LUCASEVANGELIE , EERSTE HOOFDSTUK , LC 1 -
- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -
- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - L26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -- Lc 1,57-80 -

Overzicht van het Lucasevangelie: Lc 1 , Lc 2 , Lc 3 , Lc 4 , Lc 5 , Lc 6 , Lc 7 , Lc 8 , Lc 9 , Lc 10 , Lc 11 , Lc 12 , Lc 13 , Lc 14 , Lc 15 , Lc 16 , Lc 17 , Lc 18 , Lc 19 , Lc 20 , Lc 21 , Lc 22 , Lc 23 , Lc 24 -

Tekstuitleg - Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80
Tekstuitleg vers per vers: - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 - Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 - Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 - Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -


In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het eerste hoofdstuk van het Lucasevangelie:
1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4
2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25
3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38
4 Bezoek van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56
5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80


Evangelielezing van 3de (derde) zondag door het jaar C: Lc 1,1-4 en Lc 4,14-21
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in diens van het woord zijn getreden Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt

1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4 -- Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Het kindsheidsevangelie van Lucas (Lc 1 - Lc 2) bestaat uit een voorwoord en zeven verhalen
Het eerste en het tweede verhaal (Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38) zijn op een parallelle wijze opgebouwd ; zij betreffen de aankondiging van de geboorte van Johannes , de Doper (Lc 1,5-25) en die van Jezus (Lc 1,26-38) De tijdsaanduiding “in de zesde maand” vormt een link tussen het eerste en het tweede verhaal
Dit tweeluik wordt gevolgd door een tussenluik nl het bezoek van Maria aan Elisabeth (Lc 1,39-56) , waarop een tweede tweeluik volgt , die de geboorte van Johannes , de Doper (Lc 1,57-80) en die van Jezus (Lc 2,1-20) betreffen Deze vijf verhalen worden gevolgd door twee Jezusverhalen: de opdracht van Jezus in de tempel , veertig dagen na zijn geboorte (Lc 2,21-40) en de twaalfjarige Jezus te midden van de leraren (Lc 2,41-52)

De verhalen van het "kindsheidsevangelie" van Lucas worden meestal als onhistorische , fictieve verhalen geïnterpreteerd Dit betekent geenszins dat ze niet rijk aan betekenis zijn We zullen ons afvragen hoe de evangelist tot de constructie van deze verhalen is gekomen en wat de betekenis ervan is

Lc 1,1 - Lc 1,1: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

3de (derde) zondag door het jaar C

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:1 epeidèper polloi epecheirèsan anataxasthai diègèsin peri tôn peplèroforèmenôn en èmin pragmatôn 

1 quoniam quidem multi conati sunt ordinare narrationem quae in nobis conpletae sunt rerum  

1 Aangezien al velen ondernomen hebben een verhaal op te stellen omtrent de gebeurtenissen die onder ons voltrokken zijn,  

Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden,  

Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben; 

[1] Velen * hebben zich er al toe gezet het verhaal te doen van wat zich bij ons heeft voltrokken,  

[1] Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, 

1 ¶ Nadat velen reeds het ter hand hebben genomen een verhandeling op te stellen over de gebeurtenissen die zich bij ons hebben voltrokken, 

1 Puisque beaucoup ont entrepris de composer un récit des événements qui se sont accomplis parmi nous

King James Bible [1] Forasmuch as many have taken in hand to set forth in order a declaration of those things which are most surely believed among us,
Luther-Bibel Viele haben es schon unternommen, Bericht zu geben von den Geschichten, die unter uns geschehen sind,

Tekstuitleg van Lc 1,1 Het vers Lc 1,1 telt 11 woorden en 83 letters De getalwaarde van Lc 1,1 is 7457

Lc 1,11epeidèper (nadat nu, daar nu) Taalgebruik in het NT: epeidèper (nadat nu, daar nu) Taalgebruik in Lc: epeidèper (nadat nu, daar nu) Slechts in Lc 1,1 Voegwoord van tijd: toen nu , nadat nu , sinds Voegwoord van reden: daar nu , daar immers
- epei Voegwoord van tijd: nadat, wanneer Voegwoord van reden: daar , omdat
- (inderdaad, dus) Het wordt gebruikt waar een feitelijke , zichtbare evidentie wordt aangebracht
- -per Om de betekenis van het voorgaande woord te versterken

Lc 1,12 nom mann mv polloi (velen) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT: polus (veel) Taalgebruik in Lc: polus (veel)
Lc (8): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,14 (3) Lc 4,27 (4) Lc 5,15 (5) Lc 10,24 (6) Lc 13,24 (7) Lc 14,25 (8) Lc 21,8 Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,14 (3) Lc 1,16

Lc 1,13 act ind aor 3de pers mv epecheirèsan (zij beproefden) van het werkw epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) Taalgebruik in het NT: epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) Taalgebruik in Lc: epicheireô (de handen slaan aan, aanpakken, ondernemen, beproeven) Slechts in Lc 1,1 Dit is het enigste vers en de enigste vorm in de evangelies

Lc 1,14 passief infinitief aorist anataxasthai van het werkw anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) Taalgebruik in het NT: anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) Taalgebruik in Lc: anatassô (opstellen, de gegevens sytematisch rangschikken, onderzoeken) anatassô diègèsin: een verhaal opbouwen , omstandig vertellen Lc (1) Lc 1,1 Hapax Zij namen ter hand dat een verhaal zou opgebouwd worden

Lc 1,15 nom vr enk diègèsin van het zelfst naamw diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) Taalgebruik in het NT: diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) Taalgebruik in Lc: diègèsis (uiteenzetting, verhandeling, uitleg, verhaal) Lc (1) Lc 1,1

Lc 1,16 peri (omwille van, over) Taalgebruik in NT: peri (over, rondom, omwille van) Taalgebruik in Lc: peri (over, rondom, omwille van) Fr pour , N voor Lc (43) Lc 1 (2): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,4

Lc 1,17 bepaald lidw gen mann + vr + onz mv tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (6): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,70 (5) Lc 1,71 (6) Lc 1,72

Lc 1,18 pass part perf gen nom + onz mv peplèroforèmenôn van het werkw plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) Taalgebruik in het NT: plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) Taalgebruik in Lc: plèroforeô (voldragen, geheel (vervullen) Lc (1) Lc 1,1

Lc 1,19 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,110 pers voornaamw dat mv hèmin (ons) van het pers voornaamw hèmeis Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord hèmin Lc (22): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,2 (3) Lc 1,73 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,48 (6) Lc 4,34 (7) Lc 7,5 (8) Lc 7,16 (9) Lc 9,13 (10) Lc 10,11 (11) Lc 10,17 (12) Lc 11,3 (13) Lc 11,4 (14) Lc 13,25 (15) Lc 17,5 (16) Lc 20,2 (17) Lc 20,28 (18) Lc 22,8 (19) Lc 22,67 (20) Lc 23,18 (21) Lc 24,24 (22) Lc 24,32

Lc 1,111 gen onz mv pragmatôn (van de handelingen / gebeurtenissen) van het zelfst naamw pragma (daad, handeling) Taalgebruik in het NT: pragma (daad, handeling) Taalgebruik in Lc: pragma (daad, handeling) Lc (1) Lc 1,1 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,2 - Lc 1,2: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

3de (derde) zondag door het jaar C

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:2 kathôs paredosan èmin oi ap archès autoptai kai upèretai genomenoi tou logou 

2 sicut tradiderunt nobis qui ab initio ipsi viderunt et ministri fuerunt sermonis  

2 zoals zij ons hebben overgeleverd die vanaf het begin ooggetuigen waren en dienaren van het woord geworden zijn, 

aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in diens van het woord zijn getreden  

2 Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn; 

[2] aan de hand van de overlevering van de oorspronkelijke ooggetuigen die dienaar van het woord zijn geworden 

[2] en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, 

2 zoals aan ons hebben overgeleverd zij die van het begin af ooggetuigen en dienaars van het woord zijn geweest, 

2 d'après ce que nous ont transmis ceux qui furent dès le début témoins oculaires et serviteurs de la Parole

King James Bible [2] Even as they delivered them unto us, which from the beginning were eyewitnesses, and ministers of the word;
Luther-Bibel 2 wie uns das überliefert haben, die es von Anfang an selbst gesehen haben und Diener des Worts gewesen sind

Tekstuitleg van Lc 1,2 Het vers Lc 1,2 telt 12 (2² X 3) woorden en 63 (3² X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,2 is 6462 (2 X 3² X 359)

Lc 1,21 καθως = kathôs (zoals) Taalgebruik in het NT: kathôs (zoals) Taalgebruik in de LXX: kathôs (zoals) Lc (17): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,70 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,23 (6) Lc 5,14 (7) Lc 6,31 (8) Lc 6,36 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,30 (11) Lc 17,26 (12) Lc 17,28 (13) Lc 19,32 (14) Lc 22,13 (15) Lc 22,29 (16) Lc 24,24 (17) Lc 24,39

kathôs (zoals)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn

ev

 

405

326

179

3

8

17

31

11

109

-

28 

59 

 

 

Mt

Mc

Lc

syn

ev

kathôs (zoals) bij syn 

3: (1) Mt 21,6 (2) Mt 26,24 (3) Mt 28,6

8: (1) Mc 1,2 (gegraptai) (2) Mc 4,33 (3) Mc 9,13 (gegraptai) (4) Mc 11,6 (eipen) (5) Mc 14,16 (eipen) (6) Mc 14,21 (gegraptai) (7) Mc 15,8 (8) Mc 16,7 (eipen)

17: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,70 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,23 (6) Lc 5,14 (7) Lc 6,31 (8) Lc 6,36 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,30 (11) Lc 17,26 (12) Lc 17,28 (13) Lc 19,32 (14) Lc 22,13 (15) Lc 22,29 (16) Lc 24,24 (17) Lc 24,39

28 : (1) Mt 26,24 // Mc 14,21

59 

- Hebreeuws כַאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) Taalgebruik in Tenakh: ´äsjèr (die) Getalwaarde van ´äsjèr (die): aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal: 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) Structuur: 1 - 3 - 2 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh (488) Pentateuch (202) Eerdere Profeten (68) Latere Profeten (68) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (56)
- כּמוֹ = këmô (zoals) Taalgebruik in Tenakh: këmô (zoals) Getalwaarde: kaph = 12 of 30 , mem , 13 of 40 , waw = 6 ; totaal: 31 OF 76 (4 X 19) Tenakh (52) Pentateuch (2) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (9) 12 Kleine Profeten (8) Geschriften (33) Pentateuch (2): (1) Ex 15,5 (2) Ex 15,8 Arabisch كَما = zoals (kamâ) Taalgebruik in de Qoran: zoals (kamâ) Lat sicut Fr selon E as D wie

Lc 1,22 act ind aor 3de pers mv paredosan paradidômi (overleveren)   Taalgebruik in het NT: paradidômi (overleveren) Taalgebruik in Mc: paradidômi (overleveren) Lat tradere (trans - dare) Fr trahir Ned overleveren , overgeven Hebr mâsar Bij (Gr para) langs , naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over: tegenover , aan de andere zijde Zo kan para-didômi betekenen: geven aan de tegenovergestelde , de andere , de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen Lc (1) Lc 1,2 Een vorm van paradidômi (overleveren) in Lc in 17 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 4,6 (3) Lc 9,44 (4) Lc 10,22 (5) Lc 12,58 (6) Lc 18,32 (7) Lc 20,20 (8) Lc 21,12 (9) Lc 21,16 (10) Lc 22,4 (11) Lc 22,6 (12) Lc 22,21 (13) Lc 22,22 (14) Lc 22,48 (15) Lc 23,25 (16) Lc 24,7 (17) Lc 24,20

Lc 1,23 pers voornaamw dat mv hèmin (ons) van het pers voornaamw hèmeis Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord hèmin Lc (22): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,2 (3) Lc 1,73 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,48 (6) Lc 4,34 (7) Lc 7,5 (8) Lc 7,16 (9) Lc 9,13 (10) Lc 10,11 (11) Lc 10,17 (12) Lc 11,3 (13) Lc 11,4 (14) Lc 13,25 (15) Lc 17,5 (16) Lc 20,2 (17) Lc 20,28 (18) Lc 22,8 (19) Lc 22,67 (20) Lc 23,18 (21) Lc 24,24 (22) Lc 24,32

Lc 1,24 nom mann mv hoi van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (165) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,58 (3) Lc 1,66

Lc 1,25 apo (af, van-weg) afkoring ap' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Mc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc (73) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc 1 (3): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,48 (3) Lc 1,52 ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,70

Lc 1,26 gen vr enk archès van het zelfst naamw archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in het NT: archè (begin, heerschappij) Taalgebruik in Lc: archè (begin, heerschappij) Lc (1) Lc 1,2 Een vorm van archè (begin, heerschappij) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 12,11 (3) Lc 20,20

Lc 1,27 nom vr mv autoptai van het zelfst naamw autoptès (zelfziener, ooggetuige) Taalgebruik in het NT: autoptès (zelfziener, ooggetuige) Taalgebruik in Lc: autoptès (zelfziener, ooggetuige) Lc (1) Lc 1,2 Dit is de enigste vorm in het NT

Lc 1,28 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,29 nom mann mv hupèretai van het zelfst naamw hupèretès (dienaar) Taalgebruik in het NT: hupèretès (dienaar) Taalgebruik in Lc: hupèretès (dienaar) Lc (1) Lc 1,2 Een vorm van hupèretès (dienaar) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 4,20

Lc 1,210 part aor nom mann mv genomenoi van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Lc (2): (1) Lc 1,2 (2) Lc 24,37 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65

Lc 1,211 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,212 gen mann enk logou van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (2): (1) Lc 1,2 (2) Lc 20,20 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29 In Lc: 8 vormen van logos (woord) in 17 / 24 hoofdstukken en in 33 verzen In Hnd: 8 vormen van logos (woord) in 20 / 28 hoofdstukken en in 65 verzen

Lc 1,3 - Lc 1,3: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

3de (derde) zondag door het jaar C

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:3 edoxen kamoi parèkolouthèkoti anôthen pasin akribôs kathexès soi grapsai kratiste theofile  

3 visum est et mihi adsecuto a principio omnibus diligenter ex ordine tibi scribere optime Theophile 

3 leek het ook mij goed, na alles vanaf het begin nauwkeurig te hebben vervolgd, het ordelijk voor u op te schrijven, hoogedele Theofilus,  

Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht – voor u een ordelijk verslag te schrijven,  

3 Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theofilus!  

[3] Nu heb ook ik besloten alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan en voor u, geachte Teofilus, ordelijk op schrift te stellen, 

[3] leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, 

3 leek het ook mij goed, na alles van meet af zorgvuldig te hebben nagevorst het ordelijk voor je op te schrijven, beste Teofilus

3 j'ai décidé, moi aussi, après m'être informé exactement de tout depuis les origines, d'en écrire pour toi l'exposé suivi, excellent Théophile

King James Bible [3] It seemed good to me also, having had perfect understanding of all things from the very first, to write unto thee in order, most excellent Theophilus,
Luther-Bibel 3 So habe auch ich's für gut gehalten, nachdem ich alles von Anfang an sorgfältig erkundet habe, es für dich, hochgeehrter Theophilus, in guter Ordnung aufzuschreiben,

Tekstuitleg van Lc 1,3 Het vers Lc 1,3 telt 11 woorden en 74 (2 X 37) letters De getalwaarde van Lc 1,3 is 6833

Lc 1,31 act ind aor 3de pers enk edoxe van het werkw dokeô (menen, schijnen) Taalgebruik in het NT: dokeô (menen, schijnen) Taalgebruik in Lc: dokeô (menen, schijnen) Lc (1) Lc 1,3 Een vorm van dokeô (menen, schijnen) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 8,18 (3) Lc 10,36 (4) Lc 12,40 (5) Lc 12,51 (6) Lc 13,2 (7) Lc 13,4 (8) Lc 19,11 (9) Lc 22,24 (10) Lc 24,37

Lc 1,32 kamoi < kai (en) + moi (pers voornaamw dat mann enk: aan mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (1) Lc 1,3

Lc 1,33 act part perf dat mann enk parèkolouthèkoti van het werkw parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) Taalgebruik in het NT: parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) Taalgebruik in het NT: parakoloutheô (naast iemand de weg afleggen, begeleiden) Lc (1) Lc 1,3 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,34 anôthen (van boven af) Taalgebruik in het NT: anôthen (van boven af) Taalgebruik in Lc: anôthen (van boven af) Lc (1) Lc 1,3

Lc 1,35 dat mann + onz mv pasin van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder Lc (13): (1) Lc 1,3 (2) Lc 2,20 (3) Lc 2,38 (4) Lc 3,16 (5) Lc 3,20 (6) Lc 9,43 (7) Lc 9,48 (8) Lc 12,44 (9) Lc 13,17 (10) Lc 14,33 (11) Lc 24,9 (12) Lc 24,21 (13) Lc 24,25 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,37 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,63 (7) Lc 1,65 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,71 (10) Lc 1,75

Lc 1,36 akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) Taalgebruik in het NT: akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) Taalgebruik in Lc: akribôs (nauwkeurig, wel overwogen) Lc (1) Lc 1,3

Lc 1,37 kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) Taalgebruik in het NT: kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) Taalgebruik in Lc: kathexès = efexès (in volgorde, op een rij) Lc (2): (1) Lc 1,3 (2) Lc 8,1

Lc 1,38 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (44) Lc (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35

Lc 1,39 act inf aor grapsai van het werkw grafô (schrijven) Taalgebruik in het NT: grafô (schrijven) Taalgebruik in Mc: grafô (schrijven) Taalgebruik in Lc: grafô (schrijven) Lat scribere Fr écrire Lc (1) Lc 1,3 Een vorm van grafô (schrijven) in Lc in 20 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,63 (3) Lc 2,23 (4) Lc 3,4 (5) Lc 4,4 (6) Lc 4,8 (7) Lc 4,10 (8) Lc 4,17 (9) Lc 7,27 (10) Lc 10,26 (11) Lc 16,6 (12) Lc 16,7 (13) Lc 18,31 (14) Lc 19,46 (15) Lc 20,17 (16) Lc 20,28 (17) Lc 21,22 (18) Lc 22,37 (19) Lc 24,44 (20) Lc 24,46

Lc 1,310 voc mann enk kratiste van het bijvoegl naamw kratistos (machtigst, best) Taalgebruik in het NT: kratistos (machtigst, best) Taalgebruik in Lc: kratistos (machtigst, best) Lc (1) Lc 1,3 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,311 theofile (Theofilus) Vocatief mannelijk enkelvoud In twee verzen in de bijbel: (1) Lc 1,3 (2) Hnd 1,1 Het evangelie (volgens Lucas) en het boek Handelingen zijn gericht tot Teofilus Wellicht was hij een christen van Antiochië

Lc 1,4 - Lc 1,4: 1 Lucaanse proloog: Lc 1,1-4 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 -- Lc 1 -- Lc 1,5-25 - Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

3de (derde) zondag door het jaar C

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:4 ina epignôs peri ôn katèchèthès logôn tèn asfaleian  

4 ut cognoscas eorum verborum de quibus eruditus es veritatem  

4 opdat u de betrouwbaarheid zou erkennen van de dingen waaromtrent u onderricht bent  

met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt  

4 Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt  

[4] zodat u zich kunt overtuigen van de betrouwbaarheid van de berichten die u hebt ontvangen 

[4] om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent 

4 opdat je de onwankelbare grond zult kennen van de woorden waarin je bent onderricht  

4 pour que tu te rendes bien compte de la sûreté des enseignements que tu as reçus 

King James Bible [4] That thou mightest know the certainty of those things, wherein thou hast been instructed
Luther-Bibel 4 damit du den sicheren Grund der Lehre erfährst, in der du unterrichtet bist Die Ankündigung der Geburt Johannes des Täufers

Tekstuitleg van Lc 1,4 Het vers Lc 1,4 telt 8 (2³) woorden en 43 letters De getalwaarde van Lc 1,4 is 5527

Lc 1,41 hina (opdat) Taalgebruik in het NT: hina (opdat) Taalgebruik in Lc: hina (opdat) Lc (46) Lc 1 (2): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,43

Lc 1,42 act conj aor 2de pers enk epignô(i)s van het werkw epiginôskô (leren kennen, begrijpen) Taalgebruik in het NT: epiginôskô (leren kennen, begrijpen) Taalgebruik in Lc: epiginôskô (leren kennen, begrijpen) (1) Lc 1,4 Een vorm van epiginôskô (leren kennen, begrijpen) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,22 (3) Lc 5,22 (4) Lc 7,37 (5) Lc 23,7 (6) Lc 24,16 (7) Lc 24,31

Lc 1,43 peri (omwille van, over) Taalgebruik in NT: peri (over, rondom, omwille van) Taalgebruik in Lc: peri (over, rondom, omwille van) Fr pour , N voor Lc (43) Lc 1 (2): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,4

Lc 1,44 betrekk voornaamw gen mann + onz mv hôn van het betrekk voornaamw hos , hè , ho OF part praes nom mann enk ôn van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: betrekkelijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: betrekkelijk voornaamwoord Lc (17): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,20 (3) Lc 3,19 (4) Lc 3,23 (5) Lc 5,9 (6) Lc 6,34 (7) Lc 9,36 (8) Lc 11,23 (9) Lc 12,3 (10) Lc 13,1 (11) Lc 15,16 (12) Lc 19,37 (13) Lc 19,44 (14) Lc 23,14 (15) Lc 23,41 (16) Lc 24,6 (17) Lc 24,44

Lc 1,45 pass ind aor 2de pers enk katèchèthès van het werkw katècheô (doen klinken, leren) Taakgebruik in het NT: katècheô (doen klinken, leren) Taakgebruik in Lc: katècheô (doen klinken, leren) Lc (1) Lc 1,4 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,46 gen mann mv logôn van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (3): (1) Lc 1,4 (2) Lc 3,4 (3) Lc 6,47 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29

Lc 1,47 bep lidw acc vr enk tèn Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48

8 acc vr enk asfaleian van het zelfst naamw asfaleia (vastheid, veiligheid) Taalgebruik in het NT: asfaleia (vastheid, veiligheid) Taalgebruik in Lc: asfaleia (vastheid, veiligheid) Lc (1) Lc 1,4 Dit is de enigste vorm in Lc

2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 - Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

In Lc 1,5-25 beginnen 11 / 21 verzen met kai (en) en 6 / 21 verzen met de (echter)

Lc 1,5 - Lc 1,5: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal De eerste maal (Lc 1,5): er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:5 egeneto en tais èmerais èrôdou basileôs tès ioudaias iereus tis onomati zacharias ex efèmerias abia kai gunè autô ek tôn thugaterôn aarôn kai to onoma autès elisabet

5 fuit in diebus Herodis regis Iudaeae sacerdos quidam nomine Zaccharias de vice Abia et uxor illi de filiabus Aaron et nomen eius Elisabeth 

Er was in de dagen van Herodes, koning van Jodea, een zeker priester met de naam van Zaeharias uit de dienstafdeling van Abia, en hij had een vrouw uit de dochters van Aâron en haar naam was Elisabet  

5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron, en haar naam Elizabet

[5] In de dagen van Herodes, de koning van Judea*, was er een priester, Zacharias genaamd, die behoorde tot de afdeling* Abia Ook zijn vrouw stamde af van Aäron, en haar naam was Elisabet 

[5] Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron 

5 ¶ Het geschiedt in de dagen van Herodes, als deze koning over Judea is: een zeker priester, genaamd Zacharias, uit de dagorde van Avia, heeft een vrouw uit de dochters van Aäron; haar naam is Elisabet 

5 Il y eut aux jours d'Hérode, roi de Judée, un prêtre du nom de Zacharie, de la classe d'Abia, et il avait pour femme une descendante d'Aaron, dont le nom était Élisabeth 

King James Bible: There was in the days of Herod, the king of Judaea, a certain priest named Zacharias, of the course of Abia: and his wife was of the daughters of Aaron, and her name was Elisabeth
Luther-Bibel 5 Zu der Zeit des Herodes, des Königs von Judäa, lebte ein Priester von der Ordnung Abija, mit Namen Zacharias, und seine Frau war aus dem Geschlecht Aaron und hieß Elisabeth

Hebr wajëhî bîme(j) mèlèkh jëhûdâh

Tekstanalyse van Lc 1,5 Dit vers Lc 1,5 telt 29 woorden en 142 (2 X 71) letters De getalwaarde van Lc 1,5 is 17171 (7 X 11 X 223) Van links naar rechts of van rechts naar links gelezen blijft 17171 hetzelfde getal Reeds bij het allereerste begin van Lc 1,5-25 wordt de tijd van het gebeuren aangeduid: in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid: Judea De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea

Lc 1,51 ind aor 3de pers enk εγενετο = egeneto (het gebeurde) van het werkw γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in de LXX: ginomai (worden) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Bijbel (925) OT (730) NT (195) Lc (69) Lc 1-2 (14): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 (8) Lc 2,1 (9) Lc 2,2 (10) Lc 2,6 (11) Lc 2,13 (12) Lc 2,15 (13) Lc 2,42 (14) Lc 2,46 Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens zoals vele verhalen bij ons beginnen) Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) , in Lc (129) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 , in Lc 2 (7): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,2 (3) Lc 2,6 (4) Lc 2,13 (5) Lc 2,15 (6) Lc 2,42 (7) Lc 2,46 In Lc: X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 129 verzen

ginomai (worden, gebeuren) 

bijbel

Tenach

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn  

ev 

aor 3de pers enk egeneto 

925 

wajëhî: 784

730 

195 

13 

17 

69 

16 

53 

 

17 

99 

115 

Totaal

2841

 

2174

667

75

55

129

51

124

 

38

259

310

 

egeneto (het gebeurde)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

 

67

3

 

 

 

 

 

 

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ind aor 3de pers enk egeneto  

69

(1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65

(8) Lc 2,1 (9) Lc 2,2 (10) Lc 2,6 (11) Lc 2,13 (12) Lc 2,15 (13) Lc 2,42 (14) Lc 2,46

(15) Lc 3,2 (16) Lc 3,21

(17) Lc 4,25 (18) Lc 4,36

(19) Lc 5,1 (20) Lc 5,12 (21) Lc 5,17

(22) Lc 6,1 (23) Lc 6,6 (24) Lc 6,12 (25) Lc 6,13 (26) Lc 6,16 (27) Lc 6,49

(28) Lc 7,11

(29) Lc 8,1 (30) Lc 8,22 (31) Lc 8,24

- Hebreeuws + act qal imperf 3de pers mann enk וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw הָיָה = hâjâh (zijn) De getalwaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 31 is de getalwaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod = 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (784) Pentateuch (181) Eerdere Profeten (339) Latere Profeten (116) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (126) In de LXX wordt het Hebreeuwse werkw הָיָה = hâjâh (zijn) vaak vertaald door het Griekse werkw γινομαι = ginomai (worden, gebeuren)

eimi (zijn)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

act ind pr 3de pers enk estin 

2371 

1558 

813 

114 

69 

96 

147 

66 

296 

25 

176

323

 

 

Totaal

9397

6947

2450

288

192

361

442

560

496

111

841

1283

 

 

- Lat esse D sein Fr être Ned zijn E to be OF ook: worden Aramees: הֲוָא = häwâ´ Arabisch: هَؤَىَ = hawa

Gr act ind imperf 3de pers enk èn (hij / zij was) Bijbel (1506) OT (1120) Pentateuch (329) Eerdere Profeten (219) Latere Profeten (146) 12 Kleine Profeten (26) Geschriften (131)
Door wajëhî (en hij was / en het was) wordt het verhaal vervolgd We zouden kunnen vertalen: vervolgens , en dan

Lc 1,52 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52

en (in)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

synopt

ev

 

11097

8943

2154

247

119

288

182

226

966

126

654 

836 

 

en (in)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

288  

25 

23 

10 

18 

10 

12 

12 

13 

14 

12 

17 

13 

11 

11 

13 

12 

16 

 

- Ned in Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi D: in E: in Fr: en Grieks: εν = en (in, tijdens) Hebreeuws: בְּ =

Lc 1,51 - 2 εγενετο εν = egeneto en (het gebeurde) Na de inleiding staan we hier voor een absoluut begin van het Lucasevangelie Wellicht daarom staat er geen και = kai (en) of δε = de (echter) , want meestal treffen we aan: εγενετο δε εν = egeneto de en = het gebeurde echter tijdens NT (18) Lc (14): (1) Lc 1,8 (2) Lc 2,1 (3) Lc 2,6 (4) Lc 3,21 (5) Lc 5,1 (6) Lc 6,1 (7) Lc 6,6 (8) Lc 6,12 (9) Lc 8,40 (10) Lc 9,37 (11) Lc 9,51 (12) Lc 10,38 (13) Lc 11,27 (14) Lc 18,35
- και εγενετο εν = kai egeneto en = en het gebeurde tijdens NT (23) Mc (3) Lc (20): (1) Lc 1,59 (2) Lc 5,12 (3) Lc 5,17 (4) Lc 7,11 (5) Lc 8,1 (6) Lc 8,22 (7) Lc 9,18 (8) Lc 9,29 (9) Lc 9,33 (10) Lc 11,1 (11) Lc 14,1 (12) Lc 17,11 (13) Lc 17,14 (14) Lc 17,28 (15) Lc 19,15 (16) Lc 20,1 (17) Lc 24,4 (18) Lc 24,15 (19) Lc 24,30 (35) Lc 24,51
- 69X εγενετο = egeneto in Lc 55X εγενετο δε = egeneto de + και εγενετο = kai egeneto 34X εγενετο δε εν = egeneto de en + και εγενετο εν = kai egeneto en 34X op een totaal van 41X in het NT

Lc 1,53 bepaald lidw dat vr mv ταις = tais van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80 Lc 2 (2): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,47

 

lidw mv

 

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk 

syn

ev

15

dat vr mv tais

 

980 

799 

181 

21 

10 

33 

24 

66 

23 

64 

68 

- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

2 - 3 εν ταις = en tais (in ) NT (104) Lc (22): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 1,80 (6) Lc 2,1 (7) Lc 3,15 (8) Lc 4,2 (9) Lc 4,15 (10) Lc 4,25 (11) Lc 4,44 (12) Lc 5,16 (13) Lc 5,22 (14) Lc 6,12 (15) Lc 11,43 (16) Lc 13,26 (17) Lc 17,26 (18) Lc 17,28 (19) Lc 20,46 (20) Lc 21,21 (21) Lc 24,18 (22) Lc 24,38

Lc 1,54 dat vr mv ἡμεραις = hèmerais van het zelfst naamw ἡμερα = hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Taalgebruik in Hnd: hèmera (dag) Taalgebruik in de Septuaginta: hèmera (dag) Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18 Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het NT (388) , in Lc (82) , in Hnd (93) , in Lc 1 (11): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,39 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,75 (11) Lc 1,80 , in Lc 2 (9): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,21 (4) Lc 2,22 (5) Lc 2,36 (6) Lc 2,37 (7) Lc 2,43 (8) Lc 2,44 (9) Lc 2,46

 

hèmera (dag) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

6

dat vr mv hèmerais  

228 

180 

48 

18 

10 

29 

31 

 

 

 

totaal

2508 

2029 

479 

43 

26 

82 

31 

93 

183 

21 

151 

182 

 

 

 

 

 

 

10 

11 

12 

13 

14 

15 

16 

17 

18 

19 

20 

21 

22 

 

hèmera (dag) 

Lc

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

1

nom en dat vr enk hèmera(i) 

27

(1) Lc 1,59  

 

(1) Lc 4,16  

 

(1) Lc 6,13 (2) Lc 6,23  

 

(1) Lc 9,12 (2) Lc 9,22 (3) Lc 9,37  

(1) Lc 10,12  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2

gen vr enk + acc vr mv hèmeras 

14 

(1) Lc 1,20 (2) Lc 1,24 (3) Lc 1,80  

(4) Lc 2,43 (5) Lc 2,44 (6) Lc 2,46

(7) Lc 4,2 (8) Lc 4,42

 

 

 

(9) Lc 9,51  

 

 

 

 

 

(10) Lc 15,13    

 

(11) Lc 17,4 (12) Lc 17,27

(13) Lc 18,7

 

 

(14) Lc 21,37    

 

 

 

3

acc vr enk hèmeran  

 

(1) Lc 2,37

 

 

 

 

(2) Lc 9,23

 

(3) Lc 11,3  

 

 

 

 

(4) Lc 16,19

 

 

(5) Lc 19,47

 

 

(6) Lc 22,53

 

(7) Lc 24,21       

nom vr mv hèmerai

12

(1) Lc 1,23  

(2) Lc 2,6 (3) Lc 2,21 (4) Lc 2,22

 

(5) Lc 5,35

 

 

(6) Lc 9,28

 

 

 

(7) Lc 13,14

 

 

 

(8) Lc 17,22

 

(9) Lc 19,43

 

(10) Lc 21,6 (11) Lc 21,22

 

(12) Lc 23,29         

 

5

gen vr mv hèmerôn 

 

 

 

(1) Lc 5,17  

 

(2) Lc 8,22

 

 

 

 

 

 

 

 

(3) Lc 17,22  

 

 

(4) Lc 20,1   

 

 

 

 

6

dat vr mv hèmerais  

18 

(1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75  

(7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36

(9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25

(11) Lc 5,35

(12) Lc 6,12

 

(13) Lc 9,36  

 

 

 

 

 

 

 

(14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28

 

 

 

(16) Lc 21,23

 

(17) Lc 23,7

(18) Lc 24,18         

 

totaal

78 / '82' 

11 

'2' 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- Hebreeuws mann mv יָמִים = jâmîm (dagen) van het zelfst naamw יוֹם = jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Getalwaarde: jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal: 29 OF 56 (2³ X 7) Structuur: 1 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 2 j-m-m Tenakh (289) Pentateuch (117) Eerdere Profeten (45) Latere Profeten (45) 12 Kleine Profeten (10) Geschriften (66)
- Lat dies Ned dag D Tag E day F jour < Lat diurnum Cfr journaal Arabisch: يَوم = jaum (dag) Taalgebruik in de Qoran: dag (jaum)

Lc 1,52 - 3 εν ταις ἡμεραις = en tais hèmerais (in de dagen) NT (25) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1  (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18
- Hebreeuws בַּיָּמִּים = bajjâmîm (in de dagen) < voorzetsel + zelfst naamw mann mv van het zelfst naamw יוֹם = jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Getalwaarde: jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal: 29 OF 56 (2³ X 7) Structuur: 1 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (53) Pentateuch (11) Eerdere Profeten (17) Latere Profeten (11) 12 Kleine Profeten (6) Geschriften (8)
- Hebreeuws בִּימֵי = bîme(j) < voorzetsel + stat constr mann mv OF בְיָמָי = bëjâmâj (in mijn dagen) < + stat constr mann mv + suffix persoonl voornaamw 1ste pers mann enk b-j-m-j Tenakh (55) Pentateuch (6) Eerdere Profeten (12) Latere Profeten (9) 12 Kleine Profeten (6) Geschriften (22)

Lc 1,51 - 4 εγενετο εν ταις ἡμεραις = egeneto en tais hèmerais (het gebeurde in de dagen) Lc (3): (1) Lc 1,5 (2) Lc 17,26 (3) Lc 17,28
- εγενετο δε εν ταις ἡμεραις = = egeneto de en tais hèmerais (het gebeurde echter in de dagen) Lc (2): (1) Lc 2,1 (2) Lc 6,12 Hnd (1): Hnd 9,37
- Hebreeuws בִּימֵי וַיְהִי = wajëhî bîme(j) (en het was in de dagen van) Tenakh (5): (1) Gn 14,1 (2) Rt 1,1 (3) Est 1,1 (4) Js 7,1 (5) Jr 1,3

Lc 1,55 gen mann enk ἡρῳδου = hèrô(i)dou (van Herodes) van het zelfst naamw ἡρῳδης = hèrô(i)dès (Herodes) Taalgebruik in het NT: hèrô(i)dès (Herodes) Taalgebruik in de LXX: hèrô(i)dès (Herodes) Taalgebruik in Lc: hèrô(i)dès (Herodes) Lc (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 3,1 (3) Lc 8,3 (4) Lc 23,7 Een vorm van ἡρῳδης = hèrô(i)dès (Herodes) in het NT (43) , in Lc (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 3,1 (3) Lc 3,19 (4) Lc 8,3 (5) Lc 9,7 (6) Lc 9,9 (7) Lc 13,31 (8) Lc 23,7 (hèrô(i)dou en herô(i)dèn) (9) Lc 23,8 (10) Lc 23,11 (11) Lc 23,12 (12) Lc 23,15
De naam Herodes omsluit (Lc 1,5 en Lc 3,19) het verhaal van Johannes de Doper Vanaf Lc 3,21 verschijnt Jezus op de voorgrond

 

hèrô(i)dès (Herodes) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

gen mann enk hèrô(i)dou 

13 

 

13 

 

 

 

10 

10 

 

 

Lc 1,56 gen mann enk βασιλεως = basileôs van het zelfst naamw βασιλευς = basileus (koning) Taalgebruik in het NT: basileus (koning) Taalgebruik in de LXX: basileus (koning) Taalgebruik in Lc: basileus (koning) Lc (1): Lc 1,5 Een vorm van βασιλευς = basileus (koning) in Lc in 10 (11X) verzen: (1) Lc 1,5  (2) Lc 10,24 (3) Lc 14,31 (basileus en baselei) (4) Lc 19,38 (5) Lc 21,12 (6) Lc 22,25 (7) Lc 23,2 (8) Lc 23,3 (9) Lc 23,37 (10) Lc 23,38 In Lc: 5 vormen in 7 hoofdstukken en 10 verzen
Er staat geen bep lidw bij basileôs Dat bep lidw zal er wel staan wanneer er sprake is over Jezus als ho basileus tôn ioudaiôn (de koning van de Joden): (1) Lc 23,3 (2) Lc 23,37 (3) Lc 23,38

 

basileus (koning) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

gen mann enk basileôs  

692 

683 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

 

basileus (koning) 

Lc

Lc 1

Lc 11

Lc 14

Lc 19

Lc 21

Lc 22

Lc 23

nom mann enk basileus 

 

 

(1) Lc 14,31  

(2) Lc 19,38  

 

 

(3) Lc 23,3 (4) Lc 23,37 (5) Lc 23,38  

gen mann enk basileôs  

(1) Lc 1,5  

 

 

 

 

 

 

dat mann enk basilei 

 

 

(1) Lc 14,31  

 

 

 

 

acc mann enk basilea 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 23,2  

nom + acc mann mv basileis 

 

(1) Lc 10,24  

 

 

(2) Lc 21,12  

(3) Lc 22,25  

 

 

totaal

11 

1

- Hebreeuws מֶלֶך = mèlèkh (koning). Taalgebruik in Tenakh: mèlèkh (koning). Getalswaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5). Structuur: 4 - 3 - 2. De som van de elementen is telkens 9 .Tenakh (816) Pentateuch (58) Eerdere Profeten (345) Latere Profeten (188) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (203)
- Het koningschap werd ingesteld door rechter Samuël. De eerste koning was Saul , uit de stam Benjamin. De tweede koning was David , uit de stam Juda Door David werd de Davidische dynastie ingesteld.

Lc 1,57 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,58 gen vr enk ιουδαιας = ioudaias (van Judea) van het zelfst naamw ιουδαια = ioudaia (Judea) Taalgebruik in het NT: ioudaia (Judea) Taalgebruik in de LXX: ioudaia (Judea) Taalgebruik in Lc: ioudaia (Judea) Lc (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,65 (3) Lc 3,1 (4) Lc 4,44 (5) Lc 5,17 (6) Lc 6,17 (7) Lc 23,5 Een vorm van ιουδαια = ioudaia (Judea) in het NT (44) , in Lc (10): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,65 (3) Lc 2,4 (4) Lc 3,1 (5) Lc 4,44 (6) Lc 5,17 (7) Lc 6,17 (8) Lc 7,17 (9) Lc 21,21 (10) Lc 23,5 Hier wordt een plaatsnaam gebruikt en niet de naam van het volk nl Joden Deze naam van Joden komt in Lc in slechts 5 verzen voor , waarvoor 3X om Jezus als de koning van de Joden aan te duiden: (1) Lc 7,3 (2) Lc 23,3 (3) Lc 23,37 (4) Lc 23,38 (5) Lc 23,51

 

ioudaia (Judea) 

Lc

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 21

Lc 23

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

syn 

ev 

1  

nom vr enk ioudaia(i) 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 7,17  

(2) Lc 21,21  

 

42 

30 

12 

gen vr enk ioudaias  

(1) Lc 1,5   (2) Lc 1,65

 

(3) Lc 3,1  

(4) Lc 4,44  

(5) Lc 5,17  

(6) Lc 6,17  

 

 

(7) Lc 23,5  

74 

47 

27 

15 

17 

3  

acc vr enk ioudaian  

 

(1) Lc 2,4  

 

 

 

 

 

 

 

29 

21 

 

 

 

totaal

10 

1  

145 

98 

47 

10 

14 

22 

29 

- Hebreeuws יְהוּדָה = jëhûdâh (Juda) Taalgebruik in Tenakh: jëhûdâh (Juda) Getalwaarde: jod = 10 , he = 5 , waw = 6 , daleth = 4 ; totaal: 32 (2² X 2³) Structuur: 1 - 5 - 4 - 5 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (633) Pentateuch (40) Eerdere Profeten (178) Latere Profeten (190) 12 Kleine Profeten (53)

7 - 8
- Hebreeuws יְהוּדָה מֶלֶך = mèlèkh jëhûdâh (koning van Juda) Tenakh (43)

Lc 1,56 - 8 εγενετο εν ταις ἡμεραις βασιλεως της ιουδαιας = egeneto en tais hèmerais basileôs tès ioudaias (het gebeurde in de dagen van koning van Judea Tenakh (2): (1) Js 7,1 (2) Jr 1,3

Lc 1,59 nom mann enk ἱερευς = hiereus (priester) Taalgebruik in het NT: hiereus (priester) Taalgebruik in de LXX: hiereus (priester) Taalgebruik in Lc: hiereus (priester) Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 10,31 Een vorm van hiereus (priester) , in de LXX (900) , in het NT (31) , in Lc (5): (1) Lc 1,5  (2) Lc 5,14   (3) Lc 6,4   (4) Lc 10,31 (5) Lc 17,14 In Lc: 4 vormen van ἱερευς = hiereus (priester) in 5 hoofdstukken en in 5 verzen In Lc: 3 vormen van ἱερον = hieron (heiligdom, tempel) in 8 hoofdstukken en in 14 verzen

 

 

 

1

2

3

4

5

 

hiereus 

Lc

Lc 1

Lc 5

Lc 6

Lc 10

Lc 17

nom mann enk hiereus  

2

(1) Lc 1,5  

 

 

(2) Lc 10,31  

 

dat mann enk hierei  

 

(1) Lc 5,14  

 

 

 

nom + acc mann mv hiereis  

1

 

 

(1) Lc 6,4  

 

 

dat mann mv hiereusin  

1

 

 

 

 

(1) Lc 17,14  

 

Totaal  

Verwant hiermee in deze onmiddellijke context: ἱερατεια = hierateia (priesterschap): Lc 1,9 Dit is de enigste vorm van ἱερατεια = hierateia (priesterschap) in Lc Verder: ἱερεατευω = hierateuô (het priesterschap uitoefenen): Lc 1,8 Dit is de enigste vorm van ἱερεατευω =hierateuô (priester zijn) in het NT
- Hebreeuws כֹהֵן = kohen (priester) Taalgebruik in Tenakh: kohen (priester) Getalwaarde: kaph = 11 of 20, he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) Structuur: 2 - 5 - 5 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (43) Pentateuch (11) Eerdere Profeten (8) Latere Profeten (10) 12 Kleine Profeten (4) Geschriften (10)

Lc 1,510 voornaamwoord nom mann enk tis Taalgebruik in het NT: voornaamwoord tis Taalgebruik in Lc: voornaamwoord tis Ned wie , wat ? deze , dat ! Lc (72) Lc 1 (1): Lc 1,5

Lc 1,59 - 10 hiereus tis (een priester) Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 10,31 In Lc 1,5 zal de priester Zacharia naar de tempel opgaan om er dienst te verrichten In Lc 10,31 had de priester zijn tempeldienst verricht en daalde hij af om naar huis te gaan Dat hij door verontreiniging geen tempeldienst zou kunnen verrichten is dus niet terzake Uit de tempeldienst die een uiting van liefde tot God is , moet ook liefde tot de naaste worden beoefend

Lc 1,511 datief onzijdig enkelvoud onomati (naam) van het zelfstandig naamw onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M L nomen Fr nom Ned naam Eng name
Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,59 (3) Lc 1,61 (4) Lc 5,27 (5) Lc 9,48 (6) Lc 9,49 (7) Lc 10,17 (8) Lc 10,38 (9) Lc 13,35 (10) Lc 16,20 (11) Lc 19,2 (12) Lc 19,38 (13) Lc 21,8 (14) Lc 23,50 (15) Lc 24,18 (16) Lc 24,47
Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen: (1) Lc 1,5 (2 vormen) (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,26 (4) Lc 1,27 (2 vormen) (5) Lc 1,31 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,63

Lc 1,512 nom mann enk ζαχαριας = zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,67 Een vorm van ζαχαριας = zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51
- JHWH gedenkt Het geeft de ene pool van het verbond dat gesloten wordt tussen 2 partijen

 

zacharias 

Lc

Lc 1

Lc 3

Lc 11

bijbel

OT

NT

Mt

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

nom mann enk zacharias 

(1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,67  

 

 

21 

17 

 

 

 

 

 

 

 

voc mann enk zacharia  

(1) Lc 1,13  

 

 

13 

12 

 

 

 

 

 

 

 

gen mann enk zachariou  

(1) Lc 1,40  

(2) Lc 3,2  

(3) Lc 11,51  

15 

11 

 

 

 

 

 

 

acc mann enk zacharian  

(1) Lc 1,21 (2) Lc 1,59  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal 

10 

55 

44 

11 

10 

 

 

 

 

11 

11 

 

 

Hebreeuws zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia) Taalgebruik in Tenakh: zëkharëjâh (Zecharja, Zacharia) Getalwaarde: zain = 7 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , he = 5 ; totaal: 53 (priemgetal) OF 242 (11 X 22) Structuur: 7 - 2 - 2 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (20): (1) 2 K 14,29 (2) 2 K 25,11 (20) 2 Kr 24,20 Ook zëkharëjâhû Tenakh (10): (1) 2 K 15,8
- Grieks μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (gedenken, zich herinneren) Taalgebruik in het NT: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in de LXX: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in Lc: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in Hnd: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Een vorm van μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in de LXX (275) , in het NT (23) , in Lc (6): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,72 (3) Lc 16,25 (4) Lc 23,42 (5) Lc 24,6 (6) Lc 24,8 In Lc: 4 vormen in 4 hoofdstukken en in 6 verzen In Hnd: 2 vormen van μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in 2 hoofdstukken en in 2 verzen

 

 

 

 

mimnèskomai 

 

Lc 1

Lc 16

Lc 23

Lc 24

ind aor 3de pers mv emnèsthèsan  

 

 

 

(1) Lc 24,8  

imperat aor 2de pers enk mnèsthèti  

 

(1) Lc 16,25  

(2) Lc 23,42  

 

imperat aor 2de pers mv mnèsthète  

 

 

 

(1) Lc 24,6  

inf aor mnèsthènai  

(1) Lc 1,54 (2) Lc 1,72  

 

 

 

 

Totaal 

 

Lc 1,511 - 12 In 7 / 16 verzen in Lc volgt een persoonsnaam op onomati (met de naam): (1) Lc 1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) (2) Lc 5,27 (onomati Levin = met de naam Levi) (3) Lc 10,38 (onomati Martha = met de naam Martha) (4) Lc 16,20 (onomati Lazaros = met de naam Lazarus) (5) Lc 19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs) (6) Lc 23,50 (onomati Iôsèf = met de naam Jozef) (7) Lc 24,18 (onomati Kleopas = met de naam Kleopas) De eerste en de laatste persoonsnaam zijn de eerst en laatst genoemde personen in Lc
Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (4) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (5) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (6) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (7) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (8) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) Alfabetisch ordening van de persoonsnamen: (1) Elisabeth (Lc 1,5) (2) Jaïrus (Lc 8,41) (3) Jezus (Lc 1,31 - Lc 2,21) (4) Johannes de Doper (Lc 1,13 - Lc 1,63) (5) Jozef (Lc 1,27) - Lc 2,25) (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50) (7) Kleopas (Lc 24,18) (8) Lazarus (Lc 16,20) (9) Levi (Lc 5,27) (10) Martha (Lc 10,38) (11) Simeon (Lc 2,25) (12) Zacharia (Lc 1,5) (13) Zacheüs (Lc 19,2)

Lc 1,513 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit) Taalgebruik in Hnd: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,15 (4) Lc 1,61 (5) Lc 1,71 (6) ex (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,71 (4) Lc 1,78

Lc 1,514 gen vr enk efèmerias van het zelfst naamw efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Taalgebruik in het NT: efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Taalgebruik in Mc: efèmeria (beurt volgens de dagrooster)
Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT

Lc 1,515 abia (Abia) Taalgebruik in het NT: abia (Abia) Taalgebruik in Lc: abia (Abia) Benaming van de achtste priesterklasse Getalwaarde is 14 (2 X 7) Hebreeuws ´äbijjâh (letterlijk: JHWH is mijn vader) Maar het Hebreeuwse ´âbîhä = haar vader

Lc 1,516 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,517 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 7,37 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,3 (8) Lc 8,43 (9) Lc 8,47 (10) Lc 10,38 (11) Lc 11,27 (12) Lc 13,11 (13) Lc 13,21 (14) Lc 15,8 (15) Lc 20,32 (16) Lc 20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen , in Lc 1 in 6 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,42

Lc 1,518 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144) Lc 1 (5): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74

Lc 1,519 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit) Taalgebruik in Hnd: ek (uit) min (uit) Taalgebruik in Tenakh: min (uit) Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,15 (4) Lc 1,61 (5) Lc 1,71 (6) ex (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,71 (4) Lc 1,78

Lc 1,520 bepaald lidw gen mann + vr + onz mv tôn van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (6): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,70 (5) Lc 1,71 (6) Lc 1,72

Lc 1,521 gen vr mv thugaterôn van het zelfst naamw thugatèr (dochter) Taalgebruik in het NT: thugatèr (dochter) Taalgebruik in Lc: thugatèr (dochter) Lc (1) Lc 1,5 Een vorm van thugatèr (dochter) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 2,36 (3) Lc 8,42 (4) Lc 8,48 (5) Lc 8,49 (6) Lc 12,53 (7) Lc 13,16 (8) Lc 23,28

Lc 1,522 aarôn (Aäron) Taalgebruik in het NT: aarôn (Aäron) Taalgebruik in Lc: aarôn (Aäron) Lc (1): Lc 1,5

Lc 1,523 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,524 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,525 nom + acc onz enk onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in de LXX: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,26 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,31 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (8) Lc 2,21 (9) Lc 2,25 (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 9 verzen: (1) Lc 1,5 (2 vormen) (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,26 (4) Lc 1,27 (2 vormen) (5) Lc 1,31 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,63

Lc 1,526 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,527 ελισαβετ = elisabet (Elisabet) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in de LXX: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Bijbel = Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57
- ελισαβεθ = elisabèth (Elisabet / Elisjeba) LXX (1): Ex 6,23 In Ex 6,23 is Elisjeba de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes 'Elisabet'
- Hebreeuws: אלזבת = ´-l-z-b-th , in het D , E , Fr , Lat: Elisabeth (met th) Gr , Ned: Elisabet , Stat-vertaling: Elizabet Betreffende deze weergave zijn er 3 opmerkingen: 1 de i kan kort of lang zijn , maar de Hebreeuwse jod kan hier bezittel voornaamw 1ste pers mann enk (mijn) aanduiden OF qal imperf 3de pers mann enk (hij zal) en moet geschreven worden 2 de σ = s is de weergave van de Hebreeuwse letter sjin en niet van samekh 3 de τ = t is geen Griekse θ = th , maar een Griekse τ = t
- In Ex 6,23 is ελισαβεθ (met th) = elisabèth (Elisabeth / Elisjeba) de vertaling van het Hebreeuwse אֱלִישֶׁבַע = ´ëlîsjèbha` < zelfst naamw + suffix bezittel voornaamw 1ste pers enk אֵלִי = 'elî (mijn God) en misschien sjèbha < שָׁבָע = sjâbhâ` (zweren) Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Dan zou Elisabeth kunnen betekenen: Mijn God zwoer Getalswaarde: aleph = 1 , lamed = 12 of 30 , jod = 10 , sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 62 (2 X 31) OF 413 Structuur: 1 - 3 - 1 - 3 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 8
- OF een samenstelling met het woord שֶׁבַע / שֵׁבַע = sjèbha` / sjëbha` (zeven) Taalgebruik in Tenakh: sjèbha` / sjëbha` (zeven) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 (3 X 13 = (26 + 13) OF 372 (2 X 3 X 31) Structuur: 3 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 12 -> 3 En dan zou Elisjebha kunnen betekenen: mijn God is zeven

Lc 1,524 - 25 27 Voor of na onoma (naam) volgt een persoonsnaam (8 / 10): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (4) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (5) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (6) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (7) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (8) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) OF een plaatsnaam (2 / 10): (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Alfabetisch ordening van de persoonsnamen: (1) Elisabeth (Lc 1,5) (2) Jaïrus (Lc 8,41) (3) Jezus (Lc 1,31 - Lc 2,21) (4) Johannes de Doper (Lc 1,13 - Lc 1,63) (5) Jozef (Lc 1,27) - Lc 2,25) (6) Jozef (van Arimathea) ( Lc 23,50) (7) Kleopas (Lc 24,18) (8) Lazarus (Lc 16,20) (9) Levi (Lc 5,27) (10) Martha (Lc 10,38) (11) Simeon (Lc 2,25) (12) Zacharia (Lc 1,5) (13) Zacheüs (Lc 19,2)

Lc 1,6 - Lc 1,6: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:6 èsan de dikaioi amfoteroi enantion tou theou poreuomenoi en pasais tais entolais kai dikaiômasin tou kuriou amemptoi 

6 erant autem iusti ambo ante Deum incedentes in omnibus mandatis et iustificationibus Domini sine querella 

Ze waren beiden rechtvaardig voor God, onberispelijk wandelend in alle geboden en verordeningen van de Heer  

6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk

[6] Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer  

[6] Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden 

6 Beiden zijn ze rechtvaardigen tegenover God, wandelend in al de geboden, en in de gerechtigheden van de Heer onkreukbaar, 

6 Tous deux étaient justes devant Dieu, et ils suivaient, irréprochables, tous les commandements et observances du Seigneur 

King James Bible [6] And they were both righteous before God, walking in all the commandments and ordinances of the Lord blameless
Luther-Bibel 6 Sie waren aber alle beide fromm vor Gott und lebten in allen Geboten und Satzungen des Herrn untadelig

Tekstuitleg van Lc 1,6 Dit vers Lc 1,6 telt 17 woorden en 97 letters De getalwaarde van Lc 1,6 is 9875 (5 X 5 X 5 X 79)

Lc 1,61 act ind imperf 3de pers mv èsan  (zij waren) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (22): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 2,8 (4) Lc 4,20 (5) Lc 4,25 (6) Lc 4,27 (7) Lc 5,10 (8) Lc 5,17 (9) Lc 5,29 (10) Lc 7,41 (11) Lc 8,2 (12) Lc 8,40 (13) Lc 9,14 (14) Lc 9,30 (15) Lc 9,32 (16) Lc 14,1 (17) Lc 15,1 (18) Lc 20,29 (19) Lc 23,55 (20) Lc 24,10 (21) Lc 24,13 (22) Lc 24,53

Lc 1,62 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,63 nom mann mv dikaioi van het bijvoegl naamw dikaios (rechtvaardig) Taalgebruik in het NT: dikaios (rechtvaardig) Taalgebruik in Lc: dikaios (rechtvaardig) Lc (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 18,9 Een vorm van dikaios (rechtvaardig) in Lc in 11 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,25 (4) Lc 5,32 (5) Lc 12,57 (6) Lc 14,14 (7) Lc 15,7 (8) Lc 18,9 (9) Lc 20,20 (10) Lc 23,47 (11) Lc 23,50

Lc 1,64 nom mann mv amfoteroi van het voornaamw amfoteros (beide) Taalgebruik in het NT: amfoteros (beide) Taalgebruik in Lc: amfoteros (beide) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 6,39 Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 5,7 (4) Lc 6,39 (5) Lc 7,42

Lc 1,65 enantion (tegenover, in de ogen van) Taalgebruik in het NT: enantion (tegenover, in de ogen van) Taalgebruik in Lc: enantion (tegenover, in de ogen van) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 20,26 (3) Lc 24,19 enanti (tegenover) Taalgebruik in het NT: enanti (tegenover) Taalgebruik in Lc: enanti (tegenover) Lc (1) Lc 1,8  

Lc 1,66 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,67 gen mann enk  theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Lc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78 In Lc: 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen

Lc 1,65 - 7 enantiou tou theou (tegenover God) Lc (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 24,19 enanti tou theou (tegenover God) Lc (1) Lc 1,8

Lc 1,68 part praes nom mann mv poreuomenoi (zich op weg begevende) van het werkw poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) Taalgebruik in het NT: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Taalgebruik in Lc: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Taalgebruik in Hnd: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Hebr hâlakh (gaan) < halacha Taalgebruik in Tenakh: hâlakh (gaan) por-euomai p of ph = f -> v + r Zelfstandig naamwoord poros: weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats Lat por-tus: haven Mnd voort , ofries forda , oeng ford Het woord behoort tot de groep van varen Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 8,14 (3) Lc 24,13 Hebr haholëkhîm (zij die gaan) Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc (48) , in Lc 1 (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,39 In Lc: 19 vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 18 / 24 hoofdstukken en in 48 verzen In Hnd: X vormen van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in 21 / 28 hoofdstukken en in 39 verzen

Lc 1,69 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,610 dat vr mv pasais van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Hnd: pas (ieder, elk, alles) Hebr kl (al) Taalgebruik in Tenakh: kl (al) Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,75 (3) Lc 24,27 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,37 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,63 (7) Lc 1,65 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,71 (10) Lc 1,75

Lc 1,611 bepaald lidw dat vr mv tais Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80

Lc 1,612 dat vr mv entolais van het zelfst naamw entolè (opdracht) Taalgebruik in het NT: entolè (opdracht) Taalgebruik in Lc: entolè (opdracht)
Lc (1): Lc 1,6 Een vorm van entolè (opdracht) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 15,29 (3) Lc 18,20 (4) Lc 23,56

Lc 1,613 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,614 dat onz mv dikaiômasin van het zelfst naamw dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) Taalgebruik in het NT: dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) Taalgebruik in het NT: dikaiôma (rechtvaardige handeling, gebod) Lc (1): Lc 1,6 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,615 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,616 gen mann enk kuriou (van de heer) van het zelfst naamw kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) Hebr JHWH of ´ädonaj Lat dominus Lc (26) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (Heer) in Lc 1 in 17 verzen

Lc 1,617 nom mann mv = amemptoi van het bijvoegl naamw αμεμπτος = amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in het NT: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in de LXX: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Bijbel (2): (1) Lc 1,6 (2) Fil 2,15 Dit is de enigste vorm in Lc
- αμεμπτος = amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in het NT: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Taalgebruik in de LXX: amemptos (onberispelijk, voortreffelijk) Bijbel (15): (1) Gn 17,1 (2) Job 1,1 (3) Job 1,8 (4) Job 2,3 (5) Job 4,17 (6) Job 9,20 (7) Job 11,4 (8) Job 12,4 (9) Job 15,14 (10) Job 22,3 (11) Job 22,19 (12) Job 33,9 (13) W 18,21 (14) Fil 3,6 (15) Heb 8,7


Lc 1,7 - Lc 1,7: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:7 kai ouk èn autois teknon kathoti ènelisabet steira kai amfoteroi probebèkotes en tais èmerais autôn èsan  

7 et non erat illis filius eo quod esset Elisabeth sterilis et ambo processissent in diebus suis  

En ze hadden geen kind omdat Elisabet onvruchtbaar was, en beiden waren van gevorderde leeftijd  

7 En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren 

[7] Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren ze al op jaren 

[7] Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd 

7 maar een kind hebben ze niet gekregen, omdat Elisabet onvruchtbaar is; beiden zijn met hun levensdagen al ver heen 

7 Mais ils n'avaient pas d'enfant, parce que Élisabeth était stérile et que tous deux étaient avancés en âge 

King James Bible [7] And they had no child, because that Elisabeth was barren, and they both were now well stricken in years
Luther-Bibel 7 Und sie hatten kein Kind; denn Elisabeth war unfruchtbar und beide waren hochbetagt

Tekstuitleg van Lc 1,7 Het vers Lc 1,7 telt 18 (2 X 3 X 3) woorden en 89 letters De getalwaarde van Lc 1,7 is 8429
- Lc 1,7ab leunt het sterkst aan bij Gn 11,30 , maar de zinnen staan er evenwel in omgekeerde volgorde In Lc 1,7 is de onvruchtbaarheid de reden van de kinderloosheid In Gn 11,30 is de kinderloosheid het gevolg van de onvruchtbaarheid Die volgorde van Lc is begrijpelijk In Lc 1,5-7 worden de personen Zacharia en Elisabeth voorgesteld In Lc 1,7 gaat het over het ontbreken van een nageslacht De reden ervan wordt gegeven na de vermelding dat zij geen nageslacht hebben

Lc 1,71 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: וְ = Lat: et Fr: et Ned: en E: and D und Arabisch: وَ = wa (en) Taalgebruik in de Qoran: wa (en)

Lc 1,72 ου - ουκ - ουχ = ou - ouk - ouch (niet) OF betrekk voornaamw gen mann en onz enk (οὑ = hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in de LXX: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ου = ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ουκ = ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

ou (niet) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

ou  

3068 

2321 

747 

97 

42 

84 

113 

68 

313 

30 

223 

336 

ouk 

3499 

2752 

747 

93 

66 

92 

137 

56 

274 

29 

251 

388 

ouch 

452 

351 

101 

20 

49 

20 

40 

Totaal 

7019

5424

1595

197

114

183

270

132

636

63

494

764

- Hebreeuws לֹא = lo´(niet) Taalgebruik in Tenakh: lo´(niet) Getalwaarde: lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal: 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) De getalwaarde van לֹא = lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 Tenakh (2767) Pentateuch (801) Eerdere Profeten (456) Latere Profeten (611) 12 Kleine Profeten (150) Geschriften (749) Structuur: 3 - 1 De som van de elementen is telkens 4
- Fr ne pas E not D nicht

1 - 2 και ουκ = kai ouk NT (123) Hebreeuws וְלֹא = wëlo´ (en niet) Tenakh (1381) Pentateuch (325) Eerdere Profeten (278) Latere Profeten (323) 12 Kleine Profeten (90) Geschriften (365)

Lc 1,73 act ind imperf 3de pers enk ην = èn (hij / zij was) van het werkw ειμι = eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in de LXX: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd: eimi (zijn) Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80 Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947)

eimi (zijn)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

act ind imperf 3de pers enk èn  

1506 

1120 

386 

24 

38 

79 

92 

63 

71 

19 

141 

233 

 

 

- Hebreeuws act ind perf 3de pers mann enk הָיָה = hâjâh (zijn) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod = 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (332) Pentateuch (52) Eerdere Profeten (111) Latere Profeten (87) 12 Kleine Profeten (14) Geschriften (67)
- Lat esse Fr être Ned zijn E to be D sein

1 - 3 και ουκ ην = kai ouk èn (en er was niet) NT (1): Lc 1,7
- Hebreeuws וְאֵין = wë´e(j)n (en er is niet) < + עַיִן = ´ajin (er is niet) Stat constr עיֵן = ´e(j)n Taalgebruik in Tenakh: ´ajin (er is niet) Getalwaarde: aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal: 25 (5²) OF 61 (priemgetal) Structuur: 1 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 7 De getalwaarde van de letter ajin is 16 of 70 Tenakh (211) Pentateuch (20) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (68) 12 Kleine Profeten (18) Alle Profet boeken (111) Geschriften (80)

Lc 1,74 dat mann en onz mv αυτοις = autois van het pers voornaamw αυτος = autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (89) Lc 1 (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,22

 

autoi

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

7

dat mann en onz mvautois 

1722 

1180 

542 

101 

117 

89 

97 

75 

47 

16 

307 

404 

Lc 1,72 - 4 Lc 1,7: ouk èn autois teknon (er was niet aan hen een kind = zij hadden geen kind) Lc (2): (1) Lc 1,7 (2) Lc 2,7 Hebr ´e(j)n lahèm

Lc 1,7.5 τεκνον (= teknon: kind; nom + acc onz enk; zie wkw τικτω = tiktô: baren, bevallen). Taalgebruik in het NT: teknon (kind). Taalgebruik in Mc: teknon (kind).
Lc (4): (1) Lc 1,7 (2) Lc 2,48 (3) Lc 15,31 (4) Lc 16,25 Een vorm van teknon (kind) in Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,48 (4) Lc 3,8 (5) Lc 7,35 (6) Lc 11,13 (7) Lc 13,34 (8) Lc 14,26 (9) Lc 15,31 (10) Lc 16,25 (11) Lc 18,29 (12) Lc 19,44 (13) Lc 20,31 (14) Lc 23,28

Lc 1,7.1-5. ουκ ην αυτοις τεκνον (= ouk èn autois teknon: er was niet aan hen een kind OF zij hadden geen kind).
- וָלָד לָהֶם אֵין (= ´e(j)n lahèm wâlâd: er was niet aan hen een kind OF zij hadden geen kind). Hieraan beantwoordt Gn 11,30: וָלָד לָהּ אֵין = ´e(j)n lâh wâlâd (er was geen kind aan haar = zij had geen kind) LXX vertaalt: και = kai (MT heeft geen verbindingsartikel wa = en), ουκ = ouk (ontkenning in het Hebreeuws אֵין = ´en (er is niet), ετεκνοποιει = eteknopoiei: zij maakte een kind - τεκνοποιεω = teknopoieô); zij maakte geen kind.
- Gelijkaardig: 1 S 1,2: wajëhî liphëninnâh jëlâdîm ûlëchannâh ´e(j)n jëlâdîm (en Pennana had kinderen maar Hannah had geen kinderen) ; LXX: kai èn tèi Pennana paidia kai tèi Anna ouk èn paidion (en Penanna had kinderen maar Hanna had geen kind)

Lc 1,76 kathoti (naarmate, omdat) Taalgebruik in het NT: kathoti (naarmate, omdat) Taalgebruik in Lc: kathoti (naarmate, omdat)
Lc (2): (1) Lc 1,7 (2) Lc 19,9

Lc 1,77 act ind imperf 3de pers enk ην = èn (hij / zij was) van het werkw ειμι = eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in de LXX: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd: eimi (zijn) Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80 Een vorm van ειμι = eimi (zijn) in het NT (2450) , in de LXX (6947)

eimi (zijn)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

act ind imperf 3de pers enk èn  

1506 

1120 

386 

24 

38 

79 

92 

63 

71 

19 

141 

233 

 

 

- Hebreeuws act ind perf 3de pers mann enk הָיָה = hâjâh (zijn) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod = 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (332) Pentateuch (52) Eerdere Profeten (111) Latere Profeten (87) 12 Kleine Profeten (14) Geschriften (67)
- Lat esse Fr être Ned zijn E to be D sein

Lc 1,78 bep lidw nom vr enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64 Een vorm van het bep lidw in Lc (2629) , in het NT (19734) , in de LXX (88439)

Lc 1,79 elisabet (Elisabet) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabet) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabet) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,710 nom vr enk στειρα = steira van het bijvoegl naamw στειρος = steiros (onvruchtbaar) Taalgebruik in het NT: steiros (onvruchtbaar) Taalgebruik in de LXX: steiros (onvruchtbaar) Een vorm van στειρος = steiros in de LXX (17) , in het NT (4): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,36 (3) Lc 23,29 (4) Gal 4,27
- Hebreeuws vr enk עֲקָרָה = `äqârâh (onvruchtbaar) Taalgebruik in Tenakh: `äqârâh (onvruchtbaar) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal: 60 (2² X 3 X 5) OF 375 (3 X 5³) Structuur: 7 - 1 - 2 - 5 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh (8): (1) Gn 11,30 (Sara) (2) Gn 25,21 (Rebekka) (3) Gn 29,31 (Rachel) (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) (5) Re 13,3 (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) (7) Js 54,1 (8) Job 24,21 mann enk עָקָר = `âqâr (onvruchtbaar) Modern Hebreeuws: עָקָר = `âqâr (onvruchtbaar)
-- וְעֲקָרָה = wë`äqârâh (en onvruchtbaar) Tenakh (2): (1) Ex 23,26 (2) Dt 7,14
-- In deze 10 verzen heeft de LXX στειρα = steira als vertaling
- Lat sterilis Fr stérile Ned onvruchtbaar D unfruchtbar E barren Aramees: עֲקַר = `äqar (onvruchtbaar) Arabisch: عَقَارِىّ = `aqârii (onvruchtbaar) Taalgebruik in de Qoran: `aqârii (onvruchtbaar) Qoran: soera 3,40
Gn 11,30 vermeldt dat Sara onvruchtbaar is en geen kind heeft Pas in Gn 21,2 - Gn 21,3 wordt Sara zwanger en baart ze een zoon , Isaak In Gn 16,1 wordt nog eens teruggegrepen naar Gn 11,30: Sarai had geen kinderen In Gn 17 - Gn 18 wordt aan Saraj de belofte gedaan dat uit haar een zoon zal geboren worden Het loopt bijna mis wanneer Abraham zegt dat zijn vrouw Sara zijn zuster is (Gn 20,1) en zij geschaakt wordt door Abimelek
- Verwant is het werkw עָקַר = `âqar (ontwortelen, uitrukken, uitroeien) Taalgebruik in Tenakh: `âqar (ontwortelen, uitrukken, uitroeien) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 ; totaal: 55 (5 X 11) OF 370 (2 X 5 X 37) Structuur: 7 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Eveneens verwant is het zelfst naamw עֵקֶר = `eqèr (ontwortelde, emigrant, vreemdeling) Buber vertaalt עֲקָרָה = `äqârâh als "wurzelverstockt" "On peut lire aussi que Saraë est "déracinée", qu'elle est "arrachée" à l'essentiel d'elle-même" (Annick de Souzenelle , Le Féminin de l'Être (1997, p76)

Lc 1,77 - 10 Lc 1,7: ηνελισαβεθ στειρα = ènelisabet steira (Elisabeth was onvruchtbaar)
Deze zin beantwoordt het best aan Gn 11,30 (Sara): עֲקָרָה שָׂרַי וַתְּהִי = waththëhî Shâraj `äqârâh (en Sarai was onvruchtbaar) LXX: και ην σαρα στειρα = kai èn sara steira (en Sara was onvruchtbaar) De woordvolgorde in de LXX is die van Tenakh
Door de naam Elisabet in Lc 1,7 is een link gelegd met Elisabet , de vrouw van Aäron (Ex 6,23) , en de inhoud en de zinsconstructie van Lc 1,7 legt een link met Saraj , de vrouw van Abram (Gn 11,30) Hiermee legt Lc een link naar de wortels van het volk van Israël en met de instelling van het priesterschap

Lc 1,7c (11-18) leunt aan bij Gn 18,11 De auteur van het verhaal van het bezoek van de drie mannen aan Abraham (Gn 18,1-15) verduidelijkt de situatie van Abraham en Sara (Gn 18,11) Deze verduidelijking wendt de evangelist Lucas aan in de beschrijving van de beginsituatie van Zacharia en Elisabeth (Lc 1,7) in het verhaal van de aankondiging van Johannes de Doper

Lc 1,711 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,712 nom mann mv amfoteroi van het voornaamw amfoteros (beide) Taalgebruik in het NT: amfoteros (beide) Taalgebruik in Lc: amfoteros (beide) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 6,39 Een vorm van amfoteroi (beiden) in 5 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 5,7 (4) Lc 6,39 (5) Lc 7,42

Lc 1,713 pass part perf nom mann mv προβεβηκοτες = probebèkotes (voortgegaan) van het werkw προβαινω = probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) Taalgebruik in het NT: probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) Taalgebruik in de LXX: probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) Taalgebruik in Lc: probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) Bijbel (2) LXX (1): Gn 18,11 NT = Lc (1) Lc 1,7 Een vorm van προβαινω = probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) in de LXX (18) , in het NT (5): (1) Mt 4,21 (2) Mc 1,19 In Lc (3): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,18 (3) Lc 2,36
De vorm (προβας = probas: voortgegaan) komt in de bijbel slechts in Mc 1,19 en in de paralleltekst Mt 4,21 voor βαινω = bainô (banen, gaan) προβαινω = pro-bainô (vooruitgaan) Een vorm van het werkwoord προβαινω = probainô komt slechts in vijf verzen in het NT voor Bij Mc en Mt in de ruimtelijke betekenis , bij Lucas in temporele (tijdelijke) betekenis: (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,18 (3) Lc 2,36

Lc 1,714 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,715 bepaald lidw dat vr mv tais Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80

Lc 1,716 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80

Lc 1,714 - 16 εν ταις ἡμεραις = en tais hèmerais (in de dagen) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1  (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18

13 - 16 προβεβηκοτες εν ταις ἡμεραις = probebèkotes en tais hèmerais (voortgegaan in de dagen) Lc (1): Lc 1,7
- προβεβηκοτες ἡμερων = probebèkotes hèmerôn (voortgegaan van de dagen) LXX (1): Gn 18,11
- בָּא בַּיָּמִּים = bâ´bajjâmîm (hij ging in de dagen) Tenakh (4): (1) Gn 24,1 (Abraham) (2) Joz 13,1 (Jozua) (3) Joz 23,1 (Jozua) (4) 1 K 1,1 (koning David In deze 4 verzen wordt eerst de naam van de persoon genoemd
- בָּאִים בַּיָּמִּים = bâ´bajjâmîm (gaande in de dagen) Tenakh (1): Gn 18,11
- Er is litreraire overeenkomst tussen Zacharia en Elisabeth enerzijds en Abraham en Sara anderzijds Zoals Abraham en Sara aan het begin van de geschiedenis van het volk van Israël staan , zo staan Zacharia en Elisabeth aan het begin van het evangelie volgens Lucas

Lc 1,717 gen mvautôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,77

Lc 1,718 act ind imperf 3de pers mv èsan  (zij waren) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (22): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,7 (3) Lc 2,8 (4) Lc 4,20 (5) Lc 4,25 (6) Lc 4,27 (7) Lc 5,10 (8) Lc 5,17 (9) Lc 5,29 (10) Lc 7,41 (11) Lc 8,2 (12) Lc 8,40 (13) Lc 9,14 (14) Lc 9,30 (15) Lc 9,32 (16) Lc 14,1 (17) Lc 15,1 (18) Lc 20,29 (19) Lc 23,55 (20) Lc 24,10 (21) Lc 24,13 (22) Lc 24,53


Lc 1,8 - Lc 1,8: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:8 egeneto de en ierateuein auton en taxei tès efèmerias autou enanti tou theou 

8 factum est autem cum sacerdotio fungeretur in ordine vicis suae ante Deum 

Het gebeurde nu, terwijl hij priesterdienst verrichtte voor God toen zijn dienstafdeling aan de beurt was, 

8 En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde

[8] Eens, toen Zacharias met zijn afdeling aan de beurt was om als priester dienst te doen voor Gods aangezicht,  

[8] Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, 

8 Het geschiedt als hij de priesterdienst doet, als zijn dagorde staat opgesteld tegenover God 

8 Or il advint, comme il remplissait devant Dieu les fonctions sacerdotales au tour de sa classe

King James Bible [8] And it came to pass, that while he executed the priest's office before God in the order of his course,
Luther-Bibel 8 Und es begab sich, als Zacharias den Priesterdienst vor Gott versah, da seine Ordnung an der Reihe war,

Tekstuitleg van Lc 1,8 Het vers Lc 1,8 telt 15 (3 X 5) woorden en 69 (3 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,8 is 8286 (2 X 3 X 1381) Met Lc 1,8 begint het middengedeelte van het verhaal: de verandering Het speelt zich af in de tempel tijdens het reukoffer

Lc 1,81 ind aor 3de pers enk εγενετο = egeneto (het gebeurde) van het werkw γινομαι = ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in de LXX: ginomai (worden) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Bijbel (925) OT (730) NT (195) Lc (69) Lc 1-2 (14): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 (8) Lc 2,1 (9) Lc 2,2 (10) Lc 2,6 (11) Lc 2,13 (12) Lc 2,15 (13) Lc 2,42 (14) Lc 2,46 Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens zoals vele verhalen bij ons beginnen) Een vorm van γινομαι = ginomai in de LXX (2174) , in het NT (667) , in Lc (129) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 In Lc: X vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 129 verzen

egeneto (het gebeurde)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

 

67

3

 

 

 

- Hebreeuws + act qal imperf 3de pers mann enk וַיְהִי = wajëhî (en hij/het was) van het werkw הָיָה = hâjâh (zijn) De getalwaarde van וַיְהי = wajëhî (en hij/het zal zijn/was) is 31 31 is de getalwaarde van אֵל = ´el (God) ; aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld) Taalgebruik in Tenakh: hâjâh (zijn) Getalwaarde: he = 5 , jod = 10 ; totaal: 20 (2² X 5) Structuur: 5 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (784) Pentateuch (181) Eerdere Profeten (339) Latere Profeten (116) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (126)
- Lat esse D sein Fr être Ned zijn E to be Aramees: הֲוָא = häwâ´ Arabisch: هَؤَىَ = hawa

In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal εγενετο = egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal De eerste maal (Lc 1,5): er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde εγενετο = egeneto (Lc 1,23) In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven

Lc 1,82 δε = de (echter) , afkorting δ' = d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in de LXX: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80 In Lc 2,1-20 komt het partikel de (echter) vijfmaal voor: (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,6 (4) Lc 2,17 (5) Lc 2,19 Verder in Lc 2 (4): (1) Lc 2,35 (2) Lc 2,40 (3) Lc 2,44 (4) Lc 2,47

de (echter)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

de 

6210

3754

2456

421

149

478

203

490

708

7

1048 

1251 

d' 

73

50 

23 

12 

 

 

19 

20 

Totaal

6283

3804

2479

433

151

483

204

490

711

7

1067

1271

 

de (echter)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

de (478)

17 

11 

13 

18 

15 

23 

37 

36 

21 

22 

26 

13 

16 

15 

11 

26 

16 

22 

14 

35 

34 

20 

d' (5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

483

17 

11 

13 

18 

15 

23 

37 

37 

23 

22 

26 

13 

16 

15 

12 

26 

16 

23 

14 

35 

34 

20 

 

1151 verzen 

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

 

80 

52 

38 

44 

39 

49 

50 

56 

62 

42 

54 

59 

35 

35 

32 

31 

37 

43 

48 

47 

38 

71 

56 

53 

1 - 2 εγενετο δε = egeneto de (het gebeurde echter) NT (40) Lc (20): (1) Lc 1,8 (2) Lc 2,1 (3) Lc 2,6 (4) Lc 3,21 (5) Lc 5,1 (6) Lc 6,1 (7) Lc 6,6 (8) Lc 6,12 (9) Lc 8,40 (10) Lc 9,28 (11) Lc 9,37 (12) Lc 9,51 (13) Lc 9,57 (14) Lc 10,38 (15) Lc 11,14 (16) Lc 11,27 (17) Lc 16,22 (18) Lc 18,35 (19) Lc 22,24 (20) Lc 22,44
- και εγενετο = kai egeneto (en het gebeurde) NT () Lc (35): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,59 (4) Lc 1,65 (5) Lc 2,15 (6) Lc 2,42 (7) Lc 2,46 (8) Lc 4,36 (9) Lc 5,12 (10) Lc 5,17 (11) Lc 6,13 (12) Lc 6,16 (13) Lc 6,49 (14) Lc 7,11 (15) Lc 8,1 (16) Lc 8,22 (17) Lc 8,24 (18) Lc 9,18 (19) Lc 9,29 (20) Lc 9,33 (21) Lc 11,1 (22) Lc 13,19 (23) Lc 14,1 (24) Lc 17,11 (25) Lc 17,14 (26) Lc 17,28 (27) Lc 19,15 (28) Lc 19,29 (29) Lc 20,1 (30) Lc 22,14 (31) Lc 22,66 (32) Lc 24,4 (33) Lc 24,15 (34) Lc 24,30 (35) Lc 24,51

Lc 1,83 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52

en (in)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

synopt

ev

 

11097

8943

2154

247

119

288

182

226

966

126

654 

836 

 

en (in)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

288  

25 

23 

10 

18 

10 

12 

12 

13 

14 

12 

17 

13 

11 

11 

13 

12 

16 

 

- Hebr בְּ = Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)

Lc 1,84 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,81 - 4 εγενετο δε εν τῳ = egeneto de en (i) = het gebeurde echter tijdens het Lc (9): (1) Lc 1,8 (2) Lc 2,6 (3) Lc 3,21 (4) Lc 5,1 (5) Lc 8,40 (6) Lc 9,51 (7) Lc 10,38 (8) Lc 11,27 (9) Lc 18,35
- και εγενετο εν τῳ = kai egeneto en (i) = en het gebeurde tijdens het Lc (14): (1) Lc 5,12 (2) Lc 8,1 (3) Lc 9,18 (4) Lc 9,29 (5) Lc 9,33 (6) Lc 11,1 (7) Lc 14,1 (8) Lc 17,11 (9) Lc 17,14 (10) Lc 19,15 (11) Lc 24,4 (12) Lc 24,15 (13) Lc 24,30 (14) Lc 24,51

Lc 1,85 act inf praes hierateuein (priester zijn, priesterschap uitoefenen) van het werkw hierateuô (priester zijn) Taalgebruik in het NT: hierateuô (priester zijn) Taalgebruik in Lc: hierateuô (priester zijn) Lc (1): Lc 1,8 Dit is de enigste vorm van hierateuô (priester zijn) in het NT

Lc 1,86 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50

Lc 1,87 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52

en (in)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

synopt

ev

 

11097

8943

2154

247

119

288

182

226

966

126

654 

836 

 

en (in)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

288  

25 

23 

10 

18 

10 

12 

12 

13 

14 

12 

17 

13 

11 

11 

13 

12 

16 

 

- Hebr בְּ = Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)

Lc 1,88 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,89 dat vr enk taksei van het zelfst naamw taksis (orde, ordening, volgorde) Taalgebruik in het NT: taksis (orde, ordening, volgorde) Taalgebruik in Lc: taksis (orde, ordening, volgorde) Lc (1) Lc 1,8 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,810 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,811 gen vr enk efèmerias van het zelfst naamw efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Taalgebruik in het NT: efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Taalgebruik in Lc: efèmeria (beurt volgens de dagrooster) Lc (2): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT

Lc 1,812 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,813 enanti (tegenover) Taalgebruik in het NT: enanti (tegenover) Taalgebruik in Lc: enanti (tegenover) Lc (1) Lc 1,8 enantion (tegenover) Taalgebruik in het NT: enantion (tegenover, in de ogen van) Taalgebruik in Lc: enantion (tegenover, in de ogen van) Lc (3): (1) Lc 1,6 (2) Lc 20,26 (3) Lc 24,19

Lc 1,814 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bep lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,815 gen mann enk  theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Lc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78 In Lc: 4 vormen in 24 / 24 hoofdstukken en in 115 verzen

Lc 1,813 - 15 enantion tou theou (tegenover God) Lc (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 24,19 enanti tou theou (tegenover God) Lc (1) Lc 1,8

Lc 1,9 - Lc 1,9: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:9 kata to ethos tès ierateias elachen tou thumiasai eiselthôn eis ton naon tou kuriou 

9 secundum consuetudinem sacerdotii sorte exiit ut incensum poneret ingressus in templum Domini 

dat hij volgens het gebruik van de priesterschap door loting verkreeg om de tempel van de Heer binnen te gaan en er een wierookoffer te brengen 

9 Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen 

[9] werd hij, volgens priesterlijk gebruik, door loting aangewezen om het heiligdom van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen  

[9] werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer 

9 dat hij het lotsteentje trekt –dat is naar de gewoonte van de priesterschap– voor het brengen van het wierookoffer en binnentreedt in de tempel van de Heer,  

9 qu'il fut, suivant la coutume sacerdotale, désigné par le sort pour entrer dans le sanctuaire du Seigneur et y brûler l'encens 

King James Bible [9] According to the custom of the priest's office, his lot was to burn incense when he went into the temple of the Lord
Luther-Bibel 9 dass ihn nach dem Brauch der Priesterschaft das Los traf, das Räucheropfer darzubringen; und er ging in den Tempel des Herrn

Tekstuitleg van Lc 1,9 Het vers Lc 1,9 telt 14 (2 X 7) woorden en 65 (5 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,9 is 7883

Lc 1,91 kata (tegen, volgens) Afkortingen: kat' , kath' Taalgebruik in het NT: kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Lc: kata (tegen, volgens)
Lc (28 + 6 + 9 = 43) Lc 1 (3): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,38

Lc 1,92 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,93 nom + acc onz enk ethos (gewoonte) Taalgebruik in het NT: ethos (gewoonte) Taalgebruik in Lc: ethos (gewoonte)
Lc (3): (1) Lc 1,9 (2) Lc 2,42 (3) Lc 23,39 Slechts deze vorm in Lc

Lc 1,91 - 3 kata to ethos (volgens de gewoonte) Lc (3): (1) Lc 1,9 (2) Lc 2,42 (3) Lc 23,39

Lc 1,94 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,95 gen vr enk ἱερατειας = hierateias van het zelfst naamw ἱερατεια = hierateia (priesterschap) Taalgebruik in het NT: hierateia (priesterschap) Taalgebruik in de LXX: hierateia (priesterschap) Taalgebruik in Lc: hierateia (priesterschap) Bijbel (10): (1) Ex 35,19 (2) Ex 40,15 (3) Nu 18,1 (4) Nu 18,7 (5) Nu 25,13 (6) Hos 3,4 (7) Ezr 2,62 (8) Neh 7,64 (9) Neh 13,29 (10) Lc 1,9 Een vorm van ἱερατεια = hierateia in de LXX (17): vorige 10 + (1) Ex 29,9 (2) Ex 39,19 (3) Nu 3,10 (4) Joz 18,7 (5) 1 S 1,7 (6) 1 S 2,36 (7) 1 S 23,13 , in het NT (2): (1) Lc 1,9 (2) Heb 7,5 Dit is de enigste vorm van ἱερατεια = hierateia (priesterschap) in Lc
- Hebreeuws

=

Lc 1,96 act ind aor 3de pers enk elache (hij lootte , hij verkreeg door het lot) van het werkw lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) Taalgebruik in het NT: lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) Taalgebruik in Lc: lagchanô (door het lot verkrijgen, loten) Lc (1) Lc 1,9 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,97 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,98 act inf aor thumiasai van het werkw thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) Taalgebruik in het NT: thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) Taalgebruik in Lc: thumiaô (in rook doen opgaan, een reukoffer brengen) Dit is de enigste vorm in Lc en in het NT

Lc 1,99 part aor nom mann enk eiselthôn (binnengegaan) van het werkw eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in het NT: eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in Lc: eiserchomai (binnengaan) Lc (6): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 7,36 (4) Lc 11,37 (5) Lc 19,1 (6) Lc 19,45
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,40 Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan , weggaan of terugkeren In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten In Lc 1,38 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug

Lc 1,910 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Lc: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,99 - 10 eiselthôn eis (binnengegaan in) Lc (3): (1) Lc 1,9 (3) Lc 7,36 (6) Lc 19,45

Lc 1,911 bep lidw acc mann enk ton van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,912 acc mann enk naon van het zelfst naamw naos (tempel) Taalgebruik in het NT: naos (tempel) Taalgebruik in Lc: naos (tempel)
Lc (1) Lc 1,9 Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 23,35

Lc 1,913 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,914 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen

Lc 1,10 - Lc 1,10: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:10 kai pan to plèthos èn tou laou proseuchomenon exô ôra tou thumiamatos  

10 et omnis multitudo erat populi orans foris hora incensi 

En de hele menigte van het volk was buiten aan het bidden op liet uur van liet wierookoffer 

10 En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers  

[10] Tijdens het offer stond heel het volk buiten te bidden  

[10] De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht 

10 terwijl heel de volheid van de gemeente buiten in gebed is, dat uur van het wierookoffer 

10 Et toute la multitude du peuple était en prière, dehors, à l'heure de l'encens 

King James Bible [10] And the whole multitude of the people were praying without at the time of incense
Luther-Bibel 10 Und die ganze Menge des Volkes stand draußen und betete zur Stunde des Räucheropfers

Tekstuitleg van Lc 1,10 Het vers Lc 1,10 telt 13 woorden en 59 letters De getalwaarde van Lc 1,10 is 7933

Lc 1,101 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,102 nom + acc onz enk pan van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder
Lc (6): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,37 (3) Lc 2,23 (4) Lc 3,5 (5) Lc 3,9 (6) Lc 11,42 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,37 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,63 (7) Lc 1,65 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,71 (10) Lc 1,75

Lc 1,103 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,104 nom + acc onz enk πληθος = plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in het NT: plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in de LXX: plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in Lc: plèthos (menigte, veelheid) Taalgebruik in Hnd: plèthos (menigte, veelheid) Mc (2): (1) Mc 3,7 (2) Mc 3,8 Lc (8): (1) Lc 1,10 (2) Lc 2,13 (3) Lc 5,6 (4) Lc 6,17 (5) Lc 8,37 (6) Lc 19,37 (7) Lc 23,1 (8) Lc 23,27  Joh (1): Joh 5,3 Hnd (12): (1) Hnd 2,6 (2) Hnd 5,16 (3) Hnd 6,2 (4) Hnd 14,1 (5) Hnd 14,4 (6) Hnd 15,12 (7) Hnd 15,30 (8) Hnd 17,4 (9) Hnd 21,36 (10) Hnd 23,7 (11) Hnd 25,24 (12) Hnd 28,3 Jac (1): Jak 5,20 1 Pe (1): 1 Pe 4,8 Een vorm van πληθος = plèthos in de LXX (288) , in het NT (31) , in Lc (8): (1) Lc 1,10 (2) Lc 2,13 (3) Lc 5,6 (4) Lc 6,17 (5) Lc 8,37 (6) Lc 19,37 (7) Lc 23,1 (8) Lc 23,27  In de LXX is πληθος = plèthos de vertaling van 17 verschillende Hebreeuwse woorden

Lc 1,102 - 4 (a)pan to plèthos (de hele menigte) NT (3): (1) Lc 1,10 (2) Hnd 15,12 (3) Hnd 25,24

Lc 1,105 act ind imperf 3de pers enk èn (hij was) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80

Lc 1,106 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,107 gen mann enk = laou van het zelfst naamw λαος = laos (volk) Taalgebruik in het NT: laos (volk) Taalgebruik in de LXX: laos (volk) Taalgebruik in Lc: laos (volk) Lc (12): (1) Lc 1,10 (2) Lc 2,32 (3) Lc 3,15 (4) Lc 6,17 (5) Lc 7,1 (6) Lc 8,47 (7) Lc 19,47 (8) Lc 20,26 (9) Lc 20,45 (10) Lc 22,66 (11) Lc 23,27 (12) Lc 24,19 Een vorm van λαος = laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) , in Lc (37) , in Lc 1 (5): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,77
Nadat Zacharia de tempel was binnengegaan om het reukoffer te brengen , stond het volk buiten te bidden (Lc 1,10) Het volk wacht en is verwonderd dat Zacharia zo lang in de tempel blijft (Lc 1,21) In beide verzen wordt een omschrijvende constructie gebruikt: het was aan het bidden / wachten De omschrijvende constructie omarmt een vorm van laos (volk) ; Lc 1,10: èn tou laou proseuchomenon = de ganse menigte van het volk was aan het bidden Lc 1,21: èn ho laos prosdokôn = het volk was aan het wachten

Lc 1,104 6- 7 plèthos () tou laou (een menigte van het volk In drie verzen in het NT: (1) Lc 1,10 (2) Lc 23,27 (3) Hnd 21,36

Lc 1,108 part pr acc mann enk proseuchomenon van het werkw proseuchomai (bidden) Taalgebruik in het NT: proseuchomai (bidden) Taalgebruik in Lc: proseuchomai (bidden) Lc (3): (1) Lc 1,10 (2) Lc 9,18 (3) Lc 11,1 Een vorm van proseuchomai (bidden) in Lc in 18 verzen: (1) Lc 1,10 (2) Lc 3,21 (3) Lc 5,16 (4) Lc 6,12 (5) Lc 6,28 (6) Lc 9,18 (7) Lc 9,28 (8) Lc 9,29 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,2 (11) Lc 18,1 (12) Lc 18,10 (13) Lc 18,11 (14) Lc 20,47 (15) Lc 22,40 (16) Lc 22,41 (17) Lc 22,44 (18) Lc 22,46
Zoals de engelverschijning aan Zacharia in de tempel gebeurde in een omgeving van gebed en volk , zo gebeurt de godsopenbaring aan Jezus in een omgeving van gebed en volk

Lc 1,105 10 èn proseuchomenon = de hele menigte van het volk was aan het bidden Ook omschrijvende constructie in Lc 9,18 (kai egeneto en (i) einai auton proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was) en Lc 11,1 (kai egeneto en (i) einai auton proseuchomenon = en het gebeurde terwijl hij aan het bidden was)

Lc 1,109 exô (buiten) Taalgebruik in het NT: exô (buiten) Taalgebruik in Mc: exô (buiten) Lc (10): (1) Lc 1,10 (2) Lc 4,29 (3) Lc 8,20 (4) Lc 13,25 (5) Lc 13,28 (6) Lc 13,33 (7) Lc 14,35 (8) Lc 20,15 (9) Lc 22,62 (10) Lc 24,50

Lc 1,1010 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,1011 nom + dat vr enk hôra(i)  van het zelfst naamw hôra (uur) Taalgebruik in het NT: hôra (uur) Taalgebruik in Lc: hôra (uur)
Lc (15): (1) Lc 1,10 (2) Lc 2,38 (3) Lc 7,21 (4) Lc 10,21 (5) Lc 12,12 (6) Lc 12,39 (7) Lc 12,40 (8) Lc 12,46 (9) Lc 13,31 (10) Lc 14,17 (11) Lc 20,19 (12) Lc 22,14 (13) Lc 22,53 (14) Lc 23,44 (15) Lc 24,33 Een vorm van hôra (uur) in 16 verzen: voorgaande + Lc 22,59 en Lc 23,44 (tweede vorm)

Lc 1,1012 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

13 gen onz enk thumiamatos van het zelfst naamw thumiama (reukoffer) Taalgebruik van het NT: thumiama (reukoffer) Taalgebruik van Lc: thumiama (reukoffer) Lc (2): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,11 Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc

Lc 1,11 - Lc 1,11: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:11 ôfthè de autô aggelos kuriou estôs ek dexiôn tou thusiastèriou tou thumiamatos  

11 apparuit autem illi angelus Domini stans a dextris altaris incensi  

Hem verscheen nu een engel van de Heer staande aan de rechterzijde van het wierookofferaltaar  

11 En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechter zijde van het altaar des reukoffers  

[11] Toen verscheen hem een engel van de Heer, rechts van het offeraltaar 

[11] Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond 

11 Aan hem laat zich zien een aankondig–engel van de Heer, staande aan de rechterzijde van het altaar voor het wierookoffer 

11 Alors lui apparut l'Ange du Seigneur, debout à droite de l'autel de l'encens 

King James Bible [11] And there appeared unto him an angel of the Lord standing on the right side of the altar of incense
Luther-Bibel 11 Da erschien ihm der Engel des Herrn und stand an der rechten Seite des Räucheraltars

Tekstuitleg van Lc 1,11 Het vers Lc 1,11 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 65 (5 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,11 is 10927 (7 X 7 X 223)

Lc 1,111 ind aor 3de pers enk ôfthè (hij liet zich zien , hij verscheen) van het werkw horaô (zien) Taalgebruik in het NT: horaô (zien) Taalgebruik in Mc: horaô (zien) Taalgebruik in Lc: horaô (zien) Lc (3): (1) Lc 1,11 (2) Lc 22,43 (3) Lc 24,34 Een vorm van horaô (zien) in Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,22 (3) Lc 3,6 (4) Lc 9,31 (5) Lc 9,36 (6) Lc 12,15 (7) Lc 13,28 (8) Lc 16,23 (9) Lc 17,22 (10) Lc 21,27 (11) Lc 22,43 (12) Lc 23,49 (13) Lc 24,23 (14) Lc 24,34
wajjerâ´ ´elâ(j)w malë´akh JHWH (LXX: kai ôfthè autô(i) aggelos kuriou) = en een engel van de Heer verscheen hem Slechts in Re 6,12 De engel verschijnt aan Gideon In Lc: 12 vormen van horaô (zien) in 11 / 24 hoofdstukken en in 14 verzen

Lc 1,112 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,113 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74

Lc 1,114 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager
مَلَك= malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)

Lc 1,115 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 Een vorm van kurios (heer) in Lc (99) , in Lc 1 in 17 verzen: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,16 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,28 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,43 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,66 (16) Lc 1,68 (17) Lc 1,76

Lc 1,114 - 5 aggelos kuriou (de engel van de Heer) In twee verzen bij Lucas:
(1) Lc 1,11: ôfthè de autôi aggelos kuriou = een engel van de Heer echter verscheen hem
(2) Lc 2,9: kai (volgens sommige handschriften: idou = zie) aggelos kuriou epestè autois (en een engel van de Heer stond bij hen)

Lc 1,111 - 5 ôfthè de autôi aggelos ('maar' een engel verscheen hem)
(1) Lc 1,11: ôfthè de autôi aggelos kuriou = 'maar' een engel van de Heer verscheen hem
(2) Lc 22,43: ôfthè de autôi aggelos ap'ouranou = 'maar' een engel uit de hemel verscheen hem

Lc 1,116 part perf nom mann enk hestôs van het werkw histèmi (doen staan, staan) Taalgebruik in het NT: histèmi (doen staan, staan) Taalgebruik in Lc: histèmi (doen staan, staan) Lc (3): (1) Lc 1,11 (2) Lc 5,1 (3) Lc 18,13 Een vorm van histèmi (doen staan, staan) in Lc in 25 verzen Dit is de enigste vorm in Lc 1

Lc 1,117 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,15 (4) Lc 1,61 (5) Lc 1,71 (6) ex (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,71 (4) Lc 1,78

Lc 1,118 gen mv dexiôn van het bijvoegl naamw dexios (rechts) Taalgebruik in het NT: dexios (rechts) Taalgebruik in Lc: dexios (rechts) Taalgebruik in Hnd: dexios (rechts) Taalgebruik in de Septuaginta: dexios (rechts) Hebr jâmîn (rechterzijde, rechts) Taalgebruik in Tenakh: jâmîn (rechterzijde, rechts) L dexter Fr droit Ned rechts E right D rechter Lc (4): (1) Lc 1,11 (2) Lc 20,42 (3) Lc 22,69 (4) Lc 23,33 Bijbel (67) LXX (44) NT (23) Een vorm van dexios (rechts) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,11 (2) Lc 6,6 (3) Lc 20,42 (4) Lc 22,50 (5) Lc 22,69 (6) Lc 23,33 In Lc: 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 5 / 24 hoofdstukken en in 6 verzen In Hnd: 3 vormen van dexios (rechter- , rechts) in 7 verzen in 4 hoofdstukken Een vorm van (rechter- , rechts) in het NT (54) , in de LXX (228)

7 - 8 ek dexiôn (rechts) Lc (4 / 4): (1) Lc 1,11 (2) Lc 20,42 (3) Lc 22,69 (4) Lc 23,33 NT (22)

6 - 8 Lc 1,11: estôs ek dexiôn = staande rechts van Een vorm van kathèmai (neerzitten) + ek dexiôn (rechts) in Lc (2 / 4): (1) Lc 20,42 (2) Lc 22,69

Lc 1,119 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,1110 gen ons enk thusiastèriou van het zelfst naamw thusiastèrion (brandofferaltaar) Taalgebruik in het NT: thusiastèrion (brandofferaltaar) Taalgebruik in Lc: thusiastèrion (brandofferaltaar) Lc (2): (1) Lc 1,11 (2) Lc 11,51 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,1111 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,1112 gen onz enk thumiamatos van het zelfst naamw thumiama (reukoffer) Taalgebruik van het NT: thumiama (reukoffer) Taalgebruik van Lc: thumiama (reukoffer) Lc (2): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,11 Dit is de enigste vorm van thumiama (reukoffer) in Lc

Lc 1,12 - Lc 1,12: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:12 kai etarachthè zacharias idôn kai fobos epepesen ep auton 

12 et Zaccharias turbatus est videns et timor inruit super eum 

En Zaeharias werd ontsteld toen hij hem zag en vrees overviel hem  

12 En Zacharias, hem ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen  

[12] Zacharias raakte in verwarring toen hij hem zag en werd door vrees overvallen 

[12] Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen 

12 Zacharias is geschokt om wat hij ziet, en vreze valt over hem 

12 A cette vue, Zacharie fut troublé et la crainte fondit sur lui  

King James Bible [12] And when Zacharias saw him, he was troubled, and fear fell upon him
Luther-Bibel 12 Und als Zacharias ihn sah, erschrak er, und es kam Furcht über ihn

Tekstuitleg van Lc 1,12 Het vers Lc 1,12 telt 9 (3²) woorden en 46 (2 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,12 is 5048 (2³ X 631) In Lc 1,8 - Lc 1,9 is Zacharia onderwerp , in Lc 1,10 de volkmenigte , in Lc 1,11 de engel Op het einde van het middendeel (Lc 1,19-23) gaat het in omgekeerde volgorde: de engel blijft in de tempel , het volk (Lc 1,21) en Zacharia (Lc 1,22 - Lc 1,23) Op het visioen reageert Zacharia dubbel: verward en met vrees De reactie van vrees op het visioen vinden we in Da 10,7

Lc 1,121 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,122 pass ind aor 3de pers enk εταραχθη = etarachthè (hij werd in verwarring gebracht) van het werkw ταρασσω = tarassô (in verwarring brengen, verwarren) Taalgebruik in het NT: tarassô (in verwarring brengen, verwarren) Taalgebruik in de LXX: tarassô (in verwarring brengen, verwarren) Taalgebruik in Lc: tarassô (in verwarring brengen, verwarren) LXX (24) NT (3): (1) Mt 2,3 (2) Lc 1,12 (3) Joh 13,21 Een vorm van ταρασσω = tarassô in de LXX (121) , in het NT (17): (1) Mt 2,3 (2) Mt 14,26 (3) Lc 1,12 (4) Lc 24,38 (5) Joh 5,4 (6) Joh 5,7 (7) Joh 11,33 (8) Joh 12,27 (9) Joh 13,21 (10) Joh 14,1 (11) Joh 14,27 (12) Hnd 15,24 (13) Hnd 17,8 (14) Hnd 17,13 (15) Gal 1,7 (16) Gal 5,10 (17) 1 Pe 3,14
Zacharia werd in verwarring gebracht (εταραχθη = etarachthè) door het visioen van de engel (Lc 1,12) , Maria werd in verwarring gebracht (dietarachthè) door het woord van de engel (Lc 1,29) Overeenkomst en verschil

Lc 1,123 nom mann enk zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja)
Lc (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,67 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51

Lc 1,124 act part aor nom mann enk idôn (gezien) van het werkw eiden (hij zag) Taalgebruik in het NT: eiden (hij zag) Taalgebruik in Lc: eiden (hij zag) L videre Fr voir Lc (20): (1) Lc 1,12 (2) Lc 5,8 (3) Lc 5,12 (4) Lc 5,20 (5) Lc 7,13 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,28 (8) Lc 10,31 (9) Lc 10,32 (10) Lc 10,33 (11) Lc 11,38 (12) Lc 13,12 (13) Lc 17,14 (14) Lc 17,15 (15) Lc 18,24 (16) Lc 18,43 (17) Lc 19,41 (18) Lc 22,58 (19) Lc 23,8 (20) Lc 23,47 Een vorm van het werkw eiden (hij zag) in Lc in 64 verzen , in Lc 1 slechts in Lc 1,12 idôn (gezien) verwijst naar het visioen , naar de verschijning van de engel in Lc 1,11 Volgens Da 10,7 heeft Daniël een visioen (kai eidon egô danièl = en ik Daniël zag) Bij Zacharia gebeurt de 'Godsopenbaring' via een verschijning (visueel) , bij Maria via het woord (akoustisch) (Lc 1,29)

Lc 1,125 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,126 nom mann enk fobos (vrees, fobie) Taalgebruik in het NT: fobos (vrees, fobie) Taalgebruik in Lc: fobos (vrees, fobie)
In drie verzen bij Lucas: (1) Lc 1,12 (2) Lc 1,65 (3) Lc 7,16 Een vorm van fobos (vrees, fobie) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,12 (2) Lc 1,65 (3) Lc 2,9 (4) Lc 5,26 (5) Lc 7,16 (6) Lc 8,37 (7) Lc 21,26 Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Lc in 21 verzen: (1)Lc 1,13 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,50 (4) Lc 2,9 (5) Lc 2,10 (6) Lc 5,10 (7) Lc 8,25 (8) Lc 8,35 (9) Lc 8,50 (10) Lc 9,34 (11) Lc 9,45 (12) Lc 12,4 (13) Lc 12,5 (14) Lc 12,7 (15) Lc 12,32 (16) Lc 18,2 (17) Lc 18,4 (18) Lc 19,21 (19) Lc 20,19 (20) Lc 22,2 (21) Lc 23,40

Lc 1,127 act ind aor 3de pers enk epepesen van het werkw epipiptô (vallen op, opdringen) Taalgebruik in het NT: epipiptô (vallen op, opdringen) Taalgebruik in Lc: epipiptô (vallen op, opdringen) Lc (2): (1) Lc 1,12 (2) Lc 15,20 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,128 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,129 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50

Lc 1,125 - 9 De reactie op het visioen is de vrees
- Lc 1,12: kai fobos epepesen ep' auton (en vrees overviel over hem)
- Da 10,7: kai fobos ischuros epepesen ep' autous (en een sterke vrees overviel over hen)
In Lc 1,12 valt vrees over Zacharias na het zien van het visioen Hij wordt met verstomming geslagen In Lc 1,65 gebeurt dat over alle omwonenden van Zacharia en Elisabeth nadat Zacharia heeft duidelijk gemaakt dat het kind Johannes moet heten
In Lc 5,9 omgaf ontzetting om Simon Petrus en zijn metgezellen na het zien van de wonderbare visvangst Op deze reactie volgt de geruststelling van Jezus (Lc 5,10) , zoals Zacharia werd gerustgesteld na de reactie van Zacharia (Lc 1,13)

Lc 1,13 - Lc 1,13: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:13 eipen de pros auton o aggelos fobou zacharia dioti eisèkousthè è deèsis sou kai è gunè sou elisabet gennèsei uion soi kai kaleseis to onoma autou iôannèn 

13 ait autem ad illum angelus ne timeas Zaccharia quoniam exaudita est deprecatio tua et uxor tua Elisabeth pariet tibi filium et vocabis nomen eius Iohannem 

De engel zei echter tegen hem: Zacharias, want je smeekbede is verhoord, en je vrouw Elisabet zal je een zoon baren en je zult zijn naam Johannes noemen  

13 Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes  

[13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven 

[13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen 

13 Maar de engel zegt tot hem: vrees niet, Zacharias, want je gebed is verhoord: je vrouw, Elisabet, zal je een zoon voortbrengen en zijn naam zul je noemen: Johannes,–  

13 Mais l'ange lui dit: « Sois sans crainte, Zacharie, car ta supplication a été exaucée ; ta femme Élisabeth t'enfantera un fils, et tu l'appelleras du nom de Jean 

King James Bible But the angel said unto him, Fear not, Zacharias: for thy prayer is heard; and thy wife Elisabeth shall bear thee a son, and thou shalt call his name John
Luther-Bibel (1984) Aber der Engel sprach zu ihm: Fürchte dich nicht, Zacharias, denn dein Gebet ist erhört, und deine Frau Elisabeth wird dir einen Sohn gebären, und du sollst ihm den Namen Johannes geben

Tekstuitleg van Lc 1,13 Dit vers telt 28 (2 X 2 X 7 of 2 X 14) woorden en 126 (2 X 3 X 3 X 7 of 9 X 14) letters De getalwaarde van Lc 1,13 is 12108 (2 X 2 X 3 X 1009) De zwangerschap van Elisabet wordt aangekondigd in Lc 1,13 , die van Jezus in Lc 1,31 13 en 31 zijn elkaars spiegelbeelden

Lc 1,131 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in het NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,63 (3) Lc 1,66 (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 (12) Lc 1,61

Lc 1,132 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,131 - 2 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,133 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij) Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

Lc 1,131 - 3 και ειπεν προς = kai eipen pros (en hij zei tot) NT (15): (1) Lc 2,34 (2) Lc 2,49 (3) Lc 3,14 (4) Lc 4,23 (5) Lc 5,10 (6) Lc 8,22 (7) Lc 9,3 (8) Lc 9,50 (9) Lc 11,5 (10) Lc 19,5 (11) Lc 19,13 (12) Lc 22,15 (13) Hnd 7,3 (14) Hnd 9,10 (15) Hnd 22,21
- ειπεν δε προς = eipen de pros (hij zei echter tot) Lc (17): (1) Lc 1,13 (2) Lc 7,50 (3) Lc 9,13 (4) Lc 9,14 (5) Lc 9,59 (6) Lc 9,62 (7) Lc 12,15 (8) Lc 12,22 (9) Lc 13,7 (10) Lc 15,3 (11) Lc 17,1 (12) Lc 17,22 (13) Lc 18,9 (14) Lc 19,9 (15) Lc 20,41 (16) Lc 24,17 (17) Lc 24,44 Zie ook Lc 1,34: eipen de mariam pros (Maria zei echter)

Lc 1,134 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50

Lc 1,131 - 4 eipen de pros auton (hij zei echter tot hem) in Lc (3): (1) Lc 1,13 (+ onderwerp: ho aggelos = de engel) (2) Lc 9,62 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) (3) Lc 19,9 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus)
kai eipen pros auton (hij zei tot hem) in Lc (2): (1) Lc 9,50 (+ onderwerp ho ièsous = Jezus) (2) Lc 19,5
Hebr: wajj´omèr ´ (en hij zei tot hem) in Tenakh (2): (1) 1 S 22,13 (2) Zach 2,8

Lc 1,135 bep lidw nom m enk ho (de) OF betrekk voornaamw nom + acc onz enk ho Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) In Lc 1,11 verscheen een engel van de Heer aan Zacharias Daar staat geen lidwoord Hierna wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt In Lc 1,19 maakt de engel zich bekend als Gabriël Het is ook deze engel die aan Maria verscheen Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl Gabriël is dit vers aan de vorige perikope (Lc 1,5-25) gelinkt

Lc 1,136 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager
مَلَك= malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)

Lc 1,131 - 2 5 - 6 Van de tien verzen in het Lucasevangelie waarin ho aggelos (de engel) onderwerp is , is er slechts 1 vers met eipen de (hij echter zei) nl Lc 1,13 (eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) en 2 verzen beginnen met kai eipen (en hij zei): (5) Lc 1,30 (kai eipen ho aggelos autè(i) = en de engel zei haar) (9) Lc 2,10 (kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen)

Lc 1,131 - 6 eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem Het vervoegd werkwoord staat vooraan de zin de (echter) dat een lichte tegenstelling uitdrukt , staat meestal op de tweede plaats in de zin In het Hebreeuws maakt de bepaling met het persoonlijk voornaamwoord deel uit van het werkwoord ; daarom vinden we pros auton (tot hem) onmiddellijk na het werkwoord Hierna volgt het onderwerp ho aggelos (de engel) Slechts eenmaal in Lc Bij de aankondiging van een kind wordt een literair schema gebruikt dat aansluit bij de werkelijkheid: zwangerschap , geboorte , naamgeving en toekomstwens Bij de aankondiging aan Elisabeth is geen vermelding van de zwangerschap Uit de vele geboorteaankondigingen komt die van Isaäk (Gn 17,19) het meest met die van Johannes overeen:
- Gn 17,19: idou sarragunè sou texetai soi huion kai kaleseis to onoma autou isaak (zie Sara je vrouw zal voor jou een zoon baren en jij zult zijn naam noemen Isaak
- Lc 1,13: kaigunè sou elisabet gennèsei huion soi kai kaleseis to onoma autou iôannou (en je vrouw Elisabeth zal een zoon voor jou voortbrengen en je zult noemen zijn naam Johannes
Abraham en Sara zijn de oudsten van het volk Israël Zacharia en Elisabeth staan aan het begin van het NT
Twee geboorteaankondigingen: die van Johannes aan Zacharia (Lc 1,13) , die van Jezus aan Maria (Lc 1,31) Verwoord aan de hand van de geboorteaankondigingen van Isaäk aan Abraham (Gn 17,19) en van Ismaël aan Hagar (Gn 16,11)

Lc 1,137 (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: (niet) Taalgebruik in Lc: (niet) Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,30

Lc 1,138 imperat praes 2de pers enk φοβου = fobou (vrees) van het werkw fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik in het NT: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik in Lc: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Lc (5): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,30 (3) Lc 5,10 (4) Lc 8,50 (5) Lc 12,32 Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Lc in 21 verzen: (1)Lc 1,13 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,50 (4) Lc 2,9 (5) Lc 2,10 (6) Lc 5,10 (7) Lc 8,25 (8) Lc 8,35 (9) Lc 8,50 (10) Lc 9,34 (11) Lc 9,45 (12) Lc 12,4 (13) Lc 12,5 (14) Lc 12,7 (15) Lc 12,32 (16) Lc 18,2 (17) Lc 18,4 (18) Lc 19,21 (19) Lc 20,19 (20) Lc 22,2 (21) Lc 23,40

Lc 1,137 - 8 μη φοβου = fobou (vrees niet) NT (10): (1) Mc 5,36 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,30 (4) Lc 5,10 (5) Lc 8,50 (6) Lc 12,32 (7) Joh 12,15 (8) Hnd 18,9 (9) Hnd 27,24 (10) Apk 1,17
- אַל תִירָא = ´al thîrâ´ (vrees niet) Tenakh (38) Pentateuch (6): (1) Gn 15,1 (2) Gn 26,24 (3) Gn 46,3 (4) Nu 21,34 (5) Dt 1,21 (6) Dt 3,2

- μη φοβεισθε = fobeisthe (vreest niet) NT (8): (1) Mt 14,27 (2) Mt 17,7 (3) Mt 28,5 (4) Mt 28,10 (5) Mc 6,50 (6) Lc 2,10 (7) Lc 12,7 (8) Joh 6,20
- אַל תִירָאוּ = ´al thîrâ´û (vreest niet) Tenakh (11): (1) Gn 43,23 (2) Gn 50,19 (3) Gn 50,21 (4) Ex 14,13 (5) Ex 20,20 (6) 1 S 12,20 (7) 2 S 13,28 (8) Js 35,4 (9) Hag 2,5 (10) Zach 8,13 (11) Zach 8,15

Lc 1,139 voc mann enk zacharia van de eigennaaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (1) Lc 1,13 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51

Lc 1,1310 dioti (omdat) Taalgebruik in het NT: dioti (omdat) Taalgebruik in Lc: dioti (omdat) Lc (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 2,7 (3) Lc 21,28

Lc 1,1311 pass ind aor 3de pers enk εισηκουσθη = eisèkousthè (er werd gehoord, hij werd verhoord) van het werkw εισακουω = eisakouô (luisteren naar, verhoren) Taalgebruik in het NT: eisakouô (luisteren naar, verhoren) Taalgebruik in de LXX: eisakouô (luisteren naar, verhoren)
In vijf verzen in Tenakh:
(1) Da 10,12 (εισηκουσθη το ρημα μου = eisèkousthè to rèma sou = uw woord werd verhoord)
(2) Tob 3,16 (και εισηκουσθη ἡ προσευχη αμφοτερων = Kai eisèkousthèproseuchè amfoterôn = en het gebed van beiden werd verhoord)
(3) Sir 51,11 (εισηκουσθηδεησις μου = eisèkousthèdeèsis mou = mijn bede werd verhoord)
(4) Lc 1,13 (διοτι εισηκουσθηδεησις σου = dioti eisèkousthèdeèsis sou = en daarom werd uw gebed verhoord)
(5) Hnd 10,31 (εισηκουσθη σου ἡ προσευχη = eisèkousthè sou hè proseuchè = uw gebed werd verhoord)
- Een vorm van εισακουω = eisakouô in de LXX (249) , in het NT (5): (1) Mt 6,7 (2) Lc 1,13 (3) Hnd 10,31 (4) 1 Kor 14,21 (5) Heb 5,7

Lc 1,1312 bep lidw nom vr enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,1313 nom vr enk deèsis (gebed, vraag) Taalgebruik in het NT: deèsis (gebed, vraag) Taalgebruik in Lc: deèsis (gebed, vraag) Lc (1) Lc 1,13 Een vorm van deèsis (gebed, vraag) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 2,37 (3) Lc 5,33

Lc 1,1314 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

Lc 1,1315 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1316 bep lidw nom vr enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,1317 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 7,37 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,3 (8) Lc 8,43 (9) Lc 8,47 (10) Lc 10,38 (11) Lc 11,27 (12) Lc 13,11 (13) Lc 13,21 (14) Lc 15,8 (15) Lc 20,32 (16) Lc 20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen

Lc 1,1318 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

Lc 1,1319 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,1320 act ind fut 3de pers enk gennèsei (zij zal voortbrengen) van het werkw gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in het NT: gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in Lc: gennaô (voortbrengen, baren)
Lc (1) Lc 1,13 Deze werkwoordvorm komt nog slechts in Gn 17,20 voor Het gaat om de zegen over Ismaël: hij zal twaalf volkeren voortbrengen Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,57 (4) Lc 3,22 (5) Lc 20,34 (6) Lc 23,29

Lc 1,1321 acc mann enk huion van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Mc: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Lc (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,57 (5) Lc 2,7 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,22 (8) Lc 9,38 (9) Lc 9,41 (10) Lc 12,10 (11) Lc 20,13 (12) Lc 20,41 (13) Lc 21,27 (14) Lc 22,48 (15) Lc 24,7 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57

Lc 1,1322 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord
Lc (44) Lc 1 (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35

Lc 1,1323 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1324 act ind fut 2de pers enk kaleseis (jij zult noemen) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc (2): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

Lc 1,1325 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,1326 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)

Lc 1,1327 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,13 28 acc mann enk Iôannèn van het zelfst naamw iôannès (Johannes) Taalgebruik in het NT: Iôannès (Johannes) Taalgebruik in Lc: Iôannès (Johannes) Hebr jôchanan Ned Johan D Johannes Fr Jean E John Lc (11) Johannes de Doper (6): (1) Lc 1,13 (2) Lc 3,2 (3) Lc 3,20 (4) Lc 9,9 (5) Lc 9,19 (6) Lc 20,6 Johannes de apostel (5): (1) Lc 5,10 (2) Lc 6,14 (3) Lc 8,51 (4) Lc 9,28 (5) Lc 22,8  Een vorm van iôannès (Johannes) in Lc in 30 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,60 (3) Lc 1,63

Lc 1,14 - Lc 1,14: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:14 kai estai chara soi kai agalliasis kai polloi epi genesei autou charèsontai  

14 et erit gaudium tibi et exultatio et multi in nativitate eius gaudebunt 

14 En vreugde en gejuich zal je deel zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen 

14 En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden  

[14] Hij zal u vreugde en blijdschap brengen Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, 

[14] Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen 

14 vreugde en verrukking zal hij voor je zijn, vélen zullen zich over zijn geboorte verheugen;  

14 Tu auras joie et allégresse, et beaucoup se réjouiront de sa naissance  

King James Bible [14] And thou shalt have joy and gladness; and many shall rejoice at his birth
Luther-Bibel 14 Und du wirst Freude und Wonne haben, und viele werden sich über seine Geburt freuen

Tekstuitleg van Lc 1,14 Dit vers Lc 1,14 telt 13 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters De getalwaarde van Lc 1,14 is 5622 (2 X 3 X 937)

Lc 1,141 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,142 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66

Lc 1,143 nom + dat vr enk chara(i) van het zelfst naamw chara (vreugde) Taalgebruik in het NT: chara (vreugde) Taalgebruik in Lc: chara (vreugde) Website: http://frwikipediaorg/wiki/Joie_(philosophie) Indo-Europees jug (band) , L gaudium , Fr joie , zie website http://frwiktionaryorg/wiki/joie
Lc (3): (1) Lc 1,14 (2) Lc 15,7 (3) Lc 15,10 Een vorm van chara (vreugde) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,14 (2) Lc 2,10 (3) Lc 8,13 (4) Lc 10,17 (5) Lc 15,7 (6) Lc 15,10 (7) Lc 24,41 (8) Lc 24,52

Lc 1,144 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (44) Lc (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35

Lc 1,145 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1456 nom vr enk agalliasis (jubel) Taalgebruik in het NT: agalliasis (jubel) Taalgebruik in Lc: agalliasis (jubel) Lc (1) Lc 1,14 Een vorm van agalliasis (jubel) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,44

Lc 1,147 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,148 nom mann mv polloi (velen) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT: polus (veel) Taalgebruik in Lc: polus (veel)
Lc (8): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,14 (3) Lc 4,27 (4) Lc 5,15 (5) Lc 10,24 (6) Lc 13,24 (7) Lc 14,25 (8) Lc 21,8 Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,14 (3) Lc 1,16

Lc 1,149 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,1410 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,1411 dat vr enk genesei van het zelfst naamw genesis (oorsprong, geslacht) Taalgebruik in het NT: genesis (oorsprong, geslacht) Taalgebruik in Lc: genesis (oorsprong, geslacht) Lc (1) Lc 1,14 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,1412 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,1413 med ind fut 3de pers mv charèsontai (zij zullen zich verheugen) van het werkw chairô (zich verheugen) Taalgebruik in het NT: chairô (zich verheugen) Taalgebruik in Lc: chairô (zich verheugen) Website: http://frwikipediaorg/wiki/Joie_(philosophie) Indo-Europees jug (band) , L gaudium , zie website http://frwiktionaryorg/wiki/joie Lc (1) Lc 1,14 Een vorm van chairô (zich verheugen) in Lc in 11 verzen: (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,28 (3) Lc 6,23 (4) Lc 10,20 (5) Lc 13,17 (6) Lc 15,5 (7) Lc 15,32 (8) Lc 19,6 (9) Lc 19,37 (10) Lc 22,5 (11) Lc 23,8

Lc 1,15 - Lc 1,15: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:15 estai gar megas enôpion [tou] kuriou kai oinon kai sikera ou piè kai pneumatos agiou plèsthèsetai eti ek koilias mètros autou

15 erit enim magnus coram Domino et vinum et sicera non bibet et Spiritu Sancto replebitur adhuc ex utero matris suae 

Hij zal immers groot zijn voor de Heer, en wijn en bedwelmende drank zal hij niet drinken en nog in de schoot van zijn moeder zal hij van heiligc Geest vervuld worden,  

 15 Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan  

[15] want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer Wijn en sterke drank zal hij niet drinken, met heilige* Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder 

[15] Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, 

15 want hij zal groot zijn voor het aanschijn van de Heer, ‘wijn en sterke drank zal hij niet drinken’: van heilige Geest zal hij vervuld worden, van de moederschoot af  

15 Car il sera grand devant le Seigneur ; il ne boira ni vin ni boisson forte ; il sera rempli d'Esprit Saint dès le sein de sa mère

King James Bible [15] For he shall be great in the sight of the Lord, and shall drink neither wine nor strong drink; and he shall be filled with the Holy Ghost, even from his mother's womb
Luther-Bibel 15 Denn er wird groß sein vor dem Herrn; Wein und starkes Getränk wird er nicht trinken und wird schon von Mutterleib an erfüllt werden mit dem Heiligen Geist

Tekstanalyse van Lc 1,15 Het vers Lc 1,15 telt 22 (2 X 11) woorden en 105 (3 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,15 is 10060 (2 X 2 X 5 X 503) In Lc 1,14-17 spreekt de engel over het kind dat Elisabet zal ontvangen In Lc 1,15 worden een drietal redenen gegeven waarom velen zich over zijn geboorte zullen verheugen

Lc 1,151 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66

Lc 1,152 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,30 (4) Lc 1,44 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,66 (7) Lc 1,76

Lc 1,153 nom mann enk megas (groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot) Lc (5): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 4,25 (4) Lc 7,16 (5) Lc 9,48 Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzn , in Lc 1 (4): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,49

Lc 1,154 enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in het NT: enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in Lc: enôpion (voor het aangezicht van) In Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,76 (5) Lc 4,7 (6) Lc 5,18 (7) Lc 5,25 (8) Lc 8,47 (9) Lc 12,6 (10) Lc 12,9 (11) Lc 13,26 (12) Lc 14,10 (13) Lc 15,10 (14) Lc 15,18 (15) Lc 15,21 (16) Lc 16,15 (17) Lc 23,14 (18) Lc 24,11 (19) Lc 24,43

Lc 1,155 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,156 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen

Lc 1,157 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1511 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

Lc 1,1512 (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: (niet) Taalgebruik in Mc: (niet) Taalgebruik in Lc: (niet)
Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,30

Lc 1,1515 gen onz enk pneumatos (geest) van het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in Lc: pneuma (geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest Lc (6): zie hieronder Een vorm van pneuma (geest) in Lc in 36 verzen , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 In vier verzen in combinatie met vervullen / vol:
(1) Johannes de Doper: Lc 1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden)
(2) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiouElisabet = Elisabeth werd vervuld van heilige geest)
(3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest)
(4) Lc 2,26
(5) Lc 4,1 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest)
(6) Lc 4,14: en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol , behalve in Lc 1,15
Bij het zelfstandig naamwoord pneumatos (van geest) staat het bijvoeglijk naamwoord hagiou (heilig) Er zijn geen lidwoorden

Lc 1,1516 gen mann + onz enk hagiou van het bijvoegl naamw hagios (heilig) Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in Mc: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Taalgebruik in Brieven: hagios (heilig)
Lc (5): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,67 (4) Lc 2,26 (5) Lc 4,1 Een vorm van hagios (heilig) in Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,49 (5) Lc 1,67 (6) Lc 1,70 (7) Lc 1,72 (8) Lc 2,23 (9) Lc 2,25 (10) Lc 2,26 (11) Lc 3,16 (12) Lc 3,22 (13) Lc 4,1 (14) Lc 4,34 (15) Lc 9,26 (16) Lc 10,21 (17) Lc 11,13 (18) Lc 12,10 (19) Lc 12,12

Lc 1,1517 plèsthèsetai (hij zal vervuld worden) pass ind 3de pers enk van het werkw pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in Hnd: pimplèmi (vervullen, vol maken) Taalgebruik in de Septuaginta: pimplèmi (vervullen, vol maken) Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) Hebr mâlâ´ (vullen, vervullen) Taalgebruik in Tenakh: mâlâ´ (vullen, vervullen) Lat replere Fr remplir Ned vervullen D erfüllen E to fill Bijbel (17) NT (1) Lc 1,15 Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,23 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,57 (5) Lc 1,67 (6) Lc 2,6 (7) Lc 2,21 (8) Lc 2,22 (9) Lc 4,28 (10) Lc 5,7 (11) Lc 5,26 (12) Lc 6,11 (13) Lc 21,22 In Lc: 5 vormen van pimplèmi (vervullen, vol maken) in 6 / 24 hoofdstukken en in 13 verzen

Verwijzing: pimplèmi (vervullen, vol maken) , zie Lc 4,1 In deze vorm slechts in Lc 1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden) in het NT
Johannes werd van heilige geest vervuld , terwijl hij nog in de moederschoot was Wellicht verwijst dit naar Lc 1,41 , waar het kind Johannes in de moederschoot van Elisabeth opspringt bij het bezoek van haar nicht Maria Dan is Elisabeth zes maanden zwanger Jezus is vervuld van heilige geest vanaf de ontvangenis in de schoot van Maria (Lc 1,35)

Lc 1,1519 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,15 (4) Lc 1,61 (5) Lc 1,71 (6) ex (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,71 (4) Lc 1,78

Lc 1,1520 gen vr enk koilias van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in de Septuaginta: koilia (buikholte , moederschoot) bètèn (buik, schoot) Taalgebruik in Tenakh: bètèn (buik, schoot) Lat uterus Fr sein E womb D Leib Lc (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,42 Bijbel (58) LXX (51) NT (7) Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) , in de LXX (108) , in het NT (23)

Lc 1,1522 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,1514 - 22 vanaf de moederschoot
- Lc 1,15: kai pneumatos agiou plèsthèsetai eti ek koilias mètros autou (en met heilige geest zal hij vervuld worden vanaf zijn moederschoot)
- Jr 1,5: ek mètras hègiaka se (vanaf de moederschoot heb ik je geheiligd)

Lc 1,16 - Lc 1,16: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:16 kai pollous tôn uiôn israèl epistrepsei epi kurion ton theon autôn  

16 et multos filiorum Israhel convertet ad Dominum Deum ipsorum 

en velen van de zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer hun God,  

16 En hij zal velen der kinderen Israëls bekeren tot den Heere, hun God

[16] Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God 

[16] en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen 

16 en velen van de zonen van Israël zal hij doen omkeren naar de Heer, hun God:  

16 et il ramènera de nombreux fils d'Israël au Seigneur, leur Dieu 

King James Bible [16] And many of the children of Israel shall he turn to the Lord their God
Luther-Bibel 16 Und er wird vom Volk Israel viele zu dem Herrn, ihrem Gott, bekehren

Tekstuitleg van Lc 1,16 Het vers Lc 1,16 telt 11 woorden en 54 (2 X 3²) letters De getalwaarde van Lc 1,16 is 7935 (3 X 5 X 23²)

Lc 1,161 kai (en) Taalgebruik in het NT: kai (en) Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,162 acc mann mv pollous (velen) van het bijvoegl naamw polus (veel) Taalgebruik in het NT: polus (veel) Taalgebruik in Lc: polus (veel) Taalgebruik in Hnd: polus (veel) Taalgebruik in de Septuaginta: polus (veel) Hebr rab (veel, talrijk, groot) Taalgebruik in Tenakh: rab (veel, talrijk, groot) N veel D veil Lat multus E many Fr nombreus (tal-rijk) Lc (3): (1) Lc 1,16 (2) Lc 7,21 (3) Lc 14,16 Een vorm van polus (veel) in Lc (44) , in Lc 1 (3): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,14 (3) Lc 1,16 In Lc: X vormen van polus (veel) in 44 verzen in 20 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van polus (veel) in 46 verzen in 25 / 28 hoofdstukken

Lc 1,163 beplidw gen mv tôn van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamw il-lum , il-lam) Lc (119) Lc 1 (6): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,70 (5) Lc 1,71 (6) Lc 1,72

Lc 1,164 gen mann mv huiôn van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Taalgebruik in Hnd: huios (zoon) Taalgebruik in de Septuaginta: huios (zoon) Hebr ben (zoon, kind) Taalgebruik in Tenakh: ben (zoon, kind) Lat filius Fr fils
Lc (1) Lc 1,16 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57 In Lc: X vormen van huios (zoon) in 72 verzen in 22 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van huios (zoon) in 22 verzen in 12 / 28 hoofdstukken

Lc 1,165 ισραηλ = israèl (Israël) Taalgebruik in het NT: Israèl (Israël) Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël) Taalgebruik in Lc: Israèl (Israël) Bijbel (2392) OT (2328) NT (64) Lc (12): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,54 (3) Lc 1,68 (4) Lc 1,80 (5) Lc 2,25 (6) Lc 2,32 (7) Lc 2,34 (8)Lc 4,25 (9) Lc 4,27 (10) Lc 7,9 (11) Lc 22,30 (12) Lc 24,21 Hnd (15): (1) Hnd 1,6 (2) Hnd 2,36 (3) Hnd 4,10 (4) Hnd 4,27 (5) Hnd 5,21 (6) Hnd 5,31 (7) Hnd 7,23 (acc mv tous hiuous Israèl = de zonen van Israël) (8) Hnd 7,37 (9) Hnd 7,42 (10) Hnd 9,15 (huiôn Israèl = van de zonen van Israël) (11) Hnd 10,36 (12) Hnd 13,17 (13) Hnd 13,23 (14) Hnd 13,24 (15) Hnd 28,20 Het is opvallend dat na de eerste rede van Paulus tijdens de eerste zendingsreis de naam Israël nog slechts eenmaal in Hnd wordt gebruikt

Israèl LXX

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

2392 

2328

64 

12 

12

15 

16 

26 

30 

16 

- Hebreeuw יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) Taalgebruik in Tenakh: jishërâ´el (Israël) Getalwaarde: jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) Structuur: 1 - 3 - 2 - 1 - 3 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (2044) Pentateuch (502) Eerdere Profeten (765) Latere Profeten (350) 12 Kleine Profeten (89) Geschriften (337)

Lc 1,166 act ind fut 3de pers enk επιστρεψει = epistrepsei (hij zal toekeren) van het werkw επιστρεφω = epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in het NT: epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in de Septuaginta: epistrefô (naar iets toekeren) Een vorm van επιστρεφω = epistrefô (naar iets toekeren) in de LXX (534) , in het NT (36) , in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,39 (4) Lc 8,55 (5) Lc 17,4 (6) Lc 17,31 (7) Lc 22,32 In Lc: 7 vormen van επιστρεφω = epistrefô (naar iets toedraaien / keren) in 7 verzen in 5 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van επιστρεφω = epistrefô (naar iets toedraaien / keren) in 11 verzen in 8 / 28 hoofdstukken

Lc 1,167 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,168 acc mann enk kurion van het zelfst naamw kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) Hebr JHWH of ´ädonaj Lat dominus Fr seigneur Ned heer D Herr E lord Lc (10): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 (3) Lc 4,8 (4) Lc 4,12 (5) Lc 7,19 (6) Lc 10,27 (7) Lc 12,36 (8) Lc 19,8 (9) Lc 20,37 (10) Lc 20,44 Een vorm van kurios (heer) in Lc (99) , in Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,16 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,28 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,43 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,66 (16) Lc 1,68 (17) Lc 1,76

Lc 1,169 bep lidw acc mann + onz enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,1610 acc  mann enk theon van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Lc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (23) (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,64 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,28 (6) Lc 4,8 (7) Lc 4,12 (8) Lc 5,25 (9) Lc 5,26 (10) Lc 7,16 (11) Lc 7,29 (12) Lc 10,27 (13) Lc 12,21 (14) Lc 13,13 (15) Lc 17,15 (16) Lc 18,2 (17) Lc 18,4 (18) Lc 18,43 (19) Lc 19,37 (20) Lc 20,37 (21) Lc 23,40 (22) Lc 23,47 (23) Lc 24,53 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

Lc 1,168 - 10 kurion ton theon (JHWH God) Lc (5): (1) Lc 1,16 (2) Lc 4,8 (3) Lc 4,12 (4) Lc 10,27 (5) Lc 20,37

Lc 1,1611 gen mvautôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,77

Lc 1,17 - Lc 1,17: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:17 kai autos proeleusetai enôpion autou en pneumati kai dunamei èliou epistrepsai kardias paterôn epi tekna kai apeitheis en fronèsei dikaiôn etoimasai kuriô laon kateskeuasmenon  

17 et ipse praecedet ante illum in spiritu et virtute Heliae ut convertat corda patrum in filios et incredibiles ad prudentiam iustorum parare Domino plebem perfectam  

17 En hij zal v66r hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten van de vaderen terug te brengen bij de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid van de rechtvaardigen, om een weltoegerust volk te bereiden voor de Heer” 

17 En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk  

[17] Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaders te keren naar de kinderen, en ongehoorzamen tot de houding van rechtvaardigen, en zo voor de Heer een volk in gereedheid te brengen’ 

[17] Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer’ 

17 hij is het die zal uitgaan voor zijn aanschijn met de geest en de kracht van Elia,– ‘om de harten van vaderen te bekeren tot hun kinderen’ en ongehoorzamen tot de bezonnenheid van rechtvaardigen,– om voor de Heer gereed te maken een weltoegerust volk! 

17 Il marchera devant lui avec l'esprit et la puissance d'Élie, pour ramener le cœur des pères vers les enfants et les rebelles à la prudence des justes, préparant au Seigneur un peuple bien disposé »  

King James Bible [17] And he shall go before him in the spirit and power of Elias, to turn the hearts of the fathers to the children, and the disobedient to the wisdom of the just; to make ready a people prepared for the Lord
Luther-Bibel 17 Und er wird vor ihm hergehen im Geist und in der Kraft Elias, zu bekehren die Herzen der Väter zu den Kindern und die Ungehorsamen zu der Klugheit der Gerechten, zuzurichten dem Herrn ein Volk, das wohl vorbereitet ist

Tekstanalyse van Lc 1,17 Het vers Lc 1,17 telt 24 (2³ X 3) woorden en 151 letters De getalwaarde van Lc 1,17 is 15737 In Lc 1,15-17 wordt de toekomst van Johannes de Doper geschetst

Lc 1,171 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,172 pers voornaamw nom mann enk autos (hij) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (45) Lc 1 (2): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,22

Lc 1,173 ind fut 3de pers enk proeleusetai (hij zal vooraf gaan) van het werkw proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) Taalgebruik in het NT: proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) Taalgebruik in Lc: proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) Lc (1) Lc 1,17 Een vorm van proerchomai (vooraf gaan, voorgaan) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 22,47

Lc 1,174 enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in het NT: enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in Lc: enôpion (voor het aangezicht van) In Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,76 (5) Lc 4,7 (6) Lc 5,18 (7) Lc 5,25 (8) Lc 8,47 (9) Lc 12,6 (10) Lc 12,9 (11) Lc 13,26 (12) Lc 14,10 (13) Lc 15,10 (14) Lc 15,18 (15) Lc 15,21 (16) Lc 16,15 (17) Lc 23,14 (18) Lc 24,11 (19) Lc 24,43 + Lc 1,75

Lc 1,175 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,174 - 5 enôpion autou (voor het aangezicht van hem / voor zijn aangezicht) Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,75 (3) Lc 5,18 enôpion autôn (voor het aangezicht van hen / voor hun aangezicht) Lc (3): (1) Lc 5,25 (2) Lc 24,11 (3) Lc 24,43

Lc 1,176 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,177 dat onz enk pneumati van het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in Mc: pneuma (geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest Lc (8): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,80 (3) Lc 2,27 (4) Lc 3,16 (5) Lc 4,1 (6) Lc 8,29 (7) Lc 9,42 (8) Lc 10,21 Een vorm van pneuma (geest) in Lc in 36 verzen , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80

Lc 1,176 - 7 en pneumati (met een geest) Lc (2): (1) Lc 1,17 (2) Lc 3,16 In een bredere contekst (1) Lc 1,17: kai proeleusetai enôpion autou en pneumati kai dunamei èliou (en hij zal voorgaan in zijn aangezicht in een geest en een kracht van Elia) (2) Lc 3,16: autos humas baptisei en (i) pneumati kai puri (hij zal jullie dopen met heilige geest en vuur) Lc 1,17 verwijst naar Johannes de Doper , Lc 3,16 naar Jezus en (i) pneumati (door de geest) Lc (2): (1) Lc 2,27 (2) Lc 4,1 In een bredere contekst (1) Lc 2,27: kai èlthen en (i) pneumati eis to hieron (en hij ging door de geest naar de tempel) (2) Lc 4,1: kai hègeto en (i) pneumati eis tèn erèmon (en hij werd door de geest naar de woestijn gedreven)

Lc 1,178 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,179 datief vrouw enkelvoud dunamei (met de kracht) van het zelfst naamw dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in het NT: dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Lc: dunamis (macht, kracht) Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 4,14 (3) Lc 4,36 Een vorm van dunamis (enk) (macht, kracht) in Lc in 12 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,35 (3) Lc 4,14 (4) Lc 4,36 (5) Lc 5,17 (6) Lc 6,19 (7) Lc 8,46 (8) Lc 9,1 (9) Lc 10,19 (10) Lc 21,27 (11) Lc 22,69 (12) Lc 24,49 Een mvvorm in: (1) Lc 10,13 (2) Lc 19,37 (3) Lc 21,26

Lc 1,176 - 9 en ((i) dunamei (met - de - kracht) Lc (2): (1) Lc 1,17 (en pneumati kai dunamei = in de geest en de kracht van ) (2) Lc 4,14 (en (i) dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest) (3) Lc 4,36 (en dunamei = in de kracht)

Lc 1,1710 gen mann enk (h)èliou (van Elia) van het zelfst naamw (h)èlios (zon / Elia) Taalgebruik in het NT: hèlios (zon) Taalgebruik in Lc: hèlios (zon) Lc (4): (1) Lc 1,17 (Elia) (2) Lc 4,25 (Elia) (3) Lc 4,40 (4) Lc 23,45 Een vorm van (h)èlios (zon / Elia) in 5 verzen: (1) Lc 1,17 (Elia) (2) Lc 4,25 (Elia) (3) Lc 4,40 (4) Lc 21,25 (5) Lc 23,45

Lc 1,171 - 10 Johannes wordt getypeerd als een voor-ganger, voor-loper in de geest en de kracht van Elia (Lc 1,17) De zwangerschap van Maria zal gebeuren omdat heilige geest over haar komt en kracht van de Allerhoogste overschaduwt haar

Lc 1,1711 act inf aor epistrepsai van het werkw epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in het NT: epistrefô (naar iets toekeren) Taalgebruik in Lc: epistrefô (naar iets toekeren) Lc (1) Lc 1,17 Een vorm van epistrefô (naar iets toekeren) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,17 (3) Lc 2,39 (4) Lc 8,55 (5) Lc 17,4 (6) Lc 17,31 (7) Lc 22,32

Lc 1,1713 gen mann mv paterôn van het zelfst naamw patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Hebr âbh Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,72 (3) Lc 11,48 Een vorm van patèr (vader) in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73

Lc 1,1714 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,1716 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1721 act inf aor hetoimasai van het werkw hetoimazô (gereed maken, voorbereiden) Taalgebruik in het NT: hetoimazô (gereed maken, voorbereiden) Taalgebruik in het NT: hetoimazô (gereed maken, voorbereiden)
Lc (3): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,76 (3) Lc 9,52 Een vorm van hetoimazô (gereed maken, voorbereiden) in Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,76 (3) Lc 2,31 (4) Lc 3,4 (5) Lc 9,52 (6) Lc 12,20 (7) Lc 12,47 (8) Lc 17,8 (9) Lc 22,8 (10) Lc 22,9 (11) Lc 22,12 (12) Lc 22,13 (13) Lc 23,56 (14) Lc 24,1 Johannes de Doper wordt gezien als een voorbereider Hij moet de weg bereiden (Lc 1,17) en hij moet een volk gereedmaken voor de Heer (Lc 1,76) Naar het woord van Jesaja zal Johannes de Doper de weg bereiden (Lc 3,4)

Lc 1,1723 acc mann enk laon van het zelfst naamw laos (volk) Taalgebruik in het NT: laos (volk) Taalgebruik in Lc: laos (volk)
Lc (12): (1) Lc 1,17 (2) Lc 3,18 (3) Lc 3,21 (4) Lc 7,16 (5) Lc 9,13 (6) Lc 20,1 (7) Lc 20,9 (8) Lc 20,19 (9) Lc 22,2 (10) Lc 23,5 (11) Lc 23,13 (12) Lc 23,14 Een vorm van laos (volk) in Lc in 37 verzen , in Lc 1 in 5 verzen: (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,77 Terwijl het volk bidt (Lc 1,10) en wacht (Lc 1,21) , krijgt Zacharia een boodschap die betrekking heeft op het volk (Lc 1,17) Het wordt de taak van de toekomstige Johannes om een goed uitgerust volk voor de Heer voor te bereiden

Lc 1,18 - Lc 1,18: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:18 kai eipen zacharias pros ton aggelon kata ti gnôsomai touto egô gar eimi presbutès kai è gunè mou probebèkuia en tais èmerais autès  

18 et dixit Zaccharias ad angelum unde hoc sciam ego enim sum senex et uxor mea processit in diebus suis 

En Zacharias zei tegen de engel: “Waaraan zal ik dit weten Ik ben immers een oud man en mijn vrouw is van gevorderde leeftijd” 

18 En Zacharias zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen

[18] Daarop zei Zacharias tegen de engel: ‘Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren’  


[18] Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd’  

18 Dan zegt Zacharias tot de aankondig–engel: ‘waaraan zal ik dit wéten?’, want ik ben oud, en ook mijn vrouw is ver heen met haar levensdagen 

18 Zacharie dit à l'ange: « A quoi connaîtrai-je cela ? car moi je suis un vieillard et ma femme est avancée en âge »  

King James Bible [18] And Zacharias said unto the angel, Whereby shall I know this? for I am an old man, and my wife well stricken in years
Luther-Bibel 18 Und Zacharias sprach zu dem Engel: Woran soll ich das erkennen? Denn ich bin alt und meine Frau ist betagt

Tekstuitleg van Lc 1,18 Het vers Lc 1,18 telt 23 woorden en 107 letters De getalwaarde van Lc 1,18 is 10848 (2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 113) Na de aankondiging van een erfgenaam lachte Abraham bij de bedenking dat hij en Sara reeds zo oud zijn (Gn 17,17) Wel geeft Zacharia de bedenking van de ouderdom , maar hij lacht niet Hij stelt echter de vraag die we ook in Gn 15,8 vinden

Lc 1,181 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 10 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,182 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

Lc 1,181 - 2 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,183 nom mann enk zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja)
Lc (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,67 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51

Lc 1,184 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

Lc 1,185 bep lidw acc mann + onz enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,186 acc mann enk aggelon van het zelfst naamw aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in Mc: aggelos (engel) Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden
Lc (3): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 7,27 Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 Een vorm van aggelos (engel) in Lc in 25 verzen

Lc 1,187 kata (tegen, volgens) Taalgebruik in het NT: kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Lc: kata (tegen, volgens)
Lc (28 + 6 + 9 = 43) Lc (3): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,38

Lc 1,188 nom + acc onz enk ti van het voornaamwoord tis Taalgebruik in het NT: voornaamwoord tis Taalgebruik in Lc: voornaamwoord tis Ned wie , wat ? deze , dat ! Lc (66) Lc 1 (3): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,62 (3) Lc 1,66

Lc 1,187 - 8 κατα τι = kata ti (waardoor) LXX (2): (1) Gn 15,8 (2) 1 K 4,3 NT (1): Lc 1,18
- Hebreeuws בּמָּה = bammâh (waardoor) < prefix + vragend naamw מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) Taalgebruik in Tenakh: mah / mâh (wat?) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal: 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) Structuur: 4 - 5 De som van de elementen is telkens 9 Tenakh (8): (1) Gn 15,8 (2) Re 6,15 (3) 1 S 14,38 (4) 1 K 22,21 (5) Mi 6,6 (6) Mal 1,2 (7) Mal 2,17 (8) 2 Kr 18,20

Lc 1,189 ind fut 1ste pers enk γνωσομαι = gnôsomai (ik zal kennen) van het werkw γιγνωσκω = gignôskô (kennen, weten)  Taalgebruik in het NT: gignôskô (kennen, weten) Taalgebruik in de LXX: gignôskô (kennen, weten) Bijbel (17): (1) Gn 15,8 (2) Gn 24,14 (3) Gn 24,44 (4) Gn 42,33 (5) Gn 42,34 (6) Nu 22,19 (7) Re 6,37 (8) 2 S 19,36 (9) 2 S 24,2 (10) Js 47,8 (11) Jr 11,18 (12) Ps 119,125 (13) Rt 4,4 (14) Da 2,9 (15) 1 Kr 21,2 (16) Lc 1,18 (17) 1 Kor 4,19
- Hebreeuws act qal imperf 1ste pers enk אֵדַע = ´eda` (ik zal weten/kennen) van het werkw יָדַע = jâda` (kennen, weten) Taalgebruik in Tenakh: jâda` (kennen, weten) Getalwaarde: jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) Structuur: 1 - 4 - 7 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (8): (1) Gn 15,8 (2) Gn 24,14 (3) Gn 42,33 (4) 1 S 20,9 (5) 1 S 22,3 (6) 1 K 3,7 (7) Js 47,8 (8) Job 9,21

Lc 1,187 - 9 κατα τι γνωσομαι = kata ti gnôsomai (waardoor zal ik weten) LXX oa Gn 15,8 NT (1): Lc 1,18
- Hebreeuws אֵדַע בּמָּה = bammâh éda` (waardoor zal ik weten) Tenakh (1): Gn 15,8
- In Gn 15,1-6 doet JHWH aan Abram de belofte van een erfgenaam In Gn 15,2 maakt Abram zijn beklag tot JHWH: "wat zal Jij mij gegeven en ik kinderloos door het leven ga" In Gn 16,7 doet JHWH de belofte van de erfenis Abram zegt dan: hoe zal ik weten (Gn 15,8) Bij Abram is het geen teken van ongeloof , want in Gn 15,6 lezen we dat Abram geloofde en het hem tot gerechtigheid werd gerekend In Lc 1,18 stelt Zacharia een gelijkaardige vraag als Abram: volgens wat kan ik weten ? Bij Zacharia is er ongeloof , want hij en Elisabeth zijn oud

Lc 1,1810 nom + acc onz enk touto van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (37) Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,66

Lc 1,1812 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,30 (4) Lc 1,44 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,66 (7) Lc 1,76

Lc 1,1814 nom mann enk πρεσβυτης = presbutès (oud) Taalgebruik in het NT: presbutès (oud) Taalgebruik in de LXX: presbutès (oud) Bijbel (20): (1) Gn 25,8 (2) Nu 10,31 (3) Re 19,16 (4) Re 19,17 (5) Re 19,20 (6) 1 S 2,22 (7) 1 S 2,32 (8) 1 S 3,21 (9) 1 S 4,18 (10) 1 K 1,15 (11) 1 K 13,11 (12) 1 K 13,25 (13) 2 K 4,14 (14) Js 65,20 (15) Job 15,10 (16) Kl 2,21 (17) 2 Kr 23,1 (18) Tob 12,4 (19) Lc 1,18 (20) Film 1,9
- Hebreeuws זָקֵן = zâqen (oud, voornaam) Taalgebruik in Tenakh: zâqen (oud, voornaam6) Getalwaarde: zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , nun = 14 of 50 ; totaal: 40 of 157 Structuur: 7 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens ) Tenakh (40) Pentateuch (10) Eerdere Profeten (16) Latere Profeten (8) 12 Kleine Profeten (0) Geschriften (4 Gn (9): (1) Gn 18,12 (2) Gn 19,4 (3) Gn 19,31 (4) Gn 24,1 (5) Gn 24,2 (6) Gn 25,8 (7) Gn 27,1 (8) Gn 35,29 (9) Gn 44,20 Lv (1): Lv 19,32 Joz (3): (1) Joz 6,21 (2) Joz 13,1 (3) Joz 23,1 Re (1): Re 19,16 1 S (7): (1) 1 S 2,22 (2) 1 S 2,31 (3) 1 S 2,32 (4) 1 S 4,18 (5) 1 S 8,1 (6) 1 S 17,12 (7) 1 S 28,14 1 K (3): (1) 1 K 1,1 (2) 1 K 1,15 (3) 1 K 13,11 2 S (1): 2 S 19,33 1 K (3): (1) 1 K 1,1 (2) 1 K 1,15 (3) 1 K 13,11 2 K (1): 2 K 4,14

Lc 1,1815 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1816 bep lidw nom vr enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,1817 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau
Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 7,37 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,3 (8) Lc 8,43 (9) Lc 8,47 (10) Lc 10,38 (11) Lc 11,27 (12) Lc 13,11 (13) Lc 13,21 (14) Lc 15,8 (15) Lc 20,32 (16) Lc 20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen

Lc 1,1819 pass part perf nom vr enk probebèkuia van het werkw probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) Taalgebruik in het NT: probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) Taalgebruik in Lc: probainô (vooruitbanen , vooruitgaan)
Lc (2): (1) Lc 1,18 (2) Lc 2,36 Een vorm van probainô (vooruitbanen , vooruitgaan) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,18 (3) Lc 2,36
De vorm (probas: voortgegaan) komt in de bijbel slechts in Mc 1,19 voor en in de paralleltekst Mt 4,21 voor bainô: banen , gaan pro-bainô: vooruitgaan Een vorm van het werkwoord probainô komt slechts in vijf verzen in het NT voor Bij Mc en Mt in de ruimtelijke betekenis , bij Lucas in temporele (tijdelijke) betekenis: (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,18 (3) Lc 2,36

Lc 1,1820 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,1821 bepaald lidw dat vr mv tais Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80

Lc 1,1822 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80

Lc 1,1820 - 22 en tais hèmerais (in de dagen) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1  (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18

 

Lc 1,1823 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,19 - Lc 1,19: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:19 kai apokritheis o aggelos eipen autô egô eimi gabrièl o parestèkôs enôpion tou theou kai apestalèn lalèsai pros se kai euaggelisasthai soi tauta 

19 et respondens angelus dixit ei ego sum Gabrihel qui adsto ante Deum et missus sum loqui ad te et haec tibi evangelizare 

19 En de engel antwoordde (en) zei hem: “Ik ben Gabriël die vóór God staat en ik ben gezonden om tot je te spreken en je deze blijde boodschap te brengen 

19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen  

[19] De engel gaf hem ten antwoord: ‘Ik ben Gabriël, die God terzijde staat Ik ben gezonden om met u te spreken en u dit heuglijke nieuws te brengen 

[19] De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen 

19 Ten antwoord zegt de aankondig–engel tot hem: ik ben Gabriël die voor Gods aanschijn staat en ik ben uitgezonden om tot jou te spreken en je dit alles aan te kondigen;  

19 Et l'ange lui répondit: « Moi je suis Gabriel, qui me tiens devant Dieu, et j'ai été envoyé pour te parler et t'annoncer cette bonne nouvelle 

King James Bible [19] And the angel answering said unto him, I am Gabriel, that stand in the presence of God; and am sent to speak unto thee, and to shew thee these glad tidings
Luther-Bibel 19 Der Engel antwortete und sprach zu ihm: Ich bin Gabriel, der vor Gott steht, und bin gesandt, mit dir zu reden und dir dies zu verkündigen

Tekstuitleg van Lc 1,19 Het vers Lc 1,19 telt 23 woorden en 120 (2 X 3 X 4 X5) letters De getalwaarde van Lc 1,19 is 11541 (3 X 3847)

Lc 1,191 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,192 part aor nom mann enk apokritheis (beantwoord) van het werkw apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in het NT: apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in Lc: apokrinomai (antwoorden) Lc (33) Lc 1 (2): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Lc in 46 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60

Lc 1,193 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) In Lc 1,11 verscheen een engel van de Heer aan Zacharias Daar staat geen lidwoord Hierna wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt In Lc 1,19 maakt de engel zich bekend als Gabriël Het is ook deze engel die aan Maria verscheen Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl Gabriël is dit vers aan de vorige perikope (Lc 1,5-25) gelinkt

Lc 1,194 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Arabisch:
مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)

Lc 1,195 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

Lc 1,196 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74

Lc 1,191 - 6 kai apokritheis ho aggelos eipen (en beantwoord ze de engel)
(1) Lc 1,19: kai apokritheis ho aggelos eipen autôi = en beantwoord zei de engel hem
(2) Lc 1,35: kai apokritheis ho aggelos eipen autèi = en beantwoord zei de engel haar
In de twee verzen beantwoordt de engel een vraag , in Lc 1,19 van Zacharia en in Lc 1,35 van Maria

Lc 1,1912 enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in het NT: enôpion (voor het aangezicht van) Taalgebruik in Lc: enôpion (voor het aangezicht van) In Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,76 (5) Lc 4,7 (6) Lc 5,18 (7) Lc 5,25 (8) Lc 8,47 (9) Lc 12,6 (10) Lc 12,9 (11) Lc 13,26 (12) Lc 14,10 (13) Lc 15,10 (14) Lc 15,18 (15) Lc 15,21 (16) Lc 16,15 (17) Lc 23,14 (18) Lc 24,11 (19) Lc 24,43

Lc 1,1913 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,1914 gen mann enk  theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

Lc 1,1915 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1916 pass ind aor 1ste pers enk apestalèn (ik werd gezonden) van het werkw apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in het NT: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in Lc: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) apo-stellô: af- / weg- sturen , wegzenden , afzenden (afgezant) , zenden Lc (2): (1) Lc 1,19 (2) Lc 4,43 Een vorm van apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) in Lc in 24 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,26   (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,43 (5) Lc 7,3 (6) Lc 7,20 (7) Lc 7,27 (8) Lc 9,2 (9) Lc 9,48 (10) Lc 9,52 (11) Lc 10,1 (12) Lc 10,3   (13) Lc 10,16 (14) Lc 11,49 (15) Lc 13,34 (16) Lc 14,17 (17) Lc 14,32   (18) Lc 19,14  (19) Lc 19,29 (20) Lc 19,32 (21) Lc 20,10 (22) Lc 20,20 (23) Lc 22,8 (24) Lc 24,49 In Lc: 13 vormen in 12 hoofdstukken en in 24 verzen De engel Gabriël zegt tot Zacharia: Ik werd gezonden (Lc 1,19) In het parallelverhaal van de aankondiging aan Maria (Lc 1,26) wordt verteld dat de engel Gabriël tot Maria werd gezonden (apestalè = hij werd gezonden)

Lc 1,1917 act inf aor lalèsai van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten) Lc (4): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 11,37 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70

Lc 1,1918 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

Lc 1,1920 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,1921

 

inf aor euaggelisasthai van het werkw euaggelizomai (goede boodschap brengen) Taalgebruik in het NT: euaggelizomai (goede boodschap brengen) Taalgebruik in Lc: euaggelizomai (goede boodschap brengen) Lc (2): (1) Lc 1,19 (2) Lc 4,43 Een vorm van euaggelizomai (goede boodschap brengen) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 2,10 (3) Lc 3,18 (4) Lc 4,18 (5) Lc 4,43 (6) Lc 7,22 (7) Lc 8,1 (8) Lc 9,6 (9) Lc 16,6 (10) Lc 20,1

Lc 1,1922 pers voornaamw 2de pers dat enk soi (aan u) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (44) Lc (5): (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,35

Lc 1,1923 nom + acc onz mv tauta (die dingen) van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (46) Lc 1 (3): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,65

Lc 1,20 - Lc 1,20: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:20 kai idou esè siôpôn kai dunamenos lalèsai achri ès èmeras genètai tauta anth ôn ouk episteusas tois logois mou oitines plèrôthèsontai eis ton kairon autôn 

20 et ecce eris tacens et non poteris loqui usque in diem quo haec fiant pro eo quod non credidisti verbis meis quae implebuntur in tempore suo 

20 En zie, je zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag dat deze dingen gebeuren, omdat je mijn woorden niet geloofd hebt, die vervuld* zullen worden op hun tijd” 

20 En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd

[20] Maar u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat u mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen op hun tijd in vervulling gaan’ 

[20] Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren’ 

20 zie, je zult zwijgen, je zult niet kunnen spreken tot op de dag dat dit alles geschiedt,– daarvoor dat je geen geloof gehecht hebt aan mijn woorden die vervuld zullen worden als het hun tijd is!  

20 Et voici que tu vas être réduit au silence et sans pouvoir parler jusqu'au jour ces choses arriveront, parce que tu n'as pas cru à mes paroles, lesquelles s'accompliront en leur temps »  

King James Bible [20] And, behold, thou shalt be dumb, and not able to speak, until the day that these things shall be performed, because thou believest not my words, which shall be fulfilled in their season
Luther-Bibel 20 Und siehe, du wirst stumm werden und nicht reden können bis zu dem Tag, an dem dies geschehen wird, weil du meinen Worten nicht geglaubt hast, die erfüllt werden sollen zu ihrer Zeit

Tekstuitleg van Lc 1,20 Het vers Lc 1,20 telt 26 (2 X 13) woorden en 130 (2 X 5 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,20 is 15531 (3 X 31 X 167)

Lc 1,201 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,202 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie) Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48

1 - 2 kai idou (en zie) Lc (27) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36

Lc 1,206 (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: (niet) Taalgebruik in Mc: (niet) Taalgebruik in Lc: (niet)
Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,30

Lc 1,208 act inf aor lalèsai van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Hnd: laleô (lallen, spreken, praten) Lc (4): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 11,37 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70 In Lc: 17 vormen in 12 / 24 hoofdstukken en in 31 verzen In Hnd: 23 vormen van laleô (lallen, spreken, praten) in 23 / 28 hoofdstukken en in 60 verzen

9 achri (tot) Taalgebruik in het NT: achri (tot) Taalgebruik in Lc: achri (tot) Lc (4): (1) Lc 1,20 (2) Lc 4,13 (3) Lc 17,27 (4) Lc 21,24

Lc 1,2011 gen vr enk; + acc vr mv hèmeras van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Lc (14): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,24 (3) Lc 1,80  (4) Lc 2,43 (5) Lc 2,44 (6) Lc 2,46 (7) Lc 4,2 (8) Lc 4,42 (9) Lc 9,51 (10) Lc 15,13 (11) Lc 17,4 (12) Lc 17,27 (13) Lc 18,7 (14) Lc 21,37
Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80

13 nom + acc onz mv tauta van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (46) Lc 1 (3): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,65

15 betrekk voornaamw gen mann + onz mv hôn van het betrekk voornaamw hos , hè , ho OF part praes nom mann enk ôn van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: betrekkelijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: betrekkelijk voornaamwoord Lc (17): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,20 (3) Lc 3,19 (4) Lc 3,23 (5) Lc 5,9 (6) Lc 6,34 (7) Lc 9,36 (8) Lc 11,23 (9) Lc 12,3 (10) Lc 13,1 (11) Lc 15,16 (12) Lc 19,37 (13) Lc 19,44 (14) Lc 23,14 (15) Lc 23,41 (16) Lc 24,6 (17) Lc 24,44

Lc 1,2016 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

Lc 1,2017 act ind aor 2de pers enk επιστευσας = episteusas (jij geloofde) van het werkw πιστευω = pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in het NT: pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in de LXX: pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in Lc: pisteuô (geloven, vertrouwen) Bijbel (2): (1) Mt 8,13 (2) Lc 1,20 Een vorm van πιστευω = pisteuô (geloven, vertrouwen) in de LXX (88) , in het NT (241) , in Lc (9): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 8,12 (4) Lc 8,13 (5) Lc 8,50 (6) Lc 16,11 (7) Lc 20,5 (8) Lc 22,67 (9) Lc 24,25 , in Hnd (54) In Lc 1 worden Zacharia en Maria tegenover elkaar geplaatst als de niet-gelovige en de gelovige

 

Lc 1,2018 dat mann en onz mv τοις = tois Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Lc (65) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 1,79

 

lidw mv

bijbel 

ΟΤ 

ΝΤ 

Mt 

Mc

Lc 

Joh 

Hnd 

Brieven 

Apk 

syn

ev

 

dat m + onz mv tois

2715 

2179 

536 

96 

47 

65 

36 

82 

193 

17 

208 

244 

- Nederl: bepaald lidwoord de / het D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Gr ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)

Lc 1,2019 dat mann mv logois van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 4,22 (3) Lc 23,9 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29

Lc 1,2023 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,2024 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,2025 acc mann enk kairon van het zelfst naamw kairos (gunstig moment) Taalgebruik in het NT: kairos (gunstig moment) Taalgebruik in Mc: kairos (gunstig moment) Taalgebruik in Lc: kairos (gunstig moment) Lc (4): (1) Lc 1,20 (2) Lc 8,13 (3) Lc 12,56 (4) Lc 19,44 Een vorm van kairos (gunstig moment) in Lc in 12 verzen: (1) Lc 1,20 (2) Lc 4,13 (3) Lc 8,13 (4) Lc 12,42 (5) Lc 12,56 (6) Lc 13,1 (7) Lc 18,30 (8) Lc 19,44 (9) Lc 20,10 (10) Lc 21,8 (11) Lc 21,24 (12) Lc 21,36

Lc 1,2026 gen mvautôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,77

Lc 1,21 - Lc 1,21: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:21 kai èn o laos prosdokôn ton zacharian kai ethaumazon en chronizein en naô auton 

21 et erat plebs expectans Zacchariam et mirabantur quod tardaret ipse in templo 

21 En het volk was aan het wachten op Zacharias en ze waren verwonderd dat hij bleef talmen in de tempel 

21 En het volk was wachtende op Zacharias, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel 

[21] Het volk stond op Zacharias te wachten en verbaasde zich erover dat hij zo lang in het heiligdom bleef  

[21] De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef 

21 De gemeente staat te wachten op Zacharias en zij zijn verwonderd dat hij zo lang in de tempel is 

21 Le peuple cependant attendait Zacharie et s'étonnait qu'il s'attardât dans le sanctuaire  

King James Bible [21] And the people waited for Zacharias, and marvelled that he tarried so long in the temple
Luther-Bibel 21 Und das Volk wartete auf Zacharias und wunderte sich, dass er so lange im Tempel blieb

Tekstuitleg van Lc 1,21 Het vers Lc 1,21 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 70 (2 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,21 is 8572 (2 X 2 X 2143) Lc 1,5-25 is concentrisch opgebouwd Terwijl Zacharia in de tempel is (Lc 1,9) , is het volk aan het bidden (Lc 1,10) en wacht dan (Lc 1,21) tot Zacharia naar buiten komt (Lc 1,22)

Lc 1,211 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,212 act ind imperf 3de pers enk èn (hij was) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80

Lc 1,213 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,214 nom mann enk laos (volk) Taalgebruik in het NT: laos (volk) Taalgebruik in Lc: laos (volk)
Lc (7): (1) Lc 2,21 (2) Lc 7,29 (3) Lc 18,43 (4) Lc 19,48 (5) Lc 20,6 (6) Lc 21,38 (7) Lc 23,35 Een vorm van laos (volk) in Lc in 37 verzen , in Lc 1 in 5 verzen: (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,77
Nadat Zacharia de tempel was binnengegaan om het reukoffer te brengen , stond het volk buiten te bidden (Lc 1,10) Het volk wacht en is verwonderd dat Zacharia zo lang in de tempel blijft (Lc 1,21) In beide verzen wordt een omschrijvende constructie gebruikt: het was aan het bidden / wachten De omschrijvende constructie omarmt een vorm van laos (volk) ; Lc 1,10: èn tou laou proseuchomenon = de ganse menigte van het volk was aan het bidden Lc 1,21: èn ho laos prosdokôn = het volk was aan het wachten

Lc 1,215 act part praes nom mann enk prosdokôn van het werkw prosdokaô (verwachten, vermoeden) Taalgebruik in het NT: prosdokaô (verwachten, vermoeden) Taalgebruik in Lc: prosdokaô (verwachten, vermoeden) Taalgebruik in Hnd: prosdokaô (verwachten, vermoeden)
Lc (1) Lc 1,21 Een vorm van prosdokaô (verwachten, vermoeden) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,21 (2) Lc 3,15 (3) Lc 7,19 (4) Lc 7,20 (5) (6) Lc 8,40

Lc 1,216 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,217 acc mann enk zacharian van de eigennaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja)
Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,59 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51

Lc 1,218 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,219 act ind imperf 3de pers mv εθαυμαζον = ethaumazon (zij verbaasden zich) van het werkw θαυμαζω = thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Taalgebruik in het NT: thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Taalgebruik in de LXX: thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Taalgebruik in Lc: thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) Lc (9): (1) Tob 11,16 (2) Jdt 10,19 (3) Mc 5,20 (4) Lc 1,21 (5) Lc 4,22 (6) Joh 4,27 (7) Joh 7,15 (8) Hnd 2,7 (9) Hnd 4,13 Een vorm van θαυμαζω = thaumazô (bewonderen, verwonderen, verbazen) in de LXX (57) , in het NT (42) , in Lc (13): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,63 (3) Lc 2,18 (4) Lc 2,33 (5) Lc 4,22 (6) Lc 7,9 (7) Lc 8,25 (8) Lc 9,43 (9) Lc 11,14 (10) Lc 11,38 (11) Lc 20,26 (12) Lc 24,12 (13) Lc 24,41

Lc 1,2110 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,2111 bep lidw dat mann + onz enk (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

Lc 1,2112 act inf praes chronizein van het werkw chronizô (lange tijd verblijven, dralen) Taalgebruik in het NT: chronizô (lange tijd verblijven, dralen) Taalgebruik in Lc: chronizô (lange tijd verblijven, dralen) Lc (1) Lc 1,21 Deze vorm is in Lc 1,21 de enigste in de bijbel In Lc: 2 vormen van chronizô (lange tijd verblijven, dralen) in 2 verzen in 2 hoofdstukken Niet in Hnd Een vorm van chronizô (lange tijd verblijven, dralen) in het NT (5) , in de LXX (27) In Ex 32,1 blijft Mozes uit om van de berg af te dalen

Lc 1,2113 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,2114 bep lidw dat mann + onz enk (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

Lc 1,2115 dat mann enk naô(i) van het zelfst naamw naos (tempel) Taalgebruik in het NT: naos (tempel) Taalgebruik in Lc: naos (tempel)
Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,22 Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 23,35

Lc 1,2113 - 15 en (i) naô(i) = in de tempel Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,22

Lc 1,2116 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50

Lc 1,22 - Lc 1,22: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:22 exelthôn de ouk edunato lalèsai autois kai epegnôsan oti optasian eôraken en naô kai autos èn dianeuôn autois kai diemenen kôfos  

22 egressus autem non poterat loqui ad illos et cognoverunt quod visionem vidisset in templo et ipse erat innuens illis et permansit mutus 

22 Toen hij echter buitenkwam kon hij niet met hen spreken, en ze begrepen dat hij in de tempel een verschijning gezien had; en hij wenkte hun toe en bleef stom  

22 En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had En hij wenkte hun toe, en bleef stom  

[22] Toen hij naar buiten kwam kon hij niet tot hen spreken, en ze begrepen dat hij in het heiligdom een verschijning had gezien Hij maakte gebaren naar hen en bleef stom 

[22] Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet 

22 Als hij naar buiten komt kan hij niet tot hen spreken, en dan begrijpen ze dat hij in de tempel een visioen gezien heeft; hij kan alleen maar gebaren naar hen maken: hij blijft stom 

22 Mais quand il sortit, il ne pouvait leur parler, et ils comprirent qu'il avait eu une vision dans le sanctuaire Pour lui, il leur faisait des signes et demeurait muet 

King James Bible [22] And when he came out, he could not speak unto them: and they perceived that he had seen a vision in the temple: for he beckoned unto them, and remained speechless
Luther-Bibel 22 Als er aber herauskam, konnte er nicht mit ihnen reden; und sie merkten, dass er eine Erscheinung gehabt hatte im Tempel Und er winkte ihnen und blieb stumm

Tekstuitleg van Lc 1,22 Het vers Lc 1,22 telt 22 (2 X 11) woorden en 110 (2 X 5 X 11) letters De getalwaarde van Lc 1,22 is 13977 (3² X 1553)

Lc 1,221 actief participium aorist nominatief mannelijk enkelvoud exelthôn (uitgegaan) van het werkwoord exerchomai (uitgaan) Taalgebruik in het NT: exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) Taalgebruik in Lc: exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan)
Lc (6): (1) Lc 1,22 (2) Lc 4,42 (3) Lc 14,18 (4) Lc 15,28 (5) Lc 22,39 (6) Lc 22,62 Een vorm van exerchomai (uit-gaan, naar buiten gaan) in Lc (41) In Lc 1 de enigste vorm van exerchomai (uitgaan)
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,40 Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan , weggaan of terugkeren In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten In Lc 1,28 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug

Lc 1,222 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,223 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

Lc 1,225 act inf aor lalèsai van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten)
Lc (4): (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 11,37 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70

Lc 1,227 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,229 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

Lc 1,2212 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,2213 bep lidw dat mann + onz enk (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

Lc 1,2214 dat mann enk naô(i) van het zelfst naamw naos (tempel) Taalgebruik in het NT: naos (tempel) Taalgebruik in Lc: naos (tempel)
Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,22 Een vorm van naos (tempel) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 23,35

Lc 1,2212 - 14 en (i) naô(i) = in de tempel Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,22

Lc 1,2215 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

16 persoonl voornaamw nom mann enk autos (hij) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (45) Lc 1 (2): (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,22

Lc 1,2217 act ind imperf 3de pers enk èn (hij was) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be Lc (79) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,22 (5) Lc 1,66 (6) Lc 1,80

Lc 1,2215 - 17 kai autos èn (en hij was) Lc (6): (1) Lc 1,22 (2) Lc 3,23 (3) Lc 5,1 (4) Lc 5,17 (5) Lc 17,16 (6) Lc 19,2

Lc 1,2220 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,23 - Lc 1,23: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:23 kai egeneto ôs eplèsthèsan hai hèmerai tès leitourgias autou apèlthen eis ton oikon autou  

23 et factum est ut impleti sunt dies officii eius abiit in domum suam 

23 En het gebeurde, als de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij weer naar huis ging  

23 En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging  

[23] Zodra zijn tempeldienst was afgelopen ging hij naar huis 

[23] Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis 

23 Het geschiedt: met dat de dagen van zijn eredienst vervuld zijn gaat hij heen, naar zijn huis;  

23 Et il advint, quand ses jours de service furent accomplis, qu'il s'en retourna chez lui  

King James Bible [23] And it came to pass, that, as soon as the days of his ministration were accomplished, he departed to his own house
Luther-Bibel 23 Und es begab sich, als die Zeit seines Dienstes um war, da ging er heim in sein Haus

Tekstanalyse van Lc 1,23 Het vers Lc 1,23 telt 14 (2 X 7) woorden en 72 (2 X 2 X 2 X 3 X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,23 is 7252 (2 X 2 X 7 X 7 X 37)

Lc 1,231 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,232 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65

In Lc 1,5-25 gebruikt Lucas driemaal egeneto (het gebeurde - er was eens) ; de eerste maal bij het begin van het verhaal ; de tweede en de derde maal bij een overgang in het verhaal De eerste maal (Lc 1,5): er was eens een priester - in de dagen van Herodes , de koning van Judea De tweede maal (Lc 1,8) duidt het een overgang aan en wordt omsloten door het derde egeneto (Lc 1,23) In Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 wordt de beginsituatie , in Lc 1,8-22 de verandering van de ene situatie naar de andere en in Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 de eindsituatie gegeven

Lc 1,233 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals) Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 1,56

Lc 1,232 - 3 egeneto hôs (het gebeurde toen) Lc (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 2,15 (4) Lc 19,29

Lc 1,234 passief indicatief aorist derde persoon meervoud eplèthèsan (zij werden vervuld) van het werkw pimplèmi (vullen) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vullen) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vullen)
In zeven verzen bij Lucas In vier verzen ervan heeft de vervulling te maken met de tijd ; in de andere drie verzen heeft het te maken met gevoelens
(1) Lc 1,23 (kai egeneto hôs eplèsthèsan hai hèmerai tès leitourgias autou = en het gebeurde zodra de dagen van zijn dienst)
(2) Lc 2,6 (eplèsthèsan hai hèmerai tou = de dagen waren bereikt om)
(3) Lc 2,21 (eplèsthèsan hèmerai oktô tou = de acht dagen waren bereikt om )
(4) Lc 2,22 (eplèsthèsan hai hèmerai tou = de dagen waren bereikt van )
(5) Lc 4,28 (eplèsthèsan pantes thumou = allen werden vervuld van woede)
(6) Lc 5,26 (eplèsthèsan fobou = zij werden vervuld van vrees)
(7) Lc 6,11 (autoi de eplèsthèsan avoias = deze echter werden vervuld van onbegrip)
Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,23 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,57 (5) Lc 1,67 (6) Lc 2,6 (7) Lc 2,21 (8) Lc 2,22 (9) Lc 4,28 (10) Lc 5,7 (11) Lc 5,26 (12) Lc 6,11 (13) Lc 21,22

Lc 1,236 nom vr mv hèmerai van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (12): (1) Lc 1,23 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,21 (4) Lc 2,22 (5) Lc 5,35 (6) Lc 9,28 (7) Lc 13,14 (8) Lc 17,22 (9) Lc 19,43 (10) Lc 21,6 (11) Lc 21,22 (12) Lc 23,29 Een vorm van hèmera (dag) in Lc (82) , in Lc 1 in 11 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,39 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,75 (11) Lc 1,80

Lc 1,234 - 6 eplèsthèsan hai hèmerai (de dagen werden vervuld) Lc (3): (1) Lc 1,23 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,22 Zie ook Lc 2,21: eplèsthèsan hèmerai oktô (de acht dagen waren vervuld)

Lc 1,237 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,239 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,2310 ind aor 3de pers enk apèlthen (hij ging weg) van het werkw aperchomai (weggaan) Taalgebruik in het NT: aperchomai (weggaan) Taalgebruik in Lc: aperchomai (weggaan) Lc (6): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,38 (3) Lc 5,13 (4) Lc 5,25 (5) Lc 8,39 (6) Lc 24,12 Een vorm van aperchomai (weggaan) in Lc (21): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,38 (3) Lc 2,15  (4) Lc 5,13 (5) Lc 5,14   (6) Lc 5,25 (7) Lc 7,24 (8) Lc 8,31 (9) Lc 8,37  (10) Lc 8,39 (11) Lc 9,57  (12) Lc 9,59 (13) Lc 9,60  (14) Lc 10,30 (15) Lc 17,23 (16) Lc 19,32  (17) Lc 22,4  (18) Lc 22,13  (19) Lc 23,33  (20) Lc 24,12   (21) Lc 24,24 In Lc: 10 vormen van aperchomai (weggaan) in 12 hoofdstukken en in 21 verzen Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,40 Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten In Lc 1,38 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug
Begin- en eindsituatie van het verhaal speelt zich af in het huis van Zacharia Na de tempeldienst ging Zacharia naar huis (apèlthen eis ton oikon autou = hij ging weg naar zijn huis)

Lc 1,2311 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,2312 bep lidw acc mann enk ton van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,2313 acc mann enk oikon van het zelfst naamw oikos (huis) Taalgebruik in het NT: oikos (huis) Taalgebruik in Lc: oikos (huis)
Lc (19): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,33 (epi ton oikon = over het huis) (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,56 (5) Lc 5,24 (6) Lc 5,25 (7) Lc 6,4 (8) Lc 7,10  (9) Lc 7,36 (10) Lc 8,39 (11) Lc 8,41 (12) Lc 9,61   (13) Lc 11,17 (14) Lc 11,24 (15) Lc 12,39 (16) Lc 14,1 (17) Lc 15,6 (18) Lc 16,27 (19) Lc 18,14 Een vorm van oikos (huis) in Lc in 32 verzen

Lc 1,2311 - 13 eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,40 (3) Lc 1,56 (4) Lc 5,24 (5) Lc 5,25 (6) Lc 6,4 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,39 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,61 (11) Lc 10,38 (12) Lc 11,24 (13) Lc 15,6 (14) Lc 16,27 (15) Lc 18,14 (16) Lc 22,54

Lc 1,2314 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,24 - Lc 1,24: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:24 meta de tautas tas èmeras sunelaben elisabet è gunè autou kai periekruben eautèn mènas pente legousa 

24 post hos autem dies concepit Elisabeth uxor eius et occultabat se mensibus quinque dicens  

Na die dagen werd Elisabet, zijn vrouw, zwanger En ze hield zich gedurende vijf maanden verborgen, zeggend:  

24 En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende:  


[24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger Zij hield zich vijf maanden lang verborgen Ze zei:  


[24] Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf:  

24 en ná deze dagen ontvangt zijn vrouw, Elisabet; zij verbergt zich vijf maanden, zeggend:  

24 Quelque temps après, sa femme Élisabeth conçut, et elle se tenait cachée cinq mois durant  

King James Bible [24] And after those days his wife Elisabeth conceived, and hid herself five months, saying,
Luther-Bibel 24 Nach diesen Tagen wurde seine Frau Elisabeth schwanger und hielt sich fünf Monate verborgen und sprach:

Tekstuitleg van Lc 1,24 Het vers Lc 1,24 telt 16 (2² X 2²) woorden en 85 (5 X 17) letters De getalwaarde van Lc 1,24 is 8368 (2² X 2² X 523)

Lc 1,241 meta (met , na) Afkortingen: met' of meth' Taalgebruik in het NT: meta (na , met) Taalgebruik in Mc: meta (na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec (< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 + 4 = 62) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,39 (4) Lc 1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58 (2) Lc 1,66

Lc 1,242 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,243 acc vr mv tautas van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (1) Lc 1,24

Lc 1,244 bep lidw acc vr mv tas (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (42) Lc (1) Lc 1,24

Lc 1,245 acc vr mv hèmeras van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (14): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,24 (3) Lc 1,80  (4) Lc 2,43 (5) Lc 2,44 (6) Lc 2,46 (7) Lc 4,2 (8) Lc 4,42 (9) Lc 9,51 (10) Lc 15,13 (11) Lc 17,4 (12) Lc 17,27 (13) Lc 18,7 (14) Lc 21,37
Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80

Lc 1,246 act ind aor 3de pers enk sunelaben (zij ontving) van het werkw sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in het NT: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in Lc: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Lc (1) Lc 1,24 Een vorm van sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 2,21 (5) Lc 5,7 (6) Lc 5,9 (7) Lc 22,54

Lc 1,247 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,248 bep lidw nom vr enk hè of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,249 nom vr enk gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau
Lc (16): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 7,37 (6) Lc 7,39 (7) Lc 8,3 (8) Lc 8,43 (9) Lc 8,47 (10) Lc 10,38 (11) Lc 11,27 (12) Lc 13,11 (13) Lc 13,21 (14) Lc 15,8 (15) Lc 20,32 (16) Lc 20,33 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen

Lc 1,2410 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,2411 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21: (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,25 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,2416 part pr nom vr enk legousa van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (4): (1) Lc 1,24 (2) Lc 9,35 (3) Lc 15,9 (4) Lc 18,3 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,63 (3) Lc 1,66 (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 (12) Lc 1,61

Lc 1,25 - Lc 1,25: 2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 - - Lc 1,1 - Lc 1,2 - Lc 1,3 - Lc 1,4 - Lc 1,5 - Lc 1,6 - Lc 1,7 - Lc 1,8 - Lc 1,9 - Lc 1,10 - Lc 1,11 - Lc 1,12 - Lc 1,13 - Lc 1,14 - Lc 1,15 - Lc 1,16 - Lc 1,17 - Lc 1,18 - Lc 1,19 - Lc 1,20 - Lc 1,21 - Lc 1,22 - Lc 1,23 - Lc 1,24 - Lc 1,25 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 -- Lc 1,26-38 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:25 oti outôs moi pepoièken kurios en èmerais ais epeiden afelein oneidos mou en anthrôpois

25 quia sic mihi fecit Dominus in diebus quibus respexit auferre obprobrium meum inter homines  

“Zo heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen dat hij neerzag om mijn smaad bij de mensen weg te nemen”  

25 Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen  

[25] ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam’ 

[25] De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten 

25 dit heeft de Heer aan mij gedaan!– dit zijn de dagen waarin hij naar mij omziet om mijn smaad bij de mensen weg te nemen  

25 « Voilà donc, disait-elle, ce qu'a fait pour moi le Seigneur, au temps il lui a plu d'enlever mon opprobre parmi les hommes ! » 

King James Bible [25] Thus hath the Lord dealt with me in the days wherein he looked on me, to take away my reproach among men
Luther-Bibel 25 So hat der Herr an mir getan in den Tagen, als er mich angesehen hat, um meine Schmach unter den Menschen von mir zu nehmen Die Ankündigung der Geburt Jesu

Tekstuitleg van Lc 1,25 Het vers Lc 1,25 telt 16 (2² X 2²) woorden en 75 (3 X5²) letters De getalwaarde van Lc 1,25 is 7322 (2 X 7 X 523) Het is opmerkelijk dat de evangelist Elisabeth en Sara met elkaar verbindt Sara is een Aramese , uit dezelfde stam als Jakob Sara is de lievelingsvrouw van Jakob Jakob vertegenwoordigt via zijn 12 zonen het volk van Israël Elisabeth en Zacharia komen beide uit de stam Levi Zij kunnen eveneens het volk van Israël vertegenwoordigen

Lc 1,251 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

Lc 1,253 dat mann enk 1ste pers enk moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23

Lc 1,254 act ind perf 3de pers enk pepoièken (hij heeft gemaakt) van het werkw poieô (doen, maken) Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Mc: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Lc: poieô (doen, maken) Lc (1) Lc 1,25 Een vorm van poieô (doen, maken) in Lc 1 in 5 verzen: (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,49 (3) Lc 1,51 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,72

Lc 1,255 nom mann enk kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99 verzen

Lc 1,257 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag)
Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18
Een vorm van hèmera (dag) in Lc in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80

Lc 1,259 επειδεν = epeiden ( hij keek neer ) < voorzetsel ep' + act ind aor 3de pers enk van het werkw εφοραω = eforaô (kijken op, neerkijken) Taalgebruik in het NT: eforaô (kijken op, neerkijken) Taalgebruik in de Septuaginta: eforaô (kijken op, neerkijken) Tenakh (5): (1) Gn 4,4 (en JHWH keek neer - sjâ`â - op Abel) (2) Ex 2,25 (en hij - God - keek neer - râ´âh - op de Israëlieten) (3) Ps 54,9 (Mijn oog keek neer - râ´âh - op mijn vijanden) (4) Ps 92,12 (Mijn oog keek neer - nâbhat - op mijn vijanden) (5) Lc 1,25 (God keek neer op mijn schande) Een vorm van εφοραω = eforaô (kijken op, neerkijken) in de LXX (29) , in het NT (2): (1) Lc 1,25 (2) Hnd 4,29
- Kijken op - neerzien kan positief of negatief geïnterpreteerd worden: genadig neerzien op , misprijzend neerkijken op Lc 1,25 verwijst naar Gn 30,23 waar Sara zegt dat God haar schande wegnam Sara was een hele periode kinderloos Met de geboorte van Jozef werd haar vruchtbaarheid bevestigd In Gn 30,22 wordt niet επειδεν = epeiden gebruikt , maar επεκουσεν = epèkousen (hij luisterde naar) Taalgebruik in het NT: epakouô (luisteren naar , beluisteren)

10 act inf 2de aor αφελειν = afelein van het werkw αφαιρεω = afaireô (wegnemen) Taalgebruik in het NT: afaireô (wegnemen) Bijbel (7): (1) Gn 48,17 (2) 2 K 6,32 (3) Js 53,10 (4) Pr 3,14 (5) Est 8,3 (6) 1 Mak 8,30 (7) Lc 1,25 Een vorm van het werkw αφαιρεω = afaireô in de LXX (168) , in het NT (9): (1) Mt 26,51 (2) Mc 14,47 (3) Lc 1,25 (4) Lc 10,42 (5) Lc 16,3 (6) Lc 22,50 (7) Rom 11,27 (8) Heb 10,4 (9) Apk 22,19 In de LXX kan een vorm van het Griekse αφαιρεω = afaireô de vertaling van 36 verschillende Hebreeuwse woorden zijn In Gn 30,23 lezen we de vorm act ind aor 3de pers enk αφειλεν = afeilen (hij nam weg) Bijbel (21): (1) Gn 30,23 (2) Lv 8,29 (3) Lv 9,21 (4) 1 S 17,51 (5) 1 S 24,5 (6) 1 S 24,6 (7) 2 S 20,22 (8) 1 K 15,12 (9) 1 K 20,41 (10) Js 7,17 (11) Js 9,13 (12) Js 25,8 (13) Js 40,27 (14) Job 19,9 (15) 1 Kr 19,4 (16) Jdt 13,8 (17) 1 Mak 11,17 (18) Sir 47,11 (19) Mt 26,51 (20) Mc 14,47 (21) Lc 22,50

Lc 1,2511 ονειδος = oneidos (nijd, smaad, verwijt, schande) Taalgebruik in het NT: oneidos (smaad, verwijt, schande) Taalgebruik in de LXX: oneidos (smaad, verwijt, schande) Bijbel (44) LXX (43) NT (1) Een vorm van ονειδος = oneidos (nijd, smaad, verwijt, schande) in de LXX (53) , in het NT (1)
- Hebr chèrëpâh (smaad, hoon, schande) Taalgebruik in Tenakh: chèrëpâh (smaad, hoon, schande)

14 dat mann mv anthrôpois van het zelfst naamw anthrôpos (mens) Taalgebruik in het NT: anthrôpos (mens) Taalgebruik in Lc: anthrôpos (mens) Lc (6):

Gelijkaardige constructies in Mc 1,2-6 en Lc 1,5

Mc 1,2-6 verhaalt het optreden van Johannes de Doper De evangelist Marcus begint in Mc 1,2 - Mc 1,3 met een citaat van een Jesajatekst om dan in Mc 1,4 over te gaan op de vervulling van die profetie in de persoon van Johannes In Mc 1,4 is er voor het eerst sprake over Johannes De zin begint met egeneto (het gebeurde) gevolgd door het onderwerp Johannes de Doper In Lc 1,5 treffen we een gelijkaardige zinsconstructie aan: Egeneto (het gebeurde) gevolgd door de tijdsaanduiding (nl in de dagen van Herodes, koning van Judea) en dan het onderwerp hiereus tis (een priester) nl de vader van Johannes de Doper Vertaald: er was echter in die dagen van Herodes, koning van Judea, een bepaalde priester, Een merkwaardige gelijkenis
We kunnen nog verder opmerken dat zowel in Mc 1,4 als in Lc 1,5 noch kai (en) noch de (echter) wordt gebruikt

Overeenkomsten tussen Mc 1,4 , Mc 1,9 en Lc 1,5
In Mc is er een zekere overeenkomst tussen Mc 1,4 en Mc 1,9 Beide teksten beginnen met egeneto (het gebeurde) In het ene geval (Mc 1,4) om het begin van Johannes de Doper aan te duiden, in het andere geval (Mc 1,9) dat van Jezus Johannes treedt op in Judea en de Jordaan Jezus komt van Galilea, van de stad Nazaret om zich door Johannes te laten dopen Na de gevangenneming van Johannes de Doper zal Jezus naar Galilea teruggaan (Mc 1,14) Deze woonplaatsen en het gaan naar en het terugkeren naar, zullen ook in Lc 1 - Lc 2 een belangrijke rol spelen
Mc 1,4 gebruikt egeneto (er was) met een onderwerp: er was Johannes de Doper In Lc 1,5 vinden we een gelijkaardige constructie: er was eens een priester
In Mc 1,9 vinden we de tijdsaanduiding en ekeinais tais hèmerais (in die dagen) Het zijn de dagen waarin Johannes optrad in de woestijn en doopte in de Jordaan In Lc 1,5 treffen we de tijdsaanduiding 'in de dagen van koninhg Herodes' aan En met de tijd wordt tegelijkertijd de plaats aangeduid nl Judea Zo krijgen we de invoeging: en tais hijmerais Hijroodou basileoos tijs Ioudaias (in de dagen van Herodes, de koning van Judea) Het begin van Jezus'optreden in Galilea wordt bepaald door de gevangenneming van Johannes de Doper (Mc 1,14) Later blijkt dat deze gevangenneming gebeurde door een zekere koning Herodes Op een uiterst korte wijze worden de acteurs, de plaats en de tijd aangebracht: een zekere priester nl de vader van Johannes de Doper, koning Herodes en de plaats Judea Zie ook Lc 3,2b -

Lc 1,8 Lc 3,21 redactie van Mc 1,9 Lc 3,21 en parallelconstructie in Lc 1,8 Lc 1,8 en Lc 1,23: cirkelstructuur
In Lc 1,5-7 worden de personages van het verhaal voorgesteld In Lc 1,8 grijpt een overgang plaats met Egeneto de en (Het gebeurde echter in) Het gebruikte werkwoord in de infinitief hierateuein (het priesterschap uitoefenen) roept het zelfstandig naamwoord (dat als onderwerp dienst doet) hiereus tis (een priester) (Lc 1,5) en hierateia (het priesterschap) (Lc 1,9) op Lucas veronderstelt dat de priester Zacharia naar de tempel (in Jeruzalem) is gegaan Lucas vermeldt heel uitdrukkelijk dat Zacharia naar huis ging zodra de dagen van zijn dienst waren vervuld (Lc 1,23) Hier hebben we met één van de vele elementen van de cirkelopbouw van het verhaal te maken nl Lc 1,8: Het gebeurde echter in het uitoeferen van het priesterschap Lc 1,23: en het gebeurde zodra de dagen van zijn diensttijd vervuld waren Egeneto + en tooi + infinitiefzin, drukt gelijktijdigheid uit We zien dezelfde zinsconstructie van Lc 1,8 in Lc 3,21 waar Lucas Mc 1,9 redigeert Met Lc 1,8 begint de verandering van de begin- naar de eindsituatie in het verhaal

We wijken nu wel af, maar de invloed van Mc 1,5 en Mc 1,9 bespeuren we ook in Lc 2,1; Lc 2,3 en Lc 2,4
Er is een opmerkelijke gelijkenis tijdens Mc 1,9 en Lc 2,1 In beide gevallen gaat het over het aantreden van Jezus In Mc 1,9 komt Jezus van Nazaret in Galilea om zich te laten dopen In Lc 2,1 gaat het om een bevel om zich te laten inschrijven, waardoor de ouders van Jezus naar Betlehem zullen moeten gaan Naast de invloed van Mc 1,9, speelt ook de invloed van Mc 1,5 een rol Die beide invloeden en de zinsconstructie van Lc 2,1 zien we terugkomen in Lc 2,3 en Lc 2,4

De zinsconstructie van Lc 1,8 zien we terugkomen in Lc 2,6
De beginsituatie van het verhaal (Lc 2,1-7) is gekend Jozef en Maria verblijven in Nazaret Maria is zwanger Als er niets onverwachts gebeurt, zal Maria in Nazaret bevallen Daar duikt echter het besluit van keizer Augustus op om zich te laten registreren, ieder in zijn eigen stad Bijgevolg moeten Jozef en Maria naar Betlehem afreizen Lc 2,6 luidt de eindsituatie aan Het ene brengt het andere mee We zagen dat het egeneto van Lc 1,23 de verandering van het verhaal van Lc 1,5-25 omsluit Zowel in Lc 1,23 als in Lc 2,6 is er sprake over: dagen van waren vervuld: in het ene geval de dienst, in het andere geval: om hem te baren

We blijven uitweiden, maar de zinsconstructie van Lc 1,8 vinden we ook terug in Lc 24,4 We beginnen te vermoeden dat het een stijlprocedé van Lucas is Deze zinsconstructie staat opnieuw bij het begin van de verandering van begin- naar eindsituatie Het staat dus aan een overgang Opmerkelijk in beide verhalen is wel dat er daarna sprake is van "hemelse figuren" Maar voor beide verhalen staan we nog geen stap verder waarom Lucas het nu op deze wijze verhaalt

22 en tais hijmerais Hijroodou basileoos tijs Ioudaias (in de dagen van Herodes, koning van Judea) (Lc 1,5); en de tooi mijni tooi heksooi ( in de zesde maand echter) (Lc 1,26)

Reeds bij het allereerste begin wordt de tijd van het gebeuren aangeduid: in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid: Judea De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea

Als we ervan uitgaan dat Lucas deze verhalen heeft geconstrueerd, rijst de vraag waarom Lucas heeft gekozen voor "de zesde maand"
Door een tijdsaanduiding wordt de link gelegd tussen het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper (Lc 1,5-25) en dat van Jezus (Lc 1,26-38): en de tooi mijni ektooi (in de zesde maand echter) In de natuur staat de zonnewende van de zomer regelrecht tegenover de zonnewende van de winter met een verschil van zes maanden In het vorige verhaal hoorden we dat Elisabet zich gedurende vijf maanden verborgen hield In de zesde maand zal zij zich in het openbaar vertoond hebben In die zesde maand (van de zwangerschap van Elisabet) wordt de beginsituatie van Maria en Jozef beschreven Op het einde van dit verhaal (Lc 1,26-38) wordt de zesde maand nogmaals vermeld (Lc 1,36-37) Beide kinderen zullen dus geboren worden met zes maanden verschil In de christelijke traditie is men de geboorte van Christus gaan vieren bij de zonnewende van de winter (25 december) en de geboorte van Johannes op 24 juni Daarbij speelde de idee de rol dat Johannes minder moest worden en dat het licht van Jezus moest toenemen
Er wordt enerzijds tussen beide verhalen een link gelegd, maar binnen die verhalen zijn er opmerkelijke verschilenl Uit latere verhalen weten we dat Jezus naar de Jordaan trok om zich door Johannes te laten dopen Wellicht was Jezus een leerling van Johannes We zien echter dat de boodschap van Johannes sterk verschilt van die van Jezus

23 apestalij ho aggelos Gabriijl apo tou Theou (werd de engel Gabriël vanwege God gezonden)

Zoals reeds gezegd, is de invloed van Marcus voelbaar in deze verhalen van Lucas In Mc 1,4 is er voor het eerst sprake van Johannes de Doper, in Mc 1,9 van Jezus In Lc 1,5 wordt de vader van Johannes de Doper, nl Zacharia voorgesteld In Lc 1,26 zouden we dan de vader van Jezus nl Jozef kunnen verwachten Maar daar ligt het eigenlijke vaderschap van Jezus blijkbaar niet Jezus is van goddelijke oorsprong Daarom komt een engel vanwege God Zo belanden we bij het begin van het verhaal reeds in de verandering van de begin- naar de eindsituatie De beginsituatie is verwerkt bij het begin van de verandering in het verhaal

We gaan ervan uit dat we hier met fictieve verhalen te maken hebben Dan rijst onmiddellijk de vraag wat de evangelist Lucas geïnspireerd heeft om de zwangerschaps- en geboorteverhalen op deze wijze te schrijven, welke bronnen hij kan gebruikt hebben en hoe hij deze bronnen heeft verwerkt

De wijze waarop de engel verschijnt is anders in de beide verhalen In Lc 1,11 wordt de engel gezien, staande aan de rechterkant van het brandofferaltaar, in Lc 1,26 wordt de engel vanwege God gezonden In de tempel is God aanwezig; Hij hoeft niet te verschijnen De engel in de nabijheid van God wordt gezien door Zacharia Er heeft een verschijning plaats: hoti optasion heooraken (omdat hij een verschijning heeft gezien) lLc 1,22) In het verhaal van Maria wordt de engel naar Maria gezonden en gaat hij het huis van Maria binnen De engel wordt niet gezien, maar gehoord door het woord dat de engel tot Maria richt

Het is nu toch wel opmerkelijk dat Mc 1,2 (ofschoon in een andere interpretatie) sprake is over het zenden van een engel: idou apostello ton aggelon mou pro prosoopou sou (Zie, ik zend mijn engel voor uw aangezicht) In de beide aankondigingsverhalen van Lucas wordt een engel gezonden

We zien een zekere gelijkenis tussen Mc 1,9 en Lc 1,26 Zacharia is een priester Jozef is van koninklijke afkomst Zacharia is getrouwd met Elisabet Maria is verloofd met Jozef


3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 - Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Lc 1,26 - Lc 1,26: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:26 en de tôi mèni tôi hektôi apestalè ho aggelos gabrièl apo tou theou eis polin tès galilaias è onoma nazareth 

26 in mense autem sexto missus est angelus Gabrihel a Deo in civitatem Galilaeae cui nomen Nazareth 

26 In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van bij God gezonden naar een stad van Galilea, waarvan de naam Nazaret was,  

26 En in de zesde maand werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; 

[26] In* de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret

[26] In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, 

26 ¶ In de zesde maand wordt de aankondig–engel Gabriël gezonden van God naar een stad in Galilea wier naam is Nazaret

26 Le sixième mois, l'ange Gabriel fut envoyé par Dieu dans une ville de Galilée, du nom de Nazareth,  

King James Bible And in the sixth month the angel Gabriel was sent from God unto a city of Galilee, named Nazareth,
Luther-Bibel Und im sechsten Monat wurde der Engel Gabriel von Gott gesandt in eine Stadt in Galiläa, die heißt Nazareth,

Tekstuitleg van Lc 1,26 Dit vers Lc 1,26 telt 20 (2 X 2 X 5) woorden en 86 (2 X 43) letters De getalwaarde van Lc 1,26 is 8163 (3 X 3 X 907) Reeds bij het allereerste begin van Lc 1,5-25 wordt de tijd van het gebeuren aangeduid: in de dagen (in de tijd) van Herodes , de koning van Judea En zo is ook onmiddellijk de plaats aangeduid: Judea De woorden koning en priester staan hier wel heel dicht bij elkaar Ook in Lc 1,26 wordt de tijds- en plaatsaanduiding kort na elkaar gegeven Het ene gebeuren speelt zich af in Judea , het andere in Galilea

De perikope Lc 1,26-38 begint niet met egeneto zoals de perikope Lc 1,5-25 De perikope Lc 1,26-38 start met het centrale gedeelte: de verandering van de begin- naar de eindsituatie De gegevens van de beginsituatie zijn verwerkt in het vers waarin de veranderingssituatie aanvangt De gegevens van de beginsituatie zijn uiterst beperkt Tijdsgegevens: in de zesde maand ; deze tijdsbepaling is gelinkt aan de vorige perikope Plaatsgegevens: Nazaret van Galilea Hoofdpersonage: de maagd Maria , verloofd met Jozef De gegevens van het hoofdpersonage zijn uiterst beperkt: maagd en verloofd Wie Maria verder is, wie haar ouders zijn enz wordt niet gegeven Dit staat in schril contrast met de uitvoerige beschrijving van de beginsituatie van Lc 1,5-25 Wellicht wil Lucas benadrukken dat Jezus louter genade is (en bijgevolg ook de zwangerschap van Maria)

Lc 1,261 - 6 In de zesde maand (van de zwangerschap van Elisabeth , zo wordt verondersteld) Deze tijdsaanduiding maakt een link met Lc 1,24 (katekruben heautèn mènas pente = zij verborg zich vijf maanden) , waarin gezegd wordt dat Elisabeth zich gedurende vijf maanden verborgen hield In Hag 1,1 vinden we een identieke formulering: en tôi mèni tôi hektôi (in de zesde maand) Zonder en (in) in 1 Kr 27, 9 In een jaarcyclus is de zesde maand de tegenpool van de eerste maand Zo kunnen Johannes de Doper en Jezus twee polen van een geheel zijn
De zwangerschap van Elisabeth bleef zo lang uit met het oog op de zwangerschap van Maria
- Evenals Lc 1,5 begint met een tijdsbepaling (en = in) , begint Lc 1,26 met de tijdsbepaling (en = in)

Lc 1,261 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52

en (in)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

synopt

ev

 

11097

8943

2154

247

119

288

182

226

966

126

654 

836 

 

en (in)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

288  

25 

23 

10 

18 

10 

12 

12 

13 

14 

12 

17 

13 

11 

11 

13 

12 

16 

 

- Hebr בְּ = Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)

Lc 1,262 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,263 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,264 dat vr enk mèni (in de maand) van het zelfst naamw mèn (maand) Taalgebruik in het NT: mèn (maand) Taalgebruik in Lc: mèn (maand)
Lc (1) Lc 1,26 Een vorm van mèn (maand) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,26 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,56 (5) Lc 4,25

Lc 1,265 bep lidw dat mann + onz enk (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

Lc 1,267 pass aor 3de pers enk = apestalè (hij werd gezonden) van het werkw apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in het NT: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) Taalgebruik in Lc: apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) apo-stellô: af- / weg- sturen , wegzenden , afzenden (afgezant) , zenden Lc (1) Lc 1,26 In twaalf verzen in de bijbel In tien verzen in het OT: (1) Js 6,6 (apestalè pros me hen tôn serafin = een van de Serafijnen werd tot mij gezonden) (2) Js 20,1 (3) Js 37,21 (4) Est 3,13 (5) Da 4,11 ( kai idou aggelos apestalè ek tou ouranou = en zie een engel werd gezonden vanuit de hemel) (6) Da 4,21 (hoti aggelos apestalè para tou kuriou = want een engel werd gezonden vanwege de Heer) (7) Ezr 5,5 (8) Ezr 7,14 (9) Tob 3,17 (apestalè = Rafaël werd gezonden) (10) Sir 15,9 In twee verzen in het NT: (1) Lc 1,26 (apestalè ho aggelos Gabrièl apo tou theou = de engel Gabriël werd door God gezonden) (2) Hnd 28,28 In vijf van de twaalf teksten werd een engel gezonden: (1) Js 6,6 , (5) Da 4,11 , (6) Da 4,21 , (9) Tob 3,17 en Lc 1,26 Verwijzing: apostellô (wegsturen, zenden) , zie Joh 1,6
- apostellô (wegsturen, zenden) is samengesteld door het voorzetsel apo (weg van) en stellô Aansluitend bij het voorzetsel van het werkwoord sluit de bepaling apo tou theou (weg van God) aan Het is opvallend dat God geen onderwerp van het wegsturen (zenden) is Een vorm van apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) in Lc in 24 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,26   (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,43 (5) Lc 7,3 (6) Lc 7,20 (7) Lc 7,27 (8) Lc 9,2 (9) Lc 9,48 (10) Lc 9,52 (11) Lc 10,1 (12) Lc 10,3   (13) Lc 10,16 (14) Lc 11,49 (15) Lc 13,34 (16) Lc 14,17 (17) Lc 14,32   (18) Lc 19,14  (19) Lc 19,29 (20) Lc 19,32 (21) Lc 20,10 (22) Lc 20,20 (23) Lc 22,8 (24) Lc 24,49 In Lc: 13 vormen in 12 hoofdstukken en in 24 verzen
- apestalè (hij werd gezonden) maakt een link met Lc 1,19 (kai apestalèn = en ik werd gezonden) De engel Gabriël zegt tot Zacharia: Ik werd gezonden (Lc 1,19) In het parallelverhaal van de aankondiging aan Maria (Lc 1,26) wordt verteld dat de engel Gabriël tot Maria werd gezonden (apestalè = hij werd gezonden)
- Het laatste deel van Lc 1,38 sluit de perikope af met het vertrek van de engel , het tegendeel van het gezonden worden naar Zoals in Lc 1,26 (apestalè ho aggelos Gabrièl apo tou theou = de engel Gabriël werd door God gezonden) wordt in Lc 1,38 een werkwoord gebruikt met het voorvoegsel ap' en gevolgd door een bepaling die begint met apo (ap') kai apèlthen ap'autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg)

Lc 1,268 bep lidw nom mann enk ὁ = ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

1

nom m enk ho

8495

6052

2443

408

219

331

436

281

612

156 

958 

1394 


- Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Bepaald lidwoord nominatief mannelijk enkelvoud bij het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) In Lc 1,11 verscheen een engel van de Heer aan Zacharias Daar staat geen lidwoord Hierna wordt telkens een lidwoord bij een vorm van het zelfstandig naamwoord aggelos (engel) gebruikt In Lc 1,19 maakt de engel zich bekend als Gabriël Het is ook deze engel die aan Maria verscheen Door het bepaald lidwoord bij aggelos (engel) en door de eigennaam van de engel nl Gabriël is dit vers aan de vorige perikope (Lc 1,5-25) gelinkt

Lc 1,269 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Arabisch:
مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)

 Lc 1,11

Lc 1,19

Lc 1,26  

Lc 2,9  

Lc 2,9  

Lc 9,30

Lc 9,32

Lc 24,4

Mc 1,2

ôfthè de (verscheen echter) autôi (aan hem)

 

apestalè (werd gezonden)

kai (en)

kai (en)

kai idou (en zie)

kai (en)

kai idou (en zie)

idou apostellô (zie ik zend)

aggelos kuriou (een engel van de Heer)

egô eimi Gabrièl (ik ben Gabriël)

ho aggelos Gabrièl (de engel Gabriël)

aggelos kuriou (een engel van de Heer)

doksa kuriou (de heerlijkheid van de Heer)

andres duo (twee mannen)

tous duo andras (de twee mannen)

andres duo (twee mannen)

ton aggelon mou (mijn 'engel')

hestôs (staande)

ho parestèkôs (die staande )

 

epestè (stond)

perielampsen (omstraalde)

sunelaloun (spraken samen)  

tous sunestôtas (die staande waren)

epestèsan (stonden)

 

ek deksiôn (aan de rechterzijde)

enôpion tou Theou (voor het aanschijn van God)

 

 

 

 

 

 

pro prosôpou sou (voor uw aangezicht)

tou thusiastèriou (van het brandofferaltaar) 

 kai (en) apestalèn (ik werd gezonden) lalèsai pros se (tot u te spreken)  kai euaggelisasthai soi tauta (en te melden aan u deze)

 

autois (bij hen) 

autous (hen) 

autôi (met hem)

autôi (met hem) 

autais (bij hen) 

 

2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25  

2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25

3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38

3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38

6 Geboorte van Jezus: Lc 2,1-20

168 Verheerlijking van Jezus: Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36  

168 Verheerlijking van Jezus: Mc 9,2-10 - Mt 17,1-9 - Lc 9,28-36 

351 Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis: Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 

13 Optreden van Johannes de Doper: Mc 1,1-6 - Mt 3,1-6 - Lc 3,1-6

4 Gabriël (Gabriël) Verwijzing: Gabriël (Gabriël) , zie Lc 1,26 Gabriël (Gabriël) In vier verzen in de bijbel: (1) Da 8,16 (2) Da 9,21 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26: ho aggelos gabrièl = de engel Gabriël
- In Lc 1,26-38 komt de engel driemaal aan het woord: (1) Lc 1,28 ; (2) Lc 1,30 ; (3) Lc 1,35 en reageert Maria tweemaal op het woord van de engel: (1) Lc 1,34 ; (2) Lc 1,38

Lc 1,2611 - 13 apo tou theou (weg van God) , zie apestalè (hij werd gezonden) hierboven
- hupo tou theou (door God) In veertien verzen in het NT: (1) Mt 22,31 (2) Lc 1,26 (3) Hnd 10,33 (4) Hnd 10,41 (5) Hnd 10,42 (6) Hnd 26,6 (7) Rom 13,1 (8)

Lc 1,2611 apo (af, van-weg) afkoring ap' of af' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Mc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc (73) Lc 1 (3): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,48 (3) Lc 1,52 ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,70

Lc 1,2612 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,2613 gen mann enk  theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju
Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

Lc 1,2612 13 tou theou (van God) Een vorm van theos (God) wordt meestal voorafgegaan door het bepaald lidwoord Verwijzing: theos (God) , zie Lc 24,53 theou In zeventig verzen bij Lucas In zeven verzen in Lc 1: (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78

14 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,2615 acc vr enk polin van het zelfst naamw polis (stad) Taalgebruik in NT: polis (stad) Taalgebruik in Lc: polis (stad)
Lc (17): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,39 (3) Lc 2,3 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,39 (6) Lc 4,31 (7) Lc 7,11 (8) Lc 8,1 (9) Lc 8,4 (10) Lc 8,34 (11) Lc 8,39 (12) Lc 9,10 (13) Lc 10,1 (14) Lc 10,8 (15) Lc 10,10 (16) Lc 19,41 (17) Lc 22,10 Een vorm van polis (stad) in Lc in 37 verzen

Lc 1,2614 - 15 eis polin (naar een stad) Lc (7): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,39 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,39 (7) Lc 7,11 (10) Lc 8,34 (17) Lc 22,10

Lc 1,2616 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,2617 gen vr enk γαλιλαιας = Galilaias (Galilea) van de plaatsnaam γαλιλαια = galilaia (Galilea) Taalgebruik in het NT: Galilaia (Galilea) Taalgebruik in de LXX: Galilaia (Galilea) Taalgebruik in Lc: Galilaia (Galilea) Lc (10): (1) Lc 1,26 (2) Lc 2,4 (3) Lc 3,1 (4) Lc 4,31 (5) Lc 5,17 (6) Lc 8,26 (7) Lc 17,11 (8) Lc 23,5 (9) Lc 23,49 (10) Lc 23,55 Een vorm van γαλιλαια = Galilaia (Galilea) in het NT (63) , in Lc (13): (1) Lc 1,26 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,39 (4) Lc 3,1 (5) Lc 4,14 (6) Lc 4,31 (7) Lc 5,17 (8) Lc 8,26 (9) Lc 17,11 (10) Lc 23,5 (11) Lc 23,49 (12) Lc 23,55 (13) Lc 24,6 Een variante in Lc 4,44 In Lc: 3 vormen van Galilaia (Galilea) in 9 hoofdstukken en in 13 (14) verzen

Galilaia (Galilea) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

gen vr enk Galilaias , telkens met het bep lidw tès

40 

36 

10 

 

 

25 

33 

 

 

 

 

 

 

 

Galilaia (Galilea) 

 

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 8

Lc 17

Lc 23

Lc 24

nom + dat vr enk Galilaia(i)  

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 24,6  

gen vr enk Galilaias 

10 

(1) Lc 1,26

(2) Lc 2,4

(3) Lc 3,1

(4) Lc 4,31  () Lc 4,44

(5) Lc 5,17

(6) Lc 8,26    

(7) Lc 17,11

(8) Lc 23,5 (9) Lc 23,49 (10) Lc 23,55     

 

acc vr enk Galilaian  

 

(1) Lc 2,39  

 

(2) Lc 4,14  

 

 

 

 

 

 

Totaal 

13 (14)

2 (3) 

15 - 17 polin tès galilaias (een stad van Galilea) Lc (2): (1) Lc 1,26 (2) Lc 4,31

Lc 1,2618 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,2619 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen

Lc 1,2618 - 19 betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma (naam) in Lc (5): (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (2) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (3) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (4) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (5) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Betrekk voornaamw datief vrouw enk in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Het betreft twee dorpen: Nazareth en Emmaüs , het eerste en het laatste dorp in Lc De andere drie verzen zijn samengesteld uit het betrekk voornaamw datief mann enk + een persoonsnaam (Jozef , Simeon en Jaïrus): (1) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (2) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (3) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)

Lc 1,2620 nazaret of nazareth (Nazareth) Taalgebruik in het NT: nazaret of nazareth (Nazareth) Taalgebruik in Lc: nazaret of nazareth (Nazareth)
Lc (4): (1) Lc 1,26 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,39 (4) Lc 2,51 nazara in Lc 4,16

Lc 1,27 - Lc 1,27: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:27 pros parthenon emnèsteumenèn andri ô onoma iôsèf ex oikou dauid kai to onoma tès parthenou mariam 

27 ad virginem desponsatam viro cui nomen erat Ioseph de domo David et nomen virginis Maria  

27 tot een maagd die uitgehuwelijkt was aan een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria 

27 Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria 

[27] naar een maagd die verloofd* was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria 

[27] naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David Het meisje heette Maria 

27 tot een maagd in ondertrouw met een man wiens naam is Jozef uit het huis van David; de naam van de maagd is Maria  

27 à une vierge fiancée à un homme du nom de Joseph, de la maison de David ; et le nom de la vierge était Marie 

King James Bible [27] To a virgin espoused to a man whose name was Joseph, of the house of David; and the virgin's name was Mary
Luther-Bibel 27 zu einer Jungfrau, die vertraut war einem Mann mit Namen Josef vom Hause David; und die Jungfrau hieß Maria

Tekstuitleg van Lc 1,27 Het vers Lc 1,27 telt 16 (2² X 2²) woorden en 82 (2 X 41) letters De getalwaarde van Lc 1,27 is 7443 (3² X 827)

Lc 1,271 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

2 acc vr enk παρθενον = parthenon van het zelfst naamw παρθενος = parthenos (maagd) Taalgebruik in het NT: parthenos (maagd) Taalgebruik in de LXX: parthenos (maagd) Bijbel: (1) Gn 34,3 (2) Ex 22,15 (3) Lv 21,13 (4) Lv 21,14 (5) Dt 22,19 (6) Dt 22,28 (7) 1 K 1,2 (8) Jr 51,22 (9) Ez 9,6 (10) Ez 44,22 (11) Job 31,1 (12) Sir 9,5 (13) Sir 30,20 (14) Lc 1,27 (15) 1 Kor 7,36 (16) 1 Kor 7,37 (17) 1 Kor 7,38 (18) 2 Kor 11,2 Een vorm van παρθενος = parthenos in de LXX (67) , in het NT (15) , in Lc (2):

Lc 1,273 pass part perf acc vr enk emnèsteumenèn (verloofd) van het werkw mnèsteuô (verloven, ten huwelijk geven) Taalgebruik in het NT: mnèsteuô (verloven, ten huwelijk geven) Taalgebruik in Lc: mnèsteuô (verloven, ten huwelijk geven)
Lc (1) Lc 1,27 Deze vorm komt in de bijbel slechts hier in Lc 1,27 voor Een vorm van mnèsteuô (verloven, ten huwelijk geven) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,5

5 dat mann + onz enk (i) van het betrekk voornaamw hos (die) Taalgebruik in het NT: betrekkelijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: betrekkelijk voornaamwoord Lc (14): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,25 (3) Lc 4,6 (4) Lc 5,34 (5) Lc 6,38 (6) Lc 7,4 (7) Lc 7,43 (8) Lc 7,47 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,41 (11) Lc 10,22 (12) Lc 12,48 (13) Lc 19,13 (14) Lc 24,25

Lc 1,276 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen

Lc 1,275 - 6 betrekkelijk voornaamwoord datief enkelvoud + onoma (naam) in Lc (5): (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (2) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (3) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (4) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (5) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Betrekk voornaamw datief vrouw enk in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (2) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs) Het betreft twee dorpen: Nazareth en Emmaüs , het eerste en het laatste dorp in Lc De andere drie verzen zijn samengesteld uit het betrekk voornaamw datief mann enk + een persoonsnaam (Jozef , Simeon en Jaïrus): (1) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (2) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (3) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus)

Lc 1,277 ιωσηφ = iôsèf (Jozef) Taalgebruik in de LXX: iôsèf (Jozef) Taalgebruik in het NT: iôsèf (Jozef) Taalgebruik in Lc: iôsèf (Jozef) Gebruik in de bijbel (234) , in de LXX (200) , in het NT (34) Gn (143) Ex (4) Lc (11): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,4 (3) Lc 2,16 (4) Lc 2,33 (5) Lc 2,43 (6) Lc 3,23 (7) Lc 3,24 (8) Lc 3,26 (9) Lc 3,30 (10) Lc 4,22 (11) Lc 23,50

 

iôsèf 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

1 

 

234 

200 

34 

11 

21 

25 

 

- Hebreeuws יוֹסֵף = jôseph (Jozef) Taalgebruik in Tenakh: jôseph (Jozef) Getalwaarde: jod = 10 , waw = 6 , samech = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal 48 ( 2³ X 3) OF 156 (2² X 3 X 13 OF 12 X 13 OF 6 X 26) Tenakh (186) Pentateuch (146) Eerdere Profeten (19) Latere Profeten (5) 12 Kleine Profeten (6) Geschriften (10) Gn (129)
- Arabisch: يُوسُف = jusuf (Jusuf) Taalgebruik in de Qoran: jusuf (Jusuf)

Lc 1,278 ek of ex (uit) Taalgebruik in het NT: ek (uit) Taalgebruik in Lc: ek (uit)
Lc (46 + 37 = 83) Lc 1 (6 + 4 = 10) ek (6): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,15 (4) Lc 1,61 (5) Lc 1,71 (6) ex (4): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,71 (4) Lc 1,78

Lc 1,279 gen mann enk oikou van het zelfst naamw oikos (huis) Taalgebruik in het NT: oikos (huis) Taalgebruik in Lc: oikos (huis) Taalgebruik in Hnd: oikos (huis) Taalgebruik in de Septuaginta: oikos (huis) Hebr be(j)th (huis) Taalgebruik in Tenakh: be(j)th (huis) Getalwaarde van be(j)th ; beth = 2 , jod = 10 , thaw = 22 of 400 ; totaal: 34 (2 X 17) OF 412) Tenakh (911) Lat domus Fr maison Ned huis E house D Hause Een vorm van oikos in de LXX (2062) , in het NT (112) Lc (3): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,4 (3) Lc 11,51 Een vorm van oikos (huis) in Lc 1 in 6 verzen: (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,27 (3) Lc 1,33 (4) Lc 1,40 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,69 Een vorm van oikos in de LXX (2062) , in het NT (112) Bij oikou (huis) staat geen lidw Moeten we vertalen: uit een huis van David ? of: uit het huis van David ? Is het via de lijn van Salomo of uit een andere lijn ?

8 - 9 ek oikou (uit 'het' huis van) Hebr mbe(j)th mibbajith OF mibbe(j)th Tenakh (102)

Lc 1,2710 δαυιδ = dauid (David) Taalgebruik in het NT: dauid (David) Taalgebruik in de LXX: dauid (David) Bijbel (957) OT (903) NT (54) Lc (12): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,69 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,11 (6) Lc 3,31 (7) Lc 6,3 (8) Lc 18,38 (9) Lc 18,39 (10) Lc 20,41 (11) Lc 20,42 (12) Lc 20,44
- Hebreeuws דָּוִד = dâwid (David) Taalgebruik in Tenakh: dâwid (David) Getalwaarde: daleth = 4 , waw = 6 ; totaal: 14 (2 X 7) Structuur: 4 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (509) Pentateuch (0) Eerdere Profeten (476) Latere Profeten (21) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften (11)
- Arabisch: dâwud (Dawud) Taalgebruik in de Koran: dâwud (Dawud)

Lc 1,278 - 10 ex oikou () dauid (uit een huis van David) in Lc (2): (1) Lc 1,27 (2) Lc 2,4 en oikô(i) dauid (in een huis van David): Lc 1,69

Lc 1,2711 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,2712 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,2714 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

15 gen vr enk παρθενου = parthenou van het zelfst naamw παρθενος = parthenos (maagd) Taalgebruik in het NT: parthenos (maagd) Taalgebruik in de LXX: parthenos (maagd) Bijbel (3): (1) Gn 34,3 (2) Jdt 9,2 (3) Lc 1,27 Een vorm van παρθενος = parthenos in de LXX (67) , in het NT (15)

Lc 1,2716 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

Lc 1,28 - Lc 1,28: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:28 kai eiselthôn pros autèn eipen chaire kecharitômenè o kurios meta sou 

28 et ingressus angelus ad eam dixit have gratia plena Dominus tecum benedicta tu in mulieribus  

28 En hij ging bij haar binnen (en) zei: “Wees gegroet, begenadigde, de Heer is met je“


28 En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen  

[28] De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug* u, begenadigde, de Heer is met u’ 

[28] Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’ 

28 Binnengekomen bij haar zegt hij: verheug je, begenadigde, de Heer is met je!– een gezegende ben je onder de vrouwen! 

28 Il entra et lui dit: « Réjouis-toi, comblée de grâce, le Seigneur est avec toi » 

King James Bible [28] And the angel came in unto her, and said, Hail, thou that art highly favoured, the Lord is with thee: blessed art thou among women
Luther-Bibel 28 Und der Engel kam zu ihr hinein und sprach: Sei gegrüßt, du Begnadete! Der Herr ist mit dir!

Tekstuitleg van Lc 1,28 Het vers Lc 1,28 telt 17 woorden en 85 (5 X 17) letters De getalwaarde van Lc 1,28 is 9230 (2 X 5 X 13 X 71)

Lc 1,281 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,282 part aor nom mann enk eiselthôn (binnengegaan) van het werkw eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in het NT: eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in Lc: eiserchomai (binnengaan) Lc (6): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 7,36 (4) Lc 11,37 (5) Lc 19,1 (6) Lc 19,45
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 45 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,40 Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten In Lc 1,38 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug

3 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

4 pers voornaamw 3de pers enk acc vr enk autèn (haar) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (25): (1) Lc 1,28 (2) Lc 1,57 (3) Lc 1,61 (4) Lc 2,6 (5) Lc 4,6 (6) Lc 4,39 (7) Lc 6,48 (8) Lc 7,13 (9) Lc 8,52 (10) Lc 9,24 (11) Lc 11,32 (12) Lc 13,7 (13) Lc 13,8 (14) Lc 13,9 (15) Lc 13,12 (16) Lc 13,18 (17) Lc 13,34 (18) Lc 16,16 (19) Lc 17,33 (20) Lc 18,5 (21) Lc 18,17 (22) Lc 19,41 (23) Lc 20,31 (24) Lc 20,33 (25) Lc 21,21

Lc 1,285 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

6

Lc 1,288 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,289 nom mann enk kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99 verzen

Lc 1,2810 meta (met , na) Afkorting: met' Taalgebruik in het NT: meta (na , met) Taalgebruik in Mc: meta (na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec (< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 = 58) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,39 (4) Lc 1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58 (2) Lc 1,66

11 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

- Tenakh (5): (1) (2) (3) (4) (5)

Lc 1,29 - Lc 1,29: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:29 è de epi logô dietarachthè kai dielogizeto potapos eiè o aspasmos outos 

29 quae cum vidisset turbata est in sermone eius et cogitabat qualis esset ista salutatio 

29 Zij nu was hevig ontsteld door dat woord en ze overlegde van welke aard die groet mocht zijn 

29 En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overleide, hoedanig deze groetenis mocht zijn  

[29] Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had  

[29] Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had 

29 Maar zij is door dit woord zeer geschokt en vraagt zich af wat deze begroeting wel betekent  

29 A cette parole elle fut toute troublée, et elle se demandait ce que signifiait cette salutation 

King James Bible [29] And when she saw him, she was troubled at his saying, and cast in her mind what manner of salutation this should be
Luther-Bibel 29 Sie aber erschrak über die Rede und dachte: Welch ein Gruß ist das?

Tekstuitleg van Lc 1,29 Het vers Lc 1,29 telt 15 (3 X 5) woorden en 73 letters De getalwaarde van Lc 1,29 is 8300 (2² X 5² X 83)

Lc 1,291 bep lidw nom vr enk ἡ = hè of betrekk voornaamw dat vr enk ᾑ = hè(i) of partikel van vergelijking ἠ = è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

2

nom vr enk hè

4860

3762 

1098 

151 

76

143 

117 

83 

443 

85 

370 

487 

 

Totaal  

54298 

42002 

12296 

1648 

940 

1649 

1422 

1696 

4013 

928 

4237

5659  

Lc 1,292 δε = de (echter) , afkorting δ' = d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in de LXX: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden Lc (478 + 5 = 483) Lc 9 (36 + 1 = 37) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80
Bij Lucas wordt het partikel δε = de veelvuldig gebruikt Hebben we meer met een geschreven dan met een gesproken tekst te maken ? In Lc 1,28 verschijnt de engel aan Maria en spreekt tot haar In Lc 1,29 volgt de reactie van Maria Er is verandering van personage Vandaar gebruikt Lucas het partikel δε = de (echter)

de (echter)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

de 

6210

3754

2456

421

149

478

203

490

708

7

1048 

1251 

d' 

73

50 

23 

12 

 

 

19 

20 

Totaal

6283

3804

2479

433

151

483

204

490

711

7

1067

1271

 

de (echter)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

de (478)

17 

11 

13 

18 

15 

23 

37 

36 

21 

22 

26 

13 

16 

15 

11 

26 

16 

22 

14 

35 

34 

20 

d' (5)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

483

17 

11 

13 

18 

15 

23 

37 

37 

23 

22 

26 

13 

16 

15 

12 

26 

16 

23 

14 

35 

34 

20 

 

1151 verzen 

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

 

80 

52 

38 

44 

39 

49 

50 

56 

62 

42 

54 

59 

35 

35 

32 

31 

37 

43 

48 

47 

38 

71 

56 

53 

Lc 1,293 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,294 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,295 dat mann enk logô(i) van het zelfst naamw logos (woord) Taalgebruik in het NT: logos (woord) Taalgebruik in Lc: logos (woord) logos komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (3): (1) Lc 1,29 (2) Lc 7,7 (3) Lc 24,19 Een vorm van logos (woord) in Lc in 33 verzen , in Lc 2 in 4 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,4 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,29

Lc 1,293 - 5 epi (i) logô(i) = op het woord: NT (3): (1) Mc 10,22 (2) Lc 1,29 (3) Hnd 20,38 epi tois logois = op de woorden: Lc 4,22

Lc 1,296 pass ind aor 3de pers enk διεταραχθη = dietarachthè (zij werd in verwarring gebracht) van het werkw διαταρασσω = diatarassô (in verwarring brengen) Taalgebruik in het NT: diatarassô (in verwarring brengen) Taalgebruik in de LXX: diatarassô (in verwarring brengen) Taalgebruik in Lc: diatarassô (in verwarring brengen) Lc (1) Lc 1,29 Enkel deze vorm in het NT Enigste gebruik van dit werkw in het NT Niet in de LXX
Zacharia werd in verwarring gebracht (εταραχθη = etarachthè) door het visioen van de engel (Lc 1,12) , Maria werd in verwarring gebracht (διεταραχθη = dietarachthè) door het woord van de engel (Lc 1,29)

Lc 1,297 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,297 imperat praes 2de pers enk fobou (vrees) van het werkw fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik in het NT: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik in Lc: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Lc (5): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,29 (3) Lc 5,10 (4) Lc 8,50 (5) Lc 12,32 Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Lc in 21 verzen

Lc 1,2911 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,2912 nom mann enk aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in het NT: aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in Lc: aspasmos (groet, welkom)
Lc (1) Lc 1,29 Een vorm van aspasmos (groet, welkom) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 11,43 (5) Lc 20,46

Lc 1,2913 nom mann enk houtos (deze) Aanwijz voornaamw Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze)
Lc (39) Lc 1 (3): (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,36

Lc 1,30 - Lc 1,30: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:30 kai eipen o aggelos autè fobou mariam eures gar charin para theô 

10 et ait angelus ei ne timeas Maria invenisti enim gratiam apud Deum 

30 En de engel zei haar: “Vrees niet, Maria, je hebt immers genade gevonden bij God  

30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden  

[30] Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God  

[30] Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken  

30 De aankondig–engel zegt tot haar: vrees niet, Maria, want je hebt genade gevonden bij God; 

30 Et l'ange lui dit: « Sois sans crainte, Marie ; car tu as trouvé grâce auprès de Dieu  

King James Bible [30] And the angel said unto her, Fear not, Mary: for thou hast found favour with God
Luther-Bibel 30 Und der Engel sprach zu ihr: Fürchte dich nicht, Maria, du hast Gnade bei Gott gefunden

Tekstuitleg van Lc 1,30 Het vers Lc 1,30 telt 14 (2 X 7) woorden en 58 (2 X 29) letters De getalwaarde van Lc 1,30 is 6255 (3² X 5 X 139) De engel reageert op de onrust van Maria met een geruststellend woord

Allereerst is er de inleiding op het woord van de engel Deze inleiding vertoont het meest overeenkomst met (1) Gn 16,9 (2) Gn 16,10 (3) Gn 16,11: het verhaal van de engel van de Heer en Hagar Op zich zegt dit nog niet veel Er is evenwel ook een grote overeenkomst tussen Lc 1,31 en Gn 16,11 Lucas put zijn inspiratie voor de aankondiging van Jezus bij het verhaal van de engel en Hagar Dat is wel merkwaardig Want Hagar is de dienstvrouw van Sara , de vrouw van Abraham Hagar is evenwel een Egyptische Lucas zou dus zijn inspiratie zoeken in de wijsheid van Egypte

Lc 1,301 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 3 Lc 1,26-38 (+ 10 / 13 - 3 / 13): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37 ) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
- L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,302 act ind aor 3de pers enk ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw λεγω = legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen)
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) , in Lc 1 in 4 verzen ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) , in Lc 1 in 12 verzen

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

ind aor 3de p enk eipen 

3024 

2426 

598 

118 

56 

223 

114 

75 

397 

511 

- Lat legere Fr leçon E to say Fr dire D sprechen (spreken) Arabisch: قَالَ = qâla (zeggen) Taalgebruik in de Qoran: qâla (zeggen)

Lc 1,301 - 2 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,303 bep lidw nom m enk ὁ = ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68
- Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,304 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11 Re (18): (1) Re 2,1 (2) Re 2,4 (3) Re 5,23 (4) Re 6,11 (5) Re 6,12 (6) Re 6,20 (7) Re 6,21 (8) Re 6,22 (9) Re 13,3 (10) Re 13,6 (11) Re 13,9 (12) Re 13,13 (13) Re 13,15 (14) Re 13,16 (15) Re 13,17 (16) Re 13,18 (17) Re 13,20 (18) Re 13,21
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Arabisch:
مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)

Lc 1,301 - 4 και ειπεν ὁ αγγελος = kai eipen ho aggelos (en de engel zei) Van de tien verzen in het Lucasevangelie waarin ho aggelos (de engel) onderwerp is , is er slechts 1 vers met eipen de (hij echter zei) nl Lc 1,13 (eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) en 2 verzen beginnen met kai eipen (en hij zei): (1) Lc 1,30 (kai eipen ho aggelos autè(i) = en de engel zei haar) (2) Lc 2,10 (kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen)

Lc 1,305 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,301 - 5 και ειπεν ὁ αγγελος αυτῃ = kai eipen ho aggelos autè(i) (en de engel zei tot haar) Meestal staat de voornaamwoordbepaling onmiddellijk na het werkwoord In dit vers staat het onderwerp (ho aggelos = de engel) onmiddellijk na het werkwoord
- וַיּאֹמֶר לָהּ מַלְאַך יהוה = wajjo´mer lâh malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei tot haar) Tenakh (3): (1) Gn 16,9 (2) Gn 16,10 (3) Gn 16,11
- וַיּאֹמֶר מַלְאַך יהוה = wajjo´mer malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei) Tenakh (4): (1) Nu 22,35 (2) Re 13,13 (3) Re 13,16 (4) Re 13,18
- וַיּאֹמֶר מַלְאַך הָאֱלֹהִים = wajjo´mer malë´akh ´èlohîm (de engel van God zei) Tenakh (1): Gn 21,17 Gn 21,17
- Grieks και ειπεν αυτῃ ὁ αγγελος κυριου = kai eipen autè(i) ho aggelos kuriou (en de engel van de Heer zei tot haar): OT (?): (1) Gn 16,9 (2) Gn 16,10 (3) Gn 16,11
-- και ειπεν ὁ αγγελος αυτῃ = kai eipen ho aggelos autè(i) (en de engel zei tot haar) NT (1): Lc 1,30 και ειπεν μοι ὁ αγγελος = kai eipen moi ho aggelos (en de engel zei tot mij) Nt (1): Apk 17,7
-- και ειπεν αυτῃ = kai eipen autè(i) (en hij zei tot haar) NT (5): (1) (2) (3) (4) (5)

Lc 1,306 (niet) Ontkenning Taalgebruik in het NT: (niet) Taalgebruik in Mc: (niet) Taalgebruik in Lc: (niet)
Lc (123) Lc 1 (4): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,30

Lc 1,307 imperat praes 2de pers enk fobou (vrees) van het werkw fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik in het NT: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) Taalgebruik in Lc: fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden)
Lc (5): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,30 (3) Lc 5,10 (4) Lc 8,50 (5) Lc 12,32 Een vorm van fobeomai (vrezen, door fobieën bevangen worden) in Lc in 21 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,50 (4) Lc 2,9 (5) Lc 2,10 (6) Lc 5,10 (7) Lc 8,25 (8) Lc 8,35 (9) Lc 8,50 (10) Lc 9,34 (11) Lc 9,45 (12) Lc 12,4 (13) Lc 12,5 (14) Lc 12,7 (15) Lc 12,32 (16) Lc 18,2 (17) Lc 18,4 (18) Lc 19,21 (19) Lc 20,19 (20) Lc 22,2 (21) Lc 23,40

Lc 1,308 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

Lc 1,309 act ind aor 2de pers enk εὑρες = heures (jij vondt) van het werkw εὑρισκω = heuriskô (vinden) Taalgebruik in het NT: heuriskô (vinden) Taalgebruik in de Septuaginta: heuriskô (vinden) Taalgebruik in Lc: heuriskô (vinden) Taalgebruik in Hnd: heuriskô (vinden) Bijbel (7): (1) Gn 27,20 (2) Gn 31,37 (3) 1 S 29,8 (4) Ez 27,33 (5) Neh 9,8 (6) Lc 1,30 (7) Apk 2,2 Een vorm van εὑρισκω = heuriskô (vinden) in de LXX (613) , in het NT (176) , in Lc (45) In Lc: 17 vormen in 18 / 24 hoofdstukken en 45 verzen In Hnd: X vormen in 17 hoofdstukken en 33 verzen

 

heuriskô 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

act ind aor 2de pers enk heures  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10 

11 

12 

13 

14 

15 

16 

17 

18 

 

heuriskô 

 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 15

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 22

Lc 23

Lc 24

act ind praes 3de pers enk heuriskei  

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 11,10 (2) Lc 11,25  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

act ind praes 1ste pers enk heuriskô  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 13,7  

 

 

 

 

 

(2) Lc 23,4  

 

act ind imperf 3de pers mv heuriskon 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 11,24  

 

 

 

 

 

(2) Lc 19,48  

 

 

 

act ind fut 3de pers enk heurèsei  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 12,37 (2) Lc 12,43  

 

 

 

(3) Lc 18,8  

 

 

 

 

act ind fut 2de pers mv heurèsete 

 

(1) Lc 2,12  

 

 

 

 

 

 

(2) Lc 11,9  

 

 

 

 

 

(3) Lc 19,30  

 

 

 

act ind aor 3de pers enk heuren 

 

 

(1) Lc 4,17  

 

 

 

 

 

 

 

(2) Lc 13,6  

 

 

 

 

(3) Lc 22,45  

 

 

act ind aor 2de pers enk heures  

Lc (1) Lc 1,30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

act ind aor 1ste pers enk of 3de pers mv heuron  

14 

 

(1) Lc 2,46

 

 

 

(2) Lc 7,9 (3) Lc 7,10

(4) Lc 8,35

 

 

 

 

(5) Lc 15,6 (6) Lc 15,9  

 

 

(7) Lc 19,32

(8) Lc 22,13

(9) Lc 23,13 (10) Lc 23,22

(11) Lc 24,2 (12) Lc 24,3 (13) Lc 24,24 (14) Lc 24,33        

act ind aor 1ste pers mv heuramen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 23,2  

 

10 

act conj aor 3de pers enk heurè(i)  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 12,38  

 

(2) Lc 15,4 (3) Lc 15,8  

 

 

 

 

 

 

11 

act conj aor 3de persmv heurôsin  

 

 

 

 

(1) Lc 6,7

 

 

(2) Lc 9,12

() Lc 11,54  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12 

act part aor nom mann enk heurôn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 15,5  

 

 

 

 

 

 

13 

act part aor nom vr enk heurousa  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) (6) Lc 15,9    

 

 

 

 

 

 

14 

act part aor nom mann mv heurontes 

 

(1) Lc 2,45  

 

(2) Lc 5,19   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15 

act part aor nom vr mv heurousai 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 24,23  

16 

pass ind aor 3de pers enk heurethè 

3

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 9,36  

 

 

 

(2) Lc 15,24 (3) Lc 15,32  

 

 

 

 

 

 

17 

pass ind aor 3de pers mv heurethèsan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 17,18

 

 

 

 

 

 

 

45 

5  

3  


- act qal perf 2de pers mann enk מָצָאתָ = mâtsâthâ (jij vondt) van het werkw מָצָא = mâtsâ´ (vinden) Taalgebruik in Tenakh: mâtsâ´ (vinden) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal: 32 ( 2² X 2³) of 131 Structuur: 4 - 9 - 1 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (8): (1) Gn 31,37 (2) Ex 33,12 (3) Ex 33,17 (4) 1 S 29,8 (5) 2 S 18,22 (6) Js 57,10 (7) Spr 24,14 (8) Spr 25,16
- Lat invenire Fr trouver Du latin populaire *tropare (« composer, inventer un air » d’où « composer un poème », puis « inventer, découvrir »), dérivé de tropusfigure de rhétorique » ? voir trope) Website: http://frwiktionaryorg/wiki/trouver Ned vinden D finden E to find

Lc 1,3010 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,30 (4) Lc 1,44 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,66 (7) Lc 1,76

Lc 1,3011 acc vr enk charin van het zelfst naamw charis (genade, gratie) Taalgebruik in het NT: charis (genade, gratie) Taalgebruik in Lc: charis (genade, gratie) Begin van een groet ch - r: L gratia Fr grâce Vertaling: gratie , genade , char-me , bevalligheid We zouden groeten: aangenaam Verwante woorden: eucharisteô (danken) Lc (3): (1) Lc 1,30 (2) Lc 7,47 (3) Lc 17,9 Een vorm van charis (genade, gratie) in Lc in 9 verzen: (1) Lc 1,30 (2) Lc 2,40 (3) Lc 2,52 (4) Lc 4,22 (5) Lc 6,32 (6) Lc 6,33 (7) Lc 6,34 (8) Lc 7,47 (9) Lc 17,9

9 11 - εὑρες χαριν ( jij vondt genade) NT = Lc (1): Lc 1,30
- εὑρεν χαριν (hij vond genade) NT = Hnd (1): Hnd 7,46
- מָצָאתָ הֵן = mâtsâthâ hen (jij vondt genade) Tenakh (2): (1) Ex 33,12 (2) Ex 33,17
- מָצָא הֵן = mâtsâ hen (hij vond genade) Tenakh (3): (1) Gn 6,8 (2) 1 S 16,22 (3) Jr 31,2
- In Ex 32 wordt verhaald hoe het volk een stierenkalf liet maken en het vereerden Deze zonde werd door JHWH zwaar gestraft In Ex 33 wil Mozes zich verzekeren van de gunst (genade) van JHWH Hij bevestigt dat Hij met het volk zal zijn en met hen zal meetrekken Mozes vraagt bovendien om de heerlijkheid van JHWH te zien , maar die ziet hij slechts langs achter

Lc 1,3012 παρα = para Afkorting παρ' = par' (langs, vanwege) Taalgebruik in het NT: para (langs) Taalgebruik in de LXX: para (langs) Taalgebruik in Lc: para (langs)
Lc (20 + 8 = 28) παρα = para in Lc (20): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,37 (3) Lc 1,45 (4) Lc 2,1 (5) Lc 2,52 (6) Lc 3,13 (7) Lc 5,1 (8) Lc 5,2 (9) Lc 7,38 (10) Lc 8,5 (11) Lc 8,12 (12) Lc 8,35 (13) Lc 8,41 (14) Lc 8,49 (15) Lc 13,2 (16) Lc 13,4 (17) Lc 17,16 (18) Lc 18,27 (19) Lc 18,35 (20) Lc 19,7 παρ' = par' (8): (1) Lc 6,19 (2) Lc 6,34 (3) Lc 9,47 (4) Lc 10,7 (5) Lc 11,16 (6) Lc 11,37 (7) Lc 12,48 (8) Lc 18,14  

para 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

para 

677 

553 

124 

13 

11 

20 

21 

18 

40 

44 

65 

 

 

par' 

238 

178 

60 

10 

10 

22 

16 

26 

21 

totaal

915 

731 

184 

17 

15 

28 

31 

28 

62 

60 

91 

 

 

13 bep lidw dat mann + onz enk (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

Lc 1,3014 dat  mann enk theô(i) van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju
Lc (9): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,38 (4) Lc 2,52 (5) Lc 16,13 (6) Lc 17,18 (7) Lc 18,27 (8) Lc 18,43 (9) Lc 20,25
Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

12 - 14 παρα τῳ θεῳ = para (i) theô(i) (vanwege God) NT (11): (1) Mc 10,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,37 (4) Lc 18,27 (5) Rom 2,11 (6) Rom 2,13 (7) Rom 9,14 (8) 1 Kor 3,19 (9) 1 Kor 7,24 (10) Gal 3,11 (11) Jak 1,27


Lc 1,31 - Lc 1,31: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:31 kai idou sullèmpsè en gastri kai texè uion kai kaleseis to onoma autou ièsoun  

11 ecce concipies in utero et paries filium et vocabis nomen eius Iesum  

31 En zie, je zult ontvangen in je schoot en je zult een zoon baren en je zult hem Jezus noemen

31 En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS  

[31] U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven 

[31] Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen  

31 zie, je zult in je schoot ontvangen en baren een zoon en zijn naam noemen: Jezus,– 

31 Voici que tu concevras dans ton sein et enfanteras un fils, et tu l'appelleras du nom de Jésus

King James Bible [31] And, behold, thou shalt conceive in thy womb, and bring forth a son, and shalt call his name JESUS
Luther-Bibel 31 Siehe, du wirst schwanger werden und einen Sohn gebären, und du sollst ihm den Namen Jesus geben

Tekstuitleg van Lc 1,31 Het vers Lc 1,31 telt 14 (2 X 7) woorden en 64 (2³ X 2³) letters De getalwaarde van Lc 1,31 is 6526 (2 X 13 X 251) De zwangerschap van Elisabet wordt aangekondigd in Lc 1,13 , die van Jezus in Lc 1,31 13 en 31 zijn elkaars spiegelbeelden De geboorteaankondiging van Jezus aan Maria komt het meest overeen met de geboorteaankondiging van Ismaël aan Hagar
- Gn 16,11: ιδου συ εν γαστρι εχεις και τεξῃ υἰον και καλεσεις το ονομα αυτου ισμαελ = idou su en gastri echeis kai texè(i) huion kai kaleseis to onoma autou ismaèl (zie jij hebt in je buik en je zult een zoon baren en je zult zijn naam noemen Ismaël)
- Lc 1,31: και ιδου συλλημψῃ εν γαστρι και τεξῃ υἰον και καλεσεις το ονομα αυτου ιησουν = kai idou sullèmpsè(i) en gastri kai texè(i) huion kai kaleseis to onoma autou ièsoun (en zie jij zult ontvangen in de buik en je zult een zoon ontvangen en je zult zijn naam noemen Jezus)
Twee geboorteaankondigingen: die van Johannes aan Zacharia (Lc 1,13) , die van Jezus aan Maria (Lc 1,31) Verwoord aan de hand van de geboorteaankondigingen van Isaäk aan Abraham (Gn 17,19) en van Ismaël aan Hagar (Gn 16,11)

- hinnâkh hârah wëjoladëthë ben (zie jij zwanger zijnde en barende een zoon) Bijbel (3): (1) Gn 16,11 (de engel van JHWH tot Hagar) (2) Re 13,5 (de engel van JHWH aan Simson) (3) Re 13,7 (idem als Re 13,5) LXX: (1) Gn 16,11: idou su en gastri echeis (tegenwoordige tijd) kai texèi (toekomende tijd) huion = zie je hebt in je buik en je zult een zoon baren (2) en (3) idou su en gastri exeis (toekomende tijd) kai texèi (toekomende tijd) huion = zie je zult hebben in je buik en je zult een zoon baren Zonder hinnâkh (zie jij) maar in de derde persoon: hinneh hâ`alëmäh hârah wëjoladëthë ben (zie de maagd zal zwanger worden en zij zal een zoon baren) LXX: idouparthenos en gastri exei kai texetai huion = zie de maagd zal in de buik hebben en zij zal een zoon baren Zie Lc 1,31: kai idou sullèmpsèi en gastri kai texei huion = en zie jij zult ontvangen in je buik en je zult een zoon baren)

Lc 1,311 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,312 ιδου = idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in LXX: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie) Taalgebruik in Hnd: idou (zie) Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,25 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,48 Lc 24 (3): (1) Lc 24,4 (2) Lc 24,13 (3) Lc 24,49 Hnd (23)
Zowel Mt als Lc gebruiken veelvuldig ιδου = idou (zie)

idou (zie)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

1229 

1037 

192 

59 

55

23 

19 

25 

121 

125 

 

 

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

55 

0

0

2

1

5

1

3

3

0

6

1

1

0

2

2

3

0

0

5

4

- הֵן / הֶנֵּה = hen / hinneh (zie) Taalgebruik in Tenakh: hen / hinneh (zie) Getalwaarde: he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal: 19 OF 55 (5 X 11) Structuur: 5 - 5 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (495) Pentateuch (96) Eerdere Profeten (153) Latere Profeten (140) 12 Kleine Profeten (29) Geschriften (77)
- Lat ecce E behold D Siehe Fr voici < vois ici

Lc 1,311 - 2 και ιδου = kai idou (en zie) NT (84) Lc (26) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 Lc 2 (1) Lc 2,25 Lc 24 (3 / 3): (1) Lc 24,4 (2) Lc 24,13 (3) Lc 24,49
- Hebreeuws וְהִנֵּה = wëhinneh (en zie) Zie: הֵן / הִנֵּה = hen / hinneh (zie) Taalgebruik in Tenakh: hen / hinneh (zie) Getalwaarde: he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal: 19 OF 55 (5 X 11) Structuur: 5 - 5 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (347) Pentateuch (114) Eerdere Profeten (111) Latere Profeten (70) 12 Kleine Profeten (16) Geschriften (36)
- הִנָּךְ = hinnâkh (zie jij) < = hinneh + suffix persoonl voornaamw 2de pers vr enk הֵן / הֶנֵּה = hen / hinneh (zie) Taalgebruik in Tenakh: hen / hinneh (zie) Tenakh (5): (1) Gn 16,11 (2) Re 13,5 (3) Re 13,7 (4) Hl 1,15 (5) Hl 4,1

Lc 1,313 act ind fut 2de pers enk συλλημψῃ = sullèmpsè(i) (jij zult zwanger worden) van het werkw συλλαμβανω = sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in het NT: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in de LXX: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in Lc: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Lc (1) Lc 1,31 Een vorm van συλλαμβανω = sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) in de LXX (118) , in het NT (16) , in Lc (7): (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 2,21 (5) Lc 5,7 (6) Lc 5,9 (7) Lc 22,54 Het Griekse συλλαμβανω = sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) kan de vertaling van 8 Hebreeuwse werkw zijn , oa het Hebreeuwse הָרָה = hârâh (zwanger worden - zijn)
- De werkwoordvorm act ind aor 3de pers enk συνελαβεν = sunelaben (zij werd zwanger) van het werkw συλλαμβανω = sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in het NT: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in de LXX: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Taalgebruik in Lc: sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) Bijbel (29) LXX (28) Pentateuch (9): (1) Gn 16,4 (2) Gn 29,32 (3) Gn 29,33 (4) Gn 29,34 (5) Gn 30,5 (6) Gn 30,7 (7) Gn 30,10 (8) Gn 30,12 (9) Gn 30,19 NT (1): Lc 1,24

Een vorm van het werkw συλλαμβανω = sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden) is vaak de vertaling van het Hebreeuwse act qal imperf 3de pers vr enk וַתַּהַר = waththahar (en zij werd zwanger) van het werkw הָרָה = hârâh (zie Jouön 79i , p160) Taalgebruik in Tenakh: härâh (zwanger worden, - zijn) Getalwaarde: he = 5 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) Structuur: 5 - 2 - 5 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (28) Pentateuch (18) Eerdere Profeten (4) Latere Profeten (1) 12 Kleine Profeten (3) Geschriften (2) Gn (13): (1) Gn 4,1 (Eva - Kaïn) (2) Gn 4,17 (de vrouw van Kaïn - Henoch) (3) Gn 16,4 (Hagar) - Gn 19,36 (beide dochters van Lot - Moab en Ben-Ammi) - (4) Gn 21,2 (Sara - Isaak) (5) Gn 25,21 (Rebekka - Esau en Jakob) (6) Gn 29,32 (Lea - Ruben) (7) Gn 29,33 (Lea - Simeon) (8) Gn 29,34 (Lea - Levi) (9) Gn 29,35 (Lea - Juda) (10) Gn 30,5 (Bilha - Dan) (10) Gn 30,7 (Bilha, de slavin van Rachel, - Naftali) (11) Gn 30,19 (Lea - Zebulon) (12) Gn 30,23 (Rachel - Jozef) (13) Gn 38,4 (Sua , de vrouw van Juda, - Onan) Eerdere Profeten (4): (1) 1 S 1,20 (2) 1 S 2,21 (3) 2 S 11,5 (4) 2 K 4,17
- Hebreeuws הָרָה = hârâh (zwanger worden, - zijn) Taalgebruik in Tenakh: härâh (zwanger worden, - zijn) Getalwaarde: he = 5 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal: 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) Structuur: 5 - 2 - 5 De som van de elementen is telkens 3 (1) act qal perf 3de pers mann enk ; hifil: hij doet zwanger zijn) (2) act qal part vr enk (zwanger zijnde) Tenakh (11): (1) Gn 16,11 (2) Gn 38,24 (3) Gn 38,25 (4) Ex 21,22 (5) Re 13,5 (6) Re 13,7 (7) 1 S 4,19 (8) 2 S 11,5 (9) Js 7,14 (10) Js 26,17 (11) Jr 31,8
- Het Hebreeuwse werkw הָרָה = hârâh (zwanger worden - zijn) wordt in het Grieks vertaald door λαμβανω εν γαστρι = lambanô en gastri (in de buik nemen) OF εχω εν γαστρι = echô en gastri (in de buik hebben) Mogen we dan vertalen: zwanger worden en zwanger zijn Uitzonderlijk wordt συλλαμβανω εν γαστρι = sullambanô en gastri (Lc 1,31) gebruikt ; meestal volstaat het werkw συλλαμβανω = sullambanô (samen nemen, meenemen, zwanger worden)
- Latijn act ind fut 2de pers enk concipies (jij zult ontvangen) van het werkw concipere Bijbel (4): (1) Re 13,3 (2) Re 13,5 (3) Re 13,7 (4) Lc 1,31 Door zijn vertaling klikt de Vulgaat het verhaal van Simson vast aan dat van Maria

Lc 1,314 εν = en (in, tijdens) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in de LXX: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80 Lc 2 (23): (1) Lc 2,1 (2) Lc 2,6 (3) Lc 2,7 (4) Lc 2,8 (5) Lc 2,11 (6) Lc 2,12 (7) Lc 2,14 (8) Lc 2,16 (9) Lc 2,19 (10) Lc 2,21 (11) Lc 2,23 (12) Lc 2,24 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,27 (15) Lc 2,29 (16) Lc 2,34 (17) Lc 2,36 (18) Lc 2,43 (19) Lc 2,44 (20) Lc 2,46 (21) Lc 2,49 (22) Lc 2,51 (23) Lc 2,52

en (in)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

synopt

ev

 

11097

8943

2154

247

119

288

182

226

966

126

654 

836 

 

en (in)  

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

288  

25 

23 

10 

18 

10 

12 

12 

13 

14 

12 

17 

13 

11 

11 

13 

12 

16 

 

- Hebr בְּ = Fr en Ned in E in D in Fr dans Arabisch: فِي = fi (in) Taalgebruik in de Qoran: fi (in)

Lc 1,315 dat vr enk γαστρι = gastri van het zelfst naamw γαστηρ = gastèr (buik, schoot) Taalgebruik in het NT: gastèr (buik, schoot) Taalgebruik in de LXX: gastèr (buik, schoot) Taalgebruik in Lc: gastèr (buik, schoot) NT (8): (1) Mt 1,18 (2) Mt 1,23 (3) Mt 24,19 (4) Mc 13,17 (5) Lc 1,31 (6) Lc 21,23 (7) 1 Tes 5,3 (8) Apk 12,2 Een vorm van γαστηρ = gastèr (buik, schoot) in de LXX (70) , in het NT (9) , in Lc (2)

 

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

dat vr enk gastri  

43 

35 

 

 

 

 

6 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,317 act ind fut 2de pers enk τεξῃ = texè(i) (jij zult baren) van het werkw τικτω = tiktô (baren, bevallen) Taalgebruik in het NT: tiktô (baren) Taalgebruik in de LXX: tiktô (baren) Taalgebruik in Lc: tiktô (baren) Bijbel: (1) Gn 3,16 (2) Gn 16,11 (3) Re 13,3 (4) Re 13,5 (5) Re 13,7 (6) Lc 1,31 Een vorm van τικτω = tiktô (baren) , in de LXX (244) , in het NT (18) , in Lc (5): (1) Lc 1,31 (2) Lc 1,57 (3) Lc 2,6 (4) Lc 2,7 (5) Lc 2,11
- Hebreeuws וְיֹךַדְת = wëjoladëth (en barende) < prefix verbindingswoord + act qal part vr enk van het werkw יָלַד = jâlad (voortbrengen) Zie het zelfst naamw יֶלֶד = jèlèd = het voortgebrachte , kind Taalgebruik in Tenakh: jèlèd = het voortgebrachte , kind Getalwaarde: jod = 10 , lamed = 12 of 30 , daleth = 4 ; totaal: 26 OF 44 (4 X 11) Structuur: 1 - 3 - 4 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (3): (1) Gn 16,11 (2) Re 13,5 (3) Re 13,7 w-j-l-d-th Tenakh (6): (1) Gn 16,11 (2) Re 13,3 (3) Re 13,5 (4) Re 13,7 (5) Js 7,14 (6) Jr 31,8

Lc 1,318 acc mann enk υἰον = huion van het zelfst naamw υἰος = huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in de LXX: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Lc (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,57 (5) Lc 2,7 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,22 (8) Lc 9,38 (9) Lc 9,41 (10) Lc 12,10 (11) Lc 20,13 (12) Lc 20,41 (13) Lc 21,27 (14) Lc 22,48 (15) Lc 24,7 Een vorm van υἰος = huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57

huios (zoon)  enk

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

acc enk huion

365

285

80

15

6

15

17

3

21

3

36

53

totaal

1851

1560

291

69

29

62

51

10

65

5

160

211

 

huios (zoon)  mv

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b

totaal

2499

2432

67

14

4

10

2

11

23

3

28

30 

23 

 

- Hebreeuws בֵּן/ בִּן / בֶּן= ben / bin / bèn (zoon, kind) Taalgebruik in Tenakh: ben (zoon, kind) Getalwaarde: beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal: 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) Structuur: 2 - 5 De som van de elementen is 7 Tenakh (1225) Pentateuch (284) Eerdere Profeten (392) Latere Profeten (231) 12 Kleine Profeten (26) Geschriften (292) Gn (85) Gn 21 (7): (1) Gn 21,2 (2) Gn 21,4 (3) Gn 21,5 (4) Gn 21,7 (5) Gn 21,9 (6) Gn 21,10 (7) Gn 21,13
- Lat filius Fr fils Ned zoon D Sohn E son Arabisch: اِبن = ´ibn (zoon) Taalgebruik in de Qoran: ´ibn (zoon)

Lc 1,319 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,3110 act ind fut 2de pers enk kaleseis (jij zult noemen) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc (2): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

Lc 1,3111 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,3112 nom + acc onz enk: onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M Fr nom Ned naam Eng name Lc (15): (1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet) (2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen) (3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth) (4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef) (5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen) (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam) (8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd) (9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30 (12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17 (15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)

Lc 1,3113 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,3114 acc mann enk ièsoun van de eigennaam ièsous (Jezus) Taalgebruik in NT: Ièsous (Jezus) Taalgebruik in Lc: Ièsous (Jezus)
Lc (14): (1) Lc 1,31 (2) Lc 2,27 (3) Lc 5,12 (4) Lc 7,4 (5) Lc 8,28 (6) Lc 8,35 (7) Lc 8,40 (8) Lc 9,33 (9) Lc 10,29 (10) Lc 19,3 (11) Lc 19,35 (12) Lc 23,8 (13) Lc 23,20 (14) Lc 23,25 Een vorm van ièsous (Jezus) in Lc in 87 verzen Dit is de enigste vorm in Lc 1

Lc 1,32 - Lc 1,32: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:32 houtos estai megas kai huios hupsistou klèthèsetai kai dôsei autô kurios o theos ton thronon dauid tou patros autou 

12 hic erit magnus et Filius Altissimi vocabitur et dabit illi Dominus Deus sedem David patris eius  

32 Deze zal groot zijn en zoon van de Allerhoogste genoemd worden; en de Heer God zal hein de troon geven van David zijn vader, 

32 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven  

[32] Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven  

[32] Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven 

32 hij zal groot zijn en ‘Zoon van de Allerhoogste’ worden genoemd; de Heer God zal hem geven de troon van zijn vader David; 

32 Il sera grand, et sera appelé Fils du Très-Haut Le Seigneur Dieu lui donnera le trône de David, son père

King James Bible [32] He shall be great, and shall be called the Son of the Highest: and the Lord God shall give unto him the throne of his father David:
Luther-Bibel 32 Der wird groß sein und Sohn des Höchsten genannt werden; und Gott der Herr wird ihm den Thron seines Vaters David geben,

Tekstuitleg van Lc 1,32 Het vers Lc 1,32 telt 19 woorden en 91 (7 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,32 is 12384 ( 2 X 2 X 2 X 2 X 2 X 3 X 3 X 43)

Lc 1,321 nom mann enk houtos (deze) Aanwijz voornaamw Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze)
Lc (39) Lc 1 (3): (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,36

Lc 1,322 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (32) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66

Lc 1,323 nom mann enk megas (groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot)
Lc (5): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 4,25 (4) Lc 7,16 (5) Lc 9,48 Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , in Lc 1 (4): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,49

Lc 1,321 - 3 houtos estai megas (deze zal groot zijn) In NT , nl in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,32 (2) Lc 9,48
Lucas beschrijft op parallelle wijze Johannes de Doper en Jezus Allereerst wat hun grootheid betreft:
- Lc 1,15: estai gar megas enôpion tou kuriou (hij zal groot zijn in het oog van de Heer)
- Lc 1,32: houtos estai megas (deze zal groot zijn)

Lc 1,324 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,325 nom mann enk υἰος = huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in de LXX: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Lc (39) Lc 1 (2): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 Een vorm van υἰος = huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57

huios (zoon)  enk

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

nom mann enk huios

885

732

153

42

19

39

26

6

19

2

100

126

totaal

1851

1560

291

69

29

62

51

10

65

5

160

211

 

huios (zoon)  mv

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b

totaal

2499

2432

67

14

4

10

2

11

23

3

28

30 

23 

 

- Hebreeuws בֵּן/ בִּן / בֶּן= ben / bin / bèn (zoon, kind) Taalgebruik in Tenakh: ben (zoon, kind) Getalwaarde: beth = 2 , nun = 14 of 50 ; totaal: 16 (2² X 2²) of 52 (2 X 26) Structuur: 2 - 5 De som van de elementen is 7 Tenakh (1225) Pentateuch (284) Eerdere Profeten (392) Latere Profeten (231) 12 Kleine Profeten (26) Geschriften (292) Gn (85) Gn 21 (7): (1) Gn 21,2 (2) Gn 21,4 (3) Gn 21,5 (4) Gn 21,7 (5) Gn 21,9 (6) Gn 21,10 (7) Gn 21,13
- Lat filius Fr fils Ned zoon D Sohn E son Arabisch: اِبن = ´ibn (zoon) Taalgebruik in de Qoran: ´ibn (zoon)

Lc 1,326 gen mann enk hupsistou van het zelfst naamw hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in het NT: hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in Lc: hupsistos (allerhoogste) Lc (5): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,76 (4) Lc 6,35 (5) Lc 8,28 Een vorm van hupsistos (allerhoogste) in Lc in 7 verzen: 5 + 2: (1) Lc 2,14 (2) Lc 19,38

Lc 1,327 pass ind fut 3de pers enk klèthèsetai (hij zal genoemd worden) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen)
Lc (4): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60 (4) Lc 2,23 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

Lc 1,325 - 7 Opnieuw Johannes de Doper en Jezus , ditmaal om het onderscheid aan te duiden:
- Lc 1,76: kai su de paidion profètès hupsistou klèthèsè(i) (en jij echter kind jij zult profeet van de Allerhoogste genoemd worden)
- Lc 1,32: kai huios hupsistou klèthèsetai (en hij zal zoon van de Allerhoogste genoemd worden)

Lc 1,328 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,329 act ind fut 3de pers enk dôsei (hij zal geven) van het werkw didômi (geven) Taalgebruik in het NT: didômi (geven) Taalgebruik in Mc: didômi (geven) Hebr nâthan (tha) Lat dare / donare - donum: geven - gave , gift Fr donner - don: geven - gave
Lc (5): (1) Lc 1,32 (2) Lc 11,8 (3) Lc 11,13 (4) Lc 16,12 (5) Lc 20,16 Een vorm van didômi (geven) in Lc in 54 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,74 (3) Lc 1,77

Lc 1,3210 dat mann + onz enk autô(i) van het persoonl voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (144): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,11 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,74

Lc 1,3211 nom mann enk kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99 verzen

Lc 1,3212 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,3213 nom mann enk theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju
Lc (15) (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,68 (3) Lc 3,8 (4) Lc 5,21 (5) Lc 7,16 (6) Lc 8,39 (7) Lc 12,20 (8) Lc 12,24 (9) Lc 12,28 (10) Lc 16,15 (11) Lc 18,7 (12) Lc 18,11 (13) Lc 18,13 (14) Lc 18,19 (15) Lc 20,38
Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

Lc 1,3211 - 13 kurios ho theos (JHWH God) Lc (2): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,68

Lc 1,3214 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,3215 acc mann enk thronon van het zelfst naamw thronos (troon) Taalgebruik in het NT: thronos (troon) Taalgebruik in Lc: thronos (troon)
Lc (1) Lc 1,32 Een vorm van thronos (troon) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,52 (3) Lc 22,30

Lc 1,3216 δαυιδ = dauid (David) Taalgebruik in het NT: dauid (David) Taalgebruik in de LXX: dauid (David) Bijbel (957) OT (903) NT (54) Lc (12): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,69 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,11 (6) Lc 3,31 (7) Lc 6,3 (8) Lc 18,38 (9) Lc 18,39 (10) Lc 20,41 (11) Lc 20,42 (12) Lc 20,44
- Hebreeuws דָּוִד = dâwid (David) Taalgebruik in Tenakh: dâwid (David) Getalwaarde: daleth = 4 , waw = 6 ; totaal: 14 (2 X 7) Structuur: 4 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (509) Pentateuch (0) Eerdere Profeten (476) Latere Profeten (21) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften (11)
- Arabisch: dâwud (Dawud) Taalgebruik in de Koran: dâwud (Dawud)

Lc 1,3217 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,3218 gen mann enk patros van het zelfst naamw patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Hebr âbh Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Lc (8): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,59 (3) Lc 2,49 (4) Lc 9,26 (5) Lc 10,22 (6) Lc 15,17 (7) Lc 16,27 (8) Lc 24,49 Een vorm van patèr (vader) in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73

Lc 1,3219 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,33 - Lc 1,33: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:33 kai basileusei epi ton oikon iakôb eis tous aiônas kai tès basileias autou ouk estai telos 

13 et regnabit in domo Iacob in aeternum et regni eius non erit finis  

33 en hij zal heersen over het huis van Jakob voor de eeuwen en aan zijn heerschappij zal er geen einde zijn )”  

33 En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn 

[33] Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen’ 

[33] Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen’ 

33 hij zal koning zijn over het huis van Jakob in alle eeuwen, en aan zijn koninkrijk zal geen grens noch einde zijn! 

33 il régnera sur la maison de Jacob pour les siècles et son règne n'aura pas de fin »  

King James Bible [33] And he shall reign over the house of Jacob for ever; and of his kingdom there shall be no end
Luther-Bibel 33 und er wird König sein über das Haus Jakob in Ewigkeit, und sein Reich wird kein Ende haben

Tekstuitleg van Lc 1,33 Het vers Lc 1,33 telt 16 (2² X 2²) woorden en 75 (3 X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,33 is 8489 (13 X 653)

Lc 1,331 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,333 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,334 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,337 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

8 bep lidw acc mann mv tous (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (98) Lc 1 (4): (1) Lc 1,33 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,65 (4) Lc 1,79

Lc 1,3310 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,3311 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,3312 gen vr enk + acc vr mv basileias (van het koninkrijk) van het zelfstandig naamw basileia (koninkrijk) Taalgebruik in het NT: basileia (koninkrijk) Taalgebruik in Lc: basileia (koninkrijk) Lc (5): (1) Lc 1,33 (2) Lc 4,5 (3) Lc 8,10 (4) Lc 9,11 (5) Lc 18,29 Een vorm van basileia (koninkrijk) in Lc in 44 verzen

Lc 1,3313 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,3314 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

Lc 1,3315 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66

Lc 1,34 - Lc 1,34: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:34 eipen de mariam pros ton aggelon pôs estai touto epei andra ou ginôskô 

14 dixit autem Maria ad angelum quomodo fiet istud quoniam virum non cognosco 

Maria nu zei tegen de engel: “Hoe zal dit zijn, daar ik geen man bekend heb?”  


34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?

[34] ‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel ‘Ik heb geen omgang met een man’  

[34] Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad’ 

34 Maria zegt tot de aankondig–engel: hoe kan dit zijn, daar ik met geen man gemeenschap heb?  

34 Mais Marie dit à l'ange: « Comment cela sera-t-il, puisque je ne connais pas d'homme ? »  

King James Bible [34] Then said Mary unto the angel, How shall this be, seeing I know not a man?
Luther-Bibel 34 Da sprach Maria zu dem Engel: Wie soll das zugehen, da ich doch von keinem Mann weiß?

Tekstuitleg van Lc 1,34 Het vers Lc 1,34 telt 13 woorden en 57 (3 X 19) letters De getalwaarde van Lc 1,34 is 6678 (2 X 3² X 7 X 53)

Lc 1,341 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

Lc 1,342 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,341 - 2 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,343 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

Lc 1,344 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

Lc 1,345 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,346 acc mann enk aggelon van het zelfst naamw aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in Mc: aggelos (engel) Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden
Lc (3): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 7,27 Een vorm van aggelos (engel) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 Een vorm van aggelos (engel) in Lc in 25 verzen

7 pôs (hoe) Taalgebruik in het NT: pôs (hoe) Taalgebruik in Lc: pôs (hoe)
Lc (16): (1) Lc 1,34 (2) Lc 6,42 (3) Lc 8,18 (4) Lc 8,36 (5) Lc 10,26 (6) Lc 11,18 (7) Lc 12,11 (8) Lc 12,27 (9) Lc 12,50 (10) Lc 12,56 (11) Lc 14,7 (12) Lc 18,24 (13) Lc 20,41 (14) Lc 20,44 (15) Lc 22,2 (16) Lc 22,4

8 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66

9 nom + acc onz enk touto van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (37): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,66

12 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

Lc 1,35 - Lc 1,35: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:35 kai apokritheis o aggelos eipen autè pneuma agion epeleusetai epi se kai dunamis upsistou episkiasei soi dio kai to gennômenon agion klèthèsetai uios theou

15 et respondens angelus dixit ei Spiritus Sanctus superveniet in te et virtus Altissimi obumbrabit tibi ideoque et quod nascetur sanctum vocabitur Filius Dei 

35 En de engel antwoordde (en) zei haar: “Dc heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen; daarom ook zal dat wat geboren wordt heilig genoemd worden, zoon van God  

35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden  

[35] De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken* Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God  

[35] De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God  

35 Ten antwoord zegt de aankondig–engel tot haar: geestesadem van de Heilige zal over je komen, kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen; daarom zal wat voortgebracht wordt heilig genoemd worden, Zoon van God;  

35 L'ange lui répondit: « L'Esprit Saint viendra sur toi, et la puissance du Très-Haut te prendra sous son ombre ; c'est pourquoi l'être saint qui naîtra sera appelé Fils de Dieu  

King James Bible And the angel answered and said unto her, The Holy Ghost shall come upon thee, and the power of the Highest shall overshadow thee: therefore also that holy thing which shall be born of thee shall be called the Son of God
Luther Bibel Der Engel antwortete und sprach zu ihr: aDer heilige Geist wird über dich kommen, und die Kraft des Höchsten wird dich überschatten; darum wird auch das Heilige, das geboren wird, Gottes Sohn genannt werden

Tekstanalyse van Lc 1,35 Dit vers Lc 1,35 telt 26 (2 X 13) woorden en 134 (2 X 67) letters De getalwaarde van Lc 1,35 is 11667 (3 X 3889) In het citaat van de engel treffen we vooreerst twee nevenschikkende zinnen aan , die parallel zijn opgebouwd: onderwerp , vervoegd werkwoord , bepaling De zinnen tellen elk vijf woorden en dertien lettergrepen In totaal zijn dat tien woorden en zesentwintig lettergrepen Zesentwintig is de getalwaarde van de naam JHWH De twee vervoegde werkwoorden hebben het voorvoegsel epi ; in de eerste zin wordt epi nog eens herhaald na het vervoegd werkwoord De vervoegde werkwoorden tellen elk vijf lettergrepen
- Lc 1,35b: pneuma hagion epeleusetai epi se = heilige geest zal op je 'neer'komen
- Lc 1,35c: kai dunamis hupsistou episkiasei se = en kracht van de allerhoogste zal je overschaduwen

Lc 1,351 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,352 part aor nom mann enk apokritheis (beantwoord) van het werkw apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in het NT: apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in Lc: apokrinomai (antwoorden) Lc (33) Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60

Lc 1,353 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,354 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Arabisch:
مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)

Lc 1,355 act ind aor 3de pers enk ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw λεγω = legô (zeggen) Taalgebruik in het NT: legô (zeggen) Taalgebruik in de Septuaginta: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) Taalgebruik in Hnd: legô (zeggen) Bijbel (3024) OT (2426) NT (598) Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) , in Lc 1 (4) ; van ειπον = eipon (ik zei) in Lc 1 (12)
- Hebr ´âmar (zeggen) Taalgebruik in Tenach: ´âmar (zeggen) E to say Fr dire D sprechen (spreken) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon

Lc 1,356 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,351 - 6
- ειπεν ὁ αγγελος = eipen ho aggelos (de engel zei) NT (3): (1) Lc 1,30 (2) Hnd 12,8 (3) Apk 17,7
-- και ειπεν ὁ αγγελος αυτῃ = kai eipen ho aggelos autè(i) (en de engel zei): NT (1): Lc 1,30
-- και ειπεν αυτοις ὁ αγγελος = kai eipen autois ho aggelos = en de engel zei hen) NT (1): Lc 2,10
- ειπεν δε προς αυτον ὁ αγγελος = eipen de pros auton ho aggelos = de engel echter zei tot hem) NT (1): Lc 1,13
- και αποκριθεις ὁ αγγελος ειπεν = kai apokritheis ho aggelos eipen (en beantwoord zei de engel)
-- (1) Lc 1,19: και αποκριθεις ὁ αγγελος ειπεν αυτῳ = kai apokritheis ho aggelos eipen autôi (en beantwoord zei de engel hem)
-- (2) Lc 1,35: και αποκριθεις ὁ αγγελος ειπεν αυτῃ = kai apokritheis ho aggelos eipen autèi (en beantwoord zei de engel haar)
In de twee verzen beantwoordt de engel een vraag , in Lc 1,19 van Zacharia en in Lc 1,35 van Maria
- יהוה מַלְאַך וַיּאֹמֶר = wajjo´mer malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei) Tenakh (4): (1) Nu 22,35 (2) Re 13,13 (3) Re 13,16 (4) Re 13,18
- הָאֱלֹהִים מַלְאַך וַיּאֹמֶר = wajjo´mer malë´akh ´èlohîm (de engel van God zei) Tenakh (1): Gn 21,17
- הָאֱלֹהִים מַלְאַך וַיּאֹמֶר = wajjo´mer malë´akh hâ´èlohîm (de engel van God zei) Tenakh (6): (1) Gn 31,11 (2) Ex 14,19 (3) Re 6,20 (4) Re 13,6 (5) Re 13,9 (6) 2 S 14,20

Lc 1,357 nom+ acc onz enk πνευμα = pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in de Septuaginta: pneuma (geest) Taalgebruik in Lc: pneuma (geest) Taalgebruik in Hnd: pneuma (geest) Lc (16): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,25 (4) Lc 3,22 (5) Lc 4,18 (6) Lc 4,33 (7) Lc 8,55 (8) Lc 9,39 (9) Lc 11,13 (10) Lc 11,24 (11) Lc 12,10 (12) Lc 12,12 (13) Lc 13,11 (14) Lc 23,46 (15) Lc 24,37 (16) Lc 24,39 Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) , in Lc (36) , in Hnd (70) , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 2 (3): (1) Lc 2,25 (2) Lc 2,26 (3) Lc 2,27 , in Lc 3 (4): (1) Lc 3,6 (2) Lc 3,13 (3) Lc 3,17 (4) Lc 3,22 , in Lc 4 (5): (1) Lc 4,1 (2) Lc 4,14 (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,33 (5) Lc 4,36 In Lc: X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20: 28 hoofdstukken Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382)

 

pneuma

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk 

syn

ev 

1

nom+ acc onz enk pneuma

366

220

146

6

12

16

14

31

55

12

34

48

 

pneuma

Mt 

Mc 

Lc 

syn

ev 

nom+ acc enk pneuma

6: (1) Mt 3,16 (2) Mt 10,20 (3) Mt 12,18 (4) Mt 12,43 (5) Mt 26,41 (6) Mt 27,50

12: (1) Mc 1,10 (2) Mc 1,12 (3) Mc 1,26 (4) Mc 3,29 (5) Mc 3,30 (6) Mc 5,8 (7) Mc 7,25 (8) Mc 9,17 (9) Mc 9,20 (10) Mc 9,25 (11) Mc 13,11 (12) Mc 14,38

16: (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,25 (4) Lc 3,22 (5) Lc 4,18 (6) Lc 4,33 (7) Lc 8,55 (8) Lc 9,39 (9) Lc 11,13 (10) Lc 11,24 (11) Lc 12,10 (12) Lc 12,12 (13) Lc 13,11 (14) Lc 23,46 (15) Lc 24,37 (16) Lc 24,39

34: (1) Mt 3,16 // Mc 1,10 // Lc 3,22 (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 (3) / Mc 3,29 // Lc 12,10 (4) Mc 5,8 // Lc 8,29 (5) Mt 10,20 // Lc 12,12 (6) Mt 12,43 // Lc 11,24 (7) Mt 26,41 // Mc 14,38

48

- רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Getalwaarde: resj = 20 of 200 waw = 6 chet = 8 Totaal: 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) Structuur: 2 - 6 - 8 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (204) Pentateuch (19) Eerdere Profeten (33) Latere Profeten (65) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften (68) Pentateuch (19): (1) Gn 6,17 (2) Gn 7,15 (3) Gn 7,22 (4) Gn 8,1 (5) Gn 26,35 (6) Gn 41,38 (7) Gn 45,27 (8) Ex 6,9 (9) Ex 10,13 (10) Ex 10,19 (11) Ex 28,3 (12) Ex 31,3 (13) Ex 35,31 (14) Nu 5,14 (15) Nu 5,30 (16) Nu 14,24 (17) Nu 24,2 (18) Nu 27,18 (19) Dt 34,9 Js (28) Js 1-39 (13): (1) Js 7,2 (2) Js 11,2 (3) Js 17,13 (4) Js 19,3 (5) Js 19,14 (6) Js 25,4 (7) Js 26,18 (8) Js 29,10 (9) Js 29,24 (10) Js 31,3 (11) Js 32,2 (12) Js 32,15 (13) Js 37,7 Js 40-66 (15): (1) Js 40,7 (2) Js 40,13 (3) Js 41,29 (4) Js 54,6 (5) Js 57,13 (6) Js 57,15 (7) Js 57,16 (8) Js 59,19 (9) Js 61,1 (10) Js 61,3 (11) Js 63,10 (12) Js 63,11 (13) Js 63,14 (14) Js 65,14 (15) Js 66,2
- Lat spiritus Fr esprit E spirit Ned geest D Geist Arabisch: روح = rûH (geest) Taalgebruik in de Qoran: rûH (geest)

Lc 1,358 nom + acc onz enk ἁγιον = hagion van het bijvoegl naamw ἁγιος = hagios (heilig) Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in de Septuaginta: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Lc (8): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,49 (3) Lc 2,23 (4) Lc 2,25 (5) Lc 3,22 (6) Lc 11,13 (7) Lc 12,10 (8) Lc 12,12 Een vorm van ἁγιος = hagios (heilig) in de LXX (832) , in het NT (233) , in Lc (19): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,49 (5) Lc 1,67 (6) Lc 1,70 (7) Lc 1,72 (8) Lc 2,23 (9) Lc 2,25 (10) Lc 2,26 (11) Lc 3,16 (12) Lc 3,22 (13) Lc 4,1 (14) Lc 4,34 (15) Lc 9,26 (16) Lc 10,21 (17) Lc 11,13 (18) Lc 12,10 (19) Lc 12,12

 

hagios (heilig)

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk 

syn

ev

3

nom + acc onz enk hagion

204

160

44

1

3

8

2

20

10

 

12

14

 

hagios (heilig)

Mt 

Mc  

Lc 

syn

ev

nom mann enk hagios

 

1: Mc 1,24

1: Lc 4,34

2: (1) Mc 1,24 // Lc 4,34

3

nom + acc onz enk hagion

1: Mt 7,6

3: (1) Mc 3,29 (2) Mc 6,20 (3) Mc 13,11

8: (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,49 (3) Lc 2,23 (4) Lc 2,25 (5) Lc 3,22 (6) Lc 11,13 (7) Lc 12,10 (8) Lc 12,12

12: (1) Mt 12,32 // Mc 3,29 // Lc 12,10

14

gen mann + onz enk hagiou

4: (1) Mt 1,18 (2) Mt 1,20 (3) Mt 12,32 (4) Mt 28,19

 

5: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,67 (4) Lc 2,26 (5) Lc 4,1

9

9

gen vr enk + acc vr mv hagias

 

 

1: Lc 1,72

 

dat m + onz enk hagiô(i)

2: (1) Mt 3,11 (2) Mt 24,15

2: (1) Mc 1,8 (2) Mc 12,36

2: (1) Lc 3,16 (2) Lc 10,21

6: (1) Mt 3,11 // Mc 1,8 // Lc 3,16

7

gen mann + vr + onz mv hagiôn

1: Mt 27,52

1: Mc 8,38

2: (1) Lc 1,70 (2) Lc 9,26

4: (1) Mc 8,38 // Lc 9,26

4

Totaal  

8

7

19

34

37

- קָדוֹשׁ = qâdôsj (heilig) Stat constr קְדוֹשׁ = qëdôsj Taalgebruik in Tenakh: qâdôsj (heilig) Getalwaarde: qoph = 19 of 100 , daleth = 4 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 ; totaal: 50 OF 410 (2 X 5 X 41) Structuur: 1 - 4 - 6 - 3 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (53) Pentateuch (13) Eerdere Profeten (3) Latere Profeten (25) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften (11)
- Lat sanctus Fr saint Ned heilig D heilig E holy Arabisch: مُقَدَّس = muqaddas (heilig) < stam q-d-s Taalgebruik in de Koran: muqaddas (heilig)

Lc 1,357 - 8 (to) pneuma () (to) hagion = (de) heilige geest , als nom in Lc (2): (1) Lc 1,35 (2) Lc 3,22 (to pneuma to hagion = de geest de heilige) (to) pneuma () (to) hagion = (de) heilige geest , als acc in Lc (2): (1) Lc 2,25 (pneuma hagion = geest was heilig) (2) Lc 11,13 to () hagion pneuma in Lc (2): (1) Lc 12,10 (19) Lc 12,12 ( to gar hagion pneuma = want de heilige geest)

Lc 1,359 ind fut 3de pers enk επελευσεται = epeleusetai (hij zal komen over) van het werkw επερχομαι = eperchomai (komen op) Taalgebruik in het NT: eperchomai (komen op) Taalgebruik in de LXX: eperchomai (komen op) Taalgebruik in Lc: eperchomai (komen op) Prefix epi (over) en het werkwoord erchomai (gaan, komen) Bijbel (15): (1) Nu 6,5 (2) Nu 8,7 (3) Spr 26,2 (4) Job 19,29 (5) Job 20,22 (6) Job 21,17 (7) Job 23,6 (8) Job 23,17 (9) Job 25,3 (10) Pr 2,12 (11) Da 11,15 (12) Da 11,41 (13) Bar 4,24 (14) Bar 4,35 (15) Lc 1,35 Een vorm van επερχομαι = eperchomai (komen op) in de LXX (112) , in het NT (9) , Lc (3): (1) Lc 1,35 (2) Lc 11,22 (3) Lc 21,26

10 επι = epi (op, bij) Afkortingen: επ' = ep' en εφ' = ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in de LXX: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) επι = epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 επ' = ep' (1) Lc 1,12 Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) Hier is het voorzetsel επι = epi de versterking van het werkw met het voorvoegsel επι = epi

epi (op, bij) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

epi

4540 

3946

594 

91 

51 

104 

22 

120 

117

89 

246 

268 

ep

1320 

1179 

141 

13 

14 

25 

13 

24 

30 

22 

52 

65 

ef 

430 

348 

82 

10 

20 

17 

25 

36 

37 

Totaal  

6290 

5473 

817 

114 

71 

149 

36 

161 

172 

114 

334 

370 


- Lat ad Fr à E at Ned op , naar, bij D bei

Lc 1,3512 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

13 nom vr enk dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in het NT: dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Lc: dunamis (macht, kracht) Taalgebruik in Hnd: dunamis (macht, kracht) Hebr chaîl (kracht, sterkte) Taalgebruik in Tenakh: chaîl (kracht, sterkte) Lat vir-tus Fr puissance + E power < Lat potentia (mogelijkheid) zie Lat posse (kunnen) Ned kracht D Kraft Lc (3): (1) Lc 1,35 (2) Lc 5,17 (3) Lc 6,19 Hnd (1) Een vorm van dunamis (macht, kracht) in Lc in 12 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,35 (3) Lc 4,14 (4) Lc 4,36 (5) Lc 5,17 (6) Lc 6,19 (7) Lc 8,46 (8) Lc 9,1 (9) Lc 10,19 (10) Lc 21,27 (11) Lc 22,69 (12) Lc 24,49 In Lc: 6 vormen van dunamis (macht, kracht) in 15 verzen in 11 hoofdstukken In Hnd: 6 vormen van dunamis (macht, kracht) in 10 verzen in 7 hoofdstukken

14 gen mann enk hupsistou van het zelfst naamw hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in het NT: hupsistos (allerhoogste) Taalgebruik in Lc: hupsistos (allerhoogste) Lc (5): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,76 (4) Lc 6,35 (5) Lc 8,28 Een vorm van hupsistos (allerhoogste) in Lc in 7 verzen: 5 + 2: (1) Lc 2,14 (2) Lc 19,38

Lc 1,35 a

Lc 1,35 b

Hnd 1,8

Lc 24,49

Lc 1,17

Lc 3,22

Lc 4,14a

Lc 4,18

 

 kai (en)

kai lèmpsethe (en gij zult ontvangen)

heôs hou endusèsthe (totdat jullie

 

kai (en) katabènai (neerdalen) 

 

 

pneuma hagion (heilige geest)

dunamis hupsistou (de kracht van de Allerhoogste) 

dunamin (kracht)

eks hupsous dunamin (vanuit de hoge kracht)

en pneumati kai dunamei èliou (in de geest en de kracht van Elia)  

to pneuma to hagion (de heilige geest)

en tèi dunamei tou pneutos (in de kracht van de geest)

pneuma kuriou (de geest van de Heer)

epeleusetai (zal komen)

episkiasei (zal overschaduwen)  

epelthontos tou hagiou pneumatos (van de komende heilige geest)

 

 

 

 

 

epi se (over u)

soi (u)  

ef'humas (over u)

 

 

ep'auton (over hem)

 

ep'eme (op mij)

3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38

3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 

Hnd 1,1-14: Jezus'laatste opdracht en hemelvaart

355 Verschijning aan de leerlingen in Jeruzalem: Lc 24,36-49

2 Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,5-25  

18 Doop van Jezus: Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22

21 Begin van Jezus'optreden in Galilea: Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15

22 Prediking te Nazaret en verwerping: Lc 4,16-30 - Mc 6,1-6a - Mt 13,53-58

Lc 1,3515 act ind fut 3de pers enk episkiasei (hij zal overschaduwen) van het werkw episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) Taalgebruik in het NT: episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) Taalgebruik in Lc: episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) Lc (1) Lc 1,35 Schaduw duidt op aanwezigheid en afwezigheid Een vorm van episkiazô (overschaduwen, een schaduw werpen op) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,35 (2) Lc 9,34 In Ex 40,35 symboliseert de wolk op de verbondstent de aanwezigheid van JHWH In Lc 1,35 duidt de overschaduwing op de aanwezigheid van God

Lc 1,3518 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,3519 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,3520 pass part praes nom + acc onz enk gennômenon (wat wordt voortgebracht) van het werkw gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in het NT: gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in Lc: gennaô (voortbrengen, baren)
Lc (1) Lc 1,35 Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,57 (4) Lc 3,22 (5) Lc 20,34 (6) Lc 23,29

Lc 1,3522 pass ind fut 3de pers enk klèthèsetai (hij zal genoemd worden) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen)
Lc (4): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60 (4) Lc 2,23 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

Lc 1,3523 nom mann enk huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Lc (39) Lc 1 (2): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57

Lc 1,3524 gen mann enk  theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju
Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

Lc 1,36 - Lc 1,36: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:36 kai idou elisabet è suggenis sou kai autè suneilèfen uion en gèrei autès kai outos mèn ektos estin autè kaloumenè steira 

16 et ecce Elisabeth cognata tua et ipsa concepit filium in senecta sua et hic mensis est sextus illi quae vocatur sterilis 

36 En zie Elisabet, je verwante, ook deze heeft een zoon ontvangen in haar ouderdom, en dit is de zesde maand voor haar die onvruchtbaar genoemd werd 

36 En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde 

[36] Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand  

[36] Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 

36 en zie, Elisabet, die aan jou verwant is, ook zij heeft in haar ouderdom een zoon ontvangen,– het is nu de zesde maand voor haar die onvruchtbaar werd genoemd;  

36 Et voici qu'Élisabeth, ta parente, vient, elle aussi, de concevoir un fils dans sa vieillesse, et elle en est à son sixième mois, elle qu'on appelait la stérile

King James Bible [36] And, behold, thy cousin Elisabeth, she hath also conceived a son in her old age: and this is the sixth month with her, who was called barren
Luther-Bibel 36 Und siehe, Elisabeth, deine Verwandte, ist auch schwanger mit einem Sohn, in ihrem Alter, und ist jetzt im sechsten Monat, von der man sagt, dass sie unfruchtbar sei

Tekstuitleg van Lc 1,36 Het vers Lc 1,36 telt 22 (2 X 11) woorden en 107 letters De getalwaarde van Lc 1,36 is 11211 (3 X 37 X 101)

Lc 1,361 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,3612 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie)
Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48

Lc 1,363 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,364 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,365 nom vr enk suggenis , zie suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in het NT: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in Lc: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) In de bijbel slechts in Lc 1,36

Lc 1,366 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

Lc 1,367 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,368 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,3610 acc mann enk huion van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Mc: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils Lc (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,57 (5) Lc 2,7 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,22 (8) Lc 9,38 (9) Lc 9,41 (10) Lc 12,10 (11) Lc 20,13 (12) Lc 20,41 (13) Lc 21,27 (14) Lc 22,48 (15) Lc 24,7 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57

Lc 1,3611 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,3613; pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,3614 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,3615 nom mann enk houtos (deze) Aanwijz voornaamw Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze)
Lc (39) Lc 1 (3): (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,36

Lc 1,3616 nom vr enk mèn (maand) Taalgebruik in het NT: mèn (maand) Taalgebruik in Lc: mèn (maand)
Lc (1) Lc 1,36 Een vorm van mèn (maand) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,26 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,56

18 act ind praes 3de pers enk estin van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Taalgebruik in Hnd: eimi (zijn) Taalgebruik in de Septuaginta: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn D sein E to be Lc (96) Lc 1 (3): (1) Lc 1,36 (2) Lc 1,61 (3) Lc 1,63

Lc 1,3619 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,3620 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

21 pass part praes dat vr enk kaloumenè(i) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc 3: (1) Lc 1,36 (2) Lc 8,2 (3) Lc 10,39 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

22 nom vr enk steira van het bijvoegl naamw steiros (onvruchtbaar) Taalgebruik in het NT: steiros (onvruchtbaar) Hebr `äqârâh (onvruchtbaar) Taalgebruik in Tenakh: `äqârâh (onvruchtbaar) Gr steiros Lat sterilis Fr stérile Ned onvruchtbaar D unfruchtbar E barren Lc (2): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,36 Een vorm van steiros in Lc (3): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,36 (3) Lc 23,29 , in de LXX (17) , in het NT (4) `äqârâh (onvruchtbaar) Tenakh (8): (1) Gn 11,30 (Sara) (2) Gn 25,21 (Rebekka) (3) Gn 29,31 (Rachel) (4) Re 13,2 (de moeder van Simson) (5) Re 13,3 (6) 1 S 2,5 (Hanna , de moeder van Samuël) (7) Js 54,1 (8) Job 24,21 wë`äqârâh (en onvruchtbaar) Tenakh (2): (1) Ex 23,26 (2) Dt 7,14 In deze 10 verzen heeft de LXX steira als vertaling soera 3,40

Lc 1,37 - Lc 1,37: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:37 oti ouk adunatèsei para tou theou pan rèma 

17 quia non erit inpossibile apud Deum omne verbum  

37 Want vanwege God zal geen woord onmogelijk zijn” 

37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn 

[37] Want voor God is niets onmogelijk’ 

[37] want voor God is niets onmogelijk’ 

37 want ‘geen woord van bij God zal machteloos zijn’! 

37 car rien n'est impossible à Dieu »  

King James Bible [37] For with God nothing shall be impossible
Luther-Bibel 37 Denn bei Gott ist kein Ding unmöglich

Tekstuitleg van Lc 1,37 In Lc 1,37 citeert Lucas Gn 18,14 In Gn 18 komen boden op bezoek bij Abraham en Sara Om Abraham te overtuigen van hun bewering dat Hij en Sara een kind zullen krijgen , stellen zij de retorische vraag: "is er iets onmogelijks bij God ?" In Lc 1,37 wordt het citaat Gn 18,14 gesteld als een overtuiging en voegt er nog iets aan toe: "want bij God is niets onmogelijks"

Lc 1,371 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

Lc 1,372 ou - ouk - ouch (niet) of betrekk voornaamw gen mann en onz enk (hou) Taalgebruik in het NT: ou - ouk - ouch (niet) Taalgebruik in Lc: ou - ouk - ouch (niet) Lc (84 + 92 + 7 = 183) Lc 1 (2 + 5 = 7) ou Lc (84) Lc 1 (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,34 ouk Lc (92) Lc 1 (5): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,37

Lc 1,374 παρα = para Afkorting παρ' = par' (langs, vanwege) Taalgebruik in het NT: para (langs) Taalgebruik in de LXX: para (langs) Taalgebruik in Lc: para (langs)
Lc (20 + 8 = 28) παρα = para in Lc (20): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,37 (3) Lc 1,45 (4) Lc 2,1 (5) Lc 2,52 (6) Lc 3,13 (7) Lc 5,1 (8) Lc 5,2 (9) Lc 7,38 (10) Lc 8,5 (11) Lc 8,12 (12) Lc 8,35 (13) Lc 8,41 (14) Lc 8,49 (15) Lc 13,2 (16) Lc 13,4 (17) Lc 17,16 (18) Lc 18,27 (19) Lc 18,35 (20) Lc 19,7 παρ' = par' (8): (1) Lc 6,19 (2) Lc 6,34 (3) Lc 9,47 (4) Lc 10,7 (5) Lc 11,16 (6) Lc 11,37 (7) Lc 12,48 (8) Lc 18,14  

para 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

para 

677 

553 

124 

13 

11 

20 

21 

18 

40 

44 

65 

 

 

par' 

238 

178 

60 

10 

10 

22 

16 

26 

21 

totaal

915 

731 

184 

17 

15 

28 

31 

28 

62 

60 

91 

 

 

Lc 1,375 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,376 gen mann enk  theou van het zelfst naamw theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in Mc: theos (God) Vergelijk: L deus , Fr dieu vloek dju
Lc (70) Lc 1 (7): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,37 (7) Lc 1,78 Een vorm van theos (God) in Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

7 nom + acc onz enk pan van het bijvoegl naamw pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles) Taalgebruik in Lc: pas (ieder, elk, alles) Hebr kol Lat omnis Fr tout Ned elk , ieder
Lc (6): (1) Lc 1,10 (2) Lc 1,37 (3) Lc 2,23 (4) Lc 3,5 (5) Lc 3,9 (6) Lc 11,42 Een vorm van pas (ieder, elk, alles) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,3 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,37 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,63 (7) Lc 1,65 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,71 (10) Lc 1,75

8 nom + acc onz enk ρημα = rèma (woord, uitspraak) Taalgebruik in het NT: rèma (woord, uitspraak) Taalgebruik in de LXX: rèma (woord, uitspraak) Taalgebruik in Lc: rèma (woord, uitspraak) Bijbel (292) OT (272) NT (20) Gn (20): (1) Gn 15,1 (2) Gn 18,14 (3) Gn 18,25 (4) Gn 21,11 (5) Gn 21,12 (6) Gn 22,16 (7) Gn 30,31 (8) Gn 30,34 (9) Gn 32,20 (10) Gn 34,14 (11) Gn 34,19 (12) Gn 37,11 (13) Gn 39,9 (14) Gn 41,28 (15) Gn 41,32 (16) Gn 44,2 (17) Gn 44,7 (18) Gn 44,17 (19) Gn 44,18 (20) Gn 47,30 Lc (8): (1) Lc 1,37 (2) Lc 1,38 (3) Lc 2,15 (4) Lc 2,29 (5) Lc 2,50 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,45 (8) Lc 18,34 Een vorm van ρημα = rèma (woord, uitspraak) in de LXX (548) , in het NT (68) , in Lc (18): (1) Lc 1,37 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,65 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,17 (6) Lc 2,19 (7) Lc 2,29 (8) Lc 2,50 (9) Lc 2,51 (10) Lc 3,2 (11) Lc 5,5 (12) Lc 7,1 (13) Lc 9,45 (14) Lc 18,34 (15) Lc 20,26 (16) Lc 22,61 (17) Lc 24,8 (18) Lc 24,11

 

rèma (woord, uitspraak) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

nom + acc onz enk rèma  

292 

272 

20 

2 :

 

 

13 

13 

- Hebreeuws mann enk stat constr דְבַר = dëbhar (woord) van het zelfst naamw דָבָר = dâbhâr (woord, daad) Zie het werkw דָבַר = dâbhar (spreken) Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken) Getalwaarde: daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 Structuur: 4 - 2 - 2 De som van de elementen is telkens 8

7 - 8 παν ρημα = elk woord Tenakh (4): (1) Mt 12,36 (2) Mt 18,16 (3) Lc 1,37 (4) 2 Kor 13,1 Lucas citeert in Lc 1,37 het vers Gn 18,14 Noch in de Hebreeuwse tekst noch in de LXX wordt "woord" nader bepaald door "elk" Lucas voegt het dus toe

Lc 1,38 - Lc 1,38: 3 Aankondiging van de geboorte van Jezus: Lc 1,26-38 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,26 - Lc 1,27 - Lc 1,28 - Lc 1,29 - Lc 1,30 - Lc 1,31 - Lc 1,32 - Lc 1,33 - Lc 1,34 - Lc 1,35 - Lc 1,36 - Lc 1,37 - Lc 1,38 -- Lc 1 -- Lc 1,1-4 - Lc 1,5-25 - Lc 1,39-56 - Lc 1,57-80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:38 eipen de mariam idou è doulè kuriou genoito moi kata to rèma sou kai apèlthen ap autès o aggelos

18 dixit autem Maria ecce ancilla Domini fiat mihi secundum verbum tuum et discessit ab illa angelus  

38 Maria nu zei: “Zie de dienares van de Heer Mij geschiede naar uw woord!” En de engel ging van haar heen 

38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord En de engel ging weg van haar  

[38] Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt’ Toen ging de engel van haar weg 

[38] Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ Daarna liet de engel haar weer alleen 

38 Dan zegt Maria: hier ben ik, de dienares van de Heer; mij geschiede naar uw woord! Dan gaat de aankondig–engel bij haar weg 

38 Marie dit alors: « Je suis la servante du Seigneur ; qu'il m'advienne selon ta parole ! » Et l'ange la quitta  

King James Bible [38] And Mary said, Behold the handmaid of the Lord; be it unto me according to thy word And the angel departed from her
Luther-Bibel 38 Maria aber sprach: Siehe, ich bin des Herrn Magd; mir geschehe, wie du gesagt hast Und der Engel schied von ihr Marias Besuch bei Elisabeth

Tekstuitleg van Lc 1,38 Het vers Lc 1,38 telt 19 woorden en 76 (2² X 19) letters De getalwaarde van Lc 1,38 is 6030 (2 X 3² X 5 X 67)

Lc 1,381 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

Lc 1,382 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,381 - 2 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,383 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

4 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie)
Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48

Lc 1,385 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,387 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen

8 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65

9 dat mann enk 1ste pers enk moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23

Lc 1,3810 kata (tegen, volgens) Taalgebruik in het NT: kata (tegen, volgens) Taalgebruik in Lc: kata (tegen, volgens)
Lc (28 + 6 + 9 = 43) Lc (3): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,38

10 - 12
- Hebreeuws כִּדְבַר = kidëbhar (volgens het woord) < prefix + zelfst naamw דָּובָר = dâbhâr (woord) Zie: דָבַר = dâbhar (spreken) Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken) Getalwaarde: daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 Structuur: 4 - 2 - 2 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (44) Pentateuch (6): (1) Gn 44,2 (2) Ex 8,9 (3) Ex 8,27 (4) Ex 12,35 (5) Ex 32,28 (6) Lv 10,7

13 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

Lc 1,3814 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und
Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13: (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,37) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,3815 ind aor 3de pers enk apèlthen (hij ging weg) van het werkw aperchomai (weggaan) Taalgebruik in het NT: aperchomai (weggaan) Taalgebruik in Lc: aperchomai (weggaan)
Lc (6): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,38 (3) Lc 5,13 (4) Lc 5,25 (5) Lc 8,39 (6) Lc 24,12
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,40 Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten In Lc 1,38 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug

16 apo (af, van-weg) afkoring ap' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Mc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) apo Lc (73) Lc 1 (3): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,48 (3) Lc 1,52 ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,70

Lc 1,3817 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,3818 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,3819 nom mann enk αγγελος = aggelos (engel) Taalgebruik in het NT: aggelos (engel) Taalgebruik in de LXX: aggelos (engel) Taalgebruik in Lc: aggelos (engel) Bijbel (155) OT (108) NT (47) Gn (10): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,8 (3) Gn 16,9 (4) Gn 16,10 (5) Gn 16,11 (6) Gn 21,17 (7) Gn 22,11 (8) Gn 22,15 (9) Gn 31,11 (10) Gn 48,16 Ex (5): (1) Ex 3,2 (2) Ex 4,24 (3) Ex 14,19 (4) Ex 23,23 (5) Ex 32,34 Lc (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38 (8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10 (10) Lc 22,43 Een vorm van αγγελος = aggelos in de LXX (350) , in het NT (175) , in Lc (25) , in Lc 1 (10): (1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,28 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,34 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 In Lc 2 (5): (1) Lc 2,9 (2) Lc 2,10 (3) Lc 2,13 (4) Lc 2,15 (5) Lc 2,21 In Lc: 8 vormen van αγγελος = aggelos (engel) in 10 hoofdstukken en in 25 verzen In 14 verzen in de kindsheidsverhalen (Lc 1-2) In 2 verzen in de verschijningsverhalen Voor de rest van het evangelie nog 10 verzen , waarvan 6 verzen in de gen mv

 

aggelos (engel)

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk

syn

ev

1

nom enk aggelos

155

108

47

6

 

10

1

11

2

17

16

17

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

aggelos (engel)

Lc 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 9

Lc 12

Lc 15

Lc 16

Lc 22

Lc 24

1

nom enk aggelos

10

(1) Lc 1,11 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,38  

(8) Lc 2,9 (9) Lc 2,10  

 

 

 

 

 

 

(10) Lc 22,43  

 

2

gen enk aggelou

1

 

(1) Lc 2,21  

 

 

 

 

 

 

 

 

3

dat enk aggelôi

1

 

(1) Lc 2,13  

 

 

 

 

 

 

 

 

4

acc enk aggelon

3

(1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34  

 

 

(3) Lc 7,27  

 

 

 

 

 

 

5

nom + voc mv aggeloi

1

 

(1) Lc 2,15  

 

 

 

 

 

 

 

 

6

gen mv aggelôn

7

 

 

 

(1) Lc 7,24  

(2) Lc 9,26  

(3) Lc 12,8 (4) Lc 12,9  

(5) Lc 15,15  

(6) Lc 16,22  

 

(7) Lc 24,23  

7

dat mann mv aggelois

1

 

 

(1) Lc 4,10  

 

 

 

 

 

 

 

8

acc mv aggelous

1

 

 

 

 

(1) Lc 9,52  

 

 

 

 

 

 

Totaal  

25


- מַלְאַך = malë´akh (engel) Taalgebruik in Tenakh: malë´akh (engel) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal: 37 OF 91 Structuur: 4 - 3 - 1 - 2 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (64) Pentateuch (23) Eerdere Profeten (25) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (7) Geschriften (7) Gn (8): (1) Gn 16,7 (2) Gn 16,9 (3) Gn 16,10 (4) Gn 16,11 (5) Gn 21,17 (6) Gn 22,11 (7) Gn 22,15 (8) Gn 31,11
- Stam: n - g - l L angelus Fr ange N engel E angel D Engel Fr un messager uit L mittere (zenden) , missus = gezonden Arabisch:
مَلَك = malak (engel) Taalgebruik in de Qoran: malak (engel) Qoran (11)


(7) Lc 1,38: kai apèlthen ap'autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg

4 Bezoek van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Lc 1,39 - Lc 1,39: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:39 anastasa de mariam en tais èmerais tautais eporeuthè eis tèn oreinèn meta spoudès eis polin iouda 

exsurgens autem Maria in diebus illis abiit in montana cum festinatione in civitatem Iuda

39 In die dagen nu stond Maria op (en) ging met spoed naar het bergland naar een stad van Judea,

39 En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda;  

[39] Na enkele dagen vertrok Maria met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda 

[39] Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, 

39 ¶ In die dagen staat Maria op en spoedt zich het bergland in naar een stad van Juda 

39 En ces jours-, Marie partit et se rendit en hâte vers la région montagneuse, dans une ville de Juda 

King James Bible [39] And Mary arose in those days, and went into the hill country with haste, into a city of Juda;
Luther-Bibel 39 Maria aber machte sich auf in diesen Tagen und ging eilends in das Gebirge zu einer Stadt in Juda

Tekstuitleg van Lc 1,39 Dit vers Lc 1,39 telt 16 (2 X 2 X 2 X 2) woorden en 81 (3 X 3 X 3 X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,39 is 8888 (2 X 2 X 2 X3 X 7 X 41)

Lc 1,391 act part aor nom vr enk anastasa (opgestaan) van het werkw anistèmi (opstaan) Taalgebruik in het NT: anistèmi (opstaan) Taalgebruik in Lc: anistèmi (opstaan) Lc (2): (1) Lc 1,39 (2) Lc 4,39 Een vorm van anistèmi (opstaan) in Lc in 29 verzen In Lc 1,36 verwijst de engel naar Elisabet en de ouderdom van Johannes: zes maanden Elisabet is de draagster van Johannes Zoals de engel verwijst naar Elisabet , zo verwijzen de engelen de herders naar het kind De spoed van beiden is een gelijkenis en het aantreffen van het kind (brefos) is daarenboven een gelijkenis

Lc 1,392 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,393 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria) Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

Lc 1,394 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,395 bepaald lidw dat vr mv tais Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (33) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,7 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 1,80

Lc 1,396 dat vr mv hèmerais van het zelfst naamw hèmera (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Taalgebruik in Hnd: hèmera (dag) Hebr jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Lc (18) (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,25 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,75 (7) Lc 2,1 (8) Lc 2,36 (9) Lc 4,2 (10) Lc 4,25 (11) Lc 5,35 (12) Lc 6,12 (13) Lc 9,36 (14) Lc 17,26 (15) Lc 17,28 (16) Lc 21,23 (17) Lc 23,7 (18) Lc 24,18 Een vorm van hèmera (dag) in Lc (82) , in Lc 1 in 11 verzen: 6 + 5: (7) Lc 1,20 (8) Lc 1,23 (9) Lc 1,24 (10) Lc 1,59 (11) Lc 1,80 In Lc: 6 vormen van hèmera (dag) in 22 / 24 hoofdstukken en in 78 verzen In Hnd: 6 vormen van hèmera (dag) in 25 / 28 hoofdstukken en in 91 verzen

Lc 1,394 - 6 en tais hèmerais (in de dagen) Lc (11 / 18): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,39 (5) Lc 2,1  (6) Lc 4,2 (7) Lc 4,25 (8) Lc 6,12 (9) Lc 17,26 (10) Lc 17,28 (11) Lc 24,18 In Lc 1,39wordt verwezen naar Lc 1,36 , waar de engel verwijst naar de zes maanden zwangerschap van Elisabet

Lc 1,397 aanwijz voornaamw dat vr mv tautais van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (4): (1) Lc 1,39 (2) Lc 6,12 (3) Lc 23,7 (4) Lc 24,18

Lc 1,394 - 7 en tais hèmerais tautais (in deze dagen) Lc (3): (1) Lc 1,39 (2) Lc 6,12 (3) Lc 24,18 In bredere contekst (1) Lc 1,39: anastasa de mariam en tais hèmerais tautais eporeuthè eis tèn oreinèn (Maria echter opgestaan in deze dagen begaf zich op weg naar het gebergte) (2) Lc 6,12: egeneto de en tais hèmerais tautais exèlthen eis to horos (het gebeurde echter in deze dagen Hij ging uit naar de berg) Hebr bajjâmim hâ´ellèh (in deze dagen): Zach 8,9 en Zach 8,15

Lc 1,398 ind aor 3de p enk eporeuthè (hij / zij begaf zich op weg) van het werkw poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) Taalgebruik in het NT: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) Taalgebruik in Lc: poreuomai (zich op weg begeven, op weg gaan) por-euomai p of ph = f -> v + r Zelfstandig naamwoord poros: weg door een water heen , wad , voorde , veer , doorwaadbare plaats Lat por-tus: haven Mnd voort , ofries forda , oeng ford Het woord behoort tot de groep van varen Lc (5): (1) Lc 1,39 (2) Lc 4,42 (3) Lc 7,11 (4) Lc 19,12 (5) Lc 22,39 Een vorm van poreuomai (zich op weg begeven , op weg gaan) in Lc (48) , in Lc 1 (2): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,39
In Lc 1,39 wordt de heenreis van Maria (eporeuthè = zij begaf zich op weg) gegeven , in Lc 1,56 de terugreis (hupestrepsen = zij keerde terug)

Lc 1,399 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,398 - 9 eporeuthè eis (hij / zij begaf zich op weg naar) Lc (3): (1) Lc 1,39 (2) Lc 4,42 (3) Lc 19,12

Lc 1,3910 bep lidw acc vr enk tèn van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48

Lc 1,3911 acc vr enk oreinèn (gebergte) van het bijvoegl naamw oreinos (bergachtig) Taalgebruik in het NT: oreinos (bergachtig) Taalgebruik in Lc: oreinos (bergachtig) Lc (1) Lc 1,39 Een vorm van oreinos (bergachtig) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,65

Lc 1,3912 meta (met , na) Afkorting: met' Taalgebruik in het NT: meta (na , met) Taalgebruik in Mc: meta (na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec (< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 = 58) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,39 (4) Lc 1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58 (2) Lc 1,66

Lc 1,3913 gen vr enk spoudès van het zelfst naamw spoudè (spoed, haast) Taalgebruik in het NT: spoudè (spoed, haast) Taalgebruik in Lc: spoudè (spoed, haast) Lc (1) Lc 1,39 Dit is de enigste vorm in Lc Zoals Maria begeven ook de herders zich met spoed naar het kind (Lc 2,16)

Lc 1,3914 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,3915 acc vr enk polin van het zelfst naamw polis (stad) Taalgebruik in het NT: polis (stad) Taalgebruik in Lc: polis (stad)
Lc (17): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,39 (3) Lc 2,3 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,39 (6) Lc 4,31 (7) Lc 7,11 (8) Lc 8,1 (9) Lc 8,4 (10) Lc 8,34 (11) Lc 8,39 (12) Lc 9,10 (13) Lc 10,1 (14) Lc 10,8 (15) Lc 10,10 (16) Lc 19,41 (17) Lc 22,10 Een vorm van polis (stad) in Lc in 38 verzen

Lc 1,3914 - 15 eis polin (naar een stad) Lc (7): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,39 (4) Lc 2,4 (5) Lc 2,39 (7) Lc 7,11 (10) Lc 8,34 (17) Lc 22,10

Lc 1,3916 iouda (Juda) Taalgebruik in het NT: iouda (Juda) Taalgebruik in Lc: iouda (Juda)
Lc (4): (1) Lc 1,39 (2) Lc 3,30 (3) Lc 3,33 (4) Lc 22,48

Lc 1,40 - Lc 1,40: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:40 kai eisèlthen eis ton oikon zachariou kai èspasato tèn elisabet 

40 et intravit in domum Zacchariae et salutavit Elisabeth 

40 en ze ging binnen in het huis van Zacharias en groette Elisabet

40 En kwam in het huis van Zacharias, en groette Elizabet  

[40] Zij ging het huis van Zacharias binnen, en begroette Elisabet 

[40] waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette  

40 Ze komt aan in het huis van Zacharias en begroet Elisabet 

40 Elle entra chez Zacharie et salua Élisabeth 

King James Bible [40] And entered into the house of Zacharias, and saluted Elisabeth
Luther-Bibel 40 und kam in das Haus des Zacharias und begrüßte Elisabeth

Tekstuitleg van Lc 1,40 Het vers Lc 1,40 telt 7 woorden en 28 (2 X 2 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,40 is 4194 (2 X 3 X 3 X 233)

Lc 1,401 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,402 ind aor 3de pers enk eisèlthen (hij ging binnen) van het werkw eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in het NT: eiserchomai (binnengaan) Taalgebruik in Lc: eiserchomai (binnengaan) Lc (12): In twaalf verzen bij Lc: (1) Lc 1,40 (2) Lc 4,16 (3) Lc 4,38 (4) Lc 6,4 (5) Lc 7,1 (6) Lc 8,30 (7) Lc 9,46 (8) Lc 10,38 (9) Lc 17,27 (10) Lc 19,7 (11) Lc 22,3 (12) Lc 24,29
Een vorm van eiserchomai (binnengaan) in Lc in 47 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,40 In Lc: 16 vormen in 17 hoofdstukken en in 47 verzen Zacharia gaat de tempel binnen (Lc 1,9) De engel gaat bij Maria binnen (Lc 1,28) In Lc 1,40 gaat Maria binnen in het huis van Zacharia Zo worden de personages Zacharia en Elisabeth van het eerste verhaal en Maria van het tweede verhaal met elkaar verbonden
Aan binnengaan beantwoordt buitengaan, weggaan of terugkeren In Lc 1,22 (exelthôn de = 'maar' buitengegaan) gaat Zacharia naar buiten In Lc 1,28 (kai apèlthen ap' autès ho aggelos = en de engel ging van haar weg) gaat de engel van haar weg In Lc 1,56 (kai hupestrepsen eis ton oikon autès = en zij ging naar haar huis terug) gaat Maria naar huis terug

Lc 1,401 - 2 kai eisèlthen (en hij ging binnen) Lc (3): (1) Lc 1,40 (2) Lc 4,16 (3) Lc 24,29 eisèlthen de ('maar' hij ging binnen) (1) Lc 9,46 (2) Lc 22,3

Lc 1,403 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,402 - 3 eisèlthen eis (hij / zij ging binnen in) (7 / 12): (1) Lc 1,40 (2) Lc 4,38 (3) Lc 6,4 (4 ) Lc 7,1 (5) Lc 8,30 (6) Lc 10,38 (7) Lc 17,27

Lc 1,404; bep lidw acc mann + onz enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,405 acc mann enk oikon van het zelfst naamw oikos (huis) Taalgebruik in het NT: oikos (huis) Taalgebruik in Lc: oikos (huis)
Lc (19): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,33 (epi ton oikon = over het huis) (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,56 (5) Lc 5,24 (6) Lc 5,25 (7) Lc 6,4 (8) Lc 7,10  (9) Lc 7,36 (10) Lc 8,39 (11) Lc 8,41 (12) Lc 9,61   (13) Lc 11,17 (14) Lc 11,24 (15) Lc 12,39 (16) Lc 14,1 (17) Lc 15,6 (18) Lc 16,27 (19) Lc 18,14 Een vorm van oikos (huis) in Lc in 32 verzen

Lc 1,403 - 5 eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,40 (3) Lc 1,56 (4) Lc 5,24 (5) Lc 5,25 (6) Lc 6,4 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,39 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,61 (11) Lc 10,38 (12) Lc 11,24 (13) Lc 15,6 (14) Lc 16,27 (15) Lc 18,14 (16) Lc 22,54

Lc 1,402 - 5 eisèlthen eis ton oikon (hij / zij ging binnen in het huis) Lc (2): (1) Lc 1,40 (2) Lc 6,4

Lc 1,406 gen mann enk zachariou van de eigennaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (3): (1) Lc 1,40 (2) Lc 3,2 (3) Lc 11,51 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51

Lc 1,407 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,408 ind aor 3de pers enk èspasato (hij begroette) van het werkw aspazomai (verwelkomen, begroeten) Taalgebruik in het NT: aspazomai (verwelkomen, begroeten) Taalgebruik in Lc: aspazomai (verwelkomen, begroeten) Lc (1) Lc 1,40  Een vorm van aspazomai (verwelkomen, begroeten) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,40 (2) Lc 10,4 De twee vrouwen , Maria en Elisabeth , ontmoeten elkaar Bij deze groet gebeurt er iets Dat wordt verteld in het volgende vers

Lc 1,409 bep lidw acc vr enk tèn Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48

Lc 1,4010 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,41 - Lc 1,41: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:41 kai egeneto ôs èkousen ton aspasmon tès marias è elisabet eskirtèsen to brefos en koilia autès kai eplèsthè pneumatos agiou è elisabet  

41 et factum est ut audivit salutationem Mariae Elisabeth exultavit infans in utero eius et repleta est Spiritu Sancto Elisabeth 

41 En het gebeurde, toen Elisabet de groet van Maria hoorde, dat het ongeboren kind opsprong in haar schoot; en Elisabet werd vervuld van de heilige Geest,

41 En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest; 

[41] Meteen toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot Elisabet werd vervuld met heilige Geest 

[41] Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de heilige Geest 

41 En het geschiedt: met dat Elisabet de begroeting van Maria hoort springt het kind óp in haar schoot en wordt Elisabet vervuld van de heilige Geest  

41 Et il advint, dès qu'Élisabeth eut entendu la salutation de Marie, que l'enfant tressaillit dans son sein et Élisabeth fut remplie d'Esprit Saint 

King James Bible [41] And it came to pass, that, when Elisabeth heard the salutation of Mary, the babe leaped in her womb; and Elisabeth was filled with the Holy Ghost:
Luther-Bibel 41 Und es begab sich, als Elisabeth den Gruß Marias hörte, hüpfte das Kind in ihrem Leibe Und Elisabeth wurde vom Heiligen Geist erfüllt

Tekstuitleg van Lc 1,41 Het vers Lc 1,41 telt 23 woorden en 115 (5 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,41 is 10795 (5 X 17 X 127)

- Lc 1,40: kai èspasato tèn elisabeth (en zij groette Elisabeth)
- Lc 1,41: hôs èkousen ton aspasmon tès mariaselisabeth (zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde)

Lc 1,411 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,412 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65

Lc 1,413 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals)
Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 1,56

Lc 1,412 - 3 egeneto hôs (het gebeurde toen) Lc (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 2,15 (4) Lc 19,29

Lc 1,414 act ind aor 3de p enk èkousen (hij / zij hoorde) van het werkw akouô (horen) Taalgebruik in het NT: akouô (horen) Taalgebruik in Lc: akouô (horen) Beide zijn verwant met elkaar oor < Lat aus , auris , zie Gr ous / ôs , ôtis auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter
Lc (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 9,7 (3) Lc 15,25 Een vorm van akouô (horen) Lc in 58 verzen , in Lc 1 (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,58 (3) Lc 1,66 Dit qluit aan bij de begroeting van Maria aan Elisabeth in het vorige vers Lc 1,40

Lc 1,415 bep lidw acc mann + onz enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,416 acc mann enk aspasmon (groet, welkom) van het zelfst naamw aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in het NT: aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in Lc: aspasmos (groet, welkom) Lc (1) Lc 1,41 Een vorm van aspasmos (groet, welkom) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 11,43 (5) Lc 20,46 Het zelfst naamw aspasmos (groet) verwijst naar het werkw èspasato (zij begroette) in het vorige vers Lc 1,40

Lc 1,417 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,418 gen vr enk marias (Maria) van het zelfst naamw mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (1) Lc 1,42 nom vr enk: Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42 Subjectgenitief In Lc 1,40 begroette Maria Elisabeth

Lc 1,419 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,4110 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31) Bij de begroeting was Elisabeth lijdend voorwerp Hier is Elisabeth onderwerp

Lc 1,4111 act ind aor 3de pers enk eskirtèsen (het sprong op) van het werkw skirtaô (huppelen, springen, dansen) Taalgebruik in het NT: skirtaô (huppelen, springen, dansen) Taalgebruik in Lc: skirtaô (huppelen, springen, dansen) Lc (2): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 Een vorm van skirtaô (huppelen, springen, dansen) , in de LXX (7) , in Lc (NT) in 3 verzen: (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 6,23 Wellicht verwijst dit terug naar Lc 1,15 , waar de engel aan Zacharia aankondigt dat het kind Johannes nog in de moederschoot vervuld zal worden van heilige geest
In Gn 25,22 stoten de twee kinderen (Esau en Jakob) in de schoot van Rebekka tegen elkaar aan: Esau , de oudste , en Jakob , de jongste In Lc 1,41 springt het kind Johannes op in de moederschoot van Elisabeth bij de groet van Maria , die Jezus aanwezig stelt Omwille van Jezus in de moederschoot van Maria springt het kind Johnanes op in de schoot van zijn moeder Gn 25,22: skirtôn de ta paidia en autèi (sprongen de kinderen op in haar) en Lc 1,41: eskirtèsen to brefos en (i) koilia(i) autès (sprong het kind op in haar schoot) In deze beide verhalen gaat het telkens om twee kinderen: Esau en Jakob , Johannes en Jezus

Lc 1,4112 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,4113 nom + acc onz enk βρεφος = brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in het NT: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in de LXX: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in Lc: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Lc (4): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,12 (4) Lc 2,16 Een vorm van βρεφος = brefos (ongeboren vrucht, jong kind) in in de LXX (5) , in het NT (8) , Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,12 (4) Lc 2,16 (5) Lc 18,15
- act qal part praes mann יוֹנֵק = jôneq (de zuigende, zuigeling) van het werkw יָנַק = jânaq (zuigen, genieten) Taalgebruik in Tenakh: jânaq (zuigen, genieten) Getalwaarde: jod = 10 , nun = 14 of 50 , qoph = 19 of 100 ; totaal: 43 OF 160 (2² X 2³ X 5) De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (6): (1) Dt 32,25 (2) 1 S 15,3 (3) 1 S 22,19 (4) Js 11,8 (5) Hl 8,1 (6) Kl 4,4 Modern Hebreeuws: תִינוֹק = tînôq (zuigeling, baby) Aramees: יְנַק = jënaq (zuigen)
- Lat infans Fr enfant , bébé E babe D Kind Ned kind , zuigeling Arabisch: رَضِعَ = radi`a (zuigen) Taalgebruik in de Qoran: radi`a (zuigen) رَضِيع = radî` (zuigeling)

Lc 1,4114 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,4115 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,4116 nom + dat vr enk koilia(i) van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in Lc: koilia (buikholte , moederschoot) Lc (4): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21 (4) Lc 11,27 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29

Lc 1,4117 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,4114 - 16 en (i) koilia(i) (in de moederschoot) Lc (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21

Lc 1,4111 - 17 springen in de moederschoot
- Gn 25,22: eskirtôn de ta paidia en autè(i) (de kinderen echter sprongen op in haar)
- Lc 1,41: eskirtèsen to brefos en (i) koilia(i) autès (het kind sprong op in haar schoot)

Lc 1,4118 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,4119 pass ind aor 3de pers enk eplèsthè (hij / zij werd vervuld) van het werkw pimplèmi (vullen) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vullen) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vullen) Lc (3): (1) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou = zij werd vervuld van heilige geest) (2) Lc 1,57 (3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest) Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,23 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,57 (5) Lc 1,67 (6) Lc 2,6 (7) Lc 2,21 (8) Lc 2,22 (9) Lc 4,28 (10) Lc 5,7 (11) Lc 5,26 (12) Lc 6,11 (13) Lc 21,22

Lc 1,4120 gen onz enk pneumatos (geest) van het zelfstandig naamwoord pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in Mc: pneuma (geest) Lat spiritus Fr esprit Ned geest
Lc (6): zie hieronder Een vorm van pneuma (geest) in Lc in 36 verzen , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 pneumatos (- vol - geest) In zes verzen bij Lucas voor ; in vier verzen in combinatie met vervullen / vol:
(1) Johannes de Doper: Lc 1,15 (pneumatos hagiou plèsthèsetai = van heilige geest zal hij vervuld worden)
(2) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiouElisabet = Elisabeth werd vervuld van heilige geest)
(3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest)
(4) Lc 2,26
(5) Lc 4,1 (plèrès pneumatos hagiou = vol van heilige geest)
(6) Lc 4,14: en tèi dunamei tou pneumatos = in de kracht van de geest)
Meestal volgt de bepaling pneumatos (van geest) op het begrip van vullen / vol , behalve in Lc 1,15
Bij het zelfstandig naamwoord pneumatos (van geest) staat het bijvoeglijk naamwoord hagiou (heilig) Er zijn geen lidwoorden
Bij Maria kwam de geest over haar bij de ontvangenis van Jezus (Lc 1,35) , bij Elisabeth bij het bezoek van Maria (Lc 1,41)
De samenhang van het vervuld worden van heilige geest en het (geestdriftig) spreken komt meermaals in de bijbel voor: Lc 1,42-45 Lc 1,47-55 Elisabeth en Maria spreken een lofzang uit tijdens de zwangerschap van hun kind Zacharia doet dat bij de naamgeving van Johannes Lucas heeft aandacht voor de bijdrage van vrouwen en mannen in het heilsgebeuren

Lc 1,4121 gen mann + onz enk hagiou van het bijvoegl naamw hagios (heilig) Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in Mc: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Taalgebruik in Brieven: hagios (heilig)
Lc (5): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,67 (4) Lc 2,26 (5) Lc 4,1 Een vorm van hagios (heilig) in Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,49 (5) Lc 1,67 (6) Lc 1,70 (7) Lc 1,72 (8) Lc 2,23 (9) Lc 2,25 (10) Lc 2,26 (11) Lc 3,16 (12) Lc 3,22 (13) Lc 4,1 (14) Lc 4,34 (15) Lc 9,26 (16) Lc 10,21 (17) Lc 11,13 (18) Lc 12,10 (19) Lc 12,12

Lc 1,4122 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,4123 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,42 - Lc 1,42: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:42 kai anefônèsen kraugè megalè kai eipen eulogèmenè su en gunaixin kai eulogèmenos o karpos tès koilias sou 

 42 et exclamavit voce magna et dixit benedicta tu inter mulieres et benedictus fructus ventris tui

42 en ze riep met een grote schreeuw en zei: “Gezegend ben jij onder vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot  

42 En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks

[42] Ze riep met luide stem: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot 

[42] en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! 

42 Ze slaakt een luide kreet, en zegt: gezegend jij onder de vrouwen!– gezegend de vrucht van je schoot!– 

42 Alors elle poussa un grand cri et dit: « Bénie es-tu entre les femmes, et béni le fruit de ton sein !

King James Bible [42] And she spake out with a loud voice, and said, Blessed art thou among women, and blessed is the fruit of thy womb
Luther-Bibel 42 und rief laut und sprach: Gepriesen bist du unter den Frauen, und gepriesen ist die Frucht deines Leibes!

Tekstuitleg van Lc 1,42 Het vers Lc 1,42 telt 17 woorden en 87 (3 X 29) letters De getalwaarde van Lc 1,42 is 8076 (2² X 3 X 673) Elisabeth spreekt woorden van lof uit omdat zij vervuld werd van heilige geest De samenhang van het vervuld worden van heilige geest en het (geestdriftig) spreken komt meermaals in de bijbel voor: Lc 1,42-45 Elisabeth en Maria spreken een lofzang uit tijdens de zwangerschap van hun kind Zacharia doet dat bij de naamgeving van Johannes Lucas heeft aandacht voor de bijdrage van vrouwen en mannen in het heilsgebeuren

Lc 1,421 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,422 act ind aor 3de pers enk anefônèsen (zij riep uit) van het werkw anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) Taalgebruik in het NT: anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) Taalgebruik in Lc: anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) Lc (1): Lc 1,42 Deze vorm van anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) komt enkel hier in de bijbel voor In Lc 1,44 verwijst fônè (stem) naar Lc 1,42 met het werkw ana-fôneô (luid uitspreken, uitroepen)
Een vorm van anafôneô (luid uitspreken, uitroepen) in OT in 5 verzen: (1) 1 Kr 15,28 (2) 1 Kr 16,4 (3) 1 Kr 16,5 (4) 1 Kr 16,42 (5) 2 Kr 6,13 In deze 5 verzen gaat het telkens om het overbrengen van de ark van het verbond

Lc 1,423 dat vr enk kraugè(i) van het zelfst naamw kraugè (schreeuw, stem) Taalgebruik in het NT: kraugè (schreeuw, stem) Taalgebruik in Lc: kraugè (schreeuw, stem) Lc (1) Lc 1,43 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,424 nom + dat vr enk megalè(i) (groot) van het bijvoegl naamw megas (groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot) Lc (6) (nom: 1 / 6 ; dat 5 / 6): (1) Lc 1,42 (2) Lc 4,33 (3) Lc 8,28 (4) Lc 19,37 (5) Lc 21,23 (nom;) (6) Lc 23,46 Een vorm van megas (groot) in Lc in 25 verzen , Lc 1 (4): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,49

Lc 1,425 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,426 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

Lc 1,425 - 6 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,427 pass part praes nom vr enk  ευλογημενη = eulogèmenè van het werkw eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in het NT: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in Lc: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Bijbel (7): (1) 1 S 25,33 (2) Ez 3,12 (3) Rt 3,10 (4) Jdt 14,7 (5) Jdt 15,10 (6) Mc 11,10 (7) Lc 1,42 Een vorm van ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen, zegenen) in de LXX (516) , in het NT (42) , in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,28 (2) Lc 1,42 (3) Lc 1,64 (4) Lc 2,28 (5) Lc 2,34 (6) Lc 6,28 (7) Lc 9,16 (8) Lc 13,35 (9) Lc 19,38 (10) Lc 24,30 (11) Lc 24,50 (12) Lc 24,51 (13) Lc 24,53 In Lc: 7 vormen in 7 / 24 hoofdstukken en in 13 verzen In Hnd: 2 vormen van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in 2 verzen in 1 / 28 hoofdstukken In Lc: 5 verzen in de kindsheidsverhalen , 4 verzen in de verschijningsverhalen , in de verhalen van de vlakterede en de broodvermenigvuldiging , in een citaat (Ps 118,26) in Lc 13,35 dat ook bij de intrede van Jezus in Jeruzalem wordt aangehaald
- pass qal part praes vr enk בְרוּכָה = bërûkhâh (gezegend) van het werkw בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen) Getalwaarde: beth = 2 , resj = 20 of 200 , kaf = 11 of 20 Totaal: 33 (3 X 11) of 222 (6 X 37 OF 2 X 111) Structuur: 2 - 2 - 2 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh (1): Rt 3,10
- De eerste zegening in het Lucasevangelie wordt uitgesproken door Elisabeth aan Maria en haar ongeboren kind Wat Zacharia niet kon , kon Elisabeth , zijn vrouw , wel

Lc 1,428 nom enk su (jij) Persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (25): (1) Lc 1,42 (2) Lc 1,76 (3) Lc 3,22 (4) Lc 4,7 (5) Lc 4,41 (6) Lc 7,19 (7) Lc 7,20 (8) Lc 9,60 (9) Lc 10,15 (10) Lc 10,37 (11) Lc 15,31 (12) Lc 16,7 (13) Lc 16,25 (14) Lc 17,8 (15) Lc 19,19 (16) Lc 19,42 (17) Lc 22,32 (18) Lc 22,58 (19) Lc 22,67 (20) Lc 22,70 (21) Lc 23,3 (22) Lc 23,37 (23) Lc 23,39 (24) Lc 23,40 (25) Lc 24,18

Lc 1,429 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,4210 dat vr mv gunaixin van het zelfst naamw gunè (vrouw) Taalgebruik in het NT: gunè (vrouw) Taalgebruik in Lc: gunè (vrouw) Hebr ´isjsjâh Lat uxor Fr femme (> Lat femina) Ned vrouw D Frau Lc (1) Lc 1,42 Een vorm van gunè (vrouw) in Lc in 38 verzen , in Lc 1 in 6 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,42

Lc 1,4211 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,4212 pass part praes nom mann enk  eulogèmenos van het werkw eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in het NT: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Taalgebruik in Lc: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) Hebr bârakh Lc (3): (1) Lc 1,42 (2) Lc 13,35 (3) Lc 19,38 Een vorm van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,28 (2) Lc 1,42 (3) Lc 1,64 (4) Lc 2,28 (5) Lc 2,34 (6) Lc 6,28 (7) Lc 9,16 (8) Lc 13,35 (9) Lc 19,38 (10) Lc 24,30 (11) Lc 24,50 (12) Lc 24,51 (13) Lc 24,53 In Lc: 7 vormen in 7 hoofdstukken en in 13 verzen

Lc 1,4213 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,4214 nom mann enk karpos (vrucht) Taalgebruik in het NT: karpos (vrucht) Taalgebruik in Lc: karpos (vrucht) Hebr përî , mv pêrôth Lat frui - fructus Fr fruit Ned vrucht , fruit Lc (1) Lc 1,42 Een vorm van karpos (vrucht) in Lc in 11 verzen: (1) Lc 1,42 (2) Lc 3,8 (3) Lc 3,9 (4) Lc 6,43 (5) Lc 6,44 (6) Lc 8,8 (7) Lc 12,17 (8) Lc 13,6 (9) Lc 13,7 (10) Lc 13,9 (11) Lc 20,10

Lc 1,4215 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

Lc 1,4216 gen vr enk koilias van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in de Septuaginta: koilia (buikholte , moederschoot) bètèn (buik, schoot) Taalgebruik in Tenakh: bètèn (buik, schoot) Lat uterus Fr sein E womb D Leib Lc (2): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,42 Bijbel (58) LXX (51) NT (7) Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) , in de LXX (108) , in het NT (23)

Lc 1,4217 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

Lc 1,43 - Lc 1,43: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:43 kai pothen moi touto ina elthè è mètèr tou kuriou mou pros eme 

43 et unde hoc mihi ut veniat mater Domini mei ad me  

43 En waarvandaan is dit me gegeven dat de moeder van mijn Heer tot mij komt?  

43 En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?  

[43] Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?  

[43] Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? 

43 vanwaar valt mij dit toe dat de moeder van mijn Heer tot mij komt?–  

43 Et comment m'est-il donné que vienne à moi la mère de mon Seigneur ?  

King James Bible [43] And whence is this to me, that the mother of my Lord should come to me?
Luther-Bibel 43 Und wie geschieht mir das, dass die Mutter meines Herrn zu mir kommt?

Tekstuitleg van Lc 1,43 Het vers Lc 1,43 telt 13 woorden en 48 (2² X 2² X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,43 is 4867 (31 X 157)

Lc 1,431 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,433 dat mann enk 1ste pers enk moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23

Lc 1,434 nom + acc onz enk touto van het aanwijz voornaamw houtos (deze) Taalgebruik in het NT: houtos (deze) Taalgebruik in Mc: houtos (deze) Taalgebruik in Lc: houtos (deze) Lc (37) Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,66

Lc 1,435 hina (opdat) Taalgebruik in het NT: hina (opdat) Taalgebruik in Lc: hina (opdat) Lc (46) Lc 1 (2): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,43

Lc 1,437 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,439 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,4310 gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen

Lc 1,4312 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in Mc: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij)
Lc (158) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80

Lc 1,4313 acc enk persoonl voornaamw 2de pers enk eme (mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (7): (1) Lc 1,43 (2) Lc 4,18 (3) Lc 9,48 (4) Lc 10,16 (5) Lc 22,53 (6) Lc 23,28 (7) Lc 24,39

Lc 1,44 - Lc 1,44: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:44 idou gar ôs egeneto è fônè tou aspasmou sou eis ta ôta mou eskirtèsen en agalliasei to brefos en koilia mou 

44 ecce enim ut facta est vox salutationis tuae in auribus meis exultavit in gaudio infans in utero meo  

Zie immers, toen de klank van je groet in mijn oor kwam, sprong het ongeboren kind in gejuich op in mijn schoot 

44 Want zie, als de stem uwer groetenis in mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeken van vreugde op in mijn buik  

[44] Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot 

[44] Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot  

44 want zie, met dat je stem, je groet, geschiedt in mijn oren springt het kind in verrukking óp in mijn schoot!– 

44 Car, vois-tu, dès l'instant ta salutation a frappé mes oreilles, l'enfant a tressailli d'allégresse en mon sein  

King James Bible [44] For, lo, as soon as the voice of thy salutation sounded in mine ears, the babe leaped in my womb for joy
Luther-Bibel 44 Denn siehe, als ich die Stimme deines Grußes hörte, hüpfte das Kind vor Freude in meinem Leibe

Tekstuitleg van Lc 1,44 Het vers Lc 1,44 telt 22 (2 X 11) woorden en 91 letters De getalwaarde van Lc 1,44 is 11476 (2² X 19 X 151)

Lc 1,441 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in Lc: idou (zie)
Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48

Lc 1,442 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr Fr car Ned: want
Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,30 (4) Lc 1,44 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,66 (7) Lc 1,76

Lc 1,441 - 2 idou gar (want zie) Lc (5): (1) Lc 1,44 (2) Lc 1,48 (3) Lc 2,10 (4) Lc 6,23 (5) Lc 17,21

Lc 1,443 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals)
Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 1,56

Lc 1,444 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65

Lc 1,445 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,446 nom + dat vr enk fônè(i) (stem, roep) Taalgebruik in het NT: fônè (stem, roep) Taalgebruik in Mc: fônè (stem, roep) Taalgebruik in Lc: fônè (stem, roep) Hebr p´ (mond) Verwant met Gr fô-nè (Lat vo-x = stem , vo-care = roepen) , -mi = spreken Lat for - fari Verwant met de indogerm stam bha Ook verwantschap tussen Hebr pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen Lat facies E face Ned aangezicht , aanschijn Lc (7): (1) Lc 1,44 (2) Lc 3,4 (3) Lc 4,33 (4) Lc 8,28 (5) Lc 9,35 (6) Lc 19,37 (7) Lc 23,46 Een vorm van fônè (stem, roep) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,44 (2) Lc 3,4 (3) Lc 3,22 (4) Lc 4,33 (5) Lc 8,28 (6) Lc 9,35 (7) Lc 9,36 (8) Lc 11,27 (9) Lc 17,13 (10) Lc 17,15 (11) Lc 19,37 (12) Lc 23,23 (13) Lc 23,46

Lc 1,447 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,448 gen mann enk aspasmou (groet, welkom) van het zelfst naamw aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in het NT: aspasmos (groet, welkom) Taalgebruik in Lc: aspasmos (groet, welkom)
Lc (1) Lc 1,44 Een vorm van aspasmos (groet, welkom) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,29 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 11,43 (5) Lc 20,46

Lc 1,449 persoonl voornaamw 2de pers gen mann enk sou van het persoonl voornaamw su (jij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (81) Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,42 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,61

Lc 1,4410 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

Lc 1,4414 act ind aor 3de pers enk eskirtèsen (het sprong op) van het werkw skirtaô (huppelen, springen, dansen) Taalgebruik in het NT: skirtaô (huppelen, springen, dansen) Taalgebruik in Lc: skirtaô (huppelen, springen, dansen)
Lc (2): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 Een vorm van skirtaô (huppelen, springen, dansen) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 6,23

Lc 1,4415 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,4417 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,4418 nom + acc onz enk βρεφος = brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in het NT: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in de LXX: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Taalgebruik in Lc: brefos (ongeboren vrucht, jong kind) Lc (4): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,12 (4) Lc 2,16 Een vorm van βρεφος = brefos (ongeboren vrucht, jong kind) in in de LXX (5) , in het NT (8) , Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,12 (4) Lc 2,16 (5) Lc 18,15
- act qal part praes mann יוֹנֵק = jôneq (de zuigende, zuigeling) van het werkw יָנַק = jânaq (zuigen, genieten) Taalgebruik in Tenakh: jânaq (zuigen, genieten) Getalwaarde: jod = 10 , nun = 14 of 50 , qoph = 19 of 100 ; totaal: 43 OF 160 (2² X 2³ X 5) De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (6): (1) Dt 32,25 (2) 1 S 15,3 (3) 1 S 22,19 (4) Js 11,8 (5) Hl 8,1 (6) Kl 4,4 Modern Hebreeuws: תִינוֹק = tînôq (zuigeling, baby) Aramees: יְנַק = jënaq (zuigen)
- Lat infans Fr enfant , bébé E babe D Kind Ned kind , zuigeling Arabisch: رَضِعَ = radi`a (zuigen) Taalgebruik in de Qoran: radi`a (zuigen) رَضِيع = radî` (zuigeling)

Lc 1,4419 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,4420 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,4421 nom + dat vr enk koilia(i) van het zelfst naamw koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in het NT: koilia (buikholte , moederschoot) Taalgebruik in Lc: koilia (buikholte , moederschoot)
Lc (4): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21 (4) Lc 11,27 Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in Lc in 8 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,44 (5) Lc 2,21 (6) Lc 11,27 (7) Lc 15,16 (8) Lc 23,29

Lc 1,4419 - 21 en (i) koilia(i) (in de moederschoot) Lc (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,44 (3) Lc 2,21

Lc 1,45 - Lc 1,45: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:45 kai makaria è pisteusasa oti estai teleiôsis tois lelalèmenois autè para kuriou

45 et beata quae credidit quoniam perficientur ea quae dicta sunt ei a Domino 

45 En zalig zij die geloofd heeft dat er voltooiing zal zijn van dc dingen die haar vanwege de Heer gesproken zijn” 

45 En zalig is zij, die geloofd heeft; want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden  

[45] Gelukkige* vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan’ 

[45] Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’ 

45 zalig zij die heeft geloofd dat er voleinding zal zijn van al wat tot haar gesproken is vanwege de Heer! 

45 Oui, bienheureuse celle qui a cru en l'accomplissement de qui lui a été dit de la part du Seigneur ! »  

King James Bible [45] And blessed is she that believed: for there shall be a performance of those things which were told her from the Lord
Luther-Bibel 45 Und selig bist du, die du geglaubt hast! Denn es wird vollendet werden, was dir gesagt ist von dem Herrn Marias Lobgesang

Tekstuitleg van Lc 1,45 Het vers Lc 1,45 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 69 (3 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,45 is 7025 (5 X 5 X 281)

Lc 1,451 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,452 nom + dat vr enk , nom + acc onz mv makaria(i) van het bijvoegl naamw makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in het NT: makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in Lc: makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in Hnd: makarios (zalig, gelukkig) Taalgebruik in de Septuaginta: makarios (zalig, gelukkig) Hebr ´äsjëre(j) (gelukkig, zalig) Taalgebruik in Tenakh: ´äsjëre(j) (gelukkig, zalig) Lat beatus Fr (bien)heureux E blessed D wohl
Lc (2): (1) Lc 1,45 (2) Lc 11,27 Een vorm van makarios (zalig, gelukkig) in Lc in 14 verzen: (1) Lc 1,45 (2) Lc 6,20 (3) Lc 6,21 (4) Lc 6,22 (5) Lc 7,23 (6) Lc 10,23 (7) Lc 11,27 (8) Lc 11,28 (9) Lc 12,37 (10) Lc 12,38 (11) Lc 12,43 (12) Lc 14,14 (13) Lc 14,15 (14) Lc 23,29

Lc 1,453 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,454 act part aor nom vr enk pisteusasa (die geloofde) van het werkw pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in het NT: pisteuô (geloven, vertrouwen) Taalgebruik in Lc: pisteuô (geloven, vertrouwen)
Lc (1) Lc 1,45 Een vorm van (geloven, vertrouwen) in Lc in 9 verzen: (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 8,12 (4) Lc 8,13 (5) Lc 8,50 (6) Lc 16,11 (7) Lc 20,5 (8) Lc 22,67 (9) Lc 24,25 In Lc 1 worden Zacharia en Maria tegenover elkaar geplaatst als de niet-gelovige en de gelovige

Lc 1,455 ὁτι = hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

hoti ( dat , omdat ) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

4396 

3213 

1183 

137 

92 

160 

237 

114 

389 

54 

389 

626 

- Hebreeuws כִּי = (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849)
- Lat quia Fr parce que / que E for D denn

Lc 1,456 act ind fut 3de pers enk estai (hij zal zijn) van het werkw eimi (zijn) Taalgebruik in het NT: eimi (zijn) Taalgebruik in Lc: eimi (zijn) Hebr hâjâh Lat esse Fr être Ned zijn E to be
Lc (39) Lc 1 (7): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,15 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,33 (5) Lc 1,34 (6) Lc 1,45 (7) Lc 1,66

Lc 1,457 nom vr enk teleiôsis (voltooiing, het in vervulling gaan) Taalgebruik in het NT: teleiôsis (voltooiing, het in vervulling gaan) Taalgebruik in Lc: teleiôsis (voltooiing, het in vervulling gaan) Lc (1) Lc 1,45 Dit is de enigste vorm in het NT In de evangelies is het het enigste vers

Lc 1,458 dat mann en onz mv τοις = tois Zie bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Lc (65) Lc 1 (3): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,45 (3) Lc 1,79

 

lidw mv

bijbel 

ΟΤ 

ΝΤ 

Mt 

Mc

Lc 

Joh 

Hnd 

Brieven 

Apk 

syn

ev

 

dat m + onz mv tois

2715 

2179 

536 

96 

47 

65 

36 

82 

193 

17 

208 

244 

- Nederl: bepaald lidwoord de / het D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Gr ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)

Lc 1,459 pass part perf dat mann + onz mv lelalèmenois van het werkw laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in Lc: laleô (lallen, spreken, praten)
Lc (1): Lc 1,45 Een vorm van laleô (lallen, spreken, praten) in Lc in 31 verzen In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70

Lc 1,4510 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,4511 παρα = para Afkorting παρ' = par' (langs, vanwege) Taalgebruik in het NT: para (langs) Taalgebruik in de LXX: para (langs) Taalgebruik in Lc: para (langs)
Lc (20 + 8 = 28) παρα = para in Lc (20): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,37 (3) Lc 1,45 (4) Lc 2,1 (5) Lc 2,52 (6) Lc 3,13 (7) Lc 5,1 (8) Lc 5,2 (9) Lc 7,38 (10) Lc 8,5 (11) Lc 8,12 (12) Lc 8,35 (13) Lc 8,41 (14) Lc 8,49 (15) Lc 13,2 (16) Lc 13,4 (17) Lc 17,16 (18) Lc 18,27 (19) Lc 18,35 (20) Lc 19,7 παρ' = par' (8): (1) Lc 6,19 (2) Lc 6,34 (3) Lc 9,47 (4) Lc 10,7 (5) Lc 11,16 (6) Lc 11,37 (7) Lc 12,48 (8) Lc 18,14  

para 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

para 

677 

553 

124 

13 

11 

20 

21 

18 

40 

44 

65 

 

 

par' 

238 

178 

60 

10 

10 

22 

16 

26 

21 

totaal

915 

731 

184 

17 

15 

28 

31 

28 

62 

60 

91 

 

 

Lc 1,4512 gen mann enk kuriou (van de heer)
Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 Verder in Lc 1 nom mann enk kurios (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc 1 in 17 verzen

HERTALING VAN HET MAGNIFICAT (Lc 1,46-55)

Een lied welt op uit mijn hart
De levensbron zingt in mij
Wat vandaag met mij gebeurt
mag ik goddelijk noemen
Opnieuw is er tederheid,
geen mens blijft ongevoelig

Klein en groot vinden elkaar
Hoog en laag smeden banden;
Arm en rijk delen alles
Niemand lijdt honger noch dorst
Wat mensen vroeger droomden
mogen wij nu ervaren

- Hultgren, Stephen (2009) 4Q521 and Luke’s Magnificat and Benedictus In: Echoes from the Caves: Qumran and the New Testament Brill, Leiden, pp 119-132, ISBN 9789004176966

Lc 1,46 - Lc 1,46: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:46 kai eipen mariam megalunei è psuchè mou ton kurion 

46 et ait Maria magnificat anima mea Dominum 

46 En +Maria+ zei: “Mijn ziel maakt groot de Heer, 

46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere;  

[46] Daarop zei Maria: [46] ‘Met* heel mijn hart roem ik de Heer,  

[46] Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, 

46 Dan zegt Maria: groot maakt mijn ziel de Heer, 

46 Marie dit alors: « Mon âme exalte le Seigneur, 

King James Bible [46] And Mary said, My soul doth magnify the Lord,
Luther-Bibel 46 Und Maria sprach: Meine Seele erhebt den Herrn,

Hebr a wajjo´mèr mirëjâm (en Miriam zei) b thigëdal naphësjî ´èth JHWH (mijn ziel maakt groot JHWH)

Tekstuitleg van Lc 1,46 Het vers Lc 1,46 telt 9 (3²) woorden en 39 (3 X 13) letters De getalwaarde van Lc 1,46 is 4163 (23 X 181) In sommige tekstuitgaven begint het loflied van Maria pas in Lc 1,47 47 = (2 X 22) + 3 Volgens het Hebreeuwse alfabet komen we in de 3de reeks terecht en wel bij de 3de letter , de ghimel Het valt op dat de 2 gebruikte werkwoorden (in de Hebr vertaling) in Lc 1,47 met een ghimel beginnen: gâdal (groot worden, opgroeien) en gîl / gûl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen)

"Mijn ziel maakt groot de Heer" Mijn ziel is een omschrijving voor ik Maar er is wel een reden voor die omschrijving Het lied welt als het ware op uit het innerlijke ik en de woorden vloeien vanuit dat innerlijke Het 1ste vers van dit loflied komt het sterkst overeen met Ps 35,9a: wënaphësjî thâgîl baJHWH (en mijn geest zal juichen in JHWH) LXX: hè de psuchè mou agalliasetai epi (i) kuriô(i): mijn ziel echter zal juichen op de Heer Het is wel zo dat het werkw agalliaomai pas in het tweede vers gebruikt wordt

Vergelijk Lc 1,46b: thigëdal naphësjî ´èth JHWH (mijn ziel maakt groot JHWH)
- Lc 1,47: Hebr wëthâgel rûchî be´lohe(j) jisj`î (en mijn geest verheugt zich in de god van mijn redder
MET:
1 S 2,1c `âlats libbî bJHWH (mijn hart juicht door JHWH)
1 S 2,1d râmâh qarënî bJHWH (mijn hoorn verheft zich door JHWH)

Lc 1,461 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik: kai (en) in de LXX Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr waw (verbindingshaak) Lat et Fr et N en E and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

Lc 1,462 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in de Septuaginta: legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les Lat legere Fr leçon E to say Fr dire D sprechen (spreken) Hebr ´âmar (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

ind aor 3de p enk eipen 

3024 

2426 

598 

118 

56 

223 

114 

75 

397 

511 

Lc 1,461 - 2 και ειπεν = kai eipen (en hij zei) NT (140) Lc () Lc 1 (4): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,46 Lc 2 (4): (1) Lc 2,10 (2) Lc 2,28 (3) Lc 2,34 (4) Lc 2,49
- ειπεν δε = eipen de (hij zei echter) in NT (78) Lc (52) Lc 1 (3): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,34 (3) Lc 1,38 Lc 2 (0)
- Hebreeuws וַיּאֹמֶר = wajj´omèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord + werkwoordvorm qal act imperf 3de pers mann enk van het werkw אמר = ´-m-r (zeggen) Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen) Getalwaarde: aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) Structuur: 1 - 4 - 2 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (1879) Pentateuch (594) Eerdere Profeten (868) Latere Profeten (120) 12 Kleine Profeten (56) Geschriften (241)

Lc 1,463 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria) Hebr mirëjâm (Miriam) Taalgebruik in Tenakh: mirëjâm (Miriam) Tenakh (14) Volkse etymologie: mârâh (bitter) en jâm (zee) ; bitter is de zee
Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

 

mariam 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

 

41 

13 

28 

 

13 

10 

 

 

17 

27 

 

 

Lc 1,461 - 3 kai eipen mariam (en Maria zei) Tenakh (1): Lc 1,46 eipen de mariam (Maria echter zei) Tenakh (2): (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 Hebr wajjo´mèr mirëjâm (en Miriam zei)

Lc 1,464 act ind praes 3de pers enk μεγαλυνει = megalunei (hij maakt groot) van het werkw μεγαλυνω = megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in het NT: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in Lc: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in de Septuaginta: megalunô (groot maken, verheffen) Tenakh (2): (1) Lc 1,46 (2) Sir 43,31 Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in Lc in 2 verzen: Lc 1,46 (2) Lc 1,58 Een vorm van μεγαλυνω = megalunô (groot maken, verheffen) in de Septuaginta (92) , in het NT (8): (1) Mt 23,5 (2) Lc 1,46 (3) Lc 1,58 (4) Hnd 5,13 (5) Hnd 10,46 (6) Hnd 19,17 (7) 2 Kor 10,15 (8) Fil 1,20 In de LXX kan μεγαλυνω = megalunô de vertaling van 8 verschillende Hebreeuwse werkw zijn
- Hebreeuws moet een vrouwelijke vorm 3de pers enk zijn bij het vrouwelijke נַפְשִׁי = naphësjî (mijn ziel) van het werkw גָדַל = gâdal (groot worden, opgroeien)
-- act qal imperf 3de pers vr enk תִגְדַּל = thigëdal (en zij maakt groot) Tenakh (2): (1) 1 S 26,24 (2) Zach 12,7
- Hebr גָדַל = gâdal (groot worden, opgroeien) Taalgebruik in Tenakh: gâdal (groot worden, opgroeien) De getalwaarde van gdl is: gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde: 19 of 37 37 is de ster met zeshoek 19 Structuur: 3 - 4 - 3 De som van de elementen is telkens 1 De verhouding 3 - 4 - 3 vinden we eveneens in de derde letter van het alfabet , de gimmel: gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde: 28 (2² X 7) of 73 Wellicht is het van hieruit begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt gebruikt De getalwaarde van beide woorden is elkaars omgekeerde: 37 (gdl) - 73 (gml) 73 is de ster met 37 als zeshoek
- act ind jussief 3de pers mann enk jigëdal (dat groot worde) Tenakh (4): (1) Nu 14,17 (2) Ps 35,27 (3) Ps 40,17 (4) Ps 70,5 In de 3 Psalmen is de vertaling megalunthètô (dat hij groot gemaakt worde) (pass imperat aor 3de pers enk) In (1) Ps 35,27 en (2) Ps 40,17 is JHWH , in Ps 70,5 ´èlohîm (God) lijdend voorwerp
- prefix + act ind imperf (cohortatief) 1ste pers enk וַאֲגַדְּלָה = wa´ägaddëlâh (en dat ik groot make) Tenakh (1): Gn 12,2 LXX: act ind praes 1ste pers enk μεγαλυνω = megalunô (ik maak groot) Tenakh (4): (1) Gn 12,2 (2) Jr 31,14 (3) Ez 24,9 (4) Ps 69,31 In Gn 12,2 is er sprake van (1) een groot volk maken (2) zegenen (3) je naam vergroten (4) tot zegen zijn In Lc 1,46 staan we aan het begin van een lof- /zegelied Wat aan Abraham werd toegezegd , komt tot vervulling

- waägaddëlènnû (en ik zal hem grootmaken): act ind imperf (cohortatief) 1ste pers enk + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk Tenakh (1) Ps 69,31 LXX: megalunô auton (ik maak hem groot)
Door iets goeds van de ander te zeggen , door hem op prijs te stellen , gaat de ander meer rechtop staan , groeien , groter worden De ander prijzen houdt in dat de grootheid en de waarde van de ander wordt erkend , gewaardeerd

Lc 1,465 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N de E the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

1

nom m enk ho

8495

6052

2443

408

219

331

436

281

612

156 

958 

1394 

2

nom vr enk hè

4860

3762 

1098 

151 

76

143 

117 

83 

443 

85 

370 

487 

Lc 1,466 nom vr enk ψυχη = psuchè (adem, geest, leven) en dat vr enk ψυχῃ = psuchè(i) Taalgebruik in het NT: psuchè (adem, geest, leven) Taalgebruik in de LXX: psuchè (adem, geest, leven) Lc (5): (1) Lc 1,47 (2) Lc 10,27 (3) Lc 12,19 (4) Lc 12,22 (5) Lc 12,23 Een vorm van ψυχη = psuchè in de LXX (976) , in het NT (101) , in Lc (13): (1) Lc 1,47 (2) Lc 2,35 (3) Lc 6,9 (4) Lc 9,24 (5) Lc 9,56 (6) Lc 10,27 (7) Lc 12,19 (8) Lc 12,20 (9) Lc 12,22 (10) Lc 12,23 (11) Lc 14,26 (12) Lc 17,33 (13) Lc 21,19

 

psuchè (adem, geest, leven) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

nom + dat vr enk psuchè(i)

368

293

22

4

1

5

1

4

6

1

10

11

5

1

- Hebreeuws נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) Taalgebruik in Tenakh: nèphèsj (geest) Getalwaarde: nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal: 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) Structuur: 5 - 8 - 3 Tenakh (131) Pentateuch (62) Eerdere Profeten (18) Latere Profeten (17) 12 Kleine Profeten (2) Geschriften (32)
- Arabisch: nafs (ziel) Taalgebruik in de Koran: nafs (ziel)

Lc 1,467 gen enk mou (van mij) Persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Lc (77) Lc 1 (6): (1) Lc 1,18 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,25 (4) Lc 1,43 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,47

 

pers vnw 1ste pers enk  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

gen enk mou 

3356 

2897 

459 

67 

34 

77

82

 

 

 

 

 

 

 

Lc 1,465 - 7 ἡ ψυχη μου = hè psuchè mou (mijn ziel) NT (6): (1) Mt 12,18 (2) Mt 26,38 (3) Mc 14,34 (4) Lc 1,46 (5) Joh 12,27 (6) Heb 10,38
- Hebreeuws נַפְשִׁי = naphësjî (mijn geest) < zelfst naamw + suffix bezitt voornaamw 1ste pers enk van het zelfst naamw נֶפֶשׁ = nèphèsj (geest) Taalgebruik in Tenakh: nèphèsj (geest) Getalwaarde: nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal: 52 (2 X 26) of 430 (2 X 5 X 43) Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) Structuur: 5 - 8 - 3 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (170) Pentateuch (11) Eerdere Profeten (20) Latere Profeten (18) 12 Kleine Profeten (5) Geschriften (116)

Lc 1,468 bep lidw acc mann enk ton van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

8

acc mann enk ton

6202 

4880 

1322 

167 

124 

191 

197 

244

338 

61 

482 

679 

Lc 1,469 acc mann enk κυριον = kurion van het zelfst κυριος = naamw kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in de LXX: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) Lc (10): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 (3) Lc 4,8 (4) Lc 4,12 (5) Lc 7,19 (6) Lc 10,27 (7) Lc 12,36 (8) Lc 19,8 (9) Lc 20,37 (10) Lc 20,44 Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) , in Lc (99) , in Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,16 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,28 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,43 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,66 (16) Lc 1,68 (17) Lc 1,76

 

kurios (heer)  enk

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev

Paul

Ap br  

5

acc mann enk kurion

673

605

68

6

2

10

6

12

32

 

18

24

27 

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14 

15

16

17

18

19

20

 

kurios (heer)  enk

Lc

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 22

Lc 24

1

nom enk kurios 

30

 

 

 

 

2

voc enk kurie

26

 

 

 

 

 

 

 

3

gen enk kuriou 

26

 

 

 

 

 

 

 

 

4

dat enk kuriô(i)

7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5

acc enk kurion

10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

totaal

99

17 


- Hebreeuws יהוה = JHWH Eigennaam van God Taalgebruik in Tenakh: JHWH Taalgebruik in Genesis: JHWH Taalgebruik in 1 Samuël: JHWH Taalgebruik in Jesaja: JHWH Taalgebruik in Amos: JHWH Taalgebruik in Jona: JHWH Taalgebruik in Sefanja: JHWH Getalwaarde: jod = 10 , he = 5 , waw = 6 Totaal: 26 Structuur: 1 - 5 - 6 - 5 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (5193) Pentateuch (1326) Eerdere Profeten (1013) Latere Profeten (1357) 12 Kleine Profeten (387) Geschriften (1110)
- Latijn Dominus Fr seigneur Ned Heer D Herr E Lord Aramees: יוי = JWJ Arabisch:
رَب = rabb (God, Heer) Taalgebruik in de Qoran: rabb (God, Heer)
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p93-96 Op deze blz wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd

Lc 1,464 - 9 Het 1ste vers van dit loflied komt het sterkst overeen met Ps 35,9a: wënaphësjî thâgîl baJHWH (en mijn geest zal juichen in JHWH) LXX: hè de psuchè mou agalliasetai epi (i) kuriô(i): mijn ziel echter zal juichen op de Heer Het is wel zo dat het werkw agalliaomai pas in het tweede vers gebruikt wordt Een bijzondere vermelding verdient Ps 34
- In de beschouwingen moge de zin יהוה אֶת נַפְשִׁי בָּרֲכִי = bâräkhî naphësjî JHWH (zegen, mijn ziel, JHWH) (1) Ps 103,1 (2) Ps 103,2 (3) Ps 103,22 (4) Ps 104,1 (5) Ps 104,35bekeken worden Er is echter het werkw zegenen in plaats van grootmaken en 'mijn ziel' is vocatief in plaats van onderwerp

Lc 1,47 - Lc 1,47: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:47 kai ègalliasen to pneuma mou epi theô sôtèri mou 

47 et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo 

47 en mijn geest juicht over God mijn redder  

47 En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker;  

[47] met al mijn adem juich ik om God, mijn redder; 

[47] mijn hart juicht om God, mijn redder: 

47 verrukt is mijn geest over God, mijn bevrijder,–  

47 et mon esprit tressaille de joie en Dieu mon Sauveur

King James Bible [47] And my spirit hath rejoiced in God my Saviour
Luther-Bibel 47 und mein Geist freut sich Gottes, meines Heilandes;

Lc 1,47: Hebr wëthâgel rûchî be´lohe(j) jisj`î (en mijn geest verheugt zich in de god van mijn redder

Tekstuitleg van Lc 1,47 Het vers Lc 1,46 telt 11 woorden en 46 (2 X 23) letters De getalwaarde van Lc 1,46 is 6892 (2 X 2 X 1723) Dit is het geval wanneer het loflied niet pas vanaf Lc 1,47 begint

Lc 1,471 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)
- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

Lc 1,472 - act ind aor 3de pers enk ηγαλλιασεν = ègalliasen (hij jubelde) van het werkw αγαλλιαω = agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel = Lc (1): Lc 1,47 Een vorm van αγαλλιαω = agalliaô (jubelen) in de LXX (74) , in het NT (11): (1) Mt 5,12 (2) Lc 1,47 (3) Lc 10,21 (4) Joh 5,35 (5) Joh 8,56 (6) Hnd 2,26 (7) Hnd 10,34 (8) 1 Pe 1,6 (9) 1 Pe 1,8 (10) 1 Pe 4,13 (11) Apk 19,7 In de LXX is een vorm van het werkw αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse werkwoorden
- deponent werkw ind aor 3de pers enk ηγαλλιασατο = ègalliasato (hij jubelde) van het werkw αγαλλιαω = agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel (5): (1) Ps 16,9 (2) Lc 10,21 (3) Joh 8,56 (4) Hnd 2,26 (5) Hnd 16,34 In de LXX is een vorm van het werkw αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse werkwoorden
- deponent werkw ind fut 1ste pers enk αγαλλιασομαι = agalliasomai (ik zal jubelen) van het werkw αγαλλιαω = agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel (11): (1) Js 65,19 (2) Hab 3,18 (3) Ps 9,3 (4) Ps 9,15 (5) Ps 31,8 (6) Ps 59,17 (7) Ps 60,8 (8) Ps 63,8 (9) Ps 75,10 (10) Ps 92,5 (11) Ps 119,162 In de LXX is een vorm van het werkw αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse werkwoorden
- deponent werkw ind fut 3de pers enk αγαλλιασεται = aggaliasetai (hij zal jubelen) van het werkw αγαλλιαω = agalliaô (jubelen) Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen) Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen) Bijbel (9): (1) Js 35,2 (2) Ps 13,6 (3) Ps 19,6 (4) Ps 21,2 (5) Ps 35,9 (6) Ps 51,16 (7) Ps 53,7 (8) Tob 13,9 (9) Sir 30,3 In de LXX is een vorm van het werkw αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse werkwoorden
In Ps 9,3 lezen we de Hebr werkwoordvorm act qal imperf (cohortatief) 1ste pers enk wë´è`èlëtsâh + bâkh (en dat ik juiche in jou) van het werkw `âlats (juichen) , in de LXX vertaald door agalliasomai en soi (ik zal juichen in jou)
- De werkwoordvorm act qal imperf (cohortatief) 1ste pers enk אָגִילָה = ´âgîlâh (dat ik juiche) van het werkw גיל / גול = gîl / gûl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) Taalgebruik in Tenakh: gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) Tenakh (3): (1) Hab 3,18 (2) Ps 9,15 (3) Ps 31,8 In de 2 Psalmverzen wordt het vertaald door het Griekse agalliasomai (ik zal juichen)
- act qal imperf (cohortatief) 1ste pers enk אֶעְלוֹזָה = ´è`ëlôzâh (dat ik juiche) van het werkw עָלַז = `âlaz (zich verheugen, juichen) Taalgebruik in Tenakh: `âlaz (zich verheugen, juichen) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , zain = 7 ; totaal: 35 (5 X 7) of 107 Structuur: 7 - 3 - 7 De som van de elementen is telkens 8 Tenakh (1): Hab 3,18 We lezen אֶעְלֹזָה = ´è`ëlozah (dat ik juiche) in (1) Ps 60,8 (2) Ps 108,8 In de verzen Hab 3,18 en Ps 60,8 verzen worden de 2 Hebreeuwse vormen in de LXX vertaald door γαλλιασομαι = agalliasomai (ik zal juichen)
- act qal imperf (cohortatief) 1ste pers enk אָגִילָה = ´âgîlâh (dat ik juiche) van het werkw גיל / גול = gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) Taalgebruik in Tenakh: gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) Getalwaarde: gimel = 3 , lamad = 12 of 30 , jod = 10 , waw = 6 ; totaal: 25 (5²) / 21 (3 X 7) OF 43 / 39 (3 X 13) Structuur: 3 - 1 - 3 / 3 - 6 - 3 De som van de elementen is telkens 7 / 3 Tenakh (3): (1) Hab 3,18 (2) Ps 9,15 (3) Ps 31,8 In de 2 Psalmverzen wordt het vertaald door het Griekse αγαλλιασομαι = agalliasomai (ik zal juichen)
Zowel אֶעְלוֹזָה = ´è`ëlôzah (dat ik juiche) van het werkw עָלַז = `âlaz (zich verheugen, juichen) als אָגִילָה = ´âgîlâh (dat ik juiche) van het werkw גיל / גול = = gil / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) kunnen in de LXX vertaald worden door het Griekse αγαλλιασομαι = agalliasomai (ik zal juichen) Merkwaardig is wel dat beide werkwoordvormen voorkomen in Hab 3,18 Daar wordt dan vertaald: αγαλλιασομαι = agalliasomai , χαρησομαι = charèsomai (ik zal juichen, ik zal blij zijn) We mogen ze in dit vers als synoniemen beschouwen

Merkwaardig voor Hab 3,18 is ook wat erop volgt: be´lohe(j) jisjë`î (in God mijn redder) LXX: =: epi (j) theô(j) (j) sôtèri mou (in God mijn redder)

Lc 1,473 bep lidw nom + acc onz enk το = to (het) van het bepaald lidw ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

3

nom + acc onz enk to

5941 

4582 

1359 

186 

108 

181 

121 

172 

482 

109 

475 

596 

- bepaald lidw Ned: de Arabisch: bepaald lidw اَل = ´al (de) Taalgebruik in de Qoran: ´al (de) D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Grieks: ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)

Lc 1,474 nom+ acc onz enk πνευμα = pneuma (geest) Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Taalgebruik in de Septuaginta: pneuma (geest) Taalgebruik in Lc: pneuma (geest) Taalgebruik in Hnd: pneuma (geest) Lc (16): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,25 (4) Lc 3,22 (5) Lc 4,18 (6) Lc 4,33 (7) Lc 8,55 (8) Lc 9,39 (9) Lc 11,13 (10) Lc 11,24 (11) Lc 12,10 (12) Lc 12,12 (13) Lc 13,11 (14) Lc 23,46 (15) Lc 24,37 (16) Lc 24,39 Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) , in Lc (36) , in Hnd (70) , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 in Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,17 (3) Lc 1,35 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,47 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,80 , in Lc 2 (3): (1) Lc 2,25 (2) Lc 2,26 (3) Lc 2,27 , in Lc 3 (4): (1) Lc 3,6 (2) Lc 3,13 (3) Lc 3,17 (4) Lc 3,22 , in Lc 4 (5): (1) Lc 4,1 (2) Lc 4,14 (3) Lc 4,18 (4) Lc 4,33 (5) Lc 4,36 In Lc: X vormen van pneuma (geest)in 36 verzen in 14 / 24 hoofdstukken In Hnd: X vormen van pneuma (geest) in 70 verzen in 20: 28 hoofdstukken Een vorm van pneuma (geest) in het NT (379) , in de LXX (382)

 

pneuma

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk 

syn

ev 

1

nom+ acc onz enk pneuma

366

220

146

6

12

16

14

31

55

12

34

48

 

pneuma

Mt 

Mc 

Lc 

syn

ev 

nom+ acc enk pneuma

6: (1) Mt 3,16 (2) Mt 10,20 (3) Mt 12,18 (4) Mt 12,43 (5) Mt 26,41 (6) Mt 27,50

12: (1) Mc 1,10 (2) Mc 1,12 (3) Mc 1,26 (4) Mc 3,29 (5) Mc 3,30 (6) Mc 5,8 (7) Mc 7,25 (8) Mc 9,17 (9) Mc 9,20 (10) Mc 9,25 (11) Mc 13,11 (12) Mc 14,38

16: (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,25 (4) Lc 3,22 (5) Lc 4,18 (6) Lc 4,33 (7) Lc 8,55 (8) Lc 9,39 (9) Lc 11,13 (10) Lc 11,24 (11) Lc 12,10 (12) Lc 12,12 (13) Lc 13,11 (14) Lc 23,46 (15) Lc 24,37 (16) Lc 24,39

34: (1) Mt 3,16 // Mc 1,10 // Lc 3,22 (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 (3) / Mc 3,29 // Lc 12,10 (4) Mc 5,8 // Lc 8,29 (5) Mt 10,20 // Lc 12,12 (6) Mt 12,43 // Lc 11,24 (7) Mt 26,41 // Mc 14,38

48

- רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Getalswaarde: resj = 20 of 200 waw = 6 chet = 8 Totaal: 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) Structuur: 2 - 6 - 8 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (204) Pentateuch (19) Eerdere Profeten (33) Latere Profeten (65) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften (68) Pentateuch (19): (1) Gn 6,17 (2) Gn 7,15 (3) Gn 7,22 (4) Gn 8,1 (5) Gn 26,35 (6) Gn 41,38 (7) Gn 45,27 (8) Ex 6,9 (9) Ex 10,13 (10) Ex 10,19 (11) Ex 28,3 (12) Ex 31,3 (13) Ex 35,31 (14) Nu 5,14 (15) Nu 5,30 (16) Nu 14,24 (17) Nu 24,2 (18) Nu 27,18 (19) Dt 34,9 Js (28) Js 1-39 (13): (1) Js 7,2 (2) Js 11,2 (3) Js 17,13 (4) Js 19,3 (5) Js 19,14 (6) Js 25,4 (7) Js 26,18 (8) Js 29,10 (9) Js 29,24 (10) Js 31,3 (11) Js 32,2 (12) Js 32,15 (13) Js 37,7 Js 40-66 (15): (1) Js 40,7 (2) Js 40,13 (3) Js 41,29 (4) Js 54,6 (5) Js 57,13 (6) Js 57,15 (7) Js 57,16 (8) Js 59,19 (9) Js 61,1 (10) Js 61,3 (11) Js 63,10 (12) Js 63,11 (13) Js 63,14 (14) Js 65,14 (15) Js 66,2
- Ned: geest Arabisch: روح = rûH (geest) Taalgebruik in de Qoran: rûH (geest) D: Geist E: spirit Fr: esprit Grieks: πνευμα = pneuma (geest): Taalgebruik in het NT: pneuma (geest) Hebreeuws רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Lat: spiritus

Lc 1,475 pers voornaamw 1ste pers gen mann enk μου = mou (van mij) van het persoonl voornaamw εγω = egô (ik - mij) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in de LXX: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc 15 (5): (1) Lc 15,6 (2) Lc 15,17 (3) Lc 15,18 (4) Lc 15,24 (5) Lc 15,29

 

pers vnw 1ste pers enk  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

gen enk mou 

3356 

2897 

459 

67 

34 

77

82

 

 

 

 

 

 

 

 

mou

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

77

6

2

2

0

0

1

7

3

6

3

3

6

0

5

5

4

0

1

4

2

4

8

2

3

Lc 1,473 - 5 το πνευμα μου = to pneuma mou (mijn geest) LXX (20) NT (5): (1) Mt 12,18 (2) Lc 1,47 (3) Lc 23,46 (4) Hnd 7,39 (5) 1 Kor 14,14
- רוחִי = rûchî (mijn geest) < zelfst naamw + suffix persoonl voornaamw 1ste pers enk van het zelfst naamw רוַח = rûach (geest) Taalgebruik in Tenakh: rûach (geest) Getalswaarde: resj = 20 of 200 waw = 6 chet = 8 Totaal: 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) Structuur: 2 - 6 - 8 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (31) In Lc 1,35 zei de engel: Heilige geest zal over jou komen en de kracht van God zal je overschaduwen Het begin van Jezus' leven heeft met geest te maken In het verhaal van de vorming van de mens schrijft Gn 2,7: Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen Op het einde van zijn leven beveelt Jezus uitdrukkelijk zijn geest aan God aan Hij geeft zijn geest

Lc 1,476 επι = epi (op, bij) Afkortingen: επ' = ep' en εφ' = ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in de LXX: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) επι = epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 επ' = ep' (1) Lc 1,12

epi (op, bij) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

epi

4540 

3946

594 

91 

51 

104 

22 

120 

117

89 

246 

268 

ep

1320 

1179 

141 

13 

14 

25 

13 

24 

30 

22 

52 

65 

ef 

430 

348 

82 

10 

20 

17 

25 

36 

37 

Totaal  

6290 

5473 

817 

114 

71 

149 

36 

161 

172 

114 

334 

370 

Lc 1,477 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- bepaald lidw Ned: de Arabisch: bepaald lidw اَل = ´al (de) Taalgebruik in de Qoran: ´al (de) D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Grieks: ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)

Lc 1,478 dat mann enk θεῳ = theô(i) ( - in - God) van het zelfst naamw θεος = theos (God) Taalgebruik in het NT: theos (God) Taalgebruik in de LXX: theos (God) Lc (9): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,47 (3) Lc 2,38 (4) Lc 2,52 (5) Lc 16,13 (6) Lc 17,18 (7) Lc 18,27 (8) Lc 18,43 (9) Lc 20,25 Een vorm van θεος = theos (God) in de LXX (3984) , in het NT (1314) , Lc (117) , Lc 1 (13): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,16 (4) Lc 1,19 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,35 (9) Lc 1,37 (10) Lc 1,47 (11) Lc 1,64   (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,78

theos

bijbel 

OT

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

P

Ap

nom mann enk theos

1686 

1399 

287 

15 

17 

58 

163 

20 

29

46

143

20

gen mann enk  theou

1517 

876

641 

28 

31 

70

43 

56 

360  

53 

129

172

293

67

dat  mann enk theô(i)

433 

279 

154 

13 

110 

13 

14

18

97 

13 

acc  mann enk theon

496 

354 

142 

23 

12 

30 

62 

33

45

43

19

Totaal  

4132 

2908 

1224 

44 

44 

117 

76 

157 

695

91 

205

281

576 

119 

- Ned: God Arabisch: اَللە = ´allah (Allah) Taalgebruik in de Qoran: ´allah (Allah) In het woord Allah zit het woord `al (op, verheven) D: Gott E: God Fr: dieu De vloek dju Grieks: θεος = theos (God)  Taalgebruik in het NT: theos (God) Hebreeuws: אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) Taalgebruik in Tenakh: ´èlohîm (God)

Lc 1,476 - 8 επι τῳ θεῳ = epi (i) theô(i) (op God) LXX (14) NT (2): (1) Lc 1,47 (2) 2 Kor 1,9

Lc 1,479 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- bepaald lidw Ned: de Arabisch: bepaald lidw اَل = ´al (de) Taalgebruik in de Qoran: ´al (de) D: der , die , das enz E: the Fr: le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Grieks: ὁ = ho , ἡ = hè , το = to (de - het) Hebreeuws: הַ = ha (de, het) Taalgebruik in Tenakh: ha (de, het)

Lc 1,4710 dat mann enk σωτηρι = sôtèri van het zelfst naamw σωτηρ = sôtèr (redder) Taalgebruik in het NT: sôtèr (redder) Taalgebruik in Lc: sôtèr (redder) Taalgebruik in de LXX: sôtèr (redder) Bijbel (5): (1) Mi 7,7 (2) Hab 3,18 (3) Ps 95,1 (4) Lc 1,47 (5) Jud 1,25 Een vorm van σωτηρ = sôtèr in de LXX (41) , in het NT (24) , in Lc (2): (1) Lc 1,47 (2) Lc 2,11 - Hebreeuws act part hifil mann enk מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (reddende, redder) van het werkw יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) Taalgebruik in Tenakh: jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) Getalwaarde: jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 47 OF 380 (2² X 5 X 19) Structuur: 1 - 3 - 7 In al deze gevallen is de getalwaarde van de elementen 2 Jakob (Gn 25,26) ja`äqobh (Jakob) Getalwaarde: jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal: 47 OF 182 (7 X 26) Structuur: 1 - 7 - 1 - 2 In al deze gevallen is de getalwaarde van de elementen 2 Tenakh (17): (1) Dt 22,27 (2) Dt 28,29 (3) Dt 28,31 (4) Re 3,9 (5) Re 3,15 (6) Re 6,36 (7) Re 12,3 (8) 1 S 10,19 (9) 1 S 11,3 (10) 2 K 13,5 (11) Js 19,20 (12) Js 43,11 (13) Js 45,15 (14) Zach 8,7 (15) Ps 7,11 (16) Ps 17,7 (17) Ps 18,42
- Het Hebreeuwse מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (reddende, redder) is wat letters en klank betreft zeer verwant met מָשִׁיחַ = mâsjîach (Messias , gezalfde)
- Hebreeuws מָשִׁיחַ = mâsjîach (Messias , gezalfde) Zie het werkw מָשַׁח = mâsjach (zalven) Taalgebruik in Tenakh: mâsjach (zalven) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal: 41 OF 248 (2³ X 31) Structuur: 4 - 2 - 8 De som van de elementen is telkens 5 In het Grieks χριστος = christos (Christus) m-sj-j-ch Tenakh (11): (1) 1 S 24,7 (2) 1 S 24,11 (3) 1 S 26,16 (4) 2 S 1,14 (5) 2 S 1,16 (6) 2 S 1,21 (7) 2 S 19,22 (8) 2 S 23,1 (9) Kl 4,20 (10) Da 9,25 (11) Da 9,26
- L salvator (salvare - salus) Fr sauver - saveur Ned bv salie (een heilbrengend kruid) E saviour N heiland D Heiland Arabisch: najada (redden, helpen) Taalgebruik in de Koran: najada (redden, helpen)

- Een vorm van σωτηρ = sôtèr in Lc (2): (1) Lc 1,47 (2) Lc 2,11 , in de LXX (41) , in het NT (24) מוֹשִׁיעַ = môsjî`a (de reddende, de redder ) act part hifil nom mann enk יְשׁוּעָה = jësjû`âh
- Een vorm van σωτηρια = sôtèria (redding) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,69 (2) Lc 1,71 (3) Lc 1,77 (4) Lc 19,9 , in de LXX (160) , in het NT (45) σωτηρια = sôtèria (redding): Bijbel (52) OT (44) NT (8)
- Een vorm van σωτηριον = sôtèrion (redding) in Lc (2): (1) Lc 2,30 (2) Lc 3,6 , in de LXX (135) , in het NT (4) יְשׁוּעָה = jësjû`âh
- Een vorm van σῳζω = sôzô (redden, verlossen) in Lc (17) , in de LXX (363) , in het NT (106) יָשַׁע = jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) תְשוּעָה = thësjû`â

- יִשְׁעִי = jisjë`î (mijn redding) < het zelfst naamw יְשׁוּעָה / יֶשָׁע / יֵשָׁע = jesj`a / jèsj`a / jësju`âh (hulp, heil, redding -> Jezus) en suffix persoonl voornaamw 1ste pers enk Tenakh (14) In 3 verzen in 1 Kr is het een persoonsnaam (1) 2 S 22,3 (2) 2 S 22,47 (3) 2 S 23,5 (4) Js 51,5 (5) Mi 7,7 (6) Hab 3,18 (7) Ps 18,3 (8) Ps 18,47 (9) Ps 25,5 (10) Ps 27,9 (11) Ps 62,8 Wanneer 'mijn redding' bij God staat , wordt יִשְׁעִי = jisjë`î (mijn redding) soms vertaald door een vorm van het Griekse σωτηρ = sôtèr (redder): (1) Mi 7,7 Niet in Ps 18,47 (2) Ps 25,5 (3) Ps 27,9 Niet in (11) Ps 62,8 Verder God en redder in de Ps: (1) Ps 24,5 (2) Ps 62,3 (3) Ps 62,7 (4) Ps 65,6 (5) Ps 79,9 (6) Ps 95,1

Lc 1,4711 pers voornaamw 1ste pers gen mann enk μου = mou (van mij) van het persoonl voornaamw εγω = egô (ik - mij) Taalgebruik in het NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in de LXX: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc 15 (5): (1) Lc 15,6 (2) Lc 15,17 (3) Lc 15,18 (4) Lc 15,24 (5) Lc 15,29

 

pers vnw 1ste pers enk  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

gen enk mou 

3356 

2897 

459 

67 

34 

77

82

 

 

 

 

 

 

 

 

mou

Lc 1

Lc 2

Lc 3

Lc 4

Lc 5

Lc 6

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 12

Lc 13

Lc 14

Lc 15

Lc 16

Lc 17

Lc 18

Lc 19

Lc 20

Lc 21

Lc 22

Lc 23

Lc 24

77

6

2

2

0

0

1

7

3

6

3

3

6

0

5

5

4

0

1

4

2

4

8

2

3

Lc 1,476 - 11 επι τῳ θεῳ τῳ σωτηρι μου = epi (i) theô(i) (op God) (i) sôtèri mou (mijn redder) Bijbel (3): (1) Mi 7,7 (2) Hab 3,18 (3) Lc 1,47
- בֵּאלֹהֵי יִשְׁעִי = be´lohe(j)jisj`î ( in de god van mijn redder) Tenakh (2): (1) Mi 7,7 (2) Hab 3,18


Lc 1,48 - Lc 1,48: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:48 oti epeblepsen epi tèn tapeinôsin tès doulès autou idou gar apo tou nun makariousin me pasai ai geneai 

48 quia respexit humilitatem ancillae suae ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes 

48 omdat hij neergezien heeft op de geringheid van zijn dienares Zie immers, van nu af zullen alle geslechten mij zalig prijzen, 

48 Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten  

[48] want Hij heeft omgezien naar zijn dienares in haar geringheid Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig,  

[48] hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,  

48 want hij heeft aangezien de vernedering van zijn dienares; zie, van nu af prijzen mij zalig alle generaties!– 

48 parce qu'il a jeté les yeux sur l'abaissement de sa servante Oui, désormais toutes les générations me diront bienheureuse

King James Bible [48] For he hath regarded the low estate of his handmaiden: for, behold, from henceforth all generations shall call me blessed
Luther-Bibel 48 denn er hat die Niedrigkeit seiner Magd angesehen Siehe, von nun an werden mich selig preisen alle Kindeskinder

Tekstuitleg van Lc 1,48 Het vers Lc 1,48 telt 18 (2 X 3²) woorden en 83 letters De getalwaarde van Lc 1,48 is 8895 (3 X 5 X 593)

Lc 1,481 ὁτι = hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

hoti ( dat , omdat ) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

4396 

3213 

1183 

137 

92 

160 

237 

114 

389 

54 

389 

626 

- כִּי = (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Getalswaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Structuur: 2 - 1 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (3849) Pentateuch (884) Eerdere Profeten (726) Latere Profeten (841) 12 Kleine Profeten (241) Geschriften (1157)
- Lat quia Fr parce que / que E for D denn

Lc 1,482 act aor 3de pers enk επεβλεψεν = epeblepsen (hij keek op, hij keek neer) van het werkw επιβλεπω = epiblepô (kijken op, neerzien) Taalgebruik in het NT: epiblepô (kijken op, neerzien) Taalgebruik in de LXX: epiblepô (kijken op , neerzien) Bijbel (26) OT (25): (1) Gn 19,26 (2) Gn 19,28 (3) Ex 14,24 (4) Nu 12,10 (5) Nu 21,9 (6) Re 6,14 (7) Re 20,40 (8) 1 S 7,2 (9) 1 S 24,9 (10) 2 S 1,7 (11) 2 S 2,20 (12) 1 K 18,43 (13) 1 K 19,6 (14) 2 K 13,23 (15) Ez 10,11 (16) Hab 3,6 (17) Zach 10,4 (18) Ps 33,13 (19) Ps 33,14 (20) Ps 102,18 (21) Ps 102,20 (22) 2 Kr 20,24 (23) Sir 16,29 (24) Sir 39,20 (25) Sir 42,16 NT (1) Lc 1,48 Een vorm van επιβλεπω = epiblepô (kijken op, neerzien) in de LXX (114) , in de Pentateuch (7): (1) Gn 19,26 (2) Gn 19,28 (3) Ex 14,24 (4) Lv 26,9 (5) Nu 12,10 (6) Nu 21,9 (7) Dt 9,27 , in het NT (3): (1) Lc 1,48 (2) Lc 9,38 (3) Jak 2,3 Het voorvoegsel επι = epi van het werkw επιβλεπω = epiblepô (kijken op, neerzien) wordt hierna in de bepaling met het voorzetsel επι = epi versterkt
- De vervoegde werkwoordsvorm επεβλεψεν = epeblepsen telt 9 letters , waarvan 4X een vorm van de e - klank en 3X een labiale medeklinker Het is een aoristvorm die voorafgegaan wordt door het voorvoegsel ep' (< epi) Wellicht onder invloed van het lijdend voorwerp την ταπεινωσιν = tèn tapeinôsin (de laagheid) kreeg het werkwoord het voorvoegsel epi (op) , waardoor hoog - laag wordt weergegeven God kijkt vanuit het hoge op de laagheid van zijn dienares Dat kijken van God was bevrijdend zoals uit het voorgaande vers blijkt
- Hebreeuws NBG act qal perf 3de pers mann enk (hij zag) רָאָה = râ´âh (zien, verschijnen) Taalgebruik in Tenakh: râ´âh (zien) Getalwaarde: resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal: 26 of 206 Structuur: 2 - 1 - 5 De som van de elementen is telkens 8 Een vorm van רָאָה = râ´âh in Tenakh (1188)

Lc 1,483 επι = epi (op, bij) Afkortingen: επ' = ep' en εφ' = ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in de LXX: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) επι = epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 επ' = ep' (1) Lc 1,12 Een vorm van επι = epi (op) in de LXX (7297) , in het NT (878) Hier is het voorzetsel επι = epi de versterking van het werkw met het voorvoegsel επι = epi
- Lat ad Fr à E at Ned op , naar, bij D bei

epi (op, bij) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

epi

4540 

3946

594 

91 

51 

104 

22 

120 

117

89 

246 

268 

ep

1320 

1179 

141 

13 

14 

25 

13 

24 

30 

22 

52 

65 

ef 

430 

348 

82 

10 

20 

17 

25 

36 

37 

Totaal  

6290 

5473 

817 

114 

71 

149 

36 

161 

172 

114 

334 

370 

2 - 3 επεβλεψεν επι = epeblepsen epi (hij keek naar) Bijbel (6) OT (5): (1) Gn 19,28 (2) Nu 21,9 (3) 2 S 1,7 (4) Ps 33,14 (5) Ps 102,18 NT (1) Lc 1,48
- επεβλεψα επι = epeblepsa epi (ik keek naar) Bijbel (2): (1) 1 S 9,16 (2) Jr 4,23

Lc 1,484 bep lidw acc vr enk = tèn Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (149) Lc 1 (4): (1) Lc 1,4 (2) Lc 1,39 (3) Lc 1,40 (4) Lc 1,48

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

9

acc vr enk tèn

6161 

4889 

1272 

180 

109 

149 

121 

198 

404 

111 

438 

559 

Lc 1,485 acc vr enk ταπεινωσιν = tapeinôsin van het zelfst naamw ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Taalgebruik in het NT: tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Bijbel (17) LXX (16): (1) Gn 29,32 (2) Gn 31,42 (3) Dt 26,7 (4) 1 S 1,11 (5) 1 S 9,16 (6) 2 K 14,26 (7) Ps 9,14 (8) Ps 22,22 (9) Ps 25,18 (10) Ps 31,8 (11) Ps 90,3 (12) Ps 119,153 (13) Kl 1,9 (14) Neh 9,9 (15) Jdt 6,19 (16) Jdt 13,20 NT (1) Lc 1,48 Een vorm van ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) in de LXX (42) , in de Pentateuch (5): (1) Gn 16,11 (2) Gn 29,32 (3) Gn 31,42 (4) Gn 41,52 (5) Dt 26,7 , in het NT (4): (1) Lc 1,48 (2) Hnd 8,33 (3) Fil 3,21 (4) Jak 1,10 Een vorm van ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) is in de LXX de vertaling van 5 Hebreeuwse woorden Een vorm van עֳנִי = `ânî (ellende, lijden, verdrukking , nederigheid) , vertaald met de acc vr enk ταπεινωσιν = tapeinôsin , in (1) Gn 31,42 (2) Gn 41,52 (gen vr enkταπεινωσεως = tapeinôseôs) (3) Ps 9,14 (4) Ps 25,18 (5) Ps 31,8 (6) Ps 119,153
- zelfst naamw עֳנִי = `ânî (ellende, lijden, verdrukking , nederigheid) Zie: עֲנִי = `ânî ((arm, ellendig, deemoedig) Taalgebruik in Tenakh: `ânî (arm, ellendig, deemoedig) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal: 40 (2³ X 5; som van de factoren: 13) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) Structuur: 7 - 5 - 1 De som van de elementen is telkens 4 Tenakh (5): (1) Ex 3,7 (2) 2 K 14,26 (3) Neh 9,9 (4) Ps 107,10 (5) Kl 3,1

Lc 1,484 - 5 την ταπεινωσιν = tèn tapeinôsin (de vernedering) Bijbel (17) LXX (16): (1) Gn 29,32 (2) Gn 31,42 (3) Dt 26,7 (4) 1 S 1,11 (5) 1 S 9,16 (6) 2 K 14,26 (7) Ps 9,14 (8) Ps 22,22 (9) Ps 25,18 (10) Ps 31,8 (11) Ps 90,3 (12) Ps 119,153 (13) Kl 1,9 (14) Neh 9,9 (15) Jdt 6,19 (16) Jdt 13,20 NT (1) Lc 1,48 In Gn 29,32 wordt de vernedering door JHWH gezien (naamgeving van Ruben) , in Gn 16,11 (Ismaël) en Gn 29,33 (Simeon) wordt de vernedering door JHWH gehoord
- עֳנִי אֶת = ´èth `ânî (de ellende / vernedering) Tenakh (3): (1) Ex 3,7 (2) 2 K 14,26 (3) Neh 9,9

Lc 1,482 - 5 Een vorm van רָאָה = râ´âh (zien) met een vorm van עֳנִי = `ânî (vernedering) , in de LXX vertaald door ταπεινωσιν = tapeinôsin Tenakh (10): (1) Gn 29,32 (2) Dt 26,7 (3) 1 S 1,11 (4) 1 S 9,16 (LXX) (5) 2 K 14,26 (6) Ps 9,14 (7) Ps 25,18 (8) Ps 31,8 (9) Kl 1,9 (10) Neh 9,9 NT (1) Lc 1,48
- De LXX vertaling die het meest Lc 1,48 benaderen , zijn:
-- 1 S 1,11: εαν επιβλεπων επιβλεψῃς επι την ταπεινωσιν της δουλης σου = ean epiblepôn epiblepè(i)s epi tèn tapeinôsin tès doulès sou (indien je opkijkt op de vernedering van jouw dienares)
-- 1 S 9,16: ὁτι επεβλεψα επι την ταπεινωσιν του λαου μου = hoti epeblepsa epi tèn tapeinôsin tou laou mou (want ik keek op naar de vernedering van mijn volk)
- אֶת עֳנִי = ´èth `ânî (de ellende / vernedering) Tenakh (3): (1) Ex 3,7 (2) 2 K 14,26 (3) Neh 9,9

- Horen:
- עָנְיֵך אֶל אֱלֹהִים שָׁמַע כִּי = sjâma ´èlohîm ´èl `ânëjekh (want God hoorde naar jouw vernedering) Tenakh (1): Gn 21,17
- עָנְיֵך אֶל יהוה שָׁמַע כִּי = sjâma JHWH ´èl `ânëjekh (want JHWH hoorde naar jouw vernedering) Tenakh (1): Gn 16,11
- קוֹל אֶל אֱלֹהִים שָׁמַע כִּי = sjâma ´èlohîm ´èl qôl (want God hoorde naar de stem van) Tenakh (1): Gn 21,17
- קוֹל יהוה שָׁמַע כִּי = sjâma` JHWH qôl (want JHWH hoorde de stem van) Tenakh (1): Ps 6,9
Zien:
- יהוה רָאָה כִּי = râ´âh JHWH (want JHWH zag) Tenakh (2): (1) Gn 29,32 (בּעָנְיִי = bë`ânëjî (naar mijn vernedering) (2) 2 K 14,26 (עֳנִי אֶת = ´èth `ânî (de ellende / vernedering

râ´îthî ´èth `âmmî (want ik zag mijn volk) , in de LXX vertaald door: hoti epeblepsa epi tèn tapeinôsin tou laou mou (want hij keek op naar de vernedering van mijn volk) Maar met de gen bij tapeinôsin benadert 1 S 1,11 het meest Lc 1,48: ´im râoh thirë´èh bâ`ânî ´ämâthèkhâ (als jij echt ziet naar de vernedering van je dienares) , in de LXX: ean epiblepôn epiblepè(i)s epi tèn tapeinôsin tès doulès sou
In Dt 26,7 zien we een combinatie van 'zien' en 'vernedering': wajjarë´ ´èth `ânëjenû (en Hij zag onze vernedering / nederigheid) In de LXX is dit vertaald in: kai eiden tèn tapeinôsin hèmôn (en Hij zag de vernedering van ons) DeVulgaat vertaalde: et respexit humilitatem nostram De Vulgaat van Lc 1,48 is et respexit humilitatem Dt 26,7 verwijst naar Ex 3,7 , tijdens de roeping van Mozes bij het brandend braambos: râ´îthî ´èth `ânî `ammî (ik zie de ellende van mijn volk) Dt 26,7 maakt deel uit van het gebed dat het aanbieden van de eerstelingen begeleidt Wat met Maria gebeurt , luidt een proces van bevrijding in Er wordt een verband gelegd met de bevrijding uit Egypte en de bevrijding die in de persoon van Jezus , zoon van Maria , aankomt
Het taalgebruik verwijst naar het verhaal van Hannah (1 S 1,11) Zoals Rachel geliefd is door Jakob , maar onvruchtbaar is , zo is Hannah geliefd door Elkana , maar is zij onvruchtbaar Haar gebed verwijst evenwel naar Lea , die minder geliefd was door Jakob , maar wel vruchtbaar was (Gn 32,32: râ´âh JHWH bë`ânijî = want JHWH zag naar mijn vernedering) Haar vernedering weerklinkt in de vernederingen van het volk Israël De vernedering van Israël weerklinkt in de vernedering van Hannah Via Hannah verwijst Lc 1,48 naar Lea en haar eerstgeborene Ruben

Lc 1,486 bep lidw gen vr enk tès (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (109) Lc 1 (12): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,9 (4) Lc 1,23 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,27 (7) Lc 1,33 (8) Lc 1,41 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,48 (11) Lc 1,61 (12) Lc 1,65

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

5

gen vr enk tès

5271 

4202 

1069 

107 

65 

109 

72 

164 

430 

122 

281 

353 

Lc 1,487 gen vr enk δουλης = doulès van het zelfst naamw δουλη = doulè (dienares) Zie δουλος = doulos (dienaar) Taalgebruik in het NT: doulos (dienaar) Taalgebruik in de Septuaginta: doulos (dienaar) Bijbel (11): (1) 1 S 1,11 (2) 1 S 25,24 (3) 1 S 25,28 (4) 1 S 25,31 (5) 1 S 28,22 (6) 2 S 14,15 (7) 2 S 14,19 (8) 2 S 20,17 (9) Rt 2,13 (10) Jdt 11,5 (11) Lc 1,48

gen vr enk doulès van het zelfst naamw doulè (dienares) Zie: doulos (dienaar) Taalgebruik in de bijbel: doulos (dienaar) doulos (dienaar) Taalgebruik in de Septuaginta: doulos (dienaar) Bijbel (22) OT (21) NT (1) Hebr `èbhèd (dienaar, knecht) Taalgebruik in Tenakh: `èbhèd (dienaar) Getalwaarde: ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 Totaal: 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) Structuur: 7 - 2 - 4 Arabisch: `abd (slaaf) Taalgebruik in de Koran: `abd (slaaf) Bijbel (11): (1) 1 S 1,11 (2) 1 S 25,24 (3) 1 S 25,28 (4) 1 S 25,31 (5) 1 S 28,22 (6) 2 S 14,15 (7) 2 S 14,19 (8) 2 S 20,17 (9) Rt 2,13 (10) Jdt 11,5 (11) Lc 1,48

Lc 1,488 gen mann enk autou van het voornaamw autos (zijn - haar) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in de LXX: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

autos (hij)  3de pers enk

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

gen mann enk autou 

6883 

5685 

1198 

225 

143 

220 

150 

118 

256 

86 

588 

738 

Lc 1,479 idou (zie) Taalgebruik in het NT: idou (zie) Taalgebruik in LXX: idou (zie) Taalgebruik in Tenakh: hinneh (zie) Lc (55) Lc 1 (6): (1) Lc 1,20 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,48

idou (zie)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

1229 

1037 

192 

59 

55

23 

19 

25 

121 

125 

Lc 1,4810 gar (want) Taalgebruik in het NT: gar (want) Taalgebruik in de LXX: gar (want) Taalgebruik in Lc: gar (want) Hebr Fr car Ned want Lc (92) Lc 1 (7): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,30 (4) Lc 1,44 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,66 (7) Lc 1,76

gar (want)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev  

 

2289 

1299 

990 

123 

63 

92 

61 

73 

563 

15 

278 

339 

Lc 1,489 - 10 idou gar (want zie) NT (7) Lc (5): (1) Lc 1,44 (2) Lc 1,48 (3) Lc 2,10 (4) Lc 6,23 (5) Lc 17,21 Verder: (1) Hnd 9,11 (2) 2 Kor 7,11

Lc 1,4811 απο = apo (af, van-weg) ; afkorτing απ' = ap' en αφ' = af' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in de LXX: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Lc: apo (af , van-weg)

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

apo (af, van-weg)  

2984

2544

440

82

33

73

19

93

115

25

188 

207 

ap

567 

445 

122 

22 

12 

32 

15 

12 

26 

66 

81 

af' 

183 

141 

42 

 

19 

10 

16 

totaal  

3734

3130 

604 

105 

45 

114 

40 

111

160 

29 

 264

304 

Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) απο = apo Lc (73) Lc 1 (3): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,48 (3) Lc 1,52 απ' = ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,70

Lc 1,4812 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,4813 νυν = nun (nu) Taalgebruik in het NT: nun (nu) Taalgebruik in de LXX: nun (nu) OT (701) NT (148) Mt (4) Mc (3) Lc (12): (1) Lc 1,48 (2) Lc 2,29 (3) Lc 5,10 (4) Lc 6,21 (5) Lc 6,25 (6) Lc 11,39 (7) Lc 12,52 (8) Lc 16,25 (9) Lc 19,42 (10) Lc 22,18 (11) Lc 22,36 (12) Lc 22,69 Joh (28) Hnd (25) In de LXX kan νυν = nun de vertaling van 19 verschillende Hebreeuwse woorden zijn

Lc 1,4811 - 13 απο του νυν = af van nu = vanaf nu Bijbel = NT (6): (1) Lc 1,48 (2) Lc 5,10 (3) Lc 12,52 (4) Lc 22,69 (5) Hnd 18,6 (6) 2 Kor 5,16

Lc 1,4814 act ind fut 3de pers mv μακαριουσιν = makariousin van het werkw μακαριζω = makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Taalgebruik in het NT: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Taalgebruik in de LXX: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Bijbel (5): (1) Mal 3,12 (2) Ps 72,17 (3) Hl 6,9 (4) Sir 37,24 (5) Lc 1,48 In deze 5 teksten volgt op het werkw het lijdend voorwerp dat telkens een persoonl voornaamw is In 3 van de 5 teksten staat in het onderwerp een vorm van πας = pas (alle): (1) Mal 3,12 (2) Ps 72,17 (3) Lc 1,48
- act ind praes 3de pers mv μακαριζουσιν = makarizousin van het werkw μακαριζω = makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Taalgebruik in het NT: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Taalgebruik in de LXX: makarizô (gelukkig noemen, - prijzen , achten) Bijbel (1): Gn 30,13 Een vorm van μακαριζω = makarizô in de LXX (24) , in het NT (2)

Lc 1,4815 acc enk persoonl voornaamw 2de pers enk Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (40) Lc (1) Lc 1,48

Lc 1,49 - Lc 1,49: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:49 oti epoièsen moi megala o dunatos kai agion to onoma autou 

49 quia fecit mihi magna qui potens est et sanctum nomen eius 

omdat de machtige grote dingen aan mij heeft gedaan En heilig is zijn naam 

49 Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn Naam  

[49] want grote dingen heeft de Machtige met mij gedaan Heilig is zijn naam, 

[49] ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam 

49 want grote dingen heeft hij aan mij gedaan, machtig is hij, heilig is zijn naam!–  

49 car le Tout-Puissant a fait pour moi de grandes choses Saint est son nom,  

King James Bible [49] For he that is mighty hath done to me great things; and holy is his name
Luther-Bibel 49 Denn er hat große Dinge an mir getan, der da mächtig ist und dessen Name heilig ist

Tekstuitleg van Lc 1,49 Het vers Lc 1,49 telt 11 woorden en 49 (7²) letters De getalwaarde van Lc 1,49 is 4005 (3² X 5 X 89)

Lc 1,491 ὁτι = hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

hoti ( dat , omdat ) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

4396 

3213 

1183 

137 

92 

160 

237 

114 

389 

54 

389 

626 

- כִּי = (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Taalgebruik in Dt: (want, omdat) Taalgebruik in Jesaja: (want, omdat) Taalgebruik in Sef: (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Structuur: 2 - 1 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (3849) Pentateuch (884) Eerdere Profeten (726) Latere Profeten (841) 12 Kleine Profeten (241) Geschriften (1157)
- Lat quia Fr parce que / que E for D denn

Lc 1,492 act ind aor 3de pers enk εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw ποιεω = poieô (doen, maken) Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken) Taalgebruik in de LXX: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Lc: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Hnd: poieô (doen, maken) Bijbel (714) OT (641) NT (73) Lc (14): (1) Lc 1,49 (2) Lc 1,51 (3) Lc 1,68 (4) Lc 3,19 (5) Lc 5,29 (6) Lc 6,3 (7) Lc 6,10 (8) Lc 8,8 (9) Lc 8,39 (10) Lc 11,40 (11) Lc 16,8 (12) Lc 17,9 (13) Lc 19,18 (14) Lc 23,22 Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) , in Lc (88) , Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,49 (3) Lc 1,51 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,72 Het Griekse εποιησεν = epoièsen kan de vertaling zijn van het Hebr עָשָׂה = `âsâh

poieô (doen)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn

ev

act ind aor 3de p enk epoièsen

714

641

73

13

9

14

18

14

4

1

 

 

- Hebreeuws `-sh-h (1) act qal perf 3de pers mann enk עָשָׂה = `âshâh (hij maakt) (2) act qal part mann enk עֹשֶׂה = `oshèh (makende) Tenakh (503) Pentateuch (112) Eerdere Profeten (161) Latere Profeten (78) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften (133)
- Lat facere Fr faire N doen D tun E make

1 - 2 ὁτι εποιησεν = hoti epoièsen (omdat Hij deed) LXX (11): (1) Gn 6,6 (2) Gn 38,10 (3) Dt 22,21 (4) Re 21,15 (5) 2 S 12,6 (6) 2 S 14,22 (7) 1 K 8,64 (8) 2 Kr 6,13 (9) 2 Kr 7,7 (10) 2 Kr 24,16 (11) Ps 22,32 NT (2): (1) Lc 1,49 (2) Lc 17,9
- Hebreeuws עָשָׂה כִּי = `âshâh (omdat hij maakt) Tenakh (9): (1) Gn 6,6 (2) Re 21,15 (3) 1 K 8,64 (4) 1 Kr 19,2 (5) 2 Kr 6,13 (6) 2 Kr 7,7 (7) 2 Kr 24,16 (8) Ps 22,32 (9) Js 44,23 + Js 55,11

Lc 1,493 dat mann enk 1ste pers enk μοι = moi van het persoonl voornaamw egô (ik - mij) Taalgebruik in NT: persoonlijk voornaamwoord Taalgebruik in Lc: persoonlijk voornaamwoord Lc (27) Lc 1 - 4 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,43 (4) Lc 1,49 (5) Lc 4,23

2 - 3 εποιησεν μοι = epoièsen moi (hij deed aan mij) NT (1): Lc 1,49
- לִי עָשָׂה = `âshâh (hij deed aan mij) Tenakh (6): (1) Gn 21,6 (2) Dt 8,17 (3) Re 18,4 (4) 1 K 2,4 (5) 1 K 2,24 (6) Spr 24,29

Lc 1,494 nom + acc onz mv μεγαλα = megala (grote dingen) van het bijvoegl naamw μεγας = megas (groot) Taalgebruik in het NT: megas (groot) Taalgebruik in Lc: megas (groot) Taalgebruik in de Septuaginta: megas (groot) Lc (2): (1) Lc 1,49 (2) Lc 21,11 Een vorm van μεγας = megas (groot) in de LXX (916) , in het NT (194) in Lc (25) , in Lc 1 (4): (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,42 (4) Lc 1,49
- Hebreeuws גָדוֹל = gâdôl (groot) Zie: גָדַל = gâdal (groot worden, opgroeien) Taalgebruik in Tenakh: gâdal (groot worden, opgroeien) De getalwaarde van gdl is: gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde: 19 of 37 37 is de ster met zeshoek 19 De verhouding 3 - 4 - 3 vinden we in de derde letter , de gimmel: gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde: 28 (2² X 7) of 73 Wellicht is het van hieruit begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt gebruikt De getalwaarde van beide woorden is elkaars omgekeerde: 37 (gdl) - 73 (gml) 73 is de ster met 37 als zeshoek
- הַגְּדֹלֹת = haggëdoloth (de grote dingen) Tenakh (3): (1) Dt 7,19 (2) Dt 10,21 (3) Dt 29,2
- הַגְּדֹלֹת אֶת = ´èth haggëdoloth (de grote dingen) Tenakh (1): Dt 10,21

Lc 1,495 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,492 - 6 die grote dingen deed
- Lc 1,49: hoti epoièsen moi megala (omdat hij grote dingen aan mij deed)
- Dt 10,21: hostis epoièsen en soi ta megala (die de grote dingen onder jou deed) Hebr ´äsjèr `âshâh ´iththëkhâ ´èth haggëdoloth

Lc 1,497 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,498 nom + acc onz enk hagion van het bijvoegl naamw hagios (heilig) Taalgebruik in het NT: hagios (heilig) Taalgebruik in Lc: hagios (heilig) Taalgebruik in Hnd: hagios (heilig) Taalgebruik in de Septuaginta: hagios (heilig) Hebr qâdôsj (heilig) Taalgebruik in Tenakh: qâdôsj (heilig) Lat sanctus Fr saint Ned heilig D heilig E holy Arabisch: muqaddas (heilig) < stam q-d-s Taalgebruik in de Koran: muqaddas (heilig) Arabisch: muqaddas (heilig) < stam q-d-s Taalgebruik in de Koran: muqaddas (heilig) Lc (8): (1) Lc 1,35 (2) Lc 1,49 (3) Lc 2,23 (4) Lc 2,25 (5) Lc 3,22 (6) Lc 11,13 (7) Lc 12,10 (8) Lc 12,12 Een vorm van hagios (heilig) in Lc in 19 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,49 (5) Lc 1,67 (6) Lc 1,70 (7) Lc 1,72 (8) Lc 2,23 (9) Lc 2,25 (10) Lc 2,26 (11) Lc 3,16 (12) Lc 3,22 (13) Lc 4,1 (14) Lc 4,34 (15) Lc 9,26 (16) Lc 10,21 (17) Lc 11,13 (18) Lc 12,10 (19) Lc 12,12 In Hnd (53) In de LXX (832) , in het NT (233)

Lc 1,499 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,4910 nom + acc onz enk ονομα = onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in de Septuaginta: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Taalgebruik in Hnd: onoma (naam) Lc (15):
(1) Lc 1,5 (kai to onoma autès Elisabet = en haar naam was Elisabet)
(2) Lc 1,13 (kai kaleseis to onoma autou Iôannèn = en je zult zijn naam Johannes noemen)
(3) Lc 1,26 (hèi onoma Nazareth = aan wie de naam Nazareth)
(4) Lc 1,27 (hôi onoma Iôsèf = aan wie de naam Jozef)
(5) Lc 1,31 (kai kaleseis to onoma autou Ièsoun = en je zult zijn naam Jezus noemen)
(6) Lc 1,49
(7) Lc 1,63 (Iôannès estin onoma autou = Johannes is zijn naam)
(8) Lc 2,21 (kai eklèthè to onoma autou Ièsous (en zijn naam werd Jezus genoemd)
(9) Lc 2,25 (hôi onoma Sumeôn = aan wie de naam Simeon) (10) Lc 6,22 (11) Lc 8,30
(12) Lc 8,41 (hôi onoma Iaïros = aan wie de naam Jaïrus) (13) Lc 11,2 (14) Lc 21,17
(15) Lc 24,13 (hèi onoma Emmaous = aan wie de naam Emmaüs)
Een vorm van onoma (naam) in de LXX (1045) , in het NT (228) , in Lc (32 verzen - 33X) , in Lc 1 (9 verzen - 10X): (1) Lc 1,5 (2X) (2) Lc 1,13  (3) Lc 1,26 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,31 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,59 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,63 In Hnd (60)
- Stam: N M Lat nomen Fr nom Ned naam D Name Eng name Hebr sjem (naam) Taalgebruik in Tenakh: sjem (naam)

Lc 1,4911 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,499 - 11 το ονομα αυτου = to onoma autou (zijn naam) NT (20) Lc (5): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,49 (4) Lc 1,63 (5) Lc 2,21
- Hebreeuws: שֵׁמוֹ = sjëmô (zijn naam) < zelfst naamw + suffix pers voornaamw 3de pers mann enk van het zelfst naamw שֵׁם = sjem (naam) Taalgebruik in Tenakh: sjem (naam) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal: 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) Structuur: 3 - 4 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (163) Pentateuch (60) Eerdere Profeten (23) Latere Profeten (27) 12 Kleine Profeten (9) Geschriften (44)
- שֵׁם = sjem (naam) < zelfst naamw met 2 medeklinkers en 1 korte klinker (qil-vorm) i is in gesloten lettergrepen met klemtoon e geworden (Lettinga 13m)
- שֵׁמוֹ = sjëmô (zijn naam) < onmiddellijk voor de hoogfdklemtoon is de i of de daaruit ontstane e in open lettergrepen deels vervluchtigd tot sëwa (Lettinga 13o)
- וּשְׁמוֹ = ûsjëmô (en zijn naam) < prefix voegwoord + zelfst naamw sjem + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk van het zelfst naamw sj-m שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) Taalgebruik in Tenakh: sjem (naam) Getalwaarde: sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal: 34 (2 X 17) of 340 (10 X 2 X 17) Structuur: 3 - 4 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (33) Pentateuch (10) Eerdere Profeten (15) Latere Profeten (3) 12 Kleine Profeten (2) Geschriften (3)

Lc 1,497 - 11 Lc 1,49: en heilig is zijn naam (wëqadôsj sjëmô) Hebr tekst: het eerste woord eindigt met een sjin en het tweede woord begint ermee Zie = sjem qâdësjô (de naam van zijn heiligheid) Tenakh (2): (1) Ps 103,1 (2) Ps 145,21 Wat betekent het ? Er zijn plaatsen , tijden , personen en zaken die heilig genoemd worden Dan staan ze in relatie tot God die de Heilige wordt genoemd

Lc 1,50 - Lc 1,50: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:50 kai to eleos autou eis geneas kai geneas tois foboumenois auton  

50 et misericordia eius in progenies et progenies timentibus eum 

en zijn barmhartigheid gaat tot geslachten en nog eens geslachten voor degenen die hem vrezen  

50 En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vrezen  

[50] barmhartig is Hij, iedere generatie weer, voor wie Hem eerbiedigen 

[50] Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert 

50 zijn ontferming is van generatie tot generatie over wie hem vrezen;  

50 et sa miséricorde s'étend d'âge en âge sur ceux qui le craignent  

King James Bible And his mercy is on them that fear him from generation to generation
Luther-Bibel 50 Und seine Barmherzigkeit währt von Geschlecht zu Geschlecht bei denen, die ihn fürchten

Tekstuitleg van Lc 1,50 Het vers Lc 1,50 telt 10 (2 X 5) woorden en 50 (2 X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,50 is 6092 (2² X 1523)

Lc 1,501 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,502 bepaald lidw nom + acc onz enk το = to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam) Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,503 nom + acc onz enk ελεος = eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in het NT: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in de Septuaginta: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Lc: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Hnd: eleos (barmhartigheid) Lc (4): (1) Lc 1,50 (2)  Lc 1,58 (3) Lc 1,72 (4) Lc 10,37 Een vorm van ελεος = eleos (barmhartigheid) in de LXX (16 + 338) , in het NT (27) , in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,54 (3)  Lc 1,58 (4) Lc 1,72 (5) Lc 1,78 (6 ) Lc 10,37 In Lc: 2 vormen van ελεος = eleos (barmhartigheid) in 6 verzen in 2 hoofdstukken 5X in Lc 1 en 1X in Lc 10,37 Niet in Hnd ελεος = eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende Hebreeuwse woorden
- In het Magnificat (Lc 1,47-54) lezen we in Lc 1,50: en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht En in Lc 1,54: om barmhartigheid te gedenken Bij de geboorte van Johannes zullen verwanten en buren zeggen: want de Heer vergrootte zijn barmhartigheid En in het Benedictus , in Lc 1,72: om barmhartigheid te doen met onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken En in Lc 1,78: door de bewogenheid van barmhartigheid van onze God Barmhartigheid kenmerkt God sinds eeuwigheid , en Hij kijkt terug hoe Hij barmhartig was in de loop der geschiedenis De oproep van Jezus aan de mens om barmhartig te zijn , ligt in de lijn van wat God doet Zo kunnen we zeggen: wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is Wees barmhartig is ook een smeekbede in de wonderverhalen en in de kerk geworden (kyrie , eleison = Heer , ontferm u over ons)

 

eleos 

Lc

Lc 1

Lc 10

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

nom + acc onz enk eleos

(1) Lc 1,50 (2)  Lc 1,58 (3) Lc 1,72

(4) Lc 10,37  

226 

207 

19 

 

 

 

12 

 

gen onz enk eleous  

(1) Lc 1,54   (2) Lc 1,78

 

33 

28 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- Hebreeuws חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) Taalgebruik in Tenakh: chèsèd (liefde, barmhartigheid) Getalwaarde: chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal: 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) Structuur: 8 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 9 Tenakh (76) Pentateuch (12) Eerdere Profeten (19) Latere Profeten (5) 12 Kleine Profeten (9) Geschriften (31) Gn (12): (1) Gn 24,12 (2) Gn 24,14 (3) Gn 24,49 (4) Gn 39,21 (5) Gn 40,14 (6) Gn 47,29 (7) Ex 20,6 (8) Ex 34,6 (9) Ex 34,7 (10) Lv 20,17 (11) Nu 14,18 (12) Dt 5,10 Ps (19): (1) Ps 18,51 (2) Ps 25,10 (3) Ps 32,10 (4) Ps 33,5 (5) Ps 52,3 (6) Ps 61,8 (7) Ps 62,13 (8) Ps 85,11 (9) Ps 86,5 (10) Ps 86,15 (11) Ps 89,3 (12) Ps 89,15 (13) Ps 100,1 (14) Ps 103,4 (15) Ps 103,8 (16) Ps 109,12 (17) Ps 109,16 (18) Ps 141,5 (19) Ps 145,8 Een vorm van חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) חֶסֶד = chèsèd van Tenakh wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven
- חַסְדוֹ = chasëdô (zijn liefde) < zelfst naamw + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk Tenakh (61) Pentateuch (1) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (0) Geschriften (58) Gn (1): Gn 24,27 Ps (47): (1) Ps 31,22 (2) Ps 42,9 (3) Ps 57,4 (4) Ps 59,11 (5) Ps 77,9 (6) Ps 98,3 (7) Ps 100,5 (8) Ps 103,11 (9) Ps 106,1 (10) Ps 106,45 (11) Ps 107,1 (12) Ps 107,8 (13) Ps 107,15 (14) Ps 107,21 (15) Ps 107,31 (16) Ps 117,2 (17) Ps 118,1 (18) Ps 118,2 (19) Ps 118,3 (20) Ps 118,4 (21) Ps 118,29 (22) Ps 136,1 (23) Ps 136,2 (24) Ps 136,3 (24 + 23 = 47) - Ps 136,4 - Ps 136,5 - Ps 136,6 - Ps 136,7 - Ps 136,8 - Ps 136,9 - Ps 136,10 - Ps 136,11 - Ps 136,12 - Ps 136,13 - Ps 136,14 - Ps 136,15 - Ps 136,16 - Ps 136,17 - Ps 136,18 - Ps 136,19 - Ps 136,20 - Ps 136,21 - Ps 136,22 - Ps 136,23 - Ps 136,24 - Ps 136,25 - Ps 136,26
- הַחֶסֶד = hachèsèd (de liefde, de barmhartigheid) < bepaald lidw ha + zelfst naamw Tenakh (6): (1) Dt 7,12 (2) 2 S 2,5 (3) 1 K 3,6 (4) Jr 16,5 (5) Ps 130,7 (6) 2 Kr 24,22
- Lat misericordia Fr misericorde E mercy N barmhartigheid D Barmherzigkeit
- zelfst naamw acc vr enk ελεημοσυνην = eleèmosunèn van het zelfst naamw ελεημοσυνη = eleèmosunè (barmhartigheid) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 11,41 (2) Lc 12,33 Een vorm van ελεημοσυνη = eleèmosunè in de LXX (70) , in het NT (13) , in Lc (2)
- werkw act imperat aor 2de pers enk ελεησον = eleèson (ontferm je over) van het werkwoord ελεεω = eleeô (medelijden hebben, erbarmen, zich ontfermen, barmhartig zijn) Taalgebruik in het NT: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in de LXX: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in Lc: eleeô (medelijden hebben) In Lc (4): (1) Lc 16,24 (2) Lc 17,13 (3) Lc 18,38 (4) Lc 18,39 Een vorm van ελεεω = eleeô in de LXX (139) , in het NT (32) , in Lc (4)
- Besluit: een vorm met de stam ele (barmhart- , ontferm-) in Lc in 12 verzen

Lc 1,504 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,502 - 4 το ελεος αυτου = to eleos autou (zijn barmhartigheid) Bijbel = NT (3): (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,58 (3) Lc 10,37 Hebreeuws zie hierboven חַסְדוֹ = chasëdô (zijn liefde)

Lc 1,501 - 4 Bijbel = NT (1) = Lc 1,50: και το ελεος αυτου = kai to eleos autou (en zijn barmhartigheid) Hebr wëhasëdô Tenakh (1): Ps 66,20

Lc 1,505 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

6 gen vr enk + acc vr mv geneas van het zelfst naamw genea (geslacht, generatie) Taalgebruik in het NT: genea (geslacht, generatie) Taalgebruik in de Septuaginta: genea (geslacht, generatie) Hebr dor (geslacht, generatie) Taalgebruik in Tenakh: dor (geslacht, generatie) Getalwaarde: daleth = 4 , resj = 20 of 300 ; totaal: 24 of 304 Lat progenies Fr génération E generation Ned geslacht , generatie D Geslecht Tenakh (92) NT (12) Lc (7): (1) Lc 1,50 (2) Lc 7,31 (3) Lc 11,31 (4) Lc 11,32 (5) Lc 11,50 (6) Lc 11,51 (7) Lc 17,25 Een vorm van genea (geslacht, generatie) in Lc (13): (1) Lc 1,48 (2) Lc 1,50 (3) Lc 7,31 (4) Lc 9,41 (5) Lc 11,29 (6) Lc 11,30 (7) Lc 11,31 (8) Lc 11,32 (9) Lc 11,50 (10) Lc 11,51 (11) Lc 16,8 (12) Lc 17,25 (13) Lc 21,32 Hebr dorôth Tenakh (3): (1) Re 3,2 (2) Js 51,9 (3) Job 42,16 Een vorm van genea (geslacht, generatie) in de LXX (238) , in het NT (43) De acc vr enk genean komt in Lc slechts in Lc 16,8 voor Hebr dor in Tenakh (8): (1) Ex 3,15 (2) Ex 17,16 (3) Joz 17,11 (4) Ps 45,18 (5) Ps 61,7 (6) Ps 100,5 (7) Da 3,33 (dâr) (8) Da 4,31 (dâr) In 7 verzen in de samenstelling dor (dâr) wëdor (wëdar) (geslacht en geslacht) Niet in Joz 17,11 In LXX: Ex 17,16: middor dor (van geslacht geslacht) = apo geneôn eis geneas (van geslachten tot geslachten)

5 - 6 eis geneas (tot geslachten) voorzetsel eis (naar, tot) + acc vr mv geneas (geslachten, generaties) Hebr lëdoroth (1) of lëdorôth (niet) In Gn 9,12 is de regenboog het teken van het verbond voor eeuwige geslachten ( lëdoroth `ôlâm) LXX (eis geneas aiônious) Het enk lëdor (tot geslacht , generatie) in Tenakh in 16 verzen ; in 15 verzen in een samenstelling met dor / wedor / wëdôr) (van geslacht tot geslacht, van generatie tot generatier) Niet in een samenstelling in Job 8,8

Lc 1,507 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,505 - 8 eis geneas kai geneas (tot geslachten en geslachten , van generatie tot generatie) In NT slechts in Lc 1,50
- lëdor wâdor (tot geslacht en geslacht ; van generatie tot generatie) De getalwaarde is: lamed = 12 of 30 , daleth = 4 , resj = 20 of 300 , waw = 6 ; totaal: 12 + 4 + 20 + 6 + 4 + 20 = 66 of 30 + 4 + 300 + 6 + 4 + 300 = 644 Tenakh (12): (1) Ps 10,6 (2) Ps 33,11 (3) Ps 49,12 (4) Ps 77,9 (5) Ps 79,13 (6) Ps 85,6 (7) Ps 89,2 (8) Ps 102,13 (9) Ps 106,31 (10) Ps 119,90 (11) Ps 135,13 (12) Ps 146,10
- lëdor wâdôr (tot geslacht en geslacht ; van generatie tot generatie) Tenakh (2): (1) Ps 89,5 (2) Kl 5,19 lëdor dor (tot geslacht geslacht ; van generatie tot generatie) Tenakh (1) Ex 3,15
- De vertaling van de LXX is meestal eis genean kai genean (tot geslacht en geslacht): (1) Ps 33,11 (2) Ps 49,12 (3) Ps 79,13 (4) Ps 89,2 (5) Ps 89,5 (6) Ps 102,13 (7) Ps 106,31 (9) Ps 135,13 (10) Ps 146,10 (11) Kl 5,19 ; apo geneas eis geneas (van geslacht tot geslacht): (1) Ps 10,6 (2) Ps 77,9 (3) Ps 85,6 Niet: (1) Ex 3,15 lëdor wâdôr (tot geslacht en geslacht ; van generatie tot generatie) staat vaak parallel met lë`ôlâm (voor eeuwig) of variante LXX: eis ton aiôna Tenakh: (1) Ps 33,11 (2) Ps 49,12 (3) Ps 79,13 (4) Ps 85,6 (5) Ps 89,2 (`ôlâm) (5) Ps 89,5 (`ad `ôlâm = tot eeuwig) (6) Ps 102,13 (7) Ps 106,31 (8) Ps 119,90 (9) Ps 135,13 (10) Ps 146,10 (11) Kl 5,19 Niet in: (1) Ex 3,15 (2) Ps 10,6 (3) Ps 77,9 (4) Ps 119,90

Lc 1,5011 pers voornaamw 3de pers enk acc mann enk auton (hem) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (184) Lc 1 (5): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,21 (5) Lc 1,50

Lc 1,51 - Lc 1,51: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:51 epoièsen kratos en brachioni autou dieskorpisen uperèfanous dianoia kardias autôn 

51 fecit potentiam in brachio suo dispersit superbos mente cordis sui  

51 Hij deed krachtwerk met zijn arm, hij heeft de trotsen van hart uiteengestrooid;  

51 Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm; Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten  

[51] Hij heeft de kracht van zijn arm getoond, wie zich verheven waanden, heeft Hij uiteengeslagen  

[51] Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen,* 

51 kracht heeft hij betoond met zijn arm; hoogmoedigen met de plannen van hun hart,– hij sloeg ze uiteen;  

 51 Il a déployé la force de son bras, il a dispersé les hommes au cœur superbe

King James Bible [51] He hath shewed strength with his arm; he hath scattered the proud in the imagination of their hearts
Luther-Bibel 51 Er übt Gewalt mit seinem Arm und zerstreut, die hoffärtig sind in ihres Herzens Sinn

Tekstuitleg van Lc 1,51

Lc 1,511 act ind aor 3de pers enk εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw ποιεω = poieô (doen, maken) Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken) Taalgebruik in de LXX: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Lc: poieô (doen, maken) Taalgebruik in Hnd: poieô (doen, maken) Bijbel (714) OT (641) NT (73) Lc (14): (1) Lc 1,49 (2) Lc 1,51 (3) Lc 1,68 (4) Lc 3,19 (5) Lc 5,29 (6) Lc 6,3 (7) Lc 6,10 (8) Lc 8,8 (9) Lc 8,39 (10) Lc 11,40 (11) Lc 16,8 (12) Lc 17,9 (13) Lc 19,18 (14) Lc 23,22 Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390) , in het NT (565) , in Lc (88) , Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,49 (3) Lc 1,51 (4) Lc 1,68 (5) Lc 1,72 Het Griekse εποιησεν = epoièsen kan de vertaling zijn van het Hebr עָשָׂה = `âsâ

poieô (doen)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn

ev

act ind aor 3de p enk epoièsen

714

641

73

13

9

14

18

14

4

1

 

 

- Hebreeuws `-sh-h (1) act qal perf 3de pers mann enk עָשָׂה = `âshâh (hij maakt) (2) act qal part mann enk עֹשֶׂה = `oshèh (makende) Tenakh (503) Pentateuch (112) Eerdere Profeten (161) Latere Profeten (78) 12 Kleine Profeten (19) Geschriften (133)
- Lat facere Fr faire N doen D tun E make In het scheppingsverhaal wordt poieô als synoniem van scheppen gebruikt

Lc 1,512 zelfst naamw nom + acc onz enk κρατος = kratos (kracht) Zie het werkw κρατεω = krateô (vastnemen, bemachtigen) Taalgebruik in het NT: krateô (vastnemen, bemachtigen) Taalgebruik in de LXX: krateô (vastnemen, bemachtigen)
- Hebr חָזַק = châzaq (sterk, vast zijn , overweldigen vasthouden)

Lc 1,511 - 2 εποιησεν κρατος = epoièsen kratos (hij oefende kracht uit) Bijbel (1): Lc 1,51

Lc 1,513 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,515 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,513 - 5 - εν βραχιονι ὑψηλῳ = en brachioni hupsèlô(i) (met uitgestrekte arm) LXX (12): (1) Ex 6,1 (2) Ex 6,6 (3) Dt 4,34 (4) Dt 5,15 (5) Dt 6,21 (6) Dt 7,8 (7) 2 K 17,36 (8) Jr 32,21 (9) Ez 20,33 (10) Ez 20,34 (11) Ps 136,12 (12) Bar 2,11
- εν βραχιονι αυτου = en brachioni autou (met zijn arm) LXX (2): (1) Dt 26,8 (2) Sir 38,30

- εν χειρι κραταιᾳ και εν βραχιονι ὑψηλῳ = en cheiri krataia(i) kai en brachioni hupsèlô(i) (met krachtige hand en met uitgestrekte arm) LXX (8): (1) Dt 4,34 (2) Dt 5,15 (3) Dt 6,21 (4) Dt 7,8 (5) Jr 32,21 (6) Ez 20,33 (7) Ez 20,34 (8) Ps 136,12
- εν χειρι κραταιᾳ και εν βραχιονι αυτου τῳ ὑψηλῳ = en cheiri krataia(i) kai en brachioni autou (i) hupsèlô(i) (met krachtige hand en met zijn arm, de uitgestrekte) LXX (1): Dt 26,8

Met uitgestrekte arm volgt meestal op "met krachtige hand" Deze beide uitdrukkingen staat in de context van de uittocht uit Egypte , uit het slavenhuis Al is de historiciteit van de uittocht uit Egypte een groot vraagteken , het neemt niet wel dat het verhaal over die uittocht een groot verlangen naar bevrijding uit de slavernij en de roep op vrijheid uitdrukt Al heeft de geschiedenis van Israël weinig vredevolle periodes gekend , toch bleef dat verlangen levendig Het lijkt alsof bevrijding bekomen en vrijheid beleven iets bovenmenselijks is en aan een trancendent wezen (God) moet toegeschreven worden Met een enorme innerlijke kracht (die een mens in zichzelf kan ontdekken) is een mens in staat vrijheid te veroveren op al wat hem slaaf maakt , terneerdrukt Het magnificat drukt het uit: een enorme kracht bewerkte bevrijding en vrijheid

Lc 1,516 act ind aor 3de pers enk διεσκορπισεν = dieskorpisen (hij verkwistte, verstrooide) van het werkw διασκορπιζω = diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Taalgebruik in het NT: diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Taalgebruik in de LXX: diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Taalgebruik in Lc: diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) Bijbel (4): (1) Dt 30,3 (2) Ps 53,6 Lc (2): (1) Lc 1,51 (2) Lc 15,13 Een vorm van διασκορπιζω = diaskorpizô (uiteenwerpen, verkwisten) in de LXX (53) , in het NT (9): (1) Mt 25,24 (2) Mt 25,26 (3) Mt 26,31 (4) Mc 14,27 (5) Lc 1,51 (6) Lc 15,13 (7) Lc 16,1 (8) Joh 11,52 (9) Hnd 5,37
- פוץ = pûts (zich verstrooien, zich verspreiden) Taalgebruik in Tenakh: pûts (zich verstrooien, zich verspreiden)
- הֱפִיצְךָ = hèphîtsëkhâ < act hifil perf 3de pers mann enk + suffix persoonl voornaamw 2de pers mann enk (hij verstrooide je) van het werkw פוץ = pûts (zich verstrooien, zich verspreiden) Taalgebruik in Tenakh: pûts (zich verstrooien, zich verspreiden) Tenakh (1): Dt 30,3 JHWH zal zich ontfermen over het volk dat in ballingschap ging Hij zal het verzamelen uit alle volkeren waarheen Hij het heeft verstrooid

-

Lc 1,5110 gen mv autôn van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (94) Lc 1 (6): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,20 (4) Lc 1,51 (5)

Lc 1,52 - Lc 1,52: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:52 katheilen dunastas apo thronôn kai upsôsen tapeinous 

52 deposuit potentes de sede et exaltavit humiles 

52 hij heeft de trotsen van hart uiteengestrooid ; hij heeft machthebbers van hun tronen neergehaald en geringen verheven  

52 Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd  

[52] Machthebbers heeft Hij van hun troon gehaald, geringen gaf Hij een hoge plaats  

[52] heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien 

52 hij heeft machtigen van hun troon gestoten en vernederden verhoogd;  

52 Il a renversé les potentats de leurs trônes et élevé les humbles,  

King James Bible [52] He hath put down the mighty from their seats, and exalted them of low degree
Luther-Bibel 52 Er stößt die Gewaltigen vom Thron und erhebt die Niedrigen

Tekstuitleg van Lc 1,52 Het vers Lc 1,52 telt 7 woorden en 41 letters De getalwaarde van Lc 1,52 is 5718 (2 X 3 X 953)

Lc 1,521 act ind aor 3de pers enk καθειλεν = katheilen van het werkw καθαιρεω = kathaireô (naar beneden nemen, afnemen) Taalgebruik in het NT: kathaireô (afnemen, naar beneden nemen) Bijbel (22): (1) Gn 24,18 (2) Gn 24,46 (3) Re 9,45 (4) 2 K 14,13 (5) 2 K 16,17 (6) 2 K 23,7 (7) 2 K 23,8 (8) 2 K 23,12 (9) Js 14,17 (10) Jr 52,14 (11) Spr 21,22 (12) Kl 2,2 (13) Kl 2,17 (14) Jdt 13,6 (15) 1 Mak 1,31 (16) 1 Mak 2,25 (17) 1 Mak 5,65 (18) 1 Mak 5,68 (19) 1 Mak 9,54 (20) Sir 10,14 (21) Sir 28,14 (22) Lc 1,52 Een vorm van καθαιρεω = kathaireô in de LXX (95) , in het NT (9): (1) Mc 15,36 (2) Mc 15,46 (3) Lc 1,52 (4) Lc 12,18 (5) Lc 23,53 (6) Hnd 13,19 (7) Hnd 13,29 (8) Hnd 19,27 (9) 2 Kor 10,5 In de LXX is een vorm van het werkw καθαιρεω = kathaireô de vertaling van 13 verschillende Hebreeuwse woorden

Lc 1,523 απο = apo (af, van-weg) afkorτing απ' = ap' Taalgebruik in het NT: apo (af , van-weg) Taalgebruik in de LXX: apo (af , van-weg) Taalgebruik in Lc: apo (af , van-weg) Voorzetsel
Lc (73 + 32 + 9 = 114) Lc 1 (3 + 3 = 6) απο = apo Lc (73) Lc 1 (3): (1) Lc 1,26 (2) Lc 1,48 (3) Lc 1,52 απ' = ap' Lc (32) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,38 (3) Lc 1,70

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

apo (af, van-weg)  

2984

2544

440

82

33

73

19

93

115

25

188 

207 

ap

567 

445 

122 

22 

12 

32 

15 

12 

26 

66 

81 

af' 

183 

141 

42 

 

19 

10 

16 

totaal  

3734

3130 

604 

105 

45 

114 

40 

111

160 

29 

 264

304 

Lc 1,524 gen mann mv θρονων = thronôn (van de tronen) van het zelfst naamw θρονος = thronos (troon) Taalgebruik in het NT: thronos (troon) Taalgebruik in de LXX: thronos (troon) Bijbel (10) LXX (10) NT (2): (1) Lc 1,52 (2) Lc 22,30

Lc 1,526 act ind aor 3de pers enk ὑψωsen = hupsôsen (hij verhief) van het werkw ὑψοω = hupsoô (verhogen, verheffen) Taalgebruik in het NT: hupsoô (verhogen) Taalgebruik in de LXX: hupsoô (verhogen) Bijbel (25): (1) 1 S 9,24 (2) 2 K 2,13 (3) 2 K 25,27 (4) Js 63,9 (5) Jr 49,16 (6) Ez 31,4 (7) Ps 27,5 (8) Ps 27,6 (9) Ps 118,16 (10) Job 19,6 (11) Kl 2,17 (12) Est 2,18 (13) Est 3,1 (14) Ezr 8,25 (15) Ezr 10,1 (16) 2 Kr 33,14 (17) Tob 13,18 (18) 1 Mak 11,26 (19) 1 Mak 13,27 (20) 1 Mak 14,37 (21) Sir 45,6 (22) Lc 1,52 (23) Joh 3,14 (24) Hnd 5,31 (25) Hnd 13,17 Een vorm van ὑψοω = hupsoô in de LXX (199) , in het NT (20): (1) Mt 11,23 (2) Mt 23,12 (3) Lc 1,52 (4) Lc 10,15 (5) Lc 14,11 (6) Lc 18,14 (7) Joh 3,14 (8) Joh 8,28 (9) Joh 12,32 (10) Joh 12,34 (11) Hnd 2,33 (12) Hnd 5,31 (13) Hnd 13,17 (14) 2 Kor 11,7 (15) Jak 4,10 (16) 1 Pe 5,6 In de LXX kan een vorm van het werkw ὑψοω = hupsoô de vertaling zijn van 17 verschillende Hebreeuwse woorden

Lc 1,527 acc mann mv ταπεινους = tapeinous (kleinen) van het bijvoegl naamw ταπεινος = tapeinos (laag, klein, deemoedig) Zie het zelfst naamw ταπεινωσις = tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Taalgebruik in het NT: tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Taalgebruik in de LXX: tapeinôsis (vernedering, nederigheid) Bijbel (11): (1) Js 11,4 (2) Js 32,7 (3) Js 49,13 (4) Ps 34,19 (5) Spr 30,14 (6) Job 5,11 (7) Job 12,21 (8) 1 Mak 14,14 (9) Sir 10,15 (10) Lc 1,52 (11) 2 Kor 7,6 Een vorm van in de LXX (70) , in het NT (8): (1) Mt 11,29 (2) Lc 1,52 (3) Rom 12,16 (4) 2 Kor 7,6 (5) 2 Kor 10,1 (6) Jak 1,9 (7) Jak 4,6 (8) 1 Pe 5,5


Lc 1,53 - Lc 1,53: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:53 peinôntas eneplèsen agathôn kai ploutountas exapesteilen kenous 

53 esurientes implevit bonis et divites dimisit inanes 

hongerigen heeft hij verzadigd met goede dingen ) en rijken leeg weggezonden 

53 Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden  

[53] Hongerigen overlaadde Hij met het beste, rijken heeft Hij met lege handen weggestuurd 

[53] Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen  

53 hongerlijders heeft hij vervuld met alle goeds, en rijken heeft hij ledig heengezonden; 

53 Il a comblé de biens les affamés et renvoyé les riches les mains vides 

King James Bible [53] He hath filled the hungry with good things; and the rich he hath sent empty away
Luther-Bibel 53 Die Hungrigen füllt er mit Gütern und lässt die Reichen leer ausgehen

Tekstuitleg van Lc 1,53 Het vers Lc 1,53 telt 7 woorden en 55 (5 X 11) letters De getalwaarde van Lc 1,53 is 6171 (3 X 11² X 17)

Lc 1,531 act part praes acc mann mv πεινωντας = peinôntas van het werkw πειναω = peinaô (hongeren, honger hebben) Taalgebruik in het NT: peinaô (hongeren, honger hebben) Taalgebruik in Lc: peinaô (hongeren, honger hebben) Bijbel (2) OT (1): Ps 107,36 Lc (1) Lc 1,53 Een vorm van πειναω = peinaô (hongeren, honger hebben) in de LXX (53) , in het NT (23) , in Lc (5): (1) Lc 1,53 (2) Lc 4,2 (3) Lc 6,3 (4) Lc 6,21 (5) Lc 6,25
- mann mv רְעֵבִים = rë`ebhîm (hongerigen) van het bijvoegl naamw רָעֵב = râ`eb (hongerig) Zie het werkw רָעַב = râ`abh (hongeren, honger voelen) Taalgebruik in Tenakh: râ`âb (hongeren, honger voelen) Getalwaarde: resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 , beth = 2 ; totaal: 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17 Of 16 X 17) Structuur: 2 - 7 - 2 De som van de elementen is telkens 2 Tenakh (3): (1) 2 K 7,12 (2) Ps 107,5 (3) Ps 107,36 Een vorm van רָעַב = râ`abh in Tenakh in 20 verzen
- וּרְעֵבִים = ûrë`ebhîm (en hongerigen) < prefix verbindingswoord û () + mann mv van het het bijvoegl naamw רָעֵב = râ`eb (hongerig) Tenakh (2): (1) 1 S 2,5 (2) Job 24,10
- E hungry D hungrig Fr affamé Honger Lat fames Fr faim

Lc 1,532 act ind aor 3de pers enk ενεπλησεν = eneplèsen (hij vervulde, overlaadde) van het werkw εμπιμπλημι = empimplèmi (invullen, vervullen) Taalgebruik in het NT: empimplèmi (invullen, vervullen) Taalgebruik in de LXX: empimplèmi (invullen, vervullen) Taalgebruik in Lc: empimplèmi (invullen, vervullen) LXX (14): (1) Ex 35,31 (2) Ex 35,35 (3) Re 17,5 (4) Re 17,12 (5) Jr 41,9 (6) Ps 105,40 (7) Ps 107,9 (8) Job 9,18 (9) Job 15,2 (10) Job 22,18 (11) 2 Kr 5,14 (12) Sir 16,29 (13) Sir 17,7 (14) Bar 3,32 NT (1) = Lc (1) Lc 1,53 Een vorm van εμπιμπλημι = empimplèmi (invullen, vervullen) in de LXX (142) , in het NT (5): (1) Lc 1,53 (2) Lc 6,25 (3) Joh 6,12 (4) Hnd 14,17 (5) Rom 15,24
- Lat replere Fr remplir Ned vervullen D erfüllen E to fill

Hebr mâlâ´ (vullen, vervullen) Taalgebruik in Tenakh: mâlâ´ (vullen, vervullen) Getalwaarde: mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal: 26 OF 71 Structuur: 4 - 3 - 1

Lc 1,533 gen mv agathôn van het bijvoegl naamw agathos (goed) Taalgebruik in het NT: agathos (goed) Taalgebruik in Mc: agathos (goed)
Lc (1) Lc 1,53 Een vorm van agathos (goed) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,53 (2) Lc 6,45 (3) Lc 8,8 (4) Lc 8,15 (5) Lc 10,42 (6) Lc 11,13 (7) Lc 12,18 (8) Lc 12,19 (9) Lc 16,25 (10) Lc 18,18 (11) Lc 18,19 (12) Lc 19,17 (13) Lc 23,50

Lc 1,531 - 3 hij vervulde (overlaadde) de hongerigen met goede dingen
- Lc 1,53: peinôntas eneplèsen agathôn (hongerigen verzadigde hij met goede dingen)
- Ps 107,9: kai psuchèn peinôsan eneplèsen agathôn (en een hongerig leven verzadigde hij met goede dingen)
2 / 3 woorden zijn identiek: eneplèsen agathôn (hij verzadigde met goede dingen) 1 / 3 verschilt in vorm van het werkw peinaô (hongerigen)

Lc 6,21

Lc 6,25

Lc 6,20b 

Lc 6,24 

 Lc 1,53 a

Lc 1,53b 

Lc 16,25c

 Lc 16,25d

Lc 16,25e 

Lc 16,25f 

makarioi (zalig - geluukig)

ouai humin (wee aan u)

 makarioi (zalig - gelukkig)

 ouai humin (wee aan u)

 

 kai (en)

 hoti (want)

 kai (en)

 

 

hoi peinôntes (peinaô: hongeren)

hoi empeplèsmenoi (de verzadigden) empimplèmi: verzadigen, vol zijn

 hoi ptôchoi (de armen)

 tois plousiois (rijken)

 peinôntas eneplèsen (hongerigen verzadigde Hij)

 ploutountas (die zich verrijkten)

 

lazaros homoiôs (en Lazarus op gelijke wijze) 

 

su de (gij echter) 

nun (nu)

nun (nu)

 

 

 

 exapesteilen (zond Hij heen)

 apelabes (gij hebt ontvangen)

 

 nun de (nu echter)

 

hoti (want)

hoti (want)

hoti (wxant

 hoti

 

 

 

 

 

 

chortasthèsesthe (chortazô: gevoed worden, verzadigen) (gij zult verzadigd worden)

peinasete (gij zult hongeren)

humetera estinbasileia  tou theou (het uwe is het koninkrijk van God)

apechete tèn paraklèsin humôn (want uw vertroosting houdt u van u af)

agathôn (met goederen) 

kenous (ledig)  

ta agatha sou (jouw goederen) 

ta kaka (de kwalen) 

hôde parakaleitai (vindt hij hier troost)  

odunasai (lijdt pijn)  

 

 

 

 

 

 

en tài zôèi sou (in uw leven) 

 

 

 

 99 De zaligsprekingen: Lc 6,20b-23 // (Mt 5,3-12 - Lc 6,20b-23 - Mt 5,3-12 -

 100 De weespreuken: Lc 6,24-26 - Lc 6,24-26 -

  99 De zaligsprekingen: Lc 6,20b-23 // (Mt 5,3-12 - Lc 6,20b-23 - Mt 5,3-12 -

 100 De weespreuken: Lc 6,24-26 - Lc 6,24-26 -

 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56 - Lc 1,39-56 -

  4 Bezoek van Maria aan Elisabet: Lc 1,39-56 - Lc 1,39-56 -

 248 Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc 16,19-31

  248 Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc 16,19-31

  248 Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc 16,19-31

  248 Gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: Lc 16,19-31

5 act part praes acc mann mv ploutountas (rijk zijnde) van het werkw πλουτεω = plouteô (rijk zijn) Taalgebruik in de Bijbel: plouteô (rijk zijn) Bijbel (1): Lc 1,53 Een vorm van πλουτεω = plouteô in de LXX (14) , in het NT (12)

Lc 1,54 - Lc 1,54: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:54 antelabeto israèl paidos autou mnèsthènai eleous  

54 suscepit Israhel puerum suum memorari misericordiae 

54 Hij heeft het opgenomen voor Israël zijn dienstknecht door te herinneren aan zijn barmhartigheid , 

54 Hij heeft Israël, Zijn knecht, opgenomen, opdat Hij gedachtig ware der barmhartigheid  

[54] Hij heeft het opgenomen voor Israël, zijn knecht, indachtig de barmhartigheid die Hij,  

[54] Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, 

54 hij heeft zijn kind Israël vastgehouden, hij blijft zijn ontferming indachtig 

54 Il est venu en aide à Israël, son serviteur, se souvenant de sa miséricorde,  

King James Bible [54] He hath holpen his servant Israel, in remembrance of his mercy;
Luther-Bibel 54 Er gedenkt der Barmherzigkeit und hilft seinem Diener Israel auf,

Tekstuitleg van Lc 1,54 Het vers Lc 1,54 telt 6 (2 X 3) woorden en 42 (2² X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,54 is 3735 (3² X 5 X 83)

Lc 1,541 act ind aor 3de pers enk αντελαβετο = antelabeto (hij verwierf) van het werkw αντιλαμβανω = antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven) Taalgebruik in het NT: antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven) Taalgebruik in de LXX: antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven) Taalgebruik in Lc: antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven) Bijbel (8) OT (7): (1) Gn 48,17 (2) 1 K 9,11 (3) Ps 18,36 (4) Ps 63,9 (5) Ps 69,30 (6) Ps 107,17 (7) Ps 118,13 NT (1) = Lc (1) Lc 1,54 Deze vorm komt in het NT enkel in dit vers van Lc voor Een vorm van αντιλαμβανω = antilambanô (in ruil voor iets krijgen, verwerven) in de LXX (53) , in het NT (3): (1) Lc 1,54 (2) Hnd 20,35 (3) 1 Tim 6,2 In de LXX is een vorm van het werkw αντιλαμβανω = antilambanô de vertaling van 16 verschillende Hebreeuwse woorden
- Hebreeuws NBS act hifil perf 3de pers mann enk הֶחֱזִיק = hèchèzîq (hij ondersteunde) van het werkw חָזַק = châzaq (vast zijn, bemoedigen, bevestigen) Taalgebruik in Tenakh: chazaq (vast zijn, bemoedigen, bevestigen) Getalwaarde: chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 ; totaal: 34 (2 X 17) OF 115 (5 X 23) Structuur: 8 - 7 - 1 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (22) In 19 verzen in Neh 3 Verder: (1) Re 7,8 (2) Mi 7,18 (3) 2 Kr 26,8

Lc 1,542 ισραηλ = israèl (Israël) Taalgebruik in het NT: Israèl (Israël) Taalgebruik in de LXX: Israèl (Israël) Taalgebruik in Lc: Israèl (Israël) Bijbel (2392) OT (2328) NT (64) Lc (12): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,54 (3) Lc 1,68 (4) Lc 1,80 (5) Lc 2,25 (6) Lc 2,32 (7) Lc 2,34 (8)Lc 4,25 (9) Lc 4,27 (10) Lc 7,9 (11) Lc 22,30 (12) Lc 24,21

Israèl LXX

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

 

2392 

2328

64 

12 

12

15 

16 

26 

30 

16 

- Hebreeuw יִשְׂרָאֵל = jishërâ´el (Israël) Taalgebruik in Tenakh: jishërâ´el (Israël) Getalwaarde: jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal: 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) Structuur: 1 - 3 - 2 - 1 - 3 De som van de elementen is telkens 1 Tenakh (2044) Pentateuch (502) Eerdere Profeten (765) Latere Profeten (350) 12 Kleine Profeten (89) Geschriften (337)

Lc 1,543 gen mann enk παιδος = paidos van het zelfst naamw παις = pais (kind, dienaar) Taalgebruik in het NT: pais (kind, dienaar) Bijbel (31) OT (26): (1) Gn 18,17 (2) Gn 19,2 (3) Gn 32,19 (4) Gn 33,14 (5) Gn 44,31 (6) Gn 46,34 (7) Dt 22,15 (8) Dt 22,16 (9) Js 44,26 (10) Js 45,4 (11) Js 50,10 (12) Ps 69,18 (13) Spr 29,21 (14) Job 1,8 (15) Da 9,11 (16) Da 9,17 (17) 1 Kr 17,17 (18) 1 Kr 17,24 (19) 1 Kr 17,25 (20) 1 Kr 17,27 (21) 1 Kr 21,8 (22) 2 Kr 6,19 (23) 2 Kr 6,21 (24) 2 Mak 6,23 (25) 2 Mak 15,12 (26) Bar 2,28 Nt (5): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,69 (3) Lc 8,51 (4) Hnd 4,25 (5) Hnd 4,30 Een vorm van παις = pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24, met variante lezingen 27) Mt (5): (1) Mt 2,16 (2) Mt 8,6 (3) Mt 8,8 (4) Mt 8,13 (5) Mt 12,18 (6) Mt 14,2 (7) Mt 17,18 (8) Mt 21,15 (9) Lc 1,16 (10) Lc 1,54 (11) Lc 1,69 (12) Lc 1,80 (13) Lc 2,25 (14) Lc 2,32 (15) Lc 2,34 (16) Lc 4,25 (17) Lc 4,27 (18) Lc 7,9 (19) Lc 22,30 (20) Lc 24,21 (21) Joh 4,51 (22) Hnd 3,13 (23) Hnd 3,26 (24) Hnd 4,25 (25) Hnd 4,27 (26) Hnd 4,30 (27) Hnd 20,12

Zowel παις = pais (kind, dienaar) als δουλος = doulos (dienaar, slaaf) kan de vertaling van het Hebreeuwse עֶבֶד = `èbhèd (dienaar, knecht) zijn Taalgebruik in Tenakh: `èbhèd (dienaar) Getalwaarde: ajin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 Totaal: 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) Structuur: 7 - 2 - 4 De som van de elementen is telkens 4 `bd in Tenakh (115) Pentateuch (28) Eerdere Profeten (42) Latere Profeten (12) 12 Kleine Profeten (3) Geschriften (30) עֶבֶד = `èbhèd in Jesaja (2): (1) Js 44,21 (2) Js 49,6

Lc 1,544 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

3 - 4 παιδος αυτου = paidos autou (zijn dienaar) NT (2): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,69

2 - 4 ισραηλ παιδος αυτου = israèl paidos autou (Israël, zijn dienaar) NT (1): Lc 1,54
- Hebreeuws יִשְׂרָאֵל עַבְדוֹ = jisraël `abhëdô (Israël, zijn dienaar) Tenakh (2): (1) 1 Kr 16,13 (2) Ps 136,22

Lc 1,545 inf aor μνησθηναι = mnèsthènai van het werkw μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in het NT: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Taalgebruik in de LXX: mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) Lc (2): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,72 Een vorm van μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in de LXX (275) , in het NT (23) , in Lc (6) , in Hnd (2) Een vorm van μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,72 (3) Lc 16,25 (4) Lc 23,42 (5) Lc 24,6 (6) Lc 24,8 In Lc: 4 vormen in 4 hoofdstukken en in 6 verzen In Hnd: 2 vormen van μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) in 2 hoofdstukken en in 2 verzen
- Hebr prefix l en qal inf constr zëkhor = lizëkhor (om te gedenken): Gn 9,16 Het is het verbond dat God sloot met Noach na de zondvloed De regenboog dient als herinnering aan dit verbond

Lc 1,546 gen onz enk eleous van het zelfst naamw eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in het NT: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Lc: eleos (barmhartigheid) Lc (2): (1) Lc 1,54 (2) Lc 1,78 Een vorm van eleos (barmhartigheid) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,54 (3)  Lc 1,58 (4) Lc 1,72 (5) Lc 1,78

Lc 1,55 - Lc 1,55: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:55 kathôs elalèsen pros tous pateras èmôn abraam kai spermati autou eis ton aiôna

55 sicut locutus est ad patres nostros Abraham et semini eius in saecula 

- zoals hij gesproken heeft tot onze vaderen - jegens Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid ” 

55 (Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, namelijk tot Abraham, en zijn zaad) in eeuwigheid  

[55] zoals aan onze vaderen toegezegd, bewijzen wil aan Abraham en zijn nageslacht, voor eeuwig’  

zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid’  

55 –zoals hij tot onze vaderen heeft gesproken– voor Abraham en voor zijn zaad tot in de toekomende eeuw!  

55 - selon qu'il l'avait annoncé à nos pères - en faveur d'Abraham et de sa postérité à jamais ! »  

King James Bible [55] As he spake to our fathers, to Abraham, and to his seed for ever
Luther-Bibel 55 wie er geredet hat zu unsern Vätern,
Hebreeuws: ka´äsjèr dibber la´äbhôthe(j) lë´abhërâhâm

Tekstuitleg van Lc 1,55 Het vers Lc 1,55 telt 15 (3 X 5) woorden en 70 (2 X 5 X 7) letters De getalwaarde van Lc 1,55 is 10114 (2 X 13 X 389) In dit vers wordt het verband gelegd met het verleden

Lc 1,551 καθως = kathôs (zoals) Taalgebruik in het NT: kathôs (zoals) Taalgebruik in de LXX: kathôs (zoals) Lc (17): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,70 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,23 (6) Lc 5,14 (7) Lc 6,31 (8) Lc 6,36 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,30 (11) Lc 17,26 (12) Lc 17,28 (13) Lc 19,32 (14) Lc 22,13 (15) Lc 22,29 (16) Lc 24,24 (17) Lc 24,39

kathôs (zoals)

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn

ev

 

405

326

179

3

8

17

31

11

109

-

28 

59 

 

 

Mt

Mc

Lc

syn

ev

kathôs (zoals) bij syn 

3: (1) Mt 21,6 (2) Mt 26,24 (3) Mt 28,6

8: (1) Mc 1,2 (gegraptai) (2) Mc 4,33 (3) Mc 9,13 (gegraptai) (4) Mc 11,6 (eipen) (5) Mc 14,16 (eipen) (6) Mc 14,21 (gegraptai) (7) Mc 15,8 (8) Mc 16,7 (eipen)

17: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,70 (4) Lc 2,20 (5) Lc 2,23 (6) Lc 5,14 (7) Lc 6,31 (8) Lc 6,36 (9) Lc 11,1 (10) Lc 11,30 (11) Lc 17,26 (12) Lc 17,28 (13) Lc 19,32 (14) Lc 22,13 (15) Lc 22,29 (16) Lc 24,24 (17) Lc 24,39

28 : (1) Mt 26,24 // Mc 14,21

59 

- Hebreeuws כַּאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) Taalgebruik in Tenakh: ´äsjèr (die) Getalwaarde van ´äsjèr (die): aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal: 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) Structuur: 1 - 3 - 2 De som van de elementen is telkens 6 Tenakh (488) Pentateuch (202) Eerdere Profeten (68) Latere Profeten (68) 12 Kleine Profeten (22) Geschriften (56)
- כּמוֹ = këmô (zoals) Taalgebruik in Tenakh: këmô (zoals) Getalwaarde: kaph = 12 of 30 , mem , 13 of 40 , waw = 6 ; totaal: 31 OF 76 (4 X 19) Tenakh (52) Pentateuch (2) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (9) 12 Kleine Profeten (8) Geschriften (33) Pentateuch (2): (1) Ex 15,5 (2) Ex 15,8 Arabisch كَما = zoals (kamâ) Taalgebruik in de Qoran: zoals (kamâ) Lat sicut Fr selon E as D wie

Lc 1,552 act ind aor 3de pers enk ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in het NT: laleô (lallen, spreken, praten) Taalgebruik in de LXX: laleô (lallen, spreken, praten) Lc (5): (1) Lc 1,55 (2) Lc 1,70 (3) Lc 2,50 (4) Lc 11,14 (5) Lc 24,6 Een vorm van λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) in de LXX (1189) , in het NT (298) , in Lc (31) In 7 verzen in Lc 1: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,55 (6) Lc 1,64 (7) Lc 1,70

laleô 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

act ind aor 3de pers enk elalèsen  

431 

400 

31 

13 

19 

 

- Hebreeuws act piël perf 3de pers mann enk דִּבֶּר = dibbèr (hij sprak) Zie het werkw דָבַר = dâbhar (spreken) Getalwaarde: daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103 Structuur: 4 - 2 - 2 De som van de elementen is telkens 8 Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken) Tenakh (196) Gn (13): (1) Gn 12,4 (2) Gn 17,23 (3) Gn 18,19 (4) Gn 21,2 (5) Gn 23,16 (6) Gn 24,7 (7) Gn 24,53 (8) Gn 35,13 (9) Gn 35,14 (10) Gn 35,15 (11) Gn 42,30 (12) Gn 45,27 (13) Gn 49,28
- Lat loqui Fr parler E to speek D sprechen

Lc 1,551 - 2 καθως ελαλησεν = kathôs elalèsen (zoals hij sprak) in NT = Lc (2): (1) Lc 1,55 (2) Lc 1,70
- דִּבֶּר כַּאֲשֶׁר = ka´äsjèr dibbèr (zoals hij sprak) Tenakh (59) Gn (3): (1) Gn 12,4 (2) Gn 17,23 (3) Gn 24,51 Dt (15): (1) Dt 1,11 (2) Dt 1,21 (3) Dt 2,1 (4) Dt 6,3 (5) Dt 6,19 (6) Dt 9,3 (7) Dt 10,9 (8) Dt 11,25 (9) Dt 12,20 (10) Dt 15,6 (11) Dt 18,2 (12) Dt 26,18 (13) Dt 27,3 (14) Dt 29,12 (15) Dt 31,3
- דִּב?ּר כַּאֲשֶׁר = ka´äsjèr dibber (zoals hij sprak)  Tenakh (6): (1) Gn 21,1 (2) Ex 12,25 (3) Dt 26,19 (4) Joz 14,10 (5) 1 K 2,24 (6) Jr 40,3

dâbhar (spreken) 

Tenakh

Gn  

Ex  

Lv  

Nu  

Dt  

Joz  

Re  

Rt 

1 S 

2 S 

1 K 

2 K 

1 Kr 

2 Kr 

Ezr 

Neh 

Est 

Job 

Ps 

Spr 

Pr 

ka´äsjèr dibbèr (zoals hij sprak) 

59 

15 

 

 

 

 

 

 

 

 

- Gn 12,4 verwijst naar het woord van JHWH aan Abram om te vertrekken Gn 17,23 verwijst naar het woord van God in verband met de besnijdenis In Gn 21,1 is het woord van JHWH tot Sara gericht In de context van Lucas is de besnijdenis uitgesloten Rest nog de tekst ivm de oproep om te vertrekken Zo kan het begin en het einde van het Magnificat geïnspireerd zijn op de begingeschiedenis van Abram in Gn 12,1-4

Lc 1,553 προς = pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: pros (naar, bij) Taalgebruik in de LXX: pros (naar, bij) Taalgebruik in Lc: pros (naar, bij) In elf verzen in Lc 1: tekstlezingen: Lc 1,26 eis / pros (naar) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,27 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,43 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,61 (10) Lc 1,73 (11) Lc 1,80 Tekstlezingen Lc 1,26 eis / pros (naar)

pros (bij)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

3919 

3272 

647 

41 

62 

158 

91 

122 

166 

261 

352 

 

 

- ´l: voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) OF godsnaam El De verkorte vorm van de godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm is אֵל = ´el OF ontkenning עַל = ´al (niet) Taalgebruik in Tenakh: ´èl Getalwaarde is: aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) Structuur: 1 - 3 De som van de elementen is telkens 4 Tenakh (3626) Pentateuch (1096) Eerdere Profeten (1070) Latere Profeten (655) 12 Kleine Profeten (142) Geschriften (662)
- إلي = ´ilâ (naar) Taalgebruik in de Qoran: ´ilâ (naar)

Lc 1,552 - 3 ελαλησεν προς = elalèsen pros (hij sprak tot) NT (2): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 8,26
- דִּבֶּר אֶל = dibbèr ´èl (hij sprak tot) Tenakh (7): (1) 1 K 13,11 (2) 1 K 16,12 (3) 2 K 1,3 (4) 2 K 8,1 (5) 2 K 10,17 (6) 2 K 15,12 (7) Jr 51,12

Lc 1,554 bep lidw acc mann mv τους = tous (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (98) Lc 1 (4): (1) Lc 1,33 (2) Lc 1,55 (3) Lc 1,65 (4) Lc 1,79

 

lidw mv

 

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc  

Lc 

Joh 

Hnd 

Br

Apk 

syn

ev

16

acc m mv tous

 

2960

2330

630

91

52

98

51

122

156

60

 

 

- Grieks to , N de E the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,555 acc mann mv πατερας = pateras van het zelfst naamw πατηρ = patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in de LXX: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Lc (1) Lc 1,55 Hnd (8): (1) Hnd 3,25 (2) Hnd 7,12 (3) Hnd 7,19 (4) Hnd 13,17 (5) Hnd 13,32 (6) Hnd 13,36 (7) Hnd 26,6 (8) Hnd 28,25 Een vorm van πατηρ = patèr (vader) in de LXX (1451) , in het NT (415) , in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73 Hnd (35)
- Hebreeuws mann mv אֲבוֹת = ´äbhôth (vaders) van het zelfst naamw אַב = ´abh (vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (31) Pentateuch (8) Eerdere Profeten (3) Latere Profeten (6) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften (13) Pentateuch (8): (1) Ex 6,25 (2) Ex 34,7 (3) Nu 14,18 (4) Nu 31,26 (5) Nu 32,28 (6) Nu 36,1 (7) Dt 5,9 (8) Dt 24,16
- Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Arabisch: اَب = ´ab (vader) Taalgebruik in de Qoran: ´ab (vader)

 

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

acc mann mv pateras  

54 

42 

12 

 

 

 

 

 

Lc 1,554 - 5 τους πατερας = tous pateras (de vaders) NT (11): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,22 (3) Hnd 3,25 (4) Hnd 7,12 (5) Hnd 7,19 (6) Hnd 13,17 (7) Hnd 13,32 (8) Hnd 13,36 (9) Hnd 26,6 (10) Hnd 28,25 (11) Rom 11,28
- Hebreeuws הָאָבוֹת = hâ´âbhôth (de vaderen) < prefix bepaald lidw ha + mann mv van het zelfst naamw אַב = ´abh (vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (41): Pentateuch (2) Eerdere Profeten (5) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (0) Geschriften (32) Pentateuch (2): (1) Nu 36,1 (2) Dt 18,8

Lc 1,553 - 5 προς τους πατερας = pros tous pateras (tot de vaders) NT (7): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,22 (3) Hnd 3,25 (4) Hnd 13,32 (5) Hnd 13,36 (6) Hnd 26,6 (7) Hnd 28,25

Lc 1,555 - 6 πατερας ἡμων = pateras hèmôn (onze vaders) NT (6): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,12 (4) Hnd 7,19 (5) Hnd 13,17 (6) Hnd 28,25
- Hebreeuws אֲבֹתֵינוּ = ´äbhothe(j) (onze vaderen) < mann mv stat constr + suffix pers voornaamw 1ste pers mann mv Zie: אַב = ´abh (vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (23): (1) Gn 46,34 (2) Nu 20,15 (3) Nu 36,3 (4) Nu 36,4 (5) Dt 5,3 (6) Dt 26,7 (7) 1 K 8,21 (8) 1 K 8,53 (9) 1 K 8,57 (10) 1 K 8,58 (11) 2 K 22,13 (12) Js 64,10 (13) Mal 2,10 (14) Ps 22,5 (15) Kl 5,7 (16) Da 9,16 (17) Ezr 9,7 (18) Ezr 9,9 (19) Ezr 10,35 (20) 1 Kr 29,15 (21) 1 Kr 29,18 (22) 2 Kr 20,6 (23) 2 Kr 29,6
- אֲבֹתֶיךָ = ´äbhothè(j)khâ (jouw vaderen) < mann mv stat constr + suffix pers voornaamw 2de pers mann enk van het zelfst naamw אַב = ´abh (vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (22): (1) Gn 15,15 (2) Ex 10,6 (3) Dt 1,21 (4) Dt 4,31 (5) Dt 4,37 (6) Dt 6,3 (7) Dt 8,3 (8) Dt 8,16 (9) Dt 10,22 (10) Dt 12,1 (11) Dt 27,3 (12) Dt 30,5 (13) Dt 30,9 (14) Dt 31,16 (15) 2 S 7,12 (16) 1 K 13,22 (17) 2 K 20,17 (18) 2 K 22,20 (19) Js 39,6 (20) Ps 45,17 (21) 1 Kr 17,11 (22) 2 Kr 34,28

Lc 1,553 - 6 προς τους πατερας ἡμων = pros tous pateras hèmôn (tot onze vaders) NT (4): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,25 (3) Hnd 13,32 (4) Hnd 28,25
- לַאֲבֹתֵינוּ = la´äbhothe(j) (tot onze vaderen) Zie: אַב = ´abh (vader) Taalgebruik in Tenakh: ´abh (vader) Getalwaarde: alelph = 1 , beth = 2 ; totaal 3 Structuur: 1 - 2 De som van de elementen is telkens 3 Tenakh (7): (1) Dt 6,23 (2) Dt 26,3 (3) Dt 26,15 (4) 1 K 8,40 (5) Mi 7,20 (6) Neh 9,36 (7) 2 Kr 6,31 Zie Lc 1,553 - 6
- אֲבֹתֶיךָ אֶל = ´èl ´äbhothè(j)khâ (naar jouw vaderen) Tenakh (2): (1) Gn 15,15 (2) 2 Kr 34,28

Lc 1,557 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- Grieks to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,558 αβρααμ = abraam (Abraham) Taalgebruik in het NT: abraam (Abraham) Bijbel (241) OT (164) NT (69) Lc (14): (1) Lc 1,55 (2) Lc 1,73 (3) Lc 3,8 (4) Lc 3,34 (5) Lc 13,16 (6) Lc 13,28 (7) Lc 16,22 (8) Lc 16,23 (9) Lc 16,24 (10) Lc 16,25 (11) Lc 16,29 (12) Lc 16,30 (13) Lc 19,9 (14) Lc 20,37 Hnd (7): (1) Hnd 3,13 (2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,2 (4) Hnd 7,16 (5) Hnd 7,17 (6) Hnd 7,32 (7) Hnd 13,26
- Hebreeuws אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) Zie: אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) Taalgebruik in Tenakh: ´abhërâm (Abram) Getalwaarde: aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal: 41 of 248 (2³ X 31) Structuur: 1 - 2 - 2 - 5 - 4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (128) Pentateuch (105) Eerdere Profeten (4) Latere Profeten (6) 12 Kleine Profeten (0) Geschriften (13) Gn (98)
- Arabisch ابرَاهِيم = ´ibrâhîm (Ibrâhîm) Taalgebruik in de Qoran: ibrâhîm (Ibrâhîm) Qoran (75)

Lc 1,557 - 8 τῳ αβρααμ = (i) () abraam (aan Abraham) NT (10): (1) Mt 3,9 (2) Lc 1,55 (3) Lc 3,8 (4) Hnd 7,17 (5) Rom 4,9 (6) Rom 4,13 (7) Gal 3,8 (8) Gal 3,16 (9) Gal 3,18 (10) Heb 6,13 (11) 1 Pe 3,6 pros abraam (tot Abraham) NT (2): (1) Lc 1,73 (2) Hnd 3,25
- Hebreeuws לְאַבְרָהָם = lë´abhërâhâm (aan Abraham) < voorzetsel + אַבְרָהָם = ´abhërâhâm (Abraham) אַבְרָם = ´abhërâm (Abram) Taalgebruik in Tenakh: ´abhërâm (Abram) Getalwaarde: aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal: 41 of 248 (2³ X 31) Structuur: 1 - 2 - 2 - 5 - 4 De som van de elementen is telkens 5 Tenakh (27) Pentateuch (26) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (0) 12 Kleine Profeten (1) Geschriften (0) Gn (15): (1) Gn 20,9 (2) Gn 20,14 (3) Gn 21,2 (4) Gn 21,7 (5) Gn 21,9 (6) Gn 21,10 (7) Gn 22,20 (8) Gn 23,18 (9) Gn 23,20 (10) Gn 25,6 (11) Gn 25,12 (12) Gn 26,3 (13) Gn 28,4 (14) Gn 35,12 (15) Gn 50,24 (16) Ex 6,8 (17) Ex 32,13 (18) Ex 33,1 (19) Nu 32,11 (20) Dt 1,8 (21) Dt 6,10 (22) Dt 9,5 (23) Dt 9,27 (24) Dt 29,12 (25) Dt 30,20 (26) Dt 34,4 (27) Mi 7,20
- אַבְרָהָם אֶל = ´èl ´abhërâhâm (tot Abraham) Tenakh (12): (1) Gn 17,9 (2) Gn 17,15 (3) Gn 18,13 (4) Gn 18,33 (5) Gn 20,10 (6) Gn 21,12 (7) Gn 21,22 (8) Gn 21,29 (9) Gn 22,7 (10) Gn 22,15 (11) Ex 6,3 (12) Js 51,2

Lc 1,559 και = kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Taalgebruik: kai (en) in de LXX Nevenschikkend voegwoord Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

kai (en) 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

verzen 

 

 

7957

1071

678

1151

879

1007

2767

404

2900 

3779 

kai (en)  

26980 

21867 

5113 

705 

555 

822 

530 

660 

1470 

371 

2082 

2612 

verschil

 

 

2844

366

123

329

349

347

1297

33

818

1167

- Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und

Lc 1,5510 bep lidw dat mann + onz enk τῳ = (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

6

dat m + onz enk (i)

5507 

4462 

1045 

121 

68 

154 

98 

163 

367 

74 

343 

441 

- Grieks to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)

Lc 1,5511 dat onz enk σπερματι = spermati van het zelfst naamw σπερμα = sperma (zaad, nakomeling) Taalgebruik in het NT: sperma (zaad, nakomeling) Taalgebruik in de LXX: sperma (zaad, nakomeling) Bijbel (46) OT (35) NT (6): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,5 (4) Rom 4,13 (5) Rom 4,16 (6) Gal 3,16
- Hebreeuws לְזֶרַ = lëzèra` (aan het zaad / nageslacht) < prefix voorzetsel + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Taalgebruik in Tenakh: zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Getalwaarde: zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (5): (1) Gn 47,24 (2) Lv 18,20 (3) Js 45,19 (4) Ez 20,5 (5) 2 Kr 20,7

Lc 1,558 - 11 abraam kai (i) spermati (Abraham en aan het zaad / nageslacht) NT (2): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,25

Lc 1,5510 - 11 τῳ σπερματι = (i) spermati (aan het zaad / nageslacht) NT (6): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 3,25 (3) Hnd 7,5 (4) Rom 4,13 (5) Rom 4,16 (6) Gal 3,16 (2X)
- Hebreeuws לְזֶרַע = lëzèra` (aan het zaad / nageslacht) < prefix voorzetsel + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Taalgebruik in Tenakh: zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Getalwaarde: zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (5): (1) Gn 47,24 (2) Lv 18,20 (3) Js 45,19 (4) Ez 20,5 (5) 2 Kr 20,7

Lc 1,5512 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,5510 - 12 τῳ σπερματι αυτου = (i) spermati autou (aan zijn zaad / nageslacht) NT (4): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 7,5 (3) Rom 4,13 (4) Gal 3,16
- לֱזַרְעוֹ = lëzar`ô (aan zijn geslacht) < voorzetsel + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (geslacht) + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk Zie het werkw זָרַע = zâra` (zaaien, planten, voortbrengen) Taalgebruik in Tenakh: zârâ` (zaaien, planten, voortbrengen) Getallenwaarde: zain = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17: getallenwaarde van de 2 godsnamen) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (2): (1) Gn 17,19 (2) Neh 9,8
- לֱזַרְעֲךָ = lëzar`äkhô (aan jouw geslacht) < voorzetsel + zelfst naamw זֶרַע = zèra` (geslacht) + suffix persoonl voornaamw 2de pers mann enk Zie het werkw זָרַע = zâra` (zaaien, planten, voortbrengen) Taalgebruik in Tenakh: zârâ` (zaaien, planten, voortbrengen) Getallenwaarde: zain = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17: getallenwaarde van de 2 godsnamen) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (7): (1) Gn 12,7 (2) Gn 15,18 (3) Gn 24,7 (4) Gn 26,4 (5) Gn 48,4 (6) Ex 33,1 (7) Dt 34,4
(1) Gn 12,7 (lëzarë`äkhâ ´èththen ´èth hâ´ârèts hâzzo´th = aan uw nageslacht zal ik dit land geven)
(2) Gn 15,18 (lëzarë`äkhâ nâthaththî ´èth hâ´ârèts hâzzo´th = aan uw nageslacht geef ik dit land)
(3) Gn 24,7 (lëzarë`äkhâ ´èththen ´èth hâ´ârèts hâzzo´th = aan uw nageslacht zal ik dit land geven)
(4) Gn 26,4 (wënâthaththî lëzarë`äkhâ ´èth kâl hâ´ärâzoth = en ik geef uw nageslacht heel het land)
(5) Gn 48,4 (wënâthaththî ´èth hâ´ârèts hâzzo´th lëzarë`äkhâ = en ik geef dit land aan uw nageslacht)
(6) Ex 33,1 (lëzarë`äkhâ ´èththënènnâh = aan uw nageslacht zal ik het geven)
(7) Dt 34,4 (lëzarë`äkhâ ´èththënènnâh = aan uw nageslacht zal ik het geven)

Lc 1,559 - 12 και τῳ σπερματι αυτου = kai (i) spermati autou (en aan zijn zaad / nageslacht) NT (3): (1) Lc 1,55 (2) Hnd 7,5 (3) Gal 3,16
- Hebreeuws וּלְזַרְעוֹ = ûlëzarë`ô (en aan zijn zaad / nageslacht) < prefix verbindingswoord + prefix voorzetsel + zelfst naamw + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk van het zelfst naamw זֶרַע = zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Taalgebruik in Tenakh: zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) Getalwaarde: zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 43 (26 + 17) OF 277 (priemgetal) Structuur: 7 - 2 - 7 De som van de elementen is telkens 7 Tenakh (6): (1) Ex 28,43 (2) Ex 30,21 (3) Nu 24,13 (ûlëzara`ô) (4) 2 S 22,51 (5) 1 K 2,33 (6) Ps 18,51

Lc 1,5513 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in de LXX: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

eis (naar)  

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

6930 

5336 

1594 

215 

151 

210 

181 

260 

504 

73 

576 

757 

427 

77 

Lc 1,5514 bep lidw acc mann enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in de LXX: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N de E the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

 

lidw enk

bijbel 

OT 

NT 

Mt 

Mc 

Lc 

Joh 

Hnd 

Br 

Apk 

syn

ev

8

acc mann + onz enk ton

6202 

4880 

1322 

167 

124 

191 

197 

244

338 

61 

482 

679 

Lc 1,5515 acc mann enk aiôna van het zelfst naamw aiôn (eeuwigheid) Taalgebruik in het NT: aiôn (eeuwigheid) Taalgebruik in de LXX: aiôn (eeuwigheid) Hebr `ôlâm (eeuwig) Taalgebruik in Tenakh: `ôlâm (eeuwig) Bijbel (312) OT (243) NT (28) Lc (1): Lc 1,55

Lc 1,5513 - 15 eis ton aiôna (tot in eeuwigheid) NT (30) Lc (1): Lc 1,55 Hebr lë`ôlam Tenakh (20)

Lc 1,56 - Lc 1,56: 4 Bezoek van Maria aan Elisabet: verwijzingen -- Lc 1,39-56 -- Lc 1,39 - Lc 1,40 - Lc 1,41 - Lc 1,42 - Lc 1,43 - Lc 1,44 - Lc 1,45 - Lc 1,46 - Lc 1,47 - Lc 1,48 - Lc 1,49 - Lc 1,50 - Lc 1,51 - Lc 1,52 - Lc 1,53 - Lc 1,54 - Lc 1,55 - Lc 1,56 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:56 emeinen de mariam sun autè ôs mènas treis kai upestrepsen eis ton oikon autès 

56 mansit autem Maria cum illa quasi mensibus tribus et reversa est in domum suam 

56 Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en keerde (daarna) naar huis terug  

56 En Maria bleef bij haar omtrent drie maanden, en keerde weder tot haar huis  

[56] Maria* bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze naar huis terug  

[56] Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis  

56 Maria blijft zo’n drie maanden bij haar; dan keert zij terug naar haar huis  

56 Marie demeura avec elle environ trois mois, puis elle s'en retourna chez elle  

King James Bible [56] And Mary abode with her about three months, and returned to her own house
Luther-Bibel 56 Und Maria blieb bei ihr etwa drei Monate; danach kehrte sie wieder heim

Tekstuitleg van Lc 1,56 Het vers Lc 1,56 telt 14 (2 X 7) woorden en 65 (3 X 15) letters De getalwaarde van Lc 1,56 is 7254 (2 X3 X 3 X 13 X 31)

Lc 1,561 act ind  aor 3de pers enk emeinen (zij bleef) van het werkw menô (blijven) Taalgebruik in het NT: menô (blijven) Taalgebruik in Lc: menô (blijven) Lc (1) Lc 1,56 Een vorm van menô (blijven) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,56 (2) Lc 8,27 (3) Lc 9,4 (4) Lc 10,7 (5) Lc 19,5 (6) Lc 24,29 (2 vormen)

Lc 1,562 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Mc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,563 mariam (Maria) Taalgebruik in het NT: mariam (Maria) Taalgebruik in Lc: mariam (Maria)
Lc (13): (1) Lc 1,27 (2) Lc 1,30 (3) Lc 1,34 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,39 (6) Lc 1,46 (7) Lc 1,56 (8) Lc 2,5 (9) Lc 2,16 (10) Lc 2,19 (11) Lc 2,34 (12) Lc 10,39 (13) Lc 10,42

Lc 1,564 sun (met) Taalgebruik in het NT: sun (met) Taalgebruik in Lc: sun (met) Lc (23): (1) Lc 1,56 (2) Lc 2,5 (3) Lc 2,13 (4) Lc 5,9 (5) Lc 5,19 (6) Lc 7,6 (7) Lc 7,12 (8) Lc 8,1 (9) Lc 8,38 (10) Lc 8,51 (11) Lc 9,32 (12) Lc 19,23 (13) Lc 20,1 (14) Lc 22,14 (15) Lc 22,56 (16) Lc 23,11 (17) Lc 23,32 (18) Lc 24,10 (19) Lc 24,21 (20) Lc 24,24 (21) Lc 24,29 (22) Lc 24,33 (23) Lc 24,44

Lc 1,565 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,566 hôs (zoals, zodra) Taalgebruik in het NT: hôs (zoals) Taalgebruik in Lc: hôs (zoals)
Lc (49) Lc 1 (4): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,41 (3) Lc 1,44 (4) Lc 1,56

Lc 1,567 acc vr mv mènas van het zelfst naamw mèn (maand) Taalgebruik in het NT: mèn (maand) Taalgebruik in Lc: mèn (maand)
Lc (3): (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,56 (3) Lc 4,25 Een vorm van mèn (maand) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,26 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,56 (5) Lc 4,25

Lc 1,568 treis (drie) Telwoord Taalgebruik in het NT: telwoorden Taalgebruik in Lc: telwoorden
Lc (5): (1) Lc 1,56 (2) Lc 2,46 (3) Lc 9,33 (4) Lc 11,5 (5) Lc 12,52

Lc 1,569 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21 ) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18: (1) Lc 1,39 (2) Lc 1,44 (3) Lc 1,48 (4) Lc 1,51 (5) Lc 1,52 (6) Lc 1,53 (7) Lc 1,54) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24)

Lc 1,5610 act ind aor 3de pers enk ὑπεστρεψεν = hupestrepsen (hij keerde terug) van het werkw ὑποστρεφω = hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in het NT: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in Lc: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in Hnd: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Taalgebruik in de Septuaginta: hupostrefô (omkeren, terugkeren) Lc (5): (1) Lc 1,56 (2) Lc 4,1 (3) Lc 4,14 (4) Lc 8,37 (5) Lc 17,15 Een vorm van ὑποστρεφω = hupostrefô (omkeren, terugkeren) in de LXX (17) , in het NT (35) , in Lc (21): (1) Lc 1,56 (2) Lc 2,20 (3) Lc 2,43 (4) Lc 2,45 (5) Lc 4,1 (6) Lc 4,14 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,37 (9) Lc 8,39 (10) Lc 8,40 (11) Lc 9,10 (12) Lc 10,17 (13) Lc 11,24 (14) Lc 17,15 (15) Lc 17,18 (16) Lc 19,12 (17) Lc 23,48 (18) Lc 23,56 (19) Lc 24,9 (20) Lc 24,33 (21) Lc 24,52
In Lc 1,39 wordt de heenreis van Maria (επορευθη = eporeuthè = zij begaf zich op weg) gegeven , in Lc 1,56 de terugreis ( ὑπεστρεψεν = hupestrepsen = zij keerde terug)

 

hupostrefô 

 

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

 

act ind aor 3de pers enk hupestrepsen  

 

13 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hupostrefô 

 

10 

11 

12  

 

 

 

Lc 1

Lc 2

Lc 4

Lc 7

Lc 8

Lc 9

Lc 10

Lc 11

Lc 17

Lc 19

Lc 23

Lc 24

act ind imperf 3de pers mv hupestrefon  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 23,48  

 

act imperat praes 2de pers enk hupostrefe  

 

 

 

 

(1) Lc 8,39  

 

 

 

 

 

 

 

act inf praes hupostrefein  

 

(1) Lc 2,43  

 

 

(2) Lc 8,40  

 

 

 

 

 

 

 

act ind fut 1ste pers enk hupostrepsô  

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 11,24  

 

 

 

 

act ind aor 3de pers enk hupestrepsen 

(1) Lc 1,56  

 

(2) Lc 4,1 (3) Lc 4,14

 

(4) Lc 8,37

 

 

 

(5) Lc 17,15    

 

 

 

act ind aor 3de pers mv hupestrepsan  

 

(1) Lc 2,20 (2) Lc 2,45  

 

 

 

 

(3) Lc 10,17  

 

 

 

 

(4) Lc 24,33 (5) Lc 24,52  

act part aor nom mann mv hupostrepsantes 

 

 

 

(1) Lc 7,10  

 

(2) Lc 9,10  

 

 

(3) Lc 17,18  

 

 

 

act part aor nom vr mv hupostrepsasai  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 23,56  

(2) Lc 24,9  

act ind aor hupostrepsai  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Lc 19,12  

 

 

 

 

21 

3

 

Lc 1,5611 eis (naar) Taalgebruik in het NT: eis (naar) Taalgebruik in Mc: eis (naar) Taalgebruik in Brieven: eis (naar) Voorzetsel van richting Lat in Fr vers (versus: gedraaid , gekeerd ; vertere: tourner , draaien) E for Ned naar D nach
Lc (210) Lc 1 (12): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,20 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,39 (7) Lc 1,40 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,50 (10) Lc 1,55 (11) Lc 1,56 (12) Lc 1,79

10 - 11 Lc 4,1: hupestrepsen apo (hij keerde terug van) Hapax in het NT Lc 1,56 en Lc 4,14: hupestrepsen () eis (hij / zij keerde terug naar)

Lc 1,5613 bep lidw acc mann + onz enk ton Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (191) Lc 1 (17): (1) Lc 1,9 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,32 (8) Lc 1,33 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,40 (11) Lc 1,41 (12) Lc 1,47 (13) Lc 1,55 (14) Lc 1,56 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,73 (17) Lc 1,80

Lc 1,5611 - 13 eis ton oikon (naar het huis) in Lc (16): (1) Lc 1,23 (2) Lc 1,40 (3) Lc 1,56 (4) Lc 5,24 (5) Lc 5,25 (6) Lc 6,4 (7) Lc 7,10 (8) Lc 8,39 (9) Lc 8,41 (10) Lc 9,61 (11) Lc 10,38 (12) Lc 11,24 (13) Lc 15,6 (14) Lc 16,27 (15) Lc 18,14 (16) Lc 22,54

Lc 1,5614pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Evangelie op 24 juni: geboorte Johannes de Doper: Lc 1,5766-80 Lc 1,57-6680

In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen Maar zijn moeder zei daarop: "Neen, het moet Johannes heten" Zij antwoordden haar; "Maar er is in uw familie niemand die zo heet" Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader hoe hij het wilde noemen Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op: "Johannes zal hij heten" Ze stonden allen verbaasd Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend, zijn tong losgemaakt en verkondigde hij Gods lof Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af: "Wat zal er worden van dit kind?" Want de hand des Heren was met hem Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde

5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -

Lc 1,57 - Lc 1,57: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

24 juni: geboorte Johannes de Doper

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:57 de elisabet eplèsthè o chronos tou tekein autèn kai egennèsen uion 

57 Elisabeth autem impletum est tempus pariendi et peperit filium  

57 Voor Elisabet nu werd de tijd vervuld om te baren en ze beviel van een zoon

 In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan dat zij moeder werd; zij schonk het leven aan een zoon   

57 En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon  

[57] Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon 

[57] Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld  

57 ¶ Als voor Elisabet de tijd vervuld is dat zij baren zal, brengt zij een zoon voort  

57 Quant à Élisabeth, le temps fut accompli elle devait enfanter, et elle mit au monde un fils  

King James Bible [57] Now Elisabeth's full time came that she should be delivered; and she brought forth a son
Luther-Bibel 57 Und für Elisabeth kam die Zeit, dass sie gebären sollte; und sie gebar einen Sohn

Tekstuitleg van Lc 1,57 Het vers Lc 1,57 telt 12 (2 X 2 X 3) woorden en 57 letters De getalwaarde van Lc 1,57 is 5236 (2 X 2 X 7 X 11 X 17)

Lc 1,571 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,572 de (echter) , afkorting d' Taalgebruik in het NT: de (echter) Taalgebruik in Lc: de (echter) Partikel Het staat steeds als tweede woord in de zin Het kan een lichte tegenstelling aanduiden Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden
Lc (478 + 5 = 483) Lc 1 (17): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,22 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,26 (8) Lc 1,29 (9) Lc 1,34 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,39 (12) Lc 1,56 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,62 (15) Lc 1,64 (16) Lc 1,76 (17) Lc 1,80

Lc 1,571 - 2 tèi de (1) Lc 1,57 (2) Lc 24,1 Bij het begin van het vers

Lc 1,573 elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in het NT: elisabet (Elisabeth) Taalgebruik in Lc: elisabet (Elisabeth) Lc (8): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,41 (2X) (8) Lc 1,57 Tenakh (1) Ex 6,23: ´elîsjèbha` (Elisabet) In Ex 6,23 is Elisabet de vrouw van de hogepriester Aäron In Lc is Elisabet de vrouw van de priester Zacharia , de moeder van Johannes de Doper De parallel tussen Aäron , de eerste hogepriester , en Zacharia , de (laatste ?) priester is er via hun echtgenotes Elisabet De naam Elisabet kan betekenen: élî sjâbha`(mijn God zwoer) Gr omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in het NT: omnumi (zweren, onder ede beloven) Taalgebruik in de Septuaginta: omnumi (zweren, onder ede beloven) Lat jurare Fr jurer E to swear D schwören Een vorm van omnumi (zweren, onder ede beloven) in het NT (26) , in de LXX (188) Hebr sjâbhâ`: zweren , vervolledigen / vervullen Taalgebruik in Tenakh: sjâbhâ`(zweren) Getalswaarde: sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal: 39 ( 3 X 13 of 26 + 13) of 372 (12 X 31)

Lc 1,574 pass ind aor 3de pers enk eplèsthè (hij / zij werd vervuld) van het werkw pimplèmi (vullen) Taalgebruik in het NT: pimplèmi (vullen) Taalgebruik in Lc: pimplèmi (vullen)
Lc (3): (1) Lc 1,41 ( Elisabeth - eplèsthè pneumatos hagiou = zij werd vervuld van heilige geest) (2) Lc 1,57 (3) Lc 1,67 (Zacharia - eplèsthè pneumatos hagiou = hij werd vervuld van heilige geest) Een vorm van pimplèmi (vullen) in Lc in 13 verzen: (1) Lc 1,15 (2) Lc 1,23 (3) Lc 1,41 (4) Lc 1,57 (5) Lc 1,67 (6) Lc 2,6 (7) Lc 2,21 (8) Lc 2,22 (9) Lc 4,28 (10) Lc 5,7 (11) Lc 5,26 (12) Lc 6,11 (13) Lc 21,22

Lc 1,575 bep lidw nom m enk ho (de) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (331) Lc 1 (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,19 (3) Lc 1,21 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,28 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,30 (8) Lc 1,32 (9) Lc 1,35 (10) Lc 1,38 (11) Lc 1,42 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,57 (14) Lc 1,67 (15) Lc 1,68

Lc 1,576 nom mann enk chronos van het zelfst naamw chronos (tijd) Taalgebruik in het NT: chronos (tijd) Taalgebruik in Lc: chronos (tijd)
Lc (1) Lc 1,57 Een vorm van chronos (tijd) in Lc in 7 verzen: (1) Lc 1,57 (2) Lc 4,5 (3) Lc 8,27 (4) Lc 8,29 (5) Lc 18,4 (6) Lc 20,9 (7) Lc 23,8

Lc 1,577 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,578 act inf aor τεκειν = tekein van het wkw τικτω = tiktô (baren, bevallen) < τιτκω = titkô; de stam is tek en er heeft een reduplicatie van de t + jota  plaats, zie b.v. tek-non: het geborene, kind. Taalgebruik in het NT: tiktô (baren) Taalgebruik in Lc: tiktô (baren)
Lc (2): (1) Lc 1,57 (2) Lc 2,6 Een vorm van tiktô (baren) in Lc in 5 verzen: (1) Lc 1,31 (2) Lc 1,57 (3) Lc 2,6 (4) Lc 2,7 (5) Lc 2,11

Lc 1,574 - 9 de tijd om te bevallen (Rebekka - Elisabeth - Maria)
- Gn 25,24: kai eplèrôthèsan hai hèmerai tou tekein autèn (en de dagen werden vol dat zij zou bevallen)
- Lc 1,57: eplèsthè ho chronos tou tekein autèn (de tijd werd vervuld dat zij zou bevallen)
- Lc 2,6: eplèsthèsan hai hèmerai tou tekein autèn (de dagen werden vervuld dat zij zou bevallen)

Lc 1,579 pers voornaamw 3de pers enk acc vr enk autèn (haar) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (25): (1) Lc 1,28 (2) Lc 1,57 (3) Lc 1,61 (4) Lc 2,6 (5) Lc 4,6 (6) Lc 4,39 (7) Lc 6,48 (8) Lc 7,13 (9) Lc 8,52 (10) Lc 9,24 (11) Lc 11,32 (12) Lc 13,7 (13) Lc 13,8 (14) Lc 13,9 (15) Lc 13,12 (16) Lc 13,18 (17) Lc 13,34 (18) Lc 16,16 (19) Lc 17,33 (20) Lc 18,5 (21) Lc 18,17 (22) Lc 19,41 (23) Lc 20,31 (24) Lc 20,33 (25) Lc 21,21

Lc 1,5710 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,5711 act ind aor 3de pers enk egennèsen (zij bracht voort) van het werkw gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in het NT: gennaô (voortbrengen, baren) Taalgebruik in Lc: gennaô (voortbrengen, baren)
Lc (1) Lc 1,57 Een vorm van gennaô (voortbrengen, baren) in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,57 (4) Lc 3,22 (5) Lc 20,34 (6) Lc 23,29

Lc 1,5712 acc mann enk huion van het zelfst naamw huios (zoon) Taalgebruik in het NT: huios (zoon) Taalgebruik in Mc: huios (zoon) Taalgebruik in Lc: huios (zoon) Hebr ben Lat filius Fr fils
Lc (15): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,57 (5) Lc 2,7 (6) Lc 3,2 (7) Lc 9,22 (8) Lc 9,38 (9) Lc 9,41 (10) Lc 12,10 (11) Lc 20,13 (12) Lc 20,41 (13) Lc 21,27 (14) Lc 22,48 (15) Lc 24,7 Een vorm van huios (zoon) in Lc 1 (7): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,31 (4) Lc 1,32 (5) Lc 1,35 (6) Lc 1,36 (7) Lc 1,57

Lc 1,58 - Lc 1,58: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

24 juni: geboorte Johannes de Doper

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:58 kai èkousan oi perioikoi kai oi suggeneis autès oti emegalunen kurios to eleos autou met autès kai sunechairon autè 

58 et audierunt vicini et cognati eius quia magnificavit Dominus misericordiam suam cum illa et congratulabantur ei 

En de omwoners en haar verwanten hoorden dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar grootgemaakt had, en ze verheugden zich met haar  

Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde   

58 En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en waren met haar verblijd  

[58] Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde 

[58] Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar 

58 Die rondom haar wonen en haar bloedverwanten horen dat de Heer zijn ontferming groot gemaakt heeft aan haar en verheugen zich mét haar

58 Ses voisins et ses proches apprirent que le Seigneur avait fait éclater sa miséricorde à son égard, et ils s'en réjouissaient avec elle  

King James Bible [58] And her neighbours and her cousins heard how the Lord had shewed great mercy upon her; and they rejoiced with her
Luther-Bibel 58 Und ihre Nachbarn und Verwandten hörten, dass der Herr große Barmherzigkeit an ihr getan hatte, und freuten sich mit ihr

Tekstuitleg van Lc 1,58 Het vers Lc 1,58 telt 19 woorden en 96 (2³ X 2² X 3) letters De getalwaarde van Lc 1,58 is 10191 (3 X 43 X 79)

Lc 1,581 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,582 act ind aor 3de pers mv èkousan (zij hoorden) van het werkw akouô (horen) Taalgebruik in het NT: akouô (horen) Taalgebruik in Lc: akouô (horen) Beide zijn verwant met elkaar oor < Lat aus , auris , zie Gr ous / ôs , ôtis auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter
Lc (3): (1) Lc 1,58 (2) Lc 2,20 (3) Lc 10,24 Een vorm van akouô (horen) in Lc in 58 verzen , in Lc 1 (3): (1) Lc 1,41 (2) Lc 1,58 (3) Lc 1,66

Lc 1,583 nom mann mv hoi van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (165) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,58 (3) Lc 1,66

Lc 1,584 nom mann mv perioikoi  van het zelfst naamw perioikos (omwonende) Taalgebruik in het NT: perioikos (omwonende) Taalgebruik in Lc: perioikos (omwonende) Lc (1) Lc 1,58 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,585 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,586 nom mann mv hoi van het bep lidw ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Mc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (165) Lc 1 (3): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,58 (3) Lc 1,66

Lc 1,587 nom mann mv suggeneis van het zelfst naamw suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in het NT: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Taalgebruik in Lc: suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) Lc (2): (1) Lc 1,58 (2) Lc 14,12 Een vorm van suggenès (op hetzelfde ogenblik geboren, verwant) in Lc in 4 verzen: (1) Lc 1,58 (2) Lc 2,44 (3) Lc 14,12 (4) Lc 21,16

Lc 1,588 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos
Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,589 hoti (dat, omdat, want) Taalgebruik in NT: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in Lc: hoti (dat, omdat) Taalgebruik in de Septuaginta: hoti (dat, omdat) Bijbel (4396) NT (1183) Lc (160) Hebr (want, omdat) Taalgebruik in Tenakh: (want, omdat) Getalwaarde: kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal: 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) Tenakh (3849) Lat quia Fr parce que / que Lc 1 (9): (1) Lc 1,22 (2) Lc 1,25 (3) Lc 1,37 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,48 (6) Lc 1,49 (7) Lc 1,58 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,68

Lc 1,5810 act ind imperf 3de pers enk emegalunen van het werkw megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in het NT: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in Lc: megalunô (groot maken, verheffen) Taalgebruik in de Septuaginta: megalunô (groot maken, verheffen) Bijbel (11): (1) 1 S 12,24 (2) Jl 2,20 (3) Jl 2,21 (4) Ps 41,10 (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) Lc (1) Lc 1,46 Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in Lc in 2 verzen: Lc 1,46 (2) Lc 1,58 Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in de Septuaginta (92) , in het NT (8)

Lc 1,5811 nom mann enk kurios (heer) Taalgebruik in het NT: kurios (heer) Taalgebruik in Lc: kurios (heer) oa JHWH
Lc (30) Lc 1 (5): (1) Lc 1,25 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,58 (5) Lc 1,68 Verder in Lc 1: gen mann enk kuriou (van de heer) Lc 1 (9): (1) Lc 1,6 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,11 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,38 (6) Lc 1,43 (7) Lc 1,45 (8) Lc 1,66 (9) Lc 1,76 dat mann enk kuriô(i) (1) Lc 1,17 acc mann enk kurion (2): (1) Lc 1,16 (2) Lc 1,47 In totaal een vorm van kurios (heer) in Lc in 17 verzen Een vorm van kurios (heer) in Lc in 99 verzen

Lc 1,5812 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,5813 nom + acc onz enk ελεος = eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in het NT: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in de Septuaginta: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Lc: eleos (barmhartigheid) Taalgebruik in Hnd: eleos (barmhartigheid) Lc (4): (1) Lc 1,50 (2)  Lc 1,58 (3) Lc 1,72 (4) Lc 10,37 Een vorm van ελεος = eleos (barmhartigheid) in de LXX (16 + 338) , in het NT (27) , in Lc in 6 verzen: (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,54 (3)  Lc 1,58 (4) Lc 1,72 (5) Lc 1,78 (6 ) Lc 10,37 In Lc: 2 vormen van ελεος = eleos (barmhartigheid) in 6 verzen in 2 hoofdstukken 5X in Lc 1 en 1X in Lc 10,37 Niet in Hnd ελεος = eleos kan de vertaling zijn van 7 verschillende Hebreeuwse woorden
- In het Magnificat (Lc 1,47-54) lezen we in Lc 1,50: en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht En in Lc 1,54: om barmhartigheid te gedenken Bij de geboorte van Johannes zullen verwanten en buren zeggen: want de Heer vergrootte zijn barmhartigheid En in het Benedictus , in Lc 1,72: om barmhartigheid te doen met onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken En in Lc 1,78: door de bewogenheid van barmhartigheid van onze God Barmhartigheid kenmerkt God sinds eeuwigheid , en Hij kijkt terug hoe Hij barmhartig was in de loop der geschiedenis De oproep van Jezus aan de mens om barmhartig te zijn , ligt in de lijn van wat God doet Zo kunnen we zeggen: wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is Wees barmhartig is ook een smeekbede in de wonderverhalen en in de kerk geworden (kyrie , eleison = Heer , ontferm u over ons)

 

eleos 

Lc

Lc 1

Lc 10

bijbel

OT

NT

Mt

Mc

Lc

Joh

Hnd

Br

Apk

syn 

ev 

A b 

nom + acc onz enk eleos

(1) Lc 1,50 (2)  Lc 1,58 (3) Lc 1,72

(4) Lc 10,37  

226 

207 

19 

 

 

 

12 

 

gen onz enk eleous  

(1) Lc 1,54   (2) Lc 1,78

 

33 

28 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- Hebreeuws חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) Taalgebruik in Tenakh: chèsèd (liefde, barmhartigheid) Getalwaarde: chet = 8 , samech = 15 of 60 , daleth = 4 ; totaal: 27 (3 X 9) of 72 (8 X 9) Structuur: 8 - 6 - 4 De som van de elementen is telkens 9 Tenakh (76) Pentateuch (12) Eerdere Profeten (19) Latere Profeten (5) 12 Kleine Profeten (9) Geschriften (31) Gn (12): (1) Gn 24,12 (2) Gn 24,14 (3) Gn 24,49 (4) Gn 39,21 (5) Gn 40,14 (6) Gn 47,29 (7) Ex 20,6 (8) Ex 34,6 (9) Ex 34,7 (10) Lv 20,17 (11) Nu 14,18 (12) Dt 5,10 Ps (19): (1) Ps 18,51 (2) Ps 25,10 (3) Ps 32,10 (4) Ps 33,5 (5) Ps 52,3 (6) Ps 61,8 (7) Ps 62,13 (8) Ps 85,11 (9) Ps 86,5 (10) Ps 86,15 (11) Ps 89,3 (12) Ps 89,15 (13) Ps 100,1 (14) Ps 103,4 (15) Ps 103,8 (16) Ps 109,12 (17) Ps 109,16 (18) Ps 141,5 (19) Ps 145,8 Een vorm van חֶסֶד = chèsèd (liefde, barmhartigheid) in Tenakh (236) חֶסֶד = chèsèd van Tenakh wordt in de LXX door 17 verschillende Griekse woorden weergegeven
- חַסְדוֹ = chasëdô (zijn liefde) < zelfst naamw + suffix persoonl voornaamw 3de pers mann enk Tenakh (61) Pentateuch (1) Eerdere Profeten (0) Latere Profeten (2) 12 Kleine Profeten (0) Geschriften (58) Gn (1): Gn 24,27 Ps (47): (1) Ps 31,22 (2) Ps 42,9 (3) Ps 57,4 (4) Ps 59,11 (5) Ps 77,9 (6) Ps 98,3 (7) Ps 100,5 (8) Ps 103,11 (9) Ps 106,1 (10) Ps 106,45 (11) Ps 107,1 (12) Ps 107,8 (13) Ps 107,15 (14) Ps 107,21 (15) Ps 107,31 (16) Ps 117,2 (17) Ps 118,1 (18) Ps 118,2 (19) Ps 118,3 (20) Ps 118,4 (21) Ps 118,29 (22) Ps 136,1 (23) Ps 136,2 (24) Ps 136,3 (24 + 23 = 47) - Ps 136,4 - Ps 136,5 - Ps 136,6 - Ps 136,7 - Ps 136,8 - Ps 136,9 - Ps 136,10 - Ps 136,11 - Ps 136,12 - Ps 136,13 - Ps 136,14 - Ps 136,15 - Ps 136,16 - Ps 136,17 - Ps 136,18 - Ps 136,19 - Ps 136,20 - Ps 136,21 - Ps 136,22 - Ps 136,23 - Ps 136,24 - Ps 136,25 - Ps 136,26
- הַחֶסֶד = hachèsèd (de liefde, de barmhartigheid) < bepaald lidw ha + zelfst naamw Tenakh (6): (1) Dt 7,12 (2) 2 S 2,5 (3) 1 K 3,6 (4) Jr 16,5 (5) Ps 130,7 (6) 2 Kr 24,22
- Lat misericordia Fr misericorde E mercy N barmhartigheid D Barmherzigkeit
- zelfst naamw acc vr enk ελεημοσυνην = eleèmosunèn van het zelfst naamw ελεημοσυνη = eleèmosunè (barmhartigheid) in Lc in 2 verzen: (1) Lc 11,41 (2) Lc 12,33 Een vorm van ελεημοσυνη = eleèmosunè in de LXX (70) , in het NT (13) , in Lc (2)
- werkw act imperat aor 2de pers enk ελεησον = eleèson (ontferm je over) van het werkwoord ελεεω = eleeô (medelijden hebben, erbarmen, zich ontfermen, barmhartig zijn) Taalgebruik in het NT: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in de LXX: eleeô (medelijden hebben) Taalgebruik in Lc: eleeô (medelijden hebben) In Lc (4): (1) Lc 16,24 (2) Lc 17,13 (3) Lc 18,38 (4) Lc 18,39 Een vorm van ελεεω = eleeô in de LXX (139) , in het NT (32) , in Lc (4)
- Besluit: een vorm met de stam ele (barmhart- , ontferm-) in Lc in 12 verzen

Lc 1,5814 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

12 - 14 το ελεος αυτου = to eleos autou (zijn barmhartigheid) NT (3): (1) Lc 1,50 (2) Lc 1,58 (3) Lc 10,37

Lc 1,5815 meta (met , na) Afkorting: met' Taalgebruik in het NT: meta (na , met) Taalgebruik in Mc: meta (na , met) Voorzetsel Hebr `im
- Lat cum Ned met (Gr me - ta = met die dingen) D mit E with Fr avec (< apud hoc: met dat)
- Lat post-quam Ned na-dat D nachdem Fr après (< ad pressum = tot ge-perst , opeengeperst ; primere , pressum: persen ) E after
Lc (37 + 21 = 58) Lc 1 (6) Een vorm van meta (4): (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,28 (3) Lc 1,39 (4) Lc 1,72 en met' (2): (1) Lc 1,58 (2) Lc 1,66

Lc 1,5816 pers voornaamw gen vr enk autès van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (27) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,38 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,56 (7) Lc 1,58

Lc 1,5817 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,5818 act ind imperf 3de pers mv sunechairon van het werkw sunchairô (blij zijn met) Taalgebruik in het NT: sunchairô (blij zijn met) Taalgebruik in Lc: sunchairô (blij zijn met) Lc (1) Lc 1,58 Een vorm van sunchairô (blij zijn met) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,58 (2) Lc 15,6 (3) Lc 15,9

Lc 1,5819 pers voornaamw nom + dat vr enk autè(i) van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (43) Lc 1 (6): (1) Lc 1,30 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,36 (4) Lc 1,45 (5) Lc 1,56 (6) Lc 1,58

Lc 1,59 - Lc 1,59: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -

------------------------------------------------------------------------------------------

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

24 juni: geboorte Johannes de Doper

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:59 kai egeneto en èmera ogdoè èlthon peritemein to paidion kai ekaloun auto epi onomati tou patros autou zacharian 

59 et factum est in die octavo venerunt circumcidere puerum et vocabant eum nomine patris eius Zacchariam 

En het gebeurde op dc achtste dag dat ze het kindje kwamen besnijden en het naar de naam van zijn vader Zacharias wilden noemen  

Op de achtste dag kwam men het kind besnijden en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen   

59 En het geschiedde, dat zij op den achtsten dag kwamen, om het kindeken te besnijden, en noemden het Zacharias, naar den naam zijns vaders  

[59] Een* week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven 

[59] Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader  

59 En het geschiedt op de achtste dag: als ze het jongetje komen besnijden noemen ze hem naar de naam van zijn vader Zacharias, 

59 Et il advint, le huitième jour, qu'ils vinrent pour circoncire l'enfant On voulait l'appeler Zacharie, du nom de son père ;  

King James Bible [59] And it came to pass, that on the eighth day they came to circumcise the child; and they called him Zacharias, after the name of his father
Luther-Bibel 59 Und es begab sich am achten Tag, da kamen sie, das Kindlein zu beschneiden, und wollten es nach seinem Vater Zacharias nennen

Tekstuitleg van Lc 1,59 Het vers Lc 1,59 telt 20 (2² X 5) en 100 (2² X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,59 is 9124 (2² X 2281)

Lc 1,591 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,592 ind aor 3de pers enk egeneto (het gebeurde) van het werkw ginomai (worden, gebeuren) Taalgebruik in het NT: ginomai (worden) Taalgebruik in Lc: ginomai (worden) Het duidt vaak een tijdsaanduiding aan (in die dagen, in de dagen van): een gelijk-tijdigheid (terwijl hij het priesterschap uitoefende) , een voor-tijdigheid of een na-tijdigheid Soms heeft het ook de betekenis van zijn (er was eens ) zoals vele verhalen bij ons beginnen Lc (69) Lc 1 (7): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,8 (3) Lc 1,23 (4) Lc 1,41 (5) Lc 1,44 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,65 Een vorm van ginomai (worden, gebeuren) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,38 (7) Lc 1,41 (8) Lc 1,44 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65

Lc 1,593 en (in, met) Taalgebruik in het NT: en (in) Taalgebruik in Lc: en (in) Hebr Fr en / dans Ned in
Lc (288) Lc 1 (25): (1) Lc 1,1 (2) Lc 1,5 (3) Lc 1,6 (4) Lc 1,7 (5) Lc 1,8 (6) Lc 1,17 (7) Lc 1,18 (8) Lc 1,21 (9) Lc 1,22 (10) Lc 1,25 (11) Lc 1,26 (12) Lc 1,31 (13) Lc 1,36 (14) Lc 1,39 (15) Lc 1,41 (16) Lc 1,42 (17) Lc 1,44 (18) Lc 1,51 (19) Lc 1,59 (20) Lc 1,65 (21) Lc 1,66 (22) Lc 1,75 (23) Lc 1,78 (24) Lc 1,79 (25) Lc 1,80

Lc 1,594 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,595 nom en dat vr enk hèmera(i) (dag) Taalgebruik in het NT: hèmera (dag) Taalgebruik in Lc: hèmera (dag) Taalgebruik in Hnd: hèmera (dag) Taalgebruik in de Septuaginta: hèmera (dag) Hebr jôm (dag) Taalgebruik in Tenakh: jôm (dag) Lat dies Ned dag D Tag E day F jour < Lat diurnum Cfr journaal Lc (27) Lc 1 (1) Lc 1,59 Een vorm van hèmera (dag) in Lc 1 in 11 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,7 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,20 (5) Lc 1,23 (6) Lc 1,24 (7) Lc 1,25 (8) Lc 1,39 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,75 (11) Lc 1,80 Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het NT (388) , in Lc (82) , in Hnd (93)

Lc 1,596 bep lidw dat vr enk (i) (de) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (119) Lc 1 (10): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,10 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,36 (5) Lc 1,41 (6) Lc 1,44 (7) Lc 1,57 (8) Lc 1,59 (9) Lc 1,65 (10) Lc 1,66

Lc 1,597 dat vr enk ogdoè(i) van het rangtelwoord ogdoos (achtste) Taalgebruik in het NT: telwoorden Taalgebruik in Lc: telwoorden Lc (1) Lc 1,59 Dit is de enigste vorm in Lc

Lc 1,598 ind aor 3de pers mv èlthon (zij gingen) van het werkw erchomai (gaan, komen) Taalgebruik in het NT: erchomai (gaan, komen)
Lc (11): (1) Lc 1,59 (2) Lc 2,44 (3) Lc 3,12 (4) Lc 4,42 (5) Lc 5,7 (6) Lc 6,18 (7) Lc 8,35 (8) Lc 12,49 (9) Lc 23,33 (10) Lc 24,1 (11) Lc 24,23 Een vorm van erchomai (gaan, komen) in Lc 1 in 2 verzen: (1) Lc 1,43 (2) Lc 1,59

Lc 1,599 act inf aor peritemein van het werkw peritemnô (rondom snijden, besnijden) Taalgebruik in het NT: peritemnô (rondom snijden, besnijden) Taalgebruik in Lc: peritemnô (rondom snijden, besnijden) Lc (2): (1) Lc 1,59 (2) Lc 2,21

Lc 1,5910 bepaald lidw nom + acc onz enk to Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (181) Lc 1 (19): (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,9 (3) Lc 1,10 (4) Lc 1,13 (5) Lc 1,27 (6) Lc 1,31 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,44 (11) Lc 1,47 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,58 (15) Lc 1,59 (16) Lc 1,62 (17) Lc 1,64 (18) Lc 1,66 (19) Lc 1,80

Lc 1,5911 nom + acc onz enk paidion (kind) Taalgebruik in het NT: paidion (kind) Taalgebruik in Lc: paidion (kind)
Lc (9): (1) Lc 1,59 (2) Lc 1,66 (3) Lc 1,76 (4) Lc 1,80 (5) Lc 2,27 (6) Lc 2,40 (7) Lc 9,47 (8) Lc 9,48 (9) Lc 18,17 Een vorm van paidion (kind) in Lc in 13 verzen: 9 + 4: (1) Lc 2,17 (2) Lc 7,32 (3) Lc 11,7 (4) Lc 18,16

Lc 1,5912 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,5913 act ind imperf 3de pers mv ekaloun (zij noemden) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen) Lc (1) Lc 1,59 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

Lc 1,5914 nom + acc onz enk auto (het) van het pers voornaamw autos (hij - hem) Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (17): (1) Lc 1,59 (2) Lc 1,62 (3) Lc 2,28 (4) Lc 2,40 (5) Lc 6,33 (6) Lc 8,5 (7) Lc 8,7 (8) Lc 9,40 (9) Lc 9,45 (10) Lc 9,47 (11) Lc 11,14 (12) Lc 14,35 (13) Lc 15,4 (14) Lc 17,35 (15) Lc 19,23 (16) Lc 22,16 (17) Lc 23,53

Lc 1,5915 epi (op, bij) Afkortingen: ep' en ef' Taalgebruik in het NT: epi (op, bij) Taalgebruik in Lc: epi (op, bij) Ned op
Lc (104 + 25 + 20 = 149) Lc 1 (10 + 1 = 11) epi (10): (1) Lc 1,14 (2) Lc 1,16 (3) Lc 1,17 (4) Lc 1,29 (5) Lc 1,33 (6) Lc 1,35 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,48 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,65 ep' (1) Lc 1,12

Lc 1,5916 bep lidw dat mann + onz enk (i) van het bepaald lidwoord ho , hè , to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (154) Lc 1 (13): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,21 (3) Lc 1,22 (4) Lc 1,26 (5) Lc 1,29 (6) Lc 1,30 (7) Lc 1,47 (8) Lc 1,55 (9) Lc 1,59 (10) Lc 1,61 (11) Lc 1,62 (12) Lc 1,68 (13) Lc 1,77

Lc 1,5917 datief onzijdig enkelvoud onomati (naam) van het zelfstandig naamw onoma (naam) Taalgebruik in het NT: onoma (naam) Taalgebruik in Lc: onoma (naam) Stam: N M L nomen Fr nom Ned naam Eng name
Lc (16): (1) Lc 1,5 (onomati Zacharias = met de naam Zacharia) (2) Lc 1,59 (3) Lc 1,61 (4) Lc 5,27 (onomati Levin = met de naam Levi) (5) Lc 9,48 (6) Lc 9,49 (7) Lc 10,17 (8) Lc 10,38 (onomati Martha = met de naam Martha) (9) Lc 13,35 (10) Lc 16,20 (onomati Lazaros = met de naam Lazarus) (11) Lc 19,2 (onomati kaloumenos Zakchaios = met de naam genoemd Zacheüs) (12) Lc 19,38 (13) Lc 21,8 (14) Lc 23,50 (onomati Iôsèf = met de naam Jozef) (15) Lc 24,18 (onomati Kleopas = met de naam Kleopas) (16) Lc 24,47
Een vorm van onoma (naam) in Lc in 33 verzen

Lc 1,5918 bep lidw gen mann en onz enk tou van het bepaald lidw ho - hè - to (de - het) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (272) Lc 1 (20): (1) Lc 1,2 (2) Lc 1,6 (3) Lc 1,8 (4) Lc 1,9 (5) Lc 1,10 (6) Lc 1,11 (7) Lc 1,15 (8) Lc 1,19 (9) Lc 1,26 (10) Lc 1,32 (11) Lc 1,37 (12) Lc 1,43 (13) Lc 1,44 (14) Lc 1,48 (15) Lc 1,57 (16) Lc 1,59 (17) Lc 1,68 (18) Lc 1,73 (19) Lc 1,77 (20) Lc 1,79

Lc 1,5919 gen mann enk patros van het zelfst naamw patèr (vader) Taalgebruik in het NT: patèr (vader) Taalgebruik in Lc: patèr (vader) Hebr âbh Lat pater Fr père Ned vader E father D Vater Lc (8): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,59 (3) Lc 2,49 (4) Lc 9,26 (5) Lc 10,22 (6) Lc 15,17 (7) Lc 16,27 (8) Lc 24,49 Een vorm van patèr (vader) in Lc in 48 verzen , in Lc 1 in 8 verzen: (1) Lc 1,17 (2) Lc 1,32 (3) Lc 1,55 (4) Lc 1,59 (5) Lc 1,62 (6) Lc 1,67 (7) Lc 1,72 (8) Lc 1,73

Lc 1,5920 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,5921 acc mann enk zacharian van de eigennaam zacharias (Zacharja) Taalgebruik in het NT: zacharias (Zacharja) Taalgebruik in Lc: zacharias (Zacharja) Lc (2): (1) Lc 1,21 (2) Lc 1,59 Een vorm van zacharias (Zacharja) in Lc in 10 verzen: (1) Lc 1,5 (2) Lc 1,12 (3) Lc 1,13 (4) Lc 1,18 (5) Lc 1,21 (6) Lc 1,40 (7) Lc 1,59   (8) Lc 1,67  (9) Lc 3,2 (10) Lc 11,51

Lc 1,60 - Lc 1,60: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

24 juni: geboorte Johannes de Doper

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:60 kai apokritheisa è mètèr autou eipen ouchi alla klèthèsetai iôannès  

60 et respondens mater eius dixit nequaquam sed vocabitur Iohannes  

Maar zijn moeder antwoordde (en) zei: “Nee, Johannes zal hij genoemd worden”

Maar zijn moeder zei daarop: "Neen, het moet Johannes heten"   

60 En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet alzo, maar hij zal Johannes heten  

[60] ‘Nee,’ zei zijn moeder, ‘hij moet Johannes genoemd worden’ 

[60] Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’ 

60 maar ten antwoord zegt zijn moeder: nee!– Johannes moet hij worden genoemd! 

60 mais, prenant la parole, sa mère dit: « Non, il s'appellera Jean » 

King James Bible [60] And his mother answered and said, Not so; but he shall be called John
Luther-Bibel 60 Aber seine Mutter antwortete und sprach: Nein, sondern er soll Johannes heißen

Tekstuitleg van Lc 1,60

Lc 1,601 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,602 part aor nom vr enk apokritheisa (beantwoord) apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in het NT: apokrinomai (antwoorden) Taalgebruik in Lc: apokrinomai (antwoorden) Lc (1) Lc 1,60 Een vorm van apokrinomai (antwoorden) in Lc in 3 verzen: (1) Lc 1,19 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60

Lc 1,603 bep lidw nom vr enk hè of betrekk voornaamw dat vr enk hè(i) of partikel van vergelijking è (of) Taalgebruik in het NT: bepaald lidwoord Taalgebruik in Lc: bepaald lidwoord Gr to , N: de E: the D der , die , das enz Fr le , la enz (< lat aanwijz voornaamwoord il-lum , il-lam)
Lc (143) Lc 1 (15): (1) Lc 1,7 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,18 (4) Lc 1,24 (5) Lc 1,26 (6) Lc 1,29 (7) Lc 1,36 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,41 (10) Lc 1,43 (11) Lc 1,44 (12) Lc 1,45 (13) Lc 1,47 (14) Lc 1,60 (15) Lc 1,64

Lc 1,605 pers voornaamw 3de pers gen mann enk autou van het pers voornaamw autos Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos Taalgebruik in Lc: voornaamwoord autos Lc (220) Lc 1 (31): (1) Lc 1,8 (2) Lc 1,13 (3) Lc 1,14 (4) Lc 1,15 (5) Lc 1,17 (6) Lc 1,23 (7) Lc 1,24 (8) Lc 1,31 (9) Lc 1,32 (10) Lc 1,33 (11) Lc 1,48 (12) Lc 1,49 (13) Lc 1,50 (14) Lc 1,51 (15) Lc 1,54 (16) Lc 1,55 (17) Lc 1,58 (18) Lc 1,59 (19) Lc 1,60 (20) Lc 1,62 (21) Lc 1,63 (22) Lc 1,64 (23) Lc 1,66 (24) Lc 1,67 (25) Lc 1,68 (26) Lc 1,69 (27) Lc 1,70 (28) Lc 1,72 (29) Lc 1,75 (30) Lc 1,76 (31) Lc 1,80

Lc 1,606 act ind aor 3de pers enk eipen (hij zei) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (223) Lc 1 (11): (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen , van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen

Lc 1,609 pass ind fut 3de pers enk klèthèsetai (hij zal genoemd worden) van het werkw kaleô (roepen, noemen) Taalgebruik in het NT: kaleô (roepen) Taalgebruik in Mc: kaleô (roepen) Taalgebruik in Lc: kaleô (roepen)
Lc (4): (1) Lc 1,32 (2) Lc 1,35 (3) Lc 1,60 (4) Lc 2,23 Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in Lc 1 in 10 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,31 (3) Lc 1,32 (4) Lc 1,35 (5) Lc 1,36 (6) Lc 1,59 (7) Lc 1,60 (8) Lc 1,61 (9) Lc 1,62 (10) Lc 1,76

Lc 1,6010 nom mann enk Iôannès (Johannes) Taalgebruik in het NT: Iôannès (Johannes) Taalgebruik in Mc: Iôannès (Johannes) Hebr jôchanan Ned Johan D Johannes Fr Jean E John
Lc (10) Johannes de Doper: Lc (8): (1) Lc 1,60 (2) Lc 1,63 (3) Lc 3,16 (4) Lc 7,18 (5) Lc 7,20 (6) Lc 7,33 (7) Lc 9,7 (8) Lc 11,1 Johannes de apostel Lc (2): (1) Lc 9,49 (2) Lc 9,54 Een vorm van iôannès (Johannes) in Lc in 30 verzen , in Lc 1 in 3 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,60 (3) Lc 1,63

Lc 1,61 - Lc 1,61: 5 Geboorte van Johannes de Doper: Lc 1,57-80 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Lc (Lucas) -- Lc 1 -- Lc 1,57 - Lc 1,58 - Lc 1,59 - Lc 1,60 - Lc 1,61 - Lc 1,62 - Lc 1,63 - Lc 1,64 - Lc 1,65 - Lc 1,66 - Lc 1,67 - Lc 1,68 - Lc 1,69 - Lc 1,70 - Lc 1,71 - Lc 1,72 - Lc 1,73 - Lc 1,74 - Lc 1,75 - Lc 1,76 - Lc 1,77 - Lc 1,78 - Lc 1,79 - Lc 1,80 -

Griekse tekst

Vulgaat

Synopsis

24 juni: geboorte Johannes de Doper

Statenvertaling

Willibrordvertaling

Nieuwe vertaling

Naardense bijbel

Bible de Jérusalem

1:61 kai eipan pros autèn oti oudeis estin ek tès suggeneias sou os kaleitai onomati toutô 

61 et dixerunt ad illam quia nemo est in cognatione tua qui vocetur hoc nomine 

En ze zeiden tegen haar: “Er is niemand onder je verwanten die met deze naam genoemd wordt”  

Zij antwoordden haar; "Maar er is in uw familie niemand die zo heet"   

61 En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt  

[61] Ze zeiden tegen haar: ‘Die naam komt in de familie toch niet voor’ 

[61] Ze zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet’ 

61 Zij zeggen tot haar: niemand uit je bloedverwanten is er die met die naam is genoemd! 

61 Et on lui dit: « Il n'y a personne de ta parenté qui porte ce nom ! » 

King James Bible [61] And they said unto her, There is none of thy kindred that is called by this name
Luther-Bibel 61 Und sie sprachen zu ihr: Ist doch niemand in deiner Verwandtschaft, der so heißt

Tekstuitleg van Lc 1,61 Het vers Lc 1,61 telt 16 (2² X 2²) woorden en 75 (3 X 5²) letters De getalwaarde van Lc 1,61 is 8997 (3 X 2999)

Lc 1,611 kai (en) Taalgebruik: kai (en) in NT Taalgebruik in Lc: kai (en) Nevenschikkend voegwoord Hebr: waw (verbindingshaak) L: et Fr: et N: en E: and D und Lc (822 / 1151) Lc 1 (+: 56 / 80 - 24 / 80) 1 Lc 1,1-4 (+ 1 / 4: + Lc 1,2 - 3 / 4) 2 Lc 1,5-25 (+ 17 / 21 - 4 / 21) 3 Lc 1,26-38 (+ 9 / 13 - 3 / 13) 4 Lc 1,39-56 (+ 11 / 18 - 7 / 18) 5 Lc 1,57-80 (+ 17 / 24 - 7 / 24): (1) Lc 1,62 (2) Lc 1,70 (3) Lc 1,72 (4) Lc 1,73 (5) Lc 1,74 (6) Lc 1,77 (7) Lc 1,78

Lc 1,612 act ind aor 3de pers mv eipan (zij zeiden) van het werkw legô (zeggen) Taalgebruik in het NT: legô (zeggen) Taalgebruik in Lc: legô (zeggen) legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les , Fr leçon
Lc (28) Lc 1 (1) Lc 1,61 Een vorm van legô (zeggen) in Lc 1 in 4 verzen: (1) Lc 1,24 (2) Lc 1,63 (3) Lc 1,66 (4) Lc 1,67 ; van eipon (ik zei) in Lc 1 in 12 verzen: (1) Lc 1,13 (2) Lc 1,18 (3) Lc 1,19 (4) Lc 1,28 (5) Lc 1,30 (6) Lc 1,34 (7) Lc 1,35 (8) Lc 1,38 (9) Lc 1,42 (10) Lc 1,46 (11) Lc 1,60 (12) Lc 1,61

Lc 1,613 pros (naar, bij) Taalgebruik in het NT: