LUCASEVANGELIE , EERSTE
HOOFDSTUK , LC 1 -
- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc (Lucas)
-- Lc 1 -
- Lc 1,1-4
- Lc
1,5-25 - L26-38
- Lc
1,39-56 - Lc 1,57-80
-- Lc
1,57-80 -
Overzicht van het Lucasevangelie: Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 -
Tekstuitleg - Lc 1,1-4
- Lc
1,5-25 - Lc 1,26-38
- Lc
1,39-56 - Lc 1,57-80
Tekstuitleg vers per vers: - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10
- Lc 1,11
- Lc 1,12
- Lc 1,13
- Lc 1,14
- Lc 1,15
- Lc 1,16
- Lc 1,17
- Lc 1,18
- Lc 1,19
- Lc 1,20
- Lc 1,21
- Lc 1,22
- Lc 1,23
- Lc 1,24
- Lc 1,25
- Lc 1,26
- Lc
1,27 - Lc
1,28 - Lc
1,29 - Lc
1,30 - Lc
1,31 - Lc
1,32 - Lc
1,33 - Lc
1,34 - Lc
1,35 - Lc
1,36 - Lc
1,37 - Lc
1,38 - Lc
1,39 - Lc
1,40 - Lc
1,41 - Lc
1,42 - Lc
1,43 - Lc
1,44 - Lc
1,45 - Lc
1,46 - Lc
1,47 - Lc
1,48 - Lc
1,49 - Lc
1,50 - Lc
1,51 - Lc
1,52 - Lc
1,53 - Lc
1,54 - Lc
1,55 - Lc
1,56 - Lc
1,57 - Lc
1,58 - Lc
1,59 - Lc
1,60 - Lc
1,61 - Lc
1,62 - Lc
1,63 - Lc
1,64 - Lc
1,65 - Lc
1,66 - Lc
1,67 - Lc
1,68 - Lc
1,69 - Lc
1,70 - Lc
1,71 - Lc
1,72 - Lc
1,73 - Lc
1,74 - Lc
1,75 - Lc
1,76 - Lc
1,77 - Lc
1,78 - Lc
1,79 - Lc
1,80 -
In
hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting,
1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eerste hoofdstuk van het Lucasevangelie:
1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4
2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38
4 Bezoek van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56
5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80
Evangelielezing van 3de
(derde) zondag door het jaar C: Lc 1,1-4
en Lc
4,14-21
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben
plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door
mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in diens van het woord
zijn getreden Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik
besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een
ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar
de leer is waarin gij onderwezen zijt
1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4 -- Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
Het kindsheidsevangelie van Lucas (Lc 1 - Lc 2) bestaat
uit een voorwoord en zeven verhalen
Het eerste en het tweede verhaal (Lc 1,5-25
- Lc
1,26-38) zijn op een parallelle wijze opgebouwd ; zij betreffen de
aankondiging van de geboorte van Johannes , de Doper (Lc 1,5-25)
en die van Jezus (Lc 1,26-38)
De tijdsaanduiding “in de zesde maand” vormt een link tussen het eerste en het
tweede verhaal
Dit tweeluik wordt gevolgd door een tussenluik nl het bezoek van Maria aan
Elisabeth (Lc 1,39-56)
, waarop een tweede tweeluik volgt , die de geboorte van Johannes , de Doper (Lc 1,57-80)
en die van Jezus (Lc 2,1-20)
betreffen Deze vijf verhalen worden gevolgd door twee Jezusverhalen: de
opdracht van Jezus in de tempel , veertig dagen na zijn geboorte (Lc 2,21-40)
en de twaalfjarige Jezus te midden van de leraren (Lc 2,41-52)
De verhalen van het "kindsheidsevangelie" van Lucas worden meestal als onhistorische , fictieve verhalen geïnterpreteerd Dit betekent geenszins dat ze niet rijk aan betekenis zijn We zullen ons afvragen hoe de evangelist tot de constructie van deze verhalen is gekomen en wat de betekenis ervan is
|
Lc 1,1 - Lc 1,1: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 -- Lc
1 -- Lc
1,5-25 - Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [1] Forasmuch
as many have taken in hand to
set forth in order a declaration
of those things which are most surely believed among us,
Luther-Bibel Viele haben es
schon unternommen, Bericht zu geben von
den Geschichten, die unter uns geschehen sind,
Tekstuitleg van Lc 1,1 Het vers Lc 1,1 telt 11 woorden en 83 letters De getalwaarde van Lc 1,1 is 7457
Lc 1,11epeidèper
(nadat nu, daar nu) Taalgebruik in het NT: epeidèper (nadat nu, daar nu) Taalgebruik in Lc: epeidèper (nadat nu, daar nu) Slechts in Lc 1,1
Voegwoord van tijd: toen nu , nadat nu , sinds Voegwoord van reden: daar nu ,
daar immers
- epei Voegwoord van tijd: nadat, wanneer Voegwoord
van reden: daar , omdat
- dè (inderdaad, dus) Het wordt gebruikt waar een
feitelijke , zichtbare evidentie wordt aangebracht
- -per Om de betekenis van het voorgaande woord te versterken
Lc 1,12
nom mann mv polloi (velen)
van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT: polus (veel) Taalgebruik in Lc: polus (veel)
Lc (8): (1) Lc 1,1
(2) Lc
1,14 (3) Lc 4,27
(4) Lc
5,15 (5) Lc 10,24
(6) Lc
13,24 (7) Lc 14,25
(8) Lc
21,8 Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc
1 (3): (1) Lc
1,1 (2) Lc 1,14
(3) Lc
1,16
Lc 1,13 act ind aor 3de pers mv epecheirèsan (zij beproefden) van het werkw epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) Taalgebruik in het NT: epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) Taalgebruik in Lc: epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) Slechts in Lc 1,1 Dit is het enigste vers en de enigste vorm in de evangelies
Lc 1,14 passief infinitief aorist anataxasthai van het werkw anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) Taalgebruik in het NT: anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) Taalgebruik in Lc: anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) anatassô diègèsin: een verhaal opbouwen , omstandig vertellen Lc (1) Lc 1,1 Hapax Zij namen ter hand dat een verhaal zou opgebouwd worden
Lc 1,15 nom vr enk diègèsin van het zelfst naamw diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) Taalgebruik in het NT: diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) Taalgebruik in Lc: diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) Lc (1) Lc 1,1
Lc 1,16 peri (omwille van, over) Taalgebruik in NT: peri (over, rondom, omwille van) Taalgebruik in Lc: peri (over, rondom, omwille van) Fr pour , N voor Lc (43) Lc 1 (2): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,4
Lc 1,17
bepaald lidw gen mann + vr
+ onz mv tôn van het
bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik
in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (6): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc
1,16 (4) Lc 1,70
(5) Lc
1,71 (6) Lc 1,72
Lc 1,18 pass part perf gen nom + onz mv peplèroforèmenôn van het werkw plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) Taalgebruik in het NT: plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) Taalgebruik in Lc: plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) Lc (1) Lc 1,1
Lc 1,19
en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,110 pers voornaamw dat mv hèmin (ons) van het pers voornaamw hèmeis Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord hèmin Lc (22): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,2 (3) Lc 1,73 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,48 (6) Lc 4,34 (7) Lc 7,5 (8) Lc 7,16 (9) Lc 9,13 (10) Lc 10,11 (11) Lc 10,17 (12) Lc 11,3 (13) Lc 11,4 (14) Lc 13,25 (15) Lc 17,5 (16) Lc 20,2 (17) Lc 20,28 (18) Lc 22,8 (19) Lc 22,67 (20) Lc 23,18 (21) Lc 24,24 (22) Lc 24,32
Lc 1,111 gen onz mv pragmatôn (van de handelingen / gebeurtenissen) van het zelfst naamw pragma (daad, handeling) Taalgebruik in het NT: pragma (daad, handeling) Taalgebruik in Lc: pragma (daad, handeling) Lc (1) Lc 1,1 Dit is de enigste vorm in Lc
|
Lc 1,2 - Lc 1,2: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 -- Lc
1 -- Lc
1,5-25 - Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [2] Even as they
delivered them unto us, which
from the beginning were eyewitnesses, and ministers of the word;
Luther-Bibel 2 wie uns das überliefert haben, die es von Anfang an
selbst gesehen haben und Diener
des Worts gewesen sind
Tekstuitleg van Lc 1,2 Het vers Lc 1,2 telt 12 (2² X 3) woorden en 63 (3² X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,2 is 6462 (2 X 3² X 359)
Lc 1,21 καθως = kathôs (zoals) Taalgebruik in het NT: kathôs (zoals) Taalgebruik in de LXX: kathôs (zoals) Lc (17): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,70 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,23 (6) Lc 5,14 (7) Lc 6,31 (8) Lc 6,36 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,30 (11) Lc 17,26 (12) Lc 17,28 (13) Lc 19,32 (14) Lc 22,13 (15) Lc 22,29 (16) Lc 24,24 (17) Lc 24,39
|
kathôs (zoals) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
405 |
326 |
179 |
3 |
8 |
17 |
31 |
11 |
109 |
- |
28 |
59 |
|
|
Mt |
Mc |
Lc |
syn |
ev |
|
kathôs (zoals) bij syn |
8: (1) Mc 1,2
(gegraptai) (2) Mc 4,33
(3) Mc
9,13 (gegraptai) (4) Mc 11,6
(eipen) (5) Mc 14,16
(eipen) (6) Mc 14,21
(gegraptai) (7) Mc 15,8
(8) Mc
16,7 (eipen) |
17: (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,55 (3) Lc 1,70
(4) Lc
2,20 (5) Lc 2,23
(6) Lc
5,14 (7) Lc 6,31
(8) Lc
6,36 (9) Lc 11,1
(10) Lc
11,30 (11) Lc 17,26
(12) Lc
17,28 (13) Lc 19,32
(14) Lc
22,13 (15) Lc 22,29
(16) Lc
24,24 (17) Lc 24,39
|
59 |
- Hebreeuws כַאֲשֶׁר
= ka´äsjèr
(zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר
= ´äsjèr
(die) OF persoonsnaam אָשֶׁר
= ´âsjer
(Aser) Taalgebruik in Tenakh: ´äsjèr (die) Getalwaarde van ´äsjèr
(die): aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal: 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167)
Structuur: 1 - 3 - 2 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh
(488) Pentateuch (202) Eerdere Profeten (68) Latere Profeten (68) 12 Kleine
Profeten (22) Geschriften (56)
- כּמוֹ = këmô (zoals)
Taalgebruik in Tenakh: këmô (zoals) Getalwaarde: kaph
= 12 of 30 , mem , 13 of 40 , waw = 6 ; totaal: 31
OF 76 (4 X 19) Tenakh (52) Pentateuch (2) Eerdere
Profeten (0) Latere Profeten (9) 12 Kleine Profeten (8) Geschriften (33)
Pentateuch (2): (1) Ex 15,5 (2)
Ex 15,8
Arabisch كَما = zoals (kamâ) Taalgebruik in de Qoran: zoals
(kamâ) Lat sicut Fr selon E as D wie
Lc 1,22 act ind aor 3de pers mv paredosan paradidômi (overleveren) Taalgebruik in het NT: paradidômi (overleveren) Taalgebruik in Mc: paradidômi (overleveren) Lat tradere (trans - dare) Fr trahir Ned overleveren , overgeven Hebr mâsar Bij (Gr para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over: tegenover , aan de andere zijde Zo kan para-didômi betekenen: geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen Lc (1) Lc 1,2 Een vorm van paradidômi (overleveren) in Lc in 17 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 4,6 (3) Lc 9,44 (4) Lc 10,22 (5) Lc 12,58 (6) Lc 18,32 (7) Lc 20,20 (8) Lc 21,12 (9) Lc 21,16 (10) Lc 22,4 (11) Lc 22,6 (12) Lc 22,21 (13) Lc 22,22 (14) Lc 22,48 (15) Lc 23,25 (16) Lc 24,7 (17) Lc 24,20
Lc 1,23 pers voornaamw dat mv hèmin (ons) van het pers voornaamw hèmeis Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord hèmin Lc (22): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,2 (3) Lc 1,73 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,48 (6) Lc 4,34 (7) Lc 7,5 (8) Lc 7,16 (9) Lc 9,13 (10) Lc 10,11 (11) Lc 10,17 (12) Lc 11,3 (13) Lc 11,4 (14) Lc 13,25 (15) Lc 17,5 (16) Lc 20,2 (17) Lc 20,28 (18) Lc 22,8 (19) Lc 22,67 (20) Lc 23,18 (21) Lc 24,24 (22) Lc 24,32
Lc 1,24
nom mann mv hoi van het bep
lidw ho , hè , to (de -
het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (165) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,66
Lc 1,25
apo (af, van-weg) afkoring ap'
Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Mc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc (73)
Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc 1 (3): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,48 (3) Lc 1,52 ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,38 (3) Lc 1,70
Lc 1,26 gen vr enk archès van het zelfst naamw archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in het NT: archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in Lc: archè (begin, heerschappij) Lc (1) Lc 1,2 Een vorm van archè (begin, heerschappij) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 12,11 (3) Lc 20,20
Lc 1,27 nom vr mv autoptai van het zelfst naamw autoptès (zelfziener, ooggetuige) Taalgebruik in het NT: autoptès (zelfziener, ooggetuige) Taalgebruik in Lc: autoptès (zelfziener, ooggetuige) Lc (1) Lc 1,2 Dit is de enigste vorm in het NT
Lc 1,28 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,29 nom mann mv hupèretai van het zelfst naamw hupèretès (dienaar) Taalgebruik in het NT: hupèretès (dienaar) Taalgebruik in Lc: hupèretès (dienaar) Lc (1) Lc 1,2 Een vorm van hupèretès (dienaar) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 4,20
Lc 1,210 part aor nom mann mv genomenoi van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Lc (2): (1) Lc 1,2 (2) Lc 24,37 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65
Lc 1,211
bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,212 gen mann enk logou van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (2): (1) Lc 1,2 (2) Lc 20,20 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29 In Lc: 8 vormen van logos (woord) in 17 / 24 hoofdstukken en in 33 verzen In Hnd: 8 vormen van logos (woord) in 20 / 28 hoofdstukken en in 65 verzen
|
Lc 1,3 - Lc 1,3: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 -- Lc
1 -- Lc
1,5-25 - Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [3] It seemed
good to me also, having had perfect understanding of all things from the
very first, to write unto thee in order, most
excellent Theophilus,
Luther-Bibel 3 So habe auch ich's
für gut gehalten, nachdem ich alles von Anfang
an sorgfältig erkundet habe, es für dich, hochgeehrter
Theophilus, in guter Ordnung aufzuschreiben,
Tekstuitleg van Lc 1,3 Het vers Lc 1,3 telt 11 woorden en 74 (2 X 37) letters De getalwaarde van Lc 1,3 is 6833
Lc 1,31 act ind aor 3de pers enk edoxe van het werkw dokeô (menen, schijnen) Taalgebruik in het NT: dokeô (menen, schijnen) Taalgebruik in Lc: dokeô (menen, schijnen) Lc (1) Lc 1,3 Een vorm van dokeô (menen, schijnen) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 8,18 (3) Lc 10,36 (4) Lc 12,40 (5) Lc 12,51 (6) Lc 13,2 (7) Lc 13,4 (8) Lc 19,11 (9) Lc 22,24 (10) Lc 24,37
Lc 1,32 kamoi < kai (en) + moi (pers voornaamw dat mann enk: aan mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (1) Lc 1,3
Lc 1,33 act part perf dat mann enk parèkolouthèkoti van het werkw parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) Taalgebruik in het NT: parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) Taalgebruik in het NT: parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) Lc (1) Lc 1,3 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,34 anôthen (van boven af) Taalgebruik in het NT: anôthen (van boven af) Taalgebruik in Lc: anôthen (van boven af) Lc (1) Lc 1,3
Lc 1,35 dat mann + onz mv pasin van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder Lc (13): (1) Lc 1,3 (2) Lc 2,20 (3) Lc 2,38 (4) Lc 3,16 (5) Lc 3,20 (6) Lc 9,43 (7) Lc 9,48 (8) Lc 12,44 (9) Lc 13,17 (10) Lc 14,33 (11) Lc 24,9 (12) Lc 24,21 (13) Lc 24,25 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,37 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,63 (7) Lc 1,65 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,71 (10) Lc 1,75
Lc 1,36 akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) Taalgebruik in het NT: akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) Taalgebruik in Lc: akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) Lc (1) Lc 1,3
Lc 1,37 kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) Taalgebruik in het NT: kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) Taalgebruik in Lc: kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) Lc (2): (1) Lc 1,3 (2) Lc 8,1
Lc 1,38 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (44) Lc (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35
Lc 1,39 act inf aor grapsai van het werkw grafô (schrijven) Taalgebruik in het NT: grafô (schrijven) Taalgebruik in Mc: grafô (schrijven) Taalgebruik in Lc: grafô (schrijven) Lat scribere Fr écrire Lc (1) Lc 1,3 Een vorm van grafô (schrijven) in Lc in 20 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,63 (3) Lc 2,23 (4) Lc 3,4 (5) Lc 4,4 (6) Lc 4,8 (7) Lc 4,10 (8) Lc 4,17 (9) Lc 7,27 (10) Lc 10,26 (11) Lc 16,6 (12) Lc 16,7 (13) Lc 18,31 (14) Lc 19,46 (15) Lc 20,17 (16) Lc 20,28 (17) Lc 21,22 (18) Lc 22,37 (19) Lc 24,44 (20) Lc 24,46
Lc 1,310 voc mann enk kratiste van het bijvoegl naamw kratistos (machtigst, best) Taalgebruik in het NT: kratistos (machtigst, best) Taalgebruik in Lc: kratistos (machtigst, best) Lc (1) Lc 1,3 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,311 theofile (Theofilus) Vocatief mannelijk enkelvoud In twee verzen in de bijbel: (1) Lc 1,3 (2) Hnd 1,1 Het evangelie (volgens Lucas) en het boek Handelingen zijn gericht tot Teofilus Wellicht was hij een christen van Antiochië
|
Lc 1,4 - Lc 1,4: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 -- Lc
1 -- Lc
1,5-25 - Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [4] That
thou mightest know the certainty
of those things, wherein thou hast
been instructed
Luther-Bibel 4 damit du den
sicheren Grund der Lehre erfährst, in der du unterrichtet
bist Die Ankündigung der Geburt
Johannes des Täufers
Tekstuitleg van Lc 1,4 Het vers Lc 1,4 telt 8 (2³) woorden en 43 letters De getalwaarde van Lc 1,4 is 5527
Lc 1,41 hina (opdat) Taalgebruik in het NT: hina (opdat) Taalgebruik in Lc: hina (opdat) Lc (46) Lc 1 (2): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,43
Lc 1,42 act conj aor 2de pers enk epignô(i)s van het werkw epiginôskô (leren kennen, begrijpen) Taalgebruik in het NT: epiginôskô (leren kennen, begrijpen) Taalgebruik in Lc: epiginôskô (leren kennen, begrijpen) (1) Lc 1,4 Een vorm van epiginôskô (leren kennen, begrijpen) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,22 (3) Lc 5,22 (4) Lc 7,37 (5) Lc 23,7 (6) Lc 24,16 (7) Lc 24,31
Lc 1,43 peri (omwille van, over) Taalgebruik in NT: peri (over, rondom, omwille van) Taalgebruik in Lc: peri (over, rondom, omwille van) Fr pour , N voor Lc (43) Lc 1 (2): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,4
Lc 1,44 betrekk voornaamw gen mann + onz mv hôn van het betrekk voornaamw hos , hè , ho OF part praes nom mann enk ôn van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: betrekkelijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: betrekkelijk voornaamwoord Lc (17): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,20 (3) Lc 3,19 (4) Lc 3,23 (5) Lc 5,9 (6) Lc 6,34 (7) Lc 9,36 (8) Lc 11,23 (9) Lc 12,3 (10) Lc 13,1 (11) Lc 15,16 (12) Lc 19,37 (13) Lc 19,44 (14) Lc 23,14 (15) Lc 23,41 (16) Lc 24,6 (17) Lc 24,44
Lc 1,45 pass ind aor 2de pers enk katèchèthès van het werkw katècheô (doen klinken, leren) Taakgebruik in het NT: katècheô (doen klinken, leren) Taakgebruik in Lc: katècheô (doen klinken, leren) Lc (1) Lc 1,4 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,46 gen mann mv logôn van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (3): (1) Lc 1,4 (2) Lc 3,4 (3) Lc 6,47 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29
Lc 1,47 bep lidw acc vr enk tèn Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48
8 acc vr enk asfaleian van het zelfst naamw asfaleia (vastheid, veiligheid) Taalgebruik in het NT: asfaleia (vastheid, veiligheid) Taalgebruik in Lc: asfaleia (vastheid, veiligheid) Lc (1) Lc 1,4 Dit is de enigste vorm in Lc
2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 - Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
In Lc 1,5-25 beginnen 11 / 21 verzen met kai (en) en 6 / 21 verzen met de (echter)
|
Lc 1,5 - Lc 1,5: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 - In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal De eerste maal (Lc 1,5): er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven |
||||||||||||||||
|
King James Bible: There
was in the days of Herod, the king
of Judaea, a certain priest named Zacharias, of the course of Abia: and his wife was of the daughters of Aaron, and her name was Elisabeth
Luther-Bibel 5 Zu der Zeit des Herodes, des Königs von Judäa, lebte
ein Priester von der Ordnung Abija, mit Namen Zacharias, und seine Frau war aus dem Geschlecht Aaron und hieß Elisabeth
Hebr wajëhî bîme(j) mèlèkh jëhûdâh
Tekstanalyse van Lc 1,5 Dit vers Lc 1,5 telt 29 woorden en 142 (2 X 71) letters De getalwaarde van Lc 1,5 is 17171 (7 X 11 X 223) Van links naar rechts of van rechts naar links gelezen blijft 17171 hetzelfde getal Reeds bij het allereerste begin van Lc 1,5-25 wordt de tijd van het gebeuren aangeduid: in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid: Judea De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea
Lc 1,51 ind aor 3de pers enk εγενετο = egeneto (het gebeurde) van het werkw γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in de LXX: ginomai (worden) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Bijbel (925) OT (730) NT (195) Lc (69) Lc 1-2 (14): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 (8) Lc 2,1 (9) Lc 2,2 (10) Lc 2,6 (11) Lc 2,13 (12) Lc 2,15 (13) Lc 2,42 (14) Lc 2,46 Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens zoals vele verhalen bij ons beginnen) Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) , in Lc (129) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 , in Lc 2 (7): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,2 (3) Lc 2,6 (4) Lc 2,13 (5) Lc 2,15 (6) Lc 2,42 (7) Lc 2,46 In Lc: X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 129 verzen
|
ginomai (worden, gebeuren) |
bijbel |
Tenach |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
aor 3de pers enk egeneto |
925 |
wajëhî: 784 |
730 |
195 |
13 |
17 |
69 |
16 |
53 |
|
17 |
99 |
115 |
|
Totaal |
2841 |
|
2174 |
667 |
75 |
55 |
129 |
51 |
124 |
|
38 |
259 |
310 |
|
egeneto (het gebeurde) |
|
||||||||||||||||||||||||
|
67 |
7 |
7 |
2 |
2 |
3 |
6 |
1 |
3 |
8 |
1 |
4 |
|
1 |
1 |
1 |
1 |
4 |
1 |
3 |
1 |
|
4 |
1 |
7 |
|
|
|
|
||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ind aor 3de pers enk egeneto |
69 |
(1) Lc 1,5
(2) Lc
1,8 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,41 (5) Lc 1,44
(6) Lc
1,59 (7) Lc 1,65
|
(8) Lc 2,1
(9) Lc
2,2 (10) Lc 2,6
(11) Lc
2,13 (12) Lc 2,15
(13) Lc
2,42 (14) Lc 2,46
|
(22) Lc 6,1
(23) Lc
6,6 (24) Lc 6,12
(25) Lc
6,13 (26) Lc 6,16
(27) Lc
6,49 |
(28) Lc 7,11
|
- Hebreeuws wë + act qal imperf 3de pers mann enk וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw הָיָה = hâjâh (zijn) De getalwaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 31 is de getalwaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod = 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (784) Pentateuch (181) Eerdere Profeten (339) Latere Profeten (116) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (126) In de LXX wordt het Hebreeuwse werkw הָיָה = hâjâh (zijn) vaak vertaald door het Griekse werkw γινομαι = ginomai (worden, gebeuren)
|
eimi (zijn) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
act ind pr 3de pers enk estin |
2371 |
1558 |
813 |
114 |
69 |
96 |
147 |
66 |
296 |
25 |
176 |
323 |
|
|
|
Totaal |
9397 |
6947 |
2450 |
288 |
192 |
361 |
442 |
560 |
496 |
111 |
841 |
1283 |
|
|
- Lat esse D sein Fr être Ned zijn E to be OF ook: worden Aramees: הֲוָא = häwâ´ Arabisch: هَؤَىَ = hawa
Gr act ind imperf 3de
pers enk èn (hij / zij was) Bijbel (1506) OT (1120)
Pentateuch (329) Eerdere Profeten (219) Latere Profeten (146) 12 Kleine
Profeten (26) Geschriften (131)
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het
verhaal vervolgd We zouden kunnen vertalen: vervolgens , en dan
Lc 1,52 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52
|
en (in) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
synopt |
ev |
|
|
11097 |
8943 |
2154 |
247 |
119 |
288 |
182 |
226 |
966 |
126 |
654 |
836 |
|
en (in) |
||||||||||||||||||||||||
|
288 |
25 |
23 |
10 |
18 |
10 |
7 |
12 |
12 |
13 |
14 |
12 |
17 |
13 |
6 |
3 |
9 |
7 |
7 |
11 |
7 |
11 |
13 |
12 |
16 |
- Ned in Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi D: in E: in Fr: en Grieks: εν = en (in, tijdens) Hebreeuws: בְּ = bë
Lc 1,51
- 2 εγενετο εν = egeneto en (het
gebeurde) Na de inleiding staan we hier voor een absoluut
begin van het Lucasevangelie Wellicht daarom staat er geen και =
kai (en) of δε =
de (echter) , want meestal treffen we aan: εγενετο
δε εν =
egeneto de en = het gebeurde echter tijdens NT (18)
Lc (14): (1) Lc 1,8
(2) Lc 2,1
(3) Lc 2,6
(4) Lc
3,21 (5) Lc 5,1
(6) Lc 6,1
(7) Lc 6,6
(8) Lc
6,12 (9) Lc 8,40
(10) Lc
9,37 (11) Lc
9,51 (12) Lc 10,38
(13) Lc
11,27 (14) Lc 18,35
- και εγενετο
εν = kai egeneto en = en het gebeurde tijdens NT (23) Mc (3) Lc (20): (1) Lc
1,59 (2) Lc 5,12
(3) Lc
5,17 (4) Lc 7,11
(5) Lc 8,1
(6) Lc
8,22 (7) Lc 9,18
(8) Lc
9,29 (9) Lc 9,33
(10) Lc
11,1 (11) Lc 14,1
(12) Lc
17,11 (13) Lc 17,14
(14) Lc
17,28 (15) Lc 19,15
(16) Lc
20,1 (17) Lc 24,4
(18) Lc
24,15 (19) Lc 24,30
(35) Lc
24,51
- 69X εγενετο = egeneto in Lc 55X εγενετο
δε = egeneto de +
και εγενετο
= kai egeneto 34X εγενετο δε εν = egeneto de en + και εγενετο
εν = kai egeneto en 34X op een totaal van 41X in het NT
Lc 1,53 bepaald lidw dat vr mv ταις = tais van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80 Lc 2 (2): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,47
|
|
lidw mv |
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
15 |
dat vr mv tais |
|
980 |
799 |
181 |
21 |
10 |
33 |
4 |
24 |
66 |
23 |
64 |
68 |
- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
2 - 3 εν ταις = en tais (in ) NT (104) Lc (22): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 1,80 (6) Lc 2,1 (7) Lc 3,15 (8) Lc 4,2 (9) Lc 4,15 (10) Lc 4,25 (11) Lc 4,44 (12) Lc 5,16 (13) Lc 5,22 (14) Lc 6,12 (15) Lc 11,43 (16) Lc 13,26 (17) Lc 17,26 (18) Lc 17,28 (19) Lc 20,46 (20) Lc 21,21 (21) Lc 24,18 (22) Lc 24,38
Lc 1,54 dat vr mv ἡμεραις = hèmerais van het zelfst naamw ἡμερα = hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Taalgebruik in Hnd: hèmera (dag) Taalgebruik in de Septuaginta: hèmera (dag) Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18 Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het NT (388) , in Lc (82) , in Hnd (93) , in Lc 1 (11): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,39 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,75 (11) Lc 1,80 , in Lc 2 (9): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,21 (4) Lc 2,22 (5) Lc 2,36 (6) Lc 2,37 (7) Lc 2,43 (8) Lc 2,44 (9) Lc 2,46
|
|
hèmera (dag) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
6 |
dat vr mv hèmerais |
228 |
180 |
48 |
6 |
5 |
18 |
2 |
10 |
4 |
3 |
29 |
31 |
|
|
|
|
totaal |
2508 |
2029 |
479 |
43 |
26 |
82 |
31 |
93 |
183 |
21 |
151 |
182 |
|
|
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
|
|
hèmera (dag) |
Lc |
||||||||||||||||||||||
|
1 |
nom en dat vr enk hèmera(i) |
27 |
(1) Lc 1,59
|
|
(1) Lc 4,16
|
|
|
(1) Lc 10,12
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
2 |
gen vr enk + acc vr mv hèmeras |
14 |
|
|
|
(9) Lc 9,51
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 15,13
|
|
(13) Lc 18,7
|
|
|
(14) Lc 21,37
|
|
|
|
||||
|
3 |
acc vr enk hèmeran |
7 |
|
(1) Lc 2,37
|
|
|
|
|
(2) Lc 9,23
|
|
(3) Lc 11,3
|
|
|
|
|
(4) Lc 16,19
|
|
|
(5) Lc 19,47
|
|
|
(6) Lc 22,53
|
|
(7) Lc 24,21
|
|
4 |
nom vr mv hèmerai |
12 |
(1) Lc 1,23
|
|
(5) Lc 5,35
|
|
|
(6) Lc 9,28
|
|
|
|
(7) Lc 13,14
|
|
|
|
(8) Lc 17,22
|
|
(9) Lc 19,43
|
|
|
(12) Lc 23,29
|
|
||
|
5 |
gen vr mv hèmerôn |
4 |
|
|
|
(1) Lc 5,17
|
|
(2) Lc 8,22
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(3) Lc 17,22
|
|
|
(4) Lc 20,1
|
|
|
|
|
|
6 |
dat vr mv hèmerais |
18 |
(1) Lc 1,5
(2) Lc
1,7 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,25 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 |
(11) Lc 5,35
|
(12) Lc 6,12
|
|
(13) Lc 9,36
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(16) Lc 21,23
|
|
(17) Lc 23,7
|
(18) Lc 24,18
|
|||
|
|
totaal |
78 / '82' |
11 |
9 |
4 |
'2' |
3 |
1 |
7 |
1 |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Hebreeuws mann mv יָמִים
= jâmîm
(dagen) van het zelfst naamw
יוֹם = jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Getalwaarde: jod =
10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal: 29 OF 56 (2³
X 7) Structuur: 1 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 2 j-m-m Tenakh (289) Pentateuch (117) Eerdere Profeten (45) Latere
Profeten (45) 12 Kleine Profeten (10) Geschriften (66)
- Lat dies Ned dag D Tag E day
F jour < Lat diurnum Cfr
journaal Arabisch: يَوم = jaum (dag) Taalgebruik in de Qoran: dag (jaum)
Lc 1,52
- 3 εν ταις
ἡμεραις = en tais hèmerais (in de dagen) NT
(25) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,7
(3) Lc
1,18 (4) Lc 1,39
(5) Lc 2,1
(6) Lc
4,2 (7) Lc 4,25
(8) Lc
6,12 (9) Lc 17,26
(10) Lc
17,28 (11) Lc 24,18
- Hebreeuws בַּיָּמִּים
= bajjâmîm
(in de dagen) < voorzetsel bë + zelfst naamw mann
mv van het zelfst naamw יוֹם = jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Getalwaarde: jod =
10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal: 29 OF 56 (2³
X 7) Structuur: 1 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (53) Pentateuch (11) Eerdere Profeten (17) Latere
Profeten (11) 12 Kleine Profeten (6) Geschriften (8)
- Hebreeuws בִּימֵי
= bîme(j)
< voorzetsel bë + stat constr
mann mv OF בְיָמָי
= bëjâmâj
(in mijn dagen) <bë + stat constr
mann mv + suffix persoonl voornaamw 1ste pers mann enk
b-j-m-j Tenakh (55) Pentateuch (6) Eerdere Profeten
(12) Latere Profeten (9) 12 Kleine Profeten (6) Geschriften (22)
Lc 1,51
- 4 εγενετο εν ταις
ἡμεραις = egeneto en tais hèmerais (het gebeurde in de dagen) Lc (3): (1) Lc 1,5
(2) Lc
17,26 (3) Lc 17,28
- εγενετο δε εν
ταις ἡμεραις
= = egeneto de en tais hèmerais (het gebeurde echter in de dagen) Lc (2): (1) Lc 2,1
(2) Lc
6,12 Hnd (1): Hnd 9,37
- Hebreeuws בִּימֵי
וַיְהִי = wajëhî bîme(j)
(en het was in de dagen van) Tenakh (5): (1) Gn 14,1 (2) Rt 1,1 (3) Est 1,1
(4) Js 7,1 (5) Jr 1,3
Lc 1,55
gen mann enk ἡρῳδου
= hèrô(i)dou (van Herodes)
van het zelfst naamw ἡρῳδης = hèrô(i)dès (Herodes) Taalgebruik
in het NT: hèrô(i)dès (Herodes)
Taalgebruik in de LXX: hèrô(i)dès (Herodes)
Taalgebruik in Lc: hèrô(i)dès (Herodes) Lc (4):
(1) Lc 1,5
(2) Lc 3,1
(3) Lc 8,3
(4) Lc
23,7 Een vorm van ἡρῳδης
= hèrô(i)dès (Herodes) in
het NT (43) , in Lc (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 3,1
(3) Lc
3,19 (4) Lc 8,3
(5) Lc 9,7
(6) Lc 9,9
(7) Lc
13,31 (8) Lc 23,7 (hèrô(i)dou en herô(i)dèn) (9) Lc 23,8
(10) Lc
23,11 (11) Lc 23,12
(12) Lc
23,15
De naam Herodes omsluit (Lc 1,5 en
Lc 3,19)
het verhaal van Johannes de Doper Vanaf Lc 3,21
verschijnt Jezus op de voorgrond
|
|
hèrô(i)dès (Herodes) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
2 |
gen mann enk hèrô(i)dou |
13 |
|
13 |
5 |
1 |
4 |
|
3 |
|
|
10 |
10 |
|
|
Lc 1,56
gen mann enk βασιλεως
= basileôs van het zelfst naamw βασιλευς
= basileus (koning) Taalgebruik in het NT: basileus
(koning) Taalgebruik in de LXX: basileus
(koning) Taalgebruik in Lc: basileus
(koning) Lc (1): Lc 1,5
Een vorm van βασιλευς
= basileus (koning) in Lc in 10 (11X) verzen: (1) Lc 1,5
(2) Lc
10,24 (3) Lc 14,31
(basileus en baselei) (4) Lc 19,38
(5) Lc
21,12 (6) Lc 22,25
(7) Lc
23,2 (8) Lc 23,3
(9) Lc
23,37 (10) Lc 23,38
In Lc: 5 vormen in 7 hoofdstukken en 10 verzen
Er staat geen bep lidw bij basileôs Dat bep lidw zal er wel staan wanneer er sprake is over Jezus als
ho basileus tôn ioudaiôn
(de koning van de Joden): (1) Lc 23,3
(2) Lc
23,37 (3) Lc 23,38
|
|
basileus
(koning) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
2 |
gen mann enk basileôs |
692 |
683 |
9 |
3 |
|
1 |
|
2 |
3 |
|
4 |
4 |
3 |
|
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
|
basileus
(koning) |
Lc |
|||||||
|
1 |
nom mann enk basileus |
5 |
|
|
(1) Lc 14,31
|
(2) Lc 19,38
|
|
|
|
|
2 |
gen mann enk basileôs |
1 |
(1) Lc 1,5
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat mann enk basilei |
1 |
|
|
(1) Lc 14,31
|
|
|
|
|
|
4 |
acc mann enk basilea |
1 |
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 23,2
|
|
5 |
nom + acc mann mv basileis |
3 |
|
(1) Lc 10,24
|
|
|
(2) Lc 21,12
|
(3) Lc 22,25
|
|
|
|
totaal |
11 |
1 |
1 |
2 |
1 |
1 |
1 |
4 |
- Hebreeuws מֶלֶך = mèlèkh (koning).
Taalgebruik in Tenakh: mèlèkh (koning). Getalswaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of
20 ; totaal: 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5). Structuur: 4 - 3 - 2. De som van
de elementen is telkens 9 .Tenakh (816) Pentateuch
(58) Eerdere Profeten (345) Latere Profeten (188) 12 Kleine Profeten (22)
Geschriften (203)
- Het koningschap werd ingesteld door rechter Samuël. De eerste koning was Saul
, uit de stam Benjamin. De tweede koning was David , uit de stam Juda Door David
werd de Davidische dynastie ingesteld.
Lc 1,57 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65
Lc 1,58 gen vr enk ιουδαιας = ioudaias (van Judea) van het zelfst naamw ιουδαια = ioudaia (Judea) Taalgebruik in het NT: ioudaia (Judea) Taalgebruik in de LXX: ioudaia (Judea) Taalgebruik in Lc: ioudaia (Judea) Lc (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,65 (3) Lc 3,1 (4) Lc 4,44 (5) Lc 5,17 (6) Lc 6,17 (7) Lc 23,5 Een vorm van ιουδαια = ioudaia (Judea) in het NT (44) , in Lc (10): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,65 (3) Lc 2,4 (4) Lc 3,1 (5) Lc 4,44 (6) Lc 5,17 (7) Lc 6,17 (8) Lc 7,17 (9) Lc 21,21 (10) Lc 23,5 Hier wordt een plaatsnaam gebruikt en niet de naam van het volk nl Joden Deze naam van Joden komt in Lc in slechts 5 verzen voor , waarvoor 3X om Jezus als de koning van de Joden aan te duiden: (1) Lc 7,3 (2) Lc 23,3 (3) Lc 23,37 (4) Lc 23,38 (5) Lc 23,51
|
|
ioudaia (Judea) |
Lc |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
syn |
ev |
P |
|||||||||
|
1 |
nom vr enk ioudaia(i) |
2 |
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 7,17
|
(2) Lc 21,21
|
|
42 |
30 |
12 |
2 |
2 |
2 |
1 |
3 |
2 |
6 |
7 |
2 |
|
2 |
gen vr enk ioudaias |
7 |
|
(3) Lc 3,1
|
(4) Lc 4,44
|
(5) Lc 5,17
|
(6) Lc 6,17
|
|
|
(7) Lc 23,5
|
74 |
47 |
27 |
6 |
2 |
7 |
2 |
9 |
1 |
15 |
17 |
1 |
|
|
3 |
acc vr enk ioudaian |
1 |
|
(1) Lc 2,4
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
21 |
8 |
|
|
1 |
4 |
2 |
1 |
1 |
5 |
1 |
|
|
totaal |
10 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
145 |
98 |
47 |
8 |
4 |
10 |
7 |
14 |
4 |
22 |
29 |
4 |
- Hebreeuws יְהוּדָה = jëhûdâh (Juda) Taalgebruik in Tenakh: jëhûdâh (Juda) Getalwaarde: jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , daleth = 4 ; totaal: 32 (2² X 2³) Structuur: 1 - 5 - 4 - 5 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (633) Pentateuch (40) Eerdere Profeten (178) Latere Profeten (190) 12 Kleine Profeten (53)
7 - 8
- Hebreeuws יְהוּדָה
מֶלֶך =
mèlèkh jëhûdâh (koning van
Juda) Tenakh (43)
Lc 1,56 - 8 εγενετο εν ταις ἡμεραις βασιλεως της ιουδαιας = egeneto en tais hèmerais basileôs tès ioudaias (het gebeurde in de dagen van koning van Judea Tenakh (2): (1) Js 7,1 (2) Jr 1,3
Lc 1,59 nom mann enk ἱερευς = hiereus (priester) Taalgebruik in het NT: hiereus (priester) Taalgebruik in de LXX: hiereus (priester) Taalgebruik in Lc: hiereus (priester) Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 10,31 Een vorm van hiereus (priester) , in de LXX (900) , in het NT (31) , in Lc (5): (1) Lc 1,5 (2) Lc 5,14 (3) Lc 6,4 (4) Lc 10,31 (5) Lc 17,14 In Lc: 4 vormen van ἱερευς = hiereus (priester) in 5 hoofdstukken en in 5 verzen In Lc: 3 vormen van ἱερον = hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
|
|
hiereus |
Lc |
|||||
|
1 |
nom mann enk hiereus |
2 |
(1) Lc 1,5
|
|
|
(2) Lc 10,31
|
|
|
2 |
dat mann enk hierei |
1 |
|
(1) Lc 5,14
|
|
|
|
|
3 |
nom + acc mann mv hiereis
|
1 |
|
|
(1) Lc 6,4
|
|
|
|
4 |
dat mann mv hiereusin |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 17,14
|
|
|
Totaal |
5 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
Verwant hiermee in deze onmiddellijke context: ἱερατεια
= hierateia (priesterschap): Lc 1,9
Dit is de enigste vorm van ἱερατεια
= hierateia (priesterschap) in Lc Verder: ἱερεατευω = hierateuô (het priesterschap uitoefenen): Lc 1,8
Dit is de enigste vorm van ἱερεατευω
=hierateuô (priester zijn) in het NT
- Hebreeuws כֹהֵן = kohen
(priester) Taalgebruik in Tenakh: kohen (priester) Getalwaarde: kaph
= 11 of 20, he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal: 30 (2
X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) Structuur: 2 - 5 - 5 De som van de elementen is
telkens 3 Tenakh (43) Pentateuch (11) Eerdere
Profeten (8) Latere Profeten (10) 12 Kleine Profeten (4) Geschriften (10)
Lc 1,510 voornaamwoord nom mann enk tis Taalgebruik in het NT: voornaamwoord tis Taalgebruik in Lc: voornaamwoord tis Ned wie , wat ? deze , dat ! Lc (72) Lc 1 (1): Lc 1,5
Lc 1,59 - 10 hiereus tis (een priester) Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 10,31 In Lc 1,5 zal de priester Zacharia naar de tempel opgaan om er dienst te verrichten In Lc 10,31 had de priester zijn tempeldienst verricht en daalde hij af om naar huis te gaan Dat hij door verontreiniging geen tempeldienst zou kunnen verrichten is dus niet terzake Uit de tempeldienst die een uiting van liefde tot God is , moet ook liefde tot de naaste worden beoefend
Lc 1,511
datief onzijdig enkelvoud onomati (naam) van het
zelfstandig naamw onoma
(naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M L nomen Fr nom Ned naam Eng name
Lc (16): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,59 (3) Lc 1,61
(4) Lc
5,27 (5) Lc 9,48
(6) Lc
9,49 (7) Lc 10,17
(8) Lc
10,38 (9) Lc 13,35
(10) Lc
16,20 (11) Lc 19,2
(12) Lc
19,38 (13) Lc 21,8
(14) Lc
23,50 (15) Lc 24,18
(16) Lc
24,47
Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc
1 in 9 verzen: (1) Lc 1,5 (2
vormen) (2) Lc 1,13
(3) Lc
1,26 (4) Lc 1,27
(2 vormen) (5) Lc 1,31
(6) Lc
1,49 (7) Lc 1,59
(8) Lc
1,61 (9) Lc 1,63
Lc 1,512
nom mann enk ζαχαριας = zacharias
(Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja)
Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (4):
(1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,67 Een vorm van ζαχαριας
= zacharias (Zacharja) in
Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,13
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,40 (7) Lc 1,59
(8) Lc
1,67 (9) Lc 3,2
(10) Lc
11,51
- JHWH gedenkt Het geeft de ene pool van het verbond dat gesloten wordt tussen
2 partijen
|
|
zacharias |
Lc |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|||
|
1 |
nom mann enk zacharias |
4 |
|
|
21 |
17 |
4 |
|
4 |
|
|
|
|
4 |
4 |
|
|
|
|
2 |
voc mann enk zacharia |
1 |
(1) Lc 1,13
|
|
|
13 |
12 |
1 |
|
1 |
|
|
|
|
1 |
1 |
|
|
|
3 |
gen mann enk zachariou |
3 |
(1) Lc 1,40
|
(2) Lc 3,2
|
(3) Lc 11,51
|
15 |
11 |
4 |
1 |
3 |
|
|
|
|
4 |
4 |
|
|
|
4 |
acc mann enk zacharian |
2 |
|
|
6 |
4 |
2 |
|
2 |
|
|
|
|
2 |
2 |
|
|
|
|
|
Totaal |
10 |
8 |
1 |
1 |
55 |
44 |
11 |
1 |
10 |
|
|
|
|
11 |
11 |
|
|
Hebreeuws zëkharëjâh (Zecharja,
Zacharia) Taalgebruik in Tenakh: zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia)
Getalwaarde: zain = 7 , kaph
= 11 of 20 , resj = 20 of 200 , jod
= 10 , he = 5 ; totaal: 53 (priemgetal) OF 242 (11 X 22) Structuur: 7 - 2 - 2
- 1 - 5 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh
(20): (1) 2
K 14,29 (2) 2 K 25,11
(20) 2 Kr
24,20 Ook zëkharëjâhû Tenakh
(10): (1) 2
K 15,8
- Grieks μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (gedenken, zich herinneren) Taalgebruik
in het NT: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in
de LXX: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in
Lc: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in Hnd: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Een vorm van μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in de LXX
(275) , in het NT (23) , in Lc (6): (1) Lc 1,54
(2) Lc
1,72 (3) Lc 16,25
(4) Lc
23,42 (5) Lc 24,6
(6) Lc
24,8 In Lc: 4 vormen in 4 hoofdstukken en in 6 verzen In Hnd: 2 vormen van μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in 2
hoofdstukken en in 2 verzen
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
|
|
mimnèskomai |
|
||||
|
1 |
ind aor 3de pers mv emnèsthèsan |
1 |
|
|
|
(1) Lc 24,8
|
|
2 |
imperat aor 2de pers enk mnèsthèti |
2 |
|
(1) Lc 16,25
|
(2) Lc 23,42
|
|
|
3 |
imperat aor 2de pers mv mnèsthète |
1 |
|
|
|
(1) Lc 24,6
|
|
4 |
inf aor mnèsthènai
|
2 |
|
|
|
|
|
|
Totaal |
6 |
2 |
1 |
1 |
|
Lc 1,511
- 12 In 7 / 16 verzen in Lc volgt een persoonsnaam op onomati
(met de naam): (1) Lc 1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) (2) Lc 5,27
(onomati Levin = met de
naam Levi) (3) Lc 10,38
(onomati Martha = met de naam Martha) (4) Lc 16,20
(onomati Lazaros = met de
naam Lazarus) (5) Lc 19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs)
(6) Lc
23,50 (onomati Iôsèf =
met de naam Jozef) (7) Lc 24,18
(onomati Kleopas = met de
naam Kleopas) De eerste en de laatste persoonsnaam
zijn de eerst en laatst genoemde personen in Lc
Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 /
10): (1) Lc
1,5 (kai to onoma autès Elisabet
= en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13
(kai kaleseis to onoma autou Iôannèn
= en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,27
(hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (4) Lc 1,31
(kai kaleseis to onoma autou Ièsoun
= en je zult zijn naam Jezus noemen) (5) Lc 1,63
(Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn
naam) (6) Lc
2,21 (kai eklèthè to onoma autou
Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (7) Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (8) Lc 8,41
(hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)
Alfabetisch ordening van de persoonsnamen: (1) Elisabeth (Lc 1,5)
(2) Jaïrus (Lc 8,41)
(3) Jezus (Lc
1,31 - Lc
2,21) (4) Johannes de Doper (Lc 1,13
- Lc 1,63)
(5) Jozef (Lc
1,27) - Lc 2,25)
(6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50)
(7) Kleopas (Lc 24,18)
(8) Lazarus (Lc 16,20)
(9) Levi (Lc
5,27) (10) Martha (Lc 10,38)
(11) Simeon (Lc 2,25)
(12) Zacharia (Lc 1,5)
(13) Zacheüs (Lc 19,2)
Lc 1,513
ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit) Taalgebruik in Hnd:
ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,11 (3) Lc 1,15
(4) Lc
1,61 (5) Lc 1,71
(6) ex (4): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,27 (3) Lc 1,71
(4) Lc
1,78
Lc 1,514
gen vr enk efèmerias van het zelfst
naamw efèmeria (beurt
volgens de dagrooster) Taalgebruik in het NT: efèmeria (beurt volgens de dagrooster)
Taalgebruik in Mc: efèmeria (beurt volgens de dagrooster)
Lc (2): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT
Lc 1,515 abia (Abia) Taalgebruik in het NT: abia (Abia) Taalgebruik in Lc: abia (Abia) Benaming van de achtste priesterklasse Getalwaarde is 14 (2 X 7) Hebreeuws ´äbijjâh (letterlijk: JHWH is mijn vader) Maar het Hebreeuwse ´âbîhä = haar vader
Lc 1,516
kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,517 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 7,37 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,3 (8) Lc 8,43 (9) Lc 8,47 (10) Lc 10,38 (11) Lc 11,27 (12) Lc 13,11 (13) Lc 13,21 (14) Lc 15,8 (15) Lc 20,32 (16) Lc 20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen , in Lc 1 in 6 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,42
Lc 1,518 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144) Lc 1 (5): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74
Lc 1,519 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit) Taalgebruik in Hnd: ek (uit) min (uit) Taalgebruik in Tenakh: min (uit) Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,15 (4) Lc 1,61 (5) Lc 1,71 (6) ex (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,71 (4) Lc 1,78
Lc 1,520
bepaald lidw gen mann + vr
+ onz mv tôn van het
bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik
in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (6): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc
1,16 (4) Lc 1,70
(5) Lc
1,71 (6) Lc 1,72
Lc 1,521 gen vr mv thugaterôn van het zelfst naamw thugatèr (dochter) Taalgebruik in het NT: thugatèr (dochter) Taalgebruik in Lc: thugatèr (dochter) Lc (1) Lc 1,5 Een vorm van thugatèr (dochter) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 2,36 (3) Lc 8,42 (4) Lc 8,48 (5) Lc 8,49 (6) Lc 12,53 (7) Lc 13,16 (8) Lc 23,28
Lc 1,522 aarôn (Aäron) Taalgebruik in het NT: aarôn (Aäron) Taalgebruik in Lc: aarôn (Aäron) Lc (1): Lc 1,5
Lc 1,523
kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,524
bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc 1,525 nom + acc onz enk onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in de LXX: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,26 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,31 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (8) Lc 2,21 (9) Lc 2,25 (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen: (1) Lc 1,5 (2 vormen) (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,26 (4) Lc 1,27 (2 vormen) (5) Lc 1,31 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,63
Lc 1,526
pers voornaamw gen vr enk autès
van het pers voornaamw autos
Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,56 (7) Lc 1,58
Lc 1,527
ελισαβετ = elisabet (Elisabet) Taalgebruik
in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in de LXX: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Bijbel = Lc (8): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,7
(3) Lc
1,13 (4) Lc 1,24
(5) Lc
1,36 (6) Lc 1,40
(7) Lc
1,41 (2X) (8) Lc 1,57
- ελισαβεθ = elisabèth (Elisabet / Elisjeba) LXX (1): Ex 6,23 In
Ex 6,23
is Elisjeba de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw
van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste
?) priester is er via hun echtgenotes 'Elisabet'
- Hebreeuws: אלזבת = ´-l-z-b-th , in het D , E , Fr , Lat: Elisabeth (met th) Gr , Ned: Elisabet , Stat-vertaling: Elizabet
Betreffende deze weergave zijn er 3 opmerkingen: 1 de i kan kort of lang zijn
, maar de Hebreeuwse jod kan hier bezittel
voornaamw 1ste pers mann
enk (mijn) aanduiden OF qal imperf
3de pers mann enk (hij zal) en moet geschreven worden
2 de σ = s is de weergave van de Hebreeuwse letter sjin
en niet van samekh 3 de τ = t is geen Griekse
θ = th , maar een Griekse τ = t
- In Ex
6,23 is ελισαβεθ
(met th) = elisabèth
(Elisabeth / Elisjeba) de vertaling van het
Hebreeuwse אֱלִישֶׁבַע
= ´ëlîsjèbha`
< zelfst naamw + suffix bezittel voornaamw 1ste pers enk אֵלִי = 'elî (mijn God) en misschien sjèbha < שָׁבָע
= sjâbhâ`
(zweren) Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Dan zou Elisabeth kunnen betekenen:
Mijn God zwoer Getalswaarde: aleph = 1 , lamed = 12
of 30 , jod = 10 , sjin =
21 of 300 , beth = 2 , ajin
= 16 of 70 ; totaal: 62 (2 X 31) OF 413 Structuur: 1 - 3 - 1 - 3 - 2 - 7 De
som van de elementen is telkens 8
- OF een samenstelling met het woord שֶׁבַע
/ שֵׁבַע
= sjèbha`
/ sjëbha` (zeven) Taalgebruik in Tenakh: sjèbha` / sjëbha` (zeven)
Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth
= 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 (3 X 13 = (26 +
13) OF 372 (2 X 3 X 31) Structuur: 3 - 2 - 7 De som van de elementen is
telkens 12 -> 3 En dan zou Elisjebha kunnen
betekenen: mijn God is zeven
Lc 1,524 - 25 27 Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (4) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (5) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (6) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (7) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (8) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) OF een plaatsnaam (2 / 10): (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Alfabetisch ordening van de persoonsnamen: (1) Elisabeth (Lc 1,5) (2) Jaïrus (Lc 8,41) (3) Jezus (Lc 1,31 - Lc 2,21) (4) Johannes de Doper (Lc 1,13 - Lc 1,63) (5) Jozef (Lc 1,27) - Lc 2,25) (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50) (7) Kleopas (Lc 24,18) (8) Lazarus (Lc 16,20) (9) Levi (Lc 5,27) (10) Martha (Lc 10,38) (11) Simeon (Lc 2,25) (12) Zacharia (Lc 1,5) (13) Zacheüs (Lc 19,2)
|
Lc 1,6 - Lc 1,6: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [6] And
they were both righteous before God, walking in all the commandments
and ordinances of the Lord blameless
Luther-Bibel 6 Sie waren aber alle beide fromm vor Gott und
lebten in allen Geboten und Satzungen des Herrn untadelig
Tekstuitleg van Lc 1,6 Dit vers Lc 1,6 telt 17 woorden en 97 letters De getalwaarde van Lc 1,6 is 9875 (5 X 5 X 5 X 79)
Lc 1,61 act ind imperf 3de pers mv èsan (zij waren) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (22): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 2,8 (4) Lc 4,20 (5) Lc 4,25 (6) Lc 4,27 (7) Lc 5,10 (8) Lc 5,17 (9) Lc 5,29 (10) Lc 7,41 (11) Lc 8,2 (12) Lc 8,40 (13) Lc 9,14 (14) Lc 9,30 (15) Lc 9,32 (16) Lc 14,1 (17) Lc 15,1 (18) Lc 20,29 (19) Lc 23,55 (20) Lc 24,10 (21) Lc 24,13 (22) Lc 24,53
Lc 1,62 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80
Lc 1,63 nom mann mv dikaioi van het bijvoegl naamw dikaios (rechtvaardig) Taalgebruik in het NT: dikaios (rechtvaardig) Taalgebruik in Lc: dikaios (rechtvaardig) Lc (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 18,9 Een vorm van dikaios (rechtvaardig) in Lc in 11 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,25 (4) Lc 5,32 (5) Lc 12,57 (6) Lc 14,14 (7) Lc 15,7 (8) Lc 18,9 (9) Lc 20,20 (10) Lc 23,47 (11) Lc 23,50
Lc 1,64 nom mann mv amfoteroi van het voornaamw amfoteros (beide) Taalgebruik in het NT: amfoteros (beide) Taalgebruik in Lc: amfoteros (beide) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 6,39 Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 5,7 (4) Lc 6,39 (5) Lc 7,42
Lc 1,65 enantion (tegenover, in de ogen van) Taalgebruik in het NT: enantion (tegenover, in de ogen van) Taalgebruik in Lc: enantion (tegenover, in de ogen van) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 20,26 (3) Lc 24,19 enanti (tegenover) Taalgebruik in het NT: enanti (tegenover) Taalgebruik in Lc: enanti (tegenover) Lc (1) Lc 1,8
Lc 1,66
bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,67 gen mann enk theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Lc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78 In Lc: 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen
Lc 1,65 - 7 enantiou tou theou (tegenover God) Lc (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 24,19 enanti tou theou (tegenover God) Lc (1) Lc 1,8
Lc 1,68 part praes nom mann mv poreuomenoi (zich op weg begevende) van het werkw poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) Taalgebruik in het NT: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Taalgebruik in Lc: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Taalgebruik in Hnd: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Hebr hâlakh (gaan) < halacha Taalgebruik in Tenakh: hâlakh (gaan) por-euomai p of ph = f -> v + r Zelfstandig naamwoord poros: weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats Lat por-tus: haven Mnd voort , ofries forda , oeng ford Het woord behoort tot de groep van varen Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 8,14 (3) Lc 24,13 Hebr haholëkhîm (zij die gaan) Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc (48) , in Lc 1 (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,39 In Lc: 19 vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 18 / 24 hoofdstukken en in 48 verzen In Hnd: X vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 21 / 28 hoofdstukken en in 39 verzen
Lc 1,69
en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,610 dat vr mv pasais van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Hnd: pas (ieder, elk, alles) Hebr kl (al) Taalgebruik in Tenakh: kl (al) Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,75 (3) Lc 24,27 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,37 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,63 (7) Lc 1,65 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,71 (10) Lc 1,75
Lc 1,611
bepaald lidw dat vr mv tais
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,7
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 (7) Lc 1,80
Lc 1,612
dat vr mv entolais van het zelfst
naamw entolè (opdracht)
Taalgebruik in het NT: entolè (opdracht) Taalgebruik in Lc: entolè (opdracht)
Lc (1): Lc
1,6 Een vorm van entolè (opdracht) in Lc in 4
verzen: (1) Lc 1,6
(2) Lc
15,29 (3) Lc 18,20
(4) Lc
23,56
Lc 1,613
kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,614 dat onz mv dikaiômasin van het zelfst naamw dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) Taalgebruik in het NT: dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) Taalgebruik in het NT: dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) Lc (1): Lc 1,6 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,615
bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,616 gen mann enk kuriou (van de heer) van het zelfst naamw kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) Hebr JHWH of ´ädonaj Lat dominus Lc (26) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (Heer) in Lc 1 in 17 verzen
Lc 1,617
nom mann mv = amemptoi van
het bijvoegl naamw αμεμπτος = amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in het
NT: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in
de LXX: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Bijbel (2):
(1) Lc 1,6
(2) Fil
2,15 Dit is de enigste vorm in Lc
- αμεμπτος = amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in het
NT: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in
de LXX: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Bijbel (15):
(1) Gn 17,1 (2) Job 1,1
(3) Job
1,8 (4) Job
2,3 (5) Job 4,17
(6) Job
9,20 (7) Job 11,4
(8) Job
12,4 (9) Job 15,14
(10) Job
22,3 (11) Job 22,19
(12) Job
33,9 (13) W
18,21 (14) Fil 3,6
(15) Heb
8,7
|
Lc 1,7 - Lc 1,7: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [7] And
they had no child, because that Elisabeth was barren, and they
both were now well stricken in years
Luther-Bibel 7 Und sie hatten kein
Kind; denn Elisabeth war unfruchtbar
und beide waren hochbetagt
Tekstuitleg van Lc 1,7 Het
vers Lc
1,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 89 letters De getalwaarde van Lc 1,7 is
8429
- Lc 1,7ab
leunt het sterkst aan bij Gn 11,30 , maar de zinnen staan er evenwel in
omgekeerde volgorde In Lc 1,7 is
de onvruchtbaarheid de reden van de kinderloosheid In Gn 11,30 is de kinderloosheid het gevolg van de
onvruchtbaarheid Die volgorde van Lc is begrijpelijk In Lc 1,5-7 worden de
personen Zacharia en Elisabeth voorgesteld In Lc 1,7 gaat het over het
ontbreken van een nageslacht De reden ervan wordt gegeven na de vermelding dat
zij geen nageslacht hebben
Lc 1,71 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: וְ = wë Lat: et Fr: et Ned: en E: and D und Arabisch: وَ = wa (en) Taalgebruik in de Qoran: wa (en)
Lc 1,72 ου - ουκ - ουχ = ou - ouk - ouch (niet) OF betrekk voornaamw gen mann en onz enk (οὑ = hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in de LXX: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ου = ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ουκ = ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
|
ou (niet) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
ou |
3068 |
2321 |
747 |
97 |
42 |
84 |
113 |
68 |
313 |
30 |
223 |
336 |
|
ouk |
3499 |
2752 |
747 |
93 |
66 |
92 |
137 |
56 |
274 |
29 |
251 |
388 |
|
ouch |
452 |
351 |
101 |
7 |
6 |
7 |
20 |
8 |
49 |
4 |
20 |
40 |
|
Totaal |
7019 |
5424 |
1595 |
197 |
114 |
183 |
270 |
132 |
636 |
63 |
494 |
764 |
- Hebreeuws לֹא = lo´(niet) Taalgebruik in Tenakh: lo´(niet)
Getalwaarde: lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal:
13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) De getalwaarde van לֹא
= lo´ is de helft van de
getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2
Tenakh (2767) Pentateuch (801) Eerdere Profeten (456)
Latere Profeten (611) 12 Kleine Profeten (150) Geschriften (749) Structuur: 3
- 1 De som van de elementen is telkens 4
- Fr ne pas E not D nicht
1 - 2 και ουκ = kai ouk NT (123) Hebreeuws וְלֹא = wëlo´ (en niet) Tenakh (1381) Pentateuch (325) Eerdere Profeten (278) Latere Profeten (323) 12 Kleine Profeten (90) Geschriften (365)
Lc 1,73 act ind imperf 3de pers enk ην = èn (hij / zij was) van het werkw ειμι = eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in de LXX: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd: eimi (zijn) Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80 Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947)
|
eimi (zijn) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
act ind imperf 3de pers enk èn |
1506 |
1120 |
386 |
24 |
38 |
79 |
92 |
63 |
71 |
19 |
141 |
233 |
|
|
- Hebreeuws act ind perf
3de pers mann enk הָיָה
= hâjâh
(zijn) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod
= 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is
telkens 2 Tenakh (332) Pentateuch (52) Eerdere
Profeten (111) Latere Profeten (87) 12 Kleine Profeten (14) Geschriften (67)
- Lat esse Fr être Ned zijn E to be
D sein
1 - 3 και ουκ ην = kai ouk èn (en er was niet) NT (1): Lc 1,7
- Hebreeuws וְאֵין = wë´e(j)n (en er
is niet) < wë + עַיִן
= ´ajin
(er is niet) Stat constr עיֵן
= ´e(j)n Taalgebruik in Tenakh: ´ajin (er is niet) Getalwaarde: aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ;
totaal: 25 (5²) OF 61 (priemgetal) Structuur: 1 - 1 - 5 De som van de
elementen is telkens 7 De getalwaarde van de letter ajin
is 16 of 70 Tenakh (211) Pentateuch (20) Eerdere
Profeten (25) Latere Profeten (68) 12 Kleine Profeten (18) Alle Profet boeken (111) Geschriften (80)
Lc 1,74 dat mann en onz mv αυτοις = autois van het pers voornaamw αυτος = autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (89) Lc 1 (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,22
|
|
autoi |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
7 |
dat mann en onz mvautois |
1722 |
1180 |
542 |
101 |
117 |
89 |
97 |
75 |
47 |
16 |
307 |
404 |
Lc 1,72 - 4 Lc 1,7: ouk èn autois teknon (er was niet aan hen een kind = zij hadden geen kind) Lc (2): (1) Lc 1,7 (2) Lc 2,7 Hebr ´e(j)n lahèm
Lc 1,7.5
τεκνον (= teknon: kind; nom + acc onz enk; zie wkw τικτω = tiktô:
baren, bevallen). Taalgebruik in het NT: teknon (kind). Taalgebruik in Mc: teknon (kind).
Lc (4): (1) Lc 1,7
(2) Lc
2,48 (3) Lc 15,31
(4) Lc
16,25 Een vorm van teknon (kind) in Lc in 14
verzen: (1) Lc
1,7 (2) Lc 1,17
(3) Lc
2,48 (4) Lc 3,8
(5) Lc
7,35 (6) Lc 11,13
(7) Lc
13,34 (8) Lc 14,26
(9) Lc
15,31 (10) Lc 16,25
(11) Lc
18,29 (12) Lc 19,44
(13) Lc
20,31 (14) Lc 23,28
Lc 1,7.1-5.
ουκ ην
αυτοις τεκνον (= ouk
èn autois teknon: er was niet aan hen een kind OF zij hadden geen
kind).
- וָלָד לָהֶם
אֵין (=
´e(j)n lahèm wâlâd: er was
niet aan hen een kind OF zij hadden geen kind). Hieraan beantwoordt Gn 11,30: וָלָד
לָהּ אֵין = ´e(j)n lâh wâlâd
(er was geen kind aan haar = zij had geen kind) LXX vertaalt:
και = kai (MT heeft geen
verbindingsartikel wa = en), ουκ
= ouk (ontkenning in het Hebreeuws אֵין =
´en (er is niet), ετεκνοποιει
= eteknopoiei: zij maakte een kind - τεκνοποιεω
= teknopoieô); zij maakte geen kind.
- Gelijkaardig: 1 S
1,2: wajëhî liphëninnâh
jëlâdîm ûlëchannâh ´e(j)n jëlâdîm (en Pennana had kinderen
maar Hannah had geen kinderen) ; LXX: kai èn tèi Pennana
paidia kai tèi Anna ouk èn
paidion (en Penanna had
kinderen maar Hanna had geen kind)
Lc 1,76
kathoti (naarmate, omdat) Taalgebruik in het NT: kathoti (naarmate, omdat) Taalgebruik in Lc: kathoti (naarmate, omdat)
Lc (2): (1) Lc 1,7
(2) Lc
19,9
Lc 1,77 act ind imperf 3de pers enk ην = èn (hij / zij was) van het werkw ειμι = eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in de LXX: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd: eimi (zijn) Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80 Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947)
|
eimi (zijn) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
act ind imperf 3de pers enk èn |
1506 |
1120 |
386 |
24 |
38 |
79 |
92 |
63 |
71 |
19 |
141 |
233 |
|
|
- Hebreeuws act ind perf
3de pers mann enk הָיָה
= hâjâh
(zijn) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod
= 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is
telkens 2 Tenakh (332) Pentateuch (52) Eerdere
Profeten (111) Latere Profeten (87) 12 Kleine Profeten (14) Geschriften (67)
- Lat esse Fr être Ned zijn E to be
D sein
Lc 1,78 bep lidw nom vr enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64 Een vorm van het bep lidw in Lc (2629) , in het NT (19734) , in de LXX (88439)
Lc 1,79 elisabet (Elisabet) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabet) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabet) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
Lc 1,710
nom vr enk στειρα = steira van het bijvoegl naamw στειρος
= steiros (onvruchtbaar) Taalgebruik in het NT: steiros (onvruchtbaar) Taalgebruik in de LXX: steiros (onvruchtbaar) Een vorm van στειρος
= steiros in de LXX (17) , in het NT (4): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,36 (3) Lc 23,29
(4) Gal
4,27
- Hebreeuws vr enk עֲקָרָה
= `äqârâh
(onvruchtbaar) Taalgebruik in Tenakh: `äqârâh (onvruchtbaar) Getalwaarde: ajin
= 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , resj
= 20 of 200 , he = 5 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 375 (3 X 5³) Structuur: 7 -
1 - 2 - 5 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh
(8): (1) Gn 11,30 (Sara) (2) Gn 25,21 (Rebekka) (3) Gn 29,31 (Rachel) (4) Re 13,2 (de
moeder van Simson) (5) Re 13,3 (6)
1 S 2,5
(Hanna , de moeder van Samuël) (7) Js 54,1 (8) Job 24,21
mann enk עָקָר
= `âqâr
(onvruchtbaar) Modern Hebreeuws: עָקָר
= `âqâr
(onvruchtbaar)
-- וְעֲקָרָה
= wë`äqârâh
(en onvruchtbaar) Tenakh (2): (1) Ex 23,26
(2) Dt 7,14
-- In deze 10 verzen heeft de LXX στειρα
= steira als vertaling
- Lat sterilis Fr stérile Ned onvruchtbaar D unfruchtbar E barren Aramees: עֲקַר
= `äqar
(onvruchtbaar) Arabisch: عَقَارِىّ = `aqârii (onvruchtbaar) Taalgebruik in de Qoran: `aqârii (onvruchtbaar) Qoran:
soera
3,40
Gn 11,30 vermeldt dat Sara onvruchtbaar is en geen kind
heeft Pas in Gn 21,2 - Gn 21,3 wordt Sara zwanger en baart ze een zoon , Isaak
In Gn 16,1 wordt nog eens teruggegrepen naar Gn 11,30: Sarai had geen
kinderen In Gn 17 - Gn
18 wordt aan Saraj de belofte gedaan dat uit haar
een zoon zal geboren worden Het loopt bijna mis wanneer Abraham zegt dat zijn
vrouw Sara zijn zuster is (Gn 20,1)
en zij geschaakt wordt door Abimelek
- Verwant is het werkw עָקַר
= `âqar
(ontwortelen, uitrukken, uitroeien) Taalgebruik in Tenakh: `âqar (ontwortelen, uitrukken, uitroeien) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of
100 , resj = 20 of 200 ; totaal: 55 (5 X 11) OF 370
(2 X 5 X 37) Structuur: 7 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1
Eveneens verwant is het zelfst naamw
עֵקֶר = `eqèr (ontwortelde, emigrant,
vreemdeling) Buber vertaalt עֲקָרָה
= `äqârâh
als "wurzelverstockt" "On peut lire aussi que Saraë est "déracinée", qu'elle est "arrachée" à l'essentiel d'elle-même" (Annick de Souzenelle
, Le Féminin de l'Être
(1997, p76)
Lc 1,77
- 10 Lc
1,7: ην ἡ ελισαβεθ
στειρα = èn hè elisabet steira (Elisabeth was onvruchtbaar)
Deze zin beantwoordt het best aan Gn 11,30 (Sara): עֲקָרָה
שָׂרַי וַתְּהִי
= waththëhî
Shâraj `äqârâh (en Sarai was onvruchtbaar) LXX: και ην σαρα στειρα
= kai èn sara steira (en Sara was
onvruchtbaar) De woordvolgorde in de LXX is die van Tenakh
Door de naam Elisabet in Lc 1,7 is
een link gelegd met Elisabet , de vrouw van Aäron (Ex 6,23) ,
en de inhoud en de zinsconstructie van Lc 1,7
legt een link met Saraj , de vrouw van Abram (Gn
11,30) Hiermee legt Lc een link naar de wortels van het volk van
Israël en met de instelling van het priesterschap
Lc 1,7c (11-18) leunt aan bij Gn 18,11 De auteur van het verhaal van het bezoek van de drie mannen aan Abraham (Gn 18,1-15) verduidelijkt de situatie van Abraham en Sara (Gn 18,11) Deze verduidelijking wendt de evangelist Lucas aan in de beschrijving van de beginsituatie van Zacharia en Elisabeth (Lc 1,7) in het verhaal van de aankondiging van Johannes de Doper
Lc 1,711 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,712 nom mann mv amfoteroi van het voornaamw amfoteros (beide) Taalgebruik in het NT: amfoteros (beide) Taalgebruik in Lc: amfoteros (beide) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 6,39 Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 5,7 (4) Lc 6,39 (5) Lc 7,42
Lc 1,713
pass part perf nom mann mv
προβεβηκοτες
= probebèkotes (voortgegaan) van het werkw προβαινω
= probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) Taalgebruik in het NT: probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) Taalgebruik in de LXX: probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) Taalgebruik in Lc: probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) Bijbel (2) LXX (1): Gn 18,11 NT = Lc (1) Lc 1,7
Een vorm van προβαινω
= probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) in de LXX (18) , in het NT (5): (1) Mt 4,21
(2) Mc
1,19 In Lc (3): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,18 (3) Lc 2,36
De vorm (προβας = probas: voortgegaan) komt in de bijbel slechts in Mc 1,19
en in de paralleltekst Mt 4,21
voor βαινω = bainô (banen, gaan) προβαινω
= pro-bainô (vooruitgaan) Een vorm van het werkwoord
προβαινω = probainô komt slechts in vijf verzen in het NT voor Bij Mc
en Mt in de ruimtelijke betekenis , bij Lucas in temporele (tijdelijke)
betekenis: (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,18 (3) Lc 2,36
Lc 1,714
en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,715
bepaald lidw dat vr mv tais
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,7
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 (7) Lc 1,80
Lc 1,716
dat vr mv hèmerais van het zelfst
naamw hèmera (dag)
Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (18) (1) Lc
1,5 (2) Lc
1,7 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,25 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 (7) Lc 2,1
(8) Lc
2,36 (9) Lc 4,2
(10) Lc
4,25 (11) Lc 5,35
(12) Lc
6,12 (13) Lc 9,36
(14) Lc
17,26 (15) Lc 17,28
(16) Lc
21,23 (17) Lc 23,7
(18) Lc
24,18
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc
1,20 (8) Lc 1,23
(9) Lc
1,24 (10) Lc 1,59
(11) Lc
1,80
Lc 1,714 - 16 εν ταις ἡμεραις = en tais hèmerais (in de dagen) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1 (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18
13 - 16 προβεβηκοτες
εν ταις
ἡμεραις = probebèkotes en tais hèmerais (voortgegaan in de dagen) Lc (1): Lc 1,7
- προβεβηκοτες
ἡμερων = probebèkotes hèmerôn (voortgegaan
van de dagen) LXX (1): Gn 18,11
- בָּא בַּיָּמִּים
= bâ´bajjâmîm
(hij ging in de dagen) Tenakh (4): (1) Gn 24,1 (Abraham) (2) Joz 13,1 (Jozua) (3) Joz 23,1 (Jozua) (4) 1 K 1,1
(koning David In deze 4 verzen wordt eerst de naam van de persoon genoemd
- בָּאִים בַּיָּמִּים
= bâ´bajjâmîm
(gaande in de dagen) Tenakh (1): Gn 18,11
- Er is litreraire overeenkomst tussen Zacharia en
Elisabeth enerzijds en Abraham en Sara anderzijds Zoals Abraham en Sara aan het
begin van de geschiedenis van het volk van Israël staan , zo staan Zacharia en
Elisabeth aan het begin van het evangelie volgens Lucas
Lc 1,717 gen mvautôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,77
Lc 1,718
act ind imperf 3de pers mv èsan (zij waren) van het werkw
eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (22): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,7
(3) Lc 2,8
(4) Lc
4,20 (5) Lc 4,25
(6) Lc
4,27 (7) Lc 5,10
(8) Lc
5,17 (9) Lc 5,29
(10) Lc
7,41 (11) Lc 8,2
(12) Lc
8,40 (13) Lc 9,14
(14) Lc
9,30 (15) Lc 9,32
(16) Lc
14,1 (17) Lc 15,1
(18) Lc
20,29 (19) Lc 23,55
(20) Lc
24,10 (21) Lc 24,13
(22) Lc
24,53
|
Lc 1,8 - Lc 1,8: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [8] And
it came to
pass, that while he executed the priest's
office before God in the
order of his course,
Luther-Bibel 8 Und es begab sich, als Zacharias den
Priesterdienst vor Gott versah, da seine Ordnung an der Reihe war,
Tekstuitleg van Lc 1,8 Het vers Lc 1,8 telt 15 (3 X 5) woorden en 69 (3 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,8 is 8286 (2 X 3 X 1381) Met Lc 1,8 begint het middengedeelte van het verhaal: de verandering Het speelt zich af in de tempel tijdens het reukoffer
Lc 1,81 ind aor 3de pers enk εγενετο = egeneto (het gebeurde) van het werkw γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in de LXX: ginomai (worden) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Bijbel (925) OT (730) NT (195) Lc (69) Lc 1-2 (14): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 (8) Lc 2,1 (9) Lc 2,2 (10) Lc 2,6 (11) Lc 2,13 (12) Lc 2,15 (13) Lc 2,42 (14) Lc 2,46 Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens zoals vele verhalen bij ons beginnen) Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) , in Lc (129) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 In Lc: X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 129 verzen
|
egeneto (het gebeurde) |
|
||||||||||||||||||||||||
|
67 |
7 |
7 |
2 |
2 |
3 |
6 |
1 |
3 |
8 |
1 |
4 |
|
1 |
1 |
1 |
1 |
4 |
1 |
3 |
1 |
|
4 |
1 |
7 |
|
- Hebreeuws wë + act qal
imperf 3de pers mann enk וַיְהִי = wajëhî (en
hij/het was) van het werkw הָיָה
= hâjâh
(zijn) De getalwaarde van וַיְהי
= wajëhî
(en hij/het zal zijn/was) is 31 31 is de getalwaarde van אֵל
= ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld)
Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod
= 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is
telkens 2 Tenakh (784) Pentateuch (181) Eerdere
Profeten (339) Latere Profeten (116) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (126)
- Lat esse D sein Fr être Ned zijn E to be
Aramees: הֲוָא = häwâ´ Arabisch: هَؤَىَ = hawa
In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal εγενετο = egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal De eerste maal (Lc 1,5): er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde εγενετο = egeneto (Lc 1,23) In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven
Lc 1,82 δε = de (echter) , afkorting δ' = d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in de LXX: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80 In Lc 2,1-20 komt het partikel de (echter) vijfmaal voor: (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,6 (4) Lc 2,17 (5) Lc 2,19 Verder in Lc 2 (4): (1) Lc 2,35 (2) Lc 2,40 (3) Lc 2,44 (4) Lc 2,47
|
de (echter) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
de |
6210 |
3754 |
2456 |
421 |
149 |
478 |
203 |
490 |
708 |
7 |
1048 |
1251 |
|
d' |
73 |
50 |
23 |
12 |
2 |
5 |
1 |
|
3 |
|
19 |
20 |
|
Totaal |
6283 |
3804 |
2479 |
433 |
151 |
483 |
204 |
490 |
711 |
7 |
1067 |
1271 |
|
de (echter) |
||||||||||||||||||||||||
|
de (478) |
17 |
9 |
11 |
13 |
18 |
15 |
23 |
37 |
36 |
21 |
22 |
26 |
13 |
8 |
16 |
15 |
11 |
26 |
16 |
22 |
14 |
35 |
34 |
20 |
|
d' (5) |
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
2 |
|
|
|
|
|
|
1 |
|
|
1 |
|
|
|
|
|
483 |
17 |
9 |
11 |
13 |
18 |
15 |
23 |
37 |
37 |
23 |
22 |
26 |
13 |
8 |
16 |
15 |
12 |
26 |
16 |
23 |
14 |
35 |
34 |
20 |
|
1151 verzen |
||||||||||||||||||||||||
|
|
80 |
52 |
38 |
44 |
39 |
49 |
50 |
56 |
62 |
42 |
54 |
59 |
35 |
35 |
32 |
31 |
37 |
43 |
48 |
47 |
38 |
71 |
56 |
53 |
1 - 2 εγενετο δε = egeneto de (het
gebeurde echter) NT (40) Lc (20): (1) Lc 1,8
(2) Lc 2,1
(3) Lc 2,6
(4) Lc
3,21 (5) Lc 5,1
(6) Lc 6,1
(7) Lc 6,6
(8) Lc
6,12 (9) Lc 8,40
(10) Lc
9,28 (11) Lc 9,37
(12) Lc 9,51
(13) Lc 9,57
(14) Lc
10,38 (15) Lc 11,14
(16) Lc
11,27 (17) Lc 16,22
(18) Lc
18,35 (19) Lc 22,24
(20) Lc
22,44
- και εγενετο
= kai egeneto (en het
gebeurde) NT () Lc (35): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,59
(4) Lc
1,65 (5) Lc 2,15
(6) Lc
2,42 (7) Lc 2,46
(8) Lc
4,36 (9) Lc 5,12
(10) Lc
5,17 (11) Lc 6,13
(12) Lc
6,16 (13) Lc 6,49
(14) Lc
7,11 (15) Lc 8,1
(16) Lc
8,22 (17) Lc 8,24
(18) Lc
9,18 (19) Lc 9,29
(20) Lc
9,33 (21) Lc 11,1
(22) Lc
13,19 (23) Lc 14,1
(24) Lc
17,11 (25) Lc 17,14
(26) Lc
17,28 (27) Lc 19,15
(28) Lc
19,29 (29) Lc 20,1
(30) Lc
22,14 (31) Lc 22,66
(32) Lc
24,4 (33) Lc 24,15
(34) Lc
24,30 (35) Lc 24,51
Lc 1,83 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52
|
en (in) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
synopt |
ev |
|
|
11097 |
8943 |
2154 |
247 |
119 |
288 |
182 |
226 |
966 |
126 |
654 |
836 |
|
en (in) |
||||||||||||||||||||||||
|
288 |
25 |
23 |
10 |
18 |
10 |
7 |
12 |
12 |
13 |
14 |
12 |
17 |
13 |
6 |
3 |
9 |
7 |
7 |
11 |
7 |
11 |
13 |
12 |
16 |
- Hebr בְּ = bë Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)
Lc 1,84 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc 1,81
- 4 εγενετο δε εν τῳ = egeneto de en tô(i) = het gebeurde echter tijdens het Lc (9): (1) Lc 1,8
(2) Lc 2,6
(3) Lc
3,21 (4) Lc 5,1
(5) Lc
8,40 (6) Lc
9,51 (7) Lc 10,38
(8) Lc
11,27 (9) Lc 18,35
- και εγενετο
εν τῳ
= kai egeneto en tô(i) = en het gebeurde tijdens het Lc (14): (1) Lc 5,12
(2) Lc 8,1
(3) Lc
9,18 (4) Lc 9,29
(5) Lc
9,33 (6) Lc 11,1
(7) Lc
14,1 (8) Lc 17,11
(9) Lc
17,14 (10) Lc 19,15
(11) Lc
24,4 (12) Lc 24,15
(13) Lc
24,30 (14) Lc 24,51
Lc 1,85 act inf praes hierateuein (priester zijn, priesterschap uitoefenen) van het werkw hierateuô (priester zijn) Taalgebruik in het NT: hierateuô (priester zijn) Taalgebruik in Lc: hierateuô (priester zijn) Lc (1): Lc 1,8 Dit is de enigste vorm van hierateuô (priester zijn) in het NT
Lc 1,86 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50
Lc 1,87 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52
|
en (in) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
synopt |
ev |
|
|
11097 |
8943 |
2154 |
247 |
119 |
288 |
182 |
226 |
966 |
126 |
654 |
836 |
|
en (in) |
||||||||||||||||||||||||
|
288 |
25 |
23 |
10 |
18 |
10 |
7 |
12 |
12 |
13 |
14 |
12 |
17 |
13 |
6 |
3 |
9 |
7 |
7 |
11 |
7 |
11 |
13 |
12 |
16 |
- Hebr בְּ = bë Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)
Lc 1,88
bep lidw dat vr enk tè(i) (de) van het bep lidw ho , hè , to (de - het)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc 1,89 dat vr enk taksei van het zelfst naamw taksis (orde, ordening, volgorde) Taalgebruik in het NT: taksis (orde, ordening, volgorde) Taalgebruik in Lc: taksis (orde, ordening, volgorde) Lc (1) Lc 1,8 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,810
bep lidw gen vr enk tès (de) van het bep lidw ho , hè , to (de - het)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc 1,811 gen vr enk efèmerias van het zelfst naamw efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Taalgebruik in het NT: efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Taalgebruik in Lc: efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT
Lc 1,812 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,813 enanti (tegenover) Taalgebruik in het NT: enanti (tegenover) Taalgebruik in Lc: enanti (tegenover) Lc (1) Lc 1,8 enantion (tegenover) Taalgebruik in het NT: enantion (tegenover, in de ogen van) Taalgebruik in Lc: enantion (tegenover, in de ogen van) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 20,26 (3) Lc 24,19
Lc 1,814
bep lidw gen mann en onz enk tou van het bep lidw ho - hè - to (de - het)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,815 gen mann enk theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Lc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78 In Lc: 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen
Lc 1,813 - 15 enantion tou theou (tegenover God) Lc (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 24,19 enanti tou theou (tegenover God) Lc (1) Lc 1,8
|
Lc 1,9 - Lc 1,9: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [9] According to
the custom of the priest's office, his lot was to burn incense
when he went into the temple of the
Lord
Luther-Bibel 9 dass ihn nach dem
Brauch der Priesterschaft das Los traf,
das Räucheropfer darzubringen;
und er ging in den Tempel des Herrn
Tekstuitleg van Lc 1,9 Het vers Lc 1,9 telt 14 (2 X 7) woorden en 65 (5 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,9 is 7883
Lc 1,91
kata (tegen, volgens) Afkortingen: kat' , kath' Taalgebruik in het NT: kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Lc: kata (tegen, volgens)
Lc (28 + 6 + 9 = 43) Lc 1 (3): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,38
Lc 1,92
bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc 1,93
nom + acc onz enk ethos
(gewoonte) Taalgebruik in het NT: ethos
(gewoonte) Taalgebruik in Lc: ethos
(gewoonte)
Lc (3): (1) Lc 1,9
(2) Lc
2,42 (3) Lc 23,39
Slechts deze vorm in Lc
Lc 1,91 - 3 kata to ethos (volgens de gewoonte) Lc (3): (1) Lc 1,9 (2) Lc 2,42 (3) Lc 23,39
Lc 1,94
bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc 1,95
gen vr enk ἱερατειας
= hierateias van het zelfst
naamw ἱερατεια
= hierateia (priesterschap) Taalgebruik in het NT: hierateia (priesterschap) Taalgebruik in de LXX: hierateia (priesterschap) Taalgebruik in Lc: hierateia (priesterschap) Bijbel (10): (1) Ex 35,19
(2) Ex
40,15 (3) Nu
18,1 (4) Nu
18,7 (5) Nu
25,13 (6) Hos 3,4
(7) Ezr 2,62 (8) Neh 7,64 (9) Neh 13,29 (10) Lc 1,9
Een vorm van ἱερατεια
= hierateia in de LXX (17): vorige 10 + (1) Ex 29,9 (2)
Ex 39,19
(3) Nu 3,10
(4) Joz 18,7 (5) 1 S 1,7 (6)
1 S 2,36
(7) 1 S
23,13 , in het NT (2): (1) Lc 1,9
(2) Heb 7,5
Dit is de enigste vorm van ἱερατεια
= hierateia (priesterschap) in Lc
- Hebreeuws
=
Lc 1,96 act ind aor 3de pers enk elache (hij lootte , hij verkreeg door het lot) van het werkw lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) Taalgebruik in het NT: lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) Taalgebruik in Lc: lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) Lc (1) Lc 1,9 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,97
bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,98 act inf aor thumiasai van het werkw thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) Taalgebruik in het NT: thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) Taalgebruik in Lc: thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT
Lc 1,99
part aor nom mann enk eiselthôn (binnengegaan) van het werkw
eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in het NT: eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in Lc: eiserchomai (binnengaan) Lc (6): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 7,36
(4) Lc
11,37 (5) Lc 19,1
(6) Lc
19,45
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45
verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,40
Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9)
De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28)
In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan , weggaan of terugkeren In Lc 1,22
(exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia
naar buiten In Lc 1,38
(kai apèlthen ap' autès ho aggelos
= en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56
(kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar
haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
Lc 1,910 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Lc: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79
Lc 1,99 - 10 eiselthôn eis (binnengegaan in) Lc (3): (1) Lc 1,9 (3) Lc 7,36 (6) Lc 19,45
Lc 1,911 bep lidw acc mann enk ton van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80
Lc 1,912
acc mann enk naon van het zelfst naamw naos (tempel) Taalgebruik
in het NT: naos (tempel) Taalgebruik in Lc: naos (tempel)
Lc (1) Lc
1,9 Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen: (1) Lc
1,9 (2) Lc 1,21
(3) Lc
1,22 (4) Lc 23,35
Lc 1,913
bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,914 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen
|
Lc 1,10 - Lc 1,10: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [10] And
the whole multitude of the people were praying
without at the time of incense
Luther-Bibel 10 Und die ganze Menge des Volkes stand draußen und betete zur
Stunde des Räucheropfers
Tekstuitleg van Lc 1,10 Het vers Lc 1,10 telt 13 woorden en 59 letters De getalwaarde van Lc 1,10 is 7933
Lc 1,101 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,102 nom + acc onz enk
pan van het bijvoegl naamw
pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas
(ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas
(ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned
elk , ieder
Lc (6): (1) Lc 1,10
(2) Lc
1,37 (3) Lc 2,23
(4) Lc 3,5
(5) Lc 3,9
(6) Lc
11,42 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,3
(2) Lc 1,6
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,37
(5) Lc
1,48 (6) Lc 1,63
(7) Lc
1,65 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,71 (10) Lc 1,75
Lc 1,103 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80
Lc 1,104 nom + acc onz enk πληθος = plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in het NT: plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in de LXX: plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in Lc: plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in Hnd: plèthos (menigte, veelheid) Mc (2): (1) Mc 3,7 (2) Mc 3,8 Lc (8): (1) Lc 1,10 (2) Lc 2,13 (3) Lc 5,6 (4) Lc 6,17 (5) Lc 8,37 (6) Lc 19,37 (7) Lc 23,1 (8) Lc 23,27 Joh (1): Joh 5,3 Hnd (12): (1) Hnd 2,6 (2) Hnd 5,16 (3) Hnd 6,2 (4) Hnd 14,1 (5) Hnd 14,4 (6) Hnd 15,12 (7) Hnd 15,30 (8) Hnd 17,4 (9) Hnd 21,36 (10) Hnd 23,7 (11) Hnd 25,24 (12) Hnd 28,3 Jac (1): Jak 5,20 1 Pe (1): 1 Pe 4,8 Een vorm van πληθος = plèthos in de LXX (288) , in het NT (31) , in Lc (8): (1) Lc 1,10 (2) Lc 2,13 (3) Lc 5,6 (4) Lc 6,17 (5) Lc 8,37 (6) Lc 19,37 (7) Lc 23,1 (8) Lc 23,27 In de LXX is πληθος = plèthos de vertaling van 17 verschillende Hebreeuwse woorden
Lc 1,102 - 4 (a)pan to plèthos (de hele menigte) NT (3): (1) Lc 1,10 (2) Hnd 15,12 (3) Hnd 25,24
Lc 1,105 act ind imperf 3de pers enk èn (hij was) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80
Lc
1,106 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc
1,107 gen mann enk = laou
van het zelfst naamw
λαος = laos
(volk) Taalgebruik in het NT: laos (volk) Taalgebruik in de LXX: laos (volk) Taalgebruik in Lc: laos (volk) Lc (12): (1) Lc 1,10
(2) Lc
2,32 (3) Lc 3,15
(4) Lc
6,17 (5) Lc 7,1
(6) Lc
8,47 (7) Lc 19,47
(8) Lc
20,26 (9) Lc 20,45
(10) Lc
22,66 (11) Lc 23,27
(12) Lc
24,19 Een vorm van λαος = laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) , in Lc (37)
, in Lc 1 (5): (1) Lc 1,10
(2) Lc
1,17 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,68 (5) Lc 1,77
Nadat Zacharia de tempel was binnengegaan om het reukoffer te brengen , stond
het volk buiten te bidden (Lc 1,10)
Het volk wacht en is verwonderd dat Zacharia zo lang in de tempel blijft (Lc 1,21)
In beide verzen wordt een omschrijvende constructie gebruikt: het was aan het
bidden / wachten De omschrijvende constructie omarmt een vorm van laos (volk) ; Lc 1,10: èn tou laou proseuchomenon = de ganse
menigte van het volk was aan het bidden Lc 1,21: èn ho laos prosdokôn = het volk was aan het wachten
Lc 1,104 6- 7 plèthos () tou laou (een menigte van het volk In drie verzen in het NT: (1) Lc 1,10 (2) Lc 23,27 (3) Hnd 21,36
Lc
1,108 part pr acc mann
enk proseuchomenon van het werkw
proseuchomai (bidden) Taalgebruik in het NT: proseuchomai (bidden) Taalgebruik in Lc: proseuchomai (bidden) Lc (3): (1) Lc 1,10
(2) Lc
9,18 (3) Lc 11,1
Een vorm van proseuchomai (bidden) in Lc in 18 verzen: (1) Lc
1,10 (2) Lc 3,21
(3) Lc
5,16 (4) Lc 6,12
(5) Lc
6,28 (6) Lc 9,18
(7) Lc
9,28 (8) Lc 9,29
(9) Lc
11,1 (10) Lc 11,2
(11) Lc
18,1 (12) Lc 18,10
(13) Lc
18,11 (14) Lc 20,47
(15) Lc
22,40 (16) Lc 22,41
(17) Lc
22,44 (18) Lc 22,46
Zoals de engelverschijning aan Zacharia in de tempel gebeurde in een omgeving
van gebed en volk , zo gebeurt de godsopenbaring aan Jezus in een omgeving van
gebed en volk
Lc 1,105 10 èn proseuchomenon = de hele menigte van het volk was aan het bidden Ook omschrijvende constructie in Lc 9,18 (kai egeneto en tô(i) einai auton proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was) en Lc 11,1 (kai egeneto en tô(i) einai auton proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was)
Lc 1,109 exô (buiten) Taalgebruik in het NT: exô (buiten) Taalgebruik in Mc: exô (buiten) Lc (10): (1) Lc 1,10 (2) Lc 4,29 (3) Lc 8,20 (4) Lc 13,25 (5) Lc 13,28 (6) Lc 13,33 (7) Lc 14,35 (8) Lc 20,15 (9) Lc 22,62 (10) Lc 24,50
Lc
1,1010 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc
1,1011 nom + dat vr enk hôra(i) van het zelfst naamw hôra
(uur) Taalgebruik in het NT: hôra (uur) Taalgebruik in Lc: hôra (uur)
Lc (15): (1) Lc 1,10
(2) Lc
2,38 (3) Lc 7,21
(4) Lc
10,21 (5) Lc 12,12
(6) Lc
12,39 (7) Lc 12,40
(8) Lc
12,46 (9) Lc 13,31
(10) Lc
14,17 (11) Lc 20,19
(12) Lc
22,14 (13) Lc 22,53
(14) Lc
23,44 (15) Lc 24,33
Een vorm van hôra (uur) in 16 verzen: voorgaande + Lc 22,59
en Lc
23,44 (tweede vorm)
Lc
1,1012 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
13 gen onz enk thumiamatos van het zelfst naamw thumiama (reukoffer) Taalgebruik van het NT: thumiama (reukoffer) Taalgebruik van Lc: thumiama (reukoffer) Lc (2): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,11 Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc
|
Lc 1,11 - Lc 1,11: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [11] And
there appeared unto him an
angel of the Lord standing on the
right side of the altar of incense
Luther-Bibel 11 Da erschien
ihm der Engel des Herrn und stand an der rechten Seite des Räucheraltars
Tekstuitleg van Lc 1,11 Het vers Lc 1,11 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 65 (5 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,11 is 10927 (7 X 7 X 223)
Lc
1,111 ind aor 3de pers
enk ôfthè (hij liet zich zien , hij verscheen) van
het werkw horaô (zien)
Taalgebruik in het NT: horaô (zien) Taalgebruik in Mc: horaô (zien) Taalgebruik in Lc: horaô (zien) Lc (3): (1) Lc 1,11
(2) Lc
22,43 (3) Lc 24,34
Een vorm van horaô (zien) in Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,11
(2) Lc
1,22 (3) Lc 3,6
(4) Lc
9,31 (5) Lc 9,36
(6) Lc
12,15 (7) Lc 13,28
(8) Lc
16,23 (9) Lc 17,22
(10) Lc
21,27 (11) Lc 22,43
(12) Lc
23,49 (13) Lc 24,23
(14) Lc
24,34
wajjerâ´ ´elâ(j)w malë´akh JHWH (LXX: kai ôfthè autô(i) aggelos
kuriou) = en een engel van de Heer verscheen hem
Slechts in Re
6,12 De engel verschijnt aan Gideon In Lc: 12 vormen van horaô (zien) in 11 / 24 hoofdstukken en in 14 verzen
Lc
1,112 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc 1,113 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74
Lc 1,114 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
مَلَك= malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
Lc 1,115 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 Een vorm van kurios (heer) in Lc (99) , in Lc 1 in 17 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,16 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,28 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,43 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,66 (16) Lc 1,68 (17) Lc 1,76
Lc
1,114 - 5 aggelos kuriou
(de engel van de Heer) In twee verzen bij Lucas:
(1) Lc
1,11: ôfthè de autôi aggelos kuriou = een engel van de
Heer echter verscheen hem
(2) Lc 2,9: kai (volgens sommige handschriften: idou = zie) aggelos kuriou epestè autois
(en een engel van de Heer stond bij hen)
Lc
1,111 - 5 ôfthè de autôi
aggelos ('maar' een engel verscheen hem)
(1) Lc
1,11: ôfthè de autôi aggelos kuriou = 'maar' een engel
van de Heer verscheen hem
(2) Lc
22,43: ôfthè de autôi aggelos ap'ouranou = 'maar' een
engel uit de hemel verscheen hem
Lc 1,116 part perf nom mann enk hestôs van het werkw histèmi (doen staan, staan) Taalgebruik in het NT: histèmi (doen staan, staan) Taalgebruik in Lc: histèmi (doen staan, staan) Lc (3): (1) Lc 1,11 (2) Lc 5,1 (3) Lc 18,13 Een vorm van histèmi (doen staan, staan) in Lc in 25 verzen Dit is de enigste vorm in Lc 1
Lc
1,117 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,11 (3) Lc 1,15
(4) Lc
1,61 (5) Lc 1,71
(6) ex (4): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,27 (3) Lc 1,71
(4) Lc
1,78
Lc 1,118 gen mv dexiôn van het bijvoegl naamw dexios (rechts) Taalgebruik in het NT: dexios (rechts) Taalgebruik in Lc: dexios (rechts) Taalgebruik in Hnd: dexios (rechts) Taalgebruik in de Septuaginta: dexios (rechts) Hebr jâmîn (rechterzijde, rechts) Taalgebruik in Tenakh: jâmîn (rechterzijde, rechts) L dexter Fr droit Ned rechts E right D rechter Lc (4): (1) Lc 1,11 (2) Lc 20,42 (3) Lc 22,69 (4) Lc 23,33 Bijbel (67) LXX (44) NT (23) Een vorm van dexios (rechts) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,11 (2) Lc 6,6 (3) Lc 20,42 (4) Lc 22,50 (5) Lc 22,69 (6) Lc 23,33 In Lc: 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 5 / 24 hoofdstukken en in 6 verzen In Hnd: 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 7 verzen in 4 hoofdstukken Een vorm van (rechter- , rechts) in het NT (54) , in de LXX (228)
7 - 8 ek dexiôn (rechts) Lc (4 / 4): (1) Lc 1,11 (2) Lc 20,42 (3) Lc 22,69 (4) Lc 23,33 NT (22)
6 - 8 Lc 1,11: estôs ek dexiôn = staande rechts van Een vorm van kathèmai (neerzitten) + ek dexiôn (rechts) in Lc (2 / 4): (1) Lc 20,42 (2) Lc 22,69
Lc
1,119 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,1110 gen ons enk thusiastèriou van het zelfst naamw thusiastèrion (brandofferaltaar) Taalgebruik in het NT: thusiastèrion (brandofferaltaar) Taalgebruik in Lc: thusiastèrion (brandofferaltaar) Lc (2): (1) Lc 1,11 (2) Lc 11,51 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc
1,1111 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,1112 gen onz enk thumiamatos van het zelfst naamw thumiama (reukoffer) Taalgebruik van het NT: thumiama (reukoffer) Taalgebruik van Lc: thumiama (reukoffer) Lc (2): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,11 Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc
|
Lc 1,12 - Lc 1,12: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [12] And
when Zacharias saw him, he was troubled, and fear fell
upon him
Luther-Bibel 12 Und als
Zacharias ihn sah, erschrak er, und es kam Furcht über ihn
Tekstuitleg van Lc 1,12 Het vers Lc 1,12 telt 9 (3²) woorden en 46 (2 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,12 is 5048 (2³ X 631) In Lc 1,8 - Lc 1,9 is Zacharia onderwerp , in Lc 1,10 de volkmenigte , in Lc 1,11 de engel Op het einde van het middendeel (Lc 1,19-23) gaat het in omgekeerde volgorde: de engel blijft in de tempel , het volk (Lc 1,21) en Zacharia (Lc 1,22 - Lc 1,23) Op het visioen reageert Zacharia dubbel: verward en met vrees De reactie van vrees op het visioen vinden we in Da 10,7
Lc 1,121 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,122 pass ind aor 3de
pers enk εταραχθη
= etarachthè (hij werd in verwarring gebracht) van
het werkw ταρασσω
= tarassô (in verwarring brengen, verwarren)
Taalgebruik in het NT: tarassô (in verwarring brengen, verwarren) Taalgebruik
in de LXX: tarassô (in verwarring brengen, verwarren) Taalgebruik
in Lc: tarassô (in verwarring brengen, verwarren) LXX (24) NT
(3): (1) Mt
2,3 (2) Lc 1,12
(3) Joh
13,21 Een vorm van ταρασσω
= tarassô in de LXX (121) , in het NT (17): (1) Mt 2,3
(2) Mt
14,26 (3) Lc 1,12
(4) Lc
24,38 (5) Joh 5,4
(6) Joh
5,7 (7) Joh
11,33 (8) Joh
12,27 (9) Joh
13,21 (10) Joh 14,1
(11) Joh
14,27 (12) Hnd 15,24 (13) Hnd 17,8 (14) Hnd 17,13 (15) Gal 1,7
(16) Gal
5,10 (17) 1 Pe 3,14
Zacharia werd in verwarring gebracht (εταραχθη
= etarachthè) door het visioen van de engel (Lc 1,12)
, Maria werd in verwarring gebracht (dietarachthè)
door het woord van de engel (Lc 1,29)
Overeenkomst en verschil
Lc
1,123 nom mann enk zacharias
(Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja)
Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja)
Lc (4): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,67 Een vorm van zacharias (Zacharja)
in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,13
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,40 (7) Lc 1,59
(8) Lc
1,67 (9) Lc 3,2
(10) Lc
11,51
Lc 1,124 act part aor nom mann enk idôn (gezien) van het werkw eiden (hij zag) Taalgebruik in het NT: eiden (hij zag) Taalgebruik in Lc: eiden (hij zag) L videre Fr voir Lc (20): (1) Lc 1,12 (2) Lc 5,8 (3) Lc 5,12 (4) Lc 5,20 (5) Lc 7,13 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,28 (8) Lc 10,31 (9) Lc 10,32 (10) Lc 10,33 (11) Lc 11,38 (12) Lc 13,12 (13) Lc 17,14 (14) Lc 17,15 (15) Lc 18,24 (16) Lc 18,43 (17) Lc 19,41 (18) Lc 22,58 (19) Lc 23,8 (20) Lc 23,47 Een vorm van het werkw eiden (hij zag) in Lc in 64 verzen , in Lc 1 slechts in Lc 1,12 idôn (gezien) verwijst naar het visioen , naar de verschijning van de engel in Lc 1,11 Volgens Da 10,7 heeft Daniël een visioen (kai eidon egô danièl = en ik Daniël zag) Bij Zacharia gebeurt de 'Godsopenbaring' via een verschijning (visueel) , bij Maria via het woord (akoustisch) (Lc 1,29)
Lc 1,125 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,126 nom mann enk fobos
(vrees, fobie) Taalgebruik in het NT: fobos (vrees, fobie) Taalgebruik in Lc: fobos (vrees, fobie)
In drie verzen bij Lucas: (1) Lc 1,12
(2) Lc
1,65 (3) Lc 7,16
Een vorm van fobos (vrees, fobie) in Lc in 7 verzen:
(1) Lc
1,12 (2) Lc 1,65
(3) Lc 2,9
(4) Lc
5,26 (5) Lc 7,16
(6) Lc
8,37 (7) Lc 21,26
Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen
worden) in Lc in 21 verzen: (1)Lc 1,13
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,50
(4) Lc 2,9
(5) Lc
2,10 (6) Lc 5,10
(7) Lc
8,25 (8) Lc 8,35
(9) Lc
8,50 (10) Lc 9,34
(11) Lc
9,45 (12) Lc 12,4
(13) Lc
12,5 (14) Lc 12,7
(15) Lc
12,32 (16) Lc 18,2
(17) Lc
18,4 (18) Lc 19,21
(19) Lc
20,19 (20) Lc 22,2
(21) Lc
23,40
Lc 1,127 act ind aor 3de pers enk epepesen van het werkw epipiptô (vallen op, opdringen) Taalgebruik in het NT: epipiptô (vallen op, opdringen) Taalgebruik in Lc: epipiptô (vallen op, opdringen) Lc (2): (1) Lc 1,12 (2) Lc 15,20 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc
1,128 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc 1,129 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50
Lc
1,125 - 9 De reactie op het visioen is de vrees
- Lc 1,12: kai fobos epepesen ep' auton
(en vrees overviel over hem)
- Da 10,7: kai fobos ischuros epepesen ep' autous (en een sterke vrees
overviel over hen)
In Lc
1,12 valt vrees over Zacharias na het zien van het visioen Hij wordt met
verstomming geslagen In Lc 1,65
gebeurt dat over alle omwonenden van Zacharia en Elisabeth nadat Zacharia heeft
duidelijk gemaakt dat het kind Johannes moet heten
In Lc 5,9
omgaf ontzetting om Simon Petrus en zijn metgezellen na het zien van de
wonderbare visvangst Op deze reactie volgt de geruststelling van Jezus (Lc 5,10)
, zoals Zacharia werd gerustgesteld na de reactie van Zacharia (Lc 1,13)
|
Lc 1,13 - Lc 1,13: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible But the
angel said unto him, Fear not,
Zacharias: for thy prayer is heard; and thy wife
Elisabeth shall bear thee a
son, and thou shalt call his name John
Luther-Bibel (1984) Aber
der Engel sprach zu ihm: Fürchte dich
nicht, Zacharias, denn dein Gebet
ist erhört, und deine Frau Elisabeth wird dir einen Sohn gebären, und
du sollst ihm den Namen
Johannes geben
Tekstuitleg van Lc 1,13 Dit vers telt 28 (2 X 2 X 7 of 2 X 14) woorden en 126 (2 X 3 X 3 X 7 of 9 X 14) letters De getalwaarde van Lc 1,13 is 12108 (2 X 2 X 3 X 1009) De zwangerschap van Elisabet wordt aangekondigd in Lc 1,13 , die van Jezus in Lc 1,31 13 en 31 zijn elkaars spiegelbeelden
Lc 1,131 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in het NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,63 (3) Lc 1,66 (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 (12) Lc 1,61
Lc
1,132 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc
1,131 - 2 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei) NT
(140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajj´omèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc 1,133 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij) Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80
Lc
1,131 - 3 και ειπεν
προς = kai
eipen pros (en hij zei tot) NT (15): (1) Lc 2,34
(2) Lc
2,49 (3) Lc 3,14
(4) Lc
4,23 (5) Lc 5,10
(6) Lc
8,22 (7) Lc 9,3
(8) Lc 9,50
(9) Lc 11,5
(10) Lc
19,5 (11) Lc 19,13
(12) Lc
22,15 (13) Hnd 7,3 (14) Hnd 9,10 (15) Hnd 22,21
- ειπεν δε
προς = eipen
de pros (hij zei echter tot) Lc (17): (1) Lc 1,13
(2) Lc
7,50 (3) Lc 9,13
(4) Lc
9,14 (5) Lc
9,59 (6) Lc
9,62 (7) Lc 12,15
(8) Lc
12,22 (9) Lc 13,7
(10) Lc
15,3 (11) Lc 17,1
(12) Lc
17,22 (13) Lc 18,9
(14) Lc
19,9 (15) Lc 20,41
(16) Lc
24,17 (17) Lc 24,44
Zie ook Lc
1,34: eipen de mariam
pros (Maria zei echter)
Lc 1,134 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50
Lc
1,131 - 4 eipen de pros auton
(hij zei echter tot hem) in Lc (3): (1) Lc 1,13
(+ onderwerp: ho aggelos = de engel) (2) Lc 9,62 (+
onderwerp ho ièsous = Jezus) (3) Lc 19,9
(+ onderwerp ho ièsous = Jezus)
kai eipen pros auton (hij zei tot hem) in Lc (2): (1) Lc 9,50 (+
onderwerp ho ièsous = Jezus) (2) Lc 19,5
Hebr: wajj´omèr ´lô (en hij zei tot hem) in Tenakh
(2): (1) 1
S 22,13 (2) Zach 2,8
Lc
1,135 bep lidw nom m
enk ho (de) OF betrekk voornaamw
nom + acc onz enk ho
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) In Lc 1,11
verscheen een engel van de Heer aan Zacharias Daar staat geen lidwoord Hierna
wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt In Lc 1,19
maakt de engel zich bekend als Gabriël Het is ook
deze engel die aan Maria verscheen Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl Gabriël is dit vers aan de vorige perikope
(Lc
1,5-25) gelinkt
Lc 1,136 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
مَلَك= malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
Lc 1,131 - 2 5 - 6 Van de tien verzen in het Lucasevangelie waarin ho aggelos (de engel) onderwerp is , is er slechts 1 vers met eipen de (hij echter zei) nl Lc 1,13 (eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) en 2 verzen beginnen met kai eipen (en hij zei): (5) Lc 1,30 (kai eipen ho aggelos autè(i) = en de engel zei haar) (9) Lc 2,10 (kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen)
Lc
1,131 - 6 eipen de pros auton
ho aggelos = de engel echter zei tot hem Het vervoegd
werkwoord staat vooraan de zin de (echter) dat een lichte tegenstelling
uitdrukt , staat meestal op de tweede plaats in de zin In het Hebreeuws maakt
de bepaling met het persoonlijk voornaamwoord deel uit van het werkwoord ;
daarom vinden we pros auton (tot hem) onmiddellijk na
het werkwoord Hierna volgt het onderwerp ho aggelos
(de engel) Slechts eenmaal in Lc Bij de aankondiging van een kind wordt een
literair schema gebruikt dat aansluit bij de werkelijkheid: zwangerschap ,
geboorte , naamgeving en toekomstwens Bij de aankondiging aan Elisabeth is geen
vermelding van de zwangerschap Uit de vele geboorteaankondigingen komt die van Isaäk (Gn 17,19)
het meest met die van Johannes overeen:
- Gn 17,19: idou sarra hè gunè sou texetai soi huion
kai kaleseis to onoma autou isaak
(zie Sara je vrouw zal voor jou een zoon baren en jij zult zijn naam noemen
Isaak
- Lc 1,13: kai hè gunè sou elisabet gennèsei huion soi kai
kaleseis to onoma autou iôannou (en je vrouw
Elisabeth zal een zoon voor jou voortbrengen en je zult noemen zijn naam
Johannes
Abraham en Sara zijn de oudsten van het volk Israël Zacharia en Elisabeth staan
aan het begin van het NT
Twee geboorteaankondigingen: die van Johannes aan Zacharia (Lc 1,13)
, die van Jezus aan Maria (Lc 1,31)
Verwoord aan de hand van de geboorteaankondigingen van Isaäk
aan Abraham (Gn 17,19)
en van Ismaël aan Hagar (Gn 16,11)
Lc 1,137 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: mè (niet) Taalgebruik in Lc: mè (niet) Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,30
Lc
1,138 imperat praes 2de
pers enk φοβου = fobou (vrees) van het werkw fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik
in het NT: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Taalgebruik in Lc: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Lc (5): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,30 (3) Lc 5,10
(4) Lc
8,50 (5) Lc 12,32
Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen
worden) in Lc in 21 verzen: (1)Lc 1,13
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,50
(4) Lc 2,9
(5) Lc
2,10 (6) Lc 5,10
(7) Lc
8,25 (8) Lc 8,35
(9) Lc
8,50 (10) Lc 9,34
(11) Lc
9,45 (12) Lc 12,4
(13) Lc
12,5 (14) Lc 12,7
(15) Lc
12,32 (16) Lc 18,2
(17) Lc
18,4 (18) Lc 19,21
(19) Lc
20,19 (20) Lc 22,2
(21) Lc
23,40
Lc
1,137 - 8 μη φοβου
= mè fobou (vrees niet) NT
(10): (1) Mc 5,36
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,30
(4) Lc
5,10 (5) Lc 8,50
(6) Lc
12,32 (7) Joh
12,15 (8) Hnd 18,9 (9) Hnd 27,24 (10) Apk 1,17
- אַל תִירָא
= ´al thîrâ´
(vrees niet) Tenakh (38) Pentateuch (6): (1) Gn 15,1 (2) Gn 26,24 (3) Gn 46,3 (4) Nu 21,34
(5) Dt 1,21 (6) Dt 3,2
- μη φοβεισθε
= mè fobeisthe (vreest
niet) NT (8): (1) Mt 14,27
(2) Mt
17,7 (3) Mt 28,5
(4) Mt
28,10 (5) Mc 6,50
(6) Lc
2,10 (7) Lc 12,7
(8) Joh
6,20
- אַל תִירָאוּ
= ´al thîrâ´û
(vreest niet) Tenakh (11): (1) Gn 43,23 (2) Gn 50,19 (3) Gn 50,21 (4) Ex 14,13
(5) Ex
20,20 (6) 1 S 12,20
(7) 2 S
13,28 (8) Js 35,4 (9) Hag 2,5 (10) Zach 8,13 (11) Zach 8,15
Lc 1,139 voc mann enk zacharia van de eigennaaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (1) Lc 1,13 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,67 (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51
Lc 1,1310 dioti (omdat) Taalgebruik in het NT: dioti (omdat) Taalgebruik in Lc: dioti (omdat) Lc (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 2,7 (3) Lc 21,28
Lc
1,1311 pass ind aor 3de
pers enk εισηκουσθη
= eisèkousthè (er werd gehoord, hij werd verhoord)
van het werkw εισακουω
= eisakouô (luisteren naar, verhoren) Taalgebruik in
het NT: eisakouô (luisteren naar, verhoren) Taalgebruik in de
LXX: eisakouô (luisteren naar, verhoren)
In vijf verzen in Tenakh:
(1) Da
10,12 (εισηκουσθη
το ρημα
μου = eisèkousthè
to rèma sou = uw woord werd
verhoord)
(2) Tob
3,16 (και εισηκουσθη
ἡ προσευχη
αμφοτερων
= Kai eisèkousthè hè proseuchè
amfoterôn = en het gebed van beiden werd verhoord)
(3) Sir
51,11 (εισηκουσθη
ἡ δεησις μου = eisèkousthè
hè deèsis mou = mijn bede
werd verhoord)
(4) Lc
1,13 (διοτι εισηκουσθη
ἡ δεησις σου = dioti eisèkousthè hè deèsis sou = en
daarom werd uw gebed verhoord)
(5) Hnd 10,31 (εισηκουσθη
σου ἡ προσευχη
= eisèkousthè sou hè proseuchè
= uw gebed werd verhoord)
- Een vorm van εισακουω
= eisakouô in de LXX (249) , in het NT (5): (1) Mt 6,7
(2) Lc
1,13 (3) Hnd 10,31 (4) 1 Kor
14,21 (5) Heb 5,7
Lc
1,1312 bep lidw nom vr
enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,1313 nom vr enk deèsis (gebed, vraag) Taalgebruik in het NT: deèsis (gebed, vraag) Taalgebruik in Lc: deèsis (gebed, vraag) Lc (1) Lc 1,13 Een vorm van deèsis (gebed, vraag) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 2,37 (3) Lc 5,33
Lc 1,1314 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
Lc 1,1315 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,1316 bep lidw nom vr
enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,1317 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 7,37 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,3 (8) Lc 8,43 (9) Lc 8,47 (10) Lc 10,38 (11) Lc 11,27 (12) Lc 13,11 (13) Lc 13,21 (14) Lc 15,8 (15) Lc 20,32 (16) Lc 20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen
Lc 1,1318 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
Lc 1,1319 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
Lc
1,1320 act ind fut 3de pers enk gennèsei (zij zal voortbrengen) van het werkw
gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in het NT: gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in Lc: gennaô (voortbrengen, baren)
Lc (1) Lc
1,13 Deze werkwoordvorm komt nog slechts in Gn 17,20 voor Het gaat om de zegen over Ismaël: hij
zal twaalf volkeren voortbrengen Een vorm van gennaô
(voortbrengen, baren) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,57
(4) Lc
3,22 (5) Lc 20,34
(6) Lc
23,29
Lc
1,1321 acc mann enk huion van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in
het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Mc: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Lc (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,57 (5) Lc 2,7
(6) Lc 3,2
(7) Lc
9,22 (8) Lc 9,38
(9) Lc
9,41 (10) Lc 12,10
(11) Lc
20,13 (12) Lc 20,41
(13) Lc
21,27 (14) Lc 22,48
(15) Lc
24,7 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,31
(4) Lc
1,32 (5) Lc 1,35
(6) Lc
1,36 (7) Lc 1,57
Lc
1,1322 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk
voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk
voornaamwoord
Lc (44) Lc 1 (5): (1) Lc 1,3
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,19 (5) Lc 1,35
Lc 1,1323 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,1324 act ind fut 2de pers enk kaleseis (jij zult noemen) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc (2): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76
Lc
1,1325 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc 1,1326 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Lc 1,1327 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,13 28 acc mann enk Iôannèn van het zelfst naamw iôannès (Johannes) Taalgebruik in het NT: Iôannès (Johannes) Taalgebruik in Lc: Iôannès (Johannes) Hebr jôchanan Ned Johan D Johannes Fr Jean E John Lc (11) Johannes de Doper (6): (1) Lc 1,13 (2) Lc 3,2 (3) Lc 3,20 (4) Lc 9,9 (5) Lc 9,19 (6) Lc 20,6 Johannes de apostel (5): (1) Lc 5,10 (2) Lc 6,14 (3) Lc 8,51 (4) Lc 9,28 (5) Lc 22,8 Een vorm van iôannès (Johannes) in Lc in 30 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,60 (3) Lc 1,63
|
Lc 1,14 - Lc 1,14: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [14] And
thou shalt have joy and gladness;
and many shall rejoice at his birth
Luther-Bibel 14 Und du wirst Freude und
Wonne haben, und viele werden sich über seine
Geburt freuen
Tekstuitleg van Lc 1,14 Dit vers Lc 1,14 telt 13 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters De getalwaarde van Lc 1,14 is 5622 (2 X 3 X 937)
Lc 1,141 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,142 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66
Lc
1,143 nom + dat vr enk chara(i) van het zelfst naamw chara
(vreugde) Taalgebruik in het NT: chara
(vreugde) Taalgebruik in Lc: chara
(vreugde) Website: http://frwikipediaorg/wiki/Joie_(philosophie)
Indo-Europees jug (band) , L gaudium
, Fr joie , zie website http://frwiktionaryorg/wiki/joie
Lc (3): (1) Lc 1,14
(2) Lc
15,7 (3) Lc 15,10
Een vorm van chara (vreugde) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,14
(2) Lc
2,10 (3) Lc 8,13
(4) Lc
10,17 (5) Lc 15,7
(6) Lc
15,10 (7) Lc 24,41
(8) Lc
24,52
Lc 1,144 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (44) Lc (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35
Lc 1,145 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,1456 nom vr enk agalliasis (jubel) Taalgebruik in het NT: agalliasis (jubel) Taalgebruik in Lc: agalliasis (jubel) Lc (1) Lc 1,14 Een vorm van agalliasis (jubel) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,44
Lc 1,147 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,148 nom mann mv polloi
(velen) van het bijvoegl naamw
polus (veel) Taalgebruik in het NT: polus (veel) Taalgebruik in Lc: polus (veel)
Lc (8): (1) Lc 1,1
(2) Lc
1,14 (3) Lc 4,27
(4) Lc
5,15 (5) Lc 10,24
(6) Lc
13,24 (7) Lc 14,25
(8) Lc
21,8 Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc
1 (3): (1) Lc
1,1 (2) Lc 1,14
(3) Lc
1,16
Lc
1,149 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc
1,1410 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc 1,1411 dat vr enk genesei van het zelfst naamw genesis (oorsprong, geslacht) Taalgebruik in het NT: genesis (oorsprong, geslacht) Taalgebruik in Lc: genesis (oorsprong, geslacht) Lc (1) Lc 1,14 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,1412 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,1413 med ind fut 3de pers mv charèsontai (zij zullen zich verheugen) van het werkw chairô (zich verheugen) Taalgebruik in het NT: chairô (zich verheugen) Taalgebruik in Lc: chairô (zich verheugen) Website: http://frwikipediaorg/wiki/Joie_(philosophie) Indo-Europees jug (band) , L gaudium , zie website http://frwiktionaryorg/wiki/joie Lc (1) Lc 1,14 Een vorm van chairô (zich verheugen) in Lc in 11 verzen: (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,28 (3) Lc 6,23 (4) Lc 10,20 (5) Lc 13,17 (6) Lc 15,5 (7) Lc 15,32 (8) Lc 19,6 (9) Lc 19,37 (10) Lc 22,5 (11) Lc 23,8
|
Lc 1,15 - Lc 1,15: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [15] For he shall
be great in the sight of the
Lord, and shall drink neither wine nor strong drink; and he shall be
filled with the Holy Ghost,
even from his mother's womb
Luther-Bibel 15 Denn er wird groß sein vor dem Herrn;
Wein und starkes Getränk wird er nicht trinken und wird schon
von Mutterleib an erfüllt werden mit dem Heiligen Geist
Tekstanalyse van Lc 1,15 Het vers Lc 1,15 telt 22 (2 X 11) woorden en 105 (3 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,15 is 10060 (2 X 2 X 5 X 503) In Lc 1,14-17 spreekt de engel over het kind dat Elisabet zal ontvangen In Lc 1,15 worden een drietal redenen gegeven waarom velen zich over zijn geboorte zullen verheugen
Lc 1,151 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66
Lc
1,152 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr kî Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,30
(4) Lc
1,44 (5) Lc 1,48
(6) Lc
1,66 (7) Lc 1,76
Lc 1,153 nom mann enk megas (groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot) Lc (5): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 4,25 (4) Lc 7,16 (5) Lc 9,48 Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzn , in Lc 1 (4): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,49
Lc 1,154 enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in het NT: enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in Lc: enôpion (voor het aangezicht van) In Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,76 (5) Lc 4,7 (6) Lc 5,18 (7) Lc 5,25 (8) Lc 8,47 (9) Lc 12,6 (10) Lc 12,9 (11) Lc 13,26 (12) Lc 14,10 (13) Lc 15,10 (14) Lc 15,18 (15) Lc 15,21 (16) Lc 16,15 (17) Lc 23,14 (18) Lc 24,11 (19) Lc 24,43
Lc
1,155 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,156 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen
Lc 1,157 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,1511 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
Lc
1,1512 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: mè (niet) Taalgebruik in Mc: mè (niet) Taalgebruik in Lc: mè (niet)
Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,20
(4) Lc
1,30
Lc
1,1515 gen onz enk pneumatos
(geest) van het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma
(geest) Taalgebruik in Lc: pneuma
(geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest Lc (6):
zie hieronder Een vorm van pneuma (geest) in Lc in 36 verzen , in Lc 1 (7):
(1) Lc
1,15 (2) Lc 1,17
(3) Lc
1,35 (4) Lc 1,41
(5) Lc
1,47 (6) Lc 1,67
(7) Lc
1,80 In vier verzen in combinatie met vervullen / vol:
(1) Johannes de Doper: Lc 1,15
(pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden)
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos
hagiou hè Elisabet =
Elisabeth werd vervuld van heilige geest)
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos
hagiou = hij werd vervuld van heilige geest)
(4) Lc
2,26
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest)
(6) Lc
4,14: en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van
de geest)
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op
het begrip van vullen / vol , behalve in Lc 1,15
Bij het zelfstandig naamwoord pneumatos (van geest)
staat het bijvoeglijk naamwoord hagiou (heilig) Er
zijn geen lidwoorden
Lc
1,1516 gen mann + onz
enk hagiou van het bijvoegl
naamw hagios (heilig)
Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in Mc: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Taalgebruik in Brieven: hagios (heilig)
Lc (5): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,67
(4) Lc
2,26 (5) Lc 4,1
Een vorm van hagios (heilig) in Lc in 19 verzen: (1)
Lc 1,15
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,41
(4) Lc
1,49 (5) Lc 1,67
(6) Lc
1,70 (7) Lc 1,72
(8) Lc
2,23 (9) Lc 2,25
(10) Lc
2,26 (11) Lc 3,16
(12) Lc
3,22 (13) Lc 4,1
(14) Lc
4,34 (15) Lc 9,26
(16) Lc
10,21 (17) Lc 11,13
(18) Lc
12,10 (19) Lc 12,12
Lc 1,1517 plèsthèsetai (hij zal vervuld worden) pass ind 3de pers enk van het werkw pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in Hnd: pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in de Septuaginta: pimplèmi (vervullen, vol maken) Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) Hebr mâlâ´ (vullen, vervullen) Taalgebruik in Tenakh: mâlâ´ (vullen, vervullen) Lat replere Fr remplir Ned vervullen D erfüllen E to fill Bijbel (17) NT (1) Lc 1,15 Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,23 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,57 (5) Lc 1,67 (6) Lc 2,6 (7) Lc 2,21 (8) Lc 2,22 (9) Lc 4,28 (10) Lc 5,7 (11) Lc 5,26 (12) Lc 6,11 (13) Lc 21,22 In Lc: 5 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 6 / 24 hoofdstukken en in 13 verzen
Verwijzing: pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 In
deze vorm slechts in Lc 1,15
(pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden) in
het NT
Johannes werd van heilige geest vervuld , terwijl hij nog in de moederschoot
was Wellicht verwijst dit naar Lc 1,41
, waar het kind Johannes in de moederschoot van Elisabeth opspringt bij het
bezoek van haar nicht Maria Dan is Elisabeth zes maanden zwanger Jezus is
vervuld van heilige geest vanaf de ontvangenis in de schoot van Maria (Lc 1,35)
Lc
1,1519 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,11 (3) Lc 1,15
(4) Lc
1,61 (5) Lc 1,71
(6) ex (4): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,27 (3) Lc 1,71
(4) Lc
1,78
Lc 1,1520 gen vr enk koilias van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in de Septuaginta: koilia (buikholte , moederschoot) bètèn (buik, schoot) Taalgebruik in Tenakh: bètèn (buik, schoot) Lat uterus Fr sein E womb D Leib Lc (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,42 Bijbel (58) LXX (51) NT (7) Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) , in de LXX (108) , in het NT (23)
Lc 1,1522 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,1514 - 22 vanaf de moederschoot
- Lc 1,15: kai pneumatos agiou plèsthèsetai eti ek koilias
mètros autou (en met
heilige geest zal hij vervuld worden vanaf zijn moederschoot)
- Jr 1,5: ek mètras hègiaka se (vanaf de
moederschoot heb ik je geheiligd)
|
Lc 1,16 - Lc 1,16: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [16] And
many of the children of Israel shall he turn to the Lord their God
Luther-Bibel 16 Und er wird vom Volk Israel
viele zu dem Herrn, ihrem
Gott, bekehren
Tekstuitleg van Lc 1,16 Het vers Lc 1,16 telt 11 woorden en 54 (2 X 3²) letters De getalwaarde van Lc 1,16 is 7935 (3 X 5 X 23²)
Lc 1,161 kai (en) Taalgebruik in het NT: kai (en) Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,162 acc mann mv pollous (velen) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT: polus (veel) Taalgebruik in Lc: polus (veel) Taalgebruik in Hnd: polus (veel) Taalgebruik in de Septuaginta: polus (veel) Hebr rab (veel, talrijk, groot) Taalgebruik in Tenakh: rab (veel, talrijk, groot) N veel D veil Lat multus E many Fr nombreus (tal-rijk) Lc (3): (1) Lc 1,16 (2) Lc 7,21 (3) Lc 14,16 Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,14 (3) Lc 1,16 In Lc: X vormen van polus (veel) in 44 verzen in 20 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van polus (veel) in 46 verzen in 25 / 28 hoofdstukken
Lc 1,163 beplidw gen mv tôn van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam) Lc (119) Lc 1 (6): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,70 (5) Lc 1,71 (6) Lc 1,72
Lc
1,164 gen mann mv huiôn
van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Taalgebruik in Hnd: huios (zoon) Taalgebruik in de Septuaginta: huios (zoon) Hebr ben (zoon,
kind) Taalgebruik in Tenakh: ben
(zoon, kind) Lat filius Fr fils
Lc (1) Lc
1,16 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,31
(4) Lc
1,32 (5) Lc 1,35
(6) Lc
1,36 (7) Lc 1,57
In Lc: X vormen van huios (zoon) in 72 verzen in 22
/ 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van huios (zoon) in 22 verzen in 12 / 28 hoofdstukken
Lc 1,165 ισραηλ = israèl (Israël) Taalgebruik in het NT: Israèl (Israël) Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël) Taalgebruik in Lc: Israèl (Israël) Bijbel (2392) OT (2328) NT (64) Lc (12): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,54 (3) Lc 1,68 (4) Lc 1,80 (5) Lc 2,25 (6) Lc 2,32 (7) Lc 2,34 (8)Lc 4,25 (9) Lc 4,27 (10) Lc 7,9 (11) Lc 22,30 (12) Lc 24,21 Hnd (15): (1) Hnd 1,6 (2) Hnd 2,36 (3) Hnd 4,10 (4) Hnd 4,27 (5) Hnd 5,21 (6) Hnd 5,31 (7) Hnd 7,23 (acc mv tous hiuous Israèl = de zonen van Israël) (8) Hnd 7,37 (9) Hnd 7,42 (10) Hnd 9,15 (huiôn Israèl = van de zonen van Israël) (11) Hnd 10,36 (12) Hnd 13,17 (13) Hnd 13,23 (14) Hnd 13,24 (15) Hnd 28,20 Het is opvallend dat na de eerste rede van Paulus tijdens de eerste zendingsreis de naam Israël nog slechts eenmaal in Hnd wordt gebruikt
|
Israèl LXX |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
|
|
2392 |
2328 |
64 |
12 |
2 |
12 |
4 |
15 |
16 |
3 |
26 |
30 |
16 |
- Hebreeuw יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) Taalgebruik in Tenakh: jishërâ´el (Israël) Getalwaarde: jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) Structuur: 1 - 3 - 2 - 1 - 3 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (2044) Pentateuch (502) Eerdere Profeten (765) Latere Profeten (350) 12 Kleine Profeten (89) Geschriften (337)
Lc 1,166 act ind fut 3de pers enk επιστρεψει = epistrepsei (hij zal toekeren) van het werkw επιστρεφω = epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in het NT: epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in de Septuaginta: epistrefô (naar iets toekeren) Een vorm van επιστρεφω = epistrefô (naar iets toekeren) in de LXX (534) , in het NT (36) , in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,39 (4) Lc 8,55 (5) Lc 17,4 (6) Lc 17,31 (7) Lc 22,32 In Lc: 7 vormen van επιστρεφω = epistrefô (naar iets toedraaien / keren) in 7 verzen in 5 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van επιστρεφω = epistrefô (naar iets toedraaien / keren) in 11 verzen in 8 / 28 hoofdstukken
Lc
1,167 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc 1,168 acc mann enk kurion van het zelfst naamw kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) Hebr JHWH of ´ädonaj Lat dominus Fr seigneur Ned heer D Herr E lord Lc (10): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 (3) Lc 4,8 (4) Lc 4,12 (5) Lc 7,19 (6) Lc 10,27 (7) Lc 12,36 (8) Lc 19,8 (9) Lc 20,37 (10) Lc 20,44 Een vorm van kurios (heer) in Lc (99) , in Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,16 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,28 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,43 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,66 (16) Lc 1,68 (17) Lc 1,76
Lc
1,169 bep lidw acc mann + onz
enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc 1,1610 acc mann enk theon van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Lc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (23) (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,64 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,28 (6) Lc 4,8 (7) Lc 4,12 (8) Lc 5,25 (9) Lc 5,26 (10) Lc 7,16 (11) Lc 7,29 (12) Lc 10,27 (13) Lc 12,21 (14) Lc 13,13 (15) Lc 17,15 (16) Lc 18,2 (17) Lc 18,4 (18) Lc 18,43 (19) Lc 19,37 (20) Lc 20,37 (21) Lc 23,40 (22) Lc 23,47 (23) Lc 24,53 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78
Lc 1,168 - 10 kurion ton theon (JHWH God) Lc (5): (1) Lc 1,16 (2) Lc 4,8 (3) Lc 4,12 (4) Lc 10,27 (5) Lc 20,37
Lc 1,1611 gen mvautôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,77
|
Lc 1,17 - Lc 1,17: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [17] And
he shall go before him in the spirit and power of Elias, to turn the hearts of the
fathers to the children, and
the disobedient to the wisdom
of the just; to make ready a people prepared for the
Lord
Luther-Bibel 17 Und er wird vor ihm
hergehen im Geist und in der Kraft Elias, zu bekehren die Herzen der Väter zu den Kindern und die Ungehorsamen zu der Klugheit der Gerechten, zuzurichten dem Herrn ein Volk, das wohl vorbereitet ist
Tekstanalyse van Lc 1,17 Het vers Lc 1,17 telt 24 (2³ X 3) woorden en 151 letters De getalwaarde van Lc 1,17 is 15737 In Lc 1,15-17 wordt de toekomst van Johannes de Doper geschetst
Lc 1,171 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,172 pers voornaamw nom mann enk autos (hij) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (45) Lc 1 (2): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,22
Lc 1,173 ind fut 3de pers enk proeleusetai (hij zal vooraf gaan) van het werkw proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) Taalgebruik in het NT: proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) Taalgebruik in Lc: proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) Lc (1) Lc 1,17 Een vorm van proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 22,47
Lc 1,174 enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in het NT: enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in Lc: enôpion (voor het aangezicht van) In Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,76 (5) Lc 4,7 (6) Lc 5,18 (7) Lc 5,25 (8) Lc 8,47 (9) Lc 12,6 (10) Lc 12,9 (11) Lc 13,26 (12) Lc 14,10 (13) Lc 15,10 (14) Lc 15,18 (15) Lc 15,21 (16) Lc 16,15 (17) Lc 23,14 (18) Lc 24,11 (19) Lc 24,43 + Lc 1,75
Lc 1,175 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,174 - 5 enôpion autou (voor het aangezicht van hem / voor zijn aangezicht) Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,75 (3) Lc 5,18 enôpion autôn (voor het aangezicht van hen / voor hun aangezicht) Lc (3): (1) Lc 5,25 (2) Lc 24,11 (3) Lc 24,43
Lc
1,176 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,177 dat onz enk pneumati van het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in Mc: pneuma (geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest Lc (8): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,80 (3) Lc 2,27 (4) Lc 3,16 (5) Lc 4,1 (6) Lc 8,29 (7) Lc 9,42 (8) Lc 10,21 Een vorm van pneuma (geest) in Lc in 36 verzen , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80
Lc 1,176 - 7 en pneumati (met een geest) Lc (2): (1) Lc 1,17 (2) Lc 3,16 In een bredere contekst (1) Lc 1,17: kai proeleusetai enôpion autou en pneumati kai dunamei èliou (en hij zal voorgaan in zijn aangezicht in een geest en een kracht van Elia) (2) Lc 3,16: autos humas baptisei en tô(i) pneumati kai puri (hij zal jullie dopen met heilige geest en vuur) Lc 1,17 verwijst naar Johannes de Doper , Lc 3,16 naar Jezus en tô(i) pneumati (door de geest) Lc (2): (1) Lc 2,27 (2) Lc 4,1 In een bredere contekst (1) Lc 2,27: kai èlthen en tô(i) pneumati eis to hieron (en hij ging door de geest naar de tempel) (2) Lc 4,1: kai hègeto en tô(i) pneumati eis tèn erèmon (en hij werd door de geest naar de woestijn gedreven)
Lc 1,178 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,179 datief vrouw enkelvoud dunamei (met de kracht) van het zelfst naamw dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in het NT: dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Lc: dunamis (macht, kracht) Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 4,14 (3) Lc 4,36 Een vorm van dunamis (enk) (macht, kracht) in Lc in 12 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,35 (3) Lc 4,14 (4) Lc 4,36 (5) Lc 5,17 (6) Lc 6,19 (7) Lc 8,46 (8) Lc 9,1 (9) Lc 10,19 (10) Lc 21,27 (11) Lc 22,69 (12) Lc 24,49 Een mvvorm in: (1) Lc 10,13 (2) Lc 19,37 (3) Lc 21,26
Lc 1,176 - 9 en (tè(i) dunamei (met - de - kracht) Lc (2): (1) Lc 1,17 (en pneumati kai dunamei = in de geest en de kracht van ) (2) Lc 4,14 (en tè(i) dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest) (3) Lc 4,36 (en dunamei = in de kracht)
Lc 1,1710 gen mann enk (h)èliou (van Elia) van het zelfst naamw (h)èlios (zon / Elia) Taalgebruik in het NT: hèlios (zon) Taalgebruik in Lc: hèlios (zon) Lc (4): (1) Lc 1,17 (Elia) (2) Lc 4,25 (Elia) (3) Lc 4,40 (4) Lc 23,45 Een vorm van (h)èlios (zon / Elia) in 5 verzen: (1) Lc 1,17 (Elia) (2) Lc 4,25 (Elia) (3) Lc 4,40 (4) Lc 21,25 (5) Lc 23,45
Lc 1,171 - 10 Johannes wordt getypeerd als een voor-ganger, voor-loper in de geest en de kracht van Elia (Lc 1,17) De zwangerschap van Maria zal gebeuren omdat heilige geest over haar komt en kracht van de Allerhoogste overschaduwt haar
Lc 1,1711 act inf aor epistrepsai van het werkw epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in het NT: epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in Lc: epistrefô (naar iets toekeren) Lc (1) Lc 1,17 Een vorm van epistrefô (naar iets toekeren) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,39 (4) Lc 8,55 (5) Lc 17,4 (6) Lc 17,31 (7) Lc 22,32
Lc 1,1713 gen mann mv paterôn van het zelfst naamw patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Hebr âbh Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,72 (3) Lc 11,48 Een vorm van patèr (vader) in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73
Lc
1,1714 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc 1,1716 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,1721 act inf aor hetoimasai van het werkw hetoimazô (gereed maken, voorbereiden) Taalgebruik in het
NT: hetoimazô (gereed maken, voorbereiden) Taalgebruik in
het NT: hetoimazô (gereed maken, voorbereiden)
Lc (3): (1) Lc 1,17
(2) Lc
1,76 (3) Lc
9,52 Een vorm van hetoimazô (gereed maken,
voorbereiden) in Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,17
(2) Lc
1,76 (3) Lc 2,31
(4) Lc 3,4
(5) Lc 9,52
(6) Lc
12,20 (7) Lc 12,47
(8) Lc
17,8 (9) Lc 22,8
(10) Lc
22,9 (11) Lc 22,12
(12) Lc
22,13 (13) Lc 23,56
(14) Lc
24,1 Johannes de Doper wordt gezien als een voorbereider Hij moet de weg
bereiden (Lc
1,17) en hij moet een volk gereedmaken voor de Heer (Lc 1,76)
Naar het woord van Jesaja zal Johannes de Doper de weg bereiden (Lc 3,4)
Lc
1,1723 acc mann enk laon van het zelfst naamw laos (volk) Taalgebruik in
het NT: laos (volk) Taalgebruik in Lc: laos (volk)
Lc (12): (1) Lc 1,17
(2) Lc
3,18 (3) Lc 3,21
(4) Lc
7,16 (5) Lc 9,13
(6) Lc
20,1 (7) Lc 20,9
(8) Lc
20,19 (9) Lc 22,2
(10) Lc
23,5 (11) Lc 23,13
(12) Lc
23,14 Een vorm van laos (volk) in Lc in 37 verzen
, in Lc 1 in 5 verzen: (1) Lc 1,10
(2) Lc
1,17 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,68 (5) Lc 1,77
Terwijl het volk bidt (Lc 1,10)
en wacht (Lc
1,21) , krijgt Zacharia een boodschap die betrekking heeft op het volk (Lc 1,17)
Het wordt de taak van de toekomstige Johannes om een goed uitgerust volk voor
de Heer voor te bereiden
|
Lc 1,18 - Lc 1,18: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [18] And
Zacharias said unto the angel, Whereby shall I know this?
for I am an old man, and
my wife well stricken in years
Luther-Bibel 18 Und
Zacharias sprach zu dem Engel: Woran soll ich das erkennen? Denn ich bin alt und meine Frau ist betagt
Tekstuitleg van Lc 1,18 Het vers Lc 1,18 telt 23 woorden en 107 letters De getalwaarde van Lc 1,18 is 10848 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 113) Na de aankondiging van een erfgenaam lachte Abraham bij de bedenking dat hij en Sara reeds zo oud zijn (Gn 17,17) Wel geeft Zacharia de bedenking van de ouderdom , maar hij lacht niet Hij stelt echter de vraag die we ook in Gn 15,8 vinden
Lc
1,181 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 10 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,182 act ind aor 3de
pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik
in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van
de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
Lc
1,181 - 2 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei) NT
(140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajj´omèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc
1,183 nom mann enk zacharias
(Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja)
Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja)
Lc (4): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,67 Een vorm van zacharias (Zacharja)
in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,13
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,40 (7) Lc 1,59
(8) Lc
1,67 (9) Lc 3,2
(10) Lc
11,51
Lc
1,184 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros
(naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,43
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,61
(10) Lc
1,73 (11) Lc 1,80
Lc
1,185 bep lidw acc mann + onz
enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,186 acc mann enk aggelon van het zelfst naamw aggelos (engel) Taalgebruik
in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in Mc: aggelos (engel) Stam: n - g - l L
angelus Fr ange N engel Fr un
messager uit L mittere
(zenden) , missus = gezonden
Lc (3): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,34 (3) Lc 7,27
Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 in 10 verzen:
(1) Lc
1,11 (2) Lc 1,13
(3) Lc
1,18 (4) Lc 1,19
(5) Lc
1,26 (6) Lc 1,28
(7) Lc
1,30 (8) Lc 1,34
(9) Lc
1,35 (10) Lc 1,38
Een vorm van aggelos (engel) in Lc in 25 verzen
Lc
1,187 kata (tegen, volgens) Taalgebruik in het NT: kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Lc: kata (tegen, volgens)
Lc (28 + 6 + 9 = 43) Lc (3): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,38
Lc 1,188 nom + acc onz enk ti van het voornaamwoord tis Taalgebruik in het NT: voornaamwoord tis Taalgebruik in Lc: voornaamwoord tis Ned wie , wat ? deze , dat ! Lc (66) Lc 1 (3): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,62 (3) Lc 1,66
Lc
1,187 - 8 κατα τι =
kata ti (waardoor) LXX (2): (1) Gn 15,8 (2) 1 K 4,3 NT
(1): Lc
1,18
- Hebreeuws בּמָּה = bammâh
(waardoor) < prefix bë + vragend naamw מַה / מָה
/ מֶה
= mah
/ mâh / mèh (wat?)
Taalgebruik in Tenakh: mah / mâh (wat?) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal: 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) Structuur: 4 -
5 De som van de elementen is telkens 9 Tenakh (8):
(1) Gn 15,8 (2) Re 6,15
(3) 1 S
14,38 (4) 1 K 22,21
(5) Mi 6,6
(6) Mal
1,2 (7) Mal 2,17
(8) 2 Kr
18,20
Lc
1,189 ind fut 1ste pers enk γνωσομαι
= gnôsomai (ik zal kennen) van het werkw γιγνωσκω
= gignôskô (kennen, weten) Taalgebruik in het
NT: gignôskô (kennen, weten) Taalgebruik in de LXX: gignôskô (kennen, weten) Bijbel (17): (1) Gn 15,8 (2) Gn 24,14 (3) Gn 24,44 (4) Gn 42,33 (5) Gn 42,34 (6) Nu 22,19
(7) Re 6,37
(8) 2 S
19,36 (9) 2
S 24,2 (10) Js 47,8 (11) Jr 11,18 (12) Ps 119,125 (13) Rt 4,4 (14) Da 2,9 (15)
1 Kr 21,2
(16) Lc
1,18 (17) 1 Kor 4,19
- Hebreeuws act qal imperf
1ste pers enk אֵדַע = ´eda` (ik zal
weten/kennen) van het werkw יָדַע
= jâda`
(kennen, weten) Taalgebruik in Tenakh: jâda` (kennen, weten) Getalwaarde: jod
= 10 , daleth = 4 , ajin =
16 of 70 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) Structuur: 1 - 4 - 7 De
som van de elementen is telkens 3 Tenakh (8): (1) Gn 15,8 (2) Gn 24,14 (3) Gn 42,33 (4) 1 S 20,9
(5) 1 S 22,3
(6) 1 K 3,7
(7) Js 47,8 (8) Job 9,21
Lc
1,187 - 9 κατα τι γνωσομαι = kata ti gnôsomai (waardoor zal ik
weten) LXX oa Gn 15,8 NT (1): Lc 1,18
- Hebreeuws אֵדַע בּמָּה
= bammâh
éda` (waardoor zal ik weten) Tenakh
(1): Gn 15,8
- In Gn 15,1-6 doet JHWH aan Abram de belofte van een
erfgenaam In Gn 15,2 maakt Abram zijn beklag tot JHWH: "wat
zal Jij mij gegeven en ik kinderloos door het leven ga" In Gn 16,7 doet JHWH de belofte van de erfenis Abram zegt
dan: hoe zal ik weten (Gn 15,8)
Bij Abram is het geen teken van ongeloof , want in Gn 15,6 lezen we dat Abram geloofde en het hem tot
gerechtigheid werd gerekend In Lc 1,18
stelt Zacharia een gelijkaardige vraag als Abram: volgens wat kan ik weten ?
Bij Zacharia is er ongeloof , want hij en Elisabeth zijn oud
Lc 1,1810 nom + acc onz enk touto van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (37) Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,66
Lc
1,1812 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr kî Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,30
(4) Lc
1,44 (5) Lc 1,48
(6) Lc
1,66 (7) Lc 1,76
Lc
1,1814 nom mann enk πρεσβυτης
= presbutès (oud) Taalgebruik in het NT: presbutès (oud) Taalgebruik in de LXX: presbutès (oud) Bijbel (20): (1) Gn 25,8 (2) Nu 10,31
(3) Re
19,16 (4) Re 19,17
(5) Re
19,20 (6) 1 S 2,22
(7) 1 S
2,32 (8) 1
S 3,21 (9) 1 S 4,18
(10) 1 K
1,15 (11) 1 K 13,11
(12) 1 K
13,25 (13) 2
K 4,14 (14) Js 65,20 (15) Job 15,10
(16) Kl 2,21 (17) 2 Kr 23,1
(18) Tob
12,4 (19) Lc 1,18
(20) Film
1,9
- Hebreeuws זָקֵן = zâqen (oud,
voornaam) Taalgebruik in Tenakh: zâqen (oud, voornaam6) Getalwaarde: zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 ; totaal: 40 of 157 Structuur: 7 - 1 - 5
De som van de elementen is telkens )
Tenakh (40) Pentateuch (10) Eerdere Profeten (16)
Latere Profeten (8) 12 Kleine Profeten (0) Geschriften (4 Gn
(9): (1) Gn 18,12 (2) Gn 19,4 (3) Gn 19,31 (4) Gn 24,1 (5) Gn 24,2 (6) Gn 25,8 (7) Gn 27,1 (8) Gn 35,29 (9) Gn 44,20 Lv (1): Lv 19,32 Joz (3): (1) Joz 6,21 (2) Joz 13,1 (3) Joz 23,1 Re (1): Re 19,16 1
S (7): (1) 1
S 2,22 (2) 1 S 2,31
(3) 1 S
2,32 (4) 1
S 4,18 (5) 1 S 8,1 (6)
1 S 17,12
(7) 1 S
28,14 1 K (3): (1) 1 K 1,1 (2)
1 K 1,15
(3) 1 K
13,11 2 S (1): 2 S 19,33
1 K (3): (1) 1
K 1,1 (2) 1 K 1,15
(3) 1 K
13,11 2 K (1): 2 K 4,14
Lc
1,1815 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,1816 bep lidw nom vr
enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc
1,1817 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het
NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (>
Lat femina) Ned vrouw D
Frau
Lc (16): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 7,37
(6) Lc
7,39 (7) Lc 8,3
(8) Lc
8,43 (9) Lc 8,47
(10) Lc
10,38 (11) Lc 11,27
(12) Lc
13,11 (13) Lc 13,21
(14) Lc
15,8 (15) Lc 20,32
(16) Lc
20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38
verzen
Lc
1,1819 pass part perf nom vr enk probebèkuia van het werkw probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) Taalgebruik in het NT: probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan) Taalgebruik in Lc: probainô (vooruitbanen ,
vooruitgaan)
Lc (2): (1) Lc 1,18
(2) Lc
2,36 Een vorm van probainô (vooruitbanen
, vooruitgaan) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,18 (3) Lc 2,36
De vorm (probas: voortgegaan) komt in de bijbel
slechts in Mc 1,19
voor en in de paralleltekst Mt 4,21
voor bainô: banen , gaan pro-bainô: vooruitgaan Een vorm van het werkwoord probainô
komt slechts in vijf verzen in het NT voor Bij Mc en Mt in de ruimtelijke
betekenis , bij Lucas in temporele (tijdelijke) betekenis: (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,18 (3) Lc 2,36
Lc
1,1820 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,1821 bepaald lidw dat vr mv tais
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,7
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 (7) Lc 1,80
Lc
1,1822 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera
(dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (18) (1) Lc
1,5 (2) Lc
1,7 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,25 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 (7) Lc 2,1
(8) Lc
2,36 (9) Lc 4,2
(10) Lc
4,25 (11) Lc 5,35
(12) Lc
6,12 (13) Lc 9,36
(14) Lc
17,26 (15) Lc 17,28
(16) Lc
21,23 (17) Lc 23,7
(18) Lc
24,18
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc
1,20 (8) Lc 1,23
(9) Lc
1,24 (10) Lc 1,59
(11) Lc
1,80
Lc 1,1820 - 22 en tais hèmerais (in de dagen) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1 (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18
Lc 1,1823 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58
|
Lc 1,19 - Lc 1,19: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc 1,19
- Lc
1,20 - Lc 1,21
- Lc
1,22 - Lc 1,23
- Lc
1,24 - Lc 1,25
-- Lc 1 --
Lc 1,1-4
-- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [19] And
the angel answering said unto him,
I am Gabriel, that stand in
the presence of God; and am sent to
speak unto thee, and to shew
thee these glad tidings
Luther-Bibel 19 Der Engel antwortete
und sprach zu ihm: Ich
bin Gabriel, der vor Gott steht, und bin gesandt, mit dir zu reden und dir dies zu verkündigen
Tekstuitleg van Lc 1,19 Het vers Lc 1,19 telt 23 woorden en 120 (2 X 3 X 4 X5) letters De getalwaarde van Lc 1,19 is 11541 (3 X 3847)
Lc 1,191 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,192 part aor nom mann enk apokritheis (beantwoord) van het werkw apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in het NT: apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in Lc: apokrinomai (antwoorden) Lc (33) Lc 1 (2): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Lc in 46 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60
Lc
1,193 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) In Lc 1,11
verscheen een engel van de Heer aan Zacharias Daar staat geen lidwoord Hierna
wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt In Lc 1,19
maakt de engel zich bekend als Gabriël Het is ook
deze engel die aan Maria verscheen Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl Gabriël is dit vers aan de vorige perikope
(Lc
1,5-25) gelinkt
Lc 1,194 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
uit L mittere (zenden) , missus
= gezonden Arabisch: مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
Lc 1,195 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
Lc 1,196 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74
Lc
1,191 - 6 kai apokritheis
ho aggelos eipen (en
beantwoord ze de engel)
(1) Lc
1,19: kai apokritheis
ho aggelos eipen autôi = en beantwoord zei de engel hem
(2) Lc
1,35: kai apokritheis
ho aggelos eipen autèi = en beantwoord zei de engel haar
In de twee verzen beantwoordt de engel een vraag , in Lc 1,19
van Zacharia en in Lc 1,35
van Maria
Lc 1,1912 enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in het NT: enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in Lc: enôpion (voor het aangezicht van) In Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,76 (5) Lc 4,7 (6) Lc 5,18 (7) Lc 5,25 (8) Lc 8,47 (9) Lc 12,6 (10) Lc 12,9 (11) Lc 13,26 (12) Lc 14,10 (13) Lc 15,10 (14) Lc 15,18 (15) Lc 15,21 (16) Lc 16,15 (17) Lc 23,14 (18) Lc 24,11 (19) Lc 24,43
Lc
1,1913 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,1914 gen mann enk theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78
Lc 1,1915 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,1916 pass ind aor 1ste pers enk apestalèn (ik werd gezonden) van het werkw apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in het NT: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in Lc: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) apo-stellô: af- / weg- sturen , wegzenden , afzenden (afgezant) , zenden Lc (2): (1) Lc 1,19 (2) Lc 4,43 Een vorm van apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) in Lc in 24 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,26 (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,43 (5) Lc 7,3 (6) Lc 7,20 (7) Lc 7,27 (8) Lc 9,2 (9) Lc 9,48 (10) Lc 9,52 (11) Lc 10,1 (12) Lc 10,3 (13) Lc 10,16 (14) Lc 11,49 (15) Lc 13,34 (16) Lc 14,17 (17) Lc 14,32 (18) Lc 19,14 (19) Lc 19,29 (20) Lc 19,32 (21) Lc 20,10 (22) Lc 20,20 (23) Lc 22,8 (24) Lc 24,49 In Lc: 13 vormen in 12 hoofdstukken en in 24 verzen De engel Gabriël zegt tot Zacharia: Ik werd gezonden (Lc 1,19) In het parallelverhaal van de aankondiging aan Maria (Lc 1,26) wordt verteld dat de engel Gabriël tot Maria werd gezonden (apestalè = hij werd gezonden)
Lc 1,1917 act inf aor lalèsai van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten) Lc (4): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 11,37 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70
Lc
1,1918 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros
(naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,43
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,61
(10) Lc
1,73 (11) Lc 1,80
Lc
1,1920 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,1921
inf aor euaggelisasthai van het werkw euaggelizomai (goede boodschap brengen) Taalgebruik in het NT: euaggelizomai (goede boodschap brengen) Taalgebruik in Lc: euaggelizomai (goede boodschap brengen) Lc (2): (1) Lc 1,19 (2) Lc 4,43 Een vorm van euaggelizomai (goede boodschap brengen) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 2,10 (3) Lc 3,18 (4) Lc 4,18 (5) Lc 4,43 (6) Lc 7,22 (7) Lc 8,1 (8) Lc 9,6 (9) Lc 16,6 (10) Lc 20,1
Lc 1,1922 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (44) Lc (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35
Lc 1,1923 nom + acc onz mv tauta (die dingen) van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (46) Lc 1 (3): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,65
|
Lc 1,20 - Lc 1,20: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [20] And,
behold, thou shalt be dumb,
and not able
to speak, until the day
that these things shall be performed,
because thou believest not my
words, which shall be fulfilled
in their season
Luther-Bibel 20 Und siehe, du wirst stumm werden und nicht reden können bis zu dem
Tag, an dem dies geschehen wird, weil du meinen Worten nicht geglaubt hast, die erfüllt werden sollen zu ihrer Zeit
Tekstuitleg van Lc 1,20 Het vers Lc 1,20 telt 26 (2 X 13) woorden en 130 (2 X 5 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,20 is 15531 (3 X 31 X 167)
Lc 1,201 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,202 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie) Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48
1 - 2 kai idou (en zie) Lc (27) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36
Lc
1,206 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: mè (niet) Taalgebruik in Mc: mè (niet) Taalgebruik in Lc: mè (niet)
Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,20
(4) Lc
1,30
Lc 1,208 act inf aor lalèsai van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Hnd: laleô (lallen, spreken, praten) Lc (4): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 11,37 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70 In Lc: 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen In Hnd: 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen
9 achri (tot) Taalgebruik in het NT: achri (tot) Taalgebruik in Lc: achri (tot) Lc (4): (1) Lc 1,20 (2) Lc 4,13 (3) Lc 17,27 (4) Lc 21,24
Lc
1,2011 gen vr enk; + acc vr mv hèmeras van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in
het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Lc (14): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,24 (3) Lc 1,80
(4) Lc
2,43 (5) Lc 2,44
(6) Lc
2,46 (7) Lc 4,2
(8) Lc
4,42 (9) Lc
9,51 (10) Lc 15,13
(11) Lc
17,4 (12) Lc 17,27
(13) Lc
18,7 (14) Lc 21,37
Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen: 6 +
5: (7) Lc
1,20 (8) Lc 1,23
(9) Lc
1,24 (10) Lc 1,59
(11) Lc
1,80
13 nom + acc onz mv tauta van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (46) Lc 1 (3): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,65
15 betrekk voornaamw gen mann + onz mv hôn van het betrekk voornaamw hos , hè , ho OF part praes nom mann enk ôn van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: betrekkelijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: betrekkelijk voornaamwoord Lc (17): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,20 (3) Lc 3,19 (4) Lc 3,23 (5) Lc 5,9 (6) Lc 6,34 (7) Lc 9,36 (8) Lc 11,23 (9) Lc 12,3 (10) Lc 13,1 (11) Lc 15,16 (12) Lc 19,37 (13) Lc 19,44 (14) Lc 23,14 (15) Lc 23,41 (16) Lc 24,6 (17) Lc 24,44
Lc 1,2016 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
Lc 1,2017 act ind aor 2de pers enk επιστευσας = episteusas (jij geloofde) van het werkw πιστευω = pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in het NT: pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in de LXX: pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in Lc: pisteuô (geloven, vertrouwen) Bijbel (2): (1) Mt 8,13 (2) Lc 1,20 Een vorm van πιστευω = pisteuô (geloven, vertrouwen) in de LXX (88) , in het NT (241) , in Lc (9): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 8,12 (4) Lc 8,13 (5) Lc 8,50 (6) Lc 16,11 (7) Lc 20,5 (8) Lc 22,67 (9) Lc 24,25 , in Hnd (54) In Lc 1 worden Zacharia en Maria tegenover elkaar geplaatst als de niet-gelovige en de gelovige
Lc 1,2018 dat mann en onz mv τοις = tois Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Lc (65) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 1,79
|
|
lidw mv |
bijbel |
ΟΤ |
ΝΤ |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Brieven |
Apk |
syn |
ev |
|
|
dat m + onz mv tois |
2715 |
2179 |
536 |
96 |
47 |
65 |
36 |
82 |
193 |
17 |
208 |
244 |
- Nederl: bepaald lidwoord de / het D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Gr ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)
Lc 1,2019 dat mann mv logois van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 4,22 (3) Lc 23,9 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29
Lc 1,2023 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79
Lc 1,2024 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80
Lc 1,2025 acc mann enk kairon van het zelfst naamw kairos (gunstig moment) Taalgebruik in het NT: kairos (gunstig moment) Taalgebruik in Mc: kairos (gunstig moment) Taalgebruik in Lc: kairos (gunstig moment) Lc (4): (1) Lc 1,20 (2) Lc 8,13 (3) Lc 12,56 (4) Lc 19,44 Een vorm van kairos (gunstig moment) in Lc in 12 verzen: (1) Lc 1,20 (2) Lc 4,13 (3) Lc 8,13 (4) Lc 12,42 (5) Lc 12,56 (6) Lc 13,1 (7) Lc 18,30 (8) Lc 19,44 (9) Lc 20,10 (10) Lc 21,8 (11) Lc 21,24 (12) Lc 21,36
Lc 1,2026 gen mvautôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,77
|
Lc 1,21 - Lc 1,21: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [21] And
the people waited for Zacharias, and marvelled that
he tarried so long in the temple
Luther-Bibel 21 Und das
Volk wartete auf Zacharias und wunderte sich,
dass er so lange im Tempel blieb
Tekstuitleg van Lc 1,21 Het vers Lc 1,21 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 70 (2 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,21 is 8572 (2 X 2 X 2143) Lc 1,5-25 is concentrisch opgebouwd Terwijl Zacharia in de tempel is (Lc 1,9) , is het volk aan het bidden (Lc 1,10) en wacht dan (Lc 1,21) tot Zacharia naar buiten komt (Lc 1,22)
Lc
1,211 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,212 act ind imperf 3de pers enk èn (hij was) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80
Lc
1,213 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc
1,214 nom mann enk laos
(volk) Taalgebruik in het NT: laos (volk) Taalgebruik in Lc: laos (volk)
Lc (7): (1) Lc 2,21
(2) Lc
7,29 (3) Lc 18,43
(4) Lc
19,48 (5) Lc 20,6
(6) Lc
21,38 (7) Lc 23,35
Een vorm van laos (volk) in Lc in 37 verzen , in Lc 1
in 5 verzen: (1) Lc 1,10
(2) Lc
1,17 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,68 (5) Lc 1,77
Nadat Zacharia de tempel was binnengegaan om het reukoffer te brengen , stond
het volk buiten te bidden (Lc 1,10)
Het volk wacht en is verwonderd dat Zacharia zo lang in de tempel blijft (Lc 1,21)
In beide verzen wordt een omschrijvende constructie gebruikt: het was aan het
bidden / wachten De omschrijvende constructie omarmt een vorm van laos (volk) ; Lc 1,10: èn tou laou proseuchomenon = de ganse
menigte van het volk was aan het bidden Lc 1,21: èn ho laos prosdokôn = het volk was aan het wachten
Lc
1,215 act part praes nom mann
enk prosdokôn van het werkw
prosdokaô (verwachten, vermoeden) Taalgebruik in het
NT: prosdokaô (verwachten, vermoeden) Taalgebruik in Lc: prosdokaô (verwachten, vermoeden) Taalgebruik in Hnd: prosdokaô (verwachten, vermoeden)
Lc (1) Lc
1,21 Een vorm van prosdokaô (verwachten,
vermoeden) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,21
(2) Lc
3,15 (3) Lc 7,19
(4) Lc
7,20 (5) (6) Lc 8,40
Lc
1,216 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,217 acc mann enk zacharian van de eigennaam zacharias
(Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja)
Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja)
Lc (2): (1) Lc 1,21
(2) Lc
1,59 Een vorm van zacharias (Zacharja)
in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,13
(4) Lc
1,18 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,40 (7) Lc 1,59
(8) Lc
1,67 (9) Lc 3,2
(10) Lc
11,51
Lc
1,218 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,219 act ind imperf 3de pers mv εθαυμαζον = ethaumazon (zij verbaasden zich) van het werkw θαυμαζω = thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Taalgebruik in het NT: thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Taalgebruik in de LXX: thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Taalgebruik in Lc: thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Lc (9): (1) Tob 11,16 (2) Jdt 10,19 (3) Mc 5,20 (4) Lc 1,21 (5) Lc 4,22 (6) Joh 4,27 (7) Joh 7,15 (8) Hnd 2,7 (9) Hnd 4,13 Een vorm van θαυμαζω = thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) in de LXX (57) , in het NT (42) , in Lc (13): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,63 (3) Lc 2,18 (4) Lc 2,33 (5) Lc 4,22 (6) Lc 7,9 (7) Lc 8,25 (8) Lc 9,43 (9) Lc 11,14 (10) Lc 11,38 (11) Lc 20,26 (12) Lc 24,12 (13) Lc 24,41
Lc
1,2110 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,2111 bep lidw dat mann + onz enk tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,21 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,29
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,61 (11) Lc 1,62
(12) Lc
1,68 (13) Lc 1,77
Lc 1,2112 act inf praes chronizein van het werkw chronizô (lange tijd verblijven, dralen) Taalgebruik in het NT: chronizô (lange tijd verblijven, dralen) Taalgebruik in Lc: chronizô (lange tijd verblijven, dralen) Lc (1) Lc 1,21 Deze vorm is in Lc 1,21 de enigste in de bijbel In Lc: 2 vormen van chronizô (lange tijd verblijven, dralen) in 2 verzen in 2 hoofdstukken Niet in Hnd Een vorm van chronizô (lange tijd verblijven, dralen) in het NT (5) , in de LXX (27) In Ex 32,1 blijft Mozes uit om van de berg af te dalen
Lc
1,2113 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,2114 bep lidw dat mann + onz enk tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,21 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,29
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,61 (11) Lc 1,62
(12) Lc
1,68 (13) Lc 1,77
Lc
1,2115 dat mann enk naô(i)
van het zelfst naamw naos (tempel) Taalgebruik in het NT: naos (tempel) Taalgebruik in Lc: naos (tempel)
Lc (2): (1) Lc 1,21
(2) Lc
1,22 Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen: (1) Lc
1,9 (2) Lc 1,21
(3) Lc
1,22 (4) Lc 23,35
Lc 1,2113 - 15 en tô(i) naô(i) = in de tempel Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,22
Lc
1,2116 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton
(hem) van het pers voornaamw autos
(hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,13
(4) Lc
1,21 (5) Lc 1,50
|
Lc 1,22 - Lc 1,22: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [22] And
when he came out, he could not speak
unto them: and they perceived
that he had seen a vision in the temple:
for he beckoned unto them, and
remained speechless
Luther-Bibel 22 Als er aber
herauskam, konnte er nicht mit ihnen reden; und sie merkten, dass er eine Erscheinung
gehabt hatte im Tempel Und er winkte ihnen und
blieb stumm
Tekstuitleg van Lc 1,22 Het vers Lc 1,22 telt 22 (2 X 11) woorden en 110 (2 X 5 X 11) letters De getalwaarde van Lc 1,22 is 13977 (3² X 1553)
Lc
1,221 actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud exelthôn (uitgegaan) van het werkwoord exerchomai
(uitgaan) Taalgebruik in het NT: exerchomai (uit-gaan, naar buiten
gaan) Taalgebruik in Lc: exerchomai (uit-gaan, naar buiten
gaan)
Lc (6): (1) Lc 1,22
(2) Lc
4,42 (3) Lc 14,18
(4) Lc
15,28 (5) Lc 22,39
(6) Lc
22,62 Een vorm van exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) in Lc (41) In Lc 1 de enigste
vorm van exerchomai (uitgaan)
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc 1 in 3
verzen: (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,40
Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9)
De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28)
In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan , weggaan of terugkeren In Lc 1,22
(exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia
naar buiten In Lc 1,28
(kai apèlthen ap' autès ho aggelos
= en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56
(kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar
haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
Lc
1,222 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc 1,223 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
Lc
1,225 act inf aor lalèsai van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten)
Lc (4): (1) Lc 1,19
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,22
(4) Lc
11,37 Een vorm van laleô (lallen, spreken,
praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,45 (5) Lc 1,55
(6) Lc
1,64 (7) Lc 1,70
Lc
1,227 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,229 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr kî (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
Lc
1,2212 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,2213 bep lidw dat mann + onz enk tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,21 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,29
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,61 (11) Lc 1,62
(12) Lc
1,68 (13) Lc 1,77
Lc
1,2214 dat mann enk naô(i)
van het zelfst naamw naos (tempel) Taalgebruik in het NT: naos (tempel) Taalgebruik in Lc: naos (tempel)
Lc (2): (1) Lc 1,21
(2) Lc
1,22 Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen: (1) Lc
1,9 (2) Lc 1,21
(3) Lc
1,22 (4) Lc 23,35
Lc 1,2212 - 14 en tô(i) naô(i) = in de tempel Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,22
Lc
1,2215 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
16 persoonl voornaamw
nom mann enk autos (hij)
Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (45) Lc 1 (2): (1) Lc 1,17
(2) Lc
1,22
Lc 1,2217 act ind imperf 3de pers enk èn (hij was) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80
Lc 1,2215 - 17 kai autos èn (en hij was) Lc (6): (1) Lc 1,22 (2) Lc 3,23 (3) Lc 5,1 (4) Lc 5,17 (5) Lc 17,16 (6) Lc 19,2
Lc
1,2220 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
Lc 1,23 - Lc 1,23: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [23] And
it came to
pass, that, as soon as the days of his ministration were accomplished, he departed to his own house
Luther-Bibel 23 Und es begab sich, als die Zeit seines Dienstes
um war, da ging er heim in sein Haus
Tekstanalyse van Lc 1,23 Het vers Lc 1,23 telt 14 (2 X 7) woorden en 72 (2 X 2 X 2 X 3 X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,23 is 7252 (2 X 2 X 7 X 7 X 37)
Lc 1,231 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,232 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65
In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal De eerste maal (Lc 1,5): er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven
Lc 1,233 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals) Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 1,56
Lc 1,232 - 3 egeneto hôs (het gebeurde toen) Lc (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 2,15 (4) Lc 19,29
Lc
1,234 passief indicatief aorist derde persoon meervoud eplèthèsan
(zij werden vervuld) van het werkw pimplèmi (vullen) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vullen) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vullen)
In zeven verzen bij Lucas In vier verzen ervan heeft de vervulling te maken met
de tijd ; in de andere drie verzen heeft het te maken met gevoelens
(1) Lc
1,23 (kai egeneto hôs eplèsthèsan hai hèmerai tès leitourgias
autou = en het gebeurde zodra de dagen van zijn
dienst)
(2) Lc 2,6
(eplèsthèsan hai hèmerai tou = de dagen waren bereikt om)
(3) Lc
2,21 (eplèsthèsan hèmerai
oktô tou = de acht dagen
waren bereikt om )
(4) Lc
2,22 (eplèsthèsan hai hèmerai
tou = de dagen waren bereikt van )
(5) Lc
4,28 (eplèsthèsan pantes
thumou = allen werden vervuld van woede)
(6) Lc
5,26 (eplèsthèsan fobou
= zij werden vervuld van vrees)
(7) Lc
6,11 (autoi de eplèsthèsan
avoias = deze echter werden vervuld van onbegrip)
Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen:
(1) Lc
1,15 (2) Lc 1,23
(3) Lc
1,41 (4) Lc 1,57
(5) Lc
1,67 (6) Lc 2,6
(7) Lc
2,21 (8) Lc 2,22
(9) Lc
4,28 (10) Lc 5,7
(11) Lc
5,26 (12) Lc 6,11
(13) Lc
21,22
Lc
1,236 nom vr mv hèmerai van het zelfst naamw hèmera
(dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (12): (1) Lc 1,23
(2) Lc 2,6
(3) Lc
2,21 (4) Lc 2,22
(5) Lc
5,35 (6) Lc 9,28
(7) Lc
13,14 (8) Lc 17,22
(9) Lc
19,43 (10) Lc 21,6
(11) Lc
21,22 (12) Lc 23,29
Een vorm van hèmera (dag) in Lc (82) , in Lc 1 in 11
verzen: (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,7
(3) Lc
1,18 (4) Lc 1,20
(5) Lc
1,23 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,25 (8) Lc 1,39
(9) Lc
1,59 (10) Lc 1,75
(11) Lc
1,80
Lc 1,234 - 6 eplèsthèsan hai hèmerai (de dagen werden vervuld) Lc (3): (1) Lc 1,23 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,22 Zie ook Lc 2,21: eplèsthèsan hèmerai oktô (de acht dagen waren vervuld)
Lc
1,237 bep lidw gen vr
enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc 1,239 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,2310 ind aor 3de pers
enk apèlthen (hij ging weg) van het werkw aperchomai (weggaan)
Taalgebruik in het NT: aperchomai (weggaan) Taalgebruik in Lc: aperchomai (weggaan) Lc (6): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,38 (3) Lc 5,13
(4) Lc
5,25 (5) Lc 8,39
(6) Lc
24,12 Een vorm van aperchomai (weggaan) in Lc
(21): (1) Lc
1,23 (2) Lc 1,38
(3) Lc
2,15 (4) Lc 5,13
(5) Lc
5,14 (6) Lc 5,25
(7) Lc
7,24 (8) Lc 8,31
(9) Lc
8,37 (10) Lc 8,39
(11) Lc 9,57
(12) Lc
9,59 (13) Lc
9,60 (14) Lc 10,30
(15) Lc
17,23 (16) Lc 19,32
(17) Lc
22,4 (18) Lc 22,13
(19) Lc
23,33 (20) Lc 24,12
(21) Lc 24,24
In Lc: 10 vormen van aperchomai (weggaan) in 12
hoofdstukken en in 21 verzen Een vorm van eiserchomai
(binnengaan) in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,40
Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9)
De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28)
In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22
(exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia
naar buiten In Lc 1,38
(kai apèlthen ap' autès ho aggelos
= en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56
(kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar
haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
Begin- en eindsituatie van het verhaal speelt zich af in het huis van Zacharia
Na de tempeldienst ging Zacharia naar huis (apèlthen
eis ton oikon autou = hij
ging weg naar zijn huis)
Lc
1,2311 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
Lc
1,2312 bep lidw acc mann enk ton van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,2313 acc mann enk oikon van het zelfst naamw oikos (huis) Taalgebruik in
het NT: oikos (huis) Taalgebruik in Lc: oikos (huis)
Lc (19): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,33 (epi ton oikon = over het huis) (3) Lc 1,40
(4) Lc
1,56 (5) Lc 5,24
(6) Lc
5,25 (7) Lc 6,4
(8) Lc
7,10 (9) Lc 7,36
(10) Lc
8,39 (11) Lc 8,41
(12) Lc 9,61
(13) Lc 11,17
(14) Lc
11,24 (15) Lc 12,39
(16) Lc
14,1 (17) Lc 15,6
(18) Lc
16,27 (19) Lc 18,14
Een vorm van oikos (huis) in Lc in 32 verzen
Lc 1,2311 - 13 eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,40 (3) Lc 1,56 (4) Lc 5,24 (5) Lc 5,25 (6) Lc 6,4 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,39 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,61 (11) Lc 10,38 (12) Lc 11,24 (13) Lc 15,6 (14) Lc 16,27 (15) Lc 18,14 (16) Lc 22,54
Lc 1,2314 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
|
Lc 1,24 - Lc 1,24: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [24] And
after those days his wife Elisabeth conceived, and hid herself five months, saying,
Luther-Bibel 24 Nach diesen Tagen wurde
seine Frau Elisabeth schwanger
und hielt sich fünf Monate verborgen und sprach:
Tekstuitleg van Lc 1,24 Het vers Lc 1,24 telt 16 (2² X 2²) woorden en 85 (5 X 17) letters De getalwaarde van Lc 1,24 is 8368 (2² X 2² X 523)
Lc
1,241 meta (met , na) Afkortingen: met' of meth'
Taalgebruik in het NT: meta
(na , met) Taalgebruik in Mc: meta
(na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec
(< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere
, pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 + 4 = 62) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,39
(4) Lc
1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58
(2) Lc
1,66
Lc
1,242 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc 1,243 acc vr mv tautas van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (1) Lc 1,24
Lc 1,244 bep lidw acc vr mv tas (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (42) Lc (1) Lc 1,24
Lc
1,245 acc vr mv hèmeras
van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (14): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,24 (3) Lc 1,80
(4) Lc
2,43 (5) Lc 2,44
(6) Lc
2,46 (7) Lc 4,2
(8) Lc
4,42 (9) Lc
9,51 (10) Lc 15,13
(11) Lc
17,4 (12) Lc 17,27
(13) Lc
18,7 (14) Lc 21,37
Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen: 6 +
5: (7) Lc
1,20 (8) Lc 1,23
(9) Lc
1,24 (10) Lc 1,59
(11) Lc
1,80
Lc 1,246 act ind aor 3de pers enk sunelaben (zij ontving) van het werkw sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in het NT: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in Lc: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Lc (1) Lc 1,24 Een vorm van sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 2,21 (5) Lc 5,7 (6) Lc 5,9 (7) Lc 22,54
Lc 1,247 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
Lc
1,248 bep lidw nom vr
enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc
1,249 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het
NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (>
Lat femina) Ned vrouw D
Frau
Lc (16): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 7,37
(6) Lc
7,39 (7) Lc 8,3
(8) Lc
8,43 (9) Lc 8,47
(10) Lc
10,38 (11) Lc 11,27
(12) Lc
13,11 (13) Lc 13,21
(14) Lc
15,8 (15) Lc 20,32
(16) Lc
20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38
verzen
Lc 1,2410 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,2411 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,25
) 3 Lc
1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,2416 part pr nom vr enk legousa van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (4): (1) Lc 1,24 (2) Lc 9,35 (3) Lc 15,9 (4) Lc 18,3 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,63 (3) Lc 1,66 (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 (12) Lc 1,61
|
Lc 1,25 - Lc 1,25: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
-- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 - - Lc
1,1 - Lc
1,2 - Lc
1,3 - Lc
1,4 - Lc
1,5 - Lc
1,6 - Lc
1,7 - Lc
1,8 - Lc
1,9 - Lc 1,10
- Lc
1,11 - Lc 1,12
- Lc
1,13 - Lc 1,14
- Lc
1,15 - Lc 1,16
- Lc
1,17 - Lc 1,18
- Lc
1,19 - Lc 1,20
- Lc
1,21 - Lc 1,22
- Lc
1,23 - Lc 1,24
- Lc
1,25 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 -- Lc
1,26-38 - Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [25] Thus
hath the Lord dealt with me in the days wherein he looked on me, to take away my reproach
among men
Luther-Bibel 25 So hat der Herr an mir
getan in den Tagen, als er mich angesehen hat, um meine Schmach
unter den Menschen von mir zu
nehmen Die Ankündigung der Geburt Jesu
Tekstuitleg van Lc 1,25 Het vers Lc 1,25 telt 16 (2² X 2²) woorden en 75 (3 X5²) letters De getalwaarde van Lc 1,25 is 7322 (2 X 7 X 523) Het is opmerkelijk dat de evangelist Elisabeth en Sara met elkaar verbindt Sara is een Aramese , uit dezelfde stam als Jakob Sara is de lievelingsvrouw van Jakob Jakob vertegenwoordigt via zijn 12 zonen het volk van Israël Elisabeth en Zacharia komen beide uit de stam Levi Zij kunnen eveneens het volk van Israël vertegenwoordigen
Lc 1,251 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr kî (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
Lc 1,253 dat mann enk 1ste pers enk moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23
Lc 1,254 act ind perf 3de pers enk pepoièken (hij heeft gemaakt) van het werkw poieô (doen, maken) Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Mc: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Lc: poieô (doen, maken) Lc (1) Lc 1,25 Een vorm van poieô (doen, maken) in Lc 1 in 5 verzen: (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,49 (3) Lc 1,51 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,72
Lc
1,255 nom mann enk kurios
(heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,58 (5) Lc 1,68
Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou
(van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,15
(5) Lc
1,38 (6) Lc 1,43
(7) Lc
1,45 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,76 dat mann enk kuriô(i)
(1) Lc
1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16
(2) Lc
1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc
in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99
verzen
Lc
1,257 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera
(dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (18) (1) Lc
1,5 (2) Lc
1,7 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,25 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,75 (7) Lc 2,1
(8) Lc
2,36 (9) Lc 4,2
(10) Lc
4,25 (11) Lc 5,35
(12) Lc
6,12 (13) Lc 9,36
(14) Lc
17,26 (15) Lc 17,28
(16) Lc
21,23 (17) Lc 23,7
(18) Lc
24,18
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc
1,20 (8) Lc 1,23
(9) Lc
1,24 (10) Lc 1,59
(11) Lc
1,80
Lc
1,259 επειδεν
= epeiden ( hij keek neer ) < voorzetsel ep' + act ind aor
3de pers enk van het werkw εφοραω
= eforaô (kijken op, neerkijken) Taalgebruik in het
NT: eforaô (kijken op, neerkijken) Taalgebruik in de
Septuaginta: eforaô (kijken op, neerkijken) Tenakh
(5): (1) Gn 4,4 (en JHWH keek neer - sjâ`â
- op Abel) (2) Ex 2,25
(en hij - God - keek neer - râ´âh - op de
Israëlieten) (3) Ps 54,9 (Mijn oog keek neer - râ´âh
- op mijn vijanden) (4) Ps 92,12 (Mijn oog keek neer - nâbhat
- op mijn vijanden) (5) Lc 1,25
(God keek neer op mijn schande) Een vorm van εφοραω
= eforaô (kijken op, neerkijken) in de LXX (29) , in
het NT (2): (1) Lc 1,25
(2) Hnd 4,29
- Kijken op - neerzien kan positief of negatief geïnterpreteerd worden:
genadig neerzien op , misprijzend neerkijken op Lc 1,25
verwijst naar Gn 30,23 waar Sara zegt dat God haar schande wegnam
Sara was een hele periode kinderloos Met de geboorte van Jozef werd haar
vruchtbaarheid bevestigd In Gn 30,22 wordt niet επειδεν
= epeiden gebruikt , maar επεκουσεν = epèkousen (hij luisterde naar) Taalgebruik in het NT: epakouô (luisteren naar , beluisteren)
10 act inf 2de aor αφελειν = afelein van het werkw αφαιρεω = afaireô (wegnemen) Taalgebruik in het NT: afaireô (wegnemen) Bijbel (7): (1) Gn 48,17 (2) 2 K 6,32 (3) Js 53,10 (4) Pr 3,14 (5) Est 8,3 (6) 1 Mak 8,30 (7) Lc 1,25 Een vorm van het werkw αφαιρεω = afaireô in de LXX (168) , in het NT (9): (1) Mt 26,51 (2) Mc 14,47 (3) Lc 1,25 (4) Lc 10,42 (5) Lc 16,3 (6) Lc 22,50 (7) Rom 11,27 (8) Heb 10,4 (9) Apk 22,19 In de LXX kan een vorm van het Griekse αφαιρεω = afaireô de vertaling van 36 verschillende Hebreeuwse woorden zijn In Gn 30,23 lezen we de vorm act ind aor 3de pers enk αφειλεν = afeilen (hij nam weg) Bijbel (21): (1) Gn 30,23 (2) Lv 8,29 (3) Lv 9,21 (4) 1 S 17,51 (5) 1 S 24,5 (6) 1 S 24,6 (7) 2 S 20,22 (8) 1 K 15,12 (9) 1 K 20,41 (10) Js 7,17 (11) Js 9,13 (12) Js 25,8 (13) Js 40,27 (14) Job 19,9 (15) 1 Kr 19,4 (16) Jdt 13,8 (17) 1 Mak 11,17 (18) Sir 47,11 (19) Mt 26,51 (20) Mc 14,47 (21) Lc 22,50
Lc
1,2511 ονειδος
= oneidos (nijd, smaad, verwijt, schande) Taalgebruik
in het NT: oneidos (smaad, verwijt, schande) Taalgebruik in de LXX: oneidos (smaad, verwijt, schande) Bijbel (44) LXX (43)
NT (1) Een vorm van ονειδος
= oneidos (nijd, smaad, verwijt, schande) in de LXX
(53) , in het NT (1)
- Hebr chèrëpâh (smaad,
hoon, schande) Taalgebruik in Tenakh: chèrëpâh (smaad, hoon, schande)
14 dat mann mv anthrôpois
van het zelfst naamw anthrôpos (mens) Taalgebruik in het NT: anthrôpos (mens) Taalgebruik in Lc: anthrôpos (mens) Lc (6):
Gelijkaardige constructies in Mc 1,2-6 en Lc 1,5
Mc 1,2-6 verhaalt het optreden van Johannes de Doper De
evangelist Marcus begint in Mc 1,2 - Mc 1,3
met een citaat van een Jesajatekst om dan in Mc 1,4
over te gaan op de vervulling van die profetie in de persoon van Johannes In Mc 1,4 is
er voor het eerst sprake over Johannes De zin begint met egeneto
(het gebeurde) gevolgd door het onderwerp Johannes de Doper In Lc 1,5 treffen
we een gelijkaardige zinsconstructie aan: Egeneto
(het gebeurde) gevolgd door de tijdsaanduiding (nl in de dagen van Herodes,
koning van Judea) en dan het onderwerp hiereus tis
(een priester) nl de vader van Johannes de Doper Vertaald: er was echter in
die dagen van Herodes, koning van Judea, een bepaalde priester, Een
merkwaardige gelijkenis
We kunnen nog verder opmerken dat zowel in Mc 1,4
als in Lc
1,5 noch kai (en) noch de (echter) wordt gebruikt
Overeenkomsten tussen Mc 1,4 , Mc 1,9 en
Lc 1,5
In Mc is er een zekere overeenkomst tussen Mc 1,4 en
Mc 1,9
Beide teksten beginnen met egeneto (het gebeurde) In
het ene geval (Mc 1,4)
om het begin van Johannes de Doper aan te duiden, in het andere geval (Mc 1,9)
dat van Jezus Johannes treedt op in Judea en de Jordaan Jezus komt van Galilea,
van de stad Nazaret om zich door Johannes te laten
dopen Na de gevangenneming van Johannes de Doper zal Jezus naar Galilea
teruggaan (Mc
1,14) Deze woonplaatsen en het gaan naar en het terugkeren naar, zullen ook
in Lc 1 - Lc 2 een
belangrijke rol spelen
Mc
1,4 gebruikt egeneto (er was) met een
onderwerp: er was Johannes de Doper In Lc 1,5
vinden we een gelijkaardige constructie: er was eens een priester
In Mc
1,9 vinden we de tijdsaanduiding en ekeinais
tais hèmerais (in die
dagen) Het zijn de dagen waarin Johannes optrad in de woestijn en doopte in de
Jordaan In Lc 1,5 treffen
we de tijdsaanduiding 'in de dagen van koninhg
Herodes' aan En met de tijd wordt tegelijkertijd de plaats
aangeduid nl Judea Zo krijgen we de invoeging: en tais
hijmerais Hijroodou basileoos tijs Ioudaias (in de dagen van Herodes, de koning van Judea) Het
begin van Jezus'optreden in Galilea wordt bepaald
door de gevangenneming van Johannes de Doper (Mc 1,14) Later blijkt dat deze
gevangenneming gebeurde door een zekere koning Herodes Op een uiterst korte
wijze worden de acteurs, de plaats en de tijd aangebracht: een zekere priester
nl de vader van Johannes de Doper, koning Herodes en de plaats Judea Zie ook Lc 3,2b -
Lc 1,8 Lc 3,21 redactie van Mc 1,9 Lc 3,21 en parallelconstructie in
Lc 1,8 Lc 1,8 en Lc 1,23: cirkelstructuur
In Lc 1,5-7 worden de personages van het verhaal voorgesteld In Lc 1,8
grijpt een overgang plaats met Egeneto de en (Het
gebeurde echter in) Het gebruikte werkwoord in de infinitief hierateuein (het priesterschap uitoefenen) roept het
zelfstandig naamwoord (dat als onderwerp dienst doet) hiereus
tis (een priester) (Lc 1,5) en hierateia (het
priesterschap) (Lc 1,9) op Lucas veronderstelt dat de priester Zacharia naar de
tempel (in Jeruzalem) is gegaan Lucas vermeldt heel uitdrukkelijk dat Zacharia
naar huis ging zodra de dagen van zijn dienst waren vervuld (Lc 1,23) Hier
hebben we met één van de vele elementen van de cirkelopbouw van het verhaal te
maken nl Lc 1,8: Het gebeurde echter in het uitoeferen
van het priesterschap Lc 1,23: en het gebeurde zodra de dagen van zijn
diensttijd vervuld waren Egeneto + en tooi +
infinitiefzin, drukt gelijktijdigheid uit We zien dezelfde zinsconstructie van
Lc 1,8 in Lc 3,21 waar Lucas Mc 1,9 redigeert Met Lc 1,8 begint de verandering
van de begin- naar de eindsituatie in het verhaal
We wijken nu wel af, maar de invloed van Mc 1,5 en Mc 1,9 bespeuren
we ook in Lc 2,1; Lc 2,3 en Lc 2,4
Er is een opmerkelijke gelijkenis tijdens Mc 1,9 en Lc 2,1 In beide gevallen
gaat het over het aantreden van Jezus In Mc 1,9 komt Jezus van Nazaret in Galilea om zich te laten dopen In Lc 2,1 gaat
het om een bevel om zich te laten inschrijven, waardoor de ouders van Jezus
naar Betlehem zullen moeten gaan Naast de invloed van
Mc 1,9, speelt ook de invloed van Mc 1,5 een rol Die beide invloeden en de
zinsconstructie van Lc 2,1 zien we terugkomen in Lc 2,3 en Lc 2,4
De zinsconstructie van Lc 1,8 zien we terugkomen in Lc 2,6
De beginsituatie van het verhaal (Lc 2,1-7) is gekend Jozef en Maria verblijven
in Nazaret Maria is zwanger Als er niets onverwachts
gebeurt, zal Maria in Nazaret bevallen Daar duikt
echter het besluit van keizer Augustus op om zich te laten registreren, ieder
in zijn eigen stad Bijgevolg moeten Jozef en Maria naar Betlehem
afreizen Lc 2,6 luidt de eindsituatie aan Het ene brengt het andere mee We
zagen dat het egeneto van Lc 1,23 de verandering van
het verhaal van Lc 1,5-25 omsluit Zowel in Lc 1,23 als in Lc 2,6 is er sprake
over: dagen van waren vervuld: in het ene geval de dienst, in het andere geval:
om hem te baren
We blijven uitweiden, maar de zinsconstructie van Lc 1,8 vinden we ook terug in Lc 24,4 We beginnen te vermoeden dat het een stijlprocedé van Lucas is Deze zinsconstructie staat opnieuw bij het begin van de verandering van begin- naar eindsituatie Het staat dus aan een overgang Opmerkelijk in beide verhalen is wel dat er daarna sprake is van "hemelse figuren" Maar voor beide verhalen staan we nog geen stap verder waarom Lucas het nu op deze wijze verhaalt
22 en tais hijmerais Hijroodou basileoos tijs Ioudaias (in de dagen van Herodes, koning van Judea) (Lc 1,5); en de tooi mijni tooi heksooi ( in de zesde maand echter) (Lc 1,26)
Reeds bij het allereerste begin wordt de tijd van het gebeuren aangeduid: in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid: Judea De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea
Als we ervan uitgaan dat Lucas deze verhalen heeft geconstrueerd, rijst de
vraag waarom Lucas heeft gekozen voor "de zesde maand"
Door een tijdsaanduiding wordt de link gelegd tussen het verhaal van de
aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper (Lc 1,5-25) en dat van Jezus
(Lc 1,26-38): en de tooi mijni ektooi
(in de zesde maand echter) In de natuur staat de zonnewende van de zomer
regelrecht tegenover de zonnewende van de winter met een verschil van zes
maanden In het vorige verhaal hoorden we dat Elisabet
zich gedurende vijf maanden verborgen hield In de zesde maand zal zij zich in
het openbaar vertoond hebben In die zesde maand (van de zwangerschap van Elisabet) wordt de beginsituatie van Maria en Jozef
beschreven Op het einde van dit verhaal (Lc 1,26-38) wordt de zesde maand
nogmaals vermeld (Lc 1,36-37) Beide kinderen zullen dus geboren worden met zes
maanden verschil In de christelijke traditie is men de geboorte van Christus
gaan vieren bij de zonnewende van de winter (25 december) en de geboorte van
Johannes op 24 juni Daarbij speelde de idee de rol dat Johannes minder moest
worden en dat het licht van Jezus moest toenemen
Er wordt enerzijds tussen beide verhalen een link gelegd, maar binnen die
verhalen zijn er opmerkelijke verschilenl Uit latere
verhalen weten we dat Jezus naar de Jordaan trok om zich door Johannes te laten
dopen Wellicht was Jezus een leerling van Johannes We zien echter dat de
boodschap van Johannes sterk verschilt van die van Jezus
23 apestalij ho aggelos Gabriijl apo tou Theou (werd de engel Gabriël vanwege God gezonden)
Zoals reeds gezegd, is de invloed van Marcus voelbaar in deze verhalen van Lucas In Mc 1,4 is er voor het eerst sprake van Johannes de Doper, in Mc 1,9 van Jezus In Lc 1,5 wordt de vader van Johannes de Doper, nl Zacharia voorgesteld In Lc 1,26 zouden we dan de vader van Jezus nl Jozef kunnen verwachten Maar daar ligt het eigenlijke vaderschap van Jezus blijkbaar niet Jezus is van goddelijke oorsprong Daarom komt een engel vanwege God Zo belanden we bij het begin van het verhaal reeds in de verandering van de begin- naar de eindsituatie De beginsituatie is verwerkt bij het begin van de verandering in het verhaal
We gaan ervan uit dat we hier met fictieve verhalen te maken hebben Dan rijst onmiddellijk de vraag wat de evangelist Lucas geïnspireerd heeft om de zwangerschaps- en geboorteverhalen op deze wijze te schrijven, welke bronnen hij kan gebruikt hebben en hoe hij deze bronnen heeft verwerkt
De wijze waarop de engel verschijnt is anders in de beide verhalen In Lc 1,11 wordt de engel gezien, staande aan de rechterkant van het brandofferaltaar, in Lc 1,26 wordt de engel vanwege God gezonden In de tempel is God aanwezig; Hij hoeft niet te verschijnen De engel in de nabijheid van God wordt gezien door Zacharia Er heeft een verschijning plaats: hoti optasion heooraken (omdat hij een verschijning heeft gezien) lLc 1,22) In het verhaal van Maria wordt de engel naar Maria gezonden en gaat hij het huis van Maria binnen De engel wordt niet gezien, maar gehoord door het woord dat de engel tot Maria richt
Het is nu toch wel opmerkelijk dat Mc 1,2 (ofschoon in een andere interpretatie) sprake is over het zenden van een engel: idou apostello ton aggelon mou pro prosoopou sou (Zie, ik zend mijn engel voor uw aangezicht) In de beide aankondigingsverhalen van Lucas wordt een engel gezonden
We zien een zekere gelijkenis tussen Mc 1,9 en Lc 1,26 Zacharia is een priester Jozef is van koninklijke afkomst Zacharia is getrouwd met Elisabet Maria is verloofd met Jozef
3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 - Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -
|
Lc 1,26 - Lc 1,26: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible And in the sixth month
the angel Gabriel was sent from
God unto a city of Galilee, named Nazareth,
Luther-Bibel Und im sechsten Monat
wurde der Engel Gabriel von
Gott gesandt in eine Stadt in Galiläa, die heißt Nazareth,
Tekstuitleg van Lc 1,26 Dit vers Lc 1,26 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 86 (2 X 43) letters De getalwaarde van Lc 1,26 is 8163 (3 X 3 X 907) Reeds bij het allereerste begin van Lc 1,5-25 wordt de tijd van het gebeuren aangeduid: in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid: Judea De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea
De perikope Lc 1,26-38 begint niet met egeneto zoals de perikope Lc 1,5-25 De perikope Lc 1,26-38 start met het centrale gedeelte: de verandering van de begin- naar de eindsituatie De gegevens van de beginsituatie zijn verwerkt in het vers waarin de veranderingssituatie aanvangt De gegevens van de beginsituatie zijn uiterst beperkt Tijdsgegevens: in de zesde maand ; deze tijdsbepaling is gelinkt aan de vorige perikope Plaatsgegevens: Nazaret van Galilea Hoofdpersonage: de maagd Maria , verloofd met Jozef De gegevens van het hoofdpersonage zijn uiterst beperkt: maagd en verloofd Wie Maria verder is, wie haar ouders zijn enz wordt niet gegeven Dit staat in schril contrast met de uitvoerige beschrijving van de beginsituatie van Lc 1,5-25 Wellicht wil Lucas benadrukken dat Jezus louter genade is (en bijgevolg ook de zwangerschap van Maria)
Lc
1,261 - 6 In de zesde maand (van de zwangerschap van Elisabeth , zo wordt
verondersteld) Deze tijdsaanduiding maakt een link met Lc 1,24
(katekruben heautèn mènas pente = zij verborg zich
vijf maanden) , waarin gezegd wordt dat Elisabeth zich gedurende vijf maanden
verborgen hield In Hag 1,1 vinden we een identieke formulering: en tôi mèni tôi
hektôi (in de zesde maand) Zonder en (in) in 1
Kr 27, 9 In een jaarcyclus is de zesde maand de tegenpool van de eerste
maand Zo kunnen Johannes de Doper en Jezus twee polen van een geheel zijn
De zwangerschap van Elisabeth bleef zo lang uit met het oog op de zwangerschap
van Maria
- Evenals Lc
1,5 begint met een tijdsbepaling (en = in) , begint Lc 1,26
met de tijdsbepaling (en = in)
Lc 1,261 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52
|
en (in) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
synopt |
ev |
|
|
11097 |
8943 |
2154 |
247 |
119 |
288 |
182 |
226 |
966 |
126 |
654 |
836 |
|
en (in) |
||||||||||||||||||||||||
|
288 |
25 |
23 |
10 |
18 |
10 |
7 |
12 |
12 |
13 |
14 |
12 |
17 |
13 |
6 |
3 |
9 |
7 |
7 |
11 |
7 |
11 |
13 |
12 |
16 |
- Hebr בְּ = bë Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)
Lc
1,262 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc 1,263 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc
1,264 dat vr enk mèni (in de maand) van het zelfst naamw mèn
(maand) Taalgebruik in het NT: mèn (maand) Taalgebruik in Lc: mèn (maand)
Lc (1) Lc
1,26 Een vorm van mèn (maand) in Lc in 5 verzen:
(1) Lc
1,24 (2) Lc 1,26
(3) Lc
1,36 (4) Lc 1,56
(5) Lc
4,25
Lc
1,265 bep lidw dat mann + onz enk tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,21 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,29
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,61 (11) Lc 1,62
(12) Lc
1,68 (13) Lc 1,77
Lc
1,267 pass aor 3de pers enk = apestalè
(hij werd gezonden) van het werkw apostellô
(afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in het NT: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik
in Lc: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) apo-stellô: af- / weg- sturen , wegzenden , afzenden
(afgezant) , zenden Lc (1) Lc 1,26
In twaalf verzen in de bijbel In tien verzen in het OT: (1) Js 6,6 (apestalè pros me hen tôn serafin = een van de
Serafijnen werd tot mij gezonden) (2) Js 20,1 (3) Js 37,21 (4) Est 3,13
(5) Da
4,11 ( kai idou aggelos apestalè ek tou ouranou
= en zie een engel werd gezonden vanuit de hemel) (6) Da
4,21 (hoti aggelos apestalè para tou kuriou = want een engel werd gezonden vanwege de Heer) (7) Ezr 5,5 (8) Ezr 7,14 (9) Tob
3,17 (apestalè = Rafaël
werd gezonden) (10) Sir
15,9 In twee verzen in het NT: (1) Lc 1,26
(apestalè ho aggelos Gabrièl apo tou
theou = de engel Gabriël
werd door God gezonden) (2) Hnd 28,28 In vijf van de twaalf teksten werd een engel
gezonden: (1) Js 6,6 , (5) Da
4,11 , (6) Da
4,21 , (9) Tob
3,17 en Lc 1,26
Verwijzing: apostellô (wegsturen, zenden) , zie Joh 1,6
- apostellô (wegsturen, zenden) is samengesteld door
het voorzetsel apo (weg van) en stellô
Aansluitend bij het voorzetsel van het werkwoord sluit de bepaling apo tou theou
(weg van God) aan Het is opvallend dat God geen onderwerp van het wegsturen
(zenden) is Een vorm van apostellô (afsturen,
wegsturen , afzenden) in Lc in 24 verzen: (1) Lc 1,19
(2) Lc
1,26 (3) Lc 4,18
(4) Lc
4,43 (5) Lc 7,3
(6) Lc
7,20 (7) Lc 7,27
(8) Lc 9,2
(9) Lc
9,48 (10) Lc
9,52 (11) Lc 10,1
(12) Lc
10,3 (13) Lc 10,16
(14) Lc
11,49 (15) Lc 13,34
(16) Lc
14,17 (17) Lc 14,32
(18) Lc 19,14
(19) Lc
19,29 (20) Lc 19,32
(21) Lc
20,10 (22) Lc 20,20
(23) Lc
22,8 (24) Lc 24,49
In Lc: 13 vormen in 12 hoofdstukken en in 24 verzen
- apestalè (hij werd gezonden) maakt een link met Lc 1,19
(kai apestalèn = en ik werd
gezonden) De engel Gabriël zegt tot Zacharia: Ik
werd gezonden (Lc 1,19)
In het parallelverhaal van de aankondiging aan Maria (Lc 1,26)
wordt verteld dat de engel Gabriël tot Maria werd
gezonden (apestalè = hij werd gezonden)
- Het laatste deel van Lc 1,38
sluit de perikope af met het vertrek van de engel ,
het tegendeel van het gezonden worden naar Zoals in Lc 1,26
(apestalè ho aggelos Gabrièl apo tou
theou = de engel Gabriël
werd door God gezonden) wordt in Lc 1,38
een werkwoord gebruikt met het voorvoegsel ap' en
gevolgd door een bepaling die begint met apo (ap') kai apèlthen
ap'autès ho aggelos = en de
engel ging van haar weg)
Lc 1,268 bep lidw nom mann enk ὁ = ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom m enk ho |
8495 |
6052 |
2443 |
408 |
219 |
331 |
436 |
281 |
612 |
156 |
958 |
1394 |
- Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) In Lc 1,11
verscheen een engel van de Heer aan Zacharias Daar staat geen lidwoord Hierna
wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt In Lc 1,19
maakt de engel zich bekend als Gabriël Het is ook
deze engel die aan Maria verscheen Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl Gabriël is dit vers aan de vorige perikope
(Lc
1,5-25) gelinkt
Lc 1,269 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
uit L mittere (zenden) , missus
= gezonden Arabisch: مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
|
ôfthè de (verscheen echter) autôi
(aan hem) |
|
apestalè (werd gezonden) |
kai (en) |
kai (en) |
kai idou (en zie) |
kai (en) |
kai idou (en zie) |
idou apostellô (zie ik zend) |
|
aggelos kuriou (een engel van de
Heer) |
egô eimi Gabrièl
(ik ben Gabriël) |
ho aggelos Gabrièl (de engel Gabriël) |
aggelos kuriou (een engel van de
Heer) |
doksa kuriou (de heerlijkheid
van de Heer) |
andres duo (twee mannen) |
tous duo andras (de twee
mannen) |
andres duo (twee mannen) |
ton aggelon mou (mijn 'engel') |
|
hestôs (staande) |
ho parestèkôs (die staande ) |
|
epestè (stond) |
perielampsen (omstraalde) |
sunelaloun (spraken samen) |
tous sunestôtas (die staande
waren) |
epestèsan (stonden) |
|
|
ek deksiôn (aan de
rechterzijde) |
enôpion tou Theou
(voor het aanschijn van God) |
|
|
|
|
|
|
pro prosôpou sou (voor uw aangezicht) |
|
tou thusiastèriou (van het
brandofferaltaar) |
kai (en) apestalèn (ik werd
gezonden) lalèsai pros se (tot u te spreken) kai euaggelisasthai soi tauta (en te melden aan u
deze) |
|
autois (bij hen) |
autous (hen) |
autôi (met hem) |
autôi (met hem) |
autais (bij hen) |
|
|
2 Aankondiging van de
geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
|
2 Aankondiging van de
geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
|
3 Aankondiging van de
geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 |
3 Aankondiging van de
geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 |
6 Geboorte van Jezus: Lc
2,1-20 |
168 Verheerlijking
van Jezus: Mc 9,2-10
- Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 |
168 Verheerlijking
van Jezus: Mc 9,2-10
- Mt
17,1-9 - Lc
9,28-36 |
351 Vrouwen als
getuigen van Jezus'verrijzenis: Mc 16,1-8
- Mt
28,1-10 - Lc
23,56b-24,12 |
13 Optreden van
Johannes de Doper: Mc 1,1-6
- Mt
3,1-6 - Lc 3,1-6 |
4 Gabriël (Gabriël)
Verwijzing: Gabriël (Gabriël) , zie Lc 1,26 Gabriël (Gabriël) In vier verzen
in de bijbel: (1) Da
8,16 (2) Da
9,21 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26: ho aggelos gabrièl
= de engel Gabriël
- In Lc
1,26-38 komt de engel driemaal aan het woord: (1) Lc 1,28
; (2) Lc
1,30 ; (3) Lc 1,35
en reageert Maria tweemaal op het woord van de engel: (1) Lc 1,34
; (2) Lc
1,38
Lc
1,2611 - 13 apo tou theou (weg van God) , zie apestalè
(hij werd gezonden) hierboven
- hupo tou theou (door God) In veertien verzen in het NT: (1) Mt 22,31
(2) Lc
1,26 (3) Hnd 10,33 (4) Hnd 10,41 (5) Hnd 10,42 (6) Hnd 26,6 (7) Rom
13,1 (8)
Lc
1,2611 apo (af, van-weg) afkoring ap' of af' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Mc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc (73)
Lc 1 (3): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,48 (3) Lc 1,52 ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,38 (3) Lc 1,70
Lc
1,2612 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc
1,2613 gen mann enk theou
van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu
vloek dju
Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,19 (4) Lc 1,26
(5) Lc
1,35 (6) Lc 1,37
(7) Lc
1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1
(13): (1) Lc
1,6 (2) Lc
1,8 (3) Lc 1,16
(4) Lc
1,19 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,35 (9) Lc 1,37
(10) Lc
1,47 (11) Lc 1,64
(12) Lc 1,68
(13) Lc
1,78
Lc 1,2612 13 tou theou (van God) Een vorm van theos (God) wordt meestal voorafgegaan door het bepaald lidwoord Verwijzing: theos (God) , zie Lc 24,53 theou In zeventig verzen bij Lucas In zeven verzen in Lc 1: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78
14 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
Lc
1,2615 acc vr enk polin
van het zelfst naamw polis
(stad) Taalgebruik in NT: polis
(stad) Taalgebruik in Lc: polis
(stad)
Lc (17): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,39 (3) Lc 2,3
(4) Lc 2,4
(5) Lc
2,39 (6) Lc 4,31
(7) Lc
7,11 (8) Lc 8,1
(9) Lc 8,4
(10) Lc
8,34 (11) Lc 8,39
(12) Lc
9,10 (13) Lc 10,1
(14) Lc
10,8 (15) Lc 10,10
(16) Lc
19,41 (17) Lc 22,10
Een vorm van polis (stad) in Lc in 37 verzen
Lc 1,2614 - 15 eis polin (naar een stad) Lc (7): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,39 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,39 (7) Lc 7,11 (10) Lc 8,34 (17) Lc 22,10
Lc
1,2616 bep lidw gen vr
enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc 1,2617 gen vr enk γαλιλαιας = Galilaias (Galilea) van de plaatsnaam γαλιλαια = galilaia (Galilea) Taalgebruik in het NT: Galilaia (Galilea) Taalgebruik in de LXX: Galilaia (Galilea) Taalgebruik in Lc: Galilaia (Galilea) Lc (10): (1) Lc 1,26 (2) Lc 2,4 (3) Lc 3,1 (4) Lc 4,31 (5) Lc 5,17 (6) Lc 8,26 (7) Lc 17,11 (8) Lc 23,5 (9) Lc 23,49 (10) Lc 23,55 Een vorm van γαλιλαια = Galilaia (Galilea) in het NT (63) , in Lc (13): (1) Lc 1,26 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,39 (4) Lc 3,1 (5) Lc 4,14 (6) Lc 4,31 (7) Lc 5,17 (8) Lc 8,26 (9) Lc 17,11 (10) Lc 23,5 (11) Lc 23,49 (12) Lc 23,55 (13) Lc 24,6 Een variante in Lc 4,44 In Lc: 3 vormen van Galilaia (Galilea) in 9 hoofdstukken en in 13 (14) verzen
|
Galilaia (Galilea) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
gen vr enk Galilaias , telkens met het bep
lidw tès |
40 |
4 |
36 |
8 |
7 |
10 |
8 |
3 |
|
|
25 |
33 |
|
|
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
|
|
Galilaia (Galilea) |
|
|||||||||
|
1 |
nom + dat vr enk Galilaia(i) |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 24,6
|
|
2 |
gen vr enk Galilaias |
10 |
(1) Lc 1,26
|
(2) Lc 2,4 |
(3) Lc 3,1 |
(5) Lc 5,17
|
(6) Lc 8,26
|
(7) Lc 17,11
|
|
||
|
3 |
acc vr enk Galilaian |
2 |
|
(1) Lc 2,39
|
|
(2) Lc 4,14
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
13 (14) |
1 |
2 |
1 |
2 (3) |
1 |
1 |
1 |
3 |
1 |
15 - 17 polin tès galilaias (een stad van Galilea) Lc (2): (1) Lc 1,26 (2) Lc 4,31
Lc
1,2618 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,2619 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen
Lc
1,2618 - 19 betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma (naam) in Lc (5): (1) Lc 1,26
(hèi onoma Nazareth = aan
wie de naam Nazareth) (2) Lc 1,27
(hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (3) Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (4) Lc 8,41
(hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)
(5) Lc
24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Betrekk voornaamw datief
vrouw enk in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,26
(hèi onoma Nazareth = aan
wie de naam Nazareth) (2) Lc 24,13
(hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Het betreft twee dorpen: Nazareth en Emmaüs , het
eerste en het laatste dorp in Lc De andere drie verzen zijn samengesteld uit
het betrekk voornaamw
datief mann enk + een persoonsnaam (Jozef , Simeon en
Jaïrus): (1) Lc 1,27
(hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (2) Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (3) Lc 8,41
(hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)
Lc
1,2620 nazaret of nazareth
(Nazareth) Taalgebruik in het NT: nazaret of nazareth (Nazareth)
Taalgebruik in Lc: nazaret of nazareth (Nazareth)
Lc (4): (1) Lc 1,26
(2) Lc 2,4
(3) Lc
2,39 (4) Lc 2,51 nazara in Lc 4,16
|
Lc 1,27 - Lc 1,27: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [27] To
a virgin espoused to a man whose name was Joseph,
of the house of David; and the virgin's name was Mary
Luther-Bibel 27 zu einer Jungfrau, die vertraut war einem Mann mit Namen Josef vom Hause David; und die Jungfrau hieß Maria
Tekstuitleg van Lc 1,27 Het vers Lc 1,27 telt 16 (2² X 2²) woorden en 82 (2 X 41) letters De getalwaarde van Lc 1,27 is 7443 (3² X 827)
Lc
1,271 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros
(naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,43
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,61
(10) Lc
1,73 (11) Lc 1,80
2 acc vr enk παρθενον = parthenon van het zelfst naamw παρθενος = parthenos (maagd) Taalgebruik in het NT: parthenos (maagd) Taalgebruik in de LXX: parthenos (maagd) Bijbel: (1) Gn 34,3 (2) Ex 22,15 (3) Lv 21,13 (4) Lv 21,14 (5) Dt 22,19 (6) Dt 22,28 (7) 1 K 1,2 (8) Jr 51,22 (9) Ez 9,6 (10) Ez 44,22 (11) Job 31,1 (12) Sir 9,5 (13) Sir 30,20 (14) Lc 1,27 (15) 1 Kor 7,36 (16) 1 Kor 7,37 (17) 1 Kor 7,38 (18) 2 Kor 11,2 Een vorm van παρθενος = parthenos in de LXX (67) , in het NT (15) , in Lc (2):
Lc
1,273 pass part perf acc
vr enk emnèsteumenèn (verloofd) van het werkw mnèsteuô (verloven, ten
huwelijk geven) Taalgebruik in het NT: mnèsteuô (verloven, ten huwelijk geven) Taalgebruik in
Lc: mnèsteuô (verloven, ten huwelijk geven)
Lc (1) Lc
1,27 Deze vorm komt in de bijbel slechts hier in Lc 1,27
voor Een vorm van mnèsteuô (verloven, ten huwelijk
geven) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,27
(2) Lc 2,5
5 dat mann + onz enk hô(i) van het betrekk voornaamw hos (die) Taalgebruik in het NT: betrekkelijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: betrekkelijk voornaamwoord Lc (14): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,25 (3) Lc 4,6 (4) Lc 5,34 (5) Lc 6,38 (6) Lc 7,4 (7) Lc 7,43 (8) Lc 7,47 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,41 (11) Lc 10,22 (12) Lc 12,48 (13) Lc 19,13 (14) Lc 24,25
Lc 1,276 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen
Lc
1,275 - 6 betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma
(naam) in Lc (5): (1) Lc 1,26
(hèi onoma Nazareth = aan
wie de naam Nazareth) (2) Lc 1,27
(hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (3) Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (4) Lc 8,41
(hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)
(5) Lc
24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Betrekk voornaamw datief
vrouw enk in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,26
(hèi onoma Nazareth = aan
wie de naam Nazareth) (2) Lc 24,13
(hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Het betreft twee dorpen: Nazareth en Emmaüs , het
eerste en het laatste dorp in Lc De andere drie verzen zijn samengesteld uit
het betrekk voornaamw
datief mann enk + een persoonsnaam (Jozef , Simeon en
Jaïrus): (1) Lc 1,27
(hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (2) Lc 2,25
(hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (3) Lc 8,41
(hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)
Lc 1,277 ιωσηφ = iôsèf (Jozef) Taalgebruik in de LXX: iôsèf (Jozef) Taalgebruik in het NT: iôsèf (Jozef) Taalgebruik in Lc: iôsèf (Jozef) Gebruik in de bijbel (234) , in de LXX (200) , in het NT (34) Gn (143) Ex (4) Lc (11): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,16 (4) Lc 2,33 (5) Lc 2,43 (6) Lc 3,23 (7) Lc 3,24 (8) Lc 3,26 (9) Lc 3,30 (10) Lc 4,22 (11) Lc 23,50
|
|
iôsèf |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
1 |
|
234 |
200 |
34 |
11 |
2 |
8 |
4 |
6 |
2 |
1 |
21 |
25 |
2 |
|
- Hebreeuws יוֹסֵף
= jôseph
(Jozef) Taalgebruik in Tenakh: jôseph (Jozef) Getalwaarde: jod
= 10 , waw = 6 , samech =
15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal 48 ( 2³ X 3) OF 156
(2² X 3 X 13 OF 12 X 13 OF 6 X 26) Tenakh (186)
Pentateuch (146) Eerdere Profeten (19) Latere Profeten (5) 12 Kleine Profeten
(6) Geschriften (10) Gn (129)
- Arabisch: يُوسُف = jusuf (Jusuf) Taalgebruik in de Qoran: jusuf (Jusuf)
Lc
1,278 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,11 (3) Lc 1,15
(4) Lc
1,61 (5) Lc 1,71
(6) ex (4): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,27 (3) Lc 1,71
(4) Lc
1,78
Lc 1,279 gen mann enk oikou van het zelfst naamw oikos (huis) Taalgebruik in het NT: oikos (huis) Taalgebruik in Lc: oikos (huis) Taalgebruik in Hnd: oikos (huis) Taalgebruik in de Septuaginta: oikos (huis) Hebr be(j)th (huis) Taalgebruik in Tenakh: be(j)th (huis) Getalwaarde van be(j)th ; beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal: 34 (2 X 17) OF 412) Tenakh (911) Lat domus Fr maison Ned huis E house D Hause Een vorm van oikos in de LXX (2062) , in het NT (112) Lc (3): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,4 (3) Lc 11,51 Een vorm van oikos (huis) in Lc 1 in 6 verzen: (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,33 (4) Lc 1,40 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,69 Een vorm van oikos in de LXX (2062) , in het NT (112) Bij oikou (huis) staat geen lidw Moeten we vertalen: uit een huis van David ? of: uit het huis van David ? Is het via de lijn van Salomo of uit een andere lijn ?
8 - 9 ek oikou (uit 'het' huis van) Hebr mbe(j)th mibbajith OF mibbe(j)th Tenakh (102)
Lc
1,2710 δαυιδ = dauid (David) Taalgebruik in het NT: dauid (David) Taalgebruik in de LXX: dauid (David) Bijbel (957) OT (903) NT (54) Lc (12):
(1) Lc
1,27 (2) Lc 1,32
(3) Lc
1,69 (4) Lc 2,4
(5) Lc
2,11 (6) Lc 3,31
(7) Lc 6,3
(8) Lc
18,38 (9) Lc 18,39
(10) Lc
20,41 (11) Lc 20,42
(12) Lc
20,44
- Hebreeuws דָּוִד = dâwid (David)
Taalgebruik in Tenakh: dâwid (David) Getalwaarde: daleth
= 4 , waw = 6 ; totaal: 14 (2 X 7) Structuur: 4 - 6
- 4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (509)
Pentateuch (0) Eerdere Profeten (476) Latere Profeten (21) 12 Kleine Profeten
(1) Geschriften (11)
- Arabisch: dâwud (Dawud)
Taalgebruik in de Koran: dâwud (Dawud)
Lc 1,278 - 10 ex oikou () dauid (uit een huis van David) in Lc (2): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,4 en oikô(i) dauid (in een huis van David): Lc 1,69
Lc
1,2711 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,2712 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc
1,2714 bep lidw gen vr
enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
15 gen vr enk παρθενου = parthenou van het zelfst naamw παρθενος = parthenos (maagd) Taalgebruik in het NT: parthenos (maagd) Taalgebruik in de LXX: parthenos (maagd) Bijbel (3): (1) Gn 34,3 (2) Jdt 9,2 (3) Lc 1,27 Een vorm van παρθενος = parthenos in de LXX (67) , in het NT (15)
Lc
1,2716 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42
|
Lc 1,28 - Lc 1,28: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [28] And
the angel came in unto her, and said,
Hail, thou that art highly favoured, the Lord is with thee: blessed art thou among women
Luther-Bibel 28 Und der
Engel kam zu ihr hinein und sprach:
Sei gegrüßt, du Begnadete! Der Herr ist mit dir!
Tekstuitleg van Lc 1,28 Het vers Lc 1,28 telt 17 woorden en 85 (5 X 17) letters De getalwaarde van Lc 1,28 is 9230 (2 X 5 X 13 X 71)
Lc
1,281 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,282 part aor nom mann
enk eiselthôn (binnengegaan) van het werkw eiserchomai (binnengaan)
Taalgebruik in het NT: eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in Lc: eiserchomai (binnengaan) Lc (6): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 7,36
(4) Lc
11,37 (5) Lc 19,1
(6) Lc
19,45
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45
verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,40
Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9)
De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28)
In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22
(exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia
naar buiten In Lc 1,38
(kai apèlthen ap' autès ho aggelos
= en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56
(kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar
haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
3 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros
(naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,43
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,61
(10) Lc
1,73 (11) Lc 1,80
4 pers voornaamw 3de pers enk acc
vr enk autèn (haar) van het pers voornaamw
autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (25): (1) Lc 1,28
(2) Lc
1,57 (3) Lc 1,61
(4) Lc 2,6
(5) Lc 4,6
(6) Lc
4,39 (7) Lc 6,48
(8) Lc
7,13 (9) Lc 8,52
(10) Lc
9,24 (11) Lc 11,32
(12) Lc
13,7 (13) Lc 13,8
(14) Lc
13,9 (15) Lc 13,12
(16) Lc
13,18 (17) Lc 13,34
(18) Lc
16,16 (19) Lc 17,33
(20) Lc
18,5 (21) Lc 18,17
(22) Lc
19,41 (23) Lc 20,31
(24) Lc
20,33 (25) Lc 21,21
Lc
1,285 act ind aor 3de
pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik
in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van
de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
6
Lc
1,288 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc
1,289 nom mann enk kurios
(heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,58 (5) Lc 1,68
Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou
(van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,15
(5) Lc
1,38 (6) Lc 1,43
(7) Lc
1,45 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,76 dat mann enk kuriô(i)
(1) Lc
1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16
(2) Lc
1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc
in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99
verzen
Lc
1,2810 meta (met , na) Afkorting: met' Taalgebruik in het NT: meta
(na , met) Taalgebruik in Mc: meta
(na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec
(< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere
, pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 = 58) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,39
(4) Lc
1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58
(2) Lc
1,66
11 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
- Tenakh (5): (1) (2) (3) (4) (5)
|
Lc 1,29 - Lc 1,29: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [29] And
when she saw him, she
was troubled at his saying,
and cast in her mind what manner of salutation this should be
Luther-Bibel 29 Sie aber erschrak über
die Rede und dachte: Welch ein Gruß
ist das?
Tekstuitleg van Lc 1,29 Het vers Lc 1,29 telt 15 (3 X 5) woorden en 73 letters De getalwaarde van Lc 1,29 is 8300 (2² X 5² X 83)
Lc
1,291 bep lidw nom vr
enk ἡ = hè of betrekk voornaamw
dat vr enk ᾑ = hè(i) of partikel van vergelijking ἠ = è (of)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
2 |
nom vr enk hè |
4860 |
3762 |
1098 |
151 |
76 |
143 |
117 |
83 |
443 |
85 |
370 |
487 |
|
|
Totaal |
54298 |
42002 |
12296 |
1648 |
940 |
1649 |
1422 |
1696 |
4013 |
928 |
4237 |
5659 |
Lc
1,292 δε = de (echter) , afkorting
δ' = d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in de LXX: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden Lc (478 + 5 = 483) Lc 9 (36 + 1 = 37) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Bij Lucas wordt het partikel δε = de
veelvuldig gebruikt Hebben we meer met een geschreven dan met een gesproken
tekst te maken ? In Lc 1,28
verschijnt de engel aan Maria en spreekt tot haar In Lc 1,29
volgt de reactie van Maria Er is verandering van personage Vandaar gebruikt
Lucas het partikel δε = de (echter)
|
de (echter) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
de |
6210 |
3754 |
2456 |
421 |
149 |
478 |
203 |
490 |
708 |
7 |
1048 |
1251 |
|
d' |
73 |
50 |
23 |
12 |
2 |
5 |
1 |
|
3 |
|
19 |
20 |
|
Totaal |
6283 |
3804 |
2479 |
433 |
151 |
483 |
204 |
490 |
711 |
7 |
1067 |
1271 |
|
de (echter) |
||||||||||||||||||||||||
|
de (478) |
17 |
9 |
11 |
13 |
18 |
15 |
23 |
37 |
36 |
21 |
22 |
26 |
13 |
8 |
16 |
15 |
11 |
26 |
16 |
22 |
14 |
35 |
34 |
20 |
|
d' (5) |
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
2 |
|
|
|
|
|
|
1 |
|
|
1 |
|
|
|
|
|
483 |
17 |
9 |
11 |
13 |
18 |
15 |
23 |
37 |
37 |
23 |
22 |
26 |
13 |
8 |
16 |
15 |
12 |
26 |
16 |
23 |
14 |
35 |
34 |
20 |
|
1151 verzen |
||||||||||||||||||||||||
|
|
80 |
52 |
38 |
44 |
39 |
49 |
50 |
56 |
62 |
42 |
54 |
59 |
35 |
35 |
32 |
31 |
37 |
43 |
48 |
47 |
38 |
71 |
56 |
53 |
Lc
1,293 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc 1,294 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc 1,295 dat mann enk logô(i) van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (3): (1) Lc 1,29 (2) Lc 7,7 (3) Lc 24,19 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 2 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29
Lc 1,293 - 5 epi tô(i) logô(i) = op het woord: NT (3): (1) Mc 10,22 (2) Lc 1,29 (3) Hnd 20,38 epi tois logois = op de woorden: Lc 4,22
Lc
1,296 pass ind aor 3de
pers enk διεταραχθη
= dietarachthè (zij werd in verwarring gebracht) van
het werkw διαταρασσω
= diatarassô (in verwarring brengen) Taalgebruik in
het NT: diatarassô (in verwarring brengen) Taalgebruik in de
LXX: diatarassô (in verwarring brengen) Taalgebruik in Lc: diatarassô (in verwarring brengen) Lc (1) Lc 1,29
Enkel deze vorm in het NT Enigste gebruik van dit werkw
in het NT Niet in de LXX
Zacharia werd in verwarring gebracht (εταραχθη
= etarachthè) door het visioen van de engel (Lc 1,12)
, Maria werd in verwarring gebracht (διεταραχθη
= dietarachthè) door het woord van de engel (Lc 1,29)
Lc
1,297 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,297 imperat praes 2de
pers enk fobou (vrees) van het werkw
fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Taalgebruik in het NT: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Taalgebruik in Lc: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Lc (5): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,29 (3) Lc 5,10
(4) Lc
8,50 (5) Lc 12,32
Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen
worden) in Lc in 21 verzen
Lc
1,2911 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc
1,2912 nom mann enk aspasmos
(groet, welkom) Taalgebruik in het NT: aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in Lc: aspasmos (groet, welkom)
Lc (1) Lc
1,29 Een vorm van aspasmos (groet, welkom) in Lc
in 5 verzen: (1) Lc 1,29
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,44
(4) Lc
11,43 (5) Lc 20,46
Lc
1,2913 nom mann enk houtos
(deze) Aanwijz voornaamw
Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze)
Lc (39) Lc 1 (3): (1) Lc 1,29
(2) Lc
1,32 (3) Lc 1,36
|
Lc 1,30 - Lc 1,30: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [30] And
the angel said unto her, Fear not, Mary: for thou hast found favour with God
Luther-Bibel 30 Und der
Engel sprach zu ihr: Fürchte dich
nicht, Maria, du hast Gnade
bei Gott gefunden
Tekstuitleg van Lc 1,30 Het vers Lc 1,30 telt 14 (2 X 7) woorden en 58 (2 X 29) letters De getalwaarde van Lc 1,30 is 6255 (3² X 5 X 139) De engel reageert op de onrust van Maria met een geruststellend woord
Allereerst is er de inleiding op het woord van de engel Deze inleiding vertoont het meest overeenkomst met (1) Gn 16,9 (2) Gn 16,10 (3) Gn 16,11: het verhaal van de engel van de Heer en Hagar Op zich zegt dit nog niet veel Er is evenwel ook een grote overeenkomst tussen Lc 1,31 en Gn 16,11 Lucas put zijn inspiratie voor de aankondiging van Jezus bij het verhaal van de engel en Hagar Dat is wel merkwaardig Want Hagar is de dienstvrouw van Sara , de vrouw van Abraham Hagar is evenwel een Egyptische Lucas zou dus zijn inspiratie zoeken in de wijsheid van Egypte
Lc
1,301 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80)
1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 3 Lc 1,26-38
(+ 10 / 13 - 3 / 13): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37
) 4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
- L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc
1,302 act ind aor 3de
pers enk ειπεν
= eipen (hij zei) van het werkw λεγω = legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen)
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) , in Lc 1
in 4 verzen ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) , in Lc 1
in 12 verzen
|
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
ind aor 3de p enk eipen |
3024 |
2426 |
598 |
118 |
56 |
223 |
114 |
75 |
7 |
5 |
397 |
511 |
- Lat legere Fr leçon E to say Fr dire D sprechen (spreken) Arabisch: قَالَ = qâla (zeggen) Taalgebruik in de Qoran: qâla (zeggen)
Lc
1,301 - 2 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei)
NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajjo´mèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc
1,303 bep lidw nom m
enk ὁ = ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
- Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc 1,304 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11 Re (18): (1) Re 2,1 (2) Re 2,4 (3) Re 5,23
(4) Re 6,11
(5) Re 6,12
(6) Re 6,20
(7) Re 6,21
(8) Re 6,22
(9) Re 13,3
(10) Re 13,6
(11) Re 13,9
(12) Re
13,13 (13) Re 13,15
(14) Re
13,16 (15) Re 13,17
(16) Re
13,18 (17) Re 13,20
(18) Re
13,21
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
uit L mittere (zenden) , missus
= gezonden Arabisch: مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
Lc 1,301 - 4 και ειπεν ὁ αγγελος = kai eipen ho aggelos (en de engel zei) Van de tien verzen in het Lucasevangelie waarin ho aggelos (de engel) onderwerp is , is er slechts 1 vers met eipen de (hij echter zei) nl Lc 1,13 (eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) en 2 verzen beginnen met kai eipen (en hij zei): (1) Lc 1,30 (kai eipen ho aggelos autè(i) = en de engel zei haar) (2) Lc 2,10 (kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen)
Lc 1,305 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
Lc
1,301 - 5 και ειπεν
ὁ αγγελος
αυτῃ = kai
eipen ho aggelos autè(i) (en de engel zei tot haar) Meestal staat de
voornaamwoordbepaling onmiddellijk na het werkwoord In dit vers staat het
onderwerp (ho aggelos = de engel) onmiddellijk na het
werkwoord
- וַיּאֹמֶר
לָהּ מַלְאַך יהוה
= wajjo´mer
lâh malë´akh JHWH (de engel
van JHWH zei tot haar) Tenakh (3): (1) Gn 16,9 (2) Gn 16,10 (3) Gn 16,11
- וַיּאֹמֶר
מַלְאַך יהוה = wajjo´mer malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei) Tenakh
(4): (1) Nu
22,35 (2) Re 13,13
(3) Re
13,16 (4) Re 13,18
- וַיּאֹמֶר
מַלְאַך הָאֱלֹהִים
= wajjo´mer
malë´akh ´èlohîm (de engel
van God zei) Tenakh (1): Gn 21,17 Gn 21,17
- Grieks και ειπεν
αυτῃ ὁ αγγελος κυριου
= kai eipen autè(i) ho aggelos kuriou (en de engel van de Heer zei tot haar): OT (?):
(1) Gn 16,9 (2) Gn 16,10 (3) Gn 16,11
-- και ειπεν ὁ
αγγελος αυτῃ = kai eipen ho aggelos autè(i) (en de engel zei tot haar) NT (1): Lc 1,30
και ειπεν μοι ὁ αγγελος
= kai eipen moi ho aggelos (en de engel zei
tot mij) Nt (1): Apk 17,7
-- και ειπεν
αυτῃ = kai
eipen autè(i) (en hij zei
tot haar) NT (5): (1) (2) (3) (4) (5)
Lc
1,306 mè (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: mè (niet) Taalgebruik in Mc: mè (niet) Taalgebruik in Lc: mè (niet)
Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,20
(4) Lc
1,30
Lc
1,307 imperat praes 2de
pers enk fobou (vrees) van het werkw
fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Taalgebruik in het NT: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Taalgebruik in Lc: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Lc (5): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,30 (3) Lc 5,10
(4) Lc
8,50 (5) Lc 12,32
Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen
worden) in Lc in 21 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,50
(4) Lc 2,9
(5) Lc
2,10 (6) Lc 5,10
(7) Lc
8,25 (8) Lc 8,35
(9) Lc
8,50 (10) Lc 9,34
(11) Lc
9,45 (12) Lc 12,4
(13) Lc
12,5 (14) Lc 12,7
(15) Lc
12,32 (16) Lc 18,2
(17) Lc
18,4 (18) Lc 19,21
(19) Lc
20,19 (20) Lc 22,2
(21) Lc
23,40
Lc
1,308 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42
Lc 1,309 act ind aor 2de pers enk εὑρες = heures (jij vondt) van het werkw εὑρισκω = heuriskô (vinden) Taalgebruik in het NT: heuriskô (vinden) Taalgebruik in de Septuaginta: heuriskô (vinden) Taalgebruik in Lc: heuriskô (vinden) Taalgebruik in Hnd: heuriskô (vinden) Bijbel (7): (1) Gn 27,20 (2) Gn 31,37 (3) 1 S 29,8 (4) Ez 27,33 (5) Neh 9,8 (6) Lc 1,30 (7) Apk 2,2 Een vorm van εὑρισκω = heuriskô (vinden) in de LXX (613) , in het NT (176) , in Lc (45) In Lc: 17 vormen in 18 / 24 hoofdstukken en 45 verzen In Hnd: X vormen in 17 hoofdstukken en 33 verzen
|
|
heuriskô |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
act ind aor 2de pers enk heures |
7 |
5 |
2 |
|
|
1 |
|
|
|
1 |
1 |
1 |
|
|
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
|
|
heuriskô |
|
||||||||||||||||||
|
1 |
act ind praes 3de pers enk heuriskei |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
act ind praes 1ste pers enk heuriskô |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 13,7
|
|
|
|
|
|
(2) Lc 23,4
|
|
|
3 |
act ind imperf 3de pers mv heuriskon |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 11,24
|
|
|
|
|
|
(2) Lc 19,48
|
|
|
|
|
4 |
act ind fut 3de pers enk heurèsei
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(3) Lc 18,8
|
|
|
|
|
|
|
5 |
act ind fut 2de pers mv heurèsete |
3 |
|
(1) Lc 2,12
|
|
|
|
|
|
|
(2) Lc 11,9
|
|
|
|
|
|
(3) Lc 19,30
|
|
|
|
|
6 |
act ind aor 3de pers enk heuren |
3 |
|
|
(1) Lc 4,17
|
|
|
|
|
|
|
|
(2) Lc 13,6
|
|
|
|
|
(3) Lc 22,45
|
|
|
|
7 |
act ind aor 2de pers enk heures |
1 |
Lc (1) Lc 1,30
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
act ind aor 1ste pers enk of 3de
pers mv heuron |
14 |
|
(1) Lc 2,46
|
|
|
|
(4) Lc 8,35
|
|
|
|
|
|
|
(7) Lc 19,32
|
(8) Lc 22,13
|
||||
|
9 |
act ind aor 1ste pers mv heuramen |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 23,2
|
|
|
10 |
act conj aor 3de pers enk heurè(i) |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 12,38
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
act conj aor 3de persmv heurôsin |
2 |
|
|
|
|
(1) Lc 6,7 |
|
|
(2) Lc 9,12
|
() Lc 11,54
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
act part aor nom mann enk heurôn |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 15,5
|
|
|
|
|
|
|
|
13 |
act part aor nom vr enk heurousa |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) (6) Lc 15,9
|
|
|
|
|
|
|
|
14 |
act part aor nom mann mv heurontes |
2 |
|
(1) Lc 2,45
|
|
(2) Lc 5,19
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15 |
act part aor nom vr mv heurousai |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 24,23
|
|
16 |
pass ind aor 3de pers enk heurethè |
3 |
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 9,36
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17 |
pass ind aor 3de pers mv heurethèsan |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 17,18
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45 |
1 |
3 |
1 |
1 |
1 |
2 |
1 |
2 |
5 |
3 |
2 |
7 |
1 |
1 |
3 |
2 |
4 |
5 |
- act qal perf 2de pers mann enk מָצָאתָ
= mâtsâthâ
(jij vondt) van het werkw מָצָא = mâtsâ´ (vinden) Taalgebruik in Tenakh: mâtsâ´
(vinden) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , tsade =
18 of 90 , aleph = 1 ; totaal: 32 ( 2² X 2³) of 131 Structuur: 4 - 9 - 1 De
som van de elementen is telkens 5 Tenakh (8): (1) Gn 31,37
(2) Ex
33,12 (3) Ex 33,17
(4) 1 S 29,8
(5) 2 S
18,22 (6) Js 57,10
(7) Spr
24,14 (8) Spr 25,16
- Lat invenire Fr trouver
Du latin populaire *tropare
(« composer, inventer un
air » d’où « composer un poème », puis « inventer, découvrir »), dérivé de tropus (« figure de rhétorique » ? voir trope) Website: http://frwiktionaryorg/wiki/trouver
Ned vinden D finden E to find
Lc
1,3010 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr kî Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,30
(4) Lc
1,44 (5) Lc 1,48
(6) Lc
1,66 (7) Lc 1,76
Lc 1,3011 acc vr enk charin van het zelfst naamw charis (genade, gratie) Taalgebruik in het NT: charis (genade, gratie) Taalgebruik in Lc: charis (genade, gratie) Begin van een groet ch - r: L gratia Fr grâce Vertaling: gratie , genade , char-me , bevalligheid We zouden groeten: aangenaam Verwante woorden: eucharisteô (danken) Lc (3): (1) Lc 1,30 (2) Lc 7,47 (3) Lc 17,9 Een vorm van charis (genade, gratie) in Lc in 9 verzen: (1) Lc 1,30 (2) Lc 2,40 (3) Lc 2,52 (4) Lc 4,22 (5) Lc 6,32 (6) Lc 6,33 (7) Lc 6,34 (8) Lc 7,47 (9) Lc 17,9
9 11 - εὑρες
χαριν ( jij vondt genade) NT = Lc (1): Lc 1,30
- εὑρεν χαριν (hij vond genade) NT = Hnd (1): Hnd 7,46
- מָצָאתָ הֵן
= mâtsâthâ
hen (jij vondt genade) Tenakh
(2): (1) Ex
33,12 (2) Ex 33,17
- מָצָא הֵן
= mâtsâ
hen (hij vond genade) Tenakh (3): (1) Gn 6,8 (2) 1 S 16,22
(3) Jr 31,2
- In Ex 32 wordt verhaald hoe het volk een stierenkalf liet maken en het
vereerden Deze zonde werd door JHWH zwaar gestraft In Ex 33 wil Mozes zich
verzekeren van de gunst (genade) van JHWH Hij bevestigt dat Hij met het volk
zal zijn en met hen zal meetrekken Mozes vraagt bovendien om de heerlijkheid
van JHWH te zien , maar die ziet hij slechts langs achter
Lc
1,3012 παρα = para Afkorting παρ' = par'
(langs, vanwege) Taalgebruik in het NT: para
(langs) Taalgebruik in de LXX: para
(langs) Taalgebruik in Lc: para
(langs)
Lc (20 + 8 = 28) παρα = para in Lc (20): (1) Lc 1,30
(2) Lc
1,37 (3) Lc 1,45
(4) Lc 2,1
(5) Lc
2,52 (6) Lc 3,13
(7) Lc 5,1
(8) Lc 5,2
(9) Lc
7,38 (10) Lc 8,5
(11) Lc
8,12 (12) Lc 8,35
(13) Lc
8,41 (14) Lc 8,49
(15) Lc
13,2 (16) Lc 13,4
(17) Lc
17,16 (18) Lc 18,27
(19) Lc
18,35 (20) Lc 19,7
παρ' = par' (8): (1) Lc 6,19
(2) Lc
6,34 (3) Lc 9,47
(4) Lc
10,7 (5) Lc 11,16
(6) Lc
11,37 (7) Lc 12,48
(8) Lc
18,14
|
para |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
para |
677 |
553 |
124 |
13 |
11 |
20 |
21 |
18 |
40 |
1 |
44 |
65 |
|
|
|
par' |
238 |
178 |
60 |
4 |
4 |
8 |
10 |
10 |
22 |
2 |
16 |
26 |
21 |
1 |
|
totaal |
915 |
731 |
184 |
17 |
15 |
28 |
31 |
28 |
62 |
3 |
60 |
91 |
|
|
13 bep lidw dat mann + onz enk tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,21 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,29
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,61 (11) Lc 1,62
(12) Lc
1,68 (13) Lc 1,77
Lc
1,3014 dat mann enk theô(i)
van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu
vloek dju
Lc (9): (1) Lc 1,30
(2) Lc
1,47 (3) Lc 2,38
(4) Lc
2,52 (5) Lc 16,13
(6) Lc
17,18 (7) Lc 18,27
(8) Lc
18,43 (9) Lc 20,25
Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13):
(1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,16 (4) Lc 1,19
(5) Lc
1,26 (6) Lc 1,30
(7) Lc
1,32 (8) Lc 1,35
(9) Lc
1,37 (10) Lc 1,47
(11) Lc
1,64 (12) Lc 1,68
(13) Lc
1,78
12 - 14 παρα τῳ θεῳ = para tô(i) theô(i) (vanwege God) NT (11): (1) Mc 10,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,37 (4) Lc 18,27 (5) Rom 2,11 (6) Rom 2,13 (7) Rom 9,14 (8) 1 Kor 3,19 (9) 1 Kor 7,24 (10) Gal 3,11 (11) Jak 1,27
|
Lc 1,31 - Lc 1,31: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [31] And,
behold, thou shalt conceive in thy womb, and
bring forth a son, and shalt
call his name JESUS
Luther-Bibel 31 Siehe, du wirst schwanger werden und einen Sohn
gebären, und du sollst ihm den Namen Jesus geben
Tekstuitleg van Lc 1,31
Het vers Lc
1,31 telt 14 (2 X 7) woorden en 64 (2³ X 2³) letters De getalwaarde van Lc 1,31
is 6526 (2 X 13 X 251) De zwangerschap van Elisabet
wordt aangekondigd in Lc 1,13
, die van Jezus in Lc 1,31
13 en 31 zijn elkaars spiegelbeelden De geboorteaankondiging van Jezus aan
Maria komt het meest overeen met de geboorteaankondiging van Ismaël aan Hagar
- Gn 16,11: ιδου
συ εν
γαστρι εχεις και τεξῃ υἰον
και καλεσεις
το ονομα
αυτου ισμαελ
= idou su en gastri echeis kai
texè(i) huion kai kaleseis to onoma autou ismaèl
(zie jij hebt in je buik en je zult een zoon baren en je zult zijn naam noemen
Ismaël)
- Lc 1,31: και ιδου συλλημψῃ εν γαστρι
και τεξῃ υἰον και καλεσεις το
ονομα αυτου ιησουν
= kai idou sullèmpsè(i) en gastri kai texè(i) huion
kai kaleseis to onoma autou ièsoun
(en zie jij zult ontvangen in de buik en je zult een zoon ontvangen en je zult
zijn naam noemen Jezus)
Twee geboorteaankondigingen: die van Johannes aan Zacharia (Lc 1,13)
, die van Jezus aan Maria (Lc 1,31)
Verwoord aan de hand van de geboorteaankondigingen van Isaäk
aan Abraham (Gn 17,19)
en van Ismaël aan Hagar (Gn 16,11)
- hinnâkh hârah wëjoladëthë ben (zie jij zwanger zijnde en barende een zoon) Bijbel (3): (1) Gn 16,11 (de engel van JHWH tot Hagar) (2) Re 13,5 (de engel van JHWH aan Simson) (3) Re 13,7 (idem als Re 13,5) LXX: (1) Gn 16,11: idou su en gastri echeis (tegenwoordige tijd) kai texèi (toekomende tijd) huion = zie je hebt in je buik en je zult een zoon baren (2) en (3) idou su en gastri exeis (toekomende tijd) kai texèi (toekomende tijd) huion = zie je zult hebben in je buik en je zult een zoon baren Zonder hinnâkh (zie jij) maar in de derde persoon: hinneh hâ`alëmäh hârah wëjoladëthë ben (zie de maagd zal zwanger worden en zij zal een zoon baren) LXX: idou hè parthenos en gastri exei kai texetai huion = zie de maagd zal in de buik hebben en zij zal een zoon baren Zie Lc 1,31: kai idou sullèmpsèi en gastri kai texei huion = en zie jij zult ontvangen in je buik en je zult een zoon baren)
Lc 1,311 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc
1,312 ιδου = idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in LXX: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie) Taalgebruik in Hnd: idou (zie) Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,44
(6) Lc
1,48 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,25 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,48 Lc 24 (3): (1) Lc 24,4
(2) Lc
24,13 (3) Lc 24,49
Hnd (23)
Zowel Mt als Lc gebruiken veelvuldig ιδου
= idou (zie)
|
idou (zie) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
1229 |
1037 |
192 |
59 |
7 |
55 |
4 |
23 |
19 |
25 |
121 |
125 |
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
55 |
6 |
4 |
0 |
0 |
2 |
1 |
5 |
1 |
3 |
3 |
3 |
0 |
6 |
1 |
1 |
0 |
2 |
2 |
3 |
0 |
0 |
5 |
4 |
3 |
- הֵן / הֶנֵּה
= hen / hinneh
(zie) Taalgebruik in Tenakh: hen
/ hinneh (zie) Getalwaarde: he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal: 19 OF 55 (5 X 11) Structuur: 5 -
5 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (495)
Pentateuch (96) Eerdere Profeten (153) Latere Profeten (140) 12 Kleine Profeten
(29) Geschriften (77)
- Lat ecce E behold D Siehe
Fr voici < vois ici
Lc
1,311 - 2 και ιδου
= kai idou (en zie) NT (84)
Lc (26) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
Lc 2 (1) Lc
2,25 Lc 24 (3 / 3): (1) Lc 24,4
(2) Lc
24,13 (3) Lc 24,49
- Hebreeuws וְהִנֵּה
= wëhinneh
(en zie) Zie: הֵן / הִנֵּה
= hen / hinneh
(zie) Taalgebruik in Tenakh: hen
/ hinneh (zie) Getalwaarde: he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal: 19 OF 55 (5 X 11) Structuur: 5 -
5 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (347)
Pentateuch (114) Eerdere Profeten (111) Latere Profeten (70) 12 Kleine Profeten
(16) Geschriften (36)
- הִנָּךְ = hinnâkh (zie
jij) < = hinneh + suffix persoonl
voornaamw 2de pers vr enk הֵן
/ הֶנֵּה
= hen / hinneh
(zie) Taalgebruik in Tenakh: hen
/ hinneh (zie) Tenakh
(5): (1) Gn 16,11 (2) Re 13,5 (3)
Re 13,7
(4) Hl 1,15
(5) Hl 4,1
Lc
1,313 act ind fut 2de pers enk συλλημψῃ = sullèmpsè(i) (jij zult zwanger worden) van het werkw συλλαμβανω
= sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Taalgebruik in het NT: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Taalgebruik in de LXX: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Taalgebruik in Lc: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Lc
(1) Lc
1,31 Een vorm van συλλαμβανω
= sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
in de LXX (118) , in het NT (16) , in Lc (7): (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
2,21 (5) Lc 5,7
(6) Lc 5,9
(7) Lc
22,54 Het Griekse συλλαμβανω
= sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
kan de vertaling van 8 Hebreeuwse werkw zijn , oa het Hebreeuwse הָרָה
= hârâh
(zwanger worden - zijn)
- De werkwoordvorm act ind aor
3de pers enk συνελαβεν
= sunelaben (zij werd zwanger) van het werkw συλλαμβανω
= sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Taalgebruik in het NT: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Taalgebruik in de LXX: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Taalgebruik in Lc: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
Bijbel (29) LXX (28) Pentateuch (9): (1) Gn 16,4 (2) Gn 29,32 (3) Gn 29,33 (4) Gn 29,34 (5) Gn 30,5 (6) Gn 30,7 (7) Gn 30,10 (8) Gn 30,12 (9) Gn 30,19 NT (1): Lc 1,24
Een vorm van het werkw συλλαμβανω
= sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
is vaak de vertaling van het Hebreeuwse act qal imperf 3de pers vr enk וַתַּהַר
= waththahar
(en zij werd zwanger) van het werkw הָרָה = hârâh (zie Jouön
79i , p160) Taalgebruik in Tenakh: härâh (zwanger worden, - zijn) Getalwaarde: he = 5 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 210
(2 X 3 X 5 X 7) Structuur: 5 - 2 - 5 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (28) Pentateuch (18) Eerdere Profeten (4) Latere
Profeten (1) 12 Kleine Profeten (3) Geschriften (2) Gn
(13): (1) Gn 4,1 (Eva - Kaïn) (2) Gn 4,17 (de vrouw van Kaïn - Henoch)
(3) Gn 16,4 (Hagar) - Gn 19,36 (beide dochters van Lot - Moab en Ben-Ammi) - (4) Gn 21,2 (Sara - Isaak) (5) Gn 25,21 (Rebekka - Esau en
Jakob) (6) Gn 29,32 (Lea - Ruben) (7) Gn 29,33 (Lea - Simeon) (8) Gn 29,34 (Lea - Levi) (9) Gn 29,35 (Lea - Juda) (10) Gn 30,5 (Bilha - Dan) (10) Gn 30,7 (Bilha, de slavin van
Rachel, - Naftali) (11) Gn 30,19 (Lea - Zebulon) (12)
Gn 30,23 (Rachel - Jozef) (13) Gn 38,4 (Sua , de vrouw van
Juda, - Onan) Eerdere Profeten (4): (1) 1 S 1,20
(2) 1 S
2,21 (3) 2
S 11,5 (4) 2
K 4,17
- Hebreeuws הָרָה = hârâh (zwanger
worden, - zijn) Taalgebruik in Tenakh: härâh (zwanger worden, - zijn) Getalwaarde: he = 5 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 210
(2 X 3 X 5 X 7) Structuur: 5 - 2 - 5 De som van de elementen is telkens 3 (1)
act qal perf 3de pers mann enk ; hifil: hij doet
zwanger zijn) (2) act qal part vr enk (zwanger
zijnde) Tenakh (11): (1) Gn 16,11 (2) Gn 38,24 (3) Gn 38,25 (4) Ex 21,22
(5) Re 13,5
(6) Re 13,7
(7) 1 S
4,19 (8) 2
S 11,5 (9) Js 7,14 (10) Js 26,17 (11) Jr 31,8
- Het Hebreeuwse werkw הָרָה
= hârâh
(zwanger worden - zijn) wordt in het Grieks vertaald door
λαμβανω εν γαστρι
= lambanô en gastri (in de
buik nemen) OF εχω εν
γαστρι = echô en gastri (in de buik
hebben) Mogen we dan vertalen: zwanger worden en zwanger zijn Uitzonderlijk
wordt συλλαμβανω
εν γαστρι
= sullambanô en gastri (Lc 1,31)
gebruikt ; meestal volstaat het werkw συλλαμβανω
= sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
- Latijn act ind fut 2de pers enk concipies
(jij zult ontvangen) van het werkw concipere Bijbel (4): (1) Re 13,3 (2)
Re 13,5
(3) Re 13,7
(4) Lc
1,31 Door zijn vertaling klikt de Vulgaat het verhaal van Simson vast aan
dat van Maria
Lc 1,314 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52
|
en (in) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
synopt |
ev |
|
|
11097 |
8943 |
2154 |
247 |
119 |
288 |
182 |
226 |
966 |
126 |
654 |
836 |
|
en (in) |
||||||||||||||||||||||||
|
288 |
25 |
23 |
10 |
18 |
10 |
7 |
12 |
12 |
13 |
14 |
12 |
17 |
13 |
6 |
3 |
9 |
7 |
7 |
11 |
7 |
11 |
13 |
12 |
16 |
- Hebr בְּ = bë Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)
Lc 1,315 dat vr enk γαστρι = gastri van het zelfst naamw γαστηρ = gastèr (buik, schoot) Taalgebruik in het NT: gastèr (buik, schoot) Taalgebruik in de LXX: gastèr (buik, schoot) Taalgebruik in Lc: gastèr (buik, schoot) NT (8): (1) Mt 1,18 (2) Mt 1,23 (3) Mt 24,19 (4) Mc 13,17 (5) Lc 1,31 (6) Lc 21,23 (7) 1 Tes 5,3 (8) Apk 12,2 Een vorm van γαστηρ = gastèr (buik, schoot) in de LXX (70) , in het NT (9) , in Lc (2)
|
|
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
dat vr enk gastri |
43 |
35 |
8 |
3 |
1 |
2 |
|
|
1 |
1 |
6 |
6 |
|
|
6 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc
1,317 act ind fut 2de pers enk τεξῃ = texè(i)
(jij zult baren) van het werkw τικτω
= tiktô (baren, bevallen) Taalgebruik in het NT: tiktô (baren) Taalgebruik in de LXX: tiktô (baren) Taalgebruik in Lc: tiktô (baren) Bijbel: (1) Gn 3,16 (2) Gn 16,11 (3) Re 13,3 (4)
Re 13,5
(5) Re 13,7
(6) Lc
1,31 Een vorm van τικτω
= tiktô (baren) , in de LXX (244) , in het NT (18) ,
in Lc (5): (1) Lc 1,31
(2) Lc
1,57 (3) Lc 2,6
(4) Lc 2,7
(5) Lc
2,11
- Hebreeuws וְיֹךַדְת
= wëjoladëth
(en barende) < prefix verbindingswoord wë + act qal part vr enk van het werkw יָלַד = jâlad (voortbrengen) Zie het zelfst naamw יֶלֶד = jèlèd = het voortgebrachte , kind
Taalgebruik in Tenakh: jèlèd = het voortgebrachte , kind Getalwaarde: jod = 10 , lamed = 12 of 30 , daleth = 4 ; totaal: 26 OF 44 (4 X 11) Structuur: 1 - 3 -
4 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (3):
(1) Gn 16,11 (2) Re 13,5 (3)
Re 13,7
w-j-l-d-th Tenakh (6): (1)
Gn 16,11 (2) Re 13,3 (3)
Re 13,5
(4) Re 13,7
(5) Js 7,14 (6) Jr 31,8
Lc 1,318 acc mann enk υἰον = huion van het zelfst naamw υἰος = huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in de LXX: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Lc (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,57 (5) Lc 2,7 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,22 (8) Lc 9,38 (9) Lc 9,41 (10) Lc 12,10 (11) Lc 20,13 (12) Lc 20,41 (13) Lc 21,27 (14) Lc 22,48 (15) Lc 24,7 Een vorm van υἰος = huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57
|
huios (zoon) enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
acc enk huion |
365 |
285 |
80 |
15 |
6 |
15 |
17 |
3 |
21 |
3 |
36 |
53 |
|
totaal |
1851 |
1560 |
291 |
69 |
29 |
62 |
51 |
10 |
65 |
5 |
160 |
211 |
|
huios (zoon) mv |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
totaal |
2499 |
2432 |
67 |
14 |
4 |
10 |
2 |
11 |
23 |
3 |
28 |
30 |
23 |
|
- Hebreeuws בֵּן/ בִּן
/ בֶּן= ben / bin / bèn
(zoon, kind) Taalgebruik in Tenakh: ben
(zoon, kind) Getalwaarde: beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal: 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26)
Structuur: 2 - 5 De som van de elementen is 7 Tenakh
(1225) Pentateuch (284) Eerdere Profeten (392) Latere Profeten (231) 12 Kleine
Profeten (26) Geschriften (292) Gn (85) Gn 21 (7): (1) Gn 21,2 (2) Gn 21,4 (3) Gn 21,5 (4) Gn 21,7 (5) Gn 21,9 (6) Gn 21,10 (7) Gn 21,13
- Lat filius Fr fils Ned zoon D Sohn E son Arabisch: اِبن = ´ibn (zoon)
Taalgebruik in de Qoran: ´ibn (zoon)
Lc 1,319 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1,3110 act ind fut 2de pers enk kaleseis (jij zult noemen) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc (2): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76
Lc
1,3111 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc 1,3112 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Lc 1,3113 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,3114 acc mann enk ièsoun van de eigennaam ièsous
(Jezus) Taalgebruik in NT: Ièsous (Jezus) Taalgebruik in Lc: Ièsous (Jezus)
Lc (14): (1) Lc 1,31
(2) Lc
2,27 (3) Lc 5,12
(4) Lc 7,4
(5) Lc
8,28 (6) Lc 8,35
(7) Lc
8,40 (8) Lc 9,33
(9) Lc
10,29 (10) Lc 19,3
(11) Lc
19,35 (12) Lc 23,8
(13) Lc
23,20 (14) Lc 23,25
Een vorm van ièsous (Jezus) in Lc in 87 verzen Dit is
de enigste vorm in Lc 1
|
Lc 1,32 - Lc 1,32: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [32] He shall
be great, and shall be
called the Son of the Highest: and
the Lord God shall give unto him
the throne of his father David:
Luther-Bibel 32 Der wird groß sein und Sohn
des Höchsten genannt
werden; und Gott der Herr wird ihm
den Thron seines Vaters David geben,
Tekstuitleg van Lc 1,32 Het vers Lc 1,32 telt 19 woorden en 91 (7 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,32 is 12384 ( 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 43)
Lc
1,321 nom mann enk houtos
(deze) Aanwijz voornaamw
Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze)
Lc (39) Lc 1 (3): (1) Lc 1,29
(2) Lc
1,32 (3) Lc 1,36
Lc
1,322 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw
eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (32) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,33 (5) Lc 1,34
(6) Lc
1,45 (7) Lc 1,66
Lc
1,323 nom mann enk megas
(groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot)
Lc (5): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,32 (3) Lc 4,25
(4) Lc
7,16 (5) Lc 9,48
Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , in Lc
1 (4): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,32 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,49
Lc
1,321 - 3 houtos estai megas (deze zal groot zijn) In NT , nl in Lc in 2 verzen:
(1) Lc
1,32 (2) Lc 9,48
Lucas beschrijft op parallelle wijze Johannes de Doper en Jezus Allereerst wat
hun grootheid betreft:
- Lc 1,15: estai gar megas enôpion tou
kuriou (hij zal groot zijn in het oog van de Heer)
- Lc 1,32: houtos estai megas (deze zal groot zijn)
Lc
1,324 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,325 nom mann enk υἰος = huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in de LXX: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Lc (39) Lc 1 (2): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 Een vorm van υἰος = huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57
|
huios (zoon) enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
nom mann enk huios |
885 |
732 |
153 |
42 |
19 |
39 |
26 |
6 |
19 |
2 |
100 |
126 |
|
totaal |
1851 |
1560 |
291 |
69 |
29 |
62 |
51 |
10 |
65 |
5 |
160 |
211 |
|
huios (zoon) mv |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
totaal |
2499 |
2432 |
67 |
14 |
4 |
10 |
2 |
11 |
23 |
3 |
28 |
30 |
23 |
|
- Hebreeuws בֵּן/ בִּן
/ בֶּן= ben / bin / bèn
(zoon, kind) Taalgebruik in Tenakh: ben
(zoon, kind) Getalwaarde: beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal: 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26)
Structuur: 2 - 5 De som van de elementen is 7 Tenakh
(1225) Pentateuch (284) Eerdere Profeten (392) Latere Profeten (231) 12 Kleine
Profeten (26) Geschriften (292) Gn (85) Gn 21 (7): (1) Gn 21,2 (2) Gn 21,4 (3) Gn 21,5 (4) Gn 21,7 (5) Gn 21,9 (6) Gn 21,10 (7) Gn 21,13
- Lat filius Fr fils Ned zoon D Sohn E son Arabisch: اِبن = ´ibn (zoon)
Taalgebruik in de Qoran: ´ibn (zoon)
Lc 1,326 gen mann enk hupsistou van het zelfst naamw hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in het NT: hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in Lc: hupsistos (allerhoogste) Lc (5): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,76 (4) Lc 6,35 (5) Lc 8,28 Een vorm van hupsistos (allerhoogste) in Lc in 7 verzen: 5 + 2: (1) Lc 2,14 (2) Lc 19,38
Lc
1,327 pass ind fut 3de pers enk klèthèsetai (hij zal genoemd worden) van het werkw kaleô (roepen, noemen)
Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen)
Lc (4): (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,60
(4) Lc
2,23 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1
in 10 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,35 (5) Lc 1,36
(6) Lc
1,59 (7) Lc 1,60
(8) Lc
1,61 (9) Lc 1,62
(10) Lc
1,76
Lc
1,325 - 7 Opnieuw Johannes de Doper en Jezus , ditmaal om het onderscheid
aan te duiden:
- Lc 1,76: kai su de paidion profètès hupsistou klèthèsè(i) (en jij
echter kind jij zult profeet van de Allerhoogste genoemd worden)
- Lc 1,32: kai huios hupsistou klèthèsetai (en hij zal
zoon van de Allerhoogste genoemd worden)
Lc
1,328 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,329 act ind fut 3de pers enk dôsei (hij zal geven) van het werkw
didômi (geven) Taalgebruik in het NT: didômi (geven) Taalgebruik in Mc: didômi (geven) Hebr nâthan (tha) Lat dare / donare - donum: geven - gave , gift Fr donner
- don: geven - gave
Lc (5): (1) Lc 1,32
(2) Lc
11,8 (3) Lc 11,13
(4) Lc
16,12 (5) Lc 20,16
Een vorm van didômi (geven) in Lc in 54 verzen , in
Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,74 (3) Lc 1,77
Lc 1,3210 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74
Lc
1,3211 nom mann enk kurios
(heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,58 (5) Lc 1,68
Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou
(van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,15
(5) Lc
1,38 (6) Lc 1,43
(7) Lc
1,45 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,76 dat mann enk kuriô(i)
(1) Lc
1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16
(2) Lc
1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc
in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99
verzen
Lc
1,3212 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc
1,3213 nom mann enk theos
(God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu
vloek dju
Lc (15) (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,68 (3) Lc 3,8
(4) Lc
5,21 (5) Lc 7,16
(6) Lc
8,39 (7) Lc 12,20
(8) Lc
12,24 (9) Lc 12,28
(10) Lc
16,15 (11) Lc 18,7
(12) Lc
18,11 (13) Lc 18,13
(14) Lc
18,19 (15) Lc 20,38
Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13):
(1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,16 (4) Lc 1,19
(5) Lc
1,26 (6) Lc 1,30
(7) Lc
1,32 (8) Lc 1,35
(9) Lc
1,37 (10) Lc 1,47
(11) Lc
1,64 (12) Lc 1,68
(13) Lc
1,78
Lc 1,3211 - 13 kurios ho theos (JHWH God) Lc (2): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,68
Lc
1,3214 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,3215 acc mann enk thronon van het zelfst naamw thronos (troon) Taalgebruik
in het NT: thronos (troon) Taalgebruik in Lc: thronos (troon)
Lc (1) Lc
1,32 Een vorm van thronos (troon) in Lc in 3
verzen: (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,52 (3) Lc 22,30
Lc
1,3216 δαυιδ = dauid (David) Taalgebruik in het NT: dauid (David) Taalgebruik in de LXX: dauid (David) Bijbel (957) OT (903) NT (54) Lc (12):
(1) Lc
1,27 (2) Lc 1,32
(3) Lc
1,69 (4) Lc 2,4
(5) Lc
2,11 (6) Lc 3,31
(7) Lc 6,3
(8) Lc
18,38 (9) Lc 18,39
(10) Lc
20,41 (11) Lc 20,42
(12) Lc
20,44
- Hebreeuws דָּוִד = dâwid (David)
Taalgebruik in Tenakh: dâwid (David) Getalwaarde: daleth
= 4 , waw = 6 ; totaal: 14 (2 X 7) Structuur: 4 - 6
- 4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (509)
Pentateuch (0) Eerdere Profeten (476) Latere Profeten (21) 12 Kleine Profeten
(1) Geschriften (11)
- Arabisch: dâwud (Dawud)
Taalgebruik in de Koran: dâwud (Dawud)
Lc
1,3217 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,3218 gen mann enk patros van het zelfst naamw patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Hebr âbh Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Lc (8): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,59 (3) Lc 2,49 (4) Lc 9,26 (5) Lc 10,22 (6) Lc 15,17 (7) Lc 16,27 (8) Lc 24,49 Een vorm van patèr (vader) in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73
Lc 1,3219 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
|
Lc 1,33 - Lc 1,33: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [33] And
he shall reign over the house of Jacob for ever; and of his kingdom there shall be
no end
Luther-Bibel 33 und er wird König sein über das Haus Jakob in Ewigkeit, und sein Reich wird kein Ende haben
Tekstuitleg van Lc 1,33 Het vers Lc 1,33 telt 16 (2² X 2²) woorden en 75 (3 X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,33 is 8489 (13 X 653)
Lc
1,331 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,333 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc
1,334 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,337 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
8 bep lidw acc mann mv tous
(de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (98) Lc 1 (4): (1) Lc 1,33
(2) Lc
1,55 (3) Lc 1,65
(4) Lc
1,79
Lc
1,3310 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,3311 bep lidw gen vr
enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc 1,3312 gen vr enk + acc vr mv basileias (van het koninkrijk) van het zelfstandig naamw basileia (koninkrijk) Taalgebruik in het NT: basileia (koninkrijk) Taalgebruik in Lc: basileia (koninkrijk) Lc (5): (1) Lc 1,33 (2) Lc 4,5 (3) Lc 8,10 (4) Lc 9,11 (5) Lc 18,29 Een vorm van basileia (koninkrijk) in Lc in 44 verzen
Lc 1,3313 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,3314 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
Lc
1,3315 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw
eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,33 (5) Lc 1,34
(6) Lc
1,45 (7) Lc 1,66
|
Lc 1,34 - Lc 1,34: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [34] Then
said Mary unto the angel, How shall this be, seeing
I know not a man?
Luther-Bibel 34 Da sprach
Maria zu dem Engel: Wie soll das zugehen, da ich doch von keinem
Mann weiß?
Tekstuitleg van Lc 1,34 Het vers Lc 1,34 telt 13 woorden en 57 (3 X 19) letters De getalwaarde van Lc 1,34 is 6678 (2 X 3² X 7 X 53)
Lc
1,341 act ind aor 3de
pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik
in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van
de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
Lc
1,342 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc
1,341 - 2 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei) NT
(140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajj´omèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc
1,343 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42
Lc
1,344 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros
(naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,43
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,61
(10) Lc
1,73 (11) Lc 1,80
Lc
1,345 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,346 acc mann enk aggelon van het zelfst naamw aggelos (engel) Taalgebruik
in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in Mc: aggelos (engel) Stam: n - g - l L
angelus Fr ange N engel Fr un
messager uit L mittere
(zenden) , missus = gezonden
Lc (3): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,34 (3) Lc 7,27
Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 in 10 verzen:
(1) Lc
1,11 (2) Lc 1,13
(3) Lc
1,18 (4) Lc 1,19
(5) Lc
1,26 (6) Lc 1,28
(7) Lc
1,30 (8) Lc 1,34
(9) Lc
1,35 (10) Lc 1,38
Een vorm van aggelos (engel) in Lc in 25 verzen
7 pôs (hoe) Taalgebruik in het NT: pôs (hoe) Taalgebruik in Lc: pôs (hoe)
Lc (16): (1) Lc 1,34
(2) Lc
6,42 (3) Lc 8,18
(4) Lc
8,36 (5) Lc 10,26
(6) Lc
11,18 (7) Lc 12,11
(8) Lc
12,27 (9) Lc 12,50
(10) Lc
12,56 (11) Lc 14,7
(12) Lc
18,24 (13) Lc 20,41
(14) Lc
20,44 (15) Lc 22,2
(16) Lc
22,4
8 act ind fut 3de pers enk estai
(hij zal zijn) van het werkw eimi
(zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,33 (5) Lc 1,34
(6) Lc
1,45 (7) Lc 1,66
9 nom + acc onz enk touto van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (37): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,66
12 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
|
Lc 1,35 - Lc 1,35: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible And the angel answered and said unto
her, The Holy Ghost shall come upon
thee, and the power of the Highest shall
overshadow thee: therefore also that holy
thing which shall be born of thee shall be called
the Son of God
Luther Bibel Der Engel antwortete
und sprach zu ihr: aDer
heilige Geist wird über dich kommen, und die Kraft des Höchsten wird dich überschatten;
darum wird auch das Heilige, das geboren wird,
Gottes Sohn genannt werden
Tekstanalyse van Lc 1,35
Dit vers Lc
1,35 telt 26 (2 X 13) woorden en 134 (2 X 67) letters De getalwaarde van Lc 1,35
is 11667 (3 X 3889) In het citaat van de engel treffen we vooreerst twee
nevenschikkende zinnen aan , die parallel zijn opgebouwd: onderwerp , vervoegd
werkwoord , bepaling De zinnen tellen elk vijf woorden en dertien lettergrepen
In totaal zijn dat tien woorden en zesentwintig lettergrepen Zesentwintig is de
getalwaarde van de naam JHWH De twee vervoegde werkwoorden hebben het
voorvoegsel epi ; in de eerste zin wordt epi nog eens herhaald na het vervoegd
werkwoord De vervoegde werkwoorden tellen elk vijf lettergrepen
- Lc 1,35b: pneuma hagion epeleusetai
epi se = heilige geest zal op je 'neer'komen
- Lc 1,35c: kai dunamis hupsistou episkiasei se = en
kracht van de allerhoogste zal je overschaduwen
Lc 1,351 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1,352 part aor nom mann enk apokritheis (beantwoord) van het werkw apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in het NT: apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in Lc: apokrinomai (antwoorden) Lc (33) Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60
Lc
1,353 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc 1,354 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
uit L mittere (zenden) , missus
= gezonden Arabisch: مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
Lc
1,355 act ind aor 3de
pers enk ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw λεγω = legô
(zeggen) Taalgebruik in het NT: legô (zeggen) Taalgebruik in de Septuaginta: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) Taalgebruik in Hnd: legô (zeggen) Bijbel (3024) OT (2426) NT (598) Lc (223)
Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) , in Lc 1
(4) ; van ειπον = eipon (ik zei) in Lc 1 (12)
- Hebr ´âmar (zeggen)
Taalgebruik in Tenach: ´âmar (zeggen) E to say Fr dire D sprechen (spreken) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur
; les , Fr leçon
Lc 1,356 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
Lc
1,351 - 6
- ειπεν ὁ αγγελος = eipen
ho aggelos (de engel zei) NT (3): (1) Lc 1,30
(2) Hnd 12,8 (3) Apk 17,7
-- και ειπεν ὁ
αγγελος αυτῃ = kai eipen ho aggelos autè(i) (en de engel zei): NT (1): Lc 1,30
-- και ειπεν
αυτοις ὁ αγγελος = kai
eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen) NT (1): Lc 2,10
- ειπεν δε
προς αυτον
ὁ αγγελος = eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) NT (1): Lc 1,13
- και αποκριθεις
ὁ αγγελος ειπεν = kai
apokritheis ho aggelos eipen (en beantwoord zei de engel)
-- (1) Lc
1,19: και αποκριθεις
ὁ αγγελος ειπεν αυτῳ
= kai apokritheis ho aggelos eipen autôi
(en beantwoord zei de engel hem)
-- (2) Lc
1,35: και αποκριθεις
ὁ αγγελος ειπεν αυτῃ
= kai apokritheis ho aggelos eipen autèi
(en beantwoord zei de engel haar)
In de twee verzen beantwoordt de engel een vraag , in Lc 1,19
van Zacharia en in Lc 1,35
van Maria
- יהוה מַלְאַך
וַיּאֹמֶר = wajjo´mer malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei) Tenakh
(4): (1) Nu
22,35 (2) Re 13,13
(3) Re
13,16 (4) Re 13,18
- הָאֱלֹהִים
מַלְאַך וַיּאֹמֶר
= wajjo´mer
malë´akh ´èlohîm (de engel
van God zei) Tenakh (1): Gn 21,17
- הָאֱלֹהִים
מַלְאַך וַיּאֹמֶר
= wajjo´mer
malë´akh hâ´èlohîm (de
engel van God zei) Tenakh (6): (1) Gn 31,11 (2) Ex 14,19
(3) Re 6,20
(4) Re 13,6
(5) Re 13,9
(6) 2 S
14,20
Lc 1,357 nom+ acc onz enk πνευμα = pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in de Septuaginta: pneuma (geest) Taalgebruik in Lc: pneuma (geest) Taalgebruik in Hnd: pneuma (geest) Lc (16): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,25 (4) Lc 3,22 (5) Lc 4,18 (6) Lc 4,33 (7) Lc 8,55 (8) Lc 9,39 (9) Lc 11,13 (10) Lc 11,24 (11) Lc 12,10 (12) Lc 12,12 (13) Lc 13,11 (14) Lc 23,46 (15) Lc 24,37 (16) Lc 24,39 Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) , in Lc (36) , in Hnd (70) , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 2 (3): (1) Lc 2,25 (2) Lc 2,26 (3) Lc 2,27 , in Lc 3 (4): (1) Lc 3,6 (2) Lc 3,13 (3) Lc 3,17 (4) Lc 3,22 , in Lc 4 (5): (1) Lc 4,1 (2) Lc 4,14 (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,33 (5) Lc 4,36 In Lc: X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20: 28 hoofdstukken Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382)
|
|
pneuma |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom+ acc onz enk pneuma |
366 |
220 |
146 |
6 |
12 |
16 |
14 |
31 |
55 |
12 |
34 |
48 |
|
pneuma |
Mt |
Mc |
Lc |
syn |
ev |
|
nom+ acc enk pneuma |
6: (1) Mt 3,16
(2) Mt
10,20 (3) Mt 12,18
(4) Mt
12,43 (5) Mt 26,41
(6) Mt
27,50 |
12: (1) Mc 1,10
(2) Mc
1,12 (3) Mc 1,26
(4) Mc
3,29 (5) Mc 3,30
(6) Mc
5,8 (7) Mc 7,25
(8) Mc
9,17 (9) Mc 9,20
(10) Mc
9,25 (11) Mc 13,11
(12) Mc
14,38 |
16: (1) Lc 1,35
(2) Lc
1,47 (3) Lc 2,25
(4) Lc
3,22 (5) Lc 4,18
(6) Lc
4,33 (7) Lc 8,55
(8) Lc
9,39 (9) Lc 11,13
(10) Lc
11,24 (11) Lc 12,10
(12) Lc
12,12 (13) Lc 13,11
(14) Lc
23,46 (15) Lc 24,37
(16) Lc
24,39 |
34: (1) Mt 3,16
// Mc
1,10 // Lc 3,22
(2) Mc
1,26 //Lc 4,33
(3) / Mc
3,29 // Lc 12,10
(4) Mc
5,8 // Lc 8,29
(5) Mt
10,20 // Lc 12,12
(6) Mt
12,43 // Lc 11,24
(7) Mt
26,41 // Mc 14,38
|
48 |
- רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Getalwaarde: resj
= 20 of 200 waw = 6 chet =
8 Totaal: 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) Structuur: 2 - 6 - 8 De som van de
elementen is telkens 7 Tenakh (204) Pentateuch (19)
Eerdere Profeten (33) Latere Profeten (65) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften
(68) Pentateuch (19): (1) Gn 6,17 (2) Gn 7,15 (3) Gn 7,22 (4) Gn 8,1 (5) Gn 26,35 (6) Gn 41,38 (7) Gn 45,27 (8) Ex 6,9 (9) Ex 10,13
(10) Ex
10,19 (11) Ex 28,3
(12) Ex 31,3
(13) Ex
35,31 (14) Nu 5,14
(15) Nu
5,30 (16) Nu 14,24
(17) Nu 24,2
(18) Nu 27,18
(19) Dt 34,9 Js (28) Js 1-39 (13): (1) Js 7,2 (2) Js 11,2 (3) Js 17,13 (4) Js 19,3 (5) Js 19,14 (6) Js 25,4 (7) Js 26,18 (8) Js 29,10 (9) Js 29,24 (10) Js 31,3 (11) Js 32,2 (12) Js 32,15 (13) Js 37,7 Js 40-66 (15): (1) Js 40,7 (2) Js 40,13 (3) Js 41,29 (4) Js 54,6 (5) Js 57,13 (6) Js 57,15 (7) Js 57,16 (8) Js 59,19 (9) Js 61,1 (10) Js 61,3 (11) Js 63,10 (12) Js 63,11 (13) Js 63,14 (14) Js 65,14 (15) Js 66,2
- Lat spiritus Fr esprit E spirit Ned geest D Geist Arabisch: روح = rûH (geest)
Taalgebruik in de Qoran: rûH (geest)
Lc 1,358 nom + acc onz enk ἁγιον = hagion van het bijvoegl naamw ἁγιος = hagios (heilig) Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in de Septuaginta: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Lc (8): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,49 (3) Lc 2,23 (4) Lc 2,25 (5) Lc 3,22 (6) Lc 11,13 (7) Lc 12,10 (8) Lc 12,12 Een vorm van ἁγιος = hagios (heilig) in de LXX (832) , in het NT (233) , in Lc (19): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,49 (5) Lc 1,67 (6) Lc 1,70 (7) Lc 1,72 (8) Lc 2,23 (9) Lc 2,25 (10) Lc 2,26 (11) Lc 3,16 (12) Lc 3,22 (13) Lc 4,1 (14) Lc 4,34 (15) Lc 9,26 (16) Lc 10,21 (17) Lc 11,13 (18) Lc 12,10 (19) Lc 12,12
|
|
hagios (heilig) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
3 |
nom + acc onz enk hagion |
204 |
160 |
44 |
1 |
3 |
8 |
2 |
20 |
10 |
|
12 |
14 |
|
hagios (heilig) |
Mt |
Mc |
Lc |
syn |
ev |
|
nom mann enk hagios |
|
1: Mc 1,24
|
1: Lc 4,34
|
3 |
|
|
nom + acc onz enk hagion |
1: Mt 7,6
|
8: (1) Lc 1,35
(2) Lc
1,49 (3) Lc 2,23
(4) Lc
2,25 (5) Lc 3,22
(6) Lc
11,13 (7) Lc 12,10
(8) Lc
12,12 |
14 |
||
|
gen mann + onz enk hagiou |
|
5: (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,67
(4) Lc
2,26 (5) Lc 4,1 |
9 |
9 |
|
|
gen vr enk + acc vr mv hagias |
|
|
1: Lc 1,72
|
1 |
|
|
dat m + onz enk hagiô(i) |
7 |
||||
|
gen mann + vr + onz mv hagiôn |
1: Mt 27,52
|
1: Mc 8,38
|
4 |
||
|
Totaal |
8 |
7 |
19 |
34 |
37 |
- קָדוֹשׁ = qâdôsj (heilig)
Stat constr קְדוֹשׁ
= qëdôsj
Taalgebruik in Tenakh: qâdôsj (heilig) Getalwaarde: qoph
= 19 of 100 , daleth = 4 , waw
= 6 , sjin = 21 of 300 ; totaal: 50 OF 410 (2 X 5 X
41) Structuur: 1 - 4 - 6 - 3 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (53) Pentateuch (13) Eerdere Profeten (3) Latere
Profeten (25) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften (11)
- Lat sanctus Fr saint Ned
heilig D heilig E holy Arabisch: مُقَدَّس = muqaddas (heilig) < stam q-d-s Taalgebruik in de Koran:
muqaddas (heilig)
Lc 1,357 - 8 (to) pneuma () (to) hagion = (de) heilige geest , als nom in Lc (2): (1) Lc 1,35 (2) Lc 3,22 (to pneuma to hagion = de geest de heilige) (to) pneuma () (to) hagion = (de) heilige geest , als acc in Lc (2): (1) Lc 2,25 (pneuma hagion = geest was heilig) (2) Lc 11,13 to () hagion pneuma in Lc (2): (1) Lc 12,10 (19) Lc 12,12 ( to gar hagion pneuma = want de heilige geest)
Lc 1,359 ind fut 3de pers enk επελευσεται = epeleusetai (hij zal komen over) van het werkw επερχομαι = eperchomai (komen op) Taalgebruik in het NT: eperchomai (komen op) Taalgebruik in de LXX: eperchomai (komen op) Taalgebruik in Lc: eperchomai (komen op) Prefix epi (over) en het werkwoord erchomai (gaan, komen) Bijbel (15): (1) Nu 6,5 (2) Nu 8,7 (3) Spr 26,2 (4) Job 19,29 (5) Job 20,22 (6) Job 21,17 (7) Job 23,6 (8) Job 23,17 (9) Job 25,3 (10) Pr 2,12 (11) Da 11,15 (12) Da 11,41 (13) Bar 4,24 (14) Bar 4,35 (15) Lc 1,35 Een vorm van επερχομαι = eperchomai (komen op) in de LXX (112) , in het NT (9) , Lc (3): (1) Lc 1,35 (2) Lc 11,22 (3) Lc 21,26
10 επι = epi (op, bij) Afkortingen: επ' = ep' en εφ' = ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in de LXX: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) επι = epi (10): (1)
Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 επ' = ep' (1) Lc 1,12
Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878)
Hier is het voorzetsel επι = epi de versterking van het werkw met het voorvoegsel επι = epi
|
epi (op, bij) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
epi |
4540 |
3946 |
594 |
91 |
51 |
104 |
22 |
120 |
117 |
89 |
246 |
268 |
|
ep |
1320 |
1179 |
141 |
13 |
14 |
25 |
13 |
24 |
30 |
22 |
52 |
65 |
|
ef |
430 |
348 |
82 |
10 |
6 |
20 |
1 |
17 |
25 |
3 |
36 |
37 |
|
Totaal |
6290 |
5473 |
817 |
114 |
71 |
149 |
36 |
161 |
172 |
114 |
334 |
370 |
- Lat ad Fr à E at Ned op , naar, bij D bei
Lc 1,3512 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
13 nom vr enk dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in het NT: dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Lc: dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Hnd: dunamis (macht, kracht) Hebr chaîl (kracht, sterkte) Taalgebruik in Tenakh: chaîl (kracht, sterkte) Lat vir-tus Fr puissance + E power < Lat potentia (mogelijkheid) zie Lat posse (kunnen) Ned kracht D Kraft Lc (3): (1) Lc 1,35 (2) Lc 5,17 (3) Lc 6,19 Hnd (1) Een vorm van dunamis (macht, kracht) in Lc in 12 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,35 (3) Lc 4,14 (4) Lc 4,36 (5) Lc 5,17 (6) Lc 6,19 (7) Lc 8,46 (8) Lc 9,1 (9) Lc 10,19 (10) Lc 21,27 (11) Lc 22,69 (12) Lc 24,49 In Lc: 6 vormen van dunamis (macht, kracht) in 15 verzen in 11 hoofdstukken In Hnd: 6 vormen van dunamis (macht, kracht) in 10 verzen in 7 hoofdstukken
14 gen mann enk hupsistou van het zelfst naamw hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in het NT: hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in Lc: hupsistos (allerhoogste) Lc (5): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,76 (4) Lc 6,35 (5) Lc 8,28 Een vorm van hupsistos (allerhoogste) in Lc in 7 verzen: 5 + 2: (1) Lc 2,14 (2) Lc 19,38
|
Lc 1,35
a |
Lc 1,35
b |
||||||
|
|
kai (en) |
kai lèmpsethe (en gij zult
ontvangen) |
heôs hou endusèsthe (totdat
jullie |
|
kai (en) katabènai
(neerdalen) |
|
|
|
pneuma hagion (heilige geest) |
dunamis hupsistou (de kracht van
de Allerhoogste) |
dunamin (kracht) |
eks hupsous dunamin (vanuit de hoge kracht) |
en pneumati kai dunamei èliou (in de geest en
de kracht van Elia) |
to pneuma to hagion (de heilige geest) |
en tèi dunamei tou
pneutos (in de kracht van de geest) |
pneuma kuriou (de geest van de Heer) |
|
epeleusetai (zal komen) |
episkiasei (zal overschaduwen) |
epelthontos tou hagiou
pneumatos (van de komende heilige geest) |
|
|
|
|
|
|
epi se (over u) |
soi (u) |
ef'humas (over u) |
|
|
ep'auton (over hem) |
|
ep'eme (op mij) |
|
3 Aankondiging van de
geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 |
3 Aankondiging van de
geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 |
Hnd 1,1-14: Jezus'laatste
opdracht en hemelvaart |
355 Verschijning aan
de leerlingen in Jeruzalem: Lc
24,36-49 |
2 Aankondiging van de
geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
|
18 Doop van Jezus: Mc 1,9-11
- Mt
3,13-17 - Lc
3,21-22 |
21 Begin van Jezus'optreden in Galilea: Mc
1,14-15 - Mt
4,12-17 - Lc
4,14-15 |
22 Prediking te Nazaret en verwerping: Lc
4,16-30 - Mc 6,1-6a
- Mt
13,53-58 |
Lc 1,3515 act ind fut 3de pers enk episkiasei (hij zal overschaduwen) van het werkw episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) Taalgebruik in het NT: episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) Taalgebruik in Lc: episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) Lc (1) Lc 1,35 Schaduw duidt op aanwezigheid en afwezigheid Een vorm van episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,35 (2) Lc 9,34 In Ex 40,35 symboliseert de wolk op de verbondstent de aanwezigheid van JHWH In Lc 1,35 duidt de overschaduwing op de aanwezigheid van God
Lc 1,3518 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc
1,3519 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc
1,3520 pass part praes nom + acc
onz enk gennômenon (wat
wordt voortgebracht) van het werkw gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in het NT: gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in Lc: gennaô (voortbrengen, baren)
Lc (1) Lc
1,35 Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in
Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,57
(4) Lc
3,22 (5) Lc 20,34
(6) Lc
23,29
Lc
1,3522 pass ind fut 3de pers enk klèthèsetai (hij zal genoemd worden) van het werkw kaleô (roepen, noemen)
Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen)
Lc (4): (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,60
(4) Lc
2,23 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1
in 10 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,35 (5) Lc 1,36
(6) Lc
1,59 (7) Lc 1,60
(8) Lc
1,61 (9) Lc 1,62
(10) Lc
1,76
Lc
1,3523 nom mann enk huios
(zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Lc (39) Lc 1 (2): (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,35 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,31
(4) Lc
1,32 (5) Lc 1,35
(6) Lc
1,36 (7) Lc 1,57
Lc
1,3524 gen mann enk theou
van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu
vloek dju
Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,19 (4) Lc 1,26
(5) Lc
1,35 (6) Lc 1,37
(7) Lc
1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1
(13): (1) Lc
1,6 (2) Lc
1,8 (3) Lc 1,16
(4) Lc
1,19 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,35 (9) Lc 1,37
(10) Lc
1,47 (11) Lc 1,64
(12) Lc 1,68
(13) Lc
1,78
|
Lc 1,36 - Lc 1,36: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [36] And,
behold, thy cousin Elisabeth, she hath also conceived
a son in her old age: and this
is the sixth month with her, who was called barren
Luther-Bibel 36 Und siehe, Elisabeth, deine Verwandte, ist auch schwanger mit einem Sohn,
in ihrem Alter, und ist jetzt im
sechsten Monat, von der man sagt, dass sie unfruchtbar
sei
Tekstuitleg van Lc 1,36 Het vers Lc 1,36 telt 22 (2 X 11) woorden en 107 letters De getalwaarde van Lc 1,36 is 11211 (3 X 37 X 101)
Lc 1,361 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,3612 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie)
Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,44
(6) Lc
1,48
Lc 1,363 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
Lc 1,364 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,365 nom vr enk suggenis , zie suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in het NT: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in Lc: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) In de bijbel slechts in Lc 1,36
Lc 1,366 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
Lc
1,367 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,368 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
Lc 1,3610 acc mann enk huion van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Mc: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils Lc (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,57 (5) Lc 2,7 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,22 (8) Lc 9,38 (9) Lc 9,41 (10) Lc 12,10 (11) Lc 20,13 (12) Lc 20,41 (13) Lc 21,27 (14) Lc 22,48 (15) Lc 24,7 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57
Lc
1,3611 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,3613; pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,56 (7) Lc 1,58
Lc
1,3614 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,3615 nom mann enk houtos
(deze) Aanwijz voornaamw
Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze)
Lc (39) Lc 1 (3): (1) Lc 1,29
(2) Lc
1,32 (3) Lc 1,36
Lc
1,3616 nom vr enk mèn (maand) Taalgebruik in het
NT: mèn (maand) Taalgebruik in Lc: mèn (maand)
Lc (1) Lc
1,36 Een vorm van mèn (maand) in Lc in 4 verzen:
(1) Lc
1,24 (2) Lc 1,26
(3) Lc
1,36 (4) Lc 1,56
18 act ind praes 3de pers enk estin van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd: eimi (zijn) Taalgebruik in de Septuaginta: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn D sein E to be Lc (96) Lc 1 (3): (1) Lc 1,36 (2) Lc 1,61 (3) Lc 1,63
Lc 1,3619 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
Lc
1,3620 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
21 pass part praes dat vr enk kaloumenè(i) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc 3: (1) Lc 1,36 (2) Lc 8,2 (3) Lc 10,39 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76
22 nom vr enk steira van het bijvoegl naamw steiros (onvruchtbaar) Taalgebruik in het NT: steiros (onvruchtbaar) Hebr `äqârâh (onvruchtbaar) Taalgebruik in Tenakh: `äqârâh (onvruchtbaar) Gr steiros Lat sterilis Fr stérile Ned onvruchtbaar D unfruchtbar E barren Lc (2): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,36 Een vorm van steiros in Lc (3): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,36 (3) Lc 23,29 , in de LXX (17) , in het NT (4) `äqârâh (onvruchtbaar) Tenakh (8): (1) Gn 11,30 (Sara) (2) Gn 25,21 (Rebekka) (3) Gn 29,31 (Rachel) (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) (5) Re 13,3 (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) (7) Js 54,1 (8) Job 24,21 wë`äqârâh (en onvruchtbaar) Tenakh (2): (1) Ex 23,26 (2) Dt 7,14 In deze 10 verzen heeft de LXX steira als vertaling soera 3,40
|
Lc 1,37 - Lc 1,37: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [37] For with
God nothing shall be impossible
Luther-Bibel 37 Denn bei Gott ist kein
Ding unmöglich
Tekstuitleg van Lc 1,37 In Lc 1,37 citeert Lucas Gn 18,14 In Gn 18 komen boden op bezoek bij Abraham en Sara Om Abraham te overtuigen van hun bewering dat Hij en Sara een kind zullen krijgen , stellen zij de retorische vraag: "is er iets onmogelijks bij God ?" In Lc 1,37 wordt het citaat Gn 18,14 gesteld als een overtuiging en voegt er nog iets aan toe: "want bij God is niets onmogelijks"
Lc 1,371 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr kî (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
Lc 1,372 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37
Lc
1,374 παρα = para Afkorting παρ' = par'
(langs, vanwege) Taalgebruik in het NT: para
(langs) Taalgebruik in de LXX: para
(langs) Taalgebruik in Lc: para
(langs)
Lc (20 + 8 = 28) παρα = para in Lc (20): (1) Lc 1,30
(2) Lc
1,37 (3) Lc 1,45
(4) Lc 2,1
(5) Lc
2,52 (6) Lc 3,13
(7) Lc 5,1
(8) Lc 5,2
(9) Lc
7,38 (10) Lc 8,5
(11) Lc
8,12 (12) Lc 8,35
(13) Lc
8,41 (14) Lc 8,49
(15) Lc
13,2 (16) Lc 13,4
(17) Lc
17,16 (18) Lc 18,27
(19) Lc
18,35 (20) Lc 19,7
παρ' = par' (8): (1) Lc 6,19
(2) Lc
6,34 (3) Lc 9,47
(4) Lc
10,7 (5) Lc 11,16
(6) Lc
11,37 (7) Lc 12,48
(8) Lc
18,14
|
para |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
para |
677 |
553 |
124 |
13 |
11 |
20 |
21 |
18 |
40 |
1 |
44 |
65 |
|
|
|
par' |
238 |
178 |
60 |
4 |
4 |
8 |
10 |
10 |
22 |
2 |
16 |
26 |
21 |
1 |
|
totaal |
915 |
731 |
184 |
17 |
15 |
28 |
31 |
28 |
62 |
3 |
60 |
91 |
|
|
Lc
1,375 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc
1,376 gen mann enk theou
van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu
vloek dju
Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,19 (4) Lc 1,26
(5) Lc
1,35 (6) Lc 1,37
(7) Lc
1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1
(13): (1) Lc
1,6 (2) Lc
1,8 (3) Lc 1,16
(4) Lc
1,19 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,35 (9) Lc 1,37
(10) Lc
1,47 (11) Lc 1,64
(12) Lc 1,68
(13) Lc
1,78
7 nom + acc onz enk pan
van het bijvoegl naamw pas
(ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas
(ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas
(ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned
elk , ieder
Lc (6): (1) Lc 1,10
(2) Lc
1,37 (3) Lc 2,23
(4) Lc 3,5
(5) Lc 3,9
(6) Lc
11,42 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,3
(2) Lc 1,6
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,37
(5) Lc
1,48 (6) Lc 1,63
(7) Lc
1,65 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,71 (10) Lc 1,75
8 nom + acc onz enk ρημα = rèma (woord, uitspraak) Taalgebruik in het NT: rèma (woord, uitspraak) Taalgebruik in de LXX: rèma (woord, uitspraak) Taalgebruik in Lc: rèma (woord, uitspraak) Bijbel (292) OT (272) NT (20) Gn (20): (1) Gn 15,1 (2) Gn 18,14 (3) Gn 18,25 (4) Gn 21,11 (5) Gn 21,12 (6) Gn 22,16 (7) Gn 30,31 (8) Gn 30,34 (9) Gn 32,20 (10) Gn 34,14 (11) Gn 34,19 (12) Gn 37,11 (13) Gn 39,9 (14) Gn 41,28 (15) Gn 41,32 (16) Gn 44,2 (17) Gn 44,7 (18) Gn 44,17 (19) Gn 44,18 (20) Gn 47,30 Lc (8): (1) Lc 1,37 (2) Lc 1,38 (3) Lc 2,15 (4) Lc 2,29 (5) Lc 2,50 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,45 (8) Lc 18,34 Een vorm van ρημα = rèma (woord, uitspraak) in de LXX (548) , in het NT (68) , in Lc (18): (1) Lc 1,37 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,65 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,17 (6) Lc 2,19 (7) Lc 2,29 (8) Lc 2,50 (9) Lc 2,51 (10) Lc 3,2 (11) Lc 5,5 (12) Lc 7,1 (13) Lc 9,45 (14) Lc 18,34 (15) Lc 20,26 (16) Lc 22,61 (17) Lc 24,8 (18) Lc 24,11
|
|
rèma (woord, uitspraak) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
nom + acc onz enk rèma
|
292 |
272 |
20 |
3 |
2 : |
8 |
|
2 |
5 |
|
13 |
13 |
4 |
1 |
- Hebreeuws mann enk stat constr דְבַר = dëbhar (woord) van het zelfst naamw דָבָר = dâbhâr (woord, daad) Zie het werkw דָבַר = dâbhar (spreken) Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken) Getalwaarde: daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 Structuur: 4 - 2 - 2 De som van de elementen is telkens 8
7 - 8 παν ρημα = elk woord Tenakh (4): (1) Mt 12,36 (2) Mt 18,16 (3) Lc 1,37 (4) 2 Kor 13,1 Lucas citeert in Lc 1,37 het vers Gn 18,14 Noch in de Hebreeuwse tekst noch in de LXX wordt "woord" nader bepaald door "elk" Lucas voegt het dus toe
|
Lc 1,38 - Lc 1,38: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc
1,26-38 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,26 - Lc 1,27
- Lc
1,28 - Lc 1,29
- Lc
1,30 - Lc 1,31
- Lc
1,32 - Lc 1,33
- Lc
1,34 - Lc 1,35
- Lc
1,36 - Lc 1,37
- Lc
1,38 -- Lc
1 -- Lc
1,1-4 - Lc 1,5-25
- Lc
1,39-56 - Lc
1,57-80 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [38] And
Mary said, Behold the handmaid of the Lord; be it
unto me according to thy word And
the angel departed from her
Luther-Bibel 38 Maria aber sprach: Siehe, ich bin des Herrn Magd; mir geschehe,
wie du gesagt hast Und der Engel schied von ihr Marias
Besuch bei Elisabeth
Tekstuitleg van Lc 1,38 Het vers Lc 1,38 telt 19 woorden en 76 (2² X 19) letters De getalwaarde van Lc 1,38 is 6030 (2 X 3² X 5 X 67)
Lc
1,381 act ind aor 3de
pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik
in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van
de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
Lc
1,382 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc
1,381 - 2 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei) NT
(140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajj´omèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc
1,383 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42
4 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie)
Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,44
(6) Lc
1,48
Lc
1,385 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,387 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen
8 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65
9 dat mann enk 1ste pers enk moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23
Lc
1,3810 kata (tegen, volgens) Taalgebruik in het
NT: kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Lc: kata (tegen, volgens)
Lc (28 + 6 + 9 = 43) Lc (3): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,38
10 - 12
- Hebreeuws כִּדְבַר
= kidëbhar
(volgens het woord) < prefix kë + zelfst naamw דָּובָר = dâbhâr (woord) Zie: דָבַר = dâbhar (spreken) Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken) Getalwaarde: daleth
= 4 , beth = 2 , resj = 20
of 200 ; totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 Structuur: 4 - 2 - 2 De som van
de elementen is telkens 8 Tenakh (44) Pentateuch (6): (1) Gn 44,2 (2) Ex 8,9 (3) Ex 8,27
(4) Ex
12,35 (5) Ex 32,28
(6) Lv 10,7
13 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
Lc
1,3814 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: + Lc 1,2 -
3 / 4) 2 Lc
1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,34 (3) Lc 1,37)
4 Lc
1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80
(+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,3815 ind aor 3de pers
enk apèlthen (hij ging weg) van het werkw aperchomai (weggaan)
Taalgebruik in het NT: aperchomai (weggaan) Taalgebruik in Lc: aperchomai (weggaan)
Lc (6): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,38 (3) Lc 5,13
(4) Lc
5,25 (5) Lc 8,39
(6) Lc
24,12
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc 1 in 3
verzen: (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,40
Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9)
De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28)
In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22
(exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia
naar buiten In Lc 1,38
(kai apèlthen ap' autès ho aggelos
= en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56
(kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar
haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
16 apo (af, van-weg) afkoring ap'
Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Mc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc (73)
Lc 1 (3): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,48 (3) Lc 1,52 ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,38 (3) Lc 1,70
Lc
1,3817 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,56 (7) Lc 1,58
Lc
1,3818 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc 1,3819 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv
|
|
aggelos (engel) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom enk aggelos |
155 |
108 |
47 |
6 |
|
10 |
1 |
11 |
2 |
17 |
16 |
17 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
|
aggelos (engel) |
Lc |
||||||||||
|
1 |
nom enk aggelos |
10 |
(1) Lc 1,11
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,38
|
|
|
|
|
|
|
(10) Lc 22,43
|
|
|
|
2 |
gen enk aggelou |
1 |
|
(1) Lc 2,21
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
dat enk aggelôi |
1 |
|
(1) Lc 2,13
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
acc enk aggelon |
3 |
|
|
(3) Lc 7,27
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
nom + voc mv aggeloi |
1 |
|
(1) Lc 2,15
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
gen mv aggelôn |
7 |
|
|
|
(1) Lc 7,24
|
(2) Lc 9,26
|
(5) Lc 15,15
|
(6) Lc 16,22
|
|
(7) Lc 24,23
|
|
|
7 |
dat mann mv aggelois |
1 |
|
|
(1) Lc 4,10
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
acc mv aggelous |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 9,52
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
25 |
9 |
5 |
1 |
2 |
2 |
2 |
1 |
1 |
1 |
1 |
- מַלְאַך = malë´akh
(engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph
= 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de
elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23)
Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften
(7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange
N engel E angel D Engel Fr un messager
uit L mittere (zenden) , missus
= gezonden Arabisch: مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)
(7) Lc
1,38: kai apèlthen ap'autès ho aggelos = en de engel
ging van haar weg
4 Bezoek van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -
|
Lc 1,39 - Lc 1,39: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [39] And
Mary arose in those days, and went into the hill
country with haste, into a city of Juda;
Luther-Bibel 39 Maria aber
machte sich auf in diesen Tagen und
ging eilends in das Gebirge
zu einer Stadt in Juda
Tekstuitleg van Lc 1,39 Dit vers Lc 1,39 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 81 (3 X 3 X 3 X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,39 is 8888 (2 X 2 X 2 X3 X 7 X 41)
Lc 1,391 act part aor nom vr enk anastasa (opgestaan) van het werkw anistèmi (opstaan) Taalgebruik in het NT: anistèmi (opstaan) Taalgebruik in Lc: anistèmi (opstaan) Lc (2): (1) Lc 1,39 (2) Lc 4,39 Een vorm van anistèmi (opstaan) in Lc in 29 verzen In Lc 1,36 verwijst de engel naar Elisabet en de ouderdom van Johannes: zes maanden Elisabet is de draagster van Johannes Zoals de engel verwijst naar Elisabet , zo verwijzen de engelen de herders naar het kind De spoed van beiden is een gelijkenis en het aantreffen van het kind (brefos) is daarenboven een gelijkenis
Lc
1,392 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc 1,393 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria) Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42
Lc
1,394 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,395 bepaald lidw dat vr mv tais Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80
Lc 1,396 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Taalgebruik in Hnd: hèmera (dag) Hebr jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18 Een vorm van hèmera (dag) in Lc (82) , in Lc 1 in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80 In Lc: 6 vormen van hèmera (dag) in 22 / 24 hoofdstukken en in 78 verzen In Hnd: 6 vormen van hèmera (dag) in 25 / 28 hoofdstukken en in 91 verzen
Lc 1,394 - 6 en tais hèmerais (in de dagen) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1 (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18 In Lc 1,39wordt verwezen naar Lc 1,36 , waar de engel verwijst naar de zes maanden zwangerschap van Elisabet
Lc 1,397 aanwijz voornaamw dat vr mv tautais van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (4): (1) Lc 1,39 (2) Lc 6,12 (3) Lc 23,7 (4) Lc 24,18
Lc 1,394 - 7 en tais hèmerais tautais (in deze dagen) Lc (3): (1) Lc 1,39 (2) Lc 6,12 (3) Lc 24,18 In bredere contekst (1) Lc 1,39: anastasa de mariam en tais hèmerais tautais eporeuthè eis tèn oreinèn (Maria echter opgestaan in deze dagen begaf zich op weg naar het gebergte) (2) Lc 6,12: egeneto de en tais hèmerais tautais exèlthen eis to horos (het gebeurde echter in deze dagen Hij ging uit naar de berg) Hebr bajjâmim hâ´ellèh (in deze dagen): Zach 8,9 en Zach 8,15
Lc
1,398 ind aor 3de p enk
eporeuthè (hij / zij begaf zich op weg) van het werkw poreuomai (zich op weg
begeven , op weg gaan) Taalgebruik in het NT: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan)
Taalgebruik in Lc: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) por-euomai p of ph = f -> v + r Zelfstandig naamwoord poros: weg door een water heen , wad , voorde , veer ,
doorwaadbare plaats Lat por-tus: haven Mnd voort , ofries forda , oeng ford Het woord behoort tot
de groep van varen Lc (5): (1) Lc 1,39
(2) Lc
4,42 (3) Lc 7,11
(4) Lc
19,12 (5) Lc 22,39
Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg
gaan) in Lc (48) , in Lc 1 (2): (1) Lc 1,6
(2) Lc
1,39
In Lc
1,39 wordt de heenreis van Maria (eporeuthè = zij
begaf zich op weg) gegeven , in Lc 1,56
de terugreis (hupestrepsen = zij keerde terug)
Lc
1,399 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
Lc 1,398 - 9 eporeuthè eis (hij / zij begaf zich op weg naar) Lc (3): (1) Lc 1,39 (2) Lc 4,42 (3) Lc 19,12
Lc
1,3910 bep lidw acc vr enk tèn van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het)
Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4
(2) Lc
1,39 (3) Lc 1,40
(4) Lc
1,48
Lc 1,3911 acc vr enk oreinèn (gebergte) van het bijvoegl naamw oreinos (bergachtig) Taalgebruik in het NT: oreinos (bergachtig) Taalgebruik in Lc: oreinos (bergachtig) Lc (1) Lc 1,39 Een vorm van oreinos (bergachtig) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,65
Lc
1,3912 meta (met , na) Afkorting: met' Taalgebruik in het NT: meta
(na , met) Taalgebruik in Mc: meta
(na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec
(< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere
, pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 = 58) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,39
(4) Lc
1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58
(2) Lc
1,66
Lc 1,3913 gen vr enk spoudès van het zelfst naamw spoudè (spoed, haast) Taalgebruik in het NT: spoudè (spoed, haast) Taalgebruik in Lc: spoudè (spoed, haast) Lc (1) Lc 1,39 Dit is de enigste vorm in Lc Zoals Maria begeven ook de herders zich met spoed naar het kind (Lc 2,16)
Lc
1,3914 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
Lc
1,3915 acc vr enk polin
van het zelfst naamw polis
(stad) Taalgebruik in het NT: polis
(stad) Taalgebruik in Lc: polis
(stad)
Lc (17): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,39 (3) Lc 2,3
(4) Lc 2,4
(5) Lc
2,39 (6) Lc 4,31
(7) Lc
7,11 (8) Lc 8,1
(9) Lc 8,4
(10) Lc
8,34 (11) Lc 8,39
(12) Lc
9,10 (13) Lc 10,1
(14) Lc
10,8 (15) Lc 10,10
(16) Lc
19,41 (17) Lc 22,10
Een vorm van polis (stad) in Lc in 38 verzen
Lc 1,3914 - 15 eis polin (naar een stad) Lc (7): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,39 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,39 (7) Lc 7,11 (10) Lc 8,34 (17) Lc 22,10
Lc
1,3916 iouda (Juda) Taalgebruik in het NT: iouda (Juda) Taalgebruik in Lc: iouda (Juda)
Lc (4): (1) Lc 1,39
(2) Lc
3,30 (3) Lc 3,33
(4) Lc
22,48
|
Lc 1,40 - Lc 1,40: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [40] And
entered into the house of Zacharias, and saluted Elisabeth
Luther-Bibel 40 und kam in
das Haus des Zacharias und begrüßte Elisabeth
Tekstuitleg van Lc 1,40 Het vers Lc 1,40 telt 7 woorden en 28 (2 X 2 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,40 is 4194 (2 X 3 X 3 X 233)
Lc 1,401 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,402 ind aor 3de pers
enk eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw eiserchomai (binnengaan)
Taalgebruik in het NT: eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in Lc: eiserchomai (binnengaan) Lc (12): In twaalf verzen bij
Lc: (1) Lc
1,40 (2) Lc 4,16
(3) Lc
4,38 (4) Lc 6,4
(5) Lc 7,1
(6) Lc
8,30 (7) Lc 9,46
(8) Lc
10,38 (9) Lc 17,27
(10) Lc
19,7 (11) Lc 22,3
(12) Lc
24,29
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 47
verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,40
In Lc: 16 vormen in 17 hoofdstukken en in 47 verzen Zacharia gaat de tempel
binnen (Lc
1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28)
In Lc
1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages
Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal
met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22
(exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia
naar buiten In Lc 1,28
(kai apèlthen ap' autès ho aggelos
= en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56
(kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar
haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
Lc 1,401 - 2 kai eisèlthen (en hij ging binnen) Lc (3): (1) Lc 1,40 (2) Lc 4,16 (3) Lc 24,29 eisèlthen de ('maar' hij ging binnen) (1) Lc 9,46 (2) Lc 22,3
Lc
1,403 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
Lc 1,402 - 3 eisèlthen eis (hij / zij ging binnen in) (7 / 12): (1) Lc 1,40 (2) Lc 4,38 (3) Lc 6,4 (4 ) Lc 7,1 (5) Lc 8,30 (6) Lc 10,38 (7) Lc 17,27
Lc
1,404; bep lidw acc mann + onz
enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc
1,405 acc mann enk oikon van het zelfst naamw oikos (huis) Taalgebruik in
het NT: oikos (huis) Taalgebruik in Lc: oikos (huis)
Lc (19): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,33 (epi ton oikon = over het huis) (3) Lc 1,40
(4) Lc
1,56 (5) Lc 5,24
(6) Lc
5,25 (7) Lc 6,4
(8) Lc
7,10 (9) Lc 7,36
(10) Lc
8,39 (11) Lc 8,41
(12) Lc 9,61
(13) Lc 11,17
(14) Lc
11,24 (15) Lc 12,39
(16) Lc
14,1 (17) Lc 15,6
(18) Lc
16,27 (19) Lc 18,14
Een vorm van oikos (huis) in Lc in 32 verzen
Lc 1,403 - 5 eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,40 (3) Lc 1,56 (4) Lc 5,24 (5) Lc 5,25 (6) Lc 6,4 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,39 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,61 (11) Lc 10,38 (12) Lc 11,24 (13) Lc 15,6 (14) Lc 16,27 (15) Lc 18,14 (16) Lc 22,54
Lc 1,402 - 5 eisèlthen eis ton oikon (hij / zij ging binnen in het huis) Lc (2): (1) Lc 1,40 (2) Lc 6,4
Lc 1,406 gen mann enk zachariou van de eigennaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (3): (1) Lc 1,40 (2) Lc 3,2 (3) Lc 11,51 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,67 (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51
Lc 1,407 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,408 ind aor 3de pers enk èspasato (hij begroette) van het werkw aspazomai (verwelkomen, begroeten) Taalgebruik in het NT: aspazomai (verwelkomen, begroeten) Taalgebruik in Lc: aspazomai (verwelkomen, begroeten) Lc (1) Lc 1,40 Een vorm van aspazomai (verwelkomen, begroeten) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,40 (2) Lc 10,4 De twee vrouwen , Maria en Elisabeth , ontmoeten elkaar Bij deze groet gebeurt er iets Dat wordt verteld in het volgende vers
Lc 1,409 bep lidw acc vr enk tèn Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48
Lc 1,4010 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
|
Lc 1,41 - Lc 1,41: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [41] And
it came to
pass, that, when Elisabeth heard the salutation
of Mary, the babe leaped in her womb; and Elisabeth was filled with the Holy
Ghost:
Luther-Bibel 41 Und es begab sich, als Elisabeth den Gruß Marias hörte,
hüpfte das Kind in ihrem Leibe Und Elisabeth wurde vom Heiligen Geist erfüllt
Tekstuitleg van Lc 1,41 Het vers Lc 1,41 telt 23 woorden en 115 (5 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,41 is 10795 (5 X 17 X 127)
- Lc
1,40: kai èspasato tèn elisabeth (en zij groette
Elisabeth)
- Lc 1,41: hôs èkousen ton aspasmon tès marias
hè elisabeth (zodra Elisabeth de groet van Maria
hoorde)
Lc 1,411 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,412 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65
Lc
1,413 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals)
Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,44
(4) Lc
1,56
Lc 1,412 - 3 egeneto hôs (het gebeurde toen) Lc (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 2,15 (4) Lc 19,29
Lc
1,414 act ind aor 3de p
enk èkousen (hij / zij hoorde) van het werkw akouô (horen) Taalgebruik
in het NT: akouô (horen) Taalgebruik in Lc: akouô (horen) Beide zijn verwant met elkaar oor <
Lat aus , auris , zie Gr ous / ôs , ôtis
auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren)
-> écouter
Lc (3): (1) Lc 1,41
(2) Lc 9,7
(3) Lc
15,25 Een vorm van akouô (horen) Lc in 58 verzen
, in Lc 1 (3): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,66 Dit
qluit aan bij de begroeting van Maria aan Elisabeth
in het vorige vers Lc 1,40
Lc
1,415 bep lidw acc mann + onz
enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc 1,416 acc mann enk aspasmon (groet, welkom) van het zelfst naamw aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in het NT: aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in Lc: aspasmos (groet, welkom) Lc (1) Lc 1,41 Een vorm van aspasmos (groet, welkom) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 11,43 (5) Lc 20,46 Het zelfst naamw aspasmos (groet) verwijst naar het werkw èspasato (zij begroette) in het vorige vers Lc 1,40
Lc
1,417 bep lidw gen vr
enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc
1,418 gen vr enk marias (Maria) van het zelfst naamw mariam
(Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (1) Lc
1,42 nom vr enk: Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42 Subjectgenitief In Lc 1,40
begroette Maria Elisabeth
Lc
1,419 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,4110 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) Bij de begroeting was Elisabeth lijdend voorwerp Hier is Elisabeth onderwerp
Lc
1,4111 act ind aor 3de
pers enk eskirtèsen (het sprong op) van het werkw skirtaô (huppelen,
springen, dansen) Taalgebruik in het NT: skirtaô (huppelen, springen, dansen) Taalgebruik in Lc: skirtaô (huppelen, springen, dansen) Lc (2): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 Een vorm van skirtaô (huppelen, springen,
dansen) , in de LXX (7) , in Lc (NT) in 3 verzen: (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 6,23
Wellicht verwijst dit terug naar Lc 1,15
, waar de engel aan Zacharia aankondigt dat het kind Johannes nog in de
moederschoot vervuld zal worden van heilige geest
In Gn 25,22 stoten de twee kinderen (Esau
en Jakob) in de schoot van Rebekka tegen elkaar aan: Esau
, de oudste , en Jakob , de jongste In Lc 1,41
springt het kind Johannes op in de moederschoot van Elisabeth bij de groet van
Maria , die Jezus aanwezig stelt Omwille van Jezus in de moederschoot van Maria
springt het kind Johnanes op in de schoot van zijn
moeder Gn 25,22: skirtôn de ta paidia en autèi (sprongen de
kinderen op in haar) en Lc 1,41: eskirtèsen to brefos en tè(i) koilia(i) autès (sprong het kind
op in haar schoot) In deze beide verhalen gaat het telkens om twee kinderen: Esau en Jakob , Johannes en Jezus
Lc
1,4112 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31 (7)
Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,44 (11) Lc 1,47
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,50
(14) Lc
1,58 (15) Lc 1,59
(16) Lc
1,62 (17) Lc 1,64
(18) Lc
1,66 (19) Lc 1,80
Lc
1,4113 nom + acc onz
enk βρεφος = brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in het NT: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in de
LXX: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in Lc: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Lc (4): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 2,12
(4) Lc
2,16 Een vorm van βρεφος
= brefos (ongeboren vrucht, jong kind) in in de LXX (5) , in het NT (8) , Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 2,12
(4) Lc
2,16 (5) Lc 18,15
- act qal part praes mann יוֹנֵק
= jôneq
(de zuigende, zuigeling) van het werkw יָנַק = jânaq (zuigen, genieten) Taalgebruik
in Tenakh: jânaq (zuigen, genieten) Getalwaarde: jod = 10 , nun = 14 of 50 , qoph = 19 of 100 ; totaal: 43 OF 160 (2² X 2³ X 5) De som
van de elementen is telkens 7 Tenakh (6): (1) Dt
32,25 (2) 1
S 15,3 (3) 1 S 22,19
(4) Js 11,8 (5) Hl 8,1 (6) Kl 4,4 Modern Hebreeuws: תִינוֹק
= tînôq
(zuigeling, baby) Aramees: יְנַק
= jënaq
(zuigen)
- Lat infans Fr enfant , bébé E babe
D Kind Ned kind , zuigeling Arabisch: رَضِعَ = radi`a (zuigen) Taalgebruik in de Qoran: radi`a (zuigen) رَضِيع = radî` (zuigeling)
Lc
1,4114 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,4115 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc 1,4116 nom + dat vr enk koilia(i) van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in Lc: koilia (buikholte , moederschoot) Lc (4): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21 (4) Lc 11,27 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29
Lc 1,4117 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58
Lc 1,4114 - 16 en tè(i) koilia(i) (in de moederschoot) Lc (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21
Lc
1,4111 - 17 springen in de moederschoot
- Gn 25,22: eskirtôn de ta paidia en autè(i) (de kinderen
echter sprongen op in haar)
- Lc 1,41: eskirtèsen to brefos en tè(i) koilia(i) autès (het kind sprong
op in haar schoot)
Lc 1,4118 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,4119 pass ind aor 3de pers enk eplèsthè (hij / zij werd vervuld) van het werkw pimplèmi (vullen) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vullen) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vullen) Lc (3): (1) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou = zij werd vervuld van heilige geest) (2) Lc 1,57 (3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest) Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,23 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,57 (5) Lc 1,67 (6) Lc 2,6 (7) Lc 2,21 (8) Lc 2,22 (9) Lc 4,28 (10) Lc 5,7 (11) Lc 5,26 (12) Lc 6,11 (13) Lc 21,22
Lc
1,4120 gen onz enk pneumatos
(geest) van het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma
(geest) Taalgebruik in Mc: pneuma
(geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest
Lc (6): zie hieronder Een vorm van pneuma (geest) in Lc in 36 verzen , in Lc 1
(7): (1) Lc
1,15 (2) Lc 1,17
(3) Lc
1,35 (4) Lc 1,41
(5) Lc
1,47 (6) Lc 1,67
(7) Lc
1,80 pneumatos (- vol - geest) In zes verzen bij
Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol:
(1) Johannes de Doper: Lc 1,15
(pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden)
(2) Lc
1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos
hagiou hè Elisabet =
Elisabeth werd vervuld van heilige geest)
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos
hagiou = hij werd vervuld van heilige geest)
(4) Lc
2,26
(5) Lc 4,1
(plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest)
(6) Lc
4,14: en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van
de geest)
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op
het begrip van vullen / vol , behalve in Lc 1,15
Bij het zelfstandig naamwoord pneumatos (van geest)
staat het bijvoeglijk naamwoord hagiou (heilig) Er
zijn geen lidwoorden
Bij Maria kwam de geest over haar bij de ontvangenis van Jezus (Lc 1,35)
, bij Elisabeth bij het bezoek van Maria (Lc 1,41)
De samenhang van het vervuld worden van heilige geest en het (geestdriftig)
spreken komt meermaals in de bijbel voor: Lc 1,42-45 Lc 1,47-55 Elisabeth en
Maria spreken een lofzang uit tijdens de zwangerschap van hun kind Zacharia
doet dat bij de naamgeving van Johannes Lucas heeft aandacht voor de bijdrage
van vrouwen en mannen in het heilsgebeuren
Lc
1,4121 gen mann + onz
enk hagiou van het bijvoegl
naamw hagios (heilig)
Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in Mc: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Taalgebruik in Brieven: hagios (heilig)
Lc (5): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,67
(4) Lc
2,26 (5) Lc 4,1
Een vorm van hagios (heilig) in Lc in 19 verzen: (1)
Lc 1,15
(2) Lc
1,25 (3) Lc 1,41
(4) Lc
1,49 (5) Lc 1,67
(6) Lc
1,70 (7) Lc 1,72
(8) Lc
2,23 (9) Lc 2,25
(10) Lc
2,26 (11) Lc 3,16
(12) Lc
3,22 (13) Lc 4,1
(14) Lc
4,34 (15) Lc 9,26
(16) Lc
10,21 (17) Lc 11,13
(18) Lc
12,10 (19) Lc 12,12
Lc 1,4122 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,4123 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
|
Lc 1,42 - Lc 1,42: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [42] And
she spake out with a loud voice,
and said, Blessed art thou among women, and
blessed is the fruit of thy womb
Luther-Bibel 42 und rief laut und
sprach: Gepriesen bist du unter den Frauen, und gepriesen ist
die Frucht deines Leibes!
Tekstuitleg van Lc 1,42 Het vers Lc 1,42 telt 17 woorden en 87 (3 X 29) letters De getalwaarde van Lc 1,42 is 8076 (2² X 3 X 673) Elisabeth spreekt woorden van lof uit omdat zij vervuld werd van heilige geest De samenhang van het vervuld worden van heilige geest en het (geestdriftig) spreken komt meermaals in de bijbel voor: Lc 1,42-45 Elisabeth en Maria spreken een lofzang uit tijdens de zwangerschap van hun kind Zacharia doet dat bij de naamgeving van Johannes Lucas heeft aandacht voor de bijdrage van vrouwen en mannen in het heilsgebeuren
Lc 1,421 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,422 act ind aor 3de
pers enk anefônèsen (zij riep uit) van het werkw anafôneô (luid uitspreken,
uitroepen) Taalgebruik in het NT: anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) Taalgebruik in Lc: anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) Lc (1): Lc 1,42
Deze vorm van anafôneô (luid uitspreken, uitroepen)
komt enkel hier in de bijbel voor In Lc 1,44
verwijst fônè (stem) naar Lc 1,42
met het werkw ana-fôneô
(luid uitspreken, uitroepen)
Een vorm van anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) in
OT in 5 verzen: (1) 1 Kr 15,28
(2) 1 Kr
16,4 (3) 1 Kr 16,5
(4) 1 Kr
16,42 (5) 2 Kr 6,13
In deze 5 verzen gaat het telkens om het overbrengen van de ark van het verbond
Lc 1,423 dat vr enk kraugè(i) van het zelfst naamw kraugè (schreeuw, stem) Taalgebruik in het NT: kraugè (schreeuw, stem) Taalgebruik in Lc: kraugè (schreeuw, stem) Lc (1) Lc 1,43 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,424 nom + dat vr enk megalè(i) (groot) van het bijvoegl naamw megas (groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot) Lc (6) (nom: 1 / 6 ; dat 5 / 6): (1) Lc 1,42 (2) Lc 4,33 (3) Lc 8,28 (4) Lc 19,37 (5) Lc 21,23 (nom;) (6) Lc 23,46 Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , Lc 1 (4): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,49
Lc 1,425 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,426 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
Lc
1,425 - 6 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei) NT
(140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajj´omèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc
1,427 pass part praes nom vr enk ευλογημενη
= eulogèmenè van het werkw eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in het
NT: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in
Lc: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Bijbel (7): (1)
1 S 25,33
(2) Ez 3,12 (3) Rt 3,10 (4) Jdt 14,7 (5) Jdt 15,10 (6) Mc 11,10
(7) Lc
1,42 Een vorm van ευλογεω
= eulogeô (goed spreken, loven, prijzen, zegenen) in
de LXX (516) , in het NT (42) , in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,28
(2) Lc
1,42 (3) Lc 1,64
(4) Lc
2,28 (5) Lc 2,34
(6) Lc
6,28 (7) Lc 9,16
(8) Lc
13,35 (9) Lc 19,38
(10) Lc
24,30 (11) Lc 24,50
(12) Lc
24,51 (13) Lc 24,53
In Lc: 7 vormen in 7 / 24 hoofdstukken en in 13 verzen In Hnd: 2 vormen van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen)
in 2 verzen in 1 / 28 hoofdstukken In Lc: 5 verzen in de kindsheidsverhalen ,
4 verzen in de verschijningsverhalen , in de verhalen van de vlakterede en de
broodvermenigvuldiging , in een citaat (Ps 118,26)
in Lc
13,35 dat ook bij de intrede van Jezus in Jeruzalem wordt aangehaald
- pass qal part praes vr
enk בְרוּכָה
= bërûkhâh
(gezegend) van het werkw בָרַך
= bârakh
(zegenen, loven, prijzen) Getalwaarde: beth = 2 , resj = 20 of 200 , kaf = 11 of 20 Totaal: 33 (3 X 11) of
222 (6 X 37 OF 2 X 111) Structuur: 2 - 2 - 2 De som van de elementen is
telkens 6 Tenakh (1): Rt 3,10
- De eerste zegening in het Lucasevangelie wordt uitgesproken door Elisabeth
aan Maria en haar ongeboren kind Wat Zacharia niet kon , kon Elisabeth , zijn
vrouw , wel
Lc 1,428 nom enk su (jij) Persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (25): (1) Lc 1,42 (2) Lc 1,76 (3) Lc 3,22 (4) Lc 4,7 (5) Lc 4,41 (6) Lc 7,19 (7) Lc 7,20 (8) Lc 9,60 (9) Lc 10,15 (10) Lc 10,37 (11) Lc 15,31 (12) Lc 16,7 (13) Lc 16,25 (14) Lc 17,8 (15) Lc 19,19 (16) Lc 19,42 (17) Lc 22,32 (18) Lc 22,58 (19) Lc 22,67 (20) Lc 22,70 (21) Lc 23,3 (22) Lc 23,37 (23) Lc 23,39 (24) Lc 23,40 (25) Lc 24,18
Lc 1,429 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr bë Fr en / dans Ned in Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,4210 dat vr mv gunaixin van het zelfst naamw gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau Lc (1) Lc 1,42 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen , in Lc 1 in 6 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,42
Lc 1,4211 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,4212 pass part praes nom mann enk eulogèmenos van het werkw eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in het NT: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in Lc: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Hebr bârakh Lc (3): (1) Lc 1,42 (2) Lc 13,35 (3) Lc 19,38 Een vorm van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,28 (2) Lc 1,42 (3) Lc 1,64 (4) Lc 2,28 (5) Lc 2,34 (6) Lc 6,28 (7) Lc 9,16 (8) Lc 13,35 (9) Lc 19,38 (10) Lc 24,30 (11) Lc 24,50 (12) Lc 24,51 (13) Lc 24,53 In Lc: 7 vormen in 7 hoofdstukken en in 13 verzen
Lc
1,4213 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc 1,4214 nom mann enk karpos (vrucht) Taalgebruik in het NT: karpos (vrucht) Taalgebruik in Lc: karpos (vrucht) Hebr përî , mv pêrôth Lat frui - fructus Fr fruit Ned vrucht , fruit Lc (1) Lc 1,42 Een vorm van karpos (vrucht) in Lc in 11 verzen: (1) Lc 1,42 (2) Lc 3,8 (3) Lc 3,9 (4) Lc 6,43 (5) Lc 6,44 (6) Lc 8,8 (7) Lc 12,17 (8) Lc 13,6 (9) Lc 13,7 (10) Lc 13,9 (11) Lc 20,10
Lc
1,4215 bep lidw gen vr
enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,8
(3) Lc 1,9
(4) Lc
1,23 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,27 (7) Lc 1,33
(8) Lc
1,41 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,48 (11) Lc 1,61
(12) Lc
1,65
Lc 1,4216 gen vr enk koilias van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in de Septuaginta: koilia (buikholte , moederschoot) bètèn (buik, schoot) Taalgebruik in Tenakh: bètèn (buik, schoot) Lat uterus Fr sein E womb D Leib Lc (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,42 Bijbel (58) LXX (51) NT (7) Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) , in de LXX (108) , in het NT (23)
Lc 1,4217 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
|
Lc 1,43 - Lc 1,43: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [43] And
whence is this to me, that the
mother of my Lord should come to
me?
Luther-Bibel 43 Und wie geschieht mir das, dass die Mutter meines Herrn zu
mir kommt?
Tekstuitleg van Lc 1,43 Het vers Lc 1,43 telt 13 woorden en 48 (2² X 2² X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,43 is 4867 (31 X 157)
Lc 1,431 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,433 dat mann enk 1ste pers enk moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23
Lc 1,434 nom + acc onz enk touto van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (37) Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,66
Lc 1,435 hina (opdat) Taalgebruik in het NT: hina (opdat) Taalgebruik in Lc: hina (opdat) Lc (46) Lc 1 (2): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,43
Lc
1,437 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc
1,439 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,4310 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen
Lc
1,4312 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros
(naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros
(naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,43
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,61
(10) Lc
1,73 (11) Lc 1,80
Lc 1,4313 acc enk persoonl voornaamw 2de pers enk eme (mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (7): (1) Lc 1,43 (2) Lc 4,18 (3) Lc 9,48 (4) Lc 10,16 (5) Lc 22,53 (6) Lc 23,28 (7) Lc 24,39
|
Lc 1,44 - Lc 1,44: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [44] For, lo, as soon as the voice
of thy salutation sounded in mine ears, the babe leaped
in my womb for joy
Luther-Bibel 44 Denn siehe, als ich die Stimme deines Grußes
hörte, hüpfte das Kind vor Freude in meinem
Leibe
Tekstuitleg van Lc 1,44 Het vers Lc 1,44 telt 22 (2 X 11) woorden en 91 letters De getalwaarde van Lc 1,44 is 11476 (2² X 19 X 151)
Lc
1,441 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie)
Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,44
(6) Lc
1,48
Lc
1,442 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr kî Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,30
(4) Lc
1,44 (5) Lc 1,48
(6) Lc
1,66 (7) Lc 1,76
Lc 1,441 - 2 idou gar (want zie) Lc (5): (1) Lc 1,44 (2) Lc 1,48 (3) Lc 2,10 (4) Lc 6,23 (5) Lc 17,21
Lc
1,443 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals)
Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,44
(4) Lc
1,56
Lc 1,444 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65
Lc
1,445 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,446 nom + dat vr enk fônè(i) (stem, roep) Taalgebruik in het NT: fônè (stem, roep) Taalgebruik in Mc: fônè (stem, roep) Taalgebruik in Lc: fônè (stem, roep) Hebr p´ (mond) Verwant met Gr fô-nè (Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , fè-mi = spreken Lat for - fari Verwant met de indogerm stam bha Ook verwantschap tussen Hebr pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen Lat facies E face Ned aangezicht , aanschijn Lc (7): (1) Lc 1,44 (2) Lc 3,4 (3) Lc 4,33 (4) Lc 8,28 (5) Lc 9,35 (6) Lc 19,37 (7) Lc 23,46 Een vorm van fônè (stem, roep) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,44 (2) Lc 3,4 (3) Lc 3,22 (4) Lc 4,33 (5) Lc 8,28 (6) Lc 9,35 (7) Lc 9,36 (8) Lc 11,27 (9) Lc 17,13 (10) Lc 17,15 (11) Lc 19,37 (12) Lc 23,23 (13) Lc 23,46
Lc
1,447 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc
1,448 gen mann enk aspasmou
(groet, welkom) van het zelfst naamw
aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in het NT: aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in Lc: aspasmos (groet, welkom)
Lc (1) Lc
1,44 Een vorm van aspasmos (groet, welkom) in Lc
in 5 verzen: (1) Lc 1,29
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,44
(4) Lc
11,43 (5) Lc 20,46
Lc 1,449 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61
Lc
1,4410 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
Lc
1,4414 act ind aor 3de
pers enk eskirtèsen (het sprong op) van het werkw skirtaô (huppelen,
springen, dansen) Taalgebruik in het NT: skirtaô (huppelen, springen, dansen) Taalgebruik in Lc: skirtaô (huppelen, springen, dansen)
Lc (2): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 Een vorm van skirtaô (huppelen, springen,
dansen) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 6,23
Lc
1,4415 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,4417 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc
1,4418 nom + acc onz
enk βρεφος = brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in het NT: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in de
LXX: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in Lc: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Lc (4): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 2,12
(4) Lc
2,16 Een vorm van βρεφος
= brefos (ongeboren vrucht, jong kind) in in de LXX (5) , in het NT (8) , Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 2,12
(4) Lc
2,16 (5) Lc 18,15
- act qal part praes mann יוֹנֵק
= jôneq
(de zuigende, zuigeling) van het werkw יָנַק = jânaq (zuigen, genieten) Taalgebruik
in Tenakh: jânaq (zuigen, genieten) Getalwaarde: jod = 10 , nun = 14 of 50 , qoph = 19 of 100 ; totaal: 43 OF 160 (2² X 2³ X 5) De som
van de elementen is telkens 7 Tenakh (6): (1) Dt
32,25 (2) 1
S 15,3 (3) 1 S 22,19
(4) Js 11,8 (5) Hl 8,1 (6) Kl 4,4 Modern Hebreeuws: תִינוֹק
= tînôq
(zuigeling, baby) Aramees: יְנַק
= jënaq
(zuigen)
- Lat infans Fr enfant , bébé E babe
D Kind Ned kind , zuigeling Arabisch: رَضِعَ = radi`a (zuigen) Taalgebruik in de Qoran: radi`a (zuigen) رَضِيع = radî` (zuigeling)
Lc
1,4419 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,4420 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc
1,4421 nom + dat vr enk koilia(i) van het zelfst naamw koilia
(buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in Lc: koilia (buikholte , moederschoot)
Lc (4): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,44 (3) Lc 2,21
(4) Lc
11,27 Een vorm van koilia (buikholte ,
moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,44 (5) Lc 2,21
(6) Lc
11,27 (7) Lc 15,16
(8) Lc
23,29
Lc 1,4419 - 21 en tè(i) koilia(i) (in de moederschoot) Lc (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21
|
Lc 1,45 - Lc 1,45: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [45] And
blessed is she that believed: for there shall
be a performance of those things which were
told her from the Lord
Luther-Bibel 45 Und selig bist du, die du geglaubt hast! Denn es wird
vollendet werden, was dir gesagt
ist von dem
Herrn Marias Lobgesang
Tekstuitleg van Lc 1,45 Het vers Lc 1,45 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 69 (3 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,45 is 7025 (5 X 5 X 281)
Lc 1,451 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,452 nom + dat vr enk , nom + acc onz mv makaria(i) van het bijvoegl naamw makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in het NT: makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in Lc: makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in Hnd: makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in de
Septuaginta: makarios (zalig, gelukkig) Hebr
´äsjëre(j) (gelukkig, zalig) Taalgebruik in Tenakh: ´äsjëre(j) (gelukkig, zalig) Lat beatus
Fr (bien)heureux E blessed D wohl
Lc (2): (1) Lc 1,45
(2) Lc
11,27 Een vorm van makarios (zalig, gelukkig) in
Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,45
(2) Lc
6,20 (3) Lc 6,21
(4) Lc
6,22 (5) Lc 7,23
(6) Lc
10,23 (7) Lc 11,27
(8) Lc
11,28 (9) Lc 12,37
(10) Lc
12,38 (11) Lc 12,43
(12) Lc
14,14 (13) Lc 14,15
(14) Lc
23,29
Lc
1,453 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc
1,454 act part aor nom vr enk pisteusasa
(die geloofde) van het werkw pisteuô
(geloven, vertrouwen) Taalgebruik in het NT: pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in Lc: pisteuô (geloven, vertrouwen)
Lc (1) Lc
1,45 Een vorm van (geloven, vertrouwen) in Lc in 9 verzen: (1) Lc 1,20
(2) Lc
1,45 (3) Lc 8,12
(4) Lc
8,13 (5) Lc 8,50
(6) Lc
16,11 (7) Lc 20,5
(8) Lc
22,67 (9) Lc 24,25
In Lc 1 worden Zacharia en Maria tegenover elkaar geplaatst als de
niet-gelovige en de gelovige
Lc 1,455 ὁτι = hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
|
hoti ( dat , omdat ) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
4396 |
3213 |
1183 |
137 |
92 |
160 |
237 |
114 |
389 |
54 |
389 |
626 |
- Hebreeuws כִּי = kî (want,
omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Getalwaarde: kaph
= 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2
X 3 X 5) Tenakh (3849)
- Lat quia Fr parce que /
que E for D denn
Lc
1,456 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw
eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,15 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,33 (5) Lc 1,34
(6) Lc
1,45 (7) Lc 1,66
Lc 1,457 nom vr enk teleiôsis (voltooiing, het in vervulling gaan) Taalgebruik in het NT: teleiôsis (voltooiing, het in vervulling gaan) Taalgebruik in Lc: teleiôsis (voltooiing, het in vervulling gaan) Lc (1) Lc 1,45 Dit is de enigste vorm in het NT In de evangelies is het het enigste vers
Lc 1,458 dat mann en onz mv τοις = tois Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Lc (65) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 1,79
|
|
lidw mv |
bijbel |
ΟΤ |
ΝΤ |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Brieven |
Apk |
syn |
ev |
|
|
dat m + onz mv tois |
2715 |
2179 |
536 |
96 |
47 |
65 |
36 |
82 |
193 |
17 |
208 |
244 |
- Nederl: bepaald lidwoord de / het D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Gr ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)
Lc
1,459 pass part perf dat mann
+ onz mv lelalèmenois van
het werkw laleô (lallen,
spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten)
Lc (1): Lc
1,45 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten)
in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,45 (5) Lc 1,55
(6) Lc
1,64 (7) Lc 1,70
Lc 1,4510 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
Lc
1,4511 παρα = para Afkorting παρ' = par'
(langs, vanwege) Taalgebruik in het NT: para
(langs) Taalgebruik in de LXX: para
(langs) Taalgebruik in Lc: para
(langs)
Lc (20 + 8 = 28) παρα = para in Lc (20): (1) Lc 1,30
(2) Lc
1,37 (3) Lc 1,45
(4) Lc 2,1
(5) Lc
2,52 (6) Lc 3,13
(7) Lc 5,1
(8) Lc 5,2
(9) Lc
7,38 (10) Lc 8,5
(11) Lc 8,12
(12) Lc
8,35 (13) Lc 8,41
(14) Lc
8,49 (15) Lc 13,2
(16) Lc
13,4 (17) Lc 17,16
(18) Lc
18,27 (19) Lc 18,35
(20) Lc
19,7 παρ' = par' (8): (1) Lc 6,19
(2) Lc
6,34 (3) Lc 9,47
(4) Lc
10,7 (5) Lc 11,16
(6) Lc
11,37 (7) Lc 12,48
(8) Lc
18,14
|
para |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
para |
677 |
553 |
124 |
13 |
11 |
20 |
21 |
18 |
40 |
1 |
44 |
65 |
|
|
|
par' |
238 |
178 |
60 |
4 |
4 |
8 |
10 |
10 |
22 |
2 |
16 |
26 |
21 |
1 |
|
totaal |
915 |
731 |
184 |
17 |
15 |
28 |
31 |
28 |
62 |
3 |
60 |
91 |
|
|
Lc
1,4512 gen mann enk kuriou
(van de heer)
Lc 1 (9): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,15
(5) Lc
1,38 (6) Lc 1,43
(7) Lc
1,45 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,58 (5) Lc 1,68
dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion
(2): (1) Lc
1,16 (2) Lc 1,47
In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc 1 in 17
verzen
HERTALING VAN HET MAGNIFICAT (Lc 1,46-55)
Een lied welt op uit mijn hart
De levensbron zingt in mij
Wat vandaag met mij gebeurt
mag ik goddelijk noemen
Opnieuw is er tederheid,
geen mens blijft ongevoelig
Klein en groot vinden elkaar
Hoog en laag smeden banden;
Arm en rijk delen alles
Niemand lijdt honger noch dorst
Wat mensen vroeger droomden
mogen wij nu ervaren
- Hultgren, Stephen (2009) 4Q521 and Luke’s Magnificat and Benedictus In: Echoes from the Caves: Qumran and the New Testament Brill, Leiden, pp 119-132, ISBN 9789004176966
|
Lc 1,46 - Lc 1,46: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [46] And
Mary said, My soul doth magnify the Lord,
Luther-Bibel 46 Und Maria sprach: Meine Seele
erhebt den Herrn,
Hebr a wajjo´mèr mirëjâm (en Miriam zei) b thigëdal naphësjî ´èth JHWH (mijn ziel maakt groot JHWH)
Tekstuitleg van Lc 1,46 Het vers Lc 1,46 telt 9 (3²) woorden en 39 (3 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,46 is 4163 (23 X 181) In sommige tekstuitgaven begint het loflied van Maria pas in Lc 1,47 47 = (2 X 22) + 3 Volgens het Hebreeuwse alfabet komen we in de 3de reeks terecht en wel bij de 3de letter , de ghimel Het valt op dat de 2 gebruikte werkwoorden (in de Hebr vertaling) in Lc 1,47 met een ghimel beginnen: gâdal (groot worden, opgroeien) en gîl / gûl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen)
"Mijn ziel maakt groot de Heer" Mijn ziel is een omschrijving voor ik Maar er is wel een reden voor die omschrijving Het lied welt als het ware op uit het innerlijke ik en de woorden vloeien vanuit dat innerlijke Het 1ste vers van dit loflied komt het sterkst overeen met Ps 35,9a: wënaphësjî thâgîl baJHWH (en mijn geest zal juichen in JHWH) LXX: hè de psuchè mou agalliasetai epi tô(i) kuriô(i): mijn ziel echter zal juichen op de Heer Het is wel zo dat het werkw agalliaomai pas in het tweede vers gebruikt wordt
Vergelijk Lc 1,46b: thigëdal naphësjî ´èth JHWH (mijn ziel maakt groot JHWH)
- Lc 1,47: Hebr wëthâgel rûchî be´lohe(j) jisj`î (en mijn geest verheugt zich in de god van mijn
redder
MET:
1 S 2,1c
`âlats libbî bJHWH (mijn hart juicht door JHWH)
1 S 2,1d
râmâh qarënî bJHWH (mijn hoorn verheft zich door JHWH)
Lc 1,461 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr waw (verbindingshaak) Lat et Fr et N en E and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
Lc 1,462 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in de Septuaginta: legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les Lat legere Fr leçon E to say Fr dire D sprechen (spreken) Hebr ´âmar (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
|
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
ind aor 3de p enk eipen |
3024 |
2426 |
598 |
118 |
56 |
223 |
114 |
75 |
7 |
5 |
397 |
511 |
Lc
1,461 - 2 και ειπεν
= kai eipen (en hij zei) NT
(140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10
(2) Lc
2,28 (3) Lc 2,34
(4) Lc
2,49
- ειπεν δε
= eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1
(3): (1) Lc
1,13 (2) Lc 1,34
(3) Lc
1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר
= wajj´omèr
(en hij zei) < prefix verbindingswoord wë +
werkwoordvorm qal act imperf
3de pers mann enk van het werkw
אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40
, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241
(priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868)
Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)
Lc
1,463 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria) Hebr mirëjâm (Miriam) Taalgebruik in Tenakh: mirëjâm (Miriam) Tenakh (14)
Volkse etymologie: mârâh (bitter) en jâm (zee) ; bitter is de zee
Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42
|
|
mariam |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
|
41 |
13 |
28 |
4 |
|
13 |
10 |
1 |
|
|
17 |
27 |
|
|
Lc 1,461 - 3 kai eipen mariam (en Maria zei) Tenakh (1): Lc 1,46 eipen de mariam (Maria echter zei) Tenakh (2): (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 Hebr wajjo´mèr mirëjâm (en Miriam zei)
Lc
1,464 act ind praes 3de
pers enk μεγαλυνει
= megalunei (hij maakt groot) van het werkw μεγαλυνω
= megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in
het NT: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in Lc: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in de
Septuaginta: megalunô (groot maken, verheffen) Tenakh
(2): (1) Lc
1,46 (2) Sir 43,31
Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in Lc
in 2 verzen: Lc 1,46
(2) Lc
1,58 Een vorm van μεγαλυνω
= megalunô (groot maken, verheffen) in de Septuaginta
(92) , in het NT (8): (1) Mt 23,5
(2) Lc
1,46 (3) Lc 1,58
(4) Hnd 5,13 (5) Hnd 10,46 (6) Hnd 19,17 (7) 2 Kor
10,15 (8) Fil 1,20
In de LXX kan μεγαλυνω
= megalunô de vertaling van 8 verschillende
Hebreeuwse werkw zijn
- Hebreeuws moet een vrouwelijke vorm 3de pers enk zijn bij het vrouwelijke נַפְשִׁי = naphësjî (mijn
ziel) van het werkw גָדַל
= gâdal
(groot worden, opgroeien)
-- act qal imperf 3de pers
vr enk תִגְדַּל
= thigëdal
(en zij maakt groot) Tenakh (2): (1) 1 S 26,24
(2) Zach 12,7
- Hebr גָדַל
= gâdal
(groot worden, opgroeien) Taalgebruik in Tenakh: gâdal (groot worden, opgroeien) De getalwaarde van gdl is: gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ;
totale waarde: 19 of 37 37 is de ster met zeshoek 19 Structuur: 3 - 4 - 3 De
som van de elementen is telkens 1 De verhouding 3 - 4 - 3 vinden we eveneens in
de derde letter van het alfabet , de gimmel: gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed
= 12 of 30 ; totale waarde: 28 (2² X 7) of 73 Wellicht is het van hieruit
begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt
gebruikt De getalwaarde van beide woorden is elkaars omgekeerde: 37 (gdl) - 73 (gml) 73 is de ster met
37 als zeshoek
- act ind jussief 3de pers mann enk jigëdal (dat groot
worde) Tenakh (4): (1) Nu 14,17
(2) Ps 35,27 (3) Ps 40,17 (4) Ps 70,5 In de 3 Psalmen is de vertaling megalunthètô (dat hij groot gemaakt worde) (pass imperat aor 3de pers enk) In (1) Ps 35,27 en (2) Ps 40,17 is JHWH , in Ps 70,5 ´èlohîm (God) lijdend
voorwerp
- prefix wë + act ind imperf (cohortatief) 1ste pers
enk וַאֲגַדְּלָה
= wa´ägaddëlâh
(en dat ik groot make) Tenakh (1): Gn 12,2 LXX: act ind praes 1ste pers enk μεγαλυνω
= megalunô (ik maak groot) Tenakh
(4): (1) Gn 12,2 (2) Jr 31,14 (3) Ez 24,9 (4) Ps 69,31 In Gn 12,2 is er sprake van (1) een groot volk maken (2)
zegenen (3) je naam vergroten (4) tot zegen zijn In Lc 1,46
staan we aan het begin van een lof- /zegelied Wat aan Abraham werd toegezegd ,
komt tot vervulling
- waägaddëlènnû (en ik zal hem grootmaken): act ind imperf (cohortatief)
1ste pers enk + suffix persoonl voornaamw
3de pers mann enk Tenakh
(1) Ps 69,31 LXX: megalunô auton (ik maak hem groot)
Door iets goeds van de ander te zeggen , door hem op prijs te stellen , gaat de
ander meer rechtop staan , groeien , groter worden De ander prijzen houdt in
dat de grootheid en de waarde van de ander wordt erkend , gewaardeerd
Lc 1,465 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N de E the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom m enk ho |
8495 |
6052 |
2443 |
408 |
219 |
331 |
436 |
281 |
612 |
156 |
958 |
1394 |
|
2 |
nom vr enk hè |
4860 |
3762 |
1098 |
151 |
76 |
143 |
117 |
83 |
443 |
85 |
370 |
487 |
Lc 1,466 nom vr enk ψυχη = psuchè (adem, geest, leven) en dat vr enk ψυχῃ = psuchè(i) Taalgebruik in het NT: psuchè (adem, geest, leven) Taalgebruik in de LXX: psuchè (adem, geest, leven) Lc (5): (1) Lc 1,47 (2) Lc 10,27 (3) Lc 12,19 (4) Lc 12,22 (5) Lc 12,23 Een vorm van ψυχη = psuchè in de LXX (976) , in het NT (101) , in Lc (13): (1) Lc 1,47 (2) Lc 2,35 (3) Lc 6,9 (4) Lc 9,24 (5) Lc 9,56 (6) Lc 10,27 (7) Lc 12,19 (8) Lc 12,20 (9) Lc 12,22 (10) Lc 12,23 (11) Lc 14,26 (12) Lc 17,33 (13) Lc 21,19
|
|
psuchè (adem, geest, leven) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
1 |
nom + dat vr enk psuchè(i) |
368 |
293 |
22 |
4 |
1 |
5 |
1 |
4 |
6 |
1 |
10 |
11 |
5 |
1 |
- Hebreeuws נֶפֶשׁ
= nèphèsj
(geest) Taalgebruik in Tenakh: nèphèsj (geest) Getalwaarde: nun
= 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin
= 21 of 300 ; totaal: 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) Het spiegelbeeld van 43
is 34 (2 X 17) 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 43 = 17 + 26 (de 2
godsgetallen) Structuur: 5 - 8 - 3 Tenakh (131)
Pentateuch (62) Eerdere Profeten (18) Latere Profeten (17) 12 Kleine Profeten
(2) Geschriften (32)
- Arabisch: nafs (ziel) Taalgebruik in de Koran: nafs (ziel)
Lc 1,467 gen enk mou (van mij) Persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Lc (77) Lc 1 (6): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,25 (4) Lc 1,43 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,47
|
|
pers vnw 1ste pers enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
2 |
gen enk mou |
3356 |
2897 |
459 |
67 |
34 |
77 |
82 |
|
|
|
|
|
|
|
Lc
1,465 - 7 ἡ ψυχη μου = hè psuchè mou (mijn ziel) NT (6): (1) Mt 12,18
(2) Mt
26,38 (3) Mc 14,34
(4) Lc
1,46 (5) Joh
12,27 (6) Heb 10,38
- Hebreeuws נַפְשִׁי
= naphësjî
(mijn geest) < zelfst naamw
+ suffix bezitt voornaamw
1ste pers enk van het zelfst naamw
נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest)
Taalgebruik in Tenakh: nèphèsj (geest) Getalwaarde: nun
= 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin
= 21 of 300 ; totaal: 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) Het spiegelbeeld van 43
is 34 (2 X 17) 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 43 = 17 + 26 (de 2
godsgetallen) Structuur: 5 - 8 - 3 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (170) Pentateuch (11) Eerdere Profeten (20) Latere
Profeten (18) 12 Kleine Profeten (5) Geschriften (116)
Lc 1,468 bep lidw acc mann enk ton van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
8 |
acc mann enk ton |
6202 |
4880 |
1322 |
167 |
124 |
191 |
197 |
244 |
338 |
61 |
482 |
679 |
Lc 1,469 acc mann enk κυριον = kurion van het zelfst κυριος = naamw kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in de LXX: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) Lc (10): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 (3) Lc 4,8 (4) Lc 4,12 (5) Lc 7,19 (6) Lc 10,27 (7) Lc 12,36 (8) Lc 19,8 (9) Lc 20,37 (10) Lc 20,44 Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) , in Lc (99) , in Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,16 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,28 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,43 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,66 (16) Lc 1,68 (17) Lc 1,76
|
|
kurios (heer) enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
Paul |
Ap br |
|
5 |
acc mann enk kurion |
673 |
605 |
68 |
6 |
2 |
10 |
6 |
12 |
32 |
|
18 |
24 |
27 |
5 |
|
|
|
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
|
|
kurios (heer) enk |
Lc |
||||||||||||||||||||
|
1 |
nom enk kurios |
30 |
5 |
2 |
|
|
|
1 |
1 |
|
2 |
1 |
5 |
1 |
1 |
2 |
1 |
1 |
2 |
3 |
1 |
1 |
|
2 |
voc enk kurie |
26 |
|
|
|
|
2 |
1 |
1 |
3 |
3 |
1 |
1 |
3 |
1 |
|
1 |
1 |
5 |
|
3 |
|
|
3 |
gen enk kuriou |
26 |
9 |
5 |
1 |
2 |
1 |
|
|
|
2 |
|
1 |
1 |
|
1 |
|
|
|
1 |
1 |
1 |
|
4 |
dat enk kuriô(i) |
7 |
1 |
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
1 |
1 |
|
|
1 |
|
|
|
5 |
acc enk kurion |
10 |
2 |
|
|
2 |
|
|
|
1 |
1 |
|
1 |
|
|
|
|
|
1 |
2 |
|
|
|
|
totaal |
99 |
17 |
9 |
1 |
4 |
3 |
2 |
2 |
4 |
8 |
2 |
8 |
5 |
3 |
4 |
3 |
2 |
8 |
7 |
5 |
2 |
- Hebreeuws יהוה = JHWH Eigennaam van God Taalgebruik in Tenakh: JHWH
Taalgebruik in Genesis: JHWH
Taalgebruik in 1 Samuël: JHWH
Taalgebruik in Jesaja: JHWH
Taalgebruik in Amos: JHWH
Taalgebruik in Jona: JHWH
Taalgebruik in Sefanja: JHWH
Getalwaarde: jod = 10 , he = 5 , waw
= 6 Totaal: 26 Structuur: 1 - 5 - 6 - 5 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (5193) Pentateuch (1326) Eerdere Profeten (1013)
Latere Profeten (1357) 12 Kleine Profeten (387) Geschriften (1110)
- Latijn Dominus Fr seigneur Ned Heer D Herr E Lord Aramees: יוי
= JWJ Arabisch: رَب = rabb (God,
Heer) Taalgebruik in de Qoran: rabb (God, Heer)
- Sabbah Messod & Roger
, Les secrets de l'Exode ,
Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p93-96 Op deze blz wordt een verband tussen anokhi
Adonai en farao Achnaton
gelegd
Lc
1,464 - 9 Het 1ste vers van dit loflied komt het sterkst overeen met Ps 35,9a: wënaphësjî thâgîl baJHWH (en mijn geest zal
juichen in JHWH) LXX: hè de psuchè mou agalliasetai epi tô(i) kuriô(i): mijn ziel echter
zal juichen op de Heer Het is wel zo dat het werkw agalliaomai pas in het tweede vers gebruikt wordt Een
bijzondere vermelding verdient Ps
34
- In de beschouwingen moge de zin יהוה
אֶת נַפְשִׁי בָּרֲכִי
= bâräkhî
naphësjî JHWH (zegen, mijn ziel, JHWH) (1) Ps 103,1 (2) Ps 103,2 (3) Ps 103,22 (4) Ps 104,1 (5) Ps 104,35bekeken worden Er is echter het werkw zegenen in plaats van grootmaken en 'mijn ziel' is
vocatief in plaats van onderwerp
|
Lc 1,47 - Lc 1,47: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [47] And
my spirit hath rejoiced in God my Saviour
Luther-Bibel 47 und mein Geist freut
sich Gottes, meines Heilandes;
Lc 1,47: Hebr wëthâgel rûchî be´lohe(j) jisj`î (en mijn geest verheugt zich in de god van mijn redder
Tekstuitleg van Lc 1,47 Het vers Lc 1,46 telt 11 woorden en 46 (2 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,46 is 6892 (2 X 2 X 1723) Dit is het geval wanneer het loflied niet pas vanaf Lc 1,47 begint
Lc
1,471 και = kai (en) Taalgebruik:
kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Lc (822 / 1151) Lc 1
(+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4
(+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25
(+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38
(+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56
(+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39
(2) Lc
1,44 (3) Lc 1,48
(4) Lc
1,51 (5) Lc 1,52
(6) Lc
1,53 (7) Lc 1,54)
5 Lc
1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
- Hebr: waw
(verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
Lc
1,472 - act ind aor 3de
pers enk ηγαλλιασεν
= ègalliasen (hij jubelde) van het werkw αγαλλιαω
= agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel = Lc (1): Lc 1,47
Een vorm van αγαλλιαω
= agalliaô (jubelen) in de LXX (74) , in het NT (11): (1) Mt
5,12 (2) Lc 1,47
(3) Lc
10,21 (4) Joh 5,35
(5) Joh
8,56 (6) Hnd 2,26 (7) Hnd 10,34 (8) 1 Pe 1,6 (9) 1 Pe 1,8 (10) 1 Pe 4,13 (11) Apk 19,7
In de LXX is een vorm van het werkw
αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse
werkwoorden
- deponent werkw ind aor 3de pers enk ηγαλλιασατο
= ègalliasato (hij jubelde) van het werkw αγαλλιαω
= agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel (5): (1) Ps 16,9 (2) Lc 10,21
(3) Joh
8,56 (4) Hnd 2,26 (5) Hnd 16,34 In de LXX is een vorm van het werkw αγαλλιαω
= agalliaô de vertaling van 11 verschillende
Hebreeuwse werkwoorden
- deponent werkw ind fut
1ste pers enk αγαλλιασομαι
= agalliasomai (ik zal jubelen) van het werkw αγαλλιαω
= agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel (11): (1) Js 65,19 (2) Hab 3,18 (3) Ps 9,3 (4) Ps 9,15 (5) Ps 31,8 (6) Ps 59,17 (7) Ps 60,8 (8) Ps 63,8 (9) Ps 75,10 (10) Ps 92,5 (11) Ps 119,162 In de LXX is een vorm van het werkw αγαλλιαω
= agalliaô de vertaling van 11 verschillende
Hebreeuwse werkwoorden
- deponent werkw ind fut
3de pers enk αγαλλιασεται
= aggaliasetai (hij zal jubelen) van het werkw αγαλλιαω
= agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel (9): (1) Js 35,2 (2) Ps 13,6 (3) Ps 19,6 (4) Ps 21,2 (5) Ps 35,9 (6) Ps 51,16 (7) Ps 53,7 (8) Tob 13,9
(9) Sir
30,3 In de LXX is een vorm van het werkw
αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse
werkwoorden
In Ps 9,3 lezen we de Hebr
werkwoordvorm act qal imperf
(cohortatief) 1ste pers enk wë´è`èlëtsâh
+ bâkh (en dat ik juiche in
jou) van het werkw `âlats
(juichen) , in de LXX vertaald door agalliasomai en soi (ik zal juichen in jou)
- De werkwoordvorm act qal imperf
(cohortatief) 1ste pers enk אָגִילָה
= ´âgîlâh
(dat ik juiche) van het werkw
גיל / גול = gîl / gûl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) Taalgebruik in Tenakh: gjl / gwl (zich verheugen,
vrolijk zijn, vrezen) Tenakh (3): (1) Hab 3,18 (2) Ps 9,15 (3) Ps 31,8 In de 2 Psalmverzen wordt het vertaald door het
Griekse agalliasomai (ik zal juichen)
- act qal imperf (cohortatief) 1ste pers enk אֶעְלוֹזָה
= ´è`ëlôzâh
(dat ik juiche) van het werkw
עָלַז = `âlaz (zich verheugen, juichen)
Taalgebruik in Tenakh: `âlaz (zich verheugen, juichen) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of
30 , zain = 7 ; totaal: 35 (5 X 7) of 107 Structuur: 7 - 3 - 7 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh
(1): Hab 3,18 We lezen אֶעְלֹזָה
= ´è`ëlozah
(dat ik juiche) in (1) Ps 60,8 (2) Ps 108,8 In de verzen Hab 3,18 en Ps 60,8 verzen worden de 2 Hebreeuwse vormen in de LXX
vertaald door γαλλιασομαι
= agalliasomai (ik zal juichen)
- act qal imperf (cohortatief) 1ste pers enk אָגִילָה
= ´âgîlâh
(dat ik juiche) van het werkw
גיל / גול = gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) Taalgebruik in Tenakh: gjl / gwl (zich verheugen,
vrolijk zijn, vrezen) Getalwaarde: gimel = 3 , lamad = 12 of 30 , jod = 10 , waw = 6 ; totaal: 25 (5²) / 21 (3 X 7) OF 43 / 39 (3 X 13)
Structuur: 3 - 1 - 3 / 3 - 6 - 3 De som van de elementen is telkens 7 / 3 Tenakh (3): (1) Hab 3,18 (2) Ps 9,15 (3) Ps 31,8 In de 2 Psalmverzen wordt het vertaald door het
Griekse αγαλλιασομαι
= agalliasomai (ik zal juichen)
Zowel אֶעְלוֹזָה
= ´è`ëlôzah
(dat ik juiche) van het werkw
עָלַז = `âlaz (zich verheugen, juichen) als אָגִילָה = ´âgîlâh (dat ik
juiche) van het werkw גיל / גול = = gil / gwl
(zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) kunnen in de LXX vertaald worden door
het Griekse αγαλλιασομαι
= agalliasomai (ik zal juichen) Merkwaardig is wel
dat beide werkwoordvormen voorkomen in Hab 3,18 Daar wordt dan vertaald: αγαλλιασομαι = agalliasomai , χαρησομαι
= charèsomai (ik zal juichen, ik zal blij zijn) We
mogen ze in dit vers als synoniemen beschouwen
Merkwaardig voor Hab 3,18 is ook wat erop volgt: be´lohe(j) jisjë`î (in God mijn redder) LXX: =: epi tô(j) theô(j) tô(j) sôtèri mou (in God mijn redder)
Lc 1,473 bep lidw nom + acc onz enk το = to (het) van het bepaald lidw ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
3 |
nom + acc onz enk to
|
5941 |
4582 |
1359 |
186 |
108 |
181 |
121 |
172 |
482 |
109 |
475 |
596 |
- bepaald lidw Ned: de Arabisch: bepaald lidw اَل = ´al (de) Taalgebruik in de Qoran: ´al (de) D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Grieks: ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)
Lc 1,474 nom+ acc onz enk πνευμα = pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in de Septuaginta: pneuma (geest) Taalgebruik in Lc: pneuma (geest) Taalgebruik in Hnd: pneuma (geest) Lc (16): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,25 (4) Lc 3,22 (5) Lc 4,18 (6) Lc 4,33 (7) Lc 8,55 (8) Lc 9,39 (9) Lc 11,13 (10) Lc 11,24 (11) Lc 12,10 (12) Lc 12,12 (13) Lc 13,11 (14) Lc 23,46 (15) Lc 24,37 (16) Lc 24,39 Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) , in Lc (36) , in Hnd (70) , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 2 (3): (1) Lc 2,25 (2) Lc 2,26 (3) Lc 2,27 , in Lc 3 (4): (1) Lc 3,6 (2) Lc 3,13 (3) Lc 3,17 (4) Lc 3,22 , in Lc 4 (5): (1) Lc 4,1 (2) Lc 4,14 (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,33 (5) Lc 4,36 In Lc: X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20: 28 hoofdstukken Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382)
|
|
pneuma |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
1 |
nom+ acc onz enk pneuma |
366 |
220 |
146 |
6 |
12 |
16 |
14 |
31 |
55 |
12 |
34 |
48 |
|
pneuma |
Mt |
Mc |
Lc |
syn |
ev |
|
nom+ acc enk pneuma |
6: (1) Mt 3,16
(2) Mt
10,20 (3) Mt 12,18
(4) Mt
12,43 (5) Mt 26,41
(6) Mt
27,50 |
12: (1) Mc 1,10
(2) Mc
1,12 (3) Mc 1,26
(4) Mc
3,29 (5) Mc 3,30
(6) Mc
5,8 (7) Mc 7,25
(8) Mc
9,17 (9) Mc 9,20
(10) Mc
9,25 (11) Mc 13,11
(12) Mc
14,38 |
16: (1) Lc 1,35
(2) Lc
1,47 (3) Lc 2,25
(4) Lc
3,22 (5) Lc 4,18
(6) Lc
4,33 (7) Lc 8,55
(8) Lc
9,39 (9) Lc 11,13
(10) Lc
11,24 (11) Lc 12,10
(12) Lc
12,12 (13) Lc 13,11
(14) Lc
23,46 (15) Lc 24,37
(16) Lc
24,39 |
34: (1) Mt 3,16
// Mc
1,10 // Lc 3,22
(2) Mc
1,26 //Lc 4,33
(3) / Mc
3,29 // Lc 12,10
(4) Mc
5,8 // Lc 8,29
(5) Mt
10,20 // Lc 12,12
(6) Mt
12,43 // Lc 11,24
(7) Mt
26,41 // Mc 14,38
|
48 |
- רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Getalswaarde: resj
= 20 of 200 waw = 6 chet =
8 Totaal: 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) Structuur: 2 - 6 - 8 De som van de
elementen is telkens 7 Tenakh (204) Pentateuch (19)
Eerdere Profeten (33) Latere Profeten (65) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften
(68) Pentateuch (19): (1) Gn 6,17 (2) Gn 7,15 (3) Gn 7,22 (4) Gn 8,1 (5) Gn 26,35 (6) Gn 41,38 (7) Gn 45,27 (8) Ex 6,9 (9) Ex 10,13
(10) Ex
10,19 (11) Ex 28,3
(12) Ex 31,3
(13) Ex
35,31 (14) Nu 5,14
(15) Nu
5,30 (16) Nu 14,24
(17) Nu 24,2
(18) Nu 27,18
(19) Dt 34,9 Js (28) Js 1-39 (13): (1) Js 7,2 (2) Js 11,2 (3) Js 17,13 (4) Js 19,3 (5) Js 19,14 (6) Js 25,4 (7) Js 26,18 (8) Js 29,10 (9) Js 29,24 (10) Js 31,3 (11) Js 32,2 (12) Js 32,15 (13) Js 37,7 Js 40-66 (15): (1) Js 40,7 (2) Js 40,13 (3) Js 41,29 (4) Js 54,6 (5) Js 57,13 (6) Js 57,15 (7) Js 57,16 (8) Js 59,19 (9) Js 61,1 (10) Js 61,3 (11) Js 63,10 (12) Js 63,11 (13) Js 63,14 (14) Js 65,14 (15) Js 66,2
- Ned: geest Arabisch: روح = rûH
(geest) Taalgebruik in de Qoran: rûH (geest) D: Geist E:
spirit Fr: esprit Grieks: πνευμα
= pneuma (geest): Taalgebruik in het NT: pneuma
(geest) Hebreeuws רוַח = rûach (geest)
Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Lat: spiritus
Lc 1,475 pers voornaamw 1ste pers gen mann enk μου = mou (van mij) van het persoonl voornaamw εγω = egô (ik - mij) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in de LXX: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc 15 (5): (1) Lc 15,6 (2) Lc 15,17 (3) Lc 15,18 (4) Lc 15,24 (5) Lc 15,29
|
|
pers vnw 1ste pers enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
2 |
gen enk mou |
3356 |
2897 |
459 |
67 |
34 |
77 |
82 |
|
|
|
|
|
|
|
|
mou |
||||||||||||||||||||||||
|
77 |
6 |
2 |
2 |
0 |
0 |
1 |
7 |
3 |
6 |
3 |
3 |
6 |
0 |
5 |
5 |
4 |
0 |
1 |
4 |
2 |
4 |
8 |
2 |
3 |
Lc
1,473 - 5 το πνευμα
μου = to
pneuma mou (mijn geest) LXX (20) NT (5): (1) Mt 12,18
(2) Lc
1,47 (3) Lc 23,46
(4) Hnd 7,39 (5) 1 Kor
14,14
- רוחִי = rûchî (mijn
geest) < zelfst naamw +
suffix persoonl voornaamw
1ste pers enk van het zelfst naamw
רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Getalswaarde: resj
= 20 of 200 waw = 6 chet =
8 Totaal: 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) Structuur: 2 - 6 - 8 De som van de
elementen is telkens 7 Tenakh (31) In Lc 1,35
zei de engel: Heilige geest zal over jou komen en de kracht van God zal je
overschaduwen Het begin van Jezus' leven heeft met geest te maken In het
verhaal van de vorming van de mens schrijft Gn 2,7: Hij blies hem de levensadem in de neus: zo
werd de mens een levend wezen Op het einde van zijn leven beveelt Jezus
uitdrukkelijk zijn geest aan God aan Hij geeft zijn geest
Lc
1,476 επι = epi (op, bij) Afkortingen: επ' = ep' en εφ' = ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in de LXX: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) επι = epi (10): (1)
Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 επ' = ep' (1) Lc 1,12
|
epi (op, bij) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
epi |
4540 |
3946 |
594 |
91 |
51 |
104 |
22 |
120 |
117 |
89 |
246 |
268 |
|
ep |
1320 |
1179 |
141 |
13 |
14 |
25 |
13 |
24 |
30 |
22 |
52 |
65 |
|
ef |
430 |
348 |
82 |
10 |
6 |
20 |
1 |
17 |
25 |
3 |
36 |
37 |
|
Totaal |
6290 |
5473 |
817 |
114 |
71 |
149 |
36 |
161 |
172 |
114 |
334 |
370 |
Lc 1,477 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- bepaald lidw Ned: de Arabisch: bepaald lidw اَل = ´al (de) Taalgebruik in de Qoran: ´al (de) D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Grieks: ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)
Lc 1,478 dat mann enk θεῳ = theô(i) ( - in - God) van het zelfst naamw θεος = theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in de LXX: theos (God) Lc (9): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,38 (4) Lc 2,52 (5) Lc 16,13 (6) Lc 17,18 (7) Lc 18,27 (8) Lc 18,43 (9) Lc 20,25 Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) , Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78
|
theos |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
Ap |
|
nom mann enk theos |
1686 |
1399 |
287 |
6 |
8 |
15 |
17 |
58 |
163 |
20 |
29 |
46 |
143 |
20 |
|
gen mann enk theou |
1517 |
876 |
641 |
28 |
31 |
70 |
43 |
56 |
360 |
53 |
129 |
172 |
293 |
67 |
|
dat mann enk theô(i) |
433 |
279 |
154 |
3 |
2 |
9 |
4 |
13 |
110 |
13 |
14 |
18 |
97 |
13 |
|
acc mann enk theon |
496 |
354 |
142 |
7 |
3 |
23 |
12 |
30 |
62 |
5 |
33 |
45 |
43 |
19 |
|
Totaal |
4132 |
2908 |
1224 |
44 |
44 |
117 |
76 |
157 |
695 |
91 |
205 |
281 |
576 |
119 |
- Ned: God Arabisch: اَللە = ´allah (Allah) Taalgebruik in de Qoran: ´allah (Allah) In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) D: Gott E: God Fr: dieu De vloek dju Grieks: θεος = theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Hebreeuws: אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) Taalgebruik in Tenakh: ´èlohîm (God)
Lc 1,476 - 8 επι τῳ θεῳ = epi tô(i) theô(i) (op God) LXX (14) NT (2): (1) Lc 1,47 (2) 2 Kor 1,9
Lc 1,479 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- bepaald lidw Ned: de Arabisch: bepaald lidw اَل = ´al (de) Taalgebruik in de Qoran: ´al (de) D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Grieks: ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)
Lc
1,4710 dat mann enk σωτηρι
= sôtèri van het zelfst
naamw σωτηρ
= sôtèr (redder) Taalgebruik in het NT: sôtèr (redder) Taalgebruik in Lc: sôtèr (redder) Taalgebruik in de LXX: sôtèr (redder) Bijbel (5): (1) Mi 7,7 (2) Hab 3,18 (3) Ps 95,1 (4) Lc 1,47
(5) Jud 1,25 Een vorm van σωτηρ
= sôtèr in de LXX (41) , in het NT (24) , in Lc (2):
(1) Lc
1,47 (2) Lc 2,11
- Hebreeuws act part hifil mann
enk מוֹשִׁיעַ
= môsjî`a
(reddende, redder) van het werkw יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden,
verlossen) Taalgebruik in Tenakh: jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) Getalwaarde: jod = 10 , sjin = 21 of
300 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 47 OF 380 (2² X 5 X
19) Structuur: 1 - 3 - 7 In al deze gevallen is de getalwaarde van de
elementen 2 Jakob (Gn 25,26)
ja`äqobh (Jakob) Getalwaarde: jod
= 10 , ajin = 16 of 70 , qoph
= 19 of 100 , beth = 2 ; totaal: 47 OF 182 (7 X 26)
Structuur: 1 - 7 - 1 - 2 In al deze gevallen is de getalwaarde van de
elementen 2 Tenakh (17): (1) Dt 22,27 (2) Dt 28,29 (3) Dt 28,31 (4) Re 3,9 (5) Re 3,15
(6) Re 6,36
(7) Re 12,3
(8) 1 S
10,19 (9) 1
S 11,3 (10) 2 K 13,5
(11) Js 19,20 (12) Js 43,11 (13) Js 45,15 (14) Zach 8,7 (15) Ps 7,11 (16) Ps 17,7 (17) Ps 18,42
- Het Hebreeuwse מוֹשִׁיעַ
= môsjî`a
(reddende, redder) is wat letters en klank betreft zeer verwant met מָשִׁיחַ = mâsjîach
(Messias , gezalfde)
- Hebreeuws מָשִׁיחַ
= mâsjîach
(Messias , gezalfde) Zie het werkw מָשַׁח = mâsjach (zalven) Taalgebruik in Tenakh: mâsjach (zalven) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ;
totaal: 41 OF 248 (2³ X 31) Structuur: 4 - 2 - 8 De som van de elementen is
telkens 5 In het Grieks χριστος
= christos (Christus) m-sj-j-ch Tenakh (11): (1) 1 S 24,7
(2) 1 S
24,11 (3) 1 S
26,16 (4) 2 S 1,14
(5) 2 S
1,16 (6) 2
S 1,21 (7) 2 S 19,22
(8) 2 S 23,1
(9) Kl 4,20 (10) Da 9,25
(11) Da
9,26
- L salvator (salvare - salus) Fr sauver - saveur Ned bv salie (een
heilbrengend kruid) E saviour N heiland D Heiland
Arabisch: najada (redden, helpen) Taalgebruik in de
Koran: najada (redden, helpen)
- Een vorm van σωτηρ = sôtèr in Lc (2): (1) Lc 1,47
(2) Lc
2,11 , in de LXX (41) , in het NT (24) מוֹשִׁיעַ
= môsjî`a
(de reddende, de redder ) act part hifil nom mann enk יְשׁוּעָה
= jësjû`âh
- Een vorm van σωτηρια
= sôtèria (redding) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,69
(2) Lc
1,71 (3) Lc 1,77
(4) Lc
19,9 , in de LXX (160) , in het NT (45) σωτηρια
= sôtèria (redding): Bijbel (52) OT (44) NT (8)
- Een vorm van σωτηριον
= sôtèrion (redding) in Lc (2): (1) Lc 2,30
(2) Lc 3,6
, in de LXX (135) , in het NT (4) יְשׁוּעָה
= jësjû`âh
- Een vorm van σῳζω = sôzô (redden, verlossen) in Lc (17) , in de LXX (363) , in
het NT (106) יָשַׁע = jâsja` (redden,
bevrijden, verlossen) תְשוּעָה
= thësjû`â
- יִשְׁעִי = jisjë`î (mijn redding) < het zelfst naamw יְשׁוּעָה / יֶשָׁע / יֵשָׁע = jesj`a / jèsj`a / jësju`âh (hulp, heil, redding -> Jezus) en suffix persoonl voornaamw 1ste pers enk Tenakh (14) In 3 verzen in 1 Kr is het een persoonsnaam (1) 2 S 22,3 (2) 2 S 22,47 (3) 2 S 23,5 (4) Js 51,5 (5) Mi 7,7 (6) Hab 3,18 (7) Ps 18,3 (8) Ps 18,47 (9) Ps 25,5 (10) Ps 27,9 (11) Ps 62,8 Wanneer 'mijn redding' bij God staat , wordt יִשְׁעִי = jisjë`î (mijn redding) soms vertaald door een vorm van het Griekse σωτηρ = sôtèr (redder): (1) Mi 7,7 Niet in Ps 18,47 (2) Ps 25,5 (3) Ps 27,9 Niet in (11) Ps 62,8 Verder God en redder in de Ps: (1) Ps 24,5 (2) Ps 62,3 (3) Ps 62,7 (4) Ps 65,6 (5) Ps 79,9 (6) Ps 95,1
Lc 1,4711 pers voornaamw 1ste pers gen mann enk μου = mou (van mij) van het persoonl voornaamw εγω = egô (ik - mij) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in de LXX: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc 15 (5): (1) Lc 15,6 (2) Lc 15,17 (3) Lc 15,18 (4) Lc 15,24 (5) Lc 15,29
|
|
pers vnw 1ste pers enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
2 |
gen enk mou |
3356 |
2897 |
459 |
67 |
34 |
77 |
82 |
|
|
|
|
|
|
|
|
mou |
||||||||||||||||||||||||
|
77 |
6 |
2 |
2 |
0 |
0 |
1 |
7 |
3 |
6 |
3 |
3 |
6 |
0 |
5 |
5 |
4 |
0 |
1 |
4 |
2 |
4 |
8 |
2 |
3 |
Lc
1,476 - 11 επι τῳ θεῳ τῳ
σωτηρι μου = epi tô(i) theô(i) (op God) tô(i) sôtèri mou (mijn redder) Bijbel
(3): (1) Mi
7,7 (2) Hab 3,18 (3) Lc 1,47
- בֵּאלֹהֵי
יִשְׁעִי = be´lohe(j)jisj`î
( in de god van mijn redder) Tenakh (2): (1) Mi 7,7 (2) Hab 3,18
|
Lc 1,48 - Lc 1,48: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [48] For he hath
regarded the low estate of his handmaiden: for, behold, from
henceforth all generations shall call me blessed
Luther-Bibel 48 denn er hat
die Niedrigkeit seiner Magd
angesehen Siehe, von nun an
werden mich selig preisen alle Kindeskinder
Tekstuitleg van Lc 1,48 Het vers Lc 1,48 telt 18 (2 X 3²) woorden en 83 letters De getalwaarde van Lc 1,48 is 8895 (3 X 5 X 593)
Lc 1,481 ὁτι = hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
|
hoti ( dat , omdat ) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
4396 |
3213 |
1183 |
137 |
92 |
160 |
237 |
114 |
389 |
54 |
389 |
626 |
- כִּי = kî (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Getalswaarde: kaph
= 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2
X 3 X 5) Structuur: 2 - 1 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (3849) Pentateuch (884) Eerdere Profeten (726)
Latere Profeten (841) 12 Kleine Profeten (241) Geschriften (1157)
- Lat quia Fr parce que /
que E for D denn
Lc
1,482 act aor 3de pers enk
επεβλεψεν
= epeblepsen (hij keek op, hij keek neer) van het werkw επιβλεπω
= epiblepô (kijken op, neerzien) Taalgebruik in het
NT: epiblepô (kijken op, neerzien) Taalgebruik in de LXX: epiblepô (kijken op , neerzien) Bijbel (26) OT (25):
(1) Gn 19,26 (2) Gn 19,28 (3) Ex 14,24
(4) Nu
12,10 (5) Nu
21,9 (6) Re
6,14 (7) Re
20,40 (8) 1
S 7,2 (9) 1
S 24,9 (10) 2 S 1,7
(11) 2 S
2,20 (12) 1 K 18,43
(13) 1 K
19,6 (14) 2 K 13,23
(15) Ez 10,11 (16) Hab 3,6 (17) Zach 10,4 (18) Ps 33,13 (19) Ps 33,14 (20) Ps 102,18 (21) Ps 102,20 (22) 2 Kr 20,24
(23) Sir
16,29 (24) Sir 39,20
(25) Sir
42,16 NT (1) Lc 1,48
Een vorm van επιβλεπω
= epiblepô (kijken op, neerzien) in de LXX (114) , in
de Pentateuch (7): (1) Gn 19,26 (2) Gn 19,28 (3) Ex 14,24
(4) Lv 26,9 (5) Nu 12,10
(6) Nu 21,9
(7) Dt 9,27 , in het NT (3): (1) Lc 1,48
(2) Lc
9,38 (3) Jak 2,3
Het voorvoegsel επι = epi van het werkw
επιβλεπω = epiblepô (kijken op, neerzien) wordt hierna in de bepaling
met het voorzetsel επι = epi versterkt
- De vervoegde werkwoordsvorm επεβλεψεν
= epeblepsen telt 9 letters , waarvan 4X een vorm van
de e - klank en 3X een labiale medeklinker Het is een aoristvorm die
voorafgegaan wordt door het voorvoegsel ep' (<
epi) Wellicht onder invloed van het lijdend voorwerp την
ταπεινωσιν
= tèn tapeinôsin (de
laagheid) kreeg het werkwoord het voorvoegsel epi (op) , waardoor hoog - laag
wordt weergegeven God kijkt vanuit het hoge op de laagheid van zijn dienares
Dat kijken van God was bevrijdend zoals uit het voorgaande vers blijkt
- Hebreeuws NBG act qal perf
3de pers mann enk (hij zag) רָאָה
= râ´âh
(zien, verschijnen) Taalgebruik in Tenakh: râ´âh (zien) Getalwaarde: resj
= 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal: 26 of 206 Structuur: 2 - 1 - 5 De
som van de elementen is telkens 8 Een vorm van רָאָה
= râ´âh
in Tenakh (1188)
Lc
1,483 επι = epi (op, bij) Afkortingen: επ' = ep' en εφ' = ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in de LXX: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) επι = epi (10): (1)
Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 επ' = ep' (1) Lc 1,12
Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878)
Hier is het voorzetsel επι = epi de versterking van het werkw met het voorvoegsel επι = epi
- Lat ad Fr à E at Ned op , naar, bij D bei
|
epi (op, bij) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
epi |
4540 |
3946 |
594 |
91 |
51 |
104 |
22 |
120 |
117 |
89 |
246 |
268 |
|
ep |
1320 |
1179 |
141 |
13 |
14 |
25 |
13 |
24 |
30 |
22 |
52 |
65 |
|
ef |
430 |
348 |
82 |
10 |
6 |
20 |
1 |
17 |
25 |
3 |
36 |
37 |
|
Totaal |
6290 |
5473 |
817 |
114 |
71 |
149 |
36 |
161 |
172 |
114 |
334 |
370 |
2 - 3 επεβλεψεν
επι = epeblepsen epi (hij keek naar)
Bijbel (6) OT (5): (1) Gn 19,28 (2) Nu 21,9 (3)
2 S 1,7
(4) Ps 33,14 (5) Ps 102,18 NT (1) Lc 1,48
- επεβλεψα
επι = epeblepsa epi (ik keek naar)
Bijbel (2): (1) 1 S 9,16
(2) Jr 4,23
Lc 1,484 bep lidw acc vr enk = tèn Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
9 |
acc vr enk tèn |
6161 |
4889 |
1272 |
180 |
109 |
149 |
121 |
198 |
404 |
111 |
438 |
559 |
Lc
1,485 acc vr enk ταπεινωσιν = tapeinôsin van het zelfst naamw ταπεινωσις
= tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Taalgebruik
in het NT: tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Bijbel (17) LXX
(16): (1) Gn 29,32 (2) Gn 31,42 (3) Dt 26,7 (4) 1 S 1,11
(5) 1 S
9,16 (6) 2
K 14,26 (7) Ps 9,14 (8) Ps 22,22 (9) Ps 25,18 (10) Ps 31,8 (11) Ps 90,3 (12) Ps 119,153 (13) Kl 1,9 (14) Neh 9,9 (15) Jdt 6,19 (16) Jdt 13,20 NT (1) Lc 1,48
Een vorm van ταπεινωσις
= tapeinôsis (vernedering, nederigheid) in de LXX
(42) , in de Pentateuch (5): (1) Gn 16,11 (2) Gn 29,32 (3) Gn 31,42 (4) Gn 41,52 (5) Dt 26,7 , in het NT (4): (1) Lc 1,48
(2) Hnd 8,33 (3) Fil 3,21
(4) Jak 1,10
Een vorm van ταπεινωσις
= tapeinôsis (vernedering, nederigheid) is in de LXX
de vertaling van 5 Hebreeuwse woorden Een vorm van עֳנִי
= `ânî
(ellende, lijden, verdrukking , nederigheid) , vertaald met de acc vr enk ταπεινωσιν
= tapeinôsin , in (1) Gn 31,42 (2) Gn 41,52 (gen vr enkταπεινωσεως
= tapeinôseôs) (3) Ps 9,14 (4) Ps 25,18 (5) Ps 31,8 (6) Ps 119,153
- zelfst naamw עֳנִי = `ânî (ellende, lijden, verdrukking ,
nederigheid) Zie: עֲנִי = `ânî ((arm,
ellendig, deemoedig) Taalgebruik in Tenakh: `ânî (arm, ellendig, deemoedig) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50
, jod = 10 ; totaal: 40 (2³ X 5; som van de
factoren: 13) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) Structuur: 7 - 5 - 1 De som van de
elementen is telkens 4 Tenakh (5): (1) Ex 3,7 (2) 2 K 14,26
(3) Neh 9,9 (4) Ps 107,10 (5) Kl 3,1
Lc
1,484 - 5 την ταπεινωσιν = tèn tapeinôsin (de vernedering)
Bijbel (17) LXX (16): (1) Gn 29,32 (2) Gn 31,42 (3) Dt 26,7 (4) 1 S 1,11
(5) 1 S
9,16 (6) 2
K 14,26 (7) Ps 9,14 (8) Ps 22,22 (9) Ps 25,18 (10) Ps 31,8 (11) Ps 90,3 (12) Ps 119,153 (13) Kl 1,9 (14) Neh 9,9 (15) Jdt 6,19 (16) Jdt 13,20 NT (1) Lc 1,48
In Gn 29,32 wordt de vernedering door JHWH gezien
(naamgeving van Ruben) , in Gn 16,11 (Ismaël) en Gn 29,33 (Simeon) wordt de vernedering door JHWH
gehoord
- עֳנִי אֶת
= ´èth
`ânî (de ellende / vernedering) Tenakh
(3): (1) Ex
3,7 (2) 2
K 14,26 (3) Neh 9,9
Lc
1,482 - 5 Een vorm van רָאָה
= râ´âh
(zien) met een vorm van עֳנִי
= `ânî
(vernedering) , in de LXX vertaald door ταπεινωσιν
= tapeinôsin Tenakh (10):
(1) Gn 29,32 (2) Dt 26,7 (3) 1 S 1,11
(4) 1 S
9,16 (LXX) (5) 2 K 14,26
(6) Ps 9,14 (7) Ps 25,18 (8) Ps 31,8 (9) Kl 1,9 (10) Neh 9,9 NT (1) Lc 1,48
- De LXX vertaling die het meest Lc 1,48
benaderen , zijn:
-- 1 S 1,11: εαν επιβλεπων
επιβλεψῃς
επι την
ταπεινωσιν
της δουλης
σου = ean epiblepôn epiblepè(i)s epi tèn tapeinôsin tès doulès sou (indien je opkijkt
op de vernedering van jouw dienares)
-- 1 S 9,16: ὁτι επεβλεψα επι την ταπεινωσιν
του λαου
μου = hoti epeblepsa epi tèn tapeinôsin tou laou mou (want ik keek op naar de
vernedering van mijn volk)
- אֶת עֳנִי
= ´èth
`ânî (de ellende / vernedering) Tenakh
(3): (1) Ex
3,7 (2) 2
K 14,26 (3) Neh 9,9
- Horen:
- עָנְיֵך אֶל
אֱלֹהִים שָׁמַע
כִּי =
kî sjâma ´èlohîm ´èl `ânëjekh
(want God hoorde naar jouw vernedering) Tenakh (1): Gn 21,17
- עָנְיֵך אֶל
יהוה שָׁמַע כִּי
= kî
sjâma JHWH ´èl `ânëjekh (want JHWH hoorde naar jouw vernedering) Tenakh (1): Gn 16,11
- קוֹל אֶל אֱלֹהִים
שָׁמַע כִּי = kî sjâma ´èlohîm ´èl qôl (want God hoorde naar de
stem van) Tenakh (1): Gn 21,17
- קוֹל יהוה
שָׁמַע כִּי = kî sjâma` JHWH qôl (want JHWH hoorde
de stem van) Tenakh (1): Ps 6,9
Zien:
- יהוה רָאָה
כִּי =
kî râ´âh JHWH (want JHWH
zag) Tenakh (2): (1) Gn 29,32 (בּעָנְיִי
= bë`ânëjî
(naar mijn vernedering) (2) 2 K 14,26
(עֳנִי אֶת
= ´èth
`ânî (de ellende / vernedering
kî râ´îthî ´èth `âmmî (want ik zag mijn volk)
, in de LXX vertaald door: hoti epeblepsa
epi tèn tapeinôsin tou laou mou
(want hij keek op naar de vernedering van mijn volk) Maar met de gen bij tapeinôsin benadert 1 S 1,11
het meest Lc
1,48: ´im râoh thirë´èh bâ`ânî ´ämâthèkhâ (als jij echt ziet naar de vernedering van je
dienares) , in de LXX: ean epiblepôn
epiblepè(i)s epi tèn tapeinôsin tès doulès sou
In Dt 26,7 zien we een combinatie van 'zien' en
'vernedering': wajjarë´ ´èth
`ânëjenû (en Hij zag onze vernedering / nederigheid)
In de LXX is dit vertaald in: kai eiden tèn tapeinôsin
hèmôn (en Hij zag de vernedering van ons) DeVulgaat vertaalde: et respexit
humilitatem nostram De
Vulgaat van Lc 1,48
is et respexit humilitatem Dt 26,7 verwijst naar Ex 3,7 ,
tijdens de roeping van Mozes bij het brandend braambos: râ´îthî
´èth `ânî `ammî (ik zie de ellende van mijn volk) Dt 26,7 maakt deel uit van het gebed dat het aanbieden
van de eerstelingen begeleidt Wat met Maria gebeurt , luidt een proces van
bevrijding in Er wordt een verband gelegd met de bevrijding uit Egypte en de
bevrijding die in de persoon van Jezus , zoon van Maria , aankomt
Het taalgebruik verwijst naar het verhaal van Hannah (1 S 1,11)
Zoals Rachel geliefd is door Jakob , maar onvruchtbaar is , zo is Hannah
geliefd door Elkana , maar is zij onvruchtbaar Haar
gebed verwijst evenwel naar Lea , die minder geliefd was door Jakob , maar wel
vruchtbaar was (Gn 32,32: kî râ´âh JHWH bë`ânijî = want JHWH zag naar mijn vernedering) Haar
vernedering weerklinkt in de vernederingen van het volk Israël De vernedering
van Israël weerklinkt in de vernedering van Hannah Via Hannah verwijst Lc 1,48
naar Lea en haar eerstgeborene Ruben
Lc 1,486 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
5 |
gen vr enk tès |
5271 |
4202 |
1069 |
107 |
65 |
109 |
72 |
164 |
430 |
122 |
281 |
353 |
Lc 1,487 gen vr enk δουλης = doulès van het zelfst naamw δουλη = doulè (dienares) Zie δουλος = doulos (dienaar) Taalgebruik in het NT: doulos (dienaar) Taalgebruik in de Septuaginta: doulos (dienaar) Bijbel (11): (1) 1 S 1,11 (2) 1 S 25,24 (3) 1 S 25,28 (4) 1 S 25,31 (5) 1 S 28,22 (6) 2 S 14,15 (7) 2 S 14,19 (8) 2 S 20,17 (9) Rt 2,13 (10) Jdt 11,5 (11) Lc 1,48
gen vr enk doulès van het zelfst naamw doulè (dienares) Zie: doulos (dienaar) Taalgebruik in de bijbel: doulos (dienaar) doulos (dienaar) Taalgebruik in de Septuaginta: doulos (dienaar) Bijbel (22) OT (21) NT (1) Hebr `èbhèd (dienaar, knecht) Taalgebruik in Tenakh: `èbhèd (dienaar) Getalwaarde: ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 Totaal: 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) Structuur: 7 - 2 - 4 Arabisch: `abd (slaaf) Taalgebruik in de Koran: `abd (slaaf) Bijbel (11): (1) 1 S 1,11 (2) 1 S 25,24 (3) 1 S 25,28 (4) 1 S 25,31 (5) 1 S 28,22 (6) 2 S 14,15 (7) 2 S 14,19 (8) 2 S 20,17 (9) Rt 2,13 (10) Jdt 11,5 (11) Lc 1,48
Lc 1,488 gen mann enk autou van het voornaamw autos (zijn - haar) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in de LXX: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
|
autos (hij) 3de pers enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
gen mann enk autou |
6883 |
5685 |
1198 |
225 |
143 |
220 |
150 |
118 |
256 |
86 |
588 |
738 |
Lc 1,479 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in LXX: idou (zie) Taalgebruik in Tenakh: hinneh (zie) Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48
|
idou (zie) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
1229 |
1037 |
192 |
59 |
7 |
55 |
4 |
23 |
19 |
25 |
121 |
125 |
Lc 1,4810 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in de LXX: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr kî Fr car Ned want Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,30 (4) Lc 1,44 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,66 (7) Lc 1,76
|
gar (want) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
2289 |
1299 |
990 |
123 |
63 |
92 |
61 |
73 |
563 |
15 |
278 |
339 |
Lc 1,489 - 10 idou gar (want zie) NT (7) Lc (5): (1) Lc 1,44 (2) Lc 1,48 (3) Lc 2,10 (4) Lc 6,23 (5) Lc 17,21 Verder: (1) Hnd 9,11 (2) 2 Kor 7,11
Lc 1,4811 απο = apo (af, van-weg) ; afkorτing απ' = ap' en αφ' = af' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in de LXX: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Lc: apo (af , van-weg)
|
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
apo (af, van-weg) |
2984 |
2544 |
440 |
82 |
33 |
73 |
19 |
93 |
115 |
25 |
188 |
207 |
|
ap' |
567 |
445 |
122 |
22 |
12 |
32 |
15 |
12 |
26 |
3 |
66 |
81 |
|
af' |
183 |
141 |
42 |
1 |
|
9 |
6 |
6 |
19 |
1 |
10 |
16 |
|
totaal |
3734 |
3130 |
604 |
105 |
45 |
114 |
40 |
111 |
160 |
29 |
264 |
304 |
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) απο = apo Lc (73) Lc 1 (3): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,48 (3) Lc 1,52 απ' = ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,70
Lc
1,4812 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,4813 νυν = nun (nu) Taalgebruik in het NT: nun (nu) Taalgebruik in de LXX: nun (nu) OT (701) NT (148) Mt (4) Mc (3) Lc (12): (1) Lc 1,48 (2) Lc 2,29 (3) Lc 5,10 (4) Lc 6,21 (5) Lc 6,25 (6) Lc 11,39 (7) Lc 12,52 (8) Lc 16,25 (9) Lc 19,42 (10) Lc 22,18 (11) Lc 22,36 (12) Lc 22,69 Joh (28) Hnd (25) In de LXX kan νυν = nun de vertaling van 19 verschillende Hebreeuwse woorden zijn
Lc 1,4811 - 13 απο του νυν = af van nu = vanaf nu Bijbel = NT (6): (1) Lc 1,48 (2) Lc 5,10 (3) Lc 12,52 (4) Lc 22,69 (5) Hnd 18,6 (6) 2 Kor 5,16
Lc
1,4814 act ind fut 3de pers mv
μακαριουσιν
= makariousin van het werkw
μακαριζω = makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Taalgebruik
in het NT: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten)
Taalgebruik in de LXX: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Bijbel
(5): (1) Mal
3,12 (2) Ps 72,17 (3) Hl 6,9 (4) Sir 37,24
(5) Lc
1,48 In deze 5 teksten volgt op het werkw het
lijdend voorwerp dat telkens een persoonl voornaamw is In 3 van de 5 teksten staat in het onderwerp
een vorm van πας = pas (alle): (1) Mal 3,12
(2) Ps 72,17 (3) Lc 1,48
- act ind praes 3de pers mv
μακαριζουσιν
= makarizousin van het werkw
μακαριζω = makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Taalgebruik
in het NT: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten)
Taalgebruik in de LXX: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Bijbel
(1): Gn 30,13 Een vorm van μακαριζω = makarizô
in de LXX (24) , in het NT (2)
Lc 1,4815 acc enk persoonl voornaamw 2de pers enk Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (40) Lc (1) Lc 1,48
|
Lc 1,49 - Lc 1,49: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [49] For he that
is mighty hath done to me great
things; and holy is his name
Luther-Bibel 49 Denn er hat
große Dinge an mir getan, der da mächtig ist und
dessen Name heilig ist
Tekstuitleg van Lc 1,49 Het vers Lc 1,49 telt 11 woorden en 49 (7²) letters De getalwaarde van Lc 1,49 is 4005 (3² X 5 X 89)
Lc 1,491 ὁτι = hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
|
hoti ( dat , omdat ) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
4396 |
3213 |
1183 |
137 |
92 |
160 |
237 |
114 |
389 |
54 |
389 |
626 |
- כִּי = kî (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Taalgebruik in Dt: kî (want, omdat) Taalgebruik in Jesaja: kî (want, omdat) Taalgebruik in Sef: kî (want, omdat) Getalwaarde: kaph
= 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2
X 3 X 5) Structuur: 2 - 1 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (3849) Pentateuch (884) Eerdere Profeten (726)
Latere Profeten (841) 12 Kleine Profeten (241) Geschriften (1157)
- Lat quia Fr parce que /
que E for D denn
Lc 1,492 act ind aor 3de pers enk εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw ποιεω = poieô (doen, maken) Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken) Taalgebruik in de LXX: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Lc: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Hnd: poieô (doen, maken) Bijbel (714) OT (641) NT (73) Lc (14): (1) Lc 1,49 (2) Lc 1,51 (3) Lc 1,68 (4) Lc 3,19 (5) Lc 5,29 (6) Lc 6,3 (7) Lc 6,10 (8) Lc 8,8 (9) Lc 8,39 (10) Lc 11,40 (11) Lc 16,8 (12) Lc 17,9 (13) Lc 19,18 (14) Lc 23,22 Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) , in Lc (88) , Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,49 (3) Lc 1,51 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,72 Het Griekse εποιησεν = epoièsen kan de vertaling zijn van het Hebr עָשָׂה = `âsâh
|
poieô (doen) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
act ind aor 3de p enk epoièsen |
714 |
641 |
73 |
13 |
9 |
14 |
18 |
14 |
4 |
1 |
|
|
- Hebreeuws `-sh-h (1) act qal perf
3de pers mann enk עָשָׂה
= `âshâh
(hij maakt) (2) act qal part mann
enk עֹשֶׂה = `oshèh
(makende) Tenakh (503) Pentateuch (112) Eerdere
Profeten (161) Latere Profeten (78) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften (133)
- Lat facere Fr faire N doen D tun
E make
1 - 2 ὁτι εποιησεν = hoti
epoièsen (omdat Hij deed) LXX (11): (1) Gn 6,6 (2) Gn 38,10 (3) Dt 22,21 (4) Re 21,15
(5) 2 S 12,6
(6) 2 S
14,22 (7) 1 K 8,64
(8) 2 Kr
6,13 (9) 2 Kr 7,7
(10) 2 Kr
24,16 (11) Ps 22,32 NT (2): (1) Lc 1,49
(2) Lc
17,9
- Hebreeuws עָשָׂה כִּי
= kî
`âshâh (omdat hij maakt) Tenakh
(9): (1) Gn 6,6 (2) Re 21,15
(3) 1 K
8,64 (4) 1 Kr 19,2
(5) 2 Kr
6,13 (6) 2 Kr 7,7
(7) 2 Kr
24,16 (8) Ps 22,32 (9) Js 44,23 + Js 55,11
Lc 1,493 dat mann enk 1ste pers enk μοι = moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23
2 - 3 εποιησεν
μοι = epoièsen
moi (hij deed aan mij) NT (1): Lc 1,49
- לִי עָשָׂה
= `âshâh
lî (hij deed aan mij) Tenakh
(6): (1) Gn 21,6 (2) Dt 8,17 (3) Re 18,4 (4)
1 K 2,4
(5) 1 K
2,24 (6) Spr 24,29
Lc
1,494 nom + acc onz mv μεγαλα = megala
(grote dingen) van het bijvoegl naamw
μεγας = megas
(groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot) Taalgebruik in de Septuaginta: megas (groot) Lc (2): (1) Lc 1,49
(2) Lc
21,11 Een vorm van μεγας
= megas (groot) in de LXX (916) , in het NT (194) in
Lc (25) , in Lc 1 (4): (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,32 (3) Lc 1,42
(4) Lc
1,49
- Hebreeuws גָדוֹל = gâdôl (groot)
Zie: גָדַל = gâdal (groot
worden, opgroeien) Taalgebruik in Tenakh: gâdal (groot worden, opgroeien) De getalwaarde van gdl is: gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ;
totale waarde: 19 of 37 37 is de ster met zeshoek 19 De verhouding 3 - 4 - 3
vinden we in de derde letter , de gimmel: gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed
= 12 of 30 ; totale waarde: 28 (2² X 7) of 73 Wellicht is het van hieruit
begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt
gebruikt De getalwaarde van beide woorden is elkaars omgekeerde: 37 (gdl) - 73 (gml) 73 is de ster met
37 als zeshoek
- הַגְּדֹלֹת
= haggëdoloth
(de grote dingen) Tenakh (3): (1) Dt 7,19 (2) Dt 10,21 (3) Dt 29,2
- הַגְּדֹלֹת
אֶת = ´èth haggëdoloth (de grote dingen)
Tenakh (1): Dt 10,21
Lc
1,495 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc
1,492 - 6 die grote dingen deed
- Lc 1,49: hoti epoièsen moi megala (omdat hij grote
dingen aan mij deed)
- Dt 10,21: hostis epoièsen en soi ta megala (die de grote dingen onder jou deed) Hebr ´äsjèr `âshâh
´iththëkhâ ´èth haggëdoloth
Lc 1,497 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,498 nom + acc onz enk hagion van het bijvoegl naamw hagios (heilig) Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Taalgebruik in Hnd: hagios (heilig) Taalgebruik in de Septuaginta: hagios (heilig) Hebr qâdôsj (heilig) Taalgebruik in Tenakh: qâdôsj (heilig) Lat sanctus Fr saint Ned heilig D heilig E holy Arabisch: muqaddas (heilig) < stam q-d-s Taalgebruik in de Koran: muqaddas (heilig) Arabisch: muqaddas (heilig) < stam q-d-s Taalgebruik in de Koran: muqaddas (heilig) Lc (8): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,49 (3) Lc 2,23 (4) Lc 2,25 (5) Lc 3,22 (6) Lc 11,13 (7) Lc 12,10 (8) Lc 12,12 Een vorm van hagios (heilig) in Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,49 (5) Lc 1,67 (6) Lc 1,70 (7) Lc 1,72 (8) Lc 2,23 (9) Lc 2,25 (10) Lc 2,26 (11) Lc 3,16 (12) Lc 3,22 (13) Lc 4,1 (14) Lc 4,34 (15) Lc 9,26 (16) Lc 10,21 (17) Lc 11,13 (18) Lc 12,10 (19) Lc 12,12 In Hnd (53) In de LXX (832) , in het NT (233)
Lc
1,499 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc
1,4910 nom + acc onz
enk ονομα = onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in de Septuaginta: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Taalgebruik in Hnd: onoma (naam) Lc (15):
(1) Lc 1,5
(kai to onoma
autès Elisabet = en haar
naam was Elisabet)
(2) Lc
1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn
= en je zult zijn naam Johannes noemen)
(3) Lc
1,26 (hèi onoma
Nazareth = aan wie de naam Nazareth)
(4) Lc
1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef)
(5) Lc
1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun
= en je zult zijn naam Jezus noemen)
(6) Lc
1,49
(7) Lc
1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn
naam)
(8) Lc
2,21 (kai eklèthè to onoma autou
Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd)
(9) Lc
2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22
(11) Lc
8,30
(12) Lc
8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)
(13) Lc
11,2 (14) Lc 21,17
(15) Lc
24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het
NT (228) , in Lc (32 verzen - 33X) , in Lc 1 (9 verzen - 10X): (1) Lc 1,5
(2X) (2) Lc
1,13 (3) Lc 1,26
(4) Lc
1,27 (5) Lc 1,31
(6) Lc
1,49 (7) Lc 1,59
(8) Lc
1,61 (9) Lc 1,63
In Hnd (60)
- Stam: N M Lat nomen Fr nom Ned naam D Name Eng
name Hebr sjem (naam)
Taalgebruik in Tenakh: sjem (naam)
Lc 1,4911 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,499 - 11 το ονομα
αυτου = to
onoma autou (zijn naam) NT
(20) Lc (5): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,49
(4) Lc
1,63 (5) Lc 2,21
- Hebreeuws: שֵׁמוֹ = sjëmô (zijn
naam) < zelfst naamw +
suffix pers voornaamw 3de pers mann
enk van het zelfst naamw שֵׁם = sjem (naam) Taalgebruik in Tenakh: sjem (naam) Getalwaarde: sjin
= 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal: 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17)
Structuur: 3 - 4 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh
(163) Pentateuch (60) Eerdere Profeten (23) Latere Profeten (27) 12 Kleine
Profeten (9) Geschriften (44)
- שֵׁם = sjem (naam) < zelfst
naamw met 2 medeklinkers en 1 korte klinker (qil-vorm) i is in gesloten lettergrepen met klemtoon e
geworden (Lettinga 13m)
- שֵׁמוֹ = sjëmô (zijn
naam) < onmiddellijk voor de hoogfdklemtoon is de
i of de daaruit ontstane e in open lettergrepen deels vervluchtigd tot sëwa (Lettinga 13o)
- וּשְׁמוֹ
= ûsjëmô
(en zijn naam) < prefix voegwoord wë + zelfst naamw sjem
+ suffix persoonl voornaamw
3de pers mann enk van het zelfst
naamw sj-m שָׁם =
sjâm (daar) OF שֵׁם
= sjem
(naam) Taalgebruik in Tenakh: sjem (naam) Getalwaarde: sjin
= 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal: 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17)
Structuur: 3 - 4 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh
(33) Pentateuch (10) Eerdere Profeten (15) Latere Profeten (3) 12 Kleine
Profeten (2) Geschriften (3)
Lc 1,497 - 11 Lc 1,49: en heilig is zijn naam (wëqadôsj sjëmô) Hebr tekst: het eerste woord eindigt met een sjin en het tweede woord begint ermee Zie = sjem qâdësjô (de naam van zijn heiligheid) Tenakh (2): (1) Ps 103,1 (2) Ps 145,21 Wat betekent het ? Er zijn plaatsen , tijden , personen en zaken die heilig genoemd worden Dan staan ze in relatie tot God die de Heilige wordt genoemd
|
Lc 1,50 - Lc 1,50: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible And his
mercy is on them that fear him
from generation to generation
Luther-Bibel 50 Und seine Barmherzigkeit währt von Geschlecht
zu Geschlecht bei denen, die ihn fürchten
Tekstuitleg van Lc 1,50 Het vers Lc 1,50 telt 10 (2 X 5) woorden en 50 (2 X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,50 is 6092 (2² X 1523)
Lc 1,501 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc 1,502 bepaald lidw nom + acc onz enk το = to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80
Lc
1,503 nom + acc onz enk
ελεος = eleos
(barmhartigheid) Taalgebruik in het NT: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in de Septuaginta: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Lc: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Hnd: eleos (barmhartigheid) Lc (4): (1) Lc 1,50
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,72
(4) Lc
10,37 Een vorm van ελεος
= eleos (barmhartigheid) in de LXX (16 + 338) , in
het NT (27) , in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,50
(2) Lc
1,54 (3) Lc 1,58
(4) Lc
1,72 (5) Lc 1,78
(6 ) Lc
10,37 In Lc: 2 vormen van ελεος
= eleos (barmhartigheid) in 6 verzen in 2
hoofdstukken 5X in Lc 1 en 1X in Lc 10,37
Niet in Hnd ελεος
= eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende
Hebreeuwse woorden
- In het Magnificat (Lc 1,47-54) lezen we in Lc 1,50: en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht En in Lc 1,54: om barmhartigheid te gedenken Bij de geboorte van Johannes zullen verwanten
en buren zeggen: want de Heer vergrootte zijn barmhartigheid En in het
Benedictus , in Lc 1,72: om barmhartigheid te doen met onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken
En in Lc
1,78: door de bewogenheid van barmhartigheid van onze God Barmhartigheid
kenmerkt God sinds eeuwigheid , en Hij kijkt terug hoe Hij barmhartig was in de
loop der geschiedenis De oproep van Jezus aan de mens om barmhartig te zijn ,
ligt in de lijn van wat God doet Zo kunnen we zeggen: wees barmhartig zoals uw
hemelse Vader barmhartig is Wees barmhartig is ook een smeekbede in de
wonderverhalen en in de kerk geworden (kyrie , eleison
= Heer , ontferm u over ons)
|
|
eleos |
Lc |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
||
|
1 |
nom + acc onz enk eleos |
4 |
(4) Lc 10,37
|
226 |
207 |
19 |
3 |
|
4 |
|
|
12 |
|
7 |
7 |
7 |
5 |
|
|
2 |
gen onz enk eleous |
2 |
|
33 |
28 |
5 |
|
|
2 |
|
|
3 |
|
2 |
2 |
2 |
1 |
|
|
|
|
6 |
|
|
|
|
|
|
|
6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
- Hebreeuws חֶסֶד = chèsèd (liefde,
barmhartigheid) Taalgebruik in Tenakh: chèsèd (liefde, barmhartigheid) Getalwaarde: chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal: 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) Structuur:
8 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 9 Tenakh
(76) Pentateuch (12) Eerdere Profeten (19) Latere Profeten (5) 12 Kleine
Profeten (9) Geschriften (31) Gn (12): (1) Gn 24,12 (2) Gn 24,14 (3) Gn 24,49 (4) Gn 39,21 (5) Gn 40,14 (6) Gn 47,29 (7) Ex 20,6 (8)
Ex 34,6
(9) Ex 34,7
(10) Lv 20,17 (11) Nu 14,18
(12) Dt 5,10 Ps (19): (1) Ps 18,51 (2) Ps
25,10 (3) Ps 32,10 (4) Ps
33,5 (5) Ps 52,3 (6) Ps
61,8 (7) Ps 62,13 (8) Ps
85,11 (9) Ps 86,5 (10) Ps
86,15 (11) Ps 89,3 (12) Ps
89,15 (13) Ps 100,1 (14) Ps 103,4 (15) Ps 103,8 (16) Ps 109,12 (17) Ps 109,16 (18) Ps
141,5 (19) Ps 145,8 Een vorm van חֶסֶד
= chèsèd
(liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) חֶסֶד = chèsèd van Tenakh
wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven
- חַסְדוֹ = chasëdô (zijn
liefde) < zelfst naamw +
suffix persoonl voornaamw
3de pers mann enk Tenakh
(61) Pentateuch (1) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten
(0) Geschriften (58) Gn (1): Gn 24,27 Ps (47): (1) Ps 31,22 (2) Ps 42,9 (3) Ps 57,4 (4) Ps 59,11 (5) Ps 77,9 (6) Ps 98,3 (7) Ps 100,5 (8) Ps 103,11 (9) Ps 106,1 (10) Ps 106,45 (11) Ps 107,1 (12) Ps 107,8 (13) Ps 107,15 (14) Ps 107,21 (15) Ps 107,31 (16) Ps 117,2 (17) Ps 118,1 (18) Ps 118,2 (19) Ps 118,3 (20) Ps 118,4 (21) Ps 118,29 (22) Ps 136,1 (23) Ps 136,2 (24) Ps 136,3 (24 + 23 = 47) - Ps 136,4 - Ps 136,5 - Ps 136,6 - Ps 136,7 - Ps 136,8 - Ps 136,9 - Ps 136,10 - Ps 136,11 - Ps 136,12 - Ps 136,13 - Ps 136,14 - Ps 136,15 - Ps 136,16 - Ps 136,17 - Ps 136,18 - Ps 136,19 - Ps 136,20 - Ps 136,21 - Ps 136,22 - Ps 136,23 - Ps 136,24 - Ps 136,25 - Ps 136,26
- הַחֶסֶד = hachèsèd (de
liefde, de barmhartigheid) < bepaald lidw ha + zelfst naamw Tenakh
(6): (1) Dt 7,12 (2) 2 S 2,5 (3)
1 K 3,6
(4) Jr 16,5 (5) Ps 130,7 (6) 2 Kr 24,22
- Lat misericordia Fr misericorde
E mercy N barmhartigheid D Barmherzigkeit
- zelfst naamw acc vr enk ελεημοσυνην
= eleèmosunèn van het zelfst
naamw ελεημοσυνη
= eleèmosunè (barmhartigheid) in Lc in 2 verzen: (1)
Lc 11,41
(2) Lc
12,33 Een vorm van ελεημοσυνη
= eleèmosunè in de LXX (70) , in het NT (13) , in Lc
(2)
- werkw act imperat aor 2de pers enk ελεησον
= eleèson (ontferm je over) van het werkwoord ελεεω = eleeô
(medelijden hebben, erbarmen, zich ontfermen, barmhartig zijn) Taalgebruik in
het NT: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in de LXX: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in Lc: eleeô (medelijden hebben) In Lc (4): (1) Lc 16,24
(2) Lc
17,13 (3) Lc 18,38
(4) Lc
18,39 Een vorm van ελεεω
= eleeô in de LXX (139) , in het NT (32) , in Lc (4)
- Besluit: een vorm met de stam ele (barmhart- , ontferm-) in Lc in 12 verzen
Lc 1,504 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,502 - 4 το ελεος αυτου = to eleos autou (zijn barmhartigheid) Bijbel = NT (3): (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,58 (3) Lc 10,37 Hebreeuws zie hierboven חַסְדוֹ = chasëdô (zijn liefde)
Lc 1,501 - 4 Bijbel = NT (1) = Lc 1,50: και το ελεος αυτου = kai to eleos autou (en zijn barmhartigheid) Hebr wëhasëdô Tenakh (1): Ps 66,20
Lc 1,505 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79
6 gen vr enk + acc vr mv geneas van het zelfst naamw genea (geslacht, generatie) Taalgebruik in het NT: genea (geslacht, generatie) Taalgebruik in de Septuaginta: genea (geslacht, generatie) Hebr dor (geslacht, generatie) Taalgebruik in Tenakh: dor (geslacht, generatie) Getalwaarde: daleth = 4 , resj = 20 of 300 ; totaal: 24 of 304 Lat progenies Fr génération E generation Ned geslacht , generatie D Geslecht Tenakh (92) NT (12) Lc (7): (1) Lc 1,50 (2) Lc 7,31 (3) Lc 11,31 (4) Lc 11,32 (5) Lc 11,50 (6) Lc 11,51 (7) Lc 17,25 Een vorm van genea (geslacht, generatie) in Lc (13): (1) Lc 1,48 (2) Lc 1,50 (3) Lc 7,31 (4) Lc 9,41 (5) Lc 11,29 (6) Lc 11,30 (7) Lc 11,31 (8) Lc 11,32 (9) Lc 11,50 (10) Lc 11,51 (11) Lc 16,8 (12) Lc 17,25 (13) Lc 21,32 Hebr dorôth Tenakh (3): (1) Re 3,2 (2) Js 51,9 (3) Job 42,16 Een vorm van genea (geslacht, generatie) in de LXX (238) , in het NT (43) De acc vr enk genean komt in Lc slechts in Lc 16,8 voor Hebr dor in Tenakh (8): (1) Ex 3,15 (2) Ex 17,16 (3) Joz 17,11 (4) Ps 45,18 (5) Ps 61,7 (6) Ps 100,5 (7) Da 3,33 (dâr) (8) Da 4,31 (dâr) In 7 verzen in de samenstelling dor (dâr) wëdor (wëdar) (geslacht en geslacht) Niet in Joz 17,11 In LXX: Ex 17,16: middor dor (van geslacht geslacht) = apo geneôn eis geneas (van geslachten tot geslachten)
5 - 6 eis geneas (tot geslachten) voorzetsel eis (naar, tot) + acc vr mv geneas (geslachten, generaties) Hebr lëdoroth (1) of lëdorôth (niet) In Gn 9,12 is de regenboog het teken van het verbond voor eeuwige geslachten ( lëdoroth `ôlâm) LXX (eis geneas aiônious) Het enk lëdor (tot geslacht , generatie) in Tenakh in 16 verzen ; in 15 verzen in een samenstelling met dor / wedor / wëdôr) (van geslacht tot geslacht, van generatie tot generatier) Niet in een samenstelling in Job 8,8
Lc 1,507 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,505 - 8 eis geneas kai
geneas (tot geslachten en geslachten , van generatie
tot generatie) In NT slechts in Lc 1,50
- lëdor wâdor (tot geslacht
en geslacht ; van generatie tot generatie) De getalwaarde is: lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , resj = 20 of 300 , waw = 6 ;
totaal: 12 + 4 + 20 + 6 + 4 + 20 = 66 of 30 + 4 + 300 + 6 + 4 + 300 = 644 Tenakh (12): (1) Ps 10,6 (2) Ps 33,11 (3) Ps 49,12 (4) Ps 77,9 (5) Ps 79,13 (6) Ps 85,6 (7) Ps 89,2 (8) Ps 102,13 (9) Ps 106,31 (10) Ps 119,90 (11) Ps 135,13 (12) Ps 146,10
- lëdor wâdôr (tot geslacht
en geslacht ; van generatie tot generatie) Tenakh (2): (1) Ps 89,5 (2) Kl 5,19 lëdor dor (tot
geslacht geslacht ; van generatie tot generatie) Tenakh (1) Ex 3,15
- De vertaling van de LXX is meestal eis genean kai genean (tot geslacht en
geslacht): (1) Ps 33,11 (2) Ps 49,12 (3) Ps 79,13 (4) Ps 89,2 (5) Ps 89,5 (6) Ps 102,13 (7) Ps 106,31 (9) Ps 135,13 (10) Ps 146,10 (11) Kl 5,19 ; apo geneas eis geneas (van geslacht
tot geslacht): (1) Ps 10,6 (2) Ps 77,9 (3) Ps 85,6 Niet: (1) Ex 3,15 lëdor wâdôr (tot geslacht en
geslacht ; van generatie tot generatie) staat vaak parallel met lë`ôlâm (voor eeuwig) of variante LXX: eis ton aiôna Tenakh: (1) Ps 33,11 (2) Ps 49,12 (3) Ps 79,13 (4) Ps 85,6 (5) Ps 89,2 (`ôlâm) (5) Ps 89,5 (`ad `ôlâm = tot
eeuwig) (6) Ps 102,13 (7) Ps 106,31 (8) Ps 119,90 (9) Ps 135,13 (10) Ps 146,10 (11) Kl 5,19 Niet in: (1) Ex 3,15
(2) Ps 10,6 (3) Ps 77,9 (4) Ps 119,90
Lc
1,5011 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton
(hem) van het pers voornaamw autos
(hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,12 (3) Lc 1,13
(4) Lc
1,21 (5) Lc 1,50
|
Lc 1,51 - Lc 1,51: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [51] He hath
shewed strength with his arm; he hath scattered the proud
in the imagination of their hearts
Luther-Bibel 51 Er übt Gewalt mit seinem
Arm und zerstreut, die hoffärtig sind in ihres Herzens Sinn
Tekstuitleg van Lc 1,51
Lc 1,511 act ind aor 3de pers enk εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw ποιεω = poieô (doen, maken) Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken) Taalgebruik in de LXX: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Lc: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Hnd: poieô (doen, maken) Bijbel (714) OT (641) NT (73) Lc (14): (1) Lc 1,49 (2) Lc 1,51 (3) Lc 1,68 (4) Lc 3,19 (5) Lc 5,29 (6) Lc 6,3 (7) Lc 6,10 (8) Lc 8,8 (9) Lc 8,39 (10) Lc 11,40 (11) Lc 16,8 (12) Lc 17,9 (13) Lc 19,18 (14) Lc 23,22 Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) , in Lc (88) , Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,49 (3) Lc 1,51 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,72 Het Griekse εποιησεν = epoièsen kan de vertaling zijn van het Hebr עָשָׂה = `âsâ
|
poieô (doen) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
act ind aor 3de p enk epoièsen |
714 |
641 |
73 |
13 |
9 |
14 |
18 |
14 |
4 |
1 |
|
|
- Hebreeuws `-sh-h (1) act qal perf
3de pers mann enk עָשָׂה
= `âshâh
(hij maakt) (2) act qal part mann
enk עֹשֶׂה = `oshèh
(makende) Tenakh (503) Pentateuch (112) Eerdere
Profeten (161) Latere Profeten (78) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften (133)
- Lat facere Fr faire N doen D tun
E make In het scheppingsverhaal wordt poieô als
synoniem van scheppen gebruikt
Lc
1,512 zelfst naamw nom
+ acc onz enk κρατος = kratos
(kracht) Zie het werkw κρατεω
= krateô (vastnemen, bemachtigen) Taalgebruik in het
NT: krateô (vastnemen, bemachtigen) Taalgebruik in de LXX:
krateô (vastnemen, bemachtigen)
- Hebr חָזַק
= châzaq
(sterk, vast zijn , overweldigen vasthouden)
Lc 1,511 - 2 εποιησεν κρατος = epoièsen kratos (hij oefende kracht uit) Bijbel (1): Lc 1,51
Lc
1,513 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc 1,515 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,513 - 5 - εν βραχιονι ὑψηλῳ
= en brachioni hupsèlô(i)
(met uitgestrekte arm) LXX (12): (1) Ex 6,1 (2) Ex 6,6 (3) Dt 4,34 (4) Dt 5,15 (5) Dt 6,21 (6) Dt 7,8 (7) 2 K 17,36
(8) Jr 32,21 (9) Ez 20,33 (10) Ez 20,34 (11) Ps 136,12 (12) Bar 2,11
- εν βραχιονι
αυτου = en brachioni autou (met zijn arm)
LXX (2): (1) Dt 26,8 (2) Sir 38,30
- εν χειρι
κραταιᾳ
και εν βραχιονι ὑψηλῳ
= en cheiri krataia(i) kai en brachioni hupsèlô(i) (met krachtige hand en met uitgestrekte arm) LXX
(8): (1) Dt 4,34 (2) Dt 5,15 (3) Dt 6,21 (4) Dt 7,8 (5) Jr 32,21 (6) Ez 20,33 (7) Ez 20,34 (8) Ps 136,12
- εν χειρι
κραταιᾳ
και εν βραχιονι αυτου
τῳ ὑψηλῳ
= en cheiri krataia(i) kai en brachioni autou tô(i) hupsèlô(i)
(met krachtige hand en met zijn arm, de uitgestrekte) LXX (1): Dt 26,8
Met uitgestrekte arm volgt meestal op "met krachtige hand" Deze beide uitdrukkingen staat in de context van de uittocht uit Egypte , uit het slavenhuis Al is de historiciteit van de uittocht uit Egypte een groot vraagteken , het neemt niet wel dat het verhaal over die uittocht een groot verlangen naar bevrijding uit de slavernij en de roep op vrijheid uitdrukt Al heeft de geschiedenis van Israël weinig vredevolle periodes gekend , toch bleef dat verlangen levendig Het lijkt alsof bevrijding bekomen en vrijheid beleven iets bovenmenselijks is en aan een trancendent wezen (God) moet toegeschreven worden Met een enorme innerlijke kracht (die een mens in zichzelf kan ontdekken) is een mens in staat vrijheid te veroveren op al wat hem slaaf maakt , terneerdrukt Het magnificat drukt het uit: een enorme kracht bewerkte bevrijding en vrijheid
Lc
1,516 act ind aor 3de
pers enk διεσκορπισεν
= dieskorpisen (hij verkwistte, verstrooide) van het werkw διασκορπιζω
= diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Taalgebruik
in het NT: diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Taalgebruik in
de LXX: diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Taalgebruik in
Lc: diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Bijbel (4): (1)
Dt 30,3 (2) Ps 53,6 Lc (2): (1) Lc 1,51
(2) Lc
15,13 Een vorm van διασκορπιζω
= diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) in de LXX
(53) , in het NT (9): (1) Mt 25,24
(2) Mt
25,26 (3) Mt 26,31
(4) Mc
14,27 (5) Lc 1,51
(6) Lc
15,13 (7) Lc 16,1
(8) Joh
11,52 (9) Hnd 5,37
- פוץ = pûts (zich verstrooien, zich
verspreiden) Taalgebruik in Tenakh: pûts (zich verstrooien, zich verspreiden)
- הֱפִיצְךָ
= hèphîtsëkhâ
< act hifil perf 3de
pers mann enk + suffix persoonl
voornaamw 2de pers mann enk
(hij verstrooide je) van het werkw פוץ =
pûts (zich verstrooien, zich verspreiden) Taalgebruik
in Tenakh: pûts (zich verstrooien, zich verspreiden) Tenakh (1): Dt 30,3 JHWH zal zich ontfermen over het volk dat in
ballingschap ging Hij zal het verzamelen uit alle volkeren waarheen Hij het
heeft verstrooid
-
Lc 1,5110 gen mv autôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5)
|
Lc 1,52 - Lc 1,52: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [52] He hath
put down the mighty from their seats,
and exalted them of low degree
Luther-Bibel 52 Er stößt
die Gewaltigen vom Thron und erhebt
die Niedrigen
Tekstuitleg van Lc 1,52 Het vers Lc 1,52 telt 7 woorden en 41 letters De getalwaarde van Lc 1,52 is 5718 (2 X 3 X 953)
Lc 1,521 act ind aor 3de pers enk καθειλεν = katheilen van het werkw καθαιρεω = kathaireô (naar beneden nemen, afnemen) Taalgebruik in het NT: kathaireô (afnemen, naar beneden nemen) Bijbel (22): (1) Gn 24,18 (2) Gn 24,46 (3) Re 9,45 (4) 2 K 14,13 (5) 2 K 16,17 (6) 2 K 23,7 (7) 2 K 23,8 (8) 2 K 23,12 (9) Js 14,17 (10) Jr 52,14 (11) Spr 21,22 (12) Kl 2,2 (13) Kl 2,17 (14) Jdt 13,6 (15) 1 Mak 1,31 (16) 1 Mak 2,25 (17) 1 Mak 5,65 (18) 1 Mak 5,68 (19) 1 Mak 9,54 (20) Sir 10,14 (21) Sir 28,14 (22) Lc 1,52 Een vorm van καθαιρεω = kathaireô in de LXX (95) , in het NT (9): (1) Mc 15,36 (2) Mc 15,46 (3) Lc 1,52 (4) Lc 12,18 (5) Lc 23,53 (6) Hnd 13,19 (7) Hnd 13,29 (8) Hnd 19,27 (9) 2 Kor 10,5 In de LXX is een vorm van het werkw καθαιρεω = kathaireô de vertaling van 13 verschillende Hebreeuwse woorden
Lc
1,523 απο = apo (af, van-weg) afkorτing απ' = ap'
Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in de LXX: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Lc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) απο = apo Lc (73) Lc 1 (3): (1) Lc 1,26
(2) Lc
1,48 (3) Lc 1,52
απ' = ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,38 (3) Lc 1,70
|
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
apo (af, van-weg) |
2984 |
2544 |
440 |
82 |
33 |
73 |
19 |
93 |
115 |
25 |
188 |
207 |
|
ap' |
567 |
445 |
122 |
22 |
12 |
32 |
15 |
12 |
26 |
3 |
66 |
81 |
|
af' |
183 |
141 |
42 |
1 |
|
9 |
6 |
6 |
19 |
1 |
10 |
16 |
|
totaal |
3734 |
3130 |
604 |
105 |
45 |
114 |
40 |
111 |
160 |
29 |
264 |
304 |
Lc 1,524 gen mann mv θρονων = thronôn (van de tronen) van het zelfst naamw θρονος = thronos (troon) Taalgebruik in het NT: thronos (troon) Taalgebruik in de LXX: thronos (troon) Bijbel (10) LXX (10) NT (2): (1) Lc 1,52 (2) Lc 22,30
Lc 1,526 act ind aor 3de pers enk ὑψωsen = hupsôsen (hij verhief) van het werkw ὑψοω = hupsoô (verhogen, verheffen) Taalgebruik in het NT: hupsoô (verhogen) Taalgebruik in de LXX: hupsoô (verhogen) Bijbel (25): (1) 1 S 9,24 (2) 2 K 2,13 (3) 2 K 25,27 (4) Js 63,9 (5) Jr 49,16 (6) Ez 31,4 (7) Ps 27,5 (8) Ps 27,6 (9) Ps 118,16 (10) Job 19,6 (11) Kl 2,17 (12) Est 2,18 (13) Est 3,1 (14) Ezr 8,25 (15) Ezr 10,1 (16) 2 Kr 33,14 (17) Tob 13,18 (18) 1 Mak 11,26 (19) 1 Mak 13,27 (20) 1 Mak 14,37 (21) Sir 45,6 (22) Lc 1,52 (23) Joh 3,14 (24) Hnd 5,31 (25) Hnd 13,17 Een vorm van ὑψοω = hupsoô in de LXX (199) , in het NT (20): (1) Mt 11,23 (2) Mt 23,12 (3) Lc 1,52 (4) Lc 10,15 (5) Lc 14,11 (6) Lc 18,14 (7) Joh 3,14 (8) Joh 8,28 (9) Joh 12,32 (10) Joh 12,34 (11) Hnd 2,33 (12) Hnd 5,31 (13) Hnd 13,17 (14) 2 Kor 11,7 (15) Jak 4,10 (16) 1 Pe 5,6 In de LXX kan een vorm van het werkw ὑψοω = hupsoô de vertaling zijn van 17 verschillende Hebreeuwse woorden
Lc 1,527 acc mann mv ταπεινους = tapeinous (kleinen) van het bijvoegl naamw ταπεινος = tapeinos (laag, klein, deemoedig) Zie het zelfst naamw ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Taalgebruik in het NT: tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Taalgebruik in de LXX: tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Bijbel (11): (1) Js 11,4 (2) Js 32,7 (3) Js 49,13 (4) Ps 34,19 (5) Spr 30,14 (6) Job 5,11 (7) Job 12,21 (8) 1 Mak 14,14 (9) Sir 10,15 (10) Lc 1,52 (11) 2 Kor 7,6 Een vorm van in de LXX (70) , in het NT (8): (1) Mt 11,29 (2) Lc 1,52 (3) Rom 12,16 (4) 2 Kor 7,6 (5) 2 Kor 10,1 (6) Jak 1,9 (7) Jak 4,6 (8) 1 Pe 5,5
|
Lc 1,53 - Lc 1,53: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [53] He hath
filled the hungry with good
things; and the rich he hath
sent empty away
Luther-Bibel 53 Die Hungrigen
füllt er mit Gütern und lässt
die Reichen leer ausgehen
Tekstuitleg van Lc 1,53 Het vers Lc 1,53 telt 7 woorden en 55 (5 X 11) letters De getalwaarde van Lc 1,53 is 6171 (3 X 11² X 17)
Lc
1,531 act part praes acc
mann mv πεινωντας
= peinôntas van het werkw
πειναω = peinaô (hongeren, honger hebben) Taalgebruik in het NT: peinaô (hongeren, honger hebben) Taalgebruik in Lc: peinaô (hongeren, honger hebben) Bijbel (2) OT (1): Ps 107,36 Lc (1) Lc 1,53
Een vorm van πειναω = peinaô (hongeren, honger hebben) in de LXX (53) , in het NT
(23) , in Lc (5): (1) Lc 1,53
(2) Lc 4,2
(3) Lc 6,3
(4) Lc
6,21 (5) Lc 6,25
- mann mv רְעֵבִים
= rë`ebhîm
(hongerigen) van het bijvoegl
naamw רָעֵב
= râ`eb
(hongerig) Zie het werkw רָעַב
= râ`abh
(hongeren, honger voelen) Taalgebruik in Tenakh: râ`âb (hongeren, honger voelen) Getalwaarde: resj = 20 of 200 , ajin = 16 of
70 , beth = 2 ; totaal: 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2²
X 17 Of 16 X 17) Structuur: 2 - 7 - 2 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (3): (1) 2 K 7,12
(2) Ps 107,5 (3) Ps 107,36 Een vorm van רָעַב
= râ`abh
in Tenakh in 20 verzen
- וּרְעֵבִים
= ûrë`ebhîm
(en hongerigen) < prefix verbindingswoord û (wë) + mann mv van het het bijvoegl naamw
רָעֵב = râ`eb (hongerig) Tenakh
(2): (1) 1
S 2,5 (2) Job 24,10
- E hungry D hungrig Fr affamé Honger Lat fames Fr faim
Lc
1,532 act ind aor 3de
pers enk ενεπλησεν
= eneplèsen (hij vervulde, overlaadde) van het werkw εμπιμπλημι
= empimplèmi (invullen, vervullen) Taalgebruik in het
NT: empimplèmi (invullen, vervullen) Taalgebruik in de LXX: empimplèmi (invullen, vervullen) Taalgebruik in Lc: empimplèmi (invullen, vervullen) LXX (14): (1) Ex 35,31
(2) Ex
35,35 (3) Re
17,5 (4) Re
17,12 (5) Jr 41,9 (6) Ps 105,40 (7) Ps 107,9 (8) Job 9,18
(9) Job
15,2 (10) Job 22,18
(11) 2 Kr
5,14 (12) Sir 16,29
(13) Sir
17,7 (14) Bar 3,32
NT (1) = Lc (1) Lc 1,53
Een vorm van εμπιμπλημι
= empimplèmi (invullen, vervullen) in de LXX (142) ,
in het NT (5): (1) Lc 1,53
(2) Lc
6,25 (3) Joh 6,12
(4) Hnd 14,17 (5) Rom 15,24
- Lat replere Fr remplir Ned vervullen D erfüllen E to fill
Hebr mâlâ´ (vullen, vervullen) Taalgebruik in Tenakh: mâlâ´ (vullen, vervullen) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal: 26 OF 71 Structuur: 4 - 3 - 1
Lc
1,533 gen mv agathôn van het bijvoegl
naamw agathos (goed)
Taalgebruik in het NT: agathos (goed) Taalgebruik in Mc: agathos (goed)
Lc (1) Lc
1,53 Een vorm van agathos (goed) in Lc in 13
verzen: (1) Lc 1,53
(2) Lc
6,45 (3) Lc 8,8
(4) Lc
8,15 (5) Lc 10,42
(6) Lc
11,13 (7) Lc 12,18
(8) Lc
12,19 (9) Lc 16,25
(10) Lc
18,18 (11) Lc 18,19
(12) Lc
19,17 (13) Lc 23,50
Lc
1,531 - 3 hij vervulde (overlaadde) de hongerigen
met goede dingen
- Lc 1,53: peinôntas eneplèsen agathôn (hongerigen verzadigde
hij met goede dingen)
- Ps 107,9: kai psuchèn peinôsan eneplèsen agathôn (en een
hongerig leven verzadigde hij met goede dingen)
2 / 3 woorden zijn identiek: eneplèsen agathôn (hij verzadigde met goede dingen) 1 / 3 verschilt
in vorm van het werkw peinaô
(hongerigen)
|
Lc 6,21 |
Lc 6,25 |
Lc 6,20b |
Lc 6,24 |
Lc 1,53 a |
Lc 1,53b |
Lc 16,25c |
Lc 16,25d |
Lc 16,25e |
Lc 16,25f |
|
makarioi (zalig - geluukig) |
ouai humin (wee aan u) |
makarioi (zalig - gelukkig) |
ouai humin (wee aan u) |
|
kai (en) |
hoti (want) |
kai (en) |
|
|
|
hoi peinôntes (peinaô: hongeren) |
hoi empeplèsmenoi (de verzadigden) empimplèmi: verzadigen, vol zijn |
hoi ptôchoi (de armen) |
tois plousiois (rijken) |
peinôntas eneplèsen (hongerigen verzadigde Hij) |
ploutountas (die zich verrijkten) |
|
lazaros homoiôs (en Lazarus op
gelijke wijze) |
|
su de (gij echter) |
|
nun (nu) |
nun (nu) |
|
|
|
exapesteilen (zond Hij heen) |
apelabes (gij hebt ontvangen) |
|
nun de (nu echter) |
|
|
hoti (want) |
hoti (want) |
hoti (wxant) |
hoti |
|
|
|
|
|
|
|
chortasthèsesthe (chortazô: gevoed
worden, verzadigen) (gij zult verzadigd worden) |
peinasete (gij zult hongeren) |
humetera estin hè basileia tou theou (het uwe is het koninkrijk van God) |
apechete tèn paraklèsin
humôn (want uw vertroosting houdt u van u af) |
agathôn (met goederen) |
kenous (ledig) |
ta agatha sou (jouw goederen) |
ta kaka (de kwalen) |
hôde parakaleitai (vindt hij
hier troost) |
odunasai (lijdt pijn) |
|
|
|
|
|
|
|
en tài zôèi sou (in uw
leven) |
|
|
|
|
99 De
zaligsprekingen: Lc 6,20b-23 // (Mt 5,3-12 - Lc
6,20b-23 - Mt
5,3-12 - |
100 De weespreuken: Lc 6,24-26 - Lc
6,24-26 - |
99 De
zaligsprekingen: Lc 6,20b-23 // (Mt 5,3-12 - Lc
6,20b-23 - Mt
5,3-12 - |
100 De weespreuken: Lc 6,24-26 - Lc
6,24-26 - |
4 Bezoek van
Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56 - Lc
1,39-56 - |
4 Bezoek
van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56 - Lc
1,39-56 - |
248 Gelijkenis
van de rijke man en de arme Lazarus: Lc
16,19-31 |
248
Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc
16,19-31 |
248
Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc
16,19-31 |
248
Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc
16,19-31 |
5 act part praes acc mann mv ploutountas (rijk zijnde) van het werkw πλουτεω = plouteô (rijk zijn) Taalgebruik in de Bijbel: plouteô (rijk zijn) Bijbel (1): Lc 1,53 Een vorm van πλουτεω = plouteô in de LXX (14) , in het NT (12)
|
Lc 1,54 - Lc 1,54: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [54] He hath
holpen his servant Israel, in remembrance of his mercy;
Luther-Bibel 54 Er gedenkt der Barmherzigkeit
und hilft seinem Diener Israel
auf,
Tekstuitleg van Lc 1,54 Het vers Lc 1,54 telt 6 (2 X 3) woorden en 42 (2² X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,54 is 3735 (3² X 5 X 83)
Lc
1,541 act ind aor 3de
pers enk αντελαβετο
= antelabeto (hij verwierf) van het werkw αντιλαμβανω
= antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven)
Taalgebruik in het NT: antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven)
Taalgebruik in de LXX: antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven)
Taalgebruik in Lc: antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven)
Bijbel (8) OT (7): (1) Gn 48,17 (2) 1 K 9,11
(3) Ps 18,36 (4) Ps 63,9 (5) Ps 69,30 (6) Ps 107,17 (7) Ps 118,13 NT (1) = Lc (1) Lc 1,54
Deze vorm komt in het NT enkel in dit vers van Lc voor Een vorm van αντιλαμβανω
= antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven)
in de LXX (53) , in het NT (3): (1) Lc 1,54
(2) Hnd 20,35 (3) 1 Tim 6,2
In de LXX is een vorm van het werkw αντιλαμβανω
= antilambanô de vertaling van 16 verschillende
Hebreeuwse woorden
- Hebreeuws NBS act hifil perf
3de pers mann enk הֶחֱזִיק
= hèchèzîq
(hij ondersteunde) van het werkw חָזַק = châzaq (vast zijn, bemoedigen,
bevestigen) Taalgebruik in Tenakh: chazaq (vast zijn, bemoedigen, bevestigen) Getalwaarde: chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 ; totaal: 34 (2 X 17) OF 115 (5 X 23)
Structuur: 8 - 7 - 1 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh
(22) In 19 verzen in Neh 3 Verder: (1) Re 7,8 (2) Mi 7,18
(3) 2 Kr
26,8
Lc 1,542 ισραηλ = israèl (Israël) Taalgebruik in het NT: Israèl (Israël) Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël) Taalgebruik in Lc: Israèl (Israël) Bijbel (2392) OT (2328) NT (64) Lc (12): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,54 (3) Lc 1,68 (4) Lc 1,80 (5) Lc 2,25 (6) Lc 2,32 (7) Lc 2,34 (8)Lc 4,25 (9) Lc 4,27 (10) Lc 7,9 (11) Lc 22,30 (12) Lc 24,21
|
Israèl LXX |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
|
|
2392 |
2328 |
64 |
12 |
2 |
12 |
4 |
15 |
16 |
3 |
26 |
30 |
16 |
- Hebreeuw יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) Taalgebruik in Tenakh: jishërâ´el (Israël) Getalwaarde: jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) Structuur: 1 - 3 - 2 - 1 - 3 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (2044) Pentateuch (502) Eerdere Profeten (765) Latere Profeten (350) 12 Kleine Profeten (89) Geschriften (337)
Lc 1,543 gen mann enk παιδος = paidos van het zelfst naamw παις = pais (kind, dienaar) Taalgebruik in het NT: pais (kind, dienaar) Bijbel (31) OT (26): (1) Gn 18,17 (2) Gn 19,2 (3) Gn 32,19 (4) Gn 33,14 (5) Gn 44,31 (6) Gn 46,34 (7) Dt 22,15 (8) Dt 22,16 (9) Js 44,26 (10) Js 45,4 (11) Js 50,10 (12) Ps 69,18 (13) Spr 29,21 (14) Job 1,8 (15) Da 9,11 (16) Da 9,17 (17) 1 Kr 17,17 (18) 1 Kr 17,24 (19) 1 Kr 17,25 (20) 1 Kr 17,27 (21) 1 Kr 21,8 (22) 2 Kr 6,19 (23) 2 Kr 6,21 (24) 2 Mak 6,23 (25) 2 Mak 15,12 (26) Bar 2,28 Nt (5): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,69 (3) Lc 8,51 (4) Hnd 4,25 (5) Hnd 4,30 Een vorm van παις = pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24, met variante lezingen 27) Mt (5): (1) Mt 2,16 (2) Mt 8,6 (3) Mt 8,8 (4) Mt 8,13 (5) Mt 12,18 (6) Mt 14,2 (7) Mt 17,18 (8) Mt 21,15 (9) Lc 1,16 (10) Lc 1,54 (11) Lc 1,69 (12) Lc 1,80 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,32 (15) Lc 2,34 (16) Lc 4,25 (17) Lc 4,27 (18) Lc 7,9 (19) Lc 22,30 (20) Lc 24,21 (21) Joh 4,51 (22) Hnd 3,13 (23) Hnd 3,26 (24) Hnd 4,25 (25) Hnd 4,27 (26) Hnd 4,30 (27) Hnd 20,12
Zowel παις = pais (kind, dienaar) als δουλος = doulos (dienaar, slaaf) kan de vertaling van het Hebreeuwse עֶבֶד = `èbhèd (dienaar, knecht) zijn Taalgebruik in Tenakh: `èbhèd (dienaar) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 Totaal: 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) Structuur: 7 - 2 - 4 De som van de elementen is telkens 4 `bd in Tenakh (115) Pentateuch (28) Eerdere Profeten (42) Latere Profeten (12) 12 Kleine Profeten (3) Geschriften (30) עֶבֶד = `èbhèd in Jesaja (2): (1) Js 44,21 (2) Js 49,6
Lc 1,544 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
3 - 4 παιδος αυτου = paidos autou (zijn dienaar) NT (2): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,69
2 - 4 ισραηλ
παιδος αυτου = israèl
paidos autou (Israël, zijn
dienaar) NT (1): Lc 1,54
- Hebreeuws יִשְׂרָאֵל
עַבְדוֹ = jisraël `abhëdô
(Israël, zijn dienaar) Tenakh (2): (1) 1 Kr 16,13
(2) Ps 136,22
Lc
1,545 inf aor μνησθηναι = mnèsthènai van het werkw μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik
in het NT: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in
de LXX: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Lc (2): (1) Lc 1,54
(2) Lc
1,72 Een vorm van μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in de LXX
(275) , in het NT (23) , in Lc (6) , in Hnd (2) Een
vorm van μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in Lc in 6
verzen: (1) Lc 1,54
(2) Lc
1,72 (3) Lc 16,25
(4) Lc
23,42 (5) Lc 24,6
(6) Lc
24,8 In Lc: 4 vormen in 4 hoofdstukken en in 6 verzen In Hnd: 2 vormen van μι-μνη-σκομαι
= mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in 2
hoofdstukken en in 2 verzen
- Hebr prefix l en qal inf constr zëkhor
= lizëkhor (om te gedenken): Gn 9,16 Het is het verbond dat God sloot met Noach na de zondvloed De regenboog dient als herinnering
aan dit verbond
Lc 1,546 gen onz enk eleous van het zelfst naamw eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in het NT: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Lc: eleos (barmhartigheid) Lc (2): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,78 Een vorm van eleos (barmhartigheid) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,54 (3) Lc 1,58 (4) Lc 1,72 (5) Lc 1,78
|
Lc 1,55 - Lc 1,55: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [55] As he spake
to our fathers,
to Abraham, and to his seed for
ever
Luther-Bibel 55 wie er geredet
hat zu unsern Vätern,
Hebreeuws: ka´äsjèr dibber la´äbhôthe(j)nû lë´abhërâhâm
Tekstuitleg van Lc 1,55 Het vers Lc 1,55 telt 15 (3 X 5) woorden en 70 (2 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,55 is 10114 (2 X 13 X 389) In dit vers wordt het verband gelegd met het verleden
Lc 1,551 καθως = kathôs (zoals) Taalgebruik in het NT: kathôs (zoals) Taalgebruik in de LXX: kathôs (zoals) Lc (17): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,70 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,23 (6) Lc 5,14 (7) Lc 6,31 (8) Lc 6,36 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,30 (11) Lc 17,26 (12) Lc 17,28 (13) Lc 19,32 (14) Lc 22,13 (15) Lc 22,29 (16) Lc 24,24 (17) Lc 24,39
|
kathôs (zoals) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
|
405 |
326 |
179 |
3 |
8 |
17 |
31 |
11 |
109 |
- |
28 |
59 |
|
|
Mt |
Mc |
Lc |
syn |
ev |
|
kathôs (zoals) bij syn |
8: (1) Mc 1,2
(gegraptai) (2) Mc 4,33
(3) Mc
9,13 (gegraptai) (4) Mc 11,6
(eipen) (5) Mc 14,16
(eipen) (6) Mc 14,21
(gegraptai) (7) Mc 15,8
(8) Mc
16,7 (eipen) |
17: (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,55 (3) Lc 1,70
(4) Lc
2,20 (5) Lc 2,23
(6) Lc
5,14 (7) Lc 6,31
(8) Lc
6,36 (9) Lc 11,1
(10) Lc
11,30 (11) Lc 17,26
(12) Lc
17,28 (13) Lc 19,32
(14) Lc
22,13 (15) Lc 22,29
(16) Lc
24,24 (17) Lc 24,39
|
59 |
- Hebreeuws כַּאֲשֶׁר
= ka´äsjèr
(zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר
= ´äsjèr
(die) OF persoonsnaam אָשֶׁר
= ´âsjer
(Aser) Taalgebruik in Tenakh: ´äsjèr (die) Getalwaarde van ´äsjèr
(die): aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal: 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167)
Structuur: 1 - 3 - 2 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh
(488) Pentateuch (202) Eerdere Profeten (68) Latere Profeten (68) 12 Kleine
Profeten (22) Geschriften (56)
- כּמוֹ = këmô (zoals)
Taalgebruik in Tenakh: këmô (zoals) Getalwaarde: kaph
= 12 of 30 , mem , 13 of 40 , waw = 6 ; totaal: 31
OF 76 (4 X 19) Tenakh (52) Pentateuch (2) Eerdere
Profeten (0) Latere Profeten (9) 12 Kleine Profeten (8) Geschriften (33)
Pentateuch (2): (1) Ex 15,5 (2)
Ex 15,8
Arabisch كَما = zoals (kamâ) Taalgebruik in de Qoran: zoals
(kamâ) Lat sicut Fr selon E as D wie
Lc 1,552 act ind aor 3de pers enk ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in de LXX: laleô (lallen, spreken, praten) Lc (5): (1) Lc 1,55 (2) Lc 1,70 (3) Lc 2,50 (4) Lc 11,14 (5) Lc 24,6 Een vorm van λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) in de LXX (1189) , in het NT (298) , in Lc (31) In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70
|
laleô |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
act ind aor 3de pers enk elalèsen |
431 |
400 |
31 |
7 |
1 |
5 |
6 |
8 |
2 |
1 |
13 |
19 |
2 |
|
- Hebreeuws act piël perf
3de pers mann enk דִּבֶּר
= dibbèr
(hij sprak) Zie het werkw דָבַר
= dâbhar
(spreken) Getalwaarde: daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ;
totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 Structuur: 4 - 2 - 2 De som van de
elementen is telkens 8 Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken) Tenakh (196)
Gn (13): (1) Gn 12,4 (2) Gn 17,23 (3) Gn 18,19 (4) Gn 21,2 (5) Gn 23,16 (6) Gn 24,7 (7) Gn 24,53 (8) Gn 35,13 (9) Gn 35,14 (10) Gn 35,15 (11) Gn 42,30 (12) Gn 45,27 (13) Gn 49,28
- Lat loqui Fr parler E to speek D sprechen
Lc
1,551 - 2 καθως ελαλησεν = kathôs elalèsen (zoals hij sprak)
in NT = Lc (2): (1) Lc 1,55
(2) Lc
1,70
- דִּבֶּר כַּאֲשֶׁר
= ka´äsjèr
dibbèr (zoals hij sprak) Tenakh
(59) Gn (3): (1) Gn 12,4 (2) Gn 17,23 (3) Gn 24,51 Dt (15): (1) Dt 1,11 (2) Dt 1,21 (3) Dt 2,1 (4) Dt 6,3 (5) Dt 6,19 (6) Dt 9,3 (7) Dt 10,9 (8) Dt 11,25 (9) Dt 12,20 (10) Dt 15,6 (11) Dt 18,2 (12) Dt 26,18 (13) Dt 27,3 (14) Dt 29,12 (15) Dt 31,3
- דִּב?ּר כַּאֲשֶׁר
= ka´äsjèr
dibber (zoals hij sprak) Tenakh
(6): (1) Gn 21,1 (2) Ex 12,25
(3) Dt 26,19 (4) Joz 14,10 (5) 1 K 2,24
(6) Jr 40,3
|
dâbhar (spreken) |
Tenakh |
|||||||||||||||||||||
|
ka´äsjèr dibbèr (zoals hij
sprak) |
59 |
3 |
7 |
1 |
5 |
15 |
8 |
3 |
|
1 |
|
6 |
3 |
1 |
3 |
|
|
|
1 |
|
|
|
- Gn 12,4 verwijst naar het woord van JHWH aan Abram om te vertrekken Gn 17,23 verwijst naar het woord van God in verband met de besnijdenis In Gn 21,1 is het woord van JHWH tot Sara gericht In de context van Lucas is de besnijdenis uitgesloten Rest nog de tekst ivm de oproep om te vertrekken Zo kan het begin en het einde van het Magnificat geïnspireerd zijn op de begingeschiedenis van Abram in Gn 12,1-4
Lc 1,553 προς = pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in de LXX: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij) In elf verzen in Lc 1: tekstlezingen: Lc 1,26 eis / pros (naar) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80 Tekstlezingen Lc 1,26 eis / pros (naar)
|
pros (bij) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
3919 |
3272 |
647 |
41 |
62 |
158 |
91 |
122 |
166 |
7 |
261 |
352 |
|
|
- ´l: voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot)
OF godsnaam El De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים
= ´èlohîm
is אֵל = ´el OF ontkenning עַל = ´al (niet) Taalgebruik in Tenakh: ´èl Getalwaarde is: aleph = 1 ; lamed
= 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) Structuur: 1 - 3 De som van de
elementen is telkens 4 Tenakh (3626) Pentateuch
(1096) Eerdere Profeten (1070) Latere Profeten (655) 12 Kleine Profeten (142)
Geschriften (662)
- إلي = ´ilâ (naar) Taalgebruik in de Qoran:
´ilâ (naar)
Lc
1,552 - 3 ελαλησεν
προς = elalèsen
pros (hij sprak tot) NT (2): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 8,26
- דִּבֶּר אֶל
= dibbèr
´èl (hij sprak tot) Tenakh
(7): (1) 1
K 13,11 (2) 1 K 16,12
(3) 2 K 1,3
(4) 2 K 8,1
(5) 2 K
10,17 (6) 2 K 15,12
(7) Jr 51,12
Lc 1,554 bep lidw acc mann mv τους = tous (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (98) Lc 1 (4): (1) Lc 1,33 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,65 (4) Lc 1,79
|
|
lidw mv |
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
16 |
acc m mv tous |
|
2960 |
2330 |
630 |
91 |
52 |
98 |
51 |
122 |
156 |
60 |
|
|
- Grieks to , tè N de E the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc
1,555 acc mann mv
πατερας = pateras van het zelfst naamw πατηρ
= patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in de LXX: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Lc (1) Lc 1,55 Hnd (8): (1) Hnd 3,25 (2) Hnd 7,12 (3) Hnd 7,19 (4) Hnd 13,17 (5) Hnd 13,32 (6) Hnd 13,36 (7) Hnd 26,6 (8) Hnd 28,25 Een vorm van πατηρ
= patèr (vader) in de LXX (1451) , in het NT (415) ,
in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17
(2) Lc
1,32 (3) Lc 1,55
(4) Lc
1,59 (5) Lc 1,62
(6) Lc
1,67 (7) Lc 1,72
(8) Lc
1,73 Hnd (35)
- Hebreeuws mann mv אֲבוֹת
= ´äbhôth
(vaders) van het zelfst naamw
אַב = ´abh (vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph
= 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som
van de elementen is telkens 3 Tenakh (31) Pentateuch
(8) Eerdere Profeten (3) Latere Profeten (6) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften
(13) Pentateuch (8): (1) Ex 6,25
(2) Ex 34,7
(3) Nu
14,18 (4) Nu 31,26
(5) Nu
32,28 (6) Nu
36,1 (7) Dt 5,9 (8) Dt 24,16
- Lat pater Fr père Ned
vader E father D Vater
Arabisch: اَب = ´ab (vader) Taalgebruik in de Qoran: ´ab (vader)
|
|
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
acc mann mv pateras |
54 |
42 |
12 |
|
|
1 |
|
8 |
3 |
|
1 |
1 |
3 |
|
Lc
1,554 - 5 τους πατερας = tous
pateras (de vaders) NT (11): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 3,22 (3) Hnd 3,25 (4) Hnd 7,12 (5) Hnd 7,19 (6) Hnd 13,17 (7) Hnd 13,32 (8) Hnd 13,36 (9) Hnd 26,6 (10) Hnd 28,25 (11) Rom 11,28
- Hebreeuws הָאָבוֹת
= hâ´âbhôth
(de vaderen) < prefix bepaald lidw ha + mann mv van het zelfst naamw אַב = ´abh (vader)
Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph
= 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som
van de elementen is telkens 3 Tenakh (41):
Pentateuch (2) Eerdere Profeten (5) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (0)
Geschriften (32) Pentateuch (2): (1) Nu 36,1 (2)
Dt 18,8
Lc 1,553 - 5 προς τους πατερας = pros tous pateras (tot de vaders) NT (7): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,22 (3) Hnd 3,25 (4) Hnd 13,32 (5) Hnd 13,36 (6) Hnd 26,6 (7) Hnd 28,25
Lc
1,555 - 6 πατερας
ἡμων = pateras
hèmôn (onze vaders) NT (6): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,12 (4) Hnd 7,19 (5) Hnd 13,17 (6) Hnd 28,25
- Hebreeuws אֲבֹתֵינוּ
= ´äbhothe(j)nû (onze vaderen) < mann mv
stat constr + suffix pers voornaamw
1ste pers mann mv Zie: אַב
= ´abh
(vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph
= 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som
van de elementen is telkens 3 Tenakh (23): (1) Gn 46,34 (2) Nu 20,15
(3) Nu 36,3
(4) Nu 36,4
(5) Dt 5,3 (6) Dt 26,7 (7) 1 K 8,21
(8) 1 K
8,53 (9) 1
K 8,57 (10) 1 K 8,58
(11) 2 K
22,13 (12) Js 64,10 (13) Mal 2,10
(14) Ps 22,5 (15) Kl 5,7 (16) Da 9,16
(17) Ezr 9,7 (18) Ezr 9,9 (19) Ezr 10,35 (20) 1 Kr 29,15
(21) 1 Kr
29,18 (22) 2 Kr 20,6
(23) 2 Kr
29,6
- אֲבֹתֶיךָ
= ´äbhothè(j)khâ (jouw vaderen) < mann mv
stat constr + suffix pers voornaamw
2de pers mann enk van het zelfst
naamw אַב = ´abh (vader)
Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph
= 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som
van de elementen is telkens 3 Tenakh (22): (1) Gn 15,15 (2) Ex 10,6 (3)
Dt 1,21 (4) Dt 4,31 (5) Dt 4,37 (6) Dt 6,3 (7) Dt 8,3 (8) Dt 8,16 (9) Dt 10,22 (10) Dt 12,1 (11) Dt 27,3 (12) Dt 30,5 (13) Dt 30,9 (14) Dt 31,16 (15) 2 S 7,12
(16) 1 K
13,22 (17) 2 K 20,17
(18) 2 K
22,20 (19) Js 39,6 (20) Ps 45,17 (21) 1 Kr 17,11
(22) 2 Kr
34,28
Lc
1,553 - 6 προς τους πατερας
ἡμων = pros tous
pateras hèmôn (tot onze
vaders) NT (4): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 3,25 (3) Hnd 13,32 (4) Hnd 28,25
- לַאֲבֹתֵינוּ
= la´äbhothe(j)nû (tot onze vaderen) Zie: אַב
= ´abh
(vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph
= 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som
van de elementen is telkens 3 Tenakh (7): (1) Dt 6,23 (2) Dt 26,3 (3) Dt 26,15 (4) 1 K 8,40
(5) Mi 7,20
(6) Neh 9,36 (7) 2 Kr 6,31
Zie Lc
1,553 - 6
- אֲבֹתֶיךָ
אֶל = ´èl ´äbhothè(j)khâ
(naar jouw vaderen) Tenakh (2): (1) Gn 15,15 (2) 2 Kr 34,28
Lc 1,557 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- Grieks to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc
1,558 αβρααμ = abraam
(Abraham) Taalgebruik in het NT: abraam (Abraham) Bijbel (241) OT (164) NT (69) Lc (14): (1) Lc
1,55 (2) Lc 1,73
(3) Lc 3,8
(4) Lc
3,34 (5) Lc 13,16
(6) Lc
13,28 (7) Lc 16,22
(8) Lc
16,23 (9) Lc 16,24
(10) Lc
16,25 (11) Lc 16,29
(12) Lc
16,30 (13) Lc 19,9
(14) Lc
20,37 Hnd (7): (1) Hnd 3,13 (2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,2 (4) Hnd 7,16 (5) Hnd 7,17 (6) Hnd 7,32 (7) Hnd 13,26
- Hebreeuws אַבְרָהָם
= ´abhërâhâm
(Abraham) Zie: אַבְרָם
= ´abhërâm
(Abram) Taalgebruik in Tenakh: ´abhërâm (Abram) Getalwaarde: aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he
= 5 , mem = 13 of 40 ; totaal: 41 of 248 (2³ X 31) Structuur: 1 - 2 - 2 - 5 -
4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (128)
Pentateuch (105) Eerdere Profeten (4) Latere Profeten (6) 12 Kleine Profeten
(0) Geschriften (13) Gn (98)
- Arabisch ابرَاهِيم = ´ibrâhîm (Ibrâhîm) Taalgebruik in
de Qoran: ibrâhîm (Ibrâhîm) Qoran (75)
Lc
1,557 - 8 τῳ
αβρααμ = tô(i) () abraam (aan Abraham) NT (10): (1) Mt 3,9
(2) Lc
1,55 (3) Lc 3,8
(4) Hnd 7,17 (5) Rom 4,9
(6) Rom
4,13 (7) Gal 3,8
(8) Gal
3,16 (9) Gal 3,18
(10) Heb
6,13 (11) 1 Pe 3,6 pros abraam (tot
Abraham) NT (2): (1) Lc 1,73
(2) Hnd 3,25
- Hebreeuws לְאַבְרָהָם
= lë´abhërâhâm
(aan Abraham) < voorzetsel lë + אַבְרָהָם = ´abhërâhâm
(Abraham) אַבְרָם
= ´abhërâm
(Abram) Taalgebruik in Tenakh: ´abhërâm (Abram) Getalwaarde: aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he
= 5 , mem = 13 of 40 ; totaal: 41 of 248 (2³ X 31) Structuur: 1 - 2 - 2 - 5 -
4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (27)
Pentateuch (26) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (0) 12 Kleine Profeten (1)
Geschriften (0) Gn (15): (1) Gn 20,9 (2) Gn 20,14 (3) Gn 21,2 (4) Gn 21,7 (5) Gn 21,9 (6) Gn 21,10 (7) Gn 22,20 (8) Gn 23,18 (9) Gn 23,20 (10) Gn 25,6 (11) Gn 25,12 (12) Gn 26,3 (13) Gn 28,4 (14) Gn 35,12 (15) Gn 50,24 (16) Ex 6,8 (17)
Ex 32,13
(18) Ex 33,1
(19) Nu
32,11 (20) Dt 1,8 (21) Dt 6,10 (22) Dt 9,5 (23) Dt 9,27 (24) Dt 29,12 (25) Dt 30,20 (26) Dt 34,4 (27) Mi 7,20
- אַבְרָהָם
אֶל = ´èl ´abhërâhâm (tot Abraham) Tenakh (12): (1) Gn 17,9 (2) Gn 17,15 (3) Gn 18,13 (4) Gn 18,33 (5) Gn 20,10 (6) Gn 21,12 (7) Gn 21,22 (8) Gn 21,29 (9) Gn 22,7 (10) Gn 22,15 (11) Ex 6,3 (12)
Js 51,2
Lc 1,559 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Taalgebruik: kai (en) in de LXX Nevenschikkend voegwoord Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
|
kai (en) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
verzen |
|
|
7957 |
1071 |
678 |
1151 |
879 |
1007 |
2767 |
404 |
2900 |
3779 |
|
kai (en) |
26980 |
21867 |
5113 |
705 |
555 |
822 |
530 |
660 |
1470 |
371 |
2082 |
2612 |
|
verschil |
|
|
2844 |
366 |
123 |
329 |
349 |
347 |
1297 |
33 |
818 |
1167 |
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1,5510 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
6 |
dat m + onz enk tô(i) |
5507 |
4462 |
1045 |
121 |
68 |
154 |
98 |
163 |
367 |
74 |
343 |
441 |
- Grieks to , tè N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc
1,5511 dat onz enk σπερματι = spermati
van het zelfst naamw
σπερμα = sperma (zaad,
nakomeling) Taalgebruik in het NT: sperma
(zaad, nakomeling) Taalgebruik in de LXX: sperma
(zaad, nakomeling) Bijbel (46) OT (35) NT (6): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,5 (4) Rom 4,13
(5) Rom
4,16 (6) Gal 3,16
- Hebreeuws לְזֶרַ = lëzèra` (aan
het zaad / nageslacht) < prefix voorzetsel lë + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling)
Taalgebruik in Tenakh: zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Getalwaarde: zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17) OF 277 (priemgetal)
Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh
(5): (1) Gn 47,24 (2) Lv 18,20 (3) Js 45,19 (4) Ez 20,5 (5) 2 Kr 20,7
Lc 1,558 - 11 abraam kai tô(i) spermati (Abraham en aan het zaad / nageslacht) NT (2): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,25
Lc
1,5510 - 11 τῳ σπερματι = tô(i)
spermati (aan het zaad / nageslacht) NT (6): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,5 (4) Rom 4,13
(5) Rom
4,16 (6) Gal 3,16
(2X)
- Hebreeuws לְזֶרַע
= lëzèra`
(aan het zaad / nageslacht) < prefix voorzetsel lë
+ zelfst naamw זֶרַע = zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling)
Taalgebruik in Tenakh: zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Getalwaarde: zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17) OF 277 (priemgetal)
Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh
(5): (1) Gn 47,24 (2) Lv 18,20 (3) Js 45,19 (4) Ez 20,5 (5) 2 Kr 20,7
Lc 1,5512 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,5510 - 12 τῳ σπερματι αυτου = tô(i) spermati autou (aan zijn zaad /
nageslacht) NT (4): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 7,5 (3) Rom 4,13
(4) Gal
3,16
- לֱזַרְעוֹ
= lëzar`ô
(aan zijn geslacht) < voorzetsel lë + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (geslacht) + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk Zie het werkw זָרַע = zâra` (zaaien, planten,
voortbrengen) Taalgebruik in Tenakh: zârâ` (zaaien, planten, voortbrengen) Getallenwaarde: zain = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17: getallenwaarde van
de 2 godsnamen) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de
elementen is telkens 7 Tenakh (2): (1) Gn 17,19 (2) Neh 9,8
- לֱזַרְעֲךָ
= lëzar`äkhô
(aan jouw geslacht) < voorzetsel lë + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (geslacht) + suffix persoonl voornaamw 2de pers mann enk Zie het werkw זָרַע = zâra` (zaaien, planten,
voortbrengen) Taalgebruik in Tenakh: zârâ` (zaaien, planten, voortbrengen) Getallenwaarde: zain = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17: getallenwaarde van
de 2 godsnamen) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de
elementen is telkens 7 Tenakh (7): (1) Gn 12,7 (2) Gn 15,18 (3) Gn 24,7 (4) Gn 26,4 (5) Gn 48,4 (6) Ex 33,1 (7)
Dt 34,4
(1) Gn 12,7 (lëzarë`äkhâ ´èththen ´èth hâ´ârèts
hâzzo´th = aan uw nageslacht zal ik dit land geven)
(2) Gn 15,18 (lëzarë`äkhâ nâthaththî ´èth hâ´ârèts hâzzo´th = aan uw
nageslacht geef ik dit land)
(3) Gn 24,7 (lëzarë`äkhâ ´èththen ´èth hâ´ârèts
hâzzo´th = aan uw nageslacht zal ik dit land geven)
(4) Gn 26,4 (wënâthaththî lëzarë`äkhâ ´èth kâl hâ´ärâzoth = en ik geef uw
nageslacht heel het land)
(5) Gn 48,4 (wënâthaththî ´èth hâ´ârèts hâzzo´th
lëzarë`äkhâ = en ik geef dit land aan uw nageslacht)
(6) Ex 33,1 (lëzarë`äkhâ ´èththënènnâh = aan
uw nageslacht zal ik het geven)
(7) Dt 34,4 (lëzarë`äkhâ ´èththënènnâh = aan uw nageslacht zal ik het geven)
Lc
1,559 - 12 και τῳ
σπερματι
αυτου = kai
tô(i) spermati autou (en aan zijn zaad / nageslacht) NT (3): (1) Lc 1,55
(2) Hnd 7,5 (3) Gal 3,16
- Hebreeuws וּלְזַרְעוֹ
= ûlëzarë`ô
(en aan zijn zaad / nageslacht) < prefix verbindingswoord wë + prefix voorzetsel lë + zelfst naamw + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk van het zelfst naamw זֶרַע
= zèra`
(zaad, nageslacht, nakomeling) Taalgebruik in Tenakh: zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Getalwaarde: zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17) OF 277 (priemgetal)
Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh
(6): (1) Ex
28,43 (2) Ex 30,21
(3) Nu
24,13 (ûlëzara`ô) (4) 2 S 22,51
(5) 1 K
2,33 (6) Ps 18,51
Lc 1,5513 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in de LXX: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79
|
eis (naar) |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
6930 |
5336 |
1594 |
215 |
151 |
210 |
181 |
260 |
504 |
73 |
576 |
757 |
427 |
77 |
Lc
1,5514 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N
de E the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
|
|
lidw enk |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
|
8 |
acc mann + onz enk ton |
6202 |
4880 |
1322 |
167 |
124 |
191 |
197 |
244 |
338 |
61 |
482 |
679 |
Lc 1,5515 acc mann enk aiôna van het zelfst naamw aiôn (eeuwigheid) Taalgebruik in het NT: aiôn (eeuwigheid) Taalgebruik in de LXX: aiôn (eeuwigheid) Hebr `ôlâm (eeuwig) Taalgebruik in Tenakh: `ôlâm (eeuwig) Bijbel (312) OT (243) NT (28) Lc (1): Lc 1,55
Lc 1,5513 - 15 eis ton aiôna (tot in eeuwigheid) NT (30) Lc (1): Lc 1,55 Hebr lë`ôlam Tenakh (20)
|
Lc 1,56 - Lc 1,56: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen
-- Lc
1,39-56 -- Lc 1,39
- Lc
1,40 - Lc 1,41
- Lc
1,42 - Lc 1,43
- Lc
1,44 - Lc 1,45
- Lc
1,46 - Lc 1,47
- Lc
1,48 - Lc 1,49
- Lc
1,50 - Lc 1,51
- Lc
1,52 - Lc 1,53
- Lc
1,54 - Lc 1,55
- Lc
1,56 - |
||||||||||||||||
|
King James Bible [56] And
Mary abode with her about three months,
and returned to her own house
Luther-Bibel 56 Und Maria blieb bei ihr etwa
drei Monate; danach kehrte sie
wieder heim
Tekstuitleg van Lc 1,56 Het vers Lc 1,56 telt 14 (2 X 7) woorden en 65 (3 X 15) letters De getalwaarde van Lc 1,56 is 7254 (2 X3 X 3 X 13 X 31)
Lc 1,561 act ind aor 3de pers enk emeinen (zij bleef) van het werkw menô (blijven) Taalgebruik in het NT: menô (blijven) Taalgebruik in Lc: menô (blijven) Lc (1) Lc 1,56 Een vorm van menô (blijven) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,56 (2) Lc 8,27 (3) Lc 9,4 (4) Lc 10,7 (5) Lc 19,5 (6) Lc 24,29 (2 vormen)
Lc
1,562 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76
(17) Lc
1,80
Lc
1,563 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27
(2) Lc
1,30 (3) Lc 1,34
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,39
(6) Lc
1,46 (7) Lc 1,56
(8) Lc 2,5
(9) Lc
2,16 (10) Lc 2,19
(11) Lc
2,34 (12) Lc 10,39
(13) Lc
10,42
Lc 1,564 sun (met) Taalgebruik in het NT: sun (met) Taalgebruik in Lc: sun (met) Lc (23): (1) Lc 1,56 (2) Lc 2,5 (3) Lc 2,13 (4) Lc 5,9 (5) Lc 5,19 (6) Lc 7,6 (7) Lc 7,12 (8) Lc 8,1 (9) Lc 8,38 (10) Lc 8,51 (11) Lc 9,32 (12) Lc 19,23 (13) Lc 20,1 (14) Lc 22,14 (15) Lc 22,56 (16) Lc 23,11 (17) Lc 23,32 (18) Lc 24,10 (19) Lc 24,21 (20) Lc 24,24 (21) Lc 24,29 (22) Lc 24,33 (23) Lc 24,44
Lc 1,565 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
Lc
1,566 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals)
Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23
(2) Lc
1,41 (3) Lc 1,44
(4) Lc
1,56
Lc
1,567 acc vr mv mènas
van het zelfst naamw mèn (maand) Taalgebruik in het NT: mèn (maand) Taalgebruik in Lc: mèn (maand)
Lc (3): (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,56 (3) Lc 4,25
Een vorm van mèn (maand) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,26 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,56 (5) Lc 4,25
Lc
1,568 treis (drie) Telwoord Taalgebruik in
het NT: telwoorden
Taalgebruik in Lc: telwoorden
Lc (5): (1) Lc 1,56
(2) Lc
2,46 (3) Lc 9,33
(4) Lc 11,5
(5) Lc
12,52
Lc 1,569 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
Lc
1,5610 act ind aor 3de
pers enk ὑπεστρεψεν
= hupestrepsen (hij keerde terug) van het werkw ὑποστρεφω
= hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in het
NT: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in Lc: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in Hnd: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in de
Septuaginta: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Lc (5): (1) Lc 1,56
(2) Lc 4,1
(3) Lc
4,14 (4) Lc 8,37
(5) Lc
17,15 Een vorm van ὑποστρεφω
= hupostrefô (omkeren, terugkeren) in de LXX (17) ,
in het NT (35) , in Lc (21): (1) Lc 1,56
(2) Lc
2,20 (3) Lc 2,43
(4) Lc
2,45 (5) Lc 4,1
(6) Lc
4,14 (7) Lc 7,10
(8) Lc
8,37 (9) Lc 8,39
(10) Lc
8,40 (11) Lc 9,10
(12) Lc
10,17 (13) Lc 11,24
(14) Lc
17,15 (15) Lc 17,18
(16) Lc
19,12 (17) Lc 23,48
(18) Lc
23,56 (19) Lc 24,9
(20) Lc
24,33 (21) Lc 24,52
In Lc
1,39 wordt de heenreis van Maria (επορευθη
= eporeuthè = zij begaf zich op weg) gegeven , in Lc 1,56
de terugreis ( ὑπεστρεψεν
= hupestrepsen = zij keerde terug)
|
|
hupostrefô |
|
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
|
|
act ind aor 3de pers enk hupestrepsen |
|
13 |
7 |
6 |
|
|
5 |
|
1 |
|
|
5 |
5 |
|
|
|
|
hupostrefô |
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
|
|
|
|
||||||||||||
|
1 |
act ind imperf 3de pers mv hupestrefon |
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 23,48
|
|
|
2 |
act imperat praes 2de pers enk hupostrefe |
1 |
|
|
|
|
(1) Lc 8,39
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
act inf praes hupostrefein
|
2 |
|
(1) Lc 2,43
|
|
|
(2) Lc 8,40
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
act ind fut 1ste pers enk hupostrepsô
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 11,24
|
|
|
|
|
|
5 |
act ind aor 3de pers enk hupestrepsen |
5 |
(1) Lc 1,56
|
|
|
(4) Lc 8,37
|
|
|
|
(5) Lc 17,15
|
|
|
|
|
|
6 |
act ind aor 3de pers mv hupestrepsan |
5 |
|
|
|
|
|
(3) Lc 10,17
|
|
|
|
|
||
|
7 |
act part aor nom mann mv hupostrepsantes |
3 |
|
|
|
(1) Lc 7,10
|
|
(2) Lc 9,10
|
|
|
(3) Lc 17,18
|
|
|
|
|
8 |
act part aor nom vr mv hupostrepsasai
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 23,56
|
(2) Lc 24,9
|
|
9 |
act ind aor hupostrepsai
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
(1) Lc 19,12
|
|
|
|
|
|
21 |
1 |
3 |
2 |
1 |
3 |
1 |
1 |
1 |
2 |
1 |
2 |
3 |
Lc
1,5611 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis
(naar) Taalgebruik in Mc: eis
(naar) Taalgebruik in Brieven: eis
(naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd
; vertere: tourner ,
draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,20 (3) Lc 1,23
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,39 (7) Lc 1,40
(8) Lc
1,44 (9) Lc 1,50
(10) Lc
1,55 (11) Lc 1,56
(12) Lc
1,79
10 - 11 Lc 4,1: hupestrepsen apo (hij keerde terug van) Hapax in het NT Lc 1,56 en Lc 4,14: hupestrepsen () eis (hij / zij keerde terug naar)
Lc
1,5613 bep lidw acc mann + onz
enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,20 (5) Lc 1,21
(6) Lc
1,23 (7) Lc 1,32
(8) Lc
1,33 (9) Lc 1,34
(10) Lc
1,40 (11) Lc 1,41
(12) Lc
1,47 (13) Lc 1,55
(14) Lc
1,56 (15) Lc 1,64
(16) Lc
1,73 (17) Lc 1,80
Lc 1,5611 - 13 eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,40 (3) Lc 1,56 (4) Lc 5,24 (5) Lc 5,25 (6) Lc 6,4 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,39 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,61 (11) Lc 10,38 (12) Lc 11,24 (13) Lc 15,6 (14) Lc 16,27 (15) Lc 18,14 (16) Lc 22,54
Lc
1,5614pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,56 (7) Lc 1,58
Evangelie op 24 juni: geboorte Johannes de Doper: Lc 1,5766-80 Lc 1,57-6680
In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen Maar zijn moeder zei daarop: "Neen, het moet Johannes heten" Zij antwoordden haar; "Maar er is in uw familie niemand die zo heet" Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: "Johannes zal hij heten" Ze stonden allen verbaasd Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af: "Wat zal er worden van dit kind?" Want de hand des Heren was met hem Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde
5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -
|
Lc 1,57 - Lc 1,57: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc
1,57-80 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,57 - Lc 1,58
- Lc
1,59 - Lc 1,60
- Lc
1,61 - Lc 1,62
- Lc
1,63 - Lc 1,64
- Lc
1,65 - Lc 1,66
- Lc
1,67 - Lc 1,68
- Lc
1,69 - Lc 1,70
- Lc
1,71 - Lc 1,72
- Lc
1,73 - Lc 1,74
- Lc
1,75 - Lc 1,76
- Lc
1,77 - Lc 1,78
- Lc
1,79 - Lc 1,80
- |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [57] Now
Elisabeth's full time came that she should
be delivered; and she brought
forth a son
Luther-Bibel 57 Und für Elisabeth kam die Zeit, dass sie gebären
sollte; und sie gebar einen
Sohn
Tekstuitleg van Lc 1,57 Het vers Lc 1,57 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 57 letters De getalwaarde van Lc 1,57 is 5236 (2 X 2 X 7 X 11 X 17)
Lc
1,571 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc
1,572 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de
(echter) Taalgebruik in Lc: de
(echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een
lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in
de zin aan te duiden
Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,8
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,22 (6) Lc 1,24
(7) Lc
1,26 (8) Lc 1,29
(9) Lc
1,34 (10) Lc 1,38
(11) Lc
1,39 (12) Lc 1,56
(13) Lc
1,57 (14) Lc 1,62
(15) Lc
1,64 (16) Lc 1,76 (17)
Lc 1,80
Lc 1,571 - 2 tèi de (1) Lc 1,57 (2) Lc 24,1 Bij het begin van het vers
Lc 1,573 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalswaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)
Lc
1,574 pass ind aor 3de
pers enk eplèsthè (hij / zij werd vervuld) van het werkw pimplèmi (vullen)
Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vullen) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vullen)
Lc (3): (1) Lc 1,41
( Elisabeth - eplèsthè pneumatos
hagiou = zij werd vervuld van heilige geest) (2) Lc 1,57
(3) Lc
1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos
hagiou = hij werd vervuld van heilige geest) Een vorm
van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15
(2) Lc
1,23 (3) Lc 1,41
(4) Lc
1,57 (5) Lc 1,67
(6) Lc 2,6
(7) Lc
2,21 (8) Lc 2,22
(9) Lc
4,28 (10) Lc 5,7
(11) Lc
5,26 (12) Lc 6,11
(13) Lc
21,22
Lc
1,575 bep lidw nom m
enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,19 (3) Lc 1,21
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,28
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,30
(8) Lc
1,32 (9) Lc 1,35
(10) Lc
1,38 (11) Lc 1,42
(12) Lc
1,49 (13) Lc 1,57
(14) Lc
1,67 (15) Lc 1,68
Lc
1,576 nom mann enk chronos
van het zelfst naamw chronos (tijd) Taalgebruik in het NT: chronos (tijd) Taalgebruik in Lc: chronos (tijd)
Lc (1) Lc
1,57 Een vorm van chronos (tijd) in Lc in 7
verzen: (1) Lc 1,57
(2) Lc 4,5
(3) Lc
8,27 (4) Lc 8,29
(5) Lc
18,4 (6) Lc 20,9
(7) Lc
23,8
Lc
1,577 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc
1,578 act inf aor τεκειν = tekein van het wkw
τικτω = tiktô (baren, bevallen) < τιτκω
= titkô; de stam is tek en
er heeft een reduplicatie van de t + jota plaats, zie b.v. tek-non:
het geborene, kind. Taalgebruik in het NT: tiktô (baren) Taalgebruik in Lc: tiktô (baren)
Lc (2): (1) Lc 1,57
(2) Lc 2,6
Een vorm van tiktô (baren) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,31
(2) Lc
1,57 (3) Lc 2,6
(4) Lc 2,7
(5) Lc
2,11
Lc
1,574 - 9 de tijd om te bevallen (Rebekka - Elisabeth - Maria)
- Gn 25,24: kai eplèrôthèsan hai hèmerai tou tekein autèn
(en de dagen werden vol dat zij zou bevallen)
- Lc 1,57: eplèsthè ho chronos tou tekein autèn
(de tijd werd vervuld dat zij zou bevallen)
- Lc 2,6: eplèsthèsan hai hèmerai tou tekein autèn
(de dagen werden vervuld dat zij zou bevallen)
Lc
1,579 pers voornaamw 3de pers enk acc vr enk autèn (haar) van het
pers voornaamw autos (hij -
hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (25): (1) Lc 1,28
(2) Lc
1,57 (3) Lc 1,61
(4) Lc 2,6
(5) Lc 4,6
(6) Lc
4,39 (7) Lc 6,48
(8) Lc
7,13 (9) Lc 8,52
(10) Lc
9,24 (11) Lc 11,32
(12) Lc
13,7 (13) Lc 13,8
(14) Lc
13,9 (15) Lc 13,12
(16) Lc
13,18 (17) Lc 13,34
(18) Lc
16,16 (19) Lc 17,33
(20) Lc
18,5 (21) Lc 18,17
(22) Lc
19,41 (23) Lc 20,31
(24) Lc
20,33 (25) Lc 21,21
Lc 1,5710 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc
1,5711 act ind aor 3de
pers enk egennèsen (zij bracht voort) van het werkw gennaô (voortbrengen,
baren) Taalgebruik in het NT: gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in Lc: gennaô (voortbrengen, baren)
Lc (1) Lc
1,57 Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in
Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,57
(4) Lc
3,22 (5) Lc 20,34
(6) Lc
23,29
Lc
1,5712 acc mann enk huion van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in
het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Mc: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Lc (15): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,57 (5) Lc 2,7
(6) Lc 3,2
(7) Lc
9,22 (8) Lc 9,38
(9) Lc
9,41 (10) Lc 12,10
(11) Lc
20,13 (12) Lc 20,41
(13) Lc
21,27 (14) Lc 22,48
(15) Lc
24,7 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,31
(4) Lc
1,32 (5) Lc 1,35
(6) Lc
1,36 (7) Lc 1,57
|
Lc 1,58 - Lc 1,58: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc
1,57-80 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,57 - Lc 1,58
- Lc
1,59 - Lc 1,60
- Lc
1,61 - Lc 1,62
- Lc
1,63 - Lc 1,64
- Lc
1,65 - Lc 1,66
- Lc
1,67 - Lc 1,68
- Lc
1,69 - Lc 1,70
- Lc
1,71 - Lc 1,72
- Lc
1,73 - Lc 1,74
- Lc
1,75 - Lc 1,76
- Lc
1,77 - Lc 1,78
- Lc
1,79 - Lc 1,80
- |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [58] And
her neighbours and her cousins heard how
the Lord had shewed great mercy upon
her; and they rejoiced with her
Luther-Bibel 58 Und ihre Nachbarn und
Verwandten hörten, dass der Herr große
Barmherzigkeit an ihr getan hatte,
und freuten sich mit ihr
Tekstuitleg van Lc 1,58 Het vers Lc 1,58 telt 19 woorden en 96 (2³ X 2² X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,58 is 10191 (3 X 43 X 79)
Lc 1,581 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc
1,582 act ind aor 3de
pers mv èkousan (zij hoorden) van het werkw akouô (horen) Taalgebruik
in het NT: akouô (horen) Taalgebruik in Lc: akouô (horen) Beide zijn verwant met elkaar oor <
Lat aus , auris , zie Gr ous / ôs , ôtis
auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren)
-> écouter
Lc (3): (1) Lc 1,58
(2) Lc
2,20 (3) Lc 10,24
Een vorm van akouô (horen) in Lc in 58 verzen , in Lc
1 (3): (1) Lc 1,41
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,66
Lc
1,583 nom mann mv hoi van het bep
lidw ho , hè , to (de -
het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Mc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (165) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,66
Lc 1,584 nom mann mv perioikoi van het zelfst naamw perioikos (omwonende) Taalgebruik in het NT: perioikos (omwonende) Taalgebruik in Lc: perioikos (omwonende) Lc (1) Lc 1,58 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc 1,585 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc
1,586 nom mann mv hoi van het bep
lidw ho , hè , to (de -
het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Mc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (165) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,66
Lc 1,587 nom mann mv suggeneis van het zelfst naamw suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in het NT: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in Lc: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Lc (2): (1) Lc 1,58 (2) Lc 14,12 Een vorm van suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,58 (2) Lc 2,44 (3) Lc 14,12 (4) Lc 21,16
Lc
1,588 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord
autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord
autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,36
(4) Lc
1,38 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,56 (7) Lc 1,58
Lc 1,589 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr kî (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: kî (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68
Lc 1,5810 act ind imperf 3de pers enk emegalunen van het werkw megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in het NT: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in Lc: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in de Septuaginta: megalunô (groot maken, verheffen) Bijbel (11): (1) 1 S 12,24 (2) Jl 2,20 (3) Jl 2,21 (4) Ps 41,10 (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) Lc (1) Lc 1,46 Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in Lc in 2 verzen: Lc 1,46 (2) Lc 1,58 Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in de Septuaginta (92) , in het NT (8)
Lc
1,5811 nom mann enk kurios
(heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,58 (5) Lc 1,68
Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou
(van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,11 (4) Lc 1,15
(5) Lc
1,38 (6) Lc 1,43
(7) Lc
1,45 (8) Lc 1,66
(9) Lc
1,76 dat mann enk kuriô(i)
(1) Lc
1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16
(2) Lc
1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc
in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99
verzen
Lc
1,5812 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc
1,5813 nom + acc onz
enk ελεος = eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in het NT: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in de Septuaginta: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Lc: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Hnd: eleos (barmhartigheid) Lc (4): (1) Lc 1,50
(2) Lc
1,58 (3) Lc 1,72
(4) Lc
10,37 Een vorm van ελεος
= eleos (barmhartigheid) in de LXX (16 + 338) , in
het NT (27) , in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,50
(2) Lc
1,54 (3) Lc 1,58
(4) Lc
1,72 (5) Lc 1,78
(6 ) Lc
10,37 In Lc: 2 vormen van ελεος
= eleos (barmhartigheid) in 6 verzen in 2
hoofdstukken 5X in Lc 1 en 1X in Lc 10,37
Niet in Hnd ελεος
= eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende
Hebreeuwse woorden
- In het Magnificat (Lc 1,47-54) lezen we in Lc 1,50: en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht En in Lc 1,54: om barmhartigheid te gedenken Bij de geboorte van Johannes zullen verwanten
en buren zeggen: want de Heer vergrootte zijn barmhartigheid En in het
Benedictus , in Lc 1,72: om barmhartigheid te doen met onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken
En in Lc
1,78: door de bewogenheid van barmhartigheid van onze God Barmhartigheid
kenmerkt God sinds eeuwigheid , en Hij kijkt terug hoe Hij barmhartig was in de
loop der geschiedenis De oproep van Jezus aan de mens om barmhartig te zijn ,
ligt in de lijn van wat God doet Zo kunnen we zeggen: wees barmhartig zoals uw
hemelse Vader barmhartig is Wees barmhartig is ook een smeekbede in de
wonderverhalen en in de kerk geworden (kyrie , eleison
= Heer , ontferm u over ons)
|
|
eleos |
Lc |
bijbel |
OT |
NT |
Mt |
Mc |
Lc |
Joh |
Hnd |
Br |
Apk |
syn |
ev |
P |
A b |
||
|
1 |
nom + acc onz enk eleos |
4 |
(4) Lc 10,37
|
226 |
207 |
19 |
3 |
|
4 |
|
|
12 |
|
7 |
7 |
7 |
5 |
|
|
2 |
gen onz enk eleous |
2 |
|
33 |
28 |
5 |
|
|
2 |
|
|
3 |
|
2 |
2 |
2 |
1 |
|
|
|
|
6 |
|
|
|
|
|
|
|
6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
- Hebreeuws חֶסֶד = chèsèd (liefde,
barmhartigheid) Taalgebruik in Tenakh: chèsèd (liefde, barmhartigheid) Getalwaarde: chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal: 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) Structuur:
8 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 9 Tenakh
(76) Pentateuch (12) Eerdere Profeten (19) Latere Profeten (5) 12 Kleine
Profeten (9) Geschriften (31) Gn (12): (1) Gn 24,12 (2) Gn 24,14 (3) Gn 24,49 (4) Gn 39,21 (5) Gn 40,14 (6) Gn 47,29 (7) Ex 20,6 (8)
Ex 34,6
(9) Ex 34,7
(10) Lv 20,17 (11) Nu 14,18
(12) Dt 5,10 Ps (19): (1) Ps 18,51 (2) Ps
25,10 (3) Ps 32,10 (4) Ps
33,5 (5) Ps 52,3 (6) Ps
61,8 (7) Ps 62,13 (8) Ps
85,11 (9) Ps 86,5 (10) Ps
86,15 (11) Ps 89,3 (12) Ps
89,15 (13) Ps 100,1 (14) Ps 103,4 (15) Ps 103,8 (16) Ps 109,12 (17) Ps 109,16 (18) Ps
141,5 (19) Ps 145,8 Een vorm van חֶסֶד
= chèsèd
(liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) חֶסֶד = chèsèd van Tenakh
wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven
- חַסְדוֹ = chasëdô (zijn
liefde) < zelfst naamw +
suffix persoonl voornaamw
3de pers mann enk Tenakh
(61) Pentateuch (1) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten
(0) Geschriften (58) Gn (1): Gn 24,27 Ps (47): (1) Ps 31,22 (2) Ps 42,9 (3) Ps 57,4 (4) Ps 59,11 (5) Ps 77,9 (6) Ps 98,3 (7) Ps 100,5 (8) Ps 103,11 (9) Ps 106,1 (10) Ps 106,45 (11) Ps 107,1 (12) Ps 107,8 (13) Ps 107,15 (14) Ps 107,21 (15) Ps 107,31 (16) Ps 117,2 (17) Ps 118,1 (18) Ps 118,2 (19) Ps 118,3 (20) Ps 118,4 (21) Ps 118,29 (22) Ps 136,1 (23) Ps 136,2 (24) Ps 136,3 (24 + 23 = 47) - Ps 136,4 - Ps 136,5 - Ps 136,6 - Ps 136,7 - Ps 136,8 - Ps 136,9 - Ps 136,10 - Ps 136,11 - Ps 136,12 - Ps 136,13 - Ps 136,14 - Ps 136,15 - Ps 136,16 - Ps 136,17 - Ps 136,18 - Ps 136,19 - Ps 136,20 - Ps 136,21 - Ps 136,22 - Ps 136,23 - Ps 136,24 - Ps 136,25 - Ps 136,26
- הַחֶסֶד = hachèsèd (de
liefde, de barmhartigheid) < bepaald lidw ha + zelfst naamw Tenakh
(6): (1) Dt 7,12 (2) 2 S 2,5 (3)
1 K 3,6
(4) Jr 16,5 (5) Ps 130,7 (6) 2 Kr 24,22
- Lat misericordia Fr misericorde
E mercy N barmhartigheid D Barmherzigkeit
- zelfst naamw acc vr enk ελεημοσυνην
= eleèmosunèn van het zelfst
naamw ελεημοσυνη
= eleèmosunè (barmhartigheid) in Lc in 2 verzen: (1)
Lc 11,41
(2) Lc
12,33 Een vorm van ελεημοσυνη
= eleèmosunè in de LXX (70) , in het NT (13) , in Lc
(2)
- werkw act imperat aor 2de pers enk ελεησον
= eleèson (ontferm je over) van het werkwoord ελεεω = eleeô
(medelijden hebben, erbarmen, zich ontfermen, barmhartig zijn) Taalgebruik in
het NT: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in de LXX: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in Lc: eleeô (medelijden hebben) In Lc (4): (1) Lc 16,24
(2) Lc
17,13 (3) Lc 18,38
(4) Lc
18,39 Een vorm van ελεεω
= eleeô in de LXX (139) , in het NT (32) , in Lc (4)
- Besluit: een vorm met de stam ele (barmhart- , ontferm-) in Lc in 12 verzen
Lc 1,5814 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
12 - 14 το ελεος αυτου = to eleos autou (zijn barmhartigheid) NT (3): (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,58 (3) Lc 10,37
Lc
1,5815 meta (met , na) Afkorting: met' Taalgebruik in het NT: meta
(na , met) Taalgebruik in Mc: meta
(na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec
(< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere
, pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 = 58) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,28 (3) Lc 1,39
(4) Lc
1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58
(2) Lc
1,66
Lc 1,5816 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58
Lc 1,5817 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc 1,5818 act ind imperf 3de pers mv sunechairon van het werkw sunchairô (blij zijn met) Taalgebruik in het NT: sunchairô (blij zijn met) Taalgebruik in Lc: sunchairô (blij zijn met) Lc (1) Lc 1,58 Een vorm van sunchairô (blij zijn met) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,58 (2) Lc 15,6 (3) Lc 15,9
Lc 1,5819 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58
|
Lc 1,59 - Lc 1,59: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc
1,57-80 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,57 - Lc 1,58
- Lc
1,59 - Lc 1,60
- Lc
1,61 - Lc 1,62
- Lc
1,63 - Lc 1,64
- Lc
1,65 - Lc 1,66
- Lc
1,67 - Lc 1,68
- Lc
1,69 - Lc 1,70
- Lc
1,71 - Lc 1,72
- Lc
1,73 - Lc 1,74
- Lc
1,75 - Lc 1,76
- Lc
1,77 - Lc 1,78
- Lc
1,79 - Lc 1,80
- |
||||||||||||||||||
|
------------------------------------------------------------------------------------------
|
King James Bible [59] And
it came to
pass, that on the eighth day they
came to circumcise
the child; and they called
him Zacharias, after the name of his father
Luther-Bibel 59 Und es begab sich am
achten Tag, da kamen sie, das Kindlein
zu beschneiden, und wollten es nach seinem Vater
Zacharias nennen
Tekstuitleg van Lc 1,59 Het vers Lc 1,59 telt 20 (2² X 5) en 100 (2² X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,59 is 9124 (2² X 2281)
Lc 1,591 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc 1,592 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65
Lc
1,593 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en
(in) Taalgebruik in Lc: en
(in) Hebr bë Fr en /
dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1
(2) Lc 1,5
(3) Lc 1,6
(4) Lc 1,7
(5) Lc 1,8
(6) Lc
1,17 (7) Lc 1,18
(8) Lc
1,21 (9) Lc 1,22
(10) Lc
1,25 (11) Lc 1,26
(12) Lc
1,31 (13) Lc 1,36
(14) Lc
1,39 (15) Lc 1,41
(16) Lc
1,42 (17) Lc 1,44
(18) Lc
1,51 (19) Lc 1,59
(20) Lc
1,65 (21) Lc 1,66
(22) Lc
1,75 (23) Lc 1,78
(24) Lc
1,79 (25) Lc 1,80
Lc
1,594 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc 1,595 nom en dat vr enk hèmera(i) (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Taalgebruik in Hnd: hèmera (dag) Taalgebruik in de Septuaginta: hèmera (dag) Hebr jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Lat dies Ned dag D Tag E day F jour < Lat diurnum Cfr journaal Lc (27) Lc 1 (1) Lc 1,59 Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,39 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,75 (11) Lc 1,80 Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het NT (388) , in Lc (82) , in Hnd (93)
Lc
1,596 bep lidw dat vr
enk tè(i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,10 (3) Lc 1,14
(4) Lc
1,36 (5) Lc 1,41
(6) Lc
1,44 (7) Lc 1,57
(8) Lc
1,59 (9) Lc 1,65
(10) Lc
1,66
Lc 1,597 dat vr enk ogdoè(i) van het rangtelwoord ogdoos (achtste) Taalgebruik in het NT: telwoorden Taalgebruik in Lc: telwoorden Lc (1) Lc 1,59 Dit is de enigste vorm in Lc
Lc
1,598 ind aor 3de pers
mv èlthon (zij gingen) van het werkw
erchomai (gaan, komen) Taalgebruik in het NT: erchomai (gaan, komen)
Lc (11): (1) Lc 1,59
(2) Lc
2,44 (3) Lc 3,12
(4) Lc
4,42 (5) Lc 5,7
(6) Lc
6,18 (7) Lc 8,35
(8) Lc
12,49 (9) Lc 23,33
(10) Lc
24,1 (11) Lc 24,23
Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Lc 1 in 2
verzen: (1) Lc 1,43
(2) Lc
1,59
Lc 1,599 act inf aor peritemein van het werkw peritemnô (rondom snijden, besnijden) Taalgebruik in het NT: peritemnô (rondom snijden, besnijden) Taalgebruik in Lc: peritemnô (rondom snijden, besnijden) Lc (2): (1) Lc 1,59 (2) Lc 2,21
Lc
1,5910 bepaald lidw nom + acc
onz enk to Taalgebruik in
het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5
(2) Lc 1,9
(3) Lc
1,10 (4) Lc 1,13
(5) Lc
1,27 (6) Lc 1,31
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,41 (10) Lc 1,44
(11) Lc
1,47 (12) Lc 1,49
(13) Lc
1,50 (14) Lc 1,58
(15) Lc
1,59 (16) Lc 1,62
(17) Lc
1,64 (18) Lc 1,66
(19) Lc
1,80
Lc
1,5911 nom + acc onz
enk paidion (kind) Taalgebruik in het NT: paidion (kind) Taalgebruik in Lc: paidion (kind)
Lc (9): (1) Lc 1,59
(2) Lc
1,66 (3) Lc 1,76
(4) Lc
1,80 (5) Lc 2,27
(6) Lc
2,40 (7) Lc 9,47
(8) Lc
9,48 (9) Lc 18,17
Een vorm van paidion (kind) in Lc in 13 verzen: 9 +
4: (1) Lc
2,17 (2) Lc 7,32
(3) Lc
11,7 (4) Lc 18,16
Lc 1,5912 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc 1,5913 act ind imperf 3de pers mv ekaloun (zij noemden) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc (1) Lc 1,59 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76
Lc 1,5914 nom + acc onz enk auto (het) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (17): (1) Lc 1,59 (2) Lc 1,62 (3) Lc 2,28 (4) Lc 2,40 (5) Lc 6,33 (6) Lc 8,5 (7) Lc 8,7 (8) Lc 9,40 (9) Lc 9,45 (10) Lc 9,47 (11) Lc 11,14 (12) Lc 14,35 (13) Lc 15,4 (14) Lc 17,35 (15) Lc 19,23 (16) Lc 22,16 (17) Lc 23,53
Lc
1,5915 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi
(op, bij) Taalgebruik in Lc: epi
(op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14
(2) Lc
1,16 (3) Lc 1,17
(4) Lc
1,29 (5) Lc 1,33
(6) Lc
1,35 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,48 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,65 ep' (1) Lc 1,12
Lc
1,5916 bep lidw dat mann + onz enk tô(i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8
(2) Lc
1,21 (3) Lc 1,22
(4) Lc
1,26 (5) Lc 1,29
(6) Lc
1,30 (7) Lc 1,47
(8) Lc
1,55 (9) Lc 1,59
(10) Lc
1,61 (11) Lc 1,62
(12) Lc
1,68 (13) Lc 1,77
Lc
1,5917 datief onzijdig enkelvoud onomati (naam)
van het zelfstandig naamw onoma
(naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M L nomen Fr nom Ned naam Eng name
Lc (16): (1) Lc 1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) (2) Lc 1,59
(3) Lc
1,61 (4) Lc 5,27
(onomati Levin = met de
naam Levi) (5) Lc 9,48
(6) Lc
9,49 (7) Lc 10,17
(8) Lc
10,38 (onomati Martha = met de naam Martha) (9) Lc 13,35
(10) Lc
16,20 (onomati Lazaros
= met de naam Lazarus) (11) Lc 19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs)
(12) Lc
19,38 (13) Lc 21,8
(14) Lc
23,50 (onomati Iôsèf =
met de naam Jozef) (15) Lc 24,18
(onomati Kleopas = met de
naam Kleopas) (16) Lc 24,47
Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen
Lc
1,5918 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè
- to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2
(2) Lc 1,6
(3) Lc 1,8
(4) Lc 1,9
(5) Lc
1,10 (6) Lc 1,11
(7) Lc
1,15 (8) Lc 1,19
(9) Lc
1,26 (10) Lc 1,32
(11) Lc
1,37 (12) Lc 1,43
(13) Lc
1,44 (14) Lc 1,48
(15) Lc
1,57 (16) Lc 1,59
(17) Lc
1,68 (18) Lc 1,73
(19) Lc
1,77 (20) Lc 1,79
Lc 1,5919 gen mann enk patros van het zelfst naamw patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Hebr âbh Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Lc (8): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,59 (3) Lc 2,49 (4) Lc 9,26 (5) Lc 10,22 (6) Lc 15,17 (7) Lc 16,27 (8) Lc 24,49 Een vorm van patèr (vader) in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73
Lc 1,5920 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc 1,5921 acc mann enk zacharian van de eigennaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,59 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,67 (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51
|
Lc 1,60 - Lc 1,60: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc
1,57-80 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,57 - Lc 1,58
- Lc
1,59 - Lc 1,60
- Lc
1,61 - Lc 1,62
- Lc
1,63 - Lc 1,64
- Lc
1,65 - Lc 1,66
- Lc
1,67 - Lc 1,68
- Lc
1,69 - Lc 1,70
- Lc
1,71 - Lc 1,72
- Lc
1,73 - Lc 1,74
- Lc
1,75 - Lc 1,76
- Lc
1,77 - Lc 1,78
- Lc
1,79 - Lc 1,80
- |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [60] And
his mother answered and said, Not
so; but he shall be called John
Luther-Bibel 60 Aber seine Mutter antwortete
und sprach: Nein, sondern er soll Johannes heißen
Tekstuitleg van Lc 1,60
Lc 1,601 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc 1,602 part aor nom vr enk apokritheisa (beantwoord) apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in het NT: apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in Lc: apokrinomai (antwoorden) Lc (1) Lc 1,60 Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60
Lc
1,603 bep lidw nom vr
enk hè of betrekk voornaamw
dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald
lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald
lidwoord Gr to , tè N:
de E: the D der , die , das enz
Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7
(2) Lc
1,13 (3) Lc 1,18
(4) Lc
1,24 (5) Lc 1,26
(6) Lc
1,29 (7) Lc 1,36
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,41
(10) Lc
1,43 (11) Lc 1,44
(12) Lc
1,45 (13) Lc 1,47
(14) Lc
1,60 (15) Lc 1,64
Lc 1,605 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80
Lc
1,606 act ind aor 3de
pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik
in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van
de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,18 (3) Lc 1,19
(4) Lc
1,28 (5) Lc 1,30
(6) Lc
1,34 (7) Lc 1,35
(8) Lc
1,38 (9) Lc 1,42
(10) Lc
1,46 (11) Lc 1,60
Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen
Lc
1,609 pass ind fut 3de pers enk klèthèsetai (hij zal genoemd worden) van het werkw kaleô (roepen, noemen)
Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen)
Lc (4): (1) Lc 1,32
(2) Lc
1,35 (3) Lc 1,60
(4) Lc
2,23 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1
in 10 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,31 (3) Lc 1,32
(4) Lc
1,35 (5) Lc 1,36
(6) Lc
1,59 (7) Lc 1,60
(8) Lc
1,61 (9) Lc 1,62
(10) Lc
1,76
Lc
1,6010 nom mann enk Iôannès
(Johannes) Taalgebruik in het NT: Iôannès (Johannes) Taalgebruik in Mc: Iôannès (Johannes) Hebr jôchanan Ned Johan D Johannes Fr
Jean E John
Lc (10) Johannes de Doper: Lc (8): (1) Lc 1,60
(2) Lc
1,63 (3) Lc 3,16
(4) Lc
7,18 (5) Lc 7,20
(6) Lc
7,33 (7) Lc 9,7
(8) Lc
11,1 Johannes de apostel Lc (2): (1) Lc 9,49
(2) Lc 9,54
Een vorm van iôannès (Johannes) in Lc in 30 verzen ,
in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,13
(2) Lc
1,60 (3) Lc 1,63
|
Lc 1,61 - Lc 1,61: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc
1,57-80 -- bijbeloverzicht
-- taalgebruik
-- Lc
(Lucas) -- Lc
1 -- Lc
1,57 - Lc 1,58
- Lc
1,59 - Lc 1,60
- Lc
1,61 - Lc 1,62
- Lc
1,63 - Lc 1,64
- Lc
1,65 - Lc 1,66
- Lc
1,67 - Lc 1,68
- Lc
1,69 - Lc 1,70
- Lc
1,71 - Lc 1,72
- Lc
1,73 - Lc 1,74
- Lc
1,75 - Lc 1,76
- Lc
1,77 - Lc 1,78
- Lc
1,79 - Lc 1,80
- |
||||||||||||||||||
|
King James Bible [61] And
they said unto her, There is none of thy kindred that
is called by this name
Luther-Bibel 61 Und sie sprachen zu
ihr: Ist doch niemand in deiner Verwandtschaft, der so heißt
Tekstuitleg van Lc 1,61 Het vers Lc 1,61 telt 16 (2² X 2²) woorden en 75 (3 X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,61 is 8997 (3 X 2999)
Lc 1,611 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78
Lc
1,612 act ind aor 3de
pers mv eipan (zij zeiden) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik
in het NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van
de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (28) Lc 1 (1) Lc 1,61
Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,24
(2) Lc
1,63 (3) Lc 1,66
(4) Lc
1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen:
(1) Lc
1,13 (2) Lc 1,18
(3) Lc
1,19 (4) Lc 1,28
(5) Lc
1,30 (6) Lc 1,34
(7) Lc
1,35 (8) Lc 1,38
(9) Lc
1,42 (10) Lc 1,46
(11) Lc
1,60 (12) Lc 1,61
Lc 1,613 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: