Öl und machten sie gesund.

Tekstuitleg van Mc 6,13 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

148. Mc 6,14-16 : Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 -

Mc 6,14 - Mc 6,14 : 148. Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:14 kai èkousen o basileus èrôdès faneron gar egeneto to onoma autou kai elegon oti iôannès o baptizôn egègertai ek nekrôn kai dia touto energousin ai dunameis en autô  14 et audivit Herodes rex manifestum enim factum est nomen eius et dicebat quia Iohannes Baptista resurrexit a mortuis et propterea inoperantur virtutes in illo     14 En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.  [14] Koning Herodes* hoorde over Hem, want zijn naam was bekend geworden, en ze zeiden: ‘Johannes de Doper is uit de doden opgewekt. Daarom zijn die krachten in Hem werkzaam.’   [14] Koning Herodes hoorde van hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’   14 ¶ Koning Herodes hoort over hem, want zijn naam is bekend geworden, en ze hebben wel gezegd: Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daardoor werken die krachten in hem!  14. Le roi Hérode entendit parler de lui, car son nom était devenu célèbre, et l'on disait : « Jean le Baptiste est ressuscité d'entre les morts ; d'où les pouvoirs miraculeux qui se déploient en sa personne. » 

King James Bible . [14] And king Herod heard of him; (for his name was spread abroad:) and he said, That John the Baptist was risen from the dead, and therefore mighty works do shew forth themselves in him.
Luther-Bibel . 14 Und es kam dem König Herodes zu Ohren; denn der Name Jesu war nun bekannt. Und die Leute sprachen: Johannes der Täufer ist von den Toten auferstanden; darum tut er solche Taten.

Tekstuitleg van Mc 6,14 .

Mc 6,14.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,14.2. act. ind. aor. 3de pers. enk. van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (1) : Mc 6,14 .

Mc 6,14.3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,14.4. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) .
Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

7. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

Mc 6,14.9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

Mc 6,14.11. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,14.12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,14.13. act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (18) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 6,35 .
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,14.15. nom. mann. enk. Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (4) : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 1,6 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,18 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

Mc 6,14.16. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,14.17. actief participium nominatief mannelijk enkelvoud baptizôn (dopende of doper) van het werkw. baptizô (dopen) . Taalgebruik in het N.T. : baptizô (dopen) . Taalgebruik in Mc : baptizô (dopen) . Stam Hebr. tâbhal : t - b - . Ned. : do- p-en , doop-s-el , do-m-pe-l- en . Gr. baptizô , baptis-ma . Fr. bapt- ê - me . Gebruikt als bijstelling (voorafgegaan door het bepaald lidwoord ho : de dopende = de doper) in (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 .

Mc 6,14.15. - 17. Iôannès ho baptizôn (Johannes de dopende of Johannes de doper) . Mc (2) (1) Mc 1,4 . (2) Mc 6,14 . In zeven verzen in Mc wordt Johannes in verband met de doop gebracht . In zeven verzen wordt de relatie gelegd tussen Johannes en dopen : (1) Mc 1,4 . (3) Mc 1,9 . (6) Mc 6,14 . (11) Mc 6,24 . (12) Mc 6,25 . (13) Mc 8,28 . (14) Mc 11,30 . (15) Mc 11,32 . In Mc 6,24 en Mc 6,25 staat de genitiefvorm baptizontos van baptizôn .

Mc 6,14.19. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
ek (uit) Mc 6 (3) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,51 . (3) Mc 6,54 .

Mc 6,14.21. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,14.27. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,15 - Mc 6,15 : 148. Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:15 alloi de elegon oti èlias estin alloi de elegon oti profètès ôs eis tôn profètôn 15 alii autem dicebant quia Helias est alii vero dicebant propheta est quasi unus ex prophetis    15 Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.  [15] Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia*’, en weer anderen: ‘Het is een profeet als andere profeten.’   [15] Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’   15 Maar anderen hebben gezegd: het is Elia! Weer anderen hebben gezegd: een profeet als één van de profeten!  15. D'autres disaient : « C'est Élie. » Et d'autres disaient : « C'est un prophète comme les autres prophètes. » 

King James Bible . [15] Others said, That it is Elias. And others said, That it is a prophet, or as one of the prophets.
Luther-Bibel . 15 Einige aber sprachen: Er ist Elia; andere aber: Er ist ein Prophet wie einer der Propheten.

Tekstuitleg van Mc 6,15 . Het vers Mc 6,15 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden , 30 (2 X 3 X 5) lettergrepen en 70 (2 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 6,15 is 8303 (19 X 19 X 23) . Andere lezing .

Mc 6,15.1. nom. mann. mv. alloi (anderen) van het bijvoegl. naamwoord allos (ander) . Taalgebruik in het N.T. : allos (ander) . Taalgebruik in Mc : allos (ander) . Lat. alter , -tera , -terum (de andere van twee) . Fr. autre . Ned. a-n-d-er . Eng. other .
Mc (4) : (1) Mc 4,18 . (2) Mc 6,15 (2X) . (3) Mc 8,28 (2X) . (4) Mc 11,8 .

Mc 6,15.3. act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (18) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 6,35 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,15.5. nom. mann. enk. èlias van de eigennaam èlias (Elia) . Taalgebruik in het N.T. : èlias (Elia) . Taalgebruik in Mc : èlias (Elia) .
Mc (5) : (1) Mc 6,15 . (2) Mc 9,4 . (3) Mc 9,12 . (4) Mc 9,13 . (5) Mc 15,36 .  

Mc 6,15.7. nom. mann. mv. alloi (anderen) van het bijvoegl. naamwoord allos (ander) . Taalgebruik in het N.T. : allos (ander) . Taalgebruik in Mc : allos (ander) . Lat. alter , -tera , -terum (de andere van twee) . Fr. autre . Ned. a-n-d-er . Eng. other .
Mc (4) : (1) Mc 4,18 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 8,28 . (4) Mc 11,8 .

11. nom. mann. enk. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès (profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès (profeet) .
Mc (3) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 11,32 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 1,2  . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,15 (2 vormen) . (4) Mc 8,28 . (5) Mc 11,32 .

15. gen. mann. mv. profètôn (profeten) van het zelfst. naamw. profètès (profeet) . Taalgebruik in het N.T. : profètès (profeet) . Taalgebruik in Mc : profètès (profeet) .
Mc (2) : (1) Mc 6,15 . (2) Mc 8,28 . Een vorm van profètès (profeet) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 1,2  . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,15 (2 vormen) . (4) Mc 8,28 . (5) Mc 11,32 .

Mc 6,16 - Mc 6,16 : 148. Herodes'mening over Jezus - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,14 - Mc 6,15 - Mc 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:16 akousas de o èrôdès elegen on egô apekefalisa iôannèn outos ègerthè   16 quo audito Herodes ait quem ego decollavi Iohannem hic a mortuis resurrexit     16 Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.  [16] Toen Herodes dat hoorde, zei hij: ‘Die Johannes, die ik heb laten onthoofden, is uit de doden opgewekt.’  [16] Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’   16 Toen Herodes over hem hoorde, heeft hij gezegd: die ik heb onthoofd, Johannes, díe is opgewekt!  16. Hérode donc, en ayant entendu parler, disait : « C'est Jean que j'ai fait décapiter, qui est ressuscité ! » 

King James Bible . [16] But when Herod heard thereof, he said, It is John, whom I beheaded: he is risen from the dead.
Luther-Bibel . 16 Als es aber Herodes hörte, sprach er: Es ist Johannes, den ich enthauptet habe, der ist auferstanden.

Tekstuitleg van Mc 6,16 .

3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

5. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

9. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 6,16 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 8,28 . (6) Mc 11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

10. nom. mann. enk. houtos . Taalgebruik : houtos (deze) . Taalgebruik : houtos (deze) . Mc (12) : (1) Mc 2,7 . (2) Mc 3,35 . (3) Mc 4,41 . (4) Mc 6,3 . (5) Mc 6,16 . (6) Mc 7,6 . (7) Mc 9,7 . (8) Mc 12,7 . (9) Mc 12,10 . (10) Mc 13,13 . (11) Mc 14,69 . (12) Mc 15,39 .

13. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

149. Mc 6,17-29 : onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -

Mc 6,22b Mc 6,23 Mc 6,24 Mc 6,25   Mc 15,6 Mc 15,9 Mc 15,11
aitèson me (vraag me) hoti (dat)   èitusato legousa (vroeg zij en zei)   kai anabas ho ochlos èrxato aiteisthai kathôs epoiei autois (en de menigte klom op en begon te vragen zoals hij voor hen deed)    
ho ean thelèis (wat je maar wil) ho ean aitèsèis (wat je ook vraagt) tí aitèsômai (wat zal ik vragen?) thelô (ik wil)     thelete (wil je) hoi de archiereis anepeisan ton ochlon (de hogepriesters echter drongen bij de menigte aan)
kai dôsô soi (ik geef het jou) dôsô soi (ik geef het jou)   hina exautès dôis moi (dat je me terstond zoudt geven)     apolusô humin ton basilea tôn Ioudaiôn (dat ik de koning van de joden vrijlaat) hina mallon ton Barabban apolusèi autois (dat hij eerder Barabbas voor hen zou vrijlaten)
149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -          341. Jezus of Barabbas : Mc 15,6-14 - Mt 27,15-23 - Lc 23, (17) 18-23    

Beide verhalen (de dood van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - en Jezus vóór Pilatus - Mc 15,6-14 -) vertonen heel wat gelijkenissen . De wereldlijke overheid (Herodes, Pilatus) staat oog in oog met een onschuldige (Johannes de doper, Jezus) die geboeid is . Er is een patstelling tussen de wereldlijke overheid en de aanklagers (Herodias, de hogepreisters en de oudsten) : Herodes tegenover Heriodias , Pilatus tegenover de hogepriesters en de oudsten . De aanklagers willen de dood van de onschuldige , de wereldlijke overheid stemt er niet in toe . Een gelegenheid doet de situatie kantelen ten voordele van de aanklagers . De dans van de dochter van Herodias is aanleiding waardoor Herodes overmoedige eden zweert . Het paasfeest is een gelegenheid waarop Pilatus een gevangene vrijlaat waarom het volk vraagt . De aanklagers weten de tussenpersoon (de dochter van Herodias, het volk) te bewerken . De dochter van Herodias vraagt aan haar moeder wat zij aan Herodes zou vragen ; deze vraagt het hoofd van Johannes . Het volk staat voor de keuze om een gevangene te kiezen , die Pilatus voor hen zal vrijlaten . De hogepriesters en de oudsten porren het volk aan om Barabbas te kiezen voor de vrijlating en te eisen dat Jezus wordt gekruisigd . De wereldlijke machthebbers staan machteloos ; ze zijn het slachtoffer van eigen grilligheid of van toegeeflijkheid . De aanklagers bereiken via een tussenpersoon datgene wat ze willen bereiken : de dood van de onschuldige .
Johannes de doper gaat Jezus niet alleen vooraf in de verkondiging van de boodschap , maar tevens in de dood . De dood van Johannes overschaduwt het leven van Jezus en wordt duidelijker bij zijn veroordeling bij Pilatus .

Mc 6,17 - Mc 6,17 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:17 autos gar o èrôdès aposteilas ekratèsen ton iôannèn kai edèsen auton en fulakè dia èrôdiada tèn gunaika filippou tou adelfou autou oti autèn egamèsen  17 ipse enim Herodes misit ac tenuit Iohannem et vinxit eum in carcere propter Herodiadem uxorem Philippi fratris sui quia duxerat eam    17 Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.   [17] Want zelf had Herodes Johannes laten arresteren en in de gevangenis laten zetten vanwege Herodias*, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar getrouwd had.   [17] Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was.   17 Zelf immers heeft Herodes mensen uitgezonden, Johannes laten grijpen en hem gebonden onder bewaking gezet, vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar gehuwd heeft.   17. En effet, c'était lui Hérode qui avait envoyé arrêter Jean et l'enchaîner en prison, à cause d'Hérodiade, la femme de Philippe son frère qu'il avait épousée.  

King James Bible . [17] For Herod himself had sent forth and laid hold upon John, and bound him in prison for Herodias' sake, his brother Philip's wife: for he had married her.
Luther-Bibel . 17 Denn er, Herodes, hatte ausgesandt und Johannes ergriffen und ins Gefängnis geworfen um der Herodias willen, der Frau seines Bruders Philippus; denn er hatte sie geheiratet.

Tekstuitleg van Mc 6,17 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

Mc 6,17.3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,17.7. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

Mc 6,17.8. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 6,16 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 8,28 . (6) Mc 11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

Mc 6,17.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,17.11. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,17.12. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,17.13. acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,7 . (5) Mc 10,11 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 12,20 . (8) Mc 12,23 .

Mc 6,17.15. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,54 . (6) Mc 6,56 .

Mc 6,17.17. acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,7 . (5) Mc 10,11 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 12,20 . (8) Mc 12,23 .

Mc 6,17.21. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,17.23. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (14) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 4,30 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,26 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 8,35 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,11 . (9) Mc 10,15 . (10) Mc 11,2 . (11) Mc 11,13 . (12) Mc 12,21 . (13) Mc 12,23 . (14) Mc 14,6 .

Mc 6,17.24. act. ind. aor. 3de pers. enk. egamèsen  (hij huwde) van het werkw. gameô (huwen) . Taalgebruik in het N.T. : gameô (huwen) . Taalgebruik in Mc : gameô (huwen) .
Mc (1) Mc 6,17 .

Mc 6,18 - Mc 6,18 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:18 elegen gar o iôannès tô èrôdè oti ouk exestin soi echein tèn gunaika tou adelfou sou   18 dicebat enim Iohannes Herodi non licet tibi habere uxorem fratris tui    18 Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.   [18] Want Johannes had tegen Herodes gezegd: ‘Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te bezitten.’   [18] Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’  18 Want Johannes heeft steeds tot Herodes gezegd: dat mág u niet, de vrouw van uw broer hebben!   18. Car Jean disait à Hérode : « Il ne t'est pas permis d'avoir la femme de ton frère. »  

King James Bible . [18] For John had said unto Herod, It is not lawful for thee to have thy brother's wife.
Luther-Bibel . 18 Johannes hatte nämlich zu Herodes gesagt: Es ist nicht recht, dass du die Frau deines Bruders hast.

Tekstuitleg van Mc 6,18 .

Mc 6,18.1. act. ind. imperf. 3de pers. enk. elegen (hij zei) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (31) . Mc 6 (4) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,16 . (4) Mc 6,18 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

Mc 6,18.3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,18.4. nom. mann. enk. Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (4) : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 1,6 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,18 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

Mc 6,18.5. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

Mc 6,18.9. exestin (het is toegelaten) . Taalgebruik in het N.T. : exestin (het is toegelaten) . Taalgebruik in Mc : exestin (het is toegelaten) .
Mc (6) : (1) Mc 2,24 . (2) Mc 2,26 . (3) Mc 3,4 . (4) Mc 6,18 . (5) Mc 10,2 . (6) Mc 12,14 .
In twee soorten zinnen . 1. In een ontkennende zin nl. ouk exestin = het is niet toegelaten . Mc (3) : (1) Mc 2,24 . (2) Mc 2,26 . (3) Mc 6,18 .
2. In een vraagzin nl. exestin = is het toegelaten ? Mc (3) : (1) Mc 3,4 . (2) Mc 10,2 . (3) Mc 12,14 .

Mc 6,18.13. acc. vr. enk. gunaika (vrouw) van het zelfst. naamw. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,7 . (5) Mc 10,11 . (6) Mc 12,19 . (7) Mc 12,20 . (8) Mc 12,23 .

Mc 6,18.14. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,54 . (6) Mc 6,56 .

Mc 6,19 - Mc 6,19 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:19 è de èrôdias eneichen autô kai èthelen auton apokteinai kai ouk èdunato  19 Herodias autem insidiabatur illi et volebat occidere eum nec poterat     19 En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en konde niet;  [19] Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem uit de weg ruimen, maar ze had daartoe niet de macht.   [19] Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe,  19 Herodias had het op hem gemunt en wilde hem ter dood brengen, en kón het niet;  19. Quant à Hérodiade, elle était acharnée contre lui et voulait le tuer, mais elle ne le pouvait pas,  

King James Bible . [19] Therefore Herodias had a quarrel against him, and would have killed him; but she could not:
Luther-Bibel . 19 Herodias aber stellte ihm nach und wollte ihn töten und konnte es nicht.

Tekstuitleg van Mc 6,19 .

Mc 6,19.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,19.7. act. ind.  imperf. 3de pers. enk. èthelen (hij wilde) van het werkw. thelô (willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (5) : (1) Mc 3,13 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 9,30 .

Mc 6,19.8. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,19.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,20 - Mc 6,20 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:20 o gar èrôdès efobeito ton iôannèn eidôs auton andra dikaion kai agion kai sunetèrei auton kai akousas autou polla èporei kai* èdeôs autou èkouen  20 Herodes enim metuebat Iohannem sciens eum virum iustum et sanctum et custodiebat eum et audito eo multa faciebat et libenter eum audiebat    20 Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.   [20] Want Herodes had ontzag voor Johannes, in het besef dat deze een rechtvaardige en heilige man was, en hij nam hem in bescherming. Als hij naar hem luisterde, raakte hij steeds in verlegenheid, en toch hoorde hij hem graag.  [20] want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen.  20 want Herodes had ontzag voor Johannes; hij besefte dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en beschermde hem; als hij hem hoorde was hij altijd hevig in verlegenheid, en toch hoorde hij hem gaarne.   20. parce qu'Hérode craignait Jean, sachant que c'était un homme juste et saint, et il le protégeait ; quand il l'avait entendu, il était fort perplexe, et c'était avec plaisir qu'il l'écoutait. 

King James Bible . [20] For Herod feared John, knowing that he was a just man and an holy, and observed him; and when he heard him, he did many things, and heard him gladly.
Luther-Bibel . 20 Denn Herodes fürchtete Johannes, weil er wusste, dass er ein frommer und heiliger Mann war, und hielt ihn in Gewahrsam; und wenn er ihn hörte, wurde er sehr unruhig; doch hörte er ihn gern.

Tekstuitleg van Mc 6,20 .

Mc 6,20.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

Mc 6,20.5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

Mc 6,20.6. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (6) : (1) Mc 1,14 . (2) Mc 6,16 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 8,28 . (6) Mc 11,32 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

Mc 6,20.8. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,20.9. acc. mann. enk. andra (man) van het zelfst. naamw. anèr (man) . Taalgebruik in het N.T. : anèr (man) . Taalgebruik in Mc : anèr (man) .
Mc (2) : (1) Mc 6,20 . (2) Mc 10,12 . Een vorm van anèr (man) in 4 verzen in Mc : (1) Mc 6,20 . (2) Mc 6,44 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,12 .

Mc 6,20.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,20.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,20.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,20.18. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,21 - Mc 6,21 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:21 kai genomenès èmeras eukairou ote èrôdès tois genesiois autou deipnon epoièsen tois megistasin autou kai tois chiliarchois kai tois prôtois tès galilaias   21 et cum dies oportunus accidisset Herodes natalis sui cenam fecit principibus et tribunis et primis Galilaeae    21 En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;  [21] Er kwam een gunstige dag toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hofhouding, de legerleiding en de hoge heren van Galilea.  [21] Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea.   21 Maar op een gunstige dag geschiedt het dat Herodes voor zijn verjaardag een maaltijd klaarmaakt voor zijn grootsten, de oversten over duizend en de eersten van Galilea,  21. Or vint un jour propice, quand Hérode, à l'anniversaire de sa naissance, fit un banquet pour les grands de sa cour, les officiers et les principaux personnages de la Galilée : 

King James Bible . [21] And when a convenient day was come, that Herod on his birthday made a supper to his lords, high captains, and chief estates of Galilee;
Luther-Bibel . 21 Und es kam ein gelegener Tag, als Herodes an seinem Geburtstag ein Festmahl gab für seine Großen und die Obersten und die Vornehmsten von Galiläa.

Tekstuitleg van Mc 6,21 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw. ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 14,17 . (5) Mc 15,42 . + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 .

5. hote (toen) . Taalgebruik in N.T. : hote (toen) . Taalgebruik in Mc : hote (toen) . Voegwoord van tijd . Mc (12) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 2,25 . (3) Mc 4,6 . (4) Mc 4,10 . (5) Mc 6,21 .   (6) Mc 7,17 . (7) Mc 8,19 . (8) Mc 8,20 . (9) Mc 11,1 . (10) Mc 14,12 . (11) Mc 15,20 . (12) Mc 15,41 .

9. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

14. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

18. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,22 - Mc 6,22 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:22 kai eiselthousès tès thugatros autou èrôdiados* kai orchèsamenès èresen tô èrôdè kai tois sunanakeimenois | o de basileus eipen | eipen o basileus | tô korasiô aitèson me o ean thelès kai dôsô soi  22 cumque introisset filia ipsius Herodiadis et saltasset et placuisset Herodi simulque recumbentibus rex ait puellae pete a me quod vis et dabo tibi     22 En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen, die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.   [22] De* dochter van hem en Herodias kwam binnen en met haar dans deed ze Herodes en zijn gasten een groot genoegen. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, ik zal het je geven.’  [22] De dochter van Herodias* kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’  22 en als haar dochter, die van Herodias, binnenkomt en danst, behaagt zij Herodes en die met hem aanliggen. De koning zegt tot het meisje: vraag mij wat je wilt, en ik zal het je geven!  22. la fille de ladite Hérodiade entra et dansa, et elle plut à Hérode et aux convives. Alors le roi dit à la jeune fille : « Demande-moi ce que tu voudras, je te le donnerai. » 

King James Bible . [22] And when the daughter of the said Herodias came in, and danced, and pleased Herod and them that sat with him, the king said unto the damsel, Ask of me whatsoever thou wilt, and I will give it thee.
Luther-Bibel . 22 Da trat herein die Tochter der Herodias und tanzte und gefiel Herodes und denen, die mit am Tisch saßen. Da sprach der König zu dem Mädchen: Bitte von mir, was du willst, ich will dir's geben.

Tekstuitleg van Mc 6,22 .

Mc 6,22.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,22.5. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,22.7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,22.10. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

Mc 6,22.16. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,22.17. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) .
Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

Mc 6,22.18. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

Mc 6,22.20. act. imperat. aor. 2de pers. enk. aitèson (vraag) van het werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô (vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc 6,22 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,24 .  (4) Mc 6,25 . (5) Mc 10,35 . (6) Mc 10,38 . (7) Mc 11,24 . (8) Mc 15,8 . (9) Mc 15,43 .

Mc 6,22.22. nom. en acc. onz. enk. voornaamw. ho van het voornaamw. hos ... of bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,22.23. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean (indien) . Taalgebruik in Mc : ean (indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,10 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,23 .  

Mc 6,22.24. act. conj. praes. 2de pers. enk. thelè(i)s (jij wil) van het werkw. thelô (willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (2) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 6,22 . Een vorm van thelô (willen) in Mc in 23 verzen .

Mc 6,22.23. - 24. ean thelè(i)s (indien je wil) . Mc (2) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 6,22 .

Mc 6,22.25. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

20. - 27. wat je zou ... vragen , willen , doen , geven .
- Mc 6,22 : aitèson me ho ean thelè(i)s (vraag mij wat je zou willen) kai dôsô soi (en ik zal het je geven) . De vraag van Herodes aan de dochter van Herodias .
- Mc 6,23 : ho ti ean me aitè(i)sès dôsô soi (wat je me zoudt vragen , ik zal het jou geven) .
- Mc 10,35 : thelomen hina ho ean aitèsômen se poièsè(i)s hèmin (wij willen opdat je zoudt willen doen wat wij je zouden vragen) . De vraag van Jakobus en Johannes aan Jezus . In Mc 10,37 staat de vraag met iets geven te maken : dos hèmin (geef ons) .

Duplicity

- act. conj. praes. 2de pers. enk. thelè(i)s (jij wil) van het werkw. thelô (willen) . Mc (2) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 6,22 .
- ean thelè(i)s (indien je wil) . Mc (2) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 6,22 .

Mc 6,23 - Mc 6,23 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:23 kai ômosen autè | | [polla] | o ti* ean me aitèsès dôsô soi eôs èmisous tès basileias mou  23 et iuravit illi quia quicquid petieris dabo tibi licet dimidium regni mei    23 En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!  [23] En hij deed er zelfs een eed op: ‘Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk.’  [23] En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’  23 En hij bezweert haar: wat je ook vraagt zal ik je geven, ‘tot de helft van mijn koninkrijk!’  23. Et il lui fit un serment : « Tout ce que tu me demanderas, je te le donnerai, jusqu'à la moitié de mon royaume ! »  

King James Bible . [23] And he sware unto her, Whatsoever thou shalt ask of me, I will give it thee, unto the half of my kingdom.
Luther-Bibel . 23 Und er schwor ihr einen Eid: Was du von mir bittest, will ich dir geben, bis zur Hälfte meines Königreichs.

Tekstuitleg van Mc 6,23 .

Mc 6,23.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,23.5. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,23.7. ean (indien) . Taalgebruik in het N.T. : ean (indien) . Taalgebruik in Mc : ean (indien) .
Mc (32) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,10 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,23 .  

9. act. conj. aor. 2de pers. enk. aitèsè(i)s (jij zoudt vragen) van het werkw. van het werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô (vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc 6,23 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,24 .  (4) Mc 6,25 . (5) Mc 10,35 . (6) Mc 10,38 . (7) Mc 11,24 . (8) Mc 15,8 . (9) Mc 15,43 .

5. - 11. wat je zou ... vragen , willen , doen , geven .
- Mc 6,22 : aitèson me ho ean thelè(i)s (vraag mij wat je zou willen) kai dôsô soi (en ik zal het je geven) . De vraag van Herodes aan de dochter van Herodias .
- Mc 6,23 : ho ti ean me aitè(i)sès dôsô soi (wat je me zoudt vragen , ik zal het jou geven) .
- Mc 10,35 : thelomen hina ho ean aitèsômen se poièsè(i)s hèmin (wij willen opdat je zoudt willen doen wat wij je zouden vragen) . De vraag van Jakobus en Johannes aan Jezus . In Mc 10,37 staat de vraag met iets geven te maken : dos hèmin (geef ons) .

Mc 6,23.14. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Mc

Mc 6,23.15. gen. vr. enk. basileias (van het koninkrijk) van het zelfstandig naamw. basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in het N.T. : basileia (koninkrijk) . Taalgebruik in Mc : basileia (koninkrijk) . Mc (3) : (1) Mc 4,11 . (2) Mc 6,23 .  (3) Mc 12,34 . Een vorm van basileia (koninkrijk) in Mc in 19 verzen : (1) Mc 1,15 . (2) Mc 3,24 . (3) Mc 4,11 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 4,30 .  (6) Mc 6,23 . (7) Mc 9,1 . (8) Mc 9,47 . (9) Mc 10,14 . (10) Mc 10,15 . (11) Mc 10,23 . (12) Mc 10,24 . (13) Mc 10,25 . (14) Mc 11,10 . (15) Mc 12,34 .  (16) Mc 13,8 (2 vormen) . (17) Mc 14,25 . (18) Mc 15,43 .  

Mc 6,24 - Mc 6,24 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:24 kai exelthousa eipen tè mètri autès ti aitèsômai è de eipen tèn kefalèn iôannou tou baptizontos   24 quae cum exisset dixit matri suae quid petam et illa dixit caput Iohannis Baptistae     24 En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.  [24] Ze ging weg en zei tegen haar moeder: ‘Wat moet ik vragen?’ Die zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’   [24] Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’  24 Zij gaat naar buiten en zegt tot haar moeder: wat zal ik vragen? En die zegt: het hoofd van Johannes de Doper!   24. Elle sortit et dit à sa mère : « Que vais-je demander ? » - « La tête de Jean le Baptiste », dit celle-ci. 

King James Bible . [24] And she went forth, and said unto her mother, What shall I ask? And she said, The head of John the Baptist.
Luther-Bibel . 24 Und sie ging hinaus und fragte ihre Mutter: Was soll ich bitten? Die sprach: Das Haupt Johannes des Täufers.

Tekstuitleg van Mc 6,24 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

6. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .

8. med. conj. aor. 1ste pers. enk. aitèsomai (ik zou vragen) van het werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô (vragen, bedelen) .
Mc (1) : Mc 6,24 . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,24 .  (4) Mc 6,25 . (5) Mc 10,35 . (6) Mc 10,38 . (7) Mc 11,24 . (8) Mc 15,8 . (9) Mc 15,43 .

14. gen. mann. enk. Iôannou (van Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (5) : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 11,30 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

15. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,54 . (6) Mc 6,56 .

Mc 6,25 - Mc 6,25 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:25 kai eiselthousa euthus meta spoudès pros ton basilea ètèsato legousa thelô ina exautès dôs moi epi pinaki tèn kefalèn iôannou tou baptistou 25 cumque introisset statim cum festinatione ad regem petivit dicens volo ut protinus des mihi in disco caput Iohannis Baptistae    25 En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geëist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.  [25] Haastig ging ze recht op de koning af en vroeg: ‘Ik wil dat u mij terstond op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.’  [25] Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’  25 Zij gaat meteen weer met haast naar binnen, naar de koning, en stelt haar vraag; ze zegt: ik wil dat u mij onmiddellijk geeft, op een bord, het hoofd van Johannes de Doper!   25. Rentrant aussitôt en hâte auprès du roi, elle lui fit cette demande : « Je veux que tout de suite tu me donnes sur un plat la tête de Jean le Baptiste. » 

King James Bible . [25] And she came in straightway with haste unto the king, and asked, saying, I will that thou give me by and by in a charger the head of John the Baptist.
Luther-Bibel . 25 Da ging sie sogleich eilig hinein zum König, bat ihn und sprach: Ich will, dass du mir gibst, jetzt gleich auf einer Schale, das Haupt Johannes des Täufers.

Tekstuitleg van Mc 6,25 .

Mc 6,25.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,25.6. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,25.7. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

9. act. ind. aor. 3de pers. enk. è(i)tèsato (zij vroeg) van het werkw. aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in het N.T. : aiteô (vragen, bedelen) . Taalgebruik in Mc : aiteô (vragen, bedelen) .
Mc (2) . Verschillende vormen in Mc in '9' verzen : (1) Mc 6,22 . (2) Mc 6,23 . (3) Mc 6,24 .  (4) Mc 6,25 . (5) Mc 10,35 . (6) Mc 10,38 . (7) Mc 11,24 . (8) Mc 15,8 . (9) Mc 15,43 .

Mc 6,25.10. act. part. nom. vr. enk. legousa (zeggend) . act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (1) . Mc 6 (1) : Mc 6,25 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,25.11. act. ind. praes. 1ste pers. enk.  thelô (ik wil) van het werkw. thelô (willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (2) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 6,25 . Een vorm van thelô (willen) in 23 verzen in Mc . Tegenover de genezende wil van Jezus (Mc 1,41) staat de doodswil van de dochter van Herodias die het hoofd van Johannes de Doper vraagt .

11. - 12. Mc 6,25 : thelô (ik wil) hina (opdat) ... dô(i)s moi (aan mij zou geven) . Mc 10,35 : thelomen (wij willen) hina (opdat) ... poièsè(i)s hèmin  (jij doet voor ons) . In Mc 6,25 stelt de dochter van Herodias de vraag naar het hoofd van Johannes de Doper . In Mc 10,35 stellen Jacobus en Johannes een vraag aan Jezus . In beide teksten is een werkwoordvorm act. ind.praes. 1ste pers. gevolgd door hina (opdat) .

Mc 6,25.16. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

Mc 6,25.20. gen. mann. enk. Iôannou (van Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Johannes de Doper : Mc (5) : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 11,30 .
Een vorm van Jôhannès (Johannes) de Doper in Mc (15) : (1) Mc 1,4 (nom. Iôannès) . (2) Mc 1,6 (nom. Iôannès) . (3) Mc 1,9 (gen. Iôannou) . (4) Mc 1,14 (acc. Iôannèn) . (5) Mc 2,18 (gen. Iôannou) . (6) Mc 6,14 (nom. Iôannès) . (7) Mc 6,16 (acc. Iôannèn) . (8) Mc 6,17 (acc. Iôannèn) . (9) Mc 6,18 (nom. Iôannès) . (10) Mc 6,20 (acc. Iôannèn) . (11) Mc 6,24 (gen. Iôannou) . (12) Mc 6,25 (gen. Iôannou) . (13) Mc 8,28 (acc. Iôannèn) . (14) Mc 11,30 (gen. Iôannou) . (15) Mc 11,32 (acc. Iôannèn) .

Mc 6,25.21. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (116) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,54 . (6) Mc 6,56 .

Mc 6,25.22. gan. mann. enk. baptistou (doper) van het zelfst. naamwoord baptistès (doper) . Taalgebruik in het N.T. : baptistès (doper) . Taalgebruik in Mc : baptistès (doper) . Stam Hebr. tâbhal : t - b - . Ned. : do- p-en , doop-s-el , do-m-pe-l- en . Gr. baptizô , baptis-ma . Fr. bapt- ê - me .
Mc (1) :Mc 6,25 . Nog een andere vorm in Mc : acc. mann. enk. baptistèn (doper) in Mc 6,25 .

Mc 6,25.20. - 22. iôannou tou baptistou (van Johannes de Doper) in Mc 6,25 . iôannèn ton baptistèn (Johannes de Doper) in Mc 8,28 .

Duality

- act. ind. praes. 1ste pers. enk.  thelô (ik wil) van het werkw. thelô (willen) . Mc (2) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 6,25 .

Mc 6,26 - Mc 6,26 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:26 kai perilupos genomenos o basileus dia tous orkous kai tous anakeimenous ouk èthelèsen athetèsai autèn  26 et contristatus rex propter iusiurandum et propter simul recumbentes noluit eam contristare     26 En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.   [26] De koning werd bedroefd, maar vanwege zijn eed en omwille van zijn gasten wilde hij het haar niet weigeren.  [26] Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen.  26 De koning wordt zeer bedroefd, maar vanwege zijn bezweringen en hen die aanliggen, wil hij haar niet afwijzen.  26. Le roi fut très contristé, mais à cause de ses serments et des convives, il ne voulut pas lui manquer de parole. 

King James Bible . [26] And the king was exceeding sorry; yet for his oath's sake, and for their sakes which sat with him, he would not reject her.
Luther-Bibel . 26 Und der König wurde sehr betrübt. Doch wegen des Eides und derer, die mit am Tisch saßen, wollte er sie keine Fehlbitte tun lassen.

Tekstuitleg van Mc 6,26 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

3. part. aor. nom. mann. enk. genomenos (geworden) van het werkw. ginomai (worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Mc (2) : (1) Mc 6,26 . (2) Mc 9,33 .

4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

5. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

7. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

10. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

15. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (14) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 4,30 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,26 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 8,35 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,11 . (9) Mc 10,15 . (10) Mc 11,2 . (11) Mc 11,13 . (12) Mc 12,21 . (13) Mc 12,23 . (14) Mc 14,6 .

Mc 6,27 - Mc 6,27 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:27 kai euthus aposteilas o basileus spekoulatora epetaxen enegkai tèn kefalèn autou 6:28 kai apelthôn apekefalisen auton en tè fulakè   27 sed misso speculatore praecepit adferri caput eius in disco et decollavit eum in carcere    27 En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;   [27] Meteen stuurde de koning iemand van zijn lijfwacht en gaf het bevel om het hoofd van Johannes te brengen. Die ging weg en onthoofdde hem in de gevangenis.   [27] Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes.  27 Meteen zendt de koning een lijfwacht uit en draagt hem op om zijn hoofd te brengen. Die gaat weg en onthoofdt hem in de bewaking;  27. Et aussitôt le roi envoya un garde en lui ordonnant d'apporter la tête de Jean.  

King James Bible . [27] And immediately the king sent an executioner, and commanded his head to be brought: and he went and beheaded him in the prison,
Luther-Bibel . 27 Und sogleich schickte der König den Henker hin und befahl, das Haupt des Johannes herzubringen. Der ging hin und enthauptete ihn im Gefängnis

Tekstuitleg van Mc 6,27 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

4. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

5. nom. mann. enk. basileus (koning) . Taalgebruik in het N.T. : basileus (koning) . Taalgebruik in Mc : basileus (koning) . Mc (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,26 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 15,2 . (6) Mc 15,26 . (7) Mc 15,32 .

11. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

15. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

16. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,28 - Mc 6,28 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
[6:28] kai ènegken tèn kefalèn autou epi pinaki kai edôken autèn tô korasiô kai to korasion edôken autèn tè mètri autès  28 et adtulit caput eius in disco et dedit illud puellae et puella dedit matri suae    28 En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.  [28] Hij bracht zijn hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje, en het meisje gaf het aan haar moeder.   [28] Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder.   28 hij brengt zijn hoofd binnen op een bord en geeft het aan het meisje, en het meisje geeft het aan haar moeder.   28. Le garde s'en alla et le décapita dans la prison ; puis il apporta sa tête sur un plat et la donna à la jeune fille, et la jeune fille la donna à sa mère. 

King James Bible . [28] And brought his head in a charger, and gave it to the damsel: and the damsel gave it to her mother.
Luther-Bibel . 28 und trug sein Haupt herbei auf einer Schale und gab's dem Mädchen und das Mädchen gab's seiner Mutter.

Tekstuitleg van Mc 6,28 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

5. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

6. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

10. pers. voornaamw. acc. vr. enk. autèn (haar) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (14) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 4,30 . (3) Mc 6,17 . (4) Mc 6,26 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 8,35 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,11 . (9) Mc 10,15 . (10) Mc 11,2 . (11) Mc 11,13 . (12) Mc 12,21 . (13) Mc 12,23 . (14) Mc 14,6 .

11. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

14. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

20. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .

Mc 6,29 - Mc 6,29 : 149. onthoofding van Johannes de Doper - Mc 6,17-29 - Mt 14,3-12 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,17 - Mc 6,18 - Mc 6,19 - Mc 6,20 - Mc 6,21 - Mc 6,22 - Mc 6,23 - Mc 6,24 - Mc 6,25 - Mc 6,26 - Mc 6,27 - Mc 6,28 - Mc 6,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:29 kai akousantes oi mathètai autou èlthon kai èran to ptôma autou kai ethèkan auto en mnèmeiô  29 quo audito discipuli eius venerunt et tulerunt corpus eius et posuerunt illud in monumento   29 En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf. [29] Toen zijn leerlingen het hoorden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.  [29] Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.  29 Zijn leerlingen horen ervan, komen en nemen zijn lijk op en leggen dat in een graf.   29. Les disciples de Jean, l'ayant appris, vinrent prendre son cadavre et le mirent dans un tombeau.  

King James Bible . [29] And when his disciples heard of it, they came and took up his corpse, and laid it in a tomb.
Luther-Bibel . 29 Und als das seine Jünger hörten, kamen sie und nahmen seinen Leichnam und legten ihn in ein Grab.

Tekstuitleg van Mc 6,29 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. act. part. aor. nom. mv. akousantes  van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (7) : (1) Mc 3,21 . (2) Mc 4,18 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 10,41 . (5) Mc 14,11 . (6) Mc 15,35 . (7) Mc 16,11 .

3. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

4. nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (17) . (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 . (3) Mc 5,31 . (4) Mc 6,1 . (5) Mc 6,29 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 7,5 . (8) Mc 7,17 . (9) Mc 8,4 . (10) Mc 8,27 . (11) Mc 9,28 . . (12) Mc 10,10 . (13) Mc 10,13 . (14) Mc 10,24 . (15) Mc 11,14 . (16) Mc 14,12 . (17) Mc 14,16 .

5. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

2. - 5. oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

11. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

15. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

150. Mc 6,30-34 - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -

Evangelie op de 16de (zestiende) zondag door het b-jaar : Mc 6,30-34 .
Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde omkomen en verloren lopen – godsspraak van de Heer –. Daarom zegt de Heer, Israëls God, tot de herders die mijn volk weiden: door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen en uiteen gedreven; ge hebt er niet op gelet. Maar ik let wel op u om al uw misdaden – godsspraak van de Heer –. Zelf breng ik de overgebleven schapen bijeen uit alle landen waarheen ik ze heb verdreven. Ik breng ze terug naar hun weiden, ze worden weer vruchtbaar en talrijk. Dan stel ik herders over hen aan, die hen werkelijk weiden. Ze hoeven niet meer bang of angstig te zijn, geen van hen wordt nog vermist – godsspraak van de Heer –. Geloof mij, de tijd komt – godsspraak van de Heer – dat ik een wettige afstammeling van David doe opstaan; hij zal hen met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen. In zijn tijd wordt Juda bevrijd, leeft Israël veilig. En dit is de naam die men hem geeft: de Heer, onze gerechtigheid.

Mc 6,30 - Mc 6,30 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun kai apèggeilan autôi panta hosa epoièsan kai hosa edidaxan et convenientes apostoli ad Iesum renuntiaverunt illi omnia quae egerant et docuerant   En de apostelen vergaderden bij Jezus en boodschapten hem alles wat ze gedaan hadden en al wat ze geleerd hadden.   30 En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden. De apostelen kwamen terug bij Jezus, en ze vertelden Hem alles wat ze hadden gedaan en hoe ze onderricht gegeven hadden.  De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.  De uitgezondenen verzamelen zich bij Jezus en verkondigen aan hem wat zij allemaal hebben gedaan en wat zij aan onderricht gegeven hebben.  30. Les apôtres se réunissent auprès de Jésus, et ils lui rapportèrent tout ce qu'ils avaient fait et tout ce qu'ils avaient enseigné.

Statenvertaling . Toen de apostelen zich weer bij Jezus voegden brachten zij Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.  
King James Bible . [30] And the apostles gathered themselves together unto Jesus, and told him all things, both what they had done, and what they had taught.
Luther-Bibel . 30 Und die Apostel kamen bei Jesus zusammen und verkündeten ihm alles, was sie getan und gelehrt hatten.

Tekstuitleg van Mc 6,30 . Dit vers Mc 6,30 telt 17 woorden , 35 (5 X 7) lettergrepen en 88 2 X 2 X 22) letters . De getalwaarde van Mc 6,30 is 6963 (3 X 11 X 211) . Het vers bestaat uit twee nevenbschikkende hoofdzinnen . De tweede hoofdzin heeft twee nevenschikkende betrekkelijke zinnen .

De teruggekeerde leerlingen worden in Mc 6,30 hoi apostoloi (de apostelen = de gezondenen) genoemd . Het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd . Het werkwoord sunagô : verzamelen , bijeenkomen , staat in de mediale vorm : zij verzamelen zich . Het woord synagoge is afgeleid van het werkwoord sunagô . De zinsconstructie van Mc 7,1 komt opmerkelijk overeen met Mc 6,30 , waarin de leerlingen terugkeren van hun zending . Aan deze terugkeer gaat het verhaal van de onthoofding van Johannes de Doper door koning Herodes vooraf (Mc 6,17-29) . Er wordt verondersteld dat de leerlingen van Jezus over dit gebeuren vertellen want in Mc 6,32 gaat Jezus naar een eenzame plaats in quarantaine (kat'idian : afzonderlijk) . In Mc 7,1 komen Farizeeën en schriftgeleerden bij Jezus om te redetwisten over reinheidsgebruiken . In Mc 7,24 gaat Jezus weg naar het gebied van Tyrus .

Mc 6,30.1. kai (en) . Verwijzing : kai (en) in N.T. . Verwijzing in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 6 . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,30.2. med. ind. praes. 3de pers. mv. sunagontai (zij verzamelen zich) van het werkw. sunagô (samendrijven, samenvoeren) . Taalgebruik in het N.T. : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in Mc : sunagô (samendrijven, verzamelen) .
Mc (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 7,1 . Een vorm van sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 2,2 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 . Telkens wordt er rond Jezus verzameld .

Mc 6,30.3. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

Mc 6,30.4. nom. mann. mv. apostoloi (apostelen) van het zelfstandig naamw. apostolos (apostel) . Taalgebruik in het N.T. : apostolos (apostel) . Taalgebruik in Mc : apostolos (apostel) . apo-stellô : af- , weg- , sturen , wegzenden , afzenden (afgezant) , zenden . Mc (1) : Mc 6,30 . Dit is bij de terugkeer van de leerlingen na de zending door Jezus (Mc 6,7-13) . Acc. mann. mv. apostolous in Mc 3,14 bij de roeping van de leerlingen (Mc 3,13-19) . Slechts deze twee vormen in Mc . ROEPING EN ZENDING !

Mc 6,30.5. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) .
Mc (62) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,30.6. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

Mc 6,30.7. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 6 (2) : (1) Mc 6,4 (nom. Ièsous) . (2) Mc 6,30 (acc. Ièsoun) .

Mc 6,30.5. - 7. pros ton Ièsoun (naar Jezus) . Mc (5) : (1) Mc 5,15 . (2) Mc 6,30 . (3) Mc 10,50 . (4) Mc 11,7 . (5) Mc 11,27 .

Mc 6,30.1. - 7. Vergelijk :
- Mc 6,30 : Kai sunagontai hoi apostoloi pros ton Ièsoun = en de apostelen verzamelen zich bij Jezus .
- Mc 7,1 : Kai sunagontai pros auton hoi Farizaioi kai ... = en de Farizeeën ... verzamelen zich bij hem .

Mc 6,30.8. kai (en) . Verwijzing : kai (en) in N.T. . Verwijzing in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 6 . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,30.9. act. ind. aor. 3de pers. mv. apèggeilan (zij kondigden af, zij deelden mee) . apaggellô (af-kondigen)  . Taalgebruik in het N.T. : apaggellô (af-kondigen) . Taalgebruik in Mc : apaggellô (af-kondigen) .
Mc (3) : (1) Mc 5,14 . (2) Mc 6,30 .  (3) Mc 16,13 . Een vorm van apaggellô (af-kondigen) in Mc in 5 verzen .

Mc 6,30.10. pers. voornaamw. vnw. dat. mann. enk. autô(i) (aan hem) . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc Mc (109) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,19 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 6,37 .

Mc 6,30.11. acc. m. enk. , nom. m. + onz. mv. panta (alles) van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Mc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder .
Mc (21) . Mc 6 (1) : Mc 6,30 .

Mc 6,30.12. nom. +  acc. onz. mv. hosa van het bijvoegl. naamw. hosos (zo groot als) . Taalgebruik in het N.T. : hosos (zo groot als) . Taalgebruik in Mc : hosos (zo groot als) . Mc (9) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 3,28 .  (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,20 . (5) Mc 6,30 .   (6) Mc 9,13 .  (7) Mc 10,21 .  (8) Mc 11,24 .  (9) Mc 12,44 . Een vorm van hosos (zo groot als) in Mc in 13 verzen .

Mc 6,30.11. - 12. panta hosa (al wat) . Mc (3) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 11,24 . (3) Mc 12,44 .

Mc 6,30.13. act. ind. imp. 3de p. mv. epoièsan (zij deden) van het werkw. poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het N.T. : poieô (doen, maken) . Taalgebruik in Mc : poieô (doen, maken) .
Mc (2) : (1) Mc 6,30 . (2) Mc 9,13 .

Mc 6,30.14. kai (en) . Verwijzing : kai (en) in N.T. . Verwijzing in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 6 . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,30.15. nom. +  acc. onz. mv. hosa van het bijvoegl. naamw. hosos (zo groot als) . Taalgebruik in het N.T. : hosos (zo groot als) . Taalgebruik in Mc : hosos (zo groot als) . Mc (9) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 3,28 .  (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,20 . (5) Mc 6,30 .   (6) Mc 9,13 .  (7) Mc 10,21 .  (8) Mc 11,24 .  (9) Mc 12,44 . Een vorm van hosos (zo groot als) in Mc in 13 verzen .

Mc 6,30.16. act. ind. aor. 3de p. mv. edidaxan (zij leerden) van het werkw. didaskô (leren, onderrichten) . Taalgebruik in N.T. : didaskô (leren) . Taalgebruik in Mc : didaskô (leren) . Auto-didact : iemand die door zelfstudie kennis (lering) heeft verworven . Didactiek : leer van het onderrichten . Lat. docere (doctor) . Cfr docent , documentatie . Mc (1) : Mc 6,30 .

Mc 6,31 - Mc 6,31 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:31 kai legei autois deute umeis autoi kat idian eis erèmon topon kai anapausasthe oligon èsan gar oi erchomenoi kai oi upagontes polloi kai oude fagein eukairoun   31 et ait illis venite seorsum in desertum locum et requiescite pusillum erant enim qui veniebant et rediebant multi et nec manducandi spatium habebant     31 Daarop sprak Hij tot hen: "Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit." Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten.  [31] Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten.’ Want er kwamen en gingen zoveel mensen, dat ze niet eens de gelegenheid hadden om te eten.   [31] Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.  31 Hij zegt tot hen: kom mee, jullie zelf alleen, naar een plek in de woestijn, en rúst wat! Want het was een komen en gaan van velen, en ze hadden niet eens tijd om te eten.   31. Et il leur dit : « Venez vous-mêmes à l'écart, dans un lieu désert, et reposez-vous un peu. » De fait, les arrivants et les partants étaient si nombreux que les apôtres n'avaient pas même le temps de manger.  

Statenvertaling .31 En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
King James Bible . [31] And he said unto them, Come ye yourselves apart into a desert place, and rest a while: for there were many coming and going, and they had no leisure so much as to eat.
Luther-Bibel . 31 Und er sprach zu ihnen: Geht ihr allein an eine einsame Stätte und ruht ein wenig. Denn es waren viele, die kamen und gingen, und sie hatten nicht Zeit genug zum Essen.

Tekstuitleg van Mc 6,31 . Het vers Mc 6,31 telt 26 (2 X 13) woorden en 130 (2 X 5 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 6,31 is 10823 (79 X 137) .

Mc 6,31.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,31.2. act. ind. pr. 3de pers. enk. legei (hij zegt) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .  
Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,31.3. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

Mc 6,31.4. deute (welaan) . Taalgebruik in het N.T. : deute (welaan) . Taalgebruik in Mc :: deute (welaan) . Een soort imperatief 2de pers. mv. .
Mc (3) : (1) Mc 1,17 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 12,7 .

5. persoonl. voornaamw. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord . Mc (10) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,18 . (5) Mc 8,29 . (6) Mc 11,17 . (7) Mc 13,9 . (8) Mc 13,11 . (9) Mc 13,23 . (10) Mc 13,29 .

Mc 6,31.7. kat' : afkorting van kata . kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (11) . Mc 6 (2) : (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,32 .

Mc 6,31.8. acc. vr. enk. idian (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik in het N.T. : idios (eigen) . Taalgebruik in Mc : idios (eigen) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,31.7. 8. kat'idian (bij zijn eigen , afzonderlijk) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,31.9. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,31.10. accusatief vrouwelijk enk. erèmon = woestijn , van het zelfst. naamw. erèmos (woestijn) . Taalgebruik in het N.T. : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Mc. : erèmos (woestijn) . Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .
In 3 van de 9 verzen komt een vorm van erèmos (eenzaam) voor in Mc 6 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,32 . (3) Mc 6,35 .

Mc 6,31.11. acc. mann. enk. topon (plaats) van het zelfst. naamw. topos (plaats) . Taalgebruik in het N.T. : topos (plaats) . Taalgebruik in Mc : topos (plaats) . L. locus . F. place . N. plaats . E. place . D. Stätte .
Mc (4) : (1) Mc 1,35 .  (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 .  (4) Mc 15,22 .

Mc 6,31. 7. - 11. Voorstel en uitvoering .
- voorstel : Mc 6,31 : kat'idian eis erèmon topon (op hun eigen naar een eenzame plaats) .
- uitvoering : Mc 6,32 : eis erèmon topon kat'idian (naar een eenzame plaats op hun eigen) .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,31.12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,31.14. oligon (een weinig) . Taalgebruik in het N.T. : oligon (een weinig) . Taalgebruik in Mc : oligon (een weinig) . Het is meestal de vertaling van het Hebreuwse më`at (56) .
In twee verzen in Mc : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 6,31 .

Mc 6,31.15. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 .

Mc 6,31.16. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

15. - 16. èsan gar (want zij waren) . Mc (4 / 16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,15 . (3) Mc 6,31 . (4) Mc 14,40 .

Mc 6,31.17. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

Mc 6,31.19. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,31.20. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

Mc 6,31.23. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,32 - Mc 6,32 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:32 kai apèlthon en tôi ploiôi eis erèmon topon kat idian  32 et ascendentes in navi abierunt in desertum locum seorsum   32 Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn.   [32] Ze gingen in de boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn..  [32] Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. 32 Dan varen ze met de boot weg naar een plek in de woestijn om alleen te zijn.   32. Ils partirent donc dans la barque vers un lieu désert, à l'écart.

Statenvertaling . 32 En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.
King James Bible . [32] And they departed into a desert place by ship privately.
Luther-Bibel . 32 Und sie fuhren in einem Boot an eine einsame Stätte für sich allein.

Tekstuitleg van Mc 6,32 . Dit vers Mc 6,32 telt 9 (3 X 3) woorden en 41 letters . De getalwaarde Mc 6,32 is 3843 (3 X 3 X 7 X 61) .

Mc 6,32.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,32.2. ind. aor. 3de pers. mv. apèlthon (zij gingen weg) van het werkw. aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai (weggaan) .
Mc (5) : (1) Mc 1,20 . (2) Mc 3,13 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 11,4 . (5) Mc 12,12 .
ind. aor. 3de pers. enk. apèlthen (hij ging weg) van het werkw. aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai (weggaan) .
Mc (9) : (1) Mc 1,35 . (2) Mc 1,42 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,24 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 7,24 . (7) Mc 8,13 . (8) Mc 10,22 . (9) Mc 14,10 .
De apostelen verzamelen zich bij Jezus nadat Johannes de Doper door Herodes werd onthoofd (Mc 6,32) . Marcus vermeldt niet dat de apostelen hiervan melding maakten aan Jezus . Wel stelt Jezus voor dat zij naar een eenzame plaats zouden gaan om wat uit te rusten . Hij gaat echter mee . Maar zij kunnen zelfs niet meer op een eenzame plaats komen omdat de menigte er toestroomt en zelfs voor hen er is .
Het weggaan heeft te maken met de dreiging van Herodes . Jezus zoekt veiligheid op . Dat is het meer , de boot , een eenzame plaats . Maar dat alles biedt geen veiligheid meer want de menigten zien hen varen en zien waarheen zij gaan en zijn hen zelfs voor . Daaruit blijkt dat hun veiligheid niet gegarandeerd is .
Bij de tweede keer dwingt Jezus zijn apostelen om per boot weg te gaan . Hij zelf gaat weg naar het gebergte om te bidden . Hij gaat slechts omtrent de vierde nachtwake naar hen toe .
Na de discussie met de Farizeeën en de schriftgeleerden gaat Jezus weg naar het gebied van Tyrus en wil hij in een huis anoniem verblijven . Maar dat lukt niet , want een vrouw komt naar hem om hem te vragen haar dochtertje te genezen .
Jezus kan nergens meer komen zonder dat mensen het weten .
Tussen Mc 6,32 (apèlthon = zij gingen weg ; apèlthen = hij ging weg : Mc 6,46) en Mc 7,24 is er een verband van weggaan om zich in veiligheid te brengen .
- Mc 6,32 (apèlthon en tô(i) ploiô(i) eis erèmon topon kat'idian = zij gingen weg per boot naar een eenzame plaats op zich ; apèlthen eis to oros = hij ging weg naar het gebergte : Mc 6,46) .
- Mc 7,24 : apèlthen eis ta horia Turou = hij ging weg naar het gebied van Tyrus .

Het weggaan gebeurt in de boot (Mc 6,32) of naar een huis (Mc 7,24) . Marcus gebruikt voor het uitstappen uit de boot (Mc 6,34) of het huis uitgaan (Mc 7,31) het part. aor. exelthôn (uitgegaan) . In Mc 7,31 wordt dat nog versterkt door palin (opnieuw) .
Zo ontdekken we een relatie tussen :
- Mc 6,32 : apèlthon = zij gingen weg ; apèlthen = hij ging weg : Mc 6,46) / exelthôn (uitgegaan) : het uitstappen uit de boot (Mc 6,34) .
- Mc 7,24 : apèlthen = hij ging weg / exelthôn (uitgegaan) : het huis uitgaan (Mc 7,31) .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,32.3. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,32.4. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

Mc 6,32.5. dat. onz. enk. ploiô(i) (in de boot) . Taalgebruik in N.T. : ploion (boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion (boot) . N. vloot . L. navis . N. boot . E. ship . D. Boot .
Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met eis = naar (6 / 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) . De verhalen rond de boot kunnen we in drie groepen indelen .
- De eerste groep situeert zich rond de roeping van de eerste leerlingen (Mc 1,19-20) .
- de tweede groep rond Mc 4,1-5,21 met het verhaal van de stormstilling (Mc 4,35-41) .
- de derde groep rond Mc 6,32-8,22 met het verhaal van het wandelen op het meer (Mc 6,45-52) . (7) : (1) Mc 6,32 (en tô(i) ploiô(i) = in de boot) . (2) Mc 6,45 (eis to ploion = in de boot) . (3) Mc 6,47 (to ploion en mesô(i) tès thalassès = de boot in het midden van het meer) . (4) Mc 6,51 (eis to ploion = in de boot) . (5) Mc 6,54 (ek tou ploiou = uit de boot). (6) Mc 8,10 (eis to ploion = in de boot) . (7)  Mc 8,14 (en tô(i) ploiô(i) = in de boot) .
Een vorm van ploion (boot) in 5 verzen van Mc 6 : (1) Mc 6,32 (dat. en tô(i) ploiô(i) = in de boot).   (2) Mc 6,45 (acc. eis to ploion = in de boot) . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 6,51 (acc. eis to ploion = in de boot). (5) Mc 6,54 (gen. ek tou ploiou = uit de boot) .

Mc 6,32.3. - 5. en tô(i) ploiô(i) (in de boot) . Bij Mc in de 6 verzen : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 . (3)  Mc 4,36 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,32 . (6)  Mc 8,14 .
In Mc 6,32 gaan Jezus en zijn leerlingen weg per boot om zich in veiligheid te brengen na de onthoofding van Johannes de Doper door Herodes . Na een nieuwe discussie met de Farizeeën in Mc 8,11 gaat Jezus weg naar de overkant . Ze hebben niet eens de tijd gekregen om brood mee te nemen (Mc 8,14) . In beide teksten gaat het om zich in veiligheid te brengen en weg per boot . In Mc 6,32 gebeurt dat voor de eerste maal , in Mc 8,14 voor de tweede en laatste maal .
- Mc 6,32 : apèlthon en tô(i) ploiô(i) = zij gingen weg per boot .
- Mc 8,13 : embas apèlthen = ingestapt ging hij weg ; Mc 8,14 : en tô(i) ploiô(i) = in de boot .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,32.6. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,32.7. accusatief vrouwelijk enk. erèmon = woestijn , van het zelfst. naamw. erèmos (woestijn) . Taalgebruik in het N.T. : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Mc. : erèmos (woestijn) . Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .
In 3 van de 9 verzen komt een vorm van erèmos (eenzaam) voor in Mc 6 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,32 . (3) Mc 6,35 .

Mc 6,32.8. acc. mann. enk. topon (plaats) van het zelfst. naamw. topos (plaats) . Taalgebruik in het N.T. : topos (plaats) . Taalgebruik in Mc : topos (plaats) . L. locus . F. place . N. plaats . E. place . D. Stätte .
Mc (4) : (1) Mc 1,35 .  (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 .  (4) Mc 15,22 .

Mc 6,32.6. - 8. eis èrèmon topon (naar een eenzame plaats) . Mc (3) : (1) Mc 1,35 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . In Mc 6,31 doet Jezus het voorstel , in Mc 6,32 volgt de uitvoering .

Mc 6,32.9. kat' : afkorting van kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (11) . Mc 6 (2) : (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,32 .

Mc 6,32.10. acc. vr. enk. idian (eigen) van het bijvoegl. naamw. idios (eigen) . Taalgebruik in het N.T. : idios (eigen) . Taalgebruik in Mc : idios (eigen) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,32.9. - 10. kat'idian (bij zijn eigen , afzonderlijk) .
Mc (7) : (1) Mc 4,34 . (2) Mc 6,31 . (3) Mc 6,32 . (4) Mc 7,33 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 9,28 . (7) Mc 13,3 .

Mc 6,32.6. - 10. Voorstel en uitvoering .
- voorstel : Mc 6,31 : kat'idian eis erèmon topon (op hun eigen naar een eenzame plaats) .
- uitvoering : Mc 6,32 : eis erèmon topon kat'idian (naar een eenzame plaats op hun eigen) .
STAP VOOR STAP !

Mc 6,33 - Mc 6,33 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:33 kai eidon autous upagontas kai | egnôsan | epegnôsan | polloi kai pezè apo pasôn tôn poleôn sunedramon ekei kai proèlthon autous  33 et viderunt eos abeuntes et cognoverunt multi et pedestre et de omnibus civitatibus concurrerunt illuc et praevenerunt eos     33 Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen en ze waren er nog eerder dan zij.  [33] Men zag hen weggaan en velen herkenden hen. Uit alle steden haastten ze zich te voet daarheen en kwamen er eerder aan dan zij.   [33] Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.  33 Maar velen zien hen wegvaren en herkennen hen, en te voet snellen ze vanuit al die steden daarheen samen en komen eerder aan dan zij.  33. Les voyant s'éloigner, beaucoup comprirent, et de toutes les villes on accourut là-bas, à pied, et on les devança.  

Statenvertaling . 33 En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.
King James Bible . [33] And the people saw them departing, and many knew him, and ran afoot thither out of all cities, and outwent them, and came together unto him.
Luther-Bibel . 33 Und man sah sie wegfahren, und viele merkten es und liefen aus allen Städten zu Fuß dorthin zusammen und kamen ihnen zuvor.

Tekstuitleg van Mc 6,33 .

Mc 6,33.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,33.3. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,33.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,33.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,33.15. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

Mc 6,33.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,34 - Mc 6,34 -- Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 - Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 - Mc 6,30 - Mc 6,31 - Mc 6,32 - Mc 6,33 - Mc 6,34 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis 16de (zestiende) zondag door het b-jaar Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:34 kai exelthôn eiden polun ochlon kai esplagchnisthè ep autous oti èsan ôs probata mè echonta poimena kai èrxato didaskein autous polla   33 et viderunt eos abeuntes et cognoverunt multi et pedestre et de omnibus civitatibus concurrerunt illuc et praevenerunt eos   34 Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.   [34] Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte, en Hij had zeer met hen te doen, omdat ze als schapen zonder herder waren, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.  [34] Toen hij uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij onderwees hen langdurig.  34 Als hij de boot uitkomt ziet hij een grote schare; hij raakt diep bewogen over hen, omdat zij zijn ‘als schapen die geen herder hebben’, en hij vangt aan hen te onderrichten, uitvoerig.   34. En débarquant, il vit une foule nombreuse et il en eut pitié, parce qu'ils étaient comme des brebis qui n'ont pas de berger, et il se mit à les enseigner longuement.

Statenvertaling . 34 En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
King James Bible . [34] And Jesus, when he came out, saw much people, and was moved with compassion toward them, because they were as sheep not having a shepherd: and he began to teach them many things.
Luther-Bibel . 34 Und Jesus stieg aus und sah die große Menge; und sie jammerten ihn, denn sie waren wie Schafe, die keinen Hirten haben. Und er fing eine lange Predigt an.

- Mc 6,34 : kai exelthôn eiden polun ochlon kai esplagchnisthè ep autous oti èsan ôs probata mè echonta poimena (en uit'gestapt' zag hij een grote menigte en hij had medelijden over hen omdat zij waren als schapen niet hebbende een herder) .
- Mc 8,1 : en ekeinais tais hèmerais palin pollou ochlou ontos kai mè echontôn ti fagôsin (in die dagen terwijl opnieuw een grote menigte was en niet hebbende dat zij iets zouden eten) .

Tekstuitleg van Mc 6,34 . Het vers Mc 6,34 telt 23 woorden en 115 (5 X 23) letters . De getalwaarde van Mc 6,34 is 11744 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 367) .

Mc 6,34.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,34.2. actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud exelthôn (uitgegaan) van het werkwoord exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Uit-gaan kan betekenen : van een eerder besloten ruimte zoals een huis, een stad enz. naar buiten gaan . Het werkwoord wordt ook vaak gebruikt om het weggaan van een onreine geest uit een persoon aan te geven .
Bij Marcus (3) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 6,34 . (3) Mc 7,31 .
In Mc 1,45 is het de genezen melaatse, in de andere twee verzen is het Jezus . In Mc 6,34 stapt Jezus uit de boot , in Mc 7,31 verlaat Jezus het huis en het gebied van Tyrus . Vaak gaat aan een vorm van exerchomai (uitgaan) een vorm van eiserchomai (ingaan) vooraf . In Mc 7,24 gaat Jezus een huis binnen (eiselthôn eis oikian) .
exelthôn (uitgegaan) . Dit sluit aan bij Mc 6,32 : apèlthon en tôi ploiôi (en zij gingen weg in de boot) . exelthôn van Mc 6,34 betekent : uitge'stapt' uit de boot .
Een vorm van exerchomai (uitgaan) in Mc (38) , Mc 6 (6) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,10 . (3) Mc 6,12 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,34 . (6) Mc 6,54 .

Mc 6,34.1. - 2. (ho) de exelthôn (hij echter uitgegaan) . Slechts in Mc 1,45 in het N.T. .
kai exelthôn (en uitgegaan) . In één vers bij Mc : (1) Mc 6,34 . In Mc 7,31 : kai palin exelthôn (en opnieuw uitgegaan) . palin van Mc 7,31 (Mc 7,31-37) verwijst naar exelthôn (uitgegaan) van Mc 6,34 (Mc 6,30-34) .

3. act. ind. aor. 3de pers. enk. eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir .
Mc (5) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 1,19 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 6,34 . Telkens is Jezus onderwerp . De werkwoordvorm eiden (hij zag) wordt in 4 verzen gebruikt bij het roepingsthema . Een 5de maal komt het voor in Mc 6,34 (hij ziet de menigte zonder herder) .

2. - 3. verbindingswoord kai (en) + part. nom. mann. enk. + werkwoordvorm eiden (hij zag) (5 / 5) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 1,19 . (4) Mc 2,14 . (5) Mc 6,34 .

Mc 6,34.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,34.8. ep' (op, bij) , afkorting van epi (op) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
ep' in Mc 6,34 en epi (op) in : Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 .

Mc 6,34.9. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,34.11. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 .

Mc 6,34.10. - 11. hoti èsan (want zij waren) . Mc (1 / 16) : (1) Mc 6,34 .

Mc 6,34.17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,34.18. aorist 3de pers. enk. èrxato van het werkw. archomai (beginnen, aanvangen) . Taalgebruik in het N.T. : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (18) . Mc (18) : (1) Mc 1,45 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 6,2 . (5) Mc 6,7 . (6) Mc 6,34 . (7) Mc 8,31 . (8) Mc 8,32 . (9) Mc 10,28 . (10) Mc 10,32 . (11) Mc 10,47 . (12) Mc 11,15 . (13) Mc 12,1 . (14) Mc 13,5 . (15) Mc 14,33 . (16) Mc 14,69 . (17) Mc 14,71 . 18) Mc 15,8 .

Mc 1,14 (Jezus ging naar Galilea) Mc 3,7 (Jezus week uit nadat de Farizeeën en Herodianen een besluit namen Jezus te doden) Mc 6,32 // Mt 14,13 // Lc 9,10b-17 Mc 7,24
Kai (en) Kai ho Ièsous...  (En Jezus...)
Kai (en) Ekeithen de anastas (Vandaar echter opgestaan zijnde)
meta to paradothènai ton Iôannèn (nadat Johannes werd overgeleverd)      
èlthen (ging hij) anechôrèsen (week uit) apèlthon (zij gingen weg) en tôi ploiôi (in de boot) apèlthen (ging hij weg)
eis tèn Galilaian (naar Galilea) pros tèn thalassan (bij het meer) eis erèmon topon (naar een eenzame plaats) eis ta horia Turou (naar de bergen van Tyrus)


kat'idian (op henzelf)
 
Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,1-13 : begin van Jezus' optreden in Galilea - Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 -
Mc 3,7-12 //Mt 12,15-21 // Lc 6,17-19: volkstoeloop en genezingen - Mc 3,7-12 - Mt 12,15-21 - Lc 6,17-20a -
150. Mc 6,30-34 // Mt 14,13-14 // Lc 9,10-11 : terugkeer van de apostelen. Volkstoeloop - Mc 6,30-34 - Mt 14,13-14 -Lc 9,10-11 -
156. Genezing van de dochter van een Kananeese / Syrofenicische vrouw : Mc 7,24-30 // Mt 15,21-28 - Mc 7,24-30 - Mt 15,21-28 -

151. Mc 6,35-44a : Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -

Volgens Standaert behoort dit verhaal tot de eerste sectie ((Mc 6,30-8,21) van het tweede deel (Mc 6,14-10,52) .

 

Mc 6,35  Mc 6,47  Mc 6,48b
kai èdè hôras pollès genomenès (en toen het reeds laat was geworden)  kai opsias genomenès (en toen het avond was geworden)  peri tetartèn fulakèn tès nuktons (rond de vierde nachtwake)
     

 

Mc 6,36 // Mt 14,15b // Lc 9,12b Mc 6,45b // Mt 14,22b Mc 8,3 // Mc 8,9 //
   heoos (terwijl)    
   autos (hij zelf)    
apoluson (ontbind - wegzend) apoluei (ontbindt - wegzendt)    
autous (hen) ton ochlon (de menigte)    
hina (opdat)      
apelthontes (weggegaan zijnde)      
eis... (naar)      

 

Mc 6,35 - Mc 6,35 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling  Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem  
6:35 kai èdè ôras pollès genomenès proselthontes autô oi mathètai autou elegon oti erèmos estin o topos kai èdè ôra pollè 35 et cum iam hora multa fieret accesserunt discipuli eius dicentes desertus est locus hic et iam hora praeterivit  En toen het al een laat uur geworden was , naderden zijn leerlingen hem (en) zeiden : "De plaats is woesten het is al een laat uur .   35 En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;  [35] Het was al laat geworden toen zijn leerlingen Hem kwamen zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats, en het is al laat.  [35] Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat.  35 Maar als de tijd vordert, komen zijn leerlingen tot hem en zeggen: deze plek is een en al woestijn, en de tijd is al gevorderd!–   35. L'heure étant déjà très avancée, ses disciples s'approchèrent et lui dirent : « L'endroit est désert et l'heure est déjà très avancée ; 

King James Bible . And when the day was now far spent, his disciples came unto him, and said, This is a desert place, and now the time is far passed:
Luther-Bibel . 35 Als nun der Tag fast vorüber war, traten seine Jünger zu ihm und sprachen: Es ist öde hier und der Tag ist fast vorüber;

Tekstuitleg van Mc 6,35 . Dit vers Mc 6,35 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 98 (2 X 7 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 6,35 is 10347 (3 X 3449) .

Mc 6,35.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,35.2. èdè (reeds)  Taalgebruik in het N.T. : èdè (reeds) . Taalgebruik in Mc : èdè (reeds) .
Mc (7) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 6,35 . (3) Mc 8,2 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 13,28 . (6) Mc 15,42 . (7) Mc 15,44 .

Mc 6,35.1. - 2. kai èdè (en reeds) . In twee verzen in het N.T. : (1) Mc 6,35 (tweemaal) . (2) Mc 15,42 .

Mc 6,35.3. gen. vr. enk. hôras (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .  
nom. + dat. vr. enk. hôra(i) . Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .

Mc 6,35.4. gen. vrouw. enk. pollès (veel) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Taalgebruik in Mc : polus (veel) .
Mc (2) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,26 .  

Mc 6,35.5. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw. ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 14,17 . (5) Mc 15,42 . + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 .

Mc 6,35.1. - 5. STAP VOOR STAP !
- Mc 6,35 : kai èdè ôras pollès genomenès (en nadat het reeds een laat uur was geworden) .
- Mc 15,42 : kai èdè opsias genomenès (en nadat het reeds avond was geworden) .

6. part. aor. nom. m. + vr. mv. proselthontes van het werkw. proserchomai (naderbijkomen) . Taalgebruik in het N.T. : proserchomai (naderbijkomen) . Taalgebruik in Mc : proserchomai (naderbijkomen) .
Mc (2) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 10,2 .  

8. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

9. nom. mann. mv. mathètai (leerlingen) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (17) . (1) Mc 2,18 . (2) Mc 2,23 . (3) Mc 5,31 . (4) Mc 6,1 . (5) Mc 6,29 . (6) Mc 6,35 . (7) Mc 7,5 . (8) Mc 7,17 . (9) Mc 8,4 . (10) Mc 8,27 . (11) Mc 9,28 . . (12) Mc 10,10 . (13) Mc 10,13 . (14) Mc 10,24 . (15) Mc 11,14 . (16) Mc 14,12 . (17) Mc 14,16 .

10. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

8. - 10. oi mathètai autou (zijn leerlingen) . Mc (11 / 17) . Niet in (1) Mc 2,18 . (2) Mc 7,5 . (3) Mc 10,10 . (4) Mc 10,13 . (5) Mc 10,24 . (6) Mc 14,16 .

Mc 6,35.11. act. ind. imperf. 3de pers. mv. elegon (zij zeiden) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (18) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,15 . (3) Mc 6,35 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,35.13. erèmos (verlaten, eenzaam) . Bijvoeglijk naamwoord nominatief mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in N.T. : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in synoptici : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in Mc. : erèmos (woestijn) . Hebr. chârëbâh (chrbh : 11) , mv. chârâbhôth (chrbwth : 14) . De berg chorebhâh (Choreb) . hammidëbar (de woestijn) (39) . Cfr. heremiet < herèmitos : kluizenaar (claustrum : gesloten) . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .
In 3 van de 9 verzen komt een vorm van erèmos (eenzaam) voor in Mc 6 : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,32 . (3) Mc 6,35 .

15. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,35.17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,35.19. nom. + dat. vr. enk. hôra(i) (uur) van het zelfst. naamw. hôra (uur) . Taalgebruik in het N.T. : hôra (uur) . Taalgebruik in Mc : hôra (uur) .
Mc (6) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 13,11 . (3) Mc 14,35 . (4) Mc 14,41 . (5) Mc 15,25 . (6) Mc 15,34 .
gen. vr. enk. hôras . Mc (4) : (1) Mc 6,35 . (2) Mc 11,11 . (3) Mc 13,32 . (4) Mc 15,33 .

Mc 6,36 - Mc 6,36 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:36 apoluson autous ina apelthontes eis tous kuklô agrous kai kômas agorasôsin eautois ti fagôsin  36 dimitte illos ut euntes in proximas villas et vicos emant sibi cibos quos manducent     36 Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.   [36] Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf op de hoeven en in de dorpen in de omgeving iets te eten gaan kopen.’  [36] Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten te kopen.’   36 laat hen los, dan kunnen ze weggaan naar de boerderijen en de dorpen in de buurt en zich iets te eten kopen!   36. renvoie-les afin qu'ils aillent dans les fermes et les villages d'alentour s'acheter de quoi manger. » 

King James Bible . [36] Send them away, that they may go into the country round about, and into the villages, and buy themselves bread: for they have nothing to eat.
Luther-Bibel . 36 lass sie gehen, damit sie in die Höfe und Dörfer ringsum gehen und sich Brot kaufen.

Tekstuitleg van Mc 6,36 .

2. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

5. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

6. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

7. kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in het N.T. : kuklô(i) (rondom) . Taalgebruik in Mc : kuklô(i) (rondom) .
Mc (3) : (1) Mc 3,34 . (2) Mc 6,6 . (3) Mc 6,36 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,37 - Mc 6,37 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:37 o de apokritheis eipen autois dote autois umeis fagein kai legousin autô apelthontes agorasômen dènariôn diakosiôn artous kai dôsomen autois fagein  37 et respondens ait illis date illis manducare et dixerunt ei euntes emamus denariis ducentis panes et dabimus eis manducare    37 Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?  [37] Hij antwoordde hun: ‘Jullie moeten hun te eten geven.’ Ze zeiden tegen Hem: ‘Moeten we voor tweehonderd denariën* brood gaan kopen en hun te eten geven?’   [37] Maar hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’ Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’   37 Maar ten antwoord zegt Jezus tot hen: geeft gíj hun te eten! Zij zeggen tot hem: moeten wij weggaan, voor tweehonderd dinar broden kopen en aan hen te eten geven?   37. Il leur répondit : « Donnez-leur vous-mêmes à manger. » Ils lui disent : « Faudra-t-il que nous allions acheter des pains pour deux cents deniers, afin de leur donner à manger ? » 

King James Bible . [37] He answered and said unto them, Give ye them to eat. And they say unto him, Shall we go and buy two hundred pennyworth of bread, and give them to eat?
Luther-Bibel . 37 Er aber antwortete und sprach zu ihnen: Gebt ihr ihnen zu essen! Und sie sprachen zu ihm: Sollen wir denn hingehen und für zweihundert Silbergroschen Brot kaufen und ihnen zu essen geben?

Tekstuitleg van Mc 6,37 .

Mc 6,37.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,37.3. part. aor. nom. mann. enk. apokritheis (geantwoord) van het werkw. apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokrinomai (antwoorden) . Taalgebruik in Mc : apokrinomai (antwoorden) .
Mc (14) : (1) Mc 3,33 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 8,29 . (4) Mc 9,5 . (5) Mc 9,19 . (6) Mc 10,3 . (7) Mc 10,24 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,14 . (10) Mc 11,22 . (11) Mc 12,35 . (12) Mc 14,48 . (13) Mc 15,2 . (14) Mc 15,12 .

Mc 6,37.1. - 2. 4. - 5. ho de ... eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (4) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 7,6 . (3) Mc 10,3 . (4) Mc 14,20 .
- ho de eipen autois (hij echter zei hen) . Mc (2) : (1) Mc 7,6 . (2) Mc 14,20 .
- ho de apokritheis eipen autois (hij echter geantwoord zei hen) . Mc (2) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 10,3 .
- ho de efè autois (hij echter zei hen) . Mc (1) : Mc 9,12 .

Mc 6,37.8. persoonl. voornaamw. nom. mann. mv. 2de pers. humeis (jullie) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc. : persoonlijk voornaamwoord . Mc (10) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,37 . (3) Mc 7,11 . (4) Mc 7,18 . (5) Mc 8,29 . (6) Mc 11,17 . (7) Mc 13,9 . (8) Mc 13,11 . (9) Mc 13,23 . (10) Mc 13,29 .

Mc 6,37.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,37.11. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (16) . Mc 6 (2) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 6,38 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,37.18. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,37.20. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

Mc 6,38 - Mc 6,38 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:38 o de legei autois posous artous echete upagete idete kai gnontes legousin pente kai duo ichthuas  38 et dicit eis quot panes habetis ite et videte et cum cognovissent dicunt quinque et duos pisces et praecepit illis ut accumbere facerent omnes secundum contubernia super viride faenum    38 En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.   [38] Maar Hij zei hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie? Ga eens kijken.’ En toen ze het waren nagegaan, zeiden ze: ‘Vijf, en nog twee vissen.’  [38] Toen zei hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’ En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen.’   38 Maar hij zegt tot hen: hoeveel broden hebt ge?– gaat eens zien! Als ze er kennis van genomen hebben zeggen ze: vijf!, en twee vissen!   38. Il leur dit : « Combien de pains avez-vous ? Allez voir. » S'en étant informés, ils disent : « Cinq, et deux poissons. »  

King James Bible . [38] He saith unto them, How many loaves have ye? go and see. And when they knew, they say, Five, and two fishes.
Luther-Bibel . 38 Er aber sprach zu ihnen: Wie viel Brote habt ihr? Geht hin und seht! Und als sie es erkundet hatten, sprachen sie: Fünf und zwei Fische.

Tekstuitleg van Mc 6,38 .

Mc 6,38.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,38.3. act. ind. pr. 3de pers. enk. legei (hij zegt) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (62) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .  Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,38.4. dat. mann. en onz. mv. autois (aanhen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) :(1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

Mc 6,38.8. act. imperat.  praes. 2de pers. mv. hupagete (ga weg, vertrek) van het werkw. hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : hupagô (onder iets brengen, weggaan) . Taalgebruik in Mc : hupagô (onder iets brengen, weggaan) .
Mc (4 : vierkant ABCD) : (1) Mc 6,38 (A) . (2) Mc 11,2 (B) . (3) Mc 14,13 (C) . (4) Mc 16,7 (D) . In 3 verzen is het een woord van Jezus : (1) Mc 6,38 . (2) Mc 11,2 . (3) Mc 14,13 .
- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc 6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc 16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) . Zijde A-D van het vierkant ABCD .
- kai legei autois hupagete eis tèn kômèn / polin (en hij zegt hen : ga naar het dorp / de stad) . Mc (2) : (1) Mc 11,2 . (2) Mc 14,13 . Zijde BC van het vierkant ABCD .

Mc 6,38.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,38.12. act. ind. pr. 3de pers. mv. legousin (zij zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (16) . Mc 6 (2) : (1) Mc 6,37 . (2) Mc 6,38 . Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,38.14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Duality

- hupagete (ga) gevolgd door een imperatief 2de pers. mv. . (1) Mc 6,38 : hupagete idete (ga , zie = ga zien) . (2) Mc 16,7 : hupagete eipate (ga, zeg = ga zeggen) .

Mc 6,39 - Mc 6,39 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:39 kai epetaxen autois | anaklithènai | anaklinai | pantas sumposia sumposia epi tô chlôrô chortô  38 et dicit eis quot panes habetis ite et videte et cum cognovissent dicunt quinque et duos pisces et praecepit illis ut accumbere facerent omnes secundum contubernia super viride faenum    39 En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.   [39] Hij* zei dat ze allemaal in groepen in het groene gras moesten gaan zitten. [39] Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten.   39 Dan draagt hij hun op om allen aan te liggen, groep bij groep op het groene gras.   39. Alors il leur ordonna de les faire tous s'étendre par groupes de convives sur l'herbe verte.  

King James Bible . [39] And he commanded them to make all sit down by companies upon the green grass.
Luther-Bibel . 39 Und er gebot ihnen, dass sie sich alle lagerten, tischweise, auf das grüne Gras.

Tekstuitleg van Mc 6,39 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

3. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

8. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

9. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

Mc 6,40 - Mc 6,40 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:40 kai anepesan prasiai prasiai kata ekaton kai kata pentèkonta  40 et discubuerunt in partes per centenos et per quinquagenos     40 En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.   [40] Ze gingen zitten in groepjes van honderd en van vijftig.  [40] Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig.   40 En zij vallen neer, perk bij perk, per honderd en per vijftig!   40. Et ils s'allongèrent à terre par carrés de cent et de cinquante.  

King James Bible . [40] And they sat down in ranks, by hundreds, and by fifties.
Luther-Bibel . 40 Und sie setzten sich, in Gruppen zu hundert und zu fünfzig.

Tekstuitleg van Mc 6,40 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

5. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

8. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

Mc 6,41 - Mc 6,41 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:41 kai labôn tous pente artous kai tous duo ichthuas anablepsas eis ton ouranon eulogèsen kai kateklasen tous artous kai edidou tois mathètais autou ina paratithôsin autois kai tous duo ichthuas emerisen pasin  41 et acceptis quinque panibus et duobus piscibus intuens in caelum benedixit et fregit panes et dedit discipulis suis ut ponerent ante eos et duos pisces divisit omnibus    41 En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.   [41] Hij nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze onder hen uit te delen; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen.  [41] Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren.   41 Hij neemt de vijf broden en twee vissen aan, kijkt op naar de hemel en zegent God; dan breekt hij de broden en geeft ze aan de leerlingen, opdat die ze hun voorzetten; ook de twee vissen deelt hij uit aan allen.  41. Prenant alors les cinq pains et les deux poissons, il leva les yeux au ciel, il bénit et rompit les pains, et il les donnait à ses disciples pour les leur servir. Il partagea aussi les deux poissons entre tous. 

King James Bible . [41] And when he had taken the five loaves and the two fishes, he looked up to heaven, and blessed, and brake the loaves, and gave them to his disciples to set before them; and the two fishes divided he among them all.
Luther-Bibel . 41 Und er nahm die fünf Brote und zwei Fische und sah auf zum Himmel, dankte und brach die Brote und gab sie den Jüngern, damit sie unter ihnen austeilten, und die zwei Fische teilte er unter sie alle.

Tekstuitleg van Mc 6,41 . Het vers Mc 6,41 telt 32 (2 X 2 X 2 X 2 X 2) woorden en 162 (2 X 3 X 3 X 3 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 6,41 is 20319 (3 X 13 X 521) .

Mc 6,41.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

3. bep. lidw. acc. mann. mv. tous (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,41.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

7. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,41.10. act. ind. aor. 3de pers. enk. anablepsas (omhooggeblikt) van het werkw. anablepô (naar boven / omhoog blikken, opkijken) . Taalgebruik in het N.T. : anablepô (naar boven blikken) . Taalgebruik in Mc : anablepô (naar boven blikken) . Ned. naar boven / omhoog blikken , opkijken .
Mc (3) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 7,34 . (3) Mc 8,24 . Een vorm van anablepô (naar boven / omhoog blikken, opkijken) in Mc in 6 verzen : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 7,34 . (3) Mc 8,24 . (4) Mc 10,52 . (5) Mc 10,51 . (6) Mc 16,4 .

Mc 6,41.11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

12. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

10. - 13. STAP VOOR STAP !
- Mc 6,41 : anablepsas eis ton ouranon (omhooggeblikt naar de hemel) .
- Mc 7,34 : anablepsas eis ton ouranon (omhooggeblikt naar de hemel) .

14. act. ind. aor. 3de pers. enk. eulogèsen (hij zegende) van het werkw. eulogeô (goed spreken, loven, prijzen, zegenen) . Taalgebruik in het N.T. : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Mc : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Hebr. bârakh . Taalgebruik in Tenach : bârakh (zegenen, loven, prijzen) . eulogeô = Lat. benedicere (benedijen) . Fr. bénir . Ned. zegenen < signare (tekenen) , het signum (teken) van het kruis slaan . E. to bless . Mc (1) Mc 6,41 . Hebr. waw consec. + piel imperf. 3de pers. mann. enk. wajëbhârèkh (en hij zegende) . Tenach (33) . Een vorm van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 11,9 . (4) Mc 11,10 . (5) Mc 14,22 . In Mc : 4 vormen van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in 5 verzen in 4 hoofdstukken . In de verhalen van de broodvermenigvuldigingen , van de intocht van Jezus in Jeruzalem en van het laatste Avondmaal .

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

17. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

19. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

22. dat. man. mv. mathètais (leerlingen) van het zelfst. naamw. mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (11) . (1) Mc 2,15 . (2) Mc 2,16 . (3) Mc 3,9 . (4) Mc 4,34 . (5) Mc 6,41 .  (6) Mc 8,6 . (7) Mc 8,34 . (8) Mc 9,18 . (9) Mc 10,23 .  (10) Mc 14,32 . (11) Mc 16,7 .

23. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

26. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

19. - 26 : kai edidou tois mathètais autou ina paratithôsin ( niet in Mc 8,6 autois) = en hij gaf aan zijn leerlingen opdat zij hen zouden voorzetten . Mc (2) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 .

27. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

28. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,42 - Mc 6,42 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:42 kai efagon pantes kai echortasthèsan  42 et manducaverunt omnes et saturati sunt    42 En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.   [42] Allemaal hadden ze volop te eten.  [42] Iedereen at en werd verzadigd.   42 Allen eten ze en worden ze verzadigd,   42. Tous mangèrent et furent rassasiés ;  

King James Bible . [42] And they did all eat, and were filled.
Luther-Bibel . 42 Und sie aßen alle und wurden satt.

Tekstuitleg van Mc 6,42 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,43 - Mc 6,43 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:43 kai èran klasmata dôdeka kofinôn plèrômata kai apo tôn ichthuôn  43 et sustulerunt reliquias fragmentorum duodecim cofinos plenos et de piscibus     43 En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.  [43] Ze haalden twaalf korven vol brokken op, en ook wat van de vis over was.   [43] Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waar wel twaalf manden mee konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen.   43 en aan brokken rapen ze op: twaalf korven vol, ook van de vissen.   43. et l'on emporta les morceaux, plein douze couffins avec les restes des poissons.  

King James Bible . [43] And they took up twelve baskets full of the fragments, and of the fishes.
Luther-Bibel . 43 Und sie sammelten die Brocken auf, zwölf Körbe voll, und von den Fischen.

Tekstuitleg van Mc 6,43 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,44 - Mc 6,44 : 151. Eerste broodvermenigvuldiging - Mc 6,35-44a - Mt 14,15-21a - Lc 9,12-17a -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- taalgebruik -- Mc 6,35 - Mc 6,36 - Mc 6,37 - Mc 6,38 - Mc 6,39 - Mc 6,40 - Mc 6,41 - Mc 6,42 - Mc 6,43 - Mc 6,44 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:44 kai èsan oi fagontes | tous artous | [tous artous*] | pentakischilioi andres   44 erant autem qui manducaverunt quinque milia virorum   44 En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen. [44] Het waren vijfduizend man die van het brood gegeten hadden.  [44] Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten. 44 Die van de broden hebben gegeten, dat zijn vijfduizend man. 44. Et ceux qui avaient mangé les pains étaient cinq mille hommes.  

King James Bible . [44] And they that did eat of the loaves were about five thousand men.
Luther-Bibel . 44 Und die die Brote gegessen hatten, waren fünftausend Mann.

Tekstuitleg van Mc 6,44 .

Mc 6,44.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,44.2. imperf. 3de pers. mv. èsan (zij waren) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Mc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc (16) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,15 . (4) Mc 2,18 .  (5) Mc 4,1 .  (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,34 . (8) Mc 6,44 .  (9) Mc 8,9 . (10) Mc 9,4 . (11) : Mc 10,32 .  (12) Mc 12,20 .  (13) (1) Mc 14,4 . (14) Mc 14,40 . (15) Mc 14,56 . (16) Mc 15,40 .

Mc 6,44.1. - 2. kai èsan (en zij waren) . Mc (3) . In 2 / 7 van de omschrijv. structuur : (1) Mc 2,18 . (2) Mc 9,4 + Mc 6,44 .

Mc 6,44.3. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (101) . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

Mc 6,44.5. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,44.8. nom. mann. enk. andres (mannen) van het zelfst. naamw. anèr (man) . Taalgebruik in het N.T. : anèr (man) . Taalgebruik in Mc : anèr (man) .
Mc (1) : Mc 6,44 . Een vorm van anèr (man) in 4 verzen in Mc : (1) Mc 6,20 . (2) Mc 6,44 . (3) Mc 10,2 . (4) Mc 10,12 .

152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -

Mc 6,45 - Mc 6,45 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai euthus ènagkasen tous mathètas autou embènai eis to ploion kai proagein eis to peran pros Bèthsaïdan heôs autos apoluei ton ochlon   et statim coegit discipulos suos ascendere navem ut praecederent eum trans fretum ad Bethsaidam dum ipse dimitteret populum En terstond dwong hij zijn leerlingen in te stappen in de boot en voor te gaan naar de overkant, naar Betsaïda, terwijl hijzelf de volksmenigten wegzond.   Onmiddellijk hierop dwong Hij zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.   Meteen daarna dwong Hij zijn leerlingen om aan boord te gaan en alvast over te steken naar Betsaïda*; dan zou Hij intussen de menigte wegsturen.  Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen.  Meteen ‘dwingt’ hij zijn leerlingen om in de boot te stappen en voor hem uit naar de overkant te gaan, op Betsaïda aan, totdat hij de schare kan loslaten.  45. Et aussitôt il obligea ses disciples à monter dans la barque et à le devancer sur l'autre rive vers Bethsaïde, pendant que lui-même renverrait la foule.  

King James Bible . [45] And straightway he constrained his disciples to get into the ship, and to go to the other side before unto Bethsaida, while he sent away the people.
Luther-Bibel . 45 Und alsbald trieb er seine Jünger, in das Boot zu steigen und vor ihm hinüberzufahren nach Betsaida, bis er das Volk gehen ließe.

Tekstuitleg van Mc 6,45 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

4. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

5. acc. mann. mv. mathètas (leerlingen) . van het zelfst. naamw. mathètès (leerling) . Taalgebruik in het N.T. : mathètès (leerling) . Taalgebruik in Mc : mathètès (leerling) . Bij Mc niet in het enk.
Mc (7) : (1) Mc 6,45 .   (2) Mc 8,1 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,33 . (5) Mc 9,14 . (6) Mc 9,31 .   (7) Mc 12,43 .

6. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

8. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

9. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

8. - 10. eis to ploion (in de boot) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) Mc 6,51 . (5) Mc 8,10 . In vier verzen in combinatie met een vorm van embainô (inklimmen) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) (5) Mc 8,10 . In Mc 6,51 in combinatie met een vorm van anabainô (omhoogklimmen) .

11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

13. eis (naar) . Taalgebruik in N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

14. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

13. - 15. eis to peran (naar de overzijde) . Mc (5) . (1) Mc 4,35 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 8,13 .

16. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

17. acc. vr. enk. bèthsaïdan (Betsaïda) . Mc (2) : (1) Mc 6,45 . (2) Mc 8,22 . Taalgebruik in het N.T. : Bètsaïda (Betsaïda) . Taalgebruik in Mc : Bètsaïda (Betsaïda) .
(1) Mc 6,45 . kai proagein eis to peran pros Bèthsaidan (en vooruit te varen naar de overkant bij Betsaïda) . Het staat bij het begin van de pericope .
(2) Mc 8,22 . Kai erchontai eis Bèthsaïdan (en zij gaan naar Betsaïda) . Het staat aan het begin van de pericope .

20. act. ind. praes. 3de pers. enk. apoluei van het werkw. apoluô (vrijmaken, ontbinden) . Taalgebruik in het N.T. : apoluô (losmaken) . Taalgebruik in Mc : apoluô (losmaken) . Mc (1) : Mc 6,45 . Het beantwoordt aan het voorstel van de leerlingen om de menigte te ontbinden (Mc 6,36) . In Mc 7,14 is er weer sprake van de menigte . Zij wordt door Jezus bij hem geroepen (proskalesamenos palin ton ochlon = samengeroepen bij zoch opnieuw het volk) .

21. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc 6 (7) : (1) Mc 6,11 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,30 . (6) Mc 6,41 . (7) Mc 6,45 .

22. acc. mann. enk. ochlon (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) .
Mc (13) : (1) Mc 2,4 . (2) Mc 3,9 . (3) Mc 4,36 . (4) Mc 5,31 . (5) Mc 6,34 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 7,14 . (8) Mc 8,2 . (9) Mc 8,34 . (10) Mc 9,14 . (11) Mc 11,32 . (12) Mc 12,12 . (13) Mc 15,11 .

Mc 6,46 - Mc 6,46 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:46 kai apotaxamenos autois apèlthen eis to oros proseuxasthai 46 et cum dimisisset eos abiit in montem orare    En toen hij ban hen afscheid genomen had, ging hij heen naar de berg om te bidden .   46 En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.   [46] Toen Hij afscheid van hen genomen had, ging Hij de berg op om te bidden.   [46] Nadat hij afscheid van de mensen had genomen, ging hij de berg op om er te bidden.  46 Als hij van hen afscheid heeft genomen, gaat hij weg, het bergland in, om te bidden.  46. Et quand il les eut congédiés, il s'en alla dans la montagne pour prier.

King James Bible . [46] And when he had sent them away, he departed into a mountain to pray.
Luther-Bibel . 46 Und als er sie fortgeschickt hatte, ging er hin auf einen Berg, um zu beten.

Tekstuitleg van Mc 6,46 . Het vers Mc 6,46 telt 8 (2 X 2 X 2) woorden en 49 (7 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 6,46 is 4234 (2 X 29 X 73) .

Mc 6,46.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,46.3. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (13) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

Mc 6,46.4. ind. aor. 3de pers. enk. apèlthen (hij ging weg) van het werkw. aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai (weggaan) .
Mc (9) : (1) Mc 1,35 . (2) Mc 1,42 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,24 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 7,24 . (7) Mc 8,13 . (8) Mc 10,22 . (9) Mc 14,10 .  Vaak heeft weg-gaan ook de betekenis van afstand nemen van , en wordt er een keuze gemaakt .

Mc 6,46.5. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,46.6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

7.

- eis to horos (naar de berg / gebergte) . Mc (4) : (1) Mc 3,13 . (2) Mc 6,46 . (3) Mc 13,3 . (4) Mc 14,26 .

Mc 6,47 - Mc 6,47 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:47 kai opsias genomenès èn to ploion en mesô tès thalassès kai autos monos epi tès gès   47 et cum sero esset erat navis in medio mari et ipse solus in terra   En toen het avond geworden was, was de boot in het midden van het meer, en hij alleen op het land .   47 En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.  [47] Het was al avond toen de boot midden op het meer was, en Hij alleen aan land.  [47] Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en hij was alleen aan land.  47 Als het avond wordt is de boot midden op de zee, en is hij op het land, alleen.  47. Le soir venu, la barque était au milieu de la mer, et lui, seul, à terre. 

King James Bible . And when even was come, the ship was in the midst of the sea, and he alone on the land.
Luther-Bibel . 47 Und am Abend war das Boot mitten auf dem See und er auf dem Land allein.

Tekstuitleg van Mc 6,47 . Dit vers Mc 6,47 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden , 67 letters en 28 (2 X 2 X 7) lettergrepen . De getalwaarde van Mc 6,47 is 6694 (2 X 3347) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. genitief vrouwelijk enkelvoud opsias ('s avonds) . Taalgebruik in het N.T. : opsia (avond) . Taalgebruik in Mc : opsia (avond) . D. Abend . E. evening . Lat. ad vesperas . Gr. hespera . Lat. serus (serenade) . Fr. soir . Bij de joden begint de nieuwe dag met het vallen van de avond , na zonsondergang .
Mc (6) : (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 11,11 . (5) Mc 14,17 . (6) Mc 15,42 .

3. participium aorist gen. vr. enk. genomenès (geworden) van het werkw. ginomai (gebeuren, worden) . Taalgebruik in het N.T. : ginomai (worden) . Taalgebruik in Mc : ginomai (worden) . Losse genitief . participium aorist gen. vr. enk.
Mc (9) : 5 : opsias... genomenès (nadat het avond was geworden) (1) Mc 1,32 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 14,17 . (5) Mc 15,42 . + 4 : (1) Mc 4,17 . (2) Mc 6,21 . (3) Mc 6,35 . (4) Mc 15,33 .

1. - 2. kai opsias (en 's avonds) . In twee verzen in de bijbel en in het N.T. : (1) Mc 6,47 . (2) Mc 14,17 .

5. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

7. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

14. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

Mc 6,48 - Mc 6,48 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:48 kai idôn autous basanizomenous en tô elaunein èn gar o anemos enantios autois peri tetartèn fulakèn tès nuktos erchetai pros autous peripatôn epi tès thalassès kai èthelen parelthein autous  48 et videns eos laborantes in remigando erat enim ventus contrarius eis et circa quartam vigiliam noctis venit ad eos ambulans super mare et volebat praeterire eos  En toen hij hen gekweld zag bij het roeien, - de wind immers was hen tegen, - kwam hij omtrent de vierde nachtwake bij hen, al wandelend op het meer, en hij wou hun voorbijgaan .  48 En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.   [48] Hij zag hoe ze zich afbeulden met roeien, want ze hadden de wind tegen, en tegen* het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe. Hij wilde hun voorbijgaan.   [48] Toen hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe, en hij wilde hen voorbijlopen.   48 Hij ziet hen zwoegen bij het varen, want ze hebben de wind tegen gehad, en omstreeks de vierde wake van de nacht komt hij naar hen toe, wandelend op de zee,– hij heeft bij hen willen komen.  48. Les voyant s'épuiser à ramer, car le vent leur était contraire, vers la quatrième veille de la nuit il vient vers eux en marchant sur la mer, et il allait les dépasser. 

King James Bible . [48] And he saw them toiling in rowing; for the wind was contrary unto them: and about the fourth watch of the night he cometh unto them, walking upon the sea, and would have passed by them.
Luther-Bibel . 48 Und er sah, dass sie sich abplagten beim Rudern, denn der Wind stand ihnen entgegen. Um die vierte Nachtwache kam er zu ihnen und ging auf dem See und wollte an ihnen vorübergehen.

Tekstuitleg van Mc 6,48 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .

3. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

5. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

6. bep. lidw. dat. mann. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,18 . (2) Mc 6,22 . (3) Mc 6,28 . (4) Mc 6,32 . (5) Mc 6,39 . (6) Mc 6,48 .

9. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

10. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

13. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

19. indicatief praes. 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt) van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 .

19. - 20. erchetai pros (hij gaat naar) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Mc (2) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 6,48 . Jezus komt naar zijn leerlingen in de boot .

20. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

20. - 21. pros autous (naar hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,48 . (2) Mc 6,51 . (3) Mc 9,16 . (4) Mc 12,4 . (5) Mc 12,12 .

23. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

26. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

27. act. ind.  imperf. 3de pers. enk. èthelen (hij wilde) van het werkw. thelô (willen) . Taalgebruik in het N.T. : thelô (willen) . Taalgebruik in Mc : thelô (willen) . Lat. velle . Fr. vouloir . Ned. willen .
Mc (5) : (1) Mc 3,13 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 7,24 . (5) Mc 9,30 .

Mc 6,49 - Mc 6,49 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:49 oi de idontes auton epi tès thalassès peripatounta edoxan oti fantasma estin kai anekraxan   49 at illi ut viderunt eum ambulantem super mare putaverunt fantasma esse et exclamaverunt   Toen zij hem echter  op het meer zagen wandelen , meenden ze : "Het is een spook !" , en ze schreeuwden het uit . 49 En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;   [49] Toen ze Hem op het meer zagen lopen, dachten ze dat het een spook was, en ze begonnen te schreeuwen.  [49] Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit.  49 Maar als zij hem zien wandelen op de zee, denken ze dat hij een geestverschijning is en schreeuwen het uit;  49. Ceux-ci, le voyant marcher sur la mer, crurent que c'était un fantôme et poussèrent des cris ;  

King James Bible . [49] But when they saw him walking upon the sea, they supposed it had been a spirit, and cried out:
Luther-Bibel . 49 Und als sie ihn sahen auf dem See gehen, meinten sie, es wäre ein Gespenst, und schrien;

Tekstuitleg van Mc 6,49 .

1. bep. lidw. nom. mann. mv. hoi (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,29 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 6,31 . (5) Mc 6,35 . (6) Mc 6,44 . (7) Mc 6,49 .

1. - 2. hoi de (zij echter) . Mc () . Mc 6 (1) : (2) Mc 6,49 .

4. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

5. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,50 - Mc 6,50 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:50 pantes gar auton eidon kai etarachthèsan o de euthus elalèsen met autôn kai legei autois tharseite egô eimi mè fobeisthe  50 omnes enim eum viderunt et conturbati sunt et statim locutus est cum eis et dixit illis confidite ego sum nolite timere  Allen immers zagen hem en werden ontsteld. Terstond echter sprak hij met hen en zei hun : "Heb moed, ik ben er , vrees niet!"   50 Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.   [50] Want allemaal zagen ze Hem en ze raakten in paniek. Meteen begon Hij met hen te spreken: ‘Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’  [50] Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’   50 want allemaal zien ze hem en zijn ze verbijsterd. Maar hij praat meteen met hen en zegt tot hen: houdt moed, ík ben het, vreest niet!   50. car tous le virent et furent troublés. Mais lui aussitôt leur parla et leur dit : « Ayez confiance, c'est moi, soyez sans crainte. » 

King James Bible . [50] For they all saw him, and were troubled. And immediately he talked with them, and saith unto them, Be of good cheer: it is I; be not afraid.
Luther-Bibel . 50 denn sie sahen ihn alle und erschraken. Aber sogleich redete er mit ihnen und sprach zu ihnen: Seid getrost, ich bin's; fürchtet euch nicht!,

Tekstuitleg van Mc 6,50 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

7. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

15. dat. mann. en onz. mv. autois (aan hen) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc 6 (13) : (1) Mc 6,4 . (2) Mc 6,7 . (3) Mc 6,8 . (4) Mc 6,10 . (5) Mc 6,11 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,37 . (8) Mc 6,38 . (9) Mc 6,39 . (10) Mc 6,41 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,48 . (13) Mc 6,50 .

24. act. ind. pr. 3de pers. enk. legei (hij zegt) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) . Mc (62) . Mc 6 (3) : (1) Mc 6,31 . (2) Mc 6,38 . (3) Mc 6,50 .  Een vorm van legô (zeggen) in Mc 6 (13 verzen , 14X) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,16 . (7) Mc 6,18 . (8) Mc 6,25 . (9) Mc 6,31 . (10) Mc 6,35 . (11) Mc 6,37 . (12) Mc 6,38 . (13) Mc 6,38 . (14) Mc 6,50 .

Mc 6,51 - Mc 6,51 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 -- Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:51 kai anebè pros autous eis to ploion kai ekopasen o anemos kai lian [ek perissou*] en eautois existanto  51 et ascendit ad illos in navem et cessavit ventus et plus magis intra se stupebant   En hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen , en zij stonden in zichzelf zeer (bovenmate) verstomd .   51 En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.   [51] En Hij stapte bij hen in de boot*, en de wind ging liggen. Ze raakten helemaal buiten zichzelf,   [51] Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht.   51 Hij loopt naar hen toe, de boot in, en de wind bedaart; maar innerlijk zijn ze nog veel méér buiten zichzelf geweest;  51. Puis il monta auprès d'eux dans la barque et le vent tomba. Et ils étaient intérieurement au comble de la stupeur, 

King James Bible . [51] And he went up unto them into the ship; and the wind ceased: and they were sore amazed in themselves beyond measure, and wondered.
Luther-Bibel . 51 und trat zu ihnen ins Boot, und der Wind legte sich. Und sie entsetzten sich über die Maßen;

Tekstuitleg van Mc 6,51 . Het vers Mc 6,51 telt 20 ( 2 X 2 X 5) woorden en 94 (2 X 47) letters . De getalwaarde van Mc 6,51 is 7574 (2 X 7 X 541) .

Mc 6,51.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,51.2. act. ind. aor. 3de pers. enk. anebè (hij klom naar boven) van het werkw. anabainô (naar boven klimmen, naar boven banen) . Taalgebruik in het N.T. : anabainô (beklimmen) . Taalgebruik in Mc : anabainô (beklimmen) .
Mc (1) : Mc 6,51 .

Mc 6,51.3. pros (naar, bij) . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,25 . (3) Mc 6,30 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,51.4. voornaamw. acc. mann. mv. autous (hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,33 . (3) Mc 6,34 . (4) Mc 6,36 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,51 .

Mc 6,51.3. - 4. pros autous (naar hen) . Mc (5) : (1) Mc 6,48 . (2) Mc 6,51 . (3) Mc 9,16 . (4) Mc 12,4 . (5) Mc 12,12 .

5. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

6. bep. lidw. nom. + acc. onz. enk. to (het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (7) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,29 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 6,46 . (6) Mc 6,47 . (7) Mc 6,51 .

Mc 6,51.5. - 7. eis to ploion (in de boot) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) Mc 6,51 . (5) Mc 8,10 .
In vier verzen in combinatie met een vorm van embainô (inklimmen) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) (5) Mc 8,10 .
In Mc 6,51 in combinatie met een vorm van anabainô (omhoogklimmen) .
Vergelijk :
- Mc 6,51 : kai anebè pros autous eis to ploion (en hij klom omhoog bij hen in de boot) .
- Mc 6,54 : kai exelthontôn autôn ek tou ploiou (en nadat zij waren uitgegaan uit de boot) .

Mc 6,51.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

10. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (17) : (1) Mc 6,3 . (2) Mc 6,4 . (3) Mc 6,14 . (4) Mc 6,16 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,18 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,22 . (9) Mc 6,23 . (10) Mc 6,26 . (11) Mc 6,27 . (12) Mc 6,35 . (13) Mc 6,37 . (14) Mc 6,38 . (15) Mc 6,48 . (16) Mc 6,50 . (17) Mc 6,51 .

Mc 6,51.12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,51.14. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
ek (uit) Mc 6 (3) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,51 . (3) Mc 6,54 .

16. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,51.18. existanto (zij waren buiten zichzelf) . Imperfectum derde persoon meervoud . Taalgebruik : existamai (buiten zichzelf zijn , ontsteld / ontzet zijn) , zie Mc 16,8 . In zeven verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. , in zes verzen in het N.T. : (1) Gn 43,33 . (2) Mt 12,23 . (3) Mc 6,51 . (4) Lc 2,47 . (5) Hnd 2,7 . (6) Hnd 2,12 . (7) Hnd 9,21 . In alle zinnen staat het vervoegd werkwoord bij het begin van de zin. In één vers (Mt 12,23) wordt het verbindingswoord kai (en) en in vijf verzen het partikel de (echter) gebruikt. In vier verzen wordt pantes (alle) in het onderwerp gebruikt . existèmi wordt vertaald door : buiten zichzelf zijn , versteld staan , verstomd staan , buiten zichzelf raken , van zijn stuk brengen , van zijn stuk gebracht worden . existèmi roept de gedachte op dat men uit zijn evenwicht geraakt , dat het gebeurde niet overeenkomt met wat men over een persoon (personen) dacht en bijgevolg vragen oproept . Bij existèmi wordt het voor-oordeel aan het wankelen gebracht .

Mc 6,52 - Mc 6,52 : 152. Jezus wandelt op het meer : Mc 6,45-52 - Mt 14,22-33 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,45 - Mc 6,46 - Mc 6,47 - Mc 6,48 - Mc 6,49 - Mc 6,50 - Mc 6,51 - Mc 6,52 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:52 ou gar sunèkan epi tois artois all èn autôn è kardia pepôrômenè   52 non enim intellexerant de panibus erat enim cor illorum obcaecatum   ze hadden immers niets begrepen aangaande de broden, maar hun hart was verhard .   52 Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.   [52] want ze hadden van de broden niets begrepen; hun hart was versteend.   [52] Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren.  52 want bij de broden waren ze niet tot inzicht gekomen, nee, hun hart was verhard.   52. car ils n'avaient pas compris le miracle des pains, mais leur esprit était bouché.  

King James Bible . [52] For they considered not the miracle of the loaves: for their heart was hardened.
Luther-Bibel . 52 denn sie waren um nichts verständiger geworden angesichts der Brote, sondern ihr Herz war verhärtet.

Tekstuitleg van Mc 6,52 .

2. gar (want) . Taalgebruik in het N.T. : gar (want) . Taalgebruik in Mc : gar (want) . Redengevend voegwoord . Hebr. kî . Lat. enim . Fr. car . Ned. : want .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,20 . (5) Mc 6,31 . (6) Mc 6,48 . (7) Mc 6,50 . (8) Mc 6,52 .

4. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

153. Mc 6,53-56 : genezingen te Gennesaret - Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -

Mc 6,53 - Mc 6,53 : genezingen te Gennesaret - Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:53 kai diaperasantes epi tèn gèn èlthon eis gennèsaret kai prosôrmisthèsan  53 et cum transfretassent pervenerunt in terram Gennesareth et adplicuerunt    53 En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.  [53] Ze staken over en kwamen aan land in Gennesaret*, waar ze aanlegden.   [53] Nadat ze waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.  53 Overstekend op het land aan komen ze aan bij Gennesaret en gaan voor anker.   53. Ayant achevé la traversée, ils touchèrent terre à Gennésaret et accostèrent.  

King James Bible . [53] And when they had passed over, they came into the land of Gennesaret, and drew to the shore.
Luther-Bibel . 53 Und als sie hinübergefahren waren ans Land, kamen sie nach Genezareth und legten an.

Tekstuitleg van Mc 6,53 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. act. part. aor. nom. mann. mv. diaperasantes van het werkw. diaperaô (oversteken, doortrekken) . Taalgebruik in het N.T. : diaperaô (oversteken, doortrekken) . Taalgebruik in Mc : diaperaô (oversteken, doortrekken) . Mc (1) : Mc 6,53 .

3. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

7. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

8. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Mc : epi (op, bij) . Ned. op .
Mc 6 (9) : (1) Mc 6,25 . (2) Mc 6,28 . (3) Mc 6,39 . (4) Mc 6,47 . (5) Mc 6,48 . (6) Mc 6,49 . (7) Mc 6,52 . (8) Mc 6,53 . (9) Mc 6,55 . en ep' in Mc 6,34

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,54 - Mc 6,54 : genezingen te Gennesaret - Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:54 kai exelthontôn autôn ek tou ploiou euthus epignontes auton   54 cumque egressi essent de navi continuo cognoverunt eum     54 En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.   [54] Ze gingen van boord en meteen herkenden de mensen Hem,   [54] Toen ze uit de boot stapten, werd hij meteen herkend.   54 Als zij de boot uitkomen herkennen sommigen hem meteen;   54. Quand ils furent sortis de la barque, aussitôt des gens qui l'avaient reconnu  

King James Bible . [54] And when they were come out of the ship, straightway they knew him,
Luther-Bibel . 54 Und als sie aus dem Boot stiegen, erkannten ihn die Leute alsbald

Tekstuitleg van Mc 6,54 . Dit vers Mc 6,54 telt 9 (3 X 3) woorden en 50 (2 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 6,54 is 7429 (17 X 19 X 23) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

2. - 3. exelthontôn autôn (toen zij uitgegaan waren) . Mc (2) : (1) Mc 6,54 . (2) Mc 11,12 .

4. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
ek (uit) Mc 6 (3) : (1) Mc 6,14 . (2) Mc 6,51 . (3) Mc 6,54 .

5. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 6 (6) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,18 . (3) Mc 6,24 . (4) Mc 6,25 . (5) Mc 6,54 . (6) Mc 6,56 .

6. gen. onz. enk. ploioi (boot) van het zelfst. naamw. ploion (boot) . Taalgebruik in het N.T. : ploion (boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion (boot) . Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met eis = naar (6 / 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) .
Mc (2) : (1) Mc 5,2 .  (2) Mc 6,54 . Telkens : ek tou ploiou (uit de boot) .
Een vorm van ploion (boot) in 5 verzen van Mc 6 : (1) Mc 6,32 (dat. en tô(i) ploiô(i) = in de boot).   (2) Mc 6,45 (acc. eis to ploion = in de boot) . (3) Mc 6,47 . (4) Mc 6,51 (acc. eis to ploion = in de boot). (5)   Mc 6,54 (gen. ek tou ploiou = uit de boot) .

4. - 6. ek tou ploiou (uit de boot) . Mc (2) : (1) (1) Mc 5,2 .  (2) Mc 6,54 .

1. - 7. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,2 : kai exelthontos autou ek tou ploiou euthus (en nadat hij uit de boot was uitgegaan , dadelijk) .
- Mc 6,54 : kai exelthontôn autôn ek tou ploiou euthus (en nadat zij uit de boot waren uitgegaan , dadelijk) .

9. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,55 - Mc 6,55 : genezingen te Gennesaret - Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:55 periedramon olèn tèn chôran ekeinèn kai èrxanto epi tois krabattois tous kakôs echontas periferein opou èkouon oti estin 55 et percurrentes universam regionem illam coeperunt in grabattis eos qui se male habebant circumferre ubi audiebant eum esse     55 En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden, dat Hij was.   [55] en ze trokken heel dat gebied rond. Men begon de zieken op bedden naar de plek te brengen waar ze hoorden dat Hij was.   [55] In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat hij daar was.   55 die rennen die hele streek rond en beginnen allen die het slecht hebben met bed en al rond te dragen,– wáár ze maar hebben gehoord dat hij is.   55. parcoururent toute cette région et se mirent à transporter les malades sur leurs grabats, là où l'on apprenait qu'il était.  

King James Bible . [55] And ran through that whole region round about, and began to carry about in beds those that were sick, where they heard he was.
Luther-Bibel . 55 und liefen im ganzen Land umher und fingen an, die Kranken auf Bahren überall dorthin zu tragen, wo sie hörten, dass er war.

Tekstuitleg van Mc 6,55 . Het vers Mc 6,55 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 107 letters . De getalwaarde van Mc 6,55 is 11689 .

6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

11. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,56 - Mc 6,56 : genezingen te Gennesaret - Mc 6,53-56 - Mt 14,34-36 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 6 -- Mc 6,53 - Mc 6,54 - Mc 6,55 - Mc 6,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6:56 kai opou an eiseporeueto eis kômas è eis poleis è eis agrous en tais agorais etithesan tous asthenountas kai parekaloun auton ina kan tou kraspedou tou imatiou autou apsôntai kai osoi an èpsanto autou esôzonto  56 et quocumque introibat in vicos vel in villas aut civitates in plateis ponebant infirmos et deprecabantur eum ut vel fimbriam vestimenti eius tangerent et quotquot tangebant eum salvi fiebant     56 En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar leiden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.   [56] Waar Hij ook heen ging, naar dorpen of steden of hoeven, ze legden de zieken op de markt neer, en ze vroegen Hem om tenminste de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En wie Hem aanraakte, werd gered.  [56] Overal waar hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die hem aanraakte, werd gered en genas.  56 En wáár ook maar hij binnentrok, in dorpen of steden of gehuchten, legden ze de zieken op de markten en hebben ze hem te hulp geroepen, of ze alleen maar de kwast van zijn kleed mochten vastgrijpen; en allen die hem vastgrepen werden gered.   56. Et en tout lieu où il pénétrait, villages, villes ou fermes, on mettait les malades sur les places et on le priait de les laisser toucher ne fût-ce que la frange de son manteau, et tous ceux qui le touchaient étaient sauvés. 

King James Bible . [56] And whithersoever he entered, into villages, or cities, or country, they laid the sick in the streets, and besought him that they might touch if it were but the border of his garment: and as many as touched him were made whole.
Luther-Bibel . 56 Und wo er in Dörfer, Städte und Höfe hineinging, da legten sie die Kranken auf den Markt und baten ihn, dass diese auch nur den Saum seines Gewandes berühren dürften; und alle, die ihn berührten, wurden gesund.

Tekstuitleg van Mc 6,56 .

Mc 6,56.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,56.5. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,56.9. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,56.11. eis (naar, tot) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in / ad . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) / à . Ned. naar . E. for .
Mc 6 (14) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,8 . (3) Mc 6,10 . (4) Mc 6,11 . (5) Mc 6,15 . (6) Mc 6,31 . (7) Mc 6,32 . (8) Mc 6,36 . (9) Mc 6,41 . (10) Mc 6,45 . (11) Mc 6,46 . (12) Mc 6,51 . (13) Mc 6,53 . (14) Mc 6,56 .

Mc 6,56.13. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 6 (12) : (1) Mc 6,2 . (2) Mc 6,3 . (3) Mc 6,4 . (4) Mc 6,14 . (5) Mc 6,17 . (6) Mc 6,27 . (7) Mc 6,29 . (8) Mc 6,32 . (9) Mc 6,47 . (10) Mc 6,48 . (11) Mc 6,51 . (12) Mc 6,56 .

Mc 6,56.14. bep. lidw. dat. vr. mv. tais (de van het bep. lidw. ho , hè , to (de / het) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (10) : (1) Mc 1,9 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 2,8 . (4) Mc 6,56 . (5) Mc 8,1 . (6) Mc 12,38 . (7) Mc 12,39 . (8) Mc 13,17 . (9) Mc 13,24 . (10) Mc 16,18 .

Mc 6,56.17. bep. lidw. acc. mann. mv. tous de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (52) . Mc 6 (8) : (1) Mc 6,7 . (2) Mc 6,26 . (3) Mc 6,36 . (4) Mc 6,41 . (5) Mc 6,44 . (6) Mc 6,45 . (7) Mc 6,55 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,56.19. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,56.20. act. ind. imperf. . 3de p. mv. parekaloun (zij drongen aan) van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) .
Mc (2) : (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,18 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen, aandringen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .

Mc 6,56.21. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (8) : (1) Mc 6,17 . (2) Mc 6,19 . (3) Mc 6,20 . (4) Mc 6,27 . (5) Mc 6,49 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 6,54 . (8) Mc 6,56 .

Mc 6,56.24. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

Mc 6,56.28. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .

Mc 6,56.30. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 56 verzen in Mc 6 niet in 4 verzen : (1) Mc 6,16 . (2) Mc 6,17 . (3) Mc 6,18 . (4) Mc 6,52 .

31. nom. mann. mv. hosoi van het bijvoegl. naamw. hosos (zo groot als) . Taalgebruik in het N.T. : osos (zo groot als) . Taalgebruik in Mc : osos (zo groot als) . Mc (2) : (1) Mc 3,10 .  (2) Mc 6,56 . Een vorm van hosos (zo groot als) in Mc in 13 verzen : (1) Mc 2,19 . (2) Mc 3,8 . (3) Mc 3,10 . (4) Mc 3,28 . (5) Mc 5,19 . (6) Mc 5,20 . (7) Mc 6,30 . (8) Mc 6,56 . (9) Mc 7,36 . (10) Mc 9,13 .  (11) Mc 10,21 .  (12) Mc 11,24 .  (13) Mc 12,44 .

Mc 6,56.34. pers. voornaamw. vnw. gen. mann. enk. autou (van hem) van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 6 (16) : (1) Mc 6,1 . (2) Mc 6,2 . (3) Mc 6,3 . (4) Mc 6,4 . (5) Mc 6,14 . (6) Mc 6,17 . (7) Mc 6,20 . (8) Mc 6,21 . (9) Mc 6,22 . (10) Mc 6,27 . (11) Mc 6,28 . (12) Mc 6,29 . (13) Mc 6,35 . (14) Mc 6,41 . (15) Mc 6,45 . (16) Mc 6,56 .