MARCUSEVANGELIE , VIJFDE HOOFDSTUK , MC 5 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -

- Marcus : overzicht .
- Marcus taalgebruik - Marcus taalgebruik A - Marcus taalgebruik B - Marcus taalgebruik C - Marcus taalgebruik D - Marcus taalgebruik E - Marcus taalgebruik F - Marcus taalgebruik G - Marcus taalgebruik H - Marcus taalgebruik I - Marcus taalgebruik J - Marcus taalgebruik K - Marcus taalgebruik L - Marcus taalgebruik M - Marcus taalgebruik N - Marcus taalgebruik O - Marcus taalgebruik P - Marcus taalgebruik R - Marcus taalgebruik S - Marcus taalgebruik T - Marcus taalgebruik U - Marcus taalgebruik Z -
- Mc : commentaar .

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Marcusevangelie : Mc 1 , Mc 2 , Mc 3 , Mc 4 , Mc 5 , Mc 6 , Mc 7 , Mc 8 , Mc 9 , Mc 10 , Mc 11 , Mc 12 , Mc 13 , Mc 14 , Mc 15 , Mc 16 ,
Bijbeluitleg per pericope - Mc 5,1-20 - Mc 5,21-43 -
Bijbeluitleg vers per vers - Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.onlinebible.org/html/dut/bible-info/De-Nieuwe-Bijbelvertaling.html op zoek naar God          
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie : Mc 5,1-20b - Mc 5,21-43
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het vijfde hoofdstuk van het Marcusevangelie :
143. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mt 8,28-34 - Mc 5,1-20 - Lc 8,26-39 -
144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 -

66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -

1. aantal woorden 2. aantal letters 3. aantal lettergrepen 4. getalwaarde 5. kai (en) 6. de (echter) 7. nevenschikkende hoofdzinnen 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) 9. participiumzinnen

  Mc 5,1 Mc 5,2 Mc 5,3 Mc 5,4 Mc 5,5 Mc 5,6 Mc 5,7 Mc 5,8 Mc 5,9 Mc 5,10 Mc 5,11 Mc 5,12 Mc 5,13 Mc 5,14 Mc 5,15 Mc 5,16 Mc 5,17 Mc 5,18 Mc 5,19 Mc 5,20 totaal
                                         
                                         
                                         
                                         
    41 
                                     
   4 39 
            1       14 
                       

- 16 / 20 zinnen beginnen met kai (en) . Slechts in twee zinnen komt geen enkele maal het woordje kai (en) voor .

Uit het vraaggesprek tussen een gelovige van de 21ste eeuw en de evangelist Marcus .

Is het Rijk Gods , waarover de parabels spreken , slechts voor de joden bestemd , of misschien ook voor de heidenen , ik bedoel de niet-joden ?

Marcus . Ik heb je vroeger reeds verteld dat Petrus de persoon is in wie de joden-christenen en de heiden-christenen zich verenigd weten in een gemeenschappelijk geloof dat Petrus belijdt . Het is een hele stap geweest om de weg naar de heidenen in te slaan . Dat vertelt ons het verhaal van de stormstilling (Mc 4,35-41) . In dat verhaal varen de leerlingen naar de overkant van het meer van Galilea , naar het gebied van de heidenen . Zoals de profeet Jona vluchtten zij weg , maar in hun vlucht worden ze door een storm overrompeld . Zoals God bij Jona was , zo is ook Jezus bij zijn leerlingen . De boodschap aan de Ninivieten is door God bedoeld ; de boodschap aan de heidenen is door God gewild . Wees dus gerust .
Op heidens gebied wordt Jezus geconfronteerd met een onreine geest (Mc 5,1-20) . Bij zijn eerste optreden in de synagoge van Kafarnaüm was Jezus eveneens geconfronteerd met een onreine geest (Mc 1,23-28) . In beide gevallen drijft Jezus de onreine geest uit . In plaats van een ‘bezeten’ mens krijgen we een vrij mens.
Op het einde van het eerste hoofdstuk , van de succes-story van Jezus , getuigde de genezen melaatse over Jezus (Mc 1,45) . Op het einde van dit verhaal , getuigt de genezene over Jezus (Mc 5,20) . Zo krijgen we twee getuigenissen : dat van een jood en dat van een heiden .

Mc 5,1 - Mc 5,1 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2004) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn chôran tôn Gerasènôn et venerunt trans fretum maris in regionem Gerasenorum En ze kwamen aan de overkant van het meer in de landstreek van de Gerasenen.   Zij kwamen nu aan de overkant van het meer in het land van de Gerasenen.   Ze kwamen aan de overkant van het meer in het land van de Gerasenen*  Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen.*  Ze komen aan op de overkant van de zee, in de streek van de Gerasenen. Mc 5:1- Ils arrivèrent sur l'autre rive de la mer, au pays des Géraséniens.

King James Bible . [1] And they came over unto the other side of the sea, into the country of the Gadarenes.
Luther-Bibel . 1 Und sie kamen ans andre Ufer des Sees in die Gegend der Gerasener.

Tekstuitleg van Mc 5,1 . Het vers Mc 5,1 telt 12 (3 X 4) woorden en 52 (2 X 2 X 13) letters . De getalwaarde van Mc 5,1 is 6467 (29 X 223) .

Mc 5,1.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . D. und .
Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 . Dit verbindingswoord kai (en) staat aan het begin van de pericope . Het legt een link met de vorige pericope . Dit wordt versterkt door de verbanden tussen Mc 4,35 (dielthômen eis to peran = laten we doorgaan naar de overzijde) en Mc 5,1 (kai èlthon eis to peran = en zij gingen naar de overzijde) . Er is ook een link tussen Mc 5,1 en Mc 5,21 ( kai diaperasantos tou Ièsou = en nadat Jezus was doorgestoken) (palin eis to peran = opnieuw naar de overzijde) .

Mc 5,1.2. ind. aor. 3de p. mv. èlthon (zij gingen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . èlthon (ik kwam of zij kwamen) :
Mc (9) : (1) Mc 1,29 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 6,53 . (4) Mc 9,33 . (5) Mc 14,16 . ('6') Mc 2,17 ; ('7') Mc 3,8 . ('8') Mc 5,14 . ('9') Mc 6,29 . In 1 vers staat de 1ste persoon (Mc 2,17) , in de andere verzen staat de 3de persoon meervoud . In Mc 4,35 staat de cohortativus in de aoristvorm en in de 1ste pers. mv. . Dit zou de aorist en de 3de pers. mv. in Mc 5,1 kunnen verklaren .

Mc 5,1.1. - 2. kai èlthon (en zij gingen) . N.T. . (Mc (2) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 .

Mc 5,1.3. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

Mc 5,1.1. - 3. kai èlthon eis (en zij gingen naar) . N.T. (4) . Mt (1) . Mc (2) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 14,16 .

Mc 5,1.2. - 3. èlthon eis (zij gingen naar) . N.T. (19) . Mc (5) . In 5 verzen gaan Jezus en zijn leerlingen naar een bepaalde plaats : èlthon (zij gingen) + eis (naar : voorzetsel van plaats) + plaatsbepaling : (1) Mc 1,29 (naar het huis van Simon) . (2) Mc 5,1 (naar de overzijde van het meer) . (3) Mc 6,53 (naar Genesaret) . (4) Mc 9,33 (naar Kafarnaüm) . (5) Mc 14,16 (naar de stad) .
In Mc 5,2 stapt Jezus uit de boot . Zijn de leerlingen in hun boten gebleven ? In Mc 5,21 is Jezus weer in de boot en steekt over .

Mc 5,1.4. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,1.5. peran (overzijde, overkant) . Taalgebruik in het N.T. : peran (overzijde, overkant) . Taalgebruik in Mc. : peran (overzijde, overkant) .
Mc (7) : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 4,35 . (3) Mc 5,1 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,45 . (6) Mc 8,13 . (7) Mc 10,1 .
De overzijde kan zijn : (1) de overzijde van de Jordaan : (1) Mc 3,8 . (2) Mc 10,1 .
(2) de overzijde van het meer van Galilea : (1) Mc 4,35 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 8,13 .
In Mc 4,35 zijn Jezus en zijn leerlingen aan de westelijke over van het meer van Galilea , in Mc 5,1 aan de westelijke oever en in Mc 5,21 opnieuw aan de westelijke oever .

Mc 5,1.1. - 5.
- Mc 4,35 : dielthômen eis to peran (laten we doorgaan naar de overzijde) .
- Mc 5,1 : kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn chôran tôn gerasènôn ( en zij gingen naar de overzijde van het meer naar de streek van de Gerasenen) .
- Mc 5,21 : kai diaperasantos tou ièsou en tô(i) ploiô(i) palin eis to peran (en nadat Jezus in (met) de boot opnieuw naar de overzijde was doorgestoken) .

Mc 5,1.3. - 5. In vijf verzen eis to peran (naar de overzijde) . Bedoeld is hiermee de overzijde van het meer van Galilea : (1) Mc 4,35 : de overzijde van het meer (omgeving Kafarnaüm) : naar de zuidoostzijde . (2) Mc 5,1 : zuidoostzijde nl. het land van de Gerasenen . (3) Mc 5,21 : terug. (4) Mc 6,45 : naar Betsaïda (5) Mc 8,13 .

Mc 5,1.6. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,41 .

Mc 5,1.7. gen. vr. enk. thalassès (van de zee / meer) van het zelfstandig naamwoord thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in het N.T. : thalassa (zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa (zee) .
Mc (4) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 6,47 . (3) Mc 6,48 . (4) Mc 6,49 .
Het is de enige maal dat èlthon (zij gingen) gelinkt wordt aan eis to peran tès thalassès (naar de overkant van het meer) . Jezus en zijn leerlingen gaan naar het heidens gedeelte van het meer .
Er is enige overeenkomst tussen
- Mc 5,1 : Kai èlthon eis to peran tès thalassès (en zij gingen naar de overkant van de zee)
en Mc 7,31 : èlthen dia Sidônos eis tèn thalassan tès Galilaias (ging Hij via Sidon naar het meer van Galilea) .

Mc 5,1.5. - 7. peran tès thalassès (overzijde van de zee / meer of over de zee / meer) . Mc (1) Mc 5,1 .
- eis to peran tès thalassès (naar de overzijde van het meer) komt in het N.T. slechts in Mc 5,1 voor .

Mc 5,1.8. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

Mc 5,1.9. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

Mc 5,1.11. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

Mc 5,2 - Mc 5,2 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:2 kai exelthontos autou ek tou ploiou euthus upèntèsen autô ek tôn mnèmeiôn anthrôpos en pneumati akathartô   2 et exeunti ei de navi statim occurrit ei de monumentis homo in spiritu inmundo    2 En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest;  [2] Zodra Hij van boord was gegaan, kwam vanuit de rotsgraven meteen iemand Hem tegemoet die in de greep was van een onreine geest.   [2] Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was   2 En als hij uit de boot komt, loopt meteen vanuit de graven een mens hem tegemoet met een onreine geest,  Mc 5:2- Et aussitôt que Jésus eut débarqué, vint à sa rencontre, des tombeaux, un homme possédé d'un esprit impur :  

King James Bible . [2] And when he was come out of the ship, immediately there met him out of the tombs a man with an unclean spirit,
Luther-Bibel . 2 Und als er aus dem Boot trat, lief ihm alsbald von den Gräbern her ein Mensch entgegen mit einem unreinen Geist,

Tekstuitleg van Mc 5,2 . Dit vers Mc 5,2 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 88 (2 X 2 X 2 X 11) letters . De getalwaarde van Mc 5,2 is 12839 (37 X 347) .

Mc 5,2.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik : kai (en) in Mc . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,2.2. part. aor. gen. mann. enk.  exelthontos van het werkw. exerchomai (uitgaan) . Taalgebruik in het N.T. : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Taalgebruik in Mc : exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) . Zie ook Taalgebruik in Mc : eiserchomai (binnengaan) .
Mc (1) : Mc 5,2 .

Mc 5,2.3. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

Mc 5,2.2. - 3. exelthontos autou (nadat hij was uitgegaan) . Mc (1) : Mc 5,2 .

Mc 5,2.4. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 5 (2) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,8 . ex (uit) : Mc 5,30 .

Mc 5,2.5. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

Mc 5,2.6. gen. onz. enk. ploiou (boot) van het zelfst. naamw. ploion (boot) . Taalgebruik in het N.T. : ploion (boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion (boot) . Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met eis = naar (6 / 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) .
Mc (2) : (1) Mc 5,2 .  (2) Mc 6,54 . Telkens : ek tou ploiou (uit de boot) .
Een vorm van ploion (boot) in Mc 5 (3) : (1) eis to ploion (in de boot) : Mc 5,18 . (2) ek tou ploiou (uit de boot) : Mc 5,2 . (3) en tô(i) ploiô(i) (in de boot) : Mc 5,21 .

Mc 5,2.4. - 6. ek tou ploiou (uit de boot) . Mc (2) : (1) Mc 5,2 .  (2) Mc 6,54 .

Mc 5,2.1. - 6. Vergelijk :
- Mc 5,2 : kai exelthontos autou ek tou ploiou (en nadat hij uit de boot was uitgegaan) .
- Mc 5,18 : kai embainontos autou eis to ploion (en terwijl hij in de boot inklom) .
- Mc 5,21 : Kai diaperasantos tou Ièsou en tôi ploiôi (en nadat Jezus in de boot overstak) .

Mc 5,2.1. - 7. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,2 : kai exelthontos autou ek tou ploiou euthus (en nadat hij uit de boot was uitgegaan , dadelijk) .
- Mc 6,54 : kai exelthontôn autôn ek tou ploiou euthus (en nadat zij uit de boot waren uitgegaan , dadelijk) .
In Mc 5,2 stapt Jezus uit aan de oostelijke oever van het meer van Galilea . Alleen ? In Mc 6,54 stappen Jezus en de leerlingen uit bij Gennesaret , de westelijke oever van het meer .

Mc 5,2.11. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

Mc 5,2.13. nom. mann. enk. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (14) : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 2,27 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 4,26 . (5) Mc 5,2 . (6) Mc 7,11 . (7) Mc 8,37 . (8) Mc 10,7 . (9) Mc 10,9 . (10) Mc 12,1 . (11) Mc 13,34 . (12) Mc 14,13 . (13) Mc 14,21 . (14) Mc 15,39 .

Mc 5,2.14. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

Mc 5,2.16. dat. mann. enk. akatharô(i) : (met een) onzuivere (geest) . a- katharos : on-zuiver . Taalgebruik in het N.T. : akatharos (onzuiver) . Taalgebruik in Mc : akatharos (onzuiver) .
Mc (3) : : (1) Mc 1,23 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 9,25 .
In het N.T. komt een vorm van akatharos (onzuiver) het meest bij Mc voor . Bij Mc is het telkens verbonden met 'onzuivere geest' . In het Nederlands gaat het bijvoeglijk naamwoord vooraf aan het zelfstandig naamwoord , in het Grieks bij Mc in deze verzen volgt het bijvoeglijk naamwoord akatharos (onzuiver) het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) . (1) Mc 1,23 (dat onz. enk. akathartôi in : anthrôpos en pneumati akathartôi = een mens met een onzuivere geest) . (2) Mc 1,26 (nom. onz. enk. akatharton in : to pneuma to akatharthon = de onzuivere geest) . (3) Mc 1,27 (dat. onz. mv. akathartois in : tois pneumasin tois akathartois = aan de onzuivere geesten) .

Mc 5,2.17. dat. onz. enk. pneumati van het zelfst. naamw. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (7) : (1) Mc 1,8 . (2) Mc 1,23 . (3) Mc 2,8 . (4) Mc 5,2 . (5) Mc 8,12 . (6) Mc 9,25 . (7) Mc 12,36 .

Mc 5,3 - Mc 5,3 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:3 os tèn katoikèsin eichen en tois mnèmasin kai oude alusei ouketi oudeis edunato auton dèsai  3 qui domicilium habebat in monumentis et neque catenis iam quisquam eum poterat ligare    3 Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.   [3] Hij had zijn verblijf in die graven. Zelfs met een ketting kon niemand hem meer vastbinden.   [3] en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden.   3 die zijn behuizing heeft gehad in de grafkamers; zelfs met een ketting kon niemand hem meer binden,   Mc 5:3- il avait sa demeure dans les tombes et personne ne pouvait plus le lier, même avec une chaîne,  

King James Bible . [3] Who had his dwelling among the tombs; and no man could bind him, no, not with chains:
Luther-Bibel . 3 der hatte seine Wohnung in den Grabhöhlen. Und niemand konnte ihn mehr binden, auch nicht mit Ketten;

Tekstuitleg van Mc 5,3 .

2. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

4. act. ind. imperf. 3de pers. eichen van het werkw. echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in het N.T. . Taalgebruik : echô (hebben, bezitten) in Mc . Lat. habere . Ned. hebben . Fr. avoir .
Mc (6) : (1) Mc 4,5 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 7,25 . (4) Mc 12,6 . (5) Mc 12,44 . (6) Mc 16,8 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

5. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

14. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,4 - Mc 5,4 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:4 dia to auton pollakis pedais kai alusesin dedesthai kai diespasthai up autou tas aluseis kai tas pedas suntetrifthai kai oudeis ischuen auton damasai   4 quoniam saepe conpedibus et catenis vinctus disrupisset catenas et conpedes comminuisset et nemo poterat eum domare     4 Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.  [4] Want hij was al vaak met voetboeien en kettingen vastgebonden, maar de kettingen had hij uit elkaar getrokken en de boeien had hij vernield; niemand kon hem bedwingen.   [4] Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen.   4 want hij was al vaak genoeg met voetboeien en kettingen vastgebonden, en dan werden de kettingen door hem kapotgetrokken en de voetboeien vertrapt, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen.   Mc 5:4- car souvent on l'avait lié avec des entraves et avec des chaînes, mais il avait rompu les chaînes et brisé les entraves, et personne ne parvenait à le dompter.  

King James Bible . [4] Because that he had been often bound with fetters and chains, and the chains had been plucked asunder by him, and the fetters broken in pieces: neither could any man tame him.
Luther-Bibel . 4 denn er war oft mit Fesseln und Ketten gebunden gewesen und hatte die Ketten zerrissen und die Fesseln zerrieben; und niemand konnte ihn bändigen.

Tekstuitleg van Mc 5,4 .

2. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

12. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

19. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

22. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,5 - Mc 5,5 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:5 kai dia pantos nuktos kai èmeras en tois mnèmasin kai en tois oresin èn krazôn kai katakoptôn eauton lithois 5 et semper nocte ac die in monumentis et in montibus erat clamans et concidens se lapidibus    5 En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.  [5] Dag en nacht liep hij tussen de graven en op de bergen te brullen en zichzelf met stenen te beuken.   [5] En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen.   5 En alle nacht en dag door was hij in de graven en in de bergen aan het krijsen en zichzelf met stenen aan het slaan.  Mc 5:5- Et sans cesse, nuit et jour, il était dans les tombes et dans les montagnes, poussant des cris et se tailladant avec des pierres.  

King James Bible . [5] And always, night and day, he was in the mountains, and in the tombs, crying, and cutting himself with stones.
Luther-Bibel . 5 Und er war allezeit, Tag und Nacht, in den Grabhöhlen und auf den Bergen, schrie und schlug sich mit Steinen.

Tekstuitleg van Mc 5,5 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

7. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

11. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

14. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,40 . (5) Mc 5,42 .

15. act. part. praes. nom. mann. enk. krazôn  van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen)  . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (1) : Mc 5,5 .

16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,6 - Mc 5,6 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:6 kai idôn ton ièsoun apo makrothen edramen kai prosekunèsen | auton | autô |  6 videns autem Iesum a longe cucurrit et adoravit eum    6 Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.  [6] Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af, viel voor Hem op zijn knieën,   [6] Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer,  6 Als hij Jezus ziet, van verre al, komt hij aangerend en werpt zich voor hem neer;   Mc 5:6- Voyant Jésus de loin, il accourut, se prosterna devant lui  

King James Bible . [6] But when he saw Jesus afar off, he ran and worshipped him,
Luther-Bibel . 6 Als er aber Jesus sah von ferne, lief er hinzu und fiel vor ihm nieder

Tekstuitleg van Mc 5,6 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .

3. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

4. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 .
Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

5. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 .

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,7 - Mc 5,7 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:7 kai kraxas fônè megalè legei ti emoi kai soi ièsou uie tou theou tou upsistou orkizô se ton theon mè me basanisès  7 et clamans voce magna dicit quid mihi et tibi Iesu Fili Dei summi adiuro te per Deum ne me torqueas  zoon van de Allerhoogste God? Ik bezweer u bij God, kwel mij niet.  7 En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!  [7] en brulde met luide stem: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God: doe mij geen pijn.’  [7] en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’   7 dan krijst hij weer, met grote stem, en zegt: ‘wat is er tussen mij en jou’, {#1Kon 17:18} Jezus, zoon van God de Allerhoogste?– ik bezweer je bij God, kwel mij niet!   Mc 5:7- et cria d'une voix forte : " Que me veux-tu, Jésus, fils du Dieu Très Haut ? Je t'adjure par Dieu, ne me tourmente pas ! " 

King James Bible . [7] And cried with a loud voice, and said, What have I to do with thee, Jesus, thou Son of the most high God? I adjure thee by God, that thou torment me not.
Luther-Bibel . 7 und schrie laut: Was willst du von mir, Jesus, du Sohn Gottes, des Allerhöchsten? Ich beschwöre dich bei Gott: Quäle mich nicht!

Tekstuitleg van Mc 5,7 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. act. part. aor. nom. mann. enk. kraxas van het werkw. krazô (schreeuwen, roepen)  . Taalgebruik in het N.T. : krazô (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Mc : krazô (schreeuwen, roepen) . Ned. krijsen . Mc (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 9,24 . (3) Mc 9,26 . (4) Mc 15,39 .

3. dat. vr. enk. fônè (stem, roep) . Taalgebruik in het N.T. : fônè (stem, roep) . Taalgebruik in Mc : fônè (stem, roep) . Hebr. p´ (mond) . Verwant met Gr. fô-nè (Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , fè-mi = spreken . Lat for - fari . Verwant met de indogerm. stam bha . Cfr. tele-foon .
Ook verwantschap tussen Hebr. pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen . Lat. facies . E. face . Ned. aangezicht , aanschijn .
- zelfstandig naamwoord vrouwelijk nominatief of datief enkelvoud fônè of fônèi = stem , roep . Mc (6) : (1) Mc 1,3 (nom.) . (2) Mc 1,11 (nom.) . (3) Mc 1,26 (dat.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 9,7 (nom.) . (6) Mc 15,34 (dat.) .

4. nom. + dat. vr. enk. megalè(i) (groot) van het bijvoegl. naamwoord megas (groot) . Taalgebruik in het N.T. : megas (groot) . Taalgebruik in Mc : megas (groot) . Mc (7) : (1) Mc 1,26 (dat.) . (2) Mc 4,37 (nom.) . (3) Mc 4,39 (nom.) . (4) Mc 5,7 (dat.) . (5) Mc 5,11 (nom.) . (6) Mc 5,42 (dat.) . (7) Mc 15,34 (dat.) .

3. - 4. fônè(i) megalè(i) (met luide stem) . Mc (3) : (1) Mc 1,26 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 15,34 .

5. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .  

8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

9. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .

10. voc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

11. voc. mann. enk. huie (zoon) van het zelfst. naamw. huios (zoon) . Taalgebruik in het N.T. : huios (zoon) . Taalgebruik in Mc : huios (zoon) . Hebr. ben . Lat. filius . Fr. fils . Mc (3) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 10,47 . (3) Mc 10,48 .

12. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

18. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,8 - Mc 5,8 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:8 elegen gar autô exelthe to pneuma to akatharton ek tou anthrôpou  8 dicebat enim illi exi spiritus inmunde ab homine  8 Hij zei hem immers: Ga uit, onreine geest, uit die mens !   8 (Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)  [8] Want Hij had hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’   [8] Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’   8 Want Jezus hééft al gezegd: kom eruit, onreine geest, uit die mens!  Mc 5:8- Il lui disait en effet : " Sors de cet homme, esprit impur ! "   

King James Bible . [8] For he said unto him, Come out of the man, thou unclean spirit.
Luther-Bibel . 8 Denn er hatte zu ihm gesagt: Fahre aus, du unreiner Geist, von dem Menschen!

Tekstuitleg van Mc 5,8 .

5. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

6. nom.+ acc. onz. enk. pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Taalgebruik in Mc : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . Ned. geest .
Mc (12) : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 .

7. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

9. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 5 (2) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,8 . ex (uit) : Mc 5,30 .

10. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

11. gen. mann. enk. anthrôpou (mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Mc : anthrôpos (mens) .
Mc (15) : (1) Mc 2,10 ** . (2) Mc 2,28 **.   (3) Mc 5,8 .   (4) Mc 7,15 . (5) Mc 7,20 .  (6) Mc 8,31** .  (7) Mc 8,38 ** . (8) Mc 9,9 ** . (9) Mc 9,12 **. (10) Mc 9,31 ** .  (11) Mc 10,33 ** . (12) Mc 10,45 ** .   (13) Mc 13,26 **.  (14) Mc 14,21 **. (15) Mc 14,41 **.

Mc 5,9 - Mc 5,9 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:9 kai epèrôta auton ti onoma soi kai legei autô legiôn onoma moi oti polloi esmen   9 et interrogabat eum quod tibi nomen est et dicit ei Legio nomen mihi est quia multi sumus  9 En hij ondervroeg hem: Wat (is) je naam ? En hij zei hem: Legioen (is) mijn naam, want we zijn met velen .  9 En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.   [9] Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ En hij antwoordde: ‘Mijn naam is Legio, want we zijn met velen.’  [9] Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’  9 Als hij hem gevraagd heeft ‘wat is je naam?’, zegt hij tot hem: ‘legioen’ is mijn naam, omdat wij met velen zijn!   Mc 5:9- Et il l'interrogeait : " Quel est ton nom ? " Il dit : " Légion est mon nom, car nous sommes beaucoup. "  

King James Bible . [9] And he asked him, What is thy name? And he answered, saying, My name is Legion: for we are many.
Luther-Bibel . 9 Und er fragte ihn: Wie heißt du? Und er sprach: Legion heiße ich; denn wir sind viele.

Tekstuitleg van Mc 5,9 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. act. ind. imperf. 3de pers. enk. epèrôta (hij ondervroeg) van het werkw. eperôtaô = 'op'-vragen, 'onder'-vragen, bijvragen . (inter-roger : ondervragen , tussen-vragen) , bijvragen . Taalgebruik in het N.T. : eperotaô (epi - erôtaô) . Taalgebruik in Mc : eperotaô (epi - erôtaô) .
Mc (9) : (1) Mc 5,9 .  (2) Mc 8,23 . (3) Mc 8,27 . (4) Mc 8,29 .   (5) Mc 9,33 . (6) Mc 10,17 .   (7) Mc 13,3 . (8) Mc 14,61 . (9) Mc 15,4 . Een vorm van eperôtaô in Mc (25) .

3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

2. - 3. epèrôta auton (hij vroeg hem uit) . Mc (4) : (3) Mc 5,9 (de man met een onreine geest aan Jezus) . (2) Mc 8,23 (Jezus aan de blinde) . (3) Mc 10,17 (de rijke jongeling aan Jezus) . (8) Mc 14,61 (de hogepriester aan Jezus) .

6. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .

8. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

13. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,9 . (2) Mc 5,23 . (3) Mc 5,28 . (4) Mc 5,29 . (5) Mc 5,35 .

Mc 5,10 - Mc 5,10 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:10 kai parekalei auton polla ina mè auta aposteilè exô tès chôras  10 et deprecabatur eum multum ne se expelleret extra regionem  10 En hij smeekte hem dringend dat hij hen niet buiten de landstreek zou zenden.  10 En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.  [10] En hij smeekte Hem, hen niet het land uit te sturen.   [10] Hij smeekte hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen.   10 En die velen hebben bij hem gepleit dat hij hen niet zou wegzenden naar buiten de streek.   Mc 5:10- Et il le suppliait instamment de ne pas les expulser hors du pays.

King James Bible . [10] And he besought him much that he would not send them away out of the country.
Luther-Bibel . 10 Und er bat Jesus sehr, dass er sie nicht aus der Gegend vertreibe.

Tekstuitleg van Mc 5,10 .

Mc 5,10.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,10.2. act. ind. imperf. . 3de p. enk. parekalei (hij drong aan) van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) .
Mc (2) : (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,18 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen, aandringen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld . In Mc 5,12 vraagt de onreine geest om hem niet buiten de streek te sturen . En Jezus staat het toe . In Mc 5,18 vraagt de genezene om mee te gaan , maar Jezus staat het hem niet toe , maar stuurt hem terug naar het dorp .

Mc 5,10.3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,10.4. nom. + acc. onz. mv. polla (veel) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Taalgebruik in Mc : polus (veel) .
Mc (21) : (1) Mc 1,34 . (2) Mc 1,45 . (3) Mc 3,12 . (4) Mc 4,2 . (5) Mc 5,10 . (6) Mc 5,23 . (7) Mc 5,26 . (8) Mc 5,38 . (9) Mc 5,43 . (10) Mc 6,13 . (11) Mc 6,20 . (12) Mc 6,23 . (13) Mc 6,34 . (14) Mc 7,4 . (15) Mc 7,13 . (16) Mc 8,31 . (17) Mc 9,12 . (18) Mc 9,26 . (19) Mc 10,22 . (20) Mc 12,41 . (21) Mc 15,3 .

Mc 5,10.5. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,12 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,23 . (5) Mc 5,43 .

Mc 5,10.1. - 5. herhaaldelijk verzoek
- Mc 5,10 : kai parekalei auton polla hina (en hij drong herhaaldelijk bij hem aan opdat) .
- Mc 5,23 : kai parakalei auton polla ... hina (en hij roept hem herhaaldelijk ter hulp opdat) .

7. voornaamw. nom. + acc. onz. mv. auta (het, die) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (5) : (1) Mc 5,10 . (2) Mc 8,7 . (3) Mc 10,14 . (4) Mc 10,16 . (5) Mc 15,24 .

Mc 5,10.10. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,41 .

Mc 5,11 - Mc 5,11 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:11 èn de ekei pros tô orei agelè choirôn megalè boskomenè  11 erat autem ibi circa montem grex porcorum magnus pascens  11 Er was daar nu bij de berg een grote kudde varkens aan het grazen.  11 En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende.   [11] Nu weidde daar tegen de berghelling een grote troep varkens*.  [11] Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen.   11 Nu is daar tegen de berg op een grote kudde biggen aan het weiden;   Mc 5:11- Or il y avait là, sur la montagne, un grand troupeau de porcs en train de paître.  

King James Bible . [11] Now there was there nigh unto the mountains a great herd of swine feeding.
Luther-Bibel . 11 Es war aber dort an den Bergen eine große Herde Säue auf der Weide.

Tekstuitleg van Mc 5,11 . Het vers Mc 5,11 telt 10 (2 X 5) woorden en 43 letters . De getalwaarde van Mc 5,11 is 3265 (5 X 653) .

1. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,40 . (5) Mc 5,42 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 5,34 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,40 .

3. ekei (daar, hier) . Taalgebruik in het N.T. : ekei (daar) . Taalgebruik in Mc : ekei (daar) . Ned. hier . Fr. ici . Mc (11) : (1) Mc 1,38 . (2) Mc 2,6 . (3) Mc 3,1 . (4) Mc 5,11 . (5) Mc 6,5 . (6) Mc 6,10 . (7) Mc 6,33 . (8) Mc 11,5 . (9) Mc 13,21 . (10) Mc 14,15 . (11) Mc 16,7 .

4. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .

5. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

1. - 6. STAP VOOR STAP !
- Mc 1,23 : kai euthus èn en tè(i) sunagôgè(i) (er onmiddellijk was er in de synagoge) .
- Mc 3,1 : kai èn ekei (en er was daar) .
Zie ook : Mc 1,13 : kai èn en tè(i) erèmô(i) (en hij was in de woestijn) .
en : Mc 5,11 : èn de ekei pros tô(i) horei (er was echter bij de berg) .

Mc 5,12 - Mc 5,12 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:12 kai parekalesan auton legontes pempson èmas eis tous choirous ina eis autous eiselthômen   12 et deprecabantur eum spiritus dicentes mitte nos in porcos ut in eos introeamus  12 En ze smeekten hem, zeggend: Stuur ons in de varkens, dat we in die binnengaan.  12 En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.   [12] Ze smeekten Hem: ‘Stuur ons naar die varkens om daarin te gaan.’  [12] De onreine geesten smeekten hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’  12 zij pleiten bij hem en zeggen: stuur ons naar die biggen, dat we bij hen binnenkomen!   Mc 5:12- Et les esprits impurs supplièrent Jésus en disant : " Envoie-nous vers les porcs, que nous y entrions. "  

King James Bible . [12] And all the devils besought him, saying, Send us into the swine, that we may enter into them.
Luther-Bibel . 12 Und die unreinen Geister baten ihn und sprachen: Lass uns in die Säue fahren!

Tekstuitleg van Mc 5,12 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. act. ind. aor. 3de p. mv. parekalesan van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Mc (1) : Mc 5,12 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .

3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

1. - 4. een vorm van parakaleô , gevolgd door een vorm van legô (zeggen) + hoti (dat) + directe rede .
- Mc 1,40 : parakalôn auton (hem ter hulp roepend) ... kai legôn autô(i) (en hem zeggend dat) + directe rede ..
- Mc 5,12 : kai parekalesan auton legontes (en zij drongen bij hem erop aan zeggende) + directe rede .
- Mc 5,23 : kai parakalei auton (en hij roept hem ter hulp) ... legôn hoti (zeggende dat) + directe rede .
In Mc 1,40 en Mc 5,23 gaat het om een verzoek aan Jezus om genezing . In Mc 5,12 gaat het om een verzoek van de onzuivere geest legioen om in de varkens te mogen gaan .

7. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

10. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,12 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,23 . (5) Mc 5,43 .

11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

Mc 5,13 - Mc 5,13 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:13 kai epetrepsen autois kai exelthonta ta pneumata ta akatharta eisèlthon eis tous choirous kai ôrmèsen è agelè kata tou krèmnou eis tèn thalassan ôs dischilioi kai epnigonto en tè thalassè 13 et concessit eis statim Iesus et exeuntes spiritus inmundi introierunt in porcos et magno impetu grex praecipitatus est in mare ad duo milia et suffocati sunt in mare  13 En hij stond het hun toe. En de onreine geesten gingen uit (en) gingen in de varkens, en de kudde stormde van de steile rand het meer in, ongeveer tweeduizend, en ze verdronken in het meer.  13 En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.   [13] Hij stond hun dat toe. De onreine geesten kwamen eruit en gingen de varkens in, en de troep stoof de helling af, het meer in, zo’n tweeduizend, en ze verdronken in het meer.  [13] Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water.  13 Dat staat hij hun toe. De onreine geesten gaan weg en komen binnen bij de biggen; dan stort de kudde zich de helling af de zee in, zo’n tweeduizend, en stikken ze in de zee.  Mc 5:13- Et il le leur permit. Sortant alors, les esprits impurs entrèrent dans les porcs et le troupeau se précipita du haut de l'escarpement dans la mer, au nombre d'environ deux mille, et ils se noyaient dans la mer.  

King James Bible . [13] And forthwith Jesus gave them leave. And the unclean spirits went out, and entered into the swine: and the herd ran violently down a steep place into the sea, (they were about two thousand;) and were choked in the sea.
Luther-Bibel . 13 Und er erlaubte es ihnen. Da fuhren die unreinen Geister aus und fuhren in die Säue, und die Herde stürmte den Abhang hinunter in den See, etwa zweitausend, und sie ersoffen im See.

Tekstuitleg van Mc 5,13 .

Mc 5,13.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,13.2. act. ind. aor. 3de pers. enk. epetrepsen (hij stond toe) van het werkw. epitrepô (overlaten, toevertrouwen) . Taalgebruik in het N.T. : epitrepô (overlaten, toevertrouwen) . Taalgebruik in Mc : epitrepô (overlaten, toevertrouwen) .
Mc (2) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 10,4 .

Mc 5,13.4. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,13.11. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach . Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

Mc 5,13.14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

16. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,33 . (5) Mc 5,34 . (6) Mc 5,35 .

Mc 5,13.18. kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in het N.T. : kata (tegen, volgens) . Taalgebruik in Mc : kata (tegen, volgens) .
Mc (9) : (1) Mc 4,10 . (2) Mc 5,13 . (3) Mc 6,40 . (4) Mc 7,5 . (5) Mc 11,25 . (6) Mc 13,8 . (7) Mc 14,19 . (8) Mc 14,55 . (9) Mc 15,6 .

Mc 5,13.19. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

Mc 5,13.21. eis (naar) . Taalgebruik in het N.T. : eis (naar) . Taalgebruik in Mc : eis (naar) . Voorzetsel van richting . Lat. in . Fr. vers (versus : gedraaid , gekeerd ; vertere : tourner , draaien) . E. for . Ned. naar . D. nach .
Mc (151) . Mc 5 (11) : (1) Mc 5,1 (2X) . (2) Mc 5,12 (2X : naar de varkens zenden - in de varkens binnengaan) . (3) Mc 5,13 (2X : in de varkens binnengaan - naar het meer) . (4) Mc 5,14 (2X : in de stad en in de velden) . (5) Mc 5,18 (in de boot inklimmen) . (6) Mc 5,19 (naar uw huis) . (7) Mc 5,21 (naar de overzijde) . (8) Mc 5,22 (heis = één) . (9) Mc 5,26 (naar het slechte gaan) . (10) Mc 5,34 . (11) Mc 5,38 (zij gaan naar het huis...) .

Mc 5,13.22. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

23. acc. vr. enk. thalassan van het zelfst. naamw. thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in het N.T. : thalassa (zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa (zee) .
Mc (9) (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 . (3) Mc 3,7 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,13 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 7,31 . (8) Mc 9,42 . (9) Mc 11,23 . In Mc 1 zijn er twee vormen van thalassa : (1) Mc 1,16 (dat. thalassh(i) . (2) Mc 1,16 (acc. thalassan) .

22. - 23. tèn thalassan (de zee) . Accusatief vr. enk bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord . Mc (9 / 9) .

21. - 23. eis tèn thalassan (naar de zee / het meer) . Mc (3) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 9,42 . (3) Mc 11,23 .

Mc 5,13.26. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,13.28. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

Mc 5,13.29. tè(i) . Taalgebruik : bepaald lidwoord . Datief vrouwelijk enkelvoud .

Mc 5,13.30. thalassè(i) (zee, meer) . Taalgebruik in het N.T. : thalassa (zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa (zee) . Datief vrouwelijk enkelvoud . Mc (4) : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 4,2 . (3) Mc 4,39 . (4) Mc 5,13 . Parallel : Mt 8,26 //  Mc 4,39 .

Mc 5,13.29. - 30. tè(i) thalassè(i) (de zee, het meer) . Datief vr. enk. In 11 ( / 13) verzen in het N.T. : Mt (2) . Mc (4) . Lc (1) . Br. (1) . Apk (3) . Niet Hnd en Br (-1)

Mc 5,13.28. - 30. en tè(i) thalassè(i) (in de zee, in het meer) . In negen verzen in het N.T. : (1) Mt 8,24 . (2) Mc 1,16 . (3) Mc 4,2 . (4) Mc 5,13 . (5) Lc 17,6 . (6) 1 Kor 10,2 . (7) Apk 8,9 . (8) Apk 16,3 . (9) Apk 18,19 . In 3 ( / 4) in Mc ; niet in Mc 4,39 .

Mc 5,14 - Mc 5,14 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:14 kai oi boskontes autous efugon kai apèggeilan eis tèn polin kai eis tous agrous kai èlthon idein ti estin to gegonos   14 qui autem pascebant eos fugerunt et nuntiaverunt in civitatem et in agros et egressi sunt videre quid esset facti 14 En zij die ze weidden  vluchtten en boodschapten (het) aan de stad en aan het platteland;   en ze kwamen orn te zien wat het was dat er gebeurd uas. 14 En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.   [14] En de varkenshoeders gingen ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen kwamen kijken wat er nu precies gebeurd was. 
[14] De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er was gebeurd.  
14 Die hen weiden, vluchten en doen er kond van in de stad en op de akkers; daarvandaan komen ze zien wat het is dat is geschied.   Mc 5:14- Leurs gardiens prirent la fuite et rapportèrent la nouvelle à la ville et dans les fermes ; et les gens vinrent pour voir qu'est-ce qui s'était passé.  

King James Bible . [14] And they that fed the swine fled, and told it in the city, and in the country. And they went out to see what it was that was done.
Luther-Bibel . 14 Und die Sauhirten flohen und verkündeten das in der Stadt und auf dem Lande. Und die Leute gingen hinaus, um zu sehen, was geschehen war,

Tekstuitleg van Mc 5,14 . Het vers Mc 5,14 telt 22 (2 X 11) woorden en 100 (2 X 2 X 5 X 5) letters . De getalwaarde van Mc 5,14 is 9387 (3 X 3 X 7 X 149) .

Mc 5,14.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,14.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

8. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

Mc 5,14.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

17. inf. aor. idein (zien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir .
Mc (2) : (1) Mc 5,14 . (2) Mc 5,32 .

20. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,15 - Mc 5,15 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:15 kai erchontai pros ton Ièsoun kai theôrousin ton daimonizomenon kathèmenon imatismenon kai sôfronounta ton eschèkota ton legiôna kai efobèthèsan 15 et veniunt ad Iesum et vident illum qui a daemonio vexabatur sedentem vestitum et sanae mentis et timuerunt  En zij kwamen bij Jezus ,  en zagen de bezetene zitten , gekleed en bij zijn verstand , hij die het Legioen had gehad en ze werden bevreesd . 15 En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.   [15] Ze kwamen bij Jezus, en zagen toen de bezetene zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, de man die in de macht van Legio was geweest, en ze werden met ontzag vervuld.   [15] Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen.  15 Als ze bij Jezus komen aanschouwen ze de door demonen bezetene: hij zit neer, gekleed en bij zinnen, hij die het legioen in zich gehad heeft, en vreze bevangt hen  Mc 5:15- Ils arrivent auprès de Jésus et ils voient le démoniaque assis, vêtu et dans son bon sens, lui qui avait eu la Légion, et ils furent pris de peur.

Bible de Jérusalem . 15. Ils arrivent auprès de Jésus et ils voient le démoniaque assis, vêtu et dans son bon sens, lui qui avait eu la Légion, et ils furent pris de peur.
King James Bible . And they come to Jesus, and see him that was possessed with the devil, and had the legion, sitting, and clothed, and in his right mind: and they were afraid.
Luther-Bibel . 15 und kamen zu Jesus und sahen den Besessenen, wie er dasaß, bekleidet und vernünftig, den, der die Legion unreiner Geister gehabt hatte; und sie fürchteten sich.

Tekstuitleg van Mc 5,15 . Dit vers Mc 5,15 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 123 letters . De getalwaarde van Mc 5,15 is 12751 (41 X 311) .

Mc 5,15.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und.
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,15.2. Ind. pr. 3de pers. mv. erchontai (zij gaan) van het werkw. erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) .
Mc (12) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,35 . (5) Mc 5,38 . (6) Mc 8,22 . (7) Mc 10,46 . (8) Mc 11,15 . (9) Mc 11,27 . (10) Mc 12,18 . (11) Mc 14,32 . (12) Mc 16,2 . In 4 gevallen gaan mensen naar Jezus toe : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 12,18 .
Er is een opmerkelijke overeenkomst tussen Mc 5,15 en Mc 16,2 . In Mc 5 is het duivellegioen uitgedreven en heeft het zich in het meer gestort . Het is verslagen . Wat rest er nog ? In Mc 16 werd Jezus gedood . Wat rest nog van hem ? In Mc 5 gaan de mensen , die van dit gebeuren gehoord hebben , naar Jezus . In Mc 16 gaan de vrouwen na de sabbat na de begrafenis van Jezus naar het graf .
- Mc 5,15 : erchontai pros ton Ièsoun (zij gaan naar Jezus) .
- Mc 16,2 : erchontai epi to mnèmeion (zij gaan op het graf) .

Mc 5,15.3. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) .
Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .

Mc 5,15.2. - 3. erchontai pros (zij gaan naar) . Mc (3) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 11,27 .

Mc 5,15.4. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,15.5. acc. mann. enk. Ièsoun (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (11) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 6,30 . (4) Mc 9,8 . (5) Mc 10,50 . (6) Mc 11,7 . (7) Mc 14,53 . (8) Mc 14,60 . (9) Mc 15,1 . (10) Mc 15,15 . (11) Mc 16,6 .
Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

Mc 5,15.3. - 5. pros ton Ièsoun (naar Jezus) . Mc (5) : (1) Mc 5,15 . (2) Mc 6,30 . (3) Mc 10,50 . (4) Mc 11,7 . (5) Mc 11,27 .

Mc 5,15.2. - 5. erchontai pros ton Ièsoun (zij gaan naar Jezus) . Slechts in Mc 5,15 in het N.T. .

Mc 5,15.6. kai (en) .Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,15.7. theôrousin (zij zien). Actief indicatief praesens 3de persoon meervoud, zie theôreô (zien, kijken), zie Mc 16,4 . In 2 verzen bij Marcus: (1) Mc 5,15 . (2) Mc 16,4 . Tussen Mc 5,15-20 en Mc 16,1-8 zijn er heel wat overeenkomsten. Na erchontai (zij gaan) in Mc 16,2 is theôrousin (zij zien) in Mc 16,4 het 2de hoofdwerkwoord in de tegenwoordige tijd. In Mc 5,15 volgen erchontai (zij gaan) en theôrousin (zij zien) elkaar op in 2 nevenschikkende zinnen.

Mc 5,15.8. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,15.10. kathèmenon (gezeten) . Taalgebruik : kathèmai (zich zetten, gaan zitten, zitten) , zie Mt 28,2 en Mc 16,5 . Participium praesens accusatief mannelijk enkelvoud van het werkwoord kathèmai (zich zetten, zitten) . In zeventien verzen in de bijbel . In zeven verzen in het O.T. . In tien verzen in het N.T. . In vier verzen bij Marcus : (1) Mc 2,14 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 14,62 . (4) Mc 16,5 .

Mc 5,15.11. himatismenon (gekleed) komt slechts in 2 verzen in de bijbel voor ; in Mc 5,15 en in de paralleltekst Lc 9,35 .

Mc 5,15 Mc 16,1-8
kai erchontai pros... (en zij gaan naar...)

Mc 16,2 : erchontai epi (en zij gaan op...

kai theôrousin (en zij zien) Mc 16,4 : theorousin (zij zien)...
ton daimonizomenon (de bezetene) Mc 16,5 : eidon neaniskon (zij zagen) een jongeling
kathèmenon (gezeten) kathèmenon en tois dexiois (gezeten aan de rechterkant)
imatismenon (gekleed) ... peribeblèmenos  stolèn leukèn (een wit gewaad om zich heen geslagen)
kai efobèthèsan (en zij werden bevreesd) kai exethambèthèsan (en zij
143. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mt 8,28-34 - Mc 5,1-20 - 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis : Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12

Mc 5,15.12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,15.16. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,15.18. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,15.19. ind. aor. 3de pers. mv. efobèthèsan (zij vreesden) van het werkw. fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het N.T. : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in Mc : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) .
Mc (3) : (1) Mc 4,41 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 12,12 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Mc in 12 verzen : (1) Mc 4,41 . (2) Mc 5,15 . (3) Mc 5,33 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 6,20 . (6) Mc 6,50 . (7) Mc 9,32 . (8) Mc 10,32 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 11,32 . (11) Mc 12,12 . (12) Mc 16,8 .

Mc 5,16 - Mc 5,16 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:16 kai diègèsanto autois oi idontes pôs egeneto tô daimonizomenô kai peri tôn choirôn  16 et narraverunt illis qui viderant qualiter factum esset ei qui daemonium habuerat et de porcis  16 En degenen die het gezien hadden, verhaalden hun hoe dit aan de bezetene gebeurd was, en ook omtrent de varkens.  16 En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.   [16] Ooggetuigen vertelden hun hoe het met de bezetene was gegaan en ook over de varkens. [16] Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd.  . 16 Die het hebben gezien verhalen aan hen hoe is geschied aan de eens door demonen bezetene, en over de biggen.  Mc 5:16- Les témoins leur racontèrent comment cela s'était passé pour le possédé et ce qui était arrivé aux porcs.  

King James Bible . [16] And they that saw it told them how it befell to him that was possessed with the devil, and also concerning the swine.
Luther-Bibel . 16 Und die es gesehen hatten, erzählten ihnen, was mit dem Besessenen geschehen war und das von den Säuen.

Tekstuitleg van Mc 5,16 .

Mc 5,16.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,16.6. pôs (hoe) . Taalgebruik in het N.T. : pôs (hoe) . Taalgebruik in Mc : pôs (hoe) . Vragend of onbepaald voornaamw. van wijze .
Mc (14) . Mc 5 (1) : Mc 5,16 .

Mc 5,16.8. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

Mc 5,16.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

11. peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Mc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Voorzetsel .
Mc (22) . Mc 5 (2) : (1) Mc 5,16 . (2) Mc 5,27 .

12. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

Mc 5,17 - Mc 5,17 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:17 kai èrxanto parakalein auton apelthein apo tôn oriôn autôn  17 et rogare eum coeperunt ut discederet de finibus eorum   17 En ze begonnen hem te smeken om uit hun gebied weg te gaan.  17 En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.   [17] Toen smeekten ze Hem uit hun gebied weg te gaan.  [17] Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten.   17 Dan beginnen ze bij hem te pleiten dat hij weggaat uit hun gebied.   Mc 5:17- Alors ils se mirent à prier Jésus de s'éloigner de leur territoire.  

King James Bible . [17] And they began to pray him to depart out of their coasts.
Luther-Bibel . 17 Und sie fingen an und baten Jesus, aus ihrem Gebiet fortzugehen.

Tekstuitleg van Mc 5,17 . Het vers Mc 5,17 telt 9 (3 X 3) woorden en 49 (7 X 7) letters . De getalwaarde van Mc 5,17 is 5811 (3 X 13 X 149) .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. ind. aor. 3de pers. mv. èrxanto (zij begonnen) van het werkw. archomai (beginnen) . Taalgebruik in het N.T. : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) . Taalgebruik in Mc : archomai (beginnen, aanvangen, heersen) .
Mc (8) : (1) Mc 2,23 .   (2) Mc 5,17 . (3) Mc 6,55 . (4) Mc 8,11 . (5) Mc 10,41 . (6) Mc 14,19 . (7) Mc 14,65 . (8) Mc 15,18 .

3. inf. pr. parakalein . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Mc (1) : Mc 5,17 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .

4. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

5. inf. aor. apêlthein van het werkw. aperchomai (af-gaan, weg-gaan) . Taalgebruik in het N.T. : aperchomai (weggaan) . Taalgebruik in Mc : aperchomai (weggaan) .
Mc (2) : (1) Mc 5,17 . (2) Mc 9,43 .

6. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 .

7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

8. gen. onz. mv. horiôn van het zelfst. naamw. horion (gebied) . Taalgebruik in het N.T. : horion (gebied) . Taalgebruik in Mc : horion (gebied) .
Mc (2) : (1) Mc 5,17 . (2) Mc 7,31 .

9. voornaamw. gen. mv. autôn van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (37) . Mc 5 (1) : Mc 5,17 .

4. - 9.
- Mc 5,17 : apelthein apo tôn horiôn autôn = wegaan van hun gebied . Een vorm van het werkw. ap-erchomai (weggaan) + voorzetsel apo (van) .
- Mc 7,31 : exelthôn ek tôn horiôn Turou = weggegaan uit het gebied van Tyrus . Een vorm van het werkw. ex-erchomai (uitgaan) + voorzetsel ek (uit) .

Mc 5,18 - Mc 5,18 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:18 kai embainontos autou eis to ploion parekalei auton o daimonistheis ina met autou è   18 cumque ascenderet navem coepit illum deprecari qui daemonio vexatus fuerat ut esset cum illo  18 En toen hij in de boot stapte, smeekte hem de bezetene dat hij met hem mocht zijn.   18 En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.  [18] Toen Hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest, of hij met Hem mee mocht.   [18] Toen hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij hem te mogen blijven.  18 Als hij in de boot stapt bepleit de eens door demonen bezetene bij hem dat hij bij hem mag blijven.   Mc 5:18- Comme il montait dans la barque, l'homme qui avait été possédé le priait pour rester en sa compagnie.  

King James Bible . [18] And when he was come into the ship, he that had been possessed with the devil prayed him that he might be with him.
Luther-Bibel . 18 Und als er in das Boot trat, bat ihn der Besessene, dass er bei ihm bleiben dürfe.

Tekstuitleg van Mc 5,18 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. actief part. praes. gen. mann. enk. embainontos (terwijl hij instapt) van het werkwoord embainô (inklimmen) . Taalgebruik in het N.T. : embainô (inklimmen) . Taalgebruik in Mc : embainô (inklimmen) .

3. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

5. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

4. - 6. eis to ploion (in de boot) : (1) Mc 4,37 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) Mc 6,51 . (5) Mc 8,10 . In vier verzen in combinatie met een vorm van embainô (inklimmen) : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 6,45 . (4) (5) Mc 8,10 . In Mc 6,51 in combinatie met een vorm van anabainô (omhoogklimmen) .

7. act. ind. imp. 3de p. enk. parekalei van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) .
Mc (2) : (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,18 . Een vorm van parakaleô (ter hulp roepen, aandringen) in Mc (9) wordt telkens gevolgd door auton (hem) waarmee Jezus is bedoeld .
In Mc 5,12 vraagt de onreine geest om hem niet buiten de streek te sturen . En Jezus staat het toe . In Mc 5,18 vraagt de genezene om mee te gaan , maar Jezus staat het hem niet toe , maar stuurt hem terug naar het dorp .

8. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

9. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

11. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,12 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,23 . (5) Mc 5,43 .

14. è(i) . bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,33 . (5) Mc 5,34 . (6) Mc 5,35 .

Mc 5,19 - Mc 5,19 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:19 kai ouk afèken auton alla legei autô upage eis ton oikon sou pros tous sous kai apaggeilon autois osa o kurios soi pepoièken kai èleèsen se 19 et non admisit eum sed ait illi vade in domum tuam ad tuos et adnuntia illis quanta tibi Dominus fecerit et misertus sit tui   19 En hij stond het hem niet toe, maar zei hem: Ga heen naar uw huis bij de uwen eri boodschap hun al wat de Heer voor u gedaan heeft en dat hij zich over u erbarmd heeft .  19 Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.  [19] Hij vond het niet goed, maar zei hem: ‘Ga naar huis, naar uw familie, en vertel hun wat de Heer voor u gedaan heeft en hoe Hij zich over u heeft ontfermd.’   [19] Dat stond hij hem niet toe, maar hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe hij zich over u heeft ontfermd.’   19 En daarin laat hij hem niet vrij, nee, hij zegt tot hem: ga heen, naar je huis, tot jouw mensen, en verkondig hun hoeveel de Heer aan jou heeft gedaan en hoezeer hij zich over jou heeft ontfermd! Mc 5:19- Il ne le lui accorda pas, mais il lui dit : " Va chez toi, auprès des tiens, et rapporte-leur tout ce que le Seigneur a fait pour toi dans sa miséricorde. "  

King James Bible . [19] Howbeit Jesus suffered him not, but saith unto him, Go home to thy friends, and tell them how great things the Lord hath done for thee, and hath had compassion on thee.
Luther-Bibel . 19 Aber er ließ es ihm nicht zu, sondern sprach zu ihm: Geh hin in dein Haus zu den Deinen und verkünde ihnen, welch große Wohltat dir der Herr getan und wie er sich deiner erbarmt hat.

Tekstuitleg van Mc 5,19 . Het vers Mc 5,19 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 118 (2 X 59) letters . De getalwaarde van Mc 5,19 is 12318 (2 X 3 X 2053)

Mc 5,19.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,19.4. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,19.6. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .

Mc 5,19.6. - 7. legei autô(i) (hij / zij zei hem) . Mc (12) : (1) Mc 1,41 . (2) Mc 1,44 . (3) Mc 2,14 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 7,28 . (6) Mc 7,34 . (7) Mc 8,29 . (8) Mc 10,51 . (9) Mc 11,21 . (10) Mc 13,1 . (11) Mc 14,30 . (12) Mc 14,61 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,19.13. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .

Mc 5,19.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,19.20. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

Mc 5,19.22. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .

Mc 5,19.24. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Duality

- Mc 2,11 : hupage eis ton oikon sou = ga naar huis (genezing van een lamme) .
- Mc 5,19 : hupage eis ton oikon sou = ga naar huis (genezing van een bezetene) .

- Mc 5,19 : kai apaggeilon autois hosa o kurios soi pepoièken = en verkondig hun hoeveel de Heer voor jou heeft gedaan .
- Mc 5,20 : kai èrxato kèrussein ... hosa epoièsen autôi ho ièsous = en hij begon te verkondigen hoeveel Jezus voor hem deed .

Mc 5,20 - Mc 5,20 : 66. Twee bezetenen van Gadara van de demonen bevrijd : Mc 5,1-20 - Mt 8,28-34 - Lc 8,26-39 -- bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,1 - Mc 5,2 - Mc 5,3 - Mc 5,4 - Mc 5,5 - Mc 5,6 - Mc 5,7 - Mc 5,8 - Mc 5,9 - Mc 5,10 - Mc 5,11 - Mc 5,12 - Mc 5,13 - Mc 5,14 - Mc 5,15 - Mc 5,16 - Mc 5,17 - Mc 5,18 - Mc 5,19 - Mc 5,20 - Mc 5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:20 kai apèlthen kai èrxato kèrussein en tèi dekapolei hosa epoièsen autôi ho ièsous kai pantes ethaumazon 20 et abiit et coepit praedicare in Decapoli quanta sibi fecisset Iesus et omnes mirabantur  20 En hij ging heen en begon in de Dekapolis   20 En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen. [20] Hij ging weg en begon in de Dekapolis* te verkondigen al wat Jezus voor hem gedaan had, en allen waren verwonderd . [20] De man ging weg en maakte in Dekapolis bekend wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd.  20 Hij gaat weg en vangt aan in het Tienstedengebied te prediken hoeveel Jezus aan hem heeft gedaan; en allen zijn verwonderd geweest. Mc 5:20- Il s'en alla donc et se mit à proclamer dans la Décapole tout ce que Jésus avait fait pour lui, et tout le monde était dans l'étonnement.

King James Bible . [20] And he departed, and began to publish in Decapolis how great things Jesus had done for him: and all men did marvel.
Luther-Bibel . 20 Und er ging hin und fing an, in den Zehn Städten auszurufen, welch große Wohltat ihm Jesus getan hatte; und jedermann verwunderte sich.

Tekstuitleg van Mc 5,20 . Het vers Mc 5,20 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 82 (2 X 41) letters . De getalwaarde van Mc 5,20 is 6743 (11 X 613) .

In Mc 5,20 wordt de reactie van de genezene gegeven en de houding van hen die zijn getuigenis horen .
Op het einde van het eerste hoofdstuk , van de succes-story van Jezus , getuigde de genezen melaatse over Jezus (Mc 1,45) . Op het einde van dit verhaal , getuigt de genezene over Jezus (Mc 5,20) . Zo krijgen we twee getuigenissen : dat van een jood en dat van een heiden .

- Mc 5,19 : kai apaggeilon autois osa o kurios soi pepoièken = en verkondig hun hoeveel de Heer voor jou heeft gedaan .
- Mc 5,20 : kai èrxato kèrussein ... hosa epoièsen autôi ho ièsous = en hij begon te verkondigen hoeveel Jezus voor hem deed .
De bijzin van Mc 5,19 en Mc 5,20 vertoont een omarmingsstructuur ; Mc 5,19 : lijdend voorwerp , onderwerp , meewerkend voorwerp , werkwoord . Mc 5,20 : lijdend voorwerp , werkwoord , meewerkend voorwerp , onderwerp . Het meewerkend voorwerp is in beide verzen een voornaamwoord . Dat staat het dichtst bij het werkwoord ; ervoor of erna al naargelang de structuur van de zin .

Mc 5,20.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. Indicatief praesens 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt) van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) .
Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 .
In Mc 1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc 5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar .

1. - 2. kai erchetai (en hij gaat, en hij komt) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . N.T. : N.T. (13) . Mt (2) . Mc (6) . Lc (2) . Joh (3) . Bij het begin van het vers (6) : (1) Mc 1,40 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,31 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 14,37 . (6) Mc 14,41 .

3. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

- èrxato (hij begon) , zie Mc 1,45 : Bij Marcus: (1) Mc 1,45 (kèrussein = verkondigen) . (2) Mc 4,1 (didaskein = leraren) . (3) Mc 5,20 (kèrussein = verkondigen) . (4) Mc 6,2 (didaskein = leraren) . (5) Mc 6,7 (apostellein = zenden) . (6) Mc 6,34 (didaskein = leraren) . (7) Mc 8,31 (didaskein = leraren) . (8) Mc 8,32 (epitiman = opripsen) . (9) Mc 10,28 (legein = zeggen) . (10) Mc 10,32 (legein = zeggen) . (11) Mc 10,47 (legein = zeggen) . (12) Mc 11,15 (ekballein = buitenwerpen) . (13) Mc 12,1 (lalein = praten) . (14) Mc 13,5 (legein = zeggen) . (15) Mc 14,33 (ekthambeisthai = huiveren) . (16) Mc 14,69 (legein = zeggen) . (17) Mc 14,71 (anathematizein = zweren) . (18) Mc 15,8 (aiteisthai = vragen, eisen) .

12. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

13. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Het is de 3de maal dat Marcus èrxato (hij begon) gebruikt en het is de 2de maal dat hij èrxato kèrussein (hij begon te getuigen) gebruikt. Ook deze tweede maal is een genezene die begint te getuigen. In Mc 1,45 begon een genezene te getuigen in een stad in het gebied van Galilea. De getuige moet zich laten zien aan de priesters. Het is dus een joodse gelovige. In Mc 5,20 getuigt een genezene uit het heidens gebied Dekapolis. èrxato kèrussein (hij begon te getuigen) komt slechts in deze twee teksten voor. Samen geven ze een totaliteit weer : joden en heidenen.

71. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter : Mt 9,18-26 - Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -

1. aantal woorden 2. aantal letters 3. aantal lettergrepen 4. getalwaarde 5. kai (en) 6. de (echter) 7. nevenschikkende hoofdzinnen 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) 9. participiumzinnen

  Mc 5,21 Mc 5,22 Mc 5,23 Mc 5,24 Mc 5,35 Mc 5,36 Mc 5,37 Mc 5,38 Mc 5,39 Mc 5,40 Mc 5,41 Mc 5,42 Mc 5,43 totaal
                           
                           
                           
                           
5     28 
6                      
36 
                   
      13 

- 11 / 13 zinnen beginnen met kai (en) .

1. aantal woorden 2. aantal letters 3. aantal lettergrepen 4. getalwaarde 5. kai (en) 6. de (echter) 7. nevenschikkende hoofdzinnen 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) 9. participiumzinnen

  Mc 5,25 Mc 5,26 Mc 5,27 Mc 5,28 Mc 5,29 Mc 5,30 Mc 5,31 Mc 5,32 Mc 5,33 Mc 5,34
                   
                   
                   
                   
                   
                   
                   
                   
                   

 

1. de vrouw 2. de bloedvloeiïng 3. Jezus 4. de leerlingen 5. Jezus 6. de vrouw 7. Jezus
Mc 5,25-28 Mc 5,29 Mc 5,30 Mc 5,31 Mc 5,32 Mc 5,33 Mc 5,34
kai gunè (en een vrouw)  kai euthus exèranthè hè pègè tou haimatos autès (en onmiddellijk werd haar bloedvloeiïng uitgedroogd)   kai euthus ho Ièsous epignous (en onmiddellijk wist Jezus...)  kai elegon hoi mathètai autou (en zijn leerlingen zeiden)   kai perieblepeto (en hij keek rond)   hè de gunè (de vrouw echter)   ho de eipen autèi (hij echter zei haar) 

Mc 5,25-26 : 7X een participium nominatief vrouwelijk enkelvoud; 1. -ousa 2. -ousa 3.-sasa 4. -eisa 5. ousa 6. -sasa 7. ousa. Begin kai (en) en erop 3X kai (en).

Mc 5,21 - Mc 5,21 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Kai diaperasantos tou Ièsou en tôi ploiôi palin eis to peran sunèchthè ochlos polus ep'auton, kai èn pâra tèn thalassan et cum transcendisset Iesus in navi rursus trans fretum convenit turba multa ad illum et erat circa mare En toen Jezus weer overgestoken was (in de boot) naar de overkant, verzamelde zich een grote volksmenigte bij hem, en hij was langs het meer.   Toen Jezus weer met de boot overgestoken was stroomde veel volk bij Hem samen. Terwijl Hij Zich aan de oever van het meer bevond, Toen* Jezus weer met de boot naar de overkant gegaan was, verzamelde zich een grote menigte bij Hem. Dat was aan het meer.   Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij hem, en hij bleef aan het meer.   Als Jezus in de boot weer oversteekt naar de overkant, verzamelt zich een grote schare bij hem, nu hij daar is, bij de zee. Mc 5:21- Lorsque Jésus eut traversé à nouveau en barque vers l'autre rive, une foule nombreuse se rassembla autour de lui, et il se tenait au bord de la mer.

King James Bible . [21] And when Jesus was passed over again by ship unto the other side, much people gathered unto him: and he was nigh unto the sea.
Luther-Bibel . 21 Und als Jesus wieder herübergefahren war im Boot, versammelte sich eine große Menge bei ihm, und er war am See.

Tekstuitleg van Mc 5,21 . Dit vers Mc 5,21 telt 21 (3 X 7) woorden en 94 (2 X 47) letters . De getalwaarde van Mc 5,21 is 10720 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 5 X 67) .

- Mc 4,35 : dielthômen eis to peran (laten we doorgaan naar de overzijde) . UITNODIGING . Naar de oostkant van het meer .
- Mc 5,1 : kai èlthon eis to peran tès thalassès eis tèn chôran tôn gerasènôn ( en zij gingen naar de overzijde van het meer naar de streek van de Gerasenen) . UITVOERING .
- Mc 5,21 : kai diaperasantos tou ièsou en tô(i) ploiô(i) palin eis to peran (en nadat Jezus in (met) de boot opnieuw naar de overzijde was doorgestoken) . Terug naar de westkant van het meer .

Mc 5,21.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,21.2. act. part. aor. gen. mann. enk. diaperasantos van het werkw. diaperaô (oversteken, doortrekken) . Taalgebruik in het N.T. : diaperaô (oversteken, doortrekken) . Taalgebruik in Mc : diaperaô (oversteken, doortrekken) . Mc (1) : Mc 5,21 . Nog één andere vorm in Mc : act. part. aor. nom. mann. mv. diaperasantes (overgestoken) : Mc 6,53 .

Mc 5,21.3. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

Mc 5,21.4. gen. mann. enk. Ièsou (Jezus) van de eigennaam . Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Hebr. Jëhôsju`a (JHWH redt) . Mc (6) : (1) Mc 1,1 (gen.) . (2) Mc 5,21 (gen.) . (3) Mc 5,27 (gen.) . (4) Mc 14,55 (gen.) . (5) Mc 14,67 (gen.) . (6) Mc 15,43 (gen.) .

Mc 5,21.2. - 4. diaperasantos tou Ièsou (nadat Jezus was overgestoken - naar de overzijde) . Losse genitief . Enkel in dit vers Mc 5,21 in Mc staat Jezus in een losse genitief.

Mc 5,21.5. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

Mc 5,21.6. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

7. dat. onz. enk. ploiô(i) van het zelfst. naamw. ploion (boot) . Taalgebruik in het N.T. : ploion (boot) . Taalgebruik in Mc. : ploion (boot) . N. vloot . L. navis . N. boot . E. ship . D. Boot .
Met een voorzetsel : 14 / 16 . Zonder voorzetsel : 2 / 16 . Met eis = naar (6 / 7) , ek = uit (2 / 2) , en = in (6 / 6) . De verhalen rond de boot kunnen we in drie groepen indelen .
- De eerste groep situeert zich rond de roeping van de eerste leerlingen (Mc 1,19-20) : (2) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 .
- de tweede groep rond Mc 4,1-5,21 met het verhaal van de stormstilling (Mc 4,35-41) : (6 , 7X) : (1) Mc 4,1 (eis ploion = in een boot) . (2) Mc 4,36 (en tô(i) ploiô(i) (in de boot) + (alla ploia = de andere boten) . (3) Mc 4,37 (eis to ploion (tegen de boot) . (4)  Mc 5,2 (ek tou ploiou = uit de boot) . (5)  Mc 5,18 (eis to ploion = in de boot) . (6) Mc 5,21 (en tô(i) ploiô(i) = in de boot) .
Bij Mc in de 6 verzen : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 . (3)  Mc 4,36 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,32 . (6)  Mc 8,14 .

5. - 7. en tô(i) ploiô(i) (in de boot) . Bij Mc in de 6 verzen : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 1,20 . (3)  Mc 4,36 . (4) Mc 5,21 . (5) Mc 6,32 . (6)  Mc 8,14 .

8. palin (opnieuw) . Taalgebruik in het N.T. : palin (opnieuw) . Taalgebruik in Mc : palin (opnieuw) . Fr. de nouveau . E. again . Ned. opnieuw .
Mc (26) . Mc 5 (1) : Mc 5,21 . In Mc 5,21 wordt het voor de 6de maal gebruikt . Mc 5,21 staat bij de uitdrukking eis to peran (naar de overzijde) . Terug naar de westkant van het meer .

10. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,21.9. - 11. eis to peran (naar de overzijde) . Mc (5) . (1) Mc 4,35 . (2) Mc 5,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,45 . (5) Mc 8,13 .

 

Mc 5,21.12. mediaal. aor. 3de pers. enk. mv.  sunèchtè (het verzamelde zich) van het werkw. sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in het N.T. : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in Mc : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Deze vorm in Mc slechts in Mc 5,21 . Een vorm van sunagô (verzamelen) in Mc in 5 verzen : (1) Mc 2,2 . (2) Mc 4,1 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 6,30 . (5) Mc 7,1 . Telkens wordt er rond Jezus verzameld .

Mc 5,21.13. zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk .
Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 12,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .

Mc 5,21.16. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,21.12.. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,21 : sunèchthè ochlos polus = verzamelde zich een grote menigte .
- Mc 4,1 : kai sunagetai pros auton ochlos pleistos = en een zeer grote menigte verzamelde zich bij hem .
In Mc 4,1 verzamelde zich een zeer grote menigte bij Jezus langs de rechteroever van het meer van Galilea . In Mc 5,21 verzamelde zich een grote menigte (opnieuw) aan de rechteroever van het meer nadat Jezus (en zijn leerlingen) was teruggekomen van een oversteken naar de andere oever .

Mc 5,21.4. gen. mann. enk. Ièsou (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

Mc 5,21.17. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,21.18. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,40 . (5) Mc 5,42 .

Mc 5,21.19. para (langs) . Taalgebruik in het N.T. : para (langs) . Taalgebruik in Mc : para (langs) .
Mc (11) . para in Mc 5 (1) : Mc 5,21 . par' in Mc 5 (1) : Mc 5,26 .
Mc (11) . (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 . (3) Mc 4,1 . (4) Mc 4,4 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 10,27 . (8) Mc 10,46 . (9) Mc 12,2 . (10) Mc 12,11 . (11) Mc 14,43 .
- para + gen. (vanwege) : (1) Mc 10,27 . (2) Mc 12,2 . (3) Mc 12,11 . (4 Mc 14,43 .
- para + acc. + plaatsbepaling (3X tèn hodon = langs de weg : (1) Mc 4,4 . (2) Mc 4,15 . (3) Mc 10,46 . 4X tèn thalassan = langs het meer : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 . (3) Mc 4,1 . (4) Mc 5,21 .
-- 2X bij een roepingsverhaal : (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 .
-- 2X bij woord en daad van Jezus : (1) Mc 4,1 . (2) Mc 5,21 . Beide verzen spelen zich af op de westelijke oever van het meer . Tussen beide ligt de oversteek naar de overzijde en terug . para (langs) .

Mc 5,21.20. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

Mc 5,21.21. acc. vr. enk. thalassan van het zelfst. naamw. thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in het N.T. : thalassa (zee) . Taalgebruik in Mc : thalassa (zee) .
Mc (9) (1) Mc 1,16 . (2) Mc 2,13 . (3) Mc 3,7 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,13 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 7,31 . (8) Mc 9,42 . (9) Mc 11,23 .

Mc 5,21.20. - 21. tèn thalassan (de zee) . Accusatief vr. enk bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord . Mc (9 / 9) .

- palin (opnieuw) . In 26 verzen bij Marcus, zie Mc 2,1 . Het is de 6de maal dat palin (opnieuw) door Marcus gebruikt wordt.
- eis to peran (naar de overzijde) Mc 5,21 , verwijst naar eis to peran (naar de overkant) van Mc 4,35 . Mc 4,35 - Mc 4,35-41 . De Taalgebruik wordt aangegeven door palin, zie
- Linken tussen ochlos (menigte)(Mc 5,21), oikos (huis) (Mc 5,38) en ekeithen (vanaf hier) (Mc 6,1). Zie ook linken tussen het volk (ochlos) (Mc 7,14), huis (oikos) (Mc 7,17) en vanaf hier (ekeithen) (Mc 7,24). Zie ook linken tussen menigte (ochlos Mc 9,25) , huis (oikon Mc 9,28) en vanaf hier (kakeithen Mc 9,30) .

Mc 5,22 - Mc 5,22 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:22 kai erchetai eis tôn archisunagôgôn onomati iairos kai idôn auton piptei pros tous podas autou  22 et venit quidam de archisynagogis nomine Iairus et videns eum procidit ad pedes eius    22 En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jaïrus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,  [21] Toen* Jezus weer met de boot naar de overkant gegaan was, verzamelde zich een grote menigte bij Hem. Dat was aan het meer. [22] Daar kwam Jaïrus aan, een van de synagogebestuurders. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich aan zijn voeten   [22] Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer.  22 Er komt een van de synagoge–oversten aan, wiens naam is Jaïrus, en als hij hem ziet valt hij neer voor zijn voeten,   Mc 5:22- Arrive alors un des chefs de synagogue, nommé Jaïre, qui, le voyant, tombe à ses pieds  

King James Bible . [22] And, behold, there cometh one of the rulers of the synagogue, Jairus by name; and when he saw him, he fell at his feet,
Luther-Bibel . 22 Da kam einer von den Vorstehern der Synagoge, mit Namen Jaïrus. Und als er Jesus sah, fiel er ihm zu Füßen

Tekstuitleg van Mc 5,22 .

Mc 5,22.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,22.2. indicatief praes. 3de persoon enkelvoud erchetai (hij gaat, hij komt) van het werkwoord erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (16) : (1) Mc 1,7 . (2) Mc 1,40 . (3) Mc 3,20 . (4) Mc 3,31 . (5) Mc 4,15 . (6) Mc 4,21 . (7) Mc 5,22 . (8) Mc 6,1 . (9) Mc 6,48 . (10) Mc 10,1 . (11) Mc 13,35 . (12) Mc 14,17 . (13) Mc 14,37 . (14) Mc 14,41 . (15) Mc 14,66 . (16 ) Mc 15,36 .
In Mc 1,40 komt een zieke naar Jezus . In Mc 5,22 gaat een synagoge-overste om genezing vragen voor zijn dienaar .

Mc 5,22.4. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

Mc 5,22.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

9. act. part. aor. nom. mann. enk. idôn (gezien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir . Mc (12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,6 . (3) Mc 5,22 . (4) Mc 6,48 . (5) Mc 8,33 . (6) Mc 9,20 . (7) Mc 9,25 . (8) Mc 10,14 . (9) Mc 11,13 . (10) Mc 12,28 . (11) Mc 12,34 . (12) Mc 15,39 .

8. - 9. kai idôn (en gezien) . Mc (5 / 12) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 5,22 . (3) Mc 8,33 . (4) Mc 9,20 . (5) Mc 11,13 .

Mc 5,22.10. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,22.12. voorzetsel pros (naar, bij) + acc. . Taalgebruik in het N.T. : pros (naar, bij) . Taalgebruik in Mc : pros (naar, bij) . Mc (4) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,15 (pros ton Ièsoun = naar Jezus) . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,22 .

Mc 5,22.15. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

Mc 5,23 - Mc 5,23 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:23 kai parakalei auton polla legôn oti to thugatrion mou eschatôs echei ina elthôn epithès tas cheiras autè ina sôthè kai zèsè  23 et deprecabatur eum multum dicens quoniam filia mea in extremis est veni inpone manus super eam ut salva sit et vivat    23 En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.  [23] en smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochtertje is doodziek. Kom mee en leg haar de handen op, zodat ze gered wordt en in leven blijft.’ [23] Hij smeekte hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’   23 en pleit dringend bij hem, zeggend: mijn dochtertje ligt op haar uiterste,– dat u komt en haar de handen oplegt, opdat zij gered wordt en leeft!   Mc 5:23- et le prie avec instance : " Ma petite fille est à toute extrémité, viens lui imposer les mains pour qu'elle soit sauvée et qu'elle vive. "  

King James Bible . [23] And besought him greatly, saying, My little daughter lieth at the point of death: I pray thee, come and lay thy hands on her, that she may be healed; and she shall live.
Luther-Bibel . 23 und bat ihn sehr und sprach: Meine Tochter liegt in den letzten Zügen; komm doch und lege deine Hände auf sie, damit sie gesund werde und lebe.

Tekstuitleg van Mc 5,23 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. act. ind. pr. 3de p. enk. parakalei van het werkw. parakaleô (bijroepen, ter hulp roepen , troosten , bijstaan , aanbevelen, aandringen) . Vertalingen : Latijn : exhortare ; Nederlands : aansporen , oproepen . Taalgebruik in het N.T. : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Taalgebruik in Mc : parakaleô - ad-vocare (bij-roepen) . Mc (1) : Mc 5,23 .

3. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

6. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,9 . (2) Mc 5,23 . (3) Mc 5,28 . (4) Mc 5,29 . (5) Mc 5,35 .

1. - 6. een vorm van parakaleô , gevolgd door een vorm van legô (zeggen) + hoti (dat) + directe rede .
- Mc 1,40 : parakalôn auton (hem ter hulp roepend) ... kai legôn autô(i) (en hem zeggend dat) + directe rede ..
- Mc 5,12 : kai parekalesan auton legontes (en zij drongen bij hem erop aan zeggende) + directe rede .
- Mc 5,23 : kai parakalei auton (en hij roept hem ter hulp) ... legôn hoti (zeggende dat) + directe rede .
In Mc 1,40 en Mc 5,23 gaat het om een verzoek aan Jezus om genezing . In Mc 5,12 gaat het om een verzoek van de onzuivere geest legioen om in de varkens te mogen gaan .

7. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

12. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voegwoord van doel .
Mc (59) . (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,12 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,23 . (5) Mc 5,43 .

1. - 4. 12. herhaaldelijk verzoek
- Mc 5,10 : kai parekalei auton polla hina (en hij drong herhaaldelijk bij hem aan opdat) .
- Mc 5,23 : kai parakalei auton polla ... hina (en hij roept hem herhaaldelijk ter hulp opdat) .

14. act. conj. aor. 2de pers. enk. epithè(i)s  (jij zou opleggen) van het werkw. epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in het N.T. : epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in Mc : epitithèmi (opleggen) . Mc (1) : Mc 5,43 .

16. acc.vr.  mv. cheiras (handen) van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik in het N.T. : cheir (hand) . Taalgebruik in Mc : cheir (hand) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,23 . (2) Mc 6,5 . (3) Mc 7,3 . (4) Mc 8,23 . (5) Mc 8,25 . (6) Mc 9,31 . (7) Mc 9,43 . (8) Mc 10,16 . (9) Mc 14,41 . (10) Mc 14,46 .  (11) Mc 16,18

12. - 17. het verzoek om de han(en) op te leggen
- Mc 5,23 : hina elthôn epithè(i)s tas cheiras autè(i) (opdat jij gekomen de handen haar zou opleggen) . Het verzoek van de overste van de synagoge wordt in de directe rede gesteld . Hieraan gaat vooraf : kai parakalei auton (en hij roept hem ter hulp) . Het hoofdwerkw. staat in de tegenw. tijd .
- Mc 7,32 : kai parakalousin auton hina epithè(i) autô(i) tèn cheira (en zij roepen hem ter hulp opdat hij hem de hand zou opleggen) .
In Mc zijn het de 2 verzen waarin een conjunct. wordt gebruikt .

Mc 5,24 - Mc 5,24 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:24 kai apèlthen met autou kai èkolouthei autô ochlos polus kai sunethlibon auton  24 et abiit cum illo et sequebatur eum turba multa et conprimebant illum    24 En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.  [24] Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op. [24] Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde hem en verdrong zich om hem heen.   24 Hij gaat weg, met hem mee, en hem is een grote schare gevolgd, en ze drongen tegen hem samen.  Mc 5:24- Il partit avec lui, et une foule nombreuse le suivait, qui le pressait de tous côtés.  

King James Bible . [24] And Jesus went with him; and much people followed him, and thronged him.
Luther-Bibel . 24 Und er ging hin mit ihm. Und es folgte ihm eine große Menge und sie umdrängten ihn.

Tekstuitleg van Mc 5,24 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

4. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

8. zelfst. naamw. nom. mann. enk. ochlos (menigte) . Taalgebruik in het N.T. : ochlos (menigte) . Taalgebruik in Mc : ochlos (menigte) . Met één uitzondering (Mc 10,1) gebruikt Mc ochlos (menigte) in het enk . Mc (13) : (1) Mc 2,13 . (2) Mc 3,20 . (3) Mc 3,32 . (4) Mc 4,1 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,24a - Mc 5,24b . (7) Mc 9,15 . (8) Mc 9,25 . (9) Mc 11,18 . (10) Mc 12,37 . (11) Mc 12,41 . (12) Mc 12,43 . (13) Mc 15,8 . In deze gevallen is ochlos (menigte) onderwerp .

10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

12. voornaamw. acc. mann. enk. auton (hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc (146) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,3 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,9 . (4) Mc 5,10 . (5) Mc 5,12 . (6) Mc 5,17 . (7) Mc 5,18 . (8) Mc 5,19 . (9) Mc 5,21 . (10) Mc 5,22 . (11) Mc 5,23 . (12) Mc 5,24 .

Mc 5,25 - Mc 5,25 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:25 kai gunè ousa en rusei aimatos dôdeka etè 25 et mulier quae erat in profluvio sanguinis annis duodecim    25 En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, 
[25] Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen* leed. 
[25] Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed.  25 Een vrouw die een bloedvloeiing heeft, al twaalf jaren,   Mc 5:25- Or, une femme atteinte d'un flux de sang depuis douze années,  

King James Bible . [25] And a certain woman, which had an issue of blood twelve years,
Luther-Bibel . 25 Und da war eine Frau, die hatte den Blutfluss seit zwölf Jahren

Tekstuitleg van Mc 5,25 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 7,25 . (4) Mc 7,26 . (5) Mc 12,22 . (6) Mc 12,23 .  (7) Mc 14,3 .

4. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

Mc 5,26 - Mc 5,26 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:26 kai polla pathousa upo pollôn iatrôn kai dapanèsasa ta par autès panta kai mèden ôfelètheisa alla mallon eis to cheiron elthousa  26 et fuerat multa perpessa a conpluribus medicis et erogaverat omnia sua nec quicquam profecerat sed magis deterius habebat    26 En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;  [26] Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden; ze was er eerder op achteruitgegaan.   [26] Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan.  26 en veel heeft moeten lijden onder vele dokters en alles van haar kant eraan heeft besteed en er helemaal geen baat bij heeft gehad maar eerder bij nog erger is uitgekomen,–   Mc 5:26- qui avait beaucoup souffert du fait de nombreux médecins et avait dépensé tout son avoir sans aucun profit, mais allait plutôt de mal en pis,  

King James Bible . [26] And had suffered many things of many physicians, and had spent all that she had, and was nothing bettered, but rather grew worse,
Luther-Bibel . 26 und hatte viel erlitten von vielen Ärzten und all ihr Gut dafür aufgewandt; und es hatte ihr nichts geholfen, sondern es war noch schlimmer mit ihr geworden.

Tekstuitleg van Mc 5,26 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

5. gen. mv. pollôn (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Taalgebruik in Mc : polus (veel) .
Mc (3) : (1) Mc 5,26 . (2) Mc 10,45 .  (3) Mc 14,24 .  Een vorm van polus (veel) in Mc (49) , in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,9 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,23 . (5) Mc 5,24 .   (6) Mc 5,26 (2 vormen) . (7) Mc 5,38 . (8) Mc 5,43 .  

7. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

11. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .

13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

17. mallon (meer) . Taalgebruik in het N.T. : mallon (meer) . Taalgebruik in Mc : mallon (meer) .
Mc (5) : (1) Mc 5,26 .   (2) Mc 7,36 .  (3) Mc 9,42 .  (4) Mc 10,48 .  (5) Mc 15,11 .  

19. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,27 - Mc 5,27 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:27 akousasa peri tou ièsou elthousa en tô ochlô opisthen èpsato tou imatiou autou  27 cum audisset de Iesu venit in turba retro et tetigit vestimentum eius    27 Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan; [27] Omdat ze over Jezus gehoord had, kwam ze door de menigte naar Hem toe en raakte van achteren zijn kleren aan.  [27] Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan,   27 als zij alles hoort over Jezus weet zij in de schare achter hem te komen en pakt zijn kleed vast;  Mc 5:27- avait entendu parler de Jésus ; venant par derrière dans la foule, elle toucha son manteau.  

King James Bible . [27] When she had heard of Jesus, came in the press behind, and touched his garment.
Luther-Bibel . 27 Als die von Jesus hörte, kam sie in der Menge von hinten heran und berührte sein Gewand.

Tekstuitleg van Mc 5,27 .

1. act. part. aor. nom. vr. enk. akousasa van het werkw. akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Taalgebruik in Mc : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter .
Mc (2) : (1) Mc 5,27 . (2) Mc 7,25 .
Het gaat over twee vrouwen die over Jezus hoorden ; de ene lijdt aan bloedvloeiïng , de andere , wiens dochter bezeten is door een onzuivere geest .

2. peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in het N.T. : peri (over, rondom, omwille van) . Taalgebruik in Mc : peri (over, rondom, omwille van) . Fr. pour , N. voor . Voorzetsel .
Mc (22) . Mc 5 (2) : (1) Mc 5,16 . (2) Mc 5,27 .

3. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

7. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

11. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

13. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

4. gen. mann. enk. Ièsou (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

Mc 5,28 - Mc 5,28 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:28 elegen gar oti ean apsômai kan tôn imatiôn autou sôthèsomai   28 dicebat enim quia si vel vestimentum eius tetigero salva ero   28 Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.  [28] ‘Want’, dacht ze, ‘als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’  [28] want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden.   28 want, heeft ze gezegd, als ik maar zijn kleed vastpak zal ik worden gered!  Mc 5:28- Car elle se disait : " Si je touche au moins ses vêtements, je serai sauvée. "  

King James Bible . [28] For she said, If I may touch but his clothes, I shall be whole.
Luther-Bibel . 28 Denn sie sagte sich: Wenn ich nur seine Kleider berühren könnte, so würde ich gesund.

Tekstuitleg van Mc 5,28 .

3. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,9 . (2) Mc 5,23 . (3) Mc 5,28 . (4) Mc 5,29 . (5) Mc 5,35 .

7. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

9. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

Mc 5,29 - Mc 5,29 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:29 kai euthus exèranthè è pègè tou aimatos autès kai egnô tô sômati oti iatai apo tès mastigos  29 et confestim siccatus est fons sanguinis eius et sensit corpore quod sanata esset a plaga    29 En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.  [29] Meteen droogde de bron van haar bloed op, en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen.  [29] En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze voorgoed van de kwaal genezen was.  29 Meteen valt de bron van haar bloeden droog, en aan het eigen lijf herkent ze dat ze geneest van haar kwaal.   Mc 5:29- Et aussitôt la source d'où elle perdait le sang fut tarie, et elle sentit dans son corps qu'elle était guérie de son infirmité.  

King James Bible . [29] And straightway the fountain of her blood was dried up; and she felt in her body that she was healed of that plague.
Luther-Bibel . 29 Und sogleich versiegte die Quelle ihres Blutes, und sie spürte es am Leibe, dass sie von ihrer Plage geheilt war.

Tekstuitleg van Mc 5,29 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

4. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,33 . (5) Mc 5,34 . (6) Mc 5,35 .

6. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

8. pers. voornaamw. gen. vr. enk. autès van het pers. voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos . Mc (14) : (1) Mc 1,30 . (2) Mc 5,26 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 6,24 . (5) Mc 6,28 . (6) Mc 7,25 . (7) Mc 7,26 . (8) Mc 7,30 . (9) Mc 10,12 . (10) Mc 12,44 . (11) Mc 13,24 . (12) Mc 13,28 . (13) Mc 14,9 . (14) Mc 16,11 .

9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

11. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

13. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,9 . (2) Mc 5,23 . (3) Mc 5,28 . (4) Mc 5,29 . (5) Mc 5,35 .

15. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 .

16. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,41 .

Mc 5,30 - Mc 5,30 -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:30 kai euthus o ièsous epignous en eautô tèn ex autou dunamin exelthousan epistrafeis en tô ochlô elegen tis mou èpsato tôn imatiôn  30 et statim Iesus cognoscens in semet ipso virtutem quae exierat de eo conversus ad turbam aiebat quis tetigit vestimenta mea    30 En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?  [30] Maar Jezus, die zelf meteen voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan, draaide zich in de menigte om en zei: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’  [30] Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’  30 Meteen herkent Jezus aan zichzelf dat er kracht uit hem weggaat; hij draait zich om, daar in die schare, en heeft gezegd: wie heeft mijn kleren vastgepakt?  Mc 5:30- Et aussitôt Jésus eut conscience de la force qui était sortie de lui, et s'étant retourné dans la foule, il disait " Qui a touché mes vêtements ? "  

King James Bible . [30] And Jesus, immediately knowing in himself that virtue had gone out of him, turned him about in the press, and said, Who touched my clothes?
Luther-Bibel . 30 Und Jesus spürte sogleich an sich selbst, dass eine Kraft von ihm ausgegangen war, und wandte sich um in der Menge und sprach: Wer hat meine Kleider berührt?

Tekstuitleg van Mc 5,30 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

3. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

4. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

6. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

8. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

9. ek (uit) . Taalgebruik in het N.T. : ek (uit) . Taalgebruik in Mc : ek (uit) . Ned. uit . D. aus . E. out . Fr. de .
Mc 5 (2) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,8 . ex (uit) : Mc 5,30 .

10. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

14. en (in) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Mc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en . Ned. in . Fr. dans . Voorzetsel .
Mc 5 (9) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,5 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,20 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,25 . (8) Mc 5,27 . (9) Mc 5,30 .

15. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

21. bep. lidw. gen. m. + vr. + onz. mv. tôn (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (90) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,2 . (3) Mc 5,16 . (4) Mc 5,17 . (5) Mc 5,22 . (6) Mc 5,28 . (7) Mc 5,30 .

Mc 5,31 - Mc 5,31 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:31 kai elegon autô oi mathètai autou blepeis ton ochlon sunthlibonta se kai legeis tis mou èpsato  31 et dicebant ei discipuli sui vides turbam conprimentem te et dicis quis me tetigit     31 En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?  [31] Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt: “Wie heeft Mij aangeraakt?” ’  [31] Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt u: “Wie heeft mij aangeraakt?”’   31 Zijn leerlingen hebben tot hem gezegd: u kijkt hoe de schare tegen u opdringt en nog zegt u: wie heeft mij vastgepakt?   Mc 5:31- Ses disciples lui disaient : " Tu vois la foule qui te presse de tous côtés, et tu dis : Qui m'a touché ? "  

King James Bible . [31] And his disciples said unto him, Thou seest the multitude thronging thee, and sayest thou, Who touched me?
Luther-Bibel . 31 Und seine Jünger sprachen zu ihm: Du siehst, dass dich die Menge umdrängt, und fragst: Wer hat mich berührt?

Tekstuitleg van Mc 5,31 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

6. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

8. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,32 - Mc 5,32 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:32 kai perieblepeto idein tèn touto poièsasan  32 et circumspiciebat videre eam quae hoc fecerat    32 En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.   [32] Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had.   [32] Maar hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had.  32 Hij is om zich heen blijven kijken om haar te zien die dat had gedaan.  Mc 5:32- Et il regardait autour de lui pour voir celle qui avait fait cela.  

King James Bible . [32] And he looked round about to see her that had done this thing.
Luther-Bibel . 32 Und er sah sich um nach der, die das getan hatte.

Tekstuitleg van Mc 5,32 . Het vers Mc 5,32 telt 6 (2 X 3) woorden , 16 (2 X 2 X 2 X 2) lettergrepen en 37 letters . De getalwaarde van Mc 5,32 is 2920 (2 X 2 X 2 X 5 X 73) .

Mc 5,32.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,32.2. ind. imperf. 3de pers. enk. perieblepeto (hij keek rond) van het werkw. periblepô (rondkijken) . Taalgebruik in het N.T. : periblepô (rondkijken) . Taalgebruik in Mc : periblepô (rondkijken) .
Mc (1) : Mc 5,32 . Een vorm van periblepô (rondkijken) in 6 verzen in Mc : (1) Mc 3,5 . (2) Mc 3,34 . (3) Mc 5,32 . (4) Mc 9,8 .  (5) Mc 10,23 . (6) Mc 11,11 .

Mc 5,32.3. inf. aor. idein (zien) . eiden (hij zag) . Taalgebruik in het N.T. : eiden (hij zag) . Taalgebruik in Mc. : eiden (hij zag) . L. videre . Fr. voir .
Mc (2) : (1) Mc 5,14 . (2) Mc 5,32 .

Mc 5,32.4. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

Mc 5,33 - Mc 5,33 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:33 è de gunè fobètheisa kai tremousa eiduia o gegonen autè èlthen kai prosepesen autô kai eipen autô pasan tèn alètheian  33 mulier autem timens et tremens sciens quod factum esset in se venit et procidit ante eum et dixit ei omnem veritatem     33 En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zeide Hem al de waarheid.  [33] De vrouw werd bang en begon te beven, omdat ze wist wat er met haar gebeurd was. Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten en vertelde Hem de hele waarheid.   [33] De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar hem toe en viel voor hem neer en vertelde hem de hele waarheid.   33 En de vrouw, in vreze en beven, wetend wat aan haar is geschied, komt en valt voor hem neer en zegt hem alles naar waarheid.  Mc 5:33- Alors la femme, craintive et tremblante, sachant bien ce qui lui était arrivé, vint se jeter à ses pieds et lui dit toute la vérité.  

King James Bible . [33] But the woman fearing and trembling, knowing what was done in her, came and fell down before him, and told him all the truth.
Luther-Bibel . 33 Die Frau aber fürchtete sich und zitterte, denn sie wusste, was an ihr geschehen war; sie kam und fiel vor ihm nieder und sagte ihm die ganze Wahrheit.

Tekstuitleg van Mc 5,33 .

1. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,33 . (5) Mc 5,34 . (6) Mc 5,35 .

2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 5,34 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,40 .

3. nom. vr. enk. gunè (vrouw) . Taalgebruik in het N.T. : gunè (vrouw) . Taalgebruik in Mc : gunè (vrouw) . Hebr. ´isjsjâh . Lat. uxor . Fr. femme (> Lat. femina) . Ned. vrouw . D. Frau .
Mc (7) : (1) Mc 5,25 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 7,25 . (4) Mc 7,26 . (5) Mc 12,22 . (6) Mc 12,23 .  (7) Mc 14,3 .

5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

8. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

16. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (56) . Mc 5 (3) : (1) Mc 5,33 . (2) Mc 5,34 . (3) Mc 5,43 .

15. - 17. kai eipen autô(i) = en hij / zij zei hem . Mc (3) : (1) Mc 5,33 . (2) Mc 10,21 . (3) Mc 12,32 .

19. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

Mc 5,34 - Mc 5,34 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:34 o de eipen autè thugatèr è pistis sou sesôken se upage eis eirènèn kai isthi ugiès apo tès mastigos sou  34 ille autem dixit ei filia fides tua te salvam fecit vade in pace et esto sana a plaga tua    34 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.  [34] Maar Hij zei haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding*; ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’  [34] Toen zei hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’  34 Hij zegt tot haar: dochter, dit geloof van jou heeft je gered; ‘ga heen in vrede’, en wees gezond, vrij van je kwaal!   Mc 5:34- Et il lui dit : " Ma fille, ta foi t'a sauvée ; va en paix et sois guérie de ton infirmité. "  

King James Bible . [34] And he said unto her, Daughter, thy faith hath made thee whole; go in peace, and be whole of thy plague.
Luther-Bibel . 34 Er aber sprach zu ihr: Meine Tochter, dein Glaube hat dich gesund gemacht; geh hin in Frieden und sei gesund von deiner Plage!

Tekstuitleg van Mc 5,34 .

Mc 5,34.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

Mc 5,34.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 5,34 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,40 .

Mc 5,34.3. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (56) . Mc 5 (3) : (1) Mc 5,33 . (2) Mc 5,34 . (3) Mc 5,43 .

Mc 5,34.6. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,33 . (5) Mc 5,34 . (6) Mc 5,35 .

Mc 5,34.7. nom. vr. enk. pistis (geloof, vertrouwen) . Taalgebruik in het N.T. : pistis (geloof) . Taalgebruik in Mc : pistis (geloof) .
Mc (2) : (1) Mc 5,34 .  (2) Mc 10,52
acc. vr. enk. pistin (geloof, vertrouwen) . Mc (3) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 4,40 . (3) Mc 11,22 .

Mc 5,34.9. act. ind. perf. 3de p. enk. sesôken (hij redde) van het werkw. sôzô (redden) . Taalgebruik in het N.T. : sôzô (redden) . Taalgebruik in Mc : sôzô (redden) . Hebr. jâsj`â (redden) . Mc (2) : (1) Mc 5,34 . (2) Mc 10,52 . Een vorm van sôzô (redden) in 14 verzen in Mc .

Mc 5,34.6. - 10. hè pistis sou sesôken se (je geloof heeft je gered) . Mc (2) : (1) Mc 5,34 . (2) Mc 10,52 . Vijf woorden . Acht lettergrepen . Vier lettergrepen beginnen met s- . Het geloof van een bloedvloeiende vrouw en van een blinde man was hun redding .

Mc 5,34.14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,34.17. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 .

Mc 5,34.18. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,41 .

Duality

- nom. vr. enk. pistis (geloof, vertrouwen) . Mc (2) : (1) Mc 5,34 .  (2) Mc 10,52
- act. ind. perf. 3de p. enk. sesôken (hij redde) van het werkw. sôzô (redden) . Mc (2) : (1) Mc 5,34 . (2) Mc 10,52 .
- hè pistis sou sesôken se (je geloof heeft je gered) . Mc (2) : (1) Mc 5,34 . (2) Mc 10,52 . Het geloof van een bloedvloeiende vrouw en van een blinde man was hun redding .

Mc 5,35 - Mc 5,35 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:35 eti autou lalountos erchontai apo tou archisunagôgou legontes oti è thugatèr sou apethanen ti eti skulleis ton didaskalon 35 adhuc eo loquente veniunt ab archisynagogo dicentes quia filia tua mortua est quid ultra vexas magistrum    35 Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk? 
[35] Hij was nog niet uitgesproken of daar kwamen mensen uit het huis van de synagogebestuurder om hem te zeggen: ‘Uw dochter is gestorven. Wat valt u de meester nog lastig?’ 
[35] Nog voor hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’  35 ¶ Terwijl hij nog spreekt komen ze van de synagoge–overste zeggen: je dochter is gestorven; wat val je de leermeester nog lastig?  Mc 5:35- Tandis qu'il parlait encore, arrivent de chez le chef de synagogue des gens qui disent : " Ta fille est morte ; pourquoi déranges-tu encore le Maître ? "  

King James Bible . [35] While he yet spake, there came from the ruler of the synagogue's house certain which said, Thy daughter is dead: why troublest thou the Master any further?
Luther-Bibel . 35 Als er noch so redete, kamen einige aus dem Hause des Vorstehers der Synagoge und sprachen: Deine Tochter ist gestorben; was bemühst du weiter den Meister?

Tekstuitleg van Mc 5,35 .

2. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

5. apo (af, van-weg) . Taalgebruik in het N.T. : apo (af , van-weg) . Taalgebruik in Mc : apo (af , van-weg) . Voorzetsel .
Mc (33) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,17 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,35 .

6. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

 

9. hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in het N.T. : hoti (dat, omdat) . Taalgebruik in Mc : hoti (dat, omdat) .
Mc (92) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,9 . (2) Mc 5,23 . (3) Mc 5,28 . (4) Mc 5,29 . (5) Mc 5,35 .

10. bep. lidw. nom. vr. enk. hè (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (76) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,18 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,33 . (5) Mc 5,34 . (6) Mc 5,35 .

17. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,36 - Mc 5,36 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:36 o de ièsous parakousas ton logon laloumenon legei tô archisunagôgô mè fobou monon pisteue  36 Iesus autem verbo quod dicebatur audito ait archisynagogo noli timere tantummodo crede    36 En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.  [36] Maar Jezus, die opving wat er gezegd werd, zei tegen de synagogebestuurder: ‘Wees niet bang, heb maar vertrouwen.’  [36] Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’  36 Maar als Jezus dit woord gesproken hoort worden, zegt hij tot de synagoge–overste: vrees niet, gelóóf alleen!  Mc 5:36- Mais Jésus, qui avait surpris la parole qu'on venait de prononcer, dit au chef de synagogue : " Sois sans crainte, aie seulement la foi. "  

King James Bible . [36] As soon as Jesus heard the word that was spoken, he saith unto the ruler of the synagogue, Be not afraid, only believe.
Luther-Bibel . 36 Jesus aber hörte mit an, was gesagt wurde, und sprach zu dem Vorsteher: Fürchte dich nicht, glaube nur!

Tekstuitleg van Mc 5,36 . Het vers Mc 5,36 telt 7 woorden en 28 (2 X 2 X 7) letters ; 1 op 4 . De getalwaarde van Mc 5,36 is 2701 (37 X 73) .

Mc 5,36.1. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

Mc 5,36.2. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 5,34 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,40 .

Mc 5,36.3. nom. mann. enk. Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in het N.T. : Ièsous (Jezus) . Taalgebruik in Mc : Ièsous (Jezus) .
Mc (57) . Mc (3) : (1) Mc 5,20 . (2) Mc 5,30 . (3) Mc 5,36 . Een vorm van Ièsous (Jezus) in Mc (81) , Mc 5 (8) : (1) Mc 5,6 (acc. Ièsoun) . (2) Mc 5,7 (voc. Ièsou) . (3) Mc 5,15 (acc. Ièsoun) . (4) Mc 5,20 (nom. Ièsous) . (5) Mc 5,21 (losse gen. Ièsou) . (6) Mc 5,27 (peri + gen. Ièsou) . (7) Mc 5,30 (nom. Ièsous) . (8) Mc 5,36 (nom. Ièsous) .

Mc 5,36.5. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,36.8. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .

Mc 5,36.9. bep. lidw. nom. + dat. onz. enk. tô(i) (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (68) . Mc 5 (7) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,27 . (5) Mc 5,29 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,36 .

Mc 5,36.8. - 9. legei tô(i) (hij zegt aan de) . Mc (7) : (1) Mc 2,5 . (2) Mc 2,10 . (3) Mc 3,3 . (4) Mc 3,5 . (5) Mc 5,36 . (6) Mc 9,5 . (7) Mc 14,37 .

Mc 5,36. 12. imperat. praes. 2de pers. enk. fobou (vrees) van het werkw. fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in het N.T. : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) . Taalgebruik in Mc : fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) .
Mc (1) : Mc 5,36 . Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Mc in 12 verzen .

Mc 5,37 - Mc 5,37 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:37 kai ouk afèken oudena met autou sunakolouthèsai ei mè ton petron kai iakôbon kai iôannèn ton adelfon iakôbou 37 et non admisit quemquam sequi se nisi Petrum et Iacobum et Iohannem fratrem Iacobi   37 En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broeder van Jakobus; [37] Hij liet niemand met zich meegaan, behalve Petrus*, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. [37] Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 37 Hij laat niemand toe om samen met hem te volgen behalve Petrus, Jakobus en Jakobus’ broer Johannes.   Mc 5:37- Et il ne laissa personne l'accompagner, si ce n'est Pierre, Jacques et Jean, le frère de Jacques. 

King James Bible . [37] And he suffered no man to follow him, save Peter, and James, and John the brother of James.
Luther-Bibel . 37 Und er ließ niemanden mit sich gehen als Petrus und Jakobus und Johannes, den Bruder des Jakobus.

Tekstuitleg van Mc 5,37 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

6. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

10. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

13. acc. mann. enk. iakôbon (Jakobus) van het zelfst. naamw. iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in het N.T. : iakôbos (Jakobus) . Taalgebruik in Mc : iakôbos (Jakobus) . Mc (6) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 3,18 . (4) Mc 5,37 . (5) Mc 9,2 . (6) Mc 14,33 . 15 X in Mc . Er zijn twee Jakobussen :
- Jakobus , zoon van Zebedeüs .
- Jakobus , zoon van Alfeüs .

14. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

15. acc. mann. enk. Iôannèn (Johannes) van de eigennaam Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in het N.T. : Iôannès (Johannes) . Taalgebruik in Mc : Iôannès (Johannes) . Hebr. jôchanan . Ned. Johan . D. Johannes . Fr. Jean . E. John .
Mc (5) : (1) Mc 1,19 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 5,37 . (4) Mc 9,2 . (5) Mc 14,33 .

16. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,38 - Mc 5,38 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai erchontai eis ton oikon tou archisunagôgou kai theôrei thorubon kai klaiontas kai alalazontas polla et veniunt in domum archisynagogi et videt tumultum et flentes et heiulantes multum  En ze kwamen bij het huis van de synagoge-overste en hij zag opwinding en wenende en luid huilende (mensen).  Toen zij aan het huis van de overste kwamen, zag Hij het rouwmisbaar van mensen die luid weenden en weeklaagden.   Ze kwamen bij het huis van de synagogebestuurder, en Hij zag de drukte van huilende en rouwende mensen.   Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen.  Ze komen aan bij het huis van de synagoge-overste, en hij aanschouwt het: het misbaar, en hevig huilende en jammerende mensen; Mc 5:38- Ils arrivent à la maison du chef de synagogue et il aperçoit du tumulte, des gens qui pleuraient et poussaient de grandes clameurs. 

King James Bible . [38] And he cometh to the house of the ruler of the synagogue, and seeth the tumult, and them that wept and wailed greatly.
Luther-Bibel . 38 Und sie kamen in das Haus des Vorstehers, und er sah das Getümmel und wie sehr sie weinten und heulten.

Tekstuitleg van Mc 5,38 .

Mc 5,38.1. kai (en) . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,38.2. Indicatief tegenwoordige tijd derde persoon meervoud erchontai (zij gaan) van het werkwoord erchomai ( gaan , komen ) . Taalgebruik in het N.T. : erchomai (gaan, komen) . Taalgebruik in Mc. : erchomai (gaan, komen) . Mc (12) : (1) Mc 2,3 . (2) Mc 2,18 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,35 . (5) Mc 5,38 (variante erchetai = hij gaat) . (6) Mc 8,22 (variante erchetai = hij gaat) . (7) Mc 10,46 . (8) Mc 11,15 . (9) Mc 11,27 . (10) Mc 12,18 . (11) Mc 14,32 . (12) Mc 16,2

Mc 5,38.3. eis (naar) .

Mc 5,38.4. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,38.6. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

Mc 5,38.8. kai (en) . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,38.11. kai (en) . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,38.13. kai (en) . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,38.2. - 3. erchetai eis (hij gaat naar) . N.T. (7) . Mc (5) : (1) Mc 3,20 . (2) Mc 5,38 (variante erchontai = zij gaan) . (3) Mc 6,1 . (4) Mc 8,22 (vaiante erchontai = zij gaan) . (5) Mc 10,1 . Joh (2) . Jezus is telkens onderwerp .
In 6 verzen : erchontai (zij gaan) + eis (naar) voorzetsel van plaats + plaatsbepaling (4X een stad , 2X een bepaalde plaats) . In al deze verzen is Jezus en zijn leerlingen onderwerp. (1) Mc 5,38 . (2) Mc 8,22 . (3) Mc 10,46 . (4) Mc 11,15 . (5) Mc 11,27 . (6) Mc 14,32 .


- Linken tussen ochlos (menigte) (Mc 5,21), oikos (huis) (Mc 5,38) en ekeithen (vanaf hier) (Mc 6,1).

kai (en) staat aan het begin van de pericope .
Na het voegwoord staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd. Hierna volgt het voorzetsel eis (naar) met de plaatsbepaling. zie erchontai (zij gaan) Mc 11,1 .

Mc 5,39 - Mc 5,39 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai eiselthôn legei autois, Tí thorubeisthe kai klaiete; to paidion ouk apethanen alla katheudei et ingressus ait eis quid turbamini et ploratis puella non est mortua sed dormit En hij ging binnen (en) zei hun: Waarom zijn jullie opgewonden en weenje? Het kind is niet gestorven maar slaapt."  Hij ging naar binnen en zei tot hen: Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet gestorven, maar slaapt.   Hij ging naar binnen en zei: Waarom die drukte en die tranen? Het kind is niet gestorven, het slaapt. Hij ging naar binnen en zei tegen hen: Waarom maken jullie zo'n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt. als hij binnenkomt, zegt hij tot hen: waarom maakt ge zo'n misbaar en huilt ge het kind is niet gestorven maar slaapt!  Mc 5:39- Étant entré, il leur dit : " Pourquoi ce tumulte et ces pleurs ? L'enfant n'est pas morte, mais elle dort. "  

King James Bible . [39] And when he was come in, he saith unto them, Why make ye this ado, and weep? the damsel is not dead, but sleepeth.
Luther-Bibel . 39 Und er ging hinein und sprach zu ihnen: Was lärmt und weint ihr? Das Kind ist nicht gestorben, sondern es schläft.

Tekstuitleg van Mc 5,39 .

1. kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai (en) . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

2. actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud eiselthôn (binnengegaan) van het werkwoord eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in het N.T. : eiserchomai (binnengaan) . Taalgebruik in Mc : eiserchomai (binnengaan) . Mc (6) : (1) Mc 1,21 . (2) Mc 2,1 . (3) Mc 3,27 . (4) Mc 5,39 . (5) Mc 7,24 . (6) Mc 11,15 .

3. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .

7. kai (en) . Taalgebruik in het N.T. : kai (en) . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

9. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

10. nom. + acc. onz. enk. paidion (kind) van het zelfst. naamw. paidion (kind) . Taalgebruik in het N.T. : paidion (kind) . Taalgebruik in Mc : paidion (kind) . Mc (5) : (1) Mc 5,39 . (2) Mc 5,40 . (3) Mc 7,30 . (4) Mc 9,36 . (5) Mc 10,15 .

- eiselthôn (binnengegaan) . Eis ton oikon (Mc 5,38) wordt verondersteld. Link met exèlthen (hij ging naar buiten) (Mc 6,1). Mc 5,39-43 speelt zich af binnenkamers af.

eiselthôn (binnengegaan) (in het huis zie Mc 5,38)

Mc 5,40 - Mc 5,40 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:40 kai kategelôn autou autos de ekbalôn pantas paralambanei ton patera tou paidiou kai tèn mètera kai tous met autou kai eisporeuetai opou èn to paidion 40 et inridebant eum ipse vero eiectis omnibus adsumit patrem et matrem puellae et qui secum erant et ingreditur ubi erat puella iacens    40 En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.  [40] Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten, nam de vader en moeder van het kind en zijn metgezellen mee, en ze gingen het vertrek binnen waar het kind lag.   [40] Ze lachten hem uit. Maar hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij hem waren de kamer van het kind binnen.   40 Ze hebben hem uitgelachen. Maar hij drijft ze allemaal uit, neemt de vader van het kind en de moeder en zijn metgezellen mee, en treedt naar binnen daar waar het kind is.   Mc 5:40- Et ils se moquaient de lui. Mais les ayant tous mis dehors, il prend avec lui le père et la mère de l'enfant, ainsi que ceux qui l'accompagnaient, et il pénètre là où était l'enfant.  

King James Bible . [40] And they laughed him to scorn. But when he had put them all out, he taketh the father and the mother of the damsel, and them that were with him, and entereth in where the damsel was lying.
Luther-Bibel . 40 Und sie verlachten ihn. Er aber trieb sie alle hinaus und nahm mit sich den Vater des Kindes und die Mutter und die bei ihm waren und ging hinein, wo das Kind lag,

Tekstuitleg van Mc 5,40 . Het vers Mc 5,40 telt 26 (2 X 13) woorden en 133 (7 X 19) letters . De getalwaarde van Mc 5,40 is 12761 (7 X 1823) .

Mc 5,40.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc (555) . Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,40.3. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

Mc 5,40.5. de (echter) . Taalgebruik in het N.T. : de (echter) . Taalgebruik in Mc : de (echter) . Partikel . Het staat steeds als tweede woord in de zin . Het kan een lichte tegenstelling aanduiden . Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden .
Mc (149 + 2) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,11 . (2) Mc 5,33 . (3) Mc 5,34 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,40 .

Mc 5,40.8. act. ind. praes. 3de pers. enk. paralambanei (hij neemt naast zich) van het werkw. paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in het N.T. : paralambanô (overnemen) . Taalgebruik in Mc : paralambanô (overnemen) . Lat. accipere ( ad- capere = aan-nemen , aanvaarden ) . Fr. accepter , reçevoir .
Mc (3) : (1) Mc 5,40 . (2) Mc 9,2 . (3) Mc 14,33 .

9. bep. lidw. acc. mann. enk. ton (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (124) . Mc 5 (10) : (1) Mc 5,6 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,15 . (4) Mc 5,19 . (5) Mc 5,31 . (6) Mc 5,35 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,37 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 .

Mc 5,40.10. acc. mann. enk. patera (vader) van het zelfst. naamw. patèr (vader) . Taalgebruik in het N.T. : patèr (vader) . Taalgebruik in Mc : patèr (vader) .
Mc (8) . (1) Mc 1,20 . (2) Mc 5,40 . (3) Mc 7,10. (4) Mc 9,21 .  (5) Mc 10,7 . (6) Mc 10,19 . (7) Mc 10,29 . (8) Mc 15,21 . Een vorm van patèr (enk. , vader) in Mc in 17 verzen .

Mc 5,40.11. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

Mc 5,40.12. gen. onz. enk. paidiou (kind) van het zelfst. naamw. paidion (kind) . Taalgebruik in het N.T. : paidion (kind) . Taalgebruik in Mc : paidion (kind) . Mc (3) : (1) Mc 5,40 .  (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,24 .

Mc 5,40.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,40.14. bepaald lidwoord accusatief vrouwelijk enkelvoud tèn . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (109) . Mc 5 (9) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,3 . (3) Mc 5,13 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,30 . (7) Mc 5,32 . (8) Mc 5,33 . (9) Mc 5,40 .

Mc 5,40.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,40.19. voornaamw. gen. mann. enk. autou (van hem) . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (12) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,22 . (5) Mc 5,24 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,28 . (8) Mc 5,30 . (9) Mc 5,31 . (10) Mc 5,35 . (11) Mc 5,37 . (12) Mc 5,40 .

Mc 5,40.20. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,40.23. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,40 . (5) Mc 5,42 .

Mc 5,40.24. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,40.25. nom. + acc. onz. enk. paidion (kind) van het zelfst. naamw. paidion (kind) . Taalgebruik in het N.T. : paidion (kind) . Taalgebruik in Mc : paidion (kind) . Mc (5) : (1) Mc 5,39 . (2) Mc 5,40 . (3) Mc 7,30 . (4) Mc 9,36 . (5) Mc 10,15 .

Mc 5,41 - Mc 5,41 // Mt 9,25 // Lc 8,54 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:41 kai kratèsas tès cheiros tou paidiou legei autèi talitha koum ho estin methermèneuomenon to korasion soi legô egeire   41 et tenens manum puellae ait illi talitha cumi quod est interpretatum puella tibi dico surge    41 En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.   [41] Hij pakte het kind bij de hand en zei haar: ‘Talita koem.’ In vertaling betekent dat: Meisje, Ik zeg je, sta op.  [41] Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’  41 Hij grijpt de hand van het kind en zegt tot haar: talitha koem!, dat is in vertaling: meiske, jou zeg ik: word wakker!  Mc 5:41- Et prenant la main de l'enfant, il lui dit : " Talitha koum ", ce qui se traduit : " Fillette, je te le dis, lève-toi ! "  

King James Bible . [41] And he took the damsel by the hand, and said unto her, Talitha cumi; which is, being interpreted, Damsel, I say unto thee, arise.
Luther-Bibel . 41 und ergriff das Kind bei der Hand und sprach zu ihm: Talita kum! - das heißt übersetzt: Mädchen, ich sage dir, steh auf!

Tekstuitleg van Mc 5,41 . Het vers Mc 5,41 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Mc 5,41 is 9037 (7 X 1291) .

Mc 5,41.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,41.2. kratèsas (vastgenomen) . Actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud van het werkw. krateô (vastnemen, bemachtigen) + genitief . Taalgebruik in het N.T. : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Taalgebruik in Mc : krateô (vastnemen, bemachtigen) . Hebr. châzaq (sterk, vast zijn , overweldigen vasthouden) . Gr. krateô -> kratos (kracht , sterkte , macht) . Lat. tenere (houden , vasthouden) . Fr. arrêter (arresteren) < ad - re- stare : bij - blijven , bij - terug - staan .
Mc (3) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,27 . In deze drie verzen is kratèsas (vastgenomen) gecombineerd met tès cheiras (de hand) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,27 .

Mc 5,41.3. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,10 . (3) Mc 5,29 . (4) Mc 5,34 . (5) Mc 5,41 .

Mc 5,41.4. gen. vr. enk. cheiros van het zelfst. naamw. cheir (hand) . Taalgebruik in het N.T. : cheir (hand) . Taalgebruik in Mc : cheir (hand) .
Mc (4) : (1) Mc 1,31 .  (2) Mc 5,41 .  (3) Mc 8,23 .  (4) Mc 9,27 .

Mc 5,41.2. - 4. kratèsas tès cheiros (vastgenomen zijn hand) in Mc (3) : (1) Mc 1,31 . (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,27 .

Mc 5,41.5. bep. lidw. gen. mann. + onz. enk. tou (de) . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc 5 (11) : (1) Mc 5,2 . (2) Mc 5,7 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,13 . (5) Mc 5,21 . (6) Mc 5,27 . (7) Mc 5,29 . (8) Mc 5,35 . (9) Mc 5,38 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 .

6. gen. onz. enk. paidiou (kind) van het zelfst. naamw. paidion (kind) . Taalgebruik in het N.T. : paidion (kind) . Taalgebruik in Mc : paidion (kind) . Mc (3) : (1) Mc 5,40 .  (2) Mc 5,41 . (3) Mc 9,24 .

7. act. ind. praes. 3de pers. enk. legei (hij zegt) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (62) . Mc 5 (6) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,36 . (5) Mc 5,39 . (6) Mc 5,41 .

11. bep. lidw. nom. mann. enk. ho (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (219) . Mc 5 (8) : (1) Mc 5,18 . (2) Mc 5,19 . (3) Mc 5,20 . (4) Mc 5,30 . (5) Mc 5,33 . (6) Mc 5,34 . (7) Mc 5,36 . (8) Mc 5,41 .

14. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

Mc 5,41.15. korasion (meisje) , van korè . In negen verzen in de bijbel . In vier verzen in het N.T. . In twee verzen in Mt . In drie verzen in Mc : (1) Mc 5,41 . (2) Mc 5,42 . (3) . zie ook : http://lists.ibiblio.org/pipermail/b-greek/2003-September/026116.html en http://lists.ibiblio.org/pipermail/b-greek/2003-September/026117.html . Webpagina : http://www.ibiblio.org/bgreek/archives/96-03/0391.htm . http://www.ibiblio.org/bgreek/archives/96-03/0395.html .

16. pers. voornaamw. 2de pers. dat. enk. soi (aan u) . Taalgebruik in het N.T. : persoonlijk voornaamwoord . Taalgebruik in Mc : persoonlijk voornaamwoord . Mc (21) . Mc 5 (4) : (1) Mc 5,7 . (2) Mc 5,9 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,41 .

16. - 17. soi legô (aan jou zeg ik) . Bij Mc slechts in de 2 verzen : (1) Mc 2,11 . (2) Mc 5,41 .

Mc 5,41.18. act. imperat. 2de pers enk. egeire (sta op) van het werkw. Taalgebruik in het N.T. : egeirô (wekken) . Taalgebruik in Mc : egeirô (wekken) . Wellicht wekken uit de slaap , op-wekken . Ned. wekken vlg. Lat. vegere : flink , levendig zijn , opgewekt zijn . . Lat. resurgere . Surgere ( surrexi , surrectum ) = oprijzen , opstaan , rechtop staan . sur < super = op , boven + regere ( rexi , rectum ) : richten (rechtop) , leiden , sturen . -> op-richten = rechtop staan -> resurgere = opnieuw op-richten , terug rechtop staan . Ned. rekken ( Lat. reg- ) , uitstrekken . Rectus = recht . Fr. résurrection .
Fr. ressusciter cfr. Lat. suscitare . super : op , boven + citare (citus : vlug , snel) : in beweging brengen . Aldus : terug in beweging brengen , heropleven .
Fr. réveiller : wekken , ont-waken < re + vigilare (vig- wak- , wek-) waken .
Mc (5) : (1) Mc 2,9 . (2) Mc 2,11 .  (3) Mc 3,3 . (4) Mc 5,41 . (5) Mc 10,49
- Mc 2,10 - Mc 2,11 : legei tôi paralutikôi , soi legô egeire = hij zegt tot de lamme : ik zeg je , wek op (genezing van een lamme) .
- Mc 5,41 : legei autèi ... soi legô egeire = hij zegt tot haar : ik zeg je , wek op (opwekking van het dochtertje van Jaïrus) .
Enkel in deze twee verzen in Mc komt de formule soi legô = ik zeg je , voor .

Duality

- soi legô (aan jou zeg ik) . Bij Mc slechts in de 2 verzen : (1) Mc 2,11 . (2) Mc 5,41 .

- Mc 2,10 - Mc 2,11 : legei tôi paralutikôi , soi legô egeire = hij zegt tot de lamme : ik zeg je , wek op (genezing van een lamme) .
- Mc 5,41 : legei autèi ... soi legô egeire = hij zegt tot haar : ik zeg je , wek op (opwekking van het dochtertje van Jaïrus) .

Mc 5,42 - Mc 5,42 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:42 kai euthus anestè to korasion kai periepatei èn gar etôn dôdeka kai exestèsan | euthus | [euthus] | ekstasei megalè  42 et confestim surrexit puella et ambulabat erat autem annorum duodecim et obstipuerunt stupore maximo    42 En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.   [42] Meteen stond het meisje op en liep rond. Ze was twaalf jaar. Ze raakten buiten zichzelf van opwinding.   [42] Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen.  42 Meteen staat het meisje op, en heeft een stukje kunnen lopen; ze is immers twaalf jaar. Meteen zijn zij buiten zichzelf, helemaal buiten zichzelf.   Mc 5:42- Aussitôt la fillette se leva et elle marchait, car elle avait douze ans. Et ils furent saisis aussitôt d'une grande stupeur. 

King James Bible . [42] And straightway the damsel arose, and walked; for she was of the age of twelve years. And they were astonished with a great astonishment.
Luther-Bibel . 42 Und sogleich stand das Mädchen auf und ging umher; es war aber zwölf Jahre alt. Und sie entsetzten sich sogleich über die Maßen.

Tekstuitleg van Mc 5,42 .

1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

4. bepaald lidwoord nom. of acc. onz. enk to (het) . Taalgebruik in Mc : bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Mc (108) . Mc 5 (12) : (1) Mc 5,1 . (2) Mc 5,4 . (3) Mc 5,8 . (4) Mc 5,14 . (5) Mc 5,18 . (6) Mc 5,21 . (7) Mc 5,23 . (8) Mc 5,26 . (9) Mc 5,39 . (10) Mc 5,40 . (11) Mc 5,41 . (12) Mc 5,42 .

6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

8. act. ind. imperf. 3de pers. enk. èn (hij was) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Taalgebruik : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,5 . (2) Mc 5,11 . (3) Mc 5,21 . (4) Mc 5,40 . (5) Mc 5,42 .

12. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,43 - Mc 5,43 : 144. Genezing van een vrouw met bloedvloeiïng. Opwekking van Jaïrus'dochter -- Mc 5,21-43 - Mt 9,18-26 - Lc 8,40-56 - bijbeloverzicht -- Mc (Marcus) -- Mc 5 -- taalgebruik -- Mc 5,21 - Mc 5,22 - Mc 5,23 - Mc 5,24 - Mc 5,25 - Mc 5,26 - Mc 5,27 - Mc 5,28 - Mc 5,29 - Mc 5,30 - Mc 5,31 - Mc 5,32 - Mc 5,33 - Mc 5,34 - Mc 5,35 - Mc 5,36 - Mc 5,37 - Mc 5,38 - Mc 5,39 - Mc 5,40 - Mc 5,41 - Mc 5,42 - Mc 5,43 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5:43 kai diesteilato autois polla ina mèdeis gnoi touto kai eipen dothènai autè fagein   43 et praecepit illis vehementer ut nemo id sciret et dixit dari illi manducare     43 En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.   [43] Hij beval hun met nadruk dat niemand* dit te weten zou komen, en Hij vroeg hun om haar eten te geven.  [43] Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.  43 Hij gebiedt hun ernstig dat niemand hier kennis van mag krijgen, en zegt dat haar iets te eten moet worden gegeven.   Mc 5:43- Et il leur recommanda vivement que personne ne le sût et il dit de lui donner à manger. 

King James Bible . [43] And he charged them straitly that no man should know it; and commanded that something should be given her to eat.
Luther-Bibel . 43 Und er gebot ihnen streng, dass es niemand wissen sollte, und sagte, sie sollten ihr zu essen geben.

Tekstuitleg van Mc 5,43 . Dit vers Mc 5,43 telt 13 woorden , 27 (3 X 3 X 3) lettergrepen en 68 (2 X 2 X 17) letters . De getalwaarde van Mc 5,43 is 6060 (2 X 2 X 3 X 5 X 101) .

Mc 5,43.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

Mc 5,43.2. mediaal aor. 3de pers. enk. diesteilato (hij beval) van het werkwoord diastellomai (bevelen) . Taalgebruik in het N.T. : diastellomai (bevelen) . Taalgebruik in Mc : diastellomai (bevelen) . diastellô (uiteenhalen, uitee-stellen, uiteen-zetten, scheiden, bepalen) .
Mc (3)  : (1) Mc 5,43 . (2) Mc 7,36 . (3) Mc 9,9 . Het is de eerste maal dat Marcus een vorm van het werkw. diastellomai (bevelen) gebruikt .

Mc 5,43.3. voornaamw. dat. mann. mv. autois (aan hen) van het voornaamw. autos . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord autos . Taalgebruik in Mc. : voornaamwoord autos .
Mc 5 (5) : (1) Mc 5,13 . (2) Mc 5,16 . (3) Mc 5,19 . (4) Mc 5,39 . (5) Mc 5,43 . Het spreekverbod betreft degenen die binnenskamers het gebeuren hebben meegemaakt : de vader en de moeder van het meisje en de leerlingen van Jezus .

Mc 5,43.4. (nom. +) acc. onz. mv. polla (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Taalgebruik in Mc. : polus (veel) .
Mc (21) : (1) Mc 1,34 . (2) Mc 1,45 . (3) Mc 3,12 . (4) Mc 4,2 . (5) Mc 5,10 . (6) Mc 5,23 . (7) Mc 5,26 . (8) Mc 5,38 . (9) Mc 5,43 . (10) Mc 6,13 . (11) Mc 6,20 . (12) Mc 6,23 . (13) Mc 6,34 . (14) Mc 7,4 . (15) Mc 7,13 . (16) Mc 8,31 . (17) Mc 9,12 . (18) Mc 9,26 . (19) Mc 10,22 . (20) Mc 12,41 . (21) Mc 15,3 . Een veelheid werd uiteengezet opdat het spreekverbod zou onderhouden worden .

Mc 5,43.5. hina (opdat) . Taalgebruik in het N.T. : hina (opdat) . Taalgebruik in Mc : hina (opdat) . Voorzetsel van doel .
Mc (59) . Mc 5 (5) : (1) Mc 5,10 . (2) Mc 5,12 . (3) Mc 5,18 . (4) Mc 5,23 . (5) Mc 6,43 .  

Mc 5,43.1. - 3. 5. kai diesteilato autois (...) hina (en hij beval hen opdat) (3 / 3) . Mc (3)  : (1) Mc 5,43 . (2) Mc 7,36 . (3) Mc 9,9 . Het betreft telkens een zwijggebod .

Mc 5,43.7. act. con,j. aor. 3de pers. enk. gnoi  van het werkw. gignôskô (kennen, weten) . Taalgebruik in het N.T. : gignôskô (kennen, weten) . Taalgebruik in Mc : gignôskô (kennen, weten) .
Mc (2) : (1) Mc 5,43 . (2) Mc 9,30 .

Mc 5,43.1. - 8. STAP VOOR STAP !
- Mc 5,43 : kai diesteilato autois polla ina mèdeis gnoi touto (en hij beval hen meermaals dat niemand dit zou weten) . Het zwijggebod betreft het ten leven wekken van het kind .
- Mc 9,30 : kai ouk èthelen hina tis gnoi (en hij wilde niet dat iemand het zou weten) . Na de uitdrijving van een onreine geest uit een jongen , gaat Jezus weg uit de streek en trekt door Galilea , maar hij wil niet dat iemand het weet .

Mc 5,43.9. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in het N.T. . Taalgebruik in Mc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Mc 5 . Van de 43 verzen in Mc 5 niet in 6 verzen : (1) Mt 5,8 . (2) Mt 5,11 . (3) Mt 5,27 . (4) Mt 5,28 . (5) Mt 5,35 . (6) Mt 5,36 .

10. act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen (hij zei) van het werkw. legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . Taalgebruik in Mc : legô (zeggen) .
Mc (56) . Mc 5 (3) : (1) Mc 5,33 . (2) Mc 5,34 . (3) Mc 5,43 .


 

1. aantal woorden 2. aantal letters 3. aantal lettergrepen 4. getalwaarde 5. kai (en) 6. de (echter) 7. nevenschikkende zinnen 8. ondergeschikte zinnen (behalve participiumzinnen) 9. participiumzinnen

  Mc 5,1 Mc 5,2 (1)  Mc 5,3 Mc 5,4 Mc 5,5 Mc 5,6 Mc 5,7 Mc 5,8 Mc 5,9 Mc 5,10 Mc 5,11 Mc 5,12 Mc 5,13 (3)  Mc 5,14 Mc 5,15 Mc 5,16 Mc 5,17 Mc 5,18 Mc 5,19 Mc 5,20 Mc 5,21 Mc 5,22 Mc 5,23 (5)  Mc 5,24 Mc 5,25
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       
                                                       

  Mc 5,26 Mc 5,27 Mc 5,28 Mc 5,29 Mc 5,30 Mc 5,31 Mc 5,32 Mc 5,33 Mc 5,34 Mc 5,35 Mc 5,36 Mc 5,37 Mc 5,38 Mc 5,39 Mc 5,40 Mc 5,41 Mc 5,42 Mc 5,43