LUCASEVANGELIE , EENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK , LC 21 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 - Lc 21,25-28 - Lc 21,34-36 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Tekstuitleg - Lc 21,1-4 - Lc 21,5-7 - Lc 21,8-11 - Lc 21,12-19 - Lc 21,20-24 - Lc 21,25-28 - Lc 21,29-31 - Lc 21,32-33 - Lc 21,34-36 -
Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : Lc 1 - Lc 2 - Lc 3 - Lc 4 - Lc 5 - Lc 6 - Lc 7 - Lc 8 - Lc 9 - Lc 10 - Lc 11 - Lc 12 - Lc 13 - Lc 14 - Lc 15 - Lc 16 - Lc 17 - Lc 18 - Lc 19 - Lc 20 - Lc 21 - Lc 22 - Lc 23 - Lc 24 -
Uitleg vers per vers - Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 - Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 - Lc 21,8 - Lc 21,9 - Lc 21,10 - Lc 21,11 - Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 - Lc 21,20 - Lc 21,21 - Lc 21,22 - Lc 21,23 - Lc 21,24 - Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 - Lc 21,29 - Lc 21,30 - Lc 21,31 - Lc 21,32 - Lc 21,33 - Lc 21,34 - Lc 21,35 - Lc 21,36 - Lc 21,37 - Lc 21,38 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eenentwintigste hoofdstuk van het Lucasevangelie :
298. De penningen van de weduwe : Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -
299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -
300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -
301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19
302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Mc 13,14-20 - Mt 24,15-22 - Lc 21,20-24 -
305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -
306. Gelijkenis van de vijgeboom : Mc 13,28-29 - Mt 24,32-33 - Lc 21,29-31 -
307. De tijd van het einde : Mc 13,30-32 - Mt 24,34-36 - Lc 21,32-33 -
309. Slot van de eschatologische rede (Lc): Oproep tot waakzaamheid : Lc 21,34-36 - Mc 13,33-37 - Mt 25,1-13a -

298. De penningen van de weduwe : Lc 21,1-4 - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -

Lc 21,1 - Lc 21,1 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  1 respiciens autem vidit eos qui mittebant munera sua in gazofilacium divites     [1] Hij keek toe hoe de rijken hun gaven in de offerkist wierpen.   [1] Toen hij opkeek, zag hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen.   1 ¶ Als hij opkijkt ziet hij de rijken hun gaven in de schatbewaarkist werpen;   1. Levant les yeux, il vit les riches qui mettaient leurs offrandes dans le Trésor.  

King James Bible . [1] And he looked up, and saw the rich men casting their gifts into the treasury.
Luther-Bibel . 21 1 Er blickte aber auf und sah, wie die Reichen ihre Opfer in den Gotteskasten einlegten.

Tekstuitleg van Lc 21,1 .

Lc 21,2 - Lc 21,2 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  2 vidit autem et quandam viduam pauperculam mittentem aera minuta duo       [2] Ook zag Hij een arme weduwe die er een paar muntjes* in deed.   [2] Hij zag ook dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide,   2 maar hij ziet ook een behoeftige weduwe er twee penningen inwerpen,   2. Il vit aussi une veuve indigente qui y mettait deux piécettes,  

King James Bible . [2] And he saw also a certain poor widow casting in thither two mites.
Luther-Bibel . 2 Er sah aber auch eine arme Witwe, die legte dort zwei Scherflein ein.

Tekstuitleg van Lc 21,2 .

Lc 21,3 - Lc 21,3 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  3 et dixit vere dico vobis quia vidua haec pauper plus quam omnes misit       [3] Hij zei: ‘Om jullie de waarheid te zeggen, die arme weduwe heeft er meer in gegooid dan alle anderen.  [3] en hij zei: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen.   3 en hij zegt: echt waar, ik zeg u: deze arme weduwe heeft er meer ingeworpen dan alle anderen!–  3. et il dit : « Vraiment, je vous le dis, cette veuve qui est pauvre a mis plus qu'eux tous. 

King James Bible . [3] And he said, Of a truth I say unto you, that this poor widow hath cast in more than they all:
Luther-Bibel . 3 Und er sprach: Wahrlich, ich sage euch: Diese arme Witwe hat mehr als sie alle eingelegt.

Tekstuitleg van Lc 21,3 .

Lc 21,4 - Lc 21,4 : 298. De penningen van de weduwe - Mc 12,41-44 - Lc 21,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,1 - Lc 21,2 - Lc 21,3 - Lc 21,4 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  4 nam omnes hii ex abundanti sibi miserunt in munera Dei haec autem ex eo quod deest illi omnem victum suum quem habuit misit       [4] Want allen gooiden er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoede alles wat ze heeft om van te leven.’   [4] Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.’   4 want die allen hebben uit hun óvervloed iets bij de gaven geworpen, maar zij heeft uit haar gebrek heel de leeftocht die ze nog had erin geworpen!  4. Car tous ceux-là ont mis de leur superflu dans les offrandes, mais elle, de son dénuement, a mis tout ce qu'elle avait pour vivre. » 

King James Bible . [4] For all these have of their abundance cast in unto the offerings of God: but she of her penury hath cast in all the living that she had.
Luther-Bibel . 4 Denn diese alle haben etwas von ihrem Überfluss zu den Opfern eingelegt; sie aber hat von ihrer Armut alles eingelegt, was sie zum Leben hatte.

Tekstuitleg van Lc 21,4 .

22. actief indic. imperf. 3de pers. enk. eichen (hij had, hij bezat) van het werkw. echô (hebben) . Taalgebruik in het N.T. : echô (hebben, bezitten) . Taalgebruik in Lc : echô (hebben, bezitten) . Lc (4) : (1) Lc 13,6 . (2) Lc 15,11 . (3) Lc 16,1 . (4) Lc 21,4 .

299. Inleiding tot de eschatologische rede : Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -

Lc 21,5 - Lc 21,5 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  5 et quibusdam dicentibus de templo quod lapidibus bonis et donis ornatum esset dixit      [5] Het* gesprek kwam op de tempel. Men zei dat die met fraaie stenen en wijgeschenken was versierd. Maar Hij zei:   [5] Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei hij:   5 ¶ Als enkelen zeggen over het heiligdom dat het dan toch maar met fraaie stenen en wijgeschenken is gesierd, zegt hij:  5. Comme certains disaient du Temple qu'il était orné de belles pierres et d'offrandes votives, il dit : 

King James Bible . [5] And as some spake of the temple, how it was adorned with goodly stones and gifts, he said,
Luther-Bibel . 5 Und als einige von dem Tempel sagten, dass er mit schönen Steinen und Kleinoden geschmückt sei, sprach er:

Tekstuitleg van Lc 21,5 .

6. gen. onz. enk. hierou van het zelfst. naamw. hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in het N.T. : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Lc : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Hnd : hieron (heiligdom, tempel) . Lc (4) : (1) Lc 2,37 . (2) Lc 4,9 . (3) Lc 21,5 . (4) Lc 22,52 . Een vorm van hieron (heiligdom, tempel) in Lc in 14 verzen : (1) Lc 2,27 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 2,46 . (4) Lc 4,9 . (5) Lc 18,10 . (6) Lc 19,45 . (7) Lc 19,47 . (8) Lc 20,1 . (9) Lc 21,5 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 . (12) Lc 22,52 . (13) Lc 22,53 . (14) Lc 24,53 . In Lc : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen . In Hnd : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen .

Lc 21,6 - Lc 21,6 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  6 haec quae videtis venient dies in quibus non relinquetur lapis super lapidem qui non destruatur       [6] ‘Er zal een tijd komen dat van alles wat u daar ziet geen steen op de andere zal blijven; ze worden allemaal neergehaald.’   [6] ‘Wat jullie hier zien – er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’   6 dit alles wat ge nu aanschouwt,– er zullen dagen komen waarin geen steen op steen gelaten zal worden die niet zal worden weggebroken.  6. « De ce que vous contemplez, viendront des jours où il ne restera pas pierre sur pierre : tout sera jeté bas. »  

King James Bible . [6] As for these things which ye behold, the days will come, in the which there shall not be left one stone upon another, that shall not be thrown down.
Luther-Bibel . 6 Es wird die Zeit kommen, in der von allem, was ihr seht, nicht ein Stein auf dem andern gelassen wird, der nicht zerbrochen werde.

Tekstuitleg van Lc 21,6 .

6. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

11. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Lc 21,7 - Lc 21,7 : 299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,5 - Lc 21,6 - Lc 21,7 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  7 interrogaverunt autem illum dicentes praeceptor quando haec erunt et quod signum cum fieri incipient      [7] Daarop vroegen ze Hem: ‘Meester, wanneer zal dat plaatsvinden? En wat zal het teken zijn dat dit gaat gebeuren?’   [7] Ze stelden hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’  7 Ze vragen hem daarnaar en zeggen: leermeester, wanneer zal dat dan zijn, en wat is het téken, wanneer dat alles gaat geschieden?  7. Ils l'interrogèrent alors en disant : « Maître, quand donc cela aura-t-il lieu, et quel sera le signe que cela est sur le point d'arriver ? » 

King James Bible . [7] And they asked him, saying, Master, but when shall these things be? and what sign will there be when these things shall come to pass?
Luther-Bibel . 7 Sie fragten ihn aber: Meister, wann wird das geschehen? Und was wird das Zeichen sein, wenn das geschehen wird?

Tekstuitleg van Lc 21,7 .

13. nom. + acc. onz. enk. sèmeion (teken) . Taalgebruik in het N.T. : sèmeion (teken) . Taalgebruik in Lc : sèmeion (teken) . Lat. signum . Fr. signe . E. sign . N. teken . D. Zeichen .
Lc (7) : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 23,8 . Een vorm van sèmeion (teken) in Lc in 9 verzen : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,25 . (9) Lc 23,8 .

We komen dichterbij het einde . Het drama voltrekt zich . In Lc 20,20-26 komen gezanten (wellicht van de Farizeeën) met een vraag die in Jeruzalem wel gevoelig moet liggen : belasting betalen aan de keizer . En de vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis kondigt wel heel sterk het einde aan . Resultaat van dit alles is : de tegenstanders durven geen vragen meer stellen . De vraag in Lc 21,7 komt van de leerlingen en handelt precies over het einde. Heel wat uitleg kan je vinden onder Lc 17,20-21 . Het uiteindelijk antwoord op die vraag kennen we vanuit Mc 13,33-37 . Maar Lukas laat dat weg .

Lc 17,20 Lc 21,7 Lc 20, 21  Lc 20,27-28
Eperôtètheis (ondervraagd) epèrôtèsan (Zij ondervroegen) kai epèrôtèsan (rn zij vroegen) Proselthontes de tines tôn Saddoukaiôn ... epèrôtèsan (Komende echter bij - hem - enige Sadduceeërs, vroegen  
de (echter) de (echter)    
hupo tôn Farisaiôn (door de Farizeeën)      
  auton (hem) auton (hem) auton (hem)
  legontes (zeggende) legontes (zeggende) legontes (zeggende)
  didaskale (meester) didaskale (meester) didaskale (meester)
pote (wanneer) ... pote (wanneer) ...    
 apekrithè autois kai eipen (hij antwoordde hen en zei) ho de eipen (hij echter zei)     
 254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -  299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -  291. Vraag van de Farizeeën over de belasting aan de keizer : Mc 12,13-17 // Mt 22,15-22 // Lc 20,20-26 - Mc 12,13-17 - Mt 22,15-22 - Lc 20,20-26 -  292. Vraag van de Sadduceeën over de verrijzenis : Mc 12,18-27 // Mt 22,23-33 // Lc 20,27-38 - Mc 12,18-27 - Mt 22,23-33 - Lc 20,27-38 -

 

Lc 21,7                  
epèrôtèsan (Zij ondervroegen)   ho de eipen (hij echter zei)               
de (echter)                  
    blepete (kijk uit)              
auton (hem)   mè (dat jullie niet)       mè (dat jullie niet)      
legontes (zeggende)   planèthète (misleid worden)       poreuthète opisô autôn (achter hen aan zouden gaan)      
didaskale (meester)                  
  kai tí to sèmeion (en wat is het teken)                 
pote (wanneer) ... hotan (wanneer                
                   
ho kairos (de gunstige tijd - het moment) mellè tauta (dat zou kunnen)   egô eimi (ik ben het) ho kairos (de gunstige tijd - het moment) dei gar tauta (dat moet immers)        
estin (is) ginesthai (gebeuren)      èggiken (is nabij) genesthai prôton (eerst gebeuren)        
                   
                   
                   

De leerlingen spreken hun meester aan met didaskale (leermeester). Dan volgt een dubbelvoudige vraag. De eerste vraag bestaat uit vier woorden. De tweede vraag bestaat uit een hoofdzin en een bijzin. Beide bestaan uit vier woorden. De vraagstelling bestaat dus uit 12 woorden; met de aanspreektitel zijn het 13 woorden. Wat het aantal lettergrepen betreft : eerste vraag : 7 lettergrepen; tweede vraag, hoofdzin : 6 lettergrepen; bijzin : 9 lettergrepen. De aanspreektitel bestaat uit 4 lettergrepen. De vraagstelling bestaat dus uit 13 woorden en 26 lettergrepen. Wat de woorden betreft : inleidingsformule : 4. De vraag : 1 - 4 - 4 - 4.

Lc 17,20b Lc 17,20c Mc 13,33 Mc 13,35 Lc 21,7 Lc 21,7 Lc 21,8 Lc 21,8 Lc 21,9
    Ouk oidate gar (jullie weten immers niet) Ouk oidate gar (jullie weten immers niet)          
         didaskale (leermeester)        
          kai tí to sèmeion (en wat is het teken)       
pote (wanneer)   pote (wanneer) pote (wanneer) pote oun (wanneer dan) hotan (wanneer      
    ho kairos (de gunstige tijd - het moment) ho kurios tès oikias (de heer van het huis) tauta (dat) mellè tauta (dat zou kunnen) egô eimi (ik ben het) ho kairos (de gunstige tijd - het moment) dei gar tauta (dat moet immers)
erchetai (komt) ouk erchetai (komt niet) estin (is) erchetai (komt) estai (zal zijn) ginesthai (gebeuren)    èggiken (is nabij) genesthai prôton (eerst gebeuren)
hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)              
  meta paratèrèseôs (met waarneming)              
         1 woord; 4 woorden; . 4 lettergrepen; 7 lettergrepen  4 woorden; 4 woorden; 6 lettergrepen; 9 lettergrepen : totaal : 13 woorden; 26 lettergrepen      
254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -    308. Slot van de eschatologische rede (Mc) : Waakzaamheid bij afwezigheid van de Heer : Mc 13,33-37 - Mc 13,33-37 -    299. Inleiding tot de eschatologische rede : Mc 13,1-4 // Mt 24,1-3 // Lc 21,5-7 - Mc 13,1-4 - Mt 24,1-3 - Lc 21,5-7 -    300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -    

 

Lc 17,20b Lc 17,20c Lc 17,21a Lc 17,21b1 Lc 17,21b2 Lc 17,21c Lc 17,23a Lc 17,23b1 Lc 17,23b2 Mc 13,21a   Lc 21,8 // Mc 13,5
    oude erousin (noch zullen zij zeggen)       kai erousin humin (en zij zullen zeggen aan jullie)     Kai tote ean tis humin eipèi (en wanneer iemand dan aan jullie zou zeggen)   polloi gar eleusontai epi tôi onomoati mou legontes (velen immers zullen in mijn naam komen zeggende)
      idou (zie)   idou (zie)   idou (zie) idou (zie) ide (zie) ide (zie)  
          gar (immers)            
pote (wanneer)     hôde (daar) è ekei (of hier)     ekei (hier) hôde (daar) hôde ho christos (zie, daarr de messias) ekei (hier) egô eimi (ik ben het)
erchetai (komt) ouk erchetai (komt niet)                    
hè basileia tou theou (het koninkrijk van God) hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)       hè basileia tou theou (het koninkrijk van God)            
  meta paratèrèseôs (met waarneming)                    
          entos humôn estin (binnenin jullie is)            
254. Vraag naar de tijd van het Rijk Gods : Lc 17,20-21 - Lc 17,20-21 -           255. Geen voorbarige verwachting van de dagen van de Mensenzoon : Lc 17,22-24 // (Mt 24,26-27) - Lc 17,22-24 -      303. Pseudochristussen en pseudoprofeten : Mc 13,21-23 // Mt 24,23-25 - Mc 13,21-23 - Mt 24,23-25 -    300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 // Mt 24,4-8 // Lc 21,8-11 - Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -

 

Lc 21,8b Lc 21,8f Lc 21,9              
                   
mè (dat jullie niet) mè (dat jullie niet) mè (dat jullie niet)              
planèthète (niet misleid worden) poreuthète opisô autôn (achter hen aan zouden gaan) ptoèthète (door angst bevangen zouden worden)              
...                  
gar (immers)                  
                   
                   
                   
                   

300. Het begin van het einde : Lc 21,8-11 - 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -

Lc 21,8 - Lc 21,8 : 300. Het begin van het einde : Mc 13,5-8 - Mt 24,4-8 - Lc 21,8-11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  8 qui dixit videte ne seducamini multi enim venient in nomine meo dicentes quia ego sum et tempus adpropinquavit nolite ergo ire post illos      [8] ‘Kijk uit’, zei Hij, ‘dat u niet op een dwaalspoor wordt gebracht. Want velen zullen optreden in mijn naam en zeggen: “Ik ben het”, of: “De tijd is gekomen.” Loop niet achter hen aan.   [8] Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet!   8 Maar hij zegt: kijk uit dat ge niet in dwaling geraakt!– want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen ‘ik ben het’ en ‘het tijdstip is genaderd’: trekt niet achter hen aan!   8. Il dit : « Prenez garde de vous laisser abuser, car il en viendra beaucoup sous mon nom, qui diront : «C'est moi ! » et »Le temps est tout proche». N'allez pas à leur suite. 

King James Bible . [8] And he said, Take heed that ye be not deceived: for many shall come in my name, saying, I am Christ; and the time draweth near: go ye not therefore after them.
Luther-Bibel . 8 Er aber sprach: Seht zu, lasst euch nicht verführen. Denn viele werden kommen unter meinem Namen und sagen: Ich bin's, und: Die Zeit ist herbeigekommen. – Folgt ihnen nicht nach!

Tekstuitleg van Lc 21,8 .

7. nom. mann. mv. polloi (velen) van het bijvoegl. naamw. polus (veel) . Taalgebruik in het N.T. : polus (veel) . Taalgebruik in Lc : polus (veel) .
Lc (8) : (1) Lc 1,1 . (2) Lc 1,14 . (3) Lc 4,27 . (4) Lc 5,15 . (5) Lc 10,24 . (6) Lc 13,24 . (7) Lc 14,25 . (8) Lc 21,8 . Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 21 () :

10. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

4. blepete (kijk) . Verwijzing : blepô (kijken, zien) . Imperatief praesens 2de pers. enk.

blepô (kijken, zien) bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
ind. pr. + imperat. pr. 2de pers. mv. blepete 33  31  4 : (1) Mt 11,4 . (2) Mt 13,17 . (3) Mt 24,2 . (4) Mt 24,4 . 8 : (1) Mc 4,24 . (2) Mc 8,15 . (3) Mc 8,18 . (4) Mc 12,38 . (5) Mc 13,5 . (6) Mc 13,9 . (7) Mc 13,23 . (8) Mc 13,33 . 4 : (1) Lc 8,18 . (2) Lc 10,23 . (3) Lc 10,24 . (4) Lc 21,8 .   13    16 : (1) Mc 4,24 // Lc 8,18 .  (2) Mt 13,17 // Lc 10,24 . (3) Mt 24,4 // Mc 13,5 // Lc 21,8 . 16 
Totaal  141 50 91 17 13 13 11 10 18 43 54

Wat de vertalingen betreft. De gebiedende wijze wordt - zoals in het Grieks - in de meervoudsvorm (V, LZ, NB) gegeven, in de enkelvoudsvorm (SDV, WV, NV) . Het persoonlijk voornaamwoord is gij (LZ) , ge (NB) of je (WV) , jullie (NV) . Vermits de gebiedende wijze aan het begin van de zin staat , wordt het werkwoord nog eens beklemtoond ; de vertalingen versterken het werkwoord door een bijwoord of een voorzetsel bij het werkwoord : goed kijken (NB) .

Lc 21,9 - Lc 21,9 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  9 cum autem audieritis proelia et seditiones nolite terreri oportet primum haec fieri sed non statim finis      [9] Wanneer u hoort van oorlogen en onlusten, wees dan niet verontrust. Want dat moet eerst gebeuren, maar het is niet meteen het einde.’  [9] Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’   9 Wanneer ge zult horen van oorlogen en opstanden raakt dan niet in de war: want dat ‘moet éérst geschieden’, – nee, het is niet meteen het einde!   9. Lorsque vous entendrez parler de guerres et de désordres, ne vous effrayez pas ; car il faut que cela arrive d'abord, mais ce ne sera pas de sitôt la fin. »  

King James Bible . [9] But when ye shall hear of wars and commotions, be not terrified: for these things must first come to pass; but the end is not by and by.
Luther-Bibel . 9 Wenn ihr aber hören werdet von Kriegen und Aufruhr, so entsetzt euch nicht. Denn das muss zuvor geschehen; aber das Ende ist noch nicht so bald da.

Tekstuitleg van Lc 21,9 .

Lc 21,10 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  10 tunc dicebat illis surget gens contra gentem et regnum adversus regnum       [10] Toen zei Hij hun: ‘Het ene volk zal opstaan tegen het andere en het ene koninkrijk tegen het andere.   [10] Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere,   10 Toen heeft hij tot hen gezegd: ‘ontwaken zal volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’;   10. Alors il leur disait : « On se dressera nation contre nation et royaume contre royaume. 

King James Bible . [10] Then said he unto them, Nation shall rise against nation, and kingdom against kingdom:
Luther-Bibel . 10 Dann sprach er zu ihnen: Ein Volk wird sich erheben gegen das andere und ein Reich gegen das andere,

Tekstuitleg van Lc 21,10 .

1. tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) . Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

6. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op . Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

10. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op . Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Lc 21,11 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  11 terraemotus magni erunt per loca et pestilentiae et fames terroresque de caelo et signa magna erunt     [11] Er zullen zware aardbevingen zijn en op verscheidene plaatsen hongersnood en pest; en er zullen zich schrikwekkende en grote tekenen voordoen aan de hemel. [11] er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen. 11 er zullen grote aardbevingen zijn en op de ene plaats na de andere hongersnoden en pestepidemieën,– vreselijke dingen en vanuit de hemel grootse tekenen zullen er zijn. 11. Il y aura de grands tremblements de terre et, par endroits, des pestes et des famines ; il y aura aussi des phénomènes terribles et, venant du ciel, de grands signes.

King James Bible . [11] And great earthquakes shall be in divers places, and famines, and pestilences; and fearful sights and great signs shall there be from heaven.
Luther-Bibel . 11 und es werden geschehen große Erdbeben und hier und dort Hungersnöte und Seuchen; auch werden Schrecknisse und vom Himmel her große Zeichen geschehen.

Tekstuitleg van Lc 21,11 . Het vers Lc 21,11 telt 18 (2 X 3²) en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Lc 21,11 is 6878 (2 X 19 X 181) .

Lc 21,11.3. nom. + acc. onz. mv. megala (grote dingen) van het bijvoegl. naamw. megas (groot) . Taalgebruik in het N.T. : megas (groot) . Taalgebruik in Lc : megas (groot) . Lc (2) : (1) Lc 1,49 . (2) Lc 21,11 . Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , in Lc 1 (4) : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,32 . (3) Lc 1,42 . (4) Lc 1,49 .

Lc 21,11.10. act. ind. fut. 3de pers. mv. esontai (zij zullen zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (7) : (1) Lc 11,19 . (2) Lc 12,52 . (3) Lc 13,30 . (4) Lc 17,34 . (5) Lc 17,35 . (6) Lc 21,11 . (7) Lc 21,25

Lc 21,11.16. nom. + acc. onz. mv. sèmeia (tekens) van het zelfst. naamw. sèmeion (teken) . Taalgebruik in het N.T. : sèmeion (teken) . Taalgebruik in Lc : sèmeion (teken) . Lat. signum . Fr. signe . E. sign . N. teken . D. Zeichen . Lc (2) : (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,25 . Een vorm van sèmeion (teken) in Lc in 9 verzen : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,25 . (9) Lc 23,8 .

301. Gedrag bij vervolgingen : Lc 21,12-19 - Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -

Lc 21,12 - Lc 21,12 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:12 pro de toutôn pantôn epibalousin ef umas tas cheiras autôn kai diôxousin paradidontes eis tas sunagôgas kai fulakas apagomenous epi basileis kai ègemonas eneken tou onomatos mou  12 sed ante haec omnia inicient vobis manus suas et persequentur tradentes in synagogas et custodias trahentes ad reges et praesides propter nomen meum  Voor dat alles echter zullen ze hun handen aan jullie slaan en je vervolgen, overleverend aan de synagogen en gevangenissen, weggeleid voor koningen en landvoogden ter wille van mijn naam ;    [12] Maar* voordat dit allemaal gebeurt zal* men u oppakken en vervolgen, u uitleveren aan de synagogen en u gevangenzetten*. U wordt voorgeleid aan koningen* en gouverneurs omwille van mijn naam;  [12] Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam.   12 Maar vóór dat alles zullen ze de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te geven aan de synagogen en de wachtposten, door u weg te voeren naar koningen en landvoogden omwille van mijn naam!  12. « Mais, avant tout cela, on portera les mains sur vous, on vous persécutera, on vous livrera aux synagogues et aux prisons, on vous traduira devant des rois et des gouverneurs à cause de mon Nom, 

King James Bible . [12] But before all these, they shall lay their hands on you, and persecute you, delivering you up to the synagogues, and into prisons, being brought before kings and rulers for my name's sake.
Luther-Bibel . 12 Aber vor diesem allen werden sie Hand an euch legen und euch verfolgen und werden euch überantworten den Synagogen und Gefängnissen und euch vor Könige und Statthalter führen um meines Namens willen.

Tekstuitleg van Lc 21,12 .

6. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op . Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

5. - 10. epibalousin ef umas tas cheiras autôn = zij zullen hun hand aan jullie slaan . Verwijzing: ballô (werpen, gooien) , zie Mt 8,14 , vooral Hnd 4,3 . In de apokalyptische rede schrijft Lucas in Lc 21,12 : zij zullen de hand aan jullie slaan . Het is Jezus overkomen : Lc 20,19 : zij zochten de hand aan hem te slaan . Mc 14,46 : zij echter sloegen de hand aan hem . Mt 26,50 : en naderbijgekomen sloegen zij de hand aan Jezus . Het overkomt ook de apostelen (Hnd 5,18 ; Hnd 4,3 : Petrus en Johannes) en Paulus (Hnd 21,27) . De leerling gaat dezelfde weg op als zijn leraar.

16. acc. vr. mv. sunagôgas van het zelfst. naamw. sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in het N.T. : sunagôgè (synagoge) . Taalgebruik in Lc : sunagôgè (synagoge) . Lc (3) : (1) Lc 4,44 . (2) Lc 12,11 . (3) Lc 21,12 . Een vorm van sunagogè (synagoge) in Lc in 15 verzen : (1) Lc 4,15 . (2) Lc 4,16 . (3) Lc 4,20 . (4) Lc 4,28 . (5) Lc 4,33 . (6) Lc 4,38 . (7) Lc 4,44 . (8) Lc 6,6 . (9) Lc 7,5 . (10) Lc 8,41 . (11) Lc 11,43 . (12) Lc 12,11 . (13) Lc 13,10 . (14) Lc 20,46 . (15) Lc 21,12 .

19. In hetzelfde vers Lc 21,12 zegt Jezus dat ze zullen weggeleid worden voor koningen en landvoogden omwille van zijn naam . Ook Jezus werd weggeleid . Eenmaal dag geworden werd Jezus voor het Sanhedrin geleid (Lc 22,66) . Dat is ook het geval met de apostelen Petrus en Johannes (Hnd 4,5) . Deze apostelen werden gearresteerd en voorgeleid omdat zij onderrichtten in de naam van Jezus .

20. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Nog vanuit hetzelfde vers Lc 21,12 wordt de roeping van Saulus geïnterpreteerd . Het weggeleid worden wordt een gezonden worden . Hnd 9,15 : Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. 

Lc 21,13 - Lc 21,13 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:13 apobèsetai umin eis marturion  13 continget autem vobis in testimonium  het zal voor je aankomen op getuigenis .    [13] dat geeft u de gelegenheid om te getuigen*.  [13] Dan zullen jullie moeten getuigen.  13 Het zal voor u uitlopen op getuigen.   13. et cela aboutira pour vous au témoignage.  

King James Bible . [13] And it shall turn to you for a testimony.
Luther-Bibel . 13 Das wird euch widerfahren zu einem Zeugnis.

Tekstuitleg van Lc 21,13 .

Lc 21,14 - Lc 21,14 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:14 thete oun en tais kardiais umôn mè promeletan apologèthènai   14 ponite ergo in cordibus vestris non praemeditari quemadmodum respondeatis  leg dan in jullie harten tevoren in te oefenen hoe je te verdedigen ;    [14] Neem u heilig voor om u er van tevoren geen zorgen over te maken hoe u zich zult verdedigen.  [14] Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden.  14 Welnu, neemt u van harte voor om niet van te voren al te piekeren hoe u te verdedigen;   14. Mettez-vous donc bien dans l'esprit que vous n'avez pas à préparer d'avance votre défense :  

King James Bible . [14] Settle it therefore in your hearts, not to meditate before what ye shall answer:
Luther-Bibel . 14 So nehmt nun zu Herzen, dass ihr euch nicht vorher sorgt, wie ihr euch verantworten sollt.

Tekstuitleg van Lc 21,14 .

3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,15 - Lc 21,15 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:15 egô gar dôsô umin stoma kai sofian è ou dunèsontai antistènai è anteipein apantes oi antikeimenoi umin 15 ego enim dabo vobis os et sapientiam cui non poterunt resistere et contradicere omnes adversarii vestri  ik immers zal je een taal geven en een wijsheid waaraan al die je tegenstand bieden niet zullen kunnen weerstaan of tegenspreken .    [15] Want Ik zal u wijze woorden in de mond leggen, zodat geen van uw tegenstanders u zal kunnen weerstaan of tegenspreken.  [15] Want ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken. [  15 want ikzelf zal u een mond geven en een wijsheid die allen die tegen u in het geweer komen niet zullen kunnen weerstaan of weerspreken.  15. car moi je vous donnerai un langage et une sagesse, à quoi nul de vos adversaires ne pourra résister ni contredire. 

King James Bible . [15] For I will give you a mouth and wisdom, which all your adversaries shall not be able to gainsay nor resist.
Luther-Bibel . 15 Denn ich will euch Mund und Weisheit geben, der alle eure Gegner nicht widerstehen noch widersprechen können.

Tekstuitleg van Lc 21,15 .

Lc 21,16 - Lc 21,16 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:16 paradothèsesthe de kai upo goneôn kai adelfôn kai suggenôn kai filôn kai thanatôsousin ex umôn  16 trademini autem a parentibus et fratribus et cognatis et amicis et morte adficient ex vobis  Jullie zullen overgeleverd worden ook door ouders en broers en verwanten en vrienden, en ze zullen sommigen onder jullie ter dood brengen .    [16] U zult zelfs door uw ouders, uw broers* en zusters, uw familie en vrienden worden uitgeleverd en sommigen van u zal men ter dood brengen;   16] Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen van jullie zullen worden terechtgesteld,   16 Maar ge zult wel overgegeven worden, zelfs door ouders en broers, bloedverwanten en vrienden, en ze zullen ook mensen uit uw midden ter dood brengen;  16. Vous serez livrés même par vos père et mère, vos frères, vos proches et vos amis ; on fera mourir plusieurs d'entre vous, 

King James Bible . [16] And ye shall be betrayed both by parents, and brethren, and kinsfolks, and friends; and some of you shall they cause to be put to death.
Luther-Bibel . 16 Ihr werdet aber verraten werden von Eltern, Brüdern, Verwandten und Freunden; und man wird einige von euch töten.

Tekstuitleg van Lc 21,16 .

13. act. ind. fut. 3de pers. mv. thanatôsin (zij zullen doden) van het werkw. thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in Lc : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Dit is de enigste vorm in Lc . Niet in Hnd .

Lc 21,17 - Lc 21,17 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:17 kai esesthe misoumenoi upo pantôn dia to onoma mou  17 et eritis odio omnibus propter nomen meum  en je zult gehaat worden door allen ter wille van mijn naam.    [17] u zult door iedereen gehaat worden vanwege mijn naam.   [17] en jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam.   17 ge zult bij allen gehaat wezen vanwege mijn naam,  17. et vous serez haïs de tous à cause de mon nom.  

King James Bible . [17] And ye shall be hated of all men for my name's sake.
Luther-Bibel . 17 Und ihr werdet gehasst sein von jedermann um meines Namens willen.

Tekstuitleg van Lc 21,17 .

8. nom. + acc. onz. enk. : onoma (naam) . Taalgebruik in het N.T. : onoma (naam) . Taalgebruik in Lc : onoma (naam) . Stam : N ... M . Fr. nom . Ned. naam . Eng. name . Lc (15) : (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) . (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) . (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) . (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) . (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) . (6) Lc 1,49 . (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) . (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) . (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) . (10) Lc 6,22 . (11) Lc 8,30 . (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) . (13) Lc 11,2 . (14) Lc 21,17 . (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) . Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen .

Lc 21,18 - Lc 21,18 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:18 kai thrix ek tès kefalès umôn ou mè apolètai   18 et capillus de capite vestro non peribit  Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan .    [18] Maar geen haar van uw hoofd zal gekrenkt worden.  [18] Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.   18 maar geen haar van uw hoofd gaat verloren;   18. Mais pas un cheveu de votre tête ne se perdra.  

King James Bible . [18] But there shall not an hair of your head perish.
Luther-Bibel . 18 Und kein Haar von eurem Haupt soll verloren gehen.

Tekstuitleg van Lc 21,18 .

4. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

Lc 21,19 - Lc 21,19 : 301. Gedrag bij vervolgingen : Mc 13,9-13 - Mt 24,9-14 - Lc 21,12-19 -- Lc 21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,12 - Lc 21,13 - Lc 21,14 - Lc 21,15 - Lc 21,16 - Lc 21,17 - Lc 21,18 - Lc 21,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21:19 en tè upomonè umôn | ktèsesthe | ktèsasthe* | tas psuchas umôn  19 in patientia vestra possidebitis animas vestras   door jullie volharding zul je je zielen winnen .     [19] Als u volhardt, zult u uw leven winnen.  [19] Red je leven door standvastigheid!  19 door uw volharding zult ge uw levens–en–zielen winnen!   19. C'est par votre constance que vous sauverez vos vies !  

King James Bible . [19] In your patience possess ye your souls.
Luther-Bibel . 19 Seid standhaft und ihr werdet euer Leben gewinnen.

Tekstuitleg van Lc 21,19 .

1. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Mc 14,49 Lc 22,53 Lc 19,47 Lc 21, 37
    kai (en) èn de (hij was echter)
    èn didaskôn (hij was onderrichtende)  
kath'hèmeran (dagelijks) kath'hèmeran (dagelijks) to kath'hèmeran (dagelijks) tas hèmeras (dagelijks)
èmèn (was ik) ontos mou (ik zijnde)    
pros humas (bij u) meth'humôn (bij jullie)    
en tôi hierôi (in de tempel) en tôi hierôi (in de tempel) en tôi hierôi (in de tempel) en tôi hierôi (in de tempel)
didaskôn (onderrchtend)     didaskôn (onderrchtend)
330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 // Mt 26,47-56 // Lc 22,47-53 330. Gevangenneming van Jezus : Mc 14,43-52 // Mt 26,47-56 // Lc 22,47-53 284. Jezus in de tempel. Terugkeer naar Betanië : Mc 11,18-19 // Mt 21,14-17 // Lc 19,47-48  

302. De gruwel van de verwoesting van Judea : Lc 21,20-24 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -

Lc 21,20 - Lc 21,20 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  20 cum autem videritis circumdari ab exercitu Hierusalem tunc scitote quia adpropinquavit desolatio eius       [20] Wanneer u Jeruzalem door legers omsingeld ziet, weet dan dat haar verwoesting dichtbij is.   [20] Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is.    20. « Mais lorsque vous verrez Jérusalem investie par des armées, alors comprenez que sa dévastation est toute proche.  

King James Bible . [20] And when ye shall see Jerusalem compassed with armies, then know that the desolation thereof is nigh.
Luther-Bibel . 20 Wenn ihr aber sehen werdet, dass Jerusalem von einem Heer belagert wird, dann erkennt, dass seine Verwüstung nahe herbeigekommen ist.

Tekstuitleg van Lc 21,20 .

8. tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) .
Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

Lc 21,21 - Lc 21,21 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  21 tunc qui in Iudaea sunt fugiant in montes et qui in medio eius discedant et qui in regionibus non intrent in eam      [21] Laten de inwoners van Judea dan de bergen invluchten; wie in de stad is moet haar verlaten, en wie op het land is moet haar niet binnengaan.   [21] Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan,   21 Laten dán wie in Judea zijn vluchten naar de bergen; laten wie in haar midden zijn de wijk nemen naar buiten en wie in de buitengebieden zijn niet in haar binnenkomen,–   21. Alors, que ceux qui seront en Judée s'enfuient dans les montagnes, que ceux qui seront à l'intérieur de la ville s'en éloignent, et que ceux qui seront dans les campagnes n'y entrent pas ; 

King James Bible . [21] Then let them which are in Judaea flee to the mountains; and let them which are in the midst of it depart out; and let not them that are in the countries enter thereinto.
Luther-Bibel . 21 Alsdann, wer in Judäa ist, der fliehe ins Gebirge, und wer in der Stadt ist, gehe hinaus, und wer auf dem Lande ist, komme nicht herein.

Tekstuitleg van Lc 21,21 .

2. tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) .
Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

5. dat. vr. enk. ioudaia(i) van het zelfst. naamw. ioudaia (Judea) . Taalgebruik in het N.T. : ioudaia (Judea) . Taalgebruik in Lc : ioudaia (Judea) .
Lc (2) : (1) Lc 7,17 . (2) Lc 21,21 . Een vorm van ioudaia (Judea) in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,5 . (2) Lc 1,65 . (3) Lc 2,4 . (4) Lc 3,1 . (5) Lc 4,44 . (6) Lc 5,17 . (7) Lc 6,17 . (8) Lc 7,17 . (9) Lc 21,21 . (10) Lc 23,5 .

12. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

18. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,22 - Lc 21,22 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  22 quia dies ultionis hii sunt ut impleantur omnia quae scripta sunt       [22] Dagen van vergelding zijn dit, waarin alles wat er geschreven staat in vervulling gaat.   [22] want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan.   22 omdat dát de ‘dagen van de wrake’ zijn waarin vervuld wordt alles wat geschreven is.   22. car ce seront des jours de vengeance, où devra s'accomplir tout ce qui a été écrit.  

King James Bible . [22] For these be the days of vengeance, that all things which are written may be fulfilled.
Luther-Bibel . 22 Denn das sind die Tage der Vergeltung, dass erfüllt werde alles, was geschrieben ist.

Tekstuitleg van Lc 21,22

7. pass. inf. aor. plèsthènai van het werkw. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het N.T. : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Lc : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in Hnd : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Hebr. mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenach : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Lc (1) Lc 21,22 . Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen : (1) Lc 1,15 . (2) Lc 1,23 . (3) Lc 1,41 . (4) Lc 1,57 . (5) Lc 1,67 . (6) Lc 2,6 . (7) Lc 2,21 . (8) Lc 2,22 . (9) Lc 4,28 . (10) Lc 5,7 . (11) Lc 5,26 . (12) Lc 6,11 . (13) Lc 21,22 . In Lc : 5 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 6 / 24 hoofdstukken en in 5 verzen . In Hnd : X vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 7 hoofdstukken en in 9 verzen .

10. pass. part. perf. nom.. + acc. onz. mv. gegrammena van het werkw. grafô (schrijven) . Taalgebruik in het N.T. : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Mc : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Lc : grafô (schrijven) . Taalgebruik in Hnd : grafô (schrijven) . Hebr. sjâphar (schrijven) . Taalgebruik in Tenach : sjâphar (schrijven) . cijfer . Om een tekst te lezen spreekt men soms over een tekst ontcijferen . Lat. scribere . Fr. écrire . Lc (3) : (1) Lc 18,31 . (2) Lc 21,22 . (3) Lc 24,44 . Een vorm van grafô (schrijven) in Lc in 20 verzen : (1) Lc 1,3 . (2) Lc 1,63 . (3) Lc 2,23 . (4) Lc 3,4 . (5) Lc 4,4 . (6) Lc 4,8 . (7) Lc 4,10 . (8) Lc 4,17 . (9) Lc 7,27 . (10) Lc 10,26 . (11) Lc 16,6 . (12) Lc 16,7 . (13) Lc 18,31 . (14) Lc 19,46 . (15) Lc 20,17 . (16) Lc 20,28 . (17) Lc 21,22 . (18) Lc 22,37 . (19) Lc 24,44 . (20) Lc 24,46 . In Lc : 6 vormen van grafô (schrijven) in 13 / 24 hoofdstukken en in 20 verzen . In Hnd : 8 vormen van grafô (schrijven) in 8 hoofdstukken in 11 verzen .

8. - 10. panta ta gegrammena (al het geschrevene) . In drie verzen in het N.T. nl. bij Lucas : (1) Lc 18,31 : telesthèsetai ... : al het geschrevene zal voltooid worden (derde lijdensvoorspelling) . (2) Lc 21,22 : tou plèsthènai ... : opdat al het geschrevene zou vervuld worden (eschatologische rede) . (3) Lc 24,44 : hoti dei plèrôthènai ... : dat al het geschrevene moet vervuld worden (verschijning aan de elf en hun metgezellen) .Verwijzing : grafô (schrijven) , zie Mc 1,2 . Door deze drie teksten is de derde lijdensvoorspelling , de eschatologische rede en een verschijningsverhaal met elkaar verbonden .

Lc 21,23 - Lc 21,23 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  23 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus erit enim pressura magna supra terram et ira populo huic       [23] Wee de vrouwen die zwanger zijn in die dagen, of een kind aan de borst hebben, want het land zal in diepe nood verkeren en dit volk zal door Gods toorn worden getroffen.   [23] Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen.   23 Wee haar die een vrucht in de schoot hebben en haar die zogen in die dagen!– want er zal grote nood zijn over het land en toorn treft deze gemeenschap.   23. Malheur à celles qui seront enceintes et à celles qui allaiteront en ces jours-là ! » Car il y aura grande détresse sur la terre et colère contre ce peuple.  

King James Bible . [23] But woe unto them that are with child, and to them that give suck, in those days! for there shall be great distress in the land, and wrath upon this people.
Luther-Bibel . 23 Weh aber den Schwangeren und den Stillenden in jenen Tagen! Denn es wird große Not auf Erden sein und Zorn über dies Volk kommen,

Tekstuitleg van Lc 21,23 . Het vers Lc 21,23 telt 26 (2 X 13) woorden en 116 (2² X 29) letters . De getalwaarde van Lc 21,23 is 11567 (43 X 269) .

Lc 21,23.3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,23.9. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

16. nom. + dat. vr. enk. megalè(i) (groot) van het bijvoegl. naamw. megas (groot) . Taalgebruik in het N.T. : megas (groot) . Taalgebruik in Lc : megas (groot) . Lc (6) (nom. : 1 / 6 ; dat. 5 / 6) : (1) Lc 1,42 . (2) Lc 4,33 . (3) Lc 8,28 . (4) Lc 19,37 . (5) Lc 21,23 (nom;) . (6) Lc 23,46 . Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , in Lc 21 (2) : (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,23 .

Lc 21,23.17. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Lc 21,23.18. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) . Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

Lc 21,23.19. gen. vr. enk. gès (van de aarde) van het zelfst. naamw. gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Taalgebruik in Lc : gè (aarde) .
Lc (10) : (1) Lc 2,14 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,24 . (4) Lc 10,21 . (5) Lc 11,31 . (6) Lc 12,56 . (7) Lc 18,8 . (8) Lc 21,23 . (9) Lc 21,25 . (10) Lc 21,35 . Een vorm van gè (aarde) in Lc in 26 verzen , in Lc

Lc 21,23.23. dat. mann. enk. laô(i) van het zelfst. naamw. laos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : laos (volk) . Taalgebruik in Lc : laos (volk) .
Lc (4) : (1) Lc 1,68 . (2) Lc 1,77 . (3) Lc 2,10 . (4) Lc 21,23 . Een vorm van laos (volk) in Lc (37) , in Lc 21 (2) : (1) Lc 21,23 . (2) Lc 21,38 .

Lc 21,24 - Lc 21,24 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  24 et cadent in ore gladii et captivi ducentur in omnes gentes et Hierusalem calcabitur a gentibus donec impleantur tempora nationum       [24] Ze zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden afgevoerd naar alle heidense volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden totdat de tijd* van de heidenen voorbij is.   [24] De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is.   24 Ze zullen vallen door de mond van het zwaard en in gevangenschap worden afgevoerd naar alle volkeren; Jeruzalem zal worden vertreden door de volkeren totdat de tijden der volkeren zijn vervuld.  24. Ils tomberont sous le tranchant du glaive et ils seront emmenés captifs dans toutes les nations, et Jérusalem sera foulée aux pieds par des païens jusqu'à ce que soient accomplis les temps des païens.  

King James Bible . [24] And they shall fall by the edge of the sword, and shall be led away captive into all nations: and Jerusalem shall be trodden down of the Gentiles, until the times of the Gentiles be fulfilled.
Luther-Bibel . 24 und sie werden fallen durch die Schärfe des Schwertes und gefangen weggeführt unter alle Völker, und Jerusalem wird zertreten werden von den Heiden, bis die Zeiten der Heiden erfüllt sind.

Tekstuitleg van Lc 21,24 .

Liturgische lezing van de 1ste (eerste) zondag van de advent C : Lc 21,25-28 (verwijzing : Lc 21,25-28) en Lc 21,34-36 (verwijzing : Lc 21,34-36) :
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee. De mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen. Want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken. Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met macht en grote heerlijkheid. Wanneer zich dit alles begint te voltrekken richt u dan op en heft uw hoofden omhoog want uw verlossing komt nabij. Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik; want hij zal komen over alle mensen, waar ook ter wereld. Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon."

305. De komst van de Mensenzoon : Lc 21,25-28 - Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -

Lc 21,25 - Lc 21,25 : 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  25 et erunt signa in sole et luna et stellis et in terris pressura gentium prae confusione sonitus maris et fluctuum      [25] Er* zullen tekenen zijn aan de zon, de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken in paniek raken, radeloos door het gebulder van de zee en de golven.  [25] Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee;   25 Er zullen tekenen zijn door zon, maan en sterren,– op de aarde een gedrang van volkeren, radeloos van ‘het geschal van zee en golven’,   25. « Et il y aura des signes dans le soleil, la lune et les étoiles. Sur la terre, les nations seront dans l'angoisse, inquiètes du fracas de la mer et des flots ;  

King James Bible . [25] And there shall be signs in the sun, and in the moon, and in the stars; and upon the earth distress of nations, with perplexity; the sea and the waves roaring;
Luther-Bibel . 25 Und es werden Zeichen geschehen an Sonne und Mond und Sternen, und auf Erden wird den Völkern bange sein, und sie werden verzagen vor dem Brausen und Wogen des Meeres,

Tekstuitleg van Lc 21,25 . Het vers Lc 21,25 telt 21 (3 X 7) woorden en 96 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3) letters . De getalwaarde van Lc 21,25 is 9259 (47 X 197) . De verzen Lc 21,25 en Lc 21,26 horen bij elkaar . In deze twee verzen komen twee werkw. in de toekomende tijd 3de pers. mv. voor ; bij het begin en op het einde en met een assonantie zelfs : esontai (zij zullen zijn) ... saleuthè - sontai (zij zullen geschud worden) . Bij deze werkwoorden worden de kosmische veranderingen beschreven . Daartussen staat wat deze verschijnselen op aarde veroorzaken . Dit centrale gedeelte wordt omsloten door twee tijdsbepalingen ; de ene bij het begin , de andere op het einde . Bij het begin : epi tès gès (op de aarde) , op het einde : tè(i) oikoumenè(i) : over de bewoonde wereld . De aandacht gaat niet zozeer naar wat zich op aarde afspeelt maar naar de gevoelens van de bewoners ; enerzijds de beklemming van de volkeren voor het tumultueeze geluid van de zee en de golven ; anderzijds de schrik waaraan mensen sterven en de verwachting wat hen zal overkomen .

Lc 21,25.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und .
Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,25.2. act. ind. fut. 3de pers. mv. esontai (zij zullen zijn) van het werkw. eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Taalgebruik in Lc : eimi (zijn) . Hebr. hâjâh . Lat. esse . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Lc (7) : (1) Lc 11,19 . (2) Lc 12,52 . (3) Lc 13,30 . (4) Lc 17,34 . (5) Lc 17,35 . (6) Lc 21,11 . (7) Lc 21,25 . De verzen Lc 21,25 en Lc 21,26 horen bij elkaar . In deze twee verzen komen twee werkw. in de toekomende tijd 3de pers. mv. voor ; bij het begin en op het einde en met een assonantie zelfs : esontai (zij zullen zijn) ... saleuthè sontai (zij zullen geschud worden) .

Lc 21,25.3. nom. + acc. onz. mv. sèmeia (tekens) van het zelfst. naamw. sèmeion (teken) . Taalgebruik in het N.T. : sèmeion (teken) . Taalgebruik in Lc : sèmeion (teken) . Lat. signum . Fr. signe . E. sign . N. teken . D. Zeichen . Lc (2) : (1) Lc 21,11 . (2) Lc 21,25 . Een vorm van sèmeion (teken) in Lc in 9 verzen : (1) Lc 2,12 . (2) Lc 2,34 . (3) Lc 11,16 . (4) Lc 11,29 . (5) Lc 11,30 . (6) Lc 21,7 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,25 . (9) Lc 23,8 .

Lc 21,25.4. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,25.5. dat. mann. enk. hèliô(i) (zon) van het zelfst. naamw. (h)èlios (zon) . Taalgebruik in het N.T. : hèlios (zon) . Taalgebruik in Lc . : hèlios (zon) .
Lc (1) : Lc 21,25 . Een vorm van (h)èlios (zon) in Lc in 5 verzen :

Lc 21,25.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,25.7. nom. + dat. vr. enk. selènè(i) (maan) . Taalgebruik in het N.T. : selènè (maan) . Taalgebruik in Lc : selènè (maan) .
Lc (1) : Lc 21,25 . Slechts één vorm in Lc .

Lc 21,25.8. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,25.9. dat. onz. mv. astrois (sterren) van het zelfst. naamw. astron (ster) . Taalgebruik in het N.T. : astron (ster) . Taalgebruik in Lc : astron (ster) .
Lc (1) : Lc 21,25 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 21,25.10. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,25.11. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Lc 21,25.12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

13. gen. vr. enk. gès (van de aarde) van het zelfst. naamw. gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Taalgebruik in Lc : gè (aarde) .
Lc (10) : (1) Lc 2,14 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,24 . (4) Lc 10,21 . (5) Lc 11,31 . (6) Lc 12,56 . (7) Lc 18,8 . (8) Lc 21,23 . (9) Lc 21,25 . (10) Lc 21,35 . Een vorm van gè (aarde) in Lc in 26 verzen , in Lc

Lc 21,25.14. nom. vr. enk. sunochè (beklemming, angst) . Taalgebruik in het N.T. : sunochè (beklemming, angst) . Taalgebruik in Lc : sunochè (beklemming, angst) . E. anguish . Lc (1) : Lc 21,25 .

Lc 21,25.16. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,25.17. dat. vr. enk. aporia(i) van het zelfst. naamw. aporia (verlegenheid, radeloosheid) . Taalgebruik in het N.T. : aporia (verlegenheid, radeloosheid) . Taalgebruik in het Lc : aporia (verlegenheid, radeloosheid) . Lc (1) : Lc 21,25 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het N.T. .

Lc 21,25.19. gen. vr. enk. thalassès van het zelfst. naamw. thalassa (zee, meer) . Taalgebruik in N.T. : thalassa (zee meer) . Taalgebruik in Lc : thalassa (zee meer) . Mc (1) : Lc 21,25 . Een vorm van thalassa (zee, meer) in Lc in 3 verzen .

Lc 21,25.20. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . L c (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,26 - Lc 21,26 : 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  26 arescentibus hominibus prae timore et expectatione quae supervenient universo orbi nam virtutes caelorum movebuntur      [26] De mensen zullen het besterven van schrik en spanning om wat de wereld gaat overkomen, want de hemelse machten zullen wankelen.  [26] de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen.   26 terwijl mensen ontzield raken van vrees in afwachting van wat komen gaat over de bewoonde wereld, want de krachten der hemelen zullen wankelen.   26. des hommes défailliront de frayeur, dans l'attente de ce qui menace le monde habité, car les puissances des cieux seront ébranlées.  

King James Bible . [26] Men's hearts failing them for fear, and for looking after those things which are coming on the earth: for the powers of heaven shall be shaken.
Luther-Bibel . 26 und die Menschen werden vergehen vor Furcht und in Erwartung der Dinge, die kommen sollen über die ganze Erde; denn die Kräfte der Himmel werden ins Wanken kommen.

Tekstuitleg van Lc 21,26 .

Lc 21,26.1. act. part. praes. gen. mv. mv. apopsuchontôn van het werkw. apopsuchô (wegblazen, in zwijm vallen) . Taalgebruik in het N.T. : apopsuchô (wegblazen, in zwijm vallen) . Taalgebruik in Lc : apopsuchô (wegblazen, in zwijm vallen) . Lc (1) : Lc 21,26 . Dit is de enigste vorm in Lc en in het N.T. .

Lc 21,26.5. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

16. De verzen Lc 21,25 en Lc 21,26 horen bij elkaar . In deze twee verzen komen twee werkw. in de toekomende tijd 3de pers. mv. voor ; bij het begin en op het einde en met een assonantie zelfs : esontai (zij zullen zijn) ... saleuthè sontai (zij zullen geschud worden) .

Lc 21,27 - Lc 21,27 : 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  27 et tunc videbunt Filium hominis venientem in nube cum potestate magna et maiestate       [27] Dan zullen ze de Mensenzoon met veel macht en heerlijkheid zien komen op een wolk*.   [27] Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister.   27 Maar dan zullen ze zien ‘de mensenzoon komend in een wolk’ met grote kracht en heerlijkheid.  27. Et alors on verra le Fils de l'homme venant dans une nuée avec puissance et grande gloire.  

King James Bible . [27] And then shall they see the Son of man coming in a cloud with power and great glory.
Luther-Bibel . 27 Und alsdann werden sie sehen den Menschensohn kommen in einer Wolke mit großer Kraft und Herrlichkeit.

Tekstuitleg van Lc 21,27 .

Lc 21,27.1. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,27.2. tote (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Taalgebruik in Lc : tote (dan) .
Lc (15) : (1) Lc 5,35 . (2) Lc 6,42 . (3) Lc 11,24 . (4) Lc 11,26 . (5) Lc 13,26. (6) Lc 14,9 . (7) Lc 14,10 . (8) Lc 14,21 . (9) Lc 16,16 . (10) Lc 21,10 . (11) Lc 21,20. (12) Lc 21,21 . (13) Lc 21,27 . (14) Lc 23,30 . (15) Lc 24,45 .

Lc 21,27.7. gen. mann. enk. anthrôpou (van de mens) van het zelfst. naamw. anthrôpos (mens) . Taalgebruik in het N.T. : anthrôpos (mens) . Taalgebruik in Lc : anthrôpos (mens) . Lc (30) . Lc 21 (2) : (1) Lc 21,27 . (2) Lc 21,36 . Een vorm van anthrôpos (mens) in Lc in 94 verzen .

Lc 21,27.9. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in . Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,27.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,28 - Lc 21,28 : 305. De komst van de Mensenzoon : Mc 13,24-27 - Mt 24,29-31 - Lc 21,25-28 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -- Lc 21,25 - Lc 21,26 - Lc 21,27 - Lc 21,28 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  28 his autem fieri incipientibus respicite et levate capita vestra quoniam adpropinquat redemptio vestra       [28] Als dat gaat gebeuren, sta dan op, recht en fier, want uw verlossing is dichtbij.’   [28] Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’   28 Als dit alles begint te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij!   28. Quand cela commencera d'arriver, redressez-vous et relevez la tête, parce que votre délivrance est proche. »  

King James Bible . [28] And when these things begin to come to pass, then look up, and lift up your heads; for your redemption draweth nigh.
Luther-Bibel . 28 Wenn aber dieses anfängt zu geschehen, dann seht auf und erhebt eure Häupter, weil sich eure Erlösung naht. Vom Feigenbaum

Tekstuitleg van Lc 21,28 .

Lc 21,28.5. act. imperat.  aor. 2de pers. mv. anakupsate (hef je hoof omhoog) van het werkw. anakuptô (het hoofd omhoogsteken) . Taalgebruik in het N.T. : anakuptô (het hoofd omhoogsteken) . Taalgebruik in Lc : anakuptô (het hoofd omhoogsteken) .
Lc (1) : Lc 21,28 . Een vorm van anakuptô (het hoofd omhoogsteken) in Lc in 2 verzen : (1) Lc 13,11 . (2) Lc 21,28 .

Lc 21,28.6. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,28.14. nom. vr. enk. apolutrôsis (afkoping, verlossing) . Taalgebruik in het N.T. : apolutrôsis (afkoping, verlossing) . Taalgebruik in Lc : apolutrôsis (afkoping, verlossing) . Lc (1) : Lc 21,28 . Dit is de enigste vorm in Lc .

  306. Gelijkenis van de vijgeboom : Lc 21,29-31 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -

Lc 21,29 - Lc 21,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  29 et dixit illis similitudinem videte ficulneam et omnes arbores      [29] Hij vertelde hun een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijg of naar een andere boom.   [29] Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen.   29 ¶ Hij zegt het hun met een gelijkenis: ziet de vijgenboom aan, en álle bomen:   29. Et il leur dit une parabole : « Voyez le figuier et les autres arbres.  

King James Bible . [29] And he spake to them a parable; Behold the fig tree, and all the trees;
Luther-Bibel . 29 Und er sagte ihnen ein Gleichnis: Seht den Feigenbaum und alle Bäume an:

Tekstuitleg van Lc 21,29 .

Lc 21,30 - Lc 21,30 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  30 cum producunt iam ex se fructum scitis quoniam prope est aestas      [30] Zodra u ze ziet uitbotten weet u vanzelf dat de zomer in aantocht is.   [30] Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is.   30 wanneer ze alweer uitbotten en ge kijkt ernaar, dan herkent ge vanzelf dat de zomer alweer nabij is;  30. Dès qu'ils bourgeonnent, vous comprenez de vous-mêmes, en les regardant, que désormais l'été est proche.  

King James Bible . [30] When they now shoot forth, ye see and know of your own selves that summer is now nigh at hand.
Luther-Bibel . 30 wenn sie jetzt ausschlagen und ihr seht es, so wisst ihr selber, dass jetzt der Sommer nahe ist.

Tekstuitleg van Lc 21,30 .

3. acc. vr. enk. parabolèn (parabel) van het zelfst. naamw. parabolè (parabel, gelijkenis) . Taalgebruik in het N.T. : parabolè (parabel, gelijkenis) . Taalgebruik in Lc : parabolè (parabel, gelijkenis) . Paraballô : naast elkaar werpen , vergelijken . Lc (14) : (1) Lc 4,23 . (2) Lc 5,36 . (3) Lc 6,39 . (4) Lc 12,16 . (5) Lc 12,41 . (6) Lc 13,6 . (7) Lc 14,7 . (8) Lc 15,3 . (9) Lc 18,1 . (10) Lc 18,9 . (11) Lc 19,11 . (12) Lc 20,9 . (13) Lc 20,19 . (14) Lc 21,29 . Een vorm van parabolè (parabel) in Lc in 18 verzen : (1) Lc 4,23 . (2) Lc 5,36 . (3) Lc 6,39 . (4) Lc 8,4 . (5) Lc 8,9 . (6) Lc 8,10 . (7) Lc 8,11 . (8) Lc 12,16 . (9) Lc 12,41 . (10) Lc 13,6 . (11) Lc 14,7 . (12) Lc 15,3 . (13) Lc 18,1 . (14) Lc 18,9 . (15) Lc 19,11 . (16) Lc 20,9 . (19) Lc 20,19 . (18) Lc 21,29 .

7. acc. vr. enk. sukèn van het zelfst. naamw. sukè (vijgeboom) . Taalgebruik in het N.T. : sukè (vijgeboom) . Taalgebruik in Lc : sukè (vijgeboom) . Lc (2) : (1) Lc 13,6 . (2) Lc 21,29 . Een vorm van sukè (vijgeboom) in Lc in 3 verzen : (1) Lc 13,6 . (2) Lc 13,7 . (3) Lc 21,29 .

Lc 21,31 - Lc 21,31 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  31 ita et vos cum videritis haec fieri scitote quoniam prope est regnum Dei      [31] Zo moet u ook, als u dit ziet gebeuren, weten dat het koninkrijk van God dichtbij is.   [31] Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is.   31 zo moet gij ook wanneer ge dat alles ziet geschieden, herkennen dat het koninkrijk van God nabij is!–   31. Ainsi vous, lorsque vous verrez cela arriver, comprenez que le Royaume de Dieu est proche.  

King James Bible . [31] So likewise ye, when ye see these things come to pass, know ye that the kingdom of God is nigh at hand.
Luther-Bibel . 31 So auch ihr: wenn ihr seht, dass dies alles geschieht, so wisst, dass das Reich Gottes nahe ist.

Tekstuitleg van Lc 21,31 .

  307. De tijd van het einde : Lc 21,32-33 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -
Lc 21,32 - Lc 21,32 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  32 amen dico vobis quia non praeteribit generatio haec donec omnia fiant       [32] Ik verzeker u, deze generatie gaat niet voorbij voordat dit alles gebeurd is.   [32] Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt.   32 amen, ik zeg u dat deze generatie niet voorbij zal gaan voordat dit alles is geschied!–   32. En vérité, je vous le dis, cette génération ne passera pas que tout ne soit arrivé.  

King James Bible . [32] Verily I say unto you, This generation shall not pass away, till all be fulfilled.
Luther-Bibel . 32 Wahrlich, ich sage euch: Dieses Geschlecht wird nicht vergehen, bis es alles geschieht.

Tekstuitleg van Lc 21,32 .

Lc 21,33 - Lc 21,33 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  33 caelum et terra transibunt verba autem mea non transient      [33] Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan.   [33] Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.   33 hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan;  33. Le ciel et la terre passeront, mais mes paroles ne passeront point.  

King James Bible . [33] Heaven and earth shall pass away: but my words shall not pass away.
Luther-Bibel . 33 Himmel und Erde werden vergehen; aber meine Worte vergehen nicht.

Tekstuitleg van Lc 21,33 .

9. nom. mann. mv. logoi van het zelfst. naamw. logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . Taalgebruik in Lc : logos (woord) . Taalgebruik in Hnd. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon . Lc (3) : (1) Lc 21,33 . (2) Lc 24,17 . (3) Lc 24,44 . Dit is de enigste vorm in Lc 21 . In Lc : 8 vormen van logos (woord) in 17 / 24 hoofdstukken en in 33 verzen . In Hnd : 8 vormen van logos (woord) in 20 / 28 hoofdstukken en in 65 verzen .

309. Slot van de eschatologische rede (Lc): Oproep tot waakzaamheid : Lc 21,34-36 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 21 -

Lc 21,34 - Lc 21,34 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  34 adtendite autem vobis ne forte graventur corda vestra in crapula et ebrietate et curis huius vitae et superveniat in vos repentina dies illa      [34] Zorg ervoor dat u niet versuft raakt door de roes van dronkenschap en door de zorgen van het leven, en dat die dag u niet plotseling overvalt   [34] Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt,   34 weest op uw hoede voor uzelf dat uw harten niet bezwaard raken door brasserij, dronkenschap en zorgen over het leven en die dag plotseling over u heen staat   34. « Tenez-vous sur vos gardes, de peur que vos cœurs ne s'appesantissent dans la débauche, l'ivrognerie, les soucis de la vie, et que ce Jour-là ne fonde soudain sur vous  

King James Bible . [34] And take heed to yourselves, lest at any time your hearts be overcharged with surfeiting, and drunkenness, and cares of this life, and so that day come upon you unawares.
Luther-Bibel . 34 Hütet euch aber, dass eure Herzen nicht beschwert werden mit Fressen und Saufen und mit täglichen Sorgen und dieser Tag nicht plötzlich über euch komme wie ein Fallstrick;

Tekstuitleg van Lc 21,34 .

Lc 21,34.9. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,34.10. dat. vr. enk. kraipalè(i) (door roes) van het zelfst. naamw. kraipalè (roes) . Taalgebruik in het N.T. : kraipalè (roes) . Taalgebruik in Lc . : kraipalè (roes) . Lc (1) Lc 21,34 . Deze vorm is de enigste in Lc en in het N.T. .

Lc 21,34.11. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,34.12. dat. vr. enk. methè(i) (door dronkenschap) van het zelfst. naamw. methè (dronkenschap) . Taalgebruik in het N.T. : methè (dronkenschap) . Taalgebruik in Lc : methè (dronkenschap) . Lc (1) : Lc 21,34 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 21,34.13. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,34.14. dat. vr. mv. merimnais van het zelfst. naamw. merimna (kommer, angst) . merimna (kommer, angst) . Taalgebruik in het N.T. : merimna (kommer, angst) . Taalgebruik in Lc : merimna (kommer, angst) . Lc (1) : Lc 21,34 . Een andere vorm in Lc is Lc 8,14 .

Lc 21,34.16. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Mc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

Lc 21,34.18. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op .
Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

20. gen. vr. enk. gès (van de aarde) van het zelfst. naamw. gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Taalgebruik in Lc : gè (aarde) .
Lc (10) : (1) Lc 2,14 . (2) Lc 5,3 . (3) Lc 5,24 . (4) Lc 10,21 . (5) Lc 11,31 . (6) Lc 12,56 . (7) Lc 18,8 . (8) Lc 21,23 . (9) Lc 21,25 . (10) Lc 21,35 . Een vorm van gè (aarde) in Lc in 26 verzen , in Lc

Lc 21,34.20. aifnidios (plotseling) . Taalgebruik in het N.T. : aifnidios (plotseling) . Taalgebruik in Lc : aifnidios (plotseling) .
Lc (1) : Lc 21,34. . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 21,35 - Lc 21,35 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  35 tamquam laqueus enim superveniet in omnes qui sedent super faciem omnis terrae       [35] als een klapnet. Want hij zal komen over alle bewoners van heel de aarde.   [35] onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen.   35 als een klapnet; want komen zal hij ‘over allen die gezeten zijn op het aanschijn van heel de aarde’;   35. comme un filet ; car il s'abattra sur tous ceux qui habitent la surface de toute la terre.  

King James Bible . [35] For as a snare shall it come on all them that dwell on the face of the whole earth.
Luther-Bibel . 35 denn er wird über alle kommen, die auf der ganzen Erde wohnen.

Tekstuitleg van Lc 21,35 . Het vers Lc 21,35 telt 13 woorden en 66 (6 X 11) letters . De getalwaarde van Lc 21,35 is 7692 (2² X 3 X 641) .

Lc 21,35.2. nom. vr. enk. pagis (valstrik, verderf) . Taalgebruik in het N.T. : pagis (valstrik, verderf) . Taalgebruik in Lc : pagis (valstrik, verderf) .
Lc (1) : Lc 21,35 . Dit is de enigste vorm in Lc .

Lc 21,35.5. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op . Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Lc 21,35.6. acc. mann. mv. pantas van het bijvoegl. naamw. pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk, alles) . Taalgebruik in Lc : pas (ieder, elk, alles) . Hebr. kol . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. elk , ieder . Lc (14) : (1) Lc 1,65 . (2) Lc 4,36 . (3) Lc 5,9 . (4) Lc 6,10 . (5) Lc 6,19 . (6) Lc 7,16 . (7) Lc 9,23 . (8) Lc 12,41 . (9) Lc 13,2 . (10) Lc 13,4 . (11) Lc 13,28 . (12) Lc 17,27 . (13) Lc 17,29 . (14) Lc 21,35 . Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc

Lc 21,35.4. - 5. epi pantas (over allen) . Lc (3) : (1) Lc 1,65 . (2) Lc 4,36 . (3) Lc 21,35 .

Lc 21,35.9. epi (op, bij) . Taalgebruik in het N.T. : epi (op, bij) . Taalgebruik in Lc : epi (op, bij) . Ned. op . Lc (149 = 104 + 25 + 20) . Lc 21 (10 = 7 + 1 + 2) : epi (7) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,8 . (3) Lc 21,10 . (4) Lc 21,12 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,35 . ep' (1) : Lc 21,10 . ef' (2) : (1) Lc 21,12 . (2) Lc 21,34 .

Lc 21,35.12. bep. lidw. gen. vr. enk. tès (de) . bepaald lidwoord . Taalgebruik in het N.T. : bepaald lidwoord . Taalgebruik in Lc : bepaald lidwoord . Gr. to.. , tè... N. : de . E. : the . D. der , die , das enz. Fr. le , la enz. (< lat. aanwijz. voornaamwoord il-lum , il-lam) .
Lc (109) . Lc 21 (4) : (1) Lc 21,18 . (2) Lc 21,23 . (3) Lc 21,25 . (4) Lc 21,35 .

Lc 21,36 - Lc 21,36 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  36 vigilate itaque omni tempore orantes ut digni habeamini fugere ista omnia quae futura sunt et stare ante Filium hominis       [36] Blijf te allen tijde waakzaam en bid dat u de kracht zult hebben om te ontkomen aan alles wat er gaat gebeuren en rechtop te staan voor de Mensenzoon.’   [36] Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’   36 mijdt de slaap op elk tijdstip biddend dat ge sterk moogt zijn om te ontvluchten aan dit alles dat op het punt staat te geschieden en staande te blijven voor het aanschijn van de mensenzoon!  36. Veillez donc et priez en tout temps, afin d'avoir la force d'échapper à tout ce qui doit arriver, et de vous tenir debout devant le Fils de l'homme. »  

King James Bible . [36] Watch ye therefore, and pray always, that ye may be accounted worthy to escape all these things that shall come to pass, and to stand before the Son of man.
Luther-Bibel . 36 So seid allezeit wach und betet, dass ihr stark werdet, zu entfliehen diesem allen, was geschehen soll, und zu stehen vor dem Menschensohn.

Tekstuitleg van Lc 21,36 .

Lc 21,36.3. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

Lc 21,36.15. kai (en) . Taalgebruik : kai (en) in N.T. . Taalgebruik in Lc : kai (en) . Nevenschikkend voegwoord . Hebr. : waw (verbindingshaak) . L. : et . Fr. : et . N. : en . E. : and . D. und . Lc (822) . Lc 21 (25 / 38) : (1) Lc 21,3 . (2) Lc 21,5 . (3) Lc 21,7 . (4) Lc 21,8 . (5) Lc 21,9 . (6) Lc 21,10 . (7) Lc 21,11 . (8) Lc 21,12 . (9) Lc 21,15 . (10) Lc 21,16 . (11) Lc 21,17 . (12) Lc 21,18 . (13) Lc 21,21 . (14) Lc 21,23 . (15) Lc 21,24 . (16) Lc 21,25 . (17) Lc 21,26 . (18) Lc 21,27 . (19) Lc 21,28 . (20) Lc 21,29 . (21) Lc 21,31 . (22) Lc 21,33 . (23) Lc 21,34 . (24) Lc 21,36 . (25) Lc 21,38 .

17. emprosthen (van voren, in aanwezigheid van, voor) . Taalgebruik in het N.T. : emprosthen (van voren, in aanwezigheid van, voor) . Taalgebruik in Lc : emprosthen (van voren, in aanwezigheid van, voor) . < en (in, naar) + pros (bij) + -then (vanuit) . Lc (9) : (1) Lc 5,19 . (2) Lc 7,27 . (3) Lc 10,21 . (4) Lc 12,8 . (5) Lc 14,2 . (6) Lc 19,4 . (7) Lc 19,27 . (8) Lc 19,28 . (9) Lc 21,36 .

Lc 21,37 - Lc 21,37 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  37 erat autem diebus docens in templo noctibus vero exiens morabatur in monte qui vocatur Oliveti      [37] Overdag* gaf Hij onderricht in de tempel, maar de nachten bracht Hij buiten de stad door op de zogeheten Olijfberg.   [37] Overdag gaf hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg.  37 Overdag heeft hij onderricht gegeven in het heiligdom, ‘s nachts ging hij de stad uit en vertoefde hij bij de berg die Olijfberg wordt genoemd.   37. Pendant le jour, il était dans le Temple à enseigner ; mais la nuit, il s'en allait la passer en plein air sur le mont dit des Oliviers. 

King James Bible . [37] And in the day time he was teaching in the temple; and at night he went out, and abode in the mount that is called the mount of Olives.
Luther-Bibel . 37 Er lehrte des Tags im Tempel; des Nachts aber ging er hinaus und blieb an dem Berg, den man den Ölberg nennt.

Tekstuitleg van Lc 21,37 .

5. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

7. dat. onz. enk. hierô(i) van het zelfst. naamw. hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in het N.T. : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Lc : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Hnd : hieron (heiligdom, tempel) . Lc (7) : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . Steeds in de constructie en tô(i) hierô(i) (in de tempel) . Een vorm van hieron (heiligdom, tempel) in Lc in 14 verzen : (1) Lc 2,27 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 2,46 . (4) Lc 4,9 . (5) Lc 18,10 . (6) Lc 19,45 . (7) Lc 19,47 . (8) Lc 20,1 . (9) Lc 21,5 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 . (12) Lc 22,52 . (13) Lc 22,53 . (14) Lc 24,53 . In Lc : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen . In Hnd : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen .

5. - 7. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het N.T. : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .

Lc 21,38 - Lc 21,38 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
  38 et omnis populus manicabat ad eum in templo audire eum       [38] En ’s morgens vroeg kwam heel het volk bij Hem in de tempel om naar Hem te luisteren.   [38] Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar hem te luisteren.  38 En heel de gemeenschap is ‘s morgens vroeg bij hem in het heiligdom geweest om te horen.   38. Et, dès l'aurore, tout le peuple venait à lui dans le Temple pour l'écouter. 

King James Bible . [38] And all the people came early in the morning to him in the temple, for to hear him.
Luther-Bibel . 38 Und alles Volk machte sich früh auf zu ihm, ihn im Tempel zu hören.

Tekstuitleg van Lc 21,38 .

8. en (in, met) . Taalgebruik in het N.T. : en (in) . Taalgebruik in Lc : en (in) . Hebr. bë . Fr. en / dans . Ned. in .
Lc (288) . Lc 21 (11) : (1) Lc 21,6 . (2) Lc 21,14 . (3) Lc 21,19 . (4) Lc 21,21 . (5) Lc 21,23 . (6) Lc 21,25 . (7) Lc 21,27 . (8) Lc 21,34 . (9) Lc 21,36 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 .

10. dat. onz. enk. hierô(i) van het zelfst. naamw. hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in het N.T. : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Lc : hieron (heiligdom, tempel) . Taalgebruik in Hnd : hieron (heiligdom, tempel) . Lc (7) : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . Steeds in de constructie en tô(i) hierô(i) (in de tempel) . Een vorm van hieron (heiligdom, tempel) in Lc in 14 verzen : (1) Lc 2,27 . (2) Lc 2,37 . (3) Lc 2,46 . (4) Lc 4,9 . (5) Lc 18,10 . (6) Lc 19,45 . (7) Lc 19,47 . (8) Lc 20,1 . (9) Lc 21,5 . (10) Lc 21,37 . (11) Lc 21,38 . (12) Lc 22,52 . (13) Lc 22,53 . (14) Lc 24,53 . In Lc : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen . In Hnd : 3 vormen van hieron (heiligdom, tempel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen .

8. - 10. en tôi hierôi (in de tempel) . Voorzetsel van plaats + lidwoord datief onzijdig enkelvoud + zelfstandig naamwoord (hieron = tempel) datief onzijdig enkelvoud . In drieëndertig verzen in de bijbel . In één vers in het O.T. . In tweeëndertig (5 + 4 + 7 + 7 + 9) verzen in het N.T. : Mt (5) , Mc (4) . In zeven verzen bij Lucas : (1) Lc 2,46 . (2) Lc 19,47 . (3) Lc 20,1 . (4) Lc 21,37 . (5) Lc 21,38 . (6) Lc 22,53 . (7) Lc 24,53 . In zeven verzen bij Johannes . In negen verzen in Hnd. : (1) Hnd 2,46 . (2) Hnd 5,20 . (3) Hnd 5,25 . (4) Hnd 5,42 . (5) Hnd 21,27 . (6) Hnd 22,17 . (7) Hnd 24,12 . (8) Hnd 24,18 . (9) Hnd 26,21 .


VULGAAT

1 respiciens autem vidit eos qui mittebant munera sua in gazofilacium divites 2 vidit autem et quandam viduam pauperculam mittentem aera minuta duo 3 et dixit vere dico vobis quia vidua haec pauper plus quam omnes misit 4 nam omnes hii ex abundanti sibi miserunt in munera Dei haec autem ex eo quod deest illi omnem victum suum quem habuit misit 5 et quibusdam dicentibus de templo quod lapidibus bonis et donis ornatum esset dixit 6 haec quae videtis venient dies in quibus non relinquetur lapis super lapidem qui non destruatur 7 interrogaverunt autem illum dicentes praeceptor quando haec erunt et quod signum cum fieri incipient 8 qui dixit videte ne seducamini multi enim venient in nomine meo dicentes quia ego sum et tempus adpropinquavit nolite ergo ire post illos 9 cum autem audieritis proelia et seditiones nolite terreri oportet primum haec fieri sed non statim finis 10 tunc dicebat illis surget gens contra gentem et regnum adversus regnum 11 terraemotus magni erunt per loca et pestilentiae et fames terroresque de caelo et signa magna erunt 12 sed ante haec omnia inicient vobis manus suas et persequentur tradentes in synagogas et custodias trahentes ad reges et praesides propter nomen meum 13 continget autem vobis in testimonium 14 ponite ergo in cordibus vestris non praemeditari quemadmodum respondeatis 15 ego enim dabo vobis os et sapientiam cui non poterunt resistere et contradicere omnes adversarii vestri 16 trademini autem a parentibus et fratribus et cognatis et amicis et morte adficient ex vobis 17 et eritis odio omnibus propter nomen meum 18 et capillus de capite vestro non peribit 19 in patientia vestra possidebitis animas vestras 20 cum autem videritis circumdari ab exercitu Hierusalem tunc scitote quia adpropinquavit desolatio eius 21 tunc qui in Iudaea sunt fugiant in montes et qui in medio eius discedant et qui in regionibus non intrent in eam 22 quia dies ultionis hii sunt ut impleantur omnia quae scripta sunt 23 vae autem praegnatibus et nutrientibus in illis diebus erit enim pressura magna supra terram et ira populo huic 24 et cadent in ore gladii et captivi ducentur in omnes gentes et Hierusalem calcabitur a gentibus donec impleantur tempora nationum 25 et erunt signa in sole et luna et stellis et in terris pressura gentium prae confusione sonitus maris et fluctuum 26 arescentibus hominibus prae timore et expectatione quae supervenient universo orbi nam virtutes caelorum movebuntur 27 et tunc videbunt Filium hominis venientem in nube cum potestate magna et maiestate 28 his autem fieri incipientibus respicite et levate capita vestra quoniam adpropinquat redemptio vestra 29 et dixit illis similitudinem videte ficulneam et omnes arbores 30 cum producunt iam ex se fructum scitis quoniam prope est aestas 31 ita et vos cum videritis haec fieri scitote quoniam prope est regnum Dei 32 amen dico vobis quia non praeteribit generatio haec donec omnia fiant 33 caelum et terra transibunt verba autem mea non transient 34 adtendite autem vobis ne forte graventur corda vestra in crapula et ebrietate et curis huius vitae et superveniat in vos repentina dies illa 35 tamquam laqueus enim superveniet in omnes qui sedent super faciem omnis terrae 36 vigilate itaque omni tempore orantes ut digni habeamini fugere ista omnia quae futura sunt et stare ante Filium hominis 37 erat autem diebus docens in templo noctibus vero exiens morabatur in monte qui vocatur Oliveti 38 et omnis populus manicabat ad eum in templo audire eum